48_jaarstukken 2022_GG
Tekst van het document
34
Onroerendezaakbelastingen (OZB) Jaarlijks wordt de WOZ-waarde opnieuw bepaald. Voor de aanslagoplegging in februari 2022 is gekeken naar de waarde van de woning op 1 januari 2021; de zogenaamde waardepeildatum. Tussen de waardepeildatum 1 januari 2021 en de waardepeildatum 1 januari 2022 is sprake van een landelijk gemiddelde stijging van de WOZ-waarde met 17,0%. Voor Kaag en Braassem bedraagt de stijging 18,7%. De gemiddelde WOZ-waarde woningen met waardepeildatum 1 januari 2021 is € 379.000; per 1 januari 2020 was dit nog € 347.000. De kengetallen laten zien dat de gemeente per 31 december een gelijkblijvend aantal inwoners heeft (27.541) met 14.711 WOZ-objecten; in 2021 waren dit er nog 14.459. De totale WOZ-waarde van woningen is gestegen van € 4,2 miljard naar € 4,7 miljard. De totale WOZ-waarde van niet-woningen is gestegen van € 0,51 miljard naar € 0,54 miljard. (bron: Waarderingskamer) Sinds 2021 heeft de taxatie van de woningen plaatsgevonden op basis van netto gebruiksoppervlakte; de transitie van m3 naar m2.
Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing wordt opgelegd aan gebruikers van woningen en recreatieverblijven en voor het inzamelen en verwerken van grof huishoudelijk afval. In voorgaande jaren was er een vast basistarief met een differentiatie op basis van eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens. In 2022 is echter besloten deze tarieven gelijk te trekken. Het argument om één tarief te hanteren voor huishoudens, ongeacht het aantal personen, is dat het vaste tarief is bedoeld als een vergoeding voor de inzamelstructuur. Daarnaast zijn er drie variabele tarieven, gebaseerd op het aantal keer dat een container (afhankelijk van de grootte 140 of 240 liter) of vuilniszak restafval (60 liter) wordt geleegd dan wel ingeleverd. Het variabele tarief heeft als doel om de vervuiler te laten betalen. In 2022 zijn de variabele tarieven gelijk gebleven aan 2021; er is gekozen voor duidelijkheid aan de inwoners. Door een goed scheidingsgedrag en zo min mogelijk aanbieden van restafval kunnen de werkelijke lasten beïnvloed worden. Ons beleid is om de tarieven voor afvalstoffenheffing kostendekkend te laten zijn. De kostendekkendheid op afval is echter al enkele jaren lager dan 100% door de landelijke stijging van de kosten voor inzameling en verwerking van het gft-afval. Er wordt een groei in kostendekkendheid nagestreefd in twee jaar tijd: 95% in 2022 en 100% in 2023.
Het vaste tarief is derhalve verhoogd. Er is een tarief ingevoerd voor het brengen van bouw- en sloopafval naar het afvalbrengstation. Dit tarief is gelijk aan het tarief voor grof restafval. Op deze manier wordt gestimuleerd om het afval gescheiden aan te leveren op het afvalbrengstation. Dit heeft geleid tot hogere inkomsten. Het systeem werkt naar tevredenheid. De tarieven zijn alleen geïndexeerd en niet gewijzigd. In 2022 is de voorlopige aanslag afvalstoffenheffing afgeschaft; een huishouden ontvangt nu één aanslag met het vaste deel voor dat jaar en het variabele deel (daadwerkelijke aantal ledigingen) van het jaar daarvoor. De opbrengsten van het variabele deel komen weliswaar een jaar later binnen bij de gemeente maar kunnen al wel als opbrengsten in de exploitatie van het lopende jaar worden geboekt.
35
Rioolheffing Basis voor de tarieven voor de rioolheffing is het GRP 2019-2023. Eind 2020 en eind 2021 is het kostendekkingsplan bij het GRP tussentijds financieel bijgesteld en vastgesteld. Door het lagere renteomslagpercentage en het hogere aantal aansluitingen dan waarbij eerder was uitgegaan kon het tarief in 2022 gelijk blijven. Het uitgangspunt is 100% kostendekkendheid. De VNG heeft de verordening Rioolheffing vervangen om recht te doen aan de bredere invulling van de gemeentelijke watertaken. Het nieuwe model van de verordening vraagt om een zorgvuldige communicatie en een juiste belangenafweging. Dit zal nader worden uitgewerkt.
Forensenbelasting De tarieven voor deze belasting zijn volgens de tariefontwikkeling aangepast. Nr 1 2 3 4
Forensenbelasting 2022 - Tariefklasse Aantal per klasse I. minder dan € 50.000,00 444 II. € 50.000,00 of meer, doch minder dan € 100.000,0 54 III. € 100.000,00 of meer 239 Totaal opgelegd 737
De opbrengst van de opgelegde aanslagen (ad € 366.882) is bestemd voor de algemene middelen.
Diverse leges 2022 Behoudens de wettelijke vastgestelde tarieven, die niet zijn opgenomen in de tarieventabel, zijn de overige tarieven aangepast. Bij de vaststelling van de Nota Grondbeleid 2021-2024 is besloten het tarief voor de behandeling van een uitgebreide planologische afwijking te verhogen. De tarieven zullen tot en met 2024 stapsgewijs stijgen naar € 7.000.
Landelijke ontwikkelingen. De inwerkingtreding van de Omgevingswet is voor de 5de keer uitgesteld. Op de VNG site is te lezen dat “zonder mitsen en maren” de wet zal worden ingevoerd per 1 januari 2024. De Omgevingswet, een grootse wetgevings- en ICT-operatie, betekent een volledige herziening van de wet- en regelgeving voor de fysieke leefomgeving w.o. regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De bedoeling van de Omgevingswet is zorgen voor minder complexe regelgeving door het verenigen van wetten en het verlagen van het aantal ministeriele regelingen en algemene maatregelen van bestuur. In november en december van 2022 hebben huishoudens (kleinverbruikers met een eigen stroomaansluiting) van de overheid een vaste korting op de energierekening ontvangen van € 190,= per maand. Dit als tegemoetkoming voor de explosief gestegen energieprijzen. Kaag en Braassem heeft de eenmalige energietoeslag in 2022 verhoogd van € 800,= naar € 1.300,=. Ook de verordening kwijtschelding gemeentebelastingen is aangepast. Met deze aanpassing is de vermogensnorm verhoogd met € 2.000,=. Huishoudens met een laag inkomen kunnen hiermee beter sparen voor tegenvallers en daarmee schulden voorkomen zonder dat dit de kwijtschelding in de weg staat. Met deze aanpassing wordt de meest kwetsbare groep in onze gemeente bereikt.
In 2023 zal een zogenaamd prijsplafond gaan gelden; tot een bepaald gebruik wordt een vaste prijs in rekening gebracht. Door dit plafond zullen de meeste huishoudens een korting krijgen op de energierekening.
36
OVERZICHT BELASTINGDOMEIN GEMEENTE KAAG EN BRAASSEM
De volgende tabel geeft overzicht van het lokale belastingdomein van de gemeente:
bedragen x € 1.000 Belastingsoort
Begroting 2022 na wijziging
ozb eigenaren woningen ozb eigenaren niet-woningen ozb gebruikers niet-woningen rzb eigenaren woningen Inzameling grof huishoudelijk afval afvalstoffenheffing rioolheffing forensenbelasting precariobelasting grafrechten marktgelden leges omgevingsvergunningen leges snelle motorboten leges burgerzaken
Werkelijke opbrengst 2022
4.584 828 575 19 58 3.895 3.842 327 11 78 19 1.343 56 387
4.591 847 588 20 135 3.655 3.843 367 12 83 15 1.538 55 414
16.021
16.163
Kostendekkendheid Sinds 2017 is extra informatie verplicht waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt gezorgd dat de baten de lasten niet overschrijden. De informatie over kostendekkendheid wordt afzonderlijk in beeld gebracht voor de belangrijkste onderdelen binnen de gemeentelijke belastingen. De taakvelden afvalinzameling, riolering, begraafplaatsen, omgevingsvergunningen en overige leges (burgerzaken) worden ieder afzonderlijk berekend. De resterende opbrengsten betreffen de overige leges te weten het verstrekken van persoons- en reisdocumenten als ook de overige vergunningverlening op basis van de APV. Beheer rioleringsstelsel en waterzuivering (taakveld 7.2) 1a Kosten taakveld riolering en waterzuivering 1b Storting in reserve en voorziening riool 2 BTW 3 Overhead 4 Toerekening rente 5 Totaal kosten 6 Inkomsten 7 Netto-lasten Nr
8
Kostendekking
rekening 2022 2.001.111 769.995 292.977 433.528 344.957 3.842.569 -3.842.569 0 100%
37
1. Betreft de kosten zoals die opgenomen zijn in de geactualiseerde GRP aangevuld met de taakgerichte uren. 2. Extracomptabele toegerekende BTW op kosten en investeringen op grond van de invoering van de BTW-plicht gemeente. 3. Betreft de overhead op de taakgerichte uren. Dit wordt extracomptabel toegerekend met inachtneming van de BBV-regels. Vijftig procent wordt verdeeld op basis van de directe loonkosten en de andere vijftig procent wordt verdeeld op basis van de kosten van het taakveld. 4. Toerekening van rente is gebaseerd op de omslagrente, met inachtneming van de BBV-regels.
