Toelichting bestemmingsplan Hogebiezendijk 82 IJsselstein
Tekst van het document
Maatregelen teneinde het verlagen van de geluidbelasting stuiten op overwegende bezwaren. Weg der Verenigde Naties (N210) Ten gevolge van het wegverkeer op de Weg der Verenigde Naties (N210) bedraagt de geluidbelasting ten hoogste 53 dB inclusief aftrek artikel 110g Wet geluidhinder. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt wel gerespecteerd. Maatregelen teneinde het verlagen van de geluidbelasting stuiten op overwegende bezwaren. Gemeentelijk geluidbeleid Conform het gemeentelijk geluidbeleid van IJsselstein is de cumulatieve geluidbelasting inclusief aftrek berekend. De cumulatieve geluidbelasting bedraagt ten hoogste 56 dB. De gemeente IJsselstein stelt, in geval van een cumulatieve geluidsbelasting hoger dan of gelijk aan 54 dB en ten hoogste 64 dB, de benodigde hogere waarde(n) vast, als er: een geluidsluwe gevel of een geluidsluwe buitenruimte (balkon) aanwezig is én er minimaal 1 verblijfsruimte aan een geluidsluwe zijde is gesitueerd. De noordgevel is geluidsluw en op basis van het voorlopig ontwerp is aan deze zijde ook minimaal één verblijfsruimte gesitueerd. Derhalve wordt voldaan aan de gestelde richtlijnen uit het gemeentelijk geluidbeleid. Uit een onderzoek naar de geluidwering van de gevel moeten blijken of de vereiste karakteristieke geluidwering van de gevel voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit.
Hiertoe is het ‘Akoestisch onderzoek gevelgeluidwering Bouwplan Hogebiezendijk 82, IJsselstein’ uitgevoerd. Dit onderzoek (rapport: 205302, d.d. 11 september 2020) is als bijlage opgenomen bij deze toelichting kan gebuikt worden voor de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen. Het gevelweringsonderzoek is goedgekeurd door de ODRU. Op basis van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de karakteristieke gevelgeluidwering van de nieuw te bouwen woning aan de Hogebiezendijk 82 in IJsselstein zal voldoen aan de
Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein
Pagina 27
geluidvoorschriften van het Bouwbesluit. Om dit te waarborgen, moeten de gevels worden uitgevoerd zoals in het onderzoek aangegeven bouwkundige uitgangspunten en geluidwerende voorzieningen. Conclusie Na het verlenen van een hogere waarde voor de van toepassing zijnde woning, door de gemeente IJsselstein, vormt het aspect geluid vanuit de Wet geluidhinder geen belemmering voor de realisatie van het plan. 4.6 Lucht Wet milieubeheer / Wet luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Omdat titel 5.2 handelt over luchtkwaliteit staat deze ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Specifieke onderdelen van de wet zijn uitgewerkt in Amvb's en ministeriële regelingen. De nieuwe wetgeving kent een dubbele doelstelling: 1. De overheid wil een belangrijke impuls geven aan het treffen van maatregelen zodat in ons land de Europese normen worden gehaald; 2. De overheid wil er ook voor zorgen dat er meer mogelijkheden zijn om projecten door te laten gaan. Dat was nodig om dat in het verleden veel plannen door de rechter werden stilgelegd vanwege het niet halen van de normen. De Wet luchtkwaliteit vereist een genuanceerde toetsing of koppeling tussen (ruimtelijke) besluiten en de gevolgen voor de luchtkwaliteit.
Een ruimtelijk plan is in overeenstemming met de Wet luchtkwaliteit als de planvorming niet leidt tot een overschrijding of een verdere overschrijding van de normen. Projecten die 'niet in betekenende mate bijdragen' aan de concentraties, hoeven niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Voor projecten die wel in betekenende mate bijdragen aan de concentratie is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) relevant. Amvb Niet In Betekenende Mate en Regeling Niet In Betekenende Mate (NIBM) De Amvb NIBM en Regeling NIBM bevatten criteria waarmee kan worden bepaald of een project van een bepaalde omvang wel of niet als “in betekenende mate” moet worden beschouwd. NIBM projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. Er is een onderscheid gemaakt tussen grote en kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het slechts in geringe mate (ofwel ‘niet in betekenende mate’) leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een verslechtering van maximaal 3% van de grenswaarden voor de luchtkwaliteit.
