Transitievisie Warmte 1 0
Tekst van het document
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0
Op weg naar duurzame warmte voor de gebouwde omgeving van de gemeente IJsselstein
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
1
Colofon
Datum 1 november 2021 Projectnummer DWA
19538
Opdrachtgever
Gemeente IJsselstein
Status Definitief Opdrachtgever Gemeente IJsselstein Overtoom 1 3401 BK IJsselstein Uitgevoerd door DWA B.V. Postbus 2073 2800 BE Gouda E-mailadres: heide@dwa.nl, michiel.berntsen@dwa.nl, danielle.heijligers@dwa.nl Telefoonnummer: 06 – 202 102 20 In samenwerking met Communicatiebureau EMMA Auteurs Michiel Berntsen MSc., Danielle Heiligers MSc. Co-lezing: drs. J. van der Heide Foto voorkant Bron: Gemeente IJsselstein Leden projectgroep Deze rapportage kwam tot stand dankzij de medewerking van een aantal belangrijke partners van de gemeente IJsselstein in de warmtetransitie: woningcorporatie Provides, netbeheerder Stedin en Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR). Wij danken Provides, Stedin en HDSR voor de inbreng en constructieve feedback tijdens de drie projectgroepbijeenkomsten en op de eerdere concepten van dit document. Ook dank voor alle input van bewoners van IJsselstein tijdens drie inwonerbijeenkomsten.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
2
Inhoudsopgave
Voorwoord
5
Samenvatting
6
Begrippenlijst
8
1
Op weg naar aardgasvrij in 2050
9
1.1
Een visie op de warmtetransitie
10
1.2
Positie en doel van de Transitievisie Warmte
11
1.3
De gemeente als regisseur: schakelen en verbinden
12
1.4
We doen het niet alleen
12
1.5
Leeswijzer
12
2
Uitgangspunten
14
3
Alternatieven voor aardgas
15
3.1
Van aardgas over op hernieuwbare energiebronnen
15
3.2
Marktrijpheid en aannemelijkheid voor woningen
17
4
De opgave voor een aardgasvrij IJsselstein
18
4.1
De huidige situatie
18
4.2
Warmtevraag en aardgasverbruik
20
4.3
Beschikbare bronnen in IJsselstein
21
4.4
Kansrijke technieken per buurtgroep
23
5
Afwegingen naar de juiste route
26
5.1
Koppelkansen
26
5.2
Verbinden van opgaven
27
5.3
Afwegingscriteria en wijkprioritering
28
5.4
Route richting aardgasvrij IJsselstein: drie sporen
30
6
Financiering, betaalbaarheid en kosten
33
6.1
Betaalbaarheid van de warmtetransitie
33
6.2
Kosten isolatie en voorkeurstechnieken
35
7
Communicatie en participatie
38
7.1
Belangrijkste conclusies uit het participatietraject met stakeholders en inwoners
38
7.2
Een blik op de toekomst
39
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
3
8
Uitvoeringsstrategie IJsselstein
40
8.1
Spoor 1: energie besparen in woningen en gebouwen
40
8.2
Spoor 2: verdieping kansrijke warmtebronnen
42
8.3
Spoor 3: eerste stappen richting aardgasvrij (verkenningsbuurten)
42
8.4
Gevraagde capaciteit en middelen bij uitvoering
44
8.5
Risico’s bij de drie sporen
45
Bijlage 1 - Warmtebronnen toegelicht
46
Bijlage 2 - Technisch potentieel warmtebronnen
53
Bijlage 3 - Marktrijpheid technieken
54
Bijlage 4 - Verdeling buurtgroepen
56
Bijlage 5 - Gemeente IJsselstein in kaart
58
Bijlage 6 - Openingsbod (Stedin)
63
Bijlage 7 - Startanalyse (PBL)
65
Bijlage 8 - Subsidies, financiering en kosten
67
Bijlage 9 - Communicatie en participatie
68
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
4
Voorwoord Kunt u het zich al voorstellen? Douchen, koken en uw woning verwarmen zonder aardgas?! Het lijkt voor ons nog vaak een utopie. Want waar begin je? En hoezo aardgasvrij? Bij onze oosterburen worden er nog huishoudens aangesloten op het aardgas. Toch blijkt aardgasvrij wonen ook in IJsselstein door steeds meer inwoners te worden omarmd. Want meer comfort in je woning, een gezond binnenklimaat en je energierekening terug brengen naar nul terwijl de prijzen voor energie drastisch toenemen? Dat is best interessant! Hierbij presenteer ik u de Transitievisie Warmte. Het document waarin de gemeente IJsselstein haar visie schetst voor een aardgasvrije toekomst in 2050 en de weg er naar toe. Een visie waarmee de gemeente concreet stappen wil zetten naar een toekomstbestendige aardgasvrije gemeente. En dat op een haalbare, betaalbare en realistische manier. Want wat je niet verbruikt, hoef je ook niet op te wekken. De Transitievisie Warmte vloeit voort uit de afspraken die we in Europa, Nederland en IJsselstein met elkaar gemaakt hebben. In 2030 willen we minstens 49% minder CO2 uitstoten en in 2050 zijn we volledig onafhankelijk van het aardgas. In IJsselstein doen we er zelfs een schepje bovenop en gaan we voor klimaatneutraal. Een torenhoge ambitie waar we stiekem ook wel een beetje trots op mogen zijn. Want IJsselstein gaat voor klimaatneutraal.
Samen toewerken naar een toekomst die leefbaar blijft voor de generaties die na ons komen, die bijdraagt aan een beter milieu en die zorg draagt voor een duurzame, gezonde en betaalbare leefomgeving. Deze visie is mede tot stand gekomen vanuit de inwonersavonden, informatiebijeenkomsten en straatgesprekken van het afgelopen jaar. We gingen het gesprek aan met een grote groep betrokken inwoners, met relevante stakeholders en met de belangrijkste partners binnen dit proces. Op basis van die ervaringen, feedback, kennis en expertise hebben we de eerste koers bepaald voor de komende tien tot dertig jaar. Een koers die we iedere vier jaar kunnen bijsturen naar de voor dat moment geldende inzichten en ontwikkelingen. En een koers die ons als gemeente en u als inwoners stapsgewijs op weg helpt naar minder aardgas en meer duurzame warmte en energie. Ik wens u als betrokkene veel inspiratie, wijsheid en energie bij het lezen van deze Transitievisie Warmte. Met energieke groet, Peter Bekker Wethouder Duurzaamheid en Energietransitie
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
5
Samenvatting De warmtetransitie raakt ons allemaal. Achter elke voordeur gaat er in de komende drie decennia iets gebeuren. Dat komt omdat in het nationaal Klimaatakkoord van 2019 is afgesproken dat we in 2050 geen aardgas meer mogen gebruiken om de gebouwen in Nederland te verwarmen. De warmtetransitie gaat over de overgang van aardgas naar duurzame warmtebronnen. We hebben daar nog 29 jaar de tijd voor. Dat lijkt een lange tijd, en dat is het ook, maar we moeten wel nú beginnen om dat te bereiken. Het overkoepelende doel – van de warmtetransitie – is het terugdringen van CO2-uitstoot om klimaatverandering tegen te gaan. Deze Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 schetst de mogelijkheden en oplossingsrichtingen in de gemeente IJsselstein. De keuzes voor bepaalde voorkeursalternatieven liggen niet vast, het zijn bovenal richtingen die de komende jaren uitgezet kunnen worden om de warmtetransitie in gang te zetten. Deze visie is een eerste stap van de vele stappen die nog volgen die moeten leiden tot een aardgasvrije warmtevoorziening in IJsselstein. Dit visiedocument is in samenwerking met, én input van, inwoners en een aantal andere stakeholders (belanghebbenden) opgesteld.
