CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

Water- en rioleringsprogramma IJsselstein 2024-2028

Commissie Ruimte 17 september 2024, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: 22:30 uur Raadsvoorstel Vaststellen Water- en Rioleringsprogramma (WRP) 2025-2028 IJsselstein17.502 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Water- en rioleringsprogramma IJsselstein 2025 tot en met 2028

Gemeente IJsselstein

Samenvatting Water- en Rioleringsprogramma IJsselstein Het Water- en Rioleringsprogramma van IJsselstein (hierna WRP genoemd) is een uitwerking van de ambities uit de Omgevingsvisie IJsselstein om de gemeentelijke watertaken voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater vorm te geven. Het gaat om de doelen beschermen van de gezondheid, beschermen van de leefomgeving, waaronder ook milieu en waterkwaliteit, en bijdragen aan een klimaatbestendige en waterrobuuste omgeving. Daarbij wordt integraal samengewerkt en meegewerkt aan andere doelen, zoals de energietransitie en circulaire economie. Het programma is net als de Omgevingsvisies zelfbindend, dus het bindt alleen het gemeentebestuur zelf. Het Water- en Rioleringsprogramma is de opvolger van het Gemeentelijke Rioleringsplan IJsselstein 2018-2023. Dit Programma laat zien hoe we naast de invulling van onze zorgplichten afvalwater, hemelwater en grondwater samen met onze waterpartners de komende jaren ook een bijdrage leveren aan het behalen van andere gemeenschappelijke doelen via een integrale en wijkgerichte aanpak. Het gemeentelijke waterbeheer staat niet op zich, maar is continu in beweging door diverse uitdagingen en ontwikkelingen. Regionale samenwerking: het Netwerk Water en Klimaat Het Netwerk Water en Klimaat bestaat uit 17 partners, diverse werkgroepen en een managementteam.

Samen met 14 gemeenten, de provincie Utrecht, Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden en Veiligheidsregio Utrecht vormen deze organisaties een regionaal samenwerkingsverband voor wateren klimaatprofessionals. De ambitie is om de regio Utrecht in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig te maken. Het streven is een gezonde, aantrekkelijke en leefbare omgeving te realiseren die meer bestand is tegen klimaatverandering. Samenwerking staat centraal en andere partijen zijn uitgenodigd om mee te doen, van overheden en bedrijven tot maatschappelijke organisaties en bewoners. Met een focus op kennisdeling en samenwerking willen we onze regio versterken. We toetsen ruimtelijke ingrepen op klimaatbestendigheid, maken bebouwde en buitengebieden bestendig tegen klimaatverandering en optimaliseren de (afval)waterketen. Zes Water & Klimaat werkgroepen, waaronder Inwonersparticipatie en Stedelijk Water, initiëren gezamenlijke initiatieven en delen ervaringen om de regio veerkrachtiger te maken. Terugblik De afgelopen planperiode zijn veel activiteiten op basis van het toen lopende GRP uitgevoerd. We hebben bijvoorbeeld een actueel beeld van de toestand van de rioleringssystemen. Al het huishoudelijke en bedrijfsmatige afvalwater wordt ingezameld en naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) afgevoerd of lokaal gezuiverd.

Tijdens hevige neerslag wordt een deel van het afvalwater via overstortvoorzieningen op het oppervlaktewater geloosd volgens de afspraken met het hoogheemraadschap. De gevolgen voor het oppervlaktewater zijn dan beperkt door de verdunning met het regenwater. Afkoppelen van het regenwater van de riolering heeft voor een sterke verbetering gezorgd van het oppervlaktewater. Daarnaast is er door de uitgevoerde simulatieberekeningen met hevige neerslag, de zogenaamde klimaatstresstesten, een beeld van de gevolgen van de verwachte klimaatontwikkeling. Aandachtspunt is dat integrale projecten veel voorbereidingstijd vragen, vanwege de afstemming. Dit leidt nogal eens tot vertraging. Visie en Uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie IJsselstein 2023-2028 Een belangrijk document voor de hemelwatertaak is het Visie en Uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie IJsselstein 2023-2028. Dit plan onderbouwt de met het WRP gedeelde ambities om de gemeente bestendig te maken tegen extreme neerslag, droogte en hitte. In de kostenberekening van het WRP is rekening gehouden met de benodigde budgetten voor klimaatadaptatie, omdat de kosten voor een groot deel onder de rioolheffing vallen.

Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW) De gemeente IJsselstein voert momenteel diverse maatregelen uit in de openbare ruimte. Er is dus behoefte aan een actueel en gedetailleerd inzicht in de omvang en het functioneren van het stedelijk watersysteem in het geheel. Het opgestelde Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW) biedt dit inzicht. Het is de opvolger van het Basisrioleringsplan (BRP) en vormt de onderlegger voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Het SSW IJsselstein bestaat uit een viertal onderdelen: 1. Beschrijving van het (stedelijk) watersysteem - Welke deelsystemen voor afval-, hemel- en grondwater, bijbehorende voorzieningen en objecten, en het oppervlaktewatersysteem zijn binnen IJsselstein aanwezig? 2. Beschrijving van het functioneren van het stedelijk watersysteem - Een kwalitatieve beschrijving van het functioneren. 3. Evaluatie van het functioneren van het stedelijk watersysteem - Hoe functioneert het systeem? 4. Maatregelen - Hoe kan het functioneren verbeterd worden? Vanwege de afvalwatertaak is het noodzakelijk om jaarlijks een bepaalde hoeveelheid beschadigde riolen te vervangen en beheer en onderhoud uit te voeren. Bij voorkeur combineren we rioolvervanging met het wegbeheer en andere opgaven in de openbare ruimte. Het schoon houden en scheiden van schone en vuile waterstromen voor een betere waterkwaliteit is een van de uitdagingen.

Grondwater Gemeenten hebben als regisseur van grondwaterprocessen een grondwatertaak. Een belangrijk aandachtspunt is dat door klimaatverandering, met extreme natte en droge perioden, de grondwaterproblematiek steeds meer aandacht vraagt. We streven ernaar het grondwaterpeil zoveel mogelijk op natuurlijke wijze te laten fluctueren. De bodemgesteldheid en waterdoorlatendheid vertonen aanzienlijke regionale en lokale variaties. Om zowel wateroverlast door hoge grondwaterstanden als droogte in andere periodes te voorkomen, passen we gebiedsspecifieke ontwateringsnormen toe. Door actieve kennisdeling en samenwerking geven gemeenten en het hoogheemraadschap gezamenlijk vorm aan het grondwaterbeheer, gebaseerd op een duidelijke taakverdeling. Financiering en rioolheffing De kosten van de activiteiten uit het WRP worden betaald uit de rioolheffing, die de gemeenteraad jaarlijks vaststelt. De maatregelen in de planperiode 2025 tot en met 2028 zijn vrij nauwkeurig bekend. De periode daarna is globaler in beeld. De rioolheffing die bewoners en bedrijven betalen, is specifiek bedoeld voor het dekken van de kosten van de gemeentelijke watertaken: afvalwater, hemelwater en grondwater. Verordening Riool- en Waterzorgheffing De vervanging van de Verordening Rioolheffing door de Verordening Riool- en Waterzorgheffing is een mogelijkheid, maar vraagt nog meer voorbereiding en afstemming.

Deze verordening biedt mogelijkheden om de kosten van de afvoer van afvalwater en de zorg voor hemelwater en grondwater te scheiden.

