CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Was-wordt-lijst eindoverzicht, inclusief de redactionele wijzigingen

Gemeenteraad 18 december 2023, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: 8e wijziging Algemene plaatselijke verordening.22.967 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

-

Dit betreft een technische wijziging. Het overgangsrecht van voorgaande bepalingen wordt ondervangen in het bestaande artikel 6:5 van de APV.

a. de voorschriften en beperkingen die tot dat tijdstip op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet zijn gesteld; b. de ontheffingen die tot dat tijdstip door het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester zijn verleend; c. de tot dat tijdstip gehanteerde schenk- of taptijden. 2. Voorschriften en beperkingen die tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet zijn gesteld aan vergunningen van andere dan in het eerste lid bedoelde inrichtingen, blijven van kracht. 3. Ontheffingen die tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening zijn verleend op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet, behalve de in het eerste lid, onder c bedoelde ontheffingen, blijven 12 maanden na inwerkingtreding van deze verordening van kracht. Daarna komen deze ontheffingen te vervallen. 4. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een ontheffing of vergunning op grond van de Dranken Horecaverordening Kaag en Braassem 2009 is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.

5.Op bezwaarschriften gericht tegen een besluit krachtens de Drank- en Horecaverordening Kaag en Braassem 2009 wordt beslist met toepassing van deze verordening. Artikel 9 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De ‘Drank- en Horecaverordening Kaag en Braassem 2009, vastgesteld bij raadsbesluit van 2 januari 2009, wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum. 2. Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van de openbare bekendmaking. 3. Deze verordening wordt aangehaald als ‘Drank- en Horecaverordening 2013”.

-

Dit betreft een technische wijziging. De inwerkingtreding van deze wijzigingen gaan in na vaststelling van het raadsbesluit en de publicatie hierna. E.e.a. zoals verwoord in de wijzigingsverordening.

AFDELING 9

TOEZICHT OP INRICHTINGINEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN NACHTVERBLIJF

AFDELING 6 TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN NACHTVERBLIJF

Dit betreft een technische wijziging.

Artikel 2.35 Begripsbepaling (art. 2.3.2.1 oud) In deze afdeling wordt onder inrichting verstaan elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.

Artikel 2:35 Begripsbepaling In deze afdeling wordt onder inrichting verstaan elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.

Dit betreft een technische wijziging.

Artikel 2.36 Kennisgeving exploitatie (art. 2.3.2.4 oud) Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht daarvan binnen drie dagen daarna schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester. Artikel 2.37 Nachtregister 1. De houder van een inrichting of een voor hem handelend persoon is verplicht een register, als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, bij te houden dat is ingericht volgens het door de burgemeester vastgestelde model.

Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht daarvan binnen drie dagen daarna schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.

Dit betreft een technische wijziging.

Artikel 2:37 (Vervallen)

Dit betreft een technische wijziging.

2. De houder van een inrichting of een voor hem handelend persoon is verplicht, het in het eerste

De nummering van deze afdelingstitel wordt gewijzigd conform de model APV van de VNG. Dit in verband met het vervallen van enkele afdelingen hiervoor.

De verwijzing naar het ‘oude’ artikel 2.3.2.1. wordt verwijderd conform de model APV van de VNG. Er is geen meerwaarde om deze in stand te houden.

De verwijzing naar het ‘oude’ artikel 2.3.2.4. wordt verwijderd conform de model APV van de VNG. Er is geen meerwaarde om deze verwijzing in stand te houden.

Dit artikel wordt verwijderd. Het maakt niet langer onderdeel uit van de model APV van de VNG. Artikel 2:38 (zie hieronder) geeft voldoende waarborg in geval van calamiteiten.

lid bedoelde register aan de burgemeester of aan een door hem aangewezen ambtenaar over te leggen op een door de burgemeester te bepalen wijze. 2.38 Verschaffing gegevens nachtregister Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats, geboortedatum, aantal medereizigers, naam, adres, woonplaats en geboortedata van medereizigers, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.

2:38 Verschaffing gegevens nachtregister Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.

Dit betreft een technische wijziging.

AFDELING 10 TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDEN

AFDELING 7 TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDEN

Dit betreft een technische wijziging.

-

Artikel 2:38a Begripsbepaling 1. In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.

De sinds 25 mei 2018 geldende AVG heeft, net als de daarvoor geldende Wbp, als uitgangspunt dat er niet meer wordt uitgevraagd dan nodig. Er worden alleen de gegevens uitgevraagd die artikel 438 van het WvSr noemt. Dit betekent dat er minder gegevens worden gevraagd dan in de oude situatie.

