Bestemmingsplan Noordeinde 62a en 62b Roelofarendsveen Reparatieplan-620.160.10-VAST01 Totaal.pdf
Tekst van het document
Vanwege het transport van toxische stoffen van klasse LT3 heeft de A4 een effectgebied van meer dan 4 km. Voor de bestemmingsplannen 'Floraweg en Geestweg', 'Sotaweg 134-150' en 'Bedrijventerreinen A4' heeft de Omgevingsdienst risicoberekeningen voor de A4 uitgevoerd. Het groepsrisico van de A4 in de omgeving van Roelofarendsveen en Oude Wetering ligt onder de oriëntatiewaarde. Het GR wijzigt niet door toevoeging van twee woningen. Ook de oriëntatiewaarde wordt derhalve niet overschreden. Bij een incident met toxische stoffen op de A4 kan een giftige gaswolk ontstaan die de locatie kan bereiken. Bij een dergelijke calamiteit zijn geen bijzondere voorzieningen nodig om de omvang van een ramp te beperken en om de aanwezige personen veiligheid te Mees Ruimte & Milieu | Noordeinde 62A en 62B te Roelofarendsveen
Pagina | 3 6
bieden. Het sluiten van ramen, deuren en ventilatieroosters en het zoveel mogelijk uitschakelen van ventilatiesystemen en alarmering door de sirene van de Veiligheidsregio of bericht van NL-alert, is daarvoor voldoende. Risicovolle inrichtingen Op basis van de risicokaart van Zuid-Holland is in de omgeving van de projectlocatie een tweetal inrichten aanwezig die relevant kunnen zijn. Het betreft een bedrijf gelegen ten noordoosten van de projectlocatie (ca. 900 m, zwembad De Tweesprong B.V.) en een bedrijf ten zuidwesten van de locatie (ca. 1200 m, Dobbe Transport BV). Op onderstaande afbeelding zijn ze weergegeven in het rood, de projectlocatie is globaal omkaderd in het groen.
figuur 5.1 Uitsnede risicokaart Zuid-Holland Ten aanzien van het zwembad geldt dat geen sprake is van een plaatsgebonden risicocontour. Voor Dobbe Transport is dit wel het geval, maar deze bedraagt 20 meter (aangeduid met zwarte lijn). Het invloedsgebied voor het groepsrisico overschrijdt de terreingrens niet. Luchthavenindelingsbesluit Schiphol Het Luchthavenindelingsbesluit Schiphol wordt in de navolgende paragraaf besproken. Hier wordt vermeld dat op grond van voornoemd besluit geen beperkingen gelden ter plaatse van het projectgebied voor zover het gaat om externe veiligheid. Voor het overige wordt verwezen naar paragraaf 5.3. Conclusie De risicobronnen zijn in kaart gebracht. Meest relevante in dezen is de A4 in verband met transport van gevaarlijke stoffen over de weg. Het invloedsgebied ligt over het projectgebied, maar toevoeging van Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van twee woningen.
5.3
LuchthavenindelingsbesluitSchiphol
Het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) is een Algemene Maatregel van Bestuur, die gebaseerd is op de Wet luchtvaart. In de Wet luchtvaart is bepaald dat onder andere bij de vaststelling van een bestemmingsplan het LIB in acht moet worden genomen. Mees Ruimte & Milieu | Noordeinde 62A en 62B te Roelofarendsveen
Pagina | 3 7
In het LIB is o.a. een beperkingengebied vastgesteld waar in verband met de nabijheid van de luchthaven Schiphol met het oog op de veiligheid en de geluidbelasting beperkingen noodzakelijk zijn ten aanzien van de bestemming of het gebruik van de grond. Het beperkingengebied is aangegeven op kaartmateriaal dat onderdeel uitmaakt van het LIB. Het LIB bevat regels over: de bestemming en het gebruik van grond in verband met het externe-veiligheidsrisico vanwege het luchthavenluchtverkeer; de bestemming en het gebruik van grond in verband met de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer; de maximale hoogte van objecten in, op of boven de grond, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer; een bestemming die, of van een gebruik dat, vogels aantrekt, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer. Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft een webapplicatie ontwikkeld waarmee gemakkelijk kan worden beschouwd of een projectgebied binnen zones van het Lib ligt en welke beperkingen dan gelden. Onderstaande afbeelding bevat een uitsnede van de webapplicatie (geraadpleegd d.d. 5 oktober 2018).
figuur 5.2 Uitsnede webapplicatie LIB Schiphol (http://www.lib-schiphol.nl/app/applicatie#nl) De projectlocatie is gelegen in een gebied met hoogtebeperkingen en een toetszone voor windturbines en lasers. Van windturbines en lasers is geen sprake bij onderhavige ontwikkeling. Ten aanzien van de toetshoogte (exclusief radar) geldt dat de beoogde bouwhoogte geen belemmeringen oplevert. Daarbij geldt dat de ingevoerde bouwhoogte iets ruimer genomen is ten opzichte van het werkelijke plan. Overige beperkingen gelden op grond van het LIB niet in dit gebied. Conclusie Het Luchthavenindelingsbesluit Schiphol vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
5.4
Bodem (milieukundig)
Voor bodem en bodemverontreiniging is de Wet bodembescherming (Wbb) inclusief de aanvullende besluiten leidend. In de Wbb wordt een algemeen beschermingsniveau ingesteld voor de bodem ten aanzien van het voorkomen van nieuwe verontreiniging van de bodem. De Wbb geeft regels voor bodemverontreiniging, waarvan sprake is als het gehalte van een stof in de grond of in het grondwater de voor die stof geldende streefwaarde Mees Ruimte & Milieu | Noordeinde 62A en 62B te Roelofarendsveen
Pagina | 3 8
overschrijdt. Of een verontreiniging acceptabel is, hangt af van de aard van de verontreiniging en van de bestemming van de gronden. Het is wettelijk verboden om te bouwen op verontreinigde grond. Om te kunnen bepalen of de bodem in het plangebied geschikt is voor het beoogde gebruik dient bij voorgenomen bouwactiviteiten een bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Op basis van het bestemmingsplan geldt de bestemming 'Woongebied uit te werken 5'. Hierbinnen is in beginsel wonen toegestaan, mits aan diverse ruimtelijke en milieutechnische onderdelen wordt getoetst (artikel 32 bestemmingsplan 'Braassemerland'). Uit de toelichting op het bestemmingsplan blijkt dat de bodemkwaliteit niet is onderzocht voor de vaststelling van dat plan, waardoor de onderzoeksplicht wordt doorgeschoven naar het uitwerkingsplan of een daarmee vergelijkbaar plan. Voor het voorliggende principeverzoek is het aspect bodem eveneens nog niet onderzocht. Indien een positieve grondhouding wordt ingenomen door het college van burgemeester en wethouders, zal dit onderzoek in gang worden gezet.