1. Betreft de kosten zoals die opgenomen zijn in het taakveld afval. 2. Extracomptabele toegerekende BTW op kosten en investeringen op grond van de invoering van de BTW-plicht gemeente. 3. Betreft de overhead op de taakgerichte uren. Dit wordt extracomptabel toegerekend met inachtneming van de BBV-regels. Vijftig procent wordt verdeeld op basis van de directe loonkosten en de andere vijftig procent wordt verdeeld op basis van de kosten van het taakveld. 4. Toerekening van rente is gebaseerd op de omslagrente, met inachtneming van de BBV-regels.
Nr 1 2 3 4 5 6
Begraafplaatsen (taakveld 7.5) Kosten taakveld begravingen Overhead Toerekening rente Totaal kosten Inkomsten Netto-lasten
7
Kostendekking
rekening 2022 181.103 58.252 9.702 249.057 -82.812 166.245 33%
1. Betreft de kosten zoals die opgenomen zijn in het taakveld begraafplaatsen. 2. Betreft de overhead op de taakgerichte uren. Dit wordt extracomptabel toegerekend met inachtneming van de BBV-regels. Vijftig procent wordt verdeeld op basis van de directe loonkosten en de andere vijftig procent wordt verdeeld op basis van de kosten van het taakveld. 3. Toerekening van rente is gebaseerd op de omslagrente, met inachtneming van de BBV-regels.
38
Nr 1 2 3 4 5 6
Leges: fysieke leefomgeving en omgevingsvergunning (WABO) (taakveld 8.1/8.3) Kosten op de taakvelden Overhead Toerekening rente Totaal kosten Inkomsten Netto-lasten
7
Kostendekking
rekening 2022 1.522.841 587.272 0 2.110.113 -1.537.903 572.210 73%
1. Betreft de kosten zoals die opgenomen zijn in de taakvelden behorend tot de fysieke leefomgeving (m.n. WABO). 2. Betreft de overhead op de taakgerichte uren. Dit wordt extracomptabel toegerekend met inachtneming van de BBV-regels. Vijftig procent wordt verdeeld op basis van de directe loonkosten en de andere vijftig procent wordt verdeeld op basis van de kosten van het taakveld. 3. Toerekening van rente is gebaseerd op de omslagrente, met inachtneming van de BBV-regels. Ten opzichte van vorig jaar zijn de kosten toegenomen en de inkomsten afgenomen. De toename van de kosten voor de invoering omgevingswet en (bouw)toezicht en handhaving wordt m.n. veroorzaakt door de (toegerekende) salariskosten. De afname van de inkomsten komt door een afname van aanvragen wat betreft omgevingsvergunningen. Nr 1 2 3 4 5 6
Leges: Overige leges (Burgerzaken) (taakveld 0.2) Kosten op de taakvelden Overhead Toerekening rente Totaal kosten Inkomsten Netto-lasten
7
Kostendekking
rekening 2022 738.279 214.968 0 953.247 -469.925 483.322 49%
1. Betreft de kosten zoals die opgenomen zijn in de taakvelden die behoren tot dienstverlening. De nadruk ligt hier op persoons- en reisdocumenten, alsmede vergunningverlening op basis van de APV. 2. Betreft de overhead op de taakgerichte uren. Dit wordt extracomptabel toegerekend met inachtneming van de BBV-regels. Vijftig procent wordt verdeeld op basis van de directe loonkosten en de andere vijftig procent wordt verdeeld op basis van de kosten van het taakveld. 3. Toerekening van rente is gebaseerd op de omslagrente, met inachtneming van de BBV-regels. De lagere kostendekkendheid wordt veroorzaakt door de toename van toegerekende (salaris)kosten die eerder niet werden doorbelast aan Burgerzaken (kostenverdeelstaat). Daarnaast zijn de inkomsten wat betreft leges teruggelopen. Vorig jaar waren de inkomsten leges een hoger omdat er een inhaalslag was van aanvragen persoonsbewijzen omdat er gedurende de COVIDperiode minder aanvragen binnenkwamen. De aanvragen zijn inmiddels genormaliseerd.
39
TOTALE WOONLASTEN MEERPERSOONSHUISHOUDENS Onder de gemeentelijke woonlasten verstaan we het gemiddelde bedrag dat een huishouden in een bepaalde gemeente betaalt aan OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. In onderstaande tabel worden de woonlasten van Kaag en Braassem weergegeven. Gemiddelde woonlasten meerpersoonhuishoudens (conform Coelo)
2021
2022
OZB Afvalstoffenheffing Rioolheffing
€ 363 € 313 € 277
€ 429 € 321 € 277
Totaal woonlasten
€ 953
€ 1.027
KWIJTSCHELDINGSBELEID Een belastingplichtige die een inkomen heeft van 100% of minder van het minimuminkomen komt in aanmerking voor gedeeltelijke of volledige kwijtschelding. Er kan uitsluitend kwijtschelding worden verleend voor de afvalstoffenheffing en rioolbelasting. Alle andere heffingen zijn van kwijtschelding uitgesloten. In 203 gevallen met een bedrag van € 107.612,07 is automatische kwijtschelding verleend. Om hiervoor in aanmerking te komen is eerder volledige kwijtschelding verkregen en worden de nieuwe gegevens bij diverse instanties opgevraagd en automatisch getoetst. T.o.v. 2021 zijn zowel het aantal automatische kwijtscheldingen als het bedrag per kwijtschelding gestegen. Onderstaande info is gebaseerd op alle kwijtscheldingsverzoeken die zijn ingekomen in 2022 over belastingjaar 2022 en afgehandeld in 2022. T.o.v. 2021 neemt zowel het aantal ingediende kwijtscheldingsverzoeken als het totaalbedrag af. Zo zijn er 128 verzoeken geheel of gedeeltelijk toegewezen met een bedrag van € 59.303; in 2021 waren dit 111 verzoeken met een bedrag van € 53.154. Het aantal afgewezen verzoeken is 61 met een totaalbedrag van € 31.795 (2021; 130 en € 57.895). Er is nog slechts 1 verzoek in behandeling met een bedrag van € 540. (2021; 46 met totaalbedrag van € 21.027).
Omschrijving
2021
2022
Bedrag
Toegewezen (geheel of gedeeltelijk) Afgewezen In behandeling
111 130 46
128 61 1
€ € €
59.303,00 31.795,00 540,00
Totaal ingediende kwijtscheldings verzoeken
287
190
€
91.638,00
40
Paragraaf 2 – Weerstandsvermogen en risicobeheersing Deze paragraaf geeft inzicht in het weerstandsvermogen in het verslagjaar 2022 en de ontwikkelingen bij de geïnventariseerde en gekwantificeerde risico’s. Hiertoe is informatie opgenomen over onderstaande onderwerpen: 1. Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit (de beschikbare middelen om aanwezige risico’s te kunnen opvangen). 2. Een inventarisatie van de risico’s van materiële betekenis voor de financiële positie, zoveel als mogelijk gekwantificeerd (financiële consequenties x ingeschatte kans). 3. Inzicht in het incidenteel weerstandsvermogen per balansdatum en in het structureel weerstandsvermogen in de periode 2022 – 2025. 4. Inzicht in de financiële kengetallen. Het uitwerken van deze paragraaf gebeurt conform het door de raad in 2019 vastgestelde beleid in de Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen (Nota R&W) voor de periode 2020 – 2023. Allereerst wordt de tekst vanuit de begroting 2022 opgenomen, daarna volgt bij jaarrekening 2022 een beknopte toelichting of het risico zich heeft voorgedaan.
