CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Omgevingsvisie (versie 2024)

Gemeenteraad 5 februari 2024, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Omgevingsvisie (2024).30.789 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Duurzaam gebruik van de bodem, ondergrond en water is daarom nodig voor een gezonde en veilige leefomgeving waarin onze inwoners kunnen blijven wonen en leven; waarin onze agrariërs en andere bedrijven kunnen blijven werken; waarin de toeristen kunnen blijven recreëren. En dit zal een uitdaging worden, omdat we de Zuid-Hollandse bodem en wateren steeds intensiever gebruiken. Goede bodemkwaliteit, voldoende vruchtbaarheid, veilig drinkwater en de mogelijkheden om water vast te houden, zullen, wanneer we niets doen, niet langer vanzelfsprekend zijn.

Om in toekomst in onze behoefte naar drinkwater, voedsel, gezondheid, energie en recreatie te kunnen voorzien, zullen we in bepaalde gebieden keuzes moeten maken in de bodem, de ondergrond en in het gebruik van water. Voorkeur daarin hebben keuzes die het mogelijk maken om verschillende functies in de ondergrond te combineren of keuzes die ervoor zorgen dat meerdere opgaven tegelijkertijd aangepakt worden.

Wat willen we bereiken? - Het vergroten en verbeteren van de veiligheid van onze leefomgeving, van ons grondwater en dat van onze bodem. - Innovatief en duurzaam bodemgebruik. - Het realiseren van een zo goed mogelijke bodem- en waterkwaliteit. EEN KLIMAATADAPTIEF KAAG EN BRAASSEM We merken het steeds vaker: periodes van lange droogte, zeer warme zomers en regenbuien met enorme hoeveelheden water in een zeer korte tijd. Het klimaat verandert en dit heeft gevolgen: wateroverlast, het warmer worden van de gebouwde omgeving en een versnelde bodemdaling. Het opvangen en/of beperken van deze gevolgen noemen we: klimaatadaptatie.

33

Omgevingsvisie Kaag en Braassem

Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om het bufferen van overtollig water (klimaatadaptatie) te combineren met het versterken van de biodiversiteit, het opwekken van energie en het tegengaan van bodemdaling en veenoxidatie.

In Kaag en Braassem treffen we nu al maatregelen om in de toekomst beter om te kunnen gaan met extremer weer en klimaatadaptief te zijn. Zo worden riool- en regenwater bij projecten inmiddels van elkaar gescheiden en krijgen nieuwe rioolbuizen een grotere diameter zodat ze als tijdelijke buffer/opvang kunnen dienen. Ook koppelen we, tijdens het onderhoud aan de wegen en de riolering, bij zoveel mogelijk mensen de afvoer van hemelwater af. Dat betekent dat regen die op onze daken valt, niet langer wordt afgevoerd door de rioleringsbuizen, maar de kans krijgt om in de grond te trekken. Ook leggen we nieuwe wegen en trottoirs slim neer zodat het regenwater uit zichzelf naar een nabijgelegen berm of plantsoen kan stromen. Hoewel we met deze maatregelen de meeste neerslag, hitte en droogte van nu het hoofd kunnen bieden, is dit geen zekerheid voor de toekomst. De verwachting is dat het weer in Nederland, en dus ook in Kaag en Braassem extremer wordt, waardoor er meer (stevige) maatregelen noodzakelijk zijn. Maatregelen waardoor we meer water voor een tijdelijke periode kunnen opslaan. Dit wordt een uitdaging, want we wonen en werken in bodemdalingsgevoelig gebied waar het grondwaterpeil al relatief hoog staat. Hierdoor kunnen we niet simpelweg al het regenwater in de sloten laten lopen omdat die al snel vol zullen zitten.

Dit vraagt om maatregelen van de gemeente in het groen, op de wegen, trottoirs, fietspaden, parkeerplaatsen en in de openbare ruimte waar we spelen en bewegen. Maar ook van inwoners in hun tuinen en op de daken. Van ondernemers op en om de bedrijfspanden, van agrariërs in de polders en van projectontwikkelaars bij nieuwbouw. Wanneer we dat doen, voorkomen we veel van de wateroverlast en stress door hitte en bijbehorende schade, en vergroten we de veiligheid van onze leefomgeving.

Gemeente Kaag en Braassem

34

Er is een rode draad te zien als het gaat om het in stand houden en verbeteren van het groen en blauw in Kaag en Braassem. Net als bij het versterken van de biodiversiteit en het tegengaan van bodemdaling, vraagt ook het klimaatadaptief maken van onze gemeente een gezamenlijke inspanning van inwoners, agrariërs en andere bedrijven en de verschillende overheidsinstanties. Opvang van regenwater en tegelijkertijd koelen Gelukkig geeft een deel van onze inwoners aan open te staan voor dit soort maatregelen. Circa 90% van de respondenten van het inwonerspanel laat weten bereid te zijn om regenwater te gebruiken voor het doorspoelen van de wc. Het verminderen van het aandeel tegels en verharding in de voor- en achtertuin en daarvoor in de plaats planten, struiken en bloemen plaatsen is nog zo’n maatregel die zoden aan de dijk zet (55% van de respondenten van het inwonerspanel is bereid deze stap te zetten). Net als het eerdergenoemde afkoppelen en het opvangen van regenwater in een regenton. Verder is het mogelijk om zoveel mogelijk groene daken (sedum natuurlijke begroeiing) toe te passen. Hierdoor vang je niet alleen water op en houd je het langer vast, het heeft ook een verkoelend effect. Zowel binnen als buiten.

Deze effecten gelden overigens voor vrijwel al het groen en in het bijzonder bomen: niet alleen doordat ze overdag voor schaduw zorgen maar ook omdat ze ’s nachts de omgeving koelen. Daar komt nog eens bij dat bomen uitstekend water kunnen vasthouden wanneer ze merken dat dit goed is, zeker wanneer de boom een grote kroon en veel bladeren heeft. Vandaar ook dat bomen een belangrijke functie hebben en zoveel mogelijk behouden moeten worden, helemaal binnen de bebouwde kom waar de gevolgen van extreem weer meestal groter zijn dan daarbuiten.

In het document dat beschrijft hoe de openbare ruimte ingericht moet worden, de Leidraad Inrichting van de Openbare Ruimte (LIOR), wordt rekening gehouden met deze waardevolle kwaliteiten van het groen. Zo is er binnen de gemeente de afspraak dat bomen die gekapt worden bij nieuwe ontwikkelingen, in gelijke aantallen gecompenseerd terug moeten komen. Hier bovenop komt het verplichte groen, en ‘nieuwe’ (extra) bomen, die aangelegd of gepoot moeten worden bij bijvoorbeeld nieuwbouw. Dit is noodzakelijk om onze wijken aantrekkelijk en gezond te houden voor de inwoners, en bovendien draagt het stevig bij aan het verbeteren van de biodiversiteit en kunnen we daardoor beter omgaan met het extreme weer van de toekomst. Wat willen we bereiken? - Het groen in Kaag en Braassem zoveel mogelijk behouden, vergroten of ontwikkelen zodat het in de toekomst een bijdrage kan leveren aan het omgaan met klimaatverandering. - De leefomgeving van Kaag en Braassem zo inrichten en onderhouden dat we in de toekomst beter om kunnen gaan met klimaatverandering en extremer weer.

