Bijlage 10 - Bodemonderzoek
Tekst van het document
Herenweg 45, Rijnsaterwoude Milieuhygiënisch vooronderzoek Verkennend milieukundig bodemonderzoek Verkennend asbestonderzoek Indicatief verhardingsonderzoek
Kenmerk Datum
: :
A4244/JHA/rap2 30 augustus 2023
Opdrachtgever
: : :
Condor Project Development B.V. Koningin Julianaweg 23 2264 BA, Leidschendam
Goedkeuring
Functie
Datum
Dhr. J. van Haaster (Adviseur milieu)
Opsteller, auteur
30-08-2023
Dhr. C. Manuels (Projectleider)
2e lezerschap en vrijgave
30-08-2023
Handtekening
BRL SIKB 2000 protocol 2001, 2002, 2018
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ........................................................................................................................................... 4
2.
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK ......................................................................................... 7 2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK ................................................................................................. 7
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED .......................................................................................... 8
2.3
POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING ........................................................ 9
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST.................................................................................................. 11
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ................................................................................... 11
2.6
BEÏNVLOEDING ............................................................................................................................ 12
2.7
BODEMVERONTREINIGING ........................................................................................................ 12
2.8
TERREINVERKENNING ............................................................................................................... 14
2.9
BEOORDELING............................................................................................................................. 15
2.10 CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING.................................................................................... 15 3.
4.
5.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK ............................................................................................. 17 3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE ......................................................................................................... 17
3.2
UITVOERING VELDONDERZOEK................................................................................................ 18
3.3
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK ............................................................................ 20
3.4
TOETSINGSKADER ...................................................................................................................... 21
3.5
INTERPRETATIE........................................................................................................................... 25
3.6
TOETSING HYPOTHESE ............................................................................................................. 26
VERKENNEND ASBESTONDERZOEK ............................................................................................ 28 4.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE ......................................................................................................... 28
4.2
VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 28
4.3
LABORATORIUMONDERZOEK.................................................................................................... 30
INDICATIEF VERHARDINGSONDERZOEK ..................................................................................... 32 5.1
6.
7.
ONDERZOEKSOPZET .................................................................................................................. 32
5.2
VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 32
5.3
LABORATORIUMONDERZOEK.................................................................................................... 32
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .............................................................................................. 34 6.1
CONCLUSIES ............................................................................................................................... 34
6.2
AANBEVELINGEN......................................................................................................................... 35
BETROUWBAARHEID ...................................................................................................................... 36
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 2 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
BIJLAGEN 1. 1.1 1.2 1.3
Kaarten en tekeningen Topografische kaart Situatietekening verkennend bodemonderzoek en verhardingsonderzoek Situatietekening verkennend asbestonderzoek
2. 2.1 2.2 2.3
Vooronderzoek Rapportage omgevingsdienst West-Holland Fotoreportage Kaartmateriaal
3. 3.1 3.2
Veldonderzoek Formulieren veldonderzoek Boorstaten en legenda
4. 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Laboratoriumonderzoek Certificaten grond Certificaten grondwater Certificaten asbest (grond) Certificaten asbest (funderingsmateriaal) Certificaten samenstelling en uitloging (funderingsmateriaal)
5. 5.1 5.2 5.3
Toetsingstabellen Toetsingstabellen grond Toetsingstabellen grondwater Toetsingstabellen samenstelling en uitloging (funderingsmateriaal)
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 3 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
1.
INLEIDING
In opdracht van Condor Project Development B.V. is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend milieukundig bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als Herenweg 45 te Rijnsaterwoude (zie afbeelding 1).
Afbeelding 1: Onderzoeksgebied (zwart omlijnd)
Aanleiding en doelstelling Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen herontwikkeling en bestemmingsplanwijziging. De doelstelling van het verkennend bodemonderzoek onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. De doelstelling van het verkennend asbestonderzoek is om een uitspraak te doen over de aan/afwezigheid van asbest (verdenking) en over het indicatieve asbestgehalte in de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie. De doelstelling van het verhardingsonderzoek het vaststellen van de indicatieve hergebruiksmogelijkheden van het funderingsmateriaal. Verklaring onafhankelijkheid IDDS verklaart hierbij onafhankelijk te zijn van de opdrachtgever en geen belang te hebben bij de resultaten van het uitgevoerde onderzoek.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 4 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
Milieuhygiënisch vooronderzoek Voorafgaand aan een verkennend bodemonderzoek conform de onderzoeknorm NEN 5740;2009+A1;2016 dient een milieuhygiënisch vooronderzoek te worden uitgevoerd conform de onderzoeknorm NEN 5725;2017. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de locatie waar het vooronderzoek betrekking op heeft. Verkennend bodemonderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is de onderzoeknorm NEN 5740;2009+A1;2016 gehanteerd.
Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en eventueel vrijkomende grond. Op basis van de informatie uit het milieuhygiënisch vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Elke uit het milieuhygiënisch vooronderzoek resulterende onderzoekshypothese over de aan- of afwezigheid van bepaalde verontreinigende stoffen en de wijze van verspreiding wordt getoetst met een locatiespecifieke onderzoeksstrategie. Verkennend asbestonderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie ten aanzien van asbest, is de onderzoeksnorm NEN 5707+C2;2017 gehanteerd. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij verkennend en nader onderzoek en de inspectie en monsterneming voor de bepaling van asbest in bodem en partijen grond. Indicatief verhardingsonderzoek Het onderzoek naar het funderingsmateriaal is uitgevoerd conform een eigen strategie. Indien funderingsmateriaal aanwezig is, wordt het onderzocht op het voorkomen van asbest en wordt de samenstelling (minerale olie, PAK en PCB) en uitloging bepaald.
De onderzoeksresultaten geven een indicatie inzake het voorkomen van asbest en/of een indicatie van de te verwachtten hergebruik- dan wel afzetmogelijkheden van het vrijkomende funderingsmateriaal.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 5 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het milieuhygiënisch vooronderzoek stapsgewijs besproken. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bestaat achtereenvolgens uit het vaststellen van de aanleiding en de afbakening van het onderzoeksgebied. Vervolgens wordt informatie verzameld van de voorgeschreven onderzoekaspecten en worden de onderzoeksvragen beantwoord. Op basis hiervan worden conclusies getrokken en wordt de hypothese voor de onderzoekslocatie vastgesteld. In hoofdstuk 3 wordt het verkennend bodemonderzoek stapsgewijs besproken. Als eerste stap wordt, op basis van de bij het milieuhygiënisch vooronderzoek voor de locatie vastgestelde hypothese, de onderzoeksstrategie vastgesteld. Vervolgens worden de uitvoering en resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek apart besproken. In hoofdstuk 4 wordt het verkennend asbestonderzoek stapsgewijs besproken. In hoofdstuk 5 wordt het indicatief verhardingsonderzoek stapsgewijs besproken. Op basis van de verkregen onderzoeksresultaten is de onderzochte locatie beoordeeld. Deze beoordeling is samen met de eventuele adviezen ondergebracht in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 wordt de betrouwbaarheid van het uitgevoerde onderzoek toegelicht.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 6 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
2.
