CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

BJ1278 Watertakenplan 2024-2027 Kaag en Braassem BIJLAGENRAPPORT_eindconcept_06112023

Gemeenteraad 18 december 2023, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Watertakenplan 2024-2027.25.268 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAPPORT Watertakenplan 2024-2027 - Bijlagenrapport Zaaknummer: 585531 Gemeente Kaag en Braassem Klant:

Gemeente Kaag en Braassem

Referentie: BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001 Status:

Definitief/1

Datum:

6 november 2023

Open

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Water & Maritime Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Watertakenplan 2024-2027

- Bijlagenrapport Zaaknummer: 585531 Sub titel: Gemeente Kaag en Braassem Referentie: BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001 Status: 1/Definitief Datum: 6 november 2023 Projectnaam: Watertakenplan Kaag en Braassem Projectnummer: BJ1278 Auteur(s): Marco de Kraker

Clustermanager Beheer & Projecten, Juridische Zaken & Veiligheid, Gecontroleerd door: Middelen, Bestuursondersteuning, Buitendienst Datum: 15 mei 2023 - 15 september 2023 Goedgekeurd door:

Datum:

Classificatie Open

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

ii

Open

Inhoud Bijlagen

Bijlage 0-1

Begrippenlijst

Bijlage 1-1

Gemeentelijke watertaken nader toegelicht

Bijlage 1-2

Reactiebrief Hoogheemraadschap van Rijnland

Bijlage 3-1

DoFeMaMe Kaag en Braassem

Bijlage 3-2

Evaluatie huidig GRP – maatregelen en investeringen

Bijlage 4-1

Waterschapsverordening Rijnland

Bijlage 4-2

Geen afkoppelverplichting bestaand stedelijk gebied

Bijlage 4-3

Subsidieregelingen afkoppeling en groene daken

Bijlage 4-4

Overzicht lozingswerken

Bijlage 5-1

Kostendekkingsplan

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderzins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

iii

Open

Bijlage 0-1

Begrippenlijst

Activiteitenbesluit Het Activiteitenbesluit is gebaseerd op de Wet milieubeheer (Wm) en de Waterwet. Door het activiteitenbesluit is de regulering van afvalwaterlozingen drastisch gestroomlijnd. Lozingen vanuit een inrichting worden in beginsel met het Activiteitenbesluit geregeld. In het Activiteitenbesluit staan milieuregels, vooral voor bedrijven. Alle bedrijven in Nederland vallen onder het Activiteitenbesluit. Afvalwaterwaterzuiveringsinstallatie (AWZI) Het ingezamelde afval- en hemelwater wordt middels rioolgemalen en persleidingen via afvalwatertransportgemalen (AWTG) afgevoerd richting de rioolwaterzuiveringsinstallaties (AWZI). De AWZI’s en AWTG’s zijn eigendom van Hoogheemraadschap van Rijnland die verantwoordelijk is voor het bij het overnamepunt inzamelen, verder transporteren en zuiveren van het afvalwater. Binnen het grondgebied van Kaag en Braassem is in Nieuwe Wetering en Leimuiden een AWZI aanwezig. Afvalwatertransportgemaal (AWTG) Het door de gemeente ingezamelde afval- en hemelwater wordt middels rioolgemalen en persleidingen getransporteerd naar het overnamepunt van het hoogheemraadschap. Vanaf het overnamepunt is het hoogheemraadschap verantwoordelijk voor het verpompen middels het afvalwatertransportgemaal, het transport en uiteindelijk de zuivering van het stedelijk afvalwater bij de AWZI.

Basisrioleringsplan (BRP) – vervangen door SSW Een BRP geeft inzicht in het hydraulische en milieutechnische functioneren van het rioolstelsel. Hierin worden alle gegevens van het rioolstelsel van het betreffende gebied of van de betreffende stad opgenomen en doorgerekend. Het gaat om de opbouw van het rioolstelsel in lengtes, diameters, jaar van aanleg, verhard oppervlak, etc. Op basis van deze gegevens worden in het BRP voorstellen gedaan hoe het stelsel te laten voldoen aan de gestelde eisen. De in het BRP aangegeven noodzakelijke veranderingen worden in het GRP opgenomen en (financieel) verwerkt. Kaag en Braassem heeft het BRP in 2017-2018 op laten stellen en alle vrijverval stelsels door laten rekenen bij gangbare en extreme neerslaggebeurtenissen. Bergbezinkbassin Een bergbezinkbassin, vaak afgekort als BBB, is een bak achter een overstort van een rioolstelsel. Bij een overstorting stroomt het BBB vol met water. Pas als het BBB vol is stort het water over vanuit het BBB op het oppervlaktewater. Na een overstorting wordt het water uit het BBB teruggebracht in het rioolstelsel, zodat het naar de AWZI kan stromen. Het BBB is bedoeld om vuilemissie via overstortingen te reduceren.

Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Het Besluit bouwwerken leefomgeving is een van de vier algemene maatregelen van bestuur onder de Omgevingswet en is te zien als de ‘vervanger’ van het Bouwbesluit 2012. In het Bbl staan de algemene rijksregels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken. Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Het Besluit kwaliteit leefomgeving is een van de vier algemene maatregelen van bestuur (amvb) onder de Omgevingswet. Deze amvb bevat inhoudelijke regels voor bestuurshandelen. Het gaat daarbij onder meer over de omgevingswaarden, de instructieregels, de beoordelingsregels voor toestemmingsbesluiten (zoals de omgevingsvergunning en het projectbesluit), de programma’s en de programmatische aanpak, de monitoring en informatieverplichtingen en de bijzondere beheerbevoegdheden.

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

1

Open

Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi) Op 1 juli 2011 is het Besluit lozen buiten inrichtingen in werking getreden. In dit besluit zijn regels opgenomen voor categorieën van lozingen die het gevolg zijn van activiteiten die plaatsvinden buiten inrichtingen. Lozingen vanuit inrichtingen vallen onder het Activiteitenbesluit en het lozen vanuit huishoudens is geregeld met het Besluit lozing afvalwater huishoudens. Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah) Het Besluit lozing afvalwater huishoudens regelt alle lozingen vanuit particuliere huishoudens. De Wet milieubeheer, de Wet Bodembescherming en de Waterwet vormen de grondslag voor het besluit. Het Blah regelt alle lozingssituaties die bij een particulier huishouden aan de orde kunnen zijn. Zowel in stedelijk gebied als in het buitengebied. BTW compensatiefonds Als gemeenten en provincies diensten of goederen extern inkopen, betalen zij daarover btw. In tegenstelling tot bedrijven kunnen zij die btw niet terugvorderen van de Belastingdienst. Extern ingekochte diensten zijn daarom al snel duurder dan intern uitgevoerde activiteiten. Sinds 2003 kunnen gemeenten en provincies met het BTW compensatiefonds toch de btw terugvragen (onder voorwaarden) die ze hebben betaald over uitbesteed werk.