Conclusie De situatie rondom de waterketen is momenteel vrij ingewikkeld, o.a. omdat we rekening moeten houden met andere ontwikkelingen en ambities binnen de openbare ruimte. De geplande vervanging van deze infrastructuur is niet verlopen, zoals eerder gepland, voornamelijk omdat er momenteel nieuwe medewerkers worden aangetrokken om onze ambities te ondersteunen. De functies zijn specialistisch en vragen om specifieke vaardigheden, wat de wervingsperiode verlengt. Bovendien hebben gedetailleerde inspectieresultaten uitgewezen dat de noodzaak voor vervanging minder dringend is dan eerder gedacht.Risicogestuurd beheer heeft ervoor gezorgd dat bepaalde investeringen in rioolvervanging worden uitgesteld,omdat we ons inmiddels richten op reële risico's. Door goed te onderzoeken en te volgen welke delen van het riool echt problemen hebben, kunnen we beter beslissen waar en wanneer onderhoud nodig is. Zo worden investeringen alleen gedaan waar het echt nodig is, wat leidt tot uitstel van minder dringende vervangingen en besparing van kosten. Via dit Water- en rioleringsprogramma geven we de gemeentelijke watertaken vorm en werken we mee aan de ambities uit de omgevingsvisie voor een duurzame, gezonde en leefbare stad.

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

5

Inleiding: een water- en rioleringsprogramma voor IJsselstein ....................................................................... 7 1.1

Een nieuw Water- en Rioleringsprogramma ............................................................................................. 7

1.2

Van GRP naar een programma onder de omgevingswet ................................................................... 7

1.3

Anticiperen op klimaatverandering .............................................................................................................. 8

1.4

Doelstelling en geldigheidsduur ..................................................................................................................... 8

1.5

Leeswijzer.................................................................................................................................................................... 8

Systeemoverzicht stedelijk water ............................................................................................................................... 9 2.1

Beschrijving van het (stedelijk) watersysteem ...................................................................................... 9

2.2

Beschrijving van het functioneren van het stedelijk watersysteem ........................................ 10

2.3

Evaluatie van het functioneren van het stedelijk watersysteem ...............................................12

2.4

Maatregelen ..............................................................................................................................................................12

2.5

Terugblik op de vorige planperiode 2018-2023 ..................................................................................13

2.6

Aandachtspunten voor de komende planperiode 2025 tot en met 2028 .............................13

Visie en ambitie: wat willen we bereiken ..................................................................................................................14 3.1

Onze doelen voor stedelijk water voor de langere termijn ............................................................14

3.2

Ontwikkelingen die van belang zijn voor de waterketen .................................................................15

3.3

Visie en ambitie van de gemeente IJsselstein ...................................................................................... 16

Strategie: hoe gaan we het doen .................................................................................................................................18 4.1

Onze samenwerkingsregio: Netwerk Water en Klimaat ...................................................................18

4.2

Zorgplicht afvalwater ..........................................................................................................................................18

4.2.1

Analyse inspecties ................................................................................................................................... 20

4.2.2

Vervanging AC-riolen ...............................................................................................................................21

4.3

Zorgplicht hemelwater........................................................................................................................................21

4.4

Zorgplicht grondwater ...................................................................................................................................... 25

4.5

Zorgplicht drinkwater .........................................................................................................................................29

4.6

Bodemdaling ............................................................................................................................................................29

4.7

Oppervlaktewater .................................................................................................................................................29

4.8

Risicogestuurd beheer .......................................................................................................................................32

4.9

Baggeren ....................................................................................................................................................................32

4.10

Bedrijfsvoering ..................................................................................................................................................32

4.11

Verordeningen ...................................................................................................................................................34

Uitvoeringsagenda: wat gaan we doen ..............................................................................................................36 5.1

Gezamenlijk programma met de regio ......................................................................................................36

5.2

Gemeentelijk uitvoeringsprogramma ........................................................................................................36

5.2.1

Planvorming en onderzoek ...................................................................................................................36

6.

5.2.2

Cyclisch onderhoud ..................................................................................................................................36

5.2.3

Vervangings- en verbeteringsmaatregelen: een wijkgerichte en integrale aanpak ...... 37

5.2.4

Facilitair ........................................................................................................................................................38

Personele en financiële middelen: wat hebben we nodig .................................................................................39 6.1

Personele middelen .............................................................................................................................................39

6.2

Financiële middelen .............................................................................................................................................39

6.2.1

Uitgangspunten ........................................................................................................................................ 40

6.2.2

Toerekening van kosten ........................................................................................................................ 40

6.2.3

Kapitaallasten ..............................................................................................................................................41

6.2.4

Investeringen planperiode ......................................................................................................................41

6.2.5

Exploitatielasten riolering .................................................................................................................... 42

6.2.6

BTW toerekening ...................................................................................................................................... 42

6.2.7

Opbouw van de lasten .............................................................................................................................43

6.2.8

Ontwikkeling aantal heffingseenheden ............................................................................................43

6.3

Berekening kostendekkende heffing ........................................................................................................ 44

6.3.1

Risico’s .......................................................................................................................................................... 44

6.3.2

Verordening Riool- en Waterzorgheffing ....................................................................................... 44

Bijlagen ......................................................................................................................................................................................... 45

A Samenvatting Klimaatadaptatie Visie en uitvoeringsprogramma 2023 -2028 .........................46 B Evaluatie .............................................................................................................................................................................49 C Beslisschema WINNET Directe Afvoer Regenwater op open water ................................................. 52

1. Inleiding: een water- en rioleringsprogramma voor IJsselstein 1.1

Een nieuw Water- en Rioleringsprogramma

Water en riolering spelen een cruciale rol in de volksgezondheid, zelfs meer dan de medische wetenschap sinds de 19e eeuw. Meestal merken we riolering pas op bij problemen, zoals stank of wateroverlast. Het afvoeren van grote hoeveelheden water gebeurt vaak onopgemerkt. Hoewel we bij het riool denken aan ondergrondse buizen, worden ook bovengrondse voorzieningen voor hemelwater, steeds belangrijker. De toenemende extremen in weer door klimaatverandering zorgen ervoor dat het rioolstelsel na hevige regenval niet altijd snel kan afvoeren. We investeren in bovengrondse voorzieningen om regenwater tijdelijk op te vangen en gedoseerd af te voeren naar oppervlaktewater. Onze aanpak omvat het benutten, vasthouden, bergen en vervolgens afvoeren van hemelwater. Voor een sterke onder- en bovengrondse infrastructuur, van kabels en leidingen tot wegen en watergangen, zijn weloverwogen beleidsafwegingen nodig. Het beheer van de openbare ruimte, bodembescherming, waterkwaliteit en het totale watersysteem vragen om integraal beleid. Met het oog op de Omgevingswet in 2024 hebben we het traditionele gemeentelijke rioleringsplan (GRP) vernieuwd in het gezamenlijke Water- en Rioleringsprogramma (WRP).

Dit WRP bevat beleidsmatige richtlijnen voor afvalwater, hemelwater en grondwater en vormt met een groot deel van de Visie en Uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie IJsselstein 2023-2028 de basis voor de rioolheffing.