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK
2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK
Afhankelijk van de aanleiding voor het verrichten van het vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. Als eerste stap in het vooronderzoek dient derhalve de aanleiding te worden vastgesteld. In de NEN 5725;2017 zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding vastgesteld: A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, het antwoord opgenomen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 7 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED
TABEL 2.2.1: Afbakening onderzoeksgebied Onderzoeksvraag Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Uitwerking
Bronnen
Situering
Globale ligging: zie overzichtskaart in bijlage 1.1 Begrenzing onderzoekslocatie: zie situatietekening in bijlage 1.2
Adres
Herenweg 45, 55 en 57
Postcode / Plaats
2465 AB Rijnsaterwoude
Gemeente
Kaag en Braassem
Provincie
Zuid-Holland
RD-coördinaten (globaal middelpunt)
Omschrijving
Westzijde
Oostzijde
X
105.818
105.908
Y
468.629
468.626
Hoogte maaiveld
Z
Circa 0,2 m –NAP
Kadastraal
Gemeente
Rijnsaterwoude
Oppervlaktes Belendingen
Gemeentecode
RST00
Sectie
A
Nummers
2510, 2521 (beiden deels)
Totaal
Ca. 4.775 m²
Bebouwd
Ca. 1.100 m2
#1 / #2
Alle richtingen
Afbeelding 2: Onderzoekslocatie en belendingen (bron: Google Maps) Afbakening vooronderzoek
25 meter buiten onderzoekgrenzen
Conclusie De afbakening van de onderzoekslocatie is volledig bekend. #1: Gemeente Kaag en Braassem / informatie opdrachtgever #2: Kadaster / BAG-viewer / Google Maps / AHN / www.gpscoördinaten.nl / IDDS Projectenkaart
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 8 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
-
2.3
POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.3.1a: Potentiële bronnen van bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Uitwerking Voormalig gebruik
Bronnen Het plangebied is gelegen aan de Herenweg, die als veenrest-dijk een gunstige en hoge en droge locatie vormde in het landschap. et dorp Rijnsaterwoude vormde een van de eerste ontginningslinten binnen de huidige gemeente Kaag en Braassem en dateert al vanaf ten minste de 11e eeuw (bron: geschiedenisvanzuidholland.nl).
#1 / #2 / #3
De oudste beschikbare kaart van het plangebied is de kaart van het Hoogheemraadschap uit 1615 (zie bijlage 2.3). Uit deze kaart blijkt dat het plangebied waarschijnlijk deels bebouwd is en ten zuiden van de monding van de ‘Joost Tolle Vaert’ ligt. Het betreft hier vermoedelijk een vaart waar tol werd geheven. Hoewel de vaart niet meer wordt vermeld in de 19 e eeuw en later, wordt wel de (tol)brug genoemd, die omstreeks 1850 als ‘Jaap Stols brug’ bekend staat. Op 19 e-eeuws kaartmateriaal is deze vaart niet meer te onderscheiden van de omliggende sloten, maar er wordt wel nog melding gemaakt van de Joost Stollen Ophaalburg. Deze ligt ter hoogte van het plangebied en staat ook aangegeven op het kadastraal minuutplan uit 1811 (bron: Beeldbank Rijksdienst Cultureel Erfgoed). Ook de doorlaat van de vaart naar het meer is nog aanwezig en wordt op het kadastraal minuutplan aangemerkt als het Joost Stollen Gat. De doorlaat is verlegd in de loop van de 17e of 18e eeuw. Deze monding komt overeen met de huidige inham in het zuiden van het plangebied. De huidige korte sloot ten noordoosten van het plangebied is een restant van deze vaart. Op het kadastraal minuutplan staat het landgebruik per kavel aangegeven. Aan de Herenweg staat direct ten zuiden van het Joost Stollen Gat een huis met klein erf ingetekend. Dit is op dezelfde plek als op de kaart uit 1615 een huis staat aangegeven.
Het is niet bekend of dit hetzelfde huis is. De overige percelen zijn in gebruik als bos voor hakhout. Ten westen van het gat is nog een strook hakbos aanwezig, het lagere deel tegen de oever van het meer is hooiland. In het zuiden van het plangebied ligt nog een sloot die haaks op de Herenweg ligt en het gat verbindt met de dijksloot via een duiker onder de Herenweg. Het landgebruik in de 19e en 20e eeuw is op basis van de topografische kaarten in grove lijnen te volgen. In het midden van de 19e eeuw waren de delen die land waren nog in gebruik als bebost gebied. Dit verandert in de jaren erna, als het gebied meer wordt ingericht met slootjes, zoals te zien is op de kaart uit 1930. Het land wordt dan gebruikt als grasland en het voormalig bebouwde perceel is vanaf de weg tot en met het gat in gebruik als erf of tuingrond. Er volgt geen nieuw kaartmateriaal tot na de Tweede Wereldoorlog, waardoor eventuele wijzigingen niet gevolgd kunnen worden. In 1950 is de situatie weer veranderd en is de hoeveelheid water weer toegenomen. Het gat is breder geworden en er liggen nu drie brede wateraansluitingen vanaf de weg naar het gat. Er staat verspreid enige bebouwing en er ligt een brug over het gat. Vanaf de jaren ’70 / ‘80 van vorige eeuw staat er een grote loods in het plangebied; de eerste jachthaven.
Hiervoor worden een deel van de sloten en het water van het gat gedempt, maar vrijwel de volledige binnenzijde van de loods bestaat uit water. Deze situatie blijft ongeveer gelijk tot en met ten tijde van het huidige onderzoek. Wel werd de loods vervangen als gevolg van een brand op 6 juli 1991. Potentiële bronnen
Op basis van de beschikbare informatie via kaartmateriaal (zie bijlage 2.3) is te zien dat de onderzoekslocatie in de periode tussen 1930 en 1980 door diverse watergangen werd doorkruist. De watergangen zijn vervolgens gedempt. Het materiaal waarmee de watergangen zijn gedempt is niet bekend. De locaties van de (voormalige) watergangen worden als verdacht aangemerkt op het voorkomen van verhoogde gehalten met zware metalen en PAK.
#1: Omgevingsdienst West-Holland, Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2.1) #2: Erfgoed Leiden / Hoogheemraadschap van Rijnland / wwww.geschiedenisvanzuidholland.nl #3: Gemeente Kaag en Braassem / informatie opdrachtgever / Topotijdreis
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 9 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
TABEL 2.3.1b: Potentiële bronnen van bodemverontreiniging (vervolg) Onderzoeksvraag Is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Uitwerking Potentiële bronnen
Bronnen Op basis van de beschikbare informatie via Erfgoed Leiden is bekend dat op de onderzoekslocatie (Herenweg 53-55 te Rijnsaterwoude) in het verleden diverse Hinderwetvergunningen zijn verstrekt, te weten: -
-
-
1959 – Vergunning verstrekt aan Shell Nederland BV voor het plaatsen van een elektrisch gedreven benzinepomp (ter vervanging van de benzinehandpomp) en aansluiting op de aanwezige ondergrondse 6.000 liter benzinetank; 1960 – Vergunning verstrekt aan Shell Nederland N.V. voor het uitbreiden van een benzine-installatie. De uitbreiding bestaat uit het plaatsen van een ondergronds reservoir met een inhoud van 6.000 liter voor het bewaren van gasolie op de locatie direct naast de aanwezige benzinetank; 1967 – Vergunning verstrekt aan Shell Nederland N.V. voor het oprichten van een drijvend benzine service-station op het Braassemermeer. De oprichting bestaat uit een ponton (12 x 5 meter) met daarop een superbenzine tank (6.000 liter), benzine tank (6.000 liter) en gasolietank (inhoud 15.000 liter).