Een verslechtering van maximaal 3% komt overeen met een nieuwbouwproject van 1.500 woningen of 100.000 vierkante meter kantoorvloeroppervlak. Grotere projecten kunnen worden opgenomen in het NSL-programma, mits ook overtuigend wordt aangetoond dat de effecten van dat project worden weggenomen door de maatregelen van het NSL.
Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein
Pagina 28
Beschouwing Met het bestemmingsplan wordt de herstructurering van het woonperceel aan de Hogebiezendijk 82 mogelijk gemaakt, waarbij de huidige vrijstaande woning en loods gesloopt worden en één nieuwe vrijstaande wordt toegestaan. Het gebruik dat met het bestemmingsplan wordt toegestaan blijft ver onder de grenzen van de regeling Niet in betekenende mate en heeft daarmee niet of slechts in geringe mate invloed op de luchtkwaliteit. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar‐ en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. Stof
Soort norm jaargemiddelde concentratie
Concentratie
Stikstofdioxide NO2 Fijn stof PM10
PM2,5
40 µg/m³ 40 µg/m³
Jaargemiddelde Daggemiddelde (mag max. 35 keer per jaar worden overschreden)
50 µg/m³ 31,3 µg/m³ (jaargemiddeld)**
Jaargemiddelde
25 µg/m³
Tabel: grenswaarden maatgevende stoffen Wet milieubeheer
Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Advieswaarden WHO en GG De WHO en GGD hanteren advieswaarden voor fijn stof (PM10) van 20 microgram per kuub, en 10 microgram per kuub voor PM2,5 wat lager ligt dan de wettelijke grenswaarden. Beschouwing In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Hierbij is gebruik gemaakt van het Geoloket van de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU).
Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein
Pagina 29
Tabel concentratie NO2 Soort norm Jaargemiddelde Jaargemiddelde
Jaar 2018 2030
Concentratie µg/m³ 20-22 12-14
Tabel concentratie PM10 Soort norm Jaargemiddelde Jaargemiddelde
Jaar 2018 2030
Concentratie µg/m³ 20-21 17-18
Tabel concentratie PM2,5 Soort norm Jaargemiddelde Jaargemiddelde
Jaar 2018 2030
Concentratie µg/m³ 12,5-13 10-10,5
Tabel concentratie EC Soort norm Jaargemiddelde Jaargemiddelde
Jaar 2018 2030
Concentratie µg/m³ 0,7-0,9 0,4-0,7
Voor de concentraties verontreinigende stoffen ter plekke van de te realiseren woning wordt ruim voldaan aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Aanvullend onderzoek naar luchtkwaliteit is derhalve niet noodzakelijk. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect luchtkwaliteit uitvoerbaar.
Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein
Pagina 30
4.7
Externe veiligheid
Algemeen Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving als gevolg van gebruik en opslag van gevaarlijke stoffen bij bedrijven, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het water, het spoor en door buisleidingen. De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau van transport en aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute of inrichting bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route of binnen die inrichting. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. Voor nieuwe situaties is voor kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) de grenswaarde voor het PR gesteld op een niveau van 10-6/jr. Voor beperkt kwetsbare objecten (bijvoorbeeld bedrijven) is dit een richtwaarde. Het GR geeft aan wat de kans is op een ongeval met tien of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde transportroute of inrichting. Het aantal personen dat in de omgeving van de route of inrichting verblijft, bepaalt daardoor mede de hoogte van het GR.
