Bijlage 5 Nota van beantwoording Omgevingsvisie (versie 2025)
Tekst van het document
Nota van beantwoording Omgevingsvisie (versie 2025) November 2025 Inleiding De Omgevingsvisie Kaag en Braassem heeft van 25 augustus tot en met 3 oktober 2025 ter inzage gelegen. In deze periode zijn in totaal 124 zienswijzen ontvangen. Daarnaast zijn via het Denk Mee-platform meerdere reacties binnengekomen, waarvan ongeveer veertig reacties van een antwoord zijn voorzien. De reacties hadden vooral betrekking op de dorpsperspectieven uit hoofdstuk tien. Een deel daarvan bestond uit instemmende of positieve reacties, waarin inwoners aangaven zich te herkennen in de visie op hun dorp. Deze reacties zijn niet afzonderlijk in deze nota opgenomen, maar wij bedanken de inwoners voor de tijd en moeite die zij namen om mee te lezen en te reageren. Zorgvuldige beantwoording Het college waardeert de betrokkenheid van inwoners en organisaties bij de totstandkoming van deze hernieuwde Omgevingsvisie. Aan de beantwoording van de zienswijzen ligt mede daardoor een zorgvuldige en evenwichtige weging van alle ingebrachte reacties ten grondslag. Alle zienswijzen zijn zo volledig mogelijk beantwoord, met aandacht voor de zorgen, signalen en suggesties die zijn ingebracht. Na de inzageperiode is een redactionele slag uitgevoerd om de teksten consistenter en beter leesbaar te maken. Deze aanpassingen zijn uitsluitend tekstueel van aard. Ze hebben niet geleid tot inhoudelijke wijzigingen.
Het onderliggende motief voor de redactionele slag was het verder verbeteren van de kwaliteit en toegankelijkheid van de Omgevingsvisie. Opzet van deze nota In deze nota van beantwoording zijn de ontvangen zienswijzen samengevat en vervolgens van een antwoord voorzien. Aan de linkerkant van de tabel staan het zaaknummer en het volgnummer, met daarnaast een korte samenvatting van de zienswijze. In de middelste kolom is de beantwoording van de vragen of opmerkingen opgenomen. In de rechterkolom is aangegeven of de zienswijze heeft geleid tot een wijziging van de Omgevingsvisie. Ook de reacties via het Denk Mee-platform zijn voorzien van een eigen volgnummer en van een antwoord. Vanwege privacy-redenen zijn alle zienswijzen anoniem verwerkt. Met behulp van de pictogrammen in onderstaande tabel is inzichtelijk gemaakt hoe een zienswijze is verwerkt.
Thematische samenhang Sommige onderwerpen zijn meerdere keren als zienswijze ingediend. In zulke gevallen is ervoor gekozen om deze thematisch te beantwoorden. Een aanzienlijk deel van de zienswijzen had bijvoorbeeld betrekking op het onderwerp windturbines, de opgenomen zoekgebieden en de mogelijke gevolgen hiervan voor de leefomgeving. Omdat veel van deze zienswijzen via een vergelijkbaar format zijn ingediend, zijn de opmerkingen en vragen deels samengevoegd en gezamenlijk beantwoord in een uitgebreidere toelichting.
Symbolen
Op welke manier meegenomen of opgenomen in Omgevingsvisie Puzzelstuk voor de Omgevingsvisie. Dit symbool geeft aan welke input uit de zienswijzen wij hebben verwerkt in de Omgevingsvisie. Als input voor de uitvoering. Dit symbool geeft aan welke input uit de participatie veelal te specifiek is voor de Omgevingsvisie. De input waar dit symbool bij staat is echter wel relevant en belangrijk. Om die reden wordt deze input gebruikt in de uitvoering. Denk hierbij aan de opdrachten die wij bij derden uitzetten en in de uitvoeringsdocumenten (zoals onderhoudsplannen, het omgevingsplan, gesprekken met de uitvoerders van ons beleid zoals de Driemaster, aannemers, etc.) meenemen. Voor kennisgeving aangenomen. Op dit moment zien wij geen aanleiding om deze input te verwerken in de Omgevingsvisie of om hier directe actie op te ondernemen. Als input om inwoners, organisaties, en/of interne organisatie te informeren. De gemeente is niet altijd aan zet. T.b.v. sommige opgaven is bijvoorbeeld de provincie of het Rijk eerst aan zet. De input aangeduid met dit symbool nemen wij bijvoorbeeld mee in overleggen met deze partijen. Dit is een (nieuw) idee dat (nog) niet past binnen de opgaven voor de gemeente. Deze zienswijze heeft betrekking op een onderwerp dat in het traject naar de eerdere versies van de Omgevingsvisie (nadrukkelijk) is besproken en vastgesteld.
Zienswijzen – Omgevingsvisie Zaaknr.
Samenvatting zienswijze
903080
Zienswijze 1: In de zienswijze wordt aangegeven dat de ambitie om kleinschalige windturbines, zoals die nu wel bij agrarische bedrijven zijn toegestaan, ook op andere locaties mogelijk te maken. Te denken valt bijvoorbeeld aan verenigingscomplexen of bedrijfslocaties die buiten de bebouwde kom liggen. Volgens de indiener van de zienswijze kan het lokaal opwekken en lokaal gebruiken van duurzame energie, zonder grote infrastructurele ingrepen, een stap naar verduurzaming van de kleine kernen zijn.
Beantwoording
In de Omgevingsvisie is de volgende tekst opgenomen: "Kleine windmolens van maximaal 15 meter mogen geplaatst worden bij (voormalig) agrarische bedrijven, mits deze het landschap en/of de karakteristieke waarden van het boerenerf niet schaden en er dient hierbij rekening gehouden te worden met de Lokale Energiestrategie (LES)." Hoewel we lokale initiatieven waarderen, lijkt het ons op dit moment geen goed idee om de tekst in de Omgevingsvisie omtrent kleine windmolens aan te passen. De gemeente stimuleert verder lokale initiatieven die gericht zijn op het plaatsen van zonnepanelen op daken en parkeerplaatsen. Om verdere verrommeling van het buitengebied tegen te gaan, willen we de mogelijkheden voor kleine windmolens op dit moment niet verder uitbreiden. Uiteraard blijft ruimtelijke ordening maatwerk en staat het eenieder vrij om te allen tijde een aanvraag te doen. Aanvragen zullen vervolgens op hun eigen merites beoordeeld worden.
906461
Zienswijze 2: Meerdere zienswijzen zijn ingediend over het plan om een nieuw openbaar recreatiekavel aan de Does op te nemen op de locatie van de kleine Piestpolder in Hoogmade. Deze zienswijzen zijn afkomstig van omwonenden, volkstuinders en andere belanghebbenden. Zij maken zich zorgen over het verlies van privacy, rust en uitzicht door de directe ligging van het geplande recreatiegebied naast volkstuinen en woningen. Daarnaast vrezen zij overlast door hangjongeren, scooters, lawaai en afval, en wijzen op risico’s voor de zwemveiligheid door stroming
De gemeente benadrukt dat dit perspectief opgesteld is op basis van diverse bewonersavonden in de kerk in Hoogmade in 2024 en hieruit is het ‘Dorpsperspectief Hoogmade 2040 - eindrapportage participatie’ ontstaan. Er is op dit moment geen concreet ontwerp of besluit tot uitvoering. Bij verdere uitwerking van deze potentiële ontwikkeling recreatiegebied Piestpolder zal nadrukkelijk rekening worden gehouden met de omgeving, bestaande functies zoals de volkstuinen, en de zorgen van omwonenden.
Hoe meegenomen
en drukke pleziervaart. De locatie wordt bovendien gewaardeerd als een waardevol stukje natuur met broedende vogels en biodiversiteit. Er is ook bezorgdheid over de kosten van aanleg en het ontbreken van basisvoorzieningen zoals afvalpunten en parkeergelegenheid. Tot slot geven meerdere indieners aan zich niet betrokken te voelen bij het proces en verwijzen naar het eerdere gemeentelijke besluit uit 2018 waarin een zwemplek op deze locatie als ongeschikt werd beoordeeld.
907056
Zienswijze 3: In de zienswijze wordt aangegeven dat de inwoners van Hoogmade het belangrijk vinden dat het landelijke karakter behouden blijft. Er is zorg over dit landelijke karakter met de realisatie van ‘straatje erbij’ aan de westkant van Hoogmade. Voorstel is om een strook groen tussen Hoogmadese Wetering en Hoogmadese Wetering II te laten. Daarnaast zien ze graag dat de gebouwde woningen aansluiten bij de behoefte (liefst 100% woningen voor starters en ouderen), geen grote vrijstaande woningen.
