Bijlage 10 - Bodemonderzoek
Tekst van het document
Uit de analyseresultaten (na uitsplitsing) blijkt dat in de grond ter plaatse van diverse boringen (ter plaatse van deellocaties A, B, C en D) de tussen- en interventiewaarden voor één of meerdere zware metalen, PAK en/of minerale olie worden overschreden: Deellocatie A) Algemene terreindelen (voorterrein, achterterrein en loods) - 17 (traject: 0,0 – 0,5 m-mv), nikkel > interventiewaarde; - 01 (traject: 0,7 – 0,9 m-mv), zink en lood > interventiewaarde; - 10 (traject: 0,6 – 0,9 m-mv), zink en lood > tussenwaarde; - 28 (traject: 0,3 – 0,7 m-mv), PAK > tussenwaarde, nikkel, koper, zink, lood > interventiewaarde; - 30 (traject: 0,5 – 1,0 m-mv), zink > tussenwaarde, nikkel, koper en lood > interventiewaarde; Deellocatie B) (voormalige) standplaats werflier, verf- en voorbereidingswerkplaats en monteurswerkplaats - 23 (traject: 0,5 – 0,9 m-mv), lood > tussenwaarde, zink > interventiewaarde; - 26 (traject: 0,4 – 0,5 m-mv), koper en zink > tussenwaarde, nikkel > interventiewaarde. Deellocatie C) (voormalige) ondergrondse gasolietank en benzinetank - 03 (traject: 1,5 – 2,0 m-mv), minerale olie > tussenwaarde. Deellocatie D) (voormalige) ondergrondse brandstoftank - 22 (traject: 0,0 – 0,5 m-mv), zink > tussenwaarde, koper > interventiewaarde.
De gehalten zware metalen, PAK en/of minerale olie ter plaatse van bovengenoemde boringen overschrijden de desbetreffende tussen- en interventiewaarden en geven formeel aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek naar de omvang en mate van de verontreinigingen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 25 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
Grondwater Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH) duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater. Het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de mate van troebelheid van het grondwater (NTU) is enigszins verhoogd ten opzichte van de maximale waarden van 2.000 EC en 10 NTU. Naar onze mening heeft dit geen invloed op de representativiteit van het onderzoek. In het grondwater zijn plaatselijk licht verhoogde concentraties met barium aangetoond. De concentraties van de overige onderzochte parameters zijn alle lager dan de desbetreffende streefwaarden. 3.6
TOETSING HYPOTHESE
De op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek vastgestelde onderzoekshypothese is getoetst aan de resultaten van het verkennend bodemonderzoek. De toetsing van de hypothese is in onderstaande tabel opgenomen. Indien van toepassing is, bij een (gedeeltelijk) onjuiste hypothese de invloed op representativiteit van het onderzoek in relatie met de gevolgde onderzoeksstrategie aangegeven. TABEL 3.6.1a: Hypothese en onderzoeksstrategie Algemeen Deellocatie
A)
Hypothese
Verdacht
Algemene terreindelen (voorterrein, achterterrein en loods)
Als kritische parameters worden aangemerkt: Grond: zware metalen, PAK Toetsing
Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese: Aangenomen Reden: in de grond zijn lichte verontreinigingen met zware metalen, PAK, PCB’s en/of minerale olie aangetoond. Plaatselijk zijn matig tot sterke verontreinigingen met zware metalen en PAK aangetoond. In het grondwater zijn lichte verontreinigingen met barium aangetoond.
Deellocatie
B)
Hypothese
Verdacht
(voormalige) standplaats werflier, verf- en voorbereidingswerkplaats en monteurswerkplaats
Als kritische parameters worden aangemerkt: Grond: zware metalen, PAK, minerale olie, vluchtige olie en aromaten Grondwater minerale olie, vluchtige olie en aromaten Toetsing
Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese: Aangenomen Reden: in de grond zijn lichte verontreinigingen met zware metalen, PAK, PCB’s en/of minerale olie aangetoond. Plaatselijk zijn matig tot sterke verontreinigingen met zware metalen aangetoond. In het grondwater is een lichte verontreiniging met barium aangetoond.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 26 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
TABEL 3.6.1b: Hypothese en onderzoeksstrategie (vervolg) Algemeen Deellocatie
C)
Hypothese
Verdacht
(voormalige) ondergrondse gasolietank en benzinetank
Als kritische parameters worden aangemerkt: Grond: minerale olie, vluchtige olie en aromaten Grondwater: minerale olie, vluchtige olie en aromaten Toetsing
Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese: Aangenomen Reden: in de grond is een lichte verontreiniging met PAK en matige verontreiniging met minerale olie aangetoond. In het grondwater is een lichte verontreiniging met barium aangetoond.
Deellocatie
D)
Hypothese
Verdacht
(voormalige) halfondergrondse brandstoftank
Als kritische parameters worden aangemerkt: Grond: minerale olie, vluchtige olie en aromaten Grondwater: minerale olie, vluchtige olie en aromaten Toetsing
Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese: Aangenomen Reden: in de grond zijn lichte verontreinigingen met zware metalen, PAK en PCB’s aangetoond. Plaatselijk zijn matig tot sterke verontreinigingen met zware metalen aangetoond. In het grondwater is een lichte verontreiniging met barium aangetoond. In de grond en/of het grondwater zijn geen verhoogde gehalten met minerale olie, vluchtige olie en aromaten aangetoond.
Deellocatie
E)
Hypothese
Verdacht
Slootdempingen
Als kritische parameters worden aangemerkt: Grond: zware metalen, PAK Toetsing
Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese: Verworpen Reden: In de boringen ter plaatse van de vermoedelijke slootdempingen zijn geen verdachte dempingsmaterialen (afwijkend dempingsmateriaal, slib- en rietresten) waargenomen welke kunnen duiden op een slootdemping met verontreinigd materiaal. De slootdempingen zijn naar alle waarschijnlijkheid uitgevoerd met gebiedseigen grond. In de grond ter plaatse van de slootdempingen zijn lichte verontreinigingen met zware metalen, PAK en minerale olie aangetoond.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 27 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
4.
VERKENNEND ASBESTONDERZOEK
4.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE
In het verkennend bodemonderzoek zijn plaatselijk bijmengingen met beton en metselpuin aangetroffen, waardoor de locatie formeel als asbestverdacht beschouwd dient te worden. Derhalve is een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie ten aanzien van asbest is de norm NEN 5707+C2;2017 gehanteerd. Opgemerkt dient te worden dat het asbestonderzoek enkel is uitgevoerd ter plaatse van de uitpandige terreindelen waar geen verhardingsmateriaal aanwezig is. De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de hypothese zoals deze is vastgesteld op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek, zie hoofdstuk 2. Voor het onderhavige onderzoek is de onderzoeksstrategie voor een verkennend onderzoek asbest op diffuus belaste locaties met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van de monsterneming gehanteerd. 4.2
VELDONDERZOEK
Visuele inspectie maaiveld Bij de uitvoering van de visuele inspectie van het maaiveld geldt een aantal voorwaarden. Deze voorwaarden zijn in tabel 4.2.1 opgenomen. Per voorwaarde is aangegeven of aan deze voorwaarde is voldaan. Als er niet aan voldaan is, is de oorzaak aangegeven. Wanneer van een verdachte locatie geen visuele inspectie van het maaiveld kan worden uitgevoerd kan geen verdere opdeling worden gemaakt in verdachte en onverdachte deellocaties en moet de hele locatie als verdacht worden beschouwd. TABEL 4.2.1: voorwaarden maaiveldinspectie Voorwaarde Omschrijving
Voldaan
Het maaiveld moet vrij inspecteerbaar zijn
Er moet een zo groot mogelijk deel van het te inspecteren maaiveld vrij zijn van objecten (afdeklagen, verhardingen, opgeslagen goederen, afval enz.). Daarnaast is het noodzakelijk dat de aanwezigheid van vegetatie (gras, struiken, bladeren enz.) geen belemmering vormen voor de maaiveldinspectie. Ook behoort de te inspecteren oppervlakte voldoende representatief te zijn voor de gehele (deel)locatie. Er mag geen groot aaneengesloten deel van de (deel)locatie niet inspecteerbaar zijn. Onvoldoende inspecteerbare delen vallen buiten het inspectiegebied en blijven als asbestverdacht aangemerkt.
