CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

Water- en rioleringsprogramma IJsselstein 2024-2028

Commissie Ruimte 17 september 2024, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: 22:30 uur Raadsvoorstel Vaststellen Water- en Rioleringsprogramma (WRP) 2025-2028 IJsselstein17.502 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De gemeente treft maatregelen die doelmatig zijn en niet tot de verantwoordelijkheid van het waterschap en de provincie behoren. We beoordelen de doelmatigheid van grondwatermaatregelen per locatie met behulp van de volgende vragen: Zijn de grondwaterstanden structureel hoog? Wanneer de representatieve grondwaterstand voor een gebied hoger is dan 0,70 meter onder maaiveld, beoordeelt de gemeente dat als hoog met een risico op overlast afhankelijk van de functie die het gebied heeft (zoals wonen, landbouw). Als representatieve waarde geldt de waarde die in een hydrologisch jaar (van 1 april t/m 31 maart) in 10 procent van de tijd wordt overschreden. Waar leiden de hoge grondwaterstanden tot structureel nadelige gevolgen voor de functies van het perceel? Er is volgens de gemeente sprake van nadelige gevolgen, wanneer bij de invulling van de gebiedsfunctie hinder wordt ondervonden van grondwater. De normale functievervulling, bijvoorbeeld wonen of ‘boeren’ is daardoor (tijdelijk) niet of slechts gedeeltelijk mogelijk.

Wat is het effect van grondwatermaatregelen in de openbare ruimte op de grondwaterstand (bij woningen) bij de laagst mogelijke (verantwoorde) hoeveelheid af te voeren water (afvoerniveau)? Worden met een dergelijke verlaging van de grondwaterstand structureel nadelige gevolgen effectief verholpen? Kan het probleem worden opgelost vanuit het openbaar terrein? Wat zijn de (globale) investerings- en beheerkosten van de maatregelen in relatie tot de bovengenoemde aspecten en de kosten van maatregelen binnen particuliere percelen (zoals bouwkundige maatregelen of drainage op eigen perceel, door de eigenaren zelf uit te voeren)?

De gemeente maakt dus per locatie de afweging wanneer maatregelen getroffen worden tegen te hoge of te lage grondwaterstanden. Daarbij houdt zij rekening met de kosten en verschillende randvoorwaarden (zoals een duurzaam watersysteem, leefomgeving, functie van een gebied, milieu, natuur, volksgezondheid). De gemeente heeft daarbij geen resultaatsverplichting om het gewenste grondwaterpeil te handhaven. Grondwateroverlast Om te bepalen of er sprake is van structurele grondwateroverlast of -onderlast die nadelige gevolgen voor de perceelsfunctie heeft, kijken wij naar het volgende: de gebruiksmogelijkheden van een perceel of pand moeten aantoonbaar verminderd zijn, door een structureel te hoge of te lage grondwaterstand; of: de waarde van een perceel of pand moet aantoonbaar verminderd zijn, door een structureel te hoge of te lage grondwaterstand. Dit komt erop neer dat er een probleem moet zijn. Voorbeelden hiervan zijn: bomen vallen om, de openbare weg verzakt, schimmels op de muren in woonkamers, te hoge luchtvochtigheid in de woonkamer door grondwater, aantasting houten constructievloer, droogstand van houten paalfundering, zetting van de grond. Natte kruipruimten en lekke kelders zijn veel voorkomende problemen. Een natte kruipruimte wordt niet als belemmering van de functie ’wonen’ beschouwd, als dit geen gevolgen heeft voor de verblijfsruimtes erboven.

Een lekkende kelder wordt als bouwkundig probleem beschouwd en niet als grondwaterprobleem. Om transparantie te bieden en inwoners te ondersteunen, hebben we een grondwaterloket op onze website opgezet. Dit maakt deel uit van onze inspanningen om effectief te communiceren met de inwoners. Wij beoordelen of er sprake is van structurele grondwateroverlast en -onderlast door eventuele nadelige gevolgen te relateren aan metingen van structureel te hoge of structureel te lage grondwaterstanden. Kortom, we zoeken naar een duidelijk verband tussen de klachten en de grondwaterstand. Dat is maatwerk. Hierbij houden we rekening met de streefwaarden voor de grondwaterstanden, als daar niet aan wordt voldaan is het meer aannemelijk dat er sprake is van overlast. Om te kijken of dit structureel is, houden we minimaal 30 aaneengesloten dagen per jaar moet plaatsvinden over een periode van 3 jaar. Tabel 2 Streefwaarden grondwaterstand Gebruiksfunctie

Maximale grondwaterstand

Minimale grondwaterstand

Bebouwing met kruipruimte

0,9 m onder vloerpeil uitgaande van een kruipruimte tot 0,5 m onder vloerpeil

0,3 m onder oppervlaktewaterpeil in de wijk

Bebouwing zonder kruipruimte

0,5 m onder vloerpeil

0,3 m onder oppervlaktewaterpeil in de wijk

Tuinen

0,5 m onder maaiveld

0,3 m onder oppervlaktewaterpeil in de wijk

Industriegebied

0,5 m onder vloerpeil

0,3 m onder oppervlaktewaterpeil in de wijk

primair secundair

- 1,0 m onder wegas - 0,7 m onder wegas

0,3 m onder oppervlaktewaterpeil in de wijk

Overig verhard openbaar gebied

0,5 m onder maaiveld

0,3 m onder oppervlaktewaterpeil in de wijk

Openbaar groen en parken

0,4 m onder maaiveld

0,3 m onder oppervlaktewaterpeil in de wijk

Wegen -

Gebruiksfunctie

Maximale grondwaterstand

Minimale grondwaterstand

Overige perceelsfuncties

maatwerk

maatwerk

Doelmatige maatregelen Particulieren met aantoonbare grondwateroverlast die het teveel aan grondwater redelijkerwijs niet zelf kunnen afvoeren, kunnen dit aanbieden aan ons als gemeente. Dit staan we toe als bouwkundige maatregelen, het ophogen van het terrein of de afvoer van overtollig grondwater naar een aangrenzende watergang geen realistische oplossingen zijn. Wij nemen het overtollig grondwater in ontvangst op de perceelgrens. De aansluitkosten zijn op rekening van de aanvrager. Ontwatering nieuwbouw De bodemgesteldheid en waterdoorlatendheid kunnen lokaal en regionaal sterk verschillen. We kijken zoals gezegd per gebied hoeveel ontwatering nodig is. Bij nieuwbouw zorgen we voor een ontwateringsdiepte die het risico op grondwater over- of onderlast minimaliseert. Bovenstaande ontwateringsdiepten beschouwen we als een inspanningsplicht. We kunnen als gemeente niet verantwoordelijk worden gesteld voor het handhaven van de genoemde waarden voor bestaande situaties. Door bij nieuwbouwsituaties, bijvoorbeeld kruipruimteloos te bouwen, beperken we het risico op grondwateroverlast verder.

Figuur 9 Begrippen van het grondwater Handelen bij grondwaterproblemen We beschouwen grondwateroverlast als structureel, als er én gedurende een aantal aaneengesloten jaren (3-5 jaar) te hoge grondwaterstanden worden gemeten én meerdere (relevante) meldingen over grondwateroverlast zijn geregistreerd. Als er sprake is van structureel nadelige gevolgen vanwege de grondwaterstand nemen we als gemeente (op termijn) maatregelen om de afvoer van het overtollige grondwater te verbeteren. Grondwatermaatregelen voeren we, wanneer mogelijk, uit in combinatie met afkoppelen, rioolvervanging of herinrichting van de openbare ruimte. Als gemeente nemen we maatregelen als beide stellingen van toepassing zijn: Maatregelen op het openbaar terrein voorkomen schade als gevolg van grondwater. De investerings- en exploitatiekosten van de maatregelen voor de gemeente staan in verhouding tot (eventueel toekomstige) kosten van maatregelen door perceeleigenaren of eventueel te verwachten schadekosten. Bij erkende probleemgebieden, waarin de grondwaterstand structureel nadelige gevolgen heeft, leggen we drainage aan tegelijk met andere (waterhuishoudkundige) werkzaamheden in het gebied. Het beheer en onderhoud van de drainagestelsels vraagt in de toekomst meer aandacht. Particulieren zijn zelf verantwoordelijk voor grondwater op eigen terrein.