Woningbouwontwikkelingen dienen passend te zijn in de omgeving. Specifiek voor ontwikkelingen aan de rand van een dorp geldt dat er extra aandacht besteed dient te worden aan een goede landschappelijk inpassing en een geleidelijke overgang van bebouwd (dorp) naar onbebouwd (buitengebied). Er zal dus zeker oog zijn voor het landelijke karakter en we nemen de suggesties ter harte. Wel geldt dat we als gemeente gehouden zijn aan de ruimte die we van de provincie krijgen om buiten de BSD-contour te bouwen. BSD staat overigens voor Bestaand Stads- en Dorpsgebieden. Als gemeente voeren we een beleid op de indeling van type woningen binnen projecten. Dit beleid is minstens 30% sociale huur, minstens 40% middensegment en maximaal 30% vrije sector. We zullen hierbij rekening houden met de behoefte bij doelgroepen zoals starters en senioren. Als gemeente gaan we wel altijd het gesprek aan om te kijken of er dan de 70% betaalbare woningen gerealiseerd kan worden. Echter hebben wij hiervoor geen wettelijke basis.
907116
Zienswijze 4: ProRail zet zich in voor de bereikbaarheid van steden. Ontwikkelingen in de nabijheid het spoornetwerk kunnen daaraan bijdragen. Echter, soms kunnen ruimtelijke ontwikkelingen en het
De gemeente onderkent het belang van een goede bereikbaarheid met het OV enerzijds en het waarborgen van een gezonde en veilige leefomgeving anderzijds. Een goede juridisch-planologische regeling draagt bij aan het waarborgen daarvan.
spoor elkaar ook belemmeren. In de zienswijzen wordt aandacht gevraagd voor een aantal onderwerpen: - Er geldt een beperkingengebied rond het spoornetwerk. Hierbinnen zijn bouwactiviteiten vergunningplichtig. Daarnaast vereisen activiteiten binnen dit gebied privaatrechtelijke toestemming van de spoorwegbeheerder. - Gevraagd wordt de instructieregel uit artikel 5.163 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) te respecteren in het gemeentelijk omgevingsplan. - Er dient voldoende afstand te worden bewaard tot voorzieningen ten dienste van de spoorweginfra zoals onderstations en relaiskasten. - Voor een goede leefomgeving dient hinder als gevolg van een nabijgelegen spoor zoveel mogelijk te worden voorkomen.
907475
Verzocht wordt ProRail vroegtijdig te betrekken bij de uitwerking van ontwikkelingen. Tot slot wordt opgemerkt dat de visiekaart in hoofdstuk 11 niet goed leesbaar is. Verzocht wordt de visie bij vaststelling te voorzien van een helder leesbare visiekaart. Zienswijze 5: De zienswijze vraagt om erkenning van duurzame projecten in Kaag en Braassem, zoals zonnepanelen op het gemeentehuis, Dobbe Transport en de Herenboerderij. Het ontbreken van een opmerking over de conceptresultaten va het OER wordt aangekaart. Er is zorg over de haalbaarheid van grootschalige zonnevelden en windturbines, mede door financiering en netcapaciteit. Ook wordt gevraagd of de gemeente actief meewerkt aan lokale initiatieven en of
Momenteel is de gemeente bezig met een plan van aanpak voor het opstellen van het omgevingsplan. Onderdeel van deze exercitie is de invulling die aan instructieregels uit het Bkl moet worden gegeven. Ook beperkingengebieden en de daaraan gekoppelde vergunningplicht zijn daar onderdeel van. Zodra wij toekomen aan de verwerking van deze elementen, wordt u bij de voorbereiding ervan betrokken. Voor zover concrete ontwikkelingen plaatsvinden of worden geïnitieerd, wordt in het kader van het verkrijgen van de vereiste toestemmingen aan verschillende aspecten getoetst. De gemeente neemt uw opmerking ter harte en integreert waar nodig de afstemming met ProRail en mogelijke onderzoekslast in het werkproces van de adviesketen. Tot slot wordt opgemerkt dat wij uw opmerking op de visiekaart (hoofdstuk 11) herkennen. Dit probleem doet zich voor bij de zelfgegenereerde bestanden in .pdf-formaat uit het DSO. De kaarten zijn in het DSO zelf wel goed leesbaar. Daarnaast zullen wij bij vaststelling zorgdragen voor kaartmateriaal in de bijlagen, die wel helder leesbaar zijn in .pdf-formaat.
De gemeente erkent de duurzame projecten in Kaag en Braassem, zoals aangegeven door de indiener. Deze projecten zullen worden opgenomen in de Omgevingsvisie. Voor wat betreft het proces van de Provincie Zuid-Holland, is het op moment van schrijven nog onduidelijk wat de provincie gaat vaststellen. De gemeente vermoed dat de indiener refereert naar de -resultaten van de OER en de herziening van de provincie, maar dat betreft vooralsnog een conceptherziening. Om die redenen wordt er in de Omgevingsvisie niet specifiek naar het proces van de provincie gerefereerd.
wensen uit de sector, zoals hogere kleine windmolens, worden gehonoreerd.
De kosten van de aanleg van zonneparken liggen bij de initiatiefnemer. Voor wat betreft netcongestie, staat in de LES aangegeven dat de netcongestiesituatie wordt opgelost op het moment dat de verschillende onderstations die Kaag en Braassem bedienen zijn uitgebreid. In Kaag en Braassem betreft dit een onderstation in Leimuiden. De verwachting is dat deze stations zijn uitgebreid in respectievelijk 2025 (hoewel een deel van de additionele capaciteit pas in 2027/2028 vrijkomt), 2026 en 2028. Financiering van een zonnepark gebeurt door een initiatiefnemer. Voor wat betreft de wens van de sector om de ashoogte van kleine windmolens te verhogen van 15 naar 20 meter. In de LES is deze wens reeds gehonoreerd. Echter is ook hier nog wijziging van het provinciaal beleid nodig.
907547
Zienswijze 6
Voor wat betreft zonnepanelen op daken van gebouwen en overkappingen van parkeerplaatsen, geeft de gemeente de voorkeur aan lokaal eigendom. Bijvoorbeeld doordat een lokale energiecoöperatie de locatie ontwikkelt. Zie zienswijze 2.
907550
Zienswijze 7
Zie zienswijze 2.
907596
Zienswijze 8
Zie zienswijze 2.
907910
Zienswijze 9: In velen zienswijzen worden zorgen geuit over de mogelijke plaatsing van één a twee windturbines en de opgenomen zoekgebieden. Indieners vrezen dat dit zal leiden tot horizonvervuiling, aantasting en zelfs vernietiging van het Groene Hart en negatieve effecten op natuur en biodiversiteit zoals vogels, weidevogels en vleermuizen. Ook de recreatieve functie van het gebied zou hierdoor worden aangetast.
De gemeente Kaag en Braassem dankt alle indieners voor hun betrokkenheid en de ingediende zienswijzen. Wij begrijpen dat het hoofdstuk voor duurzame energieopwekking, en in het bijzonder de uit de LES overgenomen doelstelling om 1 à 2 windturbines en zoekgebieden zorgen oproepen. Er zijn veel zienswijzen ingediend met verschillende zorgen of argumenten, maar veelal met het verzoek de zoekgebieden te heroverwegen of te schrappen, windturbines helemaal te schrappen en te kiezen voor alternatieven. Om die reden is gekozen om in een algemene beantwoording op dat verzoek te reageren.