5.5
Geluid
Wet geluidhinder De Wet geluidhinder biedt vooral in het ruimtelijk spoor bescherming tegen (spoor)weglawaai en industrielawaai van inrichtingen gelegen op een gezoneerd industrieterrein. In de Wet geluidhinder wordt een beperkt aantal typen objecten beschermd. Het gaat hierbij onder andere om woningen. Ten behoeve van de ontwikkeling is door BK Ingenieurs een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek van 20 februari 2018 is toegevoegd aan de bijlagen bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing. In de betreffende rapportage heeft tevens een beoordeling plaatsgevonden van een andere beoogde ontwikkeling. Die ontwikkeling is niet meegenomen in voorliggende principeverzoek. Onderstaand worden de conclusies weergegeven, voor het onderhavige project zijn de resultaten van woning 3 en 4 zoals opgenomen in figuur 1 op pagina 4 van het akoestisch onderzoek van belang. De berekende geluidbelasting voldoet aan de eisen zoals gesteld in de Wet geluidhinder. De berekende geluidbelasting ten gevolge van de Noordeinde en de Braassemdreef voldoet niet aan de voorkeursgrenswaarde, maar wel aan de maximaal toelaatbare waarde. De geluidbelasting ten gevolge van de Roelofoever is in het kader van goede ruimtelijke ordening toelaatbaar. Het aanvragen van een hogere waarde is noodzakelijk.
In verband met de geluidsbelasting als gevolg van het Noordeinde en de Braassemdreef, is een besluit hogere waarden in het kader van de Wet geluidhinder noodzakelijk. Hoofdstuk 5 van het akoestisch onderzoek gaat in op criteria en voorwaarden om in aanmerking te komen voor hogere waarden. Er dient zowel aan één van de algemene criteria en voorwaarden als aan één van de specifieke criteria te worden voldaan. Uit hoofdstuk 5 van het akoestisch onderzoek blijkt dat hieraan kan worden voldaan. Conclusie Wanneer een planologische procedure wordt doorlopen ten behoeve van de beoogde ontwikkeling, wordt daarbij expliciet verzocht een besluit hogere waarden in het kader van de Wet geluidhinder vast te stellen. Indien besloten wordt hogere waarden vast te stellen, treden ten aanzien van het aspect geluid geen belemmeringen op.
Mees Ruimte & Milieu | Noordeinde 62A en 62B te Roelofarendsveen
Pagina | 3 9
5.6
Luchtkwaliteit
Op 15 november 2007 is de paragraaf 5.2 van de Wet milieubeheer gewijzigd (Hoofdstuk 5 titel 2 Wm, Staatsblad 2007, 414) en zijn in bijlage 2 van de Wet milieubeheer vernieuwde luchtkwaliteitseisen opgenomen. Gelijktijdig zijn de ministeriële regeling Beoordeling luchtkwaliteit 2007 (Staatscourant 2007, 220), het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) (Besluit NIBM) en de bijbehorende ministeriële Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) (Regeling NIBM) in werking getreden. Een belangrijk element uit deze wetswijziging is het begrip 'niet in betekenende mate' (NIBM). Luchtkwaliteitseisen vormen nu geen belemmering voor ontwikkelingen, als: geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; of een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; of een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging; of een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).
AMvB 'niet in betekenendemate' In het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) (Besluit NIBM) en de bijbehorende ministeriële Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. De grenswaarde voor 'niet in betekenende mate' komt overeen met 1,2 microgram/m3 (µg/m3 ) voor zowel fijnstof (PM10) als stikstofdioxide (NO2). In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. Op 7 juni 2012 is het Besluit niet in betekenende mate bijdragen aangepast, zodat het mogelijk wordt gemaakt om bij ministeriële regeling (Regeling NIBM) bepaalde gebieden en bepaalde broncategorieën aan te wijzen waarbinnen geen gebruik meer kan worden gemaakt van de NIBM-grond. Het zal gaan om gebieden waar de grenswaarde voor PM10 wordt overschreden of waar overschrijding van de grenswaarde dreigt.
