CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Lokale energiestrategie Kaag en Braassem - 16 mei 2024

Gemeenteraad 17 juni 2024, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Lokale energiestrategie Kaag en Braassem.24.823 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Lokale Energie Strategie Kaag en Braassem Anders omgaan met energie

Rapportage

1

Inhoudsopgave Begrippen- en afkortingenlijst

4

Bestuurlijke samenvatting

8

1.

Inleiding

11

1.1.

Nationale en regionale doelen

11

1.2.

Waarom een LES

11

1.3.

Samenhang LES met andere opgaven

13

1.4.

Participatie tijdens de LES

13

1.5.

De rol van de gemeente

14

Het energiesysteem

15

2.1.

Huidige situatie

16

2.2.

Het energiesysteem van de toekomst

18

De Lokale Energie Strategie

21

3.1.

Doelstellingen voor de energietransitie

21

3.2.

Randvoorwaarden

23

3.3.

De routekaart

24

3.4.

Na de LES

29

3.5.

Na 2030

30

Betrekken van inwoners en maatschappij

31

4.1.

Betrokkenheid tijdens opstellen LES

31

4.2.

Betrokkenheid na opstellen LES

37

2.

3.

4.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Bijlage 1.

2

Verdieping op elektriciteit

42

1.1.

De landelijke opgave

42

1.2.

Onze ambitie

43

1.3.

Andere opwekscenario’s

43

1.4.

Karakteristieken van het landschap in Kaag en Braassem

45

1.5.

Potentie opwek middels zon en wind

47

1.6.

Voorkeursscenario wind en zon

47

1.7.

Ruimtelijke beperkingen door het Rijk, de provincie Zuid-Holland en Schiphol

52

1.8.

Netimpact

53

Bijlage 2.

55

1.1.

Aanpak tot 2030

55

1.2.

Doorkijk na 2030

56

Bijlage 3.

Verdieping op mobiliteit

57

3.1.

Huidige situatie en ambitie

57

3.2.

Aanpak tot 2030

57

3.3.

Mogelijke maatregelen

58

3.4.

Doorkijk na 2030

58

Bijlage 4.

Potentie en belemmeringen voor opwek met wind en zon

60

4.1.

Zonnepanelen op daken en parkeerplaatsen

60

4.2.

Zonnepanelen op land

62

4.3.

Windturbines op land

64

Bijlage 5.

3

Verdieping op warmte

Energiescenario voor 2030

66

Begrippen- en afkortingenlijst Afstandsnorm Een (soms wettelijke) norm die aangehouden wordt om effecten van initiatieven op milieu en mens zo klein mogelijk te houden. Aquathermie Warmte winnen uit oppervlaktewater, afvalwater of drinkwater. Belemmering / restrictie Een obstakel dat ervoor zorgt dat iets niet kan gebeuren. In de context van de energietransitie betekent dit dat er ergens geen energie opgewekt kan worden, bijvoorbeeld door aanwezigheid van natuurgebied. Bevoegd gezag De overheid die verantwoordelijk is voor het verlenen van de vergunning aan de aanvrager, vaak gemeente of provincie. Biomassa / biobrandstof Opwek van energie door verbranding van een grondstof van biologische oorsprong, zoals hout, olie van gewassen als mais of gas uit mest/vergisting (biogas). Collectief warmtenet/warmtesysteem Een netwerk voor warmte in een gebied, waarmee een warmtebron wordt aangesloten op afnemers (woningen en gebouwen). Doordat er meerdere afnemers in deelnemen, noemen we dit een collectieve vorm. Collectieve en individuele oplossingen Een techniek die energie levert voor een grote groep mensen tegelijkertijd heet collectief. Een individuele oplosssing biedt energie aan één huishouden. Wordt in de energietransitie vaak in de context van warmte gebruikt. CO2-neutraal Term die aangeeft dat een proces (netto) geen CO2 (koolstofdioxide) uitstoot.

Dubbel ruimtegebruik Een toepassing in de openbare ruimte die meerdere functies heeft, zoals zonnepanelen op geluidsschermen. Deze bieden bescherming tegen geluid én wekken elektriciteit op. Duurzame energie / Duurzame opwek Energieverbruik dat niet leidt tot schade voor het milieu. Soms wordt de term ‘duurzame opwek’ gebruikt, dan gaat het specifiek over het produceren van energie dat niet leidt tot schade voor het milieu. Elektriciteitsnet / elektriciteitsinfrastructuur Het transportnetwerk dat wordt ingezet om elektriciteit van het punt van productie naar het punt van verbruik te brengen. Energieneutraal Alle energie (dus warmte, elektriciteit en brandstof) die verbruikt wordt in een gebied, wordt daar ook opgewekt. Energietransitie De overstap van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare bronnen voor ons energiegebruik, met als doel het verminderen van de uitstoot door het verbruiken van deze energie. Energievoorziening De levering van energie aan verbruikers ervan.

4

Fossiele brandstoffen Energie uit materialen die in de aarde zijn opgeslagen, zoals steenkool, aardolie en aardgas. Deze materialen zijn eeuwen geleden gevormd, vandaar de naam ‘fossiel’. Ooit raken ze op. Geothermie Warmte winnen uit de bodem. Een ander woord is aardwarmte. Grootschalig energie opwekken Grote projecten om energie op te wekken, waarbij vaak meerdere belanghebbenden en de gemeente in samenwerken. Hernieuwbare bronnen Alle energiebronnen die oneindig zijn, zoals zon, wind en warmte uit de aarde of uit water. Dit is het tegenovergestelde van energiebronnen die op kunnen raken, zoals steenkolen en aardgas. Hoogspanningsnet Netwerk dat elektriciteit transporteert tussen elektriciteitscentrales. Meestal hoogspanningsmasten. Dat gebeurt op hoge spanning van tientallen kilovolt.

boven

de

grond,

in

Kernenergie Energie die wordt gehaald uit kernreacties, vaak in de vorm van de warmte die op dat moment opgewekt wordt. Dit gebeurt in een energiecentrale, een kerncentrale. Kleine modulaire kernreactor (Small Modular Reactor / SMR) Is een kleine kerncentrale met een eenvoudiger reactorontwerp. Dit type kernreactor bestaat uit standaard onderdelen die gemaakt worden in een fabriek. De onderdelen worden als een soort bouwpakket verscheept naar de bouwplaats. Daar worden de onderdelen in elkaar gezet. Door het bouwpakket is minder constructiewerk op de bouwplaats nodig. Klimaatakkoord Akkoord tussen bedrijven en (overheids-)organisaties, waarin vijf sectoren afspraken hebben gemaakt over maatregelen om de klimaatdoelen te halen. Het doel is om de uitstoot van koolstofdioxide (CO2) te verminderen tot nul uitstoot in 2050. Klimaatneutraal Term die aangeeft dat een proces (netto) geen broeikasgassen uitstoot, en dus niet bijdraagt aan klimaatverandering. Dit zijn meer gassen dan alleen CO2, bijvoorbeeld ook methaan en stikstof. Koppelkansen Een kans waarmee tegelijkertijd meerdere problemen aangepakt kunnen worden. Laagspanningsnet Een netwerk voor het transport van elektriciteit naar eindgebruikers, zoals woningen. Dat gebeurt onder lage spanning van maximaal 1000 volt. Een andere naam is lichtnet.

Landschappelijke inpassing De vormgeving van een initiatief, waarbij deze is optimaal is afgestemd op de wensen van de omgeving. Lokale Energie Strategie (LES) De lokale versie van de RES, waarin staat hoe Kaag en Braassem haar klimaatdoelen in 2030 gaat bereiken. Milieu Effect Rapportage (MER) Een rapport dat de effecten op het milieu van een ontwikkeling zoals zon en wind in kaart brengt, waardoor er door de gemeente een keuze gemaakt kan worden of dit toelaatbaar is. Het opstellen van deze rapportage is verplicht bij initiatieven in de energietransitie.

