CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 12 - Onderzoek ontplofbare oorlogsresten

Gemeenteraad 17 juni 2024, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Jachthaven Meerzicht, Rijnsaterwoude’.16.660 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Historisch Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Herenweg 45, Rijnsaterwoude Gemeente Kaag en Braassem IDDS Explosieven B.V.

Datum : 21 augustus 2023 Opdrachtgever : Condor Project Development B.V. Auteur : Dhr. K.J. Marijt MA Kenmerk : A4244-04/KMA/HVO1 Status : Definitief Versie : 1.0

ACCORDERING Historisch Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten Herenweg 45, Rijnsaterwoude Gemeente Kaag en Braassem Kenmerk: A4244-04/KMA/HVO1 Afbeelding voorblad: Het onderzoeksgebied op een luchtfoto van 12 september 1944. Bron: WUR, sortienummer 106G/2814, fotonummer 4189, foto van 12 september 1944. Onderhavig Historisch Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten is opgesteld conform de richtlijnen van het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten (CS-VROO-01). Gezien en goedgekeurd door Functie Organisatie IDDS Explosieven B.V.

IDDS Explosieven B.V.

Naam Dhr. M.D. Quint

Dhr. T.G.M. Neijenhuis

Teamleider, bevoegd namens management Senior Adviseur OOO, munitietechnicus

© IDDS Explosieven B.V. Alle rechten voorbehouden.

Datum

21-08-2023

21-8-2023

Handtekening

Inhoudsopgave Managementsamenvatting ......................................................................................................... 5

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7 1.8 1.9 1.10 1.11

2.1 2.2 2.2.1. 2.2.2. 2.2.3. 2.3 2.4 2.4.1. 2.4.2. 2.4.3. 2.4.4. 2.4.5. 2.4.6. 2.4.7. 2.4.8. 2.4.9. 2.4.10. 2.4.11. 2.4.12. 2.4.13. 2.5 2.5.1. 2.5.2. 2.5.3. 2.6

Inleiding ........................................................................................................................ 7 Aanleiding van het historisch vooronderzoek ................................................................ 7 Probleemstelling in het historisch vooronderzoek ......................................................... 7 Doel van het historisch vooronderzoek .......................................................................... 7 Uitgangspunt van het historisch vooronderzoek ............................................................ 8 Werkwijze bij het historisch vooronderzoek conflictperiode .......................................... 9 Toelichting van het analyseproces .............................................................................. 10 Wat is niet onderzocht in dit historisch vooronderzoek conflictperiode? ..................... 10 Het onderhavig onderzoeksgebied .............................................................................. 11 Uitvoerend onderzoeksteam historisch vooronderzoek conflictperiode ...................... 11 Distributielijst ................................................................................................................ 12 Archivering ...................................................................................................................

12 Historisch vooronderzoek conflictperiode 1939-1945 ........................................... 13 Opzet en afbakening onderzoek conflictperiode.......................................................... 13 Reeds uitgevoerd historisch vooronderzoek en het raadplegen van de ......................... CS-VROO verplichte instanties en overheden ........................................................... 15 IDDS Explosieven B.V. interne database .................................................................... 15 VEO Bommenkaart ...................................................................................................... 16 Overheden en andere instanties: Rijkswaterstaat, gemeente, provincie, ...................... waterschap en ProRail ................................................................................................. 17 Gebeurtenissen afkomstig uit de geraadpleegde literatuur ......................................... 19 Gebeurtenissen afkomstig uit geraadpleegde archieven ............................................ 19 Gemeentearchief Rijnsaterwoude ............................................................................... 19 Provinciaal Archief Zuid- Holland (Nationaal Archief) .................................................. 20 Nationaal Archief (NA), Den Haag ...............................................................................

20 NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, Amsterdam ............... 21 Semi-Statisch Informatiebeheer (SIB) en de Explosieven Opruimingsdienst ................ Defensie (EODD), Rijswijk ........................................................................................... 21 Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH), Den Haag ................................... 23 The National Archives, Londen, Verenigd Koninkrijk: Royal Air Force ....................... 23 The National Archives Londen, Verenigd Koninkrijk: gegevens ..................................... aangaande artilleriebeschietingen en grondgevechten ............................................... 26 The National Archives and Records Administration (NARA) .......................................... Washington D.C., Verenigde Staten ............................................................................ 26 Library and Archives Canada (LAC), Ottawa, Canada: kaartmateriaal ....................... 27 Library and Archives Canada (LAC), Ottawa, Canada: gegevens ................................. aangaande artilleriebeschietingen en grondgevechten ............................................... 28 Bundesarchiv - Militärarchiv (BaMa) Freiburg, Duitsland ............................................ 28 The Ike Skelton Combined Arms Research Library (CARL), Kansas, ...........................

Verenigde Staten ......................................................................................................... 28 Gebeurtenissen uit overige bronnen ............................................................................ 29 Krantenberichten (Delpher) .......................................................................................... 29 Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 (SGLO) .............................................................. 29 Stichting Oud Leimuiden- Rijnsaterwoude ................................................................... 29 Luchtfotoanalyse .......................................................................................................... 31

2.6.1. 2.6.2. 2.6.3. 2.6.4. 2.6.5. 2.7 2.7.1. 2.7.2. 2.7.3.

Luchtfotocollecties historisch vooronderzoek conflictperiode ...................................... 31 Onderzoeksteam luchtfotoanalyse en CS-VROO deskundigheidseis ......................... 31 (On)nauwkeurigheid van Tweede Wereldoorlog luchtfotografie en het ......................... positioneren hiervan ..................................................................................................... 32 Classificatie van indicaties op luchtfotografie .............................................................. 32 Geraadpleegde luchtfotografie..................................................................................... 33 Gebeurtenissenlijst en analyse .................................................................................... 35 Explosie op 28 juli 1940 in het Braassemermeer ........................................................ 35 Ontploffing van een V-1 in het Braassemermeer......................................................... 36 Vissers vissen een V-1 op in het Braassemermeer ..................................................... 36 Leemten in kennis ...................................................................................................... 37

4.1 4.2 4.2.1.

Conclusie en advies .................................................................................................. 38 Conclusie: onverdacht gebied...................................................................................... 38 Advies .......................................................................................................................... 38 Advies richting het bevoegd gezag voor de openbare orde en veiligheid ................... 38

Bijlage 1: Geraadpleegde bronnen .......................................................................................... 39 Literatuurstudie ............................................................................................................................ 39 Reeds uitgevoerde historische vooronderzoeken OO ................................................................ 40 Archieven: gemeentelijk, regionaal en provinciaal ...................................................................... 40 Archieven: overige Nederlandse archiefinstellingen ................................................................... 41 Archieven: buitenlandse archiefinstellingen ................................................................................ 44 Luchtfotografie ............................................................................................................................. 46 Overige geraadpleegde bronnen................................................................................................. 46 Wijze van raadplegen archiefinstellingen en bronnen................................................................. 47 Bijlage 2: Gebeurtenissenkaart historisch vooronderzoek conflictperiode ....................... 48 Bijlage 3: OO-Bodembelastingkaart ........................................................................................

49 Bijlage 4: Protocol spontaan aantreffen ontplofbare oorlogsresten ................................... 50

Managementsamenvatting Introductie In opdracht van Condor Project Development B.V. heeft IDDS Explosieven B.V. een vooronderzoek uitgevoerd voor het onderzoeksgebied Herenweg 45 te Rijnsaterwoude, gelegen in de gemeente Kaag en Braassem (Zuid-Holland), naar de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten (hierna: OO) uit de Tweede Wereldoorlog. Het doel van dit vooronderzoek is vaststellen of er in de geraadpleegde bronnen indicaties zijn waaruit blijkt dat (delen van) het onderzoeksgebied betrokken is (zijn) geweest bij oorlogshandelingen in de conflictperiode (19391945) waardoor er (mogelijk) OO op/in de bodem zijn achtergebleven.

Het onderzoeks- en analysegebied te Rijnsaterwoude.