35 Foto: N. Bartels

• Een prettige leefomgeving (luchtkwaliteit en geluidhinder) Naast een goede waterkwaliteit en een gezonde bodem, is de luchtkwaliteit van groot belang voor onze inwoners. De verwachting is dat de lucht schoner zal worden doordat meer en meer mensen overgaan op elektrisch rijden. Daar staat tegenover dat misschien meer mensen biomassa (via bijvoorbeeld houtkachels) gaan verstoken, wat de kwaliteit zal aantasten. Luchtkwaliteit wordt dus als een afweging meegenomen bij de ruimtelijke ontwikkelingen. Kaag en Braassem ligt vlakbij de luchthaven Schiphol en onder de start- en aanvliegroutes van de Kaagbaan. De luchthaven heeft een grote impact op de omgeving en samenleving. Belangrijk is om te streven naar verbetering van de leefbaarheid en terugdringen van hinder voor inwoners. Dat houdt in: een gemeente waar onze inwoners goed en gezond kunnen wonen, leven en werken en een economisch sterke en bereikbare luchthaven die in samenhang met de omgeving en met behulp van innovatie kan worden ontwikkeld. Wij streven naar het terugdringen van de hinder die inwoners van Schiphol ervaren. We sluiten daarbij aan bij de doelstelling ‘Minder hinder voor iedereen’ van de bestuurlijke regio Schiphol. Dat betekent een

betere luchtkwaliteit en minder geluidsoverlast. Het is van belang dat er geen aanpassingen van het baangebruik komen die nadelig uitpakken voor de bewoners in Kaag en Braassem.. De Kaagbaan is één van de preferente banen en de meest ingezette startbaan van Schiphol. Het verplaatsen van vluchten naar de Kaagbaan moet niet als oplossingsrichting worden gezien. De gemeente brengt dit standpunt in bij de diverse projecten en procedures die vanuit de rijksoverheid zijn gestart, zoals de Luchtruimherziening. Daarbij is de huidige norm, het aantal ernstig gehinderden, geen goede maatstaf. De gemeente pleit voor een eerlijke verdeling van overlast op basis van een nieuw normenstelsel, gericht op individuele rechtsbescherming. • Zo min mogelijk lichthinder Lichthinder kan ontstaan doordat er veel kunstmatig licht in de donkere uren zichtbaar is. Dit treedt vaak op bij sportvelden, tuinbouwkassen, (onoverdekte) paardenbakken. Het kan een negatieve invloed hebben op het woongenot van inwoners, en ook op het gedrag van dieren zoals vleermuizen. Vandaar dat ook lichthinder een fenomeen is dat plaats zal krijgen in de afweging bij nieuwe ontwikkelingen. • Goed omgaan met het water Ons water wordt intensief gebruikt. Voor recreatieve vaart, maar ook

Omgevingsvisie Kaag en Braassem

SPECIFIEKE UITGANGSPUNTEN

36

Gemeente Kaag en Braassem

Foto: A. Kroon

vanwege de bedrijfsmatige vaart. Bovendien liggen er in sommige delen van Kaag en Braassem verschillende woonarken. Dit legt zijn beslag op ons water en kan, wanneer er onverstandig wordt gehandeld, negatieve gevolgen hebben voor onze waterkwaliteit en de natuur. Daar moeten we dus samen voor waken. Daarnaast moet er aandacht zijn voor de bescherming van de grondwaterwinningen en de infrastructuur van Oasen. Hierbij moet specifiek gedacht worden aan de bescherming van bronnen voor drinkwater en het terughoudend omgaan met de aanleg van bodemenergiesystemen nabij grondwaterwinningen. Als het gaat om geothermie moet bij de toepassing van een warmtenet rekening gehouden worden met de ligging van de drinkwaterleidingen en met het warmtenet zover mogelijk van deze leidingen vandaan te blijven.

• Verantwoord gebruik van drones We zien steeds vaker drones. Het gebruik ervan wordt populairder, bijvoorbeeld om prachtige foto’s te schieten van ons landschap. Maar drones kunnen ook de natuur en het leven van de unieke weidevogels verstoren. Bovendien lopen er vliegroutes van en naar Schiphol over onze gemeente. Het is daarom niet toegestaan om in Kaag en Braassem overal zomaar met een drone te vliegen. • Slim en verstandig duurzame energie opwekken Het opwekken van duurzame energie (zie hoofdstuk 2) is belangrijk voor een toekomstbestendig Kaag en Braassem. We moeten daarbij wel rekening houden met de natuur bijvoorbeeld bij het eventueel plaatsen van windmolens en/of andere mogelijkheden voor duurzame energieopwekking. Windmolens kunnen bijvoorbeeld ook weidevogels en natuurgebieden verstoren.

37

Een dak boven je hoofd hebben is één van de basisbehoeften van de mens. Kaag en Braassem is een mooie woongemeente en dat willen we ook blijven. Een gemeente met aantrekkelijke kernen in het Groene Hart, die zich onderscheidt van andere gemeenten door haar unieke ligging en woonmilieus. Maar de druk op de woningmarkt is groot. Er is een grote wachtlijst voor de sociale huursector, er is behoefte aan meer huur- en koopwoningen in het (betaalbare) middensegment en we hebben te maken met specifieke huisvestingsvraagstukken voor doelgroepen. We zetten daarom in op het sneller realiseren van woningen, met de focus op het sociale en betaalbare segment. We vinden dat alle doelgroepen evenredig aan de behoefte aan bod moeten komen op de woningmarkt. Er is dan ook aandacht voor (het realiseren van) een grote mate aan diversiteit in woningtypes om betaalbaar en geschikt wonen mogelijk te kunnen maken voor iedereen. Daarbij is de leefbaarheid van de kernen is van groot belang. Een voldoende aanbod van woningen die zoveel als mogelijk aansluit bij de specifieke behoefte van die kern draagt bij aan het behoud van de voorzieningen en de vitaliteit van het verengingsleven. Daarom zetten we in op woningbouwontwikkelingen in elke kern van de gemeente. Bij elke ontwikkeling wel rekening houdend met de ruimtelijke kwaliteit, met de focus op ‘passend in de omgeving’.

Plannen die aan deze criteria voldoen kunnen dan ook op de volle steun rekenen van de gemeente, ook als deze op gespannen voet staan met het contourenbeleid van de provincie Zuid-Holland.

Foto: R. Looijenstein

Omgevingsvisie Kaag en Braassem

4

Wonen in Kaag en Braassem

ACHTERGROND

Gemeente Kaag en Braassem

38

Samenstelling gemeente in relatie tot de woningmarkt Het rapport ‘Woningmarktonderzoek Kaag en Braassem’ uit mei 2023 stelt dat er in Kaag en Braassem 12.035 huishoudens zijn en dat de woningvoorraad bestaat uit circa 12.142 (zelfstandige) woningen. Tegelijk geldt dat het woningtekort ondanks de bouwproductie in de afgelopen periode is opgelopen. Het actuele woningtekort in de regio werd in 2022 door ABF geraamd op 4%. Het woningmarktonderzoek geeft aan dat ook de komende jaren verwacht wordt dat het aantal huishoudens over de hele gemeente zal blijven groeien, naar verwachting met 1090 huishoudens tot 2030. Hierin zien we ook een groei in de kleinere kernen. Van de gehele woningvoorraad in Kaag en Braassem bestaat 26% uit een sociale huurwoning. In Kaag en Braassem woont 64% van de huishoudens in een koopwoning. In de afgelopen jaren heeft de gemeente met het toevoegen van koopwoningen veel gezinnen aangetrokken uit Leiden, Amsterdam/Amstelveen en Haarlemmermeer. Het aantal ouderen zal naar verwachting de komende jaren behoorlijk toenemen. Woningbouwprogramma Het woningbouwprogramma in Kaag en Braassem is kwantitatief voldoende om bij te dragen aan zowel het oplossen van het actuele tekort als de toekomstige huisvestingsopgave (vanuit de regio).

Volgens het woningmarktonderzoek zijn de huidige plannen echter niet voldoende om te voldoen aan het Rijksbeleid en de lokale kwalitatieve behoefte. Om te voldoen aan het Rijks- en regionale beleid zal 30% van de programmering

moeten bestaan uit sociale huur en ook nog een aandeel van 40% uit betaalbare koop of middeldure huur. Daarbij wordt er met de Regionale woondeal en Regionale Woonagenda 2023 onze inzet verwacht bij het huisvesten van (kwetsbare) aandachtsgroepen. De toenemende groep ouderen heeft ook de wens voor meer geclusterde woonvormen. Met het huidige woningbouwprogramma moeten we ook rekening houden met planuitval door (externe) ontwikkelingen. Huisvesting van specifieke doelgroepen Met ingang van 2023 heeft de gemeente een nieuwe verantwoordelijkheid voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang gekregen. Gezien de verschillende doelgroepen en wisselende aantallen is het lastig om een concreet aantal woningen jaarlijks hiervoor te reserveren. Met de woningcorporaties zijn daarom afspraken gemaakt om ons gezamenlijk in te zetten voor het huisvesten van deze doelgroepen. Ook de huisvestingsopgaven voor andere doelgroepen, zoals asielzoekers, arbeidsmigranten en statushouders, zorgen voor de nodige uitdagingen. ‘Passend in de omgeving’ bouwen Met de Regionale Realisatieagenda 2023 (RRA) zetten we zoveel als mogelijk, binnen de huidige contouren van de kernen, in op verdichting. In de RRA is ook opgenomen dat enkele gemeenten aanlopen tegen de grenzen van de Bestaand Stadsen Dorpsgebied (BSD).

