Transitievisie Warmte 1 0
Tekst van het document
6) Buitengebied
1.
Mix all-electric/hybride
Vrijstaande woningen, lage bebouwingsdichtheid. Mix van
warmtepompen
individuele oplossingen afhankelijk van
2.
Duurzaam gas op bestaand
woningeigenschappen (bouwjaar, isolatiegraad).
gasnet
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
24
Figuur 4.7 Kansrijke warmteoplossingen per buurtgroep
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
25
5 Afwegingen naar de juiste route Nu bekend is welke uitgangspunten we hanteren bij de warmtetransitie, wat de startsituatie is en welke alternatieven voor aardgas kansrijk zijn in IJsselstein, is de vraag: waar gaan we beginnen en hoe? Hoe komt de ‘route’ naar aardgasvrij er verder uit te zien en in welke buurten gaan we met bewoners in gesprek over de warmtetransitie. Deze visie wordt om de vier jaar herzien en zo hebben we alvast een doorkijk richting 2050. In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de koppelkansen en de afwegingen om tot een logische route te komen richting aardgasvrij in IJsselstein.
5.1
Koppelkansen
Koppelkansen zijn concrete aanleidingen om nu in een buurt te beginnen. Het idee daarbij is om ‘werk met werk te maken’. Gaat er in een buurt de aankomende tijd een schop in de grond? Heeft een buurt een herstructureringsopgave of juist een actief bewonersinitiatief? Wordt het gasnet vervangen? Dit kunnen aanleidingen zijn om de aansluiting te zoeken met de warmtetransitie en daarmee opgaven met elkaar te verbinden. We kijken daarvoor met name naar:
corporatie- en VvE-bezit;
vervanging aardgasnet;
andere werkzaamheden aan (ondergrondse) infrastructuur en ontwikkellocaties;
daadwerkelijke beschikbaarheid van een alternatief voor aardgas;
klimaatadaptieve projecten;
actieve bewoners of buurtinitiatieven.
De ‘optelsom’ van koppelkansen maakt een wijk erg geschikt om het gesprek over de warmtetransitie te starten. Tabel 5.1 Overzicht van koppelkansen
Stakeholder + koppelkans
Toelichting
Buurt (buurtnummer)
Provides: aansluiten op plannen van de
Verduurzamingsplannen Provides gaan
Europakwartier (5), IJsselveld-Oost (7)
woningcorporatie leidt tot mogelijke
tot 2030 en kijken naar groot onderhoud
en IJsselveld-West (8)
voordelen of versnelling, zoals het
van badkamer-keuken-toilet (BKT) en
uitvoeren van gezamenlijke isolatie en/of verduurzaming. Zie bijlage 5 voor de plaatsen van zonnepanelen.
kaart.
Provides/ontwikkelaars: aansluiten
Zoek naar mogelijkheden tot
plannen voor nieuwbouwlocaties
synergie/versterking als wordt nagedacht (7)
Diverse buurten, veel in IJsselveld-Oost
over warmtesystemen in een buurt waar ook ontwikkelingen gepland zijn. Vitens: aansluiten op vervanging
Vitens wil de komende jaren (2025-2027) Oranjekwartier (6)
asbestcement (AC) hoofdleidingen
de AC hoofdleidingen vervangen in combinatie met de vervangingsplannen van gasleidingen van Stedin.
Stedin: aansluiten op het
Stedin wil uiterlijk voor 2028 een aantal
gasvervangingsprogramma
brosse gasleidingen vervangen in het
Oranjekwartier (6)
Oranjekwartier.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
26
Gemeente: integrale kwartaalplanning.
Planning die vooral op korte termijn (0 -2 (op basis van planning geen gebied aan
Aansluiting vinden op werkzaamheden
jaar), dus op korte termijn geen
aan de openbare ruimte.
koppelkans. Lange termijn onzeker.
Gemeente: klimaatadaptatie
De klimaatadaptatiestrategie wordt per
te wijzen, te korte termijn)
Meerdere buurten
2022 afgerond. Gemeente: verwachte
Dit is nog onzeker, een exacte planning
Op basis van vervanging op verwachte
onderhoudsplannen wegen en riolering
moet zich nog uitkristalliseren.
levensduur zijn een aantal gebieden voor
gebaseerd op verwachte levensduur
2035 aan de beurt, bijvoorbeeld IJsselstein-Binnenstad, IJsselveld en Europakwartier
Inwoners: actieve betrokkenheid
Bewonersinitiatief Achterveld Actief dat
Achterveld (24-27), Zenderpark,
inwoners bij klimaatadaptatie en/of
initiatieven oppakt, zoals bewoners
Oranjekwartier (6)
energiebesparing in de wijk.
helpen in de keuze voor een geschikte hybride warmtepomp.
5.2
Verbinden van opgaven
In de opgave naar een aardgasvrije woningvoorraad in de gemeente IJsselstein zijn er meerdere koppelkansen in de openbare ruimte te verbinden. We gaan ervan uit dat bij elke stap verder naar de wijkwarmte- of wijkuitvoeringsplannen, het aantal thema’s dat te koppelen is aan de warmtetransitie nog verder toeneemt. En andersom: de koppelkansen vormen een reden voor bewoners om juist aan de slag te gaan. We kijken daarom ook naar bredere opgaven, zoals de biodiversiteit en klimaatadaptieve maatregelen. Die worden hieronder toegelicht. Biodiversiteit De biodiversiteit neemt de gemeente mee vanwege de maatregelen die we gaan treffen in de openbare ruimte. Aanpassingen in de openbare ruimte geven een kans om de biodiversiteit te versterken. Naast de versterking van biodiversiteit heeft een gevarieerde natuur in de openbare ruimte invloed op schoon water, vruchtbare grond en een stabiel klimaat.
Met name bij collectieve warmtebronnen zijn er veel aanpassingen in de openbare ruimte nodig waarin er op drie niveaus naar biodiversiteit wordt gekeken: ‘in de woning’ (door het plaatsen van nestkasten, verblijf- en broedplaatsen), ‘om de woning’ (groene daken, groene gevels, geveltuintjes, verharding/tegels verwijderen) en met ‘natuur in de buurt’ (aanleg van groenstroken, ‘groen en blauwe verbindingsroutes’, terrein bestaat niet alleen uit gazons, maximaal vijf per soort beplanting, veel variatie). Bij bestaande bouw kan biodiversiteit in de woning lastig worden met het plaatsen van nestkasten. Bij nieuwbouwprojecten en ontwikkellocaties kan biodiversiteit en natuurinclusiviteit worden opgenomen in de bouwkundige schil. Maatregelen om de woning en in de buurt kunnen zowel in de bestaande omgeving als bij nieuwbouwprojecten worden uitgevoerd. Klimaatadaptatie Bij voorkeur treffen we maatregelen die het percentage groen en water in de stad vergroten, ook om hittestress te voorkomen en op een natuurlijke manier te koelen. Als bijvoorbeeld dakisolatie gewenst is, kan worden gekeken in hoeverre dit te combineren is met een groen dak, dat isoleert én koelt in de zomer én voor extra waterberging zorgt én bijdraagt aan de biodiversiteit. Bij toepassen van klimaatadaptieve maatregelen en hoge bomen is een temperatuurdaling mogelijk van 2°C op zomerdagen.
De gevoelstemperatuur kan zelfs 16°C dalen. De temperatuur in het centrum van IJsselstein kan oplopen tot 1,8°C hoger dan in het buitengebied6. Het wordt koeler in het buitengebied, waar hittestress minder van toepassing is doordat een kleiner percentage verharding aanwezig is (zoals asfalt en baksteen die de warmte vasthouden). 6 Op basis van Klimaateffectatlas (Atlas Natuurlijk Kapitaal, 2017)
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
27
Het verbinden van omliggende blauwe en groene structuren zorgt voor verlaging van de temperatuur en het opvangen van regenwater. Daar waar grote kans is op overlast van regenbuien, 70 millimeter (mm) in twee uur en 140 mm in twee uur, kunnen klimaatadaptieve maatregelen worden toegepast om het regenwater vast te houden en te bergen.
Figuur 5.1 Voorbeeld klimaatadaptieve en biodiverse woonwijk (bron: Urban Synergy)
Deze maatregelen hebben ook een positief effect op het hitte-eilandeffect. Tegelijk stimuleert het inwoners in laagbouwwoningen om geveltuintjes, groene daken aan te leggen en achtertuinen te vergroenen (zie figuur 5.1). Naast het vergroenen versterkt het toevoegen van bloeiende planten de biodiversiteit. Plekken in de openbare ruimte die voornamelijk bestaan uit verharding, zoals beton en asfalt, kunnen bij groot onderhoud worden vergroend, zoals groene parkeerplaatsen met open verharding.