Van eigenaren verwachten we dat deze bij eventuele grondwaterproblemen de vereiste (waterhuishoudkundige en/of bouwkundige) maatregelen nemen op hun eigen perceel. De gemeente geeft de eigenaar desgewenst voorlichting over te nemen maatregelen.

Voorkomen van grondwaterverontreiniging De bescherming van het grondwater is opgenomen in de Omgevingsverordening Utrecht 2022. Deze bescherming is geregeld door grondwaterbeschermingsgebieden aan te wijzen. In voorkomende gevallen verwijzen we naar deze verordening. De Omgevingsdienst handhaaft hierop namens de gemeente. Monitoren Met ons grondwatermeetnet verzamelen we informatie over grondwaterstanden. Via doorlopende digitale peilbuismetingen houden we een vinger aan de pols. Binnen de regio streven we ernaar om de meetgegevens onderling te delen en op uniforme wijze voor partners beschikbaar te houden. Grondwaterstanden kunnen op korte afstand sterk verschillend zijn, onder meer door de opbouw van grondlagen. Een grondwatermeetnet geeft daarmee een indicatie van grondwaterstanden in de gemeente en maakt duidelijk welke fluctuaties er zijn in de grondwaterstanden. Grondwater en klimaat Droogte en wateroverlast in het bebouwde gebied pakken we binnen de regio in samenhang op. We zijn ons ervan bewust dat klimaatverandering effect heeft op de grondwaterstanden. We verkleinen de kwetsbaarheden voor klimaatverandering door specifieke aandacht te geven aan waterberging, waterafvoer, waterkwaliteit, stijgend grondwater, droogteschade aan groen, paalrot en bodemdaling.

Bij herinrichting en nieuwbouw hanteren we ten aanzien van droogte en wateroverlast de klimaatbestendige uitgangspunten van het basisveiligheidsniveau. Naar verwachting zal door droogte in de zomer de gemiddelde grondwaterstand dalen. Daartegenover staat wel dat door extreme zomerse buien flinke fluctuatie op kan treden in de grondwaterstanden. Bovendien worden de winters steeds natter, met als gevolg een hogere gemiddelde grondwaterstand in de winter. De precieze invloed van klimaatverandering op de grondwaterstanden in stedelijk en landelijk gebied is echter nog lastig in te schatten.

Uitgangspunten droogte volgens de Klimaatvisie 2023-2026 Bij langdurige droogte (potentieel maximaal neerslagtekort 300mm, eens per 10 jaar) wordt schade aan bebouwing, wegen, groen en vitale en kwetsbare functies (infrastructuur, ziekenhuizen etc.) voorkomen. De verwachte grondwaterstanden en de zoetwaterbeschikbaarheid zijn sturend voor de inrichting van het plangebied. Per gebied worden een restzettingseis en bijbehorende set van maatregelen tegen bodemdaling gekozen. Deze zijn over de levensduur van 60 jaar maatschappelijk het meest kosteneffectief. Een restzettingseis geeft aan hoeveel centimeter de grond maximaal nog mag zakken in een afgesproken periode als de grond gestort is. Vitale en kwetsbare functies moeten bestand zijn tegen langdurige droogte Beheer en onderhoud van drainagestelsels Het beheer en onderhoud van drainagestelsels is van vitaal belang voor het effectief afvoeren van overtollig water en het voorkomen van wateroverlast. Bestaande systemen worden regelmatig onderhouden om verstoppingen te voorkomen en de optimale werking te waarborgen. Ook wordt de functionaliteit regelmatig gecontroleerd.

In de toekomst is investering in nieuwe drainagestelsels noodzakelijk, ontworpen met het oog op veranderende klimaatomstandigheden. Duurzaamheid en milieuvriendelijkheid zullen centraal staan, bijvoorbeeld door het gebruik van permeabele materialen en het bevorderen van infiltratie van regenwater in de bodem.

4.5 Zorgplicht drinkwater Beschermen van drinkwaterbronnen In het MIJN-gebied liggen 4 drinkwaterwinningen. De Cornelis Biemond winning is een oppervlaktewaterwinning, waarvoor water uit de Lek wordt gebruikt. De andere drinkwaterwinningen zijn grondwaterwinningen. Een verontreiniging van het grondwater kan problemen geven voor de kwaliteit van het drinkwater. Rondom drinkwaterwinningen zijn we daarom extra waakzaam. We volgen de provinciale regelgeving en kijken zelf of we aanvullende maatregelen moeten treffen om de kwaliteit van het drinkwater te beschermen. Dit kan verband houden met riolering, bijvoorbeeld door vaker te controleren op lekkende rioolbuizen. Aangezien de provincie aangeeft dat geen van de drinkwaterwinningen ’kwetsbaar’ is, zien we op dit moment geen aanleiding voor aanvullende maatregelen. De kwaliteit van het drinkwater wordt beïnvloed door bovengrondse activiteiten. Binnen het grondwaterbeschermingsgebied zijn er daarom strenge eisen aan mogelijke verontreinigende activiteiten. Het is soms ook mogelijk dat verontreiniging van buiten de beschermingszone via het oppervlaktewater toch in het gebied terechtkomt. Elke verontreiniging van het oppervlaktewater wordt daarom snel aangepakt.

4.6 Bodemdaling Bodemdaling vormt een groeiende uitdaging voor stedelijke gebieden en heeft gevolgen voor stedelijk waterbeheer en klimaatadaptatie. Zenderpark is hiervan een voorbeeld. De gemeente erkent het belang van een proactieve aanpak om de risico's van bodemdaling te verminderen en het stedelijk waterbeheer veerkrachtiger te maken in het licht van klimaatverandering. Ons streven is om de risico's van bodemdaling voor de stedelijke waterinfrastructuur te minimaliseren en daarmee de impact op de leefomgeving te verminderen. Ook de ervaringen van en afstemming met gemeenten uit de regio zijn belangrijk. Monitoring en onderzoek: We implementeren een monitoringssysteem om bodemdaling nauwlettend te volgen en vroegtijdig te detecteren. We stimuleren wetenschappelijk onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van bodemdaling in ons stedelijk gebied. Bodemdalingsinformatie wordt geïntegreerd in het ruimtelijke planningsproces om risicovolle gebieden te identificeren en verdere verstedelijking in deze gebieden te beperken. We ontwikkelen flexibele en aanpasbare ontwerprichtlijnen voor infrastructuur en openbare ruimte om effectief om te gaan met bodemdaling. We werken samen met regionale partners, waterschappen en overheidsinstanties om gezamenlijke oplossingen te ontwikkelen.

We zullen regelmatig de effectiviteit van de genomen maatregelen evalueren en het beleid aanpassen op basis van nieuwe inzichten en ontwikkelingen.

4.7 Oppervlaktewater Schoon water in onze sloten, meren en rivieren is belangrijk voor mens, dier en plant. IJsselstein kent ook verschillende grote watergangen in de nabije omgeving. De Hollandsche IJssel loopt dwars door de gemeente IJsselstein. Een aftakking ervan betreft de Kromme IJssel die over gaat in de Enge IJssel. Deze liggen aan de zuidzijde van IJsselstein. Aan de zuidkant van IJsselstein bevindt zich de Lek.

De kwaliteit van het water moet voldoen aan de Europese Kaderrichtlijn Water. In de regio Utrecht Zuidwest is het hoogheemraadschap hiervoor verantwoordelijk. HDSR werkt daarbij samen met provincies, gemeenten en drinkwaterbedrijven. De uitvoering van de gemeentelijke zorgplicht voor hemelwater, grond- en afvalwater kan effecten hebben op de kwaliteit van het oppervlaktewater. In WINNET verband hebben we de ambitie besproken om te voldoen aan de eisen van ”zichtbaar water” (verder uitgewerkt in het regionaal afvalwaterketenbeleid). Met ecoscans en andere middelen krijgen we inzicht in de waterkwaliteit en de invloed van riolering op de waterkwaliteit. Tegenwoordig kijken we naar de KRW (Kader Richtlijn Water), deze stelt verplichtingen aan beheerders van oppervlaktewateren om de waterkwaliteit te waarborgen. Gemeenten kunnen hierin ook een taak hebben. Het uiteindelijke doel is om een goede waterkwaliteit te hebben binnen onze gemeenten. Daarvoor werken we samen met het hoogheemraadschap en bepalen per oppervlaktewater wat er nodig is om dit te bereiken. Bij de kostenverdeling kijken we naar de veroorzaker om te bepalen wie welk deel van de kosten moet dragen. Voor het bergen en afvoeren van hemelwater zijn wij onder andere afhankelijk van de oppervlaktewateren in onze gemeente. De grotere oppervlaktewateren zijn in beheer bij HDSR. Daarover hebben we met hen overleg.

