CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

A4434 Bestemmingsplan Hofdijklaan 61-63 Oud Ade - Toelichting_rap1_v1.5

Gemeenteraad 17 juni 2024, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Hofdijklaan 61-63, Oud Ade’.14.900 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Hofdijklaan 61-63, Oud Ade

Bestemmingsplan Hofdijklaan 61-63, Oud Ade

Identificatie

:

NL.IMRO.1884.BPHofdijklaan61-VAST1

Kenmerk

:

A4434-07/VMI/BP

Planstatus

:

Ontwerp Vaststelling

Contactpersoon:

V.C.A. Mientjes MSc

© IDDS b.v. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de uitgever.

[laatst gewijzigd 13 mei 2024] [datum]

INHOUDSOPGAVE

I.

TOELICHTING

II.

REGELS

III.

BIJLAGEN (APART BIJGEVOEGD)

IV.

VERBEELDING

I.

TOELICHTING

Inhoud toelichting 1. 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding .................................................................................................................... 6 Aanleiding .................................................................................................................. 6 Ligging van het plangebied ......................................................................................... 7 Vigerend bestemmingsplan ........................................................................................ 8 Leeswijzer ................................................................................................................ 10

2. 2.1 2.2

Planbeschrijving..................................................................................................... 11 Huidige situatie......................................................................................................... 11 Beoogde situatie ...................................................................................................... 12

3. 3.1 3.2 3.3 3.4

Beleidskader........................................................................................................... 15 Rijksbeleid................................................................................................................ 15 Provinciaal beleid ..................................................................................................... 16 Gemeentelijk beleid .................................................................................................. 21 Verkeer en parkeren ................................................................................................. 24

4. 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8

Milieuaspecten ....................................................................................................... 28 M.e.r.-beoordeling .................................................................................................... 28 Bedrijven en milieuzonering ...................................................................................... 29 Geluidhinder............................................................................................................. 31 Luchtkwaliteit ........................................................................................................... 31 Stikstofdepositie ....................................................................................................... 35 Externe veiligheid ..................................................................................................... 36 Bodemgeschiktheid .................................................................................................. 43 Flora en Fauna ......................................................................................................... 43

5.

Watertoets .............................................................................................................. 47

6. 6.1 6.2

Archeologie en cultuurhistorie .............................................................................. 53 Archeologie .............................................................................................................. 53 Cultuurhistorie .......................................................................................................... 53

7. 7.1 7.2 7.3

Juridische aspecten ............................................................................................... 55 Inleiding ................................................................................................................... 55 Opzet van de planregels........................................................................................... 55 Uitleg van de planregels ........................................................................................... 55

8. 8.1 8.2 8.3

Uitvoerbaarheid ...................................................................................................... 58 Maatschappelijk uitvoerbaarheid............................................................................... 58 Financiële uitvoerbaarheid........................................................................................ 58 Eindconclusie ........................................................................................................... 58

9.

Bijlagen ................................................................................................................... 60

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding

Aan de Hofdijklaan 61-63 te Oud Ade is een recreatiepark gelegen. De huidige eigenaar Hof van Keet heeft het plan om het recreatiepark te herontwikkelen door het terrein te herinrichten en er in totaal 42 tiny houses (nachtverblijven) ten behoeve van recreatief gebruik te realiseren. Voor het deel waar nu al recreatiewoningen staan, staat het bestemmingsplan dit al toe. Het plan is om ook aan de voorzijde van het terrein enkele nachtverblijven (zeven stuks) te realiseren. Deze gronden hebben de bestemming ‘Bedrijf’. Hier is het gewenste recreatieve gebruik niet toegestaan. Behalve het plaatsen van de tiny houses, is het plan om een gemeenschappelijk ruimte te realiseren in de aanwezige loods. Ook dit gebruik is niet toegestaan in de bestemming ‘Bedrijf’. In paragraaf Beoogde situatie is de gewenste situatie nader beschreven. Om de voorgenomen herontwikkeling van het recreatiepark mogelijk te maken is het voorliggende bestemmingsplan opgesteld. Er is een nieuw bestemmingsplan opgesteld voor het hele terrein, zowel de gronden met de bestemming ‘Bedrijf ‘ als de gronden met de bestemming ‘Recreatie-Verblijfsrecreatie’.

Onderstaand figuur geeft een impressie van de omvang en het plangebied met de invulling van het terrein. Opgemerkt wordt dat dit een schets is. De uiteindelijke plannen kunnen er anders uitzien.

Tabel 1:

Gegevens locatie

Plaats

Oud Ade

Locatie

Hofdijklaan 61-63

Percelen

1424 en 1763, sectie L, kadastraal bekend onder de gemeente Kaag en Braassem

Aanleiding

Realisatie 42 tiny houses en een gemeenschappelijke ruimte

Oppervlakte plangebied

Ca. 22.400 m²

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt in het buitengebied van Oud Ade. Het plangebied ligt aan de Hofdijklaan en parallel hieraan ligt de Provincialeweg. De Provincialeweg sluit aan op de A4. Aan de noordzijde van het plangebied ligt een woonbestemming met aan de achterzijde ook een recreatiegebied in ontwikkeling. Aan de oostzijde is onbebouwd gebied. Aan de zuidzijde is een tuin- en landschapsarchitect gevestigd. Onderstaand is de ligging van het plangebied weergegeven.

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Op het plangebied is het bestemmingsplan ’Buitengebied West’ van kracht. Dit bestemmingsplan is onherroepelijk en vastgesteld door de gemeente Kaag en Braasem op 17 juni 2013. In het vigerende bestemmingsplan gelden er voor het plangebied twee enkelbestemmingen en drie dubbelbestemmingen, zie figuur 3. Het gaat om: • Bedrijf • Recreatie – Verblijfsrecreatie • Leiding - Hoogspanning I • Waarde - Archeologie – 1 • Waterstaat – Waterkering Hieronder is ingegaan op de betekenis van deze bestemmingen voor het plangebied.

Bedrijf Het voorste deel aan de straatzijde heeft de bestemming ‘Bedrijf’. Ook ligt op deze gronden de functieaanduiding ‘caravanstalling’. Hier zijn bedrijven tot ten hoogste milieucategorie 2 toegestaan en vanwege de functieaanduiding is tevens een caravanstalling toegestaan. Er geldt een maximum bebouwd oppervlakte van 2.400 m2. Voor bedrijfsbebouwing geldt een maximale goothoogte van 4 meter en een maximale bouwhoogte van 8 meter. Recreatie - Verblijfsrecreatie Het achterste deel van het plangebied heeft de bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’, met de functieaanduiding specifieke vorm van recreatie – categorie 3. Binnen de aanduiding categorie 3 zijn recreatieve onderkomens toegestaan met een maximum oppervlakte van 60 m2, een maximum goothoogte van 3 meter en maximum bouwhoogte van 4 meter. Binnen de gronden zijn in totaal maximaal 55 recreatieve onderkomens toegestaan. Leiding - Hoogspanning I Aan de oostzijde van het plangebied loopt een bovengrondse 150kV hoogspanningsverbinding. Ter bescherming van het functioneren van deze verbinding is de dubbelbestemming ‘Leiding Hoogspanning I’ opgenomen. Hier zijn beperkingen gesteld aan het bouwen van gebouwen en bouwwerken voor de andere hier geldende bestemmingen.