Bronnen- en literatuuronderzoek Tijdens raadpleging van de bronnen is de aandacht gericht op oorlogshandelingen die in en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden en die (mogelijk) van invloed zijn op de aanwezigheid van OO binnen de grenzen van het onderzoeksgebied. Uit de geraadpleegde literatuur, archiefstukken en overig bronmateriaal blijkt dat er geen aanwijzingen zijn aangetroffen waardoor redelijkerwijs kan worden aangenomen dat er binnen een klein gedeelte van het onderzoeksgebied nog OO kunnen worden verwacht. Een onderdeel van het vooronderzoek is de analyse van luchtfoto’s. De geraadpleegde luchtfoto’s zijn geanalyseerd op sporen van oorlogshandelingen zoals kraters, loopgraven, mangaten, bunkers, verdedigingswerken, (geschut)stellingen, tankgrachten en mijnenvelden. Er zijn op de luchtfoto’s in directe nabijheid van het onderzoeksgebied wel enkele Duitse stellingen waar te nemen, in de vorm van loopgraven en mitrailleurstellingen. Deze liggen echter buiten het onderzoeksgebied.

Conclusie en advies Uit de geraadpleegde literatuur, archiefstukken, luchtfoto’s en andere geraadpleegde bronnen blijkt dat er geen indicaties zijn die erop wijzen dat het onderzoeksgebied verdacht is op het aantreffen van OO. Het onderzoeksgebied is daarom onverdacht bevonden op het aantreffen van OO. IDDS Explosieven B.V. adviseert U daarom om de geplande werkzaamheden op reguliere wijze uit te voeren en het opsporingsproces naar OO niet verder voort te zetten. Daarnaast adviseert IDDS Explosieven B.V. U om het uitvoerend personeel altijd voorafgaand aan de werkzaamheden te instrueren aan de hand van het Protocol spontaan aantreffen ontplofbare oorlogsresten (bijlage 4). Dit om de risico’s, welke gepaard gaan met het spontaan aantreffen van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog, te verkleinen. Ten slotte doet IDDS Explosieven B.V. de dringende aanbeveling aan de opdrachtgever om contact te leggen met de gemeente(n) waarbinnen het onderzoeksgebied is gelegen. Binnen de gemeente(n) dient contact opgenomen te worden met de afdeling(en) Openbare Orde en Veiligheid. Dit om de onderzoeksresultaten van dit historisch vooronderzoek te delen met het bevoegd gezag voor de openbare orde en veiligheid.

Het onderzoeksgebied is onverdacht op het aantreffen van OO.

Inleiding 1.1 Aanleiding van het historisch vooronderzoek In opdracht van Condor Project heeft IDDS Explosieven B.V. een vooronderzoek uitgevoerd voor het onderzoeksgebied Herenweg 45 te Rijnsaterwoude (gemeente Kaag en Braassem, ZuidHolland) naar de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten (hierna te noemen: OO) uit de Tweede Wereldoorlog. De aanleiding van het vooronderzoek zijn voorgenomen grondwerkzaamheden in de nabije toekomst. 1.2 Probleemstelling in het historisch vooronderzoek Als gevolg van oorlogshandelingen in de Tweede Wereldoorlog kunnen in het onderzoeksgebied eventuele OO in de bodem zijn achtergebleven. Deze OO kunnen een risico vormen voor de openbare veiligheid en resulteren in een stagnatie van de werkzaamheden. Om de veiligheid van het personeel en de omgeving te behartigen en extra kosten te voorkomen, is het daarom van belang om onderzoek te doen naar de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Het zorgdragen voor de veiligheidsbelangen is wettelijk verankerd in artikel 4.10 van het Arbobesluit, gepubliceerd in Staatsblad 471 jaargang 2019. In dit artikel wordt een onderzoekplicht geformuleerd tot het laten verrichten van onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten die als gevolg van oorlogshandelingen in de periode 1940-1945 in de Nederlandse bodem kunnen zijn achtergebleven.

Hierin staat: ‘In alle gevallen waarin gevaar voor de veiligheid of gezondheid van werknemers kan bestaan door de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, wordt, alvorens werkzaamheden worden aangevangen, hiernaar een oriënterend onderzoek ingesteld.’1 Aan de hand van dit historisch vooronderzoek OO is bepaald of er sprake is van een mogelijke aanwezigheid van OO binnen het onderzoeksgebied. Daarbij wordt opgemerkt dat een historisch vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten nooit volledige zekerheid kan geven. Er wordt een waarschijnlijkheidsuitspraak gedaan op basis van gedegen bronnenonderzoek, historisch redeneren en argumentatie. De aanwezigheid van OO in het onderzoeksgebied is enkel vast te stellen (of uit te sluiten) met behulp van detectiewerkzaamheden. Met dit onderzoek kan de opdrachtgever een beredeneerd oordeel vormen over de noodzaak van vervolgwerkzaamheden in het kader van explosievenopsporing en/of risicobeheersing in de toekomst. 1.3 Doel van het historisch vooronderzoek Het doel van dit onderzoek is om op basis van een beargumenteerde wijze te komen tot een waarschijnlijkheidsuitspraak over de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen het onderzoeksgebied. Als er voldoende aanwijzingen bestaan voor deze aanwezigheid wordt het op OO verdachte gebied afgebakend.

Het vooronderzoek bestaat uit zowel het inventariseren als beoordelen (analyseren) van bronnenmateriaal. Het eindresultaat van het vooronderzoek wordt samengevat in onderhavige rapportage met een daar bijbehorende bodembelastingkaart ontplofbare oorlogsresten (zie bijlage 3). Binnen het vooronderzoek wordt onderscheid gemaakt tussen het vooronderzoek conflictperiode en het vooronderzoek na-conflictperiode. De conflictperiode staat voor het tijdvak 1939-1945 waarbinnen mogelijk oorlogshandelingen binnen of in directe nabijheid van het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden. De na-conflictperiode bestrijkt de periode van direct na de Tweede Wereldoorlog tot het heden. In dit vooronderzoek wordt alleen de conflictperiode behandeld.

1 Besluit van 28 november 2019 tot wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit in verband met de inrichting van

registers en in samenhang daarmee het vaststellen van eisen aan de professionele uitoefening voor diverse beroepen, Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, 2019-471.

1.4 Uitgangspunt van het historisch vooronderzoek Dit historisch vooronderzoek is conform de richtlijnen van het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten (CS-VROO-01) uitgevoerd. In deze richtlijnen staan verplichte bronnen die voor het uitvoeren van het vooronderzoek geraadpleegd dienen te worden. Naast de verplichte bronnen zijn ook aanvullende bronnen geraadpleegd (zie tabel 1). Bron Literatuur

Raadplegen CS-VROO Verplicht Aanvullend ✔

Geraadpleegd door IDDS Explosieven B.V. ✔

Gemeentelijk & Provinciaal archief

✔

✔

Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD)

✔

✔

Nationaal Archief Den Haag (NA)

✔

✔

Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD)

✔

✔

Semi-statisch Informatie Beheer (SIB)

✔

✔

Luchtfotocollectie Wageningen Universiteit (WUR)

✔

✔

Luchtfotocollectie Kadaster (KAD)

✔

✔

Luchtfotocollectie National Collection of Aerial Photography (NCAP) Krantenberichten

✔

✔

✔

✔

The National Archives UK, gegevens aangaande luchtaanvallen door de Royal Air Force Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH), collectie 575 Bureau Inlichtingen / Duitse verdedigingswerken Bundesarchiv-Militärarchiv

✔

✔

✔

✔

✔

✔

Kadaster

✔

The National Archives UK, gegevens aangaande artilleriebeschietingen The Library and Archives Canada, gegevens aangaande artilleriebeschietingen The Library and Archives Canada, kaartmateriaal (geallieerde stafkaarten), defence overprints Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH), collecties 409 Gevechtsverslagen Mei The National Archives and Records Administration USA

✔ ✔ ✔ ✔

✔

✔

✔

✔

✔ Tabel 1: Verplicht en aanvullend te raadplegen bronnen conform het CS-VROO-01. Getuigenverklaringen