Nee
De toplaag moet droog en onbesneeuwd zijn
Grond zal nooit helemaal droog zijn; in dit geval wordt met ‘droog’ bedoeld dat het vochtgehalte dusdanig laag is dat er geen belemmeringen ontstaan voor de visuele inspectie. Het betreft dus veldvochtige grond zonder dat hierop plassen enz. voorkomen. Bij veel neerslag zal het bodemoppervlak na verloop van tijd te nat worden om een goede inspectie uit te voeren.
Ja
Er moet voldoende licht en zicht zijn
De hoeveelheid licht en zicht mag geen beperkende factor zijn voor een optimale visuele inspectie. Dit betekent dat de weersomstandigheden dusdanig behoren te zijn dat er geen belemmeringen optreden voor de visuele inspectie. In algemene zin betekent dit: geen neerslag (regen, hagel, sneeuw), voldoende daglicht en geen hevige mist. Bij onvoldoende daglicht is het gebruik van kunstlicht een goed alternatief.
Ja
Conclusie
Aan de voorwaarden wordt niet voldaan. De locatie is plaatselijk sterk begroeid, waardoor geen volledige maaiveldinspectie mogelijk is. Derhalve wordt de gehele onderzoekslocatie als verdacht aangemerkt op asbest.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 28 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
Visuele inspectie grond Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in tabel 4.2.2. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op de situatietekening, welke is opgenomen in bijlage 1.3. TABEL 4.2.2: samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode
10-08-2023
Uitvoerende partij
IDDS Milieu
Beoordelingsrichtlijn Protocol
BRL SIKB 2000 protocol 2018
Onderzoeksaspect
Asbestonderzoek grond (circa 4.775 m²)
Meetpunten Type*
Aantal
Inspectiegat met boring
17
Codering
ASB-01, ASB-02, ASB-03, ASB-04, ASB-05, ASB-06, ASB-07, ASB-08, ASB-09, ASB-10, ASB-11, ASB-12, ASB-13, ASB-14, ASB-15, ASB-16, ASB-17 *: afmeting inspectiegat asbest: minimaal: 30 cm x 30 cm x 50 cm–mv
Het veldonderzoek is uitgevoerd door dhr. M. Voorbij van IDDS Milieu. Het onderzoek van de grond is uitgevoerd onder certificaat van de BRL SIKB 2000, protocol 2018. Het procescertificaat en de hierbij behorende keurmerken zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot het veldonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden (exclusief asbestverdacht materiaal) Het opgeboorde en vrijgegraven bodemmateriaal is visueel geïnspecteerd op afwijkingen en op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Het materiaal is met name beoordeeld op de aard, grootte en gradatie van voorkomen. Indien er sprake is van afwijkingen en/of bijmengingen zijn deze, per meetpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3.2. Inspectie grove fractie Bij de inspectie van de grove fractie is de vrijgegraven grond uit de inspectiegaten geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal (grove fractie). Hierbij is de vrijgegraven grond gezeefd of uitgeharkt.
Op basis van de inspectie van de grove fractie blijkt dat in het vrijgegraven en geïnspecteerde materiaal uit de inspectiegaten en boringen van de grond visueel geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen. Monstername fijne fractie Op basis van de resultaten van het veldonderzoek zijn een drietal mengmonsters (Asbest-01, Asbest-02 en Asbest-03) van de bovengrond samengesteld. Van de ondergrond welke bijmengingen met metselpuin bevat (op indicatieve basis) één mengmonster (Asbest-04) samengesteld. De monsters zijn vervolgens onderzocht op de aanwezigheid van asbest.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 29 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
4.3
LABORATORIUMONDERZOEK
Voor de verrichting van het chemisch onderzoek zijn de monsters overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. De naam en contactgegevens van het betreffende laboratorium, alsmede de data waarop de monstervoorbehandeling en het analytisch onderzoek is uitgevoerd, zijn aangegeven op het analysecertificaat, welke in bijlage 4.3 is opgenomen. In tabel 4.3.1 zijn de resultaten beknopt weergegeven. Opgemerkt wordt dat het asbestonderzoek van de ondergrond een indicatief karakter heeft. De geanalyseerde monsterhoeveelheid voldoet niet aan de eis conform de NEN 5898. Derhalve kan geen gewogen asbestconcentratie worden bepaald en kan enkel een uitspraak worden gedaan over de aan- of afwezigheid van asbest in het aangeleverde monster. TABEL 4.3.1: overzicht resultaten laboratoriumonderzoek Onderzoeksaspect Monstercode (deel)monsters en traject (m-mv) Asbestonderzoek grond (circa 4.775 m²)
Bodemtype en bijzonderheden
Opmerking
Gehalte asbest*
Asbest-01
ASB-01 (0,00 - 0,50) ASB-02 (0,30 - 0,80) ASB-03 (0,00 - 0,50) ASB-05 (0,00 - 0,50) ASB-06 (0,00 - 0,50) ASB-07 (0,00 - 0,50)
Zand, zwak tot matig baksteenhoudend, sporen glas, zwak tot sterk metselpuinhoudend, sterk betonhoudend, zwak aardewerkhoudend
Fijne fractie
< 0,3 mg/kg d.s.
Asbest-02
ASB-04 (0,00 - 0,50) ASB-08 (0,00 - 0,50) ASB-09 (0,00 - 0,50) ASB-11 (0,00 - 0,50) ASB-12 (0,00 - 0,50) ASB-16 (0,00 - 0,50)
Veen, zwak baksteen- en metselpuinhoudend, sporen aardewerk, glas en plastic
Fijne fractie
< 0,4 mg/kg d.s.
Asbest-03
ASB-10 (0,00 - 0,50) ASB-13 (0,00 - 0,50) ASB-14 (0,00 - 0,50) ASB-15 (0,00 - 0,50) ASB-17 (0,00 - 0,50)
Veen, geen bijzonderheden
Fijne fractie
< 0,4 mg/kg d.s.
Fijne fractie
< 0,6 mg/kg d.s.
Asbest-04 ASB-01 (0,70 - 0,90) Zand, zwak tot matig (indicatief ASB-04 (0,50 - 0,90) baksteenhoudend, zwak monster) ASB-07 (0,80 - 1,10) metselpuinhoudend # : de serpentijn-asbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolconcentraties asbest.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 30 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
Toetsingskader De interventiewaarde voor asbest in grond is vastgesteld op 100 mg/kg gewogen (de serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolconcentraties asbest). Indien de interventiewaarde wordt overschreden is ongeacht het bodemvolume sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het resultaat van het milieukundig onderzoek is een uitspraak over de mogelijke verontreiniging van de bodem op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters grond. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek al dan niet noodzakelijk is. Door de lagere onderzoeksintensiteit van het verkennend onderzoek kan in deze fase niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde. In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de interventiewaarde gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek. Indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht.
De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. De conclusie dat op een locatie geen asbest is aangetoond, kan pas worden getrokken wanneer visueel geen asbesthoudend materiaal wordt waargenomen én bij de analyse van grondmonsters geen analytisch aantoonbaar gehalte aan asbest wordt gevonden. Grond In de boven- en ondergrond is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetoond.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 31 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
5.