5.3
Afwegingscriteria en wijkprioritering
Afwegingscriteria helpen om een wijkprioritering te maken in IJsselstein, oftewel: hoe prioriteren we wijken, en wat lijkt daarmee de volgorde te worden van de wijken? We bepalen de wijkvoorkeursvolgorde in eerste instantie tot 2030. Tabel 5.2 toont de afwegingscriteria met een toelichting van elk criterium. De afwegingscriteria gebruiken we om te bepalen welke wijken in IJsselstein kansrijk zijn om het gesprek met bewoners te starten.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
28
Tabel 5.2 Afwegingscriteria en toelichting
We kijken naar buurten…
Toelichting
Buurten
…waar concrete
Werk met werk maken in buurten waar op korte en
Oranjekwartier,
koppelkansen voorkomen.
middellange termijn werkzaamheden zijn gepland aan
Europakwartier, IJsselveld-
(ondergrondse) infrastructuur en/of de openbare ruimte van de Oost en IJsselveld-West netbeheerder, gemeente, of het drinkwaterbedrijf en naar klimaatadaptieve maatregelen. …waar de nationale kosten en Buurten waarvan een kansrijk warmtealternatief (bijvoorbeeld
Rijpickerwaard,
eindgebruikerskosten van de
individuele warmtepomp) de laagste nationale kosten en
De Wereldsteden
kansrijke warmteoplossing
eindgebruikerskosten geeft. Nationale kosten zijn de totale
laag zijn.*
kosten in Nederland van alle maatregelen die nodig zijn om in een buurt een strategie uit te voeren, ongeacht wie die kosten betaalt. Hiervoor is de Startanalyse van PBL geraadpleegd (bijlage 7 geeft een toelichting). Eindgebruikerskosten zijn de geraamde jaarlijkse kosten die een huishouden maakt voor de verduurzaming van de woning minus de baten die hiertegenover staan in de vorm van jaarlijkse besparing op energie-uitgaven ten opzichte van de situatie zonder de verduurzamingsmaatregelen.
…met actieve bewoners en/of
In buurten waar bewoners meedenken over de toekomst van
met buurtinitiatieven om het
IJsselstein en actief participeren in de opgaven van de
gesprek te starten
warmtetransitie, verwachten we dat het draagvlak in de buurt
Achterveld (Actief)
voor de warmtetransitie groter is dan in andere buurten. Het meekrijgen van bewoners is essentieel voor het slagen van de warmtetransitie. Met het starten in wijken waar bewoners ‘warmlopen’ voor de transitie, wordt in deze buurten dit obstakel overwonnen en kan dit gedrag als voorbeeld dienen voor andere bewoners van IJsselstein. …waarvan de
Om dit te bepalen, is het Openingsbod van Stedin gebruikt.
warmteoplossing technisch
Deze tool geeft inzicht in de kansrijkheid van
het meest kansrijk is
warmteoplossingen op basis van een robuustheidscore.
IJsseloevers, Het Staatse
Buurten die een robuuste score hebben op een warmtealternatief, zijn technisch gezien interessant om als verkenningswijk te zien. Een toelichting op het Openingsbod staat in bijlage 6. …met de minste en de meeste Buurten met de meeste draagkracht zijn minder afhankelijk
Meeste draagkracht:
draagkracht
van subsidie- en financieringsconstructies. Er is onderzoek
Panoven, IJsseloevers,
nodig om de investering in een realistische tijd terug te
De Wereldsteden
verdienen. Op basis van de Datavoorziening Gebouwde Omgeving (DEGO) zijn er drie wijken geselecteerd met de
Minste draagkracht:
meeste draagkracht. Tegelijkertijd verdienen buurten met lage Paardenveld, IJsselveld-Oost inkomens ook aandacht. Deze buurten hebben minder draagkracht en bij huishoudens met lage inkomens is energiearmoede een serieus aandachtspunt, zeker nu de gasprijzen snel stijgen. *zie hoofdstuk 6 voor nadere toelichting
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
29
5.4
Route richting aardgasvrij IJsselstein: drie sporen
Op basis van de uitgangspunten, inventarisatie van kansrijke warmtebronnen en genoemde afwegingscriteria voorzien wij een strategie die bestaat uit drie sporen richting een aardgasvrije warmtevoorziening van woningen en gebouwen in 2050 in gemeente IJsselstein. In deze paragraaf omschrijven we de sporen. In hoofdstuk 8 staan we stil bij de uitvoeringsstrategie en de concrete vervolgstappen die bij de sporen horen. Spoor 1: energiebesparing (uitvoering loopt en heeft focus tot 2030) Het eerste spoor zet in op energiebesparing en daarmee volgen we één van de uitgangspunten van de warmtetransitie in IJsselstein. Het terugbrengen van de energievraag is de meest logische eerste stap richting CO2-reductie en een aardgasvrij IJsselstein. Daarnaast kan grondige isolatie van de woning energiearmoede tegengaan. Energie besparen is de eerste stap van de stapsgewijze aanpak die vaker gehanteerd wordt. Dit spoor volgt hoofdzakelijk de volgende stappen. 1 Energiebesparing door isolatiemaatregelen wordt al gedaan en we gaan daar komende jaren mee verder. 2 Inzet van hybride warmtepompen vanaf 2022. 3 Keuze voor duurzaam verwarmingssysteem (aardgasvrij) na 2030. Het spoor van de energiebesparing is er tot 2030 op gericht om de voorwaarden te creëren om na 2030 versneld (want er is dan minder warmte nodig) een groter aantal woningen van het gas af te kunnen koppelen.
De eerste stap richting 2030 is inzetten op energiebesparing door het nemen van isolatiemaatregelen zoals vloer-, dak- en gevelisolatie, vervangen van glas (HR++/HR+++), opwek duurzame energie met zonnepanelen en bewuster om gaan met energie. Deze ‘no-regret’ maatregelen kunnen bewoners vandaag al nemen en vergroten het wooncomfort. Om de energievraag nog verder te beperken, kunnen woningeigenaren (afhankelijk van de mate van woningisolatie) daarna investeren in een hybride warmtepomp die een groot deel van de warmtevraag dekt. De eerste twee stappen zijn altijd goed, ongeacht de keuze voor een duurzaam verwarmingssysteem die in de laatste stap richting 2050 wordt gezet: de keuze waarmee een gebouw volledig aardgasvrij wordt. Op die manier voeren we de transitie stapsgewijs uit. De stapsgewijze aanpak draagt naar verwachting bij aan rust bij onze inwoners, in de wetenschap dat hun woning voor 2030 niet per se van het aardgas wordt afgekoppeld.
Bron foto: ANP
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
30
Spoor 2: verdieping naar kansrijke warmtebronnen (uitvoering in 2022 en 2023) Het tweede spoor is een verdiepingsslag op de meest kansrijke warmtebronnen in IJsselstein. De verdieping kan worden gemaakt op twee onderwerpen. 1.
‘RWZI Nieuwegein’ te IJsselstein: aquathermie en biogas
Uit de verkenning naar warmtebronnen en in gesprek met HDSR kwam duidelijk naar voren dat de RWZI Nieuwegein een (zeer) kansrijke warmtebron kan zijn in de toekomst. In lijn met het uitgangspunt van het benutten van lokale kansen, willen we deze kans aangrijpen en hier op voortborduren door verdiepend onderzoek te doen naar deze warmtebron. Dat kan in de vorm van een haalbaarheidsonderzoek dat aantoont wat de praktische warmtepotentie is. De RWZI is, met warmte uit afvalwater (aquathermie - TEA) én de verwachte verdrievoudiging van biogasproductie uit slibvergisting, als het ware een energiecentrale in de dop die een deel van de woningen en gebouwen in IJsselstein van warmte kan voorzien. Een haalbaarheidsonderzoek schat de verwachte geleverde warmte in en neemt ook de dichtstbijzijnde woonclusters/buurten mee, zoals De Hoven en De Boomgaard, De Tuinen en Het Hart en mogelijk ook bedrijventerrein De Corridor. Wat betreft biogas; dat is interessant voor de kern van IJsselstein waar zich veel monumentale panden bevinden die financieel en technisch moeilijk te isoleren zijn en waarvoor de alternatieven (zeer) beperkt zijn. Er zijn uiteraard enkele kanttekeningen en belemmeringen, zoals afstand naar de woonkern, (investerings)kosten, technische, juridische en financiële risico’s.