Risicovolle inrichtingen Voor risicovolle inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van toepassing. Voorbeelden van deze risicovolle bedrijven zijn LPG-tankstations, ammoniakkoelinstallaties en chemische fabrieken. Het Bevi is opgesteld om de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven te beperken. De normstelling van het Bevi richt zich zowel op vergunningverlening als ruimtelijke ordening. Indien een ruimtelijk plan de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar of een beperkt kwetsbaar object in het invloedsgebied toelaat, dient tevens het groepsrisico te worden verantwoord. Externe veiligheid transport In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), dat per 1 april 2015 in werking is getreden, heeft het Rijk het beleid vastgelegd met betrekking tot de afweging van veiligheidsbelangen die een rol spelen bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. In het besluit zijn regels opgenomen voor het realiseren van (beperkt) kwetsbare objecten binnen de zogeheten basisnetafstanden van een transportroute voor gevaarlijke stoffen. Deze basisafstanden zijn vastgelegd in de Regeling Basisnet. Het besluit is onder meer van toepassing op omgevingsbesluiten, zoals het vaststellen van een bestemmingsplan.
Buisleidingen Voor buisleidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van toepassing. Op grond van het Bevb geldt voor de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar object dichtbij dergelijke buisleiding, een grenswaarde van 10-6 per
Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein
Pagina 31
jaar voor het plaatsgebonden risico. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als richtwaarde. Indien een ruimtelijk plan de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar of een beperkt kwetsbaar object binnen het invloedsgebied van een buisleiding toelaat, dient tevens het groepsrisico te worden verantwoord. Beschouwing Met het bestemmingsplan wordt de herstructurering van het woonperceel aan de Hogebiezendijk 82 mogelijk gemaakt, waarbij de huidige vrijstaande woning en loods gesloopt worden en één nieuwe vrijstaande wordt toegestaan. Uit een raadpleging van de risicokaart blijkt dat het plangebied niet is gelegen in de nabijheid of binnen het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen en buisleidingen. Wel is op de risicokaart de Weg der Verenigde Naties (N201) aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen. Het bestemmingsplangebied is gelegen op minder dan 200 meter afstand van de Weg der Verenigde Naties (N201). Hiertoe is het plangebied gelegen langs een route voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en is het plangebied gelegen binnen de zone voor de verantwoording van het groepsrisico. Dit houdt in dat het groepsrisico dient te worden onderbouwd.
In de Nota van toelichting op het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de Nota van toelichting op de Beleidsregels EV is aangegeven dat in sommige gevallen de berekening van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico achterwege kan blijven. Hiervoor zijn vuistregels in de vorm van drempelwaarden voor vervoersaantallen opgesteld die de gebruiker een indicatie geven van de hoogte van het plaatsgebonden risico of het groepsrisico. Met de vuistregels kan ingeschat worden of de vervoersaantallen, bebouwingsafstanden en/of aanwezigheidsdichtheden te klein zijn om tot een overschrijding te kunnen leiden van grenswaarde of richtwaarde voor het plaatsgebonden risico dan wel tot een overschrijding van de oriëntatiewaarde of 0,1 maal de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico. Voor de Weg der Verenigde Naties zijn geen telgegevens voor het vervoer van gevaarlijke stoffen bekend. Voor wegen waar geen tellingen bekend zijn wordt uitgegaan van 500 vervoersaantallen GF3 per jaar. In de Handleiding risicoanalyse transport (HART) is opgenomen dat wegen buiten de bebouwde kom tot 500 vervoersaantallen GF3 geen 10-6/jaar contour voor het plaatsgebonden risico hebben. Hieruit volgt dat er geen belemmering is vanwege het plaatsgebonden risico. In tabel 1-6 van de bijlage bij de HART zijn dichtheden vermeld voor overschrijding van 10% van de oriënterende waarde.
De locatie waar de woning gerealiseerd wordt is zodanig dunbevolkt dat deze dichtheden niet worden overschreden. Hieruit volgt dat er geen nadere berekening van het groepsrisico noodzakelijk is. Wel moet het groepsrisico beperkt worden verantwoord conform artikel 7 van het Bevt. De verantwoording heeft betrekking op de volgende punten: a. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, spoorweg of dat binnenwater;
Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein
Pagina 32
b.
voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg, spoorweg of dat binnenwater een ramp voordoet.
