2021.07.22 BP Achterwetering 8 Oud Ade incl. bijlagen
Tekst van het document
Luchtkwaliteit Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 1. Grenswaarden maatgevende stoffen Wet luchtkwaliteit.
Toetsing van Stof Stikstofdioxide (NO2)
Fijn stof (PM10)
Fijn stof (PM2,5)
Grenswaarde
jaargemiddelde concentratie 40 µg / m³ Uurgemiddelde (mag max. 18 keer per jaar worden 200 µg / m³ overschreden) jaargemiddelde concentratie 40 µg / m³ 24-gemiddelde concentratie (mag max. 35 keer per 50 µg / m³ jaar worden overschreden) jaargemiddelde concentratie 25 µg / m³
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van ruimtelijke plannen, uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens, rekening gehouden met de luchtkwaliteit. In het Besluit NIBM (Niet in Betekenende Mate) en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden
Pagina 23 Bestemmingsplan Achterwetering 8 te Oud Ade
hoeft te worden getoetst. Dit kan het geval zijn wanneer een project een effect heeft van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10. Planspecifiek Een plan voldoet in de regel aan het NIBM-criterium als het minder dan 1.500 woningen betreft dan wel als er sprake is van een BVO van maximaal 100.000 m 2. Voorliggend plan betreft het vastleggen van het gebruik van ‘paardenpension/paardenstalling en paardenhouderij’ en het wijzigen van het bouwvlak zodat een schuur gerealiseerd kan worden. Er is geen extra verkeer als gevolg van het plan en geen toenemend effect op de luchtkwaliteit.
Externe Veiligheid Sommige activiteiten brengen risico's op zware ongevallen met mogelijk grote gevolgen voor de omgeving met zich mee. Externe veiligheid richt zich op het beheersen van deze risico's. Het gaat daarbij om onder meer de productie, opslag, transport en het gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten kunnen een beperking opleggen aan de omgeving. Door voldoende afstand tot de risicovolle activiteiten aan te houden kan voldaan worden aan de normen. Aan de andere kant is de ruimte schaars en het rijksbeleid erop gericht de schaarse ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten. Het ruimtelijk beleid en het externe veiligheidsbeleid moeten dus goed worden afgestemd. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op de volgende risico’s: • risicovolle (Bevi-)inrichtingen; (Bevi staat voor Besluit externe veiligheid inrichtingen) • vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen; • vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor. Daarnaast wordt er in de wetgeving onderscheid gemaakt tussen de begrippen kwetsbaar en beperkt kwetsbaar en plaatsgebonden risico en groepsrisico. Deze begrippen worden hieronder toegelicht. Kwetsbaar en beperkt kwetsbaar Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven, en grote kantoorgebouwen (>1500 m²).
Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kleine kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen. De volledige lijst wat onder (beperkt) kwetsbaar wordt verstaan is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) opgenomen. Plaatsgebonden risico en groepsrisico Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in een contour van 10 -6 als grenswaarde. Het realiseren van kwetsbare objecten binnen deze contour is niet toegestaan. Het realiseren van beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour is in principe ook niet toegestaan. Echter, voor beperkte kwetsbare objecten is deze 10-6 contour een richtwaarde. Mits goed gemotiveerd kan worden afgeweken van deze waarde tot de 10-5 contour. Bij groepsrisico is niet een contour bepalend, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Bij groepsrisico wordt gewerkt met een oriëntatiewaarde en niet met een grenswaarde. Hoe meer mensen dicht op de bron zijn bij een bepaalde calamiteit, hoe groter het effect. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) stelt dat bij elk bestemmingsplan, waar een relevant groepsrisico aanwezig is, dit risico moet worden verantwoord, ook wanneer dit onder de oriëntatiewaarde ligt. Hierbij geldt hoe hoger het groepsrisico des te zwaarder de verantwoording is.
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi) van belang. Het Bevi legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor mensen buiten de inrichting. Het Bevi is opgesteld om de risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden Pagina 24 Bestemmingsplan Achterwetering 8 te Oud Ade
blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven, te beperken. Het besluit heeft tot doel zowel individuele als groepen burgers een minimaal (aanvaard) beschermingsniveau te bieden. Via een bijhorende ministeriële regeling (Revi) worden diverse veiligheidsafstanden tot kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten gegeven. Aanvullend op het Bevi zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Het Bevi is gericht aan het bevoegd gezag inzake de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening en heeft onder meer tot doel om bij nieuwe situaties toetsing aan de risiconormen te waarborgen. Voor de toepassing van het Bevi, wordt een nieuw ruimtelijk besluit gezien als een nieuwe situatie. Vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor Het toetsingskader voor het onderdeel transportroutes gevaarlijke stoffen is het Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev). Dit besluit is op 1 april 2015 in werking getreden. Bepaald moet worden of binnen de invloedsfeer van deze transportassen gevoelige functies mogelijk zijn. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico en groepsrisico. Voor sommige transportassen wordt rekening gehouden met het Plasbrandaandachtsgebied (PAG).
Het PAG is het gebied tot 30 meter van de transportas waarin, bij de realisering van kwetsbare objecten, rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Op basis van het Bevb wordt het voor gemeenten verplicht om bij de vaststelling van een bestemmingsplan, op basis waarvan de aanleg van een buisleiding of een kwetsbaar object of een risicoverhogend object mogelijk is, de grenswaarde voor het PR in acht te nemen en het GR te verantwoorden. Het Bevb vervangt hiermee de circulaires Zonering langs hogedruk aardgasleidingen (1984) en Zonering langs transportleidingen voor brandbare vloeistoffen (1991). Planspecifiek Om te beoordelen of er Externe Veiligheidsrisico’s zijn is de risicokaart van de provincie geraadpleegd. Transport gevaarlijke stoffen en buisleidingen Er zijn geen buisleidingen in de directe omgeving van het plangebied. Op circa 400 meter ligt de snelweg A4 en de spoorlijn Leiden – Schiphol. Er worden geen gevaarlijke stoffen vervoerd over het spoor. De snelweg is onderdeel van het basisnet wegtransport.
Het plangebied ligt buiten de plaatsgebonden risicocontour van de spoorlijn en de A4. Tevens ligt het buiten plasbrandaandachtsgebieden van deze routes. Omdat het plangebied buiten de zone van 200 meter ligt, hoeft ten aanzien van het groepsrisico enkel getoetst te worden aan artikel 7 van het Bevt. Dat wil zeggen dat de mogelijke scenario’s benoemd moeten worden, dat gewenste vluchtstrategieën beschreven moeten worden en dat inzicht in de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid gegeven moeten worden. De calamiteit nabij de planlocatie zal in hoofdzaak een calamiteit met een gevaarlijke stof zijn, bijvoorbeeld een ontploffing of het ontsnappen van een toxische stof. Het plan betreft geen expliciete bestemming voor huisvesting van minder redzame personen. De aanwezige personen op het terrein betreft dan ook zelfredzame personen. Ten aanzien van de vluchtroutes kan gesteld worden dat in het plan een grote ruime rijhal gerealiseerd wordt. De rijhal krijgt meerdere uitgangen waarbij voldaan zal worden aan het bouwbesluit. Op het terrein is daarmee voldoende ruimte om naar alle kanten uit te wijken dan wel inpandig bescherming te zoeken mocht er een calamiteit zijn.
