CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-12-02 Ruimtelijke onderbouwing (GoFlo)

Gemeenteraad 15 december 2025, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Verzwaard adviesrecht BOPA Kerkstraat 40-42, Oude Wetering.13.685 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Afbeelding 13: Standaardwaarden en grenswaarden. Geluidbronsoorten Rijkswegen en provinciale wegen Gemeentewegen en waterschapswegen Hoofdspoorwegen en lokale spoorwegen Industrieterreinen

Standaardwaarde

Grenswaarde 50 Lden 53 Lden 55 Lden 50 Lden 40 Lnight

65 Lden 70 Lden 70 Lden 60 Lden 50 Lnight

Toetsing In de omgeving van het plangebied bevindt zich een gezoneerd industrieterrein, conform het geldende omgevingsplan ligt het plangebied binnen de ‘Geluidzone – Industrie’. Verder ligt het plangebied niet binnen het geluidsaandachtsgebied van rijksweg(en) en/of spoorweg(en). In de

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Kaag en Braassem - Kerkstraat 40-42, Oude Wetering

31

omgeving liggen wel verschillende gemeentewegen. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling heeft akoestisch onderzoek wegverkeers- en industrielawaai4 plaatsgevonden. De woning en appartementen ondervinden geluid op de gevel ten gevolge van de Kerkstraat, de Watergang, de Alkemadelaan en de Westerdijk. De woning en appartementen ondervinden ook geluid op de gevel ten gevolge van het gezoneerde industrieterrein, gelegen ten oosten van het plangebied. Het geluid op de gevel is vastgesteld door middel van het meet-en rekenvoorschrift, zoals beschreven in de Omgevingsregeling. Uit de rekenresultaten van het onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: ▪ Uit de resultaten blijkt dat de standaardwaarde van 53 dB ten gevolge van de geluidbronsoort gemeentelijke wegen wordt overschreden ter plaatse van de zuid-, west- en noordgevels van enkele appartementen. Het hoogste geluid op de gevel bedraagt 60 dB. Daarmee wordt de grenswaarde van 70 dB niet overschreden. ▪ Het geluid op de gevel op de te splitsen woning voldoet aan de standaardwaarde ten gevolge van de geluidbronsoort gemeentelijke wegen. ▪ Maatregelen om het geluid op de gevel van de appartementen terug te dringen tot aan de standaardwaarde van 53 dB stuit naar verwachting op overwegende bezwaren van verkeerstechnische, financiële en stedenbouwkundige aard.

▪ Het is realistisch om een hogere waarde dan de standaardwaarde toe te staan van maximaal 60 dB voor de appartementen ten gevolge van de geluidbronsoort gemeentelijke wegen. ▪ Uit de rekenresultaten blijkt dat het geluid op de gevel ten gevolge van het industrielawaai ter plaatse van de te splitsen woning maximaal 55 dB(A) bedraagt. Daarmee wordt de grenswaarde niet overschreden. De Omgevingsdienst West-Holland heeft aangegeven dat in het verleden voor de woning al een hogere waarde is verleend van 55 dB(A). ▪ Het geluid op de gevel op de geplande appartementen, ten gevolge van het industrielawaai, ligt lager dan de standaardwaarde van 50 dB(A). ▪ Uit de berekeningen blijkt dat het cumulatieve geluid op de gevel Lcum maximaal 60 dB bedraagt. Dit valt in de beoordelingscategorie ‘Matig’. ▪ Uit de berekeningen blijkt dat het gezamenlijk geluid Lg maximaal 60 dB bedraagt. Er zijn daardoor extra geluidwerende voorzieningen noodzakelijk om aan het maximaal toelaatbare binnenniveau van 33 dB ter plaatse van de verblijfsgebieden te voldoen. Conclusie Indien met de nieuwbouwplannen wordt voorzien in extra geluidwerende voorzieningen om aan het maximaal toelaatbare binnenniveau van 33 dB ter plaatse van de verblijfsgebieden te voldoen, vormt het aspect geluid geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.8.