Bui08 en Bui09 Theoretische standaard toegepaste buien:  Bui08 heeft een omvang van 19,8 mm, een piekintensiteit van 110 l/s per ha en komt gemiddeld eens in de 2 jaar voor.  Bui09 heeft een omvang van 29,4 mm, een piekintensiteit van 160 l/s per ha en komt gemiddeld eens in de 5 jaar voor (Kennisbank Stedelijk Water, Stichting RIONED, voorheen ‘Leidraad Riolering’).

minuten

minuten

Droogweerafvoer (dwa) Dwa is de afvoer van afvalwater van huishoudens en bedrijven. In tegenstelling tot rwa (regenwaterafvoer) is er altijd sprake van dwa, ongeacht de weersomstandigheden. Dwa bestaat vrijwel volledig uit vuil water, doordat in droge perioden geen neerslag wordt afgevoerd. In gemengde rioolstelsels is het debiet (afvoerhoeveelheid) tijdens droog weer zeer gering ten opzichte van de maximale afvoercapaciteit. Drukriolering Drukriolering bestaat uit leidingen met een kleine diameter waardoor het afvalwater onder druk wordt afgevoerd. Elke aansluiting is voorzien van een pompunit die het afvalwater in het drukriool pompt. Om grotere afstanden en/of hoogteverschillen te overbruggen worden tussengemalen toegepast. Het afvalwater wordt afgevoerd naar de AWZI of naar het gemengd rioolstelsel, van waar het water onder vrij verval naar de AWZI stroomt. Drukriolering wordt voornamelijk toegepast in het buitengebied, waar percelen op relatief grote afstand van elkaar liggen. 6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

2

Open

Gemeentelijk Riolerings Plan (GRP) Het GRP beschrijft de beleidsvoornemens en bijbehorende maatregelen voor inzameling, transport en verwerking van stedelijk afval-, hemel- en grondwater voor een periode van 4 à 5 jaar. Vanaf 2008 zijn de hemelwater- en grondwaterzorgplicht aan de afvalwaterzorgplicht toegevoegd. Het GRP vertaalt de maatregelen in een kostendekkingsplan en geeft aan welke gevolgen dit heeft voor de rioolheffing. Het vGRP wordt ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. De planverplichting komt te vervallen na 1 januari 2024, wanneer de Omgevingswet in werking treedt. Gemengd (riool)stelsel In een gemengd rioolstelsel wordt overtollig hemelwater en afvalwater van huishoudens en bedrijven door hetzelfde buizenstelsel afgevoerd. Bij droog weer is er alleen afvalwater van huishoudens en bedrijven (dwa). Tijdens neerslag mengt het regenwater (rwa) zich met het vuile water. Dit heeft twee grote nadelen. Ten eerste wordt het relatief schone regenwater gemengd met vuil water en dan naar de AWZI afgevoerd om te worden gezuiverd. Ten tweede wordt de riolering overbelast bij extreme neerslag. Het met vuil water vermengde regenwater komt dan via overstorten ongezuiverd in het oppervlaktewater terecht. Dit zorgt voor vervuiling van het oppervlaktewater en de waterbodem.

Gescheiden (riool)stelsel In een gescheiden rioolstelsel zijn aparte buizenstelsels aangelegd voor vuil water (dwa) en regenwater (rwa). De dwa wordt naar de AWZI getransporteerd. De rwa wordt veelal afgevoerd naar nabijgelegen oppervlaktewater. Het nadeel van gescheiden stelsels is dat het regenwater soms tot vervuiling van het oppervlaktewater leidt. Dit is met name het geval als na droge perioden het vuil van wegen en andere oppervlakken met het regenwater in de riolering spoelt. Dit nadeel wordt grotendeels ondervangen in verbeterd gescheiden stelsels (vgs). Groot onderhoud Onderhoud van ingrijpende aard dat op een groot deel van het object wordt uitgevoerd en na een langere gebruiksperiode moet worden verricht, ook wel lang-cyclisch onderhoud genoemd. Individuele behandeling afvalwater (IBA) Een IBA systeem is een installatie om huishoudelijk afvalwater te zuiveren. Deze systemen worden vaak toegepast in situaties waar geen aansluiting op riolering kan worden gemaakt. In Nederland moeten alle IBA’s voldoen aan de lozingsbesluiten. Er zijn verschillende IBA-systemen; het meest bekend is de septic tank. Een ander voorbeeld is het helofytenfilter (rietveld). Kaderichtlijn Water (KRW) De KRW is een Europese richtlijn om het water in de Europese Unie te beschermen en duurzaam gebruik te bevorderen.

De KRW gaat uit van een stroomgebiedbenadering, waarbij chemische en ecologische kwaliteitsdoelen worden gesteld. De KRW houdt een resultaatverplichting in per 2015. Dit wordt momenteel in Nederlandse regelgeving vertaald, onder andere door middel van de Provinciale waterplannen en de vernieuwde waterbeheersplannen van de waterschappen. Openbare hemelwaterstelsels Openbare (gemeentelijk) hemelwaterstelsels zijn voorzieningen voor de inzameling, transport en verdere verwerking van uitsluitend afvloeiend hemelwater. Daaronder vallen de rwa-riolen (regenwaterafvoer) van (verbeterd) gescheiden stelsels, infiltratievoorzieningen, doorlatende verharding en retentievijvers.

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

3

Open

Openbare ontwateringsvoorzieningen Ontwateringstelsels (voor grondwater) zijn voorzieningen waarmee structurele grondwateroverlast wordt voorkomen. Onder openbare ontwateringsvoorzieningen vallen onder andere: oppervlaktewateren (zoals greppels, sloten, kanalen en vijvers), drainagenetwerken en IT-riolen (infiltratie en transport) waarbij de gemeente verantwoordelijk is voor het beheer. Ontwateringsvoorzieningen kunnen ook omgekeerd werken en in droge tijden water aanvoeren om grondwaterstanden op peil te houden. Openbare vuilwaterstelsels Een openbaar vuilwaterriool is een voorziening in beheer bij de gemeente voor het inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater; dat wil zeggen het afvalwater geproduceerd door huishoudens en al het water dat hier mee gemengd is zoals bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater en/of grondwater. Onder het openbare vuilwaterstelsel vallen gemengde riolen, dwa-riolen (droogweerafvoer), drukriolering en (vrijwel) alle transportleidingen. Overstort Een overstort is een (nood)uitlaat van een rioolstelsel. Overstorten treden in werking als de capaciteit van het gemengde rioolstelsel onvoldoende is om alle neerslag te verwerken. Randvoorziening Om de omvang en schade van riooloverstortingen te verminderen zijn diverse randvoorzieningen aangelegd bij de riooloverstorten.

De randvoorzieningen zijn uitgevoerd als bergbezinkbassin of bergbezinkleiding. Dit is een grote betonnen bak of leiding waarin afvalwater tijdelijk wordt geborgen. Als de bui is overgetrokken en het riool niet meer vol is, stroomt het hemelwater en het vervuilde slib terug het rioolstelsel in naar de zuivering. Door deze extra inhoud aan het rioolstelsel toe te voegen, daalt het aantal riooloverstortingen. Daarnaast is de voorziening zo ontworpen dat het verontreinigde slib zo veel mogelijk bezinkt. Het water dat alsnog overstort vanuit de randvoorziening op oppervlaktewater is relatief schoon. Relinen Het renoveren van een riool middels (bijvoorbeeld) een met kunsthars geïmpregneerde kous. Na reiniging wordt de kous in de te repareren rioolstreng aangebracht. Door of lucht of water in te pompen wordt het doek tegen de leidingwand gedrukt, waarna het doek aan de wand hecht. Bij deze methode behoeft de straat niet te worden opgebroken, wat een (kosten)voordeel oplevert ten opzichte van traditionele rioolvervanging. De restlevensduur van het op deze wijze gerepareerde riool is hoog. Regenwaterafvoer (rwa) Rwa is de afvoer van overtollig hemelwater. In tegenstelling tot dwa is er alleen sprake van rwa tijdens en na regenbuien. In gemengde rioolstelsels is het debiet (afvoerhoeveelheid) tijdens rwa-omstandigheden zeer groot t.o.v. de droogweerafvoer.