Verantwoording groepsrisico Ad a: Op circa één kilometer rijden van het plangebied bevindt zich de brandweerpost op de locatie het Jan van der Heydenweg 244. Binnen de provincie Utrecht kan de Regionale ambulance voorziening Utrecht binnen 96% van de gevallen binnen de gestelde normtijd van 15 minuten ter plaatse zijn. Bij een calamiteit op Hogebiezendijk 82 te IJsselstein ligt het St. Antonius ziekenhuis op circa 5 kilometer afstand van de betreffende locatie. De veiligheidsregio Utrecht heeft voor rampenbestrijding het Regionaal Crisisplan Utrecht 2020-2023 opgesteld. Het Regionaal Crisisplan beschrijft op welke wijze de crisisorganisatie bij een incident of crisis functioneert. Daarnaast bevat het crisisplan de verantwoordelijkheden, de taken en bevoegdheden met betrekking tot maatregelen en voorzieningen die de gemeenten in de regio Utrecht treffen bij de bestrijding van rampen en crises. Ad b:
In voorliggend geval spelen de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid een rol. Zelfredzaamheid zegt iets over de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van een risicobron om zich in veiligheid te brengen, indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchting. De bewoners van de te realiseren woning zullen hoofdzakelijk bestaan uit zelfredzame personen. Voor de beperkt aanwezige minder zelfredzame personen (waaronder kinderen en ouderen) wordt ervan uitgegaan dat de ouders/verzorgers/begeleiders deze personen kunnen begeleiden, zodat zij gezamenlijk kunnen vluchten. Dit levert dan ook geen beperkingen op.
Voor de volledigheid wordt vermeld dat conform artikel 9 van het Bevt het bestuur van de Veiligheidsregio Utrecht in de gelegenheid moet worden gesteld om advies uit te brengen over de alle voor hen relevante onderdelen zoals het groepsrisico. Indien personen buiten zijn tijdens een ongeval op de N210, wordt geadviseerd dat zij van de risicobron af vluchten, of indien mogelijk, dekking zoeken en schuilen’’ Conclusie Er is geen aanvullend onderzoek met betrekking tot externe veiligheid nodig. Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect externe veiligheid uitvoerbaar. 4.8
Milieuzoneringen
Bedrijven zijn milieubelastende bestemmingen die hinder ten opzichte van milieugevoelige bestemmingen (waaronder wonen) kunnen veroorzaken. Om deze hindersituaties te voorkomen dient er bij ruimtelijke plannen, waarin milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen in elkaars nabijheid mogelijk worden gemaakt, in principe uit te worden gegaan van scheiding van functies. Hiertoe zijn in de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering (2009; hierna te noemen B&M) richtafstanden opgesteld.
Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein
Pagina 33
In deze handreiking wordt afstanden, zogeheten milieuzoneringen, tussen bedrijfsactiviteiten en milieugevoelige functies aangegeven waarmee wederzijdse hinder voorkomen wordt. Zo zorgt de milieuzonering ervoor dat nieuwe bedrijven op een passende afstand ten opzichte van woningen worden gesitueerd en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bestaande bedrijven worden gepland. De invloed van een bedrijf op de omgeving hangt op de (milieubelastende) karakteristieken van het bedrijf. In de handreiking worden daarom zes milieucategorieën met de daarbij behorende richtafstanden onderscheiden (zie tabel). Deze afstanden zijn gebaseerd op de mate van verspreiding van de hinderaspecten geluid, stof, gevaar en geur. Voorts wordt onderscheid gemaakt in afstanden tot een rustige woonwijk en tot een gebied met een menging van functies. De gedachte daarbij is dat gebieden met gemengde functies hogere achtergrondwaarden voor wat betreft de hinderaspecten kennen, waardoor milieubelasting van een specifiek bedrijf meer op zal gaan in de omgeving en minder snel als hinder zal worden ervaren. Milieucategorie 1 2 3 4 5 6
Richtafstanden tot rustige woonwijk 10 meter 30 meter 50 tot 100 meter 200 tot 300 meter 500 tot 1000 meter 1500 meter
Richtafstanden tot gemengd gebied 0 meter 10 meter 30 tot 50 meter 100 tot 200 meter 300 tot 700 meter 1000 meter
Afbeelding: Richtafstanden per milieucategorie.