Grachten, sloten en vijvers zijn in ons beheer. Er zijn bij ons geen knelpunten bekend over de afvoercapaciteit van de oppervlaktewateren. Indirecte lozingen De kwaliteit van het oppervlaktewater verbetert geleidelijk, maar voldoet nog niet aan de Kaderrichtlijn. Om wateroverlast te voorkomen, zijn overstortingen vanuit het rioolstelsel onvermijdelijk. In de meeste gevallen leidt dit niet volksgezondheids- of milieuproblemen. We gaan door met het afkoppelen van verhard oppervlak van het gemengd riool om overstortingen te beperken en de milieubelasting aanvaardbaar te houden. We zien indirecte lozingen op het oppervlaktewater als een groot probleem. Een indirecte lozing is een lozing die niet direct op het oppervlaktewater uitkomt, maar wordt geloosd via bedrijfsriolering of een ander tussenliggend rioleringsonderdeel van een gemeente of waterschap. Voor HDSR is krijgt ‘meer grip op indirecte lozingen’ meer prioriteit. Het betreft onvoldoende gezuiverde lozingen (via riooloverstorten of RWZI) of (vaak bedrijfsmatige) lozingen die negatieve effecten hebben op het functioneren van riolen, gemalen of de RWZI. Ze kunnen leiden tot verstopping of aantasting van de riolering of verstoring van de werking van de rioolwaterzuiveringsinstallatie.

Daarnaast gebruiken en lozen sommige bedrijven steeds meer stoffen van de lijst met 1600 zeer zorgwekkende of potentieel zeer zorgwekkende stoffen, zoals PFAS. Dat is een groeiende bedreiging voor de waterkwaliteit. Het is belangrijk te weten wat bedrijven lozen (de bron) en daarop te acteren. Het bevoegd gezag voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) op bedrijfslozingen ligt bij gemeenten en provincie. De uitvoering vindt plaats door de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU). Medicijnresten, organische microverontreinigingen en microplastics Door lozingen belanden medicijnresten, organische microverontreinigingen en microplastics in ons oppervlaktewater, wat schadelijk is voor ons milieu. We streven ernaar om lozingen zoveel mogelijk te beperken door middel van een gecombineerde aanpak op bron-, systeem- en eindpuntniveau. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan Rijksomgevingswaarden voor de kwaliteit van oppervlaktewater voor aangewezen oppervlaktewaterlichamen. Een deel van die omgevingswaarden zijn een vertaling van de Europese regels. In dit geval de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Provincies kunnen in een omgevingsverordening omgevingswaarden stellen voor de waterkwaliteit van oppervlaktewater. Deze omgevingswaarden mogen alleen strenger zijn dan, of aanvullend zijn op, de Rijksomgevingswaarden.

Bij de vaststelling daarvan betrekt de provincie de economische effecten. Denk hierbij aan de effecten op het vestigingsklimaat voor bedrijven en de werkgelegenheid.

Het is essentieel om (inter)nationale afspraken te maken, waardoor fabrikanten gestimuleerd of zelfs verplicht kunnen worden om op een duurzamere manier te produceren. Hier ligt met name een taak voor de rijksoverheid. Daarnaast willen we door middel van publiekscampagnes het bewustzijn vergroten bij zowel bewoners als bedrijven. Het doel is om een verantwoord gebruik van het riool te bevorderen en zo gezamenlijk bij te dragen aan het verminderen van schadelijke lozingen in ons oppervlaktewater. Voor de Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn in het verleden ecoscans uitgevoerd. Hiermee is een nulmeting gedaan van de chemische en ecologische waterkwaliteit en de sociale beleving. Onderscheid is gemaakt tussen de watergang en de oever. In de toekomst kunnen we een ecoscan herhalen om de voortgang te onderzoeken. In het buitengebied is het hoogheemraadschap waterkwaliteitsbeheerder. Wij denken mee met het hoogheemraadschap, de provincie en de gebiedseigenaren hoe de chemische en ecologische toestand van het oppervlaktewater verbeterd kan worden. Uitgangspunt daarbij zijn ook de doelstellingen van de Kader Richtlijn Water die in 2027 gehaald moeten zijn. Ook stemmen we de komende planperiode het opnemen van lozingsregels met betrekking tot waterkwaliteit in het omgevingsplan af met het hoogheemraadschap.

Opheffen foutaansluitingen Het afvalwatersysteem heeft als voornaamste doel om afvalwater efficiënt in het rioolnetwerk te houden en uiteindelijk naar een zuiveringsinstallatie te transporteren. Zwakke punten in dit systeem zijn foutieve aansluitingen en overstortingen vanuit gemengde riolering naar oppervlaktewater. Foutieve aansluitingen leiden tot onbedoelde lozingen van vervuild water in oppervlaktewater of regenwater bij de zuivering, wat de waterkwaliteit negatief beïnvloedt. We sporen deze foutieve aansluitingen op als ze in bepaalde gebieden worden verwacht en proberen ze zoveel mogelijk te herstellen. Recreëren in, op of nabij het water De impact van klimaatverandering heeft gevolgen voor waterrecreatie. Langdurige periodes van hitte leiden enerzijds tot meer recreatie in, op, of nabij water. Aan de andere kant kan de toename van extreme buien bij zomerse hitte mogelijk leiden tot meer lozingen vanuit het riool op het water, wat tot verontreiniging kan leiden. Voor ons gemeentelijk oppervlaktewater kunnen we daarom niet dezelfde kwaliteit en veiligheid garanderen als Rijkswaterstaat voor de aangewezen zwemwateren doet. Na regenval kan het water bijvoorbeeld verontreinigd zijn met fecaliën, en op de waterbodem kunnen gevaarlijke voorwerpen zoals afval liggen.

Water uit landelijk gebied, verontreinigd met chemicaliën of parasieten, kan in het stedelijk oppervlaktewater terechtkomen. Vanuit het oogpunt van publieke gezondheid en openbare veiligheid richten we ons voorlopig op het informeren van omwonenden. Als we aanzienlijke veiligheids- of gezondheidsrisico's waarnemen, gaan we hierover in gesprek met belanghebbende partijen en nemen indien nodig veiligheidsmaatregelen. Het zou ideaal zijn als op de lange termijn een deel van het oppervlaktewater van voldoende kwaliteit is om veilig te kunnen zwemmen, maar hiervoor moeten nog aanzienlijke stappen worden gezet. In beleid en uitvoering handelt de gemeente zodanig dat de waterkwaliteit in ieder geval niet verslechtert. Voor oppervlaktewater dat door Rijkswaterstaat niet is aangewezen als zwemwater bestaat nog geen specifieke regelgeving. Dit is nog een grijs gebied waarvoor de komende jaren meer aandacht zal komen.

4.8 Risicogestuurd beheer Met het ouder worden van het bestaande rioolstelsel neemt de noodzaak tot vervanging toe. Om te beoordelen of een riool aan vervanging toe is, hebben we in de afgelopen planperiode het rioleringssysteem deels geïnspecteerd. Met deze inspectieresultaten kunnen we een afweging maken tussen het wel of niet vervangen/verbeteren van een riool. Door met reparaties de levensduur iets te verlengen of riolen indien nodig eerder te vervangen, houden we rekening met geplande bovengrondse aanpassingen, zoals het vervangen van wegen. Tegelijk streven we naar kostenefficiëntie door slim in te spelen op verbeteringen voor de volksgezondheid, afvoercapaciteit van riolering, beheersing van de grondwaterstand en klimaatadaptatie. We nemen meer risico waar mogelijk en minder risico waar noodzakelijk. Het onderhoud aan alle riolen is gericht op het behalen van de geplande levensduur zonder dat de volksgezondheid, het milieu of de veiligheid in gevaar komen. Tijdelijke hinder of beperkte schade als gevolg van hevige regenbuien beschouwen we als een risico. Ernstig lichamelijk letsel of grote materiële schade willen we uiteraard voorkomen. Als extra reparatiebudget nodig is om de resterende levensduur te verlengen houden we hiermee rekening in de planvorming.

