CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Was-wordt-lijst eindoverzicht, inclusief de redactionele wijzigingen

Gemeenteraad 18 december 2023, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: 8e wijziging Algemene plaatselijke verordening.22.967 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

HOOFDSTUK 1

Bestaande artikel Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan; b. weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; c. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; d. bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994; e. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; f. bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de Bouwverordening; g. gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet; h. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;

Voorgestelde wijziging van artikel Artikel 1:1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: - bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994; - beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; - bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; - bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; - bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; - college: het college van burgemeester en wethouders; - gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; - handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk

Toelichting Dit betreft een technische wijziging. In het kader van de inwerkingtreding van de Omgevingswet (per 1 januari 2024) is een aantal verwijzingen gewijzigd. Daarnaast is het model APV van de VNG overgenomen voor dit artikel wat resulteert in toevoegen van enkele begrippen, dan wel een gewijzigde omschrijving. Daarnaast worden de begrippen op alfabetische volgorde geplaatst.

i. bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

beoogd wordt een commercieel belang te dienen; - motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; - openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; - openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; - parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; - rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; - voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; - weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 1.2 Beslistermijn

Artikel 1:2 Beslistermijn

Dit betreft een technische wijziging.

1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen.

2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen.

3. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2.10, zesde lid, artikel 2.11 of artikel 2.12.

3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 1.4 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.

Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.

2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

In het kader van de inwerkingtreding van de Omgevingswet (per 1 januari 2024) is lid 3 gewijzigd.

Dit betreft een technische wijziging. In het kader van de inwerkingtreding van de Omgevingswet (per 1 januari 2024) is lid 3 toegevoegd.

Artikel 1.5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing Elke vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.

Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing 1. De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.

Dit betreft een technische wijziging. In het kader van de inwerkingtreding van de Omgevingswet (per 1 januari 2024) is het artikel uitgebreid met een 2e lid.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. Artikel 1.6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:

Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing 1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als:

a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;

b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;

c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn;

c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen

Dit betreft een technische wijziging. In het kader van de inwerkingtreding van de Omgevingswet (per 1 januari 2024) is het artikel uitgebreid met een 2e lid. Daarnaast is de formulering van het 1e lid minimaal gewijzigd conform de model APV van de VNG.

e. indien de houder dit verzoekt.

een redelijke termijn; of e. de houder dit verzoekt. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

1.7 Termijnen De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.

1:7 Termijnen 1. De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. 2. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.

Artikel 1.9 Lex silencio positivo niet van toepassing Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de volgende artikelen in deze verordening: - Artikel 2:25: Vergunning evenementen; - Artikel 3:4: Vergunning seksinrichtingen en escortbedrijven;

-

Dit betreft een technische wijziging. Het artikel is gewijzigd en uitgebreid in het kader van jurisprudentie. Deze verzet zich tegen een geldigheidsduur van onbepaalde tijd voor zogenoemde ‘schaarse’ vergunningen. De formulering is conform de model APV van de VNG.

Dit betreft een technische wijziging. Dit artikel wordt volledig verwijderd conform de model APV van de VNG. Binnen de afzonderlijke artikelen van de APV wordt expliciet aangegeven wanneer de Lex Silencio wel/niet van toepassing is.

- Artikel 4:18: Ontheffing van het verbod tot recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen.

HOOFDSTUK 2

Bestaande artikel Artikel 2.1 Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.

Voorgestelde wijziging van artikel Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.

2. Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.

2. Degene die op een openbare plaats: a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.

3. Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod. 5. Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

3. Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid. 5. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en

Toelichting Dit betreft een technische wijziging. Lid 2 is uitgebreid en gewijzigd geformuleerd en de leden 4 en 5 worden gewijzigd geformuleerd. De wijzigingen zijn conform de model APV van de VNG.

levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

Artikel 2.1a Verstoring van de openbare orde e.d. 1.Onverminderd het bepaalde in de artikelen 424, 426 bis en 431 van het Wetboek van Strafrecht is het verboden op of aan een openbare plaats, op enigerlei wijze: a. de orde te verstoren; b. zich hinderlijk te gedragen; c. personen lastig te vallen; d. te vechten; e. deel te nemen aan een samenscholing; f. onnodig op te dringen; of g. door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden. 2. Het is verboden om in het geval van wanordelijkheden of indien er ernstig gevaar voor het ontstaan daarvan dreigt, op de in het eerste lid genoemde plaatsen een voorwerp of stof kennelijk meegebracht om die orde te verstoren, bij zich te hebben. 3. Het is verboden zich te begeven of te bevinden op terreinen of openbare plaatsen, wanneer deze door of vanwege het bevoegd gezag in het belang van de openbare veiligheid

-

Dit betreft een technische wijziging. Dit artikel wordt volledig verwijderd conform de model APV van de VNG. Het artikel heeft geen meerwaarde t.o.v. het bepaalde in artikel 2.1.

of ter voorkoming van wanordelijkheden zijn afgezet. 4. Het is verboden een voorwerp dat ter afzetting of afsluiting van een gedeelte van de weg of vanwege het bevoegde gezag is aangebracht, te verplaatsen, te verwijderen of omver te halen.