Ook in Kaag en Braassem zien we enkele plannen vooralsnog niet doorgaan in verband met de BSD-contouren. Vanuit het woningmarktonderzoek blijkt ook dat de behoefte in de kleine kernen toeneemt in de komende jaren. Daarnaast ontstaat ook de vraag ‘gaan we de hoogte in?’.

1

Hoofdstuk titel over één of twee regels 39

Foto: J. Kret

Omgevingsvisie Kaag en Braassem

We zien voor dit hoofdstuk de volgende opgaven die bovendien niet los van elkaar kunnen worden gezien: - woningbouwplannen richten op de behoefte; - doorstroming bevorderen; - huisvesting voor specifieke/bijzondere doelgroepen realiseren; - het definiëren van wat passend is in de omgeving.

ROL GEMEENTE KAAG EN BRAASSEM De gemeente heeft de rechtmatige rol om planologische maatregelen (zoals omgevingsvergunningen) vast te stellen, ook na de invoering van de Omgevingswet. Dit biedt rechtszekerheid voor grondeigenaren. Daarnaast hebben we de verantwoordelijkheid om woningen te ontwikkelen voor onze inwoners. Dit doen we in samenwerking met inwoners, ontwikkelaars, woningcorporaties en andere stakeholders. Omdat we weinig grond in eigendom hebben en ervoor gekozen hebben een regiegemeente te zijn, zijn we hier voor verreweg de meeste actuele woningbouwlocaties niet leidend in. Wel kunnen we kaders stellen en stimuleren door in gesprek te gaan met ontwikkelaars. Daarbij zullen we het zich steeds verder uitbreidende wettelijke instrumentarium zoveel als mogelijk inzetten om het woningbouwprogramma in de door ons noodzakelijk geachte verhouding te krijgen.

In de realisatie van de opgaven bij wonen hebben wij verschillende rollen: - We voorzien inwoners van de juiste informatie. We geven aan waar behoefte aan is. Daarnaast attenderen wij initiatiefnemers op het beleid dat wij of andere (overheids)partijen hebben vastgesteld (samenwerkende overheid). Hierbij kan gedacht worden aan de eis van 30% sociale huur, het 40%-aandeel betaalbaar-/middensegment, de doelgroepenverordening en de opgave om toekomstbestendig/klimaatadaptief te bouwen.

40

Gemeente Kaag en Braassem

-

-

Naast het realiseren van voldoende woningen is en blijft ook de kwaliteit van ontwikkelingen van belang, waarmee we strak sturen op de juiste woningtypes voor de beoogde doelgroepen. Het toekomstbestendig/klimaatadaptief bouwen is daarbij het uitgangspunt. We staan in veel gevallen niet als gemeente zelf aan de lat om woningbouwontwikkelingen mogelijk te maken. We willen echter ook voldoende woningen realiseren, met een betaalbaar karakter. We sturen daarom aan de voorkant strak op het (gewenste) programma bij nieuwe ontwikkelingen. We gaan ook actief in gesprek met betrokkenen bij deze ontwikkelingen en willen hierin ook de kennis uit de gemeenschap mobiliseren (participerende overheid). We nemen initiatiefaanvragen in behandeling, beoordelen deze en begeleiden initiatiefnemers bij het traject dat zij moeten doorlopen (rechtmatige overheid).

GEWENSTE BEWEGING Met de omgevingsvisie zien we voor dit onderwerp de volgende beweging: - De focus op zowel kwantiteit als kwaliteit; - van algemene regelingen… naar het leveren van maatwerk; - van meerdere bestemmingsplannen… naar één omgevingsplan. - van individuele initiatieven … naar breed gedragen woningbouwplannen

WONINGBOUWPLANNEN RICHTEN OP DE BEHOEFTE We zetten in op de behoefte van de inwoners en kernen van Kaag en Braassem, rekening houdend met de regionale afspraken. Nieuwbouwplannen in de kernen zijn in eerste instantie bedoeld voor de eigen inwoners en hier zijn nu al verschillende vormen van maatwerk voor om dit te waarborgen. We zetten hiervoor de reeds bestaande en mogelijke toekomstige wettelijke mogelijkheden zo optimaal mogelijk in. Het woningbouwproject Braassemerland voorziet daarbij ook gedeeltelijk in het huisvesten van mensen van buiten onze regio. De ambitie in Kaag en Braassem is: iedereen binnen een redelijke termijn een passende woning op de juiste plek. In de Regionale Woonagenda van Holland Rijnland en de bijbehorende, meest recente woningbehoefteraming (trendraming) zijn afspraken gemaakt over het toevoegen van woningen aan de woningvoorraad. Elke te bouwen woning wordt afgestemd met Holland Rijnland en met name regio Oost (Alphen aan den Rijn, Nieuwkoop en Kaag en Braassem). Het aantal woningen dat we volgens deze raming en de Provincie nog mogen bouwen in regio Oost is beperkt. In verband met de onzekerheden op de woningmarkt is het echter wel van belang om voldoende plannen op te voeren. We houden dan ook zelf de controle over de algehele woningbouwplanning en gezien het tekort zetten we in op het meer, sneller en betaalbaarder realiseren van woningen.

Bijvoorbeeld door: - het gericht toevoegen van woningtypen waar behoefte aan is in de gemeente en/of kern; zoals sociale- en middeldure huurwoningen of betaalbare koop tot aan de NHG-grens (in 2022: €355.000).

-

-

-

We hebben met de regio Holland Rijnland afspraken gemaakt omtrent sociale woningbouw. Van het totale woningbouwprogramma dient 30% te bestaan uit sociale huurwoningen. Onze inzet daarbij is om deze toe te voegen aan de voorraad van onze lokale woningcorporaties. Dit betekent, dat de betreffende corporatie in een zo vroeg mogelijk stadium bij de planvorming moet worden betrokken. Mochten ontwikkelende partij en corporatie er onverhoopt niet uitkomen dan is de randvoorwaarde dat de (toekomstige) exploitant van de sociale huurwoningen de woningen verhuurt via het regionale woonruimteverdeelsysteem. Daarnaast wordt er vanuit de Regionale Woonagenda ook gestuurd op het middensegment. Minimaal 35%, maar bij voorkeur 40%, van het programma zal moeten bestaat uit middenhuur- (tot €1.000 (prijspeil 2023) of betaalbare koopwoningen (tot de NHG-grens). Vanwege de vele eisen/voorwaarden omtrent (de toewijzing van) sociale huurwoningen is het realiseren van deze woningen binnen kleine woningbouwontwikkelingen (11 woningen of minder) ruimtelijk 1

niet in alle gevallen haalbaar. Daarom is het bij uitzondering mogelijk bij dergelijke plannen het percentage sociale huur en mogelijk middensegment ‘af te kopen’ door de verschuldigde bijdrage te storten in het sociale vereveningsfonds1. We zetten ons als gemeente in om deze regeling aan te scherpen waar mogelijk en aan te vullen met de inzet tot realisatie van woningen in het middensegment. Met het geld uit het fonds kunnen sociale woningbouwprojecten worden gefaciliteerd, door bijvoorbeeld grond te kopen of corporaties te helpen tot een sluitende exploitatie te komen. Bij het afkopen dient wel een deugdelijke onderbouwing te worden gegeven waarom de realisatie van de 30% sociale huur niet haalbaar is. Een onafhankelijke toets dat er geen overeenstemming volgt met de woningcorporatie kan hierbij als voorwaarde gesteld worden. Bij woningbouwontwikkelingen van 12 woningen of meer is het percentage sociale huur een harde eis en kan dit niet worden ‘afgekocht’. Het bouwen van sociale huurwoningen door ontwikkelende partijen gebeurt in samenwerking met de woningcorporaties, tenzij kan worden aangetoond dat dit niet mogelijk is. De bouwplanning van sociale huurwoningen leggen we daarom ook vast in prestatieafspraken met die corporaties. De gemeente en woningcorporaties zetten zich ook in om de middenhuurwoningen te realiseren in opdracht van de woningcorporaties.