Ter plaatse van de Herenweg 51-57 te Rijnsaterwoude zijn in het verleden een tweetal milieukundige bodemonderzoeken en een sanering uitgevoerd. Op basis van de beschikbare informatie via de omgevingsdienst West-Holland zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie diverse potentieel (historische) bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten bekend, te weten: -
Jachthaven; Machinegroothandel; Scheepsbouw- en scheepsreparatiebedrijf; Verfspuitinrichting (metaal); Erfverharding met slakken; Opslag van alifatische koolwaterstoffen; Ondergrondse gasolietank (6.000 liter) en benzinetank (6.000 liter); Halfondergrondse brandstoftank (inhoud en omvang onbekend); Drijvend benzine-service-station met o.a. een superbenzine tank (6.000 liter), benzine tank (6.000 liter) en gasolietank (15.000 liter). De locatie van het drijvend benzine-servicestation bevond zich op het Braassemermeer ten westen van de onderzoekslocatie.
Op basis van de verschillende activiteiten op verschillende terreingedeelten is de te onderzoeken locatie opgesplitst in diverse (verdachte) deellocaties: A) B) C) D) E)
Algemene terreindelen; (voormalige) standplaats werflier, verf- en voorbereidingswerkplaats en monteurswerkplaats; (voormalige) ondergrondse gasolietank en benzinetank; (voormalige) halfondergrondse brandstoftank; Slootdempingen.
De verdachte deellocaties zijn weergegeven op de situatietekening in bijlage 1.2. Huidig gebruik
Jachthaven met ligplaatsen (overdekt en onoverdekt), loods met werkplaats
Toekomstig gebruik
Jachthaven met ligplaatsen (overdekt en onoverdekt), appartementen, woonhuizen, arken en restaurant
Conclusie De potentiële bronnen van bodemverontreiniging betreffen de (voormalige) bodembedreigende bedrijfsactiviteiten, de aanwezigheid van (voormalige) tanks en slootdempingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Derhalve wordt de onderzoekslocatie als verdacht aangemerkt op het voorkomen van verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK, en minerale olie en aromaten in de grond en/of het grondwater. #1: Omgevingsdienst West-Holland, Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2.1) #2: Erfgoed Leiden / Hoogheemraadschap van Rijnland / wwww.geschiedenisvanzuidholland.nl #3: Gemeente Kaag en Braassem / informatie opdrachtgever / Topotijdreis
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 10 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST
TABEL 2.4.1: Bodemkwaliteit en asbest Onderzoeksvraag Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Uitwerking Asbest
Bronnen Er is geen informatie beschikbaar omtrent een eventuele verdenking op de aanwezigheid van asbest in de bodem.
#1
Op basis van de locatie-inspectie is vermoedelijk sprake van bodemvreemde bestanddelen (puinfracties), waardoor de bodem formeel als asbestverdacht dient te worden aangemerkt. Bodemkwaliteit
Bodemfunctieklasse
Wonen
Bodemkwaliteitszones
Historische woonbebouwing Kaag en Braassem, Nieuwkoop en Zoeterwoude (B3 / T3 / O3)
#2
Ontgravingskaart boven- en ondergrond
Bovengrond (0,0 - 0,5 m-mv): Industrie Ondergrond (0,5 - 2,0 m-mv): Wonen
Toepassingskaart boven- en ondergrond
Bovengrond (0,0 - 0,5 m-mv): Wonen Ondergrond (0,5 - 2,0 m-mv): Wonen
Conclusie In de bodem is mogelijk sprake van bodemvreemde bestanddelen (puinfracties) waardoor de bodem als asbestverdacht wordt aangemerkt. #1: Omgevingsdienst West-Holland, Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2.1) #2: Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart regio West-Holland 2023-2033 (ODWH)
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
TABEL 2.5.1: Bodemopbouw en geohydrologie Onderzoeksvraag Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Uitwerking
Bronnen
Bodemopbouw (lokaal)
0,0 - 3,0 m-mv
Zand, klei en/of veen
Grondwater (lokaal)
Grondwaterstand freatisch
Circa 0,5 – 1,0 m-mv
#1
Een eenduidige stromingsrichting van het grondwater is niet bekend. De stromingsrichting zal lokaal worden beïnvloed door objecten in de ondergrond. Een (tijdelijke) optredende horizontale stromingsrichting wordt veroorzaakt door regenoverschot en zal naar de omliggende watergangen gericht zijn. Voor zover bekend wordt het grondwater op en in de nabijheid van de onderzoekslocatie niet beïnvloed door menselijk handelen. De onderzoekslocatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. Geohydrologie
0,0 – 10,9 m-mv
Deklaag
10,9 – 30,7 m-mv
Formatie van Kreftenheye, zandige eenheid (1e watervoerend pakket)
30,7 – 31,9 m-mv
Formatie van Urk, kleiige eenheid (1e afsluitende laag)
Op de locatie is vermoedelijk sprake van een kwelsituatie. Bodemvreemde lagen
Vanwege de lange gebruiksgeschiedenis van het terrein, de aanwezigheid van (voormalige) bebouwing en mogelijke funderingslagen en slootdempingen zijn mogelijk bodemvreemde lagen aanwezig.
Conclusie Ter plaatse van een groot gedeelte van de onderzoekslocatie kan sprake zijn van bodemvreemde lagen ten gevolge van de voormalige bebouwing en/of slootdempingen. #1: DINOloket / Bodematlas provincie Zuid-Holland Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 11 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
2.6
BEÏNVLOEDING
TABEL 2.6.1: Beïnvloeding Onderzoeksvraag Is sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Uitwerking Beïnvloeding
Bronnen Er wordt op basis van de beschikbare informatie geen beïnvloeding vanuit de omgeving verwacht.
#1
Conclusie Er is voor zover bekend geen sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit en/of de kwaliteit van het grondwater. #1: Gemeente Kaag en Braassem / informatie opdrachtgever
2.7
BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.7.1a: Bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Uitwerking
Bronnen
Onderzoek ter plaatse van de locatie / in de nabije omgeving Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek
Ter plaatse van de Herenweg 51-57 is in het verleden een tweetal milieukundige bodemonderzoeken en een sanering uitgevoerd. De relevante uitgevoerde gegevens zijn weergegeven in onderstaand overzicht:
#1
Indicatief onderzoek Herenweg 51-57, Rijnsaterwoude Ter plaatse van de Herenweg 51-57 (jachthaven Meerzicht) te Rijnsaterwoude is in het verleden een indicatief bodemonderzoek uitgevoerd door Lexmond, rapport kenmerk 90.1349/GB, d.d. 0106-1990. Uit betreffend onderzoek is gebleken dat op de locatie diverse potentieel bodembedreigende bedrijfsactiviteiten bekend waren. Op de locatie was een loods aanwezig met monteurswerkplaats, verf-voorbereidingswerkplaats en standplaats van een ‘werflier’ met bijbehorend gebruik van smeerolie. Tevens waren een ondergrondse afgewerkte olietank en halfondergrondse brandstoftank aanwezig. Uit de analyseresultaten is gebleken dat in de grond en het grondwater ter plaatse van de ondergrondse afgewerkte olietank en de half ondergrondse brandstoftank geen verontreinigingen waren aangetoond. Ter plaatse van de monteurswerkplaats is in de bovengrond (0,0 – 1,0 m-mv) zintuiglijk minerale olie waargenomen. Het gehalte minerale olie in de grond overschreed de voormalige B -waarde ruim. In de ondergrond (1,0 – 1,5 m-mv) werd de voormalige A-waarde ruim overschreden. In het grondwater werd de voormalige C-waarde zéér ruim overschreden met minerale olie en VAK. Ter plaatse van de verf-voorbereidingswerkplaats is zintuiglijk een vluchtige aromatengeur waargenomen. In het grondwater wordt de voormalige A -waarde licht overschreden.