Een viertal aanvullende bronnen is voor dit vooronderzoek niet geraadpleegd: 1. The National Archives UK, gegevens aangaande artilleriebeschietingen: niet geraadpleegd, daar er geen aanwijzingen zijn die over het tijdvak 1939-1945 duiden op geallieerde (Britse) artilleriebeschietingen binnen of nabij het onderzoeksgebied; 2. The Library and Archives Canada, gegevens aangaande artilleriebeschietingen: niet geraadpleegd, daar er geen aanwijzingen zijn die over het tijdvak 1939-1945 duiden op geallieerde (Canadese) artilleriebeschietingen nabij of binnen het onderzoeksgebied; 3. The National Archives and Records Administration USA: niet geraadpleegd, omdat uit de catalogus van het NARA geen resultaten naar voren komen die wijzen naar het onderzoeksgebied of directe nabijheid daarvan; 4. Getuigenverklaringen: er zijn geen getuigen gezocht, omdat de geraadpleegde bronnen voldoende informatie bevatten. Daarnaast zijn door IDDS Explosieven B.V. de volgende bronnen geraadpleegd die niet vermeld zijn in het CS-VROO, maar die wel relevante informatie kunnen bevatten omtrent het onderzoeksgebied:

-

The Library and Archives Canada (LAC) te Ottawa; kaartmateriaal (‘defence overprints’); The Ike Skelton Combined Arms Research Library (CARL) te Kansas (USA); Collectie 190a Groep Albrecht van het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies te Amsterdam; Collectie 420 Burgemeesterverklaringen ’40-‘45 van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie; De lokale historische vereniging: Stichting Oud Leimuiden- Rijnsaterwoude, waarbij historicus dhr. Alfred Bakker benaderd is. De resultaten zijn beschreven in paragraaf 2.5.3.

1.5 Werkwijze bij het historisch vooronderzoek conflictperiode Een eerste stap van het vooronderzoek is het verzamelen van alle relevante informatie uit de geraadpleegde bronnen. IDDS Explosieven B.V. kiest hierbij voor de volgende werkmethode: 1. 2. 3. 4.

Verzamelen en raadplegen literatuur; Verzamelen en raadplegen bronnen binnenlandse archiefinstellingen; Verzamelen en raadplegen bronnen buitenlandse archiefinstellingen; Verzamelen en raadplegen overige bronnen (inclusief luchtfoto’s).

Een tweede stap is het beoordelen en analyseren van deze informatie. Hierna wordt antwoord gegeven op een drietal vragen: 1. Zijn er indicaties die er op wijzen dat het onderzoeksgebied (of delen hiervan) betrokken is (zijn) geweest bij oorlogshandelingen en waardoor er sprake is van mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten? Maar ook: zijn er contra-indicaties die wijzen op de mogelijke afwezigheid van ontplofbare oorlogsresten (bijvoorbeeld: het in het verleden ruimen van blindgangers door de Explosieven Opruimingsdienst Defensie?) 2. Indien er sprake is van een verdacht gebied wat zijn dan de hoofdsoort, subsoort(en), kaliber/gewichtsklasse, nationaliteit, hoeveelheid en verschijningsvorm van de aan te treffen ontplofbare oorlogsresten en, in het geval van de aanwezigheid van de hoofdsoort afwerpmunitie, wat zijn de type ontstekingsinrichtingen en het verwachte aantal? 3. Wat is de horizontale begrenzing van het verdachte gebied en wat zijn de minimale en maximale diepteligging van de aan te treffen ontplofbare oorlogsresten? In hoofdstuk 2, de conflictperiode, wordt antwoord gegeven op vraag 1. Is het antwoord op die vraag ‘ja, er zijn (contra-)indicaties die wijzen op de aan- of afwezigheid van OO binnen het onderzoeksgebied’, dan is er wel of geen sprake van een (mogelijk) verdacht gebied. Bij een verdacht gebied worden vragen 2 en 3 ook beantwoord.

Is het antwoord op vraag 1 ‘nee, er zijn geen indicaties die wijzen op oorlogshandelingen of OO is binnen het onderzoeksgebied geruimd’, dan is er sprake van een onverdacht gebied en volgt er geen antwoord op de vragen 2 en 3. De resultaten van de inventarisatie worden weergegeven op de gebeurtenissenkaart (zie bijlage 2), de analyse is opgenomen op de bijbehorende bodembelastingkaart ontplofbare oorlogsresten (zie bijlage 3).

1.6 Toelichting van het analyseproces Bij het analyseproces wordt gebruikgemaakt van een referentiedocument 2 bijbehorend het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten. Daarin staat beschreven hoe de bronnen in tabel 1 geraadpleegd dienen te worden en hoe met verschillende indicaties op de aanwezigheid van OO dient te worden omgegaan. De bepalingen in dit referentiedocument met betrekking tot de horizontale afbakening van verdacht gebied worden, indien van toepassing in dit onderzoek, zoveel mogelijk gevolgd. Wanneer van het gestelde wordt afgeweken, wordt deze werkwijze beredeneerd. Van relevante gebeurtenissen wordt getracht zoveel mogelijk verschillende indicaties op te nemen uit diverse bronnen. Dit om het waarheidsgehalte te verifiëren en aanvullende informatie te achterhalen om tot een nauwkeurigere beoordeling te komen. Wanneer slechts één bron een relevante gebeurtenis beschrijft moet op basis van deze enkele bron een afweging worden gemaakt welke consequentie(s) dit heeft voor het onderzoeksgebied. Per indicatie is aangegeven welke bronnen (literatuur en/of archiefstukken/documenten) zijn geraadpleegd, zodat voor de lezer de herleidbaarheid van indicaties (en contra-indicaties) van oorlogshandelingen duidelijk is. Conform het CS-VROO, waartoe IDDS Explosieven B.V.

gecertifieerd is, wordt bij de beoordeling of bepaalde oorlogshandelingen een aanwijzing vormen voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied, het document “Nadere bepalingen beoordelen bronnenmateriaal en afbakening verdacht gebied, behorende bij het CS-VROO” (CS-VROO-002) als richtlijn gehanteerd. Op basis hiervan wordt in de conclusie aangegeven of het onderzoeksgebied of delen daarvan verdacht of onverdacht zijn. Indicaties waarvan na de analyse blijkt dat deze buiten het onderzoeksgebied zijn gelegen worden als niet relevant beoordeeld. 1.7 Wat is niet onderzocht in dit historisch vooronderzoek conflictperiode? De volgende zaken zijn niet aan bod gekomen bij dit historisch vooronderzoek: -

-

2

Dit onderzoek heeft zich alleen gericht op de oorlogshandelingen in de periode 1940 – 1945 en op vondsten en ruimingen van OO tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Er is geen onderzoek verricht naar gebeurtenissen vóór of ná de Tweede Wereldoorlog die kunnen hebben geleid tot het achterblijven van OO in het onderzoeksgebied. Een historisch vooronderzoek na-conflictperiode maakte geen deel uit van de aan IDDS Explosieven B.V. verleende opdracht. Indien dit toch gewenst is, kan de OObodembelastingkaart (bijlage 3) gehanteerd worden als een ‘startpunt’ voor een dergelijk onderzoek. De eventueel als verdacht op OO aangemerkte gebieden kunnen na een studie van de naoorlogse bodemingrepen aldaar (in de vorm van een apart historisch vooronderzoek na-conflictperiode of een risicoanalyse) mogelijk alsnog anders afgebakend of zelfs als geheel onverdacht worden aangemerkt.

Stichting Veilig Omgaan Met Explosieve Stoffen (VOMES), ‘Nadere bepalingen voor het beoordelen van bronnenmateriaal en afbakening van verdacht gebied’ (kenmerk CS-VROO-02), goedgekeurd op 8 februari 2021.

1.8 Het onderhavig onderzoeksgebied Dit historisch vooronderzoek richt zich op het onderzoeksgebied Herenweg 45 te Rijnsaterwoude, liggend in de gemeente Kaag en Braassem (Zuid-Holland).