ONTWIKKELINGEN RISICOANALYSE IN HET VERSLAGJAAR 2022
Toelichting op de risico’s 1. Wmo Begroting Wmo incidenteel risico Begroting De Wmo betreft een open einde regeling. Dit betekent dat wij als gemeente maatschappelijke ondersteuning moeten bieden, ook als het budget op is. Een aantal grote woningaanpassingen kan bijvoorbeeld extra lasten met zich meebrengen. Omdat het onzeker is wanneer inwoners meer dan verwacht een beroep doen op een dergelijke woningaanpassing, is ervoor gekozen hiervoor een risico op te nemen in de risicoparagraaf. Een aanvraag voor een grote woningaanpassing staat op zichzelf en heeft geen structureel effect, maar heeft mogelijk een incidenteel effect op de algemene reserve. Op basis van ervaringscijfers van voorgaande jaren achten wij het verantwoord om dit risico incidenteel in te schatten op € 150.000 met een kans van 50%. We zagen in 2020 en zien in 2021 wel een stijging van het aantal woningaanpassingen. We blijven dit monitoren om te beoordelen of dit een trend is waar we wel of niet iets mee moeten in de begroting. Jaarrekening 2022 Het risico heeft zich in 2022 niet voorgedaan. Er zijn geen woningaanpassingen gedaan die extra lasten met zich hebben gebracht. Wmo structureel risico Per 1 januari 2020 vinden er wijzigingen plaats in de Wmo-wet- en regelgeving. Vooralsnog is het uitgangspunt in de Richtnota 2021 dat deze geen financiële gevolgen hebben, maar dat is nog erg onzeker.
Het gaat hierbij met name om de effecten die de invoering van het abonnementstarief met zich meebrengt en in mindere mate om wijzigingen rondom de verstrekking van hulpmiddelenzorg.
41
Invoering abonnementstarief Wmo Het abonnementstarief, een vast tarief voor de eigen bijdrage aan Wmo-voorzieningen, in plaats van een inkomensafhankelijke bijdrage, is per 1 januari 2020 definitief van kracht. Hierdoor zijn de inkomsten van eigen bijdragen CAK gedaald. Daarnaast heeft het een aanzuigende werking, met name in een toenemende vraag naar huishoudelijke hulp van mensen die dit nu zelf geregeld hebben, in een toenemende vraag naar (duurdere) hulpmiddelen zoals scootmobielen en in een toenemende vraag naar woningaanpassingen. In 2019 en 2020 ziet onze uitvoeringsorganisatie Participe het aantal afgegeven beschikkingen voor huishoudelijke ondersteuning, vervoer- en woonvoorzieningen toenemen. Hierbij is het lastig om te beoordelen of dit wordt veroorzaakt door het abonnementstarief of dat hier ook andere oorzaken aan ten grondslag liggen, zoals vergrijzing. Vanuit het regeerakkoord is een structureel bedrag ter compensatie aan de gemeenten beschikbaar gesteld, voor Kaag en Braassem is dit € 191.000 in 2021. Dit bedrag is in 2021 volledig gebruikt ter dekking CAK en verstrekkingskosten. Ook de uitvoeringskosten nemen toe en hiervoor zijn in de Richtnota extra middelen gevraagd. Een verdere stijging kan dan ook niet meer binnen de budgetten worden opgevangen.
De VNG voert voor de jaren 2019 tot en met 2022 een monitor uit op de effecten van de invoering van het abonnementstarief. Aan de hand van de uitkomsten bespreekt de VNG met de minister over passende maatregelen, als de financiële gevolgen groter blijken dan eerder begroot. In afwachting van passende maatregelen gaan we in deze begroting 2021 uit van financiële compensatie wanneer de groei van deze voorzieningen doorzet. Er wordt daarom geen structureel bedrag gereserveerd in deze risicoparagraaf. Jaarrekening 2022: Het risico heeft zich in 2022 niet voorgedaan. 2. Reguliere jeugdhulp Begroting 2022 Wij hebben als gemeente voor de ambulante jeugdhulp en de jeugdhulp met verblijf een overeenkomst gesloten met GO! voor jeugd. Deze overeenkomst heeft een looptijd van 2018-2021 met de mogelijkheid om de overeenkomst twee keer met twee jaar te verlengen. De afgelopen jaren zijn extra middelen aan GO! toegekend op basis van het risicodossier, wetswijzigingen, autonome ontwikkelingen en corona. Ontwikkelingen waarop GO! geen invloed had en die zij niet hadden kunnen voorzien. Landelijk en subregionaal spelen er echter meer ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de kosten van de jeugdhulp. Zo zien wij in 2021 de gevolgen van corona op de aard en omvang van de jeugdhulpvragen. Vraag is of dit in 2022 ook nog aan de orde zal zijn.
Voor 2023 en verder geldt dat de inrichting van de jeugdhulp per 2023 (de huidige verlenging met GO! loopt tot en met 2022), de mogelijk verplichte regionale inkoop van jeugdhulp en de AMvB reële kostprijs kunnen leiden tot een toename van de kosten. Dit maakt de kosten voor 2023 en verder nog onzeker. Aan de andere kant is het ook nog onzeker in hoeverre er vanuit het Rijk structureel extra gelden komen om de hogere lasten bij Jeugd te kunnen dekken. Het is wel de verwachting dat wij als gemeente extra middelen gaan ontvangen. Dit is een resultaat van de uitspraak van de Commissie van Wijzen. Doordat er nog te weinig hierover bekend is, hebben we de jaren 2023 e.v. ingeschat met een p.m.. Jaarrekening 2022: Bij de Voortgangsmonitor is € 411.980 bijgeraamd In maart dit jaar is uw raad hierover geïnformeerd in een aparte raadsvergadering. Daar heeft uw raad ingestemd met een begrotingswijziging voor de hogere kosten Jeugdhulp, te verwerken in de Voortgangsmonitor 2022. Daarnaast heeft uw raad ingestemd met het opnemen van een hogere last
42
voor 2023 in de Richtnota en voor 2024 e.v. in het meerjarenbegrotingsbeeld. In 2023 zal opnieuw gestart worden met een aanbesteding voor 2024 e.v. 3. JB/JR en gesloten jeugdhulp Begroting De zorg verband houdende met jeugdbescherming/jeugdreclassering en gesloten jeugdhulp wordt regionaal ingekocht via TWO Jeugdhulp Holland Rijnland. Voor deze vormen van jeugdhulp geldt een wettelijke regionale samenwerking. Dit betreft een open einde regeling. De kosten worden verdeeld op basis van een verdeelsleutel. Voor 2022 geldt dat de realisatie van het jaar 2020 per gemeente de basis voor de verdeelsleutel is. De kosten kunnen met name bij gesloten jeugdhulp fluctueren omdat dit een relatief dure vorm van jeugdhulp is. Jeugdhulp Holland Rijnland geeft daarnaast aan dat bij jeugdbescherming /jeugdreclassering een tariefstijging heeft plaatsgevonden die van invloed is op de begroting 2022 en dat regionaal extra middelen worden verstrekt aan jeugdbescherming verstrekt om de caseload te verlagen. Het woonplaatsbeginsel (zie risico reguliere jeugdhulp) kan ook voor de regio Holland Rijnland een verschuiving betekenen van de verdeling van de kosten. Er zijn nog teveel onduidelijkheden om dit effect te kwantificeren. Met deze verhoging achten wij het verantwoord om het risico te handhaven op € 50.000 met eens kans van 50% dat zich dit voordoet.
Jaarrekening 2022: Het risico heeft zich in 2022 niet voorgedaan. We hebben alles kunnen opvangen in de begroting. 4. Sociale woningbouw Begroting 2022: Dit betreft het risico op afboeken van de boekwaarde van het Connexxionterrein in verband met het realiseren van sociale woningbouw op deze locatie. Of daar sociale woningbouw gaat komen of dat het terrein een andere bestemming gaat krijgen is nog niet bekend. Wel hebben we te maken met een boekwaarde die in welke ontwikkeling dan ook betrokken moet worden. Afhankelijk van welke ontwikkeling het gaat worden, zal het bedrag van het verlies hoger of lager zijn. De kans dat de volledige boekwaarde moet worden afgeboekt is daarom bij begroting 2019 bijgesteld naar 50%. Deze inschatting blijft nu ongewijzigd. Met een boekwaarde van € 1.050.000 komt het incidentele risico voor deze post uit op € 525.000. Jaarrekening 2022: Dit risico is met de jaarrekening 2021 reeds afgehandeld. 5. ICT Begroting 2022: ICT - CIO Office De BVO Rijn en Braassem (BVO) verzorgt de uitvoering van onze ICT. Om de BVO opdrachten en kaders mee te geven over welke ICT de gemeentes nodig hebben, is door de gemeente Alphen aan den Rijn besloten om tot oprichting van het CIO Office over te gaan. Het CIO Office is als het ware een “strategische denktank” op ICT-gebied. De inzet van het CIO Office draagt bij aan een uniform applicatielandschap.