Netbeheerder Stedin, woningcorporatie Provides, het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (waterschap), communicatiebureau EMMA, adviesbureau DWA en de gemeente vormden een projectgroep en zijn aan het begin van de zomer een intensief traject gestart. Voor de totstandkoming van dit visiedocument, én in de uitvoering van de warmtetransitie, zijn een aantal uitgangspunten leidend. Energiebesparing zien wij als meest logische eerste stap. Daarnaast streven we naar een transitie die haalbaar, zo betaalbaar mogelijk en realistisch is, waarin de transitie voor iedereen behapbaar gehouden wordt en zo veel mogelijke lokale kansen worden benut. Adviesbureau DWA heeft inzicht gegeven in de opgave voor IJsselstein en welke alternatieven er kansrijk zijn. Zoals het er nu naar uitziet, komt de nadruk in IJsselstein te liggen op individuele oplossingen voor woningeigenaren. Dat betekent het gebruik van een elektrische warmtepomp of een warmtepomp naast je cvketel (hybride systeem) om je woning te verwarmen. Met de rioolwaterzuiveringsinstallatie en de Hollandsche IJssel heeft IJsselstein twee warmtebronnen waarmee een collectief warmtesysteem (ook wel warmtenet genoemd) mogelijk is. Aan hoeveel woningen warmte geleverd kan worden en of een warmtenet echt mogelijk is, gaan we de komende 1-2 jaar met concreet onderzoek bepalen.
Wat voor u duidelijk moet zijn, ongeacht de eindoplossing in uw woning, is dat het nemen van isolatiemaatregelen áltijd goed is om te doen. We hebben bewoners van IJsselstein op meerdere momenten betrokken. Zo zijn inwoners tijdens drie avondsessies én tijdens fysieke straatgesprekken geïnformeerd over de opgave van de warmtetransitie, wat de kansrijke alternatieven zijn in IJsselstein en waar zij behoefte aan hebben om zelf aan de slag te gaan. We merken dat er vragen zijn over wat het allemaal gaat kosten. Ook daar is nog veel over onduidelijk, maar het nemen van gerichte isolatiemaatregelen betaalt zich bijna altijd uit en levert bovendien een beter wooncomfort op. Voor de uitvoering van de warmtetransitie in IJsselstein zien we tot 2030 een strategie met drie sporen. 1
De prioriteit ligt bij het verminderen van de warmtevraag in IJsselstein door een energiebesparingsaanpak die de focus legt op isolatiemaatregelen. Immers, alle energie die wordt bespaard hoeft ook niet te worden opgewekt. En zo simpel kan het zijn.
2
Het tweede spoor gaat om het nader onderzoeken van de kansrijke warmtebronnen in IJsselstein – de rioolwaterzuiveringsinstallatie en de Hollandsche IJssel.
3
Het derde spoor verkent de mogelijkheden om met warmtetransitie aansluiting te vinden in buurten waar de komende jaren werkzaamheden zijn gepland (Oranjekwartier en IJsselveld-Oost) of waar enthousiaste bewoners een voortrekkersrol willen/kunnen vertolken (Achterveld). Op die manier willen we de komende jaren met u, de bewoner van IJsselstein, en alle andere relevante partners, de warmtetransitie stap voor stap gaan realiseren.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
6
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
7
Begrippenlijst In dit document gebruiken we een aantal technische termen en begrippen. Hieronder leggen we een aantal termen en begrippen uit. Voor meer achtergrondinformatie over de energie- en warmtetransitie kunt u het Expertise Centrum Warmte (ECW), Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) en Milieucentraal en de websites verbeterjehuis.nl, duurzaambouwloket.nl, jouwhuisslimmer.nl/ijsselstein en klimaatneutraalijsselstein.nl raadplegen. Begrip
Uitleg
Aardgasvrij
Woningen niet aangesloten op het aardgasnetwerk.
Aardgasvrij-ready
Een gebouw dat door middel van bouwkundige en installatietechnische voorzieningen voor verwarming, warm tapwater en koken gereed is voor afkoppeling van het aardgasnet en aansluiting op een alternatief.
Akkoord van Parijs
In 2015 in Parijs gepresenteerd verdrag dat van lidstaten eist dat zij nationale klimaatplannen gaan opstellen waarvan het ambitieniveau bij ieder nieuw plan stijgt. In 2018 hebben 195 landen het akkoord van Parijs ondertekend. Het doel is dat de opwarming van de aarde beperkt blijft tot 2°C en bij voorkeur 1,5°C.
All-electric
Als een huis volledig op elektriciteit draait, dan noem je dat een all-electric woning. Als je all-electric woont, gebruik je geen gas, maar alleen elektriciteit voor het verwarmen van je huis en voor warm water en koken. In een all-electric woning wordt ook geen warmtenet of andere warmtebron gebruikt.
Aquathermie - TEA
Thermische energie (warmte) uit afvalwater dat gebruikt kan worden als warmtebron.
Aquathermie - TEO
Thermische energie (warmte) uit oppervlaktewater dat gebruikt kan worden als warmtebron.
Energietransitie
De energietransitie betekent de overgang van energiegebruik uit fossiele brandstoffen, zoals aardgas, naar volledig duurzame energie uit zon, wind, water, bodem en biomassa.
Gebouwde omgeving
In dit document hebben we het over alle bestaande woningen en panden (of utiliteitsgebouwen) in gemeente IJsselstein.
Geothermie (aardwarmte)
Geothermie is lokale duurzame warmte uit de diepere ondergrond (diepte vanaf 500 meter) voor de verwarming van huizen, kassen en industrie. De temperatuur loopt op met de diepte: hoe dieper, hoe warmer.
Hernieuwbaar gas
Gas dat afkomstig is uit een hernieuwbare bron en/of is geproduceerd met duurzame energie, zoals biogas en groene waterstof.
Hybride warmteoplossing
Warmtelevering bevat deels een elektrische oplossing. Dit is vaak een warmtepomp in combinatie met een HR-ketel op gas.
Klimaatakkoord
Landelijk akkoord waar aan vijf tafels het doel voor 49% CO2-besparing in 2030 wordt uitgewerkt.
Lage temperatuur verwarming
Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met een temperatuur van 55°C of lager verwarmd wordt. Tapwater wordt separaat verwarmd. Lage temperatuur wordt in dit document aangeduid als LT.
Midden temperatuur verwarming Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met een temperatuur van 55°C tot 70°C wordt verwarmd en voorzien wordt van warm tapwater. Midden temperatuur wordt in dit document aangeduid als MT. Hoge temperatuur verwarming
Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met een temperatuur van 70 - 90°C wordt verwarmd en voorzien wordt van warm tapwater. Hoge temperatuur wordt in dit document aangeduid als HT.
Omgevingswet
Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkelingen vereenvoudigen en samenvoegen, zodat het straks makkelijker is om bouwprojecten te starten.
Warmtepomp
Een warmtepomp onttrekt warmte uit een bron, vaak buitenlucht of grondwater, verhoogt de temperatuur en geeft die hogere temperatuur weer af aan een ruimte.
Warmtetransitie
De overgang van aardgas naar duurzame warmtebronnen, zoals elektriciteit opgewerkt door windmolens, gas uit groen afval of slibvergisting, warmte uit de aarde et cetera.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
8
1 Op weg naar aardgasvrij in 2050 In de gemeente IJsselstein wordt net als in alle andere gemeenten in Nederland overgegaan naar duurzame warmte voor onze woningen; we gaan van het aardgas af. Uiterlijk in 2050 zijn alle gebouwen over op een alternatieve, duurzame warmtebron voor aardgas. Naast aardgasvrij streeft IJsselstein er naar om in 2050 een klimaatneutrale gemeente te zijn. Dit betekent dat de gemeente netto geen negatieve effecten heeft op het klimaat. We maken geen gebruik meer van fossiele brandstoffen en minimaliseren de uitstoot van broeikasgassen waaronder CO2. Dit doen we om de doelstellingen uit het Klimaatakkoord te halen en onze afhankelijkheid van aardgas uit het buitenland te beperken. In 2016 ondertekende Nederland het Klimaatakkoord van Parijs en we spraken daarmee af om vergaand de uitstoot van broeikasgassen, waaronder CO₂, terug te dringen. Eén van de manieren om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen, is het verminderen van het aardgasgebruik. De Rijksoverheid heeft daarom het doel gesteld om uiterlijk in 2050 een aardgasvrije gebouwde omgeving te hebben. We verbruiken immers veel aardgas om onze woningen te verwarmen, dus als we dat op een duurzamere manier gaan doen, voorkomen we veel CO2-uitstoot. 2050 klinkt nog ver weg, maar die tijd is echt nodig om samen onze woningen klaar te maken voor een aardgasvrije toekomst.