5

Netbeheerder Een door de overheid aangewezen bedrijf dat ervoor zorgt dat elektriciteit en gas wordt getransporteerd. Netcongestie Een vol stroomnet, waardoor niet alle opgewekte stroom aan het net gegeven kan worden, of gevraagde stroom op dat moment geleverd kan worden. Participatie(proces) Samenwerking met inwoners, en soms ook professionele partijen, in het opstellen van gemeentelijk beleid of maken van keuzes door de gemeente. Potentie / Potentieel Beschikbare vermogen om in de toekomst te gebruiken. In de energietransitie relateert dit meestal aan hoeveelheid energie er in de toekomst te produceren is. Randvoorwaarde Een uitgangspunt, die tijdens het behalen van de doelstellingen, ook meegenomen dient te worden. Regionale Energie Strategie (RES) Om de energietransitie te laten slagen, is Nederland opgedeeld in dertig regio’s, die ieder hun eigen Regionale Energie Strategie hebben geschreven. Hierin staat hoe die regio’s nationale afspraken uit het Klimaatakkoord in de praktijk gaan brengen. De gemeente Kaag en Braassem valt onder de RES-regio Holland-Rijnland. Restruimte Een gebied waar de toevoeging van zon de bestaande functie en waarde niet belemmert, of juist waarde toevoegd. Voorbeelden zijn overruimte in planologie, bijvoorbeeld de ruimte tussen bedrijventerreinen of wegen. Of ruimte die (tijdelijk) niet in gebruik is.

Solar carport Een parkeerplaats met een overkapping/dak van zonnepanelen. Stakeholder / Professionele stakeholder Een persoon of groepering die belang heeft en afhankelijk is van de acties en keuzes die de gemeente maakt. Belanghebbenden kunnen inwoners zijn. Alle niet-inwoners die ook belanghebbenden zijn, zoals bedrijven, verenigingen en stichtingen noemen we in de LES professionele stakeholders. Transitie Visie Warmte (TVW) De visie op hoe Kaag en Braassem aardgasvrij moet worden. Deze is opgesteld door elf betrokken inwoners, de gemeente en de woningbouwcorporaties. De TVW gaat specifiek over het verwarmen van huizen en gebouwen in Kaag en Braassem, terwijl de LES over alle energie in Kaag en Braassem gaat. Warmte Een vorm van energie, die veel wordt toegepast in het verwarmen van gebouwen, of in industriële processen waarbij een voldoende hoge temperatuur nodig is. Wordt in Nederland vooral opgewekt door het verbranden van aardgas. Warmtepomp Een apparaat dat gebruikt wordt om omgevingswarmte (warmte uit de lucht of bodem) door middel van elektriciteit op te waarderen en te verplaatsen (naar de binnenkant van gebouwen). Waterstof Een gas dat kan worden gebruikt om energie mee op te wekken door het te verbranden. Ook kan het gebruikt worden om opgewekte elektriciteit mee op te slaan, en later weer te gebruiken.

Bestaat op aarde niet uit zichzelf in de natuur, en moet daarmee opgewekt worden uit andere energiebronnen

6

Waterstof backbone Het voorgestelde landelijke netwerk voor waterstof, vergelijkbaar met het netwerk voor aardgas in Nederland. In eerste instantie worden de grote industriële clusters met elkaar verbonden. Later wordt het netwerk mogelijk uitgebreid. Wattuur Eenheid voor hoeveelheid energie. 1 Wattuur is 1 watt vermogen geleverd over een uur. Afgeleide vormen van wattuur zijn kilowattuur (kWh), megawattuur (MWh), gigawattuur (GWh) en terawattuur (TWh). Zoekgebieden Plekken die zijn aangewezen in de LES en de RES, omdat ze in principe geschikt zijn om grootschalig duurzame energie op te wekken. Dat betekent nog niet dat er daadwerkelijk energieprojecten op die plek komen, daarvoor zijn er o.a. vergunningen en afspraken met de omgeving nodig. Zonnepark Een plek waar een grote hoeveelheid zonnepanelen op de grond is geplaatst. Een ander woord voor zonnepark is zonneweide. Zonthermische panelen Zonnepanelen die warmte opwekken in plaats van elektriciteit, doordat water in het paneel door de zon verwarmd wordt.

7

Bestuurlijke samenvatting De gemeente Kaag en Braassem heeft zich, via de RES Holland-Rijnland, gecommitteerd aan de doelstelling om in 2050 een energieneutrale regio te worden. Dit betekent dat alle elektriciteit, warmte en brandstoffen die in de regio worden gebruikt, lokaal en duurzaam worden opgewekt. Een flinke opgave dus. Om effectief naar deze doelstelling toe te werken wil Kaag en Braassem dan ook de doelstelling van de RESHolland Rijnland voor 2030 volgen. De RES Holland-Rijnland draagt daarmee, samen met de andere RESregio’s in Nederland, bij aan de doelstelling om in 2030 55% minder CO2 uit te stoten. Dit wil het allereerst doen door te besparen in op warmteverbruik in woningen (20%) en mobiliteit (11%). Energie die we immer niet gebruiken, hoeft ook niet (duurzaam) opgewekt te worden. Daarnaast is de gemeente voornemens om 0,09 TWh aan duurzame elektriciteit binnen de gemeentegrenzen opwekken, wat ~40% van het elektriciteitsverbruik in 2030 is (zie bijlage 5). Hiermee loopt Kaag en Braassem in de pas met de gestelde doelen uit de RES. De doelstellingen uit de LES worden verder beschreven in hoofdstuk 3.1.

De RES Holland-Rijnland en de gemeente Kaag en Braassem hebben overigens zelf niet de verplichting om in 2030 55% minder CO2 uit te stoten, omdat het Rijk een breed pakket aan maatregelen met verschillende belanghebbenden heeft opgezet om in 2030 tot de beoogde CO2-reductie te komen. De doelstellingen van de RES is er hier één van. Om deze transitie in goede banen te geleiden, heeft de Raad verzocht een routekaart tot 2030 op te stellen. De Lokale Energie Strategie (LES) is het document waarin deze routekaart is uitgewerkt en is daarmee het richtinggevende document van de gemeente Kaag en Braassem voor de energietransitie tot 2030. De opgave om in 2050 klimaatneutraal te zijn is daarmee niet opgelost, maar zet een tussenstap in die richting. De LES is een integraal document voor de energietransitie als geheel en bouwt verder op de gezette stappen in de Transitievisie Warmte (TVW) en Regionale Energie Strategie (RES). In samenwerking met inwoners en professionele belanghebbenden is onderzoek verricht naar de (on)mogelijkheden voor besparing en opwek in de gemeente Kaag en Braassem. Uit dit onderzoek zijn vijf initiatieven als prioriteit voor de energietransitie tot en met 2030 bepaald. Deze initiatieven vormen de leidraad voor de uitvoering van de energietransitie in de komende jaren.

Verdere concretisering in een uitvoeringsprogramma is nodig om zo ook de benodigde middelen hieraan te kunnen toewijzen. De initiatieven zijn in verder detail beschreven in hoofdstuk 3.3. De route naar energieneutraal Hoewel de verhoudingen nu nog anders liggen, zal elektriciteit in de toekomst de grootste energiedrager in onze gemeente worden. Door onder andere elektrisch verwarmen (met warmtepompen) en elektrisch rijden, verschuift een groot deel van de energievraag naar elektriciteit. De netbeheerders verwacht in hun ‘Integrale Infrastructuurverkenning 2030-2050’ een toename in de elektriciteitsvraag van 20% tot aan 2030 en een verdubbeling richting 2050. Om de doelstelling van 0,09 TWh aan opwek van duurzame elektriciteit voor 2030 te halen, moet er nog ongeveer 5 keer zoveel energie worden opgewekt dan dat we nu al doen. Verduurzaming van de warmte- en mobiliteitsvraag zullen tot 2030 nog beperkt blijven, mede doordat technologische vooruitgang hier nog beperkter is. Toepassing van hernieuwbare brandstoffen in mobiliteit zal pas na 2030 sterk gaan groeien. Gebruik van duurzame warmtebronnen in Kaag en Braassem heeft, zoals beschreven in de TVW, een minder hoge potentie. De meest waarschijnlijke verduurzamingsroute is het overstappen op individuele oplossingen, zoals elektrisch verwarmen, wat uiteindelijk weer leidt tot een groei van de elektriciteitsvraag.

