CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 12 - Onderzoek ontplofbare oorlogsresten

Gemeenteraad 17 juni 2024, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Jachthaven Meerzicht, Rijnsaterwoude’.16.660 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

13 Jac. J. Baart en Lennart van Oudheusden, Target Rotterdam. De geallieerde bombardementen op Rotterdam en

omgeving, 1940 – 1945 (Amsterdam 2018) Een uiteenzetting van de navigatieproblemen, de technische beperkingen van het bommenvizier van de RAF en de Duitse misleiding waar Britse vliegtuigbemanningen op (nachtelijke) missies mee te maken hadden is te lezen in hoofdstuk 4, p. 125 – 159. Deze beperkingen en problemen hebben invloed gehad op waar bommenlasten terecht zijn gekomen in de regio van Rotterdam en ver daarbuiten. 14 Een Nord de Guerre coördinaatvermelding met vier cijfers indiceert een vak van 1000 bij 1000 meter. Met zes cijfers beslaat het aangeduide vak 100 bij 100 meter, en met acht cijfers een vak van 10 bij 10 meter. In de bronnen van de Britse luchtmacht zijn de viercijferige coördinaatvermeldingen het meest gangbaar, bij Britse grondtroepen en artillerieregimenten worden doorgaans kleinere vakken aangeduid.

Indicaties uit reeds geraadpleegde bronnen met betrekking tot de luchtaanvallen van de Royal Air Force Enkele bronnen, waaronder archiefmateriaal, publicaties en eerder uitgevoerde historisch vooronderzoeken in (de omgeving van) het onderzoeksgebied bieden een eerste aanwijzing of er Britse luchtaanvallen en bombardementen in of in nabijheid van het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden. De onderstaande bronnen zijn voor informatie met betrekking tot luchtaanvallen reeds geraadpleegd: -

Martin Middlebrook en Chris Everitt, The Bomber Command War Diaries. An operation reference book 1939-1945 (Leicester 1996); geen resultaat; Richard G. Davis, Bombing the European Axis Powers. A Historical Digest of the Combined Bomber Offensive, 1939-1945 (Alabama 2006); geen resultaat; Ab A. Jansen, Sporen aan de Hemel. Kroniek van een luchtoorlog 1943-1945 (driedelig, Baarn 1979-1980): geen resultaat; R.A. Freeman, Mighty Eighth War Diary (New York 1981); geen resultaat; G. J. Zwanenburg, En nooit was het stil… Kroniek van een luchtoorlog (tweedelig, Den Haag 1991-1993); geen resultaat; Nationaal Archief (Den Haag); o Wordt een luchtaanval of bombardement gemeld op 28 juli 1940.

Naast deze bronnen zijn de archieven van de hoofddelen van de Britse luchtmacht geraadpleegd die in het Nederlandse luchtruim actief waren, zoals Bomber Command, Fighter Command, Coastal Command en de Second Tactical Air Force. Bij deze zoekslag zijn de verdere relevante toponiemen en Nord de Guerre coördinaatverwijzingen zoals aangegeven in paragraaf 2.1 gehanteerd. AIR 14: Bomber Command: Registered Files Binnen de collectie van de leiding van de Britse strategische bommenwerpervloot (Bomber Command) zijn geen indicaties aangetroffen voor het onderhavige onderzoeksgebied. AIR 15: Coastal Command: Registered Files Coastal Command was het maritiem georiënteerde onderdeel van de Royal Air Force, belast met langeafstand verkenningsmissies, reddingsoperaties op zee en acties tegen de Duitse U-Boot onderzeeërs. Verder werden de squadrons van Coastal Command ingezet tegen vijandelijke scheepvaardij en voerden zij aanvallen uit op doelen langs de Europese kustlijn. Overwegende dat de ligging van het onderzoeksgebied landinwaarts is en dat er geen aanwijzingen zijn in het bestudeerde bronmateriaal dat vliegtuigsquadrons ressorterende onder het Coastal Command betrokken waren bij oorlogshandelingen in of nabij het onderzoeksgebied, is deze collectie niet verder geraadpleegd.

AIR 16: Fighter Command: Registered Files De jachtvliegtuigeenheden ressorterende onder Fighter Command waren primair belast met de verdediging van het Britse luchtruim, al voerden zij ook luchtaanvallen uit op Nederlands grondgebied. Er zijn indicaties die erop wijzen dat Fighter Command betrokken is geweest bij aanvallen op het onderzoeksgebied en zodoende is dit archief niet geraadpleegd. AIR 37: Allied Expeditionary Air Force and 2nd Tactical Air Force: Registered Files De Second Tactical Air Force (2TAF) voorzag de geallieerde grondtroepen van nabije luchtsteun op en vanaf het Europese vasteland en verdedigde het luchtruim boven de opmars naar Duitsland. Daarnaast voerde dit verband verkenningsvluchten en interdictiebombardementen uit op spoor- en aanvoerlijnen. De meeste sorties bestonden uit armed reconnaissance; gewapende verkenningsvluchten waarbij de vliegeniers een hoge mate van vrijheid hadden om

gelegenheidsdoelen aan te vallen en de bewegingsvrijheid van Duitse grondtroepen (achter het front) te beperken.15 Er zijn geen relevante stukken gevonden. AIR 27: Operation Record Books, Squadrons Uit de bestudering van de archiefstukken van de bovengenoemde hoofddelen van de Britse luchtmacht blijkt dat diverse squadrons luchtaanvallen hebben uitgevoerd in (de nabijheid van) het onderzoeksgebied. De zogeheten Operation Record Books (ORB) geven een dagelijks overzicht van de gebeurtenissen en activiteiten van elk individueel squadron dat gedurende de Tweede Wereldoorlog (en daarna) actief was. Deze dagelijkse overzichten bevatten meestal gedetailleerde informatie over de gevlogen sorties, uitgevoerde missies, aangevallen doelwitten en hoeveelheden verbruikte afwerpmunitie en raketten. Er zijn in de diverse bronnen geen aanwijzingen gevonden naar squadrons die aanvallen hebben uitgevoerd op of boven het onderzoeksgebied. Zodoende kon niet gericht worden gezocht naar de ORB’s. 2.4.8. The National Archives Londen, Verenigd Koninkrijk: gegevens aangaande artilleriebeschietingen en grondgevechten The National Archives bevatten, naast de gegevens van de Royal Air Force, informatie over de bevrijding van Nederland door de Britse grondtroepen in 1944-1945.

Dit is ontsloten in het archief van het zogeheten War Office, waarin de oorlogsdagboeken (War Diaries) van de Britse grondstrijdkrachten worden bewaard welke in noordwest Europa zijn ingezet. 16 In deze officiële dagboeken zijn opgenomen de dagelijkse overzichten van de activiteiten, rapporten van operaties en inlichtingensamenvattingen. Daarmee is het strijdverloop in kaart te brengen. Op elk niveau van de militaire commandostructuur werden deze dagboeken bijgehouden, tot op het individuele niveau van de diverse regimenten, eskaders, bataljons, etc. Derhalve zijn de War Diaries waardevolle bronnen voor het historisch vooronderzoek naar OO. Relevante informatie voor het onderzoeksgebied kan gefragmenteerd aanwezig zijn over de verschillende niveaus van de commandostructuur. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bepaalde gebeurtenis wel beschreven is op het divisieniveau maar dat een vermelding van dezelfde gebeurtenis op bataljonsniveau ontbreekt (en vice versa). War Diaries Britse strijdkrachten: artilleriebeschietingen en grondgevechten Uit de bestudeerde bronnen blijkt niet dat het onderzoeksgebied of de nabijheid daarvan betrokken is geweest bij geallieerde artilleriebeschietingen of grondgevechten. De Britse War Diaries, welke informatie bevatten aangaande deze beschietingen en grondgevechten, zijn daarom verder niet geraadpleegd. 2.4.9.

The National Archives and Records Administration (NARA) Washington D.C., Verenigde Staten De NARA is een onafhankelijk agentschap van de federale regering van de Verenigde Staten en bewaart onder andere historische documentatie van de Tweede Wereldoorlog. IDDS Explosieven B.V. raadpleegt deze instantie om te zien of er oorlogshandelingen door de Amerikaanse strijdkrachten in de nabijheid van het onderzoeksgebied zijn uitgevoerd. In de meeste gevallen zullen deze oorlogshandelingen zich beperken tot luchtaanvallen. Of het onderzoeksgebied of de directe nabijheid daarvan ook betrokken is geweest bij Amerikaanse luchtaanvallen en bombardementen, is niet bekend. IDDS Explosieven B.V. heeft daarvoor drie publicaties en bijbehorende database geraadpleegd die gaan over de Amerikaanse bombardementen in Europa. De zoekterm Rijnsaterwoude levert geen relevante resultaten op. Daarnaast zijn er geen beschikbare documenten voor het onderzoeksgebied aangetroffen in de catalogus van The

15 Baart en Oudheusden, Target Rotterdam p. 324-326. 16 The National Archives, WO 171: War Office: Allied Expeditionary Force, North West Europe (British Element): War

Diaries, Second World War.