Ook daar moet een haalbaarheidsstudie uitsluitsel over geven, zodat we de afweging kunnen maken voor de volgende stappen om de warmte van de RWZI te benutten. De risico’s van dit spoor worden in paragraaf 8.4 benoemd. 2.
Hollandsche IJssel: aquathermie
De Hollandsche IJssel is een interessante warmtebron om een verdiepingsslag te maken in de toepasbaarheid ervan. Deze stroomt dwars door IJsselstein en het voordeel hier is dat de afstand tussen warmtebron en een woonkern beperkt is. In hoofdstuk 8 geven we op hoofdlijnen weer wat de vervolgstappen zijn van dit spoor.
Rioolwaterzuiveringsinstallatie Nieuwegein te IJsselstein (bron foto: HDSR)
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
31
Spoor 3: eerste stappen richting aardgasvrij Met het derde spoor zetten we de eerste stappen richting aardgasvrij. Aardgasvrij in 2050 klinkt nog ver weg, maar we moeten nu beginnen om die doelstelling te behalen. Tabel 5.2 beschrijft een aantal afwegingscriteria en voor welke buurten in IJsselstein die criteria relevant zijn. Daaruit kunnen we een aantal buurten als kansrijk beschouwen; voor die buurten geldt immers dat er een aantal aanleidingen zijn om de eerste stappen richting aardgasvrij te verkennen. We spreken bewust van ‘verkenningswijken’ en niet van startwijken, want we weten op dit moment niet zeker of we daadwerkelijk (kunnen) starten in deze wijken. De eerste stap is dan ook het gesprek starten met bewoners. Het benutten van lokale kansen, zoals koppelkansen, is één van de uitgangspunten van deze TVW. Om die reden zijn het Oranjekwartier en IJsselveld-Oost interessante verkenningswijken (zie ook tabel 5.2). Stedin, Vitens en Provides gaan de komende jaren in deze buurten (tot circa 2028) aan de slag met werkzaamheden aan ondergrondse infrastructuur en in het geval van Provides aan verduurzaming van het corporatiebezit. Er zijn andere buurten die ook ‘scoren’ op de afwegingscriteria uit tabel 5.2. Zo liggen er ook kansen om het gesprek te starten in Achterveld doordat bewoners actief met de warmtetransitie bezig zijn (Achterveld Actief).
Maar ook IJsseloevers die kansrijk is in de uitkomst uit het Openingsbod en waar relatief veel draagkracht zit. De drie sporen lopen door elkaar De drie sporen hebben allen dezelfde stip op de horizon: een aardgasvrije warmtevoorziening van de gebouwde omgeving in IJsselstein. We starten met energie besparen, want dat is de meest logische eerste stap richting aardgasvrij. Tegelijkertijd willen we ook dieper kijken naar kansrijke alternatieve warmtebronnen voor de toekomst en ook te verkennen of de wijken Oranjekwartier, IJsselveld-Oost en Achterveld verder kunnen gaan dan alleen energie besparen. De sporen gaan elkaar kruisen en logischerwijs op een bepaald punt in de toekomst in elkaar over naarmate we dichter bij het einddoel komen van 2050: aardgasvrij.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
32
6 Financiering, betaalbaarheid en kosten Op dit moment is nog niet precies bekend wat de transitie naar aardgasvrij in Nederland gaat kosten. Daarbij is de financiële impact van de warmtetransitie voor woning- en andere gebouweigenaren verschillend. Er zijn dus nog veel onduidelijkheden. In de uitvoeringsplannen wordt dit concreter inzichtelijk gemaakt. Voor nu is betaalbaarheid van de transitie in IJsselstein een centraal uitgangspunt. We schetsen wat de mogelijkheden zijn op het gebied van subsidies, welke type kosten er zijn en voor wie die zijn en we ramen de maatschappelijke kosten en de kosten voor de eindgebruiker. Gemeenten in Nederland worstelen met de financiering van de warmtetransitie. In onze gemeente is dat niet anders. Er is veel onduidelijkheid over wie straks voor welke kosten opdraait; tegelijkertijd willen particuliere woningeigenaren weten waar ze aan toe zijn. Buiten kijf staat dat een deel in ieder geval bij particulieren terecht komt. Echter, er zijn mogelijkheden om de warmtetransitie betaalbaar(der) te maken. Wat zijn de mogelijkheden? Welke kosten spelen een rol en wie betaalt wat?
6.1
Betaalbaarheid van de warmtetransitie
In het Klimaatakkoord staat dat ‘de verduurzaming voor iedereen betaalbaar moet zijn, maar ook gefinancierd (moet) kunnen worden. Ook voor degenen die daar nu geen toegang toe hebben’. Het kabinet maakt de komende periode middelen vrij om gemeenten te ondersteunen bij de transitie naar aardgasvrij. Daarnaast stelt het kabinet € 150 miljoen beschikbaar7 om kwetsbare huishoudens met een hoge energierekening of slecht geïsoleerde woning te ondersteunen met isolatiemaatregelen via de gemeente. Er zijn meer mogelijkheden om de betaalbaarheid van de warmtetransitie te stimuleren. Bijlage 8 gaat in op de relevante subsidie- en financieringsmogelijkheden. Deze middelen kunnen de drempel tot het treffen van verduurzamingsmaatregelen voor inwoners een stuk verlagen. Betaalbaarheid gaat ook over capaciteit; deze moet beschikbaar zijn om tot uitvoering over te gaan en dingen voor elkaar te krijgen. Energiearmoede Het voorkomen van energiearmoede is voor onze gemeente van groot belang. Daar waar we kunnen, zetten we ons in om dit tegen te gaan. Als gangbare norm is er sprake van energiearmoede wanneer meer dan 10% van het besteedbaar inkomen aan energie (gas en elektra) wordt besteed. Huishoudens waar energiearmoede speelt, hebben met de stijgende energieprijzen enorm veel baat bij het nemen van energiebesparende maatregelen, maar hebben vaak de middelen niet om te investeren.
Kosten(verdeling) Wat uiteindelijk de kosten worden voor woning- en gebouweigenaren weten we op dit moment nog niet. Dit hangt ook af van een aantal factoren. Dat zijn onder andere:
Het type gebouw: de oppervlakte en het aantal buitenmuren van een woning zijn van invloed op de investeringskosten en maandlasten.
De huidige staat van het gebouw: afhankelijk van de leeftijd van de woning en de mate van onderhoud en renovatie (inclusief de mate van isolatie).
Het warmtealternatief: het ene alternatief is duurder dan het andere. Ook de kostenopbouw verschilt: in de ene optie gaat het vooral om kosten in de woning (all-electric: isolatie, installatie) in de andere optie gaat het vooral om kosten buiten de woning (warmtelevering: infrastructuur). Daarmee komen de investeringen bij verschillende partijen terecht;
7 Zie https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2021/10/15/150-miljoen-euro-voor-aanpak-energiearmoede-kwetsbare-huishoudens
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
33
Ook zijn er externe factoren die de kosten van verduurzaming van een gebouw beïnvloeden, waarvan de belangrijkste marktwerking is. De TVW wordt om de vier jaar herzien. Gedurende die periode kunnen er ook op de markt dingen veranderen, waar we dan rekening mee kunnen houden.
Figuur 6.1 Globale indicatie kostenverdeling warmtetransitie
Tot slot zijn, naast energiebesparing en onderhoud, comfort en kwaliteitsverbetering van de woning ook argumenten om rekening mee te houden bij het opstellen van een verdienmodel. Als gemeente gaan we op zoek naar de maatschappelijk goedkoopste oplossing op basis van een optimale afstemming met de inwoners en andere stakeholders en verkennen we financieringsconstructies en betaalbare proposities voor woningeigenaren. Er is geen ‘one-size-fits-all’ oplossing. Wat betreft de verdeling van kosten, figuur 6.1 geeft op hoofdlijnen een overzicht van de kostencomponenten en voor wie deze is. Nationale (of maatschappelijke) kosten Dit zijn de totale financiële kosten in Nederland van alle maatregelen die nodig zijn om in een wijk of dorp van het aardgas af te gaan, ongeacht wie die kosten betaalt. Dit is inclusief de baten van energiebesparing, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. Het gaat hier onder andere om de aanleg van een warmtenet, de verzwaring van het elektriciteitsnet, verwijderen van het gasnet en onderhoud van infrastructuur. Ook de investeringen van de woningeigenaren zitten hierin. De totale kosten zijn meegenomen in de afweging om te komen tot de technische oplossingen per gebied. Kosten voor woningeigenaren Kosten voor de woningeigenaren kunnen we onderverdelen in investeringskosten en jaarlijkse kosten per woning.