Ook geldt er een vergunningsplicht voor verschillende werken en werkzaamheden, zoals het aanbrengen van hoogopgaande beplantingen en bomen of het wijzigen van het maaiveldniveau. Waarde – Archeologie – 1 Voor het hele plangebied geldt de dubbelbestemming ‘Waarde- Archeologie – 1’. Deze gronden zijn aangewezen voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Om dit te bewerkstelligen is een vergunningsplicht opgenomen voor werken en werkzaamheden die dieper gaan dan 30 cm onder het maaiveld en een oppervlakte beslaan van 2.500 m 2 of meer.

Waterstaat – Waterkering Aan de noordzijde van het plangebied loopt langs het water de dubbelbestemming ‘Waterstaat Waterkering’. Ter bescherming van de waterkering gelden er beperkingen aan het bouwen en een vergunningsplicht voor verschillende werken en werkzaamheden. De vergunning wordt enkel verkregen indien het waterkeringsbelang door de bouwactiviteiten of aanlegactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad. Strijdigheid met het bestemmingsplan Binnen de bestemming ‘Bedrijf’ is het niet mogelijk verblijfsrecreatie te realiseren. De gronden onder de bestemming zijn enkel bestemd voor bedrijfsmatige activiteiten met ten hoogst categorie 2. Het planvoornemen is strijdig met deze bestemming. De ontwikkeling kan enkel mogelijk worden gemaakt door de bestemming ‘Bedrijf'; te wijzigen naar de bestemming ‘Recreatie - Verblijfsrecreatie’. Omdat over het hele plangebied in totaal 42 recreatieve onderkomens gepland zijn, en er op het huidige deel nu 55 recreatieve onderkomens mogelijk zijn, is er voor gekozen om ook de huidige gronden met de bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’ mee te nemen in het plangebied en er één overkoepelende regeling te maken. De functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie – categorie 3’ wordt opgenomen en er worden in het totale gebied maximaal 42 recreatieve onderkomens toegestaan.

Met de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie – categorie 3’ zijn de maximale maatvoeringen voor de recreatieve onderkomens ook gesteld op wat nu al is toegestaan, namelijk maximaal 60 m2 bebouwd oppervlak, maximaal 3 meter goothoogte en maximaal 4 meter bouwhoogte per recreatief onderkomen. Dit bestemmingsplan voorziet in de juridische borging van deze bestemmingswijziging . In het verloop van de toelichting wordt getoetst aan het beleid en komen de omgevingsaspecten aan bod.

1.4

Leeswijzer

Dit bestemmingsplan biedt een juridisch-planologische regeling voor het realiseren van in totaal 42 recreatieve onderkomens en een gemeenschappelijke ruimte. De toelichting voorziet in een nadere onderbouwing van de juridisch bindende stukken, te weten de planregels en de verbeelding. Zij omvatten enerzijds een vertaling van de beleidsvoorwaarden (hoofdstuk 3) en anderzijds een juridisch kader voor de te realiseren ontwikkeling (hoofdstuk 7). Hoofstuk 2 gaat in op de bestaande situatie en het te realiseren plan. Hoofdstuk 3 beschrijft het beleidskader met relevant beleid voor dit planvoornemen. Er wordt ingegaan op het Rijks-, provinciaal, regionaal en het gemeentelijk beleid. Hoofdstuk 4 behandelt de relevante omgevingsaspecten en biedt verantwoording waarom dit plan ruimtelijk gezien passend is op deze locatie. Hoofdstuk 5 beschrijft de watertoets en hoofdstuk 6 gaat in op de onderdelen archeologie en cultuurhistorie. De juridische beschrijving en de uitvoerbaarheid worden behandeld in respectievelijk hoofdstuk 7 en 8. De systematiek van de planopzet sluit aan bij de gangbare landelijke systematiek voor de standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen (SVBP 2012).

2.

Planbeschrijving

2.1

Huidige situatie

In de huidige situatie is aan de voorzijde van het terrein direct een woonhuis met tuin aanwezig. Tussen het woonhuis en dijk aan de linkerzijde loopt een weg naar de achterzijde, waar aan de linkerzijde een oude tuinderkas staat en rechts een loods. Beide zijn in gebruik als caravan stalling. Achter de loods is groot verhard parkeerterrein aanwezig. Het recreatieterrein aan de achterzijde van het terrein is vormgeven met caravan/huisjes aan linker en rechterzijde met in het midden een pad. De percelen waar caravan/huisjes op staan hebben een oppervlakte van circa 250 m2.

2.2

Beoogde situatie

Het plan is om in totaal in het plangebied 42 tiny houses te plaatsen. En in de bestaande loods komt een gemeenschappelijk ruimte met verschillende functies, zoals een gezamenlijke woonkamer, werkplekken en een wasserette. In de loods worden ook individuele bergingen van circa 6 m 2 per eenheid gerealiseerd. De overige aanwezige bebouwing wordt gesloopt.

De grootte van de tiny houses zullen per kavel verschillen, evenals de kavels zelf. Kavels zullen tussen de 200 m 2 en 350 m2 groot zijn. De oppervlakte van de tiny houses worden niet groter dan 60 m 2. Er zullen verschillende nachtverblijven komen. Een voorbeeld van een recreatief nachtverblijf waar de initiatiefnemer aan denkt, is een Wikkelhouse. Wikkelhouses bestaan uit diverse segmenten, die aan elkaar te koppelen zijn. De verschillende nachtverblijven die in het plangebied komen zullen niet hoger zijn dan 3 meter goothoogte en 4 meter bouwhoogte. Ook zal het oppervlakte per nachtverblijf niet groter zijn dan 60 m 2. Het terrein krijgt een open en ruraal karakter, waarbij de centrale as door een boomgaard met diverse fruitbomen slingert. Aan deze hoofdrouting bevinden zich in kleine groepjes, de tiny houses. Dit zorgt voor vrije groene tussenruimtes die grotendeels als collectieve ruimtes ingericht zullen worden. Door het gebruik van bloemrijke randen op de wandelpaden ontstaat er een weelderige en natuurlijke sfeer met voldoende voedsel voor bijen, vlinders en andere insecten. Zoals te zien op onderstaande figuur, worden aan de achterzijde geen woningen gerealiseerd. Dat heeft te maken met het feit dat deze gronden de dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanning I’ kennen en hier geen woningen gebouwd mogen worden.

Er is voor gekozen om deze ruimte in te richten met een collectieve tuin waar onder andere een moestuin, pluktuin, kas en composthoop te vinden zijn. Daarnaast wordt op de achterzijde een groot gedeelte van het totale aantal parkeerplaatsen gerealiseerd.

3.