Daarom willen we voor 2030 al de beweging richting duurzame warmte op gang brengen. Die noodzaak is groter geworden nu de Europese ambities voor 2030 zijn opgeschroefd naar 55% CO2-reductie en op 24 juni 2021 zijn vastgelegd in de Europese Klimaatwet. De energietransitie betekent de overgang van energie opgewekt uit fossiele brandstoffen, zoals aardgas, naar volledig duurzame energie uit zon, wind, water, bodem en biomassa. De warmtetransitie is onderdeel van de energietransitie. De warmtetransitie in Nederland betekent de overgang van aardgas van circa 7 miljoen woningen en 1 miljoen (utiliteit)gebouwen naar duurzame warmte en elektriciteit. In IJsselstein gaat het om circa 17.400 woningequivalenten (WEQ) waarvan 14.331 woningen1. Dit betekent dat er de komende jaren in fasen veel gebouwen van het aardgas af gaan. Deze Transitievisie Warmte beschrijft de mogelijkheden voor het afstappen van aardgas voor de gebouwde omgeving in de gemeente IJsselstein. We gaan dus niet in op de warmteopgave voor andere sectortafels, zoals industrie en transport. In dit document leggen we de focus op de doelen en stappen die we nemen tot 2030, de voorzienbare toekomst. Het is een grote opgave, daarom starten we nu, zodat iedereen op een geschikt moment mee kan doen. In Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. is de t ijdlijn tot 2050 op hoofdlijn weergegeven.
Figuur 1.1 Tijdlijn richting aardgasvrij in 2050
1 Totaal WEQ is het aantal woningen en utiliteitsgebouwen; 100 m 2 utiliteit staat gelijk aan 1 WEQ.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
9
Klimaatneutraal en aardgasvrij Bij de overstap naar een aardgasvrije energievoorziening, zoals besproken wordt in het nationale Klimaatakkoord, wordt het gebruik van aardgas vanwege de CO2-emissie uitgefaseerd. Concreet betekent dit dat het aardgasnet, dat nu door de meeste woningen gebruikt wordt voor verwarming van de woning en bereiding van warmtapwater, niet meer in gebruik blijft voor het transport van aardgas. Voor de opwekking van warmte en warm tapwater moet dus een andere energiebron worden gebruikt. Hiervoor zijn op hoofdlijnen een aantal opties:
een duurzaam opgewekt gas, zoals biogas of waterstofgas;
extern opgewekte warmte bijvoorbeeld vanuit restwarmte, geothermie of een centrale warmtepompinstallatie;
opwekking van warmte met een eigen warmtepomp, waarbij de woning alleen een aansluiting heeft op het elektriciteitsnet (ook wel ‘all-electric’ genoemd – er ligt alleen nog een elektriciteitskabel naar de woning).
In al deze opties is de wijk/stad aardgasvrij gemaakt. De wijk/stad is echter nog niet klimaatneutraal. In IJsselstein streven we naar klimaatneutraal in 2050, waar er geen emissie van CO2 en andere broeikasgassen vrijkomt. Het bereiken van een klimaatneutrale gemeente doen we door reductie van emissies en het compenseren van CO2-uitstoot. Een aardgasvrije gemeente levert een belangrijke bijdrage aan de doelen op weg naar een klimaatneutrale gemeente.
1.1
Een visie op de warmtetransitie
Ondanks dat de transitie naar aardgasvrij een opgave is voor heel Nederland en daardoor grotendeels generiek is, is IJsselstein uniek en vraagt de transitie om maatwerk. Gemeente IJsselstein bestaat uit een karakteristieke binnenstad, omringd door 28 buurten en twee landelijke gebieden. Recht door de kern stroomt de Hollandsche IJssel en ten zuiden van de gemeente stroomt de Lek. De binnenstad van IJsselstein heeft diverse monumentale panden en verder zien we een duidelijk patroon in de gebouwde omgeving, waarbij er een duidelijke clustering is van buurten uit dezelfde bouwperiode (zie ook kaart ‘bouwjaren’ in figuur 4.1). IJsselstein ligt tussen buurgemeenten Nieuwegein, Montfoort, Lopik, Vijfheerenlanden en Utrecht. De TVW sluit aan op de unieke kenmerken van de gemeente en haar inwoners en zoekt de oplossingen die het beste zijn voor IJsselstein. In deze TVW voor IJsselstein geven we richting aan hoe woningen en gebouwen in IJsselstein in de toekomst verwarmd kunnen worden zonder aardgas. De focus ligt op de woningvoorraad, met specifiek koop- en huurwoningen. Daarnaast wordt er beschreven welke stappen hiervoor gezet moeten worden vóór 2030. Het gaat hierbij om uitgangspunten en mogelijke oplossingen, niet om definitieve beslissingen. Bij het zetten van stappen focussen we dus niet op wijken.
In het volgende hoofdstuk (uitgangspunten) gaan we in op de uitgangspunten die bepalen waar we wel willen starten. De transitievisie wordt elke vier jaar of zoveel jaar eerder herzien en zo nodig aangepast. Op deze manier is het goed mogelijk om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. Goede ideeën van inwoners, de gemeente en bedrijven kunnen de TVW de komende jaren verder aanscherpen. Waarom is een transitie zo moeilijk? Een transitie gaat om een verandering of verschuiving van een bestaand sociaal-technisch systeem (de ‘gevestigde orde’) naar een nieuw systeem. Transities beginnen in de marge waar innovaties zich voordoen en verlopen in de regel stroef; ze vergen daarom tijd en geduld. Bestaande systemen blijven stabiel doordat ze ingesloten zijn door bepaalde factoren (‘lock-in effect’), zoals bestaande infrastructuren (het elektra- en gasnet), vaste ketenpartners- en afspraken en schaal/productievoordelen door jarenlange optimalisatie in productieprocessen. Dit maakt de nieuwe techniek/innovatie altijd duurder en onzekerder dan de bestaande techniek en stuit daardoor op veel weerstand. Daarnaast is de innovatie nieuw voor de gebruiker (de bewoner) en kost het tijd voordat het breed wordt geaccepteerd en geadopteerd; denk aan zonnepanelen of de warmtepomp. Ontwikkelingen in de markt – zoals een stijgende of dalende gasprijs – kunnen innovaties stimuleren of vertragen.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
10
1.2
Positie en doel van de Transitievisie Warmte
In november 2020 heeft de gemeenteraad het Plan van Aanpak Energietransitie vastgesteld waarin de samenhang tussen de verschillende onderdelen van de energietransitie zijn beschreven. Deze TVW maakt onderdeel uit van drie documenten die we in het kader van het nationale Klimaatakkoord moeten opstellen, namelijk de Regionale Energiestrategie (RES), de Transitievisie Warmte (TVW) en de (Wijk)uitvoeringsplannen (WUP). Deze documenten hangen nauw met elkaar samen. De wettelijke grondslag komt in de nieuwe Omgevingswet. Hieronder lichten we de Regionale Energiestrategie, Transitievisie Warmte en Wijkuitvoeringsplannen nader toe. De warmtetransitie gaat niet alleen over het verwarmen van onze woningen De warmtetransitie vraagt om een integrale kijk naar warmte en koeling over een heel jaar. Klimaatverandering zorgde de afgelopen jaren voor warmere zomers en toenemende hittestress. Vooral in stedelijke gebieden neemt daardoor de behoefte aan koeling in de zomers toe. Maatregelen in het kader van klimaatadaptatie, zoals meer groen in de straat, op daken en aan gevels en meer bomen voor schaduwwerking zorgen voor ‘natuurlijke’ koeling. Daarnaast kunnen technieken als warmtepompen ook worden gebruikt voor het koelen van de woning (zie ook bijlage 1).
Regionale Energiestrategie - RES Er zijn in het Klimaatakkoord dertig regio’s aangewezen die een Regionale Energiestrategie (RES) moeten opstellen. Gemeente IJsselstein maakt onderdeel uit van de RES U16. Het concept van de RES voor U16 is in oktober 2021 door de raad van IJsselstein aangenomen en bestaat uit een Regionale Structuur Warmte (RSW) en een strategie voor elektriciteit. In de RSW zijn afspraken gemaakt over het gebruik en de verdeling van bovengemeentelijke warmtebronnen. Daarnaast geeft de strategie voor elektriciteit uit de RES inzicht in de manier waarop de regio meer duurzame elektriciteit wil opwekken en welke aanpassingen dit vergt aan het elektriciteitsnet. Twee jaar na vaststelling van deze eerste RES wordt het document herzien en worden nieuwe ontwikkelingen meegenomen. Lokale Transitievisie Warmte - TVW Aan de nationale Klimaattafel Gebouwde Omgeving is afgesproken dat elke gemeente een TVW opstelt, die uiterlijk in 2021 gereed moet zijn. De TVW geeft de gemeentelijke inzet voor de transitie naar een alternatief voor aardgas, uiterlijk in 2050. In de TVW staat het tijdpad voor de (stapsgewijze) aanpak richting aardgasvrij: in welke wijken worden in de periode tot en met 2030 de woningen en gebouwen verduurzaamd. Dit tijdspad noemen wij de routekaart.