Dit betreft naar verwachting een enkele gemeente in Noord-Brabant, Limburg en Gelderland met veel intensieve veehouderijen, pluimveehouderijen in het bijzonder. De aanwijzing van gebieden en broncategorieën zal plaatsvinden in nauwe samenspraak met betrokken overheden en sectoren en zal gepubliceerd worden in de Regeling NIBM. Als een project voor één stof de grenswaarde van 1,2 µg/m3 overschrijdt, dan verslechtert het project 'in betekenende mate' de luchtkwaliteit. De grenswaarde van 1,2 µg/m3 is in de Regeling niet in betekenende waarde uitgewerkt in concrete voorbeelden, waaronder: 1. woningbouw: 1.500 woningen netto bij één ontsluitende weg en 3.000 woningen bij twee ontsluitende wegen; 2. kantoorlocaties: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij één ontsluitende weg en 200.000 m2 bruto vloeroppervlak bij twee ontsluitende wegen. Bij dit project is sprake van de realisatie van slechts twee woningen. Het project draagt daarom niet in betekenende mate bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit aldaar. Goed woon- en leefklimaat Met behulp van de NSL Monitoringstool is op 15 september 2017 bepaald wat de huidige achtergrondconcentraties zijn ter plaatse van het plangebied (bron: https://www.nsl-monitoring.nl/). Dit om te bepalen of voor de bewoners van omliggende Mees Ruimte & Milieu | Noordeinde 62A en 62B te Roelofarendsveen
Pagina | 4 0
woningen een goed woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd. Uit de saneringstool blijkt dat ter plaatse van de projectlocatie (dichtstbijzijnde rekenpunt is gelegen nabij de Boeweg, id. 15848400) de grootschalige achtergrondconcentraties in 2020 van fijnstof PM10, fijnstof PM2,5 en van stikstofdioxide NO2 onder de grenswaarde voor toetsing liggen. Hierdoor kan worden gesteld dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
tabel 5.2 Achtergrondconcentraties ter plaatse van projectgebied (bron: NSL Monitoringstool) Conclusie Het project draagt niet in betekenende mate bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Bovendien kan een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd worden. Het aspect luchtkwaliteit vormt daarom geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
5.7
Ecologie
Sinds 1 januari 2017 is één wet van toepassing die de natuurwetgeving in Nederland regelt: de Wet natuurbescherming. De wet ligt in de lijn van Europese wetgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De Wet natuurbescherming vervangt de Boswet, de Flora- en Faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998. Wet natuurbescherming Via de Wet natuurbescherming wordt de soortenbescherming en gebiedsbescherming geregeld. De soortenbescherming heeft betrekking op alle in het wild levende planten en dieren, voor alle soorten geldt de algemene zorgplicht. Voor specifiek beschermde soorten gelden aanvullen regels. Gebiedsbescherming wordt geregeld middels de Natura 2000-gebieden. Daarnaast kan de provincie ervoor kiezen om een gebied aan te wijzen als bijzonder nationaal natuurgebied- of landschap of als Nationaal Natuurnetwerk (NNN). Welke soorten planten en dieren wettelijke bescherming genieten, is vastgelegd in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Dat houdt in dat, bij planvorming, uitdrukkelijk rekening gehouden moet worden met gevolgen, die ruimtelijke ingrepen hebben, voor instandhouding van de beschermde soort. Natuurnetwerk Nederland De term EHS werd in 1990 geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan (NBP) van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. In 2013 veranderde de naam van Ecologische Hoofdstructuur naar Natuurnetwerk Nederland (NNN).
De NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. De NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. De NNN is gerelged in Verordening Ruimte (geconsolideerde versie 2018) van de provincie Zuid-Holland. Bij ruimtelijke plannen dient te worden getoetst of het projectgebied in het NNN gelegen is. Wanneer mogelijk een externe werking uitgaat van het project, dient tevens te worden beoordeeld of de projectlocatie in de nabijheid van het NNN gelegen is. Relatie tot het projectgebied Ten behoeve van deze en een andere ontwikkeling (niet meegenomen in voorliggend principeverzoek) is door ecologisch onderzoeksbureau DresmévanderValk een ecologische quicscan uitgevoerd. De quickscan van 5 oktober 2018 is opgenomen in de bijlagen bij voorliggend document. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een Mees Ruimte & Milieu | Noordeinde 62A en 62B te Roelofarendsveen
Pagina | 4 1
veldonderzoek. Onderstaand worden de resultaten besproken. Soortenbescherming Binnen het projectgebied worden geen beschermde soorten verwacht. Een nader onderzoek of een ontheffing van de Wet natuurbescherming is niet nodig. Mogelijk komen de algemene soorten egel, (spits)muis en gewone pad voor binnen het projectgebied met een mogelijke verblijfplaats in de te slopen schuur, en daar geldt de zorgplicht voor. De zorgplicht houdt in dat tijdens het slopen van de schuur rekening wordt gehouden met de aanwezigheid van deze soorten en dat deze de kans krijgen om weg te vluchten naar veilig gebied. Aan de zorgplicht wordt verder voldaan als rekening wordt gehouden met mogelijke broedvogels. Indien in het broedseizoen (15 maart - 15 juli) wordt gestart met werkzaamheden dient door een ecoloog te worden gecontroleerd of broedvogels aanwezig zijn. Broedgevallen zijn altijd beschermd. Indien ruim voor het broedseizoen is gestart met werkzaamheden en deze tussentijds niet langer dan een paar dagen worden onderbroken, kunnen broedgevallen door de aanhoudende verstoring worden uitgesloten. Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden De projectlocatie is niet gelegen in of in de nabijheid van een Natura 2000-gebied. Onderstaande afbeelding maakt de ligging van het projectgebied ten opzichte van deze gebieden inzichtelijk.
Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is de Nieuwkoopse plassen & de Haeck, op een afstand van circa 12 kilometer. Gelet op de grote afstand tot het Natura 2000-gebied en de omvang van de ontwikkeling zijn negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied uit te sluiten.
figuur 5.3 Natura 2000-gebieden nabij projectgebied (bron: quickscan ecologie, DresmévanderValk) Figuur 5.4 laat bovendien zien dat de projectlocatie ook niet gelegen is binnen het NNN. Er is gaat gelet op de omvang van de ontwikkeling bovendien geen externe werking uit van de ontwikkeling.
Mees Ruimte & Milieu | Noordeinde 62A en 62B te Roelofarendsveen
Pagina | 4 2
figuur 5.4 NNN/EHS nabij projectgebied (bron: quickscan ecologie, DresmévanderValk) Ook ligt het projectgebied ook niet in of in de nabijheid van een belangrijk weidevogelgebied, zie figuur 5.4.
figuur 5.5 Weidevogelgebieden omgeving projectgebied (bron: quickscan ecologie, DresmévanderValk). Tot slot is op figuur 5.6 te zien dat de projectlocatie niet gelegen is in, of in de nabijheid van gebieden ten behoeve van de Strategische reservering natuur. Het gaat hierbij om gebieden voor de nog te realiseren nieuwe natuur die substantieel bijdraagt aan de Natura 2000- en/of Kaderrichtlijn Water-doelen, maar waarvoor tot 2027 onvoldoende zekerheid van realisatie is. Het maakt daarom nog geen onderdeel uit van het NNN maar dient wel beschouwd te worden.