De functie van bovengrondse infrastructuur (doorgaande wegen en calamiteitenroutes) en andere factoren, zoals het aantal aangesloten woningen bepalen of het verantwoord is om meer of minder risico te nemen. We accepteren eerder een wegverzakking als gevolg van een ingestort riool in een rustige woonwijk, maar proberen dit te allen tijde te voorkomen in drukke woonwijken, bij doorgaande wegen of op bedrijventerreinen.

4.9 Baggeren Het doel van baggeren is om de watergangen die in gemeentelijk eigendom zijn, in overeenstemming te brengen met het vastgestelde profiel, zoals vastgelegd in de legger, een kaart met alle wateren en waterkeringen. We streven ernaar een bijdrage te leveren aan zowel de goede doorstroming (waterkwantiteit) als aan de waterkwaliteit. Op deze manier willen we het beheer van de waterinfrastructuur efficiënter maken en een gezonde wateromgeving waarborgen.

4.10 Bedrijfsvoering De deelnemers van het Netwerk Water en Klimaat in de regio Utrecht Zuidwest hebben de afgelopen jaren nauw samengewerkt om de doelen van het Bestuursakkoord Water uit 2011 te realiseren. In de Samenwerkingsovereenkomst Waterketen van 2020 is vastgelegd dat deze samenwerking wordt voortgezet, met als doel verdere verbeteringen door te voeren en flexibel in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. In de komende jaren zal de samenwerkingsregio zich richten op diverse onderwerpen, waaronder: - Data, meten en monitoren - Risicogestuurd beheer - Personeel & Organisatie - Beleid en lozingen - Overige projecten, zoals het incidentenplan, praktijk klimaatadaptatie, project sanering IBA’s en de aanpak van rioolvreemd water Naast deze regionale projecten zal de regio Utrecht Zuidwest ook bijdragen leveren aan grotere, gebiedsoverstijgende projecten.

Duurzaamheid staat hoog op onze agenda ook als het gaat om riolering. We streven ernaar om waar mogelijk duurzame maatregelen te nemen. Onze focus ligt vooral op verduurzaming door middel van duurzaam inkopen en het verminderen van het elektriciteitsgebruik van pompen. Wij zien hierin mogelijkheden om een positieve impact te hebben op het milieu en duurzaamheid te bevorderen. In de komende planperiode moet duurzaamheid verder concreet gemaakt worden. Gegevensbeheer en digitalisering Gegevensbeheer en digitalisering zijn cruciaal voor stedelijk waterbeheer. Hierbij vervullen zowel statische als dynamische gegevens een belangrijke rol. Statische gegevens, zoals afmetingen en hoogtemetingen van putten en leidingen, worden periodiek geïnventariseerd en geactualiseerd. Dynamische gegevens, waaronder meldingen, waarnemingen van bewoners en gebruikers en praktijkmetingen, worden frequent verzameld. Een effectief gegevensbeheer is essentieel voor het optimaal functioneren van de fysieke systemen (assets) binnen de (afval)waterketen. Naast praktijkmetingen maken we gebruik van geografische informatie (GIS) om analyses uit te voeren. Hierdoor kunnen we: Efficiënte en effectieve investeringen in het (afval)watersysteem bepalen. Relaties met andere vakdisciplines in de openbare ruimte (wegen/groen, kunstwerken) in kaart brengen.

Relaties met uitvoeringsplannen voor klimaatadaptatie en energietransitie visualiseren en in overleg met andere partijen aanvaardbare maatregelen selecteren. Het SSW geeft een goed beeld o.a. van het gegevensbeheer en de digitalisering. Meten en monitoren Zoals eerder toegelicht: meten en monitoren zijn essentieel om het functioneren van de afvalwaterketen te begrijpen. Dit geldt zowel voor afvalwater, hemelwater als grondwater. Praktijkmetingen bieden inzicht in het feitelijke functioneren en regionaal bundelen we kennis om beslissingen te onderbouwen. Communicatie en samenwerking Communicatie en samenwerking zijn onmisbaar, vooral omdat een groot deel van de openbare ruimte eigendom is van private partijen. Samenwerking met bijvoorbeeld inwoners en bedrijven is nodig om overlast door weersextremen te voorkomen. Voorlichting over passende maatregelen wordt ingezet om concrete acties in de directe omgeving te bevorderen. Ook wordt overleg gevoerd met bedrijven, zoals projectontwikkelaars en makelaars, om klimaatbestendige, waterrobuuste en innovatieve maatregelen in de stedelijke omgeving te stimuleren om de doelstellingen te behalen. Capaciteit en kennis op orde Om de capaciteit en kennis binnen de regio te waarborgen, delen we kennis op kwetsbare punten en waar de gemeente zelf niet kan voorzien.

We streven naar een optimale organisatie voor samenwerking in de waterketen, waarbij we de branchestandaard/kennisscan van Stichting RIONED hanteren. Via dit WRP willen we inzicht geven in de benodigde personele capaciteit en het op orde brengen. Calamiteitenplannen In samenwerking met de regio wordt geanalyseerd hoe incidenten kunnen worden afgehandeld. Denk hierbij aan lozing van gevaarlijke stoffen, uitval van rioolgemalen, breuken in persleidingen, bezwijken van hoofdriolen onder belangrijke wegen of wateroverlast door extreme neerslag. Afspraken worden gemaakt met betrokken partijen, waaronder de Veiligheidsregio, en de kwetsbaarheid van de waterketenvoorzieningen bij overstromingen wordt onderzocht.

4.11 Verordeningen Verordeningen vormen de wettelijk bindende voorschriften die van toepassing zijn op verschillende activiteiten: Aansluitverordening: regels met betrekking tot de rioolaansluiting en wijzigingen daaraan. Verordening eenmalig rioolaansluitrecht: kosten voor een nieuwe aansluiting op de riolering. Verordening op de afvoer van hemelwater en grondwater: Deze verordening verplicht het ontkoppelen van hemelwater en grondwater in gebieden waar het bestaande riool of het drukrioolgemaal niet bedoeld is voor deze afvoer. Een hemelwaterscheidingskaart geeft het toepassingsgebied aan, gebaseerd op locaties waar regenwater niet op het vuilwaterriool of drukrioolgemaal had moeten worden aangesloten. De kaart wordt in de toekomst uitgebreid met nieuwbouwontwikkelingen met gescheiden rioolstelsels. De verordening beoogt ongewenste effecten zoals gemaalstoringen, rioolwateroverstortingen, stankoverlast, en sanitaire problemen te voorkomen. Bewoners krijgen een bepaalde termijn om hemel- en grondwater af te koppelen met mogelijk een verruiming in bijzondere gevallen. Verordening hemelwaterberging: Deze verordening stelt dat bij nieuwbouw klimaatbestendige waterberging op privéterrein moet worden aangelegd. Zo wordt 40 à 70 mm neerslag van een hevige bui per m2 bebouwd oppervlak verwerkt om overlast op aangrenzende percelen of openbare terreinen te voorkomen.

Dit draagt bij aan het verminderen van wateroverlast en kan ook worden gehandhaafd bij schade door wateroverlast. Het verplichte waterbergingsgebied wordt vastgelegd op de hemelwaterbergingskaart, die in de toekomst wordt uitgebreid met nieuwbouwgebieden. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn deze verordeningen automatisch overgegaan in het nog op te stellen Omgevingsplan. De vervanging van de Verordening Rioolheffing door de Verordening Riool- en Waterzorgheffing vereist meer voorbereiding en afstemming en zal op een later moment plaatsvinden. Deze verordening biedt de mogelijkheid om de kosten van afvalwaterafvoer en zorg voor hemelwater en grondwater te scheiden, waardoor financiële sturing mogelijk wordt op heffingen voor rioolwater, regenwater en grondwaterlozing, evenals op kosten voor klimaatbestendig waterbeheer dat voor iedereen voordelig is, bijvoorbeeld om wegen zoveel mogelijk vrij te houden van wateroverlast. Om een goed watersysteem te behouden hebben we ook een aantal eisen. Deze eisen zijn nu al vastgelegd in onder meer verordeningen en raadsbesluiten. Met deze eisen zorgen we voor een goed functionerend watersysteem dat wij tegen beperkte kosten kunnen onderhouden.