Geur Algemeen

4

Munsterhuis, Akoestisch onderzoek Plan Kerkstraat 40-42, Oude Wetering, 25.119, Borne, 18 september 2025

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Kaag en Braassem - Kerkstraat 40-42, Oude Wetering

32

Er bestaan diverse sectoren waar geurhinder een rol kan spelen, zoals onder meer bij veehouderijen en andere landbouwactiviteiten, de mengvoederindustrie, horeca, rioolwaterzuiveringsinstallaties, slachterijen, en (andere) milieubelastende activiteiten. Regels over geur zijn verdeeld over verschillende Amvb's. Het verschilt per type activiteit waar er regels zijn opgenomen. Conform de Omgevingswet dienen de activiteiten allereerst te voldoen aan de regels die in het tijdelijk omgevingsplan staan. Indien er nog geen aanpassing heeft plaatsgevonden van het tijdelijk omgevingsplan en sprake is van een activiteit/inrichting die/dat voorheen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer viel, dan gelden de regels uit de Bruidsschat. De Bruidsschat (BS) bevat regels over: ▪ geur door het houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony's voor het berijden in een dierenverblijf (par. 22.3.6.2 BS); ▪ geur door het houden van fokteven van nertsen (par. 22.3.6.3 BS); ▪ geur door andere agrarische activiteiten, zoals o.a. het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie en het composteren of opslaan van groenafval (par. 22.3.6.4 BS); ▪ geur door het exploiteren van zuiveringstechnische werken (par. 22.3.6.5 BS). Voor een aantal milieubelastende activiteiten geldt een vergunningplicht op basis van hoofdstuk 3 van het (Bal).

In afdeling 8.5 'Omgevingsvergunning milieubelastende activiteit' van het (Bkl) staan beoordelingsregels. Het bevoegd gezag gebruikt deze beoordelingsregels bij het beoordelen van de vergunningaanvraag. In het Bkl staan algemene beoordelingsregels en specifieke beoordelingsregels voor geur. Toetsing In de directe nabijheid van het plangebied zijn geen (agrarische) bedrijven gevestigd met een geuremissie die tot het plangebied reikt. Conclusie Het aspect geur levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.9.

Milieuzonering In planologische procedures waarin de vestiging van woningen in de nabijheid van bedrijven (of andersom) mogelijk wordt gemaakt, moet rekening worden gehouden met ruimtelijk relevante milieuhygiënische aspecten van die bedrijven. Het begrip 'inrichting' uit de Wet milieubeheer bestaat onder de Omgevingswet niet meer; deze is vervangen door regels voor milieubelastende activiteiten. Een 'milieubelastende activiteit' is een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken. Lozingsactiviteiten op oppervlaktewater of een zuiveringsinstallatie of wateronttrekking vallen niet onder de definitie van een 'milieubelastende activiteit'. Inhoudelijk zijn er weinig veranderingen, wel is de systematiek gewijzigd. De rijksregels voor milieubelastende activiteiten staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Voor activiteiten die niet in H3 van het Bal zijn aangewezen, kan een gemeente regels opnemen in het

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Kaag en Braassem - Kerkstraat 40-42, Oude Wetering

33

Omgevingsplan. De algemene zorgplicht (artikel 1.7) en het algemene verbod (artikel 1.7a) uit de Omgevingswet zijn altijd van toepassing. Om hinder tussen bedrijven en woningen te voorkomen, is ook onder de Omgevingswet een goede afstemming noodzakelijk. Milieuzonering zorgt ervoor dat bij de bouw van nieuwe woningen voldoende afstand in acht wordt genomen tot milieubelastende activiteiten (tussen bedrijven en gevoelige functies, zoals woningen). Zo worden hinder en gevaar voorkomen en kunnen bedrijven zich binnen aanvaardbare voorwaarden in een gebied vestigen en activiteiten (blijven) uitoefenen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft in de brochure Bedrijven en Milieuzonering (2009) een handreiking gedaan ten behoeve van de afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu op lokaal niveau. De publicatie heeft bedrijven ingedeeld in categorieën met bijbehorende richtafstanden tot gevoelige functies, zoals woningen. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de grond die is aangewezen voor de functie bedrijf en anderzijds de gevel van een woning. Momenteel is de VNG bezig met de voorbereiding van een nieuwe handreiking over dit onderwerp. Vooralsnog wordt voor deze onderbouwing de 'oude' brochure gehanteerd. De richtafstanden hangen samen met de gebiedskenmerken.