INDICATIEF VERHARDINGSONDERZOEK
5.1
ONDERZOEKSOPZET
Het onderzoek naar het funderingsmateriaal is uitgevoerd conform een eigen strategie. Indien funderingsmateriaal aanwezig is, wordt het onderzocht op het voorkomen van asbest en wordt de samenstelling (minerale olie, PAK en PCB) en uitloging bepaald. De onderzoeksresultaten geven een indicatie inzake het voorkomen van asbest en/of een indicatie van de te verwachtten hergebruik- dan wel afzetmogelijkheden van het vrijkomende funderingsmateriaal. 5.2
VELDONDERZOEK
Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in tabel 4.2.1. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op de situatietekening, welke is opgenomen in bijlage 1.2. TABEL 5.2.1: samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode 20-07-2023 - 02-08-2023 Uitvoerende partij
IDDS Milieu
Onderzoeksaspect
Meetpunten
Funderingsonderzoek
Type
Aantal
Codering
Boring
13
02, 03, 05, 07, 08, 09, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 18
Ter plaatse van het voorterrein is funderingsmateriaal aanwezig. Het funderingsmateriaal bestaat uit een afwisseling van baksteen, beton, grind, aardewerk, beton, slakken, plastic en zand en is aangetroffen tot een diepte van circa 0,3 à 0,7 m-mv. Zeer plaatselijk is een zwakke olie-water reactie aangetoond. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 3.2. Het opgeboorde materiaal is visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen (grove fractie). In het vrijgegraven en geïnspecteerde materiaal uit de boringen is visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In het veld is één mengmonster samengesteld van het opgeboorde funderingsmateriaal. 5.3
LABORATORIUMONDERZOEK
Voor de verrichting van het laboratoriumonderzoek zijn de monsters overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. De naam en contactgegevens van het betreffende laboratorium, alsmede de data waarop de monstervoorbehandeling en het analytisch onderzoek is uitgevoerd, zijn, welke in bijlage 4 zijn opgenomen. Bij het laboratoriumonderzoek zijn de navolgende bepalingen en/of analyses uitgevoerd: • • •
Asbestonderzoek; conform NEN 5898; Samenstellingsonderzoek; minerale olie, PAK (10) en PCB (7); Uitlogingsonderzoek; cascadeproef 15/4.
Asbestonderzoek Van het opgeboorde funderingsmateriaal is één mengmonster samengesteld ten behoeve van het asbestonderzoek. Betreffend mengmonster is geanalyseerd op asbest. De resultaten van het laboratoriumonderzoek zijn weergegeven op het analysecertificaat, welke is weergegeven in bijlage 4.4. In tabel 5.3.1 zijn de resultaten beknopt weergegeven. Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 32 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
Samenstelling- en uitlogingsonderzoek In het veld is één mengmonster samengesteld van het opgeboorde funderingsmateriaal. Betreffende mengmonster is geanalyseerd op samenstelling (minerale olie, PAK en PCB) en emissie van zware metalen en anionen middels een schudproef. De analyseresultaten zijn getoetst aan de maximale samenstellingswaarden en emissiewaarden zoals verwoord in het Besluit bodemkwaliteit. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4.5. De toetsingsresultaten zijn opgenomen in bijlage 5.3. In tabel 5.3.1 zijn de resultaten beknopt weergegeven. TABEL 5.3.1: Samenvatting onderzoek funderingsmateriaal Veldonderzoek Onderzoeksaspect
Funderingsmateriaal
Laboratoriumonderzoek Mengmonster
Deelmonsters en traject [m-mv]
Analyse
Asbest onderzoek [mg/kg.ds]
Samenstelling onderzoek
Uitloging onderzoek
FUND-asbest01
02 (0,00 - 0,60), 03 (0,00 - 0,60), 05 (0,00 - 0,30), 07 (0,05 - 0,70), 08 (0,05 - 0,70), 09 (0,05 - 0,70), 11 (0,05 - 0,50), 12 (0,00 - 0,60), 13 (0,05 - 0,50), 14 (0,05 - 0,60), 15 (0,05 - 0,50), 16 (0,05 - 0,50), 18 (0,00 - 0,50)
#1
< 0,4 mg/kg d.s.
-
-
#2
-
≤ SW
≤ EW
FUND-sa/uitl01
#1: Asbest in puin #2: Samenstelling (PAK, PCB, minerale olie), cascadeproef 15/4 ≤ SW: kleiner of gelijk aan de samenstellingswaarde (toepasbaar) > SW: overschrijding samenstellingswaarde (niet toepasbaar) ≤ EW: kleiner of gelijk aan de emissiewaarde (toepasbaar) > EW: overschrijding emissiewaarde (niet toepasbaar)
Bespreking onderzoeksresultaten De restconcentratienorm voor asbest in puin is vastgesteld op 100 mg/kg gewogen (de serpentijn-asbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolconcentraties asbest). Indien de restconcentratie wordt overschreden is mogelijk sprake van een asbestweg, als genoemd in het Besluit asbestwegen Wms. In het funderingsmateriaal is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetoond. Het verhardingsmateriaal is (op indicatieve basis) toepasbaar in het kader van hergebruik.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 33 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
6.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In opdracht van Condor Project Development B.V. is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend milieukundig bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als Herenweg 45 te Rijnsaterwoude (zie afbeelding 1). Aanleiding en doelstelling Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen herontwikkeling en bestemmingsplanwijziging. De doelstelling van het verkennend bodemonderzoek onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. De doelstelling van het verkennend asbestonderzoek is om een uitspraak te doen over de aan/afwezigheid van asbest (verdenking) en over het indicatieve asbestgehalte in de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie. De doelstelling van het verhardingsonderzoek het vaststellen van de indicatieve hergebruiksmogelijkheden van het funderingsmateriaal. 6.1
CONCLUSIES
Aan de hand van de resultaten van het onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: Verkennend bodemonderzoek - De globale opbouw van de bodem bestaat vanaf het maaiveld / onderzijde verhardingen tot de geboorde dieptes van maximaal 7,0 m-mv uit een afwisseling van zand, klei en/of veen; - In de grond is plaatselijk sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen (baksteen, metselpuin, beton, aardewerk, sintels en glas). Visueel is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de ondergrond ter plaatse van diverse boringen (03, 11, 24, 29 en 31) zijn zwakke olie-water reacties gemeten; - De grond is plaatselijk matig tot sterk verhoogde waarden met zware metalen, PAK en/of minerale olie. Het grondwater is plaatselijk licht verontreinigd met barium. Onderstaand zijn per deellocatie de conclusies weergegeven: Deellocatie A) Algemene terreindelen (voorterrein, achterterrein en loods) o De grond is plaatselijk licht tot sterk verontreinigd met zware metalen, licht tot matig verontreinigd met PAK en licht verontreinigd met PCB’s en minerale olie; o Het grondwater is licht verontreinigd met barium.