De nummering van deze afdelingstitel wordt gewijzigd conform de model APV van de VNG. Dit in verband met het vervallen van enkele afdelingen hiervoor. Dit betreft een technische wijziging. Dit artikel ontbreekt momenteel en wordt voorgeschreven in de model APV van de VNG.

2. In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet. Artikel 2.39 Speelgelegenheden (niet opgenomen: aparte verordening)

Artikel 2:39 Speelgelegenheden 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen of de Speelautomatenverordening 2009. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Dit betreft een inhoudelijke wijziging. Binnen de huidige bepaling wordt ten onrechte verwezen naar de speelautomatenverordening Kaag en Braassem. Die betreffende verordening voorziet enkel in een verbodsbepaling van een speelhal in zin van de Wet op de Kansspelen (Wok). Dat gaat in de praktijk om reguliere gokhallen/casino’s. Middels het opnemen van dit artikel in de APV wordt een restcategorie kansspelen ondervangen waar de Wok geen betrekking op heeft. De Wok is namelijk niet van toepassing op spelen, met uitzondering van behendigheidsautomaten, waarbij de spelers door hun behendigheid de kans om te winnen kunnen vergroten. Deze restcategorie van speelgelegenheden voor behendigheidsspelen wordt hier bedoeld. Het gaat dus om speelgelegenheden, waarop de Wok geen betrekking heeft. Te denken valt aan speel/arcadehallen. Het is wenselijk om voor de categorie van speelgelenheden een vergunningplicht te hebben, zodat er altijd sprake is van een toetsing in het kader van de openbare orde en veiligheid.

Artikel 2.40 Kansspelautomaten (niet opgenomen: aparte verordening)

Artikel 2:40 Kansspelautomaten In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten toegestaan.

Dit betreft een technische wijziging. Binnen de Wet op de Kansspelen is bepaald dat bij gemeentelijke verordening het aantal kansspelautomaten wordt vastgesteld waarvoor per hoogdrempelige inrichting een aanwezigheidsvergunning wordt verleend. Voor hoogdrempelige inrichtingen is dit maximum wettelijk vastgesteld op twee kansspelautomaten. Kansspelautomaten zijn speelautomaten, die geen behendigheidsautomaat (zoals een flipperkast) zijn, maar gokkasten waarmee ook geld kan worden gewonnen en waar doorgaans geen behendigheid bij te pas komt. Momenteel heeft is een dergelijke bepaling nog opgenomen in de Speelautomatenverordening Kaag en Braassem 2009. Middels het opnemen van het artikel hier wordt tevens besloten tot het intrekken van de speelautomatenverordening.

AFDELING 11 MAATREGELEN TER VOORKOMING VAN OVERLAST GEVAAR OF SCHADE

AFDELING 8 MAATREGELEN TER VOORKOMING VAN OVERLAST GEVAAR OF SCHADE

Dit betreft een technische wijziging.

Artikel 2.41 Betreden gesloten woning of lokaal (art. 2.4.1 oud) 1. Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet

Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal 1. Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.

Dit betreft een technische wijziging.

De nummering van deze afdelingstitel wordt gewijzigd conform de model APV van de VNG. Dit in verband met het vervallen van enkele afdelingen hiervoor.

De verwijzing naar artikel 2.4.1 wordt verwijderd conform de model APV van de VNG. Er is geen

voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. 2. Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden. 3. Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is. 4. De burgemeester is bevoegd van het in het eerste en tweede lid bedoelde verbod ontheffing te verlenen.

2. Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.

meerwaarde om deze in stand te houden. Het inhoudelijke artikel blijft ongewijzigd.

3. Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is. 4. De burgemeester is bevoegd van het in het eerste en tweede lid bedoelde verbod ontheffing te verlenen.

Artikel 2.41a Sluiting overlastgevende voor het publiek openstaande gebouwen (vervallen)

-

Artikel 2.42 Plakken en kladden 1. Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.

Artikel 2:42 Plakken en kladden 1. Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.

2. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:

2. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:

Dit betreft een technische wijziging. Het artikel wordt verwijderd conform de model APV van de VNG. Dit betreft een technische wijziging. De formulering en volgorde van het artikel is op een aantal plekken licht gewijzigd conform de model APV van de VNG.

a. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen; b. met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen. 3. Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. 4. Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen. 5. Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te gebruiken voor bet aanbrengen van handelsreclame. 6. Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen. 7. De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.

a. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen; b. met kalk, teer of een kleur- of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen. 3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing voor zover gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. 4. De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht deze aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven. 5. Het college wijst aanplakborden aan voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen. 6. Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame. 7. Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud daarvan.

Artikel 2.48 Verboden drankgebruik 1. Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; b. de plaats niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank- en Horecawet. 3. Dit verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Drank- en Horecawet.

Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 1. Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.