De investeringskosten zijn eenmalige kosten voor een duurzamere warmtetechniek. De jaarlijkse kosten zijn de kosten die de bewoner jaarlijks betaalt voor bijvoorbeeld onderhoud van de techniek en/of de warmte zelf. Deze kosten komen in plaats van onderhoudskosten voor de cv of de rekening voor het aardgas. Verschil in kosten tussen technieken Verschillende technieken brengen andere kosten met zich mee als het gaat om investeringen en de maandelijkse kosten voor eindgebruikers. Deze kosten worden nader berekend in de uitvoeringsplannen. De globale kosten voor woningeigenaren zijn te vinden op www.milieucentraal.nl en te berekenen met hun rekentool Verbeterjehuis.nl.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
34
6.2
Kosten isolatie en voorkeurstechnieken
We zetten in IJsselstein in op drie verschillende sporen om naar een aardgasvrije gemeente te gaan. Er is veel te winnen op energiebesparing. De eerste stap om energie te besparen is het optimaliseren van de isolatie (tabel 6.1 en 6.2). Een volgende stap waarmee het aardgasverbruik verder wordt teruggebracht, is de overstap naar bijvoorbeeld een hybride warmtepomp. Bij individuele oplossingen zijn elektrische warmtepompen of een hybride systeem op duurzaam gas (tabel 6.3 en 6.4) logische alternatieven naar volledig aardgasvrij. De nadruk in komende paragrafen ligt op individuele oplossingen. Bij het toepassen van collectieve warmtetechnieken zijn er berekeningen nodig van de netbeheerder en warmteleverancier. De kosten die in beeld zijn gebracht, zijn gebaseerd op getallen uit offertes van energieleveranciers en kengetallen van de netbeheerder en RVO. In de toekomst kunnen de kosten veranderen. Afhankelijk van de bouwjaren zijn er verschillende kostenposten. We rekenen met de investeringskosten van de isolatiemaatregelen en niet met bijkomende kosten (zoals kosten voor het vervangen van raamhout bij het plaatsen van dubbelglas). Het is van belang om op natuurlijke momenten (onderhoud van de woning) ook direct isolatiemaatregelen toe te passen en daarmee de kosten te verlagen. De investeringskosten zijn de gemiddelde kosten om de isolatie te laten plaatsen.
Tabel 6.1 Benodigde isolatiemaatregelen voor woningen en verschillende bouwjaren
Bouwperiode woning
Vloerisolatie
(Spouw)muurisolatie
Dakisolatie
HR++-glas
Tot en met 1945
Bodem
Isolatie binnen-/buitenzijde
Binnen
Dubbel glas
1946 – 1964
Bodem
Spouwmuurisolatie
Binnen
Tripelglas
1965 – 1974
Bodem
Spouwmuurisolatie
Binnen
Tripelglas
1975 – 1991
Bodem
Isolatie binnen-/buitenzijde
Binnen
Tripelglas
1992 – 2011
-
-
-
Tripelglas
2012 - heden
-
-
-
-
Tabel 6.2 Gemiddelde isolatiekosten per maatregel en woningtype (exclusief btw)
Woningtype
Vloerisolatie
Spouwmuurisolatie
Dakisolatie
HR++ glas
Vrijstaande woningen
€ 2.500,-
€ 4.500,-
€ 7.500,-
€ 7.500,-
Hoekwoning
€ 2.000,-
€ 3.000,-
€ 5.500,-
€ 6.000,-
Rijwoning
€ 1.500,-
€ 2.000,-
€ 5.500,-
€ 5.000,-
Appartement
€ 500,-
€ 1.500,-
P.M.
€ 4.000,-
Individuele warmtebronnen De warmtevraag van de gebouwde omgeving en het warmteaanbod van kansrijke warmtebronnen is al in beeld gebracht. Wat betekent het voor de kosten voor de eindgebruiker als we inzetten op individuele oplossingen? We maken de maatschappelijke kosten en de kosten voor de eindgebruiker inzichtelijk van de volgende individuele warmteconcepten. 4
5
All electric. a
Luchtgekoppelde warmtepomp.
b
Bodemgekoppelde warmtepomp.
Hybride warmtepomp.
We maken onderscheid tussen woningen gebouwd vóór 1992, woningen gebouwd tussen 1992 en 2012 en woningen gebouwd na 2012. Dit omdat oudere woningen (voor 1992) vaak eenvoudig met een hybride warmtepomp verwarmd kunnen worden, zonder al te veel isolatiemaatregelen.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
35
Nieuwbouwwoningen (gebouwd na 1992) die beter geïsoleerd zijn, kunnen met volledig elektrische warmtepompen worden verwarmd (zie ook bijlage 3 voor toelichting). Tabel 6.3 geeft een overzicht van de maatschappelijke kosten. Tabel 6.4 geeft de exploitatiekosten voor de bewoner weer. De bedragen in beide tabellen zijn indicatieve ramingen per woning (tabel 6.3) en per bewoner (tabel 6.4). All-electric oplossingen worden aangeduid met AE. Tabel 6.3 Raming maatschappelijke kosten kansrijke individuele warmteconcepten gemeente IJsselstein (exclusief btw)
Woningen < 1992
Woningen 1992 - 2012
Woningen > 2012
Maatregelen
Hybride warmtepomp
AE: luchtwarmtepomp
AE: AE: bodemwarmtepomp luchtwarmtepomp
AE: bodemwarmtepomp
Bouwkundig8
€ 0 - € 20.0009
€ 0 - € 5.00010
€ 0 - € 5.00011
-
-
Warmtepomp
€ 5.000
€ 7.500
€ 15.000
€ 7.500
€ 15.000 12
Aanpassing warmteafgiftesysteem
€ 0 - € 9.000
€ 9.000
€ 9.000
€ 0 - € 9.000
€ 0 - € 9.000
Stelpost verzwaren elektriciteitsnet
-
€ 4.000
€ 4.000
€ 4.000
€ 4.000
Afsluiten gasnet
-
€ 70013
€ 700
€ 700
€ 700
Totaal
€ 5.000 – € 34.000
€ 21.000 – € 26.000
€ 21.000 – € 26.000
€ 12.000 – € 21.000
€20.000 – € 29.000
Tabel 6.4 Jaarlijkse exploitatiekosten voor bewoner (exclusief btw)
Kostencomponent
Huidig systeem (cv-ketel) Hybride warmtepomp
Luchtwarmtepomp
Bodemwarmtepomp
Gasverbruik
€ 960,- 14
€ 530,-
-
-
Elektriciteitsverbruik
€ 500,- 15
€ 570,-
€ 1.050,-
€ 700,-
Onderhoudskosten
€ 150,-
€ 200,-
€ 200,-
€ 200,-
Vastrecht
€ 465,-
€ 465,-
€ 256,-
€ 256,-
Afschrijvingskosten
€ 100,-
€ 330,-
€ 500,-
€ 750,-
€ 2.175,-
€ 2.100,-
€ 2.000,-
€ 1.900,-
warmteopwekker
investering Totale kosten bewoner
In het algemeen geldt dat hoe beter een woning is geïsoleerd, hoe hoger het rendement van de (hybride) warmtepomp is (de warmtepomp kan een groter deel van de warmtevraag invullen). Technisch gezien is extra isolatie dan ook niet nodig voor een (hybride) warmtepomp, maar het wordt wel aanbevolen om de jaarlijkse kosten van de warmtepomp zo laag mogelijk te houden. De isolatie geeft extra comfort aan de woning en door de besparing is er minder gas nodig. Daarnaast is voor een groot deel van de woningen geen aanpassing van het afgiftesysteem nodig.
8 De bouwkundige maatregelen zijn isolatiemaatregelen; deze zijn niet perse noodzakelijk. De warmtepomp draait echter wel efficiënter en de
maatregelen geven een beter wooncomfort. 9 Label B isolatie. 10 Label B isolatie. Woning naar energielabel A mogelijk, kosten tussen de € 13.000,- en € 15.000,-. 11 Label B isolatie. Woning naar energielabel A mogelijk, kosten tussen de € 13.000,- en € 15.000,-. 12 Kosten indien aangepast warmteafgiftesysteem in woningen na 2012 nog niet aanwezig. 13 Kosten fluctueren bij vervanging/afsluiten aardgasnet; gemiddelde kosten 2021. 14 Kosten gasverbruik voor verwarming gemiddelde woning in IJsselstein. 15 Uitgaande van 2.700 kWh – gemiddelde in Nederland.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
36
Voor met name de jaren ’80 woningen is de investering dan beperkt tot alleen de installatie van de hybride warmtepomp (kosten woningeigenaar) en eventuele verzwaring van het elektriciteitsnet (kosten netbeheerder). Vandaar de grote bandbreedte in de maatschappelijke kosten bij de hybride warmtepomp.
