CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan Hogebiezendijk 82 IJsselstein

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Hogebiezendijk 82 - sloop en bouw woning14.157 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting Bestemmingsplan Hogebiezendijk 82 IJsselstein

In opdracht van:

Dhr. Van Ziel

Uitgevoerd door:

W. Boera, AgROM

Status:

Voor vaststelling

IMRO-code:

NL.IMRO.0353.Hogebiezendk82.On01

Datum:

30 mei 2022

AGROM Advies Ruimtelijke Ordening Milieu T: 023- 540 625 4 W: www.agrom.nl

/ /

M: 06- 47873064 E: info@agrom.nl

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1: 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.

AANLEIDING ...................................................................................................................... 1 LIGGING EN BEGRENZING PLANGEBIED ...................................................................................... 2 VIGEREND BESTEMMINGSPLAN ............................................................................................... 2 LEESWIJZER ....................................................................................................................... 4

HOOFDSTUK 2: 2.1. 2.2. 2.3.

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN............................................................. 17

WATERPARAGRAAF ........................................................................................................... 17 BODEM .......................................................................................................................... 18 FLORA EN FAUNA .............................................................................................................. 19 CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE ...................................................................................... 22 GELUID .......................................................................................................................... 26 LUCHT............................................................................................................................ 28 EXTERNE VEILIGHEID .......................................................................................................... 31 MILIEUZONERINGEN .......................................................................................................... 33 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ....................................................................................... 35 DUURZAAMHEID ...............................................................................................................

37 VERKEER EN PARKEREN ....................................................................................................... 38

HOOFDSTUK 5: 5.1. 5.2.

VIGEREND BELEID ....................................................................................... 11

INLEIDING ....................................................................................................................... 11 RIJKSBELEID ..................................................................................................................... 11 PROVINCIAAL BELEID .......................................................................................................... 13 GEMEENTELIJK BELEID ........................................................................................................ 14

HOOFDSTUK 4: 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11

GEBIEDSVISIE ................................................................................................5

BESTAANDE SITUATIE OMGEVING PLANGEBIED ............................................................................ 5 BESTAANDE SITUATIE PLANGEBIED ........................................................................................... 7 VISIE TOEKOMSTIGE SITUATIE ................................................................................................. 8

HOOFDSTUK 3: 3.1. 3.2. 3.3. 3.4

INLEIDING .....................................................................................................1

UITVOERBAARHEID ..................................................................................... 39

FINANCIËLE UITVOERBAARHEID ............................................................................................. 39 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID .................................................................................. 39

HOOFDSTUK 6:

JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING ................................................................. 41

Bijlagen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest) Hogebiezendijk 82, IJsselstein, Bakker Milieuadvies, kenmerk: BM/25147-2019 (versie 3), juni 2021; Quickscan Wet natuurbescherming Hogebiezendijk 82 te IJsselstein, Blom Ecologie, kenmerk onderzoek (kenmerk: BE/2020/502/r, d.d. 1 maart 2021; Archeologisch bureauonderzoek (BO) Hogebiezendijk 82, te IJsselstein, Bureau voor Archeologie, rapport 846, d.d. 21 oktober 2019); Archeologisch booronderzoek Hogebiezendijk 82, te IJsselstein, d.d. 2 juni 2021; Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bouw woning Hogebiezendijk 82’, projectnummer: AGR019-0001, d.d. 2 maart 2021; Akoestisch onderzoek gevelgeluidwering Bouwplan Hogebiezendijk 82, IJsselstein’ uitgevoerd, rapport: 205302, d.d. 11 september 2020; Vleermuisonderzoek Hogebiezendijk 82 te IJsselstein d.d 13 augustus 2021; Bestemmingsplan ‘Hogebiezendijk 82’ Nota van zienswijzen.

HOOFDSTUK 1: 1.1.