De gemeente Kaag en Braassem is nu in gesprek met de gemeente Alphen aan den Rijn om te onderzoeken of en hoe wij aan kunnen sluiten bij het CIO Office. De voorwaarden en kosten maken ook onderdeel uit van het gesprek. De verwachting is dat aansluiting door de gemeente Kaag en Braassem bij het CIO Office noodzakelijk is. Dit om de BVO goed haar werk te kunnen laten doen, ook voor ons. Daarnaast zorgt een uniform applicatielandschap voor schaalvoordeel en kostenbesparing. De financiële impact is nog niet duidelijk. De totale kosten van het CIO Office bedragen op dit moment ca. € 750.000. Het is nog niet duidelijk in welke omvang de gemeente Kaag en Braassem van het CIO
43
office gebruik gaat maken. Ook is nog niet duidelijk of én zo ja, in welke mate de gemeente Kaag en Braassem kosten in rekening gebracht gaat krijgen van het CIO Office. Vandaar dat hiervoor in 2022 e.v. een pm-post is opgenomen in de risicoparagraaf. Wel duidelijk is dat de rol en het budget van de Chief Information Security Officer (CISO) en het budget voor de securitykosten voor 2022 uit de BVO-begroting zijn gehaald. De CISO en security zijn onderdeel van de CIO Office en hebben een totaal budget van € 180.000 voor de beide deelnemers. Voor de gemeente Kaag en Braassem betekent dit dat € 36.000 naar de gemeentelijke begroting is teruggevloeid ter dekking van deze CISO- en securitykosten. Deze verschuiving van de BVO naar de CIO Office heeft geen budgettaire gevolgen. Jaarrekening 2022: Het risico heeft zich niet voorgedaan. De oprichting van het CIO Office gaat definitief niet door. ICT - kostenverdeling Begroting 2022: Op dit moment bedraagt de verdeling van de kosten van de BVO- begroting 80/20. In 2023 zal verder worden onderzocht wat een eerlijke verdeling is van de kosten over de gemeenten Kaag en Braassem en Alphen aan den Rijn. Wat de uitkomst van dit onderzoek zal zijn, is nog niet bekend. Dit kan positief voor ons uitvallen, maar ook negatief. Vanwege deze onbekende verandering is een pm-post opgenomen.
Jaarrekening 2022: Voor wat betreft het jaar 2022 heeft dit risico zich niet voorgedaan. Dit punt blijft daarentegen wel een risico. Er is nog geen duidelijkheid over. Echter is de verwachting dit in de komende jaren gewijzigd zal worden in het nadeel van de gemeente Kaag en Braassem. 6. Kunstwerken - Noorderhemweg Uit de inspectie van 2018 komt naar voren dat in 2022/2023 onderhoud nodig is aan de Noorderhemweg. De omvang van de onderhoud bedraagt naar verwachting ca € 1,5 miljoen en maakt dat de constructie weer 20 tot 30 jaar mee kan gaan. Ook is een globale berekening gemaakt van de kosten bij vervanging. Deze is een factor 2 tot 3 groter dan het onderhoud maar dan heeft de brug een levensduur van ca 100 jaar. De werkzaamheden moeten binnen ca 10 jaar gebeuren. Tegelijkertijd wordt er gewerkt aan de inrichting van het project Braassemerland. Uit de inrichting van Braassemerland komt naar voren dat er mogelijk verkeer afgewikkeld dient te worden over de Noorderhemweg. Bij inbreiding van het Braassemerland bestaat er het risico dat de Noorderhemweg verbreed dient te worden. Dan zal de omvang van de investering, afhankelijk van de keuze, liggen op 4 tot 6 keer de omvang van groot onderhoud. Voor een raadsvoorstel is het noodzakelijk te weten wat Braassemerland straks nodig heeft, zodat het juiste budget kan worden aangevraagd.
Heel binnenkort wordt de raad hierover geïnformeerd via een brief. Afhankelijk van de noodzaak tot verbreding van Braassemerland wordt een raadsvoorstel aan de raad gepresenteerd. Constructieve veiligheid In het beheersplan kunstwerken 2021/2024 is het onderzoek naar de constructieve veiligheid van diverse kunstwerken benoemd. De eerste kunstwerken (bruggen Floraweg) zijn onderzocht en dit leidt tot het nemen van maatregelen van gewichtsbeperking met als uiteindelijke noodzaak het herstellen/vervangen van kunstwerken. Voor de komende jaren staan diverse onderzoeken gepland. Dit kan leiden tot extra noodzakelijke investeringskredieten voor het vervangen van diverse kunstwerken binnen de gemeente Kaag en Braassem. Jaarrekening 2022: In het beheersplan kunstwerken 2021/2024 is het onderzoek naar de constructieve veiligheid van diverse kunstwerken benoemd. De eerste kunstwerken (bruggen Floraweg) zijn onderzocht en dit leidt
44
tot het nemen van maatregelen van gewichtsbeperking met als uiteindelijke noodzaak het herstellen/vervangen van kunstwerken. In 2022 heeft dit niet tot extra kosten geleid. In de tweede helft van 2022 zijn de risico’s op bruggen geraamd en worden in 2023 geüpdatet door een externe partij . Er wordt dan een nieuw onderhoudsplan 2024-2028 opgesteld. Dit kan leiden tot extra noodzakelijke investeringskredieten voor het vervangen van diverse kunstwerken binnen de gemeente Kaag en Braassem. 7. Wethouderspensioenen Begroting: De pensioenverplichting die een gemeente heeft voor ( ex-) wethouders wordt jaarlijks geactualiseerd aan de hand van de op dat moment geldende rentestand. De huidige lage rentestand brengt extra kosten met zich mee voor het op peil houden van de pensioenvoorziening. Met een nieuw college in 2022 kunnen de kosten toenemen door benoeming van nieuwe wethouders. Op dit moment is onbekend wat de verkiezingsuitslag zal zijn en wat dit dus betekent voor het aantal deelnemende wethouders in het APPA-fonds en de daarbij behorende verplichtingen voor de gemeente Kaag en Braassem. Jaarrekening: Het college kent vier wethouders waarvan drie nieuw benoemde wethouders. Hiervoor zijn middelen aan de voorziening gedoteerd. Echter is aan de hand van de actuele actuariële waarberekening een lager bedrag opgenomen in de voorziening.
Uit de actuariële waarberekeningen bleek een lager bedrag nodig dan aanvankelijk zodat er een voordeel is ontstaan. 8. Wethouders – wachtgeld Begroting: In 2022 zijn de gemeenteraadsverkiezingen en vinden er mogelijk wisselingen plaats binnen het college van burgemeester en wethouders. Bij wisselingen bestaat een risico dat de huidige wethouders aanspraak maken op wachtgeld. Deze kosten komen voor rekening van de gemeente. Op dit moment is onbekend wat de verkiezingsuitslag zal zijn en wat dit dus betekent voor de zittende wethouders en de mate waarin vanaf 2022 aanspraak zal worden gemaakt op wachtgeld. Jaarrekening: Dit risico heeft zich niet voorgedaan. Een voormalig wethouder ontvangt wachtgeld. 9. Bestrijding essentaksterfte/kastanjebloedingsziekte Begroting: De essen in de gemeente zijn aangetast door essentaksterfte en kastanjes door de kastanjebloedingsziekte. Ieder jaar komt de boom in een nieuwe ziektefase. Het verloop van de ziekte wordt nauwkeurig gemonitord. Zieke bomen worden verwijderd, als deze een gevaar (gaan) vormen voor de veiligheid. Naarmate de ziekte verder verloopt, wordt de kans op verwijderen groter. De maximale impact is incidenteel en wordt ingeschat op € 85.000, de kans is 50%, we schatten dit risico in op € 43.000. Jaarrekening: Het risico heeft zich in 2022 niet voorgedaan. 10.