1.2

Van GRP naar een programma onder de omgevingswet

De inhoud van het (voormalige) gemeentelijk rioleringsplan (GRP) sluit onder de Omgevingswet grotendeels aan bij het begrip "programma". Het integreren van de verschillende aspecten uit het (voormalige) GRP in de drie kerninstrumenten van de Omgevingswet (omgevingsvisie, rioleringsprogramma en omgevingsplan) zorgt voor een stevige inbedding in het gemeentelijk beleid en -regelgeving voor de fysieke leefomgeving. Het gemeentelijke rioleringsprogramma kan, net als de omgevingsvisie, een onderbouwing bieden voor regels in het omgevingsplan. Artikel 3.14 van de Omgevingswet bepaalt dat de gemeente een (onverplicht) gemeentelijk rioleringsprogramma vast kan stellen. Volgens de Omgevingswet wordt het water- en rioleringsprogramma vastgesteld door het college van B&W. Een besluit door de gemeenteraad is niet verplicht, maar gezien de aard van het rioleringsprogramma en de duidelijke relatie tussen het onderdeel kostendekking en de besluitvorming over de belastingverordening rioolheffing ligt het voor de hand om het programma toch door de gemeenteraad te laten vaststellen. Het WRP laat zien: Welke doelstellingen en welke omgevingswaarden moeten worden nagestreefd. Wat de huidige situatie is, zoals de huidige waterhuishouding, de kwaliteit van het water en de huidige knelpunten. Wat de knelpunten zijn en welke maatregelen nodig zijn om deze op te lossen.

Welke concrete maatregelen nodig zijn om de doelstellingen te bereiken en de knelpunten op te lossen. Wat de uitvoeringsstrategie: hoe worden de maatregelen uitgevoerd en wie is hiervoor verantwoordelijk. Welke belanghebbenden betrokken worden en hoe voor draagvlak gezorgd wordt.

Hoe de uitvoering van het programma gemonitord wordt, hoe geëvalueerd wordt of de doelstellingen worden behaald.

1.3

Anticiperen op klimaatverandering

Om te kunnen anticiperen op klimaatverandering en om overlast tijdens hevige neerslaggebeurtenissen te voorkomen, moet het water zoveel mogelijk op een andere manier dan via riolering worden afgevoerd of geborgen. Dit kan bijvoorbeeld door het vergroten van het waterbergend en infiltrerend vermogen van de bebouwde omgeving en in lager gelegen gebieden in het landelijk gebied via robuuste groene en blauwe netwerken. Hierbij gaat het niet alleen om de openbare ruimte, maar ook om particulier terrein. In onze klimaatvisie is dit in detail uitgewerkt.

1.4 Doelstelling en geldigheidsduur Een programma voor de waterketen moet maatregelen bevatten om aan één of meer omgevingswaarden te voldoen of één of meer andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken. Voor het stedelijk waterbeheer gaat het bijvoorbeeld om de gemeentelijke watertaken voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater en voor de specifieke beleidsdoelstellingen die hiervoor gelden. Het programma bevat concrete maatregelen die uitgevoerd worden. Het college van B&W legt zichzelf verplichtingen op. De geldigheidsduur van het programma is maximaal zes jaar. Het programma biedt een compleet overzicht voor zowel bestuurders, medewerkers van de gemeente als bewoners.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding behandelen we in hoofdstuk 2 het functioneren van de systemen. Hoofdstuk 3 beschrijft de visie en ambitie. Vervolgens werken hoofdstukken 4, 5 en 6 onze strategie, uitvoeringsagenda en de benodigde personele en financiële middelen uit.

2. Systeemoverzicht stedelijk water Het Basisrioleringsplan (BRP) van de gemeente IJsselstein, waarin de afvoercapaciteit van de riolering is berekend, dateert uit 2012 en is niet actueel. Om in te spelen op de actuele ontwikkelingen voert de gemeente momenteel diverse maatregelen uit in de openbare ruimte. Hierdoor is het noodzaak dat duidelijk is wat de omvang en de werking van de verschillende onderdelen van het stedelijk watersysteem is. Het Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW) is in het voorjaar van 2024 afgerond. Het is de opvolger van het BRP en legt de basis voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Het biedt een actueel en gedetailleerd overzicht. Het SSW IJsselstein bestaat uit vier onderdelen: Beschrijving van het (stedelijk) watersysteem - Welke deelsystemen voor afval-, hemel- en grondwater, bijbehorende voorzieningen en objecten, en het oppervlaktewatersysteem zijn binnen IJsselstein aanwezig? Beschrijving van het functioneren van het stedelijk watersysteem - Een kwalitatieve beschrijving van het functioneren. Evaluatie van het functioneren van het stedelijk watersysteem - Hoe functioneert het systeem? Maatregelen - Hoe kan het functioneren verbeterd worden? Bij het opstellen van het SSW is o.a. rekening gehouden met de notitie analyse inspectieronde 2021, 2022, 2023.

Het SSW IJsselstein is een digitale rapportage en te bekijken via een storymap: https://storymaps.arcgis.com/stories/7923d5b40f6843c7ae72f06c5fcc290b

2.1

Beschrijving van het (stedelijk) watersysteem

Binnen de gemeente IJsselstein zijn er op basis van het type rioleringsstelsel en de aanwezigheid van rioolgemalen een groot aantal deelgebieden te onderscheiden. In totaal zijn er 25 bemalingsgebieden te herkennen. Van deze deelgebieden zijn er tien gedefinieerd als gemengd stelsel en zes als volledig gescheiden. In zes gebieden is een verbeterd gescheiden stelsel toegepast en in drie een verbeterd gescheiden stelsel met een aparte dakwaterleiding. In IJsselstein is er dus een uitgebreid systeem van gescheiden riolering met als uitzondering het oude centrum. Dit betekent dat we niet dezelfde grote afkoppelambities hebben als veel andere gemeenten. We beschikken al over een robuust systeem en een solide basis om verder op voort te bouwen.

Figuur 1 Rioolstelseltypen in IJsselstein

2.2 Beschrijving van het functioneren van het stedelijk watersysteem Het functioneren van het stedelijk watersysteem is onderzocht met berekeningen van optredend wateroverlast, begaanbaarheid van wegen en geschatte pandschade. Wateroverlast De gemeente IJsselstein streeft ernaar om in 2050 geen wateroverlast te hebben bij een bui van 70 mm per uur. Om deze doelen te bereiken, is de waterdiepte bij hevige regenval (70 mm/uur) geanalyseerd. De wateroverlastanalyse is uitgevoerd door Antea met een 1D/2D hydraulisch rekenmodel. Uit de verzamelde informatie blijkt dat op verschillende locaties water op straat wordt voorspeld.

Figuur 2 Berekend water op straat bij een bui van 70 mm per uur Begaanbaarheid wegen De gemeente streeft ernaar dat in 2050 de infrastructuur waterrobuust is ingericht en te allen tijde begaanbaar blijft bij een bui tot 90 mm per uur. Op een kaart is aangegeven welke wegen slecht tot onbegaanbaar zijn bij een bui van 90 mm per uur.

Figuur 3 Berekende begaanbaarheid wegen bij een bui van 90 mm/uur

Geschatte pandschade De gemeente stelt als ambitie dat er in 2050 geen waterschade aan panden is bij een bui van 70 mm per uur. De waterschade-inschatting tijdens een bui van 70 mm per uur, afkomstig van Arcadis (2022), laat zien waar de grootste schade aan panden optreedt. Deze schade wordt met name veroorzaakt door hoeveelheden water op straat die worden berekend in laadkuilen.

2.3 Evaluatie van het functioneren van het stedelijk watersysteem In het model is ook een koppeling gemaakt tussen het vrijvervalstelsel en het oppervlaktewater. Het volgende figuur laat zien welke stijging van het oppervlaktewater optreedt bij bui 10 (herhalingstijd eenmaal per 10 jaar).

Figuur 4 Berekende stijging van het oppervlaktewater bij bui 10

2.4 Maatregelen Voor de hydraulische knelpunten in IJsselstein is een aantal maatregelen voorgesteld. Via de digitale kaart zijn de locaties weergegeven waar deze maatregelen moeten worden genomen. Het gaat om een beperkt aantal.