Voor de riolering en het watersysteem belangrijke eisen staan in: Verordening rioolheffing; Bouwverordening; Algemene plaatselijke verordening; We leggen deze eisen vast en kunnen deze wanneer nodig actualiseren, omdat het in het algemeen belang is dat iedereen zich hieraan houdt. Toezichthouders controleren of hieraan wordt voldaan. Met de invoering van de Omgevingswet zorgen we ervoor dat alle relevante eisen worden opgenomen in het Omgevingsplan.

De regels over stedelijk waterbeheer en riolering in het omgevingsplan kunnen worden ingedeeld in vier categorieën: Regels over klimaatadaptief bouwen en inrichten, met name uit huidige bestemmingsplannen; Regels over lozen van hemelwater en grondwater uit de hemelwaterverordening; Regels over aansluitingen op de riolering (uit de huidige aansluitverordening en het Bouwbesluit 2012); en Regels over lozingen in de riolering (uit het Abm, Blbi en Blah). Afvloeiend hemelwater mag alleen in een vuilwaterriool worden geloosd als het lozen op of in de bodem, in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater (die geen vuilwaterriool is), of op een oppervlaktewaterlichaam redelijkerwijs niet mogelijk is. Ook de lozing van hemelwater op drukriolering vinden we niet acceptabel.

5

Uitvoeringsagenda: wat gaan we doen

5.1

Gezamenlijk programma met de regio

Om kennis te delen en kosten te optimaliseren, voeren we gezamenlijke activiteiten uit in de samenwerkingsregio Utrecht Zuidwest. De kosten van deze gezamenlijke activiteiten worden verdeeld volgens een vooraf bepaalde verdeelsleutel. Ons streven is om zo integraal mogelijk te werken door opgaven met diverse vakdisciplines en andere gemeenten gezamenlijk aan te pakken. Bij ingrepen in de openbare ruimte, zoals grootschalig onderhoud, wordt bekeken of gelijktijdig klimaatmaatregelen op die locatie nodig en zinvol zijn. Deze benadering bespaart niet alleen tijd, maar ook overlast en kosten. Bovendien dragen deze ingrepen bij aan een leefbare omgeving. De overeenkomst benoemt zes pijlers voor het programma van het Netwerk Water & Klimaat: Lokaal invulling geven aan en uitvoeren van de RAS. Vergroten van klimaatbewustzijn bij inwoners, bedrijven en brancheorganisaties. Kennis en ervaring ophalen, ontwikkelen en delen. Ondersteuning bieden bij het aanvragen van subsidies. Stimuleren, verbinden en aanjagen van (regionale) thema's en initiatieven. Databeheer en data-optimalisatie. Het organisatiemodel omvat een Managementteam, Regieteam, en Werkgroepen die gericht zijn op specifieke onderwerpen, zoals meten & monitoren, burgerparticipatie, stedelijke waterkwaliteit, bedrijventerreinen, gevolgbeperking, en het verminderen van personele kwetsbaarheid.

De overeenkomst beschrijft ook de aanstelling van personeel en de organisatiestructuur, waarbij het waterschap de rol van gastheer op zich neemt. Een Water- en Klimaattafel wordt behouden als bestuurlijk platform. Tot slot worden details vermeld over de kostenverdeling tussen partners en de financiering van de samenwerking. De overeenkomst heeft een looptijd van vier jaar, startend vanaf 1 januari 2024, met een mogelijkheid tot stilzwijgende verlenging van vier jaar bij afwezigheid van opzegging of ontbinding.

5.2 Gemeentelijk uitvoeringsprogramma 5.2.1

Planvorming en onderzoek

Planvorming is essentieel voor een doeltreffend beheer van het rioolstelsel. Om inzicht te verkrijgen en te behouden in de staat en het functioneren van het rioleringssysteem is gedegen onderzoek noodzakelijk. De plannen en onderzoeken die de gemeente gedurende de planperiode opstelt, zijn opgenomen in de exploitatie. Gedurende deze planperiode streven we ernaar om grondig te analyseren op welke locaties maatregelen tegen wateroverlast en droogte noodzakelijk zijn, ook op plekken waar geen rioolvervanging is gepland. Thema's zoals hitte, overstromingen en natuurinclusief bouwen worden in deze analyse meegenomen. We maken gebruik van de informatie die beschikbaar is op de rioolvervangingskaarten en de klimaatatlas.

5.2.2

Cyclisch onderhoud

Onderhoudsinspanningen zijn afgestemd op het behoud en optimaal functioneren van het systeem, waarbij risico's zorgvuldig worden vermeden. De activiteiten omvatten zowel regulier onderhoud als (reactieve) reparaties.

De onderhoudskosten vormen een aanzienlijk deel van de totale exploitatie en bestaan hoofdzakelijk uit jaarlijks onderhoud van rioleringen, gemalen, en rand- en hemelwatervoorzieningen. Dit is onder andere het reinigen, inspecteren en onderhouden van (pers)leidingen, putten, kolken, gemalen, randvoorzieningen, ook het vegen van straten en baggeren van watergangen. Het beheer en onderhoud worden uitgevoerd met als doel maximaal effect te bereiken. Rioolreiniging: De doelstelling voor reiniging blijft ongewijzigd in vergelijking met de vorige planperiode. Volgens een strategisch jaarplan voor reiniging worden de volgende stappen genomen: - Voordat camera-inspecties (uitsluitend met rijdende camera's in de buizen) worden uitgevoerd, wordt reiniging toegepast. - Actieve reiniging op basis van meldingen en klachten met betrekking tot vervuiling en/of verstoppingen. Rioolinspectie: Voor de komende jaren wordt de inspectiecyclus voor de vrijvervalriolen als volgt ingevuld: - Riolen worden 20 jaar na aanleg voor het eerst geïnspecteerd. - Incidenteel wordt geïnspecteerd bij klachten. - Riolen ouder dan 20 jaar worden met een gemiddelde frequentie van 1 keer per 10 jaar geïnspecteerd. De exacte frequentie wordt bepaald op basis van factoren zoals ligging, materiaal en knelpunten.

Gemalen, pompen en persleidingen: Het doel is om de drukriolering zo betrouwbaar mogelijk te houden en storingen in het systeem zoveel mogelijk te beperken. Standaard reinigings- en inspectiefrequenties worden aangepast op basis van een klachten- en risicogestuurde aanpak. Praktijkervaringen en risicoafwegingen beïnvloeden de frequenties bij specifieke installaties. In het buitengebied wordt het meest doelmatige telemetriescenario gehanteerd, waarbij niet alleen kosten tegen voordelen of risico's worden afgewogen, maar ook in hoeverre we de betrokken inwoners ontzorgen. Kolkenreiniging: Vaste frequenties worden gehanteerd voor het reinigen van kolken, met onderscheid tussen drukke en rustige gebieden. Verhelpen van storingen: Ook het verhelpen van storingen volgt een strategie, waarbij de werkzaamheden verdeeld zijn tussen de gemeente en een aannemer. De keuze wie actie onderneemt, is afhankelijk van de aard van de storing en het tijdstip. De beheer- en onderhoudskosten maken deel uit van de exploitatie.

5.2.3

Vervangings- en verbeteringsmaatregelen: een wijkgerichte en integrale aanpak

Voor de invulling van de gemeentelijke watertaken is het cruciaal dat het rioleringssysteem optimaal functioneert. Het tijdig vervangen van oude leidingen is daarom van groot belang om mogelijke risico's voor te zijn. De beslissing over het vervangingsmoment wordt gebaseerd op inspectieresultaten en/of optredende problemen. Verbeteringsmaatregelen worden ook ingezet om de afvoercapaciteit te vergroten en de vuiluitworp te verminderen. We streven ernaar om zoveel mogelijk wijkgericht te werken, waardoor we inwoners en bedrijven effectief kunnen betrekken en informeren. Dit biedt hun ook een overzicht van de verschillende uitdagingen die op dat moment in de wijk worden aangepakt, bijvoorbeeld de energietransitie. Duurzaamheid speelt ook een belangrijke rol. Hiermee wordt de overlast voor bewoners en bedrijven zo veel mogelijk beperkt.

