CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Straathof Rijpwetering versie vastgesteld (december 2024)

Gemeenteraad 3 februari 2025, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Bestemmingsplan Straathof Rijpwetering.23.666 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Na realisatie van de ontwikkeling worden op het wegvak geen verkeerskundige knelpunten verwacht. Oud Adeselaan Op de Oud Adeselaan bedraagt de huidige verkeersintensiteit circa 3.140 mvt/etmaal. Door de ontwikkeling zal de verkeersintensiteit op dit wegvak toenemen, aangezien de nieuwe buurt ontsloten wordt via de Blijversweg en Hertogsweg en uitkomt op de Oud Adeselaan. Voor de Oud Adeselaan geldt een wenselijke verkeersintensiteit van circa 4.400 motorvoertuigen per etmaal. Na realisatie van (vastgesteld)

59

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering de ontwikkeling worden op het wegvak geen verkeerskundige knelpunten verwacht. Tot slot in de huidige situatie is de maximumsnelheid (50 km/u) niet passend bij de functie van de weg (erftoegangsweg). In 2025/2026 zal daarom de Oud Adeselaan gereconstrueerd worden, waarbij de maximumsnelheid wordt verlaagd van 50 km/u naar 30 km/u en de fietssuggestiestroken verbreed worden tot 1,5 meter. Daarnaast zullen de kruispunten gelijkwaardig worden gemaakt en snelheidsremmers op wegvak- en kruispuntniveau (plateaus) worden gerealiseerd. Met deze nieuwe inrichting voldoet de Oud Adeselaan aan de richtlijnen van Duurzaam Veilig. Als gevolg van de ontwikkeling worden geen verkeerskundige knelpunten verwacht. 5.11.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd worden voor de gewenste ontwikkeling. Uit het onderzoek van Goudappel kan worden geconcludeerd dat in de toekomstige situatie op de wegvakken geen verkeerskundige knelpunten worden verwacht. De geringe verkeerstoename van ruim 200 motorvoertuigen per etmaal gaat op in het heersende verkeersbeeld.

60

(vastgesteld)

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering

5.12

Kabels en leidingen

5.12.1 Kader Er kunnen planologische relevante kabels en/of leidingen in het plangebied liggen. Ze kunnen ook in de omgeving voorkomen. Voorbeelden zijn hoofdnutsvoorzieningen. Dit kunnen leidingen voor het transport van giftige, brandbare en/of ontplofbare stoffen zijn. Daarnaast zijn aardgasleidingen, hoogspanningsleidingen en afvalwaterleidingen ook voorbeelden. Deze leidingen worden bestemd als ze voorkomen in het gebied. Met het geldende bestemmingsplan kan worden vastgesteld welke maatregelen, overleggen en/of rapporten nodig zijn voor een ruimtelijke ontwikkeling. Op basis van het geldende bestemmingsplan kan dan vastgesteld worden welke maatregelen, overleggen en/of rapporten noodzakelijk zijn om een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk te maken. 5.12.2 Onderzoek Het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied West' heeft de dubbelbestemming 'leiding-riool' opgenomen. Op de planverbeelding is te zien dat het riool deels over het plangebied loopt. Ter plaatse van deze dubbelbestemming mogen er uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m. Tevens kan gebouwd worden als de bouwregels van de geldende bestemming in acht worden gehouden, maar dan moet het bouwplan betrekking hebben op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken.

Hierbij mag de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet worden uitgebreid en moet er gebruikt worden gemaakt van de bestaande fundering. Het belang van de leiding mag door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad. Derhalve is ter beoordeling schriftelijk advies opgevraagd van de leidingbeheer. 5.12.3 Conclusie Het voorontwerpbestemmingsplan is door de gemeente Kaag en Braassem (conform artikel 3.1.1. Bro) voorgelegd worden aan de leidingbeheerder.