Disclaimer: de kostenramingen zijn gebaseerd op kentallen die DWA in verscheidene projecten heeft berekend en kentallen van RVO en de netbeheerder. De ramingen geven een grove bandbreedte en kunnen door de ontwikkeling van technieken en andere factoren in verloop van tijd veranderen. De ramingen zijn gebaseerd op energieprijzen begin 2021. Geen rechten kunnen worden ontleend aan de getallen in de tabel. De opgenomen kosten zijn exclusief bijkomende kosten bij het nemen van maatregelen, zoals kosten voor het vervangen van raamhout bij het plaatsen van HR+ of Triple glas.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
37
7 Communicatie en participatie In dit hoofdstuk benoemen we wat de belangrijkste bevindingen zijn uit het participatietraject met de stakeholders en inwoners en geven we een kijkje naar de toekomst. Bijlage 9 gaat uitgebreider in op de participatie- en communicatieaanpak. Om samen met inwoners op te trekken in de energietransitie en hen actief te betrekken bij het uitvoeringsprogramma, is het van belang de communicatie af te stemmen op de leefwereld van de inwoners. Voorafgaand aan de TVW zijn daarom drie kernelementen opgesteld die voor iedere boodschap en/of activiteit gelden. – Verhogen kennisniveau
Informatief
– Creëren eigenaarschap
Transparante communicatie
– Bieden handelingsperspectief
Call to action
Zowel inwoners als overige stakeholders zijn direct betrokken bij het proces van de warmtetransitie. Dit proces is in het voorjaar van 2021 gestart en loopt door tot 2050. Want dan zou de overgang naar een aardgasvrije warmtevoorziening klaar moeten zijn. Een enorme uitdaging waar we nu al keuzes voor moeten maken. Dat betekent dat we in IJsselstein samen met onze inwoners, bedrijven, organisaties en overige stakeholders stapsgewijs aan de slag gaan met het schetsen van de routekaart naar een aardgasvrij IJsselstein. Al vanaf de eerste stap willen we onze inwoners, bedrijven en organisaties intensief betrekken bij dit proces. Samen aan de slag met die gewenste realistische, haalbare en betaalbare energietransitie voor IJsselstein. En, iedereen doet mee!
7.1
Belangrijkste conclusies uit het participatietraject met stakeholders en inwoners
Het is duidelijk dat slechts een klein deel van de inwoners van IJsselstein op dit moment actief wil meedenken over de TVW. Bij de informatiebijeenkomst, de twee inwonersavonden en de straatgesprekken is ongeveer met 200 personen actief gesproken. Dit is een klein aantal. Toch is het zeer vergelijkbaar met participatietrajecten in andere gemeenten. Uit ervaring uit het hele land is bekend dat mensen die niet direct betrokken zijn bij of sterk geïnteresseerd zijn in de warmtetransitie, deze fase van visievorming niet interessant vinden. Het overgrote deel van de gesproken inwoners weet dat Nederland van het aardgas af gaat en dat het tot grote veranderingen in huis zal leiden. Toch zijn zij beperkt geïnteresseerd, omdat het nog nu nog geen directe gevolgen heeft voor hun eigen leefomgeving of portemonnee. Huurders hebben over het algemeen beperkt of geen enkele interesse en nemen zelf ook weinig initiatief om maatregelen te nemen om het huis te verduurzamen. Woningeigenaren nemen vaak bij de aanschaf van een huis maatregelen: vaak isolatie, nieuwe cv-ketel of zonnepanelen. Na dat moment is het moment van actie ook voorbij. Extra vermogen wordt op dit moment nog vaak aan andere zaken besteed dan aan duurzaamheid. Toch is er ook een groep die meer wil, maar niet weet welke maatregelen genomen kunnen worden.
Zij voelen zich onmachtig en hebben behoefte aan concrete ondersteuning en informatie. Een deel van hen weet niet dat de gemeente de regie heeft en maakt het ook eigenlijk niet uit. Ook kijken veel inwoners nadrukkelijk naar de gemeente. Zij willen weten wat zij als inwoners kunnen verwachten van de gemeente en hoe zij de juiste keuzes kunnen maken. Er leven vooral praktische vragen over kosten en opbrengsten en de technische (on)mogelijkheden van het eigen huis. Een advies van inwoners is om huishoudens concreet op weg te helpen en inzicht te geven in de te verwachten warmtevoorzieningen op wijk of buurtniveau, met een duidelijk handelingsperspectief voor inwoners.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
38
De keuze van de gemeente om in te zetten op verder onderzoek wordt gewaardeerd, zodat er geen overhaaste beslissingen worden genomen. Deze groep vindt het acceptabel dat nog veel onzeker is, en is tegen te hoge ambities. Een andere groep vindt de verandering juist te langzaam gaan. Volgens hen moet voor een aardgasvrije toekomst veel meer gebeuren dan nu het geval is. De gemeente wordt door hen geadviseerd sneller en duidelijker keuzes te maken, zoals verplichte collectieve oplossingen op het gebied van isoleren. Anderen zijn weer erg tegen verplichtingen en zijn blij te horen dat de gemeente dat op dit moment niet kan en het ook niet van plan is. Daarnaast vinden gesprekspartners het belangrijk dat meer inwoners van IJsselstein betrokken raken bij de warmtetransitie. Het advies van communicatiebureau EMMA is om specifiek energiebesparing nog breder te communiceren en promoten. Spreek duidelijke en begrijpelijke taal. Kweek enthousiasme door te benadrukken dat isoleren en energie besparen financiële voordelen oplevert, door bijvoorbeeld de afschrijfperiode van de besparingen inzichtelijk te maken of een energiebespaarchallenge te organiseren. Andere deelnemers benadrukken juist dat warmte en comfort belangrijke argumenten zijn voor mensen.
Straatgesprekken in IJsselstein
7.2
Een blik op de toekomst
De gemeente en haar inwoners staan aan het begin van een jarenlang proces. Met de ontwikkeling van de Transitievisie Warmte is ook qua participatie een eerste basis gelegd voor het vervolg. Er is een brede groep betrokken ambassadeurs opgestaan die op de hoogte willen blijven van de ontwikkelingen in IJsselstein. Daarnaast is er samen met de bewoners een visie opgesteld die dynamisch van insteek is. Huishoudens zijn op de hoogte van de insteek, zijn meer betrokken op het thema en weten waar ze terecht kunnen voor vervolgstappen qua verduurzaming. Ook is er in kaart gebracht welke vragen er leven onder onze inwoners en welke antwoorden we daar nu op hebben. Geïnteresseerden hebben de mogelijkheid gehad om mee te denken en praten. De gemeente heeft een goed beeld van de zorgen, wensen en ideeën die in IJsselstein leven en heeft deze kunnen meenemen in het opstellen van haar strategie. De inwoners hebben de gemeente laten zien dat er verschillend wordt gedacht over de snelheid van de transitie: de een wil versnellen, de ander wil juist pas stappen zetten als meer bekend is. De TVW bedient beide groepen. De gemeente kent de enthousiaste inwoners van IJsselstein die nu al aan de slag willen met isoleren of het aardgasvrij maken van hun woning. Deze voorlopers hebben nu direct contact met de gemeente en zullen verder worden ondersteund in hun werkzaamheden.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
39
8 Uitvoeringsstrategie IJsselstein Met deze TVW legt de gemeente IJsselstein de basis voor de start van de warmtetransitie in onze gemeente. We concretiseren op wijk- en buurtniveau de warmtetransitie en maken plannen hoe de verschillende deelgebieden van het aardgas afgaan en hoe we onze inwoners en ondernemers daarin betrekken. We willen een strategie volgen met drie sporen. In dit hoofdstuk geven we een doorkijk richting de uitvoering van de drie sporen en wat er indicatief nodig is aan gemeentelijke capaciteit en middelen.
8.1
Spoor 1: energie besparen in woningen en gebouwen
Wat je niet aan energie nodig hebt, hoef je ook niet te kopen (hier: aardgas) en energieleveranciers niet te laten leveren. Zoals we in paragraaf 5.4 al beschreven, is energiebesparing door te isoleren de meest logische eerste stap van de warmtetransitie. Zeker nu de energieprijzen hard stijgen, loont het om verduurzamingsmaatregelen te treffen. De terugverdientijden lopen op dit moment (oktober 2021) terug. Waarom is het isoleren van een woning of gebouw goed om te doen?