De VNG-publicatie hanteert twee omgevingstypen, namelijk: een rustige woonwijk/buitengebied en een gemengd gebied. In een rustige woonwijk of buitengebied wordt functiescheiding nagestreefd. Tussen milieuhinder gevoelige functies en bedrijven dient de minimaal aan te houden 'richtafstand' in acht te worden genomen. In geval van een gemengd gebied, waar sprake is van functiemenging, kan een verkleinde richtafstand worden gehanteerd. In tegenstelling tot rustige woongebieden worden in dergelijke levendige gebieden milieubelastende activiteiten op kortere afstand van milieuhinder gevoelige functies acceptabel geacht. De richtafstand mag in deze gebieden met één afstandsstap worden verkleind (10 meter behorende bij milieucategorie 1 wordt 0 meter, 30 meter van milieucategorie 2 wordt 10 meter van milieucategorie 1, etc.). Het uitgangspunt van de VNG handreiking is dat de gemeente deze gemotiveerd toepast. Het is een hulpmiddel, maar het legt niet vast wat wel en wat niet is toegestaan. Een gemeente dient zelf zorgvuldig af te wegen, te bepalen en te motiveren welke functies en activiteiten zij in een bepaald gebied toelaatbaar acht en welke Staat van Bedrijfsactiviteiten zal worden toegepast, zodat maatwerk en flexibiliteit voor een plangebied ontstaat.

Afbeelding 14: Omgevingstype Milieucategorie 1 2

Richtafstand tot omgevingstype rustige woonRichtafstand tot omgevingstype gemengd gewijk en rustig buitengebied bied 10 meter 0 meter 30 meter 10 meter

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Kaag en Braassem - Kerkstraat 40-42, Oude Wetering

34

3.1 3.2 4.1 4.2

50 meter 100 meter 200 meter 300 meter

30 meter 50 meter 100 meter 200 meter

Toetsing Wonen is geen milieubelastende functie en er worden dan ook geen nieuwe milieubelastende functies toegevoegd. Eventuele hinder vanuit het plangebied naar de omgeving is daarom in ieder geval niet aan de orde. Verder zijn er op basis van de vigerende bestemmingsplannen in de omgeving van het plangebied enkele bedrijven waarvan de richtafstand tot het plangebied reikt. Zo ligt een deel van het plangebied conform het geldende omgevingsplan binnen de ‘Geluidzone – Industrie’ horende bij het gezoneerde bedrijventerrein aan de overzijde van de Oude Wetering. Voor wat betreft het aspect geluid is in paragraaf 4.7 al op het geluid afkomstig van dit industrieterrein ingegaan. Daarin wordt geconcludeerd dat indien met de nieuwbouwplannen wordt voorzien in extra geluidwerende voorzieningen om aan het maximaal toelaatbare binnenniveau van 33 dB ter plaatse van de verblijfsgebieden te voldoen, vormt het aspect geluid geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Voor wat betreft het onderdeel geur rijkt de richtafstand van deze bedrijven niet tot aan het plangebied. Verder bevindt zich een kerkgebouw in het plangebied. Dit kerkgebouw zal straks als bijeenkomstruimte van het te realiseren Knarrenhof® dienen. Echter blijft de kerk wel in gebruik voor de diensten die eens in de twee weken worden gehouden en voor activiteiten die nu ook georganiseerd worden.

Een kerkgebouw is een hindergevoelige functie, met name om het aspect geluid, voor het geluid afkomstig van de kerkklokken. Bij deze kerk worden echter geen kerkklokken geluid. De functie van het gebouw kan in de toekomstige situatie dan ook het beste vergeleken worden met een ‘buurt- en clubhuis’ conform de VNG-lijst. Hiervoor geldt een richtafstand van 30 meter, maar omdat het plangebied zich in het centrum van Oude Wetering bevindt waar sprake is van functiemenging kan gesteld worden dat sprake is van een ‘gemengd gebied’ waardoor de richtafstand met één stap naar beneden kan wordt bijgesteld tot 10 meter. De nieuwe woningen worden op een afstand verder dan deze 10 meter gerealiseerd. Voor wat betreft de bestaande woningen in de omgeving geldt dat momenteel niet aan de gestelde richtafstand kan worden voldaan, maar daarvan mag worden aangenomen dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Het gebruik van het gebouw in de toekomst is nagenoeg gelijk als in de huidige situatie, behalve dat nu bewoners van het Knarrenhof® ook terecht kunnen in het gebouw. Op basis daarvan kan gesteld worden dat in de toekomstige situatie voor zowel de omwonenden als de toekomstig bewoners er sprake is van een goed woon- en leefklimaat met betrekking tot het gebruik van het kerkgebouw.