Ter plaatse van de standplaats van de ‘werflier’ en de bodem ter plaatse van de loods zijn geen afwijkende bodemmaterialen waargenomen, met uitzondering van puinhoudend materiaal en ‘slakken-zand’ waarmee het achterterrein verhard is. In het ‘slakken-zand’ werd de voormalige Awaarde overschreden voor PAK en koper. De bodem direct onder het ‘slakken-zand’ overschrijdt plaatselijk de voormalige B en/of C-waarden voor diverse zware metalen. In het grondwater zijn geen verhoogde concentraties met zware metalen en PAK aangetoond. #1: Omgevingsdienst West-Holland, Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2.1)
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 12 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
TABEL 2.7.1b: Bodemverontreiniging (vervolg) Onderzoeksvraag Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Uitwerking
Bronnen
Onderzoek ter plaatse van de locatie / in de nabije omgeving Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek
Resultaten zintuiglijk onderzoek en saneringsvoorstel Herenweg 51-57, Rijnsaterwoude Naar aanleiding van de resultaten van het indicatief onderzoek van Lexmond uit juni 1990 is een zintuiglijk onderzoek en saneringsvoorstel opgesteld door Lexmond, kenmerk 90.1349/GB, d.d. 11-09-1990. Het onderzoek is uitgevoerd teneinde de ernst van de verontreinigingssituatie ter plaatse van de monteurswerkplaats te bepalen.
#1
Uit de onderzoeksresultaten van betreffend onderzoek is gebleken dat in de opgeboorde grond ter plaatse van een tweetalboringen een zéér lichte oliegeur is waargenomen. Deze locaties worden beschouwd als globale verontreinigingsgrens van de minerale olieverontreiniging. De boorlocaties waar zintuiglijk geen minerale olie is waargenomen liggen buiten de verontreinigingsgrenzen. De oppervlakte van de minerale olieverontreiniging werd geschat op maximaal 9 m² met een gemiddelde verontreinigingsdiepte van 1,0 meter. De totale omvang van de verontreinigde grond die tijdens de sanering afgevoerd diende te worden bedroeg derhalve 9 m³. Vervolgens heeft een sanering plaatsgevonden. Saneringsevaluatie Herenweg 51-57, Rijnsaterwoude Op woensdag 11 september 1991 is de minerale olieverontreiniging gesaneerd. De sanering heeft plaatsgevonden onder milieukundige begeleiding van Lexmond. Op basis van zintuiglijke waarnemingen is in totaal ca. 6 m³ met minerale olie verontreinigde grond ontgraven. De verontreinigde grond is afgevoerd naar een erkend verwerker (T.S.M. te Schiedam). De beschikbare onderzoeken zijn aangegeven in het bodemrapport van de Omgevingsdienst West-Holland, welke is weergegeven bijlage 2.1. Conclusie Op basis van eerder uitgevoerde onderzoeken ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn plaatselijk sterke verontreinigingen in de grond en/of het grondwater aangetoond.
Tevens is een sanering uitgevoerd. Derhalve kan de aanwezigheid van een geval van ernstige bodemverontreiniging niet worden uitgesloten. #1: Omgevingsdienst West-Holland, Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2.1)
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 13 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
2.8
TERREINVERKENNING
De terreinverkenning heeft tot doel om te controleren of de gedocumenteerde informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse en deze aan te vullen met relevante waarnemingen. De terreinverkenning is op 18 juli 2023 uitgevoerd. Op basis van de terreinverkenning blijkt dat op het voorterrein een verlaten woonhuis (nr. 55) aanwezig is. Ten noorden van het woonhuis bevindt zich een braakliggend terrein, welke licht begroeid is met gras. Vermoedelijk is op het voorterrein een puinverharding aanwezig. Ten westen van het woonhuis (nr. 55) bevindt zich bebouwing (nr. 57). Deze ruimte was in het verleden in gebruik als restaurant en dient nu als opslagruimte. Het is niet bekend of de (voormalige) ondergrondse gasolietank en benzinetank nog aanwezig zijn. Ten noorden van de bebouwing (nr. 57) bevindt zich een grote overdekte loods (nr. 45) met daarin ligplaatsen ten behoeve van de jachthaven. Hier is geen landbodem aanwezig en bestaat de bodem volledig uit waterbodem. Voor meer informatie verwijzen wij u naar het verkennend waterbodemonderzoek van IDDS met kenmerk A4244/JHA/rap1, d.d. 15 augustus 2023. Ten westen van de loods (nr. 45) bevindt zich een loods met daarin een werkplaats. In het zuidelijk deel van de werkplaats zijn werkbanken zichtbaar en is een ruimte aanwezig waar de (voormalige) verf-voorbereidingswerkplaats zich bevond.
Ten westen en noorden van de loods is sterke begroeiing aanwezig. De (voormalige) halfondergrondse brandstoftank is niet meer aanwezig in de huidige situatie. Ter hoogte van het Braassemermeer zijn diverse aanlegsteigers / ligplaatsen aanwezig ten behoeve van de jachthaven. Verder blijkt geen sprake te zijn van aanvullende bijzonderheden en hebben zich geen wijzigingen voorgedaan ten opzichte van de reeds verkregen gegevens. Ter illustratie is in bijlage 2.1 een fotoreportage opgenomen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 14 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
2.9
BEOORDELING
Het vooronderzoek is beoordeeld op afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725;2017. Indien er sprake is van afwijkingen zijn deze omschreven en is de reden van afwijking aangegeven. Beoordeeld is in hoeverre de afwijking gevolgen heeft op de betrouwbaarheid en in hoeverre er sprake is van beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen. Vervolgens is beoordeeld in hoeverre de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, op basis van de resultaten van het vooronderzoek, afdoende bekend is, of in hoeverre bodemonderzoek noodzakelijk is. In tabel 2.9.1 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.9.1: Beoordeling Onderzoeksvraag Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Beantwoording Omschrijving
Reden afwijking
Afwijking
Geen
-
Gevolgen betrouwbaarheid
-
-
Beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen
-
-
Conclusie De milieuhygiënische bodemkwaliteit is niet afdoende bekend. Er is geen (actuele) informatie beschikbaar omtrent de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie.