Openbaar groen Begroting: Begin 2020 is het IBOR 2020-2024 vastgesteld. Het nieuwe IBOR is grotendeels ongewijzigd vastgesteld. De beschikbare budgetten zijn na vaststelling structureel opgehoogd met € 32.000. Daarnaast is het budget in 2020 incidenteel opgehoogd vanuit Focus met Ambitie met € 100.000. Daarmee was het budget voor 2020 toereikend en heeft dit risico zich niet voorgedaan. Ook voor 2021 is het budget incidenteel opgehoogd vanuit Focus met Ambitie. Daarom is het risico voor 2021 op € 0
45
ingeschat. Voor 2022 e.v. is het risico niet gewijzigd ten opzichte van de begroting 2021 en blijft daarmee op € 136.000 met een kans van 90%. Jaarrekening 2022: Het risico heeft zich in 2022 niet voorgedaan. 11a. Wegen, areaaluitbreiding IBOR wegen Begroting: - Het extra areaal dat door ontwikkelingen naar ons toe komt is niet volledig bekend aangezien dat afhankelijk is van anterieure overeenkomsten. Daarbij is het moment waarop de overdracht plaats gaat vinden niet in beeld. - Door uitbreiding van het areaal en het niet synchroon meestijgen van budgetten kan er in verhouding minder onderhoud worden uitgevoerd. - In het IBOR hebben we die planningen beter bij elkaar gebracht, maar een deel is pas later bekend als gevolg van de afspraken tussen partijen Jaarrekening: Afgelopen jaar zijn er geen nieuwe ontwikkelingen opgeleverd waardoor het financiële risico in gevolg van areaaluitbreidingen niet is voorgekomen 11b. Wegen, Herenweg en dijkwegen Begroting Het hoogheemraadschap van Rijnland heeft diverse projecten gestart die ook op onze wegen van invloed zijn. Deze zaten niet in onze planningen aangezien ze voor ons niet zelfstandig een probleem zijn; - Het verzwaren en uitvoeren van onderhoud aan keringen tekent zich onder andere door zetting af op wegen op en nabij keringen.
Door de diversiteit van de grondsamenstelling en het afwijken van aangeleverde meerjarenplannen kunnen we de hieruit voortvloeiende kosten niet kwantificeren. - Door schaalvergroting van bedrijven gelegen aan ondergeschikte wegen gaat de kwaliteit van deze wegen harder achteruit dan voorzien. - Bij onderhoud en reconstructies wordt er vaak door bijvoorbeeld participatie besloten de wegen anders in te richten. Wat hogere kosten met zich mee brengt in aanleg maar met name voor beheer en onderhoud. - De klimaatsverandering tekent zich af op wegen met name op keringen. Vorig jaar hebben we dat kunnen zien door de extreme droogte. - Algemeen. Veel wegen zijn aangelegd op een fundering van hoogovenslakken. Diktes en milieu hygiënische kwaliteit hiervan variëren sterk waardoor er bij reconstructie en onderhoud de financiële consequenties sterk uiteenlopen. Jaarrekening In 2022 zijn er geen projecten van Rijnland uitgevoerd welke invloed hebben gehad op ons wegen areaal. Wel heeft zich recent een uitwerking van een eerder project gemanifesteerd aan de Veenderdijk in Rijpwetering. Na een dijkverzwaring zijn er scheuren in het asfalt ontstaan. Om de situatie veilig te houden is er een noodoplossing door de buitendienst gerealiseerd. Hiermee verwachten wij dat het probleem voor de nabije toekomst is verholpen.
Het is echter niet ondenkbaar dat de weg opnieuw geasfalteerd moet worden terwijl dit eigenlijk niet aan de orde was. De resterende risico’s die eerder zijn benoemd zijn sporadisch opgetreden maar hebben op dit moment geen financiële impact 11c. Grietpolderweg Begroting In het Dorpshart Leimuiden worden door Smits Bouwbedrijf (SBB) eengezinswoningen, appartementen, commerciële ruimten en een dorpshaven gerealiseerd. Voor de realisatie en bereikbaarheid van de haven is er in de Grietpolderweg een brug gerealiseerd. De Grietpolderweg moet aansluiten op deze brug en moet hiervoor deels opgebroken en opnieuw opgebouwd worden. De ontwikkelaar draagt de weg en de brug, inclusief openbare ruimte rondom woningen, na realisatie over aan de gemeente.
46
De Grietpolderweg is gelegen op een veendijk van het hoogheemraadschap van Rijnland (HHR). Om de weg te laten aansluiten op de nieuw gerealiseerde brug moeten er grondlichamen (taluds) aangebracht worden waarop de weg kan worden aangelegd. Uit berekeningen is gebleken dat de aannames die bij het opstellen van het ontwerp en aannemingscontract zijn bepaald, niet overeenkomen met de daadwerkelijke situatie. De weg zal, als deze conform het oorspronkelijke ontwerp wordt gerealiseerd, een ongewenst grote zetting krijgen (samendrukken van de grond door voorbelasting). Door deze zetting is het ongewenst om de weg aan te leggen omdat dit kan leiden tot een onveilige situatie. Tussen SBB, HHR en gemeente is er een geschil ontstaan wie verantwoordelijk is voor de ontstane situatie en het herstel daarvan. Na een lange periode van overleg en onderzoeken zijn SBB en de gemeente tot een overeenkomst gekomen waarin in eerste instantie de kosten 50/50 verdeeld worden. Daarnaast is er de afspraak gemaakt dat de Raad van Arbitrage in bouwgeschillen te Utrecht zich over de zaak zal moeten buigen en uitspraak zal moeten doen over wie er aansprakelijk is en de volledige kosten zal moeten dragen. Er bestaat een risico dat de Raad van Arbitrage in bouwgeschillen SBB in het gelijk stelt en dat de gemeente verantwoordelijk is voor de totale kosten. Op dit moment zijn de kosten geraamd op ca.
€ 614.000. In de brief van ons college aan uw raad heeft u kunnen lezen dat SBB voornemens is de opdracht te verstrekken aan Strukton. Hiermee zal waar mogelijk een optimalisatie (versnelling) in het werk worden doorgevoerd. De definitieve kosten zijn op dit moment nog niet bekend, deze zullen snel volgen. Nu het werkplan inzichtelijk is en de definitieve kosten snel volgen, zullen partijen samen met hun juridisch adviseurs het juridisch traject verder op starten en zo nodig de Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen te Utrecht vragen zich over de zaak te buigen en uitspraak te doen over wie er aansprakelijk is en wie de kosten zal moeten dragen. Wij kunnen in het meeste negatieve scenario het bedrag ter grootte van ca. € 614.000 dekken uit het begrotingsresultaat 2021. Jaarrekening 2022 Het risico heeft zich in 2022 niet voorgedaan SBB en de gemeente zijn momenteel minnelijk in gesprek. De uitkomst van dat gesprek zal bepalen of de gang naar de RvA ingezet wordt. Indien dat het geval is, dan zal de procedure bij de RvA in 2023 opgestart worden. 12. Implementatie Omgevingswet De nieuwe Omgevingswet betekent een volledige herziening van de wet- en regelgeving voor de fysieke leefomgeving. De regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water worden gebundeld. De wet zou medio 2019 in werking treden, en is als gevolg van de coronacrisis opnieuw uitgesteld.