Het onderzoeksgebied Herenweg 45 Rijnsaterwoude: met blauwe lijnen is het onderzoeksgebied weergegeven. Het analysegebied is met de rode stippellijn weergegeven.

IDDS Explosieven B.V. hanteert naast het aangegeven onderzoeksgebied een analysegebied. Dit analysegebied vormt een buffer van vijftig meter om het onderzoeksgebied heen. Het hanteren van een analysegebied zorgt ervoor dat (indicaties van) oorlogshandelingen in de directe nabijheid van het onderzoeksgebied expliciet in de analyse en beoordeling worden meegenomen. Daarnaast compenseert het hanteren van een analysegebied voor eventuele cartografische onnauwkeurigheid, welke optreedt bij het inpassen van luchtfotografie en kaartmateriaal in geografische informatiesystemen. De ervaring leert dat vijftig meter voldoende marge biedt om bijvoorbeeld eventuele kraterpatroonanalyse toe te passen op de grens van het onderzoeksgebied, aan de hand van luchtfotografie. 1.9 Uitvoerend onderzoeksteam historisch vooronderzoek conflictperiode Hieronder wordt het onderzoeksteam vermeld dat betrokken is geweest bij het uitvoeren van dit historisch vooronderzoek: -

-

-

Dhr. K.J. Marijt MA: historicus, luchtfotoanalist en GIS-werkzaamheden; o Heeft het archiefonderzoek uitgevoerd, is de hoofdauteur en heeft de eerste analyse van de luchtfoto’s uitgevoerd; Dhr. C.P. Kuijpers BA: projectleider Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten, luchtfotoanalist en GIS-werkzaamheden; o Is tweede lezer van het rapport en heeft feedback gegeven op de luchtfotoanalyse; Dhr. T.G.M. Neijenhuis: Senior Adviseur Ontplofbare Oorlogsresten, munitietechnicus,

-

en luchtfotoanalist. o Is tweede lezer van het rapport, heeft feedback gegeven op de luchtfotoanalyse en is bevoegd namens het management voor beoordeling van het rapport. Heeft de rapportage o.a. munitietechnisch beoordeeld; Dhr. M.D. Quint, Senior Deskundige Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten en IDDS Explosieven B.V. o Is bevoegd namens het management voor beoordeling van de rapportage, kennisname van de rapportage en is eindverantwoordelijk.

Alle bovengenoemde personen hebben kennis van het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten. 1.10 Distributielijst Zoals eerder beschreven, is dit historisch vooronderzoek uitgevoerd voor de opdrachtgever en alle betrokkenen bij het onderzoeksgebied. Dit zijn in ieder geval: -

IDDS Explosieven B.V.; IDDS Milieu B.V.; Condor Project development B.V.; Mulderblauw Architecten.

1.11 Archivering De gegevens die voor dit onderzoek zijn verzameld en beoordeeld, waaronder ook deze rapportage, de gebeurtenissenkaart en de bodembelastingkaart Ontplofbare Oorlogsresten, zijn door IDDS Explosieven B.V. gearchiveerd onder het project dossier A4244-04. Gegevens die benodigd zijn voor eventuele vervolgstappen in het proces van het opsporen van OO zijn in dit projectdossier te vinden. De gegevens zijn op aanvraag beschikbaar.

Historisch vooronderzoek conflictperiode 1939-1945 2.1 Opzet en afbakening onderzoek conflictperiode In het historisch vooronderzoek wordt op basis van bronnenonderzoek vastgesteld of het onderzoeksgebied mogelijk betrokken is geweest bij oorlogshandelingen tijdens de conflictperiode. In dit hoofdstuk wordt per bronsoort samengevat welke relevante indicaties er voor het onderzoeksgebied tijdens het onderzoek zijn achterhaald. In de vele verschillende bronnen die geraadpleegd worden zijn relevante en minder relevante zaken aangaande OO beschreven. Zo zijn minder relevante stukken bijvoorbeeld beschrijvingen van gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog die nagenoeg geen verband houden met de OO, zoals de Hongerwinter, het uitgeven van voedselbonnen of andere zaken van het dagelijks leven. IDDS Explosieven B.V. heeft bij het onderzoek alleen rekening gehouden met relevante gebeurtenissen die wel aantoonbaar verband houden met OO of de mogelijke aanwezigheid daarvan binnen het onderzoeksgebied, waaronder: -

-

Oorlogshandelingen (grondgevechten, artilleriebeschietingen, bombardementen, luchtaanvallen, treinbeschietingen, V-wapenlanceringen, etc.); Aanwezigheid van Duitse dan wel geallieerde troepen waarbij verdedigingswerken worden aangelegd, zoals bunkers, loopgraven, geschutstellingen, mijnenvelden, militaire objecten en infrastructuur, etc.); Andere zaken die verband houden met OO, zoals vliegtuigcrashes, munitieruimingen, rapporten van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie, etc.

IDDS Explosieven B.V. houdt hierbij de paragrafen 3.1 tot en met 3.14 aan van de Nadere bepalingen voor het beoordelen van bronnenmateriaal en afbakening van verdacht gebied (CSVROO-02), waarin de meest relevante zaken beschreven zijn. Verder zijn niet alle indicaties met betrekking tot OO relevant, vanwege de locatie waar de oorlogshandeling (vermoedelijk) plaatsvond ten opzichte van het onderzoeksgebied. Derhalve is een initiële relevantiebeoordeling noodzakelijk. IDDS Explosieven B.V. komt tot de volgende globale schifting van de indicaties in de tabellen per bronsoort: Relevant voor onderzoeksgebied: -

Ja, oorlogshandeling, munitieruiming, etc. in/nabij het onderzoeksgebied en/of analysegebied; Nee, buiten het onderzoeksgebied; Nee, exacte locatie onbekend; Nee, geen oorlogshandeling; Nee, historische context; Nee, indicatief voor militaire aanwezigheid/strijdverloop; Nee, geen OO.

Mits van toepassing, is achter enkele belangrijke en relevante indicaties voor het onderzoeksgebied een codering opgenomen die begint met een afkorting, IND_(indicatie), daarna gevolgd door de datum van de indicatie (jaar/maand/dag). Verschillende indicaties op dezelfde dag (of van dezelfde gebeurtenis) krijgen, waar nodig, een volgletter. Die indicaties worden zowel in de gebeurtenissenlijst (paragraaf 2.7) als ook in bijlage 2, de gebeurtenissenkaart, weergegeven. Deze coderingen zijn de verbinding tussen de indicaties en de gebeurtenissenkaart. In paragraaf 2.7 wordt antwoord gegeven op de vraag of er indicaties zijn die er op wijzen dat het onderzoeksgebied (of delen hiervan) betrokken is (zijn) geweest bij oorlogshandelingen waardoor er sprake is van een mogelijke aanwezigheid van OO.

Het onderzoeksgebied ligt buiten de bebouwde kom van Rijnsaterwoude en bestaat uit landbodem en waterbodem (onderdeel uitmakend van Braassemermeer). Het is belangrijk om te duiden dat het onderzoeksgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog onbebouwd was (zie figuur 4). Zodoende is tijdens het bronnenonderzoek gezocht op locaties in de nabijheid van het onderzoeksgebied: -

Het dorp Rijnsaterwoude; Braassemermeer, een meer in Zuid-Holland; De Kleine Heilige Geestpolder, waarbinnen een deel van het onderzoeksgebied ligt; Nord de Guerre coördinaten3 qY.8904, qY.8905, qY.9004, qY.9005, qY.9104, qY.9105. Binnen deze kaartvierkanten van 1000 bij 1000 meter of directe nabijheid daarvan ligt het onderzoeksgebied.

Voor wat betreft de te raadplegen archieven wordt vastgesteld dat het onderzoeksgebied gedurende de Tweede Wereldoorlog op het grondgebied lag van de gemeente Rijnsaterwoude. Derhalve is het gemeentearchief van Rijnsaterwoude voor dit onderzoek geraadpleegd. Het onderzoeksgebied bevindt zich in de provincie Zuid-Holland, waardoor eveneens het provinciale archief van Zuid-Holland zal worden geraadpleegd.