2.10
CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn conclusies getrokken over de verwachting van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en de aanwezige verontreinigende stoffen. Op basis van de getrokken conclusie is een hypothese geformuleerd. De hypothese betreft voor elke (deel)locatie, in zowel het horizontale als het verticale vlak, de verwachting met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Bij eventueel bodemonderzoek dient de hypothesestelling als basis voor de onderzoeksstrategieën uit de desbetreffende normdocumenten. De hypothese en strategie zijn complementair aan elkaar. TABEL 2.10.1: Conclusie en hypothese Hypothese Algemeen Locatie
Gehele terrein (circa 4.775 m²)
Conclusie
Er is geen informatie beschikbaar omtrent de actuele milieuhygiënische bodemkwaliteit van de locatie. Op basis van de resultaten van het milieuhygiënisch vooronderzoek is de te onderzoeken locatie opgesplitst in diverse (verdachte) deellocaties: A) B) C) D) E)
Opmerking
Algemene terreindelen (voorterrein, achterterrein en loods) (voormalige) standplaats werflier, verf- en voorbereidingswerkplaats en monteurswerkplaats; (voormalige) ondergrondse gasolietank en benzinetank; (voormalige) halfondergrondse brandstoftank; Slootdempingen.
In de bodem zijn naar verwachting bijmengingen met puin aanwezig, waardoor de locatie formeel als asbestverdacht dient te worden aangemerkt.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 15 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
Verdachte deellocaties Deellocatie
A)
Algemene terreindelen (voorterrein, achterterrein en loods)
Hypothese Verdacht Als kritische parameters worden aangemerkt: Grond: zware metalen, PAK Deellocatie
B)
(voormalige) standplaats werflier, verf- en voorbereidingswerkplaats en monteurswerkplaats
Hypothese Verdacht Als kritische parameters worden aangemerkt: Grond: zware metalen, PAK, minerale olie, vluchtige olie en aromaten Grondwater minerale olie, vluchtige olie en aromaten Deellocatie
C)
Hypothese
Verdacht
(voormalige) ondergrondse gasolietank en benzinetank
Als kritische parameters worden aangemerkt: Grond: minerale olie, vluchtige olie en aromaten Grondwater: minerale olie, vluchtige olie en aromaten Deellocatie
D)
Hypothese
Verdacht
(voormalige) halfondergrondse brandstoftank
Als kritische parameters worden aangemerkt: Grond: minerale olie, vluchtige olie en aromaten Grondwater: minerale olie, vluchtige olie en aromaten Deellocatie
E)
Hypothese
Verdacht
Slootdempingen
Als kritische parameters worden aangemerkt: Grond: zware metalen, PAK Opmerking
Het is de vraag in hoeverre resten van de voormalige slootdempingen nog zijn terug te vinden. De slootdempingen zijn naar verwachting tijdens het bouwrijp maken uitgevoerd, waardoor de dempingen naar alle waarschijnlijkheid zijn uitgevoerd met gebiedseigen grond.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 16 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
3.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK
3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE
De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de hypothese zoals deze is vastgesteld op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek, zie hoofdstuk 2. De onderzoeksstrategie is aangegeven in tabel 3.1.1. TABEL 3.1.1: Onderzoeksstrategie Deellocatie Onderzoeksstrategie
Oppervlakte
A)
Algemene terreindelen (voorterrein, achterterrein en loods)
NEN 5740;2009+A1;2016; Onderzoeksstrategie voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigde stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL).
4.775 m²
B)
(voormalige) standplaats werflier, verf- en voorbereidingswerkplaats en monteurswerkplaats
NEN 5740;2009+A1;2016; Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijk bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP)
150 m²
C)
(voormalige) ondergrondse gasolietank en benzinetank
Eigen strategie (maatwerk), gebaseerd op de NEN 5740;2009+A1;2016; Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks (VEP-OO)
< 25 m²
D)
(voormalige) halfondergrondse brandstoftank
Eigen strategie (maatwerk), gebaseerd op de NEN 5740;2009+A1;2016; Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks (VEP-OO)
< 25 m²
E)
Gedempte sloten
Eigen strategie (maatwerk) Het onderzoek ter plaatse van de gedempte sloten heeft als doel om na te gaan in hoeverre de dempingen visueel nog zijn terug te vinden (afwijkend dempingsmateriaal). Op de locatie worden een tweetal raaien met diepe boringen uitgevoerd, haaks op de dempingen.
280 m²
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 17 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
3.2
UITVOERING VELDONDERZOEK
Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in tabel 3.2.1. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op de situatietekening, die in bijlage 1.2 is opgenomen. TABEL 3.2.1: Samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode Uitvoering veldwerkzaamheden: 20-07-2023 - 02-08-2023 Uitvoering watermonstername: 02-08-2023 Uitvoerende partij
IDDS Milieu
BRL SIKB / protocol
BRL SIKB 2000 Protocol 2001, 2002
Onderzoekaspect
Meetpunten Type
Diepte [m-mv]
Aantal
Codering
A)
Algemene terreindelen (voorterrein, achterterrein en loods)
Boring Boring Boring Boring Boring met peilbuis
1,0 à 1,4 1,8 à 2,1 3,0 7,0 2,0 à 2,7
6 13 4 1 3
01, 04, 10, 11, 19, 20 05*, 06, 12*, 13, 17, 18, 21, 23, 25, 26, 32, 33, 34* 27, 28, 29, 30 31 02, 22, 24
B)
(voormalige) standplaats werflier, verf- en voorbereidingswerkplaats en monteurswerkplaats
Boring Boring met peilbuis
2,0 2,7
1 1
23, 25, 26 24
C)
(voormalige) ondergrondse gasolietank en benzinetank
Boring met peilbuis
2,0 à 2,5
2
02, 03
D)
(voormalige) halfondergrondse brandstoftank
Boring Boring met peilbuis
2,0 2,0
1 1
21 22
E) Gedempte sloten Boring ( 2 raaien) 2,0 à 2,1 6 07, 08, 09, 14, 15, 16 * Boringen zijn gestaakt naar aanleiding van het aantreffen van een handmatig ondoordringbare bodemlaag.