National Archives and Records Administration op zoekterm Rijnsaterwoude. Dit archief is daarom verder niet geraadpleegd. 2.4.10. Library and Archives Canada (LAC), Ottawa, Canada: kaartmateriaal De Library and Archives Canada is het instituut waarin de nationale bibliotheek en archieven van Canada zijn gehuisvest. Dit instituut beschikt over militaire kaarten die door de geallieerden zijn gebruikt. Kaartmateriaal: defence overprints Geallieerde vliegtuigen maakten gedurende de Tweede Wereldoorlog vele verkenningsvluchten over Nederland. Daarbij werd, met behulp van luchtfotografie, onder andere de Duitse militaire activiteit en verdedigingswerken vastgelegd en geobserveerd. De informatie beschikbaar via de luchtfotografie werd geïnterpreteerd en overgetekend op overlegvellen. Die overlegvellen legden de geallieerden over de stafkaart van het betreffende gebied. Op basis van de schetskaarten werden zo kaarten gedrukt waarop de bekende locaties van de Duitse verdedigingswerken in een gebied waren weergegeven. Deze kaarten staan daarom ook wel bekend als de zogeheten ‘defence overprints.’ Op de defence overprints werd middels diverse symbolen aangegeven waar Duitse stellingen gesitueerd waren.

Het is belangrijk om toe te lichten dat de defence overprints regelmatig bijgewerkt werden naar aanleiding van de Duitse militaire activiteit, het strijdverloop, het uitbreiden of verwijderen van verdedigingsstelsels en militaire werken en waar de frontlinies lagen. De historische overlevering van de defence overprints is incompleet en de weergegeven situatie op het kaartmateriaal betreft een momentopname. IDDS Explosieven B.V. heeft een defence overprint uit 1945 geraadpleegd waar het onderzoeksgebied op staat.

Het onderzoeksgebied geprojecteerd over een defence overprint. Net ten zuiden van het onderzoeksgebied zijn drie mitrailleurstellingen waar te nemen (zie oranje pijlen). Deze liggen net buiten het onderzoeksgebied. Bron: LAC, toegangsnummer 5081981: Cartographers Collection. Inventarisnummer: RG24M 1997-02033-5. Defence overprint sheet 366 Zevenhoven.

Op de geraadpleegde kaart zijn net ten zuiden van het onderzoeksgebied drie mitrailleurstellingen waarneembaar. Deze lijken echter buiten het onderzoeksgebied te liggen. Wel ligt er een binnen het analysegebied en komt deze terug op de geraadpleegde luchtfoto’s (zie paragraaf 2.6). Echter, deze liggen buiten het onderzoeksgebied en zijn zodoende niet van invloed en relevant voor het onderzoeksgebied. 2.4.11. Library and Archives Canada (LAC), Ottawa, Canada: gegevens aangaande artilleriebeschietingen en grondgevechten Naast het hierboven beschreven kaartmateriaal beheert de Library and Archives Canada de oorlogsdagboeken van de Canadese eenheden welke in delen van Nederland hebben gestreden en veelvuldig betrokken waren bij de bevrijding van verschillende Nederlandse gemeenten. Net als bij het Britse expeditieleger waren deze War Diaries bedoeld om te voorzien in ‘een authentieke geschiedschrijving’ van de Canadese eenheden ingezet in Europa en in ‘een historisch overzicht van uitgevoerde operaties’: een War Diary maakt de ‘accurate en gedetailleerde reconstructie van omstandigheden, situaties en acties’ mogelijk. Daarmee is het strijdverloop in kaart te brengen. Op elk niveau van de militaire commandostructuur werden deze dagboeken bijgehouden, tot op het individuele niveau van de diverse regimenten, eskaders, bataljons, etc.

Derhalve zijn de War Diaries waardevolle bronnen voor het historisch vooronderzoek naar OO. Relevante informatie voor het onderzoeksgebied kan gefragmenteerd aanwezig zijn over de verschillende niveaus van de commandostructuur. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bepaalde gebeurtenis wel beschreven is op het divisieniveau maar dat een vermelding van dezelfde gebeurtenis op bataljonsniveau ontbreekt (en vice versa). War Diaries Canadese strijdkrachten: artilleriebeschietingen en grondgevechten Uit de bestudeerde bronnen blijkt niet dat het onderzoeksgebied of de nabijheid daarvan betrokken is geweest bij geallieerde artilleriebeschietingen of grondgevechten. De Canadese War Diaries, welke informatie bevatten aangaande deze beschietingen en grondgevechten, zijn daarom verder niet geraadpleegd. 2.4.12. Bundesarchiv - Militärarchiv (BaMa) Freiburg, Duitsland Het Bundesarchiv is het nationaal archief van Duitsland. De vestiging die voor het historisch vooronderzoek OO het meest relevant is, betreft het Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg im Breisgau. Het Bundesarchiv-Militärarchiv beheert verschillende relevante bronnen van het Duitse leger (Wehrmacht/Heer), de luchtmacht (Luftwaffe) en de marine (Kriegsmarine).

Met betrekking tot indicaties gerelateerd aan de luchtoorlog zijn relevant de Luftlageberichte van de Luftwaffenführungsstab (dagelijkse berichten van de leiding van de Luftwaffe). Luftlageberichte Luftwaffenführungsstab Dit Duitse zijn berichten waarin geallieerde luchtaanvallen en bombardementen op (onder andere) Nederlands grondgebied worden beschreven. Dit is een CS-VROO verplichte bron. De raadpleging van deze dagelijkse berichten heeft de volgende onderzoeksresultaten opgeleverd: Datum

Gebeurtenis/omschrijving

Bron

IND_

Leimuiden. Anzahl der Bomben: 1. Keine Schademeldung.

RL2-II-213

Relevant voor onderzoeksgebied Ja, het betreft de bomaanval op het Braassemermeer

IND_19400728A Tabel 6: Indicaties afkomstig uit het geraadpleegde archiefmateriaal van het Bundesarchiv – Militärarchiv te Freiburg.

2.4.13. The Ike Skelton Combined Arms Research Library (CARL), Kansas, Verenigde Staten De Combined Arms Research Library in Fort Leavenworth, Kansas heeft een grote hoeveelheid

kaartmateriaal en historische documenten van Amerikaanse eenheden die tijdens de Tweede Wereldoorlog opereerden. Voor het onderzoeksgebied zijn geen relevante stukken aangetroffen. 2.5 Gebeurtenissen uit overige bronnen 2.5.1. Krantenberichten (Delpher) IDDS Explosieven B.V. heeft de online krantendatabase Delpher geraadpleegd. In deze database zijn miljoenen gedigitaliseerde teksten uit Nederlandse kranten, boeken en tijdschriften beschikbaar. Er is gezocht op diverse zoektermen en toponiemen (inclusief verouderde spelling), combinatie van zoektermen en periodes. Relevante resultaten zijn niet aangetroffen voor het onderzoeksgebied. 2.5.2. Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 (SGLO) De SGLO beschikt over een online database waarin alle bekende vliegtuigcrashes zijn opgenomen van betrokken partijen in de Tweede Wereldoorlog boven Nederlands grondgebied (1939-1945).17 Dit vliegtuigcrashregister is geraadpleegd op alle zoektermen zoals aangegeven in paragraaf 2.1. Hieronder worden de gevonden vliegtuigcrashes weergegeven. Datum 17 september 1944

Aanduiding crashlocatie Crashed Braassemermeer E (east) of Leiden

Type vliegtuig Heinkel He111

Relevant voor onderzoeksgebied Onbekend. Het toestel is vermoedelijk niet compleet verwoest dan wel neergestort tijdens de crash, want alle drie de bemanningsleden hebben het overleefd. Tabel 7: Indicaties van vliegtuigcrashes afkomstig van het vliegtuigcrashregister van de SGLO.