2.5 Terugblik op de vorige planperiode 2018-2023 In het vorige GRP is een aantal ambities en werkzaamheden beschreven. Veel activiteiten zijn uitgevoerd, maar een aantal is uitgesteld of afgevallen. De ambitie was dat er veel aandacht zou zijn voor het vervangen van verouderde rioleringen en het aanleggen van nieuwe rioleringen. Dit is nodig om de rioleringen goed te laten functioneren en om problemen zoals verstoppingen en lekkages te voorkomen. Daarnaast zou er extra berging voor regenwater aangelegd om wateroverlast te voorkomen bijvoorbeeld door het aanleggen van extra waterbergingen of door het vergroten van bestaande waterbergingen. Helaas hebben we te maken gehad met vertragingen in de uitvoering van grote bouwplannen. Maar ook het ingevoerde risicogestuurde beheer heeft ervoor gezorgd dat bepaalde investeringen in rioolvervanging zijn uitgesteld, omdat we ons inmiddels richten op het voorkomen van reële risico's. Een aantal kleine inbreidingsplannen is wel uitgevoerd. Ook was er aandacht voor het verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater. Dit kan bijvoorbeeld door het verminderen van lozingen vanuit de riolering. Daarnaast was extra groen gepland om regenwater op te vangen en te infiltreren in de bodem. Dit draagt bij aan het verminderen van de belasting van het rioolstelsel en het voorkomen van wateroverlast. Deze plannen zijn op kleine schaal uitgevoerd.

We zijn er niet aan toe gekomen om het onderzoek naar de grondwaterstanden uit te breiden. De ambitie was om de communicatie met inwoners over het rioleringsbeheer en het belang van een goede riolering te verbeteren door informatiebijeenkomsten of door het verstrekken van informatie via de gemeentelijke website. Het doel hiervan is om inwoners bewust te maken van het belang van een goede riolering en om hen te informeren over de werkzaamheden die worden uitgevoerd. Dit is uitgevoerd. Ook zijn reacties van bewoners verwerkt in de klimaatvisie en het Systeemoverzicht Stedelijk Water. De onderzoeken en het onderhoud zijn volgens de planning uitgevoerd.

2.6 Aandachtspunten voor de komende planperiode 2025 tot en met 2028 In de aanloop naar de volgende planperiode (2025-2028) zien we de volgende aandachtspunten: Verbeterd databeheer: Het beheer van onze gegevens heeft aanzienlijke vooruitgang geboekt. Dit vormt een solide basis voor effectieve planning en uitvoering. Maar het blijft een aandachtspunt dat verdere optimalisatie vraagt. Uitdagingen bij asbest-cement riolen: De planning voor de vervanging van asbest-cement riolen is geactualiseerd. De komende jaren zijn extra inspanningen nodig om deze uitdaging aan te pakken. Integrale aanpak van weg- en rioolvervanging: De integrale benadering van weg- en rioolvervanging heeft geleid tot een tijdelijke vermindering van rioolvervanging, aangezien een aantal wegen niet gelijktijdig gepland stonden. Het is belangrijk om dit te monitoren en eventueel bij te sturen. Grondwateronderzoek Het uitbreiden van onderzoek gepland naar de grondwaterstanden is nodig om een goed beeld te krijgen van de grondwaterstanden en om te bepalen welke maatregelen er nodig zijn om de grondwaterstanden op peil te houden. Ook om de effecten van klimaatverandering op de grondwaterstanden te bepalen. Personele capaciteit en takenverschuiving: Beperkte personele capaciteit maakt de uitvoering van geplande onderzoeken en maatregelen lastig.

Een herverdeling van taken en het aantrekken van extra personeel is een oplossing om deze uitdaging het hoofd te bieden. Onze strategie zal zich in toenemende mate richten op klimaatadaptatie, integraal werken en het slim beheren van bestaande voorzieningen. Op deze manier streven we ernaar om effectiever om te gaan met de klimaatverandering en duurzaam waterbeheer.

3. Visie en ambitie: wat willen we bereiken 3.1

Onze doelen voor stedelijk water voor de langere termijn

IJsselstein is rijk aan water. De hoofdstroom van onze gemeente is de Hollandsche IJssel. De stad is gevormd langs de rivier en heeft haar naam hieraan te danken. Het zuiden van de gemeente wordt begrensd door de Lek. Het noordelijke deel van het landelijk gebied is een polder waar met sloten de ontwatering is geregeld. Ook in het stedelijk gebied is water een belangrijke structuurdrager, met name rondom de binnenstad en in het zuiden. Water is vaak gecombineerd met groenstructuren en heeft een grote ecologische waarde. Met meer neerslag in Nederland en buitenland kan een hogere waterafvoer ontstaan in de Lek waardoor de dijkveiligheid in de toekomst onder druk kan komen te staan. Ook de waterkwaliteit staat onder druk door o.a. medicijnresten en plastic in het water, maar ook doordat door droogte de waterkwaliteit van stilstaand water afneemt. De handreiking stedelijk water onder de omgevingswet (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, april 2021) geeft een duidelijk beeld van het maatschappelijk effect, de hoofddoelen en subdoelen van het stedelijk waterbeheer. Deze drie niveaus hebben een samenhang en beïnvloeden elkaar. Het maatschappelijk effect van het stedelijk waterbeheer is bijvoorbeeld een gezonde en veilige leefomgeving, waarbij het stedelijk waterbeheer bijdraagt aan de volksgezondheid, veiligheid en ruimtelijke kwaliteit.

Om dit maatschappelijk effect te bereiken, zijn er verschillende hoofddoelen geformuleerd, zoals het voorkomen van wateroverlast, het beschermen van de waterkwaliteit en het realiseren van een duurzame en klimaatbestendige waterketen. Deze hoofddoelen worden vervolgens vertaald naar concrete subdoelen, zoals het aanleggen van groene daken en het afkoppelen van regenwater. Door deze subdoelen te realiseren, wordt bijgedragen aan de hoofddoelen en uiteindelijk aan het maatschappelijk effect van het stedelijk waterbeheer. De visie en de ambitie voor de waterketen draagt bij aan een duurzame en klimaatbestendige leefomgeving. Dit betekent dat de waterketen moet bijdragen aan een gezonde leefomgeving, een robuust watersysteem en een circulaire economie. De ambitie is om de waterketen zo in te richten dat deze bijdraagt aan deze doelen en tegelijkertijd betaalbaar en betrouwbaar blijft voor de gebruikers. Dit betekent ook dat er gezocht moet worden naar innovatieve oplossingen en naar samenwerking met alle betrokken partijen.

Figuur 5 Illustratie van maatschappelijke effecten, hoofd- en subdoelen van het stedelijk waterbeheer

3.2 Ontwikkelingen die van belang zijn voor de waterketen De eerder genoemde handreiking stedelijk water onder de omgevingswet laat ook zien welke maatschappelijke ontwikkelingen van invloed (kunnen) zijn op het stedelijk waterbeheer. Dit verschilt per regio en organisatie. Maar hoe dan ook is het van belang om hiermee rekening te houden.

Figuur 6 Trends en ontwikkelingen met invloed op de riolering en het stedelijk waterbeheer

Concrete ontwikkelingen voor de waterketen zijn de ontwikkeling van decentrale zuiveringstechnieken, zoals helofytenfilters en membranen, die kunnen bijdragen aan het sluiten van kringlopen en het terugwinnen van grondstoffen en energie. Ook de ontwikkeling van nieuwe technieken voor het monitoren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en het grondwater, zoals sensoren en drones is interessant. Verder kan de ontwikkeling van nieuwe financieringsmodellen, zoals gebiedsgerichte financiering en publiek-private samenwerking, bijdragen aan het realiseren van duurzame oplossingen voor de waterketen.