Kleinschalige collectieve warmteoplossingen kunnen in Kaag en Braassem wel van de grond komen, maar kennen zeer waarschijnlijk hogere kosten dan individuele opties, waardoor betrokkenheid van de lokale gemeenschap en steun vanuit de gemeente nodig is. Bovendien zijn technieken als geothermie en aquathermie nog sterk in ontwikkeling, waardoor adoptie trager zal zijn. Naast verduurzaming van de resterende energievraag, zal besparing van energieverbruik ook een belangrijke rol spelen. Zo kan isolatie voor een flinke besparing in de warmtevraag zorgen, en zijn elektrische auto’s een stuk zuiniger dan auto’s met een 8

verbrandingsmotor. Besparing is daarmee een belangrijk component van onze energiestrategie, maar tegelijkertijd is het niet realistisch dat we kunnen besparen op al onze energievraag. Vandaar dat er ook moet worden gekeken naar de mogelijkheden voor duurzame opwek. De LES uitvoeren De Raad heeft het college ook verzocht om nieuwe zoekgebieden aan te wijzen. Dit nadat de zoekgebieden voor Kaag en Braassem uit de RES door de Raad geschrapt zijn. Deze LES pakt deze opgave op, en schetst een voorkeursscenario voor de opwek van duurzame elektriciteit middels zon en wind, op basis van ontwerpend onderzoek en gesprekken met inwoners en andere belanghebbenden. Dit scenario past goed bij de landschappelijke en culturele kenmerken van de gemeente. In het scenario is er door een kleinschalige en praktische aanpak veel ruimte voor lokale initiatieven. Inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers gaan aan de slag met zonnepanelen op daken en parkeerplaatsen en de ontwikkeling van kleine zonneparken langs infra, op restruimte/braakliggende gronden en bij bedrijventerreinen wordt gestimuleerd. De opwek van elektriciteit met zonneparken en windturbines is noodzakelijk omdat de opwek met zonnepanelen op daken en parkeerplaatsen niet voldoende oplevert, grootschalige opwek blijft dus ook in dit scenario nodig.

Om die reden zijn er drie gebieden voor windturbines langs de A4 en N207 geïdentificeerd, die op basis van het onderzoek en de gesprekken met inwoners en andere belanghebbenden de voorkeur krijgen. Niet alle zoekgebieden hoeven te worden ingezet om de opwekdoelstelling te realiseren. Opwek van zon- en windenergie op landbouwgrond en in het open landschap wordt niet toegestaan. In bijlage 1.6 is het voorkeursscenario in verder detail uitgewerkt.

Figuur 1: Voorkeursscenario en zoekgebieden voor Kaag en Braassem

Overigens is de gemeente niet de enige partij die iets te zeggen heeft over waar opwek van duurzame energie mogelijk is binnen de gemeentegrenzen. Door het Rijk, de provincie en Schiphol wordt ook (ruimtelijk) beleid opgesteld wat kan leiden tot bepaalde (ruimtelijke) restricties. Alle plannen die in de LES gemaakt zijn worden

9

zoveel mogelijk getoetst aan bestaand beleid van het Rijk en de provincie, maar deze zijn ook aan verandering onderhevig. In bijlage 1.7 beschrijven we hoe de LES omgaat met deze restricties vanuit andere overheden. Verder zetten we in op besparing van energie door het isoleren van huizen en het stimuleren van individuele verduurzamingskeuzes, zoals het aanschaffen van een warmtepomp of een elektrische auto. De gemeente wil daarin ook zelf het goede voorbeeld geven. Daarnaast worden er wel voorbereidingen getroffen om in 2030 te kunnen opschalen, wanneer het transitiepad voor warmte duidelijker is. Zo willen we een pilotproject opstarten voor kleinschalige collectieve warmte, in samenwerking met lokale belanghebbenden. Ten slotte houdt de gemeente oog voor de energie-infrastructuur in Kaag en Braassem, die door netcongestie onder druk staat. Het geschikt maken van het energienet voor een toekomstbestendig en optimaal energiesysteem, middels flexibiliteits- en opslagtechnieken, is belangrijk om daarmee de energietransitie te kunnen faciliteren.

10

1. Inleiding Om beter sturing te kunnen geven op, en middelen te kunnen alloceren aan, de energietransitie heeft het college opdracht gegeven een Lokale Energie Strategie (LES) op te stellen. De LES brengt realistische doelen voor de gemeente in kaart, en stelt haar in staat om hierop concrete acties te formuleren, samen te werken met andere gemeenten en regionale partners, de samenhang met de Transitievisie Warmte (TVW) en andere beleidsstukken te waarborgen en draagvlak te creëren bij onze inwoners. Uiteindelijk dient de LES een routekaart en strategisch sturingsinstrument voor de gemeentelijke organisatie te zijn, maar wordt het opgesteld met input vanuit een scala aan belanghebbenden in de gemeente. 1.1. Nationale en regionale doelen De Lokale Energie Strategie (LES) is het sturingsdocument van de gemeente in de energietransitie tot en met 2030. Hierin staan de doelen en initiatieven geformuleerd die de gemeente wil inzetten om haar bijdrage te leveren aan de energietransitie, en daarbij aan te sluiten bij zowel nationale als regionale doelen. Op nationaal niveau heeft Nederland zich gecommitteerd aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord. In de Klimaatwet is vastgelegd dat Nederland in 2030 55% minder CO2 moet uitstoten ten opzichte van 1990. In 2050 is Nederland klimaatneutraal en is onze energievoorziening duurzaam opgewekt en CO2 -neutraal.

Kaag en Braassem volgt deze doelstelling. In het raadsakkoord 2022-2026 wordt namelijk het volgende benoemd: “In de Klimaatwet is vastgelegd dat Nederland in 2030 49% minder CO2 moet hebben en Kaag en Braassem zal zich daaraan moeten committeren”. Er wordt hier gerefereerd naar 49% minder CO2, omdat dit een eerdere doelstelling van het Rijk voor CO2-reductie in 2030 is geweest. Overigens betekent dit niet dat Kaag en Braassem zelf een resultaatverplichting heeft om 49% minder CO2 uit te stoten. Middels het Klimaatakkoord heeft het Rijk een breed pakket aan maatregelen en initiatieven opgezet om tot de CO2-doelstelling te komen. Dit betreffen afspraken met een grote groep belanghebbenden, waaronder de mobiliteitssector, de industrie, de land- en tuinbouwsector. Het is niet de taak voor de gemeente om binnen haar grenzen ook al deze afspraken te maken om tot een beoogde CO2-reductie te komen. Veel afspraken worden immers al op landelijk niveau gemaakt. Een van de grotere doelstellingen van het Rijk in het klimaatakkoord, is om in 2030 35 TWh aan duurzame elektriciteit op te wekken op land. Om dit te realiseren heeft het Rijk Nederland opgedeeld in energieregio’s, die samen in 2030 de 35 TWh op dienen te wekken. Om tot goede plannen te komen hebben de regio’s allen een Regionale Energie Strategieën (RES) opgesteld.

De gemeente Kaag en Braassem is onderdeel van de RES Holland-Rijnland. Binnen de RES Holland-Rijnland heeft de gemeente Kaag en Braassem zich ook gecommitteerd een aantal doelstellingen. Deze RES is dan ook leidend voor de gemeente in het bepalen van haar eigen doelstellingen. De LES van Kaag en Braassem sluit aan bij deze regionale doelen door te kijken naar de mogelijkheden voor duurzame energieopwekking in de gemeente en deze af te stemmen met de andere gemeenten in de regio. 1.2. Waarom een LES Het college wil graag tot realistische doelen voor de energietransitie komen, en een goede aanpak hoe die doelen te bereiken. Daarom is afgesproken om een Lokale Energie Strategie (LES) op te stellen; een strategisch sturingsdocument voor de gemeentelijke organisatie. De doelstellingen uit het klimaatakkoord en de RES Holland-Rijnland vormen hierin een belangrijk kader. Tegelijkertijd is verdere concretisering van deze doelen naar maatregelen binnen Kaag en Braassem nodig, en een duidelijke nulmeting hoe het energiesysteem er in Kaag en Braassem nu uit ziet, en wat er dus nog nodig is om de doelen van 2030 te bereiken. Ook onze inwoners vinden dat we aan de slag moeten met het thema duurzaamheid.