2.1b Verblijfsontzegging 1.De burgemeester kan gebieden aanwijzen waar hij aan personen een verblijfsontzegging kan opleggen. 2.De burgemeester gaat alleen over tot aanwijzing van een gebied als bedoeld in het eerste lid, indien naar zijn oordeel sprake is van ernstige verstoring van de openbare orde. 3.De burgemeester kan een verblijfsontzegging opleggen aan personen die in het aangewezen gebied de openbare orde verstoren door: a. handelen in strijd met het bepaalde in de artikelen 2:1, 2:47 eerste lid onder b, 2:48 of 2:74 van deze verordening; b. het bezit, de handel of het gebruik van in de Opiumwet verboden middelen; c. het bezit van wapens, messen en andere voorwerpen die als steek- of slagwapen kunnen worden gebruikt; d. diefstal, inbraak, heling, vernieling of andere vermogensdelicten of e. geweldpleging of bedreiging. 4. De burgemeester bepaalt in de verblijfsontzegging de termijn waarvoor deze geldt.

-

Dit betreft een technische wijziging. Dit artikel wordt volledig verwijderd conform de model APV van de VNG. Het onderwerp ‘gebiedsontzeggingen’ is verplaatst naar artikel 2:78.

5. De burgemeester kan indien de belanghebbende een aantoonbaar belang heeft om zich binnen het aangewezen gebied te begeven de verblijfsontzegging naar tijd en plaats beperken. 6. Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegde verblijfsontzegging. AFDELING 2 BETOGING

-

Dit betreft een technische wijziging. Deze afdelingstitel wordt volledig verwijderd conform de model APV van de VNG. Het gaat uitsluitend om de titel en niet om de artikelen die oorspronkelijk onder deze afdeling staan. In verband met het vervallen van deze titel wijzigt de nummering van de overige afdelingen binnen dit hoofdstuk.

Artikel 2.2 Optochten (niet opgenomen: zie artikel 2.25)

Artikel 2:2 (vervallen)

Dit betreft een technische wijziging.

Artikel 2.3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1. Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, geeft daarvan

Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden,

Dit betreft een technische wijziging.

De titel van het artikel en de verwijzing naar artikel 2:25 worden verwijderd conform de model APV van de VNG. Er is geen meerwaarde om deze in stand te houden. De nummering blijft wel intact.

De formulering van het artikel omvat een aantal kleinschalige tekstuele wijzigingen conform de

voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. 2. De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging houdt; b. het doel van de betoging; c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging; e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3. Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. 4. Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan

waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uren voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. 2. De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging houdt; b. het doel van de betoging; c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route; e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. 4. Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur.

model APV van de VNG. Er wordt o.a. niet langer gesproken over ‘hij’, maar over ‘degene’.

uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip voorafgaande werkdag. 5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge kennisgeving in behandeling nemen. Artikel 2.4 Nieuw Artikel (Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)

5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.

Artikel 2:4 (vervallen)

Dit betreft een technische wijziging.

Artikel 2.5 Te verstrekken gegevens (Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)

Artikel 2:5 (vervallen)

Dit betreft een technische wijziging.

AFDELING 3 VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN

-

Dit betreft een technische wijziging.

De titel van het artikel (Nieuw artikel) en de verwijzing naar artikel 2:3 worden verwijderd conform de model APV van de VNG. Er is geen meerwaarde om deze in stand te houden. De nummering blijft wel intact.

De titel van het artikel en de verwijzing naar artikel 2:3 worden verwijderd conform de model APV van de VNG. Er is geen meerwaarde om deze in stand te houden. De nummering blijft wel intact.

Deze afdelingstitel wordt volledig verwijderd conform de model APV van de VNG. Het gaat uitsluitend om de titel en niet om de artikelen die oorspronkelijk onder deze afdeling staan. In verband met het vervallen van deze titel wijzigt de nummering van de overige afdelingen binnen dit hoofdstuk.