3.3 Visie en ambitie van de gemeente IJsselstein De visie en ambitie van de gemeente op de openbare ruimte is recent uitgewerkt in een aantal plannen. De plannen hebben raakvlakken met de waterketen en onderdelen van dit Water- en rioleringsprogramma. Integrale visie openbare ruimte (IVOR) maart 2021 De overkoepelende visie voor de openbare ruimte in de Gemeente IJsselstein luidt: "IJsselstein heeft een openbare ruimte die ons verbindt en die bijdraagt aan een gezonde en leefbare woon- en werkomgeving, voor nu én in de toekomst." De belangrijkste ambities van de Gemeente IJsselstein voor de openbare ruimte in de komende 10 jaar zijn: De openbare ruimte is toekomstbestendig; klimaatadaptief, duurzaam en groen natuurlijk zijn de norm. IJsselstein is een gezonde, veilige en vitale stad waar ruimte is voor ontmoeting, ontspanning en beweging. Samen werken we aan een openbare ruimte van en voor iedereen. De Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR) van de Gemeente IJsselstein omvat meerdere vakgebieden, waaronder groen, water en wegen. Het bijbehorende proces speelt in op de wensen en behoeften van inwoners. Het Water- en rioleringsprogramma en het Beleidsplan Duurzaamheid zijn onderdeel van deze integrale visie. Ze dragen bij aan de ambities van de gemeente op het gebied van duurzaamheid en een gezonde en leefbare woon- en werkomgeving.

Omgevingsvisie, november 2021 De omgevingsvisie van de gemeente geeft de hoofdlijnen weer van het te voeren integrale beleid. De omgevingsvisie gaat in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. In de omgevingsvisie geeft de gemeente aan op welke wijze zij haar taken invult, waaronder ook het stedelijk waterbeheer. De strategische aspecten van de gemeentelijke watertaken worden beschreven, waarbij de gemeente haar beleidsvrijheid kan benutten om invulling te geven aan haar taken. Het is belangrijk dat de gemeente aan inwoners en bedrijven duidelijk maakt hoe zij deze beleidsvrijheid invult en wat zij van de gemeente kunnen verwachten. Regionale Adaptatie Strategie, regio Utrecht Zuidwest, november 2020 De visie die de basis vormt voor deze Regionale Adaptatiestrategie (RAS) is als volgt: In 2050 hebben wij een klimaatbestendige en waterrobuuste regio Utrecht Zuidwest, waarbij het gebied en de samenleving zijn aangepast aan de gevolgen van klimaatverandering. En dit gaat niet vanzelf. Klimaatadaptatie is bij uitstek een opgave die we moeten verknopen met andere opgaven, bijvoorbeeld met verstedelijking, biodiversiteit en energietransitie. En niemand kan het alleen: samenwerking is essentieel.

Klimaatadaptatie visie en uitvoeringsprogramma 2023-2028, augustus 2023 Een belangrijk document voor de hemelwatertaak is de rapportage Visie en Uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie IJsselstein 2023-2028. Dit plan onderbouwt de met het WRP gedeelde ambities om de gemeente bestendig te maken tegen extreme neerslag, droogte en hitte. In de kostenberekening van het WRP is rekening gehouden met de benodigde budgetten voor klimaatadaptatie, omdat de kosten voor een groot deel onder de rioolheffing vallen.

Een effectief klimaatadaptatieplan helpt gemeenten om veerkrachtiger te worden tegen de gevolgen van klimaatverandering en zorgt ervoor dat ze hun inwoners en infrastructuur kunnen beschermen. Het is een integraal onderdeel van stadsontwikkeling. Gemeentelijk Rioleringsplan IJsselstein 2019-2023 (GRP) In het Gemeentelijke Rioleringsplan zijn de ambities om de gemeentelijke watertaken stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater vorm te geven, uitgewerkt. Het gaat om de doelen beschermen van de gezondheid, beschermen van de leefomgeving waaronder ook milieu en waterkwaliteit, en bijdragen aan een klimaatbestendige en waterrobuuste omgeving. Zoals eerder aangegeven is dit WRP hierop een vervolg. Integrale beheerplan Openbare Ruimte IJsselstein (IBOR) Het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte heeft als doel om de openbare ruimte in de gemeente goed te beheren met als doel een leefbare en aantrekkelijke openbare ruimte. Het plan heeft als focus om beeldkwaliteitsniveau vast te leggen. Het plan bevat ook uitgangspunten en richtlijnen voor nieuwbouw en herstructurering met betrekking tot wateroverlast, droogte, hitte, het beperken van overstromingsrisico's en natuurinclusiviteit. Het plan heeft als doel om de openbare ruimte geschikt te maken voor ontmoeten, ontspannen, sporten, groen en natuur, woningbouw, mobiliteit en klimaatmaatregelen.

Het plan houdt rekening met de toename aan ruimteclaims en de uitbreiding van het te beheren areaal als gevolg van de ambitie om in 2030 minimaal 2500 woningen gerealiseerd te hebben. De categorieën van projecten zijn integrale projecten, werk-met-werk projecten en objectgerichte projecten: Integrale projecten zijn projecten waarin gemeentebrede opgaven zoals klimaatadaptatie, mobiliteit of woningbouw gekoppeld zijn aan groot onderhouds- of vervangingsopgaven in een bepaald gebied. De financiering van deze projecten vindt gezamenlijk plaats vanuit investeringen, omdat het gaat om projecten op een grotere schaal, waarbij vaak een complete herinrichting van de openbare ruimte plaatsvindt. Werk-met-werk projecten zijn projecten waarin de werkzaamheden op het gebied van water en riolering, infrastructuur en/of groen samengebracht worden in één project, zodat er kosteneffectief wordt gewerkt en overlast voor bewoners wordt beperkt. De financiering van deze projecten vindt plaats vanuit exploitatiebudgetten als het (groot) onderhoud betreft. Bij vervangingen wordt het project vanuit investeringsbudgetten betaald. Objectgerichte projecten zijn projecten waarbij de werkzaamheden zich beperken tot het groot onderhoud aan of de vervanging van één object(soort), zoals een brug, een speelplaats of een rij bomen in een straat.

Het Water- en Rioleringsprogramma van IJsselstein (WRP) is een uitwerking van de ambities uit de eerdergenoemde visies en plannen met focus op gezondheid, leefomgeving, waterkwaliteit en klimaatbestendigheid. Het WRP streeft naar een veerkrachtige en duurzame waterketen voor IJsselstein, waarbij belangen van inwoners, milieu en economie in evenwicht zijn.

4. Strategie: hoe gaan we het doen Een doeltreffend en doelmatig water- en rioleringsbeheer is gebaseerd op een goede en doordachte strategie. Met de noodzaak om te anticiperen op de eerder genoemde ontwikkelingen en de veranderende gemeentelijke behoeften, is een heldere strategie belangrijk. We willen een veerkrachtig en toekomstbestendig watersysteem creëren. Dit hoofdstuk beschrijft onze koers en beslissingen om onze water- en rioleringsinfrastructuur te optimaliseren en te verbeteren.