INLEIDING

Aanleiding

Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de ontwikkeling van een vrijstaande villa ter plaatse van het perceel aan de Hogebiezendijk 82, te IJsselstein. De huidige woning verkeerd in matige bouwkundige staat en voldoet niet meer aan de huidige eisen en wensen. Hiertoe is initiatiefnemer voornemens om de bestaande woning, inclusief loods te slopen en op het perceel een nieuwe woning te realiseren. De gewenste ontwikkeling past niet binnen de kaders het vigerend bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied’. Door de initiatiefnemer is in samenwerking met EVA architecten een principe aanvraag ingediend bij de gemeente IJsselstein. Op 3 november 2020 heeft het college van B&W een positief principebesluit genomen over het voornemen om ter plaatse een nieuwe woning op te richten na sloop van de bestaande woning en bijbehorende opstallen. De gemeente is hiertoe bereid om, onder voorwaarden, medewerking te verlenen aan de benodigde ruimtelijke procedure om het initiatief te kunnen verwezenlijken. Met voorliggend bestemmingsplan wordt voorzien in het planologisch-juridisch kader voor het gewenste initiatief. Hierbij wordt de ruimtelijke aanvaardbaarheid en uitvoerbaarheid van het gewenste initiatief aangetoond. Ten behoeve van het initiatief heeft de initiatiefnemer de wens om gebruik te maken van de coördinatieregeling.

Hiermee is het mogelijk om de benodigde uitvoeringsbesluiten, zoals omgevingsvergunningen Wabo, te coördineren met het vaststellingsbesluit van het bestemmingsplan.

Afbeelding: aanzicht bestaande woning aan de Hogebiezendijk 82, te IJsselstein

Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein

Pagina 1

1.2.

Ligging en begrenzing plangebied

Het voorliggende plangebied is kadastraal bekend bij de gemeente IJsselstein onder sectie H, nummer 14. Het plangebied grenst noordelijk aan het perceel Hogebiezendijk 80a. De westelijk en zuidelijke begrenzing worden gevormd door aanwezig water. Het wegtracé van de Hogebiezendijk is gelegen langs de oostzijde van het plangebied.

Afbeeldingen: de ligging van het plangebied in relatie tot de (wijde) omgeving (linksboven). Het plangebied \ ter plaatse van de Hogebiezendijk 82, te IJsselstein is bij benadering met een rood kader weergegeven (rechtsonder).

1.3.

Vigerend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied aan de Hogebiezendijk 82 geldt het bestemmingsplan ‘Zenderpark’’. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad van de gemeente IJsselstein vastgesteld op 26 juni 2012. Voor het plangebied aan de Hogebiezendijk 82 gelden conform het vigerend bestemmingsplan de bestemmingen ‘Tuin’ (artikel 10) en ‘Wonen’ (artikel 14) . Tevens geldt ter plaatse van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie’ (artikel 17).

Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein

Pagina 2

Afbeelding: Uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Zenderpark’ ter plaatse van het plangebied.

Tuin (artikel 10) Gronden met de bestemming ‘Tuin’ mogen gebruikt worden voor tuinen en boomgaarden. Aan- of uitbouwen en bijgebouwen mogen niet gebouwd worden. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden dat zwembaden en/of overkappingen niet zijn toegestaan. Wonen (artikel 14) Gronden met de bestemming ‘Wonen’ mogen gebruikt worden voor het bestaande aantal woningen alsmede een niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit. Voorts zijn bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen en erven toegestaan. Binnen het bouwvlak is een vrijstaande woning toegestaan. De maximale goot- en bouwhoogte van de woning bedragen respectievelijk 5 en 8 meter. De afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrenzen bedraagt minimaal 3 meter. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw mag maximaal 1 meter bedragen. Achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw geldt een bouwhoogte van maximaal 2 meter en voor pergola’s geldt hier een hoogte van maximaal 2,5 meter. De bouwhoogte van vlaggenmasten mag maximaal 5 m bedragen, voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt een hoogte van maximaal 2 meter.

Waarde - Archeologie (artikel 17) De voor ‘Waarde - Archeologie’ (artikel 17 in planregels bestemmingsplan ‘Zenderpark’) aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. In paragraaf 4.4. van deze toelichting wordt nader ingegaan op het aspect archeologie. Gezien het initiatief zijn diverse archeologische onderzoeken uitgevoerd. Op basis van het uitgevoerde archeologisch

Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein

Pagina 3

bureauonderzoek is archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van een karterend booronderzoek noodzakelijk. Conclusie De beoogde nieuwe situatie, waarbij middels een herstructurering een nieuwe woning wordt gerealiseerd, kan niet worden mogelijk gemaakt op basis van het vigerende bestemmingsplan. Het gewenste woonperceel is qua bouwregels in strijd met de vigerende bestemming ‘Wonen’ Zo is de voorziene woning deels buiten het bestaande bouwvlak gelegen en wordt niet voldaan aan de gestelde maximale bouwmaten. Om het woonperceel te kunnen toestaan, dient derhalve een passend juridisch-planologisch kader te worden opgesteld. Voorliggend bestemmingsplan dient daartoe. 1.4.