2.5.3. Stichting Oud Leimuiden- Rijnsaterwoude IDDS Explosieven B.V. heeft contact gezocht met Stichting Oud Leimuiden- Rijnsaterwoude inzake de vraag of er in Rijnsaterwoude ten tijde van de Tweede Wereldoorlog diverse oorlogshandelingen zoals luchtaanvallen en bombardementen hebben plaatsgevonden. Historische genootschappen bezitten vaak waardevolle informatie als het gaat om regionale geschiedenis. IDDS Explosieven B.V. heeft op bovenstaande vraag antwoord verkregen van dhr. Alfred Bakker, locatiedeskundige en auteur van diverse publicaties en artikelen inzake de Tweede Wereldoorlog in en rondom Rijnsaterwoude. Van dhr. Bakker is zeer waardevolle informatie ontvangen aangaande het onderzoeksgebied. Deze informatie bestaat uit: •

• •

Twee archiefstukken, afkomstig van het Hoogheemraadschap van Rijnland, waarbij melding wordt gemaakt van het afwerpen van diverse mijnen in het Braassemermeer in de nacht van 28 op 29 juli 1940, waarbij drie mijnen langs de dijk zijn afgegaan; o Deze melding krijgt een indicatiecode mee: IND_19400728B. Twee artikelen aangaande Rijnsaterwoude en de Tweede Wereldoorlog. De resultaten uit deze artikelen zijn, indien relevant bevonden, verwerkt in paragraaf 2.3. Een tekening, afkomstig van het Hoogheemraadschap van Rijnland, waarop diverse mitrailleurstellingen langs het Braassemermeer zijn aangegeven. Binnen het onderzoeksgebied valt volgens de kaart geen mitrailleurstelling te verwachten, maar wel een bunker (zie figuur 8). Volgens dhr. Bakker is deze bunker in feite een loopgraaf en is deze dus foutief weergegeven op de kaart. In paragraaf 2.6 is op de geraadpleegde luchtfoto’s inderdaad geen Duitse bunker op die locatie te herkennen. Wel zijn er diverse loopgraven en enkele Duitse stellingen te zien, maar deze liggen buiten het onderzoeksgebied en zijn zodoende niet relevant.

17 Verliesregister Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945.

Op een tekening van het Hoogheemraadschap van Rijnland zijn diverse Duitse stellingen weergegeven (zie de rode symbolen). Bron: Kaart van het Hoogheemraadschap, verkregen via historicus A. Bakker.

2.6

Luchtfotoanalyse

2.6.1. Luchtfotocollecties historisch vooronderzoek conflictperiode Uit de geraadpleegde literatuur, archiefstukken en overige bronnen zijn geen duidelijke aanwijzingen naar voren gekomen die duiden op bombardementen en luchtaanvallen in nabijheid van het onderzoeksgebied.Op basis van geraadpleegde bronnen heeft IDDS Explosieven B.V. gekeken naar luchtfotografie uit 1944 en 1945, toen boven Nederlands grondgebied de meeste luchtaanvallen door de geallieerden werden uitgevoerd. Het uitgangspunt bij luchtfotoanalyse is om vlak voor en ná een relevante oorlogshandeling luchtfotografie te bestuderen. Alleen zo kan een relevante gebeurtenis geografisch het meest accuraat in kaart worden gebracht. Er is gekeken naar de collecties van drie instellingen die luchtfotografie uit de Tweede Wereldoorlog in bezit hebben: -

Wageningen University & Research (WUR); Kadaster (KAD); National Collection of Aerial Photography (NCAP).

Deze collecties zijn volgens het vigerende CS-VROO verplichte bronnen om te raadplegen. IDDS Explosieven B.V. heeft de websites van de bovenstaande instellingen geraadpleegd18 en gezocht naar geschikte luchtfotografie, waarbij naar helderheid, schaal en datum gekeken is. Onderstaande foto’s zijn aangeschaft, nader bestudeerd en middels QGis gegeorefereerd (RDcoördinaten) Collectie WUR

Datum 12-09-1944

Sortie Ref. 106G/2814

Foto nrs. 4189

Kwaliteit goed

Schaal 1: 10.000

Bijzonderheden Geen

KAD

01-03-1945

106G-4570

4154

goed

Niet bekend

Geen

WUR

28-08-1045

16/2234

3159

goed

1: 10.200

Geen

Tabel 8: Informatie m.b.t. geraadpleegde luchtfotografie van de verschillende collecties.

2.6.2. Onderzoeksteam luchtfotoanalyse en CS-VROO deskundigheidseis De onderstaande leden van het onderzoeksteam (zie paragraaf 1.6) zijn bij IDDS Explosieven B.V. geregistreerd en gekwalificeerd als deskundigen op het gebied van het interpreteren van luchtfotografie. De taakverdeling binnen dit project aangaande luchtfotografieanalyse was als volgt: -

Dhr. K.J. Marijt: positionering/initiële van de gebruikte luchtfotografie; Dhr. C.P Kuijpers: correctie/feedback op de analyse van de gebruikte luchtfotografie; Dhr. T.G.M. Neijenhuis: correctie/feedback op de gemaakte analyse van de gebruikte luchtfotografie;

Hiermee is voldaan aan de deskundigheidseis van het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten, welke stelt dat er minimaal twee deskundigen inzake luchtfotoanalyse bij het project/onderzoek betrokken moeten zijn. E-mailcorrespondentie binnen het onderzoeksteam met betrekking tot de interpretatie van de luchtfotografie is opgeslagen in het projectdossier A4244-04.19

18 WUR, KAD en NCAP 19 Zie de interne e-mailcorrespondentie tussen de luchtfotoanalisten van IDDS Explosieven B.V. omtrent de in dit

onderzoek gebruikte luchtfotografie, aanwezig in de projectmap.

2.6.3. (On)nauwkeurigheid van Tweede Wereldoorlog luchtfotografie en het positioneren hiervan Luchtfotografie uit de Tweede Wereldoorlog is een waardevolle bron voor het achterhalen van de exacte locatie van oorlogshandelingen. Toch beschikt luchtfotografie mogelijk over een grote onnauwkeurigheid. Deze onnauwkeurigheid kent verschillende oorzaken: -

-

-

-

De kwaliteit van de foto: op een korrelige, wazige of slecht ontwikkelde foto is oorlogsen omgevingsschade moeilijker waarneembaar; De schaal van de foto: is een luchtfoto van grote hoogte genomen, dan zijn details moeilijker waarneembaar. Daarnaast moet bij het inpassen van luchtfotografie genomen van een grote hoogte ook rekening gehouden worden met de kromming van de aarde. Dit is deels te corrigeren door middel van de GIS-tools; Naoorlogse veranderingen: een luchtfoto van de Tweede Wereldoorlog geeft de situatie weer van dat moment. Dit terwijl er naoorlogs veel veranderingen kunnen hebben plaatsgevonden waardoor het landschap in het heden er heel anders uitziet. Dit komt het inpassen van de luchtfotografie in een geografisch informatiesysteem niet ten goede. Als een luchtfoto is gemaakt van een gebied dat naoorlogs volledig is veranderd, is het inpassen van de luchtfoto op de huidige ondergrond niet mogelijk zonder enige onnauwkeurigheid. Daarnaast kunnen de punten op de luchtfoto die overeen zouden moeten komen met de huidige topografie nooit exact worden geplaatst. De herkenbaarheid van landschapskenmerken speelt hierbij ook een rol, welke afhankelijk is van de hierboven genoemde kwaliteit en schaal van de luchtfoto; Naast het inpassen speelt ook de vertekening door de cameralens een rol in deze onnauwkeurigheid.

De bolling van de lens zorgt met name bij de rand van de foto’s voor een vervorming van het beeld. Wijze van fotograferen: zelden zijn de luchtfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog loodrecht op de aarde genomen, waardoor bij het positioneren de luchtfoto als het ware uitgerekt over de huidige topografie komt te liggen. Dit is eveneens deels te corrigeren door middel van de GIS-tools.

Hoewel bij het inpassen (‘georefereren’) van luchtfotografie wordt gepoogd de onnauwkeurigheid zo ver mogelijk te verkleinen, is het tot nul reduceren van de afwijking zelden mogelijk. 20 Zodoende houdt IDDS Explosieven B.V. bij het georefereren een cartografische onnauwkeurigheid aan van 10 meter. Dit is eveneens een reden waarvoor IDDS Explosieven B.V. een analysegebied in haar vooronderzoeken hanteert. 2.6.4. Classificatie van indicaties op luchtfotografie Conform het CS-VROO worden indicaties van oorlogshandelingen zoals kraters, stellingen, crashlocaties, omgevings- en oorlogsschade, etc. vastgelegd aan de hand van drie niveaus: 1. Bevestigd: de betrouwbaarheid grenst aan zekerheid. De waarneming kan worden bevestigd met een tweede bron (betrouwbaarheid 99%). 2. Waarschijnlijk: de betrouwbaarheid is overwegend zeker (50% of hoger). 3. Mogelijk: de betrouwbaarheid is overwegend onzeker (lager dan 50%). De betrouwbaarheid wordt per object vastgelegd in het GIS-systeem. Als een object met de betrouwbaarheid “mogelijk” invloed uitoefent op de afbakening van het verdachte gebied, wordt dit duidelijk in de rapportage beschreven. In sommige gevallen blijft de classificatie van indicaties

20 Het georefereren geschiedt aan de hand van overeenkomende punten markeren op het beeldmateriaal en de huidige

topografie en situatie. Bij voldoende overeenkomende punten kan het beeldmateriaal of de luchtfoto middels een computerberekening vervolgens ingepast worden. Hierin zit in vrijwel alle gevallen een inherente afwijking.

een expertinschatting. 2.6.5. Geraadpleegde luchtfotografie Bij de interpretatie van de luchtfotografie is een chronologische volgorde aangehouden zodat geen verwarring kan ontstaan over de oorzaak van eventueel waargenomen oorlogs- en omgevingsschade in of nabij het onderzoeksgebied. De onderstaande luchtfoto is van 12 september 1944. Er zijn binnen het onderzoeksgebied geen sporen van oorlogshandelingen waargenomen die duiden op luchtaanvallen, vliegtuigbommen of Duitse verdedigingswerken. Wel zijn er net buiten het onderzoeksgebied enkele loopgraven en Duitse stellingen waar te nemen. Deze zijn echter niet van invloed op het onderzoeksgebied. Deze informatie komt overeen met de informatie die door dhr. Bakker (zie paragraaf 2.5.3.) ontvangen is.