De VNG-publicatie voorziet in richtafstanden. Deze richtafstanden zijn bepaald op basis van gemiddelde productieprocessen. Door middel van een gedegen op een specifieke situatie toegespitste onderbouwing kan gemotiveerd van deze richtafstanden worden afgeweken. Naast het VNG-stelsel moeten bedrijven op basis van een vergunning krachtens de Wet milieubeheer/Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (omgevingsvergunning milieu) of op basis van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) aan voorschriften voldoen. Deze voorschriften dienen onder andere ter regulering van de hinder voor de omgeving en kunnen daarmee relevant zijn voor de beschouwing van hindersituaties. Beschouwing Op basis van het ‘ROM integraal advies Hogebiezendijk 82 in IJsselstein’ van de ODRU (d.d.19 februari 2021, kenmerk: Z/21/176470 / D - 470597) is de onderstaande paragraaf tekstueel aangepast. Ten zuidwesten van het plangebied ligt het bedrijventerrein De Corridor. De onderlinge afstand tussen het dichtstbijzijnde bedrijf en het plangebied bedraagt circa 75 meter (zie onderstaande afbeelding). Op basis van het geldende bestemmingsplan Zenderpark geldt ter plaatse van dit bedrijf de bestemming ‘Bedrijventerrein’. Deze aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven in de categorieën 1 en 2. Hiertoe wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstand.
Voorts zijn er op dichtere afstand van het bedrijventerrein reeds woningen aanwezig. Het woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woning is goed en de bedrijven op het bedrijventerrein niet worden belemmerd door de ontwikkeling van de woning.
Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein
Pagina 34
Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect milieuzonering uitvoerbaar. 4.9
Besluit milieueffectrapportage
In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling uitgevoerd moet worden als een project belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Het gaat dan om een project dat genoemd is in de bijlage onder D van het Besluit m.e.r. . De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: het plan of besluit is direct m.e.r.- plichtig; het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het besluit is dan m.e.r.- beoordelingsplichtig. Voor een plan in kolom 3 ‘plannen’ geldt geen m.e.r-beoordelingsplicht, maar direct een (plan-)m.e.r.-plicht; het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan).
Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.- (beoordelings)plicht.
Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein
Pagina 35
Sinds 16 mei 2017 geldt er een directe werking van het Europees recht. Daarom is per 7 juli 2017 het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, moet: door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld; het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden; de initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. Uit toetsing aan het Besluit m.e.r. volgt dat het besluit tot vaststelling van dit plan onder de derde optie valt. Het besluit bevat namelijk wel een activiteit uit kolom 1 (de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen), maar er wordt niet voldaan aan de gegeven drempelwaarde van 2000 of meer woningen. De voorgenomen ontwikkeling betreft de sloop-nieuwbouw van een vrijstaande woning.
Er kan daarmee worden afgezien van een m.e.r.-beoordeling en volstaan kan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet toch een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. In het kader van dit bestemmingsplan zijn de gevolgen ten aanzien van milieuaspecten inzichtelijk gemaakt (hoofdstuk 5). Tezamen met de overige hoofdstukken vormen deze paragrafen de zogenaamde aanmeldingsnotitie in het kader van het Besluit m.e.r.. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van een ontwikkeling die een forse invloed heeft op het milieu. Belangrijke milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De huidige onderzoeken geven voldoende inzicht in de milieugevolgen om een gewogen besluit omtrent dit wijzigingsplan en een eventueel op te stellen m.e.r. Het opstellen van een milieueffectrapportage zal geen verder inzicht verschaffen op de relevante milieuaspecten. Uit recente uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2018:314, 31 januari 2018, ABRS 12 juni 2019, no.