In een enquête via Kaag en Braassem Spreekt uit oktober 2020 geven 72% van de 362 deelnemers aan het heel belangrijk te vinden dat de gemeente zich actief inzet om meer duurzame energie op te wekken, en 58% het belangrijk vindt dat de gemeente energieneutraal wordt. Ook tijdens de verschillende gesprekken met inwoners en professionele 11

stakeholders komt consistent naar voren dat inwoners de energietransitie belangrijk vinden en dat de gemeente een bijdrage moet leveren aan de doelen voor duurzame opwek van energie in de regio. De LES omvat de breedte van vraag en aanbod in het gehele energiesysteem van Kaag en Braassem, het gaat dus over de verduurzaming van de vraag naar energie in de gebouwde omgeving en de mobiliteits- en land- en tuinbouwsector. Daarnaast wordt er ook gekeken naar de aanbodkant, en in hoeverre het aanbod van warmte, elektriciteit en brandstoffen binnen de gemeentegrenzen te verduurzamen zijn. Het kan goed zo zijn dat een conclusie uit de LES is dat er voor een aantal van deze aspecten nog geen grote verduurzaming mogelijk is richting 2030, omdat er bijvoorbeeld door de gemeente weinig sturingsmogelijkheid is, of er simpelweg in 2030 nog niet voldoende technische oplossingen voorhanden zijn. Daarnaast vormt het toekomstbestendig maken van de energie-infrastructuur een steeds belangrijker onderdeel van de energietransitie, omdat de transitie vraagt om een flinke uitbreiding van onze energienetten. Daarnaast zal het toekomstige systeem vragen om een brede toepassing van flexibiliteit en energieopslag, omdat energie in de toekomst meer en meer op andere momenten opgewekt zal worden, dan het wordt verbruikt.

De gemeente wil een vinger aan de pols houden en zorg dragen dat de energienetten in Kaag en Braassem ook in de toekomst betrouwbaar zullen blijven.

Figuur 2: Onderdelen van de Lokale Energie Strategie

De LES beschrijft de doelen, opties om deze doelen te behalen en voorwaarden waaraan moet worden voldaan op weg naar het behalen van de doelen. De LES is geen definitief plan voor de energietransitie of uitvoeringsprogramma om deze doelen te gaan behalen. De LES is de strategie, de uitvoering van deze strategie volgt in een fase hierna. Ook zijn er in de participatiefase vragen vanuit belanghebbenden gekomen wat er wel en niet in de LES terugkomt. Zo vroegen inwoners zich af of de LES zou leiden tot definitieve plekken voor de opwek van energie. Dit is niet zomaar mogelijk, omdat er nog veel tussenstappen zijn voordat er binnen een voorkeursgebied daadwerkelijk een opwekinstallatie staat. De figuur hieronder laat zien wat er wel en niet tot de scope van de LES behoort.

12

Figuur 3: Wat er WEL en NIET in scope van de LES is

1.3. Samenhang LES met andere opgaven Zoals hiervoor beschreven, is er een sterke samenhang tussen de RES, LES en TVW. In de RES is een aantal doelen ten aanzien van energiebesparing en opwek van duurzame elektriciteit geformuleerd, waar de gemeente Kaag en Braassem zijn handtekening onder gezet heeft. De afspraken in de RES moeten vervolgens leiden tot plannen in de individuele gemeenten binnen de regio. Deze LES vormt dus op veel punten een doorvertaling naar de rol van Kaag en Braassem binnen de RES. De TVW is ook een lokaal document van de gemeente Kaag en Braassem, en beschrijft wat de visie van de gemeente (en haar inwoners) is op de opgave om in 2050 aardgasvrij te zijn. De TVW gaat dus specifiek over de opgave om de warmtevraag te verduurzamen, terwijl de LES een gedetailleerd overzicht geeft van het complete energiesysteem, met inzichten in de totale opgave en mogelijkheden voor onze gemeente. De LES heeft daarmee een focus op elektriciteit, mobiliteit (brandstof) en warmte, waar de TVW specifiek naar warmte kijkt. Voor het warmtedeel van de LES worden inzichten uit de TVW meegenomen. De LES concentreert zich op de concrete maatregelen die de gemeente dient te ondernemen. De TVW en de Regionale Energiestrategie (RES) zijn strategische documenten, die de overkoepelende doelstellingen beschrijven.

Tijdens de uitvoeringsfase zullen deze documenten samenkomen, wat resulteert in een gecoördineerde benadering van de energietransitie. Deze integratie is niet alleen van belang voor het stroomlijnen van de inspanningen, maar ook voor het bereiken van doelstellingen die zowel op lokaal als regionaal niveau van belang zijn. De samenvoeging van de TVW, LES en RES in de uitvoeringsfase creëert een alomvattend plan dat de weg vrijmaakt voor een duurzame toekomst in de gemeente Kaag en Braassem. Met de TVW als lokale leidraad en de LES als breder kader voor het energiesysteem, wordt een solide basis gelegd voor een succesvolle en veerkrachtige warmtetransitie. Daarnaast ligt de focus van de LES op de energietransitie, maar wordt er ook gezocht naar koppelkansen met andere duurzaamheidsopgaven, zoals biodiversiteit, klimaatadaptatie en het tegengaan van energiearmoede. 1.4. Participatie tijdens de LES Een kernaspect van de energietransitie is om voor zoveel mogelijk maatschappelijk draagvlak te zorgen. Dit is daarmee voor de LES ook van belang. In de totstandkoming van de LES is er veel samengewerkt met inwoners en andere belanghebbenden. Als onderdeel van het participatieproces hebben er verschillende inwonersavonden, straatgesprekken en bijeenkomsten met maatschappelijke organisaties, ondernemers, milieuen natuurorganisaties en andere belanghebbenden plaatsgevonden.

Daarnaast zijn de uitkomsten van de LES wederom in consultatie bij de belanghebbenden gebracht. De uitvoering en uitkomsten van de participatie worden verder toegelicht in hoofdstuk 4. 13

1.5. De rol van de gemeente De verandering van het energiesysteem moet in goede banen worden geleid. De gemeente heeft hier een belangrijke taak in. De rol van de gemeente is van cruciaal belang voor het sturen, coördineren en implementeren van een effectieve transitie naar duurzame energie. De gemeente Kaag en Braassem fungeert als een centrale regisseur die de lokale energietransitie vormgeeft en aanstuurt. Het is van belang dat de gemeente een strategische planning op stelt, een visie en doelstellingen voor duurzame energie. Hierbij is het opstellen van beleid van belang om komende projecten binnen de kaders en wensen van de gemeente en haar inwoners te ontwikkelen. Daarnaast is het betrekken van lokale belanghebbenden, waaronder bedrijven, inwoners, en maatschappelijke organisaties, bij het uitvoeren van projecten in duurzame opwek van belang. Tegelijkertijd kan de gemeente zelf niet de gehele energietransitie waarmaken. Zo is er een heel aantal verduurzamingsbeslissingen die niet door de gemeente genomen kan worden, zoals het aanschaffen van een elektrische auto of warmtepomp door huishoudens, of een investeringsbeslissing van een energie coöperatie in een collectief warmtesysteem. De maatregelen die in deze LES beschreven worden, bekijken dit vanuit het perspectief van de gemeentelijke organisatie.

14

2. Het energiesysteem Een energiesysteem is de verbinding tussen de opwek van energie, het gebruik daarvan, het transport van energie en de opslag van energie. Elektriciteit en warmte zijn vormen van energie. Om in 2050 klimaatneutraal te zijn, moet het energiesysteem overgaan op het gebruik van duurzame energie. Tegelijkertijd moet het energiesysteem ook betrouwbaar en veilig zijn, en moet het efficiënt worden ingericht. Zodat het energiesysteem niet alleen betaalbaar blijft, maar ook de impact op de leefomgeving wordt beperkt. Het energiesysteem van Nederland is sterk geïntegreerd, daarmee kunnen we dus eigenlijk niet spreken van het energiesysteem in Kaag en Braassem. In de LES focussen we ons echter wel op het handelingsperspectief van de eigen gemeente. Dit houdt de complexiteit van dit vraagstuk beheersbaar, en bovendien kunnen we ons daarmee richten op wat onze eigen bijdrage aan de energietransitie is. We kijken dus in de LES naar wat er binnen de gemeentegrenzen mogelijk is. Figuur 4: Conceptuele visualisatie van een energiesysteem

In dit hoofdstuk brengen we inzicht in het energieverbruik en de opwek van energie door inwoners en ondernemers binnen de gemeente. Om de CO2uitstoot te verlagen hebben we op het gebied van energie namelijk twee knoppen om aan te draaien: •

Energiebesparing, energie die je niet verbruikt hoef je ook niet op te wekken. Door energie te besparen daalt ons totale energieverbruik en daarmee ook de CO2-uitstoot.