Mees Ruimte & Milieu | Noordeinde 62A en 62B te Roelofarendsveen
Pagina | 4 3
figuur 5.6 Projectgebied t.o.v. strategische reservering natuur (bron: http://pzh.b3p.nl/viewer/app/NNN) Conclusie Een ontheffing of vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. Bij uitvoering van de werkzaamheden wordt rekening gehouden met de zorgplicht zoals in het onderzoek omschreven. Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
5.8
M.e.r.-beoordeling
De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt een m.e.r.-plicht. Kunnen deze belangrijke nadelige milieugevolgen wel uitgesloten worden, dan is een m.e.r. niet noodzakelijk. Een stedelijke ontwikkelingsproject, zoals ontwikkeling van woningen, is vermeld in de bijlagen van het Besluit m.e.r. onder D 11.2. Een stedelijke ontwikkeling is m.e.r.-beoordelingsplichtig wanneer het betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Omdat niet wordt voldaan aan die criteria, is geen m.e.r.-beoordeling nodig.
Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst die beneden de drempelwaarden vallen, dient een toets uitgevoerd te worden of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is het gevolg van de uitspraak van het Europese hof van Mees Ruimte & Milieu | Noordeinde 62A en 62B te Roelofarendsveen
Pagina | 4 4
15 oktober 2009 (zaak C-255/08) over de manier waarop de EU-richtlijn in de Nederlandse regelgeving was geïmplementeerd, één van de aanleidingen voor de aanpassing van het Besluit m.e.r. De essentie van die uitspraak is dat altijd m.e.r. noodzakelijk is als belangrijke nadelige milieugevolgen niet kunnen worden uitgesloten. De vorm van een vorm-vrije m.e.r. is niet bepaald, maar de inhoud waar een m.e.r.-beoordeling aan dient te voldoen is wel bepaald (Bijlage III van de Europese richtlijn 2011/92/EU). In de vormvrije m.e.r. dient de volgende inhoud zijn vermeld: 1. Kenmerken van de projecten; 2. Plaats van de projecten; 3. Kenmerken van het potentiële effect. 1. Kenmerken van de projecten De voorgenomen ontwikkeling behelst de realisatie van twee woningen (twee-onder-één-kap). Hiertoe wordt een bestaande schuur gesloopt. Er wordt geen kelder aangelegd. 2. Plaats van de projecten De projectlocatie is gelegen in de bebouwingslint van het Noordeinde te Roelofarendsveen. De projectlocatie valt onder een gebied waar archeologische vondsten verwacht kunnen worden. De locatie ligt niet in, of in de nabijheid van, een Natura 2000-gebied of het NNN. 3.
Kenmerken van het potentiële effect Aangezien slechts twee woningen worden gebouwd in een gebied waar reeds woningbouw aanwezig is, is zoals uit voorgaande paragrafen ook is gebleken, geen significant negatief effect op het milieu te verwachten. Voor het project is archeologisch onderzoek en eclogisch onderzoek uitgevoerd. Daaruit blijkt dat archeologische en ecologische waarden niet aanwezig zijn dan wel niet worden geschaad als gevolg van de ontwikkeling. Hierdoor is het niet zinvol een milieueffectrapportage voor dit project te laten uitvoeren.
Mees Ruimte & Milieu | Noordeinde 62A en 62B te Roelofarendsveen
Pagina | 4 5
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. Dit wordt enerzijds bepaald door de financiële haalbaarheid van het plan en anderzijds door de wijze van kostenverhaal door de gemeente (grondexploitatie). De voorgenomen ontwikkeling betreft een particulier initiatief, waarvoor reeds de benodigde financiële middelen zijn gereserveerd. De gemeente beperkt zich tot het verlenen van planologische medewerking aan de uitvoering van het plan en draagt geen financiële risico's voor de realisatie. Het verhaal van eventuele grondexploitatiekosten is verzekerd via een anterieure overeenkomst in de zin van artikel 6.24 Wro tussen de gemeente en initiatiefnemer. Van het vaststellen van een exploitatieplan kan dus worden afgezien. De economische uitvoerbaarheid van het plan wordt gegarandeerd door de initiatiefnemer. De initiatiefnemer verklaart dat de realisatie en de begeleiding van het plan voor eigen rekening wordt genomen. Van belang is ook dat reeds zicht is op kopers van de woningen.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Voor dit plan zal de uitgebreide procedure worden gevolgd zoals die is beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Door het voeren van de genoemde procedure, met de daarbij behorende zienswijzen- en beroepsprocedure, wordt de maatschappij betrokken bij het plan. Tijdens de ter inzagelegging van het ontwerpbesluit bestaat de mogelijkheid voor een ieder gedurende deze periode van zes weken mondeling dan wel schriftelijk zienswijzen in te dienen. Vervolgens bestaat de mogelijkheid voor belanghebbenden in beroep te gaan en / of om een voorlopige voorziening aan te vragen bij de Raad van State ten tijde van de ter inzagelegging van het vastgestelde besluit. De bestuursrechter doet uitspraak binnen zes maanden na afloop van de beroepstermijn. Met bovenstaande procedures wordt de maatschappelijke betrokkenheid afdoende gewaarborgd.