201807060/1/R1 en 201901439/1/R1) blijkt dat het antwoord op de vraag of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard en omvang van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Met het bestemmingsplan wordt de herstructurering van het woonperceel aan de Hogebiezendijk 82 mogelijk gemaakt, waarbij de huidige vrijstaande woning en loods gesloopt worden en één nieuwe vrijstaande wordt toegestaan. Er is daarmee geen sprake van een stedelijke ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Uit toetsing aan het Besluit m.e.r. volgt dat het besluit tot vaststelling van voorliggend ruimtelijk plan valt onder mogelijkheid d. Dit betekent dat het Besluit milieueffectrapportage niet van toepassing is en dat er geen m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt.
Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein
Pagina 36
Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het Besluit milieueffectrapportage uitvoerbaar. 4.10
Duurzaamheid
Het Rijk sluit aan bij de Europese doelstelling om te komen tot een 20 % reductie van de CO2uitstoot in 2020 ten opzichte van 1990. In 2020 dient verder de bijdrage van duurzame energie 14 % van het totale energieverbruik te zijn. De gebouwde omgeving is goed voor 30 % van het totale energieverbruik in Nederland, heeft een groot besparingspotentieel en kan daardoor een belangrijke bijdrage leveren aan het realiseren van de bovengenoemde doelstellingen, ook op de langere termijn. Nederland in 2050 vrij van aardgas Per 1 juli 2018 is de Gaswet veranderd. Hierdoor krijgen nieuwe gebouwen geen gasaansluiting meer. Dit komt door een verandering van de gasaansluitplicht. De wetswijziging heeft invloed op nieuwe gebouwen waarvan de bouwvergunning is aangevraagd na 30 juni 2018. Deze verandering geldt voor alle kleinverbruikers (max 40 m³ gas/uur), zoals woningen en kleine bedrijfsgebouwen. Energie (EPC) De rijksoverheid stimuleert duurzaam bouwen vooral op het aspect energie. Sinds 1995 worden in het Bouwbesluit eisen gesteld ten aanzien van de energiezuinigheid van een gebouw. De energie efficiëntie wordt uitgedrukt in de Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). Vanaf 1 januari 2015 geldt voor woningen een wettelijke EPC van 0,4.
Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2020 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). BENG vloeit voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese richtlijn EPBD. Milieuprestatie Gebouw (MPG) Vanaf 2013 geldt vanuit het Bouwbesluit de verplichting om bij de aanvraag omgevingsvergunning Bouwen een berekening aan te leveren van de Milieuprestatie van een gebouw. De verplichting geldt voor alle woningen, woongebouwen en kantoorgebouwen (groter dan 100 m²). GPR Gebouw Een meetinstrument voor duurzame ontwikkeling en het benutten van het besparingspotentieel is GPR Gebouw. GPR Gebouw is een manier om duurzaam bouwen te concretiseren en doet dit door een rapportcijfer te geven op vijf thema’s: Energie, Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde. Hierbij geldt, hoe hoger het cijfer, hoe duurzamer het gebouw. Door de GPR Gebouw in te vullen wordt meer nagedacht over duurzaamheid tijdens het ontwerpen en (ver)bouwen van gebouwen. GPR Gebouw kan ook gebruikt worden om bestaande woningen en gebouwen te verduurzamen. Na invoering van gegevens in GPR Gebouw betreffende de woningen worden prestaties zichtbaar op de thema’s Energie, Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde. Beleidsplan Duurzaamheid
Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein
Pagina 37
In het Beleidsplan Duurzaamheid Gemeente IJsselstein, Actualisatie Visiedocument IJsselstein Duurzaam (2016) wordt gestreefd naar toekomstbestendige gebouwen waar gekozen is voor duurzaamheid, flexibiliteit, multifunctionaliteit en een goed binnenklimaat (minimaal frisse scholen klasse C). Gedacht kan worden aan hoge plafonds, meer daglicht, energiezuinige systemen, hogere eisen aan ventilatie, verlichting en isolatie, zo min mogelijk dragende binnenmuren en het makkelijk kunnen splitsen en samenvoegen van ruimtes. Bovendien wordt voor alle nieuwe gebouwen uitgegaan van een score van minimaal GPR = 8. Conclusie Met het bestemmingsplan wordt de herstructurering van het woonperceel aan de Hogebiezendijk 82 mogelijk gemaakt, waarbij de huidige vrijstaande woning en loods gesloopt worden en één nieuwe vrijstaande wordt toegestaan. Qua duurzaamheid gaat de voorziet de nieuwe woning in een warmtepomp installatie, ventilatie met warmteterugwinning (WTW ventilatie), tripelglas of gas gevuld glas en PV Panelen incl. opslagcapaciteit van de pv panelen. De ontwikkeling van de nieuwe woning past binnen de doelstellingen van het Beleidsplan Duurzaamheid. 4.11