Luchtfoto van 12 september 1944. Bij de oranje pijlen liggen enkele Duitse loopgraven en mitrailleurstellingen. Deze komen overeen met de geraadpleegde defence overprint, maar liggen buiten het onderzoeksgebied. Bron: WUR, sortienummer 106G/2814, fotonummer 4189, foto van 12 september 1944.

Op de luchtfoto’s van maart en augustus 1945 zijn naast de eerder genoemde loopgraven en mitrailleurstellingen geen andere sporen ten gevolge van oorlogshandelingen in het onderzoeksgebied of de directe omgeving daarvan waar te nemen (zie figuur 10 en 11).

Op de luchtfoto van 1 maart 1945 zijn naast de loopgraven en Duitse stellingen geen andere Duitse stellingen waarneembaar. Bron: Kadaster, sortienummer 106G-4570, fotonummer 4154.

Op de luchtfoto van 28 augustus 1945 (na de oorlog) zijn geen bijzonderheden waar te nemen. Bron: WUR, sortienummer 16/2234, fotonummer 3159.

2.7 Gebeurtenissenlijst en analyse Uit de geraadpleegde literatuur, archiefstukken, luchtfotografie, overig bronmateriaal en na navraag bij de lokale historische vereniging, blijken er diverse indicaties aanwezig te zijn die doen vermoeden dat (de directe omgeving van) het onderzoeksgebied (of delen hiervan) mogelijk betrokken is (zijn) geweest bij oorlogshandelingen. Deze gebeurtenissen worden hieronder chronologisch opgesomd. Daarna worden deze gebeurtenissen nader geanalyseerd. Hiervoor worden de ‘uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied’ uit de Nadere bepalingen (CS-VROO-02) gehanteerd. Vervolgens wordt gemotiveerd of er wel of niet een verdacht gebied wordt aangemerkt. Datum

Gebeurtenis

Bronnen

IND-nummer

28 – 31 juli 1940

Op 28 juli 1940 (iets voor middernacht) vliegt een vliegtuig boven het Braassemermeer. Hierna is een heftige explosie te horen. Volgens diverse bronnen zijn er enkele explosieven afgeworpen. Op 31 juli 1940 wordt er vanuit de gemeente Rijnsaterwoude melding gemaakt van het aanspoelen van drie mijnen.

Archief van de Rijksinspectie Bescherming Bevolking tegen Luchtaanvallen, inventarisnummer 39: Zuid-Holland; Archiefstukken van het Hoogheemraadschap van Rijnland; Bundesarchiv, RL2-II-213

IND_19400728

6 februari 1945

Op 6 februari vindt er een ontploffing plaats in het Braassemermeer. Vermoedelijk gaat het hier om een V-1 of V-2.

Tijdinghen 2016-1

IND_19450206

5 januari 1952

Vissers vissen in het Braassemermeer een zwaar voorwerp op dat achteraf een V-1 blijkt te zijn.

Tijdinghen 2016-1

IND_19520105

IND_19400728A IND_19400728B IND_19400731

Tabel 9: Chronologische gebeurtenissenlijst van geïnventariseerde relevante oorlogshandelingen en indicaties.

2.7.1. Explosie op 28 juli 1940 in het Braassemermeer Op 28 juli 1940 wordt tegen middernacht een explosie gehoord in het Braassemermeer. Volgens diverse bronnen zijn er enkele explosieven afgeworpen. Overwegende dat: • • • • • • • •

De exacte locatie van de luchtaanval dan wel het bombardement niet bekend is; Er naast de bronnen uit het Nederlandse archief, geen bronnen bekend zijn uit het Britse archief aangaande een mogelijke luchtaanval; Het niet bekend is welk toestel het bombardement heeft uitgevoerd; Het niet bekend is wat de bommenlast was van het toestel; De wijze van afwerpen niet bekend is; De spreiding van de bommenlast niet bekend is; Het is niet bekend waar de mijnen zijn aangespoeld; Er geen meldingen zijn van kraters dan wel aantreffen van explosieven binnen het onderzoeksgebied;

Oordeelt IDDS Explosieven B.V. dat er te weinig concrete indicaties in de geraadpleegde bronnen zijn aangetroffen om aan te nemen dat er OO in het onderzoeksgebied zijn achtergebleven ten gevolge van deze oorlogshandeling.

2.7.2. Ontploffing van een V-1 in het Braassemermeer Op 6 februari 1945 vindt er een ontploffing plaats in het Braassemermeer. Vermoedelijk gaat het om een ontploffing van een V-1. Overwegende dat: • • • • •

De ontploffing slechts in één bron genoemd wordt; De exacte locatie van het inslagpunt niet bekend is en zodoende niet te positioneren is op de huidige topografie; De V-1, indien het een V-1 is geweest, ontploft is en niet bekend is of deze geheel ontploft is of gedeeltelijk; Er op de luchtfoto van 1 maart 1945 geen krater binnen het onderzoeksgebied landbodem waarneembaar is; Een inslag van de V-1 op het waterbodem op luchtfoto’s niet waarneembaar is;

Oordeelt IDDS Explosieven B.V. dat er te weinig concrete indicaties in de geraadpleegde bronnen zijn aangetroffen om aan te nemen dat er OO in het onderzoeksgebied zijn achtergebleven ten gevolge van deze oorlogshandeling. 2.7.3. Vissers vissen een V-1 op in het Braassemermeer Op 5 januari 1952 vissen enkele vissers in het Braassemermeer een V-1 op. Overwegende dat: • • • •

Het opvissen van de V-1 raket slechts in één bron genoemd wordt; De exacte vindplaats van de V-1 niet bekend is; De exacte locatie van het inslagpunt niet bekend is en zodoende niet te positioneren is op de huidige topografie; Er geen andere bronnen zijn die aangeven dat er nog meer V-1 raketten op de bodem van het Braassemermeer kunnen liggen;

Oordeelt IDDS Explosieven B.V. dat er te weinig concrete indicaties in de geraadpleegde bronnen zijn aangetroffen om aan te nemen dat er OO in het onderzoeksgebied zijn achtergebleven ten gevolge van deze oorlogshandeling.

Leemten in kennis -

-

-

-

-

-

Bij een historisch vooronderzoek kan nooit een volledig overzicht van alle bronnen worden verkregen. Er is bij dit onderzoek gebruikt gemaakt van een bronnenselectie waarbij de auteur alle voor hem beschikbare bronnen geraadpleegd heeft; Van eventuele meldingen of ruimingen van ontplofbare oorlogsresten in de onderzoeksgebieden of in de directe nabijheid daarvan zijn over de periode 1940 – 1944 en 1948 – 1970 bij de EODD en het SIB geen gegevens meer bekend; Bij veel munitieruimingen wordt het politiebureau als ligplaats aangemerkt. Het betreft hier meestal munitie die bij het politiebureau is afgeleverd of is meegenomen door politiepersoneel. De originele ligplaats is daardoor vrijwel nooit bekend. Derhalve worden deze munitieruimingen niet in de analyse meegenomen. Daarnaast zijn de locatieaanduidingen in de ruimrapporten van de EODD niet eenduidig. In de gevallen dat er een adres wordt vermeld als locatie van ontplofbare oorlogsresten is dit niet automatisch ook de daadwerkelijke ligplaats van het explosief. Het opgegeven adres kan van de melder zijn, maar de OO kunnen zich bijvoorbeeld bevinden op een akker of perceel behorende bij het adres van de melder of anderszins.