In een TVW staan voor de wijken waarvan de transitie voor 2030 is gepland, ook de potentiële alternatieve warmtebronnen en is er inzicht in de maatschappelijke kosten en baten en de integrale kosten voor de eindgebruikers. Het einddoel staat vast: geen gebruik meer van fossiele brandstoffen in de gebouwde omgeving. In de TVW ligt de focus op de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. Andere onderdelen van de bredere energietransitie, te weten de Klimaattafels rond vervoer, landbouw, industrie en opwek van elektriciteit, vallen buiten de scope van deze visie. De TVW kijkt naar oplossingsrichtingen en legt niet de eindoplossing vast. Deze TVW heeft een aantal algemene doelen. 1 Duidelijkheid scheppen richting belanghebbenden over het proces van de warmtetransitie en de keuzes die er gemaakt moeten worden op weg naar het einddoel: een aardgasvrije gebouwde omgeving. 2 De omvang van de opgave en de belangrijkste uitgangspunten en voorwaarden beter in beeld krijgen. 3 Draagvlak en bewustwording bij inwoners en andere belanghebbenden initiëren door deze visie te presenteren en uit te dragen.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
11
Wijkuitvoeringsplannen - WUP De concrete uitwerking van het duurzame warmte alternatief op wijk-/buurt-/gebiedsniveau vindt plaats in het wijkuitvoeringsplan (WUP). Een WUP hoeft niet per definitie betrekking te hebben op een ‘wijk’. Bij het opstellen (en de uitvoering) van het WUP betrekt de gemeente bewoners, vastgoedeigenaren en andere stakeholders nauw bij de keuze voor de warmtebron en -techniek voor de wijk en op welk moment de wijk van het aardgas gaat. Samen maken we de keuze hoe de wijk wordt verduurzaamd op basis van wat technisch en financieel haalbaar is. Samenhang RES en TVW In de Regionale Structuur Warmte (RSW), die onderdeel is van de RES, zijn afspraken gemaakt over het gebruik en de verdeling van bovengemeentelijke warmtebronnen. De RSW en de TVW zijn daarmee input voor elkaar: enerzijds moet de RSW antwoord geven op de beschikbaarheid van bronnen, anderzijds laat de TVW zien aan welke bronnen behoefte is in een gemeente.
1.3
De gemeente als regisseur: schakelen en verbinden
Alle inwoners, bedrijven, instellingen en andere partijen krijgen met de energietransitie te maken, maar geen enkele stakeholder kan deze transitie zelf en onafhankelijk van de ander doorlopen. De gemeente neemt de regie in dit proces, een belangrijke rol die hier vanuit het Rijk is neergelegd. De TVW geeft de gezamenlijke focus en richting die nodig is om aan de slag te gaan. Het maakt keuzes inzichtelijk, borgt een zorgvuldige politieke besluitvorming en plaatst lopende en nieuwe initiatieven in een centraal kader. Dat vraagt om schakelen en verbinden: tussen overheid, bewoners en bedrijven, tussen individuele en collectieve mogelijkheden en tussen schaalniveaus van regio tot woning. Het doel van de warmtetransitie mag dan duidelijk zijn, de uitkomst is dat niet. Transities verlopen niet lineair en vragen om flexibiliteit en maatwerk. Er bestaat geen kant-en-klare oplossing voor IJsselstein. Kennis en techniek ontwikkelen snel en er zijn veel onbeantwoorde vragen, zowel op technisch als maatschappelijk vlak. Onze uitdaging is dat we de diverse losse projecten bundelen om deze vervolgens te kunnen koppelen aan een gezamenlijke ambitie en een gedeeld belang. Dit schalen we vervolgens op tot een visie voor de gemeente en met maatwerk per gebied.
1.4
We doen het niet alleen
De energietransitie is een opgave waarvoor intensieve samenwerking belangrijk en noodzakelijk is. Bij het opstellen van de TVW werkt gemeente IJsselstein intensief samen met interne en externe stakeholders waaronder netbeheerder Stedin, woningcorporatie Provides en Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR). In meerdere bijeenkomsten met verschillende deelnemers bespraken we techniek, communicatie en participatie. De bijeenkomsten gaven de input voor de TVW. Inwoners zijn betrokken door middel van communicatie via websites, sociale en reguliere media, en konden meepraten via informatiebijeenkomsten, inwonersavonden en straatgesprekken. Vragen stellen kan altijd via het (regionale) energieloket, sociale media en e-mail.
1.5
Leeswijzer
– In het volgende hoofdstuk bekijken we de gezamenlijk opgestelde uitgangspunten voor IJsselstein. Deze zijn belangrijk voor het bepalen op welke wijze we van het aardgas af gaan. – In hoofdstuk 3 bespreken we de alternatieven van aardgas: welke warmtebronnen er nog meer zijn en wat deze bronnen kenmerkt. – In hoofdstuk 4 nemen we u mee in de opgave voor IJsselstein. We analyseren de warmtevraag en de potentie van bronnen in de gemeente. – In hoofdstuk 5 bespreken we de route naar een aardgasvrij IJsselstein en de oplossingsrichtingen per deelgebied.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
12
– In hoofdstuk 6 bespreken we de betaalbaarheid van de warmtetransitie voor de verschillende doelgroepen en de mogelijke instrumenten om de financiering te verbeteren. – Hoofdstuk 7 gaat over de samenwerking, communicatie en participatie. – De warmtetransitie kan immers alleen succesvol verlopen als er draagvlak voor is. Het laatste hoofdstuk gaat over vervolgstappen van de warmtetransitie en wat bewoners en gebouweigenaren zelf al kunnen doen, ook als er nog geen duidelijkheid is over de duurzame warmtebronnen voor hun ‘wijk’. – In de bijlagen gaan we dieper in op de warmtebronnen, kansrijke technieken, (GIS-)kaarten van de gebouwde omgeving in gemeente IJsselstein, het Openingsbod van Stedin en de Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Ook geven we achtergrondinformatie over het participatie- en communicatietraject.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
13
2 Uitgangspunten In de ‘Startnotitie Transitievisie Warmte gemeente IJsselstein’ zijn uitgangspunten overgenomen uit het Plan van aanpak Energietransitie IJsselstein2 voor de warmtetransitie in IJsselstein. Deze uitgangspunten zijn vastgesteld door de gemeenteraad. De uitgangspunten uit dit beleidsdocument zijn leidend voor deze visie. Met de leden van de projectgroep zijn de uitgangspunten verder aangescherpt en aangevuld. Onderstaande vier uitgangspunten staan centraal in de totstandkoming én uitvoering van de TVW voor IJsselstein. Naast de uitgangspunten neemt gemeente IJsselstein de regierol om de warmtetransitie te begeleiden en zorg te dragen dat de doelen uit het Klimaatakkoord worden bereikt. Realistisch, haalbaar en betaalbare energietransitie De overgang naar duurzame warmte vraagt investeringen van de maatschappij, inwoners, verenigingen, netbeheerders (energie)bedrijven, overheden en andere maatschappelijke partijen. De gemeente streeft ernaar om de kosten voor de transitie zo betaalbaar mogelijk te houden. Naast dat de technieken haalbaar en realistisch moeten zijn, is het daarom ook belangrijk om de betaalbaarheid van de mogelijke technieken mee te laten bepalen in de route.