Beleidskader

In dit hoofdstuk worden de belangrijkste en relevante beleidsstukken beschreven die raakvlakken hebben met het planvoornemen. 3.1

Rijksbeleid

Nationale omgevingsvisie De Nationale omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk betreffende de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving. De NOVI is vastgesteld op 11 september 2020. De NOVI vervangt de Structuurvisie infrastructuur en Ruimte (SVIR), het Nationaal Milieubeleidsplan en de Rijksnatuurvisie. De NOVI is vastgesteld ter voorbereiding op de Omgevingswet. Van belang in de NOVI is het richting geven aan decentrale afwegingen en het gebiedsgericht werken. Het Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten moeten meer samenwerken. De NOVI is gericht op ‘ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie’, ‘duurzaam economisch groeipotentieel’, ‘sterke en gezonde steden en regio’s’ en ‘toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied’. Barro Het Barro richt zich op de doorwerking van het nationaal belang in de gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van de belangen. Ladder voor duurzame verstedelijking De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onder Artikel 3.1.6. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de beschikbare ruimte in stedelijke gebieden.

De ladder houdt in dat de behoefte aan stedelijke ontwikkeling op het gebied van wonen, kantoren, bedrijven en detailhandel moeten worden afgestemd binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van deze ontwikkeling en dat deze waar mogelijk binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd moet worden. Voor woningbouwontwikkelingen geldt dat deze vanaf 12 woningen Ladderplichtig zijn. Indien een ontwikkeling ladderplichtig is dienen volgende treden doorlopen te worden: 1. Is er een regionale behoefte? 2. Is (een deel van) de regionale behoefte op te vangen binnen het bestaand stedelijk gebied. 3. Zoek een locatie die multimodaal ontsloten is of kan worden voor de resterende regionale behoefte. Toetsing aan de ladder Het planvoornemen kent geen strijdigheden met het rijksbeleid. Het voornemen gaat om de ontwikkeling van een stedelijke voorziening. Gelet op de kleinschaligheid kan worden geconcludeerd dat het niet gaat om een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het aantal recreatieve onderkomens neemt af van 55 naar 42 ten opzichte van wat er nu is toegestaan in het plangebied. Het voornemen is niet ladder plichting..

Conclusie Rijksbeleid Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling geen strijdigheid vertoont met het rijksbeleid en het Barro. De ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing.

3.2 Provinciaal beleid In het Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Op 1 april 2019 is de Omgevingsvisie van de Provincie Zuid-Holland in werking getreden. Op 1 april 2023 zijn er voor het laatst wijzigingen aangebracht aan het provinciaal beleid. Omgevingsvisie Zuid-Holland De Omgevingsvisie bestaat in hoofdlijn uit de volgende onderdelen: -

-

Een introductie op het omgevingsbeleid, waarin opgenomen de kaartbeelden en de beschrijving van de ruimtelijke structuur; De ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid met ambities en sturing. De provincie geeft hierin aan een uitnodigend perspectief te bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen; Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; De samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving.

De Omgevingsvisie bevat de volgende wettelijk verplichte plannen: -

de provinciale ruimtelijke structuurvisie, artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro); het milieubeleidsplan, artikel 4.9 van de Wet milieubeheer (Wm); het regionale waterplan, artikel 4.4 van de Waterwet (Ww); het verkeers- en vervoersplan, artikel 5 van de Planwet verkeer en vervoer; de natuurvisie, artikel 1.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb).

Beoordeling planvoornemen omgevingsvisie De Omgevingsvisie zet in op het beter benutten van bestaand dorps- en stadsgebied. Het beter benutten van de ruimte omvat verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformaties. Het planvoornemen vormt geen strijdigheid met de Omgevingsvisie. Het planvoornemen wordt buiten bestaand dorps- en stadsgebied gerealiseerd. In de Omgevingsvisie staat beschreven dat goede recreatieve voorzieningen belangrijk worden geacht. Hier draagt het planvoornemen aan bij. Bovendien draagt het plan bij aan het doel om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren door bestaande verouderde bebouwing te slopen. Er is op dit moment bebouwing op het voorste deel van het plangebied aanwezig en toegestaan met een bedrijfsbestemming. Dit wordt deels gesloopt en de bestemming wijzigt naar een recreatieve bestemming. Het bebouwd oppervlak neemt hier af. Op het achterste deel blijft de bestemming gelijk en in totaliteit neemt het aantal recreatieve onderkomens af van 55 naar 42 onderkomens voor het hele plangebied. Ook het verbeteren van het groen binnen het plangebied draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit.

Omgevingsverordening De beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie werken door naar uitvoeringsprogramma’s en naar regels in de verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma’s en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Wel staan een aantal verordeningen beschreven die slaan op bestemmingsplannen. Er wordt ingegaan op ruimtelijke kwaliteit, stedelijke ontwikkelingen, Ke-contour Schiphol, NNN, bescherming landgoed- en kasteelbiotoop en ontheffing op natuur. Dit zijn onderwerpen die betrekking hebben op het plangebied en planvoornemen. Artikel 6.9: Ruimtelijke kwaliteit In de Omgevingsverordening wordt het volgende beschreven: 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan rekening gehouden met de beschermingscategorie, het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit, zoals vermeld op kaart 14 in bijlage II en beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap. 3.

Bij het beantwoorden van de vraag of bij een beoogde ruimtelijke ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd kan blijven, wordt de schaalverdeling inpassen, aanpassen en transformeren gehanteerd als bedoeld in het vijfde lid van artikel 6.9. 4. Een bestemmingsplan kan een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken, mits een zorgvuldige afweging is gemaakt over de locatiekeuze. De motivering gaat in op de beschreven kenmerken en waarden van het gebied en de effecten van de ontwikkeling daarop. Deze vereisten gelden voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling waarbij: -

een of meer richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit in het geding zijn zoals beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap; of sprake is van aanpassen of transformatie als bedoeld in het vijfde lid.

In het vijfde lid wordt het volgende beschreven: 5. Een bestemmingsplan kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden: -

de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en houdt rekening met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, zodanig dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen;

-

-

de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren.

Artikel 6.10: Stedelijke ontwikkelingen In deze verordening staat beschreven dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan de ladder van duurzame verstedelijking. Er moet dan worden gekeken naar de behoefte van de te bouwen woningen en de locatie ervan. Hierin wordt gestreefd naar locaties binnen het bestaande stads- en dorpsgebied. Daarnaast wordt er allereerst gestreefd naar inbreiding, herstructurering en transformatie binnen dat gebied. Als dat niet mogelijk is, wordt pas gekeken naar ontwikkeling buiten stads- en dorpsgebied. Beoordeling planvoornemen omgevingsverordening Op grond van artikel 4.1 Wro heeft de provincie de bevoegdheid om bij of krachtens haar verordening regels te stellen waarmee gemeenten rekening moeten houden bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Artikel 6.9: Ruimtelijke kwaliteit - planspecifiek Het planvoornemen past binnen de bestaande gebiedsidentiteit en voorziet niet in een wijziging op structuurniveau. De locatie ligt binnen in een gebied aangewezen als beschermingscategorie 2 (op kaart 14) van de omgevingsverordening. Beschermingscategorie 2 houdt in dat inpassen en aanpassen mogelijk is. Uitgangspunt is dat ruimtelijke ontwikkelingen toegestaan zijn mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk blijft. Dat is met dit planvoornemen het geval. Het planvoornemen sluit aan bij de omliggende omgeving.