Zelfs met concrete adresgegevens is het herleiden van OO naar een specifieke locatie niet altijd mogelijk en afhankelijk van de nauwkeurigheid van de melding; Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog is vaak munitie gedumpt in schuttersputten, loopgraven, watergangen en dergelijke. Deze dumpingen zijn vrijwel nooit gedocumenteerd en kunnen slechts zelden worden achterhaald bij een bureaustudie; Er is geen luchtfoto aangetroffen in de geraadpleegde collecties die direct na 28 juli 1940 genomen is, het moment dat er diverse explosies zijn geweest in en rondom het Braassemermeer; Het rapport van REASeuro is niet ontvangen; Sommige archiefstukken uit het gemeentearchief van Rijnsaterwoude zijn handgeschreven. Registraties kunnen onleesbaar zijn of verkeerd zijn geïnterpreteerd.

Conclusie en advies Het doel van dit vooronderzoek is vaststellen of er in de geraadpleegde bronnen indicaties zijn waaruit blijkt dat het onderzoeksgebied Herenweg 45 te Rijnsaterwoude tijdens de Tweede Wereldoorlog betrokken is geweest bij oorlogshandelingen waardoor er (mogelijk) OO op/in de bodem zijn achtergebleven. 4.1 Conclusie: onverdacht gebied Uit de geraadpleegde literatuur, archiefstukken, luchtfoto’s en andere geraadpleegde bronnen blijkt dat er geen indicaties zijn die erop wijzen dat het onderzoeksgebied verdacht is op het aantreffen van OO. Het onderzoeksgebied is daarom onverdacht bevonden op het aantreffen van OO.

Het onderzoeksgebied is onverdacht op het aantreffen van OO uit de Tweede Wereldoorlog.

4.2 Advies IDDS Explosieven B.V. adviseert U daarom om de geplande werkzaamheden op reguliere wijze uit te voeren en het opsporingsproces naar OO niet verder voort te zetten. Daarnaast adviseert IDDS Explosieven B.V. U om het uitvoerend personeel altijd voorafgaand aan de werkzaamheden te instrueren per het Protocol spontaan aantreffen ontplofbare oorlogsresten (bijlage 4). Dit om de risico’s, welke gepaard gaan met het spontaan aantreffen van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog, te verkleinen. 4.2.1. Advies richting het bevoegd gezag voor de openbare orde en veiligheid Ten slotte doet IDDS Explosieven B.V. de dringende aanbeveling aan de opdrachtgever om contact te leggen met de gemeente(n) waarbinnen het onderzoeksgebied is gelegen. Binnen de gemeente(n) dient contact opgenomen te worden met de afdeling(en) Openbare Orde en Veiligheid. Dit om de onderzoeksresultaten van dit historisch vooronderzoek te delen met het bevoegd gezag voor de openbare orde en veiligheid.

Bijlage 1: Geraadpleegde bronnen Literatuurstudie In het kader van het vooronderzoek is een literatuurstudie uitgevoerd. Naast de standaard boekwerken over oorlogshandelingen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog, zijn ook regionale en streekgebonden publicaties bestudeerd. In onderstaande overzicht zijn de geraadpleegde publicaties weergegeven. Relevante informatie uit de bestudeerde literatuur is verwerkt in dit vooronderzoek. Standaardwerken: - Amersfoort, H., Kamphuis. P.H., Mei 1940; De strijd op Nederlands grondgebied (Amsterdam 2012); - Baart, Jac. J. en Lennart van Oudheusden, Target Rotterdam. De geallieerde bombardementen op Rotterdam en omgeving, 1940 – 1945 (Amsterdam 2018); - Blankenstein, E. van, Defensie- en oorlogsschade in kaart gebracht (1939-1945) (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2006); - Broekmeijer, M.W.J.M., Alarm….Starten. Het Nederlandse luchtwapen in de meidagen van 1940; - David, R.G., Bombing the European Axis Powers. A Historical Digest of the Combined Bomber Offensive, 1939-1945 (Alabama 2006); - Freeman, R.A., Mighty Eighth War Diary (New York 1981); - Groeneveld, G., Nach Holland. Meidagen 1940 door Duitse ogen (Zwolle 2018); - Hoogterp, S.H., Strijd om ons luchtruim: de opbouw en de beslissende strijd onder luchtverdediging 10-15 Mei 1940 (’s-Gravenhage 1950); - Jansen, Ab A., Sporen aan de hemel.

Kroniek van een luchtoorlog 1943-1945 (driedelig, Baarn 1979-1980); - Klep, C. en Schoenmaker, B., (reds.), Oorlog op de Flank; De Bevrijding van Nederland 19441945 (’s-Gravenhage 1995); - Kok, R. en Somers, E., Nederland en de Tweede Wereldoorlog (2dln; Zwolle 2005); - Koopman, H., Vergeltungswaffen in Nederland. Inzet van de V.1, V.2 & V.4 vanaf Nederlands grondgebied 1944-1945 (Utrecht 2018); - Korthals Altes, A., Luchtgevaar; Luchtaanvallen op Nederland 1940-1945 (Amsterdam 1984); - Molenaar, F.J. De luchtverdediging in de meidagen 1940 (2dln; Den Haag 1970); - Middlebrook, M., en Everitt, C., The Bomber Command War Diaries. An operational reference book 1939-1945 (Leicester 1996); - Nater, J.P., 10 mei 1940, luchtoorlog boven Nederland (Rotterdam 1982); - Nierstrasz, De strijd op Nederlands grondgebied tijdens de Wereldoorlog II (diverse delen, Den Haag); - Rawlings, J.D.R., Fighter Squadrons of the R.A.F. and their Aircraft (Londen 1976); - Stacey, C.P., The Victory Campaign. The operations in North-West Europe 1944-1945 (Ottowa 1967); - Winter, R. de, Een eeuw militaire luchtvaart in Nederland 1913-2013 (Amsterdam 2013); - Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil… Kroniek van een luchtoorlog (2 dln; Den Haag 1991-1993).

Regionaal en streekgebonden: - Bakker, A., ‘Bodaan burgert in 1936 1945; Haagse kunstschilder verovert het Wouwse verenigingsleven’, in: Tijdinghen (2022), p.16-24; - Bakker, A., ‘Het raadsel van Rijnsaterwoude: een explosie op 6 februari 1945’, in: Tijdinghen (2016), p. 12-15.

Reeds uitgevoerde historische vooronderzoeken OO In het verleden zijn er voor het onderzoeksgebied geen volledig dekkende historische vooronderzoeken naar OO uitgevoerd. Wel zijn er enkele vooronderzoeken voor het Braassemermeer of nabijheid van het onderzoeksgebied uitgevoerd, Van onderstaande vooronderzoeken en opsporingsonderzoeken zijn resultaten ontvangen: -

Tekening 3: NGE- risicogebieden, Zuid-Holland Vaarwegtraject 6: Heimanswetering, Woudwetering, Oudewetering met kenmerk RO-140096, d.d. 4 juni 2024; Proces-verbaal van Oplevering (PvO) met kenmerk GPR7819, opgesteld door T&A Survey; Historisch vooronderzoek OO met titel VO OO Oeververvanging T6 Noord, uitgevoerd door RPS met projectdode NL202015410.021. d.d. 17 juni 2021; Proces-verbaal van Oplevering (PvO) met titel ‘Kaag en Braassem Niebeek benaderen’, uitgevoerd door de firma Saricon met kenmerk 10M038 d.d. 1 januari 2010;

De resultaten van bovenstaande onderzoeken zijn opgenomen in paragraaf 2.2. Archieven: gemeentelijk, regionaal en provinciaal Gemeentearchief Rijnsaterwoude In het gemeentearchief van Woubrugge is gezocht naar stukken betreffende de luchtbeschermingsdienst, oorlogsschaderapporten en documentatie betreffende de opruiming van OO. Onderstaande stukken zijn geraadpleegd. Het gemeentearchief bevindt zich bij de instelling Erfgoed Leiden en Omstreken. Toeg. nr. 124.1.03

Titel

Inv. nr.

Archief van de gemeente Rijnsaterwoude

Jaar

Omschrijving

1811-1952

39

1937-1948

270 389 405 407 408 677 678 719 729 1521

1941-1952 1940-1947 1931-1948 1930-1941 1941-1947 1940-1943 1944-1947 1931-1940 1941-1942 1941-1942

Notulen van de vergaderingen van de burgemeester en wethouders Ontstaan en geschiedenis der gemeente Toezicht op vreemdelingen Openbare veiligheid- algemeen Brandweer: maatregelen tegen brandgevaar Brandweer: maatregelen tegen brandgevaar Landsverdediging - algemeen Landsverdediging- algemeen Staat van oorlog en beleg Inlevering metalen Goedgekeurd uitbreidingsplan regelende de bestemming in onderdelen voor de gronden gelegen nabij de bebouwde kom van de gemeente Rijnsaterwoude

Provinciaal archief (Nationaal Archief) Bij het provinciaal archief dient volgens het CS-VROO het archief van het Militair Gezag geraadpleegd te worden. Het onderzoeksgebied is gelegen binnen de provincie Zuid-Holland, waarvoor het Nationaal Archief ook de rol van provinciaal archief vervult. Onderstaande stukken van het Militair Gezag zijn geraadpleegd: Toeg. nr. 3.09.34

Titel Inventaris van het

Inv. nr.