Verkeer en parkeren
Omwille van een goede ruimtelijke ordening dient beargumenteerd te worden dat het wegennet de nieuwe verkeersintensiteiten als gevolg van het toegestane op basis van het bestemmingsplan voldoende aankan en dat er geen onaanvaardbare parkeerdruk ontstaat. Beschouwing Met het bestemmingsplan wordt de herstructurering van het woonperceel aan de Hogebiezendijk 82 mogelijk gemaakt, waarbij de huidige vrijstaande woning en loods gesloopt worden en één nieuwe vrijstaande wordt toegestaan. Ter plaatse van het plangebied is er ruim voldoende gelegenheid voor parkeren op eigen terrein. Met het oog op de beschikbare wegcapaciteit en de bestaande intensiteiten ter plaatse van de Hogebiezendijk kan gesteld worden dat er geen sprake is van een verkeerstoename als gevolg van dit bestemmingsplan. Het bestemmingsplan zal leiden niet leiden tot verkeerstechnische problemen. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot de aspecten parkeren en verkeerscapaciteit uitvoerbaar.
Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein
Pagina 38
HOOFDSTUK 5: 5.1.
UITVOERBAARHEID
Financiële uitvoerbaarheid
In het kader van artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient de financieeleconomische uitvoerbaarheid van het plan te worden aangetoond. Dit bestemmingsplan betreft een particulier initiatief. De kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan alsmede de bijbehoren leges zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Voor de gemeente zijn aan onderhavig plan geen financiële consequenties verbonden. Het planschaderisico wordt zeer beperkt geacht, eventuele aanvragen voor planschade worden afgewenteld op de initiatiefnemer. Het plan is hiermee economisch uitvoerbaar. Met initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst gesloten. Het opstellen van een exploitatieplan wordt op basis van het bovenstaande niet nodig geacht. 5.2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Participatie omwonenden Op 17 juni 2020 heeft EVA architecten een bewonersavond georganiseerd voor direct omwonenden/belanghebbenden. Tijdens de bewonersavond is het plan van de nieuwe woning toegelicht. De bewoners kijken positief tegen de ontwikkeling van deze nieuwe woning aan. Op 21 april 2021 hebben de direct omwonenden nogmaals aangegeven akkoord te zijn met de beoogde ontwikkeling. Vooroverleg artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening Het bestemmingsplan is ter toetsing aan enkele vooroverlegpartners van de gemeente IJsselstein verstuurd worden. Er zijn geen inhoudelijke reacties binnengekomen welke van negatieve invloed zijn op voorliggend bestemmingsplan. Ontwerpbestemmingsplan - zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan zal gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kan een ieder schriftelijk of mondeling zienswijze naar voren brengen bij de gemeenteraad van IJsselstein. Het ontwerpbesluit en het ontwerpbestemmingsplan met bijbehorende stukken hebben conform het bepaalde in artikel 3.8. en 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening vanaf 31 maart 2022 tot en met 12 mei 2022 ter inzage gelegen. In die periode kon een ieder zijn of haar zienswijze naar keuze schriftelijk of mondeling indienen. Het ontwerpbestemmingsplan is tevens voorgelegd aan de Provincie Utrecht, HDSR, VRU, Gasunie en Vitens.
De Provincie Utrecht en Gasunie hebben schriftelijk medegedeeld geen bedenking te hebben bij betreffende bestemmingsplan. Vitens heeft geen reactie gegeven. Het HDSR en de VRU hebben een zienswijze ingediend. De zienswijzen zijn ingediend binnen de daartoe gestelde termijn en daarmee ontvankelijk. De ‘Nota van zienswijzen’ is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. In de nota van zienswijzen zijn de zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan ‘Hogebiezendijk 82’ samengevat en van een reactie voorzien. De zienswijzen zijn verwerkt in de toelichting op het bestemmingsplan.
Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein
Pagina 39
Ambtshalve aanpassingen Een klein deel van de inrit van de souterrain is gelegen in de bestemming ‘Tuin’. Dit is aangepast in de planregels en op de verbeelding van het bestemmingsplan. Vaststelling en beroep Na vaststelling van het bestemmingsplan kan binnen 6 weken na bekendmaking door belanghebbenden beroep worden ingediend bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein
Pagina 40
HOOFDSTUK 6:
JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING
Inleiding Dit bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, de planregels en een verbeelding. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijbehorende regels worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld: Via een aanduiding. Een aanduiding is een teken op de verbeelding, bestaande uit een lijn, een figuur, een lettercode etc.. Via een aanduiding wordt in de planregels iets specifieks geregeld. Dit kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook eigen regels hebben. Via een dubbelbestemming. Een dubbelbestemming betekent dat voor gronden meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één ‘enkel’ bestemming en soms gelden er een of meerdere dubbelbestemmingen.
In de regels van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra regels in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Algemene methodiek Verbeelding Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen worden opgenomen. Deze aanduidingen hebben alleen een juridische betekenis als in de planregels aan de betreffende aanduiding een gevolg wordt verbonden. Een aantal aanduidingen heeft juridisch gezien geen betekenis en is uitsluitend opgenomen ten behoeve van de leesbaarheid van de verbeelding (bijvoorbeeld topografische gegevens).
Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein
Pagina 41
Planregels De planregels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: 1 Inleidende regels: In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te waarborgen. Ook is de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de planregels (artikel 2) bepaald. 2 Bestemmingsregels: In dit tweede hoofdstuk zijn de regels van de bestemmingen opgenomen. Het betreft regels voor het toegestane gebruik en bouwregels. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen, achter de bestemmingsregels. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld. 3 Algemene regels: In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelregel en algemene bouw-, gebruiks-, afwijkings- en wijzigingsregels. 4 Overgangs- en slotregels: In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk overgangsregels en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.
Specifieke bestemmingsregeling Bestemming ‘Tuin’ De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen en boomgaarden. Binnen de bestemming ‘Tuin’ zijn geen aan- of uitbouwen en bijgebouwen toegestaan. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: - Zwembaden en/of overkappingen mogen niet gebouwd worden. - De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw mag maximaal 1 m bedragen. - De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw mag maximaal 2 m bedragen. - De bouwhoogte van pergola’s achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw mag maximaal 2,5 m bedragen.\ - De bouwhoogte van vlaggenmasten mag maximaal 5 m bedragen. - De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 2 m bedragen. Voor erkers, aan- of uitbouwen, bijgebouwen en/of overkappingen kan op basis van de bouwregels onder voorwaarden worden afgeweken.
Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein
Pagina 42
Bestemming ‘Wonen’ De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen en niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis. Voorts zijn ondergeschikte voorzieningen zoals verkeers- en groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, voorzieningen van algemeen nut, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen, erven en terreinen toegestaan. De nieuwe woning mag pas worden gebouwd als de huidige woning inclusief de bijbehorende bouwwerken op het adres Hogebiezendijk 82 te IJsselstein conform bijlage 1 van de planregels ‘Te slopen bestaand hoofd- en bijgebouwen’ zijn gesloopt. De nieuwe woning mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. De maximum goot- en bouwhoogte van de woning bedraagt 5 en respectievelijk 8 meter. Binnen het zuidelijk deel van het bouwvlak bedraagt de bouwhoogte 1,5 meter. Ter plaatse van de functieaanduiding ‘kelder’ is een kelder toegestaan met een maximale diepte van 3,5 meter onder maaiveld. Ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen - inrit’ is een inrit toegestaan naar de kelder. Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd. Hierbij geldt een maximale van 60 m2.
Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein
Pagina 43