Dit biedt grote kansen in het kader van bijvoorbeeld doorstroming. Voor socialeen betaalbare woningen geldt de Doelgroepenverordening. Die geeft bijvoorbeeld aan dat de koop- en huurwoningen zoveel als mogelijk worden toegewezen aan inwoners uit Kaag en Braassem, tot aan een bepaalde inkomensgrens en bepaalt hoe lang deze woningen voor de juiste doelgroep(en) beschikbaar

De ‘Nota Vereveningsfondsen gemeente Kaag en Braassem’ vormt met ingang van 1 januari 2024 een

programma in de zin van de Omgevingswet en zal in het eerste half jaar van 2024 worden geactualiseerd.

41

Omgevingsvisie Kaag en Braassem

-

het toevoegen van woningtype voor specifieke doelgroepen, zoals bijvoorbeeld zorg- seniorenwoningen (levensloopbestendig) of jongerenhuisvesting; het zoeken naar een oplossing voor een onwenselijke activiteit; bijvoorbeeld een bedrijf met een hoge milieucategorie binnen een dorpskern; het realiseren van ruimtelijke kwaliteitswinst; bijvoorbeeld in het kader van de ‘ruimte voor ruimte-regeling’ en/of door het slopen van vervallen bebouwing; het meewerken aan functiewijziging van kantoor- , bedrijfs- of maatschappelijke bestemming naar een woonbestemming, mits dit ruimtelijk en milieutechnisch gezien haalbaar is.

moeten blijven. In de Regionale Woonagenda 2023 zijn instandhoudingstermijnen verlengd, we zullen deze overnemen in de lokale doelgroepenverordening.

van woningbouw en pas daarna voor de inpassing van groen of duurzame energieopwekking. DOORSTROMING BEVORDEREN

Gemeente Kaag en Braassem

42

We sluiten in principe op voorhand geen enkel woningtype uit, omdat er altijd sprake kan zijn van onvoorziene uitzonderingen, maar we richten ons wel zoveel mogelijk op de lokale behoefte. Zo zien we dat de behoefte aan levensloopbestendige woningen oploopt. Zodra een woning als levensloopbestendig wordt aangevraagd, nemen we voorwaarden (o.a. drempelloos en brede deurkozijnen) hiervoor op in de vergunning. Daarnaast is ook het woningtype flexwoning in opkomst. Als gemeente staan we hier positief tegenover, omdat dit ook meer mogelijkheden kan bieden voor bebouwing buiten de bestaande contouren van de kern. Wat betreft woningtypen zijn we terughoudend als het gaat om het meewerken aan nieuwe bedrijfswoningen en woonboten. Voor het eerste type geldt dat de noodzakelijkheid en doelmatigheid aangetoond moet worden en dat tweede bedrijfswoningen nagenoeg zijn uitgesloten. Voor woonboten geldt in principe een uitsterfbeleid. Overigens betekent dit niet dat we alle vormen van wonen op het water uitsluiten. Initiatieven die passen in de omgeving, met name geclusterd binnen bestaand stedelijk gebied, zullen we op basis van maatwerk beoordelen op haalbaarheid en wenselijkheid. Als het gaat om tijdelijke woningen dan zou dat in elk gebiedstype mogelijk moeten zijn, mits dit geen belemmeringen oplevert (bijvoorbeeld voor omliggende bedrijven).

Vrijkomende locaties in bijvoorbeeld glastuinbouwgebieden zouden, wanneer is komen vast te staan dat deze niet langer zinvol kunnen worden ingezet voor glastuinbouw, in eerste instantie ingezet moeten worden ten behoeve

In Kaag en Braassem wonen relatief veel aankomende ouderen,. We zullen nog meer rekening moeten houden met de ontwikkeling van vergrijzing. Ouderen blijven langer in hun eigen (grote) woning wonen, omdat een kleinere woning niet beschikbaar is of omdat de huurlasten van de nieuwe woning hoger en soms te hoog zijn. Starters op koopmarkt kunnen gelet op hun inkomen en de hoge woningprijzen niet of nauwelijks een woning kopen en worstelen met de betaalbaarheid van woningen. Deze doelgroep blijft daarom langer in een sociale (huur)woning zitten dan gewenst. In theorie is binnen Kaag en Braassem het aandeel sociale woningen in evenwicht met het aandeel huishoudens dat hier qua inkomen op aangewezen is. Een groot aandeel van de huishoudens woont echter in een sociale huurwoning terwijl zij een inkomen hebben boven de inkomensgrens voor een sociale huurwoning. Deze huishoudens noemen we ook wel ‘scheefwoners’. Het is van belang om dit scheefwonen te beperken. Een manier om doorstroming op de woningmarkt te stimuleren en doelgroepen van een geschikte woonruimte te kunnen voorzien, is het van belang om op korte termijn de juiste woningtypes te realiseren, zoals betaalbare koopwoningen en middeldure huurwoningen. Dit alleen zal niet voldoende zijn, omdat inwoners niet gedwongen kunnen worden te verhuizen.

Er zijn dan ook andere instrumenten nodig om de doorstroming te bevorderen, zoals het invoeren van een standaard inkomenstoets. Daarnaast zullen we in samenwerking met de woningcorporaties nagaan hoe doorstroming gestimuleerd kan worden, bijvoorbeeld met inzet

van lokaal maatwerk of de eventuele inzet van een zogenaamde doorstroommakelaar. HUISVESTING VOOR SPECIFIEKE/BIJZONDERE DOELGROEPEN REALISEREN

Naast deze twee specifieke doelgroepen, onderscheiden we ook zes zogeheten ‘bijzondere doelgroepen’. Voor een aantal van deze

1. Inwoners met ernstige psychische problemen. Met ingang van 2023 krijgen gemeenten een nieuwe verantwoordelijkheid voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Met de hervorming van de zorg gaan steeds meer mensen zelfstandig of geclusterd wonen, ook mensen met psychische problemen. Dit is vaak met ambulante begeleiding in plaats van in intramurale voorzieningen. Daarmee is er dus ook minder behoefte aan grote, dure zorginstellingen. 2. Inwoners met een (licht) verstandelijke beperking. Inwoners met een (lichte) verstandelijke beperking (lvb) hebben beperkingen op het gebied van het intellectueel en adaptief functioneren die ontstaan zijn in de ontwikkelingsperiode. Een trainingswoning kan hier uitkomst bieden, waarbij zij in zekere mate zelfstandig wonen maar ondersteund worden door een zorgpartner om uiteindelijk uit te stromen naar een zelfstandige woning zonder ondersteuning (of ondersteuning op andere vlakken). 3. De ‘tussen wal en schip groep’. Er bestaat een groep inwoners die niet in aanmerking komt voor de huidige urgentieregeling of contingent-woningen. Voor deze groep wordt gezocht naar een flexibel aanbod om hen te voorzien van een woning. Naast deze situaties zijn er ook inwoners in een sociaal kwetsbare situatie die niet tot bovengenoemde groepen gerekend kunnen worden en ook ‘tussen wal en schip’ vallen.

43

Omgevingsvisie Kaag en Braassem

Wij krijgen als gemeente steeds meer verantwoordelijkheden en hebben zodoende te maken met verschillende huisvestingsvraagstukken. Bijvoorbeeld arbeidsmigranten die zich hier – al dan niet tijdelijk (seizoenarbeiders) – willen vestigen. Onze ondernemers kunnen niet zonder deze arbeidsmigranten, gezamenlijk willen we zorgen voor de realisatie van goede, veilige en menswaardige huisvesting van arbeidsmigranten in de gemeente. We zien wel een primaire taak voor bedrijven en uitzendorganisaties om deze huisvesting te realiseren. Het betreft dan ook een vorm van huisvesting wat in principe ook geen invloed heeft op de reguliere woningvoorraad. In 2023 is hiervoor de herziene ‘Beleidsregel huisvesting arbeidsmigranten’ opgesteld. Deze beleidsregel is van toepassing op de logiesgewijze huisvesting van arbeidsmigranten op locaties binnen de verschillende gebiedstypen van de gemeente. Dit biedt ons dan ook een basis om medewerking te verlenen aan particuliere initiatieven voor huisvesting van arbeidsmigranten. Er is daarnaast sprake van een toenemende vraag naar duurzame opvang (tenminste 5 jaar) van asielzoekers. In de regio Holland Rijnland wordt daarom gezocht naar een passende samenwerking en verdeling van deze verwachte opgave. Dit betreft een specifieke huisvestingsopgave en zal niet ten koste gaan van de reguliere woningvoorraad.