Jaar 1944-1947

Omschrijving

Toeg. nr.

Titel

Inv. nr.

Jaar

Omschrijving

43

1945

146

1945

231

1945

282

1945

361

1945

465

1945

529

1945

575

1945

Stukken betreffende de opsporing en opruiming van mijnen, bommen, munitie en andere explosieven Stukken betreffende de opsporing en opruiming van mijnen, bommen, munitie en andere explosieven Stukken betreffende de opruiming van mijnen, munitie en andere explosieven Stukken betreffende het in kaart brengen van mijnenvelden en het opruimen van explosieven Stukken betreffende de opsporing en opruiming van mijnen, bommen, springstof en andere explosieven Stukken betreffende de opsporing en opruiming van mijnen, bommen, springstof en andere explosieven Stukken betreffende de opruiming van mijnen, munitie en andere explosieven Stukken betreffende de opruiming van mijnen, munitie en andere explosieven

archief van het Militair Gezag in Zuid-Holland

Archieven: overige Nederlandse archiefinstellingen Nationaal Archief (NA), Den Haag Van het Nationaal Archief zijn archiefstukken geraadpleegd van het Militair Gezag en van de Inspectie Bescherming Bevolking tegen Luchtaanvallen. Deze stukken zijn sinds 2020 in bezit van IDDS Explosieven B.V. In het archief van het Militair Gezag is onder andere de kaart van Nederland geraadpleegd met daarop een overzicht van water (inundatie)- en oorlogsschade. In het archief van de Inspectie Bescherming Bevolking tegen Luchtaanvallen bevinden zich meldingen van geallieerde luchtaanvallen in Nederland in de periode 1940-1941. Daarnaast is ook het archief van het Korps Hulverleningsdienst geraadpleegd. Toeg. nr. 2.13.25

2.04.53.15

2.04.110

Titel Inventaris van het archief van het Militair Gezag

Inv. nr.

Jaar (1939) 19431946 (1956)

Omschrijving

2809

1945

3224

1945

Stukken betreffende de organisatie van de mijnopruimingsdienst en het opsporen en ruimen van mijnen die de uitvoering van bepaalde openbare werken verhinderen Kaart van Nederland met een overzicht van water- en oorlogsschade

Inventaris van het archief van de Inspectie Bescherming Bevolking tegen Luchtaanvallen

Inventaris van het

1937-1946

39

1940-1941

76

1940-1941

1945-1974

Commisaris der Koningin in de provincie Zuid-Holland Meldingen en processen -verbaal ontvangen van gemeenten over geallieerde Luchtactiviteiten, Zuid-Holland

Toeg. nr.

Titel archief van het Korps Hulpverleningsdienst

Inv. nr.

Jaar

Omschrijving

20

Geen datum

21

1945-1947

22

1957-1959

Registers met krantenknipsels inzake explosieven Registers met krantenknipsels inzake explosieven Registers met krantenknipsels inzake explosieven

NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust en Genocidestudies, Amsterdam In het NIOD zijn de CS-VROO verplichte bronnen in collecties 216k Departement van Justitie en 077 Generalkomissariat für das Sicherheitswesen – Höhere SS- und Polizeiführer Nord-West in de studiezaal geraadpleegd. Aanvullend zijn nog de stukken van het militaire inlichtingen- en verzetscollectief Groep Albrecht ingezien. De zoektermen uit paragraaf 2.1 leverden geen aanvullende bronnen op in de NIOD catalogus. Toeg. nr. 216k

Titel Departement van Justitie

Inv. nr.

178 179

180

181

182

183

184

185

Jaar (1935) 1940-1945 (1950)

Omschrijving

Dagboek van de Inspectie Luchtbescherming Ingekomen en minuten van uitgegane stukken, 16 december 1942 – 21 november 1944 Rapporten van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politiekorpsen en de Marechaussee inzake het geven van het sein luchtalarm, het neerstorten van vliegtuigen en vliegtuigonderdelen en de vondst van niet-ontplofte explosieven Processen-verbaal van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politie en Marechaussee met betrekking tot vijandelijke vliegtuigen, bomaanvallen en ontploffingen in verschillende gemeenten. Processen-verbaal van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politie en Marechaussee met betrekking tot vijandelijke vliegtuigen, bomaanvallen en ontploffingen in verschillende gemeenten. Processen-verbaal van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politie en Marechaussee met betrekking tot vijandelijke vliegtuigen, bomaanvallen en ontploffingen in verschillende gemeenten. Processen-verbaal van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politie en Marechaussee met betrekking tot vijandelijke vliegtuigen, bomaanvallen en ontploffingen in verschillende gemeenten. Processen-verbaal van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politie en Marechaussee met betrekking tot vijandelijke vliegtuigen, bomaanvallen

Toeg. nr.

Titel

Inv. nr.

Jaar

186

329

331

077

Generalkomissariat für das Sicherheitswesen – Höhere SS- und Polizeiführer Nord-West

Omschrijving en ontploffingen in verschillende gemeenten. Meldingen van verschillende gemeenten betreffende ongevallen, bombardementen en het afwerpen van (lege) benzine tanks door vliegtuigen. Stukken betreffende het melden van schade door bombardementen en beschietingen uit vliegtuigen, 24 februari 1944 – 31 maart 1945 Stukken betreffende het opstellen van processen-verbaal inzake bombardementen en beschietingen in verschillende gemeenten, 28 september 1944 – 31 maart 1945

(1938) 19401945

330

Ingekomen circulaires, bevelen en orders van de Höhere SS- und Polizeiführer und Generalkommissar für das Sicherheitswesen, in het bijzonder met betrekking tot luchtbeschermingsmaatregelen. Dagberichten van de Befehlshaber der Ordnungspolizei Den Haag betreffende vijandelijke luchtaanvallen. Stukken betreffende vijandelijke luchtaanvallen, landingen van vijandelijk vliegeniers, het vinden van versperringsballons, het werpen van springstoffen en het gebruik van sabotagematerialen.

1328

1332

Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH), Den Haag Het NIMH beheert collecties over de geschiedenis en de archieven van de Nederlandse krijgsmacht. Er zijn voor Voorhout geen specifieke aanwijzingen gevonden in collectie 409. De collectie 575 is geraadpleegd omdat hierin stukken te vinden zijn inzake Duitse verdedigingswerken. Deze rapporten zijn grotendeels door Nederlandse verzetslieden opgesteld. Toeg. nr. 409

Titel

Inv. nr.

Jaar

Gevechtsverslagen en rapporten mei 1940

1940

420

Burgemeestersverklaringen ’40-‘45

1940-1945

575

Bureau Inlichtingen/ Duitse verdedigingswerken (575serie)

1940-1945

Omschrijving

Geen resultaten

Geen relevante resultaten

Geen resultaten

Semi-Statisch Informatiebeheer (SIB) en de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD), Rijswijk Het Semi-Statisch Informatiebeheer (SIB) te Rijswijk beheert het archief van Defensie. In dit archief zijn de ruimrapporten van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) opgeslagen, alsmede de mijnenveldenkaarten en de daarmee corresponderende mijnenveldenruimrapporten. Ten slotte is de collectie van de Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) in bewaring bij het SIB. Deze organisatie was belast met het ruimen van ontplofbare oorlogsresten in de periode 1945-1947. Geraadpleegde EODD ruimrapporten (MORA’s), 1970 - heden De EODD ruimrapporten zijn gerangschikt per gemeente en worden sinds 1970 systematisch bijgehouden. Uit ervaring blijkt dat de meldingen van de EODD niet altijd gerelateerd zijn aan de exacte vindplaats van het explosief, maar ook een naburig adres (bijvoorbeeld bij het aantreffen van een explosief op een akker) of een politiebureau kan zijn. Of er wordt alleen melding gemaakt van een straat zonder exact huisnummer of aanduiding. Onderstaande ruimrapporten zijn opgevraagd, geraadpleegd en verwerkt in de rapportage: UO. nr.