Pagina 25 Bestemmingsplan Achterwetering 8 te Oud Ade
Bevi-inrichtingen en overige veiligheidsrisico’s Er zijn eveneens geen bevi-inrichtingen of overige bedrijven met relevantie veiligheidsrisico’s in de omgeving. Bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij het genoemde incidentscenario is het advies om te schuilen in een gebouw en de ramen, deuren en ventilatieopeningen te sluiten. In het plangebied zijn voldoende mogelijkheden aanwezig om dit advies tijdig op te volgen. Advies Veiligheidsregio Hollands Midden Voor het plan is een advies afgegeven door de Veiligheidsregio HollandsMidden, zie bijlage 4. In het advies wordt aangegeven dat de locatie slechts via één enkele toegangsweg bereikbaar is.
Bij een scenario met gevaarlijke stoffen op de A4 is het van belang dat aanwezige personen (en dieren) van de A4 af kunnen vluchten. De ontvluchting vanaf het perceel naar een veilige plek indien zich een incident met gevaarlijke stoffen op de rijksweg A4 voordoet is (mogelijk) onvoldoende, omdat niet helemaal duidelijk is of aanwezige personen (en dieren) via de achterliggende weilanden de N445 en daar vandaan op een veilige manier de openbare (langzaam verkeer)weg kunnen bereiken. Voor het bestemmingsplanadvies adviseren wij op te nemen dat dit (te voet) mogelijk moet zijn. Daarnaast wordt de opkomsttijd van de brandweer naar het plangebied fors overschreden. In het advies zijn verschillende maatregelen benoemd welke het veiligheidsniveau aanvaardbaar/groter kunnen maken. Deze adviezen richten zich op bouwkundige maatregelen in of om het bedrijf en de bedrijfswoning. De adviezen van de Veiligheidsregio zullen overgenomen worden. In het bestemmingsplan zijn geen belemmeringen voor het technisch uitvoeren van deze maatregelen. Het bestemmingsplan sluit daarmee aan op het advies van de veiligheidsregio. Het aspect Externe Veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor het plan.
Archeologie en cultuurhistorie Het archeologisch en cultuurhistorisch erfgoed wordt binnen Nederland als waardevol beschouwd. De Erfgoedwet, vastgesteld in 2016, regelt op welke wijze omgegaan dient te worden met archeologisch erfgoed in Nederland. In 1992 ondertekende Nederland mede het zogenaamde Verdrag van Valetta (Malta). Dit verdrag heeft als doel de bescherming van het archeologisch erfgoed van Europa te bevorderen. In Nederland heeft dit geleid tot een herziening van de toenmalige Monumentenwet 1988 alsmede een aanvulling op of wijziging van bepaalde artikelen in enkele andere wetten. Deze Wijzigingswet is beter bekend als de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMZ), die op 1 september 2007 van kracht werd. Vanaf de inwerkingtreding van deze (wijzigings-)wet zijn gemeenten verplicht rekening te houden met archeologische waarden in de bestemmingsplannen.
Pagina 26 Bestemmingsplan Achterwetering 8 te Oud Ade
Deze wetten zijn vervangen door de Erfgoedwet, echter overgangsrecht in de Erfgoedwet regelt dat bepaalde bepalingen uit de Monumentenwet (die dus niet in de Erfgoedwet staan) nog van kracht zijn tot de Omgevingswet van kracht is. Planspecifiek Het perceel ligt in veengebied. In het gebied zijn nog structuren herkenbaar van het droogleggen. Ten noorden van het perceel ligt Vrouw Vennepolder dat als rijksjuweel beschouwd wordt. Tevens liggen er veel molens in de omgeving van het perceel die ook beschermd zijn. Het perceel ligt in archeologisch waardevolle zone, zie figuur 10. Het infobulletin op deze locatie zegt hierover: Kans op archeologische sporen 0 - 3 m: Oude stroomgordels en geulafzettingen, waarde: Hoog 3 - 5 m: Oude stroomgordels en geulafzettingen, waarde: Hoog > 5 m: Oude Zeeafzettingen met Veen, overig;, waarde: Geen of laag >> 5 m: Oude Zeeafzettingen met Veen, overig;, waarde: Geen of laag
Figuur 9. Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart van provincie Zuid-Holland.
Voor de locatie geldt op basis van het vigerende bestemmingsplan de dubbelbestemming Waarde – archeologie 1. Deze dubbelbestemming schrijft voor dat op deze gronden gebouwd mag worden onder voorwaarde van de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 34.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het bouwen voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; Pagina 27 Bestemmingsplan Achterwetering 8 te Oud Ade
c.
het bepaalde in dit lid onder b1 en b2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwplan met een oppervlakte van ten hoogste 2.500 m²; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.
De nieuwe schuur heeft een oppervlakte van 1.200 m2 en valt dus binnen de grens van 2.500 m2 waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor voorliggend plan.
Waterhuishouding Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.d.) voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw’ (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21 e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: • vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren wordt het water afgevoerd.
• schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan het bod. Waterwet Centraal in de Waterwet staat een integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering’. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Het doel van de waterwet is het integreren van acht bestaande wetten voor waterbeheer. Door middel van één watervergunning regelt de wet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en de juridische implementatie van Europese richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water. Via de Waterwet gelden verschillende algemene regels. Niet alles is onder algemene regels te vangen en daarom is er de integrale watervergunning. In deze integrale watervergunning zijn zes vergunningen uit eerdere wetten (inclusief keurvergunning) opgegaan in één aparte watervergunning. Nationaal Waterplan Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan vastgesteld door het kabinet.
Het Nationaal Waterplan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2009 - 2015 voert om te komen Pagina 28 Bestemmingsplan Achterwetering 8 te Oud Ade
tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft maatregelen die in de periode 2009-2015 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Waterbeleid Waterschap Amstel, Gooi en Vecht Het beleid van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) is vastgelegd in het waterbeheerplan. In dit plan zijn beleid en wetgeving van hogere overheden en van AGV zelf (onder andere Visie AGV) nader uitgewerkt. Hoofddoel van het plan is "het mogelijk maken van een veilig, ruim, ecologisch gezond en daardoor veerkrachtig watersysteem, dat geschikt is voor aan- en afvoer en berging van water, natuur, recreatie, wonen en bedrijvigheid. Om de watersysteemdoelen te bereiken is een optimaal beheer en een goed functioneren van de afvalwaterketen essentieel." Binnen dit hoofddoel zijn de volgende thema's van belang: • Bescherming tegen overstromingen; in Breukelen is met name de veiligheid achter de primaire waterkeringen van het Amsterdam-Rijnkanaal van belang. • Peilbeheer: zo veel mogelijk afgestemd op functie. AGV heeft geen invloed op het peil in het Amsterdam-Rijnkanaal, wat weer van invloed is op het peil van de Vecht. • Waterberging en afvoercapaciteit op orde.