Hierdoor kan het rioolstelsel overbelast worden, hetgeen leidt tot overstortingen op oppervlaktewater en in extreme situaties tot waterhinder of zelfs -overlast. Stichting RIONED Stichting RIONED is de koepelorganisatie voor de riolering en het stedelijk waterbeheer in Nederland. In RIONED participeren alle partijen die bij de rioleringszorg betrokken zijn: overheden (gemeenten, waterschappen, rijk en provincies), bedrijven (leveranciers, adviesbureaus, inspectiebedrijven en aannemers) en onderwijsinstellingen. Zij zijn de begunstigers van RIONED. De belangrijkste taak van Stichting RIONED is het beschikbaar stellen van kennis aan de vakwereld. Dit doet RIONED door onderzoek, het bundelen van bestaande kennis en het op vele manieren informeren en bij elkaar brengen van professionals. 6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

4

Open

RIONED signaleert problemen in de dagelijkse praktijk van de rioleringsbeheerder en kaart deze aan bij bestuurders en beleidsmakers. Ook informeert Stichting RIONED het brede publiek. Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW) Het Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW) is sinds 2020 de opvolger van het (verbrede) Basisrioleringsplan (BRP) voor alle gemeentelijke watertaken, met daarin een beschrijving van de stedelijke watersystemen en het functioneren daarvan en een evaluatie van de gemeentelijke watertaken. Telemetrie Letterlijk betekent telemetrie “meten op afstand”. Binnen het vakgebied riolering wordt de term telemetrie gebruikt voor het geheel aan apparatuur en communicatieverbindingen waarmee gegevens en signalen van kunstwerken (zoals pompen, schuiven en overstorten) worden doorgegeven. De meest bekende toepassing is het automatisch doorgeven van storingen die in rioolgemalen kunnen optreden. Telemetrie kan worden gebruikt voor storingsmeldingen (signalering en alarmering), verzameling van meetgegevens en voor besturing. Verbeterd gescheiden (riool)stelsel (vgs) Een verbeterd gescheiden stelsel is een gescheiden rioolstelsel waarbij het vuilwaterstelsel is gekoppeld met het regenwaterstelsel. Bij gescheiden stelsels komt meegespoeld vuil van wegen en andere oppervlakken in het oppervlaktewater terecht; met name aan het begin van een regenbui, na een droge periode.

Dit wordt de “first flush” genoemd. In verbeterd gescheiden stelsels stroomt de first flush door de koppeling naar het vuilwaterriool en vandaar naar de AWZI. De koppeling is zo gemaakt dat alleen water van het regenwaterstelsel naar het vuilwaterstelsel kan stromen en niet andersom. Nadeel van verbeterd gescheiden stelsels is dat (op jaarbasis) relatief veel schoon regenwater wordt vermengd met vuil water en naar de AWZI wordt getransporteerd om te worden gezuiverd. Vrijvervalrioolstelsel In de meeste rioolstelsels wordt water onder vrij verval afgevoerd. Dit betekent dat het water door de zwaartekracht van hoog naar laag stroomt. De term vrijvervalrioolstelsel wordt vaak gebruikt in tegenstelling tot drukrioolstelsels, waarbij het water wordt afgevoerd door pompen. Watertakenplan (Wtp) Een Watertakenplan is ene ander woord voor het GRP (zie: gemeentelijk rioleringsplan) Omdat de inhoud van het plan veel breder is dan de naam ‘gemeentelijk rioleringsplan’ doet vermoeden is gekozen voor de term Watertakenplan; het plan beschrijft en verankert de strategie per watertaak: a) Afvalwater. De doelmatige inzameling en het transport van het stedelijke afvalwater (huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, eventueel gemengd met hemelwater en/of grondwater1), dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen; b) Hemelwater.

De doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater (trits opvangen, bergen, afvoeren); c) Grondwater. Het in openbaar gebied treffen van doelmatige maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of te beperken. Tevens wordt ingegaan op klimaatadaptatie (met name wateroverlast en droogte). Als gevolg van een integrale benadering neemt daarnaast de wederzijdse relatie met ruimtelijke ordening toe.

1

Menging met grondwater is alleen toegestaan indien dat doelmatig is. Denk aan het lozen van drainagewater afkomstig van particuliere percelen met structurele grondwateroverlast. Aansluiting hiervan op het vuilwater riool is enkel doelmatig indien er geen andere lozingsmogelijkheden zijn. 6 november 2023 WATERTAKENPLAN 2024-2027 BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001 5

Open

Bijlage 1-1

Gemeentelijke watertaken nader toegelicht

Rijksregels ‘verhuizen’ naar het gemeentelijk omgevingsplan Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt een aantal regels op rijksniveau. Deze regels verhuizen naar het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente. Dit heet ook wel de 'bruidsschat', zie voor meer informatie: Bruidsschat - RIONED (riool.net) De bruidsschat bestaat uit de volgende onderdelen:  begrippen  voorrangsbepalingen en overgangsrecht  regels over bouwwerken, open erven en terreinen  regels over milieubelastende activiteiten  regels over aanleggen of wijzigen van wegen of spoorwegen zonder geluidproductieplafond  regels over overige gemeentelijke omgevingsvergunningen De gemeente Kaag en Braassem kan het omgevingsplan wijzigen indien daar aanleiding toe is, dat geldt ook voor de bruidsschatregels. In deze bijlage is een aantal aspecten benoemd dat in het omgevingsplan verankerd kan worden. Gemeenten hebben tot eind 2029 de tijd om de bruidsschatregels om te zetten (al dan niet wat aangepast) in het dan definitieve omgevingsplan.

Inzameling en transport stedelijk afvalwater De gemeente is verantwoordelijk voor het inzamelen van stedelijk afvalwater en het transport van het afvalwater naar een zuiveringstechnisch werk. Een zuiveringstechnisch werk kan naast een RWZI (rioolwaterzuiveringsinstallatie) ook een persleiding of afvalwatertransportgemaal (AWTG) zijn. Deze taak is ingevuld door de aanleg en het beheer van een openbaar vuilwaterriool. Daarnaast bestaan er andere passende systemen met eenzelfde graad van milieubescherming als een zuiveringstechnisch werk die heeft (bijvoorbeeld een goed functionerende Individuele behandeling van afvalwater (IBA)). Het waterschap is verantwoordelijk voor de ontvangst en het transport (bij en vanaf het zogenoemde overnamepunt) en de zuivering van het door de gemeente ingezamelde stedelijk afvalwater. Naast de gemeentelijke watertaken die voortkomen uit de Omgevingswet zelf, volgt uit het Besluit kwaliteit leefomgeving dat de gemeente er zorg voor moet dragen dat een openbaar vuilwaterriool op zo'n manier wordt ontworpen, gebouwd en onderhouden dat:  het zoveel mogelijk is berekend op de eigenschappen, de samenstelling en de hoeveelheid van het afvalwater;  lekkage zoveel mogelijk wordt voorkomen; en  het aantal overstortingen zo beperkt is als mogelijk voor een doelmatig beheer van afvalwater.

Ook buiten het bestaand stedelijk gebied (het buitengebied) geldt in beginsel de gemeentelijke taak voor het inzamelen van huishoudelijk afvalwater. Maar als sprake is van individuele woningen of agglomeraties met minder dan tweeduizend inwonerequivalenten en het aanleggen van een vuilwaterriool niet doelmatig is, dan hoeft de gemeente deze taak niet te vervullen. In dat geval hebben inwoners en bedrijven (lozers) een eigen verantwoordelijkheid als lozer van afvalwater. Zij mogen geen ongezuiverd afvalwater lozen in of op de bodem of in het oppervlaktewater en moeten dan zelf voor een zuiveringsvoorziening voor het afvalwater zorgen. Het vervullen van de zorgplicht afvalwater in het buitengebied is een autonome bevoegdheid van de gemeente.2 De regels zijn vastgelegd in het (tijdelijke) omgevingsplan paragraaf 22.3.8 (bruidsschat). Bij het beoordelen van de doelmatigheid van het vervullen van de zorgplicht afvalwater spelen onder andere milieubeschermingsbelangen een rol. De gemeente houdt bij deze beoordeling onder andere rekening met 2

Totdat de Omgevingswet in werking treedt, is in de Wet milieubeheer opgenomen dat de gemeente toestemming van de provincie nodig heeft om de zorgplicht stedelijk afvalwater in het buitengebied niet of op alternatieve wijze te vervullen. Deze goedkeuringsbevoegdheid van de provincie komt niet terug in de Omgevingswet en is daarmee komen te vervallen. 6 november 2023 WATERTAKENPLAN 2024-2027 BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001 6

Open

de belangen van het waterschap (of Rijkswaterstaat) als waterkwaliteitsbeheerder. Ook andere gebiedsdoelen en belangen spelen een rol, zoals het toenemende belang van energiebesparing, hergebruik van gezuiverd afvalwater in het gebied, het terugwinnen van grondstoffen, het comfort voor gebruikers en de betrouwbaarheid van systemen. Gemeente en waterschap bepalen samen op gebiedsniveau welke lozingsroute voor het huishoudelijk afvalwater, en soms ook bedrijfsmatig afvalwater, het meest passend is. Mogelijke lozingsroutes zijn:  inzamelen via gemeentelijke (druk)riolering;  lokaal verwerken en lozen (effluent) in de bodem3;  lokaal verwerken en lozen (effluent) op het oppervlaktewater; of  afvoeren per as naar een zuiveringstechnisch werk. De gemeente kan regels voor aansluiting op de riolering vervolgens in een juridisch bindende vorm voor inwoners en bedrijven vastleggen in het omgevingsplan.