Uitvoeringswijze Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de beoordelingsrichtlijn. Het veldverslag met daarin de gegevens van het veldwerkbureau en de namen van de veldwerkers is opgenomen in bijlage 3.1. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot het veldonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. Tijdens het verrichten van het veldonderzoek is de bodem zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen en is de bodemopbouw beschreven. Bodemopbouw Per meetpunt is de texturele, minerale en organische samenstelling van de bodem nauwkeurig beschreven. Op basis van deze beschrijving is per meetpunt een boorstaat vervaardigd. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 3.2. De globale opbouw van de bodem ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie, gebaseerd op de boorstaten bestaat vanaf het maaiveld / onderzijde verhardingen tot de geboorde dieptes van maximaal 7,0 m-mv uit een afwisseling van zand, klei en/of veen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 18 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Het opgeboorde en vrijgegraven bodemmateriaal is visueel geïnspecteerd op afwijkingen en op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Het materiaal is met name beoordeeld op de aard, grootte en gradatie van voorkomen. Sommige verontreinigingen die in de bodem aanwezig zijn, kunnen aan de geur herkend worden. Benadrukt dient te worden dat, indien tijdens de veldwerkzaamheden passieve geurwaarnemingen worden gedaan, deze gekarakteriseerd worden en per boorpunt worden beschreven. Indien er sprake is van afwijkingen en/of bijmengingen zijn deze, per meetpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3.2 Op basis van de boorstaten blijkt in hoofdlijnen het navolgende: -
-
-
In de grond is plaatselijk sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen (baksteen, metselpuin, beton, aardewerk, sintels en glas); In de ondergrond ter plaatse van diverse boringen (03, 11, 24, 29 en 31) zijn zwakke olie-water reacties gemeten. Betreffende bodemlagen van boringen 24 en 31 zijn bemonsterd met behulp van een steekbus, waardoor de sequentie van de bodemlagen minimaal wordt verstoord en de chemische eigenschappen (vluchtige verbindingen) worden behouden. Opgemerkt dient te worden dat de bodemlagen ter plaatse van de overige boringen niet met behulp van een steekbus zijn bemonsterd; In de boringen ter plaatse van de vermoedelijke slootdempingen zijn (buiten de aanwezigheid van een puinverharding) geen verdachte dempingsmaterialen (afwijkend dempingsmateriaal, slib- en rietresten) waargenomen welke kunnen duiden op slootdempingen met verontreinigd materiaal. De slootdempingen zijn naar alle waarschijnlijkheid uitgevoerd met gebiedseigen grond; Ter plaatse van het voorterrein is funderingsmateriaal aanwezig. Het funderingsmateriaal bestaat uit een afwisseling van baksteen, beton, grind, aardewerk, beton, slakken, plastic en zand en is aangetroffen tot een diepte van circa 0,3 à 0,7 mmv. De verhardingslagen zijn niet onderzocht als bodem. Betreffende verhardingslagen vallen buiten de invloedsfeer van de Wet bodembescherming.
Voor meer informatie verwijzen wij u naar het verhardingsonderzoek, welke is weergegeven in hoofdstuk 4.
Asbest Het veldonderzoek is uitgevoerd door veldwerkers welke zijn opgeleid voor het herkennen van asbestverdachte materialen. Tijdens de uitvoering van het bodemonderzoek is het maaiveld van de onderzoekslocatie, evenals het opgeboorde en vrijgegraven bodemmateriaal visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm). Op het maaiveld en in de opgeboorde grond is visueel geen asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen. Voor meer informatie verwijzen wij u naar het verkennend asbestonderzoek, welke is weergegeven in hoofdstuk 4. Grondwater Voorafgaand aan de bemonstering van het grondwater is de actuele grondwaterstand opgenomen ten opzichte van het maaiveld. Van het bemonsterde grondwater is in het veld de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de mate van troebelheid (NTU) gemeten. Het bemonsterde grondwater is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. In tabel 3.2.2 zijn de resultaten opgenomen van de uitgevoerde metingen en verrichtte waarnemingen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 19 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
TABEL 3.2.2: Metingen uitgevoerd aan het grondwater Peilbuis
Filterstelling
Grondwaterstand
pH
EC
Troebelheid
Monstername
Zintuiglijke afwijkingen / overige bijzonderheden
[m-mv]
[m-mv]
[–]
[S/cm]
[NTU]
d.d.
02
1,00 - 2,00
0,20
7,0
828
28
02-08-2023
Geen bijzonderheden
03
1,50 - 2,50
0,23
7,1
1870
35
02-08-2023
Geen bijzonderheden
22
1,00 - 2,00
0,30
6,4
1323
39
02-08-2023
Geen bijzonderheden
24
1,70 - 2,70
0,63
6,5
2104
119
02-08-2023
Geen bijzonderheden
Op basis van de veldwaarnemingen en metingen blijkt het navolgende: -
3.3
Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging; De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH) duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater; Het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de mate van troebelheid van het grondwater (NTU) is enigszins verhoogd ten opzichte van de maximale waarden van 2.000 EC en 10 NTU. Naar onze mening heeft dit geen invloed op de representativiteit van het onderzoek. UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK
Voor de verrichting van het chemisch onderzoek zijn de monsters overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. De naam en contactgegevens van het betreffende laboratorium, alsmede de data waarop de monstervoorbehandeling en het analytisch onderzoek is uitgevoerd, zijn aangegeven op de analysecertificaten die in bijlage 4 zijn opgenomen. Analysestrategie Bij de selectie van de grond(meng)monsters is, voor het verkrijgen van een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden met de bodemopbouw en eventuele zintuiglijk waargenomen afwijkingen. Voor het verkrijgen van een ruimtedekkend beeld is eveneens rekening gehouden met de situering van de boringen. In tabel 3.4.1a/b/c is een overzicht gegeven van de monsters, waar van toepassing de monstersamenstelling, de monstertrajecten en de uitgevoerde analyses. De ondergrond waarin zwakke olie-water reacties zijn gemeten (boringen 24 en 31) en is bemonsterd met behulp van steekbussen is aanvullend geanalyseerd op minerale olie, vluchtige olie en aromaten. Het grondwater ter plaatse van verdachte deellocaties B, C en D (peilbuizen 03, 22 en 24) is aanvullend geanalyseerd op minerale olie, vluchtige olie en aromaten.
Naar aanleiding van het aantreffen van matig tot sterk verhoogde waarden met zware metalen en/of PAK in mengmonsters MM05, MM09 en MM14 zijn uitsplitsingen uitgevoerd. De deelmonsters uit voornoemde mengmonsters zijn separaat geanalyseerd op de verhoogd aangetroffen parameters. De resultaten van de separate analyses worden als meest representatief beschouwd. Opgemerkt dient te worden dat het voor één deelmonster (boring 20; traject 0,27 - 0,40 m-mv) niet mogelijk was om de uitsplitsing uit te voeren, aangezien er niet voldoende monstermateriaal meer aanwezig was in het laboratorium. Naar onzes inziens heeft dit geen invloed op het verontreinigingsbeeld.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 20 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
Samenstelling analysepakketten In het standaardpakket voor grond zijn de volgende analyses opgenomen: -
Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen). Minerale olie (GC). PCB (PolyChloorBifenylen).
Ten behoeve van de toetsing van de analyseresultaten zijn van alle grondmonsters de percentages lutum en/of organische stof bepaald. In het standaardpakket voor grondwater zijn de volgende analyses opgenomen: 3.4
Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). BTEXNS (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen). VOCl (vluchtige organochloorverbindingen). Minerale olie. TOETSINGSKADER
De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven op de analysecertificaten, die in bijlage 4 zijn opgenomen. De analyseresultaten zijn, waar van toepassing, getoetst middels de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5. Wet bodembescherming (Wbb) Voor de interpretatie van de resultaten van de chemische analyses van de grondmonsters zijn de meetwaarden, conform bijlage G van de Regeling bodemkwaliteit, gecorrigeerd voor de gemeten percentages lutum en/of organische stof. De gecorrigeerde meetwaarden zijn vergeleken met het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Dit toetsingskader bestaat uit de achtergrondwaarden, zoals opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit, en de interventiewaarden, zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant nr. 16675, 27 juni 2013). Naast het wettelijk kader zijn de gecorrigeerde meetwaarden getoetst aan de tussenwaarden, zijnde het rekenkundig gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarden voor de betreffende stof. Indien de gecorrigeerde meetwaarde voor één of meerdere stoffen de tussenwaarde overschrijdt kan in potentie sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging (HandhavingUitvoeringsMethode Wbb, versie 7.5 van het SIKB) en is het uitvoeren van nader bodemonderzoek in veel gevallen noodzakelijk.