AFDELING 4 VERTONINGEN E.D. OP DE WEG

-

Dit betreft een technische wijziging. Deze afdelingstitel wordt volledig verwijderd conform de model APV van de VNG. Het gaat uitsluitend om de titel en niet om de artikelen die oorspronkelijk onder deze afdeling staan. In verband met het vervallen van deze titel wijzigt de nummering van de overige afdelingen binnen dit hoofdstuk.

Artikel 2.7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. (niet opgenomen: zie artikel 2.25)

Artikel 2:7 (Vervallen)

Dit betreft een technische wijziging.

Artikel 2.8 Dienstverlening (Vervallen)

Artikel 2:8 (Vervallen)

Dit betreft een technische wijziging.

Artikel 2.9 Straatartiest (Vervallen)

Artikel 2.9 Straatartiest (Niet opgenomen)

Dit betreft een technische wijziging.

De titel van het artikel en de verwijzing naar artikel 2:25 worden verwijderd conform de model APV van de VNG. Er is geen meerwaarde om deze in stand te houden. De nummering blijft wel intact.

De titel van het artikel wordt verwijderd conform de model APV van de VNG. Er is geen meerwaarde om deze in stand te houden. De nummering blijft wel intact.

Er wordt aangegeven dat dit artikel niet is opgenomen i.p.v. ‘vervallen’. Het artikel kan in een later stadium nog altijd worden opgenomen door de raad indien hiertoe aanleiding bestaat.

AFDELING 5 BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEG

AFDELING 2 BRUIKBAARHEID, UITERLIJK AANZIEN EN VEILIG GEBRUIK VAN OPENBARE PLAATSEN

Dit betreft een technische wijziging.

Artikel 2.10 Voorwerpen op of aan de weg 1. In afwijking van het vierde lid kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. en onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg 1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.

Dit betreft zowel een technische als een inhoudelijke wijziging.

2. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet ten minste een vrije doorgang van 1 strekkende meter wordt gelaten op voetpaden en van 3,5 strekkende meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer. 3. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen en reclameborden.

Deze afdelingstitel wordt gewijzigd conform de model APV van de VNG. In verband met het vervallen van hiervoor genoemde afdelingen wijzigt ook de nummering van deze afdeling.

Bij de publicatie van de 3e wijziging van de APV is per abuis een groot gedeelte van het oorspronkelijke artikel verloren gegaan bij publicatie hiervan. De model APV geeft een aantal mogelijkheden weer waaruit gekozen kan worden voor invulling van dit artikel: een algemene regel met ontheffingsmogelijkheid (1 variant) of een vergunningplicht (2 varianten). In het kader van deregulering wordt gekozen voor de variant met algemene regel en ontheffingsmogelijkheid. De uitgewerkte variant is geformuleerd in het kader van de nader in werking tredende Omgevingswet.

4. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; c. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. 6. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. Artikel 2.11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.

Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen

Dit betreft een technische wijziging. In het kader van de inwerkingtreding van de Omgevingswet (per 1 januari 2024) is het artikel gewijzigd.

2. De vergunning wordt verleend: a. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; b. door het college in de overige gevallen. 3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het uitvoeren van hun publieke taak. 4. Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.

in de wijze van aanleg van een weg. 2. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. 3. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.

Artikel 2.12 Maken, veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.

Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.

2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd:

2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd: a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg;

a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg;

Dit betreft een technische en inhoudelijke wijziging. In het kader van de inwerkingtreding van de Omgevingswet (per 1 januari 2024) is het artikel uitgebreid met een 3e lid. Daarnaast is de formulering van het overige artikel minimaal gewijzigd conform de model APV van de VNG. Middels het aanscherpen van lid 2 sub d wordt geen medewerking verleend bij een eventuele

b. indien de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. indien door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d. indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.

AFDELING 6 VEILIGHEID OP DE WEG

b. als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d. als een perceel (niet-zijnde een bedrijfsperceel) al door een andere uitweg wordt ontsloten.

aanvraag voor een 2e uitrit bij particulieren. Deze formulering wijkt weliswaar af van de modelbepaling van de VNG, maar wordt ook in enkele andere gemeenten gebruikt.

3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening. -

Dit betreft een technische wijziging. Deze afdelingstitel wordt volledig verwijderd conform de model APV van de VNG. Het gaat uitsluitend om de titel en niet om de artikelen die oorspronkelijk onder deze afdeling staan. In verband met het vervallen van deze titel wijzigt de nummering van de overige afdelingen binnen dit hoofdstuk.

Artikel 2.13 Veroorzaken van gladheid (Vervallen)

Artikel 2:13 (Vervallen)

Dit betreft een technische wijziging. De titel van het artikel wordt verwijderd conform de model APV van de VNG. Er is geen meerwaarde om deze in stand te houden. De nummering blijft wel intact.