Daarnaast worden gezondheidsrisico’s genoemd, zoals geluidsoverlast, hinder door slagschaduw, verstoorde nachtrust en concentratieproblemen. Daarbij speelt mee dat de geluidsoverlast zich
Totstandkoming zoekgebieden De Lokale Energiestrategie (hierna: de LES) is via een zorgvuldig bestuurlijk proces tot stand gekomen. De gebiedstypen en afstanden van de belemmeringen zijn overgenomen uit het
opstapelt met die van het verkeer op de N207 en het vliegverkeer van Schiphol. Over de nabijheid van Schiphol wordt bovendien gevraagd of er overleg heeft plaatsgevonden, of er een risicoanalyse is uitgevoerd en of de aanleg van windturbines gevolgen heeft voor aanvliegroutes en daarmee voor de overlast in omliggende dorpen. Indieners betwijfelen of de zoekgebiedens zorgvuldig en met breed draagvlak tot stand zijn gekomen en stellen dat het participatietraject van de Omgevingsvisie onvoldoende grondig is geweest. Zij wijzen erop dat de zoekgebieden en de geplande turbines niet haalbaar zijn wanneer eerlijke afstandsnormen worden gehanteerd en dat de plannen leiden tot onnodige en onomkeerbare schade. Daarbij wordt benadrukt dat de omgevingsvisie en de LES in strijd zijn met provinciaal beleid en dat de gemeente zichzelf in de voet schiet door windturbines op te nemen. Ook worden maatschappelijke kosten en de beperkte rendabiliteit van windturbines genoemd. Volgens indieners zijn de nationale doelen voor duurzame energieopwekking reeds gehaald, waardoor extra windturbines onnodig zijn. In lijn daarmee stellen indieners dat het RES-bod eerst herijkt moet worden voor de zoekgebieden en windturbines uit de LES worden overgenomen in de Omgevingsvisie.
De voorkeur gaat volgens de indieners uit naar kleinschalige en innovatieve alternatieven, zoals zonnepanelen op daken, aquathermie, kleinschalige wind en nieuwe technologieën zoals SMR’s. Zij stellen dat onvoldoende is onderzocht of deze beter bij de gemeente passen en dat de gemeente het voorzorgsbeginsel zou moeten toepassen door eerst de gezondheid, leefkwaliteit,
PlanMER RES Holland Rijnland. Vanuit deze belemmeringen redenerend zijn er diverse zoekgebieden naar voren gekomen voor opwek via zowel zon als wind. Op basis van de uitkomsten van de inwonersavonden en atelierbijeenkomsten hebben we een voorkeursscenario voor de opwek van energie met zon en wind gemaakt. Het scenario kenmerkt zich door een kleinschalige en praktische aanpak voor zonneparken naast drie mogelijke gebieden voor windturbines langs de A4 en N207, die op basis van de harde en zachte belemmeringen en de input van belanghebbenden naar voren komen. De gemeente hecht waarde aan het doorlopen proces en zal de zoekgebieden om die reden niet heroverwegen. Wel erkent de gemeenten op basis van de ontvangen zienswijzen dat het opnemen van de zoekgebieden uit de LES in de Omgevingsvisie geïnterpreteerd kunnen worden als concrete plannen. Om misverstanden te voorkomen, heeft de gemeente ervoor gekozen om de zoekgebieden uit de kaart van de Omgevingsvisie te halen. Daarnaast heeft de gemeente naar aanleiding van de zienswijzen in de Omgevingsvisie opgenomen dat de gemeente tegen grote windparken is. Alternatieven Bij het opstellen van de LES zijn de mogelijkheden om de gemeentelijke ambities tot 2030 te halen onderzocht. Opwek via zonnepanelen op daken en parkeerplaatsen levert niet genoeg energie op.
Ook niet in combinatie met een verdere besparing door isolatiemaatregelen in de bebouwde omgeving. Alternatieven zoals geothermie en aquathermie zijn nog sterk in ontwikkeling, waardoor adoptie trager zal zijn. In Kaag en Braassem blijkt er wel technische potentie te zijn voor kleinschalige warmtenetten op basis van aquathermie uit het Braassemermeer, maar uit eerder onderzoek is gebleken dat dit economisch gezien lastig/niet rendabel te krijgen is. Bovendien is ook de inzet hierop onvoldoende om de ambities tot 2030 te kunnen halen. Voor wat betreft SMR’s: daar wordt landelijk onderzoek naar gedaan en naar verwachting zal realisatie in Nederland niet voor 2040 plaatsvinden. In de LES zijn randvoorwaarden opgenomen om de realisatie van de energietransitie in goede banen te begeleiden. Eén daarvan is een goede balans tussen flexibiliteit en doelmatigheid. Flexibiliteit stelt in staat om adaptief om te gaan met (technologische) veranderingen, terwijl doelmatigheid ertoe leidt dat er nu al
natuur en landschap centraal te stellen. Daarbij wordt gevraagd om windturbines op minimaal twee kilometer afstand van woningen te plaatsen, geluidsoverlast en slagschaduw strikt te beperken en woningwaardedaling actief te compenseren. Samenvattend wordt de gemeente verzocht de zoekgebieden langs de N207 te heroverwegen of te schrappen, alternatieve vormen van duurzame energieopwekking actief te onderzoeken en bij toekomstige herzieningen expliciet rekening te houden met gezondheid, leefkwaliteit, natuur en internationale verplichtingen. Alleen op die manier kan volgens de indieners worden voorkomen dat onnodige schade wordt aangericht en dat de gemeente aantrekkelijk blijft om in te wonen.
strategische keuzes worden gemaakt om tussenliggende doelen te bereiken. Aangezien nieuwe technologieën zich ontwikkelen die mogelijk na 2030 kunnen gaan concurreren met de huidige bewezen technieken, is het streven om de optie open te houden over te schakelen naar deze technologieën zodra ze praktisch en economisch haalbaar zijn. Tegelijkertijd wordt er nu actie ondernomen door te investeren in bewezen technieken zonder af te wachten, dit gezien de urgentie van de energietransitie. Gezondheidsrisico’s en overlast De zoekgebieden en de keuze om de doelstelling van de gemeente te realiseren met wind én zon, komen dus voort uit de LES. De aangedragen argumenten en zorgen in de zienswijzen zien met name op de gezondheidsrisico’s en overlast. Deze zorgen neemt de gemeente serieus en zullen een rol spelen in aanloop naar de vaststelling van het beleidskader wind- en zonne-energie, waarbij ook de meest actuele inzichten en normen worden toegepast. Door de normen over slagschaduw, geluidsoverlast en afstand op te nemen in het beleidskader, wordt geborgd dat gezondheid, leefkwaliteit en natuurwaarden nadrukkelijk worden meegewogen. De gemeente zal daarin de nationale ontwikkelingen volgen. Echter is de gemeente voornemens verder te gaan. Zo kan er binnen de wettelijke kaders voor een configuratie gezorgd worden die overlast en impact op de leefomgeving verder beperkt.
De gemeente wil daarbij zoveel als mogelijk zorgen voor een inpassing waarbij rekening gehouden wordt met een zo groot mogelijke afstand van huizen, in combinatie met een goede landschappelijke inpassing waarbij impact op landschap, natuur en milieu zo ver mogelijk geminimaliseerd wordt. Financiële compensatie In het nog op- en vast te stellen beleidskader opwek wind- en zonne-energie wordt ook lokaal eigendom en financiële participatie vastgelegd, waarbij inwoners kunnen delen in de financiële opbrengsten van een project. Strijdig met provinciaal beleid Bekend is, dat een keuze voor grootschalige opwek middels wind in strijd is met het vigerende beleid van de provincie die deze vorm van opwek in het Groene Hart uitsluit. Tegelijkertijd is bekend dat
de provincie voornemens is om het beleid in dat opzicht aan te passen waardoor opwek met wind wel mogelijk zou worden. In de conceptherziening van het omgevingsbeleid van de provincie staan grote zoekgebieden opgenomen. De provincie baseert zich daarbij op de Omgevingseffectrapportage (OER). De gemeente verzoekt de provincie om zich in het omgevingsbeleid van de provincie zich te beperken tot de zoekgebieden uit de LES. Schiphol en luchtvaartveiligheid De nabijheid van Schiphol vraagt om extra zorgvuldigheid en in de LES staat opgenomen dat het kan leiden tot bepaalde (ruimtelijke) beperkingen. Binnen het beperkingengebied moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd bij de Inspectie Leefomgeving en Transport. Deze vergunning is in lijn met internationale wetgeving. Het is niet de verwachting dat een vergunning tot andere aanvliegroutes zal leiden. Een risicoanalyse is wat de gemeente betreft onderdeel van de Omgevingseffectrapportage (OER) dat de Provincie Zuid-Holland heeft uitgevoerd. Daarin stelt de provincie dat de zoekgebieden uit de LES overlap hebben met toetsingsvlakken en daardoor volgens de OER kansrijk te maken zijn voor de plaatsing van windturbines. Voorzorgsbeginsel De LES en het opnemen van de uitgangspunten in de Omgevingsvisie is niet in strijd met het voorzorgsbeginsel.