Dit betreft een technische wijziging. De formulering en volgorde van het artikel is op een aantal plekken gewijzigd conform de model APV van de VNG. De verwijzing naar de Alcoholwet is toegevoegd (was Drank- en horecawet).

Artikel 2.50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde.

-

Dit betreft een technische wijziging. Dit artikel wordt volledig verwijderd conform de model APV van de VNG. De Hoge Raad heeft in 2022 geoordeeld dat artikel 2:50a van de APV in strijd is met het grondrecht op vrijheid van meningsuiting (artikel 7, lid 3, van de Grondwet). Daarop kan alleen bij wet in formele zin uitzondering worden gemaakt, niet in een wet in materiële zin, zoals de APV. De Hoge Raad verklaart artikel 2:50a APV onverbindend.

2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. Artikel 2.54 Bewakingsapparatuur (vervallen)

Artikel 2:54 (vervallen)

Dit betreft een technische wijziging.

Artikel 2.55 Nodeloos alarmeren (vervallen)

Artikel 2:55 (vervallen)

Dit betreft een technische wijziging.

Artikel 2.56 Alarminstallaties (vervallen)

Artikel 2:56 (vervallen)

Dit betreft een technische wijziging.

De titel van het artikel wordt verwijderd conform de model APV van de VNG. Er is geen meerwaarde om deze in stand te houden. De nummering blijft wel intact.

De titel van het artikel wordt verwijderd conform de model APV van de VNG. Er is geen meerwaarde om deze in stand te houden. De nummering blijft wel intact.

De titel van het artikel wordt verwijderd conform de model APV van de VNG. Er is geen meerwaarde om deze in stand te houden. De nummering blijft wel intact. 2.57 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:

b. binnen de bebouwde kom op de weg indien de hond niet is aangelijnd; of

2:57 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats; b. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd; c. op de weg als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.

c. op de weg indien die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.

2. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.

2. Het verbod in het eerste lid aanhef en onder b is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.

3. Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.

a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak, speelweide of gemeentelijke zwemplek of op een andere door het college aangewezen plaats;

3. De verboden in het eerste lid aanhef en onder a en b zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond:

Dit betreft een technische wijziging. Lid 3 is gewijzigd geformuleerd, maar wijzigt inhoudelijk niet.

a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of b. die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond. Artikel 2.59 Gevaarlijke honden Indien de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.

Artikel 2:59 Gevaarlijke honden 1. Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander. 2. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, is verplicht de hond kort aangelijnd te houden, met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter. 3. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting bedoeld in het tweede lid verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die: a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen; b. door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder

Dit betreft een technische wijziging. Het artikel wordt uitgebreid met een aantal leden . De wijzigingen zijn conform de model APV van de VNG.

toedoen van de mens niet mogelijk is; en c. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn. 4. Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef en onder d, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de minister die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is. Artikel 2.60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij het aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben, of b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door hen gestelde regels, of c. aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven. 2. Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen plaats daarbij aangeduide dieren

Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven.

Dit betreft een technische wijziging. In het kader van de inwerkingtreding van de Omgevingswet (per 1 januari 2024) is lid 1 gewijzigd. Daarnaast is lid 2 geschrapt conform de model APV van de VNG.

aanwezig te hebben, dan wel aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben in een groter aantal dan door het college is aangegeven.

2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid.

3. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod. Artikel 2.61 Wilde dieren (vervallen)

Artikel 2:61 (vervallen)

Dit betreft een technische wijziging.

AFDELING 12 BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDEREN

AFDELING 9 BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDEREN

Dit betreft een technische wijziging.

Artikel 2.67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister 1. De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of

Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister 1. De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of

Dit betreft een technische wijziging.

De titel van het artikel wordt verwijderd conform de model APV van de VNG. Er is geen meerwaarde om deze in stand te houden. De nummering blijft wel intact.

De nummering van deze afdelingstitel wordt gewijzigd conform de model APV van de VNG. Dit in verband met het vervallen van enkele afdelingen hiervoor.

Lid 3 is toegevoegd verband met het toepassen van de Lex Silencio. Zie ook opmerking artikel 1:9.

namens de burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij onverwijld:

namens de burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij onverwijld:

a. het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed; b. de datum van verkoop of overdracht van het goed; c. een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voorzover dat mogelijk is – soort, merk en nummer van het goed; d. de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; e. de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.

a. het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed; b. de datum van verkoop of overdracht van het goed; c. een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voorzover dat mogelijk is – soort, merk en nummer van het goed; d. de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; e. de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.

2. De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze verplichtingen.

2. De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze verplichtingen. 3. Op de aanvraag om een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 2.68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek van Strafrecht (art. 2.5.3 oud)

Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek van Strafrecht

Dit betreft een technische wijziging.