Iedereen moet de gevolgen voor zijn of haar situatie kunnen dragen en niet met onnodig hoge kosten blijven zitten en tegelijkertijd is het een zoektocht naar de laagste kosten voor de maatschappij als geheel. Energie besparen Door meer te besparen aan de ene kant, hoeven we aan de andere kant minder op te wekken. Daarom is de warmtetransitie direct verbonden met de opgave om woning- en gebouweigenaren te stimuleren om te gaan isoleren. Het terugdringen van de warmtevraag is noodzakelijk in de transitie naar aardgasvrij. Om gebouwen met een laag energielabel op duurzame wijze te kunnen verwarmen en koelen met een voldoende comfortniveau, is goede isolatie noodzakelijk. Daarom is het belangrijk om woning- en gebouweigenaren te stimuleren om te gaan isoleren. We benutten lokale kansen De transitie naar aardgasvrij kan alleen succesvol zijn met draagvlak en het meedoen en denken van bewoners en andere partijen. Wij gaan actief op zoek naar de enthousiasme van eigen initiatieven van bewoners en zien dit als dé kans om samen concrete stappen te zetten om wijken van het aardgas te halen. De transitie naar een aardgasvrij IJsselstein is een gezamenlijke opgave. We hebben bewoners, bedrijven, de woningcorporatie en maatschappelijke organisaties, afhankelijk van de fase van het traject, op verschillende participatieniveaus nodig.
Daarnaast haken we waar mogelijk aan op ontwikkelingen in de omgeving, zoals renovaties van corporatiewoningen en/of de openbare ruimte, zoals vervanging van riolering, aanpassingen van het openbaar groen en klimaatadaptatie. Dit noemen we koppelkansen en deze kunnen de kosten in de uitvoering beperken. Een inclusieve transitie: behapbaar voor iedereen De warmtetransitie kost geld. Ons uitgangspunt is een energievoorziening die betaalbaar en toegankelijk is voor alle inwoners, ondernemers en andere gebruikers in IJsselstein. Het streven daarbij is dat de woonlasten zoveel mogelijk gelijk blijven. Het ontstaan van energiearmoede is onwenselijk. Als gangbare norm is er sprake van energiearmoede wanneer meer dan 10% van het besteedbaar inkomen aan energie wordt besteed 3. We zoeken dus naar een efficiënte oplossing en gaan stapsgewijs toe naar een aardgasvrije omgeving. In de uitvoeringsplannen leggen we samen met inwoners de stappen vast. Zij bepalen mede het tempo.
2 Vastgesteld door de gemeenteraad in november 2020. 3 Zie ook https://sme.nl/nieuws/bewoners-en-gedrag/compensatie-is-niet-de-oplossing-voor-energiearmoede-op-lange-termijn
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
14
3 Alternatieven voor aardgas In Nederland worden veel verschillende warmtebronnen overwogen als alternatief voor aardgas. Veel mogelijkheden zijn echter te groeperen op gemeenschappelijke eigenschappen, waardoor het beeld overzichtelijker wordt. In dit hoofdstuk komen de alternatieven voor aardgas in het algemeen aan bod. In hoofdstuk 4 en 5 wordt dit vervolgens toegespitst op de gemeente IJsselstein.
3.1
Van aardgas over op hernieuwbare energiebronnen
Technisch gezien zijn er veel verschillende mogelijkheden om van het aardgas af te stappen in de gebouwde omgeving, met verschillende technieken en met verschillende temperaturen. Wij maken daarbij over het algemeen onderscheid in drie hoofdcategorieën: bronnen waarvan gebruik wordt gemaakt van het bestaande gasnet voor (duurzaam) gas, individuele oplossingen (all-electric) en collectieve oplossingen (warmtenetten). Deze zetten wij hieronder verder uiteen. Bij collectieve oplossingen stapt meer dan één woning over op een bepaalde techniek, vaak is dit een heel gebied. Een voorbeeld van een collectieve oplossing is een warmtenet. Individuele oplossingen kunnen voor iedere woning los worden toegepast. Een voorbeeld daarvan is een warmtepomp. In bijlage 1 leest u meer over de verschillende alternatieve warmtebronnen. Duurzaam gas (Bestaande) gasnetten kunnen duurzame, hoog-energetische gassen als groengas en waterstofgas naar woningen vervoeren. De beschikbaarheid en marktrijpheid van deze gassen is op dit moment (najaar 2021) vooralsnog beperkt. Zo is waterstof geen bron, maar moet dit worden gemaakt. Dat is niet alleen een energieintensief proces. Dit vraagt ook veel (extra) elektriciteit en die moet dan door zon en wind worden opgewekt.
Volgens de geldende waterstofladder mogen energie-intensievere sectoren als de industrie en mobiliteit dit schaarse gas als eerste gebruiken, omdat er weinig alternatieven zijn en de kosten voor alternatieven hoog zijn. De behoefte aan duurzaam gas voor verwarming in de gebouwde omgeving kan worden verminderd door de inzet van hybride warmtepompen. Deze verwarmen met elektriciteit en schakelen enkel bij koude dagen over op gas. Individuele oplossingen (all-electric) Als woningen elektrisch worden verwarmd, is dat meestal met een warmtepomp. Warmtepompen verwarmen met een lage (aanvoer)temperatuur, tussen de 40 en 50°C voor een optimaal rendement. Als bron wordt de warmte uit de lucht, bodem of het grondwater gebruikt. Deze techniek wordt vaak op individueel woningniveau toegepast, maar kan ook op grotere schaal. Een woning all-electric maken, vraagt om een woning die voorzien is van het standaard isolatiepakket (spouw-, vloer- en dakisolatie en HR++-glas), het verzwaren van het elektriciteitsnet en plaatsen van een transformatorstation. ‘Maken’ klinkt ook eenvoudiger dan het is; elke bewoner of gebouweigenaar moet immers meedoen en aan de slag. Hoe kijkt de netbeheerder Stedin naar de energietransitie? De energietransitie vraagt de komende jaren meer investeringen in de uitbreiding en modernisering van het elektriciteitsnet.
Deze kosten vindt de consument terug in de nettarieven. Om de energietransitie voor iedereen betaalbaar te houden, is het belangrijk dat we blijven innoveren en efficiënt blijven werken, maar ook dat er oplossingsrichtingen gekozen worden die voor de netbeheerder Stedin haalbaar zijn. We moeten alle zeilen bijzetten om de klimaatdoelstellingen te bereiken. Het is een forse opgave om in 2050 een volledig aardgasvrije gebouwde omgeving te realiseren. De netbeheerder Stedin geeft aan dat dit alleen haalbaar is door te starten in de wijken waar de warmteoplossing robuust is en die vanuit financieel/technisch oogpunt weinig discussie oplevert.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
15
Daar waar de oplossing nog niet in zicht is, of technisch niet haalbaar is, kan later gestart worden met de warmteoplossing. Er kan altijd gestart worden met het reduceren van de energievraag door te isoleren of met een hybride aanpak de vraag naar aardgas te verlagen. In de gebouwde omgeving spelen naast een veranderende warmtevraag ook andere ontwikkelingen die een impact hebben op het elektriciteitsnet. Denk aan zon-op-dak en elektrisch vervoer. In de fase van een Wijkuitvoeringsplan dient deze elektriciteitsvraag meegenomen te worden. Warmtenetten Warmtenetten zijn netwerken van warm water om gebouwen mee te verwarmen. Mogelijke energiebronnen zijn geothermie (aardwarmte), restwarmte van bedrijven en vormen van aquathermie zoals warmte uit oppervlaktewater of rioolzuiveringswater. In de begrippenlijst en in bijlage 1 lichten we de warmtebronnen in meer detail toe. Afhankelijk van de bron en de mate van isolatie van woningen kan het gaan om een hoge temperatuur (HT), midden temperatuur (MT) of lage temperatuur (LT) warmtenet. Hierbij geldt dat hoe lager de temperatuur van de warmte is, hoe beter de woning moet worden geïsoleerd. Warmtenetten worden onder de grond, in de openbare ruimte, aangelegd en hebben daarmee veel impact op de omgeving.
Figuur 3.1 geeft een overzicht van de verschillende onderdelen van warmtebron tot aansluiting, daarbij geldt in het figuur dat groene gassen en waterstof de piekvoorziening vormen op het warmtenet (de gassen gaan niet door het warmtenet).
Figuur 3.1 Overzicht van warmtebron tot mogelijkheden voor aansluiting
Wat is het verschil tussen HT-, MT- en LT-warmte?
HT-warmtebronnen: diepe geothermie, restwarmte, biomassa, hernieuwbare gassen, doorgaans 70-90°C.
MT-warmtebronnen: ondiepe geothermie, restwarmte, doorgaans 40-70°C.
LT-warmtebronnen: bodemenergie, grondwater, lucht, energie uit afvalwater, oppervlaktewater, doorgaans 10 tot maximaal 40°C.