De warmtevraag wordt verlaagd en daarmee de energielasten.
Het verbetert het wooncomfort.
Door de daling van de warmtevraag kunnen meer gebouwen vanuit dezelfde warmtebron worden verwarmd.
De benodigde temperatuur van warmte is lager als een gebouw goed is geïsoleerd.
Isolatie verlaagt de piekvraag. Dat is gunstig voor de energie-infrastructuur.
Isoleren is altijd nuttig om te doen. We noemen het daarom een ‘geen-spijt’ maatregel. Welke alternatieve warmtebron er ook komt, het is altijd goed om te isoleren. Met het inzetten op energiebesparing en om te voldoen aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord, moeten huishoudens in IJsselstein samen met de gemeente de komende jaren flink besparen op het aardgasverbruik (3,7 miljoen m3 aardgas per jaar minder verbruik in 2030). Dit betekent gemiddeld 260 m3/jaar minder aardgasverbruik in woningen/appartementen in IJsselstein, zowel in particulier eigendom als in eigendom van vastgoedeigenaren (woningcorporatie Provides en beleggers). Gebruikers en eigenaren van woningen/appartementen en gebouwen kunnen veel doen om dat verbruik van aardgas flink te verminderen. Veel huishoudens en eigenaren zijn daarmee al bezig, anderen volgen steeds vaker als er over realistische en betaalbare maatregelen wordt gesproken. Energiebesparende maatregelen Gemeente IJsselstein ontwikkelt hiervoor op dit moment haar eerste Aanpak Energie Besparen Woningen/Gebouwen 2022-2025, naast deze TVW. De Aanpak Energie Besparen bevat concrete aanbevelingen voor het concreet nemen van energiebesparende maatregelen om stappen te zetten naar het breed gestelde nationale doel voor de Gebouwde Omgeving in 2030.
In woningen/appartementen en gebouwen stap voor stap de dagelijkse vraag naar aardgas verminderen door het steeds meer beperken van warmteverliezen. Door bijvoorbeeld:
het dichten van kieren/gaten om energieverlies te beperken;
(beter) isoleren van daken, buitengevels en vloeren;
vergroenen van daken, buitengevels en tuinen;
betere afstelling van cv-ketel en radiatoren;
door eigen gedrag (onder andere binnendeuren dicht, kamerthermostaat instellen op lagere temperatuur en
het monitoren van het energieverbruik van aardgas én elektriciteit.
beheerst te luchten);
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
40
Deze basismaatregelen kan elke bewoner nemen en daarna is een keuze in installaties voor duurzame warmte mogelijk. Dat kan samen met duurzame ventilatie (warmteterugwinning), isolatieglas in ramen en deuren, om het aardgasverbruik nog verder omlaag te brengen. Bewoners kunnen zelf het tempo van energiebesparing bepalen afhankelijk van duurzaamheidsambities en financiële mogelijkheden. Figuur 8.1 laat een aantal duurzaamheidsopties van een woning zien.
Figuur 8.1 Duurzaamheidsopties voor individuele woningen waarmee nu al gestart kan worden
Om de warmtevraag nog verder terug te brengen, kan een bewoner een hybride systeem nemen. De hybride warmtepomp neemt voor het grootste gedeelte het werk van de cv-ketel op gas over. Behalve op momenten dat het écht nodig is, bijvoorbeeld op een heel koude winterdag, dan springt de cv-ketel bij voor extra warmte in huis. We zien dit vooral als tussenoplossing en nog niet als (aardgasvrije) eindoplossing. Een hybride warmtepomp doet echter geen afbreuk aan het comfort en vraagt relatief weinig investering en aanpassingen aan woningen. Het stimuleert bovendien ook de toepassing van volledige warmtepompen op de lange termijn. Het is duidelijk dat het bovenstaande ook geldt voor het verwarmen van winkels/kantoren/kleine bedrijven (MKB) en in gebouwen van andere organisaties, zoals van de gemeente IJsselstein en instellingen voor onderwijs, sport, cultuur en welzijn. Samengevat: er is een breed handelingsperspectief voor zowel gebruikers (bewoners) als eigenaren van woningen en gebouwen. Dit vergt steeds veel communicatie en participatief overleg. Samen met de volgende sporen 2 en 3 kunnen inwoners, bedrijven en andere organisaties de juiste keuzes maken en de komende jaren daadwerkelijk aan de slag.
Planning en indicatie benodigde gemeentelijke middelen en capaciteit Op dit moment (najaar 2021) worden er al acties ondernomen gericht op energiebesparing, denk aan het energieloket in de bibliotheek, subsidies voor energieadvies voor woningen en ondersteuning van buurtinitiatieven. Om deze activiteiten in de lucht te houden en dit spoor vanaf 2022 verder tot uitvoering te brengen binnen de gemeentelijke organisatie, is er circa € 50.000,- tot € 100.000,- per jaar nodig. Daarnaast is er ongeveer twee dagen begeleiding per week per jaar nodig (0,4 fte).
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
41
8.2
Spoor 2: verdieping kansrijke warmtebronnen
Voor beter zicht op de haalbaarheid van het benutten van warmte uit de RWZI en de Hollandsche IJssel is het noodzakelijk om de technische en financiële haalbaarheid nader te onderzoeken. Zo zijn er op voorhand al een aantal aandachtspunten te benoemen.
Technisch risico/aandachtspunt met de nieuwbouwontwikkeling IJsselstein-Zuid (of IJsselpark) dat mogelijk komt te liggen tussen de RWZI en de potentiële buurten voor een warmtenet. Indien een warmtenet kansrijk is, moet hier nu al op voorgesorteerd worden in de bestemmingsplannen/ontwerpen van de nieuwbouwlocatie.
Planologisch en financieel risico/belemmering door de afstand van de RWZI tot aan de woonkern. Grotere
De beschikbaarheid en het potentieel van aquathermie uit de Hollandsche IJssel en uit de RWZI kunnen
afstand betekent hogere kosten voor de aanleg van de infrastructuur. tegenvallen. Hier moeten we op voorsorteren door back-up alternatieven ook te onderzoeken. De beschikbaarheid van de RWZI kan ook lager uitvallen doordat gemeente Nieuwegein een deel van de warmte kan claimen. Op hoofdlijnen kunnen we de kansrijkheid en toepasbaarheid van de warmtebronnen bepalen aan de hand van een aantal punten. 1
Relevante stakeholders in beeld brengen en vroegtijdig betrekken, zoals Waterschap (HDSR), gemeente Nieuwegein en Stedin (voor biogas).
2
In gesprek met Waterschap over effluentwarmte/warmte uit afvalwater van RWZI, biogas uit slibvergisting en
3
Met relevante stakeholders de uitgangspunten, technische randvoorwaarden en reeds uitgevoerd onderzoek
4
Ramen van het potentieel voor warmtebenutting en omvang aan te sluiten woningen en gebouwen.
5
Toetsing technische haalbaarheid en inventariseren technische, financiële, juridische en organisatorische
warmte uit oppervlaktewater uit Hollandsche IJssel. inventariseren en opstellen van beoordelingscriteria met de relevante stakeholders.
risico’s en voorstel mitigerende maatregelen. 6
Investerings- en exploitatieraming voor benutten warmtebron, leidingtracé en overige voorzieningen.
7
Uitwerken businesscase vanuit perspectieven exploitant en woningeigenaar
8
Advies kansrijkheid en haalbaarheid benutting warmtebronnen.
Bovenstaande punten zijn niet limitatief, maar geven een doorkijk naar welke relevante onderwerpen uitgediept worden bij het vervolg. Planning en indicatie benodigde gemeentelijke middelen en capaciteit
Indien er voldoende budget en capaciteit is, worden de onderzoeken naar de warmtebronnen in de loop van 2022 uitgevoerd en in 2023 afgerond.
Afhankelijk van de resultaten (kansrijkheid warmtebronnen) en gemeentelijke middelen wordt in de jaren erna de realisatie ervan nader verkend.
Indicatieve raming budget per onderzoek: € 20.000,- à € 50.000,-.
Begeleiding vanuit de gemeente, inclusief de organisatie van de communicatie: één dag per week (0,2 fte)
Blijkt één van de bronnen nog steeds kansrijk, dan volgt uitwerking van businesscase en daarna een
zes maanden lang, per onderzoek. daadwerkelijk uitvoeringsplan. Dan schuift de casus richting spoor 3 en wordt ook de begeleiding van de interactie met inwoners geïntensiveerd en wordt meer gemeentelijke capaciteit gevraagd.