Artikel 2.69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen (vervallen)

Artikel 2:69 (vervallen)

Dit betreft een technische wijziging.

De verwijzing in de titel naar het oude artikel wordt verwijderd. Dit heeft geen meerwaarde. Het inhoudelijke artikel blijft verder ongewijzigd.

De titel van het artikel wordt verwijderd conform de model APV van de VNG. Er is geen meerwaarde

om deze in stand te houden. De nummering blijft wel intact. Artikel 2.70 Handel in horecabedrijven (Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op horecabedrijven) onder artikel 2:32).

Artikel 2:70 (vervallen)

Dit betreft een technische wijziging.

AFDELING 13 CONSUMENTENVUURWERK EN CARBIDSCHIETEN

AFDELING 10 CONSUMENTENVUURWERK

Dit betreft een technische wijziging.

Artikel 2.71 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.

Artikel 2:71 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.

Dit betreft een technische wijziging.

AFDELING 14 DRUGSOVERLAST

AFDELING 11 DRUGSOVERLAST

Dit betreft een technische wijziging.

De titel van het artikel wordt verwijderd evenals de verwijzing conform de model APV van de VNG. Er is geen meerwaarde om deze in stand te houden. De nummering blijft wel intact.

De nummering van deze afdelingstitel wordt gewijzigd conform de model APV van de VNG. Dit in verband met het vervallen van enkele afdelingen hiervoor. De term carbidschieten vervalt, omdat hierover geen inhoudelijke bepalingen zijn opgenomen.

De geactualiseerde tekst van de model APV van de VNG wordt hier gevolgd en sluit hiermee aan op de actuele wetgeving.

De nummering van deze afdelingstitel wordt gewijzigd conform de model APV van de VNG. Dit in verband met het vervallen van enkele afdelingen hiervoor.

Artikel 2:74a Verzameling van personen in verband met harddrugs of heling Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te treffen of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen en/of stoffen voorhanden te hebben.

Artikel 2:74a Verzameling van personen in verband met harddrugs of heling Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.

Dit betreft een technische wijziging.

AFDELING 15 BESTUURLIJKE OPHOUDING, VEILIGHEIDSRISICOGEBIEDEN EN CAMERATOEZICHT OP OPENBARE PLAATSEN

Afdeling 12 Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester

Dit betreft een technische wijziging.

AFDELING 16 TOEGANKELIJKHEID GEBOUWEN IN GEVAL VAN CALAMITEITEN

-

Dit betreft een technische wijziging.

Artikel 2:78 Woonoverlast 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit

Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 1.De burgemeester kan aan een persoon die de artikelen 2:1 (samenscholing), 2:26 (ordeverstoring evenement), 2:31 (ordeverstoring in openbare inrichting), 2:31a (verbod messen), 2:47 (hinderlijk gedrag op een openbare plaats), 2:48 (verboden

Het artikel wordt, mede op basis van advies van de politie, behouden. Hiermee kan worden opgetreden tegen drugs gerelateerde overlast en heeft een ander motief (openbare orde) dan de Opiumwet. Het artikel is facultatief opgenomen in de model APV van de VNG. De formulering is licht gewijzigd.

De nummering van deze afdelingstitel wordt gewijzigd alsmede de titel conform de model APV van de VNG. Dit in verband met het vervallen van enkele afdelingen hiervoor.

Deze afdelingstitel wordt volledig verwijderd conform de model APV van de VNG. Het gaat uitsluitend om de titel en niet om de artikelen die oorspronkelijk onder deze afdeling staan. Dit betreft een technische wijziging. Conform de model APV van de VNG wordt het artikel inzake woonoverlast verplaatst naar 2:79. In plaats hiervan wordt een artikel opgenomen dat de burgemeester de grondslag geeft om, indien hiertoe aanleiding is, gebiedsontzeggingen op te

die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. 2. Als de burgemeester een last onder dwangsom of onder bestuursdwang oplegt naar aanleiding van een schending van deze zorgplicht kan hij daarbij aanwijzingen geven over wat de overtreder dient te doen of na te laten om verdere schending te voorkomen. De burgemeester stelt beleidsregels vast over het gebruik van deze bevoegdheid. 3. De last kan in ieder geval worden opgelegd bij ernstige en herhaaldelijke: a. geluid- of geurhinder; b. hinder van dieren; c. hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn; d. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf of in de onmiddellijke nabijheid van een woning of een erf; e. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf of in de onmiddellijke nabijheid van een woning of een erf.

drankgebruik), 2:50 (hinderlijk gedrag voor in publiek toegankelijke ruimten), 2:74 (drugshandel op straat), 2:74a (verzameling van personen met drugs), 2:75 (bestuurlijke ophouding) of 3:9 (straatprostitutie) van deze verordening overtreedt een bevel geven zich gedurende ten hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 2. Bij overtredingen als bedoeld in het eerste lid kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw één of meer van de bovengenoemde overtredingen begaat, een bevel geven zich gedurende ten hoogste acht weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 3. Een bevel als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden gegeven als de overtreding binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt. 4. De burgemeester beperkt de krachtens het eerste of tweede lid gegeven bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.

leggen. Deze is momenteel nog opgenomen in artikel 2:1b (zie opmerkingen bij dat artikel. Het artikel wordt conform de model APV van de VNG overgenomen.