•

Aanbod van energie verduurzamen. De energie die we dan nog wel nodig hebben wordt duurzaam geproduceerd. Lokaal kan dit bijvoorbeeld met zonnepanelen, windturbines en mogelijk aquathermie. Landelijk ook met kernenergie en wind op zee. Verder lijkt het voor de hand liggend, maar het is belangrijk dat deze duurzame energie dan natuurlijk wel wordt verbruikt. De Cv-ketel wordt vervangen door een (hybride) warmtepomp, de benzineauto wordt vervangen door een elektrische auto en productieprocessen worden verduurzaamd.

Figuur 5: De 2 knoppen om te verduurzamen: besparing en duurzame opwek

15

2.1. Huidige situatie In Kaag en Braassem wordt gewoond, gewerkt en gereden. De energievraag in Kaag en Braassem in 2018 1 is hiernaast weergeven. Elke sector kent een eigen energievraag. In Kaag en Braassem is de energievraag vooral afkomstig uit de gebouwde omgeving, mobiliteit en land- en tuinbouw. Zij hebben allen ongeveer een kwart van de energievraag in de gemeente. De industrie speelt een nietnoemenswaardige rol, slechts 2% van de energievraag in de gemeente komt hier vandaan. Een belangrijk deel van het energieverbruik Figuur 6: Energievraag in Kaag en Braassem in 2018 uit Klimaatmonitor wordt veroorzaakt door de A4 die door Kaag en Braassem loopt (namelijk 27%). Dit energieverbruik wordt volgens de landelijke rekenmethode toegekend aan de gemeente, maar hier heeft de gemeente natuurlijk geen invloed op. Om deze reden is dit energieverbruik ook grijs gestippeld en wordt deze in de LES verder buiten beschouwing gelaten. In Kaag en Braassem is de CO2-uitstoot sinds 1990 met 24% gestegen. Hierbij wordt de uitstoot van de A4 in Kaag en Braassem wederom niet meegenomen. Deze stijging is te verklaren door een groei in het aantal inwoners (en dus huishoudens), een stijging van het energieverbruik in de gemeente per inwoner en een stijging in het (totale) energieverbruik van de glastuinbouw.

Figuur 7: CO2-uitstoot Kaag en Braassem uit Klimaatmonitor en emissieregistratie (excl. uitstoot snelwegen/A4)

De opwek van duurzame energie in de gemeente neemt gestaag toe door een toenemend aantal zonnepanelen op daken. Eind 2022 had 38% van de woningen in Kaag en Braassem zonnepanelen op het dak (bron: CBS), tegenover een gemiddelde van 25% over heel Nederland. Ook heeft Kaag en Braassem relatief meer woningen die elektrisch verwarmd worden dan de Nederlandse gemiddeldes (bron: CBS)

1 Voor de analyses en doorrekeningen van het energiesysteem in Kaag en Braassem is het Energie Transitie Model (ETM) als basis gebruikt, aangevuld

met data uit Klimaatmonitor. Het meest recente beschikbare jaar in het ETM voor Kaag en Braassem is 2018, waardoor dit het jaar waarin analyses worden getoond. Wanneer er analyses zijn uitgevoerd die relateren aan afspraken uit de RES Holland-Rijnland, is 2014 als basis genomen, omdat dit het basisjaar is waarop de RES Holland-Rijnland haar berekeningen heeft gebaseerd. Op de bepaling van doelstellingen heeft de keuze van het basisjaar geen invloed.

16

Tegelijkertijd loopt de transitie naar elektrisch rijden achter in de gemeente. Eind 2022 had 2,6% van de auto eigenaren in Kaag en Braassem een elektrische auto, ten opzichte van 3,4% in heel Nederland (bron: RDW). Netcongestie in Kaag en Braassem Op het moment van schrijven is sprake van netcongestie aan de afnamekant in Kaag en Braassem. Als het elektriciteitsnet vol zit, kunnen netbeheerders geen nieuwe aansluitingen toestaan. Aanvragers worden op een wachtlijst geplaatst en komen pas aan de beurt als er weer capaciteit is. Hetzij door uitbreiding van het netwerk, hetzij door een betere benutting van de bestaande gebruikers van het netwerk. De netcongestiesituatie in de regio rond Kaag en Braassem is hieronder visueel weergeven:

Figuur 8: In Kaag en Braassem is sprake van netcongestie aan de afnamekant, niet aan de terugleveringskant (bron: Liander) Kleurcodes: Rood = geen capaciteit, oranje = geen capaciteit, onderzoek naar oplossingen loopt, geel = beperkte capaciteit

In het grootste deel van Kaag en Braassem is inmiddels geen beschikbare netcapaciteit. Dit betekent dat grootverbruikers (aansluitingen groter dan 3x80 Ampère) die een aansluiting aanvragen of hun bestaande aansluiting willen uitbreiden niet geholpen kunnen worden totdat het net wordt uitgebreid. De knelpunten hebben geen gevolgen voor de reeds geplande woningbouwprojecten in deze gebieden en voor consumenten die stroom verbruiken of terug leveren met hun zonnepanelen. Ook is er op de grootschalige teruglevering van elektriciteit op dit moment nog geen sprake van netcongestie, maar deze situatie kan in de toekomst ook veranderen. Voor een groot deel van de plannen in deze LES is de netcongestiesituatie dus niet direct problematisch, maar de gemeente blijft deze situatie goed monitoren.

17

De netcongestiesituatie wordt opgelost op het moment dat de verschillende onderstations die Kaag en Braassem bedienen zijn uitgebreid. In Kaag en Braassem betreft dit de onderstations in Leimuiden, Alphen-West/-Centrum en Leiderdorp. De verwachting is dat deze stations zijn uitgebreid in respectievelijk 2025 (hoewel een deel van de additionele capaciteit pas in 2027/2028 vrijkomt), 2026 en 2028 2.2. Het energiesysteem van de toekomst In 2050 is Nederland klimaatneutraal en is onze energievoorziening duurzaam opgewekt en CO2-neutraal. In de toekomst zullen we (deels) de overstap maken van aardgas en benzine naar Figuur 9: In de toekomst gebruiken we meer elektriciteit afkomstig uit duurzame bronnen en minder elektriciteit. De vraag naar fossiele brandstoffen elektriciteit zal dus groeien en de vraag naar warmte en brandstof afnemen. Daarnaast zullen we de resterende warmte, brandstof en elektriciteitsvraag willen verduurzamen, bijvoorbeeld door duurzaam warmtegebruik zoals aqua- of geothermie, of duurzaam brandstofgebruik zoals waterstof of biobrandstof. Om op een verantwoorde manier met deze groei om te gaan, is het van belang om in te zetten op energiebesparing en de opwek van duurzame energie. Energiebesparing In het energiesysteem van de toekomst moet efficiënter worden omgegaan met energie. Want energie die je niet gebruikt hoeft ook niet te worden opgewekt.

Energiebesparing voor huishoudens is mogelijk door middel van isolatiemaatregelen. In de gemeente Kaag en Braassem helpen energiecoaches huiseigenaren en huurders met gratis energieadvies. Aan het einde van het jaar 2023 hebben al 250 mensen zo’n gratis energieadvies gehad! Daarnaast zijn meer dan 500 fix-team acties uitgevoerd om kleine energiebesparingen door te voeren. Het is belangrijk dat in de komende jaren nog veel meer huiseigenaren en huurders worden geholpen met onder andere het isoleren van hun woning. Ook kunnen huishoudens op hun elektriciteitsverbruik besparen door energiezuinigere apparatuur aan te schaffen. Warmte heeft echter veruit het grootste aandeel in het energieverbruik van huishoudens, dus besparing op het warmteverbruik heeft een veel groter effect op de totale besparing. Daarnaast is energiebesparing in de glastuinbouwsector belangrijk om de CO2-uitstoot terug te dringen in onze gemeente. Deze sector maakt, zoals hierboven weergeven, een groot deel uit van het totale energieverbruik in Kaag en Braassem. De ondernemers binnen de land- en tuinbouw zijn hier zelf al actief mee bezig, ook omdat besparen op energieverbruik financieel mogelijk een nuttige investering kan zijn. Voor mobiliteit is besparing vooral mogelijk door over te stappen naar elektrische auto’s, aangezien deze een stuk zuiniger zijn dan auto’s met een verbrandingsmotor.