Doelen Op grond van de afvalwaterzorgplicht is het doel van de riolering het ‘doelmatig inzamelen en transporteren van afvalwater’. Dit omvat een viertal aspecten (zie ook bijlage 3-1):  inzameling van het binnen het gemeentelijk gebied geproduceerde afvalwater;  transport van het ingezamelde afvalwater naar een geschikt lozingspunt;  voorkomen van vuiluitworp naar bodem, grond- en oppervlaktewater;  minimale overlast voor de omgeving. Strategie Doelmatige inzameling van het afvalwater Bij nieuwbouw wordt afvalwater gescheiden ingezameld van regenwater. Hierdoor worden vervuilende overstortingen op oppervlaktewater beperkt. Foutieve hemelwateraansluitingen op het vuilwaterriool worden daarbij zoveel mogelijk voorkomen. Foutieve vuilwateraansluitingen op regenwaterriolering in stedelijk gebied zijn in de praktijk niet bekend. Indien daar aanleiding voor is (klachten en meldingen) zal hierop geanticipeerd worden middels onderzoek naar foutieve aansluitingen. Verantwoordelijkheid foutieve rioolaansluitingen op de openbare riolering De perceeleigenaar is zelf verantwoordelijk voor een correcte werking en aansluiting van zijn gebouwriolering en buitenriolering (terreinriolering).

De gemeente hanteert als beleid dat geconstateerde foutaansluitingen op het openbaar riool door, of op kosten van de perceeleigenaar hersteld dienen te worden voor zover deze fout zich in het particuliere deel van het riool bevindt.

Doelmatig transport van het afvalwater Vrijvervalriolering: Door het uitvoeren van onderzoeken naar het hydraulisch functioneren van het rioolstelsel brengt de gemeente in beeld hoe afvalwater in de gemeente wordt getransporteerd en waar knelpunten optreden. Hiervoor worden Systeemoverzichten Stedelijk Water opgesteld (SSW’s) als opvolger van het BRP. Middels afkoppeling, de aanleg van gescheiden stelsels en andere hydraulische ingrepen (zoals diametervergroting, aanpassen overstorten), wordt de werking van het (gemengde en vuilwater) stelsel geoptimaliseerd.

3

Waaronder het lozen op de gierkelder WATERTAKENPLAN 2024-2027

6 november 2023

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

7

Open

Drukriolering: Verwacht wordt dat er veel regenwater aangesloten is op de drukriolering, hetgeen een goede werking van het stelsel belemmert (o.a. meer storingen aan pompen en gemalen). De intentie is om eventuele optimalisatie maatregelen te combineren met periodieke vervangingen van pompen en gemalen en de toekomstige vervanging van drukriolering. Extra investeringen zijn echter niet uit te sluiten. Daarnaast zijn particulieren zelf verantwoordelijk voor het verwijderen van eventuele hemelwateraansluitingen op de drukriolering. Hemelwaterlozing in drukriolering Foutaansluitingen aanpakken via milieu- of bouwspoor - RIONED (riool.net) De zorgplicht houdt ook in dat bewoners hemelwater niet in de drukriolering in het buitengebied mogen lozen. De drukriolering is immers bedoeld voor huishoudelijk afvalwater. Grote hoeveelheden hemelwater in het drukriool leiden tot overbelasting, extra energieverbruik en mogelijk zelfs storingen. Als de gemeente constateert dat iemand afstromend hemelwater in de drukriolering loost, kan zij eerst proberen de betreffende perceeleigenaar daarop te wijzen en hem uitleggen dat hij dat water beter in de bodem of het oppervlaktewater kan lozen. Als de eigenaar geen actie onderneemt, kan de gemeente een maatwerkvoorschrift stellen (art.

22.45 bruidsschat omgevingsplan) met daarin een termijn waarbinnen de eigenaar de hemelwaterlozing in de drukriolering moet hebben beëindigd. Na die termijn kan de gemeente handhavend optreden. N.B. Als foutieve aansluitingen in het buitengebied op grotere schaal voorkomen, is het efficiënter om in het omgevingsplan regels voor afkoppelen op te nemen.

Voorkomen van vuiluitworp naar bodem-, grond- en oppervlaktewater Om ongewenste emissies naar bodem- grond en oppervlaktewater te voorkomen en op termijn een toekomstbestendig systeem te krijgen, wordt ook de komende planperiode ingezet op afkoppeling van hemelwater. Hiermee nemen overstortingen op oppervlaktewater nog verder af, zowel in kwalitatieve als kwantitatieve zin. Het Hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van oppervlaktewater. De gemeente draagt zorg voor de beschoeiingen, periodiek baggeren en het op aangeven van het Hoogheemraadschap schoonhouden van de duikers (vijver- en oppervlaktewaterverbindingen) waarvan zij (deels) eigenaar is. Deze kosten worden niet gedekt uit de rioolheffing. Waterkwaliteitsknelpunten als gevolg van riooloverstortingen zijn niet bekend bij de gemeente en het hoogheemraadschap. Regenwateraansluitingen op de drukriolering zijn ongewenst, belemmeren een doelmatige werking van het stelsel en kunnen leiden tot pompstoringen en afvoerproblemen. In het buitengebied worden (illegale) regenwateraansluitingen op de drukriolering in de praktijk als probleem ervaren. Dit leidt tot (aanzienlijk) meer storingen, meer draaiuren van de pompen en dientengevolge meer beheer- en onderhoudskosten en versnelde vervangingen. Daarnaast wordt onnodig hemelwater afgevoerd naar de zuivering.

Rioolvreemd water Naast foutieve aansluitingen kan er ook sprake zijn van andere waterstromen die niet thuishoren in de riolering. Dit wordt aangeduid als rioolvreemd water. Binnen Kaag en Braassem zijn naar verwachting verschillende typen rioolvreemd water aanwezig. In perioden van intensieve neerslag en hevige neerslaggebeurtenissen stroomt er (vermoedelijk) oppervlaktewater naar het gemengde en/ of de vrijvervalriolering. Dit treedt op wanneer het oppervlaktewaterpeil hoger wordt dan de drempels van de riooloverstorten.

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

8

Open

In het kader van de nieuwe SSW’s en voor Polder voor elkaar kunnen wij gezamenlijk met het hoogheemraadschap een watersysteemanalyse uitvoeren, waarin niet alleen de kwantitatieve interactie en consequenties in beeld gebracht worden, maar ook naar de waterkwaliteit gekeken wordt. Daarnaast komt infiltratie van grondwater naar de riolering voor (zeker bij oude buizen met minder goede voegen, in combinatie met de ligging onder grondwaterniveau). Infiltratie via voegen en scheuren in de riolering kan waargenomen worden tijdens periodieke rioolinspecties. Deze gebreken worden al dan niet lokaal verholpen middels reparaties, relining of vervanging. Dit wordt meegenomen bij de beoordeling van de inspecties en bepaling van de noodzakelijke ingrepen in de riolering. Minimale overlast voor de omgeving Bij werkzaamheden in de openbare ruimte worden de belanghebbenden vroegtijdig en goed geïnformeerd over de gevolgen hiervan met betrekking tot bereikbaarheid en bedrijfsvoering. Rioolvervanging wordt zoveel mogelijk afgestemd met wegwerkzaamheden. Daarnaast wordt, indien doelmatig4, gekozen voor relining in plaats van vervanging. Hiermee wordt de overlast (frequentie) voor omwonenden beperkt.