Jaar

19740431

1974

Plaats en gemeente Leimuiden

19833297

1983

Leimuiden

19873303

1987

Rijnsaterwoude

20000237

2000

20002088

2000

20011324

2001

Leimuiden (Jacobswoude) Leimuiden (Jacobswoude) Leimuiden

Ligplaats explosieven Machinefabriek RemmeltsWesteinde HerenwijkLeimuiden Prov. Weg 7, t.h.v. paal 10.00 Friesekoop Noord 32 Dorpsstraat 80 Willem v.d. Veldeweg 71

Aangetroffen object 1x BPG 7.5 cm met onst (Duits)

Relevant voor onderzoeksgebied Nee, buiten onderzoeksgebied

1x schroot (geen munitie) 1x Oatbgrak v. 3.5

Nee, buiten onderzoeksgebied Exacte locatie niet bekend

1x lichtgranaat van 81 mm 1x scherfgr, nr.36M, cpl 8 patronen verm kkm (in band)

Nee, buiten onderzoeksgebied Nee, buiten onderzoeksgebied Nee, buiten onderzoeksgebied

Overige bronnen van het SIB Toeg. nr.

Titel

Inv. nr.

Mijnenveldenkaarten

Jaar

Omschrijving

1945-1947 Boek 11

Minefields 21 Army Group: ZuidHolland & Utrecht

58

P–S

MMOD-collectie

Archieven: buitenlandse archiefinstellingen The National Archives, Londen, Verenigd Koninkrijk Diverse stukken van The National Archives inzake de Tweede Wereldoorlog zijn gedigitaliseerd. Onderstaande stukken zijn geraadpleegd: Toeg. nr. AIR 14

Titel Air Ministry: Bomber Command – Registered Files

AIR 37

Allied Expeditionary Air Force, and 2nd Tactical Air Force

Inv. nr.

Jaar 1936 1968

19441945

Omschrijving Binnen de IDDS database zijn alle aanwezige AIR14 archiefstukken geraadpleegd, zonder relevante resultaten voor Rijnsaterwoude of het onderzoeksgebied.

Toeg. nr.

Titel

Inv. nr. AIR 37/715

Jaar

AIR 37/716 AIR 37/717 AIR 37/718

Omschrijving 2nd Tactical Air Force. Daily Log: Sep – Oct 1944 2nd Tactical Air Force. Daily Log: Nov – Dec 1944 2nd Tactical Air Force. Daily Log: Jan – Feb 1945 2nd Tactical Air Force. Daily Log: Mar – May 1945

National Archives and Records Administration (NARA) Washington D.C., Verenigde Staten In de catalogus van het NARA is gezocht op de zoekterm ‘Rijnsaterwoude’. Er zijn geen relevante resultaten aangetroffen. Bundesarchiv-Militärarchiv (BaMa) Freiburg, Duitsland IDDS Explosieven B.V. is in bezit van archiefstukken afkomstig uit het Bundesarchiv-Militärarchiv. De belangrijkste stukken hiervan omvatten de dagelijkse berichten van de Duitse luchtmacht leiding, de zogeheten Luftlageberichte van de Luftwaffenführungsstab. Daarnaast beschikt dit archief over de Wochenlageberichte, de weekberichten van de Duitse legerleiding in Nederland. Zowel de voornoemde dagelijkse als wekelijkse berichten beschrijven geallieerde luchtactiviteiten en bombardementen. Voor het onderzoeksgebied zijn geen relevante stukken aangetroffen. Toeg. Nr. RLII-2 en RM7 RW37

Titel Luftlageberichte Luftwaffenführungsstab

Inv. Nr.

Beschrijving De binnen de IDDS database aanwezige stukken van het BaMa zijn geraadpleegd.

RW37/23

Wochenlageberichte Bd.1: 29. Dez. 194130. Aug. 1942 Wochenlageberichte Bd.2: 31 Aug. 194216. Mai 1943

Wehrmachtsbefehlshaber in den Niederlanden

RW37/24

Daarnaast beschikt IDDS Explosieven B.V. ook over zogenaamde Feindtätigkeitberichte van januari 1943 tot en met 31 augustus 1944. Voor het onderzoeksgebied zijn geen relevante stukken aangetroffen. Titel Feindtätigkeitberichte

Datum Januari 1943- augustus 1944

Beschrijving Duitse berichtgeving over onder andere geallieerde luchtaanvallen

Library and Archives Canada (LAC), Ottawa, Canada De Library and Archives Canada is een instelling die zich onder andere bezig houdt met het behoud van archiefstukken van de Canadese geschiedenis. De LAC heeft verschillende oorlogsdagboeken (War diaries) van Canadese eenheden, die gedurende de Tweede Wereldoorlog in Europa vochten, in haar bezit. Gezien het feit dat Nederland grotendeels door Canadese eenheden is bevrijd, is het raadplegen van die dagboeken erg waardevol. Een groot gedeelte van de oorlogsdagboeken is gedigitaliseerd. Daarnaast heeft het LAC ook diverse defence overprints. Voor het onderzoeksgebied is de volgende kaart geraadpleegd: Toeg. nr. 5081981

Titel Cartographers Collection

Inv. nr.

RG24M 199702033-5, Box number: 2000850707

Jaar 18991970 1945

Omschrijving

366 Zevenhoven, Holland : defence overprint

The Ike Skelton Combined Arms Research Library (CARL) Kansas, Verenigde Staten De Combined Arms Research Library in Fort Leavenworth, Kansas is een bibliotheek van het Amerikaanse leger die het United States Army Command en General Staff College ondersteunt. De collectie bestaat onder andere uit een grote hoeveelheid kaartmateriaal en historische documenten van Amerikaanse eenheden die tijdens de Tweede Wereldoorlog opereerden. Een groot gedeelte van de collectie is gedigitaliseerd. Voor het onderzoeksgebied zijn geen relevante stukken aangetroffen. Luchtfotografie Een belangrijk onderdeel van het vooronderzoek is de analyse van luchtfotografie van Nederland uit de Tweede Wereldoorlog. Luchtfotografie werd niet alleen gebruikt om schade van een bombardement vast te stellen. Militaire campagnes en operaties werden eveneens op basis van luchtfotografie gepland. Na de Tweede Wereldoorlog is een grote hoeveelheid luchtfotografie vernietigd, maar een groot deel werd overgedragen aan onder andere archiefinstellingen. In Nederland zijn er twee instellingen die beschikken over geallieerde luchtfotografie. Dit zijn de Universiteit van Wageningen (WUR) en het Kadaster in Zwolle (KAD). In het buitenland zijn diverse instellingen die luchtfotocollecties in hun beheer hebben. In Edinburgh zit ‘The National Collection of Aerial Photography’ (NCAP) en in Washington D.C.

zit ‘The National Archives and Records Administration’ (NARA). Voor dit vooronderzoek zijn de databases van het KAD, de WUR en NCAP geraadpleegd. In onderstaande tabel is de bestelde en geraadpleegde luchtfotografie weergegeven. Collectie WUR

Datum 12-09-1944

Sortie Ref. 106G/2814

Foto nrs. 4189

Kwaliteit goed

Schaal 1: 10.000

Bijzonderheden Geen

KAD

01-03-1945

106G-4570

4154

goed

Niet bekend

Geen

WUR

28-08-1045

16/2234

3159

goed

1: 10.200

Geen

Overige geraadpleegde bronnen GIS-kaartmateriaal Bij het opstellen van deze rapportage zijn diverse kaarten gebruikt, welke de huidige topografische situatie weergeven. De bronvermelding voor deze kaarten is als volgt: Kaarten: TopoPlus, © SPOTinfo. Websites -

https://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/ https://www.rijkswaterstaat.nl/kaarten/wegbeheerders https://www.ruimtelijkeplannen.nl/ https://beeldbankwo2.nl/nl/ https://www.topotijdreis.nl/ https://www.sls39-45.nl/home/ https://www.verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl/ www.vergeltungswaffen.nl www.tracesofwar.nl https://www.crkn-rcdr.ca/en/reference-guide-war-diaries-second-world-war

Wijze van raadplegen archiefinstellingen en bronnen Archiefinstelling/bron

Wanneer geraadpleegd?

Wie heeft het geraadpleegd?

Literatuur

Manier van raadplegen Fysiek Digitaal E-mail Interne database IDDS Anders, namelijk Fysiek en digitaal

Juni-augustus

KMA

-

Gemeentelijk archief

Fysiek

Juni-augustus

RWE

-

Provinciaal archief

Digitaal

Juni-augustus

KMA

-

NIOD

Digitaal

Juni-augustus

KMA

-

Nationaal Archief

Digitaal

Juni-augustus

KMA

-

EODD

Digitaal

Juni-augustus

KMA

-

SIB

Digitaal

Juni-augustus

KMA

-

WUR/KAD/NCAP (luchtfotografie) Krantenberichten (Delpher, NA)

Digitaal

Juni-augustus

KMA

-

Digitaal

Juni-augustus

KMA

-

National Archives (UK) NIMH, collecties 409, 420 en 575

Digitaal

Juni-augustus

KMA

-

Digitaal

Juni-augustus

KMA

-

BundesarchivMilitärarchiv

Digitaal

Juni-augustus

KMA

-

Kadaster

Digitaal

Juni-augustus

KMA

-

NARA

Digitaal

Juni-augustus

KMA

Geen bronnen gevonden.