De temperatuur waarop de warmtebron zijn warmte kan afgeven, bepaalt welke mate van isolatie en welk warmte-afgiftesysteem (radiatoren of muur- en vloerverwarming) de woning straks nodig heeft. De mate van isolatie van een woning heeft veel (niet alles) te maken met de leeftijd of bouwjaar van de woning. Voor HT-warmtebronnen zijn vaak geen tot weinig aanpassingen in de woning nodig. Dit komt overeen met de werking van ons huidige cv-systeem. Dit is met name geschikt voor oudere woningen (vooroorlogse woningen en jaren ’50-’80 bouw), die lastig te isoleren zijn. Voor MT-warmtebronnen zijn er meerdere aanpassingen nodig in de woning.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
16
Ook relatief oudere woningen (1945-1974, zie pag. 19) kunnen aan een MT-warmtenet, alleen als de woningen goed geïsoleerd kunnen worden. Bij LT-warmtebronnen moet de woning goed geïsoleerd zijn en het warmteafgiftesysteem geschikt zijn voor LT-verwarming, denk LT-radiatoren, vloerverwarming et cetera. LTwarmtebronnen zijn daarom met name geschikt voor nieuwere woningen, gebouwd na 1992. Die zijn doorgaans al beter geïsoleerd en hebben minder aanpassingen nodig waardoor de investering in het huis lager is dan bij een oudere woning. Figuur 3.2 geeft het temperatuurniveau van diverse warmtebronnen weer op een schaal van LT (links) naar HT (rechts). De grootte en de hoogte van de bollen zeggen niets.
3.2
Marktrijpheid en aannemelijkheid voor woningen
De verschillende alternatieven voor aardgas hebben allemaal voor- en nadelen. Niet elke techniek is al marktrijp of een logische keuze voor alle woningen. Sommige technieken moeten nog verder worden uitgewerkt, terwijl andere technologieën zich meer lenen voor bedrijven en industrie. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat op weg naar 2030 wordt ingezet op technieken die nú al toepasbaar en dus marktrijp zijn. Daarbij worden innovaties niet uitgesloten, maar het kan nog wel tien tot twintig jaar duren voordat deze nieuwe technieken op de markt zijn. De huidige marktrijpe technieken zijn goed toepasbaar en kunnen in principe morgen worden toegepast. In bijlage 3 laten we de marktrijpheid van de technieken zien en hoe aannemelijk ze zijn om toe te passen in woningen. In hoofdstuk 4, hierna, wordt de specifieke situatie in IJsselstein beschreven.
Figuur 3.2 Temperatuurniveau van diverse warmtebronnen van LT (links) naar HT (rechts)
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
17
4 De opgave voor een aardgasvrij IJsselstein Voor het uitstippelen van de route naar een ‘aardgasvrij’ IJsselstein in 2050 is het belangrijk om te bepalen waar we op dit moment staan. Het in beeld brengen van deze status quo helpt ons als gemeente om richting te geven aan de strategie om in 2050 aardgasvrij te zijn. Zo zijn de omvang van de woningvoorraad, bouwjaren, gebruiksfuncties en huidige warmtevraag in beeld gebracht. Vervolgens is gekeken welke alternatieven er kansrijk zijn in IJsselstein en hoe deze de warmtevraag kunnen invullen. Verder zijn buurtgroepen gemaakt van overeenkomstige buurten in IJsselstein. Op basis van de buurt- en woningeigenschappen zijn zes buurtgroepen gemaakt waarvoor in dit hoofdstuk de kansrijke warmtealternatieven worden beschreven.
4.1
De huidige situatie
Gemeente IJsselstein bestaat uit een historisch centrum, meerdere woonwijken en een buitengebied met verspreide woningen. Door IJsselstein stroomt de Hollandsche IJssel en ten zuiden de Lek. Ten oosten buiten de gemeentegrens ligt de Nedereindse Plas en in het zuidoosten de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) Nieuwegein (verwarrend genoeg op het grondgebied van IJsselstein). In totaal heeft IJsselstein 33.891 inwoners (2021) en ruim 14.300 woningen. Verschillende eigenschappen van de gebouwde omgeving zijn bekeken, zoals bouwperiode, gebruikstype, koop of huur, corporatiebezit en of er sprake is van hoogbouw in bepaalde buurten. Deze eigenschappen zijn van belang wanneer wordt gekeken naar oplossingsrichtingen, zoals individueel of collectief en wat de mogelijkheden zijn qua temperatuurniveau (zoals uitgelegd in hoofdstuk 3). Om inzicht te krijgen in de gebouwde omgeving van IJsselstein, zijn een aantal kaarten gemaakt van verschillende eigenschappen. Daarmee is de gebouwde omgeving letterlijk in kaart gebracht. Deze kaarten staan hoofdzakelijk in bijlage 5. Figuur 4.1 op de volgende pagina geeft een kaart met de bouwperioden van de woningen en panden in IJsselstein. De nummers op het figuur verwijzen naar de buurten in IJsselstein; een overzicht daarvan vindt u hieronder. 1 IJsselstein-Binnenstad
16 Bedrijventerrein De Corridor
2 Nieuwpoort
17 De Hoven en De Boomgaard
3 Groenvliet
18 De Tuinen
4 Kasteelkwartier
19 Het Hart
5 Europakwartier
20 De Wereldsteden
6 Oranjekwartier
21 De Rivieren
7 IJsselveld-Oost
22 Het Staatse
8 IJsselveld-West
23 Benschopperpoort en Het Podium
9 IJsseloevers
24 Achterveld-Zuid
10 Hazenveld en Overwaard
25 Achterveld-West
11 Rijpickerwaard
26 Achterveld-Noord
12 Panoven
27 Achterveld-Oost
13 Paardenveld
28 Eiterse Waard
14 Over Oudland
29 Landelijk gebied Noord
15 Industrieterrein Lage Dijk
30 Landelijk gebied Zuid
Bouwperiode: een belangrijke indicator Voor woningen van voor 1975 is het nodig om de muren beter te isoleren om van LT-warmte gebruik te kunnen maken. Echter lopen de kosten van isolatie voor dit soort huizen snel op. Hierdoor kan het soms kostenefficiënter zijn om van een andere bron gebruik te maken (HT).
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
18
Per woning moet worden vastgesteld welke isolatiemaatregelen mogelijk zijn. Woningen die gebouwd zijn tussen 1945-1974 zijn vaak voorzien van een luchtspouw. Daarmee kan met relatief een kleine investering een grote verbetering in de woning worden gerealiseerd. Daarnaast is het noodzakelijk ook de vloer, beglazing en het dak te isoleren om een LT-bron te kunnen gebruiken. In de 4.000 woningen die gebouwd zijn tussen 1945 en 1974 kan dit allemaal relatief eenvoudig uitgevoerd worden. Zolang er geen aanvullende maatregelen zijn doorgevoerd, dienen voor deze categorie woningen alle geveldelen aangepakt te worden om de woning geschikt te maken voor LT-verwarming.
Figuur 4.1 Bouwperiode gebouwde omgeving IJsselstein
De 705 woningen die voor 1945 gebouwd zijn, hebben lang niet altijd een spouwmuur. Dit betekent dat gevelisolatie aan de binnen- of buitenzijde geplaatst moet worden. Dit maakt de maatregel duur en ingrijpend. Ook hebben deze woningen lang niet altijd een (toegankelijke) kruipruimte. Ook de aanleg van vloerisolatie is daardoor duurder en ingrijpender. Door de hoeveelheid aanpassingen die nodig zijn in de woning en de bijkomende investeringskosten, is het daardoor vaak kostenefficiënter om gebruik te maken van een hoogwaardige temperatuurbron, als deze voorhanden is. Er zijn ongeveer 3.410 woningen uit de periode 1975-1991. Deze zijn vaak goed te isoleren tot een hoger energielabel (B), waardoor overstappen naar middentemperatuur (MT) warmte mogelijk wordt. Daarnaast zijn er ook ongeveer 45% woningen waarvan goed moet worden bekeken tot welk energielabel er geïsoleerd kan worden en welke warmtetechniek hiervoor geschikt is. Vaak zit de spouwmuur van deze woningen al bijna vol met isolatie waardoor het (extra) navullen hiervan wel zinvol is, maar minder bijdraagt dan de reeds aanwezige isolatie. Hierdoor is de terugverdientijd van muurisolatie voor dit soort woningen een stuk langer. Bij woningen gebouwd vóór 1992 zijn er grote verschillen in isolatiewaarde en moet deze per woning worden vastgesteld. Ruim 6.216 woningen zijn gebouwd na 1991.