(vastgesteld)

61

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische planbeschrijving

Planvorm

Bij de opzet van het plan is gekozen voor een gedetailleerde wijze van bestemmen waarmee de bestaande situatie wordt vastgelegd en welke geschikt is voor de beheersituatie. In het plan is sprake van zogenaamde eindbestemmingen. Op basis van de bepalingen van een eindbestemming kunnen direct omgevingsvergunningen worden afgegeven. De keuze voor deze planvorm komt voort uit het gemeentelijke beleid dat er op gericht is de bestaande ruimtelijke en functionele situatie en kwaliteit van het gebied te handhaven en waar mogelijk te versterken. Het onderhavige plan is opgesteld conform het gestelde in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro) die door het rijk is opgesteld in het kader van het project Digitale Uitwisseling van Ruimtelijke Plannen (DURP), zoals de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) die bindende afspraken en aanbevelingen bevat, en het coderingssysteem InformatieModel Ruimtelijke Ordening (IMRO 2012). Geometrische plaatsbepaling Door middel van een combinatie van begrenzingen, coderingen, arceringen en/of kleuren, is in de geometrische plaatsbepaling (verbeelding) de verdeling aangegeven van de diverse binnen het plangebied onderscheiden bestemmingen. Hiernaast bevat de geometrische plaatsbepaling aanduidingen die gelezen moeten worden in samenhang met de bebouwingsbepalingen, die voor de onderscheiden bestemmingen zijn gegeven.

62

(vastgesteld)

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering

6.2

Toelichting op de regels

De regels bevatten bepalingen omtrent het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of nog op te richten bouwwerken. De regels van het bestemmingsplan bestaan uit vier hoofdstukken:  Inleidende regels (hoofdstuk 1);  Bestemmingsregels (hoofdstuk 2);  Algemene regels (hoofdstuk 3);  Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4). Hierna worden de vier hoofdstukken kort toegelicht.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

In dit hoofdstuk is een groot aantal begrippen verklaard die gebruikt worden in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel “Wijze van meten” opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Begrippen Geeft de definities van een aantal in de regels voorkomende begrippen. Hierdoor wordt de interpretatie daarvan vastgelegd, waardoor de duidelijkheid wordt vergroot. Met de begripsbepaling ‘peil’ aangegeven vanaf welk punt de aangegeven hoogte van bouwwerken gemeten dient te worden. Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe de in het plan voorkomende maten dienen te worden bepaald.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

In dit hoofdstuk zijn de feitelijk in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. Per artikel is bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de in het plan voorkomende bestemmingen. Groen Voor structureel groen is de bestemming ‘Groen’ opgenomen. Aangegeven is dat ter plaatse geen gebouwen mogen worden opgericht. Het groene karakter van deze gronden dient, binnen in het plan gestelde voorwaarden, zoveel mogelijk behouden te blijven. Binnen de bestemming zijn de gronden onder meer bestemd voor de aanleg van groenstroken en beplanting, voet- en fietspaden, speelvoorzieningen, straatmeubilair, water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding. Tuin De voortuinen van woningen zijn zoveel mogelijk voorzien van de bestemming 'Tuin'. Binnen deze bestemming zijn de gronden onder andere bestemd voor tuinen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen en insteekhavens. De bouwmogelijkheden binnen deze bestemming zijn beperkt. Het bouwen van erkers is onder bepaalde voorwaarden toegestaan. Verkeer De in het plangebied voorkomende wegen, straten en paden met een verkeers- of verblijfsfunctie zijn voorzien van de bestemming ‘Verkeer’.

Binnen de bestemming kan medewerking worden verleend aan een herinrichting/herprofilering en zijn onder andere parkeer-, groen- en speelvoorzieningen alsmede waterberging en watergangen mogelijk. Binnen deze bestemming zijn de bouwmogelijkheden zeer beperkt Wonen

(vastgesteld)

63

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering De nieuwe woningen in het plangebied krijgen de bestemming 'Wonen'. Binnen deze bestemming wordt het mogelijk om de nieuwe woningen op te richten conform de bouwregels opgesteld in voorliggend bestemmingsplan. Tevens is voor vogelweidecompensatie en landschappelijke inpassing een voorwaardelijke verplichting opgenomen over het gebruik van gronden en gebouwen. Leiding – Riool Voor de riool(pers)leidingen in het plangebied is de dubbelbestemming ‘Leiding – Riool’ opgenomen. Deze gronden zijn primair bestemd voor een rioolpersleiding met de daarbij behorende bouwwerken en andere bouwwerken. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van de bouwbepalingen voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de onderliggende bestemming, op voorwaarde dat advies is ingewonnen bij de leidingbeheerder. Ter plaatse van de dubbelbestemming is een (omgevings)vergunning vereist voor het uitvoeren van werkzaamheden die de belangen van de leidingbeheerder kunnen schaden. Ten slotte is een bouwverbod van 2,5 uit de hartlijn van de leiding opgenomen. Waarde – Archeologie 1 De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ is opgenomen ter bescherming van mogelijk in de bodem aanwezige archeologische waarden.