In stedelijke waterplannen meer aandacht geven aan kleinschalige waterberging. • Grondwater: AGV streeft op termijn naar uitvoering van de stedelijke grondwaterzorg in opdracht van gemeenten in het gehele beheergebied. • Ecologische en chemische toestand. • Bevaarbaarheid en recreatief gebruik. • Inzameling afvalwater: Bij herinrichting regenwater zo veel mogelijk afkoppelen van het rioolstelsel. • Duurzame behandeling van afvalwater. • Aanpak van emissies uit de afvalwaterketen. Planspecifiek Voorliggend plan betreft het vastleggen van het gebruik van ‘paardenpension/paardenstalling’ en het wijzigen van het bouwvlak zodat een schuur van 1200 m2 gerealiseerd kan worden achter de bestaande bebouwing. Materialen Het plan van uitloogbare materialen zal in het plan zo veel mogelijk beperkt worden. Waterkering Het perceel is gelegen langs een wetering en heeft deels de dubbelbestemming Waterstaat – Waterkering. Voorgenomen realisatie van de schuur valt echter niet onder deze dubbelbestemming en beïnvloedt de waterkering niet. Vuil water Het afvalwater van de schuur zal op de bestaande riolering in de Achterwetering aangesloten worden. Toename verhard oppervlak Het verhard oppervlak neemt als gevolg van de beoogde planontwikkeling toe. De schuur krijgt een oppervlakte van ca. 1.200 m2.
Het hemelwater van de schuur zal afgekoppeld worden en naar de sloot ten westen van het plangebied geleid worden of watert op de direct omliggende gronden af. De toename blijft onder de norm van het waterschap van 2.000 m 2 waarvoor compensatie in de vorm van bijvoorbeeld open water nodig is.
Pagina 29 Bestemmingsplan Achterwetering 8 te Oud Ade
Doordat de toename onder de norm blijft zijn er geen aanvullende maatregelen in de vorm van bijvoorbeeld open watercompensatie noodzakelijk. Het aspect waterhuishouding vormt daarom geen belemmering voor onderhavig plan.
Verkeer en Parkeren Verkeer en parkeren is een wezenlijk onderdeel van een goede ruimtelijke ordening. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient aangetoond te worden dat een plan voorziet in voldoende parkeermogelijkheden. Hierbij geldt doorgaans dat de omgeving niet nadelig belast mag worden als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. Ten tweede dient beoordeeld te worden of de bestaande infrastructuur toereikend is voor de beoogde ontwikkeling en dat er als gevolg van de ontwikkeling geen verkeersonveilige situaties ontstaan. Planspecifiek Voorliggend plan betreft het vastleggen van het gebruik van ‘paardenpension/paardenstalling’ en het wijzigen van het bouwvlak zodat een schuur van 1200 m2 gerealiseerd kan worden achter de bestaande bebouwing. De activiteiten in de toekomstige situatie verschillen niet van de huidige situatie. Door de realisatie van de schuur vindt er geen toename van verkeer plaats of een toegenomen vraag naar parkeermogelijkheden. Het aspect verkeer en parkeren vormt daarom geen belemmering voor onderhavig plan.
Pagina 30 Bestemmingsplan Achterwetering 8 te Oud Ade
5 Juridische planbeschrijving Plansystematiek Het bestemmingsplan ‘Achterwetering 8 Oude Ade’ heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor de bebouwing en het gebruik van de gronden binnen het plangebied. Het bestemmingsplan is gericht op het mogelijk maken van woningen. Bij het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is het vigerende bestemmingsplan ter plaatse ‘Buitengebied West” gekopieerd. Enkel het gebruik van ‘paardenpension/paardenstalling en paardenhouderij’ is bij de bestemming agrarisch toegevoegd. De niet van toepassing zijnde begrippen, aanduidingen, afwijking-, en wijzigingsbevoegdheden etc. zijn niet meegenomen in de planregels. Gestreefd is naar uniformering en standaardisering van bestemmingen en planregels. De Wet ruimtelijke ordening biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplanvormen, van zeer gedetailleerd tot zeer globaal. Voor iedere bestemming is een toegesneden bebouwingsregeling opgenomen. In het kader van de landelijke uniformering en standaardisering voldoet het plan aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012.
Opzet van de regels Overeenkomstig de SVBP2012 zijn de regels van voorliggend bestemmingsplan onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In hoofdstuk 2 zijn de bestemmingsregels opgenomen. Hoofdstuk 3 en 4 bevatten de algemene regels respectievelijk de overgangs- en slotregels. Hierna wordt de inhoud van de regels per hoofdstuk kort toegelicht. In paragraaf 6.3 wordt nader ingegaan op de bestemmingen die in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Hoofdstuk 1 - Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van het plan. Het tweede artikel betreft de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn regels gegeven voor de binnen het plangebied voorkomende bestemmingen, zoals die zijn aangegeven op de verbeelding. Per bestemming zijn in de bestemmingsomschrijving de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. Daarnaast is per bestemming bepaald welke vormen van bebouwing zijn toegestaan. In beginsel zijn hoofdgebouwen uitsluitend toegestaan binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken, waarbij dient te worden voldaan aan de voorgeschreven maatvoering (met name de maximale goot- en/of bouwhoogte).
De verschillende bestemmingen bevatten, indien nodig, specifieke gebruiksregels. Per bestemming is daarnaast bepaald in welke gevallen burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bestemmingsplan. In paragraaf 6.3 wordt nader ingegaan op de afzonderlijke bestemmingen. Hoofdstuk 3 - Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de volgende algemene regels: • de anti-dubbeltelbepaling; • algemene bouwregels; • algemene aanduidingsregels; • algemene afwijkingsregels; • algemene wijzigingsregels; • overige regels. Pagina 31 Bestemmingsplan Achterwetering 8 te Oud Ade
Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 van de regels bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald.
De bestemmingen In het plangebied zijn verschillende bestemmingen weergegeven. Hieronder wordt een nadere beschouwing gegeven van deze bestemmingen. Artikel 3 Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden Voor de bestemming Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden is verwezen naar artikel 4 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied West’ gemeente Kaag en Braassem (NL.IMRO.1884.BPBUITENGEBIEDWEST-VAS2) vastgesteld op 17 juni 2013. Het bouwvlak is gewijzigd, wat geen gevolg heeft voor de geldende regels. Daarnaast is binnen de bestemming op de verbeelding de aanduiding: ‘specifieke vorm van agrarisch – paardenpension/paardenstalling en paardenhouderij’ opgenomen overeenkomstig het huidige gebruik. Het begrip paardenpension/paardenstalling en paardenhouderij volgens de artikelen 1.87 en 1.88 van het vigerende bestemmingsplan. Zijn opgenomen in de bestemming agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden. Artikel 4 Waarde – Archeologie 1 Voor de bestemming Waarde – Archeologie 1 is verwezen naar artikel 34 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied West’ gemeente Kaag en Braassem (NL.IMRO.1884.BPBUITENGEBIEDWEST-VAS2) vastgesteld op 17 juni 2013.
Artikel 5 Waterstaat – Waterkering Voor de bestemming Waterstaat – Waterkering is verwezen naar artikel 38 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied West’ gemeente Kaag en Braassem (NL.IMRO.1884.BPBUITENGEBIEDWEST-VAS2) vastgesteld op 17 juni 2013.