Daarnaast is de aard en de schaal van het planvoornemen vrijwel gelijk aan de bestaande en omliggende bebouwing.

De Provincie Zuid-Holland kent een indeling van verschillende typen landschap. Grofweg zijn er vijf typen: schurvelingenlandschap, duinlandschap, bollenlandschap, landgoederenlandschap en veen(weide)landschap. Zoals op bovenstaande figuur is weergeven, valt het plangebied onder veen (weide)landschap (Veenlandschappen) volgens de Omgevingsvisie Zuid-Holland, herziening 2021. De volgende doelen zijn daarbij van toepassing: • • • •

Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden; Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen; Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden; Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders;

•

Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan bestaande ruilverkavelingslinten of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer. Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar.

Gelet op dat bij de ontwikkeling rekening wordt gehouden met de bestaande structuren/linten en de ontwikkeling niet plaats vind in het waarbij bestaande poldereenheden worden aangetast. De bestaande watergangen worden niet gedempt en de ontwikkeling schikt zich binnen de bestaande aanwezige verkavelingsstructuur. Artikel 6.10: Stedelijke ontwikkelingen - planspecifiek In de verordening staat vermeld dat nieuwe stedelijk ontwikkelingen moeten worden getoetst aan de ladder van duurzame verstedelijking en dat er wordt gestreefd naar locaties binnen bestaand stedelijk stads- en dorpsgebied. Gelet op de kleinschaligheid met het oog op de bestaande planologische mogelijkheden niet aan te merken als ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ Het planvoornemen voldoet aan de verordeningen en vormt geen strijdigheid met het provinciale beleid. Conclusie Provinciaal beleid Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling geen strijdigheid vertoont met het provinciaal beleidskader en dat er sprake is van goede ruimtelijke ordening. Het plan sluit, zoals toegelicht in deze paragraaf, voldoende aan bij de omgevingsvisie en verordeningen.

3.3

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie Kaag en Braassem De gemeenteraad van de gemeente Kaag en Braassem heeft op 28 oktober 2020 de 'Omgevingsvisie Kaag en Braassem' vastgesteld. De omgevingsvisie betreft de strategische langetermijnvisie voor de fysieke leefomgeving van Kaag en Braassem. De toekomst van de fysieke leefomgeving wordt daarbij vanuit een integraal perspectief benaderd. Dat wil zeggen dat sociale, economische en fysieke vraagstukken in samenhang worden beschouwd en vervolgens vertaald naar de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie gaat in op verschillende thema's zoals recreatie, natuur, onderwijs, mobiliteit, gezondheid, wonen, landbouw, economie en duurzaamheid. Verder is de gemeente in vier gebiedstypen ingedeeld. Voor de verschillende gebieden zijn de kenmerken en waarden bepaald, zodat het duidelijk is hoe zo’n gebied eruit ziet en wat het beeld voor de toekomst is. De gemeente Kaag en Braassem wil met de omgevingsvisie samenwerking verder uitdragen en stimuleren tussen organisaties, inwoners en de gemeente. Samenwerken vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid, maar ieder vanuit zijn eigen rol. Doordat de rol van de gemeente steeds verschillend is, wordt per opgave, per thema of per taak aangegeven welke rol de gemeente zal innemen.

In de omgevingsvisie staan de volgende thema's centraal: - energie & grondstoffen in Kaag en Braassem; - natuur, water en lucht in Kaag en Braassem; - wonen in Kaag en Braassem; - gezonde economische ontwikkeling in Kaag en Braassem; - sociaal Kaag en Braassem; - veilig Kaag en Braassem.

In de omgevingsvisie wordt per thema aangegeven wat de gewenste beweging is en wat men wenst te bereiken. Dit resulteert vervolgens in specifieke uitgangspunten voor een bepaald thema. Gebiedstypen Naast de bovengenoemde thema's wordt in de omgevingsvisie de gemeente opgedeeld in vier verschillende soorten gebieden, namelijk het buitengebied, glastuinbouwgebieden, bedrijventerreinen en de kernen. Binnen ieder gebiedstype spelen verschillende belangen en thema’s. In de omgevingsvisie wordt per gebiedstype een beschrijving van het gebied gegeven met de doelen en de specifieke uitgangspunten waarbinnen deze doelen bereikt moeten worden. Beoordeling planvoornemen gemeentelijk beleid Zoals is weergegeven op onderstaande figuur valt het plangebied binnen ‘BuitengebiedVeenweide’.

Voor Veenweide geldt dat het landschap bestaat uit vele weilanden en grote hoeveelheden sloten. Binnen de omgevingsvisie worden de volgende doelstellingen gesteld voor Veenweide gebied. -

Het behouden van de bestaande landschappelijke structuur en kwaliteit. Het tegengaan van bodemdaling veroorzaakt door veenoxidatie.

Daarnaast heeft de gemeente specifieke uitgangspunten opgesteld; -

Binnen het veenweidegebied bieden we geen ruimte aan activiteiten die de bestaande landschappelijke structuur en kwaliteit kunnen schaden.

-

-

-

Binnen het gebied is er ruimte voor dagrecreatie. Hiermee worden activiteiten bedoeld die gericht zijn op ontspanning in de vrije tijd, zoals sport en spel, natuurbeleving, amusement en uitstapjes die plaatsvinden binnen een tijdsbestek van een dag. Nieuwe (agrarische) bedrijfswoningen zijn alleen toegestaan als de noodzakelijkheid en doelmatigheid wordt aangetoond. Dit standpunt geldt voor het hele buitengebied. Een tweede (agrarische) bedrijfswoning is in principe uitgesloten. Dit standpunt geldt voor het hele buitengebied. Er is ruimte voor het voeren van (recreatieve) nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven, mits het de bestaande en landschappelijke structuur en kwaliteit niet schaadt. Er is ruimte voor lokale innovatieve ontwikkelingen gericht op het tegengaan van bodemdaling door veenoxidatie of door belasting. Nieuwe recreatieve of agrarische (neven)activiteiten (als alternatief verdienmodel) die bodemdaling (door veenoxidatie) versnellen mogen in principe geen doorgang vinden. Dit standpunt geldt voor het hele buitengebied. Recreatieve of agrarische (neven)activiteiten / ontwikkelingen die een negatieve impact hebben op de gekozen doelsoorten in het veenweidegebied en de voor het gebied kenmerkende biodiversiteit, mogen in principe geen doorgang vinden

In de Omgevingsvisie van de gemeente Kaag en Braassem wordt ook specifiek ingegaan op de doelen wat betreft recreatie. Kaag en Braassem blijven zich profileren als recreatiegemeente, en staan open voor functies te maken met dag- en verblijfsrecreatie. Met de A4 en A44 heeft de gemeente een goede verbinding met Schiphol, wat kansen biedt voor de (verblijfs)recreatieve sector. De recreatieve sector is een van de belangrijke economische motoren van de gemeente. Recreatie in de gemeente is gericht op de volgende speerpunten: -