Voor een aantal werkzaamheden op of in deze gronden is een omgevingsvergunning (voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) vereist in het kader waarvan een afweging kan worden gemaakt tussen de activiteit en de te beschermen waarden.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

In hoofdstuk 3 worden, in aanvulling op de bestemmingsbepalingen, diverse aanvullende regels gesteld. Anti-dubbeltelregel In deze regel is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen. Algemene bouwregels In dit artikel is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden. Bijvoorbeeld extra bouwmogelijkheden voor ondergeschikte bouwdelen zoals balkons, galerijen en kelders. Daarnaast zijn er regels opgenomen ten aanzien van ondergronds bouwen en bestaande afstanden en maten. Voor zover in de bestemmingsregels geen specifieke parkeernorm is opgenomen, is in de algemene bouwregels een regeling ten aanzien van parkeren opgenomen. Indien op grond van één van de in het voorliggende plan opgenomen bestemmingen wordt gebouwd, dient voorzien te worden in voldoende parkeergelegenheid. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het vigerende gemeentelijke parkeerbeleid. Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de ‘Nota Parkeernormen 2018’, die naar verwachting later dit jaar wordt vastgesteld.

Indien deze parkeernota in de toekomst herzien wordt, dient getoetst te worden aan het meest recente gemeentelijke parkeerbeleid. Algemene aanduidingsregels Aanvullend op de (algemene) bouwregels gelden enkele bijzondere bouwbepalingen die met een aanduiding in de geometrische plaatsbepaling zijn weergegeven. Binnen de gronden op de verbeelding aangeduid als 'milieuzone - ruwvoeder' is cf. het Besluit landbouw de teelt van ruwvoeder is niet toegestaan. Indien aangetoond kan worden dat de teelt plaatsvindt op zodanige wijze dat deze geen invloed heeft op de bodemdaling, kan hiervan afgeweken worden. Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen waarin nog een aantal algemene afwijkingen is opgenomen. Het betreft hier onder meer een standaardregeling die beperkte afwijkingen in de maatvoering bij de uitvoering van bouwplannen mogelijk maakt. Daarnaast is een

64

(vastgesteld)

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor de bouw van openbare nutsvoorzieningen, kunstobjecten en andere nutsgebouwen. Algemene wijzigingsregels Burgemeester en Wethouders kunnen middels de algemene wijzigingsregels kleine overschrijdingen van bestemmingsgrenzen toestaan tot een maximum van 10%. Algemene gebruiksregels In dit artikel is in algemene zin aangegeven wanneer sprake is van strijdig gebruik met de regels uit het bestemmingsplan.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.

(vastgesteld)

65

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering

6.3

Overig

Geometrische plaatsbepaling en verbeelding Voor het tekenen van de verbeelding is een topografische ondergrond gebruikt. Op de verbeelding wordt met lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn op de verbeelding met aanduidingen nadere regels aangegeven. De verbeelding is volgens IMRO2012 (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) getekend. Dit is een eenduidige en technische methode voor het tekenen van geometrisch bepaalde bestemmingen. Hiermee kan ruimtelijke informatie eenvoudig digitaal uitgewisseld worden met andere overheden en samenwerkingspartners. Ook maakt deze methode het mogelijk om het plan via internet te raadplegen.

66

(vastgesteld)

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering

Hoofdstuk 7

Uitvoerbaarheid

7.1

Economische uitvoerbaarheid

7.1.1

Exploitatieverplichting

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting van een bestemmingsplan minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens bestaat op grond van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. De gemeente Kaag en Braassem en de initiatiefnemer zullen voor de gewenste ontwikkeling een privaatrechtelijke overeenkomst sluiten. Met het sluiten van een privaatrechtelijke overeenkomst is het niet langer noodzakelijk om een exploitatieplan op te stellen.