De beleidskaders en uitvoeringsmaatregelen moeten nog worden vastgesteld en zolang daar geen sprake van is, is er geen direct risico waarvoor voorzorgsmaatregelen vereist zijn. Landelijke doel behaald en herijking RES-bod De nationale opwekdoelen voor 2030 zijn gehaald. Het demissionair kabinet stelt in de concept-Nota Visie en Ruimte echter dat het t.a.v. wind op land uitgaat van de RESdoelstellingen. Het doel voor 2030 is een tussenstap naar het doel uit het klimaatakkoord om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Het RESbod van Holland Rijnland voor 2030 is te ambitieus bevonden door de regiogemeenten en de regiogemeenten hebben dan ook de wens uitgesproken om het RES-doel te herijken. Het herijken van een RES-bod is een zorgvuldig proces, wat een half jaar tot een jaar zal duren. De Omgevingsvisie wordt vastgesteld op basis van
het huidige RES-bod en vastgestelde LES. De gemeente heeft op basis daarvan nu in de tekst toegelicht dat de regiogemeenten de wens hebben uitgesproken het RES-doel te herijken.
907937
Zienswijze 10
De gemeente is zich bewust van de ontstane onrust en begrijpt die ook. De gemeente blijft zich actief uitspreken tegen de grotere zoekgebieden en aantallen windturbines dan vastgesteld in de LES. De gemeente neemt de zorgen van de inwoners daarnaast serieus. Net als in de voorgaande fasen is de gemeente voornemens om samen op te lopen met inwoners, belanghebbenden en deskundigen, specifiek in de eerstvolgende fase waarin de spelregels van de duurzame opwekopgave verder worden uitgewerkt. Hierbij moet gedacht worden aan afstandsnormen, een verdiepingsslag op de landschappelijk impact en het onderzoek van mogelijke gezondheidsrisico’s. Op dit moment is deze fase gepauzeerd vanwege de ontwikkelingen op provinciaal niveau. Bovenstaande heeft de gemeente toegelicht in de Omgevingsvisie. Zie zienswijze 9.
907939
Zienswijze 11
Zie zienswijze 9.
907943
Zienswijze 12
Zie zienswijze 9.
907948
Zienswijze 13
Zie zienswijze 9.
907955
Zienswijze 14 Zienswijze 15: Indieners betwisten de grondigheid van het doorlopen participatietraject zoals omschreven in het Ontwerp Omgevingsvisie (2025) van de gemeente Kaag en Braassem.
Zie zienswijze 9.
907959
Zie zienswijze 9 voor andere punten uit deze zienswijze. Zie ook zienswijze 63, die eveneens ingaat op de dorpentour Rijnsaterwoude. Het college zal volledigheidshalve naar zienswijze 15 verwijzen. Wij danken alle indieners voor het kenbaar maken van hun zienswijzen aangaande het participatietraject bij de herziening van de Omgevingsvisie (2025). Graag reageren wij hier inhoudelijk als volgt op. De Omgevingsvisie is een levend document. Het tracht een balans te zoeken tussen meebewegen met de maatschappelijke ontwikkelingen maar ook trouw te zijn aan een aantal kernwaarden
en een zekere koers. Daarom wordt de Omgevingsvisie om de zoveel tijd herzien. Bij het opstellen van de allereerste Omgevingsvisie is er in 2018 en 2019 bijzonder veel tijd en aandacht in de participatie gestoken. Er zijn destijds bijeenkomsten georganiseerd (zowel themabijeenkomsten als dorpsbijeenkomsten), prikkelende spandoeken opgehangen, informatieve en wervende filmpjes gemaakt, persoonlijke brieven naar alle inwoners en ondernemers verstuurd en talloze andere activiteiten ontplooid om met elkaar het gesprek te voeren over de toekomst van de gemeente Kaag en Braassem. Zowel binnen als buiten het gemeentehuis. Vervolgens is er bij iedere afzonderlijke herziening opnieuw tijd en aandacht gestoken in de participatie. De ene keer wat meer dan de andere keer. Vaak met meerdere bijeenkomsten en mogelijkheden om mee te denken en te praten. Inmiddels zijn we aanbeland bij de derde herziening. Met andere woorden, er zijn in de afgelopen vijf jaar in ieder dorp meerdere momenten voorbij gekomen waarbij inwoners, ondernemers en overige partijen de kans hebben gekregen om – vaak op locatie (= in het eigen dorp) – mee te praten en mee te denken over de toekomst van Kaag en Braassem.
(Tijdens de coronapandemie zijn er vervangende digitale bijeenkomsten georganiseerd.) Specifiek bij de huidige herziening is er bewust voor gekozen om bij twee dorpskernen (Hoogmade en Kaag) meer tijd en aandacht te steken in de participatie. Zij hebben die wens zelf kenbaar gemaakt. Los van het feit dat het onwenselijk is dat alle dorpen op eenzelfde manier worden behandeld (omdat de dorpen nu eenmaal verschillend zijn), is het voor een kleine gemeente als de gemeente Kaag en Braassem simpelweg onmogelijk en onrealistisch om met alle dorpen tegelijkertijd zo’n intensief participatietraject te doorlopen. Om toch alle inwoners een kans te geven om mee te denken en mee te praten, is ervoor gekozen om minimaal één fysieke bijeenkomst in de overige dorpskernen te organiseren. Tijdens die bijeenkomst is er bewust gekozen om niet alle beleidsthema’s zeer kort te bespreken, maar op basis van cijfers en statistieken de diepte op te zoeken op specifieke thema’s die in meer of mindere mate lijken te spelen in de kernen. Omdat de
dorpen verschillend zijn, omdat we kwaliteit kiezen over kwantiteit, omdat bepaalde thema’s onlangs of op korte termijn met een zelfstandig participatietraject in de dorpen voorbij zijn gekomen of nog gaan komen. Met het verder organiseren van een nieuwe, laagdrempelige mogelijkheid om digitaal te participeren, de aanvullende pogingen om de doelgroep 18- tot 25-jarigen te betrekken, de zeer uitgebreide participatie op afzonderlijke beleidsterreinen zoals duurzaamheid, ondernemen en recreatie als ook de doorlopende participatie tijdens de beleidsuitvoering– die voor zover dat wenselijk werd geacht ook is meegenomen in deze Omgevingsvisie, is de gemeente Kaag en Braassem van mening dat de participatie voor deze herziening voldoende “grondig” en afdoende is doorlopen. Wij nemen uw zienswijze daarom ter kennisgeving aan. 907962
Zienswijze 16
Zie zienswijze 9.
907993
Zienswijze 17
Zie zienswijze 9.
908002
Zienswijze 18
Zie zienswijze 9.
908034
Zienswijze 19
Zie zienswijze 9.
908053
Zienswijze 20
Zie zienswijze 9.
908080
Zienswijze 21
Zie zienswijze 9.
908112
Zienswijze 22
Zie zienswijze 9 en zienswijze 15.
908155
Zienswijze 23
Zie zienswijze 9.
908160
Zienswijze 24
Zie zienswijze 9.
908195
Zienswijze 25
Zie zienswijze 9.
908208
Zienswijze 26
Zie zienswijze 9.
908212
Zienswijze 27
Zie zienswijze 9.
908215
Zienswijze 28
Zie zienswijze 9.
908222
Zienswijze 29
Zie zienswijze 9.
908249
Zienswijze 30
Zie zienswijze 9.
908301
Zienswijze 31
Zie zienswijze 9.
908303 908310
Zienswijze 32 Zienswijze 33 Zienswijze 34: Met de zienswijze vraagt indiener aandacht voor het feit dat er in de Omgevingsvisie niets staat over het luiden van kerkklokken bij gelegenheden (kerkdiensten, uitvaarten, etc.) en het slaan van de klokken op hele uren. Indiener wil voorkomen dat er beperkingen worden opgelegd en wenst dat de huidige toegestane regels gehandhaafd blijven.
908410 910628
Zienswijze 35: Met de zienswijze vraagt indiener om te anticiperen op de mogelijke realisatie van een woon-zorgcomplex in Hoogmade, waar nu een haalbaarheidsonderzoek voor plaatsvindt, en daarbij niet te wachten tot de nieuwe herziening van de Omgevingsvisie.