In tabel 3.4.1a/b/c zijn de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek opgenomen alsmede de resultaten van de uitgevoerde toetsingen. <AW / <S niet verontreinigd: het gehalte / de concentratie is lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater), dan wel de rapportagegrens; >AW / >S licht verontreinigd: het gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater) en is lager dan of gelijk aan de tussenwaarde, zijnde licht verontreinigd; >T matig verontreinigd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde en is lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; >I sterk verontreinigd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 21 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
TABEL 3.4.1a: overzicht monsters, monstersamenstelling, analyses en toetsingsresultaten Monstercode
Deelmonsters en traject (m-mv)
Matrix en eventuele bijzonderheden
Analyse
Toetsingsresultaten Wbb > AW (licht verhoogd)
>T (matig verhoogd)
>I (sterk verhoogd)
Grond deellocatie A) Algemene terreindelen (voorterrein, achterterrein en loods) MM01
01 (0,00 - 0,40) 05 (0,30 - 0,60)
Zand, sporen baksteen
#1
-
-
-
MM02
06 (0,00 - 0,50)
Klei, sporen baksteen en glas
#1
Zink (-) Lood (0,06) PAK 10 VROM (0,06)
-
-
MM03
10 (0,00 - 0,40)
Veen, zwak baksteenhoudend
#1
Zink (0,08) Kwik (-) Lood (0,1) PAK 10 VROM (0,05)
-
-
MM04
17 (0,00 - 0,50)
Zand, zwak metselpuinhoudend, matig baksteenhoudend, brokken beton
#1
PCB (som 7) (0,01) Koper (0,07) Zink (0,22) Molybdeen (0,11) Kwik (-) Lood (0,27) PAK 10 VROM (0,18)
-
Nikkel (1,27)
MM05
01 (0,70 - 0,90) 10 (0,60 - 0,90) 17 (0,80 - 1,10)
Zand, zwak tot matig baksteenhoudend, zwak metselpuinhoudend
#1
Minerale olie C10 - C40 (0,02) Molybdeen (-) Cadmium (0,01) Kwik (-)
Zink (0,89) Lood (0,82) PAK 10 VROM (0,55)
-
01 (70-90)
01 (0,70 - 0,90)
Zand, matig baksteenhoudend, sporen metselpuin
#2 / #3
Kobalt (0,05) Nikkel (0,35) Koper (0,05) Molybdeen (-) Cadmium (0,06) Kwik (0,01) PAK 10 VROM (0,07)
-
Zink (1,8) Lood (1,22)
10 (60-90)
10 (0,60 - 0,90)
Zand, zwak metselpuinhoudend
#2 / #3
Kwik (-) PAK 10 VROM (0,47)
Zink (0,61) Lood (0,63)
-
17 (80-110)
17 (0,80 - 1,10)
Zand, zwak metselpuinhoudend, zwak baksteenhoudend
#2 / #3
Koper (0,05) Molybdeen (-) Kwik (-) Lood (0,02)
-
-
MM06
11 (0,50 - 1,00)
Zand, zwakke olie-water reactie
#1
PCB (som 7) (0,48)
-
-
MM07
04 (0,60 - 1,10) 10 (0,90 - 1,40) 13 (1,20 - 1,70) 18 (1,10 - 1,60)
Veen, geen bijzonderheden
#1
Nikkel (0,04) Koper (0,22) Kwik (0,01) Lood (0,04)
-
-
MM08
19 (0,00 - 0,20) 29 (0,15 - 0,65) 31 (0,00 - 0,30)
Veen, geen bijzonderheden
#1
Nikkel (0,09) Koper (0,15) Zink (0,14) Kwik (-) Lood (0,03) PAK 10 VROM (0,06)
-
-
MM09
20 (0,27 - 0,40) 28 (0,30 - 0,70) 30 (0,50 - 1,00)
Zand, geen bijzonderheden
#1
Minerale olie C10 - C40 (0,01) Kobalt (0,3) Molybdeen (-) Kwik (0,05) Lood (0,37)
Koper (0,66) Zink (0,97) PAK 10 VROM (0,51)
Nikkel (1,17)
20 (27-40)
20 (0,27 - 0,40)
Zand, geen bijzonderheden
-/-*
-/-*
-/-*
-/-*
28 (30-70)
28 (0,30 - 0,70)
Zand, geen bijzonderheden
#2 / #3
Kobalt (0,3) Molybdeen (0,03) Cadmium (0,03) Kwik (0,08)
PAK 10 VROM (0,69)
Nikkel (2,28) Koper (2,21) Zink (3,95) Lood (1,14)
30 (50-100)
30 (0,50 - 1,00)
Zand, geen bijzonderheden
#2 / #3
-/-* #1 #2 #3 > AW >T >I Index
Kobalt (0,27) Zink (0,8) Nikkel (1,49) Molybdeen (-) Koper (1,25) Cadmium (0,01) Lood (2,65) Kwik (0,05) PAK 10 VROM (0,27) : Niet mogelijk om betreffende deelmonsters te analyseren (onvoldoende monstermateriaal aanwezig in het laboratorium). : Standaard analysepakket grond : Pakket zware metalen, incl. o.s. / lutum : PAK (10 verbindingen), incl. o.s. : > Achtergrondwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - AW) / (I - AW). De index is weergegeven achter de betreffende verhoogde parameters.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 22 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
TABEL 3.4.1b: overzicht monsters, monstersamenstelling, analyses en toetsingsresultaten (vervolg) Monstercode
Deelmonsters en traject (m-mv)
Matrix en eventuele bijzonderheden
Analyse
Toetsingsresultaten Wbb > AW (licht verhoogd)
>T (matig verhoogd)
>I (sterk verhoogd)
Grond deellocatie A) Algemene terreindelen (voorterrein, achterterrein en loods) MM10
27 (0,40 - 0,70) 28 (1,00 - 1,50) 29 (1,10 - 1,60) 31 (1,20 - 1,70)
Veen, geen bijzonderheden
#1
Kwik (0,01) Lood (0,12) PAK 10 VROM (0,02)
-
-
MM11
27 (2,00 - 2,50) 28 (2,00 - 2,50) 29 (2,10 - 2,60) 31 (2,20 - 2,70)
Veen, geen bijzonderheden
#1
Minerale olie C10 - C40 (0,01)
-
-
MM22
32 (0,00 - 0,50) 33 (0,00 - 0,50) 34 (0,00 - 0,40)
Veen, geen bijzonderheden
#1
-
-
-
31 (100120)
31 (1,00 - 1,20)
Zand, zwakke olie-water reactie
#4
Minerale olie C10 - C40 (0,3)
-
-
Grond deellocatie B) (voormalige) standplaats werflier, verf- en voorbereidingswerkplaats en monteurswerkplaats MM14
23 (0,50 - 0,90) 24 (0,40 - 0,50) 26 (0,40 - 0,50)
Zand, geen bijzonderheden
#1
PCB (som 7) (0,05) Minerale olie C10 - C40 (0,05) Kobalt (0,08) Molybdeen (-) Cadmium (0,04) Kwik (0,05) PAK 10 VROM (0,26)
Nikkel (0,59) Lood (0,84)
Koper (3,07) Zink (2,62)
23 (50-90)
23 (0,50 - 0,90)
Zand, geen bijzonderheden
#2