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is de bestaande situatie beschreven en wordt ingegaan op het gewenste initiatief. In hoofdstuk 3 wordt de gewenste ontwikkeling getoetst aan het relevante rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 4 is de toetsing van de gewenste ontwikkeling aan de relevante sectorale milieuaspecten beschreven. Hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid. Ten slotte is in hoofdstuk 6 de juridische regeling nader toegelicht.

Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein

Pagina 4

HOOFDSTUK 2: 2.1.

GEBIEDSVISIE

Bestaande situatie omgeving plangebied

Het plangebied is gelegen in het zuidelijk deel van de IJsselstein, ter plaatse van de Hogebiezendijk 82. De Hogebiezendijk markeert de overgang van de stedelijke bebouwing van IJsselstein naar het zuidelijk en oostelijk gelegen landelijk gebied. Het plangebied is gesitueerd in het bebouwingslint van de Hogebiezendijk, dit lint wordt gekenmerkt door een slagenlandschap in oost-westelijke richting. De Hogebiezendijk ontsluit de langsliggende percelen in noordelijke richting op de kern IJsselstein. In zuidelijke richting sluit de Hogebiezendijk aan op het landelijk gebied. Ten westen van het plangebied bevindt zicht de buurt De Boomgaard, welke onderdeel is van de woonwijk Zenderpark. Op de onderstaande afbeelding is de omgeving van het plangebied in de directe omgeving weergegeven.

Afbeelding: Luchtfoto ligging plangebied in IJsselstein (boven). Luchtfot directe omgeving plangebied (bij benadering met geel aangeduid).

Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein

Pagina 5

De aanwezige bebouwing ter plaatse van de Hogebiezendijk wordt hoofdzakelijk gekenmerkt door één bouwlaag met een kapconstructie met een ruime een diversiteit aan bouwstijlen.

Afbeelding: bebouwingsstructuur directe omgeving plangebied (geel)

Afbeelding: diversiteit bouwstijlen langs de Hogebiezendijk.

Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein

Pagina 6

2.2.

Bestaande situatie plangebied

Het plangebied betreft een woonperceel ter plaatse van de Hogebiezendijk 82. Het perceel heeft een oppervlakte van 2.125 m2. Aan de voorzijde van het perceel, langs het tracé van de Hogebiezendijk, is een woning bestaande uit één bouwlaag met kapconstructie aanwezig. Aan de achterzijde van het perceel is een loods met een oppervlakte van circa 200 m 2 aanwezig. Achter de woning bevinden zich twee schuurtjes met een oppervlakte van circa 50 m2.

Afbeeldingen: aanwezige woning, loods en schuurtjes.

De overige gronden zijn ingericht als (grind)verharding en tuin bestaande uit grasgronden en struiken. De noordelijke erfafscheiding wordt gevormd door groene laag van bomen. Het woonperceel heeft in de huidige situatie één in- en uitrit aan de zijde van de Hogebiezendijk. Het perceel voorziet in eigen parkeerbehoefte.

Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein

Pagina 7

2.3.

Visie toekomstige situatie

Ten behoeve van de ontwikkeling van het plangebied is door architectenbureau EVA architecten, een schetsontwerp (d.d. 1 april 2020) en een voorontwerp (d.d. 13 mei 2020) opgesteld. De Hogebiezendijk in IJsselstein is van oorsprong een oud bebouwingslint met boerderijen en geldt als herkenbare structuur binnen en buiten de stad. Op de grens naar het buitengebied ligt de kavel van deze nieuwe woning. De plek vormt vanuit het zuiden gezien een toegang naar het centrum van de stad en het westelijk gelegen Zenderpark, een vrij jonge nieuwbouwwijk van IJsselstein. De woning is evenals de overige bebouwing aan het lint in de lengterichting georganiseerd. In basis is de woning ontworpen als eenlaags volume met zadelkap. De bouwhoogte bedraagt circa 8 meter, de goothoogte circa 5 meter. Dit is inclusief de gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld (circa 70 cm). Om enerzijds antwoord te geven op het onderliggende programma alsmede de plek van de woning in haar context hebben we de voor- en achterzijde van de woning voorzien van een hoogteaccent. Het dakvlak van het zadeldak wordt hier gecontinueerd als lessenaarsdak. Op deze manier ontstaat er onder de kap een mooie sequentie van ruimtes waaronder het slapen, de woonkeuken, woonkamer als het terras liggen gesitueerd.