Zie zienswijze 9. Zie zienswijze 9. Op dit moment staat in paragraaf 4.8.1 van de Omgevingsvisie dat het gemeentelijke uitgangspunt omtrent het aspect geluid “het behouden van de huidige geluidssituatie en waar mogelijk het verbeteren hiervan” is. De gemeente beoogt de huidige geluidsruimte te handhaven en er is op dit moment geen aanleiding om te denken dat geluidnormen voor kerkklokken aangescherpt worden. Wij zien dan ook geen reden om de tekst in de Omgevingsvisie op dit onderdeel aan te passen/vullen. Concretere regels omtrent het aspect geluid zullen landen in het omgevingsplan of eventueel een programma, maar niet in de Omgevingsvisie. Bedankt voor uw zienswijze en het op de hoogte brengen van uw initiatief. Omdat uw initiatief zich op dit moment nog in een relatief pril stadium bevindt en niet op het niveau van uitvoering, lijkt het ons niet verstandig als zodanig op te nemen dorpsperspectief van Hoogmade. Wel hebben we op basis van uw reactie de volgende toevoeging gedaan in het dorpsperspectief. Oude formulering: Maar ook het in stand houden van “sociaalculturele voorzieningen” is een getuige van de veerkracht en het saamhorigheidsgevoel.
Zo wisten de inwoners de verwoeste OLVGeboortekerk in ere te herstellen, bleef de supermarkt met een slimme actie in bedrijf en verbouwde de voetbalvereniging MMO – een vereniging die als bindmiddel dient binnen de gemeenschap – de kantine en kleedlokalen geheel zelfstandig. Nieuwe formulering: Maar ook het in stand houden van “sociaalculturele voorzieningen” is een getuige van de veerkracht en het saamhorigheidsgevoel. Zo wisten de inwoners de verwoeste OLVGeboortekerk in ere te herstellen. Daarbij keek men vooruit: wonen en het verlenen van zorg kan in de toekomst wellicht gecombineerd worden door de woningen die in de pastorie werden gerealiseerd. Verder bleef de supermarkt met een slimme actie in bedrijf en verbouwde de voetbalvereniging MMO – een vereniging die als
bindmiddel dient binnen de gemeenschap – de kantine en kleedlokalen geheel zelfstandig. Deze toevoeging is overigens in lijn met de vorige versie van de omgevingsvisie. Mocht u te zijner tijd verder zijn met uw woonzorg-initiatief, dan verzoeken wij u uw initiatief kenbaar te maken bij ons via een conceptverzoek. Wij kijken vervolgens graag met u mee. Wanneer het dorpsperspectief volgens u “treffend” is, dan zou uw initiatief in principe binnen onze visie en doelstellingen moeten passen. Wij wensen u voor nu succes en voorspoed met uw initiatief. 908412
Zienswijze 36: Met de zienswijze vraagt indiener aandacht voor het feit dat op dit moment de mogelijkheden voor herbestemming van de kerken in Oud Ade en Rijpwetering worden onderzocht. Uit de onderzoeken blijkt het herbestemmen van deze gebouwen naar wonen de meest reële optie te zijn. Indiener verzoekt die bestemming mogelijk te maken in de Omgevingsvisie.
908310
Zienswijze 37
Als gemeente zijn we op de hoogte van de wens tot en onderzoeken naar herbestemming van de twee kerken in Oud Ade en Rijpwetering. Hierover zijn ook gesprekken gevoerd met de parochie. In dit stadium van het proces is de herbestemming van deze twee kerken en bijgebouwen naar wonen wat de gemeente betreft dan ook goed voorstelbaar. In het dorpsperspectief van Oud Ade - Rijpwetering (paragraaf 10.2.9) wordt de herbestemming van de kerken reeds meerdere keren aangehaald. Echter, het mogelijk maken van deze (her)bestemming in de Omgevingsvisie is nog een stap te ver. Bovendien is dat vooral iets dat uiteindelijk vorm moet krijgen als wijziging van het omgevingsplan. Zie zienswijze 9.
908523
Zienswijze 38
Zie zienswijze 2.
908532
Zienswijze 39
Zie zienswijze 9.
908535
Zienswijze 40 Zienswijze 41: Indiener verzoekt de zin dat de gemeente een windturbine qua ruimtebeslag efficiënter vindt dan een zonneweide” te verwijderen of aan te passen, aangezien deze feitelijk onjuist en misleidend is. Zie zienswijze 9 en 43 voor de andere punten uit deze zienswijze.
Zie zienswijze 9.
908537
De gemeente zal de zin aanpassen. In de Lokale Energiestrategie is een voorkeursscenario vastgelegd, bestaande uit 1 à 2 windturbines en 30 tot 40 hectare zonnepanelen (50% - 50%). Als dat voorkeursscenario alleen uit zonnepanelen zou bestaan en wel hetzelfde opwekdoel zou hebben, zouden er 60 tot 80 hectare zonneparken nodig zijn. Dat zijn tussen de 89 en 118 voetbalvelden. Combinaties van wind en zon hebben de voorkeur, om zowel de netbelasting als impact op het landschap te
908553
Zienswijze 42
908612
Zienswijze 43 Indieners stellen dat voor een nieuwe provinciale omgevingsvisie er een PlanMER moet worden gemaakt en de concept-OER voldoet niet aan de eisen die aan een PlanMER worden gesteld. Ook stellen indieners dat de gemeente Kaag en Braasem een PlanMER had moeten aanbieden bij de ter inzage legging van haar Omgevingsvisie. De gemeente kan immers niet terugvallen op de provinciale PlanMER, die er (nog) niet is. De andere punten uit deze zienswijze zijn opgenomen bij zienswijze 9.
minimaliseren. Zie zienswijze 9 en 43 voor de beantwoording van de ze andere punten uit deze zienswijze. Zie zienswijze 9. In de herziening van de omgevingsvisie spreekt gemeente over ontwikkelingen die aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Echter omdat er in deze fase nog geen definitieve locaties zijn toegewezen blijven de wijzigingen op strategisch niveau en volstaat de plan-mer-beoordeling. Bij verdere uitwerkingen in omgevingsplannen, programma’s of projectbesluiten kan voor deze (en mogelijk nog andere) ontwikkelingen alsnog een mer-procedure aan de orde zijn. Zie zienswijze 9 voor de beantwoording voor de andere punten uit deze zienswijze.
908735
Zienswijze 44
Zie zienswijze 9.
908740
Zienswijze 45
Zie zienswijze 9.
908747
Zienswijze 46
Zie zienswijze 9.
908752
Zienswijze 47: Indiener verzoekt het woord '''schone'' bij energie te verwijderen, omdat indiener stelt dat de stoffen die gebruikt worden in windmolens en de nagenoeg ontbrekende mogelijkheden tot recycling van bladen van windturbines. Volgens indiener is het niet zorgvuldig dat concrete toetsing moet plaatsvinden als zich een initiatiefnemer heeft gemeld.
Met schone energie wordt energie bedoeld die wordt opgewekt uit bronnen die geen of nauwelijks broeikasgassen en andere vervuilende stoffen uitstoten tijdens het product. De gemeente stelt verder dat er eerst een beleidskader vastgesteld moet worden met regels waaraan windturbines of zonneparken moeten voldoen. Zodra dat beleidskader is vastgesteld, kan een initiatiefnemer zich melden en volgt het vergunningsproces. Zie zienswijze 9 en 43 voor de beantwoording van de andere punten uit deze zienswijze.
Voor de punten uit deze zienswijze over het RESbod, het schrappen van de windmolens en alternatieven verwijzen wij naar de algemene samenvatting van ingediende zienswijzen. 908755
Zienswijze 48: Indiener van de zienswijze waardeert de brede en integrale aanpak die de gemeente kiest. Echter,
De gemeente is blij te horen dat de brede aanpak gewaardeerd wordt. Ook delen wij de mening dat een Omgevingsvisie een visie
op onderdelen is reclamant van mening dat de gemeente te ver gaat in het formuleren van concrete maatregelen en normen. Reclamant verzoekt de gemeente daarom om: • Normstellende elementen uit de visie te verplaatsen naar het omgevingsplan of uitvoeringsprogramma’s. • De visie te beperken tot ambities, ontwikkelrichtingen en keuzes op hoofdlijnen. • Specifieke locaties en technische verplichtingen pas vast te leggen in juridische instrumenten (omgevingsplan) of in uitvoeringsprogramma’s. Op deze manier blijft de Omgevingsvisie richtinggevend en strategisch en behoudt de gemeente ruimte voor participatie en politieke afwegingen bij de verdere concretisering van keuzes. 911311 908779
Zienswijze 49: De dorpsraad van Hoogmade heeft een zienswijze ingediend waarin de gemeente wordt gevraagd een aantal ambities te verduidelijken die het dorp heeft opgesteld en in verkorte vorm zijn opgenomen in het dorpsperspectief van Hoogmade, onder hoofdstuk tien van de Omgevingsvisie. De voorstellen die de dorpsraad doet zijn ambities afkomstig uit het document ‘Dorpsperspectief Hoogmade 2040 Eindrapportage participatietraject’. Dezelfde rapportage is gebruikt om het dorpsperspectief van Hoogmade op te stellen dat wordt gebruikt in de Omgevingsvisie. Het ontbreekt volgens de dorpsraad aan een aantal specifieke termen en zinnen.