Momenteel is de verwachting dat de Omgevingswet medio 2022 in werking treedt. Naast de brede herziening van de regelgeving vraagt de Omgevingswet ook om een andere werk- en denkwijze van overheden, inwoners en bedrijven. Integraal werken en meer ruimte voor initiatieven zijn belangrijke uitgangspunten. Ondanks het uitstel gaat Kaag en Braassem door op de ingeslagen weg met de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. Er staat inmiddels een stevig fundament waarop de komende tijd verder wordt gebouwd. De rijksoverheid betaalt de investeringskosten die samenhangen met de wet zoals de centrale digitale voorzieningen. Gemeenten moeten zelf de kosten dragen voor de transitie naar het werken met de nieuwe wetgeving. De omslag in wetgeving vraagt om een zorgvuldige voorbereiding in de gemeente. Dat geldt voor de aanpassing van (digitale) systemen, het voorbereiden van de nieuwe visie, plannen en vergunningstrajecten en om verandering in houding en dienstverlening. De VNG heeft een rekenmodel ontworpen waarmee gemeenten een eerste indicatie kunnen krijgen van kosten voor de invoering van de Omgevingswet. Het model werkt op basis van gemeentegrootte en omvat de visieen planvorming, de instrumenten, dienstverlening, werkprocessen, opleidingen en de informatiearchitectuur. De uitkomsten zijn in deze fase slechts indicatief op te vatten. De doorrekening
47
voor Kaag en Braassem resulteert in een bedrag van € 2,4 miljoen voor de invoeringskosten tot en met 2024. Afhankelijk van de concrete veranderopgave in Kaag en Braassem zijn de invoeringskosten en exploitatielasten op een later moment meer exact in beeld te brengen. Vooralsnog nemen we dit bedrag op als een risicoreservering onder aftrek van de werkelijke bestede bedragen van 2017-2020 (€ 538.479) en de jaareinde verwachting voor 2021 (totaal € 277.392, inclusief de overheveling vanuit 2020 en het extra bedrag voor de ICT). In de begroting is nog geen raming voor 2022 opgenomen. Zodra bekend is wat hiervoor benodigd is, zal ons college een apart budgetvoorstel aan uw raad voorleggen. Gebaseerd op het rekenmodel worden de overige implementatiekosten voor 2022 tot en met 2024 nog ingeschat op € 1.584.000. Tot er nieuwe (betere) berekeningen bekend zijn, gaan we uit van de bestaande berekeningen. Jaarrekening 2022: In 2022 is er € 200k beschikbaar gesteld voor de implementatie van de Omgevingswet. Hiervan is € 136.230 besteed aan medewerkers en omgevingsplannen. Naast het bedrag dat in 2022 in de begroting is opgenomen, blijft voor 2023 e.v. een bedrag gelabeld van € 2.400.000 (totaal raming implementatie) -/- € 949.049 (werkelijk besteed in 2017 t/m 2022) -/- € 227.520 (begroot in 2023) = € 1.223.431,13.
Werk en inkomen DVO Begroting 2022 Voor de uitvoering van de taken Werk en inkomen hebben wij als gemeente een dienstverleningsovereenkomst (DVO) afgesloten met Alphen aan den Rijn. Deze DVO is voor onbepaalde tijd afgesloten, maar de financiële afspraken voor de uitvoering van de DVO lopen af per 2022. Dit betekent dat nieuwe afspraken moeten worden gemaakt voor 2022 en volgende jaren. De huidige afspraken zijn gebaseerd op de meerjarenbegroting van Rijnvicus 2018-2021. Het is de verwachting dat de huidige afspraken niet meer afdoende zullen zijn en dat de kosten voor de uitvoering van de DVO daarom gaan toenemen per 2022. In onze begroting 2022 is hier rekening mee gehouden en wij hebben een inschatting gemaakt. De gesprekken over de prijsafspraken zijn nog niet afgerond en mogelijk is het extra budget in de begroting 2022 e.v. niet afdoende, vandaar ook hier een pm. Jaarrekening 2022 De gesprekken over de prijsafspraken zijn afgerond en verwerkt in de begroting 2023 e.v. Met de voortgangsmonitor 2022 is er 37k bijgeraamd omdat de werkelijke aantallen uitkeringsgerechtigden in 2022 hoger lagen dan begroot. 14. Werk en inkomen BUIG Begroting 2022 In de afgelopen jaren, in tijden van economische groei hadden we steeds te maken met een afnemend aantal bijstandsontvangers en daarmee ook lagere kosten voor de bijstandsuitkeringen.
Omdat de vergoedingen waren gebaseerd op een driejaarsgemiddelde en de aantallen daalden, leverde dit in de afgelopen jaren voordelen op. In de najaarsrapportage van 2019 zijn de kostenramingen in verband met de bijstandsuitkeringen (en de bijbehorende doeluitkeringen van het Rijk) structureel met € 200.000 verlaagd. In 2021 hebben we te maken met een forse toename van het aantal bijstandsontvangers en verwachten we per saldo een hogere last van € 400.000 ten opzichte van de begroting 2021. Ook voor 2022 wordt nog steeds een hoog aantal bijstandsontvangers verwacht. Daarnaast wordt in 2021 de dienstverleningsovereenkomst met de gemeente Alphen aan den Rijn herzien. In de op 13 september gepresenteerde bijstelling was rekening gehouden met een toename van het aantal bijstandsontvangers én met hogere kosten als gevolg van de (nog af te sluiten) nieuwe dienstverleningsovereenkomst.
48
Terecht gaf u de suggestie van meer inkomsten in de toekomst in verband met een mogelijke vangnetuitkering. De mogelijkheden zijn ook nagegaan, maar voor 2021 en 2022 kunnen wij niet voor een vangnetuitkering in aanmerking komen, omdat wij niet aan de voorwaarden hiervoor voldoen. Dit komt doordat de overschotten in voorgaande jaren hoger waren dan de tekorten waar we nu mee te maken hebben. Naar aanleiding van uw opmerking tijdens de Context-en-Kadersavond over de vangnetuitkering én uw opmerking over het voorzichtig begroten, hebben wij nogmaals naar deze bijstelling in onze begroting gekeken. Wat daarbij opviel, was dat de uitkering vanuit het Rijk in het meerjarenbeeld gelijk was gehouden. Wij hebben nieuwe berekeningen gemaakt van de Rijksbijdrage op basis van de prognoses in 2021. Deze geactualiseerde berekeningen hebben een positief effect op het meerjarenbeeld ten opzichte van het beeld bij de Richtbrief 2022. Wat we wel zien is een risico op toenemende uitgaven: De uitgaven nemen toe omdat het aantal bijstandsontvangers toeneemt ten gevolge van de huidige Covid19 crisis. Als we uitgaan van het beeld van 2020 dan moet er rekening gehouden worden met ongeveer 300 uitkeringen. De financiële impact hiervan, bij een gelijkblijvend BUIG-budget van het rijk, is berekend op € 190.000.
Met de kans van 70% dat dit zich voordoet wordt een incidenteel risico van € 133.000 opgenomen. Deze is incidenteel omdat vanaf 2023 verwacht wordt dat de balans tussen de doeluitkering en de uitgaven weer bereikt is. Jaarrekening 2022: Met de voortgangsmonitor is er 667K bijgeraamd voor het aantal uitkeringsgerechtigden en het macro budget BUIG. 15. Verbonden partijen - algemeen Begroting 2022 In de afgelopen jaren is het regelmatig voorgekomen dat wij als gemeente werden geconfronteerd met structurele begrotingswijzigingen bij onze verbonden partijen door uitbreiding van taken of andere oorzaken, die een grotere impact hadden op onze begroting dan de afgesproken indexatie. Met name als dit om structurele zaken gaat, hebben de verbonden partijen hiervoor onvoldoende reserves om deze toegenomen kosten te dekken. Wij hebben hiervoor in de Richtnota 2022 een risicoreservering opgenomen van 2,5 % van de totale bijdragen aan de verbonden partijen. De totale bijdragen aan de verbonden partijen bedraagt in de Richtnota 2022 bijna € 8 miljoen en met een kans van 50% dat een verhoging zich bij alle partijen voordoet, is dit gekwantificeerd op € 100.000 structureel. Jaarrekening 2022: Het risico heeft zich in 2022 vooralsnog niet voorgedaan. De verbonden partijen zijn binnen begroting gebleven. Nog niet alle jaarrekeningen zijn definitief binnen
49
NIEUWE RISICO’S, ONTSTAAN IN 2022 MET MOGELIJK EFFECT OP HET MEERJARENBEELD Onderstaand een inventarisatie en toelichting van de risico’s die in 2021 na de inventarisatie bij de begroting 2022 zijn ontstaan of gewijzigd. Deze zijn: Effecten oorlog in Oekraïne en opvang vluchtelingen uit Oekraïne De oorlog in Oekraïne heeft ook gevolgen voor Nederlandse gemeenten. Dat kan gaan om opvang van vluchtelingen door gemeenten en particulieren, ondersteuning van Oekraïners die momenteel in Nederland verblijven, risico's voor digitale veiligheid en economische sancties voor Russische bedrijven. Uiteraard via het nieuws, maar concreet via de VNG en het ministerie van Justitie en Veiligheid worden wij als gemeente op de hoogte gehouden van ontwikkelingen en uit te voeren regelingen. Het kabinet heeft gesteld dat het de kosten vergoedt die gemeenten (zullen) maken en dat gemeenten er financieel niet op achteruit mogen gaan. Samen met partners binnen en buiten het rijk (waaronder de VNG en een aantal gemeenten) werkt het kabinet aan financiering van de opvanglocaties en bijhorende kosten. De VNG pleitte voor een compensatie op declaratiebasis. Het kabinet heeft besloten te werken met een hybride financieringssystematiek. Het vertrekpunt van de financiering is: normkosten (een vast bedrag per gerealiseerde plek per dag) waar mogelijk, feitelijke kosten waar nodig.