Conclusie Uit het oogpunt van milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor de planontwikkeling.

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Kaag en Braassem - Kerkstraat 40-42, Oude Wetering

35

4.10. Omgevingsveiligheid Algemeen Omgevingsveiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent de omgevingsveiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: ▪ activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving. ▪ het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor). ▪ buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving. ▪ windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving. De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

Plaatsgebonden risico Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (artikel 5.7 lid 1 Bkl) worden in een Omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (artikel 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Groepsrisico Bij groepsrisico is sprake van 'aandachtsgebieden'. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (artikel 5.12 Bkl). Het opnemen van aandachtsgebieden in een omgevingsplan is niet verplicht. Een aandachtsgebied geldt van rechtswege, en is een gebied rond activiteiten met gevaarlijke stoffen dat zichtbaar maakt waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk.

Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen (bijlage VII Bkl). Aandachtsgebieden worden zichtbaar gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico's (REV). Binnen een aandachtsgebied kan sprake zijn van een voorschriftengebied. Een gemeente kan in het Omgevingsplan afzien van aanwijzing van een brand- of explosievoorschriftengebied of

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Kaag en Braassem - Kerkstraat 40-42, Oude Wetering

36

een kleiner brand- of explosievoorschriftengebied aanwijzen (artikel 5.14 Bkl). Als het initiatief ligt in een voorschriftengebied, dan gelden voor nieuwbouw aanvullende bouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (artikel 4.90 tot en met 4.96 Bbl. Voor zeer kwetsbare gebouwen, zoals scholen, kinderdagopvang, en verzorgingstehuizen, geldt altijd een voorschriftengebied, en gelden dus aanvullende bouweisen bij nieuwbouw (artikel 5.14 Bkl). Los van een eventueel voorschriftengebied kan een gemeente aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld aan vluchtroutes en de bereikbaarheid van het gebied door hulpdiensten. Een berekening van het groepsrisico is onder de Omgevingswet optioneel. Toetsing Uit de risicokaart blijkt dat in de nabijheid van het plangebied geen routes gevaarlijke stoffen, buisleidingen en/of bedrijven aanwezig zijn die met gevaarlijke stoffen werken. Derhalve is geen onderzoek externe veiligheid noodzakelijk. Afbeelding 15: Fragment risicokaart

Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.11. Trilling Algemeen Het onderdeel Trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Er gelden

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Kaag en Braassem - Kerkstraat 40-42, Oude Wetering

37

maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 en 5.87a van de Bruidsschat. Toetsing In de omgeving van het plangebied zijn er geen activiteiten die trillingshinder veroorzaken. Conclusie Het aspect trilling levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.12. Welstand Welstand gaat over hoe de uiterlijke kenmerken van een bouwwerk in de omgeving passen, denk aan vorm, kleur of gebruikte materialen. De redelijke eisen van welstand zijn uitgewerkt in de welstandsnota van de gemeente. In de bruidsschat zijn regels opgenomen met betrekking tot: ▪ repressief welstand (artikel 22.7), oftewel de excessenregeling, en ▪ beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk (artikel 22.29). Toetsing De Welstandsnota van de gemeente Kaag en Braassem is op 6 september 2010 door de gemeenteraad vastgesteld. In het welstandsbeleid heeft de initiatiefnemer veel vrijheid. Dit betekent dat er in principe geen welstandstoets wordt gedaan, met uitzondering van de monumenten en beschermde dorpsgezichten. Uitgangspunt voor het welstandsbeleid is dat de cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en gebieden beschermd worden. Het plangebied maakt onderdeel uit van het karakteristiek gebied en er bevinden zich in het plangebied twee rijksmonumenten en een karakteristiek pand. Deze panden zullen behouden blijven, maar de nieuwbouw zal in harmonie met deze panden moeten worden ingepast waarmee dit geen afbreuk mag doen aan het beschermde dorpsgezicht. Hiertoe toetst gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit op redelijke eisen van welstand.