7.1.2

Conclusie

Tussen de gemeente Kaag en Braassem is een anterieure overeenkomst gesloten. Gezien het voorgaande wordt het plan financieel uitvoerbaar geacht.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan “Straathof Rijpwetering” is opgesteld om te voorzien in een eenduidige en uniforme juridische regeling voor het toegestane gebruik en de toegestane bebouwing binnen het plangebied. Er is qua systematiek aangesloten bij recente bestemmingsplannen binnen de gemeente. In de regeling die is opgenomen in het bestemmingsplan zijn de vigerende rechten gecontinueerd. Bovendien past het voorliggende plan binnen het beleid van het Rijk, de provincie en van de gemeente. Gelet hierop wordt het plan maatschappelijk uitvoerbaar geacht. 7.2.1

Participatie

Vanuit de ambitie om een plan voor de nieuwbouw te ontwikkelen dat kan rekenen op draagvlak uit de buurt, is de omgeving vroegtijdig betrokken bij de plannen. Initiatiefnemer heeft vijf varianten voor de invulling van de locatie besproken tijdens een inloopavond. Op basis van de reacties is het plan verder uitgewerkt naar één concept. Ook zijn aanvullende ideeën en suggesties van de bewoners in de omgeving meegenomen. De omgeving zal gedurende het proces op gezette tijden worden geïnformeerd over de stand van zaken. Initiatiefnemer heeft ook een website (https://straathofrijpwetering.nl/participatie) waarop informatie over het plan wordt gedeeld. Via deze website zijn de diverse stakeholder informatiebijeenkomsten te raadplegen. Ook wordt daar de mogelijkheid geboden om op de hoogte gehouden te worden van de stand van zaken van de planvorming. Daarmee heeft de initiatiefnemer voldoende inzet getoond om mensen te betrekken.

(vastgesteld)

67

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering

7.3

Handhaving

De aandacht voor handhaving neemt de laatste jaren sterk toe. Zowel de hogere overheden als de burgers spreken de gemeente in toenemende mate aan op het handhaven van de eigen regels en de rechter spreekt zich nadrukkelijk uit over de verplichtingen die gemeentebesturen hebben om de eigen regelgeving te handhaven. Het bestemmingsplan vervult een aantal functies op het gebied van handhaving. Een bestemmingsplan is toekomstgericht. Het geeft een beeld van de te verwachten ruimtelijke ontwikkelingen en verwoordt het gemeentelijk beleid ten opzichte van de ontwikkelingen. Eveneens functioneert het bestemmingsplan als toetsingskader voor bouwplannen en andere werkzaamheden. Hierdoor is het bestemmingsplan bindend voor burgers, bedrijven, instanties en overheid. Om ervoor te zorgen dat handhaving van het bestemmingsplan in de praktijk met succes kan worden afgedwongen, dient aan het volgende te worden voldaan:  De regels en het kaartmateriaal moeten duidelijk en overzichtelijk zijn;  Regels moeten zodanig zijn dat duidelijk is wanneer er sprake is van een overtreding en overtredingen moeten herkenbaar/zichtbaar én controleerbaar zijn;  Het plan dient uitvoerbaar te zijn.

De grondslag voor een goed werkend handhavingsbeleid wordt gevormd door een grondige inventarisatie van de feitelijke situatie (grondgebruik, bebouwing) van het plangebied bij de opstelling van het bestemmingsplan en een deugdelijk mutatiesysteem bij de uitvoering van het bestemmingsplan. Onderdeel van dit mutatiesysteem is een goede registratie van verleende omgevingsvergunningen. Bij de opstelling van dit bestemmingsplan heeft een inventarisatie plaatsgevonden van de feitelijke situatie. Daarnaast vindt registratie plaats van verleende omgevingsvergunningen. Handhaving kan plaatsvinden via publiekrechtelijke, privaatrechtelijke en strafrechtelijke weg. Dit laatste is afhankelijk van het Openbaar Ministerie. In het ruimtelijk bestuursrecht is de gemeente op grond van de Gemeentewet bevoegd tot het toepassen van bestuursdwang ten aanzien van ontwikkelingen die strijdig zijn met de bepalingen van het bestemmingsplan. Deze vormen van handhaving vallen onder de zogenoemde repressieve handhaving. Hiermee wordt gedoeld op de middelen en/of het instrumentarium waarmee de gemeente naleving kan afdwingen, dan wel tegen normafwijkend gedrag correctief kan optreden. Daarnaast wordt onderscheiden de preventieve handhaving. Deze komt voornamelijk tot uitdrukking in het toezicht op het gebruik van gronden en gebouwen.