op hoofdlijnen moet blijven. Wat ons betreft is dan ook geen sprake van normstellende elementen of technische verplichtingen in de visie, slechts van het benoemen van mogelijkheden of denkrichtingen die kunnen bijdragen aan het verwezenlijken van doelstellingen, zoals bijvoorbeeld het noemen van wadi’s als oplossing voor waterberging. Dat een Omgevingsvisie een visiedocument moet zijn, betekent overigens niet dat in het geheel geen concrete ontwikkelingen of beleidskeuzen zouden mogen worden benoemd. Let wel, wij benoemen onderwerpen waar al langer over gesproken of gediscussieerd wordt of waar we ons als gemeente voor inzetten. Dat deze benoemd staan in de Omgevingsvisie maakt de visie niet minder richtinggevend of strategisch. Dat ze benoemd staan betekent ook niet dat er geen ruimte zou zijn voor participatie of politieke afwegingen. Voor alle voorbeelden of ideeën die benoemd zijn, moet immers een uitvoeringsprogramma worden opgesteld of een ruimtelijke procedure worden doorlopen. De mening dat sprake zou zijn van normstellende of uitvoerende maatregelen, technische verplichtingen of concrete juridische kaders voor (ruimtelijke) ontwikkelingen, deelt de gemeente dan ook niet. Wij danken de dorpsraad van Hoogmade voor hun zienswijze.
De antwoorden die volgen zijn in meer of mindere mate reeds mondeling toegelicht richting de dorpsraad, maar zullen ter volledigheid worden opgesomd, inclusief eventuele doorgevoerde aanpassingen van het dorpsperspectief Hoogmade. -
-
Aangaande de opmerking over het aanvullen van beheerste groei: het volgende is toegevoegd: Op deze manier wil het dorp groeien naar zeker tweeduizend inwoners wat volgens het dorp zou moeten leiden naar “duurzame vitaliteit”. Aangaande de opmerking wijzigen “omringd” door “geflankeerd”: is overgenomen en gewijzigd. Aangaande de opmerking “wordt in de komende periode gekeken naar”: een kwestie van definitie en woordkeuze waarbij de wijziging niet gaat leiden tot een andere aanpak. “Pakt de regie” is toegevoegd. ‘Zodat er “nieuw bloed door de anderen kan stromen,”’ is op verzoek verwijderd.
-
-
-
-
-
-
-
Aangaande de opmerking nieuwbouwlocaties Hoogmade West en Polderkade: de volgende zin is toegevoegd: De logische toekomstige uitbereidingsrichting in Hoogmade is in westelijke richting. Aangaande opmerking aanscherpen alinea 2 en 3 samenvoegen: niet gewijzigd omdat de voorgestelde wijziging in wezen niets veranderd. Aangaande opmerking nieuwe ontsluiting t.b.v. nieuwbouw: toegevoegd achter punt 3 – het verbeteren van de verkeerssituatie: (onder meer middels een tweede ontsluitingsweg). Aangaande opmerking “beleidskaders zijn al tijdens het participatietraject getoetst” blijft ongewijzigd en wordt ter kennisgeving aangenomen omdat de reden waarom “een eerste rondgang op het gemeentehuis” is opgenomen (met de daaruit volgende adviezen voor de werkpakketten) is gericht op het scheppen van duidelijkheid waar het eigenaarschap ligt en wat Hoogmade op dit moment van de gemeente kan verwachten. Aangaande de opmerking “aanscherpen parkeergelegenheid aan de randen van het dorp” wordt niet overgenomen (dus ter kennisgeving aangenomen) omdat de gemeente dit op dit moment niet van plan is. Aangaande de opmerking “wijzigen Boszone A4/HSL” wordt niet gewijzigd en dus ter kennisgeving aangenomen omdat hoewel het formeel gezien geen weidevogelgebied is er wel weidevogels zitten en de bereikbaarheid van de hulpdiensten geen subjectieve opmerking is.
De voorgestelde ambitie over biodiversiteit, etc. staat reeds benoemd. Aangaande de opmerking “aanscherpen nieuwe recreatieve verbindingen en molens recreatief verbinden” is toegevoegd bij de concrete ideeën van het dorp middels: “met molens als ijkpunten” om zo “de dorpse identiteit en landschappelijke kwaliteiten” te versterken. Aangaande de opmerking “aanscherpen aantrekkelijker dorpshart”: de ambitie is aangescherpt op basis van de input van de dorpsraad. De zin waarvan men vraagt deze te verwijderen wordt niet verwijderd omdat de gemeente op korte termijn niet voornemens is verkeerskundige onderzoeken of aanpassingen aan de verkeerssituatie te verrichten.
-
-
-
Aangaande de opmerking “aanscherpen recreatiekavel aan de De Does” wordt gewijzigd op basis van de ambitie van het dorp en de input gegeven door de dorpsraad. Daardoor is “met “onder andere een aanlegsteiger, picknickplaats en speelvoorziening” toegevoegd bij de ambitie. Aangaande de opmerking “aanvullen de vergrijzing van het dorp is een grote zorg”. Overgenomen. Aangaande de opmerking “wijzigen aandienen van nieuwe kansen” is overgenomen en verwijderd. Aangaande de opmerking over de verbeelding: Er is bewust gekozen om in de verbeelding bij dit dorpsperspectief slechts drie bolletjes op te nemen. Deze verwijzen naar ontwikkelingen die op dit moment voldoende concreet en relevant zijn om weer te geven. De overige punten in de eindrapportage zien wij vooral als ambities voor de langere termijn en zijn daarom niet opgenomen. De mate van detail verschilt per dorp, omdat in sommige dorpen de komende jaren meer concrete ontwikkelingen te verwachten zijn dan in andere. Ten opzichte van de vorige versie zijn enkele bolletjes juist verwijderd, omdat de bijbehorende ontwikkelingen inmiddels zijn gerealiseerd. Wel zien wij dat het bij toekomstige herzieningen wenselijk is om vooraf duidelijker aan te geven wat precies tot de scope van de verbeelding behoort in relatie tot de scope van de Omgevingsvisie zelf. Dat maakt de opzet inzichtelijker en voorkomt misverstanden.
Aangaande de opmerking “aanvullen scenario’s woningbouw, etc.” ter kennisgeving aangenomen omdat de gemeente niet te ver vooruit wil lopen.
908784
Zienswijze 50
Zie zienswijze 9.
908840
Zienswijze 51
Zie zienswijze 9, 41 en 43.
908924
Zienswijze 52
Zie zienswijze 2.
909142
Zienswijze 53
Zie zienswijze 9, 41 en 43.
909240
Zienswijze 54
Zie zienswijze 9.
909247
Zienswijze 55
Zie zienswijze 9.
909271
Zienswijze 56
Zie zienswijze 9.
909301
Zienswijze 57
Zie zienswijze 9.
909369
Zienswijze 58
Zie zienswijze 9.
909371
Zienswijze 59
Zie zienswijze 9.
909382
Zienswijze 60
Zie zienswijze 9.
909389
Zienswijze 61
Zie zienswijze 9.
909393
Zienswijze 62
Zie zienswijze 9.
909410
Zienswijze 63: De indiener van deze zienswijze uit een aantal zorgen: - In de visie wordt niet gereflecteerd op het voornemen van de provincie om 21 windmolens in de polders te realiseren. In dat verband vindt indiener het dan ook opmerkelijk dat de gemeente de beleidsdoelstellingen uit de LES heeft verwerkt in de Omgevingsvisie. De opvatting heerst dat de beperkte ruimte die de gemeente laat voor realisatie van windturbines, door de provincie is aangegrepen om de polders vol te bouwen met windmolens. - Een kernplan uit 2015 is niet afdoende voor de omschrijving van het dorpsperspectief voor Rijnsaterwoude. Gevraagd wordt de volgende opmerkingen mee te wegen: o ‘Ernstige zorgen’ over windturbines dekt de lading niet. o Indiener vraagt aandacht voor parkeerfaciliteiten bij ruimtelijke ontwikkelingen en vraagt de gemeente aanvullende faciliteiten te realiseren aan de randen van het dorp. o De wens is meer wandelpaden zodat een rondje Braassemermeer-WesterdijkDrecht mogelijk wordt. o Er zijn zorgen over de verkeerstoename als Boot Beton tot woningbouwlocatie wordt ontwikkeld.