Artikel 2.16 Openen straatkolken e.d. (Vervallen)

Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d. (niet opgenomen)

Dit betreft een technische wijziging.

AFDELING 7 EVENEMENTEN

AFDELING 3 EVENEMENTEN

Dit betreft een technische wijziging.

Het artikel is ‘niet opgenomen’ i.p.v. dat deze is ‘vervallen’. Er bestaat dus wel een mogelijkheid dit artikel op te nemen. Hiertoe is nu geen aanleiding.

De nummering van deze afdelingstitel wordt gewijzigd conform de model APV van de VNG. Dit in verband met het vervallen van enkele afdelingen hiervoor. Artikel 2.24 Begripsbepaling 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoopvoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;

Artikel 2:24 Begripsbepaling 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak al dan niet tegen betaling, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen overeenkomstig de bestemming van dat gebouw; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie of snuffelmarkt;

Dit betreft zowel een technische als inhoudelijke wijziging. In lid 1 en lid 2 wordt aansluiting gezocht bij de meest recente formulering van de model APV van de VNG. De verwijzing naar het artikel 2:9 (straatartiest) sub f is geschrapt, omdat deze niet is opgenomen binnen de APV van Kaag en Braassem. Met de introductie van het lid 3 in dit artikel wordt aansluiting gezocht bij het nieuwe evenementenbeleid en de landelijke en regionale ontwikkelingen waarin een integrale werkwijze van evenementen door gemeenten en veiligheidsdiensten wordt nagestreefd. De basis van deze methodiek is om evenementen op basis van diverse factoren in te delen in een risicoprofiel. Het risicoprofiel bepaalt de behandelprocedure van een aanvraag en de

f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 van deze verordening. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening, op de weg; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. een snuffelmarkt.

c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening, op de weg; d. een straatfeest of buurtbarbecue; e. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s. 3. In deze afdeling worden de volgende evenementen onderscheiden: a. meldingsplichtig evenement: evenement met een zeer laag risicoprofiel, waarvoor geen vergunning hoeft te worden aangevraagd; b. A-evenement: regulier evenement waarbij het (zeer) onwaarschijnlijk is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en dat maatregelen of voorzieningen vergt van het bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken; c. B-evenement: evenement waarbij het mogelijk is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en dat maatregelen of voorzieningen vergt van het bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken; d. C-evenement: risicovol evenement waarbij het (zeer) waarschijnlijk is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en dat maatregelen of voorzieningen

voorschriften die worden opgenomen in geval van vergunningverlening. De nadere toepassing van dit artikel vindt plaats in een door de burgemeester/college vastgesteld evenementenbeleid.

vergt van het bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken. Artikel 2.24 Evenementen 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren en/of ten behoeve van een evenement een tent, een kermisattractie of een ander toestel op te richten.

Artikel 2:25 Evenementenvergunning 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

2. Het verbod geldt niet voor: a. het houden van evenementen in gebouwen, niet zijnde vechtsportwedstrijden of -gala’s, overeenkomstig de bestemming van dat 2. De burgemeester kan categorieën van evenementen aanwijzen, waarvoor het verbod in gebouw; b. activiteiten in (horeca)bedrijven die in de het eerste lid niet geldt. uitoefening van het bedrijf gebruikelijk zijn; 3. De burgemeester kan met betrekking tot de c. het houden van snuffelmarkten in ruimten die categorieën evenementen als bedoeld in het uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en tweede lid algemene en specifieke voorschriften voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin stellen. van de Winkeltijdenwet. 4. De burgemeester kan te allen tijde besluiten een evenement als bedoeld in het tweede lid te verbieden mits in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu.

3. Geen vergunning is vereist voor een evenement, als: a. het evenement op één locatie in de openlucht plaatsvindt; b. het aantal gelijktijdig aanwezigen (deelnemers, publiek en personeel) niet meer bedraagt dan 300 personen; c. het evenement plaatsvindt op: - maandag tot en met zaterdag tussen 07.00 en 23.00 uur; - zondag tussen 13.00 en 23.00 uur; d. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur;