Pagina 32 Bestemmingsplan Achterwetering 8 te Oud Ade
6 Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid Naast ruimtelijke uitvoerbaarheid wordt de beoogde ontwikkeling van het plangebied ook getoetst aan economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
Economische uitvoerbaarheid Op grond van de Grondexploitatiewet dient een exploitatieplan te worden vastgesteld bij het vaststellen van het bestemmingsplan of ander ruimtelijk plan, tenzij de economische uitvoerbaarheid anderszins is gegarandeerd. De procedurekosten voor het plan worden middels de gemeentelijke legeskosten op initiatiefnemer verhaald. Tevens wordt een anterieure overeenkomst en of een planschadeovereenkomst gesloten met de initiatiefnemer van het plan. Hiermee zijn kosten en risico’s verdeeld. Vanuit het plan vloeien geen overige kosten of risico’s voort die voor rekening van de gemeente zijn. De economische uitvoerbaarheid van het plan is daarmee verzekerd.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2.1 Verslag inspraak en artikel 3.1.1 Bro overleg Het ontwerpbestemmingsplan zal in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegezonden worden aan organisaties die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. 6.2.2 Verslag zienswijzen Het plan is tevens gedurende de ontwerpfase in het kader van art 3.8 Wro en volgens afdeling 3.4 van de Awb ter inzage gelegd worden. Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 3 juni 2021 gedurende 6 weken ter inzage gelegen, waarbij gelegenheid is geboden voor het indienen van zienswijzen. Gedurende deze periode is er één zienswijze kenbaar gemaakt door de provincie Zuid-Holland op het ontwerpbestemmingsplan. Zienswijze provincie Zuid-Holland In artikel 3.3.3 van de planregels zit een afwijkingsbevoegdheid voor het mogelijk maken van een tweede bedrijfswoning. Dit is in strijd met de Omgevingsverordening, die maximaal één bedrijfswoning toelaat, mits dit noodzakelijk en doelmatig is voor de bedrijfsvoering. In het kader van het bestemmingsplan Buitengebied West in 2013, waarop onderhavig plan een herziening is, is door de provincie Zuid-Holland al een reactieve aanwijzing gegeven op deze regeling.
De Provincie ZuidHolland verzoekt om de afwijkingsbevoegdheid voor het mogelijk maken van een tweede bedrijfswoning uit het bestemmingsplan te halen. Conclusie Als gevolg van de zienswijze van de provincie Zuid-Holland is in onderhavig bestemmingsplan de afwijkingsbevoegdheid voor het mogelijk maken van een tweede bedrijfswoning geschrapt.
Pagina 33 Bestemmingsplan Achterwetering 8 te Oud Ade
7 Bijlage 1. Agrarisch advies ’19.06.011 Kaag en Braassem Stal Zwetsloot’, Adviesbureau Clevin, kenmerk 19.06.011, datum 30 juli 2019 2. Toetsing effecten op belangrijk weidevogelgebied, Achterwetering 8 Oud Ade, Watersnip Advies, projectnummer 20A077, september 2020 3. Aeriusberekening, Achterwetering 8 Oud Ade, Plannen-makers, projectnummer PM20017, datum 16-12-2020 4. Advies veiligheidsregio Achterwetering 8, Veiligheidsregio Hollands-Midden, Kenmerk: D202008-001420, 20 augustus 2020
Pagina 34 Bestemmingsplan Achterwetering 8 te Oud Ade
Bijlage 1
Bijlage 2
Colofon Titel
Toetsing effecten op belangrijk weidevogelgebied Achterwetering 8 Oud Ade
Status rapport
Concept
Projectnummer
20A077
Datum uitgave
September 2020
Samengesteld door
Brigit van Dam, adviseur Watersnip Advies John van Gemeren, senior adviseur Watersnip Advies
Foto’s
Watersnip Advies
Naam en adres opdrachtgever
Marcel en Jonika Zwetsloot Achterwetering 8 2374 BW Oud Ade
Contactpersoon opdrachtgever
dhr. C. Vaartjes (Plannen-makers)
Alle auteursrechten ten aanzien van dit rapport worden uitdrukkelijk voorbehouden. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van Watersnip Advies, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.
20A077 toetsing weidevogelgebied Achterwetering Oud Ade
Inhoudsopgave 1
INLEIDING ................................................................................................. 3 1.1 1.2 1.3
2
Aanleiding ...................................................................................................3 Plangebied ...................................................................................................3 Plannen .......................................................................................................4
WETTELIJK KADER .................................................................................... 7 2.1.1 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening (1 april 2019) en Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013) ....................................................................... 7
3
SCHADEBEPALING ..................................................................................... 9 3.1 3.2 3.3 3.4
Veldbezoek ..................................................................................................9 Belangrijke waarden weidevogelgebied ........................................................... 10 Beoordeling plangebied ................................................................................ 10 Zorg voor weidevogelpopulatie...................................................................... 11
4
CONCLUSIES ........................................................................................... 13
5
BRONNEN................................................................................................ 15
Watersnip Advies
20A077 toetsing weidevogelgebied Achterwetering Oud Ade
Watersnip Advies
2
20A077 toetsing weidevogelgebied Achterwetering Oud Ade
1 Inleiding 1.1
Aanleiding
De familie Zwetsloot van Stal Zwetsloot aan de Achterwetering 8 te Oud Ade wil een nieuwe veldschuur realiseren achter het bestaande bedrijf. Het plangebied ligt in door de Provincie Zuid-Holland aangewezen ‘Belangrijk weidevogelgebied’. Het is daarom nodig dat er onderzocht wordt of de realisatie van de nieuwe veldschuur schade zal veroorzaken aan het ‘belangrijk weidevogelgebied’. In september hebben gekwalificeerde medewerkers van Watersnip Advies een veldbezoek gebracht aan het plangebied. Hierbij is ook gesproken met Marcel en Jonika Zwetsloot over de beoogde uitbreiding. Tevens is gesproken over de huidige maatregelen die reeds genomen worden om weidevogels te beschermen en van geschikt leefgebied te voorzien. In deze rapportage wordt een beschrijving gegeven van de bevindingen. Hierbij wordt ook gekeken naar het wettelijk kader. In deze rapportage wordt een beoordeling gegeven van de mogelijke schade die de realisatie van de veldschuur zal hebben op het ‘belangrijk weidevogelgebied’. 1.2
Plangebied
Stal Zwetsloot ligt in de Blauwe polder aan de Achterwetering nr. 8 in Oud Ade. Direct aan de Achterwetering bevindt zich het woonhuis met meerdere stallen en schuren, ruimte voor
Figuur 1: Locatie Stal Zwetsloot
Watersnip Advies
3
20A077 toetsing weidevogelgebied Achterwetering Oud Ade
opslag van materieel en een paardenbak. In alle weilanden direct rond de bebouwing en in alle huiskavels lopen paarden. Deze weilanden bevinden zich aan de noordkant van de bebouwing. De stal ligt tussen de A4 in het zuiden en de Provincialeweg N445 in het noorden. 1.3
Plannen
De familie Zwetsloot is voornemens een nieuwe veldschuur te bouwen achter de huidige stallen. In principe is er een bouwvlak binnen het plangebied aanwezig aan de oostkant van het huidige plangebied, naast de paardenbak. Dit bouwvlak wordt verplaatst naar de achterzijde van het perceel, achter de huidige stallen. Hier zal een klein deel van de huidige paardenweide verdwijnen. De uitbreiding heeft een diepte van 47,5 meter. Het gebied aan de oostkant van het plangebied blijft weiland en zal niet bebouwd worden.