Bij reconstructies maakt Kaag en Braassem gebruik van burgerparticipatie met betrekking tot de bovengrondse inrichting, waarbij ook aandacht wordt besteed aan het beperken van overlast tijdens de uitvoering, bereikbaarheid en tijdelijke maatregelen.

4

Hierbij vindt een afweging plaats tussen kosten (relining is doorgaans goedkoper), de aanleg van gescheiden riolering (afkoppeling), de staat van de verharding, bovengrondse inrichting (toegankelijkheid, wenselijkheid van wegafsluitingen), ondergrondse infrastructuur (kabels en leidingen) en het type ingrijpmaatstaf (verzakkingen, breuk/instorting) een rol. De gemeente kiest voor relining indien dat effectief en doelmatig wordt geacht. 6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

9

Open

Hemelwatertaak De gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling van afstromend hemelwater van percelen waarvan de eigenaren niet zelf kunnen voorzien in afvoer naar oppervlaktewater of bodem. Als de gemeente hemelwater inzamelt, is ze ook verantwoordelijk voor de verdere omgang met het hemelwater, inclusief het lozen in de bodem of in het oppervlaktewater. Zij kan het zowel gescheiden van als gemengd met huishoudelijk afvalwater inzamelen. De gekozen route bepaalt de betrokkenheid van de waterbeheerder. Het waterschap is bij de omgang met het hemelwater betrokken als beheerder van het ontvangende zuiveringswerk en/ of van het ontvangende oppervlaktewater. In het belang van de bescherming van het milieu hanteert Kaag en Braassem navolgende voorkeursvolgorde (conform Wet milieubeheer artikel 10.29a): a. Ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; b. Verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; c. Afvalwater wordt gescheiden gehouden, tenzij het niet gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater; d. Huishoudelijk afvalwater en, voor zover doelmatig en kosten efficiënt, afvalwater dat daarmee wat biologische afbreekbaarheid betreft overeenkomt worden gezameld en naar een inrichting als bedoeld in artikel 3.4 van de Waterwet getransporteerd; e.

Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, wordt hergebruikt; f. Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d lokaal, zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, in het milieu wordt gebracht en g. Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d naar een inrichting als bedoeld in artikel 3.4 van de Waterwet wordt getransporteerd. Bij hemelwater geldt dat lokale lozing van hemelwater in het milieu (al dan niet via een gemeentelijk hemelwatersysteem) de voorkeur geniet boven lozing op een gemengd stelsel. Uiteraard is samenspraak met de waterpartners daarbij onontbeerlijk. In bestaand bebouwd gebied zijn de mogelijkheden voor perceeleigenaren niet altijd aanwezig om zélf het hemelwater te verwerken5, waardoor het niet redelijk is dit van de particulier te verlangen. Daarnaast is in een deel van de bestaande wijken nog een gemengd stelsel aanwezig. Het is dan ook niet redelijk om bij bestaande bebouwing aan de perceeleigenaar te vragen het afvalwater en hemelwater gescheiden aan te bieden6. De gemeente moedigt de particulier aan om in bestaande situaties de tuin (deels) te ont-tegelen, waardoor minder hemelwater tot afstroming komt (waaronder het NK Tegelwippen en andere initiatieven vanuit Stichting Steenbreek).

Bij (projectmatige) nieuwbouw en inbreidingen is het wél goed mogelijk om hemelwater binnen de perceelgrens te bergen en/of infiltreren, gescheiden aan te leveren, naar oppervlaktewater af te voeren en/of binnen het plangebied te bergen. Kaderstelling Ten aanzien van de hemelwaterzorgplicht is het hoofddoel van de gemeente het zorgen voor de afvoer en verwerking van hemelwater waarvan men zich wenst te ontdoen7.

5

Bijvoorbeeld omdat er geen oppervlaktewater is of de infiltratiemogelijkheden (ruimte) en –capaciteit (bodem) beperkt zijn Dit geldt niet wanneer er bouwwerkzaamheden plaatsvinden (verbouw, uitbreiding en/of vervangende nieuwbouw). In dat geval gelden dezelfde uitgangspunten als bij nieuwbouw. 7 voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich te moeten ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiende hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen 6 november 2023 WATERTAKENPLAN 2024-2027 BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001 10 6

Open

Wateroverlast, waterhinder of water op straat: definitie De afvoercapaciteit van rioolstelsels is en blijft beperkt (ook na eventuele rioolverzwaring of andere maatregelen), waardoor water-op-straat tijdens hevige neerslag onvermijdelijk is. (Regen)water op straat bij zeer zware buien is zelfs een van de ontwerpcriteria bij nieuwe regenwaterstelsels. Vaak is water op straat kortdurend van aard en leidt niet tot noemenswaardige overlast of schade. Bewoners accepteren (veelal) een incidenteel water op straat wanneer het extreem regent of geregend heeft, maar de acceptatie is aan grenzen gebonden. Waar deze grens ligt en in welke gevallen er sprake is van hinder of overlast hangt enerzijds af van de frequentie en locatie van water op straat en anderzijds van de gevolgen hiervan. Als gevolg van klimaatverandering zullen bewoners rekening moeten houden met een toename van de kans op water op straat. Definitie De gemeente Kaag en Braassem spreekt van regen- en/of afvalwateroverlast indien:  puur afvalwater (als gevolg van een storing of calamiteit) op straat staat en/of huizen of gebouwen instroomt.  afvalwater afkomstig uit een gemengd rioolstelsel langer dan 2 uur op straat staat én dit stinkt en/ of er toiletpapier en andere (visueel waar te nemen) verontreinigingen in aanwezig zijn (volksgezondheidsrisico).  water via de straat huizen of gebouwen instroomt.

 afvalwater overloopt uit toiletten op begane grond niveau (retourstroom).  water verkeersaders en doorgaande (ontsluitings)wegen gedurende meer dan 1 uur blokkeert.  water langer dan 2 uur hinder oplevert voor het verkeer (gemotoriseerd, fietsers en voetgangers).  (afval)water langer dan 2 uur in een tuin staat en dit water afkomstig is uit het rioleringssysteem. Naast overlast kan er sprake zijn van waterhinder. Voorbeelden van hinder zijn: water tussen de trottoirbanden (dat slechts in beperkte mate stinkt en/of geen of in beperkte mate verontreinigingen achterlaat), ondergelopen achterpaden of tuinen. Dit kan overlast worden wanneer de hinder meerdere uren aanhoudt en/ of frequent optreedt. Norm en ambitie wateroverlast Mede als gevolg van klimaatverandering kan niet uitgesloten worden dat wateroverlast optreedt. Wat is acceptabel en aan welke eisen moet het systeem (en de bovengrondse inrichting) voldoen? Omdat wateroverlast nooit uit te sluiten is, werkt de gemeente met een zelfopgelegde minimale inspanning (‘de norm’). De gekozen (in Nederland gangbare) norm is gerelateerd aan water op straat om eenduidig te kunnen berekenen wat de vereiste minimale inspanning is. Daarnaast is het onderdeel van de hemelwaterzorgplicht om voorbereid te zijn op boven-normatieve neerslag. De gemeente heeft de ambitie om wateroverlast nu en in de toekomst zo veel mogelijk te voorkomen.

Hiervoor worden maatregelen getroffen mits deze kosteneffectief en doelmatig zijn. Norm Kaag en Braassem heeft zich de norm opgelegd dat in bestaande situaties bij bui 08 (een bui die theoretisch gemiddeld eens in de 2 jaar voorkomt) geen of slechts in beperkte mate water-op-straat voor mag komen én dat er bij deze bui géén sprake mag zijn van wateroverlast (zie Definitie).