Dit betreft zowel een technische als inhoudelijke wijziging. Per abuis is bij de publicatie van de huidige APV de nummering van dit artikel foutief vermeld. Dit wordt hersteld. Dit artikel is in lijn met de wijzigingen van het artikel 2:24 en tevens in overeenstemming met de uitgangspunten van het nieuwe evenementenbeleid. Door het wijzigen van lid 2 zijn diverse categorieën in de APV opgenomen die niet worden aangemerkt als ‘evenement’ en dus niet onder de reikwijdte van dit artikel vallen. Vechtsportevenementen vallen in de regel wel onder de reikwijdte van dit artikel om zodoende grip te houden op dit verschijnsel. Bij dit type activiteit is een vergrote kans op veiligheidsincidenten. Lid 3 omvat de nieuwe criteria om te bepalen of een evenement kan worden afgedaan met een kosteloze melding in het kader van deregulering. Lid 4 vormt een stok achter de deur voor de burgemeester om in te grijpen bij vergunningsvrije

5. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel 148 Wegenverkeerswet 1994.

e. het geluidsniveau van de muziek als bedoeld in sub d niet meer bedraagt dan 70 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen. f. het evenement niet plaatsvindt op de doorgaande weg of anderszins een belemmering vormt voor de hulpdiensten of de bereikbaarheid van woonwijken; g. niet meer dan 5 kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 m² per object; h. er een aanspreekpunt ten tijde van het evenement aanwezig is die vooraf bekend gemaakt is bij de gemeente; i. de organisator uiterlijk 14 dagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.

evenementen indien omstandigheden hiertoe aanleiding geven.

4. De burgemeester kan uiterlijk 48 uur voordat een meldingsplichtig evenement plaatsvindt besluiten om beperkingen op te leggen aan het organiseren van een evenement of het evenement verbieden, als daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

Lid 9 is anders geformuleerd in verband met het niet toepassen van de Lex Silencio. Zie ook opmerking artikel 1:9.

5. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8, tweede lid, kan de vergunning worden geweigerd als de aanvraag voor een A-evenement minder dan acht weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

Middels de toevoeging van leden 5, 6 en 7 wordt geborgd dat organisatoren tijdig hun volledige aanvraag moeten indienen bij de gemeente. Op die wijze kunnen veiligheidsdiensten eveneens tijdig anticiperen op eventuele inzet tijdens evenementen en is er voldoende tijd voor gemeente en veiligheidsdiensten de risico’s van een evenement te bepalen en eventuele beheersmaatregelen te bepalen. Lid 8 is specifiek opgenomen om rondom vechtsportgala’s een extra stringent beleid te kunnen voeren.

6. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8, tweede lid, kan de vergunning worden geweigerd als de aanvraag voor een B- en Cevenement minder dan dertien weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. 7. De burgemeester kan in verband met de voorbereidingstijd van de aanvraag afwijken van de genoemde termijnen in het vijfde en zesde lid of voor bijzondere, periodiek terugkerende evenementen afzonderlijk bepalen op welk tijdstip de aanvraag uiterlijk moet worden ingediend. 8. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als de organisator van een vechtsportwedstrijd of gala van slecht levensgedrag is. 9. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2.26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een

Artikel 2:26 Ordeverstoring Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.

Dit betreft een technische wijziging. Lid 2 en 3 komen te vervallen. Het modelartikel van de VNG wordt hiermee gevolgd.

organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 3. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. AFDELING 8 TOEZICHT OP OPENBARE INRICHTINGEN

AFDELING 4 TOEZICHT OP OPENBARE INRICHTINGEN

Dit betreft een technische wijziging.

Artikel 2.27 Begripsbepalingen 1. In deze afdeling wordt verstaan onder:

Artikel 2:27 Begripsbepalingen 1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt.

Dit betreft een technische wijziging.

a. openbare inrichting: I. een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis; II. elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden verstrekt of bereid; b. terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting bedoeld in het eerste lid

2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie

De nummering van deze afdelingstitel wordt gewijzigd conform de model APV van de VNG. Dit in verband met het vervallen van enkele afdelingen hiervoor.

De formulering wordt iets gewijzigd waarmee het aansluiting vindt bij de model APV van de VNG. Lid 3 komt daarmee volledig te vervallen.

onder a liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.

ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.

2. Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een terras bedoeld in het eerste lid onder b. 3. Bezoeker: personen die in de openbare inrichting aanwezig zijn met uitzondering van: de exploitant, de beheerder, het personeel dat in de openbare inrichting werkzaam is tot een uur na sluitingstijd, de ambtenaren belast met opsporing van strafbare feiten en/of toezicht op de naleving van deze verordening en andere personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende reden noodzakelijk is. Artikel 2.28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.

2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.