-

-

-

-

Recreatief merk en identiteit: we streven naar het behoud en de bevordering van de unieke identiteit van onze regio. Gezondheid en welzijn: Door te investeren in recreatieve voorzieningen zoals wandelen fietspaden, speelplaatsen en picknickplaatsen, stimuleren we actieve levensstijlen en nodigen we inwoners uit om te genieten van de natuurlijke omgeving. Natuur en landschap: We streven naar het behoud en de verbetering van de natuurwaarden en willen recreatieve routes, wandel- en fietspaden creëren, zodat zowel inwoners als bezoekers kunnen genieten van de natuurlijke omgeving. Waterbeleving en watersport: Door te streven naar hoogwaardige oeverrecreatie en watersportfaciliteiten streven we naar een gezond evenwicht waar waterrecreatie/watersport én natuur hand in hand gaan. Dag- en verblijfsrecreatie: Bestaande watersport- en recreatiebedrijven krijgen ruimte om te groeien en nieuwe bedrijven in de dag- en verblijfsrecreatieve sector krijgen de kans om zich te vestigen. Als mensen hier willen verblijven dan moet dat wel mogelijk zijn. Kleinschalige mogelijkheden zoals enkele recreatiewoningen, bed & breakfasts en nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven, eventueel in combinatie met dagrecreatie, behoort tot de mogelijkheden.

Samenwerking en participatie: De participatie van inwoners en betrokkenen bij de ontwikkeling en uitvoering van recreatieve projecten zal worden gestimuleerd.

Het plan past bij de ambities gerelateerd aan verblijfsrecreatie. Hoewel het een nieuw initatief betreft, wordt met het plan voldaan aan de ambitie om goede voorzieningen voor verblijfsrecreatie aan te bieden. Moderne en natuurlijk ogende tiny houses passen bij het landschap en stellen mensen in staat om te genieten van de regio terwijl er een goede balans wordt behouden tussen toerisme en natuur. Verder wordt er in de Omgevingsvisie beschreven dat er veel belang wordt gehecht aan voldoende mogelijkheden tot recreatie. In alle gevallen dient wel sprake te zijn van een goede ruimtelijke ordening en wordt de verkeersaantrekkende werking meegewogen. Gelet op verschillende plekken rondom het plangebied waar de bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’ al van kracht is, heeft het uitbreiden van deze functie geen strijdigheden met bovenstaande beleidspunten. Daar komt bij dat in totaal het aantal recreatieve onderkomens afneemt ten opzichte van het huidige bestemmingsplan, de hoeveelheid bebouwing in het plangebied afneemt, en het plangebied zelf al deels bestemd is als verblijfsrecreatie. Door het realiseren van de tiny houses ten behoeve van recreatie wordt aangesloten op de ambities van de gemeente.

Conclusie gemeentelijk beleid Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling geen strijdigheid vertoont met het gemeentelijk beleidskader en dat de doelstellingen voor het veenweidegebied niet specifiek van toepassing zijn op het plan. Er wordt voldaan aan de omgevingsvisie.

3.4

Verkeer en parkeren

Verkeer Met de realisatie van de tiny houses als recreatieve onderkomens ontstaan nieuwe vervoersbewegingen die in de huidige verkeerssituatie worden ingepast. Het plangebied is ontsloten door de Hofdijklaan, die via de Provinciale weg, aansluit op de A44. De verkeersgeneratie is bepaald op basis van de CROW-publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren: Van parkeercijfers naar parkeernormen’. Daarin zijn verschillende functies genoemd met parkeerkencijfers en verkeersgeneratiecijfers, onderverdeeld in stedelijkheidsgraad en ligging. Worstcase wordt de maximale norm aangehouden om te onderzoeken of parkeren in het ergste geval een mogelijk probleem op kan leveren of niet. Op basis van de omgevingsadressendichtheid van 225 adressen (buurt Wijk 01 Overig Alkemade) wordt er uitgegaan van een sterk stedelijk gebied. Gezien de ligging in het buitengebied, wordt uitgegaan van buitengebied. Op basis van deze gegevens zijn de vervoersbewegingen berekend voor de bestaande situatie en de toekomstige situatie. Huidige situatie Binnen de bedrijfsbestemming geldt een maximaal bebouwd oppervlakte van 2.400 m 2 voor de huidige bestemming. Voor het bepalen van de oppervlakte wordt hiervan worst case uitgegaan. Binnen de recreatieve bestemming zijn 55 recreatieve onderkomens toegestaan.

Voor het bepalen van de verkeersbewegingen van de recreatieve onderkomens is gekozen om uit te gaan van de categorie bungalowpark (huisjescomplex). De huidige planologische situatie leidt tot 291 vervoersbewegingen per dag (zie onderstaande tabel).

Tabel 2: Onderdeel

Verkeersgeneratie planvoornemen Functie Aantal

Bedrijf arbeidsextensief/bezo ekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)

Caravanstallin g

2.400 m2

Bungalowpark (huisjescomplex) Recreatieve onderkomens

55

Norm

Totaal

5,7 vervoersbewegingen per dag per 100 m2 bvo

136,8 vervoersbewegingen per dag

2,8 vervoersbewegingen per dag per onderkomen

154 vervoersbewegingen per dag 291 vervoersbewegingen per dag

Totaal (afgerond)

Toekomstige situatie In de toekomstige situatie is er sprake van 42 recreatieve onderkomens over het hele terrein verspreid (en een gemeenschappelijk ruimte, welke geen eigen verkeersgeneratie oplevert). Wanneer er weer wordt uitgegaan van de categorie bungalowpark (huisjescomplex), is er in de toekomstige situatie sprake van 118 vervoersbewegingen per dag.

Tabel 3: Onderdeel

Verkeersgeneratie planvoornemen Functie Aantal

Bungalowpark (huisjescomplex)

Totaal (afgerond)

Recreatieve onderkomens

42

Norm

Totaal

2,8 vervoersbewegingen per dag per onderkomen

117,6 vervoersbewegingen per dag

118 vervoersbewegingen per dag

Dit betekent dat het aantal vervoersbewegingen afneemt ten opzichte van de huidige situatie. Dat is ook te begrijpen aangezien het totaal aantal recreatieve onderkomens in totaal afneemt en er een bedrijfsterrein met caravanstalling weg wordt bestemd. In de toekomstige situatie komt er een weg van ongeveer 300 meter lang, waarlangs de recreatiewoningen worden gepositioneerd. In de inrichtingsschets is rekening gehouden met de mogelijkheid voor zwaar wegverkeer (zoals bouwverkeer en hulpdiensten) op alle locaties kunnen komen en ook het terrein weer kunnen verlaten. Bij de huisjes zal ruimte zijn voor recreanten om tijdelijk de auto neer te zetten om de spullen in- en uit te laden. Tijdens het verblijf wordt er geparkeerd aan het begin of aan het eind van het terrein. Dit betekent dat er bij elk huisje ruimte is om te keren. Daar komt bij dat de toekomstige weg breder wordt dan de bestaande weg. Het bestemmingsplan legt de exacte inrichting niet vast. Eventuele wijzigingen in de omvang en ligging van de weg en keermogelijkheden zijn mogelijk binnen de regels van het bestemmingsplan. Er kan zodoende worden geconcludeerd dat er geen belemmeringen ontstaan uit de bestemmingsplanwijziging voor de verkeerssituatie. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Verdere afstemming over de weg en keermogelijkheden kan nog plaatsvinden.