Het hydraulisch en milieutechnisch functioneren van het rioolstelsel is getoetst en vastgelegd in het BRP: ‘Basis Rioleringsplan Kaag en Braassem 2018’.

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

11

Open

Hemelwaterbeleid In de nieuwe Waterschapsverordening van HHR wordt onderscheid gemaakt in kleinschalige en grootschalige ontwikkelingen. Ten aanzien van de waterbergings- en compensatie-eisen dient de ontwikkelaar te voldoen aan de eisen die vanuit de Waterschapsverordening gesteld worden. Nieuwbouw Bij nieuwbouw en renovatie wordt van de particulier geëist het hemelwater op eigen terrein te verwerken in het geval het perceel direct grenst aan oppervlaktewater. Per project wordt de doelmatigheid van het lozen van hemelwater op het eigen terrein getoetst (bestaand beleid). Voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater, bij in- en uitbreidingen van (nieuw) stedelijk gebied, wordt altijd riolering aangelegd. Bij de aanleg van riolering bij nieuwbouw wordt bewust nagegaan hoe er met hemelwater wordt omgegaan. In uitbreidingsgebieden voor woningbouw worden gescheiden rioolstelsels aangelegd. Daarbij is het voorkómen van risico’s van vervuiling van het afstromende hemelwater een aandachtspunt. Openbare riolering op particulier terrein Indien in nieuwe situaties (waaronder nieuwbouw) hoofdriolering op particuliere percelen aangelegd wordt, wenst de gemeente hiervoor een zakelijk recht te vestigen. Dit om het beheer en onderhoud voor de gemeente te waarborgen.

De kosten hiervan komen in beginsel voor rekening van degene op wiens initiatief er iets aangepast of aangelegd wordt. Perceeleigenaren dienen hieraan mee te werken. Daar waar openbare riolering door particuliere percelen gaat zonder dat zij daarvan profijt hebben, is een vergoeding voor het zakelijk recht op zijn plaats (Tarieven LTO-Gasunie).

Lozing van hemelwater op oppervlaktewater Randvoorwaarde voor de lozing is dat het hemelwater kwantitatief door het ontvangend oppervlaktewatersysteem kan worden verwerkt en lozing van hemelwater niet leidt tot knelpunten in de waterkwaliteit. Waterkwaliteit Uitgangspunt is dat afstromend hemelwater schoon genoeg is om zonder zuivering in het milieu te worden teruggebracht. Als er geen knelpunten in het ontvangend oppervlaktewater of in de bodem worden verwacht, kan het hemelwater worden geloosd zonder toepassing van een zuiverende voorziening. Als later blijkt dat er toch knelpunten optreden, wordt in overleg met het hoogheemraadschap gezocht naar een oplossing. De effecten van een bepaalde ingreep worden in overleg met het hoogheemraadschap kwalitatief ingeschat en op projectniveau besproken. Bij de voorbereiding van rioleringsplannen voor nieuwbouwgebieden wordt het hoogheemraadschap betrokken en wordt de watertoets doorlopen. Percelen in inbreidingsgebieden worden, vooral bij geringe omvang, aangesloten op het bestaande rioolstelsel. Indien er oppervlaktewater aanwezig is, wordt het hemelwater niet aangesloten op de riolering.

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

12

Open

Voor de afvoer van het regenwater wordt bij nieuwbouw uitgegaan van een gescheiden systeem. Het gebruik van bitumineuze materialen, geïmpregneerd hout en uitlogende materialen (zoals lood, zink en koper) beïnvloedt de kwaliteit van het regen- en oppervlaktewater negatief en wordt om deze reden zoveel mogelijk voorkomen. Verwacht wordt dat hemelwater afkomstig van nieuwe bebouwing niet leidt tot onevenredige vuilvracht op het oppervlaktewater. Er zal normaliter daarom geen (lokale) zuivering van het hemelwater nodig zijn alvorens het afstromende hemelwater vanaf de verharde oppervlakken op het oppervlaktewater wordt geloosd. Voor de hemelwaterafvoer van verharde oppervlakken zoals wegen en parkeerplaatsen wordt altijd de mogelijkheden bekeken voor het vertraagd afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. Dit is mogelijk door het hemelwater via (verlaagde) bermen af te voeren of het toepassen van halfverhardingen. Het afvoeren van hemelwater via bermen en halfverhardingen hebben voordelen ten aanzien van de waterkwaliteit doordat het hemelwater via bodempassage op een natuurlijk manier wordt gezuiverd. Daarnaast draagt het vertraagd afvoeren van hemelwater positief bij aan de peilstijgingen van het ontvangende oppervlaktewater bij extreme neerslag.

Waterkwantiteit In een verhard gebied vindt nauwelijks of geen infiltratie in de bodem plaats. De bodemgesteldheid en relatief hoge grondwaterstanden in Kaag en Braassem zijn eveneens een belemmering voor infiltratie. Bij neerslag zal vrijwel al het hemelwater derhalve direct afstromen naar het oppervlaktewater of de riolering. Dit betekent dat bij een flinke regenbui het oppervlaktewatersysteem een grotere afvoerpiek moet opvangen. In het oppervlaktewatersysteem moet daarom voldoende ruimte beschikbaar zijn om dit water te bergen. Bestaand stedelijk gebied – bebouwing De taakopvatting van de hemelwaterzorgplicht van gemeente Kaag en Braassem is als volgt: De gemeente zorgt in bestaand stedelijk gebied voor de inzameling, afvoer en verwerking van hemelwater, met uitzondering van gebieden waar drukriolering aanwezig is en in (recent gebouwde) wijken of andere gebieden waarbinnen de particulier zelf verantwoordelijk is voor de hemelwaterbehandeling. Rekening houdend met bovenstaande uitgangspunten is het gemeentelijk hemelwaterbeleid als volgt: Buitengebied - drukriolering In gebieden met drukriolering verzamelt de gemeente géén hemelwater in. De particulier verwerkt het hemelwater op eigen terrein of voert het hemelwater af naar oppervlaktewater. Hemelwater mag niet aangesloten zijn of worden op de drukriolering.

Stedelijk gebied - vrijvervalriolering De gemeente gaat particulieren die hemelwater lozen op een vrijvervalstelsel in bestaand stedelijk gebied niet verplichten het hemelwater op het eigen terrein te verwerken. De huidige lozingssituatie wordt gehandhaafd.

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

13

Open

Grondwatertaak De gemeente is verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen in de openbare ruimte om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstanden voor de aan die grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Althans, voor zover die maatregelen doelmatig zijn en niet tot de zorg van de waterbeheerder of de provincie behoren. Vaak gaat het om het aanbieden van inzamelvoorzieningen voor overtollig grondwater. Als de gemeente grondwater inzamelt, is zij ook verantwoordelijk voor de verdere omgang met het grondwater. Ook is zij aanspreekpunt bij grondwaterproblemen: zij heeft de regie bij het zoeken naar oorzaken en het vinden van oplossingen. In voorliggend plan is vastgelegd wanneer sprake is van structureel nadelige gevolgen. De aanpak van grondwaterproblemen is maatwerk. Grondwaterproblemen kennen vaak meerdere oorzaken en oplossingen die sterk gevals- en gebiedsafhankelijk zijn. Bovendien hebben particulieren, gemeenten, waterschappen en provincies ieder hun verantwoordelijkheden bij het voorkomen en oplossen van problemen met grondwater. Het is daarom niet eenvoudig om te spreken over algemene maatregelen om grondwaterproblemen tegen te gaan. In deze bijlage zijn de voor het Watertakenplan relevante aspecten overgenomen uit het Grondwaterbeleidsplan Kaag en Braassem (2018).