Vanuit het uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie zullen we diverse grootschalige locaties en straten klimaatbestendig herinrichten. Het gaat bijvoorbeeld om het schoolplein aan de Bratislavastraat, het Prinses Margriet- en Christinaplein en de Nederlandlaan. Onderzoeken naar de noodzaak van maatregelen in andere (woon)straten lopen nog. Naast het verkrijgen van subsidies zetten we ook zoveel mogelijk in op het combineren van klimaatmaatregelen met andere opgaven in de openbare ruimte. Door deze meekoppelkansen te benutten, besparen we bij diverse projecten op de benodigde investeringen. Een actueel Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR), waarin algemene inrichtingseisen voor de openbare ruimte worden opgenomen, is van belang. Deze eisen omvatten zowel het proces als aspecten zoals ontwerp, materiaalkeuze, beheer en het beoogde eindresultaat. Zoals eerder beschreven worden binnen herinrichtingsprojecten klimaatadaptieve maatregelen geïntegreerd, ook in situaties waar geen rioolvervanging plaatsvindt. Het verbeteren van de samenwerking tussen de vakdisciplines en betrokken partijen om de verschillende opgaven gezamenlijk aan te pakken, wordt in de komende planperiode een belangrijke uitdaging.

5.2.4

Facilitair

Om het stedelijke watersysteem adequaat te beheren, worden diverse ondersteunende activiteiten uitgevoerd en diensten afgenomen. Deze worden gecategoriseerd als 'Overig'. De ondersteunende aspecten die verband houden met organisatie en financiën zijn beschreven in de bijlage.

6. Personele en financiële middelen: wat hebben we nodig De vervangingswaarde van het water- en rioleringssysteem in gemeenten bedraagt vele miljoenen euro. Voor het adequaat beheren van het gemeentelijke systeem zijn bekwame medewerkers en voldoende financiële middelen essentieel. De financiering voor deze uitgaven wordt bijeengebracht door de inwoners en ondernemers via de rioolheffing. In dit hoofdstuk behandelen we de noodzakelijke personele en financiële middelen om een efficiënt en effectief rioleringsbeheer te waarborgen.

6.1

Personele middelen

Voor dit nieuwe Water- en Rioleringsprogramma is ook de benodigde en beschikbare personeelscapaciteit goed in beeld gebracht. Met de uitkomsten van de Rekentool van RIONED kan een vergelijking worden gemaakt met de beschikbare hoeveelheid fte’s. De Rekentool geeft een redelijk inzicht in de benodigde formatie. Voor het opleiden van nieuwe medewerkers is extra capaciteit nodig. Uit de formatiescan is gebleken dat de huidige formatie te krap is voor zowel de uitvoering van reguliere watertaken als voor het UVP Klimaat. Momenteel bestaat de formatie voor riolering uit 2,8 fte en voor het UVP Klimaat uit (nog in te vullen) 2 fte. Er is respectievelijk behoefte aan 4 fte voor riolering en 2 fte voor het UVP Klimaat. De extra kosten, inclusief een toename van de overhead, zijn meegenomen in de berekening van de rioolheffing. Met een uitbreiding van personeel verminderen we onze afhankelijkheid van externe bedrijven, sorteren we voor op interne doorstroming bij uitstroom of uitval, borgen we de kennis binnen de organisatie met als resultaat: het in de toekomst continueren van onze dienstverlening.

6.2

Financiële middelen

In dit hoofdstuk worden de kosten en baten van rioleringszorg behandeld, met speciale aandacht voor de inning van de rioolheffing. Volgens de richtlijnen van de Commissie Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) mag de rioolheffing maximaal kostendekkend zijn. Dit betekent dat de gemeente ervoor kan kiezen om een deel van de kosten uit andere bronnen te financieren, maar een rioolheffing die meer dan 100% van de kosten dekt, is niet toegestaan. Aan de uitgavenkant worden verschillende kostenposten onderscheiden, waaronder exploitatielasten (zoals personeelskosten, onderzoek en planning, en beheer en onderhoud van het rioleringssysteem), kosten die verband houden met het uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie (UVP Klimaat), compensabele btw, en een toevoeging aan de spaarvoorziening voor nieuwe investeringen (zoals vervanging en afkoppeling). Tegenover de uitgaven staan de inkomsten. Berekend is welke heffing nodig is om een kostendekkend systeem te handhaven, nu en in de toekomst. Daarom wordt een langere periode in beschouwing genomen, zodat er kan worden geanticipeerd op toekomstige stijgingen of dalingen van de kosten.

6.2.1

Uitgangspunten

Investeringen in de riolering moeten volgens de gemeentelijke financiële voorschriften worden geactiveerd. Dit leidt tot kapitaallasten. Basisregel: investeringen in het riool activeren en afschrijven Onder het BBV is de basisregel dat investeringen met economisch nut geactiveerd moeten worden (artikel 59, eerste lid BBV). Alle investeringen in het riool -ook de vervangingsinvesteringen- vallen onder de investeringen met een economisch nut. Immers, een gemeente kan middelen genereren via het riooltarief (artikel 59, tweede lid BBV). De geactiveerde investeringen leiden voor de duur van de afschrijfperiode tot kapitaallasten en deze lasten kunnen op grond van artikel 228a Gemeentewet in het tarief worden meegenomen [Notitie Riolering, Commissie BBV, oktober 2009] IJsselstein heeft een spaarvoorziening (volgens Besluit Begroting en Verantwoording artikel 44 lid 1d) waarbij investeringen (als er voldoende saldo is) direct worden afgeboekt in de balanssfeer. Als het saldo ontoereikend is, worden investeringen (deels) geactiveerd en langdurig lineair afgeschreven. Naast de spaarvoorziening heeft IJsselstein een egalisatiereserve. Het saldo van de egalisatiereserve wordt alleen gebruikt om eventuele tekorten binnen het taakveld op te vangen die voortvloeien uit de jaarrekening.

Eventuele overschotten uit de exploitatie kunnen ook (al dan niet tijdelijk) in de egalisatiereserve worden gestort. Hierdoor ontstaat enige flexibiliteit in de uitvoeringsplanning. Het huidige saldo van de egalisatiereserve is € 931.093 (jaarrekening 2023). Zowel het saldo van de voorziening als de reserve moeten te allen tijde positief zijn. Voor het saldo van de spaarvoorziening geldt een minimum van € 200.000,- , zodat er middelen beschikbaar zijn om snel te kunnen reageren bij calamiteiten. Elke 5 jaar, wanneer er ook een nieuw Water- en Rioleringsprogramma wordt opgesteld, wordt een nieuw kostendekkingsplan gemaakt. Tussentijds wordt dit plan geactualiseerd als er aanleiding toe is (bij substantiële afwijkingen ten opzichte van de prognoses). Bij een actualisatie wordt berekend of de voorspelde ontwikkeling van de rioolheffing nog steeds voldoende is. Het saldo van de spaarvoorziening is de afgelopen jaren toegenomen tot ongeveer € 17,9 miljoen. In 2024 zullen de volgende bedragen worden onttrokken: Investeringsplan 2024 voor rioolvervanging van vrijvervalriolering: € 1.512.000 Investeringsplan 2024 voor bouwkundige werken aan gemalen en randvoorzieningen: € 13.659 Investeringsplan 2024 voor pompen van gemalen en randvoorzieningen: € 8.633 Daarnaast wordt er in 2024 ook een dotatie aan de voorziening gedaan van ongeveer € 1,4 miljoen.

Hierdoor zal het verwachte saldo van de spaarvoorziening eind 2024 naar verwachting ongeveer € 17,8 miljoen bedragen.

6.2.2

Toerekening van kosten

De gemeente financiert voorzieningen in de buitenruimte vanuit de rioolheffing op voorwaarde dat deze functioneel bijdragen aan een waterrobuust watersysteem. Hieronder vallen het transport van afvalwater, hemelwater en grondwater en ook maatregelen, zoals het vasthouden (infiltratie), bergen (waterberging) en afvoeren (via voorzieningen of sloten) om de openbare of particuliere ruimte te beschermen tegen (grond)wateroverlast en droogte. Voorbeelden hiervan zijn verlagingen in het groen, zoals bermen of speelweides, waar overtollig water kan wegstromen. Andere voorbeelden zijn groene daken/gevels die water vasthouden, waterpasserende verhardingsmaterialen of waterpartijen voor de opvang van regenwater.