Conclusie De bouwplannen zullen te zijner tijd worden voorgelegd aan de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit.

4.13. Archeologie, cultuurhistorie en landschap 4.13.1. Algemeen In de Omgevingswet wordt onder cultuur erfgoed verstaan monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet.

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Kaag en Braassem - Kerkstraat 40-42, Oude Wetering

38

In artikel 5.130 Bkl zijn bepalingen opgenomen om in het omgevingsplan cultureel erfgoed te beschermen. Daarnaast staan in afdeling 8.8 van het Bkl regels voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. 4.13.2. Archeologie Het Verdrag van Malta regelt de omgang met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland ondertekende dit verdrag van de Raad voor Europa in 1992. Aanleiding voor dit verdrag was dat het Europese archeologische erfgoed in toenemende mate bedreigd werd. Niet alleen door natuurlijke processen of ondeskundig gebruik van het bodemarchief, maar ook door ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening. De uitgangspunten van het Verdrag van Malta zijn binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: 'de veroorzaker betaalt'. Artikel 5.130, lid 3 Bkl bepaalt dat in het omgevingsplan regels kunnen worden gesteld over de uitvoering van onderzoek bij activiteiten die een te verwachten archeologisch monument kunnen verstoren. Voor projecten kleiner dan 100 m² mag geen archeologisch onderzoek gevraagd worden, tenzij in het omgevingsplan anders is bepaald.

Toetsing Het plangebied heeft de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ ter bescherming van de eventueel aanwezige archeologisch waarden. Conform deze dubbelbestemming is bij bodemingrepen groter dan 150 m² en/of dieper dan 0,3 meter archeologisch onderzoek noodzakelijk. De voorgenomen ontwikkeling overschrijd dit vrijstellingsoppervlak en daarom is archeologisch onderzoek uitgevoerd5. Het archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat er verschillende verwachtingen binnen het plangebied gelden voor archeologische vindplaatsen, hieronder vallen bewoningsresten of nederzettingsresten van de Late Middeleeuwse en Nieuwe Tijdse bewoning. Er heeft daarom een vervolgonderzoek in de vorm van een booronderzoek6 plaatsgevonden. Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. In het overige deel van het plangebied wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende

5

6

Buro de Brug, Archeologisch bureauonderzoek, Kerkstraat 40-42, Oude Wetering, gemeente Kaag en Braassem, B25-629, Jisp, 11 juni 2025 RAAP, Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) Kerkstraat 40-42 te Oude Wetering, 8078, Weesp, 2 oktober 2025

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Kaag en Braassem - Kerkstraat 40-42, Oude Wetering

39

vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Conclusie Het aspect archeologie levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.13.3. Cultuurhistorie De kerk en de kosterswoning zijn een rijksmonument en de pastoriewoning is een karakterestiek pand. Dit is in het geldende bestemmingsplan ook met bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – rijksmonument’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Beschermd dorpsgezicht’ aangegeven. Met de voorgenomen ontwikkeling blijven deze panden behouden. Bij de inpandige verbouw moet echter wel rekening worden gehouden met de status van de gebouwen en ook de nieuwbouw zal in harmonie met deze cultuurhistorisch waardevolle panden moeten worden ingepast. Hiermee zal rekening moeten worden gehouden bij de voorgenomen ontwikkeling. De gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit zal de bouwplannen toetsen, zoals ook in paragraaf 4.12 is aangegeven, en zal er op toezien dat met het bouwplan de monumentale waarde van de panden en omgeving behouden blijft. Conclusie Het aspect cultuurhistorie levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.14. Bodem Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn in paragraaf 5.1.4.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) voor het aspect bodem instructieregels in het opgenomen. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. Het wettelijke instrumentarium voor bodem berust op drie pijlers: ▪ het voorkomen van nieuwe verontreiniging of aantasting (preventie); ▪ het meewegen van bodemkwaliteit als onderdeel van een brede afweging over de kwaliteit van de leefomgeving in relatie tot functies (toedeling van functies); ▪ het op duurzame en doelmatige wijze beheren van resterende historische verontreinigingen (beheer historische verontreinigingen). De gemeente stelt de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast. Deze waarde mag niet hoger zijn dan het blootstellingsniveau van het maximaal toelaatbaar risico voor de mens. De toelaatbare kwaliteit van de bodem is een voorwaarde voor bouwen op verontreinigde bodem en is geen omgevingswaarde. Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Toetsing