Afbakening Om de noodzaak te bepalen voor het treffen van maatregelen moeten een aantal kaders worden vastgesteld. Hiervoor is antwoord gegeven op de volgende vragen:  Wat wordt verstaan onder ‘structureel’ te hoge en te lage grondwaterstanden?  Wat zijn structureel nadelige gevolgen?  Wanneer zijn maatregelen doelmatig?  Wie is waarvoor verantwoordelijk? Structureel te hoge en te lage grondwaterstanden Een grondwaterstand (gemeten in het gemeentelijke grondwatermeetnet) wordt als structureel te hoog gedefinieerd als deze ten minste 3 opeenvolgende jaren, langer dan twee opeenvolgende maanden per jaar hoger is dan de gewenste grondwaterstand. Een grondwaterstand op een zekere locatie wordt als structureel te laag gedefinieerd als deze ten minste voor 3 opeenvolgende jaren, langer dan 4 weken (cumulatief) per jaar lager is dan het bovenste funderingshout in de directe omgeving. Als (zolang) de funderingsniveaus niet bekend zijn, wordt een ontwateringsdiepte van 1,5 meter als signaleringswaarde gebruikt. Structureel nadelige gevolgen Er is sprake van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand wanneer er sprake is van een structureel te hoge of te lage grondwaterstand én de volksgezondheid in het geding is of als er schade ontstaat aan constructies van gebouwen, funderingen, verhardingen of beplanting.

Voorbeelden van structurele grondwateroverlast zijn:  Vochtige verblijfsruimten.  Schade aan openbare verhardingen.  Afsterven van groenvoorzieningen. Voorbeelden van structurele grondwateronderlast zijn:  Aantasting van de gebruiksfunctie door droogstand van houten paalfunderingen.  Schade als gevolg van bodemdaling.

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

14

Open

De gemeente vindt dat er geen sprake is van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand bij water in kruipruimtes/kelders of bij natte tuinen. In deze gevallen zijn er geen gevolgen voor de volksgezondheid en treedt er geen schade op. Doelmatig Uitgangspunt is dat kapitaalvernietiging zoveel mogelijk wordt voorkomen. Vanuit doelmatigheid (kosteneffectiviteit) wordt de aanleg van drainage in openbaar gebied bij voorkeur zoveel mogelijk gecombineerd met rioolvervanging en/of ophoging en herbestrating. Dit kan inhouden dat maatregelen worden uitgesteld. Als te nemen maatregelen leiden tot andere negatieve gevolgen die groter zijn dan de ervaren overlast kan de gemeente besluiten af te zien van maatregelen of de maatregelen uit te stellen. Verantwoordelijkheden In de Waterwet zijn de taken en de daarmee samenhangende verantwoordelijkheden als volgt verdeeld:  De perceel eigenaar is verantwoordelijk voor maatregelen op het eigen terrein. Voorbeelden: ontwatering van zijn terrein, de bouwkundige staat van zijn gebouwen. Deze maatregelen moet de eigenaar afstemmen via het waterloket met de gemeente of het waterschap.  De gemeente is verantwoordelijk voor de ontwatering van openbaar terrein. Indien er in het bebouwd gebied sprake is van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming, dan krijgt de gemeente een zorgplicht.

Dit betekent dat de gemeente maatregelen moet nemen waarmee de problemen zoveel mogelijk worden voorkomen of beperkt. Deze gemeentelijke zorgplicht geldt alleen als het gaat om maatregelen die doelmatig zijn en niet tot de verantwoordelijkheid van het waterschap of provincie behoren.  De gemeente draagt zorg voor de eventuele aanleg en onderhoud van de benodigde verzamel- en transportleidingen en de aansluitpunten8 voor de aan- of afvoer van het particulier terrein.  Het waterschap is verantwoordelijk voor de aan- en afvoer van water via watergangen.  De provincie is verantwoordelijk voor vergunningen voor grondwateronttrekking en infiltratie met het doel dit weer te onttrekken. Sinds de komst van de Waterwet betreft dit alleen de onttrekkingen voor de drinkwatervoorziening, de industriële grondwateronttrekkingen groter dan 150.000 m3 per jaar en koude- en warmteopslag. Overige grondwateronttrekkingen vallen onder de verantwoordelijkheid van de waterschappen. De provincie is verantwoordelijk voor het innen van de grondwaterheffing.  De gemeente heeft de regie. Geen enkele instantie is alleen verantwoordelijk en dus aansprakelijk voor de grondwaterstand. Bij klachten over de grondwaterstand maakt de gemeente een analyse van oorzaken, gevolgen en mogelijke maatregelen. De maatregelen bepaalt zij zo veel mogelijk in samenspraak met alle betrokken partijen.

Maatregelen voor transport van overtollig grondwater in openbaar gebied komen voor rekening van de gemeente en kan zij bekostigen uit de rioolheffing. De gemeente legt haar grondwaterbeleid vast in haar beleid (RIONED nieuws). Doelen De volgende vier doelen staan centraal bij de invulling van de grondwaterzorgplicht: 1. Voorkomen van grondwateroverlast en -onderlast. 2. Beperken van grondwateroverlast en -onderlast. 3. Informeren van inwoners en bedrijven. 4. Kennisontwikkeling. Strategie Hieronder zijn de doelen uitgewerkt, waarbij voor de verschillende doelen is aangegeven welke strategie wordt gehanteerd om deze doelen te bereiken. Uitgangspunt bij de doelen zijn de gewenste grondwaterstanden. 8

De gemeente bepaalt de hoogteligging/ diepte, deze is maatgevend voor te realiseren (particuliere) aansluitingen. WATERTAKENPLAN 2024-2027 BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

6 november 2023

15

Open

De gemeente streeft naar de in de tabel weergegeven gewenste grondwaterstanden. Kenmerkend voor het gebied is dat er sprake is van veenafzettingen, waardoor er sprake is van een risico op bodemdaling. Hierdoor zijn de drooglegging en ontwateringsdiepte op sommige locaties zeer beperkt. Dit maakt dat het nastreven van (landelijk gedefinieerde) ontwateringscriteria in bestaand gebied veelal niet doelmatig is. Bij het streven naar de gewenste grondwaterstand maakt de gemeente daarom onderscheid in openbare gebieden met ruime drooglegging (>1 meter) en met geringe drooglegging (< 1 meter), zie onderstaande figuur.

Figuur: Gebieden met een drooglegging groter en kleiner dan 1 meter Tabel: Gewenste grondwaterstanden in relatie tot gebruik

Gewenste grondwaterstand

Type

drooglegging > 1 m

drooglegging < 1 m

Woningen met kruipruimte

0,7 m beneden maaiveld

Max 0,25 m boven oppervlaktewaterpeil

Tuinen en openbare groenvoorzieningen

0,5 m beneden maaiveld

Max 0,25 m boven oppervlaktewaterpeil

Wegen

0,7 m beneden kruin weg

Max 0,25 m boven oppervlaktewaterpeil

Een grondwaterstand (gemeten in het gemeentelijke grondwatermeetnet) wordt als structureel te hoog gedefinieerd als deze ten minste 3 opeenvolgende jaren, langer dan twee opeenvolgende maanden per jaar hoger is dan de gewenste grondwaterstand. Een grondwaterstand op een zekere locatie wordt als structureel te laag gedefinieerd als deze ten minste voor 3 opeenvolgende jaren, langer dan 4 weken (cumulatief) per jaar lager is dan het bovenste funderingshout in de directe omgeving. Als (zolang) de funderingsniveaus niet bekend zijn, wordt een ontwateringsdiepte van 1,5 meter als signaleringswaarde gebruikt.