8.3
Spoor 3: eerste stappen richting aardgasvrij (verkenningsbuurten)
In de buurten Oranjekwartier, Achterveld en IJsselveld-Oost willen we de eerste stappen richting aardgasvrij verkennen. In elk van deze buurten spelen een aantal aanleidingen (koppelkansen) die we nader willen verkennen en indien mogelijk de aansluiting zoeken met de warmtetransitie.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
42
Als de gemeentelijke middelen en capaciteit toereikend zijn, kunnen we op korte termijn (2022) met dit spoor aan de slag. De eerste stap in de verkenning in Oranjekwartier is het gesprek voeren met zowel Vitens als Stedin, die beiden werkzaamheden op de middellange termijn hebben gepland in Oranjekwartier. Is hun planning af te stemmen en in te passen met de opgave van de warmtetransitie in de buurt? Het is denkbaar dat gemeente IJsselstein een keuze kan maken na deze gesprekken, bijvoorbeeld de warmtetransitie versnellen in Oranjekwartier of wachten en inzetten op isolatie en hybride warmtepomp. In IJsselveld-Oost gaat Provides de komende jaren aan de slag. Ook hier geldt als eerste stap dat gemeente IJsselstein het gesprek moet voeren met Provides en hoe ze samen (kunnen) optrekken. In Achterveld is een eerste stap (in de andere wijken eveneens snel op te pakken) het benaderen van de bewoners en inventariseren hoe gemeente en bewoners de samenwerking (kunnen) zoeken. Daarnaast is het onderzoek naar warmte uit Hollandsche IJssel relevant voor bewoners van Achterveld-Noord en kruisen die sporen elkaar. In het verkennen van de buurten is op hoofdlijnen het volgende van belang.
Uitwerking van de techniek: welk energiesysteem past het beste in de buurt?
Bewonersparticipatie: aanpak voor het faciliteren en stimuleren en samen optrekken met bewoners.
Een gedragen plan en een concrete planning.
Wat komt er na de verkenning? Indien de resultaten in deze buurten positief zijn en de betrokken partijen klaar zijn voor de vervolgstappen, kunnen we een (wijk)uitvoeringsplan opstellen. Een uitvoeringsplan hoeft niet gelimiteerd te zijn tot alleen de warmtetransitie; dat kan ook breder worden getrokken en een integrale wijkaanpak zijn om de wijken toekomstbestendig te maken. Figuur 8.2 laat op hoofdlijnen de stappen zien om tot een WUP te komen. Een WUP gaat niet perse over een officiële wijk, maar kan ook gaan om een straat, een deel van een wijk of een combinatie van wijken, afhankelijk van de samenhang die er is. Daarom spreken we in deze TVW van ‘uitvoeringsplannen’. We vinden het belangrijk dat mensen op natuurlijke momenten, zoals het kopen van een huis of een verbouwing, de mogelijkheden voor verduurzaming onderzoeken. Een natuurlijk moment van onderhoud aan je huis biedt een goedkope gelegenheid om verduurzaming te bekostigen. Samen met bewoners en andere stakeholders willen wij met een participatief proces een gedragen plan tot stand brengen over hoe gebieden van het aardgas af gaan.
Figuur 8.2 Stappen op hoofdlijnen om te komen tot een WUP
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
43
Indicatie benodigde gemeentelijke capaciteit en middelen bij een WUP Voor gemeente IJsselstein betekent dit dat het binnen de gemeentelijke organisatie capaciteit en middelen vrij moet maken om de wijkuitvoeringsplannen op te stellen en daadwerkelijk uit te voeren. Het rapport Uitvoeringskosten van het Klimaatakkoord voor decentrale overheden 2022 - 2030 (september, 2020) geeft indicatief inzicht in wat er aan capaciteit nodig is, afhankelijk van de omvang van de gemeente. Gemeente IJsselstein valt onder de categorie ‘kleine gemeenten’. Voor het opstellen van wijkuitvoeringsplannen is ongeveer 1 fte per jaar nodig. De uitvoering van de wijkuitvoeringsplannen vraagt meer capaciteit, ongeveer 2 fte per jaar. Gemeente IJsselstein beschikt (op dit moment) niet over de kennis om een uitvoeringsplan op te stellen. Hier is dus inhuur voor nodig. Voor het opstellen van een WUP is ongeveer € 50.000,- tot € 100.000,- nodig. Het proces om tot uitvoering van de warmtetransitie te komen, vraagt ook om nauwe samenwerking met een breed palet stakeholders (woningcorporatie Provides, VvE’s, HDSR, Stedin, lokale ondernemers, actieve bewoners) en een uitgebreid communicatie- en participatietraject. Ook hier is capaciteit voor nodig.
8.4
Gevraagde capaciteit en middelen bij uitvoering
Tabel 8.1 toont een globale inschatting van de planning (route), de benodigde gemeentelijke middelen en capaciteit. Op het moment van vaststelling van de TVW (december 2021) zijn er nog veel onduidelijkheden over de beschikbare budgetten voor de uitvoering. Dit betekent dat de uitvoering stap voor stap wordt opgepakt, afhankelijk van het tempo waarin (vooral de rijks)budgetten beschikbaar komen. Tabel 8.1 Indicatieve planning van de strategie en benodigde middelen Spoor/activiteit
Loopt vanaf*
Doorlooptijd
Capaciteit en middelen
Spoor 1:
Loopt al, intensiveren
Minimaal tot 2030
€ 50.000,- tot € 100.000,- en
energiebesparingsaanpak
vanaf 2022
Spoor 2: verdieping
2022
warmtebronnen
0,4 fte begeleiding per jaar 0,5 tot 1,5 jaar voor uitvoeren
€ 20.000,- tot € 50.000,- per
onderzoeken
onderzoek en 0,2 fte begeleiding voor zes maanden per onderzoek
Spoor 3: verkenningswijken 2022
0,5 tot 1 jaar voor verkennen
€ 10.000,- tot € 30.000,- en
(Oranjekwartier, Achterveld,
mogelijkheden in de wijken
0,2 fte begeleiding per wijk
Minimaal 1 tot 2 jaar voor
€ 50.000,- tot € 100.000,-
opstellen wijkuitvoeringsplan
uitvoeringsplan*** en minimaal
IJsselveld-Oost) Opstellen eerste
2023/2024
wijkuitvoeringsplan(nen)**
1 fte begeleiding per jaar Uitvoering
2025/2026
wijkuitvoeringsplan(nen)
Momenteel geldt een doorlooptijd
P.M.****
van acht jaar voor de uitvoering. Eerste wijk aardgasvrij circa 2033/2034.
*
Wanneer er precies gestart kan worden met de uitvoering van de sporen is afhankelijk van de budgetontwikkeling van de gemeente. De prioriteit ligt bij de uitvoering van de energiebesparingsaanpak (spoor 1). Wanneer er voldoende capaciteit en financiële middelen zijn, kunnen spoor 2 en/of spoor 3 ook vanaf 2022 starten.
**
Indien resultaten uit spoor 2 en uit verkenningswijken positief zijn, kunnen wijkuitvoeringsplannen opgesteld worden.
*** Kosten voor het opstellen van een wijkuitvoeringsplan zijn afhankelijk van een aantal factoren, zoals de keuze voor het warmtesysteem (collectief of individueel) en in welke mate er al draagvlak is onder de bewoners – en of er een stevige participatieaanpak nodig is. **** Pro memorie: gevraagde capaciteit en middelen nog onbekend.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
44
8.5
Risico’s bij de drie sporen
Er zijn een aantal risico’s waar de gemeente rekening mee moet houden bij de uitvoering van de drie sporen.
Op dit moment zijn er beperkt gemeentelijke capaciteit en financiële middelen beschikbaar voor de uitvoering van de TVW, mede doordat er vanuit de Rijksoverheid niet voldoende middelen vrij worden gemaakt voor uitvoering van het klimaatakkoord. Dit kan betekenen dat de gemeente een keuze moet maken welk spoor prioriteit krijgt de komende jaren en misschien ook prioriteiten moet stellen binnen de sporen.