Preventieve handhaving geschiedt over het algemeen door informele middelen waaronder bijvoorbeeld informeel contact tussen de met handhaving belaste personen en de grondgebruikers. Hoewel het effect van dergelijke middelen niet goed meetbaar is, wordt aan deze middelen toch zeker betekenis toegekend. Daarnaast zijn in het bestemmingsplan instrumenten van toezicht opgenomen. Gedoeld wordt op afwijkingsbevoegdheden, de bevoegdheid nadere eisen te stellen en de mogelijkheid omgevingsvergunningen te verlenen. Deze instrumenten maken een toetsing mogelijk voordat met de beoogde activiteit (bouwen, gebruiken, het verrichten van werken en/of werkzaamheden) een aanvang wordt gemaakt. De te nemen besluiten op basis van de genoemde bevoegdheden dienen te berusten op een deugdelijke motivering.

68

(vastgesteld)

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering

Hoofdstuk 8

Procedure

8.1

Voorbereidingsfase

8.1.1

Vooroverleg & voorontwerpbestemmingsplan

Conform ex artikel 3.1.1. van het Bro moeten burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de Rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor dit specifieke bestemmingsplan is ervoor gekozen om een voorontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen. Zowel vooroverlegpartners als andere belanghebbenden hebben gedurende 6 weken een vooroverlegreactie of inspraakreactie kunnen indienen. De binnengekomen reacties zijn verwerkt in de 'Nota van Beantwoording inspraakreacties voorontwerpbestemmingsplan 'Straathof Rijpwetering' welke is toegevoegd als Bijlage 12.

8.2

Ontwerpfase

Het ontwerpbestemmingsplan heeft voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode heeft een ieder mondeling of schriftelijk een zienswijze kunnen indienen bij de gemeenteraad naar aanleiding van het ontwerpbestemmingsplan. Gedurende de terinzagelegging zijn in totaal 11 zienswijzen ingediend. Voor de beantwoording van de zienswijzen wordt verwezen naar de Nota van Beantwoording Zienswijzen Straathof Rijpwetering, welke is opgenomen als Bijlage 13.

8.3

Vaststellingsfase

In de vaststellingsfase wordt het bestemmingsplan door de raad van de gemeente Kaag en Braassem vastgesteld. Na de vaststelling van het bestemmingsplan maakt het college het vaststellingsbesluit bekend en gaat het over tot terinzagelegging van het vastgestelde bestemmingsplan. Tot uiterlijk zes weken na bekendmaking van het vaststellingsbesluit kan er beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

(vastgesteld)

69

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering

Bijlagen bij de toelichting

70

(vastgesteld)

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering

Bijlage 1

(vastgesteld)

Woningmarktanalyse

71

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering

Bijlage 2

72

Aanvullend weidevogelonderzoek

(vastgesteld)

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering

Bijlage 3

(vastgesteld)

Akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai

73

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering

Bijlage 4

74

Verkennend bodemonderzoek

(vastgesteld)

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering

Bijlage 5

(vastgesteld)

Akoestisch onderzoek omgevingslawaai

75

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering

Bijlage 6

76

Quickscan flora & fauna

(vastgesteld)

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering

Bijlage 7

(vastgesteld)

Rapportage stikstofberekening

77

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering

Bijlage 8

78

Aerius berekening: realisatiefase

(vastgesteld)

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering

Bijlage 9

(vastgesteld)

Aerius berekening: gebruiksfase

79

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering

Bijlage 10

80

Aanmeldnotitie m.e.r.

(vastgesteld)

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering

Bijlage 11 Rijpwetering

(vastgesteld)

Motivering verkeersontsluiting Straathof

81

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering

Bijlage 12

82

Nota vooroverleg & inspraak

(vastgesteld)

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering

Bijlage 13 Rijpwetering

(vastgesteld)

Nota van Beantwoording Zienswijzen Straathof

83

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering

Bijlage 14

84

Vaststellingbesluit ontwerpbestemmingsplan

(vastgesteld)

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering

(vastgesteld)

85

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering

Regels

86

(vastgesteld)

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan

het bestemmingsplan Straathof als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1884.BPSTRAATHOF-VAS1 van de gemeente Kaag en Braassem.

1.2

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

1.3

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waar gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.4

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.5

aan-huis-gebonden beroep

de uitoefening van een beroep door de bewoner op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied in een woning of bijgebouw, waarbij de woning overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling die met de woonfunctie in overeenstemming is.

1.6

achtererfgebied

erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1,0 m van de voorkant van het hoofdgebouw.

1.7

antenne-installatie

installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.

1.8

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

1.9

bebouwingspercentage

de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen op een bouwperceel, in procenten van de oppervlakte van dat bouwperceel.