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Kaag en Braassem - Kerkstraat 40-42, Oude Wetering

40

Om die kwaliteit te toetsen is bodemonderzoek7 uitgevoerd. Op basis van de resultaten van dit onderzoek is er milieuhygiënisch gezien wel bezwaar tegen de geplande werkzaamheden. Op het betreffende terrein is de realisatie van woningen voorzien, waarvoor de kwaliteitsklasse wonen van toepassing is. Uit de analyseresultaten blijkt echter dat de bovengrond en ondergrond tot circa 0,70 m-mv overwegend indicatief toepasbaar zijn binnen de kwaliteitsklasse industrie, dan wel als niet toepasbaar dienen te worden beschouwd vanwege sterke verontreinigingen met lood en nikkel. Derhalve is de zandige bovengrond ongeschikt voor toepassing binnen het kader van woningbouw en dient deze te worden afgevoerd. De afvoer dient plaats te vinden naar een erkende verwerker, waarbij onderscheid gemaakt moet worden tussen de verschillende kwaliteitsklassen en de sterk verontreinigde grondlagen. Deze dienen gescheiden te worden opgeslagen en afzonderlijk te worden afgevoerd. Onder de Omgevingswet is voor het graven in de bodem onderscheid gemaakt in graven in de bodem die verontreinigd is kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde en bodem die verontreinigd is boven de interventiewaarde. Dit onderscheid is gemaakt in de Omgevingswet door van graven twee verschillende milieubelastende activiteiten te maken.

Voor het graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde (paragraaf 3.2.21 van het Bal) gelden minder regels dan voor het graven in sterk verontreinigde grond (graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde, paragraaf 3.2.22 van het Bal). Er moet een melding ingediend worden voor de Mba ‘graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde’ Bij graafwerkzaamheden op de locatie dienen de algemene regels (paragraaf 3.2.21 en 4.119) uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) aangehouden te worden. Daarnaast moet er een melding ingediend worden voor de Mba ‘graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde’. Bij graafwerkzaamheden op de locatie dienen de algemene regels (paragraaf 3.2.22 en 4.120) uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) aangehouden te worden. Op basis van de resultaten van het onderzoek is er bij de werkzaamheden over het algemeen geen veiligheidsklasse van toepassing anders dan basishygiëne. Met als uitzondering bij boring 19, waarin gewerkt dient te worden binnen de veiligheidsklasse oranje, niet vluchtig, vanwege het gehalte lood. Hierover dient een veiligheidskundige echter een uitspraak te doen. De verantwoordelijkheid voor het hanteren van de juiste veiligheidsklasse ligt uiteindelijk bij de uitvoerende aannemer.

Conclusie Het aspect bodem levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling, mits ter plaatste van boring 19 gewerkt wordt binnen de veiligheidsklasse oranje.

7

Unihorn, Verkennend (water)bodemonderzoek Kerkstraat 40-42 Oude Wetering, 3905-250174-01-RAP-MOZ-01v1.0, Capelle aan den IJssel, 19 september 2025

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Kaag en Braassem - Kerkstraat 40-42, Oude Wetering

41

4.15. Weging van het waterbelang Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient op grond van artikel 5.37 Bkl rekening te worden gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvorming worden betrokken. Dit betekent dat een zogenaamde 'weging van het waterbelang' (voorheen: watertoets) dient plaats te vinden. Toetsing Het plangebied ligt in het beheergebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Op basis van deze digitale toets wordt geconcludeerd dat belangen van het waterschap worden geraakt. Er is daarom om een advies van het waterschap gevraagd. Het plangebied ligt voor een deel wel binnen de begrenzing van een provinciale waterkering, zoals ook in het geldende bestemmingsplan met de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ en gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – vaarweg’ is aangegeven. Er is geen sprake van belemmeringen voor het onderhoud, de veiligheid of de mogelijkheden voor versterking van de provinciale waterkering. De ligging binnen de regionale waterkering zorgt niet voor directe belemmeringen aangezien er binnen deze vrijwaringszone geen bouwwerken gepland zijn. Met de voorgenomen vindt een toename van verharding plaats en ook vindt een toename van vervuilingseenheden plaats.