Mees Ruimte & Milieu | Noordeinde 62A en 62B te Roelofarendsveen
Pagina | 4 6
Bijlage 2 AERIUS-berekeningen, KuiperCompagnons, 14 december 2020 Bestemmingsplan “Braassemerland – Noordeinde 62a en 62b” Toelichting Vaststelling
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RdoJEzxKQ9aG (14 december 2020) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
KuiperCompagnons
Noordeinde 62a, 1111AA Braassemerland
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Braassemerland
RdoJEzxKQ9aG
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
14 december 2020, 11:46
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
60,00 kg/j
NH3
1,00 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Bouw 2 woningen Noordeinde 62a 620.160.10 Emissie factor 10 hoger dan gemiddeld
Situatie 1
RdoJEzxKQ9aG (14 december 2020) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Aanleg Noordeinde 2 woningen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
Resultaten
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
1,00 kg/j
60,00 kg/j
RdoJEzxKQ9aG (14 december 2020) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam
Situatie 1
Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Aanleg Noordeinde 2 woningen 103240, 468244 60,00 kg/j 1,00 kg/j
Voertuig
Omschrijving
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
AFW
Aanlegfase
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
60,00 kg/j 1,00 kg/j
Situatie 1
RdoJEzxKQ9aG (14 december 2020) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201124_13fd900ebd Database versie 2020_20201124_13fd900ebd Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
RdoJEzxKQ9aG (14 december 2020) pagina 5/5
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. Rh3G2Pnvvuma (14 december 2020) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
KuiperCompagnons
Noordeinde 62a, 1111AA Braassemerland
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Braassemerland
Rh3G2Pnvvuma
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
14 december 2020, 11:45
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
6,00 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Bouw 2 woningen Noordeinde 62a 620.160.10
Situatie 1
Rh3G2Pnvvuma (14 december 2020) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Aanleg Noordeinde 2 woningen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
Resultaten
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
< 1 kg/j
6,00 kg/j
Rh3G2Pnvvuma (14 december 2020) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam
Situatie 1
Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Aanleg Noordeinde 2 woningen 103240, 468244 6,00 kg/j < 1 kg/j
Voertuig
Omschrijving
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
AFW
Aanlegfase
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
6,00 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
Rh3G2Pnvvuma (14 december 2020) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201124_13fd900ebd Database versie 2020_20201124_13fd900ebd Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
Rh3G2Pnvvuma (14 december 2020) pagina 5/5
Bijlage 3 Akoestische berekeningen, KuiperCompagnons, december 2020 Bestemmingsplan “Braassemerland – Noordeinde 62a en 62b” Toelichting Vaststelling
0m
Noordeinde 62a
620.160.10
Wegen Bodemgebieden Gebouwen Hulpvlakken
80 m
2b
schaal = 1 : 2000
1b
1a
2a
468200
Wegvaknummering
103200
KuiperCompagnons
103000 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [Perceel 3825 - Noordeinde 62A; verkeerscijfers bp Braassemerland 2018) , Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: KuiperCompagnons
Verkeersgegevens lokale wegen prognosejaar 2030 bestemmingsplan Noordeinde 62a. Wegnummer Naam weg Intensiteit Daguur [%] Licht [%] Middel [%] Zwaar [%] 1a Braassemerdreef 10770 6,47 85,00 11,00 4,00 1b Braassemerdreef 10770 6,47 85,00 11,00 4,00 2a Noordeinde 2400 6,71 91,30 6,21 2,48 2b Noordeinde 2400 6,71 91,30 6,21 2,48
Avonduur [%] 3,57 3,57 2,38 2,38
Licht [%] Middel [%] Zwaar [%] Nachtuur [%] Licht [%] Middel [%] Zwaar [%] Rijsnelheid Wegdek 85,00 10,50 4,50 1,01 85,00 10,00 5,00 50 Referentiewegdek 85,00 10,50 4,50 1,01 85,00 10,00 5,00 30 Referentiewegdek 96,49 3,51 0,00 1,25 90,00 6,67 3,33 50 Referentiewegdek 96,49 3,51 0,00 1,25 90,00 6,67 3,33 30 Referentiewegdek
periode:
Lden Inclusief groepsreducties
0 - 40 dB 40 - 45 dB 45 - 50 dB 50 - 55 dB 55 - 60 dB 60 - 65 dB 65 - 99 dB
468400
0m
Noordeinde 62a
620.160.10
Wegen Bodemgebieden Gebouwen
100 m schaal = 1 : 2500
468200
Overzicht rekenmodel wegverkeerslawaai conform Standaardrekenmethode 2
103200
103400
KuiperCompagnons
102800 103000 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [Perceel 3825 - Noordeinde 62A; verkeerscijfers bp Braassemerland 2018] , Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: KuiperCompagnons
periode: groep: 468300
Lden 50 km Inclusief groepsreducties
Noordeinde 62a
620.160.10
Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen
0 - 40 dB 40 - 45 dB 45 - 50 dB 50 - 55 dB 55 - 60 dB 60 - 65 dB 65 - 99 dB
0m
40 m
35/43/47 schaal = 1 : 1000
41/43/44 35/40/42 26/28/30
468200
Berekeningsresultaten 50 km-deel Braassemerdreef Verkeersgegevens 2030 bestemmingsplan Braassemerland 2018 (4CAST) De resultaten zijn gereduceerd met 5 dB ex artikel 110g Wgh
103300
KuiperCompagnons
103200 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [Perceel 3825 - Noordeinde 62A; verkeerscijfers bp Braassemerland 2018] , Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: KuiperCompagnons
periode: groep: 468300
Lden 50 km Inclusief groepsreducties
Noordeinde 62a
620.160.10
Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen
0 - 40 dB 40 - 45 dB 45 - 50 dB 50 - 55 dB 55 - 60 dB 60 - 65 dB 65 - 99 dB
0m
40 m
36/27/31 schaal = 1 : 1000
23/23/26 43/45/45 44/46/46
468200
Berekeningsresultaten 50 km-deel Noordeinde Verkeersgegevens 2030 bestemmingsplan Braassemerland 2018 (4CAST) De resultaten zijn gereduceerd met 5 dB ex artikel 110g Wgh
103300
KuiperCompagnons
103200 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [Perceel 3825 - Noordeinde 62A; verkeerscijfers bp Braassemerland 2018] , Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: KuiperCompagnons
periode: groep: 468300
Lden Wegen
Noordeinde 62a
620.160.10
Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen
0 - 40 dB 40 - 45 dB 45 - 50 dB 50 - 55 dB 55 - 60 dB 60 - 65 dB 65 - 99 dB
0m
45/51/54
40 m schaal = 1 : 1000
47/50/52 49/51/52 50/51/51
468200
Berekeningsresultaten 50 en 30 km-deel Braassemerdreef en Noordeinde Verkeersgegevens 2030 bestemmingsplan Braassemerland 2018 (4CAST) De resultaten zijn niet gereduceerd ex artikel 110g Wgh
103300
KuiperCompagnons
103200 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [Perceel 3825 - Noordeinde 62A; verkeerscijfers bp Braassemerland 2018] , Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: KuiperCompagnons