Parkeren De gemeente Kaag en Braasem streeft ernaar de ideale woon- en leefomgeving te zijn en te blijven. Veiligheid, leefbaarheid en bereikbaarheid vormen elementen die hier in belangrijke mate aan bijdragen: • • • •

Het waarborgen van de bereikbaarheid; Het waarborgen van de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit; Het voorkomen van verkeersonveiligheid door ongewenste parkeersituaties die (mogelijk) gevaarlijke situaties kunnen opleveren; Het op gelijke en voor iedereen duidelijke wijze beoordelen van de benodigde parkeervoorzieningen bij nieuwbouw, verbouw of functieverandering van voorzieningen .

In de Parkeernormen Kaag en Braassem 2018 is bepaald wat de toe te passen parkeernorm is. In onderstaande tabel is het aantal benodigde parkeerplaatsen berekend op basis van de parkeernormen. Tabel 4: Onderdeel

Parkeerberekening planvoornemen Functie Aantal Norm per woning

Bungalowpark (huisjescomplex)

Totaal (afgerond)

recreatieve onderkomens

42

2,2 parkeerplaatsen (waarvan 0,91 bezoekers)

Totaal 92,4 parkeerplaatsen

92,4 (=93) parkeerplaatsen

De parkeernorm per huisje betreft 2 tot 2,2 parkeerplaatsen per bungalow. Uit de bovenstaande berekening wordt geconcludeerd dat er, uitgaande van de hoogste norm zijnde 2,2, 93 parkeerplaatsen benodigd zijn voor alle 42 tiny houses. Deze parkeerplaatsen worden allen op het eigen terrein gerealiseerd. Hier is voldoende ruimte voor. Onderstaande figuur geeft een weergave van de situering van de parkeerplaatsvoorziening. Deze is te zien aan de rechterzijde van de afbeelding, ook wel de achterzijde van het terrein genoemd. Aanvullend worden er enkele parkeerplaatsen gerealiseerd langs de toegangsweg. Ter plaatse van de loods (linksonder op onderstaande afbeelding) worden in de eerste instantie geen parkeerplaatsen gerealiseerd.

Conclusie verkeer en parkeren Gelet op het bovenstaande, vormt het planvoornemen geen belemmering voor de aspecten verkeer en parkeren, zoals getoetst aan het beleid.

4.

Milieuaspecten

4.1

M.e.r.-beoordeling

Het bevoegd gezag dient te beoordelen of er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden als gevolg van de voorgenomen planontwikkeling. Hiertoe staan in de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage activiteiten opgesomd die mogelijk leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor activiteiten die genoemd staan in de eerste kolom van onderdeel C geldt dat zeer waarschijnlijk sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen, deze zijn dan ook direct m.e.r.-plichtig. In de eerste kolom van onderdeel D staan activiteiten opgesomd waarvan niet vaststaat of deze leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Hiervoor dient dan ook een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. De voorgenomen ontwikkeling staat niet direct genoemd in de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Het dichtst in de buurt komt de beschrijving in de eerste kolom van onderdeel D onder 11.2 in de bijlage van het Besluit m.e.r.: “De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen”. In de tweede kolom staan de drempelwaarden genoemd voor deze activiteit, hierbij gaat het erom of de activiteit betrekking heeft op één van de volgende genoemde punten: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3.

een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer. De drempelwaarde van 2.000 woningen wordt met dit planvoornemen niet gehaald. Dat neemt niet weg dat in dat geval een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden aan de hand van drie criteria zoals genoemd in bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r. (2011/92/EU): 1. Kenmerken van het project; 2. Plaats van het project; 3. Kenmerken van het potentiële effect. Gelet op de aard en omvang van het planvoornemen is het niet doelmatig een m.e.r. beoordeling op te stellen. Het planvoornemen voorziet in de sloop van een kasbebouwing en de realisatie van tiny houses. In totaliteit neemt het aantal recreatieve onderkomens ook af ten opzichte van de bestaande situatie en planologische mogelijkheid. Uit diverse jurisprudentie over het begrip stedelijke ontwikkeling in relatie tot het Besluit m.e.r blijkt dat er een onder grens is voor aantal woningen waaronder geen sprake is van een stedelijk ontwikkeling. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de uitspraken van 10 maart 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:729; 2020) en 16 februari 2023 (ECLI:NL:RBGEL:2023:728).

Ook het opvullen van een open gebied in een stedelijke omgeving en het uitbreiden van bebouwing op basis van een uitspraak 12 juni 2019 (ECLI:NL: RVS: 2019:1879) en een tussenuitspraak van de AbRvS van 22 mei 2019 (ECLI:NL: RVS:2019:1668) niet zonder meer te beschouwen als een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in het Besluit m.e.r.

Dit plan bestaat uit de realisatie van tiny houses en een gemeenschappelijke ruimte in de bestaande loods. Het plangebied ligt in het buitengebied en daarmee buiten stedelijk gebied. Gelet op deze bevindingen is er hier geen sprake van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. (D 11.2). Een vormvrije m.e.r.-beoordeling en m.e.r.-beoordelingsbesluit is niet nodig Het plan ligt niet binnen Natuur Netwerk Nederland en ligt niet op een beschermd landgoed- en kasteelbiotoop, waardoor er geen potentiële effecten ontstaan met het planvoornemen. Ook ligt het plangebied niet binnen de invloedssferen van een beschermd molenbiotoop. Het plangebied ligt volgens het huidige bestemmingsplan buiten het bestaand stads- en dorpsgebied, in het reguliere welstandsgebied. In het vervolg zijn de milieuaspecten op en rondom het plangebied voldoende beoordeeld. Er is geen belemmering vanuit milieutechnische aspecten. Conclusie vormvrije m.e.r.-beoordeling Gelet op het bovenstaande vormt het aspect m.e.r.-beoordeling geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. 4.2

Bedrijven en milieuzonering

Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (bedrijven) en gevoelige functies (wonen) wordt hinder voorkomen. Met milieuzonering worden twee doelen gediend: niet alleen het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen, maar tevens het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven zodat zij hun activiteiten duurzaam kunnen (blijven) uitoefenen. Bedrijfsmatige activiteiten zijn in de VNG-publicatie “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 ingedeeld in een aantal categorieën met bijbehorende minimaal gewenste afstanden tot milieugevoelige functies. De indeling van de activiteiten is gebaseerd op de standaard bedrijfsindeling (SBI) van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Per milieucategorie geldt een minimaal gewenste afstand, een richtafstand. Deze richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. In de VNG-publicatie zijn de richtafstanden uit bijlage 1 ‘Richtafstandenlijst voor milieubelastende activiteiten’ afgestemd op het omgevingstype ‘rustige woonwijk’.