Ligging van het onderzoeksgebied in 1942 (bron: Topotijdreis).

3 Nord de Guerre is de naam voor het coördinaten- en cartografisch stelsel wat gebruikt werd voor de planning en

uitvoering van geallieerde militaire operaties in noord- en noordwest Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hierdoor wordt bijvoorbeeld het lokaliseren van troepbewegingen, maar ook locaties van bombardementen en grondgevechten vereenvoudigd.

2.2

Reeds uitgevoerd historisch vooronderzoek en het raadplegen van de CS-VROO verplichte instanties en overheden IDDS Explosieven B.V. heeft eerder uitgevoerde (voor)onderzoeken naar OO opgevraagd bij de CS-VROO verplichte instanties en overheden en deze bestudeerd om te zien in hoeverre zij informatie bevatten die niet reeds uit andere bronnen bekend was. Mocht via deze rapportages relevante informatie zijn gebleken die niet reeds uit andere bronnen bekend was, dan is geprobeerd om de originele achterliggende broninformatie te raadplegen. Eerder uitgevoerde vooronderzoeken hebben zo vooral een signaal- en/of controlefunctie. Deze signaal- en/of controlefunctie wordt betrouwbaarder naarmate de vooronderzoeken van een recentere datum zijn, onder de huidige CS-VROO normering zijn opgesteld en een grotere of volledige dekking van het onderhavige onderzoeksgebied verschaffen. 2.2.1. IDDS Explosieven B.V. interne database De database van IDDS Explosieven B.V. bevat een bodembelastingkaart, behorende bij een onderzoek dat uitgevoerd is door REASeuro. Het betreft de kaart met kenmerk ‘Tekening 3: NGErisicogebieden, Zuid-Holland Vaarwegtraject 6: Heimanswetering, Woudwetering, Oudewetering’ met kenmerk RO-140096, d.d. 4 juni 2014. De bodembelastingkaart laat een verdacht gebied zien voor de gehele Braassemermeer, waarbij onderwatermunitie kan worden verwacht (zie onderstaande figuur).

IDDS Explosieven B.V. heeft het rapport opgevraagd bij REASeuro om die verdachte gebied nader te onderzoeken, maar deze is niet ontvangen. Wel is er navraag gedaan hoe het gebied is afgebakend. Blijkens REASeuro is er een bron aangetroffen die verslag doet van een afworp van zeemijnen in 1943. 4 IDDS Explosieven B.V. heeft geen andere bronnen gevonden die hiervan verslag doen (zie paragraaf 2.3 tot en met 2.5) en gaat zodoende niet mee in de redenering van REASeuro, ook omdat het slechts één bron betreft.

Uit de bodembelastingkaart van REASeuro blijkt dat de gehele Braassemermeer (zie rode pijl) verdacht is op het aantreffen van onderwatermunitie. Het onderzoeksgebied valt hier deels onder. Bron: Bodembelastingkaart van REASeuro. 4 Deze bron is door IDDS Explosieven B.V. ook geraadpleegd en betreft een historisch tijdschrift van de lokale vereniging

Hemessen. Het artikel (in de Jacobsladder 1998, nr 2. p7) is geraadpleegd.

2.2.2.VEO Bommenkaart IDDS Explosieven B.V. heeft de zogeheten Bommenkaart van de Vereniging Explosieven Opsporing5 geraadpleegd, ten einde een overzicht te verkrijgen van de eerder uitgevoerde onderzoeken naar ontplofbare oorlogsresten in en nabij het onderzoeksgebied. Hieruit blijkt dat er voor het onderzoeksgebied nog geen dekkend vooronderzoek OO is uitgevoerd. In nabijheid zijn wel enkele onderzoeken uitgevoerd: 1. Vooronderzoek OO Watergangen 340, uitgevoerd door T&A Survey met kenmerk GPR9812 d.d. 21 april 2022; a. Het onderzoek is conform het recente CS-VROO uitgevoerd; b. Het onderzoek is opgevraagd bij de firma T&A Survey; 2. Proces-verbaal van Oplevering (PvO) met kenmerk GPR7819, opgesteld door T&A Survey; a. De resultaten uit het onderzoek zijn opgevraagd bij de firma T&A Survey. T&A Survey heeft het rapport gedeeld. 6 Als uitgangspunten van het opsporingsonderzoek is (vermoedelijk) het rapport van REASeuro (zie paragraaf 2.2.1.) gebruikt, daar het te onderzoeken gebied verdacht is op het aantreffen van onderwatermunitie. Volgens het PvO heeft er detectie plaatsgevonden, waarbij er vijf significante objecten waargenomen zijn. Uit het rapport blijkt niet dat deze benaderd zijn. b. IDDS Explosieven B.V.

heft getracht te achterhalen waar de informatie aangaande onderwatermunitie vandaan komt uit het onderzoek van REASeuro, maar heeft daarvoor geen concrete aanwijzingen gevonden. Daarnaast is het opvallend dat het gehele Braassemermeer verdacht is verklaard op het aantreffen van dit type OO. 3. Historisch vooronderzoek OO met titel VO OO Oeververvanging T6 Noord, uitgevoerd door RPS met projectdode NL202015410.021. d.d. 17 juni 2021; a. Het onderzoek is conform het recente CS-VROO uitgevoerd; b. De resultaten van het onderzoek zijn opgevraagd bij RPS. RPS heeft aangegeven dat het onderzoeksgebied dat zij onderzocht hebben niet verdacht is op het aantreffen van OO.7 4. Proces-verbaal van Oplevering (PvO) met titel ‘Kaag en Braassem Niebeek benaderen’, uitgevoerd door de firma Saricon met kenmerk 10M038 d.d. 1 januari 2010; a. Het onderzoek heeft plaatsgevonden volgens de oude BRL-OCE norm; b. Het onderzoek is opgevraagd bij Saricon. Saricon heeft aangegeven dat er binnen het te onderzoeken gebied een drietal objecten zijn waargenomen die benaderd zijn. Het bleken geen explosieven en het onderzochte gebied is vrijgegeven van OO.8

5 VEO Bommenkaart. Adviesbureaus aangesloten bij de Vereniging Explosieven Opsporing delen op dit platform

onderzoeksresultaten en wisselen kennis en informatie uit. 6 E-mailcontact tussen IDDS Explosieven B.V. en de firma T&A Survey, d.d. 1 en 2 augustus 2023. 7 E-mailcontact tussen IDDS Explosieven B.V. en RPS, d.d. 1 augustus 2023. 8 E-mailcontact tussen IDDS Explosieven B.V. en Saricon, d.d. 1 augustus 2023.

De uitgevoerde vooronderzoeken zijn weergegeven met de paarse kleur en de opsporingsonderzoeken met de groene kleur de opsporingsonderzoeken. Bron: VEO bommenkaart.

2.2.3. Overheden en andere instanties: Rijkswaterstaat, gemeente, provincie, waterschap en ProRail Bij het opstellen van een historisch vooronderzoek naar ontplofbare oorlogsresten dienen verschillende databases van overheden en instanties verplicht geraadpleegd te worden. Het doel hiervan is om na te gaan of er in het verleden al historisch vooronderzoek, risicoanalyse en/of opsporing in het onderzoeksgebied is verricht. In ieder geval dienen de volgende overheden en instanties geraadpleegd te worden: -

de VEO Bommenkaart (zie hierboven); de gemeente(n) waarbinnen het onderzoeksgebied is gelegen; spoorwegennetbeheerder ProRail indien in het onderzoeksgebied railinfrastructuur aanwezig is.