doelgroepen zijn er in de woonregio Holland Rijnland al regelingen beschikbaar, waaronder de urgentie- en contingentenregeling. De contingentenregeling is bedoeld voor mensen die uitstromen uit een instelling voor beschermd wonen, maatschappelijk opvang, jeugdzorg of met verstandelijke beperking naar een zelfstandige woning. Hieronder worden deze specifieke doelgroepen nader toegelicht:

Gemeente Kaag en Braassem

44

4. Dak- en thuislozen. Inwoners die om welke reden dan ook dakloos raken en niet in staat zijn om zich op eigen kracht in de samenleving te handhaven kunnen een beroep doen op de maatschappelijke opvang. Vaak is hierbij sprake van meervoudige problematiek. Denk hierbij aan (ernstige) psychische problemen in combinatie met bijvoorbeeld verslaving, een licht verstandelijke beperking en/of schulden. Sommigen van hen kunnen beter in een prikkelarme omgeving wonen. 5. Ex-gedetineerden. Gedetineerden van wie de detentieperiode is afgelopen keren in principe terug naar de gemeente waar zij voorheen woonden. Slechts in sommige situaties kunnen zij een beroep doen op een contingentwoning via de reclassering of via een van de zorgpartners zoals Exodus. Op te merken is dat het hier in Kaag en Braassem gaat om een relatief kleine groep. 6. Statushouders. Twee keer per jaar wordt er vanuit de Rijksoverheid een taakstelling opgelegd voor het aantal te huisvesten statushouders. Met de woningcorporaties hebben we afspraken gemaakt over de verdeling van deze taakstelling. Daarnaast wordt ook de samenwerking gezocht met de maatschappelijke partners voor de begeleiding van statushouders. We zien het aantal statushouders wat per jaar aan onze gemeente gekoppeld wordt stijgen, dit levert een toenemende druk op voor onze woningcorporaties en de lokale woningmarkt.

Deze specifieke huisvestingsvraagstukken en de huidige tekorten in de woningvoorraad zorgen, zoals gezegd voor een oplopende druk. Er zijn te weinig (passende) woningen. Samen met de betrokken partijen kijken we dan ook naar alternatieve woonvormen, zoals de inzet van flexwoningen en/of kamergewijze verhuur, om verdringing van andere woningzoekenden in de reguliere woningvoorraad te beperken.

Wat willen we bereiken? Deze alinea betreft een samenvatting van hetgeen we willen bereiken voor bovenstaande drie opgaven tezamen. -

‫ס‬ ‫ס‬

‫ס‬ ‫ס‬ ‫ס‬ ‫ס‬

Passend aanbod bieden voor al onze inwoners, ook rekening houdend met de huisvestingsvraagstukken voor specifieke doelgroepen, zodat zij in Kaag en Braassem kunnen blijven wonen, of binnen een redelijke termijn een woning kunnen vinden. Voor hen is voldoende woonruimte aanwezig, die past bij hun levensfase, inkomen en mogelijke ondersteuningsvraag. Daarom zetten we in op: het (sneller) bouwen van betaalbare woningen voor ouderen, starters en jongeren om zo de doorstroming te stimuleren; het sturen op voldoende sociale huurwoningen en woningen in het middensegment in de toekomstige woningbouwontwikkelingen; het inzetten op gedragen plannen door gemeente, initiatiefnemers en de gemeenschap; het realiseren van geschikte woonvoorzieningen voor bijzondere doelgroepen; het realiseren van flexibele, tijdelijke woonconcepten om acute woonproblemen op te lossen; het verzorgen van humane huisvesting voor arbeidsmigranten.

HET DEFINIËREN VAN ‘WAT IS PASSEND IN DE OMGEVING?’ Bouwen in een tijd van schaarse mogelijkheden vraagt om duidelijke keuzes. Voor wie bouwen we, waar bouwen we en wat bouwen we?

Voor wie? We bouwen voor alle doelgroepen, maar hebben op basis van woononderzoeken een extra focus op jongeren, starters en senioren uit de eigen gemeente. Daarnaast proberen we scheefwoners door te laten stromen op de woningmarkt. Ook de mensen die tussen wal en schip dreigen te vallen zijn nadrukkelijk in beeld en proberen we te huisvesten.

Waar? We zetten in op woningbouw in al onze dorpen.. Grootschalige woningbouw concentreert zich voornamelijk in de kernen waar voorzieningen zijn (Roelofarendsveen, Oude Wetering, Leimuiden en Woubrugge) en die zijn aangemerkt als ‘centrum dorps’ (zie hoofdstuk 10). Maar ook voor de andere dorpen is (kleinschaliger) woningbouw van belang, om zo de dorpen leefbaar te houden en voorzieningen in stand te kunnen houden. We bouwen bij voorkeur binnen het bestaand stads- en dorpsgebied (‘inbreiden’) en in de nabijheid van openbaar vervoer. De definitie van bestaand stadsen dorpsgebied is “Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.” Deze definitie van de provincie Zuid-Holland is leidend, de BSDkaart is in principe indicatief. Op de kaarten als bijlagen bij hoofdstuk 10 Gebiedstypen komt de contour van ‘centrum dorps’ en ‘landelijk dorps’ overeen met die BSD-contour. Om qua woningbouwproductie

Echter, het aantal geschikte en overgebleven inbreidingslocaties is, zeker in de kleinere kernen, te beperkt. Bovendien zijn inbreidingslocaties relatief duur, wat de doelstellingen van onze gemeente maar ook van het Rijk en de provincie om meer sociaal en betaalbaar te bouwen, onder druk zet. Wij zetten daarom eveneens in op het kunnen bouwen van woningen buiten de BSD-contour. Als voorschot daarop hebben we zelf een tweede contour opgenomen (de lichtere arcering ‘bestaand stedelijk gebied’ op de kaarten), wat wij aanmerken als reeds bestaand stedelijk gebied. Daarnaast schetsen we bij de dorpsperspectieven door middel van een pijl de ‘logische’ uitbreidingsrichting per kern. Het gaat dan eigenlijk altijd om het bouwen aan de dorpsranden op zoek naar logische grenzen om dorpen ‘af te maken’, zodat de impact op het open landschap beperkt blijft. Het belang van een goede landschappelijke inpassing is groot. Bij een eventuele ontwikkeling aan een dorpsrand moet dan ook extra aandacht besteed worden aan de geleidelijke overgang tussen woonwijk en open landschap. We gaan geen ‘nieuwe dorpen stichten’ midden in de polder. Het uitgangspunt voor Kaag en Braassem is dan ook: ‘inbreiden waar het kan, uitbreiden waar het moet’.

Wij zullen ons, samen met onze stakeholders en de andere regiogemeenten, stevig blijven inzetten om deze tweede contour ook vastgelegd te krijgen in het Provinciale beleid. Wanneer er in de tussentijd binnen deze tweede contour of logische uitbreidingsrichting

45

Omgevingsvisie Kaag en Braassem

We gebruiken de mogelijkheden van lokaal maatwerk volledig om inwoners van Kaag en Braassem voorrang te geven bij de toewijzing van zowel nieuwe als bestaande woningen. In de prestatieafspraken met de woningcorporaties hebben we hier afspraken over gemaakt.

deze locaties kwantitatief maar zeker ook kwalitatief zo optimaal mogelijk te benutten, wordt gekeken naar de mogelijkheden voor verdichting. Hoger bouwen dan tot nu toe gebruikelijk is in Kaag en Braassem (4 lagen) is daarbij zeker een optie, mits dit op de betreffende locatie (mede in relatie tot de omgeving van de bouwlocatie) stedenbouwkundig aanvaardbaar wordt geacht.