4.1 Onze samenwerkingsregio: Netwerk Water en Klimaat De Samenwerkingsovereenkomst Samenwerkingsovereenkomst Water & Klimaat (looptijd 1 januari 2024 – 31 december 2027, versie ) beschrijft de samenwerking tussen verschillende gemeenten, het waterschap, de provincie en de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) binnen het kader van Water & Klimaat in de regio Utrecht Zuidwest. De doelstelling is gericht op het realiseren van een klimaatbestendige en waterrobuuste regio door samen te werken, kennis te delen en te innoveren. De nadruk ligt op het vertalen van de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) naar lokaal beleid, het creëren van een aantrekkelijke en veerkrachtige bebouwde omgeving, het toekomstbestendig maken van het buitengebied en het doelmatiger en efficiënter maken van de (afval)waterketen. De overeenkomst benoemt zes pijlers voor het programma van het Netwerk Water & Klimaat: Lokaal invulling geven aan en uitvoeren van de RAS. Vergroten van klimaatbewustzijn bij inwoners, bedrijven en brancheorganisaties. Kennis en ervaring ophalen, ontwikkelen en delen. Ondersteuning bieden bij het aanvragen van subsidies. Stimuleren, verbinden en aanjagen van (regionale) thema's en initiatieven. Databeheer en data-optimalisatie.

Het organisatiemodel omvat een Managementteam, Regieteam, en Werkgroepen die gericht zijn op specifieke onderwerpen, zoals meten & monitoren, burgerparticipatie, stedelijke waterkwaliteit, bedrijventerreinen, gevolgbeperking, en het verminderen van personele kwetsbaarheid. De overeenkomst beschrijft ook de aanstelling van personeel en de organisatiestructuur, waarbij het waterschap de rol van gastheer op zich neemt. Er wordt een Water- en Klimaattafel behouden als bestuurlijk platform. Het eindigt met details over de kostenverdeling tussen partners en de financiering van de samenwerking. De overeenkomst heeft een looptijd van vier jaar, startend vanaf 1 januari 2024, met een mogelijkheid tot stilzwijgende verlenging van vier jaar bij afwezigheid van opzegging of ontbinding.

4.2 Zorgplicht afvalwater De wettelijke zorgplicht voor afvalwater houdt in dat de gemeente al het huishoudelijk afvalwater moet inzamelen dat binnen haar grenzen vrijkomt, tenzij dit niet doelmatig is. Doelmatigheid betekent in grote lijnen dat de aansluiting op de riolering van een of meerdere percelen betaalbaar moet zijn. Behandeling van Afvalwater in het Buitengebied Volgens de oude wetgeving bepaalden de afstand van een perceel tot de riolering en het aantal bewoners van het perceel of het huishoudelijk afvalwater via een drukriolering werd afgevoerd, dan wel op oppervlaktewater of in de bodem geloosd mocht worden. Deze regels zijn vervallen met de komst van de Omgevingswet per 1 januari 2024. De Omgevingswet maakt onderscheid tussen gerioleerde en ongerioleerde gebieden. In gerioleerde gebieden moeten percelen hoe dan ook worden aangesloten op de riolering.

De perceeleigenaar of initiatiefnemer van een ontwikkeling in het gebied is tot de erfgrens verantwoordelijk voor deze aansluiting, waarbij de gemeente een aansluitmogelijkheid biedt. De Omgevingswet geeft de gemeente meer vrijheden. Zo kunnen gemeenten en waterschap zonder tussenkomst van de provincie gezamenlijk afspraken maken. Ook krijgen gemeenten meer vrijheid om decentrale verwerking te stimuleren. In het kader van circulariteit is het wenselijk dat afvalwater zoveel mogelijk bij de bron (bedrijf) wordt gezuiverd van ongewenste stoffen, waardoor ook slechts licht vervuild water bij de RWZI terechtkomt. De gemeente beschouwt het buitengebied als gerioleerd gebied. Al het afvalwater wordt dus ingezameld en afgevoerd naar de RWZI. Inzamelen van afvalwater We hanteren een voorkeursvolgorde voor het behoud van de waterkwaliteit, waarbij water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden door vervuiling te voorkomen. Vervolgens wordt schoon en vuil water zo veel mogelijk gescheiden en het resterende verontreinigde water wordt uiteindelijk gezuiverd.

Figuur 7 Voorkeursvolgorde voor waterkwaliteit: voorkomen, scheiden, zuiveren Verder uitgewerkt in stappen ziet deze voorkeursvolgorde om het milieu te beschermen er zo uit: Het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt. Verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen of beperkt. Afvalwaterstromen worden gescheiden gehouden, tenzij het niet gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor doelmatig beheer (kosten versus baten) van afvalwater. Huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater van huishoudelijke aard worden ingezameld en naar een zuiveringstechnisch werk (vaak eerst gemaal en vervolgens RWZI) getransporteerd. Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d wordt zo nodig na zuivering bij de bron, zoals een bedrijf, hergebruikt. Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d wordt lokaal, zo nodig na berging of zuivering bij de bron, via het oppervlaktewater in het milieu gebracht. Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d wordt via het gemaal uiteindelijk naar de RWZI getransporteerd. Door het afvalwater zo min mogelijk te vermengen met hemel- en grondwater, houden we de aanvoer naar de waterzuivering beperkt en de verwerking ervan zo efficiënt mogelijk. Een aandachtspunt blijft het rioolvreemd water, dat afkomstig is uit sloten, drainage en binnensijpelend grondwater. Dit hoort niet thuis in de riolering.

Locaties waarvan wordt vermoed dat er sprake is van grote hoeveelheden rioolvreemd water, gaan we onderzoeken. Duurzame Afvalwaterketen Onze maatschappij wil toewerken naar een circulaire economie. Ook de waterketen kan hierin een rol spelen. Onze waterpartners hergebruiken bijvoorbeeld al reststoffen van drinkwaterproductie bijna volledig. Ook bij de afvalwaterzuivering worden verschillende stoffen teruggewonnen. Dit gezuiverde afvalwater wordt weer gebruikt om droogte in het gebied te voorkomen. Op het vlak van riolering hebben we mogelijkheden om materiaal van rioolbuizen en -putten en zand dat bij reiniging vrijkomt, her te gebruiken. Het transporteren en zuiveren van afvalwater kost energie. Bij vervanging van onderdelen kijken we naar duurzame alternatieven die ook een robuuste werking garanderen.

Goed rioolgebruik We verwachten van onze bewoners dat ze ook zelf een bijdrage leveren aan het verlagen van de beheer- en onderhoudskosten. Dat kunnen ze doen door het riool alleen te gebruiken waarvoor het is bedoeld. Ook gaan we ervan uit dat onze inwoners hun riolering op eigen terrein voldoende onderhouden. Via verschillende media-kanalen informeren we onze inwoners hierover. Regels voor wat wel en niet mag met een rioolaansluiting staan beschreven in de aansluitverordening. Op de website Nietinhetriool.nl van Rioned en op onze website staat beschreven wat inwoners en bedrijven wel en niet in het riool mogen lozen.