3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel

3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als:

Dit betreft zowel een technische als inhoudelijke wijziging. Alle wijzigingen zijn conform de model APV van de VNG. Lid 2 wordt gewijzigd in het kader van de nader in werking tredende Omgevingswet. In lid 3 zijn aanvullende criteria opgenomen voor toetsing van exploitant en leidinggevende in geval van een vergunningaanvraag op grond van dit artikel. Wanneer een ondernemer alcoholische

of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of d. bedrijfskantine of -restaurant.

a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; b. de ondernemer of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is; c. de ondernemer of de leidinggevende onder curatele staat; d. de ondernemer of de leidinggevende niet de leeftijd van achttien heeft bereikt. 4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;

5. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet, als:

b. zorginstelling;

a. zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting; of

5. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, als:

c. museum; of d. bedrijfskantine of -restaurant.

a. zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen

drank wilt schenken en hiervoor vergunning aanvraagt dan vindt toetsing op levensgedrag, curateleregister en leeftijd plaats op grond van de Alcoholwetvergunning. Openbare inrichtingen die geen alcohol schenken hebben echter uitsluitend een exploitatievergunning nodig op grond van onderhevig artikel in de APV. Middels het opnemen van deze criteria kan ook voor deze categorie deze belangrijke toets worden uitgevoerd. Lid 5 wordt gewijzigd door een correctie verwijzing naar de (nieuwe) Alcoholwet. De Drank- en horecawet is vervallen. Lid 7 is anders geformuleerd in verband met het niet toepassen van de Lex Silencio. Zie ook opmerking artikel 1:9.

b. de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid. 6. De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid, onder a.

incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting; of b. de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid.

7. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning en de vrijstelling.

6. De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid, onder a.

2.29 Sluitingstijden 1. Het is de houder van een bij een openbare inrichting behorend terras verboden dit terras geopend te hebben of daarop bezoekers toe te laten of te hebben tussen 23.00 en 08.00 uur, tenzij een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 is verleend.

2:29 Sluitingstijden 1. Het is de houder van een bij een openbare inrichting behorend terras verboden dit terras geopend te hebben of daarop bezoekers toe te laten of te hebben tussen 23.00 en 08.00 uur, tenzij een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 is verleend.

2. Het tweede lid is niet van toepassing in die situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien.

2. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.

7. Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

3. Het eerste en het derde lid zijn niet van

Dit betreft een technische wijziging. Lid 2 is volledigheidshalve opgenomen conform de model APV van de VNG om te duiden dat terrassen behorende bij horeca in winkels niet langer open kunnen zijn dan de winkel zelf (anders is men niet meer ondersteunend aan de winkelfunctie). In het kader van de inwerkingtreding van de Omgevingswet (per 1 januari 2024) is lid 3 gewijzigd.

toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien. -

2:31a Messen en steekwapens 1.Het is verboden op door de burgemeester aangewezen wegen, met inbegrip van daaraan gelegen voor publiek toegankelijke gebouwen, messen of andere zaken die als steekwapen kunnen worden gebruikt bij zich te hebben. 2.Het verbod geldt niet voor wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie en evenmin voor andere zaken die als steekwapen kunnen worden gebruikt mits deze zaken zodanig zijn ingepakt dat zij niet geschikt zijn voor onmiddellijk gebruik.

Artikel 2.32 Handel binnen openbare inrichtingen 1. In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 2:32 (Niet opgenomen)

Dit betreft een inhoudelijke wijziging. De afgelopen jaren is trend waarneembaar waarbij steeds meer minderjarigen met steekwapens op zak rondlopen. De huidige landelijke wetgeving op dit verschijnsel is helaas nog niet toereikend. Dit artikel is niet opgenomen in de model APV van de VNG. Echter hebben steeds meer (grote) gemeenten dit artikel opgenomen in verband met het toenemend aantal steekincidenten de afgelopen jaren. Ook de politie juicht het opnemen van dit artikel toe om adequaat te handelen in geval er sprake is van steekincidenten. Aanpassing van landelijke wetgeving is in voorbereiding om ook kleine messen etc. te verbieden. In afwachting hiervan stellen we voor om ook een artikel op te nemen in de APV, zodat de burgemeester bestuursrechtelijk in kan grijpen wanneer dit nodig wordt geacht. Dit betreft een inhoudelijke wijziging. De achterliggende gedachte van dit artikel is om heling in openbare inrichtingen niet te faciliteren. In de praktijk wordt geen gebruik gemaakt van dit artikel. In het kader van deregulering wordt voorgesteld dit artikel te schrappen.

2. De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt. Artikel 2.34 Handel in horecabedrijven (Vervallen)

Artikel 2:34 (Vervallen)

Dit betreft een technische wijziging. De titel van het artikel wordt verwijderd conform de model APV van de VNG. Er is geen meerwaarde om deze in stand te houden. De nummering blijft wel intact.