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

16

Open

Er is sprake van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand wanneer er sprake is van een structureel te hoge of te lage grondwaterstand (zie hoofdstuk 7.2) én de volksgezondheid in het geding is of als er schade ontstaat aan constructies van gebouwen, funderingen, verhardingen of beplanting. Voorbeelden van structurele grondwateroverlast zijn:  Vochtige verblijfsruimten.  Schade aan openbare verhardingen.  Afsterven van groenvoorzieningen. Voorbeelden van structurele grondwateronderlast zijn:  Aantasting van de gebruiksfunctie door droogstand van houten paalfunderingen.  Schade als gevolg van bodemdaling. De gemeente vindt dat er geen sprake is van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand bij water in kruipruimtes/kelders of bij natte tuinen. In deze gevallen zijn er geen gevolgen voor de volksgezondheid en treedt er geen schade op. Voorkomen van grondwateroverlast en -onderlast Het voorkomen van grondwateroverlast- en onderlast is opgesplitst in nieuw te ontwikkelen gebieden en bestaand gebied. Daarnaast is het onderhoud van grondwatervoorzieningen, rekening houden met bodemdaling en klimaatverandering van belang om grondwateroverlast en –onderlast te voorkomen.

Toekomstige werken en nieuwbouw Bij nieuwbouwplannen geldt de volgende voorkeursvolgorde voor maatregelen om te kunnen voldoen aan de gewenste grondwaterstanden:  Voorbelasten en/ of ophogen van het maaiveld tot een drooglegging van 1 meter en een zettingsspeling van 0,15 meter.  Realisatie van extra oppervlaktewater.  Aanleggen drainage-infiltratiesystemen, naast een hemelwaterafvoer. Met deze volgorde gaat de gemeente uit van het duurzaamheidsprincipe. Duurzaam bouwrijp maken betekent in dit geval dat de bij een gebied behorende “natuurlijke” hydrologische situatie bij stedelijke ontwikkeling zo veel mogelijk wordt gehandhaafd. Tevens betekent dit dat zo min mogelijk technische voorzieningen worden gebruikt om de grondwaterstand te reguleren. De gemeente wil het toepassen van een drainage-infiltratiesysteem toepassen in een pilot project. De bovenstaande maatregelen hebben effect op het voorkómen van grondwateroverlast op de lange termijn. Daarnaast vindt de gemeente het belangrijk dat tijdens de bouwwerkzaamheden (korte termijn) geen (grond)wateroverlast en/of -onderlast wordt veroorzaakt bij bestaande / te handhaven bebouwing. Bij de inrichting van een nieuw te ontwikkelen gebied wordt van grotere schaal naar een kleinere schaal gewerkt. Globaal worden de volgende planfasen onderscheiden: 1. Opstellen bestemmingsplan. 2. Opstellen ontwerp- en inrichtingsplan. 3.

Opstellen bouwplannen per kavel. Ad 1. Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient door de initiatiefnemer de watertoetsprocedure te worden doorlopen, dit is verplicht bij bestemmings-wijzigingen. Als onderdeel van deze watertoets dient de “nul situatie” voor het grondwater vastgelegd te worden. Om deze “nul situatie” in beeld te kunnen brengen, kan 6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

17

Open

het noodzakelijk zijn dat de initiatiefnemer (bij voorkeur 3 jaar voorafgaand aan de werkzaamheden) aanvullende peilbuizen (op het basis grondwatermeetnet) moet plaatsen. Tevens dient in de watertoets te worden bepaald welke maatregelen de initiatiefnemer neemt om overlast in de toekomst te voorkomen. De gemeente en het waterschap “toetsen” de uitwerking van deze maatregelen (via de watertoets) en zijn op deze wijze vooraan in het planproces betrokken. Ad 2. Bij het opstellen van een ontwerp- inrichtingsplan werkt de initiatiefnemer de uit de watertoets voorgekomen maatregelen tot in detail uit. De gemeente (en het waterschap) “toetsen” of deze uitwerking uitvoerbaar is en inderdaad grondwateroverlast en -onderlast voorkómt. Ad 3. Voor de omgang met (grond)water op particulier terrein wordt verwezen naar de Voorbeeldverordening afvoer hemel- en grondwatermodelverordening van de VNG. Deze verordening van de VNG biedt de gemeente handvatten om het lozen van grondwater (en hemelwater) op de riolering te reguleren en daarmee grondwateronderlast te voorkomen. Door het grondwater tijdens de hierboven genoemde planfasen nadrukkelijk in de besluitvorming mee te nemen, wordt in theorie grondwateroverlast voorkomen. De controle en sturing op ontwerpen en een vakbekwame uitvoering ervan zijn echter essentiële onderdelen van een duurzaam grondwatersysteem.

Bestaand gebied Bij de voorbereiding van werken maakt de gemeente gebruik van de grondwaterrisicokaarten om risico’s te onderkennen. Hieruit volgen de aandachtsgebieden wat betreft kwetsbare huidige gebruiksfuncties. Als het gaat om renovatie van riolering, herinrichting van de openbare ruimte of andere werkzaamheden waarvoor bouwkundige ingrepen worden verricht aan de ondergrond heeft de gemeente een leidende rol. Hierbij dient het grondwaterbelang nadrukkelijk te worden uitgewerkt in de vorm van een intern (binnen de gemeente) grondwateradvies. Bij de beoordeling van bouwaanvragen van particulieren dient de vergunningverlener van de gemeente het grondwaterbelang goed in beeld te hebben en te betrekken in de procedure. Op basis van het grondwateradvies en / of de bouwaanvraag van particulieren maakt de gemeente een bewuste keuze voor de aanleg van het type riolering en/of drainage alsmede een juist ontwerp van eventuele tijdelijke voorzieningen (denk hierbij bijvoorbeeld aan een goed ontwerp van tijdelijke bemalingen en het op de juiste wijze toepassen van richtlijnen en protocollen). De initiatiefnemer van de uit te voeren werkzaamheden moet aantonen dat er geen risico is op grondwateroverlast en/ of –onderlast door deze werkzaamheden, of dat de initiatiefnemer daartegen afdoende maatregelen neemt.

Voor bemaling moet een watervergunning aangevraagd worden dan wel melding worden gedaan bij het waterschap. Voor veel bouwwerken, die ook invloed kunnen hebben op de grondwaterstand, dient bij de gemeente een omgevingsvergunning aangevraagd te worden. Het is van belang dat de gemeente bij de toetsing van de vergunningaanvraag ook rekening houdt met mogelijke effecten op de grondwaterstand. Onderhoud Voor zover het de voorzieningen in de openbare ruimte betreft is de gemeente verantwoordelijk voor het:  controleren van de staat van de voorzieningen;  controleren van het functioneren van de voorzieningen;  uitvoeren van het reguliere onderhoud van de voorzieningen. De particulier is verantwoordelijk voor de controle en het onderhoud van de grondwater-voorzieningen op het eigen terrein.

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

18

Open

Bodemdaling Rondom en in de gemeente Kaag en Braassem is sprake van veenafzettingen waardoor er sprake is van bodemdaling. Dit proces wordt versneld als er sprake is van lage grondwaterstanden waardoor veenpakketten kunnen oxideren. De gemeente draagt in combinatie met het waterschap en andere gemeenten zorg voor het niet te ver uitzakken van de grondwaterstand door middel van het peilbeheer. In veenweidegebieden worden door het waterschap in principe peilen gehanteerd waarbij de drooglegging kleiner dan 60 cm is om veenoxidatie te beperken. De gemeente streeft er naar de grondwaterstanden in het bebouwde gebied niet verder te verlagen dan noodzakelijk om bodemdaling te beperken. Klimaatverandering Als gevolg van klimaatverandering worden buien naar verwachting intensiever. Dit betekent dat er in kortere tijd meer neerslag valt dan in de huidige situatie. Met behulp van de risicokaart worden gebieden gedetecteerd waar mogelijk hinder ondervonden kan worden van extremere neerslag. De opgave voor de gemeente om hiertegen bestand te zijn omvat onder andere:  Waar mogelijk zorgen voor vergroting van infiltratie in de ondergrond (lastig ter plaatse van kleigronden).  Tijdelijk bergen van water alvorens lozing plaatsvindt, op locaties waar hinder minimaal is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=b2cba079-3248-4a3f-adab-397c3afb19fc