Deellocatie B) (voormalige) standplaats werflier, verf- en voorbereidingswerkplaats en monteurswerkplaats o De grond is plaatselijk licht tot sterk verontreinigd met zware metalen en licht verontreinigd met PAK, PCB’s en minerale olie; o Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Deellocatie C) (voormalige) ondergrondse gasolietank en benzinetank o De grond is matig verontreinigd met minerale olie en licht verontreinigd met PAK; o Het grondwater is licht verontreinigd met barium.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 34 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
Deellocatie D) (voormalige) halfondergrondse brandstoftank o De grond is licht tot sterk verontreinigd met zware metalen en licht verontreinigd met PAK en PCB’s; o Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Deellocatie E) Gedempte sloten o De grond is licht verontreinigd met zware metalen, PAK en/of minerale olie. Gelet op de onderzoeksresultaten, te weten de aangetoonde overschrijdingen van de betreffende tussen- en interventiewaarden, dient de hypothese verdacht voor deellocaties A, B, C en D te worden gehandhaafd. De gehalten zware metalen, PAK en/of minerale olie ter plaatse van deellocaties A, B, C en D overschrijden de desbetreffende interventiewaarden en geven formeel aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek naar de omvang en mate van de verontreiniging. Verkennend asbestonderzoek - In het vrijgegraven en geïnspecteerde materiaal uit de inspectiegaten en boringen is visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen; - In de boven- en ondergrond zijn geen verhoogd gewogen asbestgehalten aangetoond. Indicatief verhardingsonderzoek - Ter plaatse van het voorterrein is funderingsmateriaal aanwezig. Het funderingsmateriaal bestaat uit een afwisseling van baksteen, beton, grind, aardewerk, beton, slakken, plastic en zand en is aangetroffen tot een diepte van circa 0,3 à 0,7 m-mv.
eer plaatselijk is een zwakke olie-water reactie aangetoond; - In het funderingsmateriaal is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetoond; - Het verhardingsmateriaal is (op indicatieve basis) toepasbaar in het kader van hergebruik. 6.2
AANBEVELINGEN
Geadviseerd wordt de onderzoeksresultaten voor te leggen aan het bevoegd gezag, ter formalisering van de onderzoeksresultaten en een formele uitspraak te kunnen doen over de eventuele vervolgstappen. Geadviseerd wordt om nader bodemonderzoek te verrichten naar de mate en omvang van de aangetroffen verontreinigingen in de grond. Nader bodemonderzoek dient uitsluitsel te verschaffen omtrent het feit of er ten aanzien van de verontreiniging in de grond sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming. Van een geval van ernstige bodemverontreiniging wordt gesproken indien de gemiddelde concentratie van een verontreinigde stof in 25 m 3 grond of meer de bijbehorende interventiewaarde overschrijdt. Voor gevallen van ernstige bodemverontreiniging geldt, vanuit voornoemde wetgeving, een saneringsnoodzaak. De risico’s voor de volksgezondheid en het milieu die als gevolg van de aangetoonde bodemverontreiniging aanwezig kunnen zijn, bepalen of het geval van ernstige bodemverontreiniging spoedig moet worden gesaneerd. Als sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging zijn handelingen in de verontreinigde bodem alleen toegestaan nadat het bevoegd gezag heeft ingestemd met een saneringsplan hiervoor.
Indien op de onderzoekslocatie ten gevolge van graafwerkzaamheden grond vrijkomt en buiten de locatie wordt hergebruikt, vindt hergebruik veelal plaats binnen het kader van het Besluit bodemkwaliteit. In dat geval dient de chemische kwaliteit van de grond te worden getoetst aan de kwaliteitsnormen die door het Besluit bodemkwaliteit aan de betreffende toepassing worden verbonden. Op basis van de resultaten van onderhavig onderzoek wordt verwacht dat vrijkomende grond niet zonder beperkingen kan worden hergebruikt (niet vrij toepasbaar). Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 35 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
7.
BETROUWBAARHEID
Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen geaccepteerde inzichten en methoden. Echter, een bodemonderzoek is gebaseerd op het nemen van een beperkt aantal monsters en chemische analyses. IDDS streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Toch blijft het mogelijk dat lokaal afwijkingen in de milieuhygiënische kwaliteit of opbouw van het bodemmateriaal voorkomen, ten opzichte van de in onderhavig rapport beschreven situatie. IDDS acht zich niet aansprakelijk voor eventuele schade die als gevolg van deze afwijkingen zou kunnen ontstaan. Hierbij dient tevens te worden gewezen op het feit dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. Beïnvloeding van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) zou plaats kunnen vinden na uitvoering van dit onderzoek door, bijvoorbeeld het bouwrijp maken van de locatie, het aanvoeren van grond van elders, toevoeging van bodemvreemde materialen of het naar de onderzoekslocatie verspreiden van verontreinigingen van verder gelegen terreinen via het grondwater. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht moeten worden.
In veel gevallen hanteren de beoordelende instanties termijnen (doorgaans maximaal 3 jaar voor een bedrijfslocatie en maximaal 5 jaar voor een woonlocatie) waarbinnen de onderzoeksresultaten representatief worden geacht te zijn. Bij het gebruik van de resultaten van dit onderzoek dient het doel van het onderzoek goed in ogenschouw te worden genomen. Zo zullen de resultaten van een onderzoek naar het voorkomen en/of verspreiding van één specifieke verontreinigende stof geen uitsluitsel bieden omtrent de aanwezigheid aan verhoogde concentraties van overige, niet onderzochte verontreinigende stoffen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 36 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
Bijlage 1.1 Topografische kaart
Bijlage 1.2 Situatietekening verkennend bodemonderzoek en verhardingsonderzoek
Bijlage 1.3 Situatietekening verkennend asbestonderzoek
Bijlage 2.1 Rapportage omgevingsdienst West-Holland
Herenweg 45, Rijnsaterwoude Omgevingsrapportage
Pagina 1 van 16
-
10-07-2023
Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding Herenweg 12 Rijnsaterwoude Herenweg en Willem van der Veldenweg Herenweg 51-57 Herenweg 43 Kaarten Disclaimer Toelichting
Pagina 2 van 16
-
10-07-2023
Voor U ligt een rapportage van de Omgevingsdienst West-Holland met de beschikbare informatie over de milieu-hygiënische kwaliteit van grond van het door U opgevraagde perceel.
Dit rapport is een samenvatting van gegevens afkomstig uit het bodeminformatiesysteem van de Omgevingsdienst West-Holland. Het bodeminformatiesysteem bevat gegevens met betrekking tot uitgevoerde bodemonderzoeken, aanwezige, gesaneerde en buiten gebruik gestelde ondergrondse brandstoftanks, historische bodembedreigende activiteiten en actuele bodembedreigende activiteiten.
Met nadruk wordt gesteld dat dit rapport een geautomatiseerde samenvatting is van het bodeminformatiesysteem van de Omgevingsdienst West-Holland aanwezige gegevens. Voor nadere informatie over de in deze rapportage genoemde rapporten dienen de betreffende dossiers te worden geraadpleegd. Rapporten kunt u aanvragen bij ODWH via bip@odwh.nl. Er kan niet worden uitgesloten dat elders relevante informatie aanwezig is, die niet in de informatiesystemen van de Omgevingsdienst West-Holland en dus in deze samenvatting is opgenomen.
Dit rapport bestaat uit vier delen: 1. Deze pagina bevat een tekening van het geselecteerde gebied. 2. Informatie over het geselecteerde gebied, per locatie gegroepeerd (de in het bodeminformatiesysteem van de Omgevingsdienst West-Holland aangetroffen informatie over locaties die zich binnen het geselecteerde gebied bevinden. 3. Disclaimer 4. Toelichting op de rapportage. Hier vindt u de uitleg van de gegevens die in dit rapport zijn vermeld.
Als u vragen heeft over de in dit rapport vermelde gegevens dan kunt u contact opnemen met de Omgevingsdienst West-Holland via email bip@odwh.nl
Pagina 3 van 16
-
10-07-2023
Locatie: Herenweg 12 Rijnsaterwoude Locatie Adres
Herenweg 12 2465AB Rijnsaterwoude
Locatiecode
AA188402338
Locatienaam
Herenweg 12 Rijnsaterwoude
Plaats
Kaag en Braassem
Locatiecode bevoegd gezag WBB
Status Vervolg WBB Status rapporten
Beoordeling Historisch onderzoek
Beschikking
Status besluiten
Status asbest
Is van voor 1987
Uitgevoerde onderzoeken Datum
Type
Historisch 13-05-2020 onderzoek
Naam
Auteur Opdrachtnummer Archief Conclusie overheid
Historisch bodemonderzoek Herenweg 12 Rijnsaterwoude
20404801H
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende activiteiten Geen gegevens beschikbaar
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Geen gegevens beschikbaar
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 4 van 16
-
10-07-2023
ODWH
Locatie zelf is niet verdacht, ten oosten ligt een (voldoende onderzochte) voormalige stortlocatie.