Een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, stiltegebied of natuurgebied) wordt gekenmerkt door functiescheiding: afgezien van wijk gebonden voorzieningen komen er nauwelijks andere functies zoals bedrijven of kantoren voor. Een locatie kan echter ook behoren tot het tweede omgevingstype ‘gemengd gebied’, dat gekarakteriseerd wordt door een matige tot sterke functiemenging. Hier komen direct naast woningen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als dit type worden beschouwd. De richtafstanden uit bijlage 1 van de VNG-publicatie kunnen in dat geval met één afstandsstap verlaagd worden zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat van een milieugevoelig object. Dit geldt in het bijzonder voor geluid, het milieuaspect dat voor de te hanteren richtafstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend is.

Beoordeling planvoornemen In het kader van een goede ruimtelijke ordening, heeft er een inventarisatie plaatsgevonden van relevante bedrijven in de nabije omgeving. Zoals ook valt op te maken uit de onderstaande figuur, kenmerkt de omgeving van het plangebied zich als een gemengd buitengebied. Rondom het plangebied bevinden zich in de directe omgeving agrarische functies, woonbestemmingen, een hoveniersbedrijf en recreatieve functies. Voor de bestemming ‘Recreatie – Verblijfreactie’ geldt volgens de VNG-publicatie onder kampeerterreinen en vakantiecentra een richtafstand van 50 meter ten opzichte van woningen en andere geluidsgevoelige functies voor een rustige woonwijk. Gelet op dat de omgeving van het plangebied zich kenmerkt als gemengd buitengebied, kan met één richtafstandstap worden afgeweken naar een richtafstand van 30 meter. Gelet op dat het planvoornemen ook gaat om het realiseren van recreatie met verblijfsfunctie worden hierin geen belemmeringen verwacht. Op het zuidelijke perceel ligt de bestemming ‘Bedrijf’, waar maximaal milieucategorie 2 is toegestaan. Hier geldt volgens de VNG-publicatie een richtafstand van 10 meter ten opzichte van gemengd gebied. De afstand tot het plangebied is 12,5 meter, wat betekent dat wordt voldaan aan de richtafstand. Daarnaast grenst het plangebied direct aan de bestemming ‘Wonen’.

In het kader Wet milieubeheer is verblijfsrecreatie geen geluidsgevoelige functie. In het kader van goede ruimtelijk ordening is hierin inzicht gegeven. In de nabijheid van de planlocatie zijn meerdere woningen gelegen. Dit betreffen woningen aan de Hofdijklaan met huisnummer 49, 53, 61, 63, 73. Doormiddel van een akoestisch onderzoek is bepaald of in de toekomstige situatie sprake is van goede ruimtelijke ordening. Het doel van het akoestisch onderzoek is het bepalen van de geluidsniveaus ten gevolge van het plan op de nabijgelegen bestaande woningen. Uit het onderzoek blijkt dat bij de bestaande woningen in de directe nabijheid van het plan overal wordt voldaan aan de voor de langtijdsgemiddelde beoordelingsniveaus geldende richtwaarden voor een gemengd gebied. Hoewel op de gevels van 1 bestaande woningen (Hofdijklaan 61) sprake is van overschrijdingen van de richtwaarden voor de maximale geluidniveaus, zal in deze woning wel sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat. Voor de beoordeling hiervan is gerefereerd aan de in het Activiteitenbesluit gestelde grenswaarden voor het binnen niveau vanwege maximale geluidsniveaus op de gevels van woningen. Bij de overige bestaande woningen wordt op de gevels voldaan aan de richtwaarden voor een gemengd gebied. De maximale geluidniveaus treden ook in de huidige situatie op.

Er geen sprake van een verslechtering in de nieuwe situatie ten opzichte van de huidige situatie. Het equivalente geluidniveau vanwege het inrichtingsgebonden verkeer (indirecte hinder) bedraagt ten hoogste 37 dB(A)-etmaalwaarde. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van LAeq=50 dB(A) etmaalwaarde. Geconcludeerd wordt dat in de gewenste nieuwe situatie sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

Conclusie bedrijven en milieuzonering Gelet op bovenstaande vormen de omliggende functies niet voor een belemmering voor bedrijven- en milieuzonering.

4.3 Geluidhinder De Wet geluidhinder (Wgh) is niet van toepassing gelet op recreatiewoningen geen geluidgevoelige objecten zijn. In het kader van goede ruimtelijke is hier volledigheidshalve inzicht in geven. Beoordeling planvoornemen Onderstaande figuur geeft een weergave van het huidige geluid van wegverkeer. Het geluid van wegverkeer is tussen de 56-60. Binnen de Wet geluidhinder geldt voor geluidsgevoelige objecten een voorkeurs grenswaarde van 48 dB. Dit betekent dat er met name voor de nieuwe recreatieve onderkomens aan de westzijde en de zuidzijde sprake is van een verhoogde geluidbelasting. Aangezien mensen hier voor korte duur verblijven, wordt dit acceptabel gevonden. Er wordt geen permanente verblijfsfunctie toegestaan en verder akoestisch onderzoek is niet noodzakelijk.

Conclusie geluidhinder Het aspect geluid vormt geen hinder voor het planvoornemen.

4.4

Luchtkwaliteit

Op 15 november 2007 is de Wet milieubeheer gewijzigd. Aan hoofdstuk 5 is een titel toegevoegd: titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen. Deze wet vervangt het Besluit luchtkwaliteit 2005. Het doel van de wet is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. Daartoe zijn in de wet grenswaarden voor onder meer stikstofdioxide (NO 2)

en zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5) opgenomen. Dit zijn in ons land de meest kritische luchtverontreinigende componenten met de hoogste kans op overschrijdingen van de grenswaarden. De normen zijn op basis van gezondheidskundige aspecten bepaald, maar ook onder de norm kunnen gezondheidseffecten optreden, zij het vooral bij mensen die er gevoelig voor zijn, zoals kinderen en ouderen. Bij concentraties onder de 40 µg/m3 neemt de kans op effecten wel geleidelijk af, al is voor fijnstof geen gezondheidskundige grenswaarde vast te stellen. Tabel 5: Stof

NO2

PM10 PM2,5

Grenswaarden NO2 en PM10 overeenkomstig bijlage 2 Wet milieubeheer Concentratie [μg/m3]

Omschrijving

40

Jaargemiddelde concentratie

200

Uurgemiddelde waarde die max. 18 keer per jaar mag worden overschreden

40

Jaargemiddelde concentratie

50

24-uursgemiddelde waarde die max. 35 keer per jaar mag worden overschreden

25

Jaargemiddelde concentratie

Ter correctie van natuurlijk in de lucht voorkomend fijnstof mag een aantal dagen in mindering gebracht worden bij de toetsing van de daggemiddelde grenswaarde: de zogenaamde zeezoutcorrectie. Dit houdt in dat in het geval van overschrijding van de 24-uursgemiddelde grenswaarde van PM10 gecorrigeerd mag worden met een vastgesteld aantal dagen. Het RIVM heeft dit aantal per provincie vastgesteld, vanzelfsprekend mogen voor de kustprovincies meer dagen in mindering worden gebracht dan voor verder inlandse provincies. Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) Om de luchtkwaliteit te monitoren en te verbeteren in Nederland is in 2009 het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van kracht geworden. De NSL-monitoring fungeert als centraal punt waarop overheden de benodigde gegevens voor verkeer, veehouderijen en voortgangsformulieren kunnen inzien, doorrekenen en bijwerken. Vanaf 1 januari 2023 is de NSL-monitoring vervangen door een nieuw systeem het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). Het doel van het instrument is het bewaken van de kwaliteit van de buitenlucht en het tijdig signaleren van een overschrijding van de omgevingswaarden. AMvB en Regeling niet in betekenende mate De Wet milieubeheer, onderdeel luchtkwaliteit, maakt onderscheid tussen grote en kleine ruimtelijke projecten.