Een aandachtspunt is de bijdrage van andere vakdisciplines, zoals wegen, aan integrale projectkosten. Financiële mogelijkheden variëren vaak per vakdiscipline en per project. De kosten voor baggeren en straat reiniging worden voor respectievelijk 50% en 34% toegerekend aan de rioolheffing. Onkruidbestrijding wordt niet toegerekend aan de rioolheffing.

6.2.3

Kapitaallasten

Als het saldo in de spaarvoorziening ontoereikend is om de investeringen volledig af te boeken in de balanssfeer, en voor klimaatadaptieve investeringen (UVP Klimaat), hanteert de gemeente IJsselstein specifieke financiële afschrijvingstermijnen (economische levensduur). Voor riolen (vrij verval) is dit 60 jaar, terwijl dit voor druk- en persleidingen en bouwkundige vervangingen van pompen en randvoorzieningen 40 jaar is. Elektromechanische vervangingen en pompen van gemalen en randvoorzieningen worden in 15 jaar afgeschreven. Investeringen uit het UVP Klimaat worden afgeschreven over een periode van 20, 25, of 60 jaar, afhankelijk van het type investering, zoals vastgesteld in de Nota waardering en afschrijving van de Gemeente IJsselstein 2023. Voor alle te activeren investeringen wordt een lineaire afschrijvingsmethode gehanteerd. De rekenrente voor geactiveerde investeringen is momenteel 0,5% (voor 2024), maar dit rentepercentage wordt jaarlijks bij de begroting vastgesteld. Opmerkelijk is dat IJsselstein momenteel geen lopende kapitaallasten heeft als gevolg van eerdere (vervangings-)investeringen. Dit komt omdat gedane investeringen via de spaarvoorziening direct zijn afgeboekt in de balanssfeer.

6.2.4

Investeringen planperiode

De komende jaren zijn de volgende investeringen voorzien. Tabel 3 Investeringen die ten laste komen van water en riolering. Onderdeel

2025

2026

2027

2028

Investeringen

545.000

1.020.000

904.908

645.000

Totaal

545.000

1.020.000

904.908

645.000

Bovenstaande investeringen worden rechtstreeks afgeboekt van het saldo van de spaarvoorziening. Daarnaast worden de volgende investeringen uit het UVP Klimaat gedaan. IJsselstein financiert klimaatadaptatie-investeringen en maatregelen uit de rioolheffing, voor zover deze direct verband houden met de watertaken van de gemeente. Deze investeringen worden geactiveerd en langdurig afgeschreven. De kapitaallasten (rente en afschrijving) beginnen vanaf het jaar na de afronding van de investering. Vanuit het UVP Klimaat zijn ook onderzoeken en maatregelen voorzien die gefinancierd worden vanuit de rioolheffing. De extra personeelskosten en overhead zijn opgenomen in het reguliere exploitatieoverzicht. Dit komt omdat gedane investeringen via de spaarvoorziening direct zijn afgeboekt in de balanssfeer. Hierna toont een overzicht deze extra kosten die worden gedekt uit de exploitatie.

Tabel 4 Onderzoeken en maatregelen UVP Klimaat (exclusief additionele personeels- en overhead kosten) Onderdeel

2025

2026

2027

2028

Onderzoeken en adviezen

75.000

25.000

125.000

85.000

Uitvoeringskosten

20.000

10.000

15.000

5.000

Stimuleringsmaatregelen

150.000

150.000

150.000

150.000

Totaal

245.000

185.000

290.000

240.000

6.2.5

Exploitatielasten riolering

De exploitatielasten voor riolering (exclusief UVP Klimaat) bedragen in 2025 ongeveer € 2,13 miljoen, exclusief kapitaallasten, bijdragen aan de voorziening en btw-toerekening. Deze kosten stijgen met € 200 duizend ten opzichte van 2024, voornamelijk door extra personeelskosten en overhead als gevolg van uitbreiding van het personeelsbestand. Tabel 5 Exploitatielasten riolering 2024 – 2029 Onderdeel

2025

2026

2027

2028

Totaal Riolering algemeen

788.934

788.934

788.934

788.934

Totaal Riolering bergbezinkbassins

4.784

4.784

4.784

4.784

Totaal Riolering hoofdrioleringsgemalen

102.273

102.273

102.273

102.273

Totaal Riolering drukrioleringsgemalen

70.565

70.565

70.565

70.565

Totaal Riolering klimaatadaptatie

20.908

20.908

20.908

20.908

Totaal vrijvervalriolering

258.737

258.737

258.737

258.737

Totaal Riolering / interne uitvoering

163.589

163.589

163.589

163.589

Totaal Drainage en grondwater

40.811

40.811

40.811

40.811

Totaal Riool onderzoeken

151.198

151.198

151.198

151.198

Totaal Duikers

7.500

7.500

7.500

7.500

1.609.299

1.609.299

1.609.299

1.609.299

Totaal

6.2.6

BTW toerekening

De gemeente mag bij het bepalen van de omvang van de lasten voor de berekening van de toegestane hoogte van de riooltarieven de geschatte btw meenemen (artikel 229b, lid 2b Gemeentewet). Dit is toegestaan omdat vóór de invoering van het btw-compensatiefonds dit ook al mocht en de gemeente anders een onbedoeld inkomstenverlies zou hebben geleden. Dit omvat alle btw-kosten, zowel die op goederen en diensten die direct als last op de exploitatie drukken of via een voorziening lopen, als die op investeringen, ongeacht of deze worden geactiveerd of uit een voorziening worden bekostigd. De gemeente IJsselstein wijst de compensabele btw-kosten toe aan de rioolheffing (bestaand beleid). Dit vormt dus een basis voor de berekening van de rioolheffing.

De toerekening van compensabele btw vindt plaats voor: Exploitatie riolering voor derden Onderzoeken en maatregelen van het UVP Klimaat Dotatie aan de spaarvoorziening Afschrijvingskosten van geactiveerde investeringen uit het UVP Klimaat.

6.2.7

Opbouw van de lasten

De geprognosticeerde lasten voor 2025 bedragen ongeveer € 4,19 miljoen voor water, riolering en klimaatadaptatie. Van deze lasten bestaat 51% uit exploitatiekosten voor onder andere dagelijks beheer en onderhoud, personeelskosten/overhead, en plannen, onderzoeken en maatregelen (zie tabel exploitatielasten). Ongeveer 6% van de lasten bestaat uit onderzoeken en maatregelen gerelateerd aan het UVP Klimaat. Kapitaallasten van investeringen uit het UVP Klimaat vormen 1% van de lasten. Daarnaast bedraagt 14% van de lasten de compensabele BTW over diverse posten. Ten slotte wordt er een dotatie aan de spaarvoorziening gedaan ter grootte van 28% van de lasten. Hieruit worden de investeringen in riolering betaald (afgeboekt).

Figuur 10 Procentuele verdeling van de lasten (peiljaar 2025)

6.2.8

Ontwikkeling aantal heffingseenheden

De gemeente IJsselstein hanteert voor de rioolheffing een gebruikersheffing. Elke woning wordt belast met een vast bedrag, met daarbovenop een toeslag voor woningen, waarin meer dan één persoon woont. Voor niet-woningen geldt een tarief dat afhankelijk is van het waterverbruik. Vanwege de woningbouwambitie is het aantal aansluitingen geactualiseerd op basis van de meest recente prognoses van de gemeente. In de periode 2024-2035 worden netto 1.756 woningen gebouwd. Het kostendekkingsplan gaat uit van deze planning, waarbij de verdeling wordt gehanteerd: 1/3 eenpersoons- en 2/3 meerpersoonshuishoudens, zoals in de huidige situatie. Voor de periode 2036-2040 zijn nog eens 1.500 woningen gepland, met hetzelfde uitgangspunt en een evenredige verdeling (300 per jaar).