Medebewindbepalingen ogv Alcoholwet Per 1 juli 2021 is de Alcoholwet in werking getreden, die hiermee de Drank- en horecawet heeft vervangen. De Alcoholwet verplicht gemeenten om bij verordening een aantal bepalingen op te nemen ter regulering van paracommercie, de oneerlijke concurrentie op het gebied van alcoholverstrekking bij (sport)vereniging en instellingen. Momenteel zijn deze bepalingen nog opgenomen in een afzonderlijke Drank en horecaverordening: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR312969 De huidige actualisatieslag van de APV biedt een gelegenheid om de huidige bepalingen binnen de Drank- en horecaverordening, waar nodig, te herzien en over te hevelen naar de APV. Dit is vooral vanuit praktisch oogpunt, omdat aanverwante regelgeving voor de horeca ook al is geregeld binnen de APV. Met het overhevelen naar de APV kan de bestaande Drank- en horecaverordening worden ingetrokken. Er is voor gekozen om nu geen inhoudelijke aanpassingen door te voeren, maar uitsluitend de bestaande bepalingen ‘technisch’ over te hevelen. Bestaande artikel binnen Drank- en horecaverordening -

Artikel 1 Begripsbepalingen 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. de wet: Drank- en Horecawet; b. vergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 3 van de wet;

Voorgestelde wijziging van artikel in APV

Toelichting

AFDELING 5 REGULERING PARACOMMERCIELE RECHTSPERSONEN EN OVERIGE AANGELEGENHEDEN UIT DE ALCOHOLWET

Dit betreft een technische wijziging.

Artikel 2:34a Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: - alcoholhoudende drank; - horecabedrijf; - horecalokaliteit; - inrichting; - paracommerciële rechtspersoon; - sterke drank; - slijtersbedrijf;

Dit betreft een technische wijziging.

Door het overhevelen van de bepalingen uit de Drank- en Horecaverordening naar de APV wordt een nieuwe afdeling ingevoegd.

Diverse begripsbepalingen worden binnen dit artikel nader toegelicht. Het artikel is conform de model APV van de VNG. Er wordt een directe koppeling gemaakt naar de Alcoholwet.

c. paracommerciële inrichting: een inrichting waarin een paracommerciële rechtspersoon in eigen beheer het horecabedrijf exploiteert.

- zwak-alcoholhoudende drank; dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet.

2. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder de overige begrippen in deze verordening verstaan hetgeen de wet daaronder verstaat. Artikel 2 Schenktijden paracommerciële rechtspersonen 1.Paracommerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank gedurende de periode beginnende met 1 uur voor aanvang en eindigende met 1 uur na beëindiging van activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon. 2.In afwijking van het bepaalde in lid 1 verstrekken paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten van sportieve aard uitsluitend alcoholhoudende drank vanaf een tijdstip dat ligt na 12.00 uur en alleen gedurende de periode tijdens en tot 2 uur na de beëindiging van de activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving.

Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen 1. Paracommerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank gedurende de periode beginnende met 1 uur voor aanvang en eindigende met 1 uur na beëindiging van activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon. 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 verstrekken paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten van sportieve aard uitsluitend alcoholhoudende drank vanaf een tijdstip dat ligt na 12.00 uur en alleen gedurende de periode tijdens en tot 2 uur na de beëindiging van de activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving. 3. Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en zij mogen per jaar tijdens ten hoogste vier

Dit betreft een technische wijziging. De bestaande artikelen 2 en 3 uit de Drank- en horecaverordening worden ongewijzigd samengevoegd en overgenomen in dit ‘nieuwe’ artikel. Hiermee wordt invulling gegeven aan de verplichting uit de Alcoholwet (artikel 4) om bepalingen op te nemen inzake regulering van paracommerciële activiteiten.

bijeenkomsten, die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn, alcoholhoudende drank verstrekken. 4. Van het bepaalde in lid 3 zijn uitgezonderd de dorpshuizen, culturele centra met een dorpshuisfunctie en kerkelijke centra. Deze rechtspersonen kunnen alcoholhoudende drank verstrekken tijdens per jaar ten hoogste 26 bijeenkomsten van persoonlijke aard, niet zijnde recepties en bruiloftsfeesten. 5. De paracommerciële rechtspersonen houden een jaarlijks overzicht bij van de in de vorige leden bedoelde bijeenkomsten. Dit overzicht dient in het bedrijf aanwezig te zijn en op eerste aanvraag ter inzage te worden gegeven. Artikel 3 Bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen 1. Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en zij mogen tijdens per jaar ten hoogste vier bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn, alcoholhoudende drank verstrekken. 2. Van het bepaalde in het eerste lid zijn uitgezonderd de dorpshuizen, culturele centra