Onvoldoende beschikbaarheid van (opgeleide) menskracht omdat
alle gemeenten straks ‘tegelijk’ de markt opgaan voor de werving van personeel voor uitvoering van hun TVW als de rijksbudgetten beschikbaar komen. Het is dan onduidelijk of IJsselstein straks de mensen kan werven die zij nodig heeft om de TVW uit te voeren en voldoende capabele adviesbureaus beschikbaar zijn om opdrachten uit te voeren;
inwoners in grote(re) getalen maatregelen willen nemen, maar de verwachting is dat installatie- en bouwbedrijven de vraag niet aan kunnen. Hierdoor is het onduidelijk of het beoogde tempo qua uitvoering haalbaar is.
In alle sporen wordt uitgegaan van intensieve communicatie van, en participatie door, inwoners. In de praktijk blijkt dat nog niet zo makkelijk realiseerbaar. Er is een kleine groep inwoners echt geïnteresseerd. In IJsselstein is er najaar 2021 één bewonersinitiatief (bekend bij de gemeente) dat zich bezig houdt met energie-initiatieven voor de buurt: Achterveld Actief. De overige inwoners zullen dus op een andere manier moeten worden gemotiveerd. Dat wordt meegenomen in de communicatie en participatiestrategie die de gemeente gaat opstellen.
De verwachte toename van de biogasproductie van de RWZI betreft plannen van HDSR. Het is onduidelijk of deze plannen daadwerkelijk worden gerealiseerd. Vervolgens is niet gegarandeerd dat de gerealiseerde productie ook gebruikt kan worden in de gebouwde omgeving van IJsselstein. Tenslotte is onduidelijk hoeveel biogas er beschikbaar komt voor het verwarmen van woningen. De sectoren industrie en zwaar transport genieten voorrang wat betreft de verdeling van duurzame gassen in de toekomst.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
45
Bijlage 1 - Warmtebronnen toegelicht Deze bijlage geeft een beschrijving van de toepassing van de verschillende warmtebronnen die zijn geanalyseerd om de warmtevraag van de gemeente IJsselstein in te vullen. Wanneer wordt gekeken naar de warmtealternatieven voor aardgas zijn deze onder te verdelen naar temperatuurniveau. Warmtebronnen met een temperatuur onder de 40°C zijn laagtemperatuurwarmtebronnen (LT-bronnen). Deze warmte moet met een warmtepomp opgewaardeerd worden om een woning te verwarmen. Warmtebronnen met een temperatuur boven de 70°C noemen we hoogtemperatuurbronnen (HT-bronnen). Deze bronnen kunnen rechtstreeks in de woning toegepast worden. Warmtebronnen tussen deze temperatuurniveaus in, noemen we mid-temperatuurbronnen (MT-bronnen). Het is afhankelijk van de isolatiegraad van de woning of deze warmte rechtstreeks of via een warmtepomp ingezet kan worden. Het vastgestelde potentieel van de laagtemperatuurbronnen in de volgende paragrafen is de warmte die de bron leveren kan in combinatie met een warmtepomp. Voor aquathermie, ondiepe geothermie, wko en (laag- of midtemperatuur) restwarmte is uitgegaan van de toepassing met hoogtemperatuur collectieve warmtepompen omdat dit de meest voorkomende combinatie is16. Het potentieel van de bodemlus (ondiepe bodemwarmte) is berekend op de toepassing met een individuele warmtepomp.
Omgevingswarmte Met omgevingswarmte bedoelen we de warmte in de buitenlucht. Luchtwarmtepompen onttrekken warmte uit de buitenlucht en waarderen deze warmte elektrisch op naar een temperatuur van minimaal 40°C. Dit doet het onder een gunstig rendement; gemiddeld levert één deel elektriciteit, drie tot vier delen warmte op (COP 3-4). Voor de luchtwarmtepomp neemt dit rendement af bij koude winters. De warmte wordt afgegeven in de woning via lucht of water (radiatoren). Bij een temperatuur van 40°C moet de woning goed geïsoleerd zijn (standaard isolatiepakket) om warmteverlies/verval te beperken en ook bij koude winterdagen een comfortabel binnenklimaat te hebben. Voor alle nieuwbouwwoningen vanaf 2015 is de techniek, zonder aanvullende maatregelen, toepasbaar. Woningen die gebouwd zijn na 199217, zijn met beperkte maatregelen geschikt te maken voor toepassing van deze techniek. Dit betekent veelal het vullen van de spouwmuur en het vergroten van de oppervlakte aan warmteafgifte door middel van vloerverwarming of grotere radiatoren of convectoren. Wanneer een pand oud is en het gecompliceerd en duur is om te isoleren tot een label A, kan worden gekozen voor een hybride warmtepomp, waarbij de piekvragen met (duurzaam) gas worden ingevuld. Het pand blijft bij een hybride warmtepomp dus aangesloten op het gasnet.
De energiebesparing met een hybride warmtepomp is lager, maar de techniek kan een goede tussenstap zijn in de transitie naar aardgasvrij. De potentie van omgevingswarmte is in principe ongelimiteerd. Koeling warmtepomp Door klimaatverandering worden de zomers steeds warmer. Er is daardoor steeds meer behoefte aan koeling in de zomer. Dat is terug te zien in de toenemende vraag naar airconditioningsystemen. Een warmtepomp is ‘omkeerbaar’, dat betekent dat het systeem zowel warmte als koude kan maken. De koude kan worden afgegeven via vloerkoeling of uit laagtemperatuur convectoren. Zowel een lucht- als bodemwarmtepomp kunnen 16 Voor de hoogtemperatuurwarmtenet-varianten is 20% aan (duurzaam)gas gerekend voor het opvangen van de piekvraag. Voor de laagtemperatuurvarianten is 20% aan elektriciteit gerekend voor tapwaterverhitting. 17 In 1992 is in het Bouwbesluit een isolatiewaarde (Rc 2,5 voor gevel, ramen en vloer) vastgelegd voor nieuwbouw.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
46
een woning koelen. Bij de bodemwarmtepomp kost dat in de zomer veel minder energie dan een luchtwarmtepomp. Dat komt doordat de bodemtemperatuur stabieler is en lager dan de temperatuur van de lucht in de zomer.
Aquathermie Aquathermie is het benutten van warmte uit water. Op dit moment zijn er technieken beschikbaar of ontwikkeling voor de benutting van warmte uit oppervlaktewater (TEO), warmte uit afvalwater (TEA) en warmte uit drinkwater (TED). Onderstaand wordt op deze drie warmtebronnen nader ingegaan. Thermische energie uit oppervlaktewater Bij thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) wordt warmte onttrokken uit een rivier, kanaal of meer. In Nederland zijn open waterlichamen alleen in de zomer voldoende warm (>15°C) om warmte aan te onttrekken. Er is daarom seizoensopslag nodig om de warmte in de winter te kunnen gebruiken. Dit wordt veelal gedaan in een wko-systeem (lees warmte-koudeopslag hieronder). Ook bij TEO wordt een warmtepomp gebruikt om de warmte op te waarderen voordat het naar de woning gaat. TEO wordt meestal toegepast met een collectieve hoogtemperatuurwarmtepomp en via een warmtenet naar de woningen/panden getransporteerd. Omdat TEO dus vraagt om 1) een warmtenet vanaf de waterbron, 2) opslag, 3) een warmtepomp en 4) een warmtenet naar de woning, is het een duur warmtealternatief.
Alleen voor gebieden met hoge bebouwingsdichtheid en oude bebouwing waar geen andere hoogtemperatuurbron is, kan een hoogtemperatuur TEO warmtenet een goede optie zijn; in een dergelijk gebied is er geen ruimte voor individuele systemen en de kosten van isolatie liggen vaak te hoog om met een laagtemperatuurtechniek te verwarmen. Daarnaast wordt warmte uit oppervlaktewater benut om de thermische balans in een wko te realiseren door toevoeging van warmte uit oppervlaktewater. Bij TEO is de locatie van de warmtebron van groot belang. Deze kan niet te ver liggen van de afzet, omdat er warmteverlies optreedt in het transport. Daarnaast is een grotere afstand ongunstig voor de businesscase door een toename in de infrastructurele investeringskosten voor het warmtenet. Een afstand van 500 – 1.000 meter is algemeen aanvaard. De Hollandsche IJssel stroomt door de gemeente IJsselstein. Ten noorden van de woonkern heeft deze rivier de grootste potentie om warmte uit het oppervlaktewater te onttrekken. Bij het toepassen van TEO is het van belang dat het water continu stroomt (een hoog debiet). De technische potentie van het deel van de Hollandsche IJssel dat stroomt van het noorden van IJsselstein tot aan Montfoort, is ongeveer 160.000 GJ. De werkelijke potentie ligt in de praktijk lager, omdat warmte uit de rivier wordt onttrokken over een kleinere afstand.