De warmtetransitie In het toekomstige energiesysteem gebruiken we duurzame warmte voor het verwarmen van woningen en kassen en voor het gebruik van warmte in industriële processen. Dit betekent dat we moeten afstappen van het gebruik van gas. In de Transitievisie Warmte is al onderzoek gedaan naar de meest waarschijnlijke alternatieven voor gas in Kaag en Braassem. Kaag en Braassem kent geen dichtbebouwd stedelijk of industrieel gebied. De warmtevraagdichtheid in Kaag en Braassem is daardoor relatief laag. Dit betekent dat kleinschalige en individuele oplossingen in onze gemeente het meest geschikt zijn, zoals warmtepompen, zonthermische panelen en kleinschalige

18

warmtenetten. Individuele oplossingen bieden voor nu, en in de nabije toekomst, de laagste kosten. Meer informatie over aardgasvrij Kaag en Braassem is te vinden in de Transitievisie Warmte. Dit betekent overigens niet dat er geen collectieve oplossingen mogelijk zijn. Kleinschalige collectieve warmtesystemen kunnen ook in Kaag en Braassem van de grond komen. Wel is een actieve participatie van de maatschappij daarbij van belang, omdat zij zich bewust moeten zijn van het feit dat de kosten hiervoor zeer waarschijnlijk hoger liggen dan individuele oplossingen. In Kaag en Braassem blijkt er bijvoorbeeld technische potentie te zijn voor kleinschalige warmtenetten op basis van aquathermie uit de Braassemermeer, maar is uit eerder onderzoek gebleken dat dit economisch gezien lastig rendabel te krijgen is. De warmtetransitie kan mogelijk worden vertraagd door netcongestie (zie hoofdstuk 2.1). Het elektriciteitsnet is overbelast waardoor er op dit moment geen aansluitingen mogelijk zijn voor collectieve warmtepompen en WKOsystemen voor nieuwbouw. Individuele warmtepompen kunnen vooralsnog wel gewoon worden geïnstalleerd. Verduurzaming van mobiliteit en transport In de toekomst rijden auto’s, bestelbusjes en vrachtwagens op elektriciteit en waterstof. Al vanaf 2035 mogen er in Europa geen nieuwe auto's met verbrandingsmotoren (benzine/diesel) worden verkocht.

19% van het energieverbruik in Kaag en Braassem komt uit lokale mobiliteit en transport. De gemeente stuurt op de verduurzaming van mobiliteit en transport door het plaatsen van openbare laadpalen om zo de overstap naar elektrisch rijden aantrekkelijker te maken. Ook is naast het lokale vervoer een additionele 27% van het energieverbruik afkomstig van snelwegvervoer, echter heeft de gemeente hier geen invloed op. Om die reden wordt dit niet meegenomen in de LES. De verduurzaming van mobiliteit en transport wordt momenteel vertraagd door netcongestie (zie ook H2.1). Het elektriciteitsnet is overbelast waardoor er op dit moment geen aansluitingen mogelijk zijn voor snellaadinfrastructuur. Op dit moment is het nog wel mogelijk voor particulieren om een laadpaal te realiseren. Duurzame opwek van elektriciteit De verduurzaming van de warmtevraag (door middel van warmtepompen) en de brandstofvraag (door middel van elektrische auto's) zal in de toekomst leiden tot een fors hogere elektriciteitsvraag dan nu, ondanks de mogelijkheden voor energiebesparing. Meer opwek van duurzame elektriciteit is dus noodzakelijk om de duurzaamheidsdoelstellingen te behalen. Landelijk gebeurt dat met kernenergie en wind op zee. Maar ook lokaal is de opwek van duurzame elektriciteit belangrijk. Met zonnepanelen op daken, zonneparken en windturbines.

Het is belangrijk dat er ook in onze gemeente locaties gevonden worden waar schone energie opgewekt kan worden. We gaan kijken wat waar mogelijk is en houden rekening met ons landschap en onze inwoners. Lees meer hierover in bijlage 1. Daarnaast is het belangrijk dat er in het toekomstige energiesysteem goed wordt nagedacht over de koppeling van vraag en aanbod. Zeker ook wat betreft de opwek van zonne-energie op daken. Door meer energie te gebruiken op de momenten dat deze wordt opgewekt vermindert de druk op het elektriciteitsnet en hoeft ook minder elektriciteit te worden opgeslagen in batterij-systemen. Energie-infrastructuur Ons energiesysteem verandert, zowel bovengronds als ondergronds. Er is meer energie-infrastructuur nodig in de vorm van transformatorstations, transformatorhuisjes en kabels en leidingen voor het transport van elektriciteit en warmte. Zoals beschreven in hoofdstuk 2.1 vormen een aantal onderstations inmiddels een knelpunt, maar worden deze door Liander in de komende jaren uitgebreid. Hiermee ontstaat tussen 2025 en 2028 geleidelijk aan weer ruimte op het net. Daarnaast zal Liander de komende jaren ook werken aan de uitbreidingen van de laag- en middenspanningsnetten.

Ook zal opslag van energie, wanneer het energiesysteem gekenmerkt wordt doordat er niet altijd energie geproduceerd wordt wanneer er ook vraag naar is, in de toekomst een belangrijke rol spelen. Zo zal warmte vooral in de zomer opgewekt worden, maar in de winter gebruikt. Elektriciteit uit wind en zon wordt opgewekt wanneer de zon schijnt en de wind waait, maar kan juist op en ander moment nodig zijn. Opslag wordt nu nog 19

vooral toegepast in de vorm van elektrische batterijen (in grootschalige toepassing, of op kleinere schaal voor een buurt of één woning), maar toepassingen als warmtebatterijen (zoals een zoutbatterij of een e-boiler), persluchtopslag, flowbatterijen en waterstofopslag zijn volop in ontwikkeling. Ook in Kaag en Braassem wordt er daardoor in ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden met de ruimteclaims die opslag in de toekomst kan veroorzaken.

Figuur 10: Ligging en servicegebieden van de onderstations van Liander binnen de gemeente (het blauw gekleurde gebied). De paarse kleur bij Oegstgeest geeft aan dat er capaciteit op dat onderstation voor afname is. In Kaag en Braassem hebben de vlakken van de bedienende onderstations geen kleur, wat aangeeft dat er dus netcongestie is in Kaag en Braassem.

20

3. De Lokale Energie Strategie De LES van Kaag en Braassem bevat drie onderdelen. Ten eerste, haalbare doelstellingen. Ten tweede, de randvoorwaarden waar deze doelen binnen kunnen worden bereikt. Tot slot, de routekaart, de strategie om deze doelen te verwezenlijken. Dit bestaat uit een aantal concrete initiatieven waar de gemeente zich tot 2030, het moment waarop de doelen behaald dienen te zijn, op kan richten. De strategie is daarmee nadrukkelijk een lange-termijn document, en vormt het fundament voor de vertaling naar de uitvoering voor de korte en middellange termijn. Deze korte en middellange plannen krijgen in gemeentelijke organisaties vaak de vorm van uitvoeringsprogramma, wat een logische volgende stap na deze LES is. De initiatieven worden gecombineerd met een aantal randvoorwaarden, die de keuzes binnen de initiatieven moeten begeleiden. 3.1 Doelstellingen voor de energietransitie De RES Holland-Rijnland, waar Kaag en Braassem onderdeel van is, heeft als doelstelling genomen om in 2050 ‘een energieneutrale regio’ te zijn. Energieneutraliteit houdt in dat alle energie die binnen de regiogrenzen gebruikt wordt, ook hier opgewekt wordt. De gemeente zelf heeft nog geen uitspraken voor 2050 gedaan. Voor 2030 wil Kaag en Braassem de doelstelling uit de RES ook volgen, waarmee een eerste stap gezet wordt richting het einddoel van 2050.