Artikel 2:79 (Tijdelijke) sluiting overlastgevende voor het publiek openstaande gebouwen 1. De burgemeester kan, indien de openbare orde dit naar zijn oordeel vereist de gehele of gedeeltelijke sluiting bevelen van een voor het publiek openstaand gebouw - niet zijnde een inrichting als bedoeld in artikel 2:27 of artikel 3:1 - of een bij dat gebouw behorend erf. 2. Onverminderd hetgeen in artikel 5:24 van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald omtrent de bekendmaking, wordt het bevel tot sluiting tevens bekend gemaakt door een schrijven, waaruit van dat bevel tot sluiting blijkt, aan te brengen op of nabij de toegang(en) van het gebouw of het erf. 3. Een ieder is verplicht toe te laten dat het in het tweede lid bedoelde afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 4. Het is de rechthebbende op en de beheerder van een gebouw of erf als bedoeld in het eerste lid verboden daarin bezoekers toe te laten of daarin te laten verblijven, zolang de sluiting van kracht is. 5. Het is een ieder verboden een overeenkomstig het eerste lid gesloten gebouw of erf te bezoeken of als bezoeker daarin te verblijven.

Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. 2. De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke: a. geluid- of geurhinder; b. hinder van dieren; c. hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn; d. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf; e. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.

Dit betreft een technische wijziging . Zoals hiervoor toegelicht is het artikel inzake woonoverlast verplaatst naar 2:79. Het artikel wordt direct aangepast conform de formulering in de model APV van de VNG. T.o.v. de huidige formulering (artikel 2:78) betekent dit dat lid 2 komt te vervallen. De burgemeester kan op grond hiervan gedragsaanwijzingen geven aan overlastgevers in zowel huur- als koopwoningen en aan verhuurders. Tot 1 januari 2021 was de gedragsaanwijzing aan verhuurders alleen mogelijk als de persoon die overlast gaf niet als ingezetene in de desbetreffende gemeente stond ingeschreven. Met de inwerkingtreding van de Wet toeristische verhuur van woonruimte (Stb. 2020, 460) op 1 januari 2021 is die beperking vervallen. Om woonoverlast beter tegen te gaan, geldt de zorgplicht voortaan in alle gevallen voor verhuurders van woonruimten. Dat betekent dat verhuurders zorgdragen dat de woningen die zij verhuren geen ernstige en herhaaldelijke hinder veroorzaken.

6. Onder bezoekers worden voor de toepassing van het vierde en vijfde lid niet verstaan de personen wier tegenwoordigheid in het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf wegens dringende omstandigheden vereist wordt. 7. Een sluiting voor onbepaalde duur kan op aanvraag van belanghebbende(n) door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. -

Artikel 2:79a (Tijdelijke) sluiting overlastgevende voor het publiek openstaande gebouwen 1. De burgemeester kan, indien de openbare orde dit naar zijn oordeel vereist de gehele of gedeeltelijke sluiting bevelen van een voor het publiek openstaand gebouw - niet zijnde een inrichting als bedoeld in artikel 2:27 of artikel 3:1 - of een bij dat gebouw behorend erf. 2. Onverminderd hetgeen in artikel 5:24 van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald omtrent de bekendmaking, wordt het bevel tot sluiting tevens bekend gemaakt door een schrijven, waaruit van dat bevel tot sluiting

Dit betreft een technische wijziging. In verband met het wijzigen van de twee artikelen hiervoor wordt het bestaande artikel 2:79 verhuisd naar 2:79a. Alhoewel dit artikel geen model artikel betreft binnen de model APV van de VNG wordt dit artikel als meerwaarde beschouwd in de praktijk. Mede op advies van de politie wordt het artikel daarom behouden.

blijkt, aan te brengen op of nabij de toegang(en) van het gebouw of het erf. 3. Een ieder is verplicht toe te laten dat het in het tweede lid bedoelde afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 4. Het is de rechthebbende op en de beheerder van een gebouw of erf als bedoeld in het eerste lid verboden daarin bezoekers toe te laten of daarin te laten verblijven, zolang de sluiting van kracht is. 5. Het is een ieder verboden een overeenkomstig het eerste lid gesloten gebouw of erf te bezoeken of als bezoeker daarin te verblijven. 6. Onder bezoekers worden voor de toepassing van het vierde en vijfde lid niet verstaan de personen wier tegenwoordigheid in het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf wegens dringende omstandigheden vereist wordt. 7. Een sluiting voor onbepaalde duur kan op aanvraag van belanghebbende(n) door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de feiten of

gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.