LAC

Digitaal

Juni-augustus

KMA

-

CARL

Digitaal

Juni-augustus

KMA

Geen bronnen gevonden.

Historische vereniging -dhr. A. Bakker

E-mail

Juni-augustus

KMA

Zeer relevant, goede hulp bij Rijnsaterwouden in de oorlog.

Bijzonderheden/ Relevantie t.o.v. onderzoeksgebied? Waarom wel/niet?

Bijlage 2: Gebeurtenissenkaart conflictperiode

historisch

vooronderzoek

Bestandnaam: Qgis project A4244.qgs

Bijlage 3: OO-Bodembelastingkaart

Bestandnaam: Qgis project A4244.qgs

Bijlage 4: Protocol oorlogsresten

spontaan

aantreffen

ontplofbare

Protocol voor het spontaan aantreffen van (vermoedelijk) ontplofbare oorlogsresten tijdens werkzaamheden Doel Het doel van dit protocol is het beschrijven hoe de betrokken medewerkers dienen te handelen bij het spontaan aantreffen van ontplofbare oorlogsresten (hierna: OO) bij de uitvoering van (grondroerende) werkzaamheden. Door het volgen van dit protocol wordt onveilig handelen met mogelijke gevolgen voor personeel en materieel voorkomen.

Inleiding Bij bodemroerende werkzaamheden kunnen in Nederland (restanten van) OO uit de Tweede Wereldoorlog aangetroffen worden. Nederland is immers vijf jaar lang oorlogsgebied geweest. Om het risico op het aantreffen van dergelijke OO te verkleinen kan een historisch vooronderzoek uitgevoerd worden. Dit onderzoek bepaald of het gebied verdacht is op OO. Aansluitend kan een opsporingsonderzoek uitgevoerd worden voor het daadwerkelijk opsporen van OO. Hoewel het risico op het aantreffen van OO middels opsporing geminimaliseerd wordt, is het niet geheel uit te sluiten dat tijdens grondroerende werkzaamheden spontane vondsten van OO worden gedaan. Ook in gebieden waar op basis van ervaring of onderzoek geen OO worden verwacht, kunnen deze aangetroffen worden. In dit protocol wordt beschreven hoe men om dient te gaan met het vinden van vermoedelijke OO en hoe er gehandeld dient te worden in een dergelijk geval. De beschrijving van de handelswijze kan opgedeeld worden in drie fasen: 1. 2. 3.

Voor aanvang van de werkzaamheden; Bij het aantreffen van een verdacht object; Afhandeling door de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD).

Bij dit protocol zijn enkele voorbeelden van OO weergegeven om het herkennen van dergelijke objecten enigszins te vergemakkelijken (zie bijlage). De beoogde resultaten van dit protocol zijn de spoedige ruiming van het verdachte object, het voorkomen van onnodige risico’s en het creëren van een veilige werkomgeving.

Protocol voor het spontaan aantreffen van (vermoedelijk) ontplofbare oorlogsresten

1/12

Aantreffen van een verdacht mogelijk explosief object Bij het aantreffen van een object, een OO, of door de vinder als zowaar wordt aangemerkt is het van groot belang dat de vinder correct handelt. De manier van handelen wordt hieronder besproken en staat stapsgewijs aangegeven. De vinder van het object dient er voor te zorgen dat: • • • • • •

De werkzaamheden direct na de vondst worden stil gelegd nabij het verdachte object (50 meter rond de locatie van het object); Het object NIET wordt beroerd; Het object NIET wordt verplaatst; Het object wordt NIET gemarkeerd; Omgeving van het object afzetten en zo veel mogelijk vrijhouden van personen; Verdacht object in de gaten houden totdat politie of EODD arriveert;

De vinder van het object of een door hem toegewezen persoon zal zo spoedig mogelijk het bevoegd gezag of diens vertegenwoordiger, de politie, over de vondst informeren. Tevens, indien het van toepassing is, de opdrachtgever/uitvoerder in kennis stellen van de vondst. Bij het melden van de vondst van een vermoedelijk OO dient tenminste de volgende informatie doorgegeven te worden: • • • • • •

Naam, functie en telefoonnummer van de melder; De ligplaats van het object; Een omschrijving van het object; Hoeveel objecten er zijn aangetroffen; Naam en telefoonnummer van de contactpersoon die bekend is met de ligplaats van het object; (Indien mogelijk) Een foto van het object.

Let op bij het vaststellen van de gegevens dat dit wordt gedaan zonder dat het voorwerp wordt bewogen of verplaatst. Wat betreft het vermelden van de afmetingen volstaat het geven van een schatting. De aannemer/uitvoerder dient er vervolgens zorg voor te dragen dat de werkzaamheden in de omgeving van het object stilgelegd worden. Aanwezige personen dienen uit de omgeving van het object te worden verwijderd en te worden geïnformeerd over de aanwezigheid van de vondst met het verzoek dit niet uitgebreid te melden of door te geven zoals b.v. via sociale media. In overleg met de politie kunnen aanvullende maatregelen worden genomen zoals afscherming of afsluiting van het terrein. De politie geeft vervolgens de vondst van het vermoedelijke OO door aan de EODD.

Protocol voor het spontaan aantreffen van (vermoedelijk) ontplofbare oorlogsresten

2/12

Afhandeling door EODD Door tussenkomst van de politie zal de komst van de EODD worden geregeld. Afhankelijk van het gevaar en de ligplaats kan dit op zeer korte termijn zijn. De EODD bepaalt, na een inspectie van het object op de vindplaats, welke vervolgstappen genomen dienen te worden. Het vervolg van de handelswijze wordt door de EODD afgestemd met het bevoegd gezag en de politie. Als wordt besloten tot ruiming van het object dan is de politie het aanspreekpunt voor de EODD (en indien nodig ook voor de aannemer). Wanneer na identificatie door de EODD van het aangetroffen object blijkt dat het niet om een OO gaat, kunnen de werkzaamheden in overleg met de EODD weer worden hervat. Indien het aangetroffen object inderdaad een OO betreft, worden door de EODD – in overleg met de politie en het Bevoegd Gezag – stappen genomen om het OO onschadelijk te maken. Nadat het OO onschadelijk is gemaakt dient in overleg tussen de opdrachtgever en een explosieven opsporingsbedrijf/EODD bepaald te worden of er sprake is van een incidentele vondst of van een verdacht gebied. In het eerste geval kunnen de werkzaamheden weer worden hervat. In het tweede geval blijven de werkzaamheden gestaakt en worden maatregelen genomen om het risico op het aantreffen van verdere OO te minimaliseren. Bij het uitvoeren van deze maatregelen kan een CSOOO gecertificeerd opsporingsbedrijf worden ingeschakeld.

Aan de inzet van de EODD en de eventuele benodigde lokale dienstverlening (politie en dergelijke bij ontruiming) zijn geen kosten verbonden.

Betrokken instanties Bevoegd Gezag De burgemeester van de gemeente waarbinnen het verdacht object wordt aangetroffen is het Bevoegd Gezag. Het Bevoegd Gezag is binnen de gemeente verantwoordelijk voor het handhaven van de openbare orde en veiligheid en dient als zodanig betrokken te worden in de besluitvorming omtrent een eventuele ruiming van een OO. Namens Bevoegd Gezag kan een vertegenwoordiger optreden. In dit geval vaak de politie. Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) De EODD is de enige instantie in Nederland die gerechtigd is OO te ruimen. Indien een verdacht object een OO blijkt te zijn, draagt deze instantie zorg voor de ruiming en adviseert het de politie en het Bevoegd Gezag over de te nemen stappen. Explosieven opsporingsbedrijf Medewerkers van een opsporingsbedrijf bezitten de kennis, vaardigheden en ontheffingen om explosieven op te sporen, te benaderen en te identificeren. Daarnaast kunnen zij medewerkers voorafgaande aan de werkzaamheden instrueren hoe zij om moeten gaan met de spontane vondst van verdachte objecten. Politie De politie heeft tot taak het handhaven van de openbare orde en veiligheid. Als zodanig neemt de politie een centrale rol in bij het veiligstellen van de omgeving en de communicatie met de EODD en het Bevoegd Gezag. Het nummer van de politie in geval OO worden aangetroffen is: 0900-8844.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=eb257458-ea60-4ab0-8a18-1f2b117b0d88