1.10

bedrijf aan huis

(vastgesteld)

87

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering een bedrijf of het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk, waaronder een kappersbedrijf, dat door de gebruiker van een woning in die woning of een bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Detailhandel valt hier niet onder.

1.11

bestaand gebruik

het op het tijdstip van het in werking treden van het plan legaal aanwezige en/of vergunde gebruik.

1.12

bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen

legale afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die op het tijdstip van in werking treden van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

1.13

bestaande bouwwerken

bouwwerken die op het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan zijn of (mogen) worden gebouwd krachtens een rechtsgeldig verleende omgevingsvergunning voor het bouwen dan wel een bouwvergunning.

1.14

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak.

1.15

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.16

bevoegd gezag

bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

1.17

bijbehorend bouwwerken

hieronder worden begrepen: aanbouw/uitbouw: een aan een hoofdgebouw aangebouwd gebouw dat functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw is verbonden en door zijn verschijningsvorm een ondergeschikte bouwmassa vormt.

bijgebouw: een vrijstaand gebouw dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch en functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.18

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

88

(vastgesteld)

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering

1.19

bouwgrens

de grens van een bouwvlak.

1.20

bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen en dat zodanige afmetingen en vormen heeft dat dit gedeelte zonder ingrijpende voorzieningen voor functies uit de bestemmingsomschrijving geschikt of geschikt te maken is.

1.21

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge deze regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.22

bouwperceelgrens

de grens van een bouwperceel.

1.23

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

1.24

bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.25

dakkapel

een constructie ter vergroting van een gebouw, welke zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst, achter de goothoogte.

1.26

dakopbouw

een uitbreiding van het hoofdgebouw als zijnde vergroting van de bestaande ruimten, niet op de begane grond.

1.27

erf- en terreinafscheiding

een bouwwerk dat dient ter afscheiding van het erf of een terrein.

(vastgesteld)

89

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering

1.28

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.29

geluidsgevoelige objecten

woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder.

1.30

hoofdgebouw

een gebouw of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

1.31

kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten

het in een woning door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, waarvoor geen melding- of vergunningplicht op grond van bijlage I van het Besluit omgevingsrecht geldt, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.

1.32

nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.

1.33

overig bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.34

overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een (overwegend) gesloten dak.

1.35

pand

de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.

1.36

peil

a. ten opzichte van gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdingang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein.

90

(vastgesteld)

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering

1.37

perceel

gronden die bij elkaar horen, omdat zij aan elkaar grenzen en in het gebruik een eenheid vormen, doordat zij uitsluitend bij hetzelfde bedrijf, dezelfde woning of instelling behoren.

1.38

rooilijn

a. de grens tussen de het bouwvlak en het bestemmingsvlak; b. in overige gevallen; de lijn evenwijdig aan de weg en in het verlengde van de voorgevel van het gebouw (niet zijnde een bijgebouw) dat het dichtst bij de weg is gelegen dan wel (indien de voorgevel niet evenwijdig is aan de weg) de lijn evenwijdig aan de weg door het dichtst bij de weg gelegen hoekpunt van zij- en voorgevel van het gebouw (niet zijnde een bijgebouw) dat het dichtst bij de weg is gelegen. 1.39

voorgevel

de op de weg georiënteerde gevel van een hoofdgebouw;

1.40

voorgevelrooilijn

een denkbeeldige, dan wel op de verbeelding middels de figuur gevellijn aangegeven, lijn die direct langs een voorgevel van een gebouw of in het verlengde ervan is gelegen.

1.41

voorzieningen van openbaar nut

voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer.

1.42

Wgh-inrichting

bedrijven, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht, die in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken.

1.43

woning

een gebouw of gedeelte van een gebouw, geschikt en bestemd voor huisvesting van niet meer dan één huishouden.

(vastgesteld)

91

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering

Artikel 2

Wijze van meten

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1

De afstand tot de (zijdelingse) perceelgrens

De kortste afstand van enig punt van een gebouw tot de (zijdelingse) perceelscheiding van het bouwperceel, met daarin geen onderscheid tussen bodem of water.

2.2

Afstand tussen gebouwen

De kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen zowel haaks als evenwijdig gepositioneerd.