Pagina 5 van 16
-
10-07-2023
Locatie: Herenweg en Willem van der Veldenweg Locatie Adres Locatiecode
AA188402349
Locatienaam
Herenweg en Willem van der Veldenweg
Plaats
Kaag en Braassem
Locatiecode bevoegd gezag WBB
Status Vervolg WBB
starten sanering
Beoordeling
Status rapporten
Meldingsformulier BUS saneringsplan
Beschikking
Status besluiten Is van voor 1987
Status asbest
Potentieel Ernstig
Onderzocht conform NEN 5707 en 0 - 100 mg/kg;
Ja
Uitgevoerde onderzoeken Datum
Type
Naam
Auteur
Opdrachtnummer Archief
Conclusie overheid Asfalt deels teerhoudend Funderingslaag deels herbruikbaar Bodem op enkele plaatsen sterk verontreinigd Grondwater niet verontreinigd
Verkennend 27-09-2017 onderzoek NEN 5740
Bodem- en verhardingsonderzoek Reconstructie Herenweg te Rijnsaterwoude en Willem van der Veldenweg te Leimuiden
Royal Haskoning DHV Nederland BV
D2020-094793 en ODWH D2021-030937
Verkennend 02-07-2021 onderzoek NEN 5740
Kabel- en leidingtrace ter plaatse van Willem van der Veldenweg 63A te Leimuiden
Stantec
D2022-068193
Meldingsformulier 11-02-2022 BUS saneringsplan
BUS melding TU Willem van der Veldenweg 57 Leimuiden
Stantec
D2022-019073
Meldingsformulier 04-08-2022 BUS saneringsplan
BUS melding tijdelijk uitplaatsen Willem van der Veldenweg te Leimuiden
Stantec
D2022-085207
Meldingsformulier 30-03-2023 BUS evaluatieverslag
Herenweg en Willem van Stantec der Veldenweg B.V.
D2023-039104
Meldingsformulier 17-04-2023 BUS saneringsplan
BUS melding TU Willem van der Veldenweg t.h.v. nr. 55 te Leimuiden
D2023-044609
Pagina 6 van 16
Stantec B.V.
-
10-07-2023
odwh
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende activiteiten Geen gegevens beschikbaar
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Datum
Besluit
Kenmerk
Status
31-08-2022
BUS-melding correct aangeleverd
D2022-085209 en D2022-092989
Definitief
21-04-2023
BUS-melding correct aangeleverd
D2023-044974
Definitief
26-04-2023
beschikking BUS saneringsevaluatie
D2023-039514 en D2023-049244
Definitief
Sanering Geen gegevens beschikbaar
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 7 van 16
-
10-07-2023
Locatie: Herenweg 51-57 Locatie Adres
Herenweg 51 -57 2465AB RIJNSATERWOUDE
Locatiecode
AA064500076
Locatienaam
Herenweg 51-57
Plaats
Kaag en Braassem
Locatiecode bevoegd gezag WBB
ZH188400012
Status Vervolg WBB
voldoende onderzocht
Beoordeling
Status rapporten
Sanerings evaluatie
Beschikking
Status besluiten Is van voor 1987
niet ernstig, plaatselijk sterk verontreinigd
Status asbest Ja
Uitgevoerde onderzoeken Datum
Type
Naam
Auteur
Opdrachtnummer Archief Conclusie overheid
Herenweg 51-57
Lexmond
DIV MDWH
resultaten zintuiglijk 11-09-1990 Saneringsplan onderzoek en saneringsvoorstel
Lexmond
DIV MDWH
Lexmond
DIV MDWH
01-06-1990
20-09-1991
Indicatief onderzoek
Sanerings evaluatie
saneringsevaluatie
og olietank + afgw olietank: gr:-. gw:-. Werkpl: bg min olie >B. og: min olie >A. gw: VAK, min olie >C. Verfvoorbereidingswekpl.: VAK >A. Werf-lier: gr:-, gw:-. Loods: bg: PAK >A. og: Hg >A, Cu, Zn, PAK >B. Pb >C.
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende activiteiten Activiteit
Start Einde Vervallen
afgewerkte olietank (ondergronds)
9999 9999
benzine-service-station
1969 9999 Nee
brandstoftank (ondergronds)
9999 9999
erfverharding met slakken
9999 9999
Voldoende onderzocht
Benoemd
Verontreinigd Spoed
Per definitie
Nee
Nee
Onbekend
Ja
Nee
Nee
Ja
Niet van toepassing
Per definitie
Nee
Nee
Onbekend
Niet van toepassing
Per definitie
Onbekend
Nee
Ja
Niet van toepassing
Pagina 8 van 16
-
10-07-2023
jachthaven
9999 9999 Nee
Ja
Nee
Nee
Ja
machinegroothandel
9999 9999 Nee
Nee
Nee
Nee
Onbekend
opslag van alifatische koolwaterstoffen
9999 9999
Niet van toepassing
Per definitie
Nee
Nee
Onbekend
scheepsbouw- en scheepsreparatiebedrijf
9999 9999
Niet van toepassing
Per definitie
Nee
Nee
Onbekend
verfspuitinrichting (metaal)
9999 9999
Niet van toepassing
Per definitie
Nee
Nee
Onbekend
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Datum 16-12-2004
Besluit
Kenmerk
Status
Geen vervolg (geen adm Nazorg)
DGWM/2004/19934
Definitief
Sanering Geen gegevens beschikbaar
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 9 van 16
-
10-07-2023
Locatie: Herenweg 43 Locatie Adres
Herenweg 43 2465AB RIJNSATERWOUDE
Locatiecode
AA064500131
Locatienaam
Herenweg 43
Plaats
Kaag en Braassem
Locatiecode bevoegd gezag WBB
ZH188400599
Status Vervolg WBB
voldoende onderzocht
Beoordeling
Status rapporten
Verkennend onderzoek NVN 5740
Beschikking
Status besluiten Is van voor 1987
Onverdacht/Niet verontreinigd
Status asbest Ja
Uitgevoerde onderzoeken Datum
Type
Verkennend 03-12-1998 onderzoek NVN 5740
Naam
Auteur Opdrachtnummer Archief
Herenweg 43
Van Dijk
DIV MDWH
317
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende activiteiten Geen gegevens beschikbaar
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Geen gegevens beschikbaar
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 10 van 16
-
10-07-2023
Conclusie overheid bg: geen verontr.; og: Hg en Zn >S; gw: geen verontr. Geen verder onderzoek noodz.
Pagina 11 van 16
-
10-07-2023
Pagina 12 van 16
-
10-07-2023
Deze rapportage betreft een geautomatiseerde samenvatting van de op het moment van de aanvragen aanwezige gegevens in de informatiesystemen van de Omgevingsdienst West-Holland. De basisgegevens uit de informatiesystemen zijn in de regel door derden aangeleverd.
Er kan niet worden uitgesloten dat elders relevante informatie aanwezig is, die niet in de informatiesystemen van de Omgevingsdienst West-Holland en dus in deze samenvatting is opgenomen. Ook is het vanzelfsprekend mogelijk dat na het moment van aanvragen aanvullende gegevens door de Omgevingsdienst West-Holland worden verkregen, of dat recent verkregen informatie nog niet in het informatiesysteem is ingevoerd. Deze rapportage dient derhalve te worden gezien als een momentopname.