HOOFDSTUK 4

Bestaande artikel AFDELING 1 BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 4.1 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. Besluit: het Activiteitenbesluit milieubeheer; b. inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het Besluit; c. houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; d. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; e. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; f.

Voorgestelde wijziging van artikel AFDELING 1 VOORKOMEN OF BEPERKEN GELUIDHINDER EN HINDER DOOR VERLICHTING

Toelichting Dit betreft een technische wijziging.

Artikel 4:1 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: - Activiteitenbesluit milieubeheer: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; - collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; - gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; - gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; - houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; - incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; - inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op

Dit betreft een technische wijziging.

Deze afdelingstitel wordt gewijzigd conform de model APV van de VNG.

In het kader van de inwerkingtreding van de Omgevingswet (per 1 januari 2024) is een aantal verwijzingen gewijzigd. Daarnaast is het model APV van de VNG overgenomen voor dit artikel wat resulteert in toevoegen van enkele begrippen, dan wel een gewijzigde omschrijving. Daarnaast worden de begrippen op alfabetische volgorde geplaatst.

geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting;

inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; - onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.

g. geluidsgevoelige ruimte: ruimte binnen een woning voor zover die kennelijk als slaap, woonof eetkamer wordt gebruikt of voor een zodanig gebruik is bestemd, alsmede een keuken van tenminste 11 m2; h. onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt. i. HRMI-99: handleiding meten en rekenen industrielawaai van het ministerie van VROM, uitgave 1999; Artikel 4.2 Aanwijziging collectieve festiviteiten 1. De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten 1. De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148,

2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148,

Dit betreft een technische wijziging. In de titel van het artikel is een spelfout verbeterd.

eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

3. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer dorpen.

3. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer dorpen.

4. Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.

4. Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.

5. Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.

5. Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.

6. Het equivalente geluidsniveau Leq,T veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 80 dB(A) en 95 dB(C) gemeten op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen.

6. Het equivalente geluidsniveau Leq,T veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 80 dB(A) en 95 dB(C) gemeten op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen.

7. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit - uiterlijk om 01.00 uur te worden beëindigd.

7. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit - uiterlijk om 01.00 uur te worden beëindigd.

8. In een aanwijzing bedoeld in het eerste lid kan het college afwijken van de in het zesde lid genoemde geluidsnormen en van de in het zevende lid genoemde eindtijd.

8. In een aanwijzing bedoeld in het eerste lid kan het college afwijken van de in het zesde lid genoemde geluidsnormen en van de in het zevende lid genoemde eindtijd.

9. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid binnen het gebouwde gedeelte van de inrichting blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

9. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid binnen het gebouwde gedeelte van de inrichting blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

Artikel 4.3 Kennisgeving incidentele festiviteiten 1. Het is een inrichting toegestaan maximaal 9 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.

Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten 1. Het is een inrichting toegestaan maximaal 9 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.

2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 9 incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. 3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving. 4. De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar

2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 9 incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. 3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van een melding. 4. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar

Dit betreft een technische wijziging. In de titel en in het artikel wordt nu gesproken over ‘melding’ en niet meer over ‘kennisgeving’. Dit sluit aan bij de meest recente terminologie van de model APV.

waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.

waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.

5. De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.

5. De melding wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.

6. Het equivalente geluidsniveau Leq,t, veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 80 dB(A) en 95 dB(C), gemeten op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen;

6. Het equivalente geluidsniveau Leq,t, veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 80 dB(A) en 95 dB(C), gemeten op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen;

7. In geval er in- of aanpandige woningen zijn mag het equivalente geluidsniveau Leq,t veroorzaakt door de inrichting, niet meer bedragen dan 60 dB(A) in een geluidsgevoelige ruimte van de woning.

7. In geval er in- of aanpandige woningen zijn mag het equivalente geluidsniveau Leq,t veroorzaakt door de inrichting, niet meer bedragen dan 60 dB(A) in een geluidsgevoelige ruimte van de woning.

8. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het binnen het bebouwde gedeelte van de inrichting ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit uiterlijk om 01.00 uur beëindigd.

8. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het binnen het bebouwde gedeelte van de inrichting ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit uiterlijk om 01.00 uur beëindigd.

9. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

9. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

10. Het college kan gemotiveerd afwijken van de in het zesde en zevende lid genoemde geluidnormen en van de in het achtste lid genoemde eindtijd.

10. Het college kan gemotiveerd afwijken van de in het zesde en zevende lid genoemde geluidnormen en van de in het achtste lid genoemde eindtijd.

11. De houder van een inrichting waar een incidentele festiviteit plaatsvindt, licht omwonenden binnen een straal van vijftig meter uiterlijk 48 uur voor het begin van de festiviteit in over de voor genomen festiviteit op de wijze zoals aangegeven op het meldingsformulier.

11. De houder van een inrichting waar een incidentele festiviteit plaatsvindt, licht omwonenden binnen een straal van vijftig meter uiterlijk 48 uur voor het begin van de festiviteit in over de voor genomen festiviteit op de wijze zoals aangegeven op het meldingsformulier.

12. Het gebruik van de aanwezige omroepinstallatie beperkt zich tot het aankondigen van het starten en beëindigen van wedstrijd- of feestonderdelen.

12. Het gebruik van de aanwezige omroepinstallatie beperkt zich tot het aankondigen van het starten en beëindigen van wedstrijd- of feestonderdelen.

Artikel 4.3a Wijze van geluidmeten 1. Metingen en berekeningen ter controle van de in artikel 4:2 en 4:3 genoemde geluidniveaus vinden plaats overeenkomstig de HRMI-99. 2. In tegenstelling tot de HRMI-99 worden op het gemeten signaal in dB(A) of dB(C) geen correcties meer toegepast. 3. In tegenstelling tot de HRMI-99 mogen metingen ook uitgevoerd worden met een, volgens de specificaties van IEC-publicatie 651: 1979, type 2 geluidsniveaumeter.

Dit betreft een technische wijziging. Dit artikel is in het verleden opgenomen, maar kan niet worden gekwalificeerd als regelgeving, maar als beleid in de zin van de Awb. Het hoort derhalve niet thuis in een APV. De strekking van dit artikel wordt opgenomen in een beleidsregel die door het college wordt vastgesteld. In de praktijk blijft dus invulling worden gegeven aan deze wijze van geluidsmeten.

4. Metingen in de buitenlucht vinden plaats op een hoogte van minimaal 1,5 m en maximaal 2 m boven plaatselijk maaiveld. 5. In geval het geluidniveau op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw wordt vastgesteld, wordt de gevel op de begane grond ook als gevel van het geluidsgevoelig gebouw gezien, als geluidsgevoelige ruimten slechts op de hoger gelegen etages aanwezig zijn. 6. Bij het vaststellen van het geluidsniveau van versterkte muziek wordt ook een daarbij aanwezig aandeel van onversterkte muziek meegenomen. Artikel 4.4 Verboden incidentele festiviteiten (vervallen)

Artikel 4:4 (vervallen)

Dit betreft een technische wijziging.

-

Artikel 4:5c Geluidhinder door dieren Degene die buiten een inrichting de zorg heeft voor een dier, voorkomt dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder veroorzaakt.

Dit betreft een inhoudelijke wijziging/toevoeging.

Artikel 4:6 Overige geluidhinder

Dit betreft een technische wijziging.

Artikel 4.6 Overige geluidhinder

De titel wordt verwijderd conform de model APV van de VNG.

Dit betreft een facultatieve bepaling binnen de model APV van de VNG. Binnen Kaag en Braassem zijn er afgelopen jaren meerdere casussen geweest waar geluidhinder door dieren speelde. Door het invoeren van dit artikel ontstaat een grondslag om handhavend op te treden. Ook de politie adviseert daarom dit artikel op te nemen.

1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

3. Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening.

3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening.

4. Het verbod geldt niet indien wordt voldaan aan door het college vastgestelde nadere regels ten aanzien van bepaalde soorten van geluidhinder Artikel 4.7 Straatvegen (Vervallen)

Artikel 4.7 Straatvegen (niet opgenomen)

Dit betreft een technische wijziging.

-

Dit betreft een technische wijziging.

AFDELING 2A ONKRUIDBESCHERMING EN GEWASBESCHERMING

In het kader van de inwerkingtreding van de Omgevingswet (per 1 januari 2024) is een aantal verwijzingen in lid 3 gewijzigd. Daarnaast is lid 4 verwijderd. Deze wijkt af van het model APV van de VNG en er wordt ook geen invulling aan gegeven in de praktijk.

De status van het artikel wordt gewijzigd naar ‘niet opgenomen’. Er is geen aanleiding om dit artikel nu op te nemen.