Voor de zienswijzen met betrekking tot de windmolens, verwijzen wij u graag naar de beantwoording onder zienswijzen 5 voor wat betreft het proces van de provincie, en zienswijze 9 ten aanzien van de strijdigheid met het provinciaal beleid. Tot slot verwijzen wij u graag naar de beantwoording onder zienswijze nr. 15, voor wat betreft de dorpentour voor Rijnsaterwoude. Op de overige opmerkingen reageren wij als volgt: • Bij de beoordeling van nieuwe ruimtelijke initiatieven wordt actief gestuurd op het voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Dat betekent dat elk nieuw initiatief dient te voldoen aan de gemeentelijke 'Nota Parkeernormen Kaag en Braassem 2018'. Daarbij zetten wij in op een maximale invulling op basis van de bandbreedte, om te voorkomen dat enkel wordt voorzien in het minimaal benodigd aantal parkeerplaatsen. Er zijn binnen de gemeente op dit moment geen plannen om in extra parkeergelegenheid te voorzien. Mocht daar in de toekomst wel aanleiding toe zijn, zal dit moeten landen in het omgevingsplan. • De Grote Heilige Geestpolderroute loopt momenteel al gedeeltelijk langs de Westerdijk. Er wordt op dit moment verkend of er mogelijkheden zijn om een vergelijkbaar boerenlandpad aan te leggen aan de noordzijde, langs de Drecht. Deze verkenning bevindt zich in een oriënterende fase; er zijn nog geen concrete plannen of besluiten genomen.
Dit onderdeel is daarom nog te prematuur om in deze herziening op de Omgevingsvisie op te nemen. • Op dit moment zijn er geen concrete plannen voor de ontwikkeling van de locatie van Boot Beton, maar hier liggen in de toekomst mogelijk wel kansen. Op het moment dat er ruimte komt om deze locatie te herontwikkelen, zal er aandacht zijn voor de mogelijke verkeerstoename en de effecten daarvan op
o o o
Er zijn zorgen over plannen voor een asielzoekerscentrum, nu die aan de Kruisweg niet door lijkt te gaan. 3-hoog bouwen is het absolute maximum. Er zijn zorgen over de langdurige leegstand van de jachthaven. •
• •
de omliggende infrastructuur. Het daadwerkelijke onderzoek en de afweging daarvan vindt plaats in het kader van een procedure die doorlopen wordt wanneer een concreet initiatief zich aandient. Vooralsnog is het echter zo dat provinciaal beleid het herbestemmen van de Boot Beton-locatie tegenhoudt. We begrijpen de zorgen over mogelijke plannen voor een asielzoekerscentrum. De Omgevingsvisie richt zich op de lange termijn en gaat over de gewenste ontwikkeling van de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. De plannen waarnaar wordt verwezen betreffen een tijdelijke opvanglocatie en zijn nog niet concreet. Omdat er op dit moment geen uitgewerkt voorstel ligt, wordt dit onderwerp niet opgenomen in de Omgevingsvisie. De gemeente zal geen maximum vastleggen als het gaat om ‘hoe hoog er gebouwd kan worden’. Uiteraard moeten plannen passen bij en in de omgeving. De zorgen over de langdurige leegstand van de jachthaven zijn begrijpelijk. Recentelijk is er door de gemeente nog gesproken met de ontwikkelaar en hun doel is om op korte termijn een aanvraag omgevingsvergunning in te dienen voor de bouw. Inmiddels is er al wel het een en ander gesloopt.
909483
Zienswijze 64
Zie zienswijze 9.
909542
Zienswijze 65
Zie zienswijze 9.
909656
Zienswijze 66
Zie zienswijze 9 en 15.
909674
Zienswijze 67
Zie zienswijze 9 en 15.
909732
Zienswijze 68
Zie zienswijze 9.
909745
Zienswijze 69: De zienswijze verzoekt de gemeente de motie vreemd aan de orde van de dag inzake grootschalige opwek in het open landschap uit de LES die op 29 september 2025 is aangenomen door de raad uit te voeren en de Omgevingsvisie daarop aan te passen. Voor de andere punten uit deze zienswijzen verwijzen wij de indieners naar zienswijze 9 en 43.
De gemeente verwijst voor een reactie t.a.v. van de motie vreemd aan de orde van de dag inzake grootschalige opwek in het open landschap naar de Raadsinformatiebrief die op 16 oktober 2025 naar de raad is verstuurd. Zie zienswijze 9 en 43 voor de beantwoording van de andere punten uit deze zienswijze.
909771
Zienswijze 70
909774
Zienswijze 71: De zienswijze gaat in op de Omgevingsvisie in relatie tot de ruimtelijke functie van aanwezige hoogspanningsinfrastructuur en de borging daarvan. TenneT vraagt aandacht voor de volgende onderwerpen: - Verzocht wordt te overwegen de aanwezige hoofdinfrastructuur op de visiekaart te projecteren en te benoemen in paragraaf 10.7 – Infrastructuur en beperkingenzones. - Verzocht wordt rekening te houden met de mogelijke schade die kan ontstaan bij falende windturbines in de nabijheid van hoogspanningsinfrastructuur. - Daarnaast wordt gevraagd bij de plaatsing van kleine windturbines een gepaste afstand tot de infra van TenneT te bewaren, op basis van de Handreiking Risicozonering Windturbines. - Ook bij de ontwikkeling van een zonnepark gelden beperkingen in de nabijheid van hoogspanningsinfrastructuur. - Bij de inpassing van een energie opslag systeem (EOS) wordt gevraagd 50 meter vrije ruimte aan te houden in verband met bereikbaarheid voor hulpdiensten. - Het is niet toegestaan laadpalen onder hoogspanningsverbindingen te plaatsen. Een laatste algemeen verzoek betreft het vroegtijdig betrekken van TenneT bij vooroverleggen van plannen die mogelijk relevant zijn voor het landelijke hoogspanningsnet. Daarnaast wordt verwezen naar een concept-Investeringsplan 2026-2040 met
Zie zienswijze 9. Voor zover het gaat om het betrekken van TenneT als vooroverlegpartner bij ruimtelijke ontwikkelingen, neemt de gemeente uw opmerking ter harte en integreert de reguliere afstemming met TenneT in het werkproces van de adviesketen verder. Voor wat betreft de aan te houden afstanden of de beperkingen in de nabijheid van de hoogspanningsinfrastructuur, danken wij u voor de nadere informatie hierover en de concrete normen die we aan kunnen houden op het moment dat zich een ontwikkeling daadwerkelijk aandient. De Omgevingsvisie is een strategisch en richtinggevend document en bevat geen concrete normen of vereisten. Op het moment dat de gemeente een Programma als bedoeld in de Omgevingswet opstelt dan wel een ruimtelijke procedure doorloopt voor een ontwikkeling in de nabijheid van de infrastructuur, zullen wij rekening houden met de genoemde afstandsnormen en/of beperkingen. Daarnaast zullen wij, net als in de huidige situatie, de aanwezige hoofdinfrastructuur inclusief de bijbehorende beperkingen, regels en (on)mogelijkheden juridischplanologisch vastleggen in ons gemeentelijk omgevingsplan. Zo hopen wij ook in de toekomst de werking van uw infrastructuur ruimtelijk goed te borgen. Mocht het Investeringsplan 2026-2040 concrete ontwikkelingen binnen onze gemeente faciliteren, kunnen deze zo nodig ook worden vastgelegd.
Tot slot zien wij in uw opmerking over de visiekaart en paragraaf 10.7 ‘Infrastructuur en beperkingenzones’, voldoende aanleiding om de Omgevingsvisie(kaart) zodanig te wijzigen dat uw infrastructuur – in elk geval voor wat betreft de 380 kV-verbinding op een gepaste plek landt in onze Omgevingsvisie. Wij danken u voor uw input en zien inderdaad de meerwaarde ervan in de betreffende paragraaf.
het oog op toekomstige ontwikkelingen van TenneT. 909783
Zienswijze 72
Zie zienswijze 9, 43 en 69.