Vanwege het mobiele karakter van sommige bodemverontreinigingen kan ook niet worden uitgesloten dat de verontreinigingssituatie sinds het uitvoeren van een bodemonderzoek is gewijzigd. Aangezien het invoeren van gegevens mensenwerk is, kan evenmin worden uitgesloten dat bij het invoeren invoer- en/of interpretatiefouten zijn gemaakt.
De Omgevingsdienst West-Holland is niet aansprakelijk voor enige directe schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade als blijkt dat in de praktijk de verontreinigingssituatie anders is dan in dit rapport is vermeld. In dit geval van koop/verkoop adviseert de Omgevingsdienst om bij twijfel representativiteit van de in dit rapport vermelde gegevens alsnog bodemonderzoek op de betreffende locatie te laten uitvoeren.
Deze rapportage kan in de regel niet worden gebruikt bij meldingen of vergunningsaanvragen waarvoor een bodemonderzoek is vereist. Kopieën van de in deze rapporten kunnen hier mogelijk wel voor worden gebruikt. Dit is afhankelijk van de onderzoekeisen vanuit de melding/vergunning en de aard, ouderdom en kwaliteit van het betreffende onderzoek.
Aan de totstandkoming van deze omgeving is uiterste zorg besteed. Desondanks is het gezien de aard van het gebruikte materiaal mogelijk dat kleine fouten in de exacte ligging van objecten voorkomen of dat de kaarten anderszins foutieve informatie afbeelden. De Omgevingsdienst West-Holland aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade als gevolg van het gebruik van de informatie. Wel stelt de Omgevingsdienst West-Holland het op prijs dat onjuistheden aan haar worden gemeld. Dit kan door een e-mail te sturen naar bip@odwh.nl
Pagina 13 van 16
-
10-07-2023
Toelichting Samenstelling van bodeminformatie in het bodeminformatiesysteem (BIS) Verontreinigende activiteiten (HBB) Dat verontreinigende stoffen toch in de bodem terecht komen is vaak het gevolg van bedrijfsactiviteiten. Maar er kan ook sprake zijn van bodemverontreiniging door bijvoorbeeld het ophogen van terreinen voor het bouwrijp maken, het lekken van een brandstoftank of een ongeval. Op basis van (archief)onderzoek zijn potentiële verontreinigingen op basis van (voormalige)bedrijfsactiviteiten (UBI’s) en de bekende bodemverontreinigingen in beeld gebracht, het zgn. landsdekkend beeld (LDB, 2004). De potentiële verontreinigingen vormen het zgn. HistorischBodemBestand (HBB). Deze gegevens vormen de basis voor de werkvoorraad van de provincie. Afhankelijk van de score van de UBI behoort een locatie tot de werkvoorraad (potentiële)bodemverontreiniging die voor 2030 gesaneerd danwel beheerst moet zijn of de spoedeisende werkvoorraad die voor 2015 gesaneerd danwel beheerst moet zijn. Ook voor het bewaken van de voortgang van de bodemsaneringsoperatie van de locaties waar de provincie bevoegd gezag is en de eigen werkprocessen maakt de provincie gebruikt van het BIS.
Het Wbb-traject / vervolg Wbb (potentiële)bodemverontreinigingslocaties doorlopen een zgn. Wbb-traject van onderzoek en sanering totdat de locatie niet meer tot de werkvoorraad van de provincie behoort. De locatie is dan voldoende onderzocht of gesaneerd. Indien op de locatie na sanering nog een restverontreiniging achterblijft (bijv. indien een verontreiniging wordt afgedekt met een verharding of leeflaag) dan is sprake van nazorg. Nazorgmaatregelen worden vastgelegd en gecontroleerd. In dit rappor twordt per locatie aangegeven in welke fase van het Wbb-traject een locatie zich bevindt (Vervolg Wbb-traject):
Wbb traject starten De locatie behoort op basis van vooronderzoek of vanuit het HBB tot de werkvoorraad van de provincie maar er is nog geen (historisch)onderzoek uitgevoerd. Op enig moment zal onderzoek plaats moeten vinden.
Bodemonderzoek uitvoeren Vooronderzoek of historisch onderzoek geeft aanleiding om bodemonderzoek te doen. Daarbij kan sprake zijn van verkennend of nader onderzoek.
Saneringsonderzoek uitvoeren Op basis van nader onderzoek is bepaald dat gesaneerd moet worden. Het saneringsonderzoek is gericht op de inventarisatie van de mogelijke wijzen van sanering en zal uitmondend in een keuze van de wijze van sanering
Saneringsplan opstellen Als op is vastgesteld dan sanering moet worden uitgevoerd dient een saneringsplan opgesteld te worden. Het saneringsplan wordt door het bevoegd gezag beschikt. In de beschikking op het saneringsplan kan het bevoegd gezag nadere eisen stellen aan de sanering. De saneerder voert de sanering uit overeenkomstig het door het bevoegd gezag goedgekeurde saneringsplan en de voorschriften die zij aan de instemming hebben verbonden.
Sanering en/of evaluatie uitvoeren Als het bevoegd gezag heeft ingestemd met het saneringsplan kan de sanering worden uitgevoerd. Na afronding van de sanering stelt de saneerder een evaluatierapport op. Op basis van het evaluatierapport zal het bevoegd gezag beoordelen of een sanering voldoende is uitgevoerd. Voldoende gesaneerde locatie behoren daarmee niet meer tot de werkvoorraad van de provincie.
Pagina 14 van 16
-
10-07-2023
Zorgmaatregelen uitvoeren Na sanering kan sprake zijn van restverontreiniging (bijv. indien sprake is van een afdeklaag als saneringsmaatregel). Deze maatregelen kunnen bestaan uit beperkingen in het gebruik van de locatie of het voorkomen blootstelling aan of verspreiding van de restverontreiniging.
Gesaneerd Indien een sanering is uitgevoerd wordt door het bevoegd gezag het evaluatierapport beoordeeld. Indien met een beschikking wordt ingestemd met de uitgevoerde sanering (aan de saneringsdoelstelling is voldaan) behoort de locatie niet meer tot de werkvoorraad van de provincie. Wel kan nog sprake zijn van nazorg zoals bijvoorbeeld het in stand houden van een afdeklaag of het verplicht melden van gewijzigd gebruik.
Geen werkvoorraad (meer) De locatie behoort op basis van de UBI score niet tot de werkvoorraad of is voldoende onderzocht of gesaneerd.
Toelichting op de gerapporteerde informatie
Locatie Algemene gegevens waaronder de locatie in het BIS bekend is. Daarnaast wordt aangegeven of de locatie betrekking heeft op een verontreiniging die na 1 januari 1987 is ontstaan (een zorgplicht geval dat onmiddellijk ongedaan gemaakt moet worden/zijn).
Status In de wet bodembescherming wordt onderscheid gemaakt tussen ernstige en niet ernstige verontreinigingen. Op basis daarvan wordt bepaald of een locatie door het bevoegd gezag wordt opgepakt. Voordat het bevoegd gezag hierover in een beschikking een uitspraak doet wordt de beoordeling op basis van historisch- en/of verkennend onderzoek vastgelegd (beoordeling). Indien er een uitspraak is van het bevoegd gezag dan wordt dat vermeld bij het veld ‘Beschikking’.
Sanering In een saneringsplan wordt aangegeven hoe de sanering wordt uitgevoerd. Dit kan in fasen gebeuren of in delen van de verontreiniging. Indien het bevoegd gezag een termijn heeft afgegeven voor het starten van de sanering dan wordt dat hier vermeld. Door het beoordelen van een evaluatierapport van de sanering wordt tevens de einddatum van de sanering bepaald.