REGELS
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
2 2 9
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bestemmingsregels Tuin Wonen Waarde - Archeologie 1
11 11 12 15
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Specifieke gebruiksregels
17 17 18 20 22 23
Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
24 24 25
Bijlage 1
Staat van Bedrijfsactiviteiten
26
Bijlage 2
Nota parkeernormen 2018
33
2
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 1.1
Begrippen
plan:
het bestemmingsplan "Braassemerland - Noordeinde 62a en 62b" van de gemeente Kaag en Braassem. 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO met de bijbehorende regels en bijlagen. Verdere begrippen in alfabetische volgorde: 1.3
aan huis verbonden beroep:
een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, ontwerptechnisch, adviesgevend of daarmee gelijk te stellen dienstverlenend beroep, als ook ondergeschikte detailhandel ten dienste van het dienstverlenend beroep, dat uitsluitend door de bewoner(s) van de woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.4
aan huis verbonden bedrijf:
een bedrijf, gericht op het verlenen van diensten en/of het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid (geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen), dat is opgenomen in categorie 1 of 2 van de bij deze regels behorende bijlage 1 'Staat van Bedrijfsactiviteiten'; als ook ondergeschikte detailhandel ten dienste van het aan huis verbonden bedrijf en webwinkels zonder afhaalmogelijkheid, dat uitsluitend door de bewoner(s) van de woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.5
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7
achtererfgebied:
erf achter de lijn, die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.8
antenne-installatie:
Installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbijbehorende bevestigingsconstructie;
Bestemmingsplan “Braassemerland – Noordeinde 62a en 62b” Regels Vaststelling
3
1.9
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.10
bebouwingspercentage:
de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen op een bouwperceel, in procenten van de oppervlakte van dat bouwperceel; 1.11
bed and breakfast:
de verzameling van voor publiek toegankelijke, besloten ruimtes waarin al dan niet bedrijfsmatig recreatief nachtverblijf, niet zijnde permanente bewoning door een persoon, gezin of andere groep van personen, wordt verstrekt en in directe relatie daarmee ontbijt wordt aangeboden als nevenfunctie van de bestaande geldende bestemming; 1.12
bedrijfsareaal:
De hoeveelheid aaneengesloten gronden in eigendom bij één agarisch bedrijf of in langdurige pacht bij één agarisch bedrijf; 1.13
bedrijfsmatige activiteiten:
handelingen voor de uitoefening van enig bedrijf of beroep; 1.14
bedrijfswoning:
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, slechts bedoeld voor (het huishouden van) één of meer personen, wiens huisvesting ter plaatse noodzakelijk is, gelet op de bestemming van het gebouw en/of terrein; 1.15
bestaand:
bij bouwwerken:
bestaand of in uitvoering op het moment dat de ter inzage legging van het vigerende bestemmingsplan als ontwerp, dan wel op dat tijdstip vergund; na dat tijdstip mag worden gebouwd krachtens de Woningwet, waarbij de aanvraag tot omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk voor dat tijdstip is ingediend.
bij gebruik:
bestaand ten tijde van het in kracht worden van het vigerende bestemmingsplan;
1.16
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak; 1.17
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.18
bijbehorende bouwwerken:
hieronder worden begrepen: Aan- of uitbouw: een aan een hoofgebouw aangebouwd gebouw dat functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw is verbonden en door zijn verschijningsvorm een ondergeschikte bouwmassa vormt;
Bestemmingsplan “Braassemerland – Noordeinde 62a en 62b” Regels Vaststelling
4
Bijgebouw: een vrijstaand gebouw dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch en functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.19
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.20
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak; 1.21
bouwlaag:
een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen binnenwerks is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en ruimte onder de kap; 1.22
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. Bij woningen betreft dit het het gehele perceel inclusief voor- en zijtuinen; 1.23
bouwperceelgrens:
de grens van een bouwperceel; 1.24
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.25
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.26
dagrecreatie:
activiteiten gericht op ontspanning in de vrije tijd zoals sport en spel, natuurbeleving, amusement en uitstapjes, die uitsluitend plaatsvinden binnen een tijdsbestek van een dag, zonder overnachting en waartoe tevens kleinschalige horeca-activiteiten worden gerekend; 1.27
dakkapel:
Een constructie ter vergroting van een gebouw, welke zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst, achter de goothoogte; 1.28
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf; 1.29
dienstverlening:
Het verrichten van economische en maatschappelijke diensten ten behoeve van anderen; Bestemmingsplan “Braassemerland – Noordeinde 62a en 62b” Regels Vaststelling
5
1.30
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.31
geschakelde woning:
een woning, waarvan het hoofdgebouw door middel van een bijbehorend bouwwerk verbonden is aan een ander hoofdgebouw en waarbij één zijgevel van het hoofdgebouw in de zijdelingse perceelsgrens wordt gebouwd; 1.32
gestapelde woning:
een woning in een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat al dan niet met daarbij behorende bergingen waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid, al dan niet direct vanaf het voetgangersniveau, gewaarborgd is; 1.33
hoofdgebouw:
een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.34
horeca:
een bedrijf gericht op het verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide en al dan niet ter plaatse te nuttigen dranken en/of etenswaren en/of het verstrekken van logies en/of het exploiteren van zaalaccommodaties; 1.35
kantoren:
een ruimte die door haar aard, indeling en inrichting is bedoeld voor het beroepsmatig/bedrijfsmatig verlenen van diensten van hoofdzakelijk administratieve aard en daarmee gelijk te stellen werkzaamheden, met geen of slechts een ondergeschikte baliefunctie; 1.36
maatschappelijke voorzieningen:
educatieve, sociale, medische, culturele, levensbeschouwelijke, sport en recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening alsmede soortgelijke voorzieningen, of een combinatie daarvan, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.37