Figuur 2: Bestaande situatie Achterwetering 8 Oud Ade
Watersnip Advies
4
20A077 toetsing weidevogelgebied Achterwetering Oud Ade
Figuur 3: Nieuwe situatie Achterwetering 8 Oud Ade
Figuur 4: De paardenbak is de nieuwe grens van het bedrijfscomplex
Watersnip Advies
5
20A077 toetsing weidevogelgebied Achterwetering Oud Ade
Watersnip Advies
6
20A077 toetsing weidevogelgebied Achterwetering Oud Ade
2 Wettelijk kader 2.1.1 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening (1 april 2019) en Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013) Op 1 april 2019 is het Omgevingsbeleid in werking getreden. In het Omgevingsbeleid heeft de Provincie Zuid-Holland verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving samengebracht. De voorheen fungerende Visie ruimte en mobiliteit (VRM) is ook opgenomen in het Omgevingsbeleid. Met dit nieuwe beleid heeft de provincie voorgesorteerd op de Omgevingswet die in 2021 in werking treedt. Het Omgevingsbeleid bestaat uit de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. In het nieuwe Omgevingsbeleid zet de provincie in op een betere relatie tussen stad en land. En een betere samenhang tussen de verschillende functies binnen de groene ruimte, zoals landbouw, natuur, recreatie, water en cultuurhistorie. Er moet een samenhangend stelsel komen van de verschillende groene ruimtes en de stad, de zogenoemde groenblauwe structuur. Bescherming van natuurgebieden en het Natuurnetwerk Nederland zijn hiervan belangrijke onderdelen. Het ontwikkelen van nieuwe plannen kan inbreuk maken op te beschermen waarden in het landschap. In sommige gevallen is het noodzakelijk dat er compensatie plaatsvindt als er specifieke natuur-, recreatie- of landschapswaarden verloren gaan.
GS heeft hiervoor in mei 2013 de beleidsregel compensatie natuur, recreatie en landschap Zuid-Holland 2013 vastgesteld. Deze beleidsregel is opgenomen in de Omgevingsverordening. In deze beleidsregel is voor een aantal gebieden compensatie noodzakelijk bij het verlies van ecologische waarden. Dit zijn; het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS); de belangrijke weidevogelgebieden; de recreatiegebieden om de stad; strategische reservering natuur; de karakteristieke landschapselementen. Biotopen voor Rode lijstsoorten zijn niet langer compensatie plichtig. Figuur 5 laat zien dat het gehele bedrijf aan de Achterwetering 8, zelfs met de bedrijfsgebouwen en inclusief de omliggende weilanden, is aangewezen als ‘belangrijk weidevogelgebied’. Voor ‘belangrijk weidevogelgebied’ geldt, net als voor NNN-gebieden, het ‘nee, tenzij’-regime. Dit houdt in dat in deze gebieden geen nieuwe ontwikkelingen mogen plaatsvinden die de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied significant aantasten. Een uitzondering daarop is als de ontwikkeling groot openbaar belang dient of er geen reële alternatieve mogelijk zijn.
Watersnip Advies
7
20A077 toetsing weidevogelgebied Achterwetering Oud Ade
Figuur 5: Ligging belangrijk weidevogelgebied t.o.v. het plangebied (blauw) (bron:ruimtelijkeplannenzuidholland.nl, kaart 7)
Watersnip Advies
8
20A077 toetsing weidevogelgebied Achterwetering Oud Ade
3 Schadebepaling 3.1
Veldbezoek
Om een goed beeld te krijgen van het plangebied is op vrijdag 4 september 2020 een veldbezoek uitgevoerd door gekwalificeerde medewerkers van Watersnip Advies. Tijdens dit bezoek is ook gesproken met de eigenaren van Stal Zwetsloot. Het beoogde perceel voor de nieuwe veldschuur is nu nog in gebruik als paardenweide. De paardenweide wordt gebruikt in de periode van maart tot november. De paarden kunnen vrij in en uit de stal lopen. De begroeiing op deze percelen bestaat hoofdzakelijk uit grassen, met vooral Engels raaigras. De paarden zorgen ervoor dat de grasmat steeds zeer kort blijft. Bij de stallen en de woning viel de hoeveelheid boerenzwaluwen en huiszwaluwen op. Van de Boerenzwaluw zijn ongeveer 20 nesten aanwezig. Er broeden huiszwaluwen onder de dak overstekken bij de woning. Huismus en Spreeuw zijn volop waargenomen tijdens het veldbezoek. Ook deze soorten hebben broedlocaties binnen het plangebied.
Figuur 6: Perceel waar nieuwe veldschuur gebouwd gaat worden.
Watersnip Advies
9
20A077 toetsing weidevogelgebied Achterwetering Oud Ade
3.2
Belangrijke waarden weidevogelgebied
Om geschikt te kunnen zijn als weidevogelgebied zijn er enkele randvoorwaarden nodig binnen een gebied; 1. Openheid: een gebied moet voldoende openheid bieden voor weidevogels. Dit betekent dat er niet te veel bebouwing of hoog opgaande begroeiing aanwezig mag zijn. Deze elementen kunnen voor verstoring, door bijv. menselijke activiteit, zorgen en ook geschikt zijn als uitkijkpunt voor predators. Weidevogels broeden meestal niet in de directe omgeving van menselijke bebouwing maar houden een afstand van minimaal 200 meter tot bebouwing; 2. Rust: Hetzelfde geldt voor rust. Weidevogels zijn gebaat bij een rustige omgeving. Menselijke activiteit, bedrijvigheid, wegverkeer enz. kan voor verstoring van deze rust zorgen; 3. Vochtgehalte bodem / grondwaterstand: Een belangrijke voedselbron voor weidevogels zijn wormen en andere kleine bodembewoners. Als de bodem te droog wordt trekken deze dieren naar diepere lagen in de grond. De weidevogels kunnen ze dan niet meer bereiken. Het is daarom van belang dat de bodem voldoende vochtig is, zodat de wormen makkelijk bereikbaar zijn; 4. Geschikte weidevogelpopulatie: Of een perceel of gebied geschikt is als weidevogelgebied is ook af te lezen aan de huidige aanwezigheid van weidevogels. De aan- of afwezigheid van weidevogels vertelt of het gebied in zijn huidige staat al geschikt is als weidevogelgebied. 3.3
Beoordeling plangebied
Figuur 7: Deel van de aanwezige paarden achter het bedrijfscomplex
Aan de hand van de boven genoemde waarden wordt beoordeeld of het beoogde plangebied in zijn huidige staat geschikt is als weidevogelgebied; 1. Openheid: Het plangebied bevindt zich direct achter het huidige bedrijfscomplex. Hierdoor is er geen sprake van veel openheid binnen het plangebied. De huidige bebouwing zorgt reeds voor verstoring, waardoor het plangebied qua openheid nu al ongeschikt is als weidevogelgebied; 2. Rust: De rust binnen het plangebied is nu al sterk beperkt door: a. de aanwezigheid van de paarden. Er loopt een grote groep paarden op de weilanden achter de stallen en b. de uitstraling van activiteiten op het bedrijf. De aanwezigheid van een veldschuur, die met name gebruikt zal worden als opslag voor voer en materieel zal de huidige onrust niet verder vergroten; 3. Vochtgehalte bodem / grondwaterstand: Het plangebied heeft een stevige drooglegging, waardoor het minder geschikt is als weidevogelgebied. De bovenlaag van het perceel hierdoor minder geschikt voor wormen en andere bodeminsecten die als voedsel dienen voor de weidevogels. 4. Geschikte weidevogelpopulatie: Het huidige plangebied is nu al niet geschikt voor weidevogel. Watersnip Advies heeft informatie ingewonnen bij de veldmedewerker van de Groene Klaver. De heer Koos Pennings. De heer Pennings, zelfs agrariër, inventariseert jaarlijks de aanwezige weidevogels in deze polder.