46

Gemeente Kaag en Braassem

Foto: N. Bartels

initiatieven worden ontwikkeld die én volledig passen binnen onze volkshuisvestelijke en ruimtelijke eisen, én (in voldoende mate) gedragen worden door de betreffende dorpsgemeenschap zullen wij deze als gemeente ondersteunen. Het is hierin van belang om gezamenlijk (college, raad en initiatiefnemers) achter deze initiatieven te gaan staan en ons , ieder vanuit de eigenrol en verantwoordelijk, inspannen om deze ontwikkelingen mogelijk te maken. Zie voor een gedetailleerde toelichting de beschrijving van de gebiedstypen en dorpsperspectieven in hoofdstuk 10.

worden. Het is goed om te beseffen dat uitbreiding en hoogbouw (hoger dan vier lagen dan wel hoger dan 12/13 meter) geen doelen op zich zijn, maar voortkomen uit het volkshuisvestingsvraagstuk. De beschikbare ruimte voor woningbouw binnen bestaand stadsen dorpsgebied is zogezegd beperkt en dus sluiten we hoogbouw met name in de centrum dorpse kernen Leimuiden, Oude Wetering, Roelofarendsveen en Woubrugge niet uit. De kleinere kernen, aangemerkt als landelijk dorps, zijn in principe minder geschikt voor hoogbouw.

Daarnaast zullen we in gebieden die gevoelig zijn voor bodemdaling aandacht moeten hebben voor de manier van bouwen. Op dat onderwerp is nog een flinke innovatieslag nodig om in deze gemeente duurzaam te kunnen wonen.

In alle gevallen stellen we duidelijke voorwaarden bij hoogbouwinitiatieven en toetsen we aan aspecten als schaduwwerking, alzijdigheid (architectuur) en de vormgeving van de openbare ruimte. Begin 2021 is de ‘Visie op hoogbouw en inbreiden/uitbreiden’ voor de hele gemeente vastgesteld, waarin dieper ingegaan wordt op wat wij als gemeente verstaan onder hoogbouw en hierin komen ook alle aspecten waaraan getoetst zal worden aan de orde.

Wat (is passend in de omgeving)? Deze vraag bekijken we per initiatief en het antwoord kan dus ook per geval verschillen. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn immers vaak maatwerk en hoofdmoot is dat de ontwikkeling fysiek gezien ‘passend is voor de locatie en in de omgeving’. Dat gaat bijvoorbeeld om bouw- en goothoogtes, woningtypes en de situering in de bestaande omgeving. Een stedenbouwkundige moet elk nieuwbouwvoorstel beoordelen en positief onderbouwen. In specifieke gevallen kan er een beeldkwaliteitsparagraaf geëist

Ten slotte is het aantal woningen dat we tot 2030 mogen programmeren volgens de provincie beperkt. We zien echter dat door de onzekerheden in de markt het risico op planuitval groot is en het dus van belang is om toch de aantallen te verhogen en nieuwe plannen op te blijven voeren. Het is daarbij van groot belang

om meer te sturen op de kwaliteit, met de focus op sociale- en betaalbare woningen. Met de kwaliteit van plannen bedoelen we ook het juiste woningtype voor de doelgroepen die we willen voorzien van een passende woning en toekomstbestendig/klimaatadaptief bouwen.

SPECIFIEKE UITGANGSPUNTEN De specifieke uitgangspunten vormen een kader voor nieuwe ontwikkelingen en zijn een kapstok voor het opstellen van het omgevingsplan. Op dit moment is het grondgebied binnen de gemeentegrenzen nog onderverdeeld in een vijftiental bestemmingsplannen (kleine postzegelplannen niet meegerekend). In bestemmingsplannen is voor de gehele gemeente vastgelegd wat de gebruiks- en bouwregels zijn. Die regels kunnen voor elk bestemmingsplan net iets anders zijn. Met de invoering van de Omgevingswet worden uiteindelijk al die losse bestemmingsplannen omgezet naar één omgevingsplan en zullen we gaan werken met een onderverdeling van de gemeente in gebiedstypen (zie hoofdstuk 10).

•

Nieuwe ontwikkelingen moeten passen bij de aard en schaal van een gebied De gemeente Kaag en Braassem is een welstandsluwe gemeente, maar dat betekent niet dat alles mogelijk is. Ontwikkelingen moeten passen bij de aard en schaal van een gebied. Bovendien zijn we extra zuinig op het beperkte lijstje van karakteristieke panden (voorheen gemeentelijke monumenten) en de linten die aangemerkt zijn als karakteristiek gebied (voorheen beschermd dorpsgezicht) in onze gemeente. Het onderhouden van dergelijke panden gaat

47

Omgevingsvisie Kaag en Braassem

Wat willen we bereiken? - Het (sneller) bouwen van meer woningen, met als uitgangspunt het realiseren van meer woningen in het sociale én betaalbare segment. - Kansen vergroten op een woning voor inwoners van Kaag en Braassem door het toepassen van lokaal maatwerk waar mogelijk. - Het behoud of bij voorkeur verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en het woonklimaat door op de juiste plek te bouwen. - Het behoud van een gezond leefklimaat en voorzieningen binnen de kernen door op de juiste plek en manier te bouwen.

• Wij houden rekening met de omgeving Bij de realisatie van nieuwe woningen moet er op basis van de weten regelgeving altijd sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat. Het is van belang dat er een goede en verkeersveilige ontsluiting bij nieuw te ontwikkelen locaties wordt ingepast. Ook zal een nieuwe woningbouwontwikkeling moeten voldoen aan voldoende ruimte voor groen, water en biodiversiteit. Vanaf 2025 zullen we ook moeten gaan werken en bouwen volgens de landelijke maatlat voor een groene en klimaatadaptieve omgeving. In deze maatlat staan ontwerpeisen opgenomen voor het tegengaan van wateroverlast, hittestress, bodemdaling, droogte en biodiversiteitsverlies. Naast klimaatadaptatie is het ook belangrijk dat zowel de lucht- als de bodemkwaliteit geschikt zijn om te wonen. Daarnaast mag er geen sprake zijn van (overmatige) geur-, geluid-, licht- en/of trillinghinder. Ook is er aandacht voor de grenswaarden in het kader van externe veiligheid, bijvoorbeeld ten opzichte van een lpg-tankstation of transportroute van gevaarlijke stoffen. In het kader van een gezonde en veilige leefomgeving zijn we kritisch op het gebruik van houtkachels, drones en het hobbymatig houden van dieren. Daarbij houden we rekening met de beperkingenzones (o.a. de contouren vanuit het Luchthavenindelingbesluit Schiphol) die van toepassing zijn voor onze gemeente.

Gemeente Kaag en Braassem

48

meer geld kosten en het wordt steeds lastiger voor particulieren om dit op te brengen. Het splitsen van karakteristieke woningen kan een bijdrage leveren aan het behoud van deze panden. Nieuwe ontwikkelingen moeten in principe altijd voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de gemeentelijke Nota Parkeernormen. Parkeren mag in principe niet ten koste gaan van openbaar groen en bovendien proberen we duurzame mobiliteit (zoals wandelen, fietsen, deelsystemen en openbaar vervoer) zoveel mogelijk te stimuleren. Wanneer deze aspecten niet passend blijken te zijn voor de uiteindelijke realisatie zijn er mogelijkheden om maatwerk toe te passen. • Ruimte voor recreatie en bedrijvigheid Er is bij woningen ruimte voor andere activiteiten zoals recreatie (bijv. bed & breakfast) of bedrijvigheid (bedrijf of beroep aan huis). De mate waarin dat mogelijk is, verschilt per gebied. In alle gevallen moet er sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening en wegen we de verkeersaantrekkende werking van dergelijke functies goed mee. Daarnaast mogen bij de oprichting van nieuwbouwwoningen bestaande omliggende bedrijven niet beperkt worden in hun bedrijfsactiviteiten en (uitbreidings)mogelijkheden. Aan de andere kant mogen diezelfde nabijgelegen bedrijven geen belemmering vormen voor het woon- en leefklimaat van de nieuwe woning(en).

Ook zien we het belang van voldoende mogelijkheden tot recreatie in de eigen woonomgeving, hierbij kan gedacht worden aan een goede invulling van het openbaar groen of de aanleg van nieuwe en/ of de aansluiting op bestaande wandel- en fietspaden. •

We maken ons hard voor een prettige leefomgeving die schoon, heel en veilig is De fysieke leefomgeving heeft effect op hoe inwoners hun leefomgeving ervaren, op hun welzijn en veiligheidsgevoel.