2.3

De bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde

Bij bouwwerk op vlak maaiveld:  tussen bovenkant van het bouwwerk (bij beweegbare delen te meten in de uiterste stand) en het peil. Bij bouwwerken op talud of dijk:  bovenkant van het bouwwerk (bij beweegbare delen te meten in de uiterste stand) en het gemiddelde maaiveldpeil van het aansluitend afgewerkt terrein voor het begin van de bouw. 2.4

Lengte, breedte en diepte van een bouwwerk

Tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en/of hart van scheidsmuren, gemeten 1,0 m boven peil.

2.5

De bouwhoogte van een gebouw

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.6

Bebouwingspercentage

Een in de regels aangegeven percentage dat de grootte van het deel van een bouwperceel c.q. bouwvlak of bestemmingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden gebouwd. Hierbij worden ondergrondse bouwwerken die zichtbaar zijn boven peil meegerekend, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen.

2.7

De goothoogte van een bouwwerk

Bij bouwwerk op vlak maaiveld:  de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel tot aan peil. Bij bouwwerken op talud of dijk:  de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel tot het gemiddelde maaiveldpeil van het aansluitend afgewerkt terrein.

92

(vastgesteld)

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering

2.8

De oppervlakte van een gebouw

Tussen (de buitenste verticale projecties van) de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren op 1,0 m boven peil.

2.9

De oppervlakte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk, met inbegrip van de buitenste verticale projecties van overkappingen.

2.10

Inhoud van een gebouw

Boven peil tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, buitenzijde van de gevels en/of het hart van de gemeenschappelijke scheidingsmuren en de buitenzijde van daken dit met inbegrip van aangebouwde bijgebouwen en dakkapellen.

2.11

De dakhelling

Langs het dakvlak ten opzicht van het horizontale vlak.

(vastgesteld)

93

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. bermen en beplanting; c. wegen en paden; d. speelvoorzieningen; e. verhardingen; f. straatmeubilair; met daaraan ondergeschikt: g. extensieve dagrecreatie; h. waterlopen en waterpartijen; i. ligplaatsen voor pleziervaartuigen; j. parkeervoorzieningen; k. evenementen. 3.2

Bouwregels

3.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. het bouwen van gebouwen is niet toegestaan. 3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. overkappingen zijn niet toegestaan; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 6 m bedragen; c. in afwijking van het bepaalde onder b mag de bouwhoogte van lichtmasten maximaal 12 m bedragen. 3.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van ecologische waarden nadere eisen stellen aan de hoogte, de situering en de toepassing van lantarenpalen en lichtarmaturen alsmede begrepen het type lantarenpalen of armaturen.

3.4

Specifieke gebruiksregels

3.4.1

Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. het gebruik van solitaire bebouwing voor permanente bewoning of als recreatief nachtverblijf.

94

(vastgesteld)

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering

Artikel 4 4.1

Tuin

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; b. groenvoorzieningen; c. parkeervoorzieningen; d. insteekhavens; met daaraan ondergeschikt e. nutsvoorzieningen; f. waterlopen en waterpartijen. 4.2

Bouwregels

4.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen geldt de volgende bepaling: a. het bouwen van gebouwen is niet toegestaan; b. in afwijking van het bepaalde onder a., mogen aan- en uitbouwen (erkers) bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen worden gebouwd, onder de voorwaarde dat: 1. de voorgevelbouwgrens van het hoofdgebouw met maximaal 1 meter mag worden overschreden; 2. de breedte van aan- en uitbouwen niet meer mag bedragen dan 2/3 van de breedte van de voorgevel van het oorspronkelijke hoofdgebouw. 4.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 1 m bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2 m bedragen. 4.2.3

Overkappingen

Voor het bouwen van overkappingen geldt de volgende bepaling: a. op deze gronden mogen geen overkappingen worden gebouwd.

(vastgesteld)

95

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering

Artikel 5

5.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeersfunctie of verblijfsfunctie; alsmede voor: b. voet- en rijwielpaden; c. parkeervoorzieningen; d. straatmeubilair; e. nutsvoorzieningen; f. oeververbindingen (bruggen); g. in- en uitritten; met daaraan ondergeschikt: h. bermen en beplanting; i. kunstwerken; j. waterlopen en waterpartijen; k. evenementen; 5.2

Bouwregels

5.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd; b. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 3 m; c. de maximale oppervlakte van gebouwen bedraagt 15 m². 5.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 5 m bedragen; b. in afwijking van het bepaalde onder a mag de bouwhoogte van lichtmasten en geluidswerende voorzieningen maximaal 12 m bedragen. 5.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van ecologische waarden nadere eisen stellen aan de hoogte, de situering en de toepassing van lantarenpalen en lichtarmaturen alsmede begrepen het type lantarenpalen of armaturen.