Direct achter het bedrijf op de percelen Watersnip Advies
10
20A077 toetsing weidevogelgebied Achterwetering Oud Ade
die intensief gebruikt worden door de paarden broeden al jaren zo goed als geen weidevogels. Er foerageren ook geen weidevogels op deze weilanden. De paarden lopen veel en draven / galopperen over de weilanden. Dit vinden weidevogels onprettig. Eventuele legsels worden gemakkelijk vertrapt. De bodem is hier sterk dichtgelopen en dichtgereden en bevat veel minder zuurstof en levenskansen voor bodemleven, dat nodig is voor weidevogels. Het gras van de standweiden wordt door de paarden kort gehouden en is hierdoor niet geschikt om eieren in te verstoppen. Dit geldt zeker voor de Grutto, maar ook voor de Kievit. Uit bovengenoemde punten blijkt dat het plangebied momenteel niet geschikt is als weidevogelgebied. Er gaat door de bouw van de veldschuur ook geen geschikt weidevogelgebied verloren als er gekeken wordt naar het verschuiven van de verstoringscirkel. De paarden lopen over enkele honderden meters diep de polder in, in het gebied tussen de Achterwetering en de Provinciale weg N445. Het opschuiven van de grens van het bedrijfscomplex met ongeveer 50 meter heeft dus geen invloed omdat, het mogelijk nieuwe ‘verstoorde’ gebied nog steeds in het gebied valt waar al permanent veel paarden lopen. 3.4
Zorg voor weidevogelpopulatie
Op een afstand van enkele honderden meters van het bedrijfscomplex bevinden zich bedrijfspercelen waar wel een redelijke weidevogelpopulatie aanwezig is. Deze Figuur 8: Intensief gebruik van gebied nabij plangebied percelen liggen nabij de Zuidzijdervaart, ten westen van het bedrijfscomplex. Hier broeden ook kritische soorten, zoals Grutto, Slobeend en Tureluur. Op deze percelen, ongeveer 9 hectare, is een contract afgesloten dat er gemaaid wordt met een uitgestelde maaidatum. Vóór 8 juni worden deze percelen niet gemaaid. Het gras wat geoogst wordt is zeer geschikt voor de paarden als ruwvoer, vanwege het lage eiwitgehalte. De zorg voor de weidevogelpopulatie op deze percelen is een nevendoelstelling van Stal Zwetsloot. Daarnaast zetten de ondernemers zich in voor het behoud en de ontwikkeling van biodiversiteit op de bedrijfslocatie, wat blijkt uit de hoeveelheid nesten van Boerenzwaluw en Huiszwaluw bij de stallen.
Watersnip Advies
11
20A077 toetsing weidevogelgebied Achterwetering Oud Ade
Watersnip Advies
12
20A077 toetsing weidevogelgebied Achterwetering Oud Ade
4 Conclusies Uit de schadebepaling kan geconcludeerd worden dan de nieuwbouw van een veldschuur achter het huidige bedrijfscomplex geen schade zal veroorzaken aan het weidevogelgebied. Het beoogde plangebied is in zijn huidige staat reeds ongeschikt als broedlocatie voor weidevogels. Het huidige bouwvlak wordt ingeleverd, dat wordt weer open gebied. De ondernemers van stal Zwetsloot zetten zich in voor het behoud van een gezonde weidevogelpopulatie op de percelen die daar geschikt voor zijn, aan de westkant van het bedrijfscomplex. Daarnaast zetten ze zich in voor het behoud en de ontwikkeling van biodiversiteit binnen het bedrijfscomplex.
Figuur 9: Eén van de paarden binnen het plangebied met een beeld van de begraasde grasmat
Watersnip Advies
13
20A077 toetsing weidevogelgebied Achterwetering Oud Ade
Watersnip Advies
14
20A077 toetsing weidevogelgebied Achterwetering Oud Ade
5 Bronnen Geraadpleegde literatuur 1. Uitgeverij 12 Provinciën, Topografische Atlas Zuid-Holland 1:25.000, Landsmeer 2012 2. Ministerie van Landbouw, natuurbeheer en voedselkwaliteit, Rode Lijsten, Den Haag, 2004 3. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur 2017. Vleermuisprotocol 2017, maart 2017 4. Provincie Zuid-Holland, Omgevingsvisie, Omgevingsbeleid Zuid-Holland, gewijzigd ontwerp, 22 januari 2019 5. Provincie Zuid-Holland, Omgevingsverordening Zuid-Holland, 22 februari 2019 6. Provincie Zuid-Holland, Visie Ruimte en Mobiliteit, geconsolideerd, in werking per 19 januari 2018 tot 1 april 2019 7. Provincie Zuid-Holland, Beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap ZuidHolland, 21 mei 2013 Geraadpleegde internetsites: 8. www.rijksoverheid.nl 9. www.bij12.nl 10. www.rvo.nl 11. www.regelink.net 12. www.ravon.nl 13. www.vleermuis.net 14. www.zuid-holland.nl 15. www.zoogdiervereniging.nl 16. www.ruimtelijkeplannenzuidholland.nl/omgevingsbeleid/ 17. www.arcgis.com/home/webmap/viewer.html 18. www.waarneming.nl
Watersnip Advies
15
20A077 toetsing weidevogelgebied Achterwetering Oud Ade
Watersnip Advies
16
Watersnip Advies Advies voor ecologie, landschap, water en recreatie Watersnip v.o.f. ’s-Gravenbroekseweg 154 2811 GK Reeuwijk KvK 76653862 +31 (0)182-395460 www.watersnipadvies.info advies@watersnip.info
Bijlage 3
Aeriusberekening Achterwetering 8 te Oud Ade Gemeente Kaag en Braassem
Planstatus:
concept
Datum:
16-12-2020
Contactpersoon Plannen-makers:
Dhr. C. Vaartjes en mevr. H.N.E. de Roos
Kenmerk Plannen-makers:
PM20017
Opdrachtgever:
Stal Zwetsloot
Plannen-makers Europalaan 500 3526 KS Utrecht www.plannen-makers.nl BTW id: NL002150639B90 KvK nummer: 59112751
Pagina 2
Aeriusberekening Achterwetering 8 te Oud Ade
Inhoudsopgave 1
Inleiding .......................................................................................................................................... 4 Aanleiding ................................................................................................................................ 4 Wettelijk kader ......................................................................................................................... 4 Leeswijzer ................................................................................................................................ 4
2
Beschrijving plan en uitgangspunten ......................................................................................... 5 Het plan ................................................................................................................................... 5 Afstand tot natuurgebieden ..................................................................................................... 6 Invoergegevens Aeriusberekening .......................................................................................... 6
3
Aeriusberekening .......................................................................................................................... 9
4
Conclusie ...................................................................................................................................... 11
Pagina 3
Aeriusberekening Achterwetering 8 te Oud Ade
1 Inleiding Aanleiding Voor de wijziging van een paardenfokkerij naar een paardenhouderij en bouw van een nieuwe schuur is een bestemmingsplan opgesteld. Bij een ontwikkeling dient als onderdeel van de planologische procedure gemotiveerd te worden dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De onderwerpen van een goede ruimtelijke ordening zijn divers zoals bodemkwaliteit, geluidhinder en luchtkwaliteit. De effecten van het project op nabijgelegen natuurgebieden behoort hier ook toe. Er kunnen nadelige effecten optreden als gevolg van te veel stikstofdepositie vanuit een project op nabijgelegen natuurgebieden. De aanwezige flora en fauna kan zodanig beïnvloed worden door een te grote toename van stikstof dat aanwezig beschermde soorten in hun voortbestaan bedreigd worden. Om te bepalen of deze effecten beneden de norm (0,00 mol/ha/j) blijven bij het verlenen van een omgevingsvergunning is een Aeriusberekening nodig. In voorliggende rapportage wordt door middel van verschillende stikstofberekeningen het effect van de gewijzigde bedrijfsvoering onderzocht, evenals de bouw van een nieuwe schuur.