Hier houden we rekening mee bij woningbouwplannen en woningtoewijzing. Aan de hand van de LIOR (Leidraad Inrichting Openbare Ruimte) sturen we bijvoorbeeld op de vormgeving van de openbare ruimte die bij ons in beheer komt. Zo zorgen we onder meer voor voldoende openbaar groen, toegankelijkheid van de kernen en de verkeersveiligheid. We hechten bijvoorbeeld veel waarde aan goed bereikbare en verkeersveilige kernen. We stimuleren het langer thuis blijven wonen, mede door het creëren van veilige en schaduwrijke loop- en fietsroutes naar bijvoorbeeld de winkels of de huisarts. Ten slotte proberen we sluipverkeer zoveel als mogelijk tegen te gaan. Dit zijn belangrijke aspecten voor een prettige leefomgeving. Door de sturing op deze normen kan echter ook de betaalbaarheid van woningen soms onder druk komen te staan. Dit vraag om het maken van keuzes, waarbij we bereid zijn om (indien noodzakelijk) gezamenlijk te komen tot een maatwerkinvulling van deze normen, omm zodoende wel voldoende betaalbare woningen te kunnen realiseren in de gemeente. •

Aandacht voor duurzaamheid in relatie tot de fysieke omgeving Wat betreft de opwekking van duurzame energie zetten we in op het zo efficiënt mogelijk benutten van alle daken voor zonnepanelen. Woningen moeten gasloos worden gebouwd. Nieuwbouwontwikkelingen voldoen aan de ontwerprichtlijnen afkomstig uit de landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving. Waar groennormen in het gedrang komen kan gekeken worden naar alternatieven, zoals groene daken en gevels. Wat betreft uitbreiding aan de dorpsranden, gaat de voorkeur uit naar woningbouw Waar nieuwe woningen gebouwd worden wordt ook in voldoende mate ruimte gegeven voor groen, water en de biodiversiteit. Dit zal de aantrekkelijkheid van een woongebied ook ten gunste komen.

49

Kaag en Braassem is een bedrijvige gemeente, mede door de strategische ligging van aan de rijksweg A4 en in de buurt van Schiphol. De gemeente is een aantrekkelijke vestigingslocatie voor zowel (groeiende) reeds gevestigde als nieuwe bedrijven. Behalve door verschillende bedrijventerreinen kenmerkt onze gemeente zich met name door de meerdere duurzame glastuinbouwgebieden en het grote aanbod aan recreatieve voorzieningen. Met de ontwikkeling van bedrijventerreinen, glastuinbouwgebieden en de recreatieve sector willen we in de aankomende jaren kansen benutten en onze economie gezond houden. Naast de ruimtelijke inpassing is ook van belang om het onderwijs aan te laten sluiten op de vraag vanuit de arbeidsmarkt en is de inburgering van nieuwkomers vanuit het buitenland een belangrijke opgave. Voor onze ondernemers is het ook van belang om samen in te zetten op (de gevolgen van) onder andere de energietransitie en klimaatadaptatie.

Foto: Gemeente Kaag en Braassem

Omgevingsvisie Kaag en Braassem

5

Gezonde economische ontwikkeling in Kaag en Braassem

ACHTERGROND ROL GEMEENTE KAAG EN BRAASSEM

Gemeente Kaag en Braassem

50

Werkgelegenheid binnen de zakelijke dienstverlening (28,1%) en de industrie (22,8%) zijn sterk vertegenwoordigd in Kaag en Braassem. Het aantal banen in Kaag en Braassem is tussen 2011 en 2019 toegenomen en die groei is sindsdien afgevlakt. Het aantal banen schommelt nu tussen 490 en 500 banen per 1.000 inwoners tussen de 15 en 74 jaar. 74% van de inwoners van Kaag en Braassem werkt buiten de eigen gemeente. De werkloosheid is in de afgelopen jaren nagenoeg gelijk gebleven, maar het aantal bijstandsuitkeringen neemt sinds 2020 toe. De financiële dienstverlening is de sterkst groeiende bedrijfstak. De landbouw en de handel nemen iets af. Uit regionaal onderzoek blijkt dat de behoefte aan uitbreiding van bedrijventerreinen voor de gemeente ongeveer 5 à 10 hectare is. ‘Wat vinden onze inwoners?’ Ongeveer de helft van de inwoners vindt dat de werkgelegenheid in de gemeente ruim voldoende is. 11% vindt het onvoldoende. Met name personen van 60 jaar of ouder vinden het positief dat er wordt ingezet op het bevorderen van de recreatie. 99% van de inwoners vindt dat de gemeente volledig of deels verantwoordelijk is voor een samenleving die openstaat voor iedereen en waarin iedereen mee kan doen. We zien hierbij de volgende opgaven: - Een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven zijn en blijven. - De economische sector verbeteren zodat iedereen meedoet in de maatschappij.

Als gemeente hebben wij de rechtmatige rol om planologische mogelijkheden te bieden voor bedrijventerreinen en bedrijfsmatige functies. Dit doen wij niet alleen. We werken samen met ondernemers en faciliteren waar mogelijk. We hebben als organisatie ook de taak om een gezond vestigingsklimaat te creëren en te behouden. Door samen te werken met georganiseerde en niet-georganiseerde partijen bieden wij ruimte en ondersteuning aan een maatschappelijk- of economisch initiatief. Er wordt gezocht naar de dynamiek en inhoud van initiatieven, waarin de inwoners en ondernemers de doeners zijn en de gemeente hier en daar bijstuurt. Door te sturen op de vraag en het aanbod van de inwoners kan er worden gewerkt naar een inclusieve samenleving. Als gemeente moeten wij aan de voorkant een aantal kaders bepalen (rechtmatige overheid) en daarna een stapje terug doen (participerend) om initiatiefnemers de ruimte te geven.

Hoofdstuk titel over één of twee regels 51 Foto: Gemeente Kaag en Braassem

We willen dit doen door ondernemers te stimuleren en nieuwe bedrijven de kans te geven. Specifiek is daarbij aandacht voor: Bedrijventerreinen De bedrijventerreinen in onze gemeente zijn van groot belang voor onze lokale ondernemers. Bij lokale bedrijven is behoefte aan zogenoemde ‘doorschuiflocaties’, waarbij zij kunnen uitbreiden of verplaatsen naar een nieuw bedrijventerrein. Bij (uitbreiding van) onze bedrijventerreinen willen we ruimte bieden aan (het doorgroeien van) lokale ondernemers. In het omgevingsplan zullen we de regels hier, binnen de grenzen van het mogelijke, op richten. Bedrijventerreinen dragen onder andere bij aan meer werkgelegenheid binnen de gemeentegrenzen. De huidige bedrijventerreinen Veenderveld, de Lasso en Drechthoek zijn over het algemeen goed bereikbaar en kennen een aantrekkelijk vestigingsmilieu. Er is alleen weinig ruimte om uit te breiden of te ontwikkelen in het ondernemen, terwijl ondernemers daar wel behoefte aan hebben. We streven naar optimaal ruimtegebruik van bestaande terreinen, stimuleren nieuwvesting van arbeidsintensieve bedrijven en zetten ook in op het zoeken naar geschikte locaties voor het realiseren van enkele hectares nieuw bedrijventerrein. Zo

is de komst van Drechthoek II weer een stap dichterbij gekomen en blijven we de mogelijkheden voor een nieuw bedrijventerrein ten westen van de N445 nabij Nieuwe Wetering onderzoeken. Aan de Boskade in Hoogmade is er ruimte voor bedrijfsverzamelgebouwen ten behoeve van (lokale) mkb-ondernemers. Om (bestaande) bedrijventerreinen tot een succes te maken, is het wenselijk om bedrijven zoveel mogelijk te clusteren op deze terreinen en dus te laten verdwijnen uit de kernen, het glastuinbouwgebied en het buitengebied. Detailhandel De gemeente ondersteunt de versterking van de detailhandel in de hoofdwinkelgebieden en gaan we in de verschillende kernen de vestiging van winkelbedrijven buiten de winkelconcentratiegebieden dus juist tegen. Detailhandel op bedrijventerreinen, in het glastuinbouwgebied of in het buitengebied is niet toegestaan, met uitzondering van perifere en volumineuze detailhandel op bedrijventerreinen en de verkoop van streekproducten in het glastuinbouwgebied of het buitengebied. Een compleet aanbod van voorzieningen maakt dorpscentra aantrekkelijk, maar daar hoort ook een goede bereikbaarheid en voldoende parkeergelegenheid bij. Dat is voor alle partijen interessant. Ondernemers profiteren van een concentratie van winkelbedrijven door de extra toestroom van koopkracht naar die gebieden en inwoners hebben baat bij