Beschouwd dient te worden wat dat voor invloed heeft op de waterhuishouding en mogelijk dienen daarvoor voorzieningen getroffen worden. Voor de infiltratie van hemelwater moet dit ook worden aangetoond. In het plangebied is in principe voldoende ruimte om maatregelen te treffen zodat hemelwater in de bodem kan infiltreren. Bij de planuitwerking moet hier met deze aspecten rekening worden gehouden. Door Hoogheemraadschap Rijnland is een positief advies afgegeven op de plannen zolang er voldoende waterberging wordt gegraven en alle funderingen en isolatie boven het profiel van vrije ruimte komt. De waterhuishoudkundige belangen zijn niet in het geding als onderstaande punten worden meegenomen. Wij geven daarom een positief wateradvies. Voor de werkzaamheden is wel een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit van Rijnland nodig. Conclusie Bij de planuitwerking dient te worden aangetoond dat de toename aan vervuilingseenheden geen negatieve invloed op de waterhuishouding heeft en het hemelwater moet in het plangebied geïnfiltreerd worden. Indien dat verwerkt wordt vormt het aspect geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Kaag en Braassem - Kerkstraat 40-42, Oude Wetering

42

5.

Maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid

5.1.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid De kerkenraad van de Remonstrantse Kerk in Oude Wetering heeft een uitvoerig participatieproces doorlopen en zal dit ook blijven doen in samenspraak met Knarrenhof® gedurende de verdere planvorming. Van het proces tot nu toe is een verlag opgenomen in bijlage 7.

5.2.

Financiële haalbaarheid Het plan wordt op eigen grond op rekening en risico ontwikkeld door de initiatiefnemers. Deze initiatiefnemers zijn ook de eigenaar van de gronden. De financiering van alle kosten die samenhangen met de ontwikkeling van de bebouwing komt voor rekening van de initiatiefnemers. Er zijn derhalve geen kosten voor de gemeente aan het bouwplan verbonden. Dit is tussen de gemeente en initiatiefnemer met een anterieure overeenkomst vastgelegd.

5.3.

Belangenafweging Op grond van artikel 4.2 Omgevingswet moet het omgevingsplan voldoen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De gemeente moet daarbij rekening houden met alle betrokken belangen. Verder gelden de beleidskaders en instructieregels. In Hoofdstuk 3 Beleidskader en Hoofdstuk 4 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu is aangegeven dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In deze paragraaf worden de conclusies uit de genoemde hoofdstukken beschreven. Conclusie beleid De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op de bouw van 20 woningen en het splitsen van een bestaande woning in twee woningen. De nieuwbouw vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied op een open plek binnen de bebouwde kom. Er is in de gemeente Kaag en Braasem behoefte aan nieuwe woningen. Het betreft een initiatief dat zowel uit sociaal-maatschappelijk als landschappelijk oogpunt een gewenste ontwikkeling is, dat past in het beleid het Rijk, de provincie en de gemeente Kaag en Braassem. Conclusie omgevingsaspecten Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat er geen nadelige gevolgen voor het milieu en andere relevante aspecten voor de fysieke leefomgeving zijn. Voorafgaand aan de werkzaamheden dienen wel aanvullende onderzoeken en mogelijk maatregelen te worden genomen ten aanzien van het aspect ecologie.

Er is echter geen reden om aan te nemen dat het plan daarom niet haalbaar is. Totaalconclusie Alles overwegende is de conclusie dat de ontwikkeling aanvaardbaar is en er sprake is van een evenredige toedeling van functies aan locaties.

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Kaag en Braassem - Kerkstraat 40-42, Oude Wetering

43

Bijlagen Bijlage 1 Boom effect analyse Bijlage 2 Ecologisch onderzoek Bijlage 3 Stikstofberekening Bijlage 4 Akoestisch onderzoek wegverkeers- en industrielawaai Bijlage 5 Archeologisch bureauonderzoek Bijlage 6 Archeologisch booronderzoek Bijlage 7 Bodemonderzoek Bijlage 8 Verslag participatie Bijlage 9 Schetsontwerp Bijlage 10 Situatietekening groen bestaand en nieuw Bijlage 11 Schetsontwerp

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Kaag en Braassem - Kerkstraat 40-42, Oude Wetering

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=2d7c61c9-a21f-4f54-9a67-8c717e6b1767