ondergronds bouwwerk:
een gedeelte van een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen beneden maaiveld; 1.38
onderkomen:
voor verblijf geschikt, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- of vaartuig, ark, kampeermiddel en soortgelijk verblijfsmiddel, voor zover deze niet als bouwwerk is aan te merken; 1.39
overkapping:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een (overwegend) gesloten dak; 1.40
peil:
voor een gebouw of bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; Bestemmingsplan “Braassemerland – Noordeinde 62a en 62b” Regels Vaststelling
6
voor een gebouw of bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld voor het begin van de bouw;
1.41
perceelsgrens:
algemeen
grens van een perceel
voor
de grens van een perceel gelegen aan de zijde van de voorgevel van de woning
zij
de grens tussen twee percelen, die voor- en achterzijde van een perceel verbindt
achter
de van de weg afgekeerde grens van een perceel
indien meerdere zijden van het perceel van de weg afgekeerd zijn, wijzen burgemeester en wethouders een achterste perceelsgrens aan; 1.42
perifere detailhandel:
onder perifere detailhandel wordt verstaan: a. tuincentra; b. bouwmarkten; c. meubelbedrijven (inclusief in ondergeschikte mate woninginrichting en stoffering) met een bruto vloeroppervlak tot 1.000 m2 niet zijnde detailhandel in keukens, badkamers, vloerbedekking, parket, zonwering en jacuzzi's; 1.43
permanente bewoning:
bewoning door een persoon, gezin of door andere groepen van personen van een voor recreatieve bewoning bedoelde ruimte als hoofdverblijf c.q. vaste woon- of verblijfplaats langer dan 20 weken, waarbij niet aannemelijk is gemaakt dat elders daadwerkelijk over een hoofdverblijf wordt beschikt; 1.44
productiegebonden detailhandel:
detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie; 1.45
recreatief nachtverblijf:
recreatie in ruimten welke zijn bestemd of opgericht voor recreatief nachtverblijf door personen die hun hoofdverblijf elders hebben; 1.46
rijwoningen:
bebouwing waarbij de hoofdgebouwen aan beide zijden in de perceelsgrens zijn gebouwd, met dien verstande dat de eindwoning slechts aan één zijde in de zijdelingse perceelsgrens hoeft te worden gebouwd; 1.47
seksinrichting:
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang als zij het bedrijfsmatig, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische- of pornografische aard plaatsvinden. Hieronder wordt tevens verstaan een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub, (raam)prostitutiebedrijf en een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;
Bestemmingsplan “Braassemerland – Noordeinde 62a en 62b” Regels Vaststelling
7
1.48
Staat van bedrijfsactiviteiten:
de staat van bedrijfsactiviteiten die als bijlage bij deze regels behorende onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen; 1.49
stacaravan:
een kampeermiddel, al dan niet voorzien van wielen en/of andere voor deelneming aan het wegverkeer bruikbare onderdelen, dat mede gelet op de afmetingen en constructie, kennelijk niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen te worden voortbewogen; 1.50
twee-aaneen gebouwde woning:
een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee aaneengebouwde woningen; 1.51
verblijfsrecreatieve onderkomens:
onderkomens bedoeld voor tijdelijk recreatief nachtverblijf van personen die elders hun hoofdverblijf hebben; hieronder vallen onder andere kampeermiddelen, stacaravans, chalets en recreatiewoningen. De verblijfsrecreatieve onderkomens worden onderverdeeld in de volgende categorieën: a. categorie 1: kampeermiddelen, geen gebouwen zijnde (bijv. tenten of caravans op seizoensplaatsen); b. categorie 2: verblijfsrecreatieve gebouwen tot 36 m 2 (bijv. stacaravans, trekkershutten); c. categorie 3: verblijfsrecreatieve gebouwen tot 60 m2 (bijv. stacaravans, chalets, recreatiewoningen op daarvoor bestemde terreinen); d. categorie 4: verblijfsrecreatieve gebouwen tot 90 m 2 (bijv. vrijstaande recreatiewoningen); 1.52
voorgevel:
een op de openbare toegankelijk gebied georiënteerde gevel van een hoofdgebouw dat maximaal één voorgevel heeft;
Bestemmingsplan “Braassemerland – Noordeinde 62a en 62b” Regels Vaststelling
8
1.53
voorgevellijn:
een denkbeeldige, dan wel op de verbeelding middels de figuur gevellijn aangegeven, lijn die direct langs een voorgevel van een gebouw of in het verlengde ervan is gelegen; 1.54
voorzieningen van openbaar nut:
voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer; 1.55
vrijstaande woning:
een woning die vrij staat van een andere woning; 1.56
weg:
een weg als bedoeld in artikel 1, lid 1, sub b van de Wegenverkeerswet 1994; 1.57
woning:
een gebouw of gedeelte van een gebouw, geschikt en bestemd voor huisvesting van niet meer dan één huishouden;
Bestemmingsplan “Braassemerland – Noordeinde 62a en 62b” Regels Vaststelling
9
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten: 2.1
De afstand tot de (zijdelingse) perceelsgrens
De kortste afstand van enig punt van een gebouw tot de (zijdelingse) perceelsscheiding van het bouwperceel, met daarin geen onderscheid tussen bodem of water. 2.2
Afstand tussen gebouwen
De kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen zowel haaks als evenwijdig gepositioneerd. 2.3
De bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde
Bij bouwwerk op vlak maaiveld:
tussen bovenkant van het bouwwerk (bij beweegbare delen te meten in de uiterste stand) en het peil.
Bij bouwwerken op talud of dijk: 2.4
bovenkant van het bouwwerk (bij beweegbare delen te meten in de uiterste stand) en het gemiddelde maaiveldpeil van het aansluitend afgewerkt terrein voor het begin van de bouw. Lengte, breedte en diepte van een bouwwerk
Tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en/of hart van scheidsmuren, gemeten 1,0 m boven peil. 2.5
De bouwhoogte van een gebouw
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.6
Bebouwingspercentage
Een in de regels aangegeven percentage dat de grootte van het deel van een bouwperceel c.q. bouwvlak of bestemmingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden gebouwd. Hierbij worden ondergrondse bouwwerken die zichtbaar zijn boven peil meegerekend, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen. 2.7
De goothoogte van een bouwwerk
Bij bouwwerk op vlak maaiveld:
de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel tot aan peil.
Bij bouwwerken op talud of dijk: 2.8
de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel tot het gemiddelde maaiveldpeil van het aansluitend afgewerkt terrein. De oppervlakte van een gebouw
Tussen (de buitenste verticale projecties van) de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren op 1,0 m boven peil.