909852
Zienswijze 73
Zie zienswijze 9.
909922
Zienswijze 74
Zie zienswijze 9.
909987
Zienswijze 75
Zie zienswijze 9.
910075
Zienswijze 76
Zie zienswijze 9.
910109
Zienswijze 77
Zie zienswijze 9.
910110
Zienswijze 78
Zie zienswijze 9.
910118
Zienswijze 79: In de zienswijze is aangegeven dat bewoners van het Vlietpark vinden dat de ontwikkeling woningbouw op de locatie van de Dierenweide niet passend is in de omgeving. De volgende redenen worden aangedragen: - Niet passend in het veenweidelandschap i.v.m. beleving van de natuur en entree landelijk kern van Hoogmade. - De mogelijkheid voor een wandelingetje in het groen met dieren verdwijnt. - Vlietpark is het verlengde van een lintbebouwing. Lint moet een lint blijven. - De toevoeging van het aantal huizen op dit stuk grond is te gering om een bijdrage te leveren aan de leefbaarheid van Hoogmade. - Mogelijk geluid-, trilling-, en lichthinder bij de brug voor toekomstige bewoners van de Dierenweide. - De helling naar de brug is te steil voor mensen met een rollator of rolstoel. - Er is een alternatief aan de westkant van Hoogmade in eigendom van stichting Cornelis Sprongh.
De locatie Dierenweide is aangewezen als potentiële woningbouwlocatie en is tijdens de dorpenbijeenkomsten gepresenteerd. De reacties vanuit het dorp waren overwegend positief. Daarbij is nadrukkelijk aangegeven dat zowel starters als senioren momenteel onvoldoende kansen hebben om in Hoogmade te blijven wonen of oud te worden. Bij de verdere ontwikkeling van Hoogmade is het de bedoeling om de mogelijkheid tot wandelen en recreëren te behouden. Op de huidige locatie van de Dierenweide, maar ook elders in het dorp en de omliggende omgeving. Wij zijn van mening dat een project als de Dierenweide een belangrijke bijdrage kan leveren aan de toekomstbestendigheid en leefbaarheid van Hoogmade, mede naast andere ontwikkelkansen, zoals aan de westkant van het dorp. Met het ontwerpen van een woningbouwontwikkeling op dit perceel zal uiteraard rekening gehouden worden met het karakter van de omgeving en zal getracht worden om de groene uitstraling zoveel mogelijk te behouden. Vanzelfsprekend dient een ontwikkeling ook getoetst te worden aan en passend te zijn binnen provinciaal beleid, waaronder ook het gebiedsprofiel Hollands Plassengebied. In onze ogen is het echter niet terecht dat de arcering ‘boerenervenlint’ van de Groenwegh in dit provinciale beleid doorloopt tot over de N446 naar het Vlietpark. Dit zou volgens ons
beperkt moeten blijven tot de Groenwegh, omdat het Vlietpark en de Groenwegh niet hetzelfde karakter hebben. Bovendien heeft de provincie ambtelijk al eens laten weten de Dierenweide te zien als bestaand stedelijk gebied en dus als een potentiële inbreidingslocatie (lees: geschikte locatie voor woningbouw). Het project zal moeten voldoen aan alle eisen uit het Bouwbesluit. Daarnaast zal er ook rekening gehouden worden met de doelgroep. De toevoeging van woningen op dit terrein is wellicht beperkt, maar heeft een groot maatschappelijk belang. Het uitgangspunt is om hier 100% betaalbare en sociale woningen te realiseren passend bij de grote lokale behoefte aan betaalbare huisvesting voor zowel starters als ouderen. Daarnaast zien wij de mogelijke ontwikkeling aan de westkant van Hoogmade niet als alternatief, maar als een waardevolle aanvulling op de totale woningbouwopgave van het dorp.
910131
Zienswijze 80
Zie zienswijze 9.
910137
Zienswijze 81
Zie zienswijze 9.
910141
Zienswijze 82
Zie zienswijze 9.
910144
Zienswijze 83
Zie zienswijze 9.
910148
Zienswijze 84
Zie zienswijze 9.
910159
Zienswijze 85
Zie zienswijze 9.
910163
Zienswijze 86
Zie zienswijze 9 en 15.
910167
Zienswijze 87
Zie zienswijze 9.
910169
Zienswijze 88
Zie zienswijze 9.
910212
Zienswijze 89
Zie zienswijze 9.
910217
Zienswijze 90: Energie Liander geeft aan dat het energiesysteem een sturende en voorwaardelijke werking bij de
Energie De gemeente neemt de huidige en toekomstige rol van het energiesysteem serieus. Over de te maken keuzes blijft de
totstandkoming van ruimtelijke plannen heeft. Er moeten keuzes gemaakt worden over welke locaties een toekomstbestendige balans tussen vraag en aanbod van energie hebben, voordat uitbreidingen kunnen plaatsvinden. Voor optimaal gebruik is het enerzijds van belang dat energie die in de directe omgeving wordt opgewerkt, ook lokaal wordt afgenomen. Anderzijds is een gezonde mix van duurzame bronnen (zon en wind) noodzakelijk om een eenzijdig energieprofiel te voorkomen. Wonen Aangegeven wordt door Liander dat ruimtelijke plannen onder druk staan door netcongestie. Deze druk kan verlicht worden door stimulatie van collectieve warmtenetoplossingen, netbewust bouwen, energieplanologie en gedragsbeïnvloeding. De wens is benoeming van de samenwerking met de netbeheerder in de visie. Dat de netbeheerder wordt betrokken bij het ontwerp van ruimtelijke plannen en bij de keuzes voor warmteoplossingen. Gezonde economische ontwikkelingen Aangegeven wordt door Liander om bij toekomstige ontwikkelingen op bedrijventerreinen ook rekening te houden met de toenemende ruimtevraag voor energie-infrastructuur en dat de netbeheerder betrokken kan worden bij het ontwerp van ruimtelijke plannen op locaties waar grotere aansluitingen nodig zijn. Mobiliteit Er is volgens Liander enige onduidelijkheid over de terminologie die wordt gebruikt bij het onderwerp ‘snel laden'.
Daarnaast ziet Liander graag een toevoeging in ambitie: het slimmer maken van de bestaande laadinfrastructuur.
gemeente graag in overleg met Liander. De gemeente erkent ook het belang van het lokaal afnemen van energie die in de omgeving wordt opgewekt, alsook het belang van een gezonde mix van duurzame bronnen. Dit wordt onderschreven in de LES die de basis vormt voor het hoofdstuk twee energie en grondstoffen. Wonen Voor de gemeente is het van belang dat woningbouwprojecten geen vertraging oplopen. Vanuit de gemeente lijkt het dus zinvol – te meer vanwege de toenemende druk op energiesysteem – om Liander in een vroeg stadium te betrekken bij het ontwerp. Vooralsnog lijkt dit met name aan de orde bij de wat grotere (gebieds)ontwikkelingen. De gemeente zal voor die ontwikkelingen de vroegtijdige afstemming met Liander verder vormgeven in het werkproces van de adviesketen. Wij gaan hier graag met Liander nader over in gesprek, bijvoorbeeld om vast te stellen waar een mogelijke scheidslijn ligt, zodat we met elkaar in vooroverleg gaan wanneer dat wenselijk en van toegevoegde waarde is, maar ook wanneer dit overbodig en dus onwenselijk. Voor wat betreft het voorstel om in het gemeentelijk omgevingsplan een aandeel van de gebruiksoppervlakte van een functie te reserveren voor nutsvoorzieningen, wordt opgemerkt dat per geval zal moeten worden beoordeeld of dit noodzakelijk is en zo ja, in welke mate.
Gezonde economische ontwikkelingen Er zal een tekstuele aanpassing worden gedaan onder paragraaf 5.3.2 bedrijventerreinen. De strekking van deze aanpassing zal zijn: bij de ontwikkeling van toekomstige bedrijventerreinen is de insteek om zoveel mogelijk rekening te houden met de toekomstige energievraag en de ruimte die de energie-infrastructuur nodig heeft om deze vraag op te kunnen vangen. Mobiliteit Onder ‘normaal’ laden wordt in dit specifieke geval verstaan: laden via laadpalen met een snelheid van 11kwh – 22 kwh. Het is daarmee eerder een tegenhanger van ‘snelladen’. Slim én netbewust laden wordt een speerpunt in de nieuwe concessie moet worden dus de aanbestedende partijen zullen hierop in moeten gaan zetten.