6.3 Berekening kostendekkende heffing In het kostendekkingsplan zijn de dotaties aan en onttrekkingen uit de spaarvoorziening berekend, met als doel de rioolheffing zo constant mogelijk te houden: enerzijds worden schommelingen in de heffing voorkomen, anderzijds wordt gestreefd naar een 100% kostendekkend geheel, waarbij het saldo van deze voorziening aan het einde van de beschouwde periode (2065) uitkomt op het minimum van € 200 duizend. De kostendekkende rioolheffing is berekend voor de periode 2025 tot 2065. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: alle rioleringsinvesteringen worden afgeboekt uit de voorziening, terwijl alle investeringen van het UVP Klimaat worden geactiveerd en langjarig afgeschreven. Vanaf 2025 zullen de exploitatielasten toenemen als gevolg van stijgende personeels- en overheadkosten door uitbreiding van de formatie en vanwege het UVP Klimaat. Het relatief hoge saldo in de voorziening, € 17,9 miljoen (mede als gevolg van uitgestelde en vervallen investeringen), en het investeringsniveau van € 11,8 miljoen in de periode 2024-2028 betekenen dat de dotaties aan de voorziening de komende jaren beperkter kunnen zijn dan aangegeven in de meerjarenbegroting. Zelfs bij een lagere dotatie kunnen alle investeringen rechtstreeks worden betaald vanuit het saldo van de voorziening (afgeboekt).

6.3.1

Risico’s

Het langjarige verloop van de rioolheffing hebben we berekend op basis van de verwachte restlevensduur, gebaseerd op rioolinspecties, huidige inzichten in mogelijke ontwikkelingen en financiële uitgangspunten. Onvoorziene gebeurtenissen, calamiteiten, striktere regelgeving of wijzigingen in financiële uitgangspunten kunnen het verloop beïnvloeden. Vooral een rentewijziging kan een aanzienlijk effect hebben op de ontwikkeling van de rioolheffing.

6.3.2

Verordening Riool- en Waterzorgheffing

Een mogelijkheid is om de Verordening Rioolheffing door de Verordening Riool- en Waterzorgheffing te vervangen om recht te doen aan de bredere invulling van de gemeentelijke watertaken. Wateroverlast en verdroging vereisen steeds meer maatregelen in de openbare ruimte. Dit komt iedereen ten goede en daarom worden via een mogelijke nieuwe verordening meer percelen betrokken bij de heffing. We maken in dat geval onderscheid tussen de heffing voor de lozing van afvalwater van een perceel en de heffing voor waterzorg in het algemeen (hemelwater, grondwater). Dit wordt voorlopig niet ingevoerd. Het is een mogelijkheid die in de toekomst nader wordt onderzocht.

Bijlagen A Samenvatting Klimaatadaptatie Visie en uitvoeringsprogramma 2023-2028 B Evaluatie C Beslisschema WINNET Directe Afvoer Regenwater op open water

A Samenvatting Klimaatadaptatie Visie en uitvoeringsprogramma 2023-2028 Het weer in Nederland wordt steeds extremer door klimaatverandering: het wordt heter en droger. En als er regen valt, dan zijn de buien gemiddeld intenser met wateroverlast of zelfs overstromingsrisico tot gevolg. Dit heeft gevolgen voor onder meer onze gebouwen, landbouw, infrastructuur en onze gezondheid. Om die reden gaat klimaatverandering ons allemaal aan en moeten we onze leefomgeving voorbereiden op meer en heftigere veranderingen van het klimaat. Het aanpassen aan klimaatverandering noemen we klimaatadaptatie. Stresstesten De gemeente IJsselstein is al enige tijd bezig met het voorbereiden op het veranderende klimaat. Dit doen we geheel in lijn met landelijk en regionaal beleid. Zo hebben we stresstesten uitgevoerd om onze kwetsbare locaties te kennen. Daardoor weten we bijvoorbeeld dat wateroverlast door buien steeds meer een pro-bleem gaat worden op het platteland ten noorden en ten zuiden van de stad én dat er diverse knelpunten zijn in de stad. Hitte is een duidelijk probleem voor onze bin-nenstad en omliggende wijken. Droogte levert vooral schade op voor het platteland. Overstromingsrisico speelt vooral in de wijken IJsselveld en IJsselwetering. Klimaatschade De gevolgen van klimaatverandering gaan ons hoe dan ook geld kosten.

Inwoners zullen vooral schade ondervinden aan hun woningen en tuinen. Boeren ondervinden steeds vaker droogteschade door minder opbrengsten aan gewassen. Bedrijven kunnen verlies verwachten als gevolg van minder arbeidsproductiviteit en schade aan panden. De gemeente zal kosten moeten maken om schade te herstellen aan wegen, rioleringen en het vervangen van groen. Daarnaast hebben specifieke organisaties elk hun eigen uitdagingen als gevolg van klimaatverandering. Zo zullen evenementen- en sportorganisaties rekening moeten houden dat evenementen niet altijd door kunnen gaan. Hulpdiensten en zorginstellingen kunnen meer inspanning verwachten als gevolg van wateroverlast, brand, allergieën en lichamelijke klachten. Nutsbedrijven krijgen de uitdaging om de infrastructuur voor water en elektriciteit op niveau te houden. Als we niets doen, bedraagt de gemiddelde jaarlijkse schade per inwoner als gevolg van klimaatverandering ruim €252,-. Door het nemen van klimaatadaptieve maatregelen willen we deze kosten verminderen. Dialogen met inwoners We hebben meer dan 500 inwoners van IJsselstein ondervraagd over het onder-werp klimaatadaptatie. Inwoners gaven in meerderheid aan de klimaatverandering te zien en de gevolgen ervan te ondervinden. Ruim 82% van de inwoners zien de grootste rol op gebied van klimaatadaptatie voor de gemeente.

De helft van de inwoners ziet ook een belangrijke taak voor zichzelf. Inwoners vinden dat de ge-meente fors moet inzetten qua ambitieniveau. Liefst 68% vind dat de gemeente proactief of zelfs vooruitstrevend moet handelen. Slechts 9% geeft aan dat een af-wachtende of reactieve houding passend is. Dialogen met bedrijven en overheden Naast inwoners hebben we gesproken met vertegenwoordigers van diverse bedrijven en overheden, variërend van landbouw, vastgoed, industrie, natuur en de horeca. De interne ambtelijke organisatie van de gemeente IJsselstein heeft een vergelijkbare ambitie als de inwoners van IJsselstein. Binnen de gemeente gaf 82% van de ondervraagde ambtenaren aan een proactieve of vooruitstrevende ambitie nodig is. Vertegenwoordigers van bedrijven en andere overheden hebben een iets lager ambitieniveau in gedachten dan inwoners. 36% heeft een proactieve of vooruitstrevende ambitie. 60% van de bedrijven geeft aan dat een actieve houding de juiste is. Geen enkele organisatie wenste een afwachtende of reactieve ambitie.

Proactieve ambitie Alle dialogen met inwoners, bedrijven en de eigen organisatie afwegend, past een proactieve houding op gebied van klimaatadaptatie het best. Een proactieve houding betekent voor de gemeente IJsselstein het volgende: • We werken daadkrachtig met derden samen aan onze opgaves. De gemeente stelt middelen beschikbaar om de samenwerking te laten slagen. • We laten de behaalde resultaten zien en we breiden onze voorbeeldfunctie uit. • We werken aan een breed maatschappelijk draagvlak voor ons uitvoeringsprogramma op gebied van klimaatadaptatie. • Maatregelen op gebied van klimaatadaptatie moeten realistisch en haalbaar zijn. We creëren kansen en verzilveren de meekoppelkansen. • We gaan op zoek naar inspiratie bij andere overheden om van anderen te leren en succesverhalen door te vertalen naar het eigen beleid. • We volgen innovatieve ontwikkelingen en passen deze daarna toe. We voeren lokaal, en in regionaal verband, pilots uit maar gaan niet zelf onbewezen maatregelen nemen. Speerpunten Onze proactieve ambitie hebben we vertaald in de volgende speerpunten: 1a. Klimaatadaptieve herstructurering van de openbare ruimte 1b. Klimaatadaptieve bouw 2. De stad als spons 3. Leefbaarheid bij hitte 4. Gevolgbeperking vitale en kwetsbare functies 5a. Klimaatbewustzijn en actie nemen, samen met inwoners 5b.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14462298/1