Bestemmingsplan “Braassemerland – Noordeinde 62a en 62b” Regels Vaststelling
10
2.9
De oppervlakte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk, met inbegrip van de buitenste verticale projecties van overkappingen. 2.10
Vloeroppervlak van een gebouw
Gemeten (op alle bouwlagen) op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, of tot het hart van de desbetreffende scheidingsconstructie, indien de binnenruimte van het gebouw grenst aan de binnenruimte van een ander gebouw. 2.11
Inhoud van een gebouw
Boven peil tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, buitenzijde van de gevels en/of het hart van de gemeenschappelijke scheidingsmuren en de buitenzijde van daken dit met inbegrip van aangebouwde bijgebouwen en dakkapellen. 2.12
Inhoud van een bouwwerkm geen gebouw zijnde
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de gemeenschappelijke scheidingsmuren en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.13
De dakhelling
Langs het dakvlak ten opzicht van het horizontale vlak. 2.14
De hoogte van een windturbine
Vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine. 2.15
De hoogte van een zendmast voor telecommunicatie e.d.
Gemeten tussen de onderkant van de voet van de mast en het hoogste punt van de mast, het antenneopstelpunt daaronder begrepen. 2.16
Lengte, breedte en diepte van een steiger
De lengte, breedte en diepte van een steiger gemeten zoals opgenomen in de onderstaande afbeelding.
Bestemmingsplan “Braassemerland – Noordeinde 62a en 62b” Regels Vaststelling
11
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 3.1
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; groenvoorzieningen; parkeervoorzieningen; insteekhavens;
met daaraan ondergeschikt: e. nutsvoorzieningen; f. waterlopen en waterpartijen. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen geldt de volgende bepaling: a. het bouwen van gebouwen is niet toegestaan; 3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 1 m bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2 m bedragen. 3.2.3
Overkappingen
Voor het bouwen van overkappingen geldt de volgende bepaling: a. op deze gronden mogen geen overkappingen worden gebouwd. 3.2.4
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouder kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.1 sub a ten einde aangebouwde bijbeborende bouwwerken (erkers) bij de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen toe te staan onder voorwaarde dat: a. de voorgevelbouwgrens van het hoofdgebouw met maximaal 1 meter mag worden overschreden; b. de breedte van de aangebouwde bijbehorende bouwwerken niet meer mag bedragen dan 2/3 van de breedte van de voorgevel van het oorspronkelijke hoofdgebouw.
Bestemmingsplan “Braassemerland – Noordeinde 62a en 62b” Regels Vaststelling
12
Artikel 4 4.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroep; b. insteekhavens; met daarbij behorende: c. tuinen en erven; d. parkeervoorzieningen; met daaraan ondergeschikt: e. wegen, paden en bermen; f. waterlopen en waterpartijen; g. groenvoorzieningen. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. voor zover is aangegeven mogen uitsluitend de woningtypen worden gebouwd: 1. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - twee-aaneen' voor twee-aaneen gebouwde woningen. c. het bestaande aantal woningen ten tijde van het ter visie leggen van het ontwerpbestemmingsplan mag niet worden vermeerderd. Voor zover in de bestaande situatie nog geen woningen aanwezig zijn, mag het aantal woningen niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven; d. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt bij twee-aaneen gebouwde 3 m aan één zijde; e. de goothoogte respectievelijk bouwhoogte van gebouwen binnen het bouwvlak mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'. 4.2.2
Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. bijbehorende bouwwerken worden uitsluitend gebouwd binnen het bouwvlak of in het achtererfgebied; b. bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd. Indien de bestaande afstand minder bedraagt dan 1 m, dan betreft de bestaande afstand de minimale afstand achter de voorgevellijn; c. de goothoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,3 m; d. de bouwhoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 6 m; e. de goothoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 3 m; f. de bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 6 m; g. in afwijking van het bepaalde onder e en f is ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' een vrijstaand bijbehorend bouwwerk toegestaan met een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 en 8 m;
Bestemmingsplan “Braassemerland – Noordeinde 62a en 62b” Regels Vaststelling
13
h. de maximale gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken (uitgezonderd overkappingen) bedraagt: Totale oppervlakte per bouwperceel
Maximale gezamenlijke oppervlakte
tot 300 m2
60 m2
van 300 m2 tot 500 m2
80 m2
van 500 m2 tot 750 m2
90 m2
van 750 m2 tot 1.000 m2
100 m2
van 1.000 m2 en meer
150 m2
Met dien verstande dat het achtererf voor maximaal 50% bebouwd mag worden. i.
indien de bestaande oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken de maximale gezamelijke oppervlakte als genoemd onder h overschrijdt, geldt de bestaande oppervlakte als maximum.
4.2.3
Nutsvoorzieningen
Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen gelden de volgende bepalingen: a. de maximale hoogte mag niet meer dan 3 m bedragen; b. de oppervlakte mag niet meer dan 25 m2 bedragen. 4.2.4
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 2 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel of direct grenzend aan de bestemming 'Water' maximaal 1 m mag bedragen; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2,5 m bedragen. 4.2.5
Overkappingen
Voor het bouwen van overkappingen gelden de volgende bepalingen: a. overkappingen mogen, achter de voorgevellijn, binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de maximale bouwhoogte van een overkapping bedraagt 3 m, met dien verstande dat de maximale oppervlakte 30 m2 bedraagt; c. per bouwperceel is niet meer dan 1 overkapping toegestaan. 4.3
Specifieke gebruiksregels
4.3.1
Algemeen
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het vrijstaande bijbehorende bouwwerken betreft; b. seksinrichtingen. 4.3.2
Voorwaardelijke verplichting – bodemsanering
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van nieuwe bebouwing overeenkomstig de in lid 4.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder dat door middel van (nader) onderzoek is vast komen te staan dat de bodemkwaliteit voldoet aan de beoogde functie of zonder het uitvoeren van de noodzakelijke (sanerings)maatregelen om te kunnen voldoen aan de vereiste bodemkwaliteit ten aanzien van de Bestemmingsplan “Braassemerland – Noordeinde 62a en 62b” Regels Vaststelling