Uitgevoerde onderzoeken Een lijst van rapporten die betrekking hebben op de locatie. Deze rapporten worden in het geval van ernstige verontreiniging beoordeeld door het bevoegd gezag Wbb (provincie). Door uitwisseling van gegevens met gemeenten worden ook rapporten vermeld die in het bezit zijn van de betreffende gemeente maar die niet bij de provincie aanwezig zijn.
(mogelijk) Verontreinigende activiteiten Dit is een overzicht van potentieel verontreinigende (bedrijfs)activiteiten die op de locatie (mogelijk) zijn uitgevoerd, worden vermoed (HBB) en/of zijn onderzocht. Met ‘vervallen’ wordt aangegeven of een activiteit werkelijk op de locatie heeft plaatsgevonden. Met ‘Benoemd’ wordt aangegeven of deze activiteit ook in de bodemonderzoeken zijn benoemd. Vervolgens wordt aangegeven of er een verontreiniging veroorzaakt door deze activiteit aanwezig is.
Pagina 15 van 16
-
10-07-2023
Geconstateerde Verontreinigingen Indien verontreinigingen in de grond of het grondwater zijn aangetroffen wordt in deze tabel aangegeven in welke mate overschrijding van de normen heeft plaatsgevonden. Tevens wordt vermeld welke omvang de verontreiniging heeft en op welke diepte deze zit.
Besluiten Op basis van de aangeleverde rapporten doet het bevoegd gezag uitspraak over de mate van verontreiniging (ernst), de spoedeisendheid van saneren (spoed), te nemen maatregelen voor, na en tijdens sanering, saneringsplannen en de uitvoering van de sanering (evaluatie). In dit overzicht worden de door de provincie genomen besluiten vermeld.
Saneringscontouren Indien sprake is van sanering in delen of fasen dan worden meerdere contouren vermeld. Per fase of deel wordt aangegeven welke saneringsvariant voor de boven- of ondergrond uiteindelijk is uitgevoerd.
Zorgmaatregelen Indien na sanering nog verontreiniging is achtergebleven, zullen maatregelen worden genomen om blootstelling aan of verspreiding van de restverontreiniging te voorkomen. Deze maatregelen worden in het BIS geregistreerd. Het bevoegd gezag houdt toezicht op het in stand houden van deze maatregelen.
Pagina 16 van 16
-
10-07-2023
Bijlage 2.2 Fotoreportage
Bijlage 2.3 Kaartmateriaal
Kaartmateriaal 1615: (bron: Hoogheemraadschap)
Kaartmateriaal 1811: (bron: Kadastrale minuutplan beeldbank Rijksdienst Cultureel Erfgoed)
Kaartmateriaal 1930: (bron: www.topotijdreis.nl)
Kaartmateriaal 1950: (bron: www.topotijdreis.nl)
Kaartmateriaal 1965: (bron: www.topotijdreis.nl)
Kaartmateriaal 1980: (bron: www.topotijdreis.nl)
Kaartmateriaal 2001: (bron: www.topotijdreis.nl)
Kaartmateriaal 2018: (bron: www.topotijdreis.nl)
Bijlage 3.1 Formulieren veldonderzoek
FV11 Bodem veldwerkformulier uitvoer Projectnummer Projectlocatie Uitvoerend instantie
A4244 Herenweg 45, Rijnsaterwoude IDDS Milieu
Gecertificeerde veldmedewerker: Datum 21-7-2023
Veldmedewerker(s) Jacob Nugteren
Protocol van toepassing 2001
Overige medewerkers: Assistenten Jacob Nugteren Contact/voorinformatie/problemen: Vraag Contact gehad met adviseur of projectleider? Voorinformatie correct en volledig? Problemen opgetreden?
Ja / Nee Toelichting Nee Niet nodig (toelichten) Ja Nee
Boorplan: Vraag Is afgeweken van het boorplan
Ja / Nee Nee
Nummer pH/EC-lijst: Is er een peilbuis geplaatst? Ja
Nummer pH/EC-lijst: IR-971
Bodem veldwerkformulier uitvoer BRL SIKB 2000 Versie 2022-06-20 Projectnummer: A4244
Pagina 1 van 2
Asbest: Vraag Is asbest aangetroffen Zo, aantal stukjes Bij welk boorpunt Getroffen maatregelen
Ja / Nee Nee
Protocol: Vraag Is het onderzoek volgens de aangegeven protocollen uitgevoerd? Indien afwijking geef toelichting.
Ja / Nee Ja
Opmerkingen: Geen
Hierbij verklaren de erkend veldwerker en de projectleider: - dat het onderzoek is uitgevoerd binnen de reikwijdte en conform de eisen van de BRL-SIKB 2000 en het daarbij behorende protocol 2001 - het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd. IDDS Milieu heeft geen belangen bij de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. IDDS Milieu en haar medewerkers zijn geen eigenaar van de locatie of in de nabije toekomst te worden waar de veldwerkzaamheden worden uitgevoerd. - Het procescertificaat van IDDS Milieu en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever.
Ondertekening Erkend veldmedewerker
21-7-2023 Jacob Nugteren
Geregistreerde projectleider
14-8-2023 Haval Nazar
De formulieren zijn digitaal ondertekend. Het moment van tekenen, de data weergegeven in het formulier en de verificatie van de personen die hebben getekend zijn vastgelegd in het kwaliteitssysteem van IDDS.
Bodem veldwerkformulier uitvoer BRL SIKB 2000 Versie 2022-06-20 Projectnummer: A4244 BRL SIKB 2000 BRL SIKB-protocollen: 2001
Pagina 2 van 2
FV11 Bodem veldwerkformulier uitvoer Projectnummer Projectlocatie Uitvoerend instantie
A4244 Herenweg 45, Rijnsaterwoude IDDS Milieu
Gecertificeerde veldmedewerker: Datum 25-7-2023
Veldmedewerker(s) Jacob Nugteren
Protocol van toepassing 2001
Overige medewerkers: Assistenten Jacob Nugteren Contact/voorinformatie/problemen: Vraag Contact gehad met adviseur of projectleider? Voorinformatie correct en volledig? Problemen opgetreden?
Ja / Nee Toelichting Ja Ja Ja Extra peilbuis geplaatst vanwege (toelichten) mogelijke verontreiniging.
Boorplan: Vraag Is afgeweken van het boorplan
Ja / Nee Nee
Nummer pH/EC-lijst: Is er een peilbuis geplaatst? Ja
Nummer pH/EC-lijst: CT-767
Bodem veldwerkformulier uitvoer BRL SIKB 2000 Versie 2022-06-20 Projectnummer: A4244
Pagina 1 van 2
Asbest: Vraag Is asbest aangetroffen Zo, aantal stukjes Bij welk boorpunt Getroffen maatregelen
Ja / Nee Nee
Protocol: Vraag Is het onderzoek volgens de aangegeven protocollen uitgevoerd? Indien afwijking geef toelichting.
Ja / Nee Ja
Opmerkingen: Geen.
Hierbij verklaren de erkend veldwerker en de projectleider: - dat het onderzoek is uitgevoerd binnen de reikwijdte en conform de eisen van de BRL-SIKB 2000 en het daarbij behorende protocol 2001 - het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd. IDDS Milieu heeft geen belangen bij de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. IDDS Milieu en haar medewerkers zijn geen eigenaar van de locatie of in de nabije toekomst te worden waar de veldwerkzaamheden worden uitgevoerd. - Het procescertificaat van IDDS Milieu en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever.
Ondertekening Erkend veldmedewerker
25-7-2023 Jacob Nugteren
Geregistreerde projectleider
14-8-2023 Haval Nazar
De formulieren zijn digitaal ondertekend. Het moment van tekenen, de data weergegeven in het formulier en de verificatie van de personen die hebben getekend zijn vastgelegd in het kwaliteitssysteem van IDDS.