Koper (0,4) Cadmium (0,27) Kwik (0,14)
Lood (0,79)
Zink (2,62)
24 (40-50)
24 (0,40 - 0,50)
Zand, geen bijzonderheden
#2
Koper (0,42) Zink (0,21) Cadmium (0,02) Kwik (-) Lood (0,15)
-
-
26 (40-50)
26 (0,40 - 0,50)
Zand, geen bijzonderheden
#2
Kobalt (0,22) Molybdeen (-) Cadmium (-) Kwik (0,04) Lood (0,23)
Koper (0,82) Zink (0,69)
Nikkel (1,38)
MM15
25 (0,25 - 0,75)
Zand, zwak baksteenhoudend
#1
Minerale olie C10 - C40 (0,01) Kwik (-) Lood (0,03)
-
-
MM16
23 (0,90 - 1,20) 24 (1,40 - 1,90) 25 (1,20 - 1,70) 26 (1,10 - 1,60)
Veen, geen bijzonderheden
#1
Kobalt (0,01) Nikkel (0,25) Kwik (0,01) Lood (0,11)
-
-
24 (90-110)
24 (0,90 - 1,10)
Veen, zwakke olie-water reactie
#4
Minerale olie C10 - C40 (0,23)
-
-
-
-
Grond deellocatie C) (voormalige) ondergrondse gasolietank en benzinetank MM12
02 (0,60 - 1,00) 03 (0,60 - 0,90)
MM13
03 (1,50 - 2,00) #1 #2 #4 > AW >T >I Index
Zand, geen bijzonderheden
#1
-
Zand, zwakke olie-water #1 PAK 10 VROM (0,02) Minerale olie C10 - C40 (0,7) reactie : Standaard analysepakket grond : Pakket zware metalen, incl. o.s. / lutum : Tankstationpakket grond (minerale olie, vluchtige olie en aromaten) : > Achtergrondwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - AW) / (I - AW). De index is weergegeven achter de betreffende verhoogde parameters.
-
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 23 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
TABEL 3.4.1c: overzicht monsters, monstersamenstelling, analyses en toetsingsresultaten (vervolg) Monstercode
Deelmonsters en traject (m-mv)
Matrix en eventuele bijzonderheden
Analyse
Toetsingsresultaten Wbb > AW / S (licht verhoogd)
>T (matig verhoogd)
>I (sterk verhoogd)
Grond deellocatie D) (voormalige) ondergrondse brandstoftank MM17
21 (0,00 - 0,40)
Klei, sporen baksteen, aardewerk en sintels
#1
PCB (som 7) (-) Koper (0,44) Zink (0,28) Kwik (-) Lood (0,04) PAK 10 VROM (0,07)
-
-
MM18
22 (0,00 - 0,50)
Veen, sterk metselpuinhoudend
#1
PCB (som 7) (0,01) Kwik (-) Lood (0,13) PAK 10 VROM (0,13)
Zink (0,52)
Koper (1,3)
MM19
21 (0,90 - 1,40) 22 (0,80 - 1,30)
Veen, geen bijzonderheden
#1
Kwik (-) Lood (0,01)
-
-
Grond deellocatie E) Slootdempingen MM20
07 (0,70 - 1,20) 08 (0,70 - 1,20) 09 (0,70 - 1,20)
Veen, geen bijzonderheden
#1
Kobalt (0,06) Nikkel (0,49) Koper (0,1) Zink (0,16) Kwik (0,03) Lood (0,44) PAK 10 VROM (0,06)
-
-
MM21
14 (0,60 - 1,10) 15 (0,50 - 1,00) 16 (0,50 - 0,80)
Veen, geen bijzonderheden
#1
Minerale olie C10 - C40 (0,19) Koper (0,11) Molybdeen (0,01) Kwik (0,03) Lood (0,3) PAK 10 VROM (0,01)
-
-
Grondwater deellocatie A Algemene terreindelen + B) (voormalige) standplaats werflier, verf- en voorbereidingswerkplaats en monteurswerkplaats 24-1-1
24 (1,70 - 2,70)
Grondwater, geen bijzonderheden
#5 / #6
Barium (0,16)
-
-
Grondwater deellocatie A Algemene terreindelen + C) (voormalige) ondergrondse gasolietank en benzinetank 02-1-1
02 (1,00 - 2,00)
Grondwater, geen bijzonderheden
#5
Barium (0,01)
-
-
03-1-1
03 (1,50 - 2,50)
Grondwater, geen bijzonderheden
#6
-
-
-
Grondwater A Algemene terreindelen + deellocatie D) (voormalige) ondergrondse brandstoftank 22-1-1
22 (1,00 - 2,00) #1 #5 #6 > AW / S >T >I Index
Grondwater, geen #5 / #6 Barium (0,19) bijzonderheden : Standaard analysepakket grond : Standaard analysepakket grondwater : Tankstationpakket grondwater (minerale olie, vluchtige olie en aromaten) : > Achtergrondwaarde (grond) / streefwaarde (grondwater) : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - AW) / (I - AW). De index is weergegeven achter de betreffende verhoogde parameters.
-
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodem- en asbestonderzoek en indicatief verhardingsonderzoek Locatie: Herenweg 45, Rijnsaterwoude Pagina 24 van 36 Kenmerk rapportage: A4244/JHA/rap2
3.5
INTERPRETATIE
Grond De globale opbouw van de bodem bestaat vanaf het maaiveld / onderzijde verhardingen tot de geboorde dieptes van maximaal 7,0 m-mv uit een afwisseling van zand, klei en/of veen. In de grond is plaatselijk sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen (baksteen, metselpuin, beton, aardewerk, sintels en glas). Visueel is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de ondergrond ter plaatse van diverse boringen (03, 11, 24, 29 en 31) zijn zwakke olie-water reacties gemeten. In de boringen ter plaatse van de vermoedelijke slootdempingen zijn (buiten de aanwezigheid van een puinverharding) geen verdachte dempingsmaterialen (afwijkend dempingsmateriaal, slib- en rietresten) waargenomen welke kunnen duiden op slootdempingen met verontreinigd materiaal. De slootdempingen zijn naar alle waarschijnlijkheid uitgevoerd met gebiedseigen grond. Op basis van de analyse- en toetsingsresultaten blijkt dat in de grond plaatselijk matig tot sterk verhoogde waarden met zware metalen, PAK en/of minerale olie zijn aangetoond. Naar aanleiding van het aantreffen van matig tot sterk verhoogde waarden met zware metalen en/of PAK in diverse mengmonsters zijn uitsplitsingen uitgevoerd. De deelmonsters uit voornoemde mengmonsters zijn separaat geanalyseerd op de verhoogd aangetroffen parameters. De resultaten van de separate analyses worden als meest representatief beschouwd.