Rijkswaterstaat (RWS), het waterschap en/of de provincie waarin het onderzoeksgebied is gelegen dienen geraadpleegd te worden indien in het onderzoeksgebied zichtbare infrastructuur aanwezig is welke beheert wordt door één of meerdere van deze organisaties. Daartoe behoort zowel boven- als ondergrondse infrastructuur. IDDS Explosieven B.V. heeft contact met de bovengenoemde overheden en instanties gezocht, met de volgende resultaten: -

Rijkswaterstaat, afdeling Explosieven: o E-mailcontact op 1 augustus 2023. o Aangeleverde vooronderzoeken: geen, RWS heeft aangegeven onderzoeken te hebben die verband houden met het onderzoeksgebied.

geen

-

Gemeente Kaag en Braassem: o E-mailcontact op 3 augustus 2023: o Aangeleverde vooronderzoeken/informatie betrof: geen, bij oplevering van dit conceptrapport is er geen informatie aangaande OO van de gemeente ontvangen; o Eveneens zijn de meest recente bestemmingsplannen van de gemeente Rijnsaterwoude gecontroleerd op eerder uitgevoerd onderzoek naar OO.9 Er zijn geen bijzonderheden aangetroffen.

-

Provincie Zuid-Holland: o Is niet benaderd, daar er geen aanwijzingen zijn dat de provincie Zuid-Holland betrokken is bij het onderzoeksgebied.

-

Hoogheemraadschap Rijnland o Is niet benaderd, daar er van dhr. Bakker informatie is ontvangen van het Hoogheemraadschap van Rijnland aangaande het onderzoeksgebied en OO.

-

ProRail Conventionele Explosieven Loket: o De spoorwegennetbeheerder is niet geraadpleegd omdat er geen infrastructuur in het beheer van deze instantie in of nabij het onderzoeksgebied ligt.

In de onderhavige rapportage wordt, middels voetnootverwijzingen en uitleg, duidelijk gemaakt hoe de verkregen informatie van bovenstaande overheden en instanties betrokken is bij het historisch vooronderzoek.

9 Zie de website ruimtelijkeplannen.nl, waarop Nederlandse gemeenten bestemmingsplannen e.d. ter inzage presenteren,

inclusief bijlagen van deze plannen waarin reeds uitgevoerd onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten wordt opgenomen.

2.3 Gebeurtenissen afkomstig uit de geraadpleegde literatuur Voor het vooronderzoek is relevante literatuur bestudeerd. Hieronder worden oorlogshandelingen in of in nabijheid van het onderzoeksgebied weergegeven (zie tabel 2). In bijlage 1 is alle geraadpleegde literatuur te vinden. Datum

Gebeurtenis/omschrijving

Bron

6 februari 1945

Op 6 februari 1945 vindt er een ontploffing plaats in het Braassemermeer van vermoedelijk een V-1 of V-2 raket.

Tijdinghen 2016-1

1940-1945

‘In de polders zouden bomkraters moeten zijn ontstaan. Die zijn vooralsnog niet bekend en evenmin zichtbaar op enkele beschikbare luchtfoto’s.[…] In de omgeving van Rijnsaterwoude is geen bomkrater bekend.’ Vissers visten in het Braassemermeer een zwaar voorwerp op dat achteraf een V-1 raket bleek te zijn.

Tijdinghen 2016-1

5 januari 1952

Tijdinghen 2016-1

Relevant voor onderzoeksgebied Ja, het onderzoeksgebied bestaat deels uit waterbodem en behoort toe aan het Braassemermeer. IND_19450206 Wellicht, indicatie dat er geen bomkraters op foto’s te zien zijn.

Ja, het onderzoeksgebied bestaat deels uit waterbodem en behoort toe aan het Braassemermeer. IND_19520105

Tabel 2: Gebeurtenissen en indicaties afkomstig uit de geraadpleegde literatuur.

2.4 Gebeurtenissen afkomstig uit geraadpleegde archieven Voor het vooronderzoek zijn diverse archiefstukken uit binnen- en buitenland geraadpleegd. Hieronder worden de relevante archiefstukken inzake oorlogshandelingen in of in directe nabijheid van het onderzoeksgebied weergegeven. In bijlage 1 zijn alle geraadpleegde archiefstukken vermeld. 2.4.1. Gemeentearchief Rijnsaterwoude Gemeentearchief Rijnsaterwoude Op 30 juni 2023 heeft IDDS Explosieven B.V. een bezoek gebracht aan het Erfgoed Leiden en Omstreken, alwaar het gemeentearchief van Rijnsaterwoude ligt. In het gemeentearchief is gezocht naar stukken van de luchtbeschermingsdienst, rapporten betreffende schade die is ontstaan door oorlogshandelingen en naoorlogse ruimingen van ontplofbare oorlogsresten. Ook is er gezocht naar stukken van het Militair Gezag en stukken van de politie. Archiefstukken betreffende de luchtbeschermingsdienst, oorlogsschaderapportages en de (naoorlogse) ruimingen van OO zijn niet aangetroffen in het gemeentearchief. Er zijn door IDDS Explosieven B.V. in het gemeentearchief van Rijnsaterwoude (periode 1811-1952) ook geen andere relevante stukken gevonden die verband houden met oorlogshandelingen of zaken die verband houden met OO.

2.4.2. Provinciaal Archief Zuid- Holland (Nationaal Archief) Het Nationaal Archief fungeert als het provinciaal archief voor de provincie Zuid-Holland. In deze archiefinstelling zijn diverse stukken van het Militair Gezag van de provincie Zuid-Holland aanwezig. Archief van het Militair Gezag in Zuid-Holland Het Militair Gezag was op provinciaal niveau verantwoordelijk voor het bestuur in de door de geallieerde bevrijdde gebieden van Nederland en was als zodanig betrokken bij de luchtbescherming, het herstellen van oorlogsschade en (het coördineren van) het ruimen van OO. Over het algemeen bestond het provinciaal Militair Gezag uit een provinciaal militair commissaris (PMC) met daaronder de district militaire commissarissen (DMC), die aan de PMC rapporteerden. Op deze beide niveaus kan relevante informatie voor het historisch vooronderzoek naar OO aanwezig zijn. IDDS Explosieven B.V. heeft stukken van het Militair Gezag Zuid-Holland digitaal beschikbaar sinds najaar 2020. In dit archief zijn voor het onderzoeksgebied of directe omgeving de volgende aanwijzingen gevonden: Datum

Gebeurtenis/omschrijving

Bron

12 juni 1945

Melding van de burgemeester van Rijnsaterwoude dat er in de gemeente geen mijnenvelden aanwezig zijn.

Inventarisnummer 43

Relevant voor onderzoeksgebied Nee, de melding over het wel of niet aanwezig zijn is volgens IDDS Explosieven niet geheel betrouwbaar, zo blijkt uit ervaring.

Tabel 3: Indicaties afkomstig uit de geraadpleegde stukken van het provinciaal archief.

2.4.3. Nationaal Archief (NA), Den Haag Uit het Nationaal Archief zijn stukken van de Rijksinspectie Bescherming Bevolking tegen Luchtaanvallen en de stukken van het Korps Hulpverleningsdienst geraadpleegd. Deze stukken bevatten informatie over luchtaanvallen en bombardementen op Nederlands grondgebied. Archief van de Rijksinspectie Bescherming Bevolking tegen Luchtaanvallen Deze collectie bevat onder andere correspondentie van de Commissaris der Koningin in ZuidHolland en meldingen van geallieerde luchtactiviteiten boven diverse Nederlandse gemeenten. Hiermee kan informatie over luchtaanvallen en bombardementen achterhaald worden. Deze archiefstukken zijn sinds najaar 2020 digitaal in het bezit van IDDS Explosieven B.V. De raadpleging van deze stukken heeft de volgende onderzoeksresultaten opgeleverd: Datum

Gebeurtenis/omschrijving

Bron

28 juli 1940

‘Op 28 juli te 23.45 heeft een vliegtuig boven Brasemermeer gevlogen. Een heftige explosie is gevolgd in het meer. Vanmorgen zijn 5 drijvers uit het meer opgevischt en om 12.00 uur vanmorgen is opnieuw in het meer een explosie gehoord. Burgemeester vreest dat mijnen zijn afgeworpen.’ ‘Rijnsaterwoude. 3 mijnen aangespoeld aan den oever van het Brasemermeer. Gemeentehuis te Rijnsaterwoude kan plaats aanduiden. ’

Inventarisnummer 39: ZuidHolland.