-

Dit betreft een technische wijziging. Zie artikel 2:34b hierboven. De bestaande artikelen 2 en 3 uit de Drank- en horecaverordening worden ongewijzigd samengevoegd en overgenomen in dit ‘nieuwe’ artikel. Hiermee wordt invulling gegeven aan de verplichting uit de Alcoholwet (artikel 4) om bepalingen op te nemen inzake regulering van paracommerciële activiteiten.

met een dorpshuisfunctie en kerkelijke centra. Deze rechtspersonen kunnen alcoholhoudende drank verstrekken tijdens per jaar ten hoogste 26 bijeenkomsten van persoonlijke aard, niet zijnde recepties en bruiloftsfeesten. 3. De paracommerciële rechtspersonen houden een jaarlijks overzicht bij van de in de vorige leden bedoelde bijeenkomsten. Dit overzicht dient in het bedrijf aanwezig te zijn en op eerste aanvraag ter inzage te worden gegeven. Artikel 4 Verbod verstrekken van sterke drank 1. Het is verboden in paracommerciële inrichtingen sterke drank te verstrekken. 2. Het is verboden sterke drank te verstrekken in inrichtingen waarin of in een onderdeel waarvan uitsluitend of in hoofdzaak geringe eetwaren, zoals belegde broodjes, patates frites en kroketten worden verkocht. Artikel 5. Verbod prijsacties horeca (happy hours) Ter bescherming van de volksgezondheid en in het belang van de openbare orde is het verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaats tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die in de desbetreffende horecalokaliteit of op het betreffend terras gewoonlijk wordt gevraagd.

Artikel 2:34c Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke drank te verstrekken in: - paracommerciële inrichtingen; en - inrichtingen waarin of in een onderdeel waarvan uitsluitend of in hoofdzaak geringe eetwaren, zoals belegde broodjes, patates frites en kroketten worden verkocht.

Dit betreft een technische wijziging.

Artikel 2:34f Verbod ‘happy hours’ Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd.

Dit betreft een technische wijziging.

Het bestaande artikel 4 uit de Drank- en horecaverordening wordt overgenomen in dit ‘nieuwe’ artikel. Hiermee wordt invulling gegeven aan de mogelijkheid (ogv artikel 25a lid 2 sub b de Alcoholwet ) om beperkingen op te leggen qua drankverstrekking. De formulering is iets gewijzigd, maar de strekking blijft ongewijzigd.

Het bestaande artikel 5 uit de Drank- en horecaverordening wordt overgenomen in dit ‘nieuwe’ artikel. De formulering is licht gewijzigd en sluit aan bij de formulering van de model APV van de VNG. Hiermee wordt invulling gegeven aan de mogelijkheid (ogv artikel 25d de Alcoholwet ) om beperkingen op te leggen qua prijsacties in de horeca.

Artikel 6. Ontheffingen 1. De burgemeester kan op aanvraag ontheffing verlenen van de in artikel 3 gestelde verboden en beperkingen indien de paracommerciële rechtspersoon kan aantonen dat in de omgeving van de paracommerciële inrichting geen commercieel horecabedrijf in staat en bereid is om de in dat artikel bedoelde bijeenkomsten te organiseren.

-

Dit betreft een technische wijziging. Dit artikel wordt volledig verwijderd. De mogelijkheid tot het verkrijgen van een ontheffing is al bepaald in artikel 4 van de Alcoholwet.

2. De burgemeester kan met het oog op bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard op aanvraag voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen ontheffing verlenen van de in artikel 2 en 3 gestelde verboden en beperkingen. 3. De burgemeester kan op aanvraag permanent, dan wel tijdelijk, ontheffing verlenen van het in artikel 4 gestelde verbod. Aan deze ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. 4. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de aanvraag om ontheffing als bedoeld in dit artikel. Artikel 7 Intrekkingsgronden ontheffing De in de artikelen 6 bedoelde ontheffingen kunnen worden ingetrokken of gewijzigd indien:

Dit betreft een technische wijziging. Dit artikel wordt volledig verwijderd. De mogelijkheid tot het verkrijgen van een ontheffing is al bepaald in artikel 4 van de Alcoholwet.

a. ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt, of b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na hetverlenen van de ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist, of c. zich feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de ontheffing gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid, of d. de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of wordennagekomen, of e. van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn, of f. indien de houder van de ontheffing dit verzoekt. Artikel 8 Overgangsrecht 1. Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening vervallen voor paracommerciële inrichtingen:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=4681c5e6-a19f-4a7f-9199-72bee466c56d