Deze afdeling volledig verwijderd. Het artikel onder deze afdeling is in het verleden geschrapt door de gemeenteraad en maakt ook geen onderdeel uit van de model APV van de VNG.

Artikel 4.9a Onkruidbescherming en gewasbescherming (Vervallen)

-

Dit betreft een technische wijziging. Dit artikel wordt volledig verwijderd. Het artikel is in het verleden geschrapt door de gemeenteraad en maakt ook geen onderdeel uit van de model APV van de VNG.

Regels omtrent kappen houtopstand (bomen) De bepalingen omtrent het kappen van houtopstanden (bomen) binnen onze gemeente zijn momenteel nog geregeld in de Kapverordening Kaag en Braassem 2009: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR76516/1 Deze verordening verwijst onder andere naar de Boswet. Echter is deze wet sinds 1 januari 2017 niet meer van kracht. Hiervoor in de plaats is Wet natuurbescherming gekomen. Zowel de voormalige Boswet, als de nu geldende Wet natuurbescherming hebben hoofdzakelijk een kwantitatieve doelstelling, namelijk het behoud van bosareaal. Zo zijn er o.a. bepalingen opgenomen over het kappen van groot areaal aan houtopstanden. Gedeputeerde Staten is hierin het bevoegd orgaan. Gemeenten kunnen ook regels stellen over het kappen van houtopstanden. Hier liggen hoofdzakelijk kwalitatieve doelstellingen aan ten grondslag, zoals de cultuurhistorische en/of beeldbepalende waarden van specifieke bomen binnen de gemeente. Binnen voorliggende actualisatieslag wordt beoogd om de gemeentelijke regelgeving omtrent het kappen van houtopstand onder te brengen binnen de APV. De Kapverordening komt daarmee te vervallen. Het is op grond van de huidige Kapverordening Kaag en Braassem 2009 niet toegestaan om zonder vergunning bomen te kappen die zijn vermeld op de bomenlijst behorend bij deze verordening.

Eenzelfde systematiek wordt ook het uitgangspunt in de nieuwe APV vanuit de dereguleringsgedachte. Dit betekent dat op basis van de nieuwe artikelen binnen de APV het college de mogelijkheid krijgt om een bomenlijst vast te stellen, en wanneer noodzakelijk geacht, tussentijds te actualiseren. Voor nu wordt voorgesteld om geen inhoudelijke aanpassingen te doen in het gemeentelijk kapbeleid alhoewel de bomenlijst niet meer actueel is. De bestaande bomenlijst (ogv de Kapverordening) wordt voor nu ongewijzigd vastgesteld door het college (zie artikel 4:11) middels een afzonderlijk besluit wanneer de APV gewijzigd is vastgesteld. In een later stadium kan, in overleg met diverse betrokken partijen, de bomenlijst dan worden herzien door het college.

Bestaande artikel -

-

Voorgestelde wijziging van artikel AFDELING 3 HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN

Toelichting Dit betreft een technische wijziging.

Artikel 4:10 Begripsbepalingen 1. In deze afdeling wordt verstaan onder: - houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen; - hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen.

Dit betreft een technische wijziging.

De bepalingen omtrent het kappen van houtopstand (bomen) worden opgenomen in de APV. De bestaande Kapverordening komt te vervallen. Conform de model APV van de VNG wordt een nieuwe afdeling toegevoegd.

Middels het toevoegen van dit artikel worden diverse begrippen nader geduid die terugkomen in artikel 4:11.

2. In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben. -

Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden 1. Het college stelt een Bomenlijst vast waarop de monumentale en andere beschermenswaardige bomen in de gemeente worden vermeld. 2. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de houtopstanden te vellen of te doen vellen die

Dit betreft een technische wijziging. Middels het toevoegen van dit artikel wordt een grondslag gecreëerd voor het college om bomen aan te wijzen binnen de gemeente waarvoor een (omgevings)vergunning moet worden aangevraagd bij het desgewenst kappen hiervan. Evenals de nu geldende bepalingen binnen de Kapverordening kan een herplantplicht worden opgelegd onder nader te stellen voorschriften.

staan vermeld op de in het eerste lid genoemde Bomenlijst. 3. In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd op grond van: a. de natuurwaarde van de houtopstand; b. de landschappelijke waarde van de houtopstand; c. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; d. de beeldbepalende waarde van de houtopstand; e. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; of f. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand. 4. Het verbod is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen. 5. Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften. -

Artikel 4:12 (Vervallen)

Dit betreft een technische wijziging. Door het opnemen van het modelartikel (vervallen) loopt de nummering binnen de APV door en sluit aan op de volgende artikelen.

Bestaande artikel Artikel 4.13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen, enz. 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=4681c5e6-a19f-4a7f-9199-72bee466c56d