31 juli 1940

Inventarisnummer 39: ZuidHolland.

Relevant voor onderzoeksgebied Ja, het onderzoeksgebied bestaat deels uit waterbodem en behoort toe aan het Braassemermeer. IND_19400728 Ja, het onderzoeksgebied bestaat deels uit waterbodem en behoort toe aan het Braassemermeer.

IND_19400731 Tabel 4: Indicaties afkomstig uit de geraadpleegde stukken van het Nationaal Archief te Den Haag.

Archief van het Korps Hulpverleningsdienst Verder is het archief van het Korps Hulpverleningsdienst in het Nationaal Archief geraadpleegd.10 Deze dienst was niet alleen betrokken bij het ruimen van ontplofbare oorlogsresten in de naoorlogse periode tot 1971 maar leverde ook eerste levensbehoeften aan hulpbehoevenden. In dit archief zijn vele krantenknipsels te vinden waarin de werkzaamheden en activiteiten van het korps worden beschreven. Het is daarom een nuttige bron voor eventuele (contra-)indicaties op de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Dit is een CS-VROO verplichte bron. IDDS Explosieven B.V. beschikt over foto’s van hoge kwaliteit van elk krantenartikel en knipsel uit de relevante inventarisnummers. Er zijn geen relevante krantenartikelen in deze collecties gevonden met betrekking tot het onderzoeksgebied. 2.4.4. NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, Amsterdam In de collectie van het NIOD zijn door IDDS Explosieven B.V. de collecties 216k van het Departement van Justitie en decollectie 077 van het Duitse politieapparaat in Nederland, het Generalkomissariat für das Sicherheitswesen – Höhere SS- und Polizeiführer Nord-west geraadpleegd volgens de zoektermen van paragraaf 2.1.

Collecties 216k en 077: archieven van het Departement van Justitie en het Generalkomissariat für das Sicherheitswesen Collectie 216k bevat onder andere processen-verbaal met betrekking tot bombardementen en andere zaken gerelateerd aan de luchtoorlog boven Nederland. Het Generalkomissariat für das Sicherheitswesen bevat een relatief compleet overzicht van luchtaanvallen op Nederlands grondgebied in de periode 1940-1941. Deze twee collecties behoren tot de CS-VROO verplichte bronnen. Er zijn geen relevante resultaten aangetroffen. Collectie 190a: archief van Groep Albrecht Naast de archieven van het Departement van Justitie en het Duitse politieapparaat bezit het NIOD de collectie 190a Groep Albrecht, het archief van een collectief van Nederlandse verzetslieden. De Groep verzamelde inlichtingen ten behoeve van de geallieerden door middel van militaire spionage op de Duitse bezettingsmacht door geheel Nederland. Dit is volgens het vigerende CSVROO een aanvullende bron. Er zijn geen relevante resultaten aangetroffen. 2.4.5. Semi-Statisch Informatiebeheer (SIB) en de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD), Rijswijk Het SIB te Rijswijk beheert onder andere de ruimrapporten van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD). Naast deze ruimrapporten dient de mijnenveldenkaartendatabase van het SIB te worden geraadpleegd.

Als uit de informatie van de ruimrapporten en de mijnenveldenkaarten indicaties komen dat er mijnenvelden nabij of in het onderzoeksgebied hebben gelegen, raadpleegt IDDS Explosieven B.V. eveneens de separate collectie mijnenvelden ruimrapporten. EODD ruimrapporten (MORA’s), 1970 - heden Voor de periode vanaf 1970 is het mogelijk om een (min of meer) volledig overzicht te geven van meldingen en ruimingen van OO in het onderzoeksgebied en de directe omgeving daarvan. Sinds 1970 zijn alle rapporten, de zogeheten MORA’s 11, van geruimde OO van de EODD centraal gearchiveerd. Het grootste gedeelte van dit archief wordt beheerd door het SIB (Ministerie van Defensie) te Rijswijk. Dit archief is doorzoekbaar op door de EODD samengestelde registers op plaatsnaam. 10 Nationaal Archief, toegangsnummer 2.04.110, Inventaris van het archief van het Korps Hulpverleningsdienst 1945-

1974, inventarisnummers 20, 21 en 22. 11 MORA: Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening; later Werkopdracht (WO) en tegenwoordig Uitvoeringsopdracht (UO).

IDDS Explosieven B.V. heeft voor dit vooronderzoek gezocht in de registers van de plaats Rijnsaterwoude. De relevante MORA’s worden digitaal aangevraagd en per e-mail of CD-ROM aangeleverd. Voor MORA’s vanaf 2010 wordt de relevante EODD Acces-database geraadpleegd in de database van IDDS Explosieven B.V. IDDS Explosieven B.V. heeft ruimrapporten van de EODD in de omgeving van het onderzoeksgebied bestudeerd. Er waren geen ruimrapporten beschikbaar van ruimingen uitgevoerd binnen de contouren van de analyse- en onderzoeksgebieden. Wel in nabijheid daarvan. In de aangevraagde ruimrapporten van de EODD zijn de volgende indicaties aangetroffen: UOnummer 19873303

Datum melding

Beschrijving van aangetroffen ontplofbare Relevant voor oorlogsresten en de locatie onderzoeksgebied 1987 1x Oatbgrak v. 3.5 Rijnsaterwoude. Prov. Weg 7, t.h.v. Nee, buiten het paal 10.00 onderzoeksgebied. Tabel 5: Indicaties afkomstig uit de geraadpleegde ruimrapporten van de EODD en SIB te Rijswijk.

Bij veel munitieruimingen wordt het politiebureau als ligplaats aangemerkt. Het betreft hier meestal munitie die bij het politiebureau is afgeleverd of is meegenomen door politiepersoneel. De originele ligplaats is daardoor vrijwel nooit bekend. Derhalve worden deze munitieruimingen niet in de analyse meegenomen. Daarnaast zijn de locatieaanduidingen in de ruimrapporten van de EODD niet eenduidig. In de gevallen dat er een adres wordt vermeld als locatie van ontplofbare oorlogsresten is dit niet automatisch ook de daadwerkelijke ligplaats van het explosief. Het opgegeven adres kan van de melder zijn, maar de OO kunnen zich bijvoorbeeld bevinden op een akker of perceel behorende bij het adres van de melder of anderszins. Zelfs met concrete adresgegevens is het herleiden van OO naar een specifieke locatie niet altijd mogelijk en afhankelijk van de nauwkeurigheid van de melding. Mijn- en Munitieopruimingsdienst ruimrapporten en informatie, 1945 - 1947 De Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) was (in de naoorlogse periode) belast met het ruimen van ontplofbare oorlogsresten op Nederlands grondgebied en kan worden beschouwd als een voorloper van de hedendaagse Explosieven Opruimingsdienst Defensie. In de collectie van de MMOD zijn de ruimingen in de periode 1945-1947 alfabetisch per gemeente/plaatsnaam ontsloten. IDDS Explosieven B.V. heeft geen relevante indicaties aangetroffen.

De MMOD collectie bevat vele verklaringen van burgermeesters van allerlei Nederlandse gemeenten. Er zijn een aantal veelvoorkomende varianten op deze verklaringen, maar globaal beschrijft de burgermeester dat ‘voor zover hem bekend, momenteel geen explosieven stoffen of enigerlei munitie in deze gemeente meer aanwezig is.’ IDDS Explosieven B.V. beoordeelt deze verklaringen als doorgaans zeer onbetrouwbaar, daar deze meldingen vaak gevolgd worden door latere correspondentie met de MMOD en andere overheden en instanties over aangetroffen of nog te ruimen ontplofbare oorlogsresten. Dit doet de opgestelde burgermeestersverklaringen, waarin zij aangegeven geen ontplofbare oorlogsresten meer binnen hun gemeentegrenzen te verwachten, doorgaans teniet. Er zijn twee mogelijke oorzaken voor deze foutieve verklaringen. Het zou kunnen dat de burgermeesters niet goed op de hoogte waren of geen volledig beeld hadden van de situatie met achtergebleven ontplofbare oorlogsresten in hun gemeenten. Daarnaast is het mogelijk dat zij met deze verklaring simpelweg een administratief voorschrift afhandelden, waarbij een accurate weergave van de realiteit van ondergeschikt belang was. De verklaringen betreffen momentopnames, vaak opgesteld kort na de oorlog, gebaseerd op onvolledige informatie. Daarom behandelt IDDS Explosieven B.V. deze verklaringen van de burgermeesters hier niet.