Wettelijk kader In de Wet natuurbescherming is voorgeschreven dat nieuwe economische activiteiten of uitbreidingen van bestaande activiteiten moeten worden getoetst op hun effect op Natura 2000-gebieden. Economische activiteiten kunnen leiden tot een verhoging van de hoeveelheid stikstof in natuurgebieden, met nadelige effecten. Met nadelige effecten op nabijgelegen natuurgebieden wordt met name vermesting en of verzuring van de aanwezige gronden bedoeld. Door vermesting en verzuring kunnen de abiotische factoren zodanig wijzigen dat de aanwezige beschermde planten en of dieren in hun voortbestaan bedreigd worden. Wanneer er toch verzuring of vermesting optreedt is een Wet natuurbeschermingsvergunning nodig. In de vergunningsvoorwaarden zijn dan ook compensatiemaatregelen opgenomen. Om aan te tonen dat een activiteit geen nadelige effecten oplevert op Nature 2000-gebieden kan een zogenaamde Aeriusberekening uitgevoerd worden. Hiervoor is een Aeriuscalculator beschikbaar gesteld door het RIVM. De norm voor de toegestane stikstof van een activiteit op een Natura 2000gebied is gesteld op 0,00 mol/ha/j. Deze norm volgt op de uitspraak van 29 mei 2019 van de Raad van State over de PAS regeling. De PAS regel was een landelijke vereffeningsregeling voor stikstofdepositie.
De PAS regeling, die als uitgangspunt maximaal 0,05 mol/ha/j toestond vanuit een activiteit op een natuurgebied, is als onvoldoende beoordeeld door de Raad van State. Het gevolg is dat enkel als er vanuit een activiteit 0,00 mol/ha/j optreedt op een natuurgebied er voldaan kan worden aan de wettelijke voorwaarde dat er geen nadelige effecten mogen optreden. Sinds de vernieuwing van AERIUS Calculator op 16 september 2019 (actualisatie maart 2020) kan, met de nieuwe norm van 0,00 mol/ha/j berekend worden of er sprake is van stikstofdepositie op relevant Natura 2000-gebied. Daarbij dient zowel de bouw/aanlegfase als de gebruiksfase doorgerekend te worden.
Leeswijzer In hoofdstuk 1 is de aanleiding en het wettelijk kader besproken. In hoofdstuk 2 volgt een gedetailleerdere beschrijving van het plan en de uitgangspunten voor de Aeriusberekening. Hoofdstuk 3 toont de uitgevoerde berekening en Hoofdstuk 4 geeft de conclusie van de berekening.
Pagina 4
Aeriusberekening Achterwetering 8 te Oud Ade
2 Beschrijving plan en uitgangspunten Het plan Het plangebied betreft een agrarisch perceel aan Achterwetering 8 te Oud Ade. Recentelijk zijn de bedrijfsactiviteiten gewijzigd van een paardenfokkerij naar paardenhouderij en paardenstalling. De paardenhouderij is ingericht als paardenrusthuis voor geblesseerde en gepensioneerde paarden en daarnaast is er paardenstalling mogelijk in combinatie met revalidatie- en gedragstrainingen. De initiatiefnemer is voornemens een nieuwe schuur te bouwen ten bate van opslag en paardenstalling op een gewijzigd bouwvlak. Het plangebied ligt in het Groene Hart ten noordoosten van Leiden, vlakbij de A4. Vanwege de ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden is het noodzakelijk een Aeriusberekening uit te voeren om de eventuele stikstofdepositie voor de gewijzigde bedrijfsactiviteiten en nieuwbouw van een schuur in kaart te brengen.
Figuur 1. Ligging plangebied in omgeving. Plangebied in rode cirkel. (Bron: Google Earth)
Wijziging bedrijfsactiviteiten In 2011 is aan Stal Zwetsloot een vergunning verleend voor een paardenfokkerij met 80 veulens, 20 paarden en 10 pony’s, in totaal 110 dieren. Vanwege de matige kwaliteit van de omliggende graslanden en dientengevolge niet optimale omstandigheden voor het fokken van paarden heeft Stal Zwetsloot zijn bedrijfsvoering omgezet. Het huidige gebruik betreft een paardenhouderij waarbij Stal Zwetsloot een rusthuis aanbiedt voor gepensioneerde of revaliderende paarden. Daarnaast kan gebruik gemaakt worden van pension en stalling voor paarden die komen voor revalidatie- en gedragstrainingen. Verder worden er nog enkele paarden (merries en veulens) gehouden door de eigenaars. Het aantal veulens is afgenomen van 80 naar 6 veulens. Het aantal volwassen paarden en pony’s is van 30 toegenomen naar 85, waarvan 32 paarden en 53 pony’s. In totaal worden er 91 dieren gehouden. In voorliggende rapportage wordt ten eerste een stikstofberekening uitgevoerd ten behoeve van een vergunning voor de huidige bedrijfsvoering ten opzichte van de vergunde bedrijfsvoering.