De doelstellingen in deze LES sluiten dan ook zoveel mogelijk aan bij de gestelde doelen in de RES, namelijk een lokale doorvertaling van de bespaar- en opwekdoelstelling uit de RES. De doelstellingen voor Kaag en Braassem staan in de tabel hieronder weergeven, en worden in de komende paragrafen in meer detail toegelicht.

Besparing

Opwek

Warmte

20% (op warmtevraag van woningen)

Ondersteunen van één collectieve warmtepilot

Mobiliteit

11%

nvt

Elektriciteit

nvt

0,09 TWh

Tabel 1: Doelstellingen voor de energietransitie in Kaag en Braassem t/m 2030

3.1.1

Energiebesparing

Besparing van 20% op warmtevraag in woningen Kaag en Braassem wil, naast zelf energie duurzaam opwekken, ook inzetten op energiebesparing. Energie die we niet gebruiken, hoeven we immers niet zelf op te wekken. Voor de besparingsdoelstellingen volgt Kaag en Braassem de lijn die is ingezet in de RES. De RES heeft als doelstelling om 15% in de gebouwde omgeving te besparen ten opzichte van 2014. De energievraag van de gebouwde omgeving bestaat uit voornamelijk woningen, en een kleiner deel utiliteitsbouw (bijv. scholen en winkels). Land- en tuinbouw wordt hier niet in meegenomen, dit is een aparte categorie. De energievraag van woningen bestaat dan weer voornamelijk uit warmte (ongeveer 80%), en een kleiner deel elektriciteit. Om dus snel een slag te slaan op besparen in de gehele gebouwde omgeving, is dit het effectiefst te bereiken door de warmtevraag van woningen aan te pakken. Dit kan door te isoleren. Om die reden vertalen wij de bredere RES-doelstelling van 15% in de gehele gebouwde omgeving, naar een meer gerichte besparingsdoelstelling van 20% op de warmtevraag van woningen. Met een besparing van 20% op de warmtevraag van woningen, kunnen we namelijk 15% op de totale energievraag in de gebouwde omgeving besparen.

Ter illustratie een rekenvoorbeeld: om deze 20% warmte te besparen bij de woningen in Kaag en Braassem dienen er ongeveer 2.000 huizen volledig geïsoleerd te worden. Dit komt neer op 20% van alle woningen in Kaag 21

en Braassem. Dit is een rekenvoorbeeld, omdat er hierbij nog geen besparing binnen de utiliteitsbouw is meegenomen. De besparing die daar wordt gerealiseerd, hoeft niet meer binnen woningen te worden behaald. Besparing van 11% in de mobiliteit Om de verduurzaming van de mobiliteitssector te versnellen willen we in 2030 11% energie besparen ten opzichte van het energieverbruik in 2014, in lijn met de doelstelling binnen de RES. Tot 2030 zal de mobiliteitssector vooral elektrificeren, terwijl toepassingen van waterstof pas na 2030 op enige schaal verwacht wordt. Elektrische voertuigen zijn ook zuiniger dan fossiele voertuigen, dus de besparing kan behaald worden door het verder elektrificeren van de mobiliteitssector. Om 11% energie te besparen, zal ongeveer 15% van de benzineauto’s in Kaag en Braassem moeten elektrificeren. Ter referentie, in Kaag en Braassem had eind 2022 2,6% van alle voertuigbezitters een elektrische auto. Geen doelstelling glastuinbouw Voor de glastuinbouwsector, de andere grote energie verbruikende sector in Kaag en Braassem, is geen doelstelling met betrekking tot besparing vanuit gemeentelijke oogpunt bepaald. Dit heeft een aantal redenen. Allereerst is de glastuinbouwsector goed georganiseerd, en hebben zij als sector zelf afspraken gemaakt met het Rijk met betrekking tot verduurzaming.

Zo wil de sector in 2040 klimaatneutraal zijn en daarbij 35% minder energie verbruiken (dan in 2015). We zien dan ook terug, o.a. in gesprekken met de lokale glastuinbouwsector, dat zij goed in staat zijn eigen initiatieven op te zetten om dit te realiseren. Er is dus minder sturing vanuit de gemeente nodig, de gemeente wil vooral kijken hoe ze de glastuinbouwsector kan ontzorgen in het behalen van haar doelstellingen. Daarnaast is het voor de glastuinbouwsector in Kaag en Braassem op dit moment nog onvoldoende duidelijk welke transitiepad zij heeft naar klimaatneutraliteit. Een grootschalig warmtenet of een aansluiting op de waterstof backbone is voor nu nog niet voorzien, en lijkt door de kleine schaal van de glastuinbouwsector ook (op korte termijn) niet logisch. Technologische opties zullen zich nog verder moeten ontwikkelen om ook een realistisch alternatief voor glastuinbouw in Kaag en Braassem te worden. 3.1.2

Opwek van duurzame energie

0,09 TWh aan duurzame grootschalige elektriciteit Via de RESsen werken de gemeenten aan de energietransitie in Nederland. Alle RESsen in Nederland hebben samen de doelstelling om 35 TWh aan elektriciteit op land te realiseren. Dit betreft de doelstelling uit het klimaatakkoord. De RES Holland-Rijnland, en daarbinnen de gemeente Kaag en Braassem, wilt hier ook een bijdrage aan leveren. Daarmee is de realisatie van opwek van duurzame elektriciteit ook één van de primaire maatregelen in de LES voor de gemeente Kaag en Braassem tot 2030. Zoals in bijlage 1 verder beschreven, kan Kaag en Braassem met het plaatsen van zonnepanelen op dak een heel eind komen, maar zijn er ook grootschalige opweklocaties nodig. Tot grootschalige opwek wordt wind, zon op land, en zon op grote daken (>15 kWp) gerekend. De opwekdoelstelling voor Kaag en Braassem in 2030 is afgeleid van de opwekdoelstelling voor grootschalige elektriciteit in de RES Holland-Rijnland. In 2030 wil de RES 1,05 TWh aan duurzame elektriciteit opwekken. Het aandeel van Kaag en Braassem in het energieverbruik van de RES Holland-Rijnland is ongeveer 9%. Als we dit aandeel ook toepassen op de opwekdoelstelling in de RES, komt dat neer op 0,09 TWh (of 329 TJ) aan duurzame grootschalige elektriciteit.

Voor kleine systemen, zoals zonnepanelen op kleine daken (minder dan 40 panelen) of erfmolens, gaat het Rijk uit van autonome groei en telt deze systemen daarom niet mee in dit getal. In hoofdstuk 5 laten we wel zien dat zonnepanelen op dak wel sterk bijdragen aan het doel van energieneutraliteit. Voor de LES geldt wel dat de gemeente de groei van dit soort systemen mogelijk wil maken, omdat alle kleine beetjes helpen, en deze kleine systemen bovendien helpen om inwoners en ondernemers hun individuele energieverbruik snel te laten verduurzamen. De gemeente wil dan ook via energiecoaches inzicht blijven bieden in de mogelijkheden tot het 22

plaatsen van zonnepanelen en erfmolens. Specifiek voor erfmolens wil de gemeente het voor agrariërs mogelijk maken om ook grotere erfmolens (tot 25m hoogte) op hun erf te plaatsen.

Figuur 11: Opwekdoelstelling Kaag en Braassem op basis van een evenredige verdeling in het energieverbruik in de RES HollandRijnland (hierbij is gekeken naar totale energieverbruik, dus inclusief energiegebruik als gevolg van mobiliteit op de A4)

Ondersteunen van één grootschalige duurzame warmte pilot in de gemeente Zoals in de Transitie Visie Warmte van Kaag en Braassem is aangegeven, is het in Kaag en Braassem minder waarschijnlijk dat grote collectieve systemen zoals warmtenetten ontwikkeld zullen worden. Doordat de warmtedichtheid in Kaag en Braassem, als een landelijke gemeente met kleine kernen, laag is, liggen de kosten hiervoor zeer waarschijnlijk hoger dan individuele all-electric alternatieven zoals een hybride warmtepomp. Dit betekent echter niet dat er geen collectieve systemen mogelijk zijn. De gemeente wil daarom onderzoeken hoe haalbaar en realistisch een kleinschalig collectief duurzame warmtesysteem in Kaag en Braassem is, middels het ondersteunen van maatschappelijke initiatieven in een pilot. Een dergelijke pilot kan ofwel ingezet worden om de warmtevraag in de glastuinbouwsector te verduurzamen, of de gebouwde omgeving in Kaag en Braassem duurzaam te verwarmen. Ondersteunen betekent hierin dat de gemeente dit zelf niet actief opzet, maar wel de zoveel mogelijk ondersteuning biedt wanneer een dergelijk initiatief uit de samenleving komt. De reden dat de gemeente dit zelf niet opzet is omdat individuele systemen waarschijnlijk goedkoper zijn dat een collectief systeem, zoals in de TVW wordt beschreven.