Bodem veldwerkformulier uitvoer BRL SIKB 2000 Versie 2022-06-20 Projectnummer: A4244 BRL SIKB 2000 BRL SIKB-protocollen: 2001
Pagina 2 van 2
FV11 Bodem veldwerkformulier uitvoer Projectnummer Projectlocatie Uitvoerend instantie
A4244 Herenweg 45, Rijnsaterwoude IDDS Milieu
Gecertificeerde veldmedewerker: Datum 2-8-2023
Veldmedewerker(s) Marco Voorbij
Protocol van toepassing 2001
Overige medewerkers: Assistenten Joost Rodenburg Contact/voorinformatie/problemen: Vraag Contact gehad met adviseur of projectleider? Voorinformatie correct en volledig? Problemen opgetreden?
Ja / Nee Ja Ja Nee
Toelichting
Boorplan: Vraag Is afgeweken van het boorplan
Ja / Nee Ja (is verwerkt in Terraindex)
Nummer pH/EC-lijst: Is er een peilbuis geplaatst? Ja
Nummer pH/EC-lijst: WR-248
Bodem veldwerkformulier uitvoer BRL SIKB 2000 Versie 2022-06-20 Projectnummer: A4244
Pagina 1 van 2
Asbest: Vraag Is asbest aangetroffen Zo, aantal stukjes Bij welk boorpunt Getroffen maatregelen
Ja / Nee Nee
Protocol: Vraag Is het onderzoek volgens de aangegeven protocollen uitgevoerd? Indien afwijking geef toelichting.
Ja / Nee Ja
Opmerkingen: —-
Hierbij verklaren de erkend veldwerker en de projectleider: - dat het onderzoek is uitgevoerd binnen de reikwijdte en conform de eisen van de BRL-SIKB 2000 en het daarbij behorende protocol 2001 - het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd. IDDS Milieu heeft geen belangen bij de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. IDDS Milieu en haar medewerkers zijn geen eigenaar van de locatie of in de nabije toekomst te worden waar de veldwerkzaamheden worden uitgevoerd. - Het procescertificaat van IDDS Milieu en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever.
Ondertekening Erkend veldmedewerker
2-8-2023 Marco Voorbij
Geregistreerde projectleider
11-8-2023 Haval Nazar
De formulieren zijn digitaal ondertekend. Het moment van tekenen, de data weergegeven in het formulier en de verificatie van de personen die hebben getekend zijn vastgelegd in het kwaliteitssysteem van IDDS.
Bodem veldwerkformulier uitvoer BRL SIKB 2000 Versie 2022-06-20 Projectnummer: A4244 BRL SIKB 2000 BRL SIKB-protocollen: 2001
Pagina 2 van 2
FV21 Grondwatermonstername veldwerkformulier uitvoer Projectnummer Projectlocatie Uitvoerend instantie
A4244 Herenweg 45, Rijnsaterwoude IDDS Milieu
Gecertificeerde veldmedewerker: Datum 2-8-2023
Veldmedewerker(s) Marco Voorbij
Protocol van toepassing 2002
Overige medewerkers: Datum 2-8-2023
Assistenten N.V.T, werkzaamheden zelfstandig uitgevoerd
Nummer pH/EC-lijst: Nummer XP-527 Contact/voorinformatie/problemen: Vraag Staat de peilbuis op de aangegeven plaats? Contact gehad met adviseur of projectleider? Voorinformatie correct en volledig? Problemen opgetreden?
Ja / Nee Ja Ja Ja Nee
Toelichting
Protocol: Vraag Is het onderzoek volgens de aangegeven protocollen uitgevoerd? Indien afwijking geef toelichting. Opmerkingen:
Ja / Nee Ja
—
Hierbij verklaren de erkend veldwerker en de projectleider: - dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de BRL-SIKB2000 en het daarbij behorende protocol 2002
Grondwatermonstername veldwerkformulier uitvoer BRL SIKB 2000 Versie 2022-06-22 Projectnummer: A4244 Pagina 1 van 2
- het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd. IDDS Milieu heeft geen belangen bij de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. IDDS Milieu en haar medewerkers zijn geen eigenaar van de locatie of in de nabije toekomst te worden waar de veldwerkzaamheden worden uitgevoerd. - Het procescertificaat van IDDS Milieu en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever.
Akkoord
Ondertekening Erkend veldmedewerker
2-8-2023 Marco Voorbij
Geregistreerde projectleider
7-8-2023 Haval Nazar
De formulieren zijn digitaal ondertekend. Het moment van tekenen, de data weergegeven in het formulier en de verificatie van de personen die hebben getekend zijn vastgelegd in het kwaliteitssysteem van IDDS.
Grondwatermonstername veldwerkformulier uitvoer BRL SIKB 2000 Versie 2022-05-25 Projectnummer: A4244 BRL SIKB 2000 BRL SIKB-protocollen: 2002
Pagina 2 van 2
FV41 Asbest veldwerkformulier uitvoer Projectnummer Projectlocatie Uitvoerend instantie
A4244 Herenweg 45, Rijnsaterwoude IDDS Milieu
Gecertificeerde veldmedewerker: Datum
Veldmedewerker(s)
Protocol van toepassing
10-8-2023
Marco Voorbij
2018
Overige medewerkers: Datum 10-8-2023
Assistenten Joost Rodenburg
Contact/voorinformatie/problemen: Vraag Contact gehad met adviseur of projectleider? Voorinformatie correct en volledig? Problemen opgetreden?
Ja / Nee Ja Ja Nee
Toelichting
Boorplan: Vraag Is afgeweken van het boorplan Zie bijlage
Ja / Nee Ja (enkele inspectiegaten in overleg verplaatst)
Asbest veldwerkformulier uitvoer BRL SIKB 2000 Versie 2022-05-25 Projectnummer: A4244
Pagina 1 van 2
Vraag Bodemvocht > 12% Maatregelen bodemvocht <12% Neerslag
Antwoord Ja
Zicht Vrij zichtbaar maaiveld (vrij van verharding, waterplassen, vegetatie, etc.) Inspectie-efficiëntie
Meer dan 50m <25%
Geen
< 50%
Toelichting: Puin/gras/hoge begroeiing.
Protocol: Vraag Is het onderzoek volgens de aangegeven protocollen uitgevoerd? Indien afwijking geef toelichting. Opmerkingen:
Ja / Nee Ja
—
Hierbij verklaren de erkend veldwerker en projectleider: - dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de BRL-SIKB2000 en het daarbij behorende protocol 2018
- het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd. IDDS Milieu heeft geen belangen bij de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. IDDS Milieu en haar medewerkers zijn geen eigenaar van de locatie of in de nabije toekomst te worden waar de veldwerkzaamheden worden uitgevoerd. - Het procescertificaat van IDDS Milieu en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever.
Akkoord
Ondertekening Erkend veldmedewerker
10-8-2023 Marco Voorbij
Geregistreerde projectleider
11-8-2023 Haval Nazar
De formulieren zijn digitaal ondertekend. Het moment van tekenen, de data weergegeven in het formulier en de verificatie van de personen die hebben getekend zijn vastgelegd in het kwaliteitssysteem van IDDS.
Asbest veldwerkformulier uitvoer BRL SIKB 2000 Versie 2022-06-22 Projectnummer: A4244 BRL SIKB 2000 BRL SIKB-protocollen: 2018
Pagina 2 van 2
Bijlage 3.2 Boorstaten en legenda
Boring:
01
Boring:
02
Datum: Boormeester:
25-7-2023 Jacob Nugteren
Datum: Boormeester:
24-7-2023 Marco Voorbij
0
0
braak
40
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen grind, sporen wortels, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
1 50
2
0
0 5 50
3
90
100 4 140
Zand matig fijn, zwak siltig, matig baksteenhoudend, zwak grindhoudend, sporen metselpuin, donkergrijs, Edelmanboor