Pagina 5
Aeriusberekening Achterwetering 8 te Oud Ade
Bouw veldschuur Daarnaast is Stal Zwetsloot voornemens om een nieuwe schuur te realiseren. Hiertoe is door middel van een bestemmingsplan een vormwijziging van het bouwvlak planologisch geregeld waardoor een schuur op het vernieuwde bouwvlak kan worden gerealiseerd. De te realiseren schuur (kapschuur) is 30 bij 40 meter en heeft daarmee een oppervlakte van 1.200 m2. In de schuur is ruimte voor opslag van o.a. materieel en stro, een werkplaats en een loopstal met vrije uitloop. In de schuur worden geen paarden gestald en de realisatie van de schuur zal niet leiden tot een vergroting of anderszins wijziging van de bedrijfsvoering. In voorliggend rapportage wordt ten tweede een stikstofberekening uitgevoerd ten behoeve van het bestemmingsplan met betrekking tot het bouwen van een schuur.
Afstand tot natuurgebieden Het plangebied is niet in een Natura 2000-gebied gelegen. Dichtbij gelegen is het natuurgebied De Wilck op 6 km afstand ten zuiden van het plangebied. Overige natuurgebieden zijn meer dan 10 km van het plangebied verwijderd volgens de Aeriuscalculator.
Figuur 2. Uitsnede Natura 2000-gebieden. Plangebied nabij rode punt; met 10 km-zone in cirkel. Legenda: Blauw: Vogelrichtlijngebied (VR); Mosterdgeel: Habitatrichtlijngebied (HR); Groen: VR + HR gebied
Invoergegevens Aeriusberekening Voorliggend rapport heeft als doel te inventariseren of de huidige bedrijfsactiviteiten en geplande realisatie van een schuur mogelijk in strijd zijn met de Wet natuurbescherming in het kader van de stikstof problematiek. Huidige situatie Het huidige gebruik bestaat uit het huisvesten van paarden in het paardenrusthuis en paardenpension. Daarnaast zijn er nog enkele fokpaarden voor hobbymatige fokkerij. De paardenhouderij biedt stalling aan ongeveer 90 paarden verdeeld in 40 individuele boxen en 50 groepshuisvestingsplaatsen. Na de uitbreiding met een nieuwe schuur zal dit aantal niet stijgen omdat de loods gebouwd wordt voor opslag van hooi en stro en om de verblijvende paarden meer ruimte te geven in de wintermaanden. 2.3.1
Stookinstallaties In de bedrijfsschuren bevinden zich geen stookinstallaties.
Pagina 6
Aeriusberekening Achterwetering 8 te Oud Ade
Gebruik werktuigen Ten bate van de bedrijfsactiviteiten worden twee tractors en één shovel gebruikt. Landbouw tractor Voor verschillende agrarische werkzaamheden wordt uitgegaan van een 70 kW en 100 kW tractoren zoals deze opgenomen zijn in de Aeriuscalculator. Het betreft een landbouwtractor van 100 kW met dieselmotor en 2015 of jonger. Er is gerekend met 365 draaiuren per jaar (1 uur per dag). De stikstofemissie van de 100 kW-tractor komt daarmee op 18,1 kg/j en de ammoniakemissie op 0,0 kg/j. Daarnaast betreft het een landbouwtractor van 70 kW met dieselmotor en 2015 of jonger. Er is gerekend met 730 draaiuren per jaar (2 uur per dag). De stikstofemissie van de 70 kW-tractor komt daarmee op 25,3 kg/j en de ammoniakemissie op 0,1 kg/j. Shovel: Voor allerhande verplaatswerkzaamheden wordt uitgegaan van een 70 kW laadschop zoals deze opgenomen is in de Aeriuscalculator. Het betreft een laadschop op banden van 100 kW met dieselmotor en 2015 of jonger. Er is gerekend met 208 draaiuren per jaar (2x 2uur per week). De stikstofemissie voor de laadschop komt daarmee op 7,2 kg/j en de ammoniakemissie op 0,0 kg/j. Dieraantallen en stalsystemen In onderstaande tabel zijn de huidige aantallen dieren weergegeven en de bijbehorende ammoniakemissie. Tabel 1.
Dieraantallen en stalsystemen voor huidige gebruik Aantal dieren RAV-doce Paarden, volwassen paarden (3 jaar en ouder), Overige huisvestingssystemen (K 1.100) Paarden, paarden in opfok (jonger dan 3 jaar), Overige huisvestingssystemen (K 2.100) Paarden, volwassen pony’s (3 jaar en ouder), Overige huisvestingssystemen (K 3.100) Totaal K1 + K3 (volwassen dieren) K2 + K4 (opfok)
NH3-emissie factor
NH3-emissie (kg/jr) 160,0
32
5,0
6
2,1
12,6
53
3,1
164,3
91
336,9
85 6
Referentie situatie Als referentiesituatie wordt de verleende vergunning van 2011 genomen. Het betreft een veehouderij van het type B inrichting. Er is vergunning voor 80 stuks paarden in opfok, jonger dan 3 jaar, met daarnaast 20 volwassen paarden en 10 pony’s. 2.3.2
Stookinstallaties In de bedrijfsschuren bevinden zich geen stookinstallaties. Gebruik werktuigen Het huidige gebruik van werktuigen is niet gewijzigd ten opzichte van de vergunde bedrijfssituatie. Voor de input van de werktuigen in de referentiesituatie zijn dezelfde machines, aantallen en draaiuren ingevoerd als voor de huidige gebruikssituatie. Dieraantallen en stalsystemen In onderstaande tabel zijn de vergunde aantallen dieren weergegeven en de bijbehorende ammoniakemissie.
Pagina 7
Aeriusberekening Achterwetering 8 te Oud Ade
Tabel 2. Dieraantallen en stalsystemen voor vergunde situatie
RAV-code Paarden, volwassen paarden (3 jaar en ouder), Overige huisvestingssystemen (K 1.100) Paarden, paarden in opfok (jonger dan 3 jaar), Overige huisvestingssystemen (K 2.100) Paarden, volwassen pony’s (3 jaar en ouder), Overige huisvestingssystemen (K 3.100) Totaal
Aantal dieren
NH3-emissie factor
20
5
80
2,1
168
10
3,1
31
110
NH3-emissie (kg/jr) 100
299
Realisatie schuur De initiatiefnemer is voornemens een nieuwe schuur te bouwen voor opslag van o.a. materieel en stro, een werkplaats en een loopstal met vrije uitloop. Door de bouw van de schuur vindt er geen wijziging in bedrijfsactiviteiten plaats. 2.3.3
Verkeersbewegingen van en naar de bouwplaats Onderstaand is het aantal vervoersbewegingen van en naar de bouwplaats ingeschat voor het aanvoeren van bouwmateriaal en personeel. De vervoersbewegingen zijn opgesteld op basis van vergelijkbare projecten. In de Aeriusberekening kunnen voertuigen per etmaal, maand of jaar ingevoerd worden. De verwachte bouwperiode voor de woning is circa 3 maanden. Onderstaand zijn daarom het totaal aantal vervoersbewegingen per jaar weergegeven. De emissie van de verkeersbewegingen tijdens de bouwfase komen daarmee op <0,0 kg/j. Tabel 3. Vervoersbewegingen en type voertuigen bouwfase per jaar