4.2.1

Analyse inspecties

Het plannen van rioolinspecties is gebaseerd op de leeftijd van het riool, historische onderhoudsgegevens en de vastgestelde risico's. De inspecties worden uitgevoerd met camera's en sensorische metingen. De verzamelde gegevens worden geanalyseerd. We kijken niet alleen naar de huidige staat van het riool, maar ook naar mogelijke trends en patronen die in de toekomst problemen kunnen veroorzaken. Deze analyse stelt ons in staat om proactief onderhouds- en reparatiestrategieën te ontwikkelen. Hierdoor kunnen we eventuele gebreken tijdig aanpakken en voorkomen we ongeplande uitval en kostbare reparaties. Het plannen en analyseren van rioolinspecties is dus essentieel voor een duurzaam en efficiënt rioleringsbeheer. In 2021 is in meerdere wijken een inspectieronde uitgevoerd en geanalyseerd. Het aantal noodzakelijke maatregelen bleek beperkt. Tabel 1 Resultaten van een rioolinspectieronde per wijk Wijk

Onderhoud

Vernieuwen

Totaal

Achterveld-Oost

EUR 5.500

EUR 1.000

EUR 6.500

Achterveld-Zuid

EUR 1.500

EUR 12.500

EUR 14.000

De Tuinen

-

EUR 1.000

EUR 1.000

Europakwartier

EUR 2.000

-

EUR 2.000

IJsseloevers

EUR 1.850

EUR 1.400

EUR 3.250

IJsselstein-Binnenstad

EUR 350

EUR 16.000

EUR 16.350

Kasteelkwartier

EUR 1.000

-

EUR 1.000

Nieuwpoort

EUR 7.450

-

EUR 7.450

Totaal

EUR 19.650

EUR 31.900

EUR 51.550

4.2.2 Vervanging AC-riolen Op basis van een grondige risicoanalyse, waarbij diverse risicofactoren, kostenramingen, effecten, en rente/inflatiecijfers zijn meegenomen, heeft een adviesbureau in de vorige planperiode aanbevolen dat de gemeente op korte termijn overgaat tot het relinen van alle asbestcementriolen (AC-riolen) die zich bevinden in gebieden met een verhoogd risico. De riolen in normale stedelijke gebieden zijn opgenomen in een planning voor de komende 1-10 jaar. Voor het relinen van de onderzochte 8.489 meter AC-riool zijn de geschatte investeringskosten op ongeveer EUR 2,56 miljoen (excl. btw) geraamd. Bij extrapolatie naar alle AC-riolen in IJsselstein (13.931 meter) bedragen de totale kosten voor het relinen van alle AC-rioleringen naar schatting ongeveer EUR 4,20 miljoen (excl. btw). Uit het onderzoek blijkt dat het strategisch is om het geplande vervangingen uit te stellen, bijvoorbeeld tot aan een grootschalige wijkreconstructie in combinatie met woningrenovatie of vernieuwing. In gevallen waarbij tijdelijke afzetting van hele wijkdelen en de tijdelijke evacuatie van bewoners mogelijk is, blijkt het ook efficiënter en kosteneffectiever om vervanging te overwegen vooral bij asbestcementleidingen.

4.3 Zorgplicht hemelwater Verwerking van hemelwater Door de toename van piekbuien als gevolg van klimaatverandering is het van belang om anders om te gaan met hemelwater. In plaats van het water zo snel mogelijk af te voeren, willen we het vasthouden om lange perioden van droogte te overbruggen en tijdelijk bovengronds bergen om wateroverlast bij extreme neerslag te voorkomen. Ook bewoners hebben vaak mogelijkheden om regenwater vast te houden door wateropslag onder de grond of in een vijver om schade door droogte te beperken. Het blijven vergroten van rioolbuizen is immers geen optie als gevolg van de beperkte ruimte in de ondergrond, de hoge kosten en beperkte doelmatigheid.

We hanteren de bekende voorkeursvolgorde vasthouden-bergen-afvoeren voor de omgang met hemelwater (waterkwantiteit): Vasthouden: doorlatende goten, groene daken, infiltratie in terreinverlagingen in groen en de bodem. Bergen: overtollig hemelwater bergen we eerst in bovengronds in voorzieningen zoals bijvoorbeeld wadi’s. Afvoeren: pas bij volledige benutting van de berging voeren we het overtollige hemelwater af naar het regionale watersysteem. Over het functioneren van het systeem vindt afstemming met het waterschap plaats. maar we voegen de thema’s Besparen (minder huishoudelijk waterverbruik) en Aanpassen (watervasthoudende, verkoelende en robuuste beplanting) toe.

Figuur 8 Voorkeursvolgorde voor waterkwantiteit We streven ernaar om het rioleringssysteem en de openbare ruimte zoveel mogelijk klimaatbestendig in te richten. We stemmen de plannen daarvoor af met andere gemeentelijke vakdisciplines en integreren de werkzaamheden: als de straten open moeten voor rioleringswerkzaamheden verbeteren we waar mogelijk ook de afvoer van water op straat en de kwaliteit van het groen. De werkzaamheden in de openbare ruimte beogen ook om water meer ruimte te geven en beter zichtbaar te maken. Ook willen we de beleving bij inwoners van water en groen versterken. Door het monitoren van praktijkervaringen, zoals meldingen en observaties van bewoners, kunnen we het functioneren van verschillende voorzieningen beter in kaart brengen. Dit omvat aanpassingen zoals veranderingen in bestrating, waterberging en de implementatie van klimaatbestendig groen. Het is essentieel om deze informatie te koppelen aan data-analyse en -beheer om zo inzicht te krijgen in de effectiviteit van maatregelen. Meldingen van bewoners vormen een waardevolle bron van gegevens die in de toekomst beter benut moeten worden. Beperking van risico op wateroverlast Omdat de capaciteit van het rioleringssysteem niet onbeperkt is, kan het voorkomen dat in meer of mindere mate een vorm van overlast optreedt. Hierbij maken we onderscheid tussen hinder en waterschade.

Wateroverlast in de vorm van hinder vinden we acceptabel. Als gevolg van klimaatverandering zal dit vaker voorkomen. Wateroverlast in de vorm van waterschade willen we voorkomen. Bepaalde locaties zijn als gevolg van hun lage ligging en historische ontwikkelingen dermate kwetsbaar voor wateroverlast dat dit probleem niet eenvoudig en kosteneffectief is op te lossen. De klimaatstresstesten zijn een goed hulpmiddel bij deze vraagstukken. We inventariseren de problemen en risico’s en maken dat openbaar. Ook adviseren we de bewoners bij probleemsituaties. Het rioleringssysteem bij nieuwbouw toetsen we op buien gebaseerd op de statistieken van 2050: Bij buien eens in de 10 jaar geen water op straat (redelijk vergelijkbaar met bui 8 + 10% van Rioned) Bij buien eens in de 100 jaar (70 mm/uur) geen schade aan gebouwen, infrastructuur en voorzieningen. Bij buien eens in de 250 jaar (90 mm/uur) blijven vitale en kwetsbare infrastructuur en voorzieningen functioneren en bereikbaar Het bestaande rioleringssysteem toetsen we minimaal aan een maatgevende bui met een frequentie van voorkomen van eenmaal per 2 jaar (zogenaamde RIONED-bui 8 + 10%). Hierbij geldt ook dat er geen water-op-straat mag voorkomen. Eventuele verbetermaatregelen toetsen we aan een bui met een frequentie van voorkomen van eenmaal per 10 jaar, waarbij water op straat acceptabel is.

De keuze voor rioleringsmaatregelen tegen een zwaardere toetsingsbui is een afweging tussen de meerkosten van diameterverruiming en de mogelijkheden om bovengronds extra regenwater te kunnen verwerken door bijvoorbeeld tijdelijke berging (maatwerk). Zware buien vereisen bovengrondse (extra) klimaatadaptieve maatregelen om wateroverlast te voorkomen, omdat de capaciteit van het riool eindig is. Inwoners zullen ermee moeten leren leven dat water vaker en langer op straat blijft staan na een extreme hoosbui. Om de watertaken, bekostigd vanuit de rioolheffing voor inwoners, betaalbaar te houden, zal de gemeente de inwoners meer gaan betrekken bij de hemelwaterverwerking. Bijvoorbeeld door inwoners te vragen hun daken af te koppelen van het riool en het hemelwater op eigen terrein te verwerken, via bijvoorbeeld een regenton. In de komende planperiode wordt de communicatie naar de bewoners geïntensiveerd. Als bij herinrichting van het stedelijk gebied een nieuw hemel- of infiltratieriool wordt aangelegd, stimuleert de gemeente inwoners, die op een gemengd riool zijn aangesloten, de voorkant van hun huis direct aan te sluiten op het hemelwaterriool. De gemeente geeft bovendien voorlichting over de taken en verantwoordelijkheden van de perceeleigenaren en informeert actief over het ontstaan van ‘water op straat’.