Het ministerie van JenV ontwikkelt hiervoor een ministeriële regeling in afstemming met de VNG. De normkosten worden gemonitord zodat duidelijk wordt of de voorziene vergoeding volstaat of naar boven moet worden bijgesteld. Hoe de te ontwikkelen ministeriële regeling voor ons uitpakt is nog niet bekend. Naast de kosten voor de opvang van vluchtelingen heeft de oorlog ook economische effecten. Dit kan ook effecten gaan hebben op de werkgelegenheid of zoals hierboven aangegeven op de digitale veiligheid en eventuele kosten die dit tot gevolg kan hebben. Wat de effecten op de langere termijn zijn, is op dit moment nog niet in te schatten. Kostenstijgingen gas en elektra en benzine Voor de levering van gas en elektra hebben wij contracten afgesloten die lopen tot en met 2024 en wij lopen op dit moment geen risico op hogere lasten. Op dit moment worden we geconfronteerd met stijgende tarieven voor benzine. Uiteraard zullen wij binnen de buitendienst de ritten tot een minimum beperken en streven naar een efficiënte inzet van onze tractie. Desondanks zien wij dat de kosten voor tractie oplopen en wij verwachten in 2022 een overschrijding van het budget. In de Voortgangsmonitor 2022 zal dit leiden tot een begrotingswijziging.
Op dat moment zal blijken of we deze extra kosten op kunnen vangen door meevallers elders of dat de wijziging ten laste van het geraamde begrotingsresultaat zal komen. Bij het opstellen van de Richtnota zullen wij een inschatting maken of de kostenstijging structureel van aard is en omgezet moet worden in een structurele budgetaanpassing.
50
RISICO-INVENTARISATIE EN KWANTIFICERING Het inventariseren en kwantificeren van risico’s heeft conform het bepaalde in de Nota R&W plaatsgevonden. Onderstaand is een overzicht opgenomen, waarbij ook rekening is gehouden met de hiervoor geschetste ontwikkelingen in het verslagjaar 2022 ten opzichte van de begroting. Categorieën risico’s met financiële consequenties: Omschrijving risico per categorie
bedragen* € 1000
Kans Risico klasse
Risico (kans x gevolg)
Gevolg Raming schade
Incidenteel 2022
Totaal risico's Financieel 1. Wmo
50%
2. Reguliere jeugdhulp
2023
2024
2025
165
83
0
0
0
0
pm
0
0
pm
pm
pm 25
3. JB/ JR en gesloten jeugdhulp
50%
50
0
25
25
25
4. Sociale woningbouw
50%
1.050
525
0
0
0
0
5. Ict
pm
pm
pm
pm
6. Kunstwerken - Noorderhemweg
pm
pm
pm
pm
7. Wethouderspensioenen
pm
pm
pm
pm
8. Wethouders – wachtgeld
pm
Product/ diensten 9. Bestrijding essentaksterfte/ kastanje bloedingsziekte
50%
86
10. Openbaar groen
90%
136
43
11a. Wegen, areaal uitbreiding IBOR wegen 11b. Wegen, Herenweg en dijkwegen 11c. Grietpolderweg
0
0
0
122
122
122
pm
pm
pm
pm
pm 50%
12. Implementatie omgevingswet 13. Werk en Inkomen DVO 14. Werk en Inkomen Buig
0 122
614
307
2.400
1.584
70%
190
50%
200
0
0
0
0
pm
pm
pm
pm
100
100
100
100
146
73
0
0
393
320
247
247
133
Verbonden partijen 15. Algemeen 16. De Tweesprong
Gekwantificeerde risico's
2.675
CONCLUSIE WEERSTANDSVERMOGEN BIJ GESIGNALEERDE RISICO’S Op 14 januari 2019 heeft uw raad de ondergrens van de ratio voor het structurele weerstandsvermogen bepaald op minimaal 1. Met een kader van minimaal 1 zijn de structurele risico’s voldoende afgedekt, zonder dat er direct moet worden gesneden in bestaand beleid. Voor de incidentele risico’s is bepaald dat de algemene reserve binnen onze gemeente zodanig groot moet zijn, dat de solvabiliteit minimaal 20% is. De beoordeling van de solvabiliteit komt verderop in deze paragraaf aan de orde bij de beoordeling van de financiële kengetallen. Afweging van de beschikbare weerstandscapaciteit versus de gekwantificeerde risico’s in deze paragraaf leidt tot onderstaande conclusie: Bedrag * €1.000
Incidenteel 2022
Structureel 2023
2024
2025
Beschikbare weerstand (obv begr 2022ev en door raad vastgestelde besluiten)
26.242
1.835
515
-422
-316
Benodigde weerstand
2.675
393
320
247
247
Ratio
9,81
4,67
1,61
-1,71
-1,28
51
CONCLUSIE •
•
Incidenteel voldoet de ratio ruim aan de door uw raad vastgestelde norm. Met een algemene reserve van € 26 miljoen komt de solvabiliteit eind 2022 uit op 42%. Zie hiervoor ook het financiële kengetal over solvabiliteit in deze paragraaf. Structureel voldoet de ratio de eerste jaren van het meerjarenperspectief. Vanaf 2024 is het verwachte resultaat negatief, waardoor ook de weerstandsratio negatief is. De weerstandsratio voldoet daarmee niet aan de door uw raad vastgestelde ratio. Dit komt door het laatste raadsbesluit inzake de te verwerken extra kosten voor de Jeugdzorg. In deze cijfers zijn de effecten van de Meicirculaire en de andere ontwikkelingen bij de Richtnota nog niet verwerkt. Bij de Richtnota zullen wij een compleet beeld schetsen met de dan actuele cijfers, zodat uw raad weloverwogen besluiten kan nemen om de weerstandsratio op minimaal 1 te handhaven, ook in 2024 en verder.
De grondslagen voor berekening van de ratio’s worden hierna per onderwerp toegelicht. BESCHIKBARE WEERSTANDSCAPACITEIT De weerstandscapaciteit wordt onderscheiden in incidentele en structurele capaciteit, zoals vermeld in de Nota R&W: Incidentele weerstandscapaciteit Bedrag * €1.000
A. Incidentele weerstandscapaciteit 1. De algemene reserve 2. Bestemmingsreserves (reserve grondexploitatie niet gelabeld deel)
Beschikbare weerstandscapaciteit: 3. Stille en geheime reserves:
Theoretische weerstandscapaciteit:
26.242 0
26.242 0
26.242
Toelichting incidentele weerstandscapaciteit: 1. De algemene reserve Het saldo van de algemene reserve bedraagt per 31 december 2022 afgerond € 26 miljoen. 2. Bestemmingsreserves De gemeente beschikt over een bestemmingsreserve bouwgrondexploitatie van € 9,6 miljoen (saldo 31-12-2022). Deze reserve moet voldoende van omvang zijn om de berekende risico’s bij verliesgevende plannen af te dekken. In de reserve bouwgrondexploitatie is rekening gehouden met de berekende omvang van deze risico’s. Het volledige saldo is hierdoor voor deze risico’s gelabeld. 3. Stille en geheime reserves We spreken van stille reserves indien activa lagere balanswaarden hebben dan de werkelijke waarde. Geheime reserves zijn activa die helemaal niet meer op de balans staan (boekwaarde nihil) maar die mogelijk nog wel een restwaarde hebben in het economisch verkeer. Hieronder zijn deze activa in twee onderdelen vermeld: 3.1 Gronden: Binnen de bouwgrondexploitaties zijn op dit moment een tweetal grondexploitaties die bij afsluiting naar verwachting een positief resultaat opleveren. Dit zijn voormalig gemeentehuis met een verwacht positief resultaat van € 972.273 en Regenboogweg NWN met een verwacht positief resultaat van € 197.896. Dit resultaat kan nog hoger of lager uitvallen. Als we met het totale risico van € 195.000 rekening houden, dan blijft er een stille reserve over van € 975.169.