Woningen die sinds 1992 zijn gebouwd, hebben op basis van het Bouwbesluit 1992 een goede isolatiewaarde. Deze woningen zijn met relatief weinig inpandige aanpassingen te verwarmen met een laagtemperatuur (LT) warmtebron. Extra isolatiemaatregelen bij deze woningen zijn kostbaar en ingrijpend (met uitzondering van eventuele HR++-beglazing). Ongeveer 25% van de woningen in IJsselstein is in het bezit van Provides. Figuur 4.2 laat de verdeling van de woningvoorraad zien in bouwperioden en figuur 4.3 laat de verdeling zien van de gebruiksfuncties van de gebouwde omgeving in IJsselstein.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
19
Gebruiksfuncties
Bouwjaar woningen (14.331) t/m 1945 5% 1946-1964 6% 1992-heden 43%
1965-1974 22%
sport, 8%
logies, 2%
overige, 0%
onderwijs, 2% gezondheidszorg, 3% bijeenkomst, 14% industrie, 1% winkel, 1%
1975-1991 24%
Figuur 4.2 Verdeling bouwjaren in IJsselstein
4.2
woning, 67%
kantoor, 2%
Figuur 4.3 Verdeling gebruiksfuncties gebouwde omgeving IJsselstein
Warmtevraag en aardgasverbruik
Het werkelijke aardgasgebruik is afhankelijk van onder meer de samenstelling van het huishouden, het woningtype en de ouderdom van een woning. De verwachting is dat het elektriciteitsverbruik gaat toenemen bij het overgaan op andere warmtebronnen dan aardgas, omdat elektriciteit vaak een rol speelt in duurzame warmte, zoals bij het gebruik van warmtepompen. Waar gebruiken we aardgas nu voor in onze woningen? Ongeveer 75% wordt gebruikt voor het verwarmen van de ruimte, 20% voor warm water (voornamelijk douchen) en een heel klein deel voor het koken. De warmtevraag van de gebouwde omgeving in IJsselstein bedraagt 575.000 gigajoule (GJ). Dat staat ongeveer gelijk aan ruim 16 miljoen kubieke meter (m3) aardgas. De warmtevraag van woningen in IJsselstein is bepaald aan de hand van aardgasverbruiken uit 2019, gepubliceerd door Stedin.4 Het grootste deel van de warmtevraag, bijna 90%, komt van de woningen. Daarnaast wordt een deel van het aardgas gebruikt voor commerciële en publieke dienstverlening. Het gemiddelde aardgasverbruik per woning in IJsselstein komt daarmee op circa 1.100 m 3 per jaar5. Figuur 4.4 laat die verdeling van de warmtevraag in IJsselstein zien. In de TVW wordt alleen gekeken naar aardgas dat wordt gebruikt voor het verwarmen van de gebouwde omgeving, het verhitten van tapwater en koken.
De gebouwen die niet bedoeld zijn om in te wonen, zoals kantoren en scholen, noemen we utiliteitsgebouwen. Voor dit gasverbruik moeten alternatieven worden gevonden voor 2050.
Energie en warmte, wat is dat? We hebben het doorgaans over een ‘warmtevraag’ in gigajoule (GJ). Wat is een GJ? 1 GJ is ongeveer … 1 woning verbruikt …
Huidige warmtevraag (575.000 GJ) Utiliteit zonder koudevraag 5%
Utiliteit met koudevraag 6%
35 m3 aardgas 30 - 40 GJ (1.000 – 1.500 m3 gas)
Hoogbouw 13%
Laagbouw 76%
De standaardeenheid in de natuurkunde voor energie is gigajoule (GJ) of kilowattuur (kWh). Deze eenheden zijn in elkaar om te rekenen (1 GJ = 278 kWh).
Figuur 4.4 Verdeling huidige warmtevraag
4 De warmtevraag is hierbij berekend door het gasverbruik te vermenigvuldigen met het ketelrendement. 5 Ook afkomstig uit Wijkpaspoort VNG: https://wijkpaspoort.vng.nl/?admin=GM0353
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
20
4.3
Beschikbare bronnen in IJsselstein
Niet elke gemeente heeft de beschikking over dezelfde alternatieve warmtebronnen. Zo heeft de ene gemeente bijvoorbeeld meer mogelijkheden voor energie uit oppervlaktewater en een andere uit aardwarmte. Hierna is de warmtepotentie op hoofdlijnen beschreven van de meest kansrijke bronnen in IJsselstein. Dit overzicht is een inschatting van verschillende studies, aangevuld met kennis, inzichten en data uit de uitgevoerde analyse. Een uitgebreide toelichting op de warmtebronnen, zoals ook praktische belemmeringen bij de toepassing ervan, vindt u in bijlage 1. Omgevingswarmte – warmte uit de buitenlucht Waar: overal Met omgevingswarmte bedoelen we de warmte uit de buitenlucht en die is in principe ongelimiteerd. Hoe kouder de lucht, des te lastiger is het warmte te onttrekken. Dit kan bij de huidige stand der techniek goed tot zo’n -7°C. Bij warmtepompen op basis van buitenlucht is geluidsoverlast iets waar rekening mee gehouden moet worden. Hiervoor zijn wettelijke normen. Aquathermie – Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO) Waar: Hollandsche IJssel Bij thermische energie uit oppervlakteater (TEO) wordt warmte onttrokken aan een rivier, kanaal of meer. Aan de Hollandsche IJssel kan mogelijk warmte onttrokken worden.
Het noordelijk gebied van Achterveld-Noord heeft de grootste potentie, omdat het gaat om relatieve nieuwbouw en de afstand tot de bron (Hollandsche IJssel) beperkt is. De Nedereindseplas (gemeente Utrecht) heeft mogelijkheden voor IJsselveld in IJsselstein wegens de nabije ligging. Momenteel is het stilstaand water en er is stromend water nodig om de warmte te onttrekken uit de Nedereindseplas. Wegens de vele knelpunten voor toepassing van deze warmtetechniek in de nabije toekomst wordt de Nedereindseplas op dit moment niet meegenomen in de TVW als potentiële warmtebron. De Lek heeft in potentie veel warmte om uit het oppervlaktewater te halen door de sterke stroming. Echter, de afstand van de Lek naar de woonkern van IJsselstein is te groot en de aanleg van de benodigde infrastructuur zal kostbaar zijn. Aquathermie – Thermische Energie uit Afvalwater (TEA) Waar: RWZI Nieuwegein, Rioolgemaal IJsseloevers Bij thermische energie uit afvalwater (TEA) wordt warmte onttrokken aan afvalwater. Er zijn twee potentiële warmtebronnen; de RWZI Nieuwegein en een rioolgemaal bij de buurt IJsseloevers. De RWZI heeft relatief veel warmte beschikbaar (theoretisch circa 4.000 WEQ). Nadeel is de afstand van de RWZI naar het dichtstbijzijnde wooncluster in IJsselstein. De afstand is idealiter zo klein mogelijk in verband met hoge kosten voor de aanleg van warmtenetleidingen.