Een project is klein als het slechts in geringe mate (ofwel niet in betekenende mate) leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een verslechtering van maximaal 3% van de grenswaarden voor de luchtkwaliteit. Grotere projecten daarentegen kunnen worden opgenomen in het NSL-programma, mits ook overtuigend wordt aangetoond dat de effecten van dat project worden weggenomen door de maatregelen van het NSL. De AMvB en Regeling “Niet in betekenende mate” bevatten criteria waarmee kan worden bepaald of een project van een bepaalde omvang wel of niet als ‘in betekenende mate’ moet worden beschouwd. De AMvB is gelijktijdig met het NSL in werking getreden. Er mag rekening worden gehouden met een verslechtering van maximaal 3% van de grenswaarde (= 1,2 μg/m 3 voor zowel stikstofdioxide en fijnstof). NIBM-projecten kunnen, juridisch gezien, zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening moet wel worden bekeken of het realiseren van het plan met betrekking tot de luchtkwaliteit op die locatie gewenst is. Daarbij speelt de mate van blootstelling aan de luchtverontreiniging een rol. Ook de gevoeligheid van bepaalde groepen mensen voor luchtverontreiniging kan daarbij worden afgewogen.

Hierbij gaat het niet alleen om de toekomstige gebruikers van de locatie maar ook om de personen in de omgeving daarvan, bijvoorbeeld om de bewoners en/of kinderen in een school/kinderdagverblijf aan de gebiedsontsluitende wegen. Beoordeling planvoornemen In bijlage 3A van de Regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met netto maximaal 1.500 woningen aan een ontsluitingsweg (of netto maximaal 3.000 woningen aan twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling) is aan te merken als een ontwikkeling die niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond hiervan wordt gesteld dat de voorgenomen planontwikkeling, bestaande uit 42 recreatieve onderkomens, niet in betekende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit.

Luchtkwaliteit ter plaatse In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn tevens de jaargemiddelde achtergrondconcentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald ter plaatse van het plangebied. Deze worden getoetst aan de grenswaarden zoals genoemd in bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de CIMLK-monitoringstool waarin deze totale concentraties langs de belangrijkste wegen zijn bepaald. In de volgende figuur zijn de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 weergegeven ter hoogte van het plangebied voor het peiljaar 2020 (toetspunten gelegen langs de Albrandswaardsedijk, Schroeder van der Kolklaan en Linnaeusstraat).

Tabel 6: Overzicht meetpunten Naam meetpunt NO2 in µg/m3

PM10 Overschrijdingsdagen

PM10 in µg/m3

PM2,5 in µg/m3

Provincialeweg N44

21,9254

6,14

17,496

8,8995

Provincialeweg N44

22,6877

6,17

17,5989

8,9366

Uit bovenstaande figuur en tabel blijkt dat de jaargemiddelde concentraties NO 2 en PM10 langs de Procincialeweg N44 nabij het plangebied voor de voorgenoemde stoffen achtereenvolgens maximaal 22,68 en 17,59 μg/m³ zijn. De jaargemiddelde grenswaarde van 40 μg/m3 wordt niet overschreden. Eenzelfde geldt voor de grenswaarde van 25 μg/m 3 voor PM2,5. Deze is in de nabijheid van het plangebied maximaal 8,93 μg/m3. De daggemiddelde grenswaarde voor PM10 van 50 μg/m 3 mag overeenkomstig de Wet milieubeheer maximaal 35 keer per jaar worden overschreden. In het plangebied komen maximaal 6 overschrijdingsdagen voor. In onderstaande tabel zijn deze bevindingen kort opgesomd.

Tabel 7:

Toetsing jaargemiddelden en grenswaarden NO2, PM2,5 en PM10

Stof

Maximale jaargemiddelde [μg/m³]

Jaargemiddelde grenswaarde [μg/m³]

PM2,5

8,9366

25

PM10

17,5989

40

NO2

22,68

40

Conclusie luchtkwaliteit Het project draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de luchtkwaliteit. Tevens voldoet de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied ruimschoots aan de gestelde grenswaarden in de Wet milieubeheer. Het onderdeel luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het plan.

4.5

Stikstofdepositie

Wetgeving De uitspraak van de Raad van State van 2 november 2022 heeft een streep gezet door de tijdelijke vrijstelling van de stikstofuitstoot als gevolg van de sloop-, aanleg- en bouwfase, zoals opgenomen in de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn). Hierdoor dient het stikstofonderzoek net als voorheen niet alleen de gebruiksfase te beslaan, maar ook rekening te houden met (de mobiele voertuigen die ingezet worden bij) de sloop-, aanleg- en bouwfase. Bovendien zal met de intreding van de Omgevingswet ook een inspanningsverplichting gaan gelden om de stikstofuitstoot bij bouwprojecten te verminderen. Door deze uitspraak dienen stikstofberekeningen te worden uitgevoerd zoals voor 1 juli 2021 het systeem was. Dit betekent dat zoals onder de uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019 een project met een geringe depositietoename van 0,01 mol/ha/jaar al vergunningplicht kan zijn (artikel 2.7 en 2.8 Wnb). Oftewel, ook relatief kleinschalige projecten dienen zorgvuldig op hun stikstofdepositie getoetst te worden om aan Europese regelgeving te kunnen voldoen (en stand te houden bij de Raad van State in geval van een beroep). Beoordeling planvoornemen In de nabijheid van het plangebied liggen de volgende Natura 2000- gebieden: Tabel 1: Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied Natura 2000-gebied

Afstand tot het Natura 2000-gebied

Stikstofgevoeligheid

De Wilck

5,2 kilometer

Niet gevoelig

Meijendel & Berkheide

9,3 kilometer

Zeer gevoelig

Coepelduynen

10,7 kilometer

Zeer gevoelig

Beoordeeld is of als gevolg van de stikstofuitstoot van het project de kwaliteit van het natuurlijke leefgebied of de habitat van soorten in een Natura-2000 gebied kan verslechteren. Met behulp van het voorgeschreven rekenprogramma AERIUS versie 2023.0.1 is de sloop- / aanlegfase en de gebruiksfase doorgerekend. Uit de resultaten blijkt dat geen stikstofgevoelige Natura 2000gebieden worden getroffen door deze ontwikkeling. De rekentool geeft op basis van de opgestelde input, geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Als gevolg van het planvoornemen treedt daarom geen toename van de stikstofdepositie op in Natura 2000gebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=16b69311-b364-415c-ba66-031984d3bec3