Omgevingsvisie Kaag en Braassem

EEN AANTREKKELIJK VESTIGINGSGEBIED VOOR BEDRIJVEN ZIJN EN BLIJVEN

52

Gemeente Kaag en Braassem

Foto: N. Bartels

een compleet aanbod van voorzieningen. Ook de passant/recreant is voor de detailhandel van belang. De ondernemers zijn zelf verantwoordelijk voor het organiseren van evenementen en andere activiteiten om het winkelgebied extra aantrekkelijk te maken. Het dorpshart van Leimuiden wordt ontwikkeld en het centrumgebied van Roelofarendsveen is recentelijk gerevitaliseerd zodat er een integraal winkelhart is ontstaan. Glastuinbouw Kaag en Braassem maakt onderdeel uit van de Greenport Aalsmeer en we willen werken aan nieuwe mogelijkheden om glastuinbouw een kansrijke toekomst te geven. Gemeente, ondernemers en belangenorganisaties zetten samen in op thema’s als duurzaamheid, kennis, intensivering, huisvesting, innovatie, onderwijs en specialisatie. Met innovatieve activiteiten stimuleren we ondernemers gezond te ondernemen. We bieden ook mogelijkheden voor kleine aan glastuinbouw gerelateerde bedrijvigheid, binnen de richtlijnen van verschillende overheidsinstanties. De focus ligt op het concentreren van glas in de vier duurzame glastuinbouwgebieden: De Baan-Sotaweg in Roelofarendsveen en Oude Wetering, Geestweg-Floraweg in Roelofarendsveen, Derde Tuinbouwgebied in Nieuwe Wetering en het glastuinbouwgebied aan de westkant van Woubrugge. Dat betekent ook dat het

wenselijk is dat bestaande bedrijfsbestemmingen op termijn uit deze gebieden verdwijnen. Buiten de contouren van onze duurzame glastuinbouwgebieden zal versnipperd glas en sierteelt langzaam uit het straatbeeld verdwijnen, bijvoorbeeld door gebruik te maken van de ruimte voor ruimte-regeling. Dit biedt ruimte aan vervolgactiviteiten die passend zijn in de omgeving. De glastuinbouw in Kaag en Braassem kent zorgen en uitdagingen. De vier binnen de gemeente gelegen duurzame glastuinbouwgebieden zijn verschillend qua grootte en toekomstbestendigheid. Voor het Tuinbouwgebied Nieuwe Wetering en Tuinbouwgebied Woubrugge geldt dat de toekomstbestendigheid momenteel geen zorg is. Het uitgangspunt voor deze twee duurzame glastuinbouwgebieden is dat bestaande glastuinbouwbedrijven niet beperkt mogen worden in hun bedrijfsvoering en potentiële uitbreidingsmogelijkheden. Bedrijfswoningen mogen omgezet worden naar een plattelandswoning, mits dit geen beperking oplevert van de tuinbouwactiviteiten van omliggende bedrijven op het achterliggende teeltgebied. Met dien verstande dat er dan later geen nieuwe bedrijfswoning toegevoegd kan worden, omdat dit een tweede bedrijfswoning zou worden en die zijn uitgesloten.

In uitzondering op het omzetten naar een plattelandswoning, kunnen bedrijfswoningen in een enkel geval ook omgezet worden naar burgerwoning (bijvoorbeeld als de bedrijfswoning niet meer te relateren is aan een inrichting).

53

Voor het Tuinbouwgebied De Baan-Sotaweg loopt momenteel een pilot van de Greenport. Deze pilot is aanzet voor een toekomstvisie om de toekomstbestendigheid van dit gebied te waarborgen. In 2023 is een participatietraject vanuit de Greenport gestart. Ook in deze visie zal de duurzame glastuinbouw centraal komen te staan. Bestaande glastuinbouwbedrijven mogen niet beperkt worden in hun bedrijfsvoering en potentiële planologische uitbreidingsmogelijkheden. Ontwikkelingen in dit gebied dienen geen beperking te vormen en bij voorkeur een bijdrage te leveren aan deze nog vast te stellen visie. Voorgestelde ontwikkelingen worden voorlopig aangehouden in afwachting van die nog vast te stellen visie. In uitzondering van het hiervoor gestelde mogen bedrijfswoningen wel worden omgezet naar een plattelandswoning, mits dit geen beperking oplevert van de tuinbouwactiviteiten van omliggende bedrijven op het achterliggende teeltgebied. Met dien verstande dat er dan later geen nieuwe bedrijfswoning toegevoegd kan worden, omdat dit een tweede bedrijfswoning zou worden en die zijn uitgesloten. In uitzondering op het omzetten naar een plattelandswoning, kunnen bedrijfswoningen in een enkel geval ook omgezet worden naar burgerwoning (bijvoorbeeld als de bedrijfswoning niet meer te relateren is aan een inrichting).

Omgevingsvisie Kaag en Braassem

Het Tuinbouwgebied Geestweg-Floraweg kent omtrent de toekomstbestendigheid wel grote uitdagingen. Voor dit tuinbouwgebied heeft een globale gebiedsinventarisatie plaatsgevonden als basis voor een reële toekomstvisie. Het college heeft uitgangspunten geformuleerd naar aanleiding van de uitkomsten van deze gebiedsinventarisatie. De uitgangspunten worden momenteel besproken met andere (overheids-)instanties als de Greenport Aalsmeer, het hoogheemraadschap van Rijnland, de provincie Zuid-Holland en de LTO over het vervolg. Uiteraard zullen de komende tijd ook de lokale ondernemers alsmede lokale belangenorganisaties zoals bijvoorbeeld het Economisch Overleg Platform (EOP) nauw betrokken worden bij eventuele vervolgstappen. Daarnaast zoeken we naar mogelijkheden voor percelen binnen het duurzame glastuinbouwgebied zonder toekomstperspectief. We gaan het gesprek aan met de provincie, de LTO en de Greenport om te kijken of we op dergelijke percelen andere activiteiten die te relateren zijn aan tuinbouw mogelijk kunnen maken. Uitgangspunt is wel dat bestaande glastuinbouwbedrijven niet beperkt mogen worden in hun bedrijfsvoering en potentiële planologische uitbreidingsmogelijkheden. Naast dit traject start de Greenport dit jaar voor dit gebied ook een pilot waar informatie uit kan worden geput voor het opstellen van een gedetailleerde toekomstvisie.

Gemeente Kaag en Braassem

54

Landbouw Droogmakerijen en Veenweidengebieden Landbouw is van oudsher een belangrijke economische drager voor de gemeente. De agrariër is er niet alleen voor de productie van voedsel, maar heeft bovendien een belangrijke rol in het beheer van de natuur en het landschap. We erkennen de waarde van zowel de droogmakerijen als de veenweidegebieden voor agrariërs. We willen, in samenwerking met de agrariërs, de milieu- en klimaatdoelen behalen waarbij het verdienmodel van de agrarische sector overeind blijft. Met deze visie staan we aan het begin van een periode met grote (landelijke) uitdagingen voor de landbouw. Alle inzet door gemeente, provincie en vooral de agrariërs zelf die nu hierop wordt gepleegd, heeft gevolgen voor de komende periode. Op het moment dat meer concrete maatregelen voortkomend uit wetgeving en/of ZH-PLG (Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied) bekend zijn, zal de omgevingsvisie hierop worden geactualiseerd. Uitdagingen De agrarische sector staat voor grote uitdagingen, zoals bodemdaling, stikstofreductie, waterbeheer en bedrijfsopvolging. Bodemdaling heeft gevolgen voor de productiviteit, waterhuishouding en CO2-uitstoot. Gezamenlijk streven we naar oplossingen die de productiviteit en veerkracht van de bodem behouden. Een voorbeeld hiervan is het gebiedsproces bodemdaling in de Waterloos, Blauween Vlietpolder.

Bij de stikstofreductie is de uitdaging om evenwichtige maatregelen te nemen die de natuur en landbouw in balans brengen. Het Hoogheemraadschap Rijnland is verantwoordelijk voor het waterbeheer in onze gemeente. Zij zorgen voor voldoende water, bescherming tegen te veel water en houden de kwaliteit van het

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=5d4a1ce6-45ec-4451-966f-4f479de3bf1a