Mijnenveldenkaartendatabase Naast de ruimrapporten heeft het SIB de mijnenveldkaarten in bewaring waarop de diverse mijnenvelden staan vermeld die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland hebben gelegen. IDDS Explosieven B.V. heeft deze collectie sinds de zomer van 2022 digitaal in haar bezit. Er bleken binnen de contouren van het onderzoeksgebied geen mijnenvelden aanwezig te zijn. Collectie mijnenvelden ruimrapporten Uit de reeds geraadpleegde bronnen en de bovenstaande gegevens van de EODD en MMOD zijn geen indicaties verzameld voor de aanwezigheid van landmijnen binnen of nabij het onderzoeksgebied. De collectie mijnenvelden ruimrapporten, waarin het lokaliseren en opruimen van dergelijke velden werd beschreven en bijgehouden, is daarom verder niet geraadpleegd. 2.4.6. Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH), Den Haag Het Nederlands Instituut voor Militaire Historie in Den Haag beheert collecties over de geschiedenis van de Nederlandse krijgsmacht. Bij het NIMH zijn de collecties 409, 420 en 575 online geraadpleegd. In collectie 420 zijn de burgermeestersverklaringen betreffende (gebeurtenissen omtrent) de aankomst van Duitse eenheden bij het begin van de bezetting en de aankomst van geallieerde bevrijders opgenomen.

Collectie 409: Gevechtsverslagen en -rapporten mei 1940 De collectie 409 bestaat uit gevechtsverslagen en rapporten van de Meidagen 1940 opgemaakt door officieren, onderofficieren en soldaten in de periode van de zomer 1940 tot enkele jaren na de bevrijding. Dit gebeurde ten behoeve van de geschiedschrijving van de strijd in de Meidagen door de Krijgsgeschiedkundige Sectie van het Hoofdkwartier van de Generale Staf.12 Dit is een CS-VROO aanvullende bron. Binnen deze collectie zijn geen indicaties uit de Meidagen 1940 aangetroffen voor het onderzoeksgebied. Collectie 575: Bureau Inlichtingen/Duitse verdedigingswerken De collectie 575 is geraadpleegd omdat hierin stukken te vinden zijn inzake Duitse verdedigingswerken, veelal opgesteld door Nederlandse verzetslieden. Voor het onderzoeksgebied zijn geen relevante indicaties met betrekking tot Duitse verdedigingswerken aangetroffen. 2.4.7. The National Archives, Londen, Verenigd Koninkrijk: Royal Air Force In The National Archives te Londen (TNA), het nationaal archief van Groot-Brittannië, ligt belangrijk archiefmateriaal over de luchtoorlog boven Nederland in de periode 1940 – 1945.

Daarnaast bewaart deze archiefinstelling de oorlogsdagboeken van Britse militaire eenheden, welke een belangrijke rol hebben gespeeld bij de bevrijding van Nederland (en de daarmee gepaard gaande grondstrijd) in de periode 1944 – 1945 (zie paragraaf 2.5.8). IDDS Explosieven B.V. heeft in het verleden een grote hoeveelheid gegevens uit dit archief verzameld die relevant zijn voor het Nederlands grondgebied. In het kader van dit historisch vooronderzoek is in deze gegevens gezocht naar informatie die mogelijk relevant is voor het onderzoeksgebied.

12 Deze geschiedschrijving heeft geresulteerd in de Groene Serie van Nierstrasz - de officiële stafwerken met de

Nederlandse geschiedschrijving van de strijd op Nederlands grondgebied in mei 1940. De gevechtsverslagen uit de collectie 409 zijn dus niet de officiële rapporten van de betreffende eenheden, maar later opgesteld. De officiële rapporten zijn gezien de spoedige capitulatie ofwel niet opgesteld ofwel merendeels vernietigd na opdracht daartoe van het Algemeen Hoofdkwartier op 14 mei 1940.

Onnauwkeurigheden in de bronnen van de Royal Air Force en de ervaringen van vliegtuigbemanningen Bij het raadplegen van de stukken van The National Archives is rekening gehouden met de mogelijke waarnemingsonnauwkeurigheid van de vliegtuigbemanningen. Veel luchtaanvallen werden onder lastige omstandigheden uitgevoerd. Aanvallen werden in de nacht, met bewolkt of slecht weer uitgevoerd of de piloten kregen te maken met hevig en zenuwslopend Duits luchtafweergeschut, felle zoeklichten en/of een gevaarlijke onderschepping van Duitse jachtvliegtuigen. Daarnaast ondervonden de vliegtuigbemanningen, zeker in de beginjaren van de Tweede Wereldoorlog, nog vele navigatieperikelen (tijdens nachtvluchten). Door kaartmateriaal te vergelijken met grondwaarnemingen moest de navigator positiebepalen (gegist bestek, ook wel ‘dead reckoning’ genoemd) en doelwitten identificeren, wat geen sinecure was boven een verduisterd Europa waarbij vele schijndoelwitten en camouflagetechnieken werden gehanteerd door de Duitse bezetter. 13 Hierdoor doolden de bemanningen vaak en kunnen waarnemingen foutief genoteerd of beïnvloed zijn en mogelijk afwijken van de werkelijkheid. Er zijn vele voorbeelden van luchtaanvallen die als succesvol zijn omschreven in de Britse bronnen, terwijl in werkelijkheid een totaal andere locatie voor het beoogde doelwit werd aangezien.

Het was daarom niet ongebruikelijk dat bommenlasten kilometers ver van de beoogde doelwitten neerkwamen als gevolg van deze dwalingen, beperkingen en foutieve waarnemingen. Daarnaast zijn er voorbeelden bekend van aangeschoten of door jachtvliegtuigen belaagde bommenwerpers, welke vervolgens de bommenlast lieten vallen zonder op een doelwit te richten. Een dergelijke ‘noodafworp’ werd gedaan om aanzienlijk lichter te zijn (voor de landing), brandstof te besparen en sneller te kunnen vliegen in een poging aan een gevaarlijke situatie te ontsnappen of deze meester te worden. Het is geheel willekeurig waar de bommenlast terecht kwam als gevolg van een noodafworp, al zijn er voorbeelden bekend waar de vliegers ervoor kozen de bommenlast te lozen boven zee of onbewoonde gebieden als zij genoeg tijd en een keuze hadden. Daarnaast komen in vele ORBs en andere gevechtsverslagen Nord de Guerre coördinaatvermeldingen voor. Het is hierbij van belang om te duiden dat deze coördinaten geen exacte locatie aangeven, maar vakken (kaartvierkanten) van verschillende omvangen. Hierdoor bestaat er een inherente onnauwkeurigheid van notatie in dit coördinatenstelsel. Immers kan het waargenomen of aangevallen doelwit overal gelegen zijn binnen dit vak en veelal is aanvullend bron- en/of kaartmateriaal benodigd om een exactere locatiebepaling te verkrijgen.

14 Daarnaast komt het voor dat de coördinaten verkeerd genoteerd zijn (typfouten), waardoor een ander kaartvierkant (mogelijk kilometers verwijderd van de beoogde locatie) wordt aangeduid. In het geval dat IDDS Explosieven B.V. twijfelt over de nauwkeurigheid van een vermelding, wordt dit als opmerking in de onderstaande tabellen betreffende de verschillende hoofdelen van de Britse luchtmacht erbij gezet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=eb257458-ea60-4ab0-8a18-1f2b117b0d88