Hierdoor dienen de inwoners en ondernemers actief mee te willen draaien in een dergelijk initiatief, omdat er anders lastig draagvlak te organiseren is. 3.2 Randvoorwaarden Om de realisatie van de energietransitie in Kaag en Braassem in goede banen te geleiden, is er een aantal randvoorwaarden opgesteld die de keuzes die de gemeente maakt moet begeleiden. De volgende 3 randvoorwaarden zijn in het proces van de LES opgesteld: •

Een goede balans tussen flexibiliteit en doelmatigheid;

•

Landschap als startpunt bij realiseren grootschalige opwek;

•

Maatschappelijk draagvlak maximaliseren.

De randvoorwaarden worden hieronder verder in detail toegelicht: Randvoorwaarde 1: Een goede balans tussen flexibiliteit en doelmatigheid

23

Goede resultaten in de energietransitie worden bereikt door een evenwichtige balans tussen flexibiliteit en doelmatigheid. Flexibiliteit stelt in staat om adaptief om te gaan met (technologische) veranderingen, terwijl doelmatigheid ertoe leidt dat er nu al strategische keuzes worden gemaakt om tussenliggende doelen te bereiken. Aangezien nieuwe technologieën zich ontwikkelen die mogelijk tegen 2030 kunnen concurreren met huidige bewezen technieken, is het streven om de optie open te houden over te schakelen naar deze technologieën zodra ze economisch haalbaar zijn. Tegelijkertijd wordt er nu actie ondernomen door te investeren in bewezen technieken zonder af te wachten, dit gezien de urgentie van de energietransitie. Door eerst te richten op de doelstelling voor 2030 en vervolgens die voor 2050, blijft flexibiliteit behouden om op een later moment bij te sturen en aanpassingen door te voeren. Randvoorwaarde 2: Landschap als startpunt bij realiseren grootschalige opwek De zoektocht naar locaties voor grootschalige energieopwekking in de gemeente Kaag en Braassem is vooral een ruimtelijke uitdaging, zoals benadrukt tijdens gesprekken met inwoners en stakeholders. Om zorgen over uitvoering, met name landschapsaantasting en 'horizonvervuiling', aan te pakken, neemt de gemeente het landschap als startpunt voor ontwikkeling.

De focus ligt daarbij op toepassing binnen landschappelijk geschikte gebieden. Dit betekent dat gebieden niet zomaar vol gezet mogen worden met windmolens en zonnepanelen, maar dat de doelstelling van de gemeente rekening houdt met wat er in het landschap mogelijk is. Ook mag het niet zo zijn dat er willens en wetens ontwikkelingen plaatsvinden in landschappen die niet geschikt zijn. Welke gebieden binnen de gemeente geschikt zijn wordt verder uitgewerkt in bijlage 1. Door ontwerp en plaatsing ook af te stemmen op de natuurlijke omgeving, wordt esthetische waarde behouden, wat niet alleen de acceptatie bevordert maar ook duurzame co-existentie tussen hernieuwbare energieprojecten en natuurlijke omgeving stimuleert. Randvoorwaarde 3: Maatschappelijk draagvlak maximaliseren Maatschappelijk draagvlak blijft een cruciaal aspect voor het succes van de energiestrategie. Inwoners hebben de mogelijkheid om via participatie beleid en keuzes te sturen. Daarnaast kan de overheid zelf niet alles realiseren wat er nodig is om de energietransitie te laten slagen. Initiatieven vanuit inwoners en bedrijven zijn simpelweg nodig. Dit betekent ook dat we initiatieven die vanuit de samenleving komen zoveel mogelijk willen stimuleren, mits ze binnen de gestelde kaders passen.

Actieve betrokkenheid van inwoners en belanghebbenden, in combinatie met transparante communicatie over de herziene randvoorwaarden, vergroot begrip en acceptatie. Dit draagt niet alleen bij aan een succesvolle implementatie maar versterkt ook het gemeenschapsgevoel rond duurzame energie-initiatieven. Om maatschappelijk draagvlak te vergroten worden in hoofdstuk 4 een aantal voorstellen gedaan, zoals het opzetten van een doorlopend participatieproces, en het voorwaardelijk maken van lokaal eigendom en financiële participatie als onderdeel van initiatieven in de energietransitie. 3.3 De routekaart De volgende 5 initiatieven vormen de lokale energie strategie voor de gemeente Kaag en Braassem, en zijn de focusgebieden voor het behalen van de gestelde doelen uit hoofdstuk 3.1. Voor een aantal van deze initiatieven geldt dat er door de gemeente al aan gewerkt wordt of de gemeente dit op korte termijn, ook zonder de LES, al van plan was. Het idee achter de LES is om echter één integraal overzicht te creëren van de prioriteiten voor de gemeente in de energietransitie tot en met 2030. Daarom staan deze prioriteiten ook in deze strategie, en kunnen als ‘dubbelop’ gezien worden. De indeling van de initiatieven is niet willekeurig. De ordening is gedaan op basis van de te verwachten impact op de CO2-uitstoot in Kaag en Braassem.

Voor initiatief 1 is dus de hoogste impact te verwachten, voor initiatief 5 de laagste. Indien de gemeente een prioritering in de initiatieven wil aanbrengen, of keuzes moet maken, kan hier rekening mee gehouden worden. De vijf initiatieven uit de routekaart zijn als volgt:

24

•

Regisseren van grootschalige opwek van elektriciteit in de gemeente;

•

Een wijkgericht isolatieprogramma om als gemeente te sturen op het isoleren van huizen;

•

Stimuleren van lokale energie coöperaties en individuele verduurzamingkeuzes door inwoners en andere belanghebbenden;

•

Ondersteunen van één door de maatschappij opgezet pilotproject in duurzame warmte of verduurzaming glastuinbouw, naast het doorzetten van het uitvoeringsprogramma uit de TVW;

•

Het goede voorbeeld geven als gemeente.

De initiatieven worden hieronder in verder detail toegelicht: Initiatief 1: Regisseren van (grootschalige) opwek van duurzame elektriciteit in de gemeente Naast het verzoek om een routekaart op te stellen voor 2030, heeft de Raad het college ook verzocht om met nieuwe zoekgebieden voor grootschalige opwek in Kaag en Braassem te komen. Dit als reactie op het schrappen van de zoekgebieden voor Kaag en Braassem uit de RES door de Raad. In de LES is dit verzoek opgepakt middels de uitwerking van nieuwe zoekgebieden. In bijlage 1.6 wordt het voorkeursscenario voor opwek binnen de gemeente verder beschreven, waarmee de vraag wordt beantwoord waar opwek in de gemeente kan plaatsvinden. Om te zorgen dat de gemeente van scenario naar realisatie kan gaan, dient de gemeente hier de komende tijd ook de regie in te nemen. Het is duidelijk dat de gemeente hier een stevige rol in moet nemen, omdat er tot dusver nog geen realisatie van grootschalige opwek op land in de gemeente tot stand is gekomen. Overigens impliceert dit niet dat er geen initiatieven naar voren gekomen zijn, maar dat de uitvoering op bepaalde punten stokt. De figuur hieronder schetst het voorkeursscenario voor Kaag en Braassem. In bijlage 1.6 is een betere leesbare versie van deze kaart te zien.

Figuur 12: Voorkeursscenario en zoekgebieden voor Kaag en Braassem

Het voorkeursscenario past goed bij de landschappelijke en culturele kenmerken van de gemeente. In het scenario is er door een kleinschalige en praktische aanpak veel ruimte voor lokale initiatieven. De grootschalige opwek van elektriciteit met zonneparken en windturbines is noodzakelijk omdat de opwek met zonnepanelen op 25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=90784564-40ee-4ae0-b348-077419ba2ba1