De grondexploitatie van het voormalig gemeentehuis wordt naar verwachting eind 2023 afgesloten. Afhankelijk van het werkelijk resultaat op dat moment vallen deze middelen dan vrij. Daarnaast kan er nog sprake zijn van stille reserve bij de overige gronden. Deze zijn echter beperkt en niet direct beschikbaar. Bovendien fluctueert de marktwaarde en zijn de
52
verkoopkosten op dit moment ook niet goed in te schatten. Voorzichtigheidshalve is de stille reserve hiervoor nu nog niet meegerekend als mogelijke buffer voor incidentele risico’s. 3.2 Opstallen: Gebouwen die niet meer van belang zijn voor de gemeentelijke bedrijfsvoering kunnen worden afgestoten. Voor deze panden zal na verkoop de economische waarde kunnen worden toegevoegd aan de vermogenspositie voor het deel waarmee deze de boekwaarde overstijgt. Voor overige activa is het niet goed mogelijk de in de waarden aanwezige stille of geheime reserves te bepalen, omdat de waarde sterk afhankelijk is van de gebruiksmogelijkheden en de marktvraag. Structurele weerstandscapaciteit: Bedrag * €1.000
2022
2023
2024
2025
B. Structurele weerstandscapaciteit Begrotingsruimte (MJB begroting 2022, incl effecten septembercirculaire en RB extra geld jeugdzorg in 2022 1.835 en 2023)
515
-422
-316
Beschikbare weerstandscapaciteit:
1.835
515
-422
-316
Onbenutte belastingcapaciteit
3.029
3.029
3.029
3.029
Theoretische weerstandscapaciteit:
4.864
3.544
2.607
2.713
Toelichting structurele weerstandscapaciteit De begrotingsruimte/buffer In de begrotingsruimte is de vastgestelde Begroting 2022, inclusief effecten septembercirculaire als uitgangspunt genomen. Daarnaast zijn ook de effecten op de gemeentelijke exploitatie van door de raad genomen besluiten in de periode ná het vaststellen van de begroting meegenomen. Dit betreft de begrotingswijziging behorende bij het raadsbesluit over de extra gelden van de jeugdzorg van 23 maart 2022. De onbenutte belastingcapaciteit Jaarlijks wordt in de Mei/junicirculaire het percentage van de WOZ-waarde voor toelating tot artikel 12 vastgesteld. Dit zogenaamde redelijk peil is voor 2022 vastgesteld op 0,1800. Uitgaande van de laatst vastgestelde WOZ-waarden en de verwachte opbrengsten OZB 2022 is het gewogen gemiddelde tarief voor Kaag en Braassem berekend op 0,1162. De onbenutte belastingcapaciteit kan dan als onderstaand worden berekend: Berekening werkelijk gewogen gemiddelde tarief voor toelating tot artikel 12 WOZ-waarde woningen WOZ-waarde niet woningen eigenaren en gebruikers samen Geraamde OZB-opbrengst obv totaal WOZ-waarde Geraamde onderdekking reiniging/ afvalstoffen Geraamde onderdekking riolering Geraamde OZB-opbrengst gecorrigeerd voor onderdekking Gewogen gemiddelde OZB-tarief Onbenutte belastingcapaciteit t.o.v.
het redelijk peil/ "toelatingstarief artikel 12" Redelijk peil conform meicirculaire 2021 voor toelating artikel 12 Werkelijk gewogen gemiddelde OZB-tarief voor de gemeente Kaag en Braassem Verschil (=weerstandtarief) Onbenutte belastingcapaciteit (=weerstandtarief * totale WOZ-waarde)
laatste taxatiewaarde € 4.210.939.000 534.234.000 5.754.000 241.550 5.512.450 0,1162
0,1800 0,1162 0,0638
€
3.028.861
53
FINANCIËLE KENGETALLEN Al een aantal jaren maken de financiële kengetallen vast onderdeel uit van de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van gemeentelijke jaarrekeningen. Er is vanuit het BBV geen normering aangegeven waaraan deze kengetallen kunnen worden getoetst. De provincies hebben in 2016 gezamenlijk met het ministerie van Binnenlandse Zaken signaleringswaarden benoemd. Deze signaleringswaarden passen wij hieronder toe bij de beoordeling van de kengetallen op zich en geven een indicatie over de financiële situatie van onze gemeente. Algemeen beeld Op basis van onderstaande beoordelingen kan worden geconcludeerd dat onze gemeente in het verslagjaar 2022 een redelijke tot goede financiële positie heeft. Vier van de zes kengetallen vallen in de minst risicovolle categorie en scoren daarmee “groen”. Pas als er meerdere kengetallen in de meest risicovolle categorie vallen, kan dit wijzen op een zwakke financiële positie. De aandacht richt zich op basis van onderstaande beoordeling vooral op de kengetallen solvabiliteit (oranje) en belastingcapaciteit (rood). Dit totaalbeeld is gelijk met het totaalbeeld van de afgelopen jaren.
In de “Notitie solvabiliteit en schuldenlast”, besproken in de raadswerkgroep financiën van 8 maart 2017, hebben wij aandacht geschonken aan de drie kengetallen die betrekking hebben op de schuldenpositie van onze gemeente: de netto schuldquote, de netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen en de solvabiliteit. Ook hebben we hierin een viertal maatregelen toegelicht, ter verbetering van deze posities. Onderstaande kengetallen geven alleen een beeld over het verslagjaar (begroot en werkelijk) en het voorgaande verslagjaar. In de begroting wordt het meerjarig toekomstbeeld geschetst. Onderstaand hebben we hier wel aandacht aan besteed door steeds in te gaan op het perspectief per kengetal. Dit hebben we gedaan omdat we verwachten dat de schuldenpositie oploopt als gevolg van geplande grote investeringen voor onder meer onderwijshuisvesting, riool, wegen en het Masterplan Sportpad. Om uw raad een goed afgewogen besluit te kunnen laten nemen zijn bij de presentatie en besluitvorming over het Masterplan Sportpad de effecten hiervan op de kengetallen aan uw raad gepresenteerd en zullen wij deze kengetallen ook steeds actualiseren bij vervolgbesluiten. Het totaaloverzicht aan financiële kengetallen geeft het volgende meerjarenbeeld:
Jaarverslag jaar 2022
Verloop van de kengetallen Verslag 2021
Begroting 2022
Verslag 2022
netto schuldquote
70%
110%
49%
netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
59%
97%
37%
solvabiliteitsratio
34%
24%
42%
structurele exploitatieruimte
9%
1%
10%
grondexploitatie
11%
11%
7%
belastingcapaciteit
118%
114%
114%
Kengetallen:
54
1. Netto Schuldquote In dit kengetal wordt het bedrag van de financieringsmiddelen (schulden) minus de financiële activa (vorderingen) uitgedrukt in % van de totale baten in het jaar. Kengetal: netto schuldquote
Verslag 2021
Begroting 2022
Verslag 2022
70%
110%
49%
Inzicht Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de netto schuldenlast uitgedrukt in een percentage van de totale baten exclusief reservemutaties. Signaalwaarde Waarde < 90% 90% > 130% > 130%
oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol
Oordeel: groen In 2022 is de netto schuldquote ruim onder de 90% en is daarmee een stuk gunstiger dan begroot. Met deze waarde van 49% komt het van de gele zone in de groene en kan daarmee aangemerkt worden als minst risicovol. Oorzaak Dat het percentage gunstiger uitvalt dan bij de begroting is voorzien heeft met name te maken met het feit dat er investeringen en uitgaven later plaatsvinden dan gepland. Het gaat hier om de investeringen in wegen, riool en grondexploitaties, die in 2022 zullen plaatsvinden en om uitgaven in verband met Focus met Ambitie waardoor de kortlopende financiering lager is dan geraamd. De grootste post die dit beïnvloedt is de uitgestelde uitgave in verband met de kunstgrasvelden. Daarnaast zijn vervangingsinvesteringen doorgeschoven. De schuldquote wordt tevens beïnvloed door leningen die zijn doorgeleend aan derden (bijv. leningen aan sportverenigingen, personeelshypotheken). Om inzicht te krijgen in de effecten hiervan wordt als kengetal eveneens voorgeschreven de netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. Deze is in het onderstaande overzicht weergegeven.
2. Netto Schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen In dit kengetal wordt het vorige kengetal gecorrigeerd met de aan derden doorgeleende gelden. Kengetal: netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Verslag 2021
Begroting 2022
Verslag 2022
59%
97%
37%
Inzicht De gecorrigeerde netto schuldquote is in feite een nadere analyse van de netto schuldquote waarbij de invloed van afgesloten leningen die zijn doorbetaald aan derden is geëlimineerd. De gecorrigeerde netto schuldquote geeft hierdoor een gunstiger beeld en is in het verslagjaar 2022 goed.