5.4

Specifieke gebruiksregels

5.4.1

Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;

96

(vastgesteld)

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.

(vastgesteld)

97

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering

Artikel 6 6.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen ' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen; met daarbij behorende: b. tuinen en erven; c. parkeervoorzieningen; met daaraan ondergeschikt: d. de uitoefening van een aan huis verbonden beroep; e. wegen, paden en bermen; f. waterlopen en waterpartijen; g. groenvoorzieningen. 6.2

Bouwregels

6.2.1

Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de volgende woningtypen zijn toegestaan: 1. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand': vrijstaande woningen; 2. ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen': twee-aaneengebouwde, geschakelde en vrijstaande woningen; 3. ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd: aaneengebouwde woningen. c. het totale aantal woningen mag niet meer bedragen dan 30; d. de goothoogte respectievelijk bouwhoogte van hoofdgebouwen binnen het bouwvlak mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'. 6.2.2

Bijbehorende bouwwerken

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. bijbehorende bouwwerken worden uitsluitend gebouwd binnen het bouwvlak of in het achtererfgebied; b. bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd. Indien de bestaande afstand minder bedraagt dan 1 m, dan betreft de bestaande afstand de minimale afstand achter de voorgevellijn; c. de goothoogte van aan- en uitbouwen bedraagt ten hoogste de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,3 m; d. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen bedraagt ten hoogste 6 m; e. de goothoogte van bijgebouwen bedraagt ten hoogste 3 m; f. de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt ten hoogste 6 m; g. de maximale gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken (uitgezonderd overkappingen) bedraagt: Totale oppervlakte per bouwperceel

Maximale gezamenlijke oppervlakte

tot 300 m2

60 m2

van 300 m2 tot 500 m2

80 m2

van 500 m2 tot 750 m2

90 m2

van 750 m2 tot 1.000 m2

100 m2

van 1.000 m2 en meer

150 m2

98

(vastgesteld)

bestemmingsplan Straathof Rijpwetering Met dien verstande dat het achtererf voor maximaal 50% bebouwd mag worden.

6.2.3

Overkappingen

Voor het bouwen van overkappingen gelden de volgende bepalingen: a. overkappingen mogen, achter de voorgevellijn, zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; b. de maximale bouwhoogte van een overkapping bedraagt 3 m, met dien verstande dat de maximale oppervlakte 30 m2 bedraagt; c. per bouwperceel is niet meer dan 1 overkapping toegestaan. 6.3

Specifieke gebruiksregels

6.3.1

Algemeen

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het bijgebouwen betreft; b. seksinrichtingen. 6.3.2

Aan huis verbonden beroepen

Gebruik van ruimten binnen de woning ten behoeve van de uitoefening van aan huis verbonden beroep wordt als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. ten hoogste 40% van het vloeroppervlak van de woning tot ten hoogste 30 m² wordt gebruikt voor het aan-huis-verbonden beroep; b. degene die het aan-huis-verbonden beroep in de woning uitoefent, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c. door degene die het aan-huis-verbonden beroep uitoefent, kan worden aangetoond dat de uitoefening van het beroep geen extra parkeerruimte vereist binnen het openbaar gebied; d. voorzien is in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; e. er mag geen detailhandel, groothandel of horeca plaatsvinden. 6.3.3

Voorwaardelijke verplichting vogelweidecompensatie

Het gebruik van gronden en gebouwen overeenkomstig de in artikel 6.1 bedoelde functies is in strijd met het bestemmingplan zover niet binnen 12 maanden na de ingebruikname van de woningen uitvoering is gegeven aan de aanleg en instandhouding van het vogelweidecompensatieplan als bedoeld in Bijlage 2 behorende bij deze regels. 6.3.4

Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing

Het gebruik van gronden en gebouwen overeenkomstig de in artikel 6.1 bedoelde functies is in strijd met het bestemmingplan zover niet binnen 12 maanden na de ingebruikname van de woningen uitvoering is gegeven aan de aanleg en instandhouding van het landschapsinrichtingsplan als bedoeld in Bijlage 3 behorende bij deze regels.

(vastgesteld)

99

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=acbfd7c4-fc05-42ec-b72c-69a61ed08955