Deze warmtebron is kansrijk voor het benutten van warmte. De (technische) potentie van het rioolgemaal nabij IJsselsoevers is te beperkt om als kansrijke warmtebron te beschouwen. Bodemlus – warmte uit de ondergrond Waar: niet in drinkwatergebied of bij hoogbouw Een ‘bodemlus’ is een techniek om warmte te winnen uit de ondiepe bodem 1-100 meter diep, rondom de woning of het gebouw. Er wordt warmte uit de bodem gehaald en deze wordt met een bodemwarmtepomp opgewaardeerd (verhoogd) naar een temperatuur waarmee de woning verwarmd kan worden. Het is daarmee een all-electric oplossing. De bodem in Nederland is zeer geschikt voor het winnen van warmte. De technische potentie voor warmte uit de bodem middels bodemlussen is dan ook groter dan de warmtevraag van IJsselstein. Echter, er zitten praktische en ruimtelijke belemmeringen bij het toepassen van bodemlussen. Idealiter gaat het om vrijstaande woningen of in ieder geval woningen met een ruime tuin (zie ook bijlage 1 onderdeel bodem- en aardwarmte voor een toelichting op de belemmeringen). Bodemlussen zijn voornamelijk individuele oplossingen, maar kunnen ook (kleinschalig) collectief bij hoogbouw.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
21
Restwarmte Waar: lokaal bij bedrijventerrein De Lage Dijk Restwarmtebronnen komen in veel vormen en maten voor. Het is de warmte die ‘overblijft’ na bijvoorbeeld een productieproces. Op bedrijventerrein De Lage Dijk is er een kleine potentie van circa 35 GJ. Deze restwarmte is zeer lokaal, op het bedrijventerrein zelf, te benutten via een kleinschalig warmtenet. Nader onderzoek is nodig en voor deze verkenning niet meegenomen. Geothermie Waar: nader onderzoek nodig Geothermie of aardwarmte ontstaat door de warmte-uitstraling uit het binnenste van de aarde. De potentie van ondiepe (tussen de 500 en 1.500 meter) en (ultra)diepe geothermie (dieper dan 1.500 meter) in IJsselstein is onbekend. De afgelopen jaren is er met de Seismische Campagne Aardwarmte Nederland (SCAN) onderzoek gedaan naar kansrijke geothermie locaties in Nederland. Bij het toepassen van geothermie is schaalgrootte (voldoende woningaansluitingen) essentieel voor een haalbare businesscase. We nemen geothermie niet mee als kansrijke warmtebron in deze TVW, maar houden de ontwikkelingen in de regio in gaten. Biomassa Waar: alleen in buitengebied (lokaal) Bij biomassa wordt warmte opgewekt uit organische materialen die in de natuur voorkomen. Uit (de verbranding van) snoeiafval kan warmte opgewekt worden voor circa 400 woningen in IJsselstein.
Bij voorgenomen gebruik van biomassa moet realistisch gekeken worden naar de wenselijkheid van het gebruik van deze bron. Groengas Waar: daar waar geen goede alternatieven zijn Biogas is het gas dat vrijkomt bij de vergisting van natte biomassa, zoals mest en GFT-afval, dat kan worden omgezet naar groengas dat aardgas één op één kan vervangen. De RWZI Nieuwegein (op IJsselsteins grondgebied) produceert op dit moment biogas door slib te vergisten en verwacht in de toekomst een drievoud aan biogas te produceren. Dit vormt een kans voor het centrum van IJsselstein. Warmte-koudeopslag (wko) Waar: potentiële opslag, niet in drinkwatergebied Wko staat voor warmte-koudeopslag. Het is een techniek om warmte en koude uit de bodem te halen, net als een bodemlus. De toepassing is echter anders. Het technisch potentieel van deze techniek is zeer groot, maar ook hier gelden een aantal voorwaarden en belemmeringen (zie bijlage 1). Wko is een goede techniek om toe te passen bij kantoren of andere panden zoals ziekenhuizen of showrooms met een koudevraag. Waterstof Waar: daar waar geen alternatieven zijn De (grootschalige) toepassing van waterstof op de gebouwde omgeving is voor 2030 niet realistisch. Er moet veel elektriciteit worden opgewekt voor het maken van groene waterstof. Momenteel is er nog geen overschot aan elektriciteit.
Bij het maken van waterstof wordt er bij de verdeling gebruikt gemaakt van de waterstofladder. Voor 2030 gaan we nog niet uit van de toepassing van waterstof bij het verwarmen van woningen.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
22
Regionaal: warmtenet Utrecht/Nieuwegein Ondanks dat de scope van de TVW voornamelijk lokaal is, is het altijd goed om ook de mogelijkheden in de regio te verkennen. Het warmtenet Utrecht/Nieuwegein van Eneco levert op dit moment al warmte aan ruim 50.000 woningen. Eneco verkent op dit moment de opties om het huidige warmtenet uit te breiden. Geografisch gezien zou IJsselstein een gebied kunnen zijn voor uitbreiding. Dit moet nader onderzocht worden.
4.4
Kansrijke technieken per buurtgroep
De gemeente IJsselstein bestaat uit dertig buurten waarbij er meerdere nabij liggende buurten dezelfde woningkenmerken hebben. Deze buurten die bepaalde woningkenmerken delen als woontype, pandfunctie, bebouwingsdichtheid en bouwjaar zijn gegroepeerd. Daarmee is een logische indeling gemaakt van buurten in buurtgroepen en wordt per buurtgroep een strategie voor de warmtetransitie bepaald. De toelichting op en een kaart van de buurtindeling vindt u in bijlage 4. Uit de vorige paragraaf blijkt dat de RWZI Nieuwegein een kans biedt voor het benutten van effluentwarmte (of warmte uit afvalwater). Bij de RWZI wordt de warmte aan het effluent onttrokken en via een warmtenetleiding naar een wooncluster vervoerd. In de wijk wordt de warmte decentraal of bij de woning opgewaardeerd via een warmtepompcentrale naar bruikbare warmte voor de woning. De Hollandsche IJssel is ook een potentiële warmtebron voor een LT-warmtenet. De potentie is beperkt, maar is toe te passen bij de omliggende buurt. De economische potentie moet worden getoetst in een volgende fase. In tabel 4.1 op de volgende pagina worden per buurtgroep voorkeurstechnieken gegeven in volgorde van ingeschatte kansrijkheid en een argumentatie bij de gekozen techniek. Deze keuzes per buurtgroep zijn nog niet definitief en worden in de loop van het proces tot aan 2050 verder uitgewerkt.
Figuur 4.7 op pagina 25 geeft grafisch weer wat de kansrijke warmtealternatieven zijn.
IJsselstein (foto: Arjen Goodijk)
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
23
Tabel 4.1 Kansrijke techniek per buurtgroep en onderbouwing
Buurtgroep
Voorkeurstechniek(en)
Onderbouwing
1) Kern IJsselstein
1.
Hybride warmtepomp
2.
Duurzaam gas op bestaand gasnet
Woonkern met voornamelijk oude, monumentale panden, technisch en financieel moeilijk te isoleren.
HT-verwarming nodig via hybride systeem of bestaande ketel op biogas/groengas uit de RWZI in de toekomst indien beschikbaar.
2) Hoogbouw en
1.
jaren ‘60/’70 bouw
Collectief voor hoogbouw
(wko, bodemlus) 2.
Hybride warmtepompen
3.
Toekomst: warmtenet met
Bebouwingsdichtheid gunstig voor collectieve oplossing.
Relatief oude woningen, HT/MT-warmtebron nodig voor warmtenet met weinig aanpassingen aan woning.
LT-bron (Nedereindseplas of aansluiting op warmtenet
Relatief veel hoogbouw, bouwperiode 1965-1974.
Regionale ontwikkeling o.g.v. geothermie afwachten.
Nieuwegein?)
Nedereindseplas in de buurt met thermische potentie, met LT-warmtenet zijn er aanpassingen nodig aan de schil van de woningen. Economische en technische potentie moet nader worden onderzocht in de toekomst. Dat geldt ook voor de mogelijke aansluiting op het warmtenet van Nieuwegein.
3) Jonge buurten
1. 2.
All-electric
Woningen gebouwd na 1992 met relatief weinig
Warmtenet met LT-bron
aanpassingen te verwarmen met LT-bron. All-electric:
(RWZI)
luchtgekoppelde warmtepompen en bodemlussen (bodemwarmtepompen) mogelijk bij ruimer opgezette woningen.
De Hoven en De Boomgaard, De Tuinen en Het Hart zijn interessant voor een warmtenet (TEA) op warmte uit de RWZI Nieuwegein. Afstand buurten tot de bron is een belemmering. Verder is dit afhankelijk of de warmte daadwerkelijk beschikbaar komt.
4) Gemiddelde bouw
1.
Mix: all-electric/hybride
warmtepomp 2.
Kleinschalig warmtenet met
All-electric voor woningen gebouwd na 1992, hybride systemen voor woningen gebouwd 1975-1991.
LT-bron (TEO)
Mogelijk kansen voor kleinschalig LT-warmtenet (TEO) voor woningen gebouwd na 1992 in Achterveld-Noord in de toekomst. Hollandsche IJssel stroomt er langs. Nader onderzoek naar kansrijkheid TEO nodig.
5) Industrieterrein
1.
Maatwerk: collectief of
individueel 2.
Maatwerk is nodig per pand of groep van panden. Warmtepompen met wko zijn een betaalbare,
Warmtenet met LT-bron
realiseerbare optie.
Beperkt potentieel LT-restwarmte, kleinschalige warmtenet mogelijk op Industrieterrein De Lage Dijk. Nader onderzoek naar restwarmtebronnen op industrieterrein nodig.