Basisveiligheidsniveau voor klimaatbestendige nieuwbouw De regionale samenwerking op het gebied van klimaatadaptatie heeft geleid tot een overeenkomst over een basisveiligheidsniveau voor klimaatbestendige nieuwbouw en herinrichting. Het gaat om een breed gedeeld programma van eisen voor klimaatbestendig en waterrobuust inrichten voor zowel nieuwbouwlocaties als bestaand gebied. De woningbouwopgave is groot. Nieuwe woonwijken moeten worden voorbereid op extremere weersomstandigheden (het risico op hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen) ten gevolge van klimaatverandering. Het basisveiligheidsniveau beschrijft een totaalpakket aan doelvoorschriften waaraan nieuwbouw zou moeten voldoen om klimaatbestendig te zijn, schade door het veranderende klimaat te verminderen en leefbaarheid te vergroten. Momenteel wordt dit in beleid verwerkt en in projecten toegepast. In de Klimaatvisie en uitvoeringsprogramma 2023-2028 zijn deze uitgangspunten beschreven en toegelicht.

Klimaatadaptatie Visie en uitvoeringsprogramma 2023-2028: de doelstelling voor 2050 In het plangebied treedt bij extreem hevige neerslag (1/100 jaar, 70 mm/uur) geen schade op aan bebouwing, infrastructuur en aan vitale voorzieningen. Bij 90 mm/uur (1/250 jaar) blijven vitale infrastructuur en voorzieningen functioneren en bereikbaar. Op particulier terrein (bebouwde deel) wordt een groot deel van de neerslag (range 40-70 mm) van een hevige bui (70 mm/uur) verwerkt (geïnfiltreerd, opgevangen en/of vertraagd afgevoerd). Dit gebeurt op het terrein zelf of in extra (water)voorzieningen toegerekend aan het plangebied. De voorzieningen voeren het water de eerste 24 uur vertraagd af (niet extra naar riolering of watersysteem). In het plangebied is oppervlaktewater voor afwatering zoveel mogelijk aanwezig. Bij een waterdiepte van 20 cm op de rijbaan mag geen schade optreden aan gebouwen en elektrische installaties in de openbare ruimte. Daarnaast blijven hoofdwegen begaanbaar. De bouw of herinrichting gebeurt waterneutraal. Als door verharding het waterbergend vermogen afneemt, worden op hetzelfde terrein compenserende maatregelen getroffen om mogelijke wateroverlast te voorkomen. De ontwikkeling leidt niet tot extra afvoer van water. Hemelwater wordt zoveel mogelijk vastgehouden, in de bodem gebracht en hergebruikt in het plangebied.

Omgaan met (sterk) vervuilde oppervlakken Het hemelwater, dat van daken afkomt, is relatief schoon en lozen we, waar mogelijk, direct in de bodem van een wadi of op oppervlaktewater. Een groot deel van de beperkte vervuiling wordt bij een bodemlozing op natuurlijke wijze (deels) gezuiverd, verdund en opgenomen in de toplaag van de wadi. Indien nodig vervangen we deze toplaag met schone grond (op basis van praktijkervaring na 20-30 jaar). Afkoppelen verhard oppervlak We hanteren het principe dat stedelijk afval- en hemelwater gescheiden worden ingezameld. Als herinrichting en rioolvervanging of -verbetering gepland zijn, onderzoeken we vooraf de meest doelmatige manier van hemelwaterverwerking. Afkoppelen van hemelwater van het riool is hierbij geen doel op zich, maar een middel om het transport van water naar de RWZI te verminderen. Bij bestaande bebouwing bepaalt de gemeente per locatie of afkoppelen doelmatig is en een bijdrage levert aan de doelstellingen. Het hoogheemraadschap adviseert hierbij. Bij nieuwbouwlocaties wordt in de meeste gevallen een gescheiden stelsel aangelegd. Bij een onderbouwde uitzondering als er ruimtegebrek is, is ook een gemengd stelsel mogelijk, afhankelijk van de situatie, zoals in centrumgebieden. Bij nieuwbouw is het uitgangspunt dat eigenaren hun afvalwater en (schoon) hemelwater gescheiden aanbieden op de erfgrens.

De toekomstige bewoners of bedrijven worden hierover tijdig en uitgebreid geïnformeerd. Als percelen zelf voldoende hemelwater kunnen verwerken, worden deze niet aangesloten op de riolering. Op zich is het einddoel een volledig gescheiden systeem, maar bij een gemengd riool wordt mogelijk voor een deel versteviging van de buis toegepast door relinen. Dit hangt af van de situatie. Bij rioolvervanging bij herinrichting van de openbare ruimte ontzorgen we omwonenden die nog niet zijn aangesloten. Wij realiseren nieuwe aansluitingen voor hen, maar stimuleren tegelijkertijd dat hemelwater wordt afgekoppeld van het gemengde stelsel.

Problematiek WKO-lozingen (bodemenergiesystemen) Warmte-koude-opslag (WKO) installaties worden steeds vaker toegepast voor het verwarmen en koelen van woningen, kantoren en industrie. Bij de aanleg en in veel gevallen ook bij het onderhoud aan een WKO wordt het zoute spoelwater geloosd op de riolering. Als de frequentie van pieklozingen in de toekomst toeneemt, kan het functioneren van het rioolstelstel verstoord worden. Een volledig beeld van de locaties van WKO’s ontbreekt en mogelijke negatieve effecten op de omgeving zijn onbekend. In deze planperiode inventariseren we de locaties en onderzoeken we de effecten. Dat doen we samen met andere gemeentes, het hoogheemraadschap en de Omgevingsdienst.

4.4 Zorgplicht grondwater Voorkomen grondwaterproblemen Gemeente en hoogheemraadschap werken nauw samen bij grondwaterbeheer. Het hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor het waterpeil. De gemeente heeft vanuit haar wettelijke zorgplicht de regie over processen met grondwater. Allereerst geeft de gemeente inzicht. Vervolgens worden mogelijke oplossingen verkend. Maatregelen worden uiteindelijk genomen door de partij die daarvoor (wettelijk) verantwoordelijk is. Het grondwaterpeil willen we zoveel mogelijk op natuurlijke wijze laten blijven fluctueren. De bodemopbouw varieert. De mate waarin grondwateroverlast zich voordoet, is dan ook sterk afhankelijk van de lokale situatie. Bij planologische wijzigingen bepalen en beoordelen gemeente en hoogheemraadschap gezamenlijk de waterhuishoudkundige randvoorwaarden en effecten van nieuwe ontwikkelingen. Hiermee willen we voorkomen dat onvoldoende ontwateringsmaatregelen worden getroffen. Mogelijk wordt een aangepaste bouwwijze en een grondwatermeetnet aanbevolen. Ontwatering bestaand gebied De gemeente moet maatregelen treffen in het openbaar gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zo veel mogelijk te voorkomen of beperken. Ontwatering kan zo’n maatregel zijn in bestaand gebied. Ontwatering is maatwerk en afhankelijk van de lokale situatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14462298/1