De kinderslaapkamers, bergingen en garage komen in het souterrain en worden middels een patio voorzien van daglicht. Op de onderstaande afbeelding is de situatietekening weergegeven.

Afbeelding: situatietekeing.

Het maaiveld ligt op deze plek vrij laag. Om er voor te zorgen dat de woning niet 'wegzakt' ligt de begane grond ca. 70 cm boven maaiveld. Hierdoor behouden we de natuurlijke oevers als mooi contrast op het monolithische karakter van de woning. Het dak van de garage wordt ingericht als wilde bloementuin en regelt op deze manier de privacy van de woning naar het fietspad. Door de spiegelsymmetrische opzet van de hoofdmassa worden de gevelopeningen binnen een rustige ritmiek in de gevel geplaatst. Diepe negges aan de zuidzijde voorkomen de opwarming van de

Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein

Pagina 8

woning, bieden de gewenste geborgenheid op deze plek en versterken wederom de zwaarte van de woning. Het volume wordt volledig in metselwerk steenstrips uitgevoerd. De dakranden worden afgedekt in hetzelfde materiaal van de gevel en omsluiten de PV panelen. De woning heeft een hoge lambrisering van staand metselwerk om de grote gevelvlakken op subtiele wijze te verfijnen en een mooie overgang van de woning op het maaiveld te maken. Aan de achterzijde loopt de lambrisering door als buitenkeuken voor het overdekte terras. Hier is het, uit de wind, goed toeven.

Afbeelding: vogelvlucht aanzicht plangebied en noordelijk gelegen woningen aan de Hogebiezendijk.

Afbeelding: aanzicht zuidgevel van de nieuwe woning aan de Hogebiezendijk 82.

Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein

Pagina 9

Afbeelding: aanzicht noordoost gevel van de nieuwe woning aan de Hogebiezendijk 82.

Op de onderstaande afbeelding is het masterplan van de terreininrichting weergegeven. Door de aanleg van o.a. natuurvriendelijke oevers, een boomgaard en andere groene voorzieningen krijgt het plangebied in de toekomstige situatie een waardevol groen karakter.

Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein

Pagina 10

HOOFDSTUK 3: 3.1.

VIGEREND BELEID

Inleiding

In dit hoofdstuk is het vigerende beleid van het Rijk, de provincie Utrecht en de gemeente Lopik in samenhang met het voorliggende initiatief nader beschreven. In de waterparagraaf (4.1) wordt nader ingegaan op het beleid van Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden. 3.2.

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De ‘Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte’ (SVIR) uit 2012 geeft een totaalbeeld voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. Het Rijk formuleert drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn tot 2028: a. het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; b. het verbeteren, in standhouden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; c. het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Uit deze drie hoofddoelen komen onderwerpen voort die van nationaal belang zijn. Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de structuurvisie die juridische borging vragen, worden daarom geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Deze Amvb is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Conclusie De onderwerpen vanuit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte hebben geen relatie met/invloed op het voorliggende bestemmingsplan.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het ‘Besluit algemene regels ruimtelijke ordening’ (Barro) is als Algemene maatregel van Bestuur (AmvB) direct gekoppeld aan de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het Barro stelt de begrenzing van de besluitmogelijkheden van de lagere overheden, indien nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken. Als nationaal belang zijn benoemd de Mainportontwikkeling Rotterdam, het Kustfundament, de Grote rivieren, de Waddenzee en het waddengebied, Defensie en Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Conclusie Voorliggend bestemmingsplan heeft geen betrekking op deze door het Rijk benoemde nationale belangen.

Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein

Pagina 11

Nationaal Waterplan Op 10 december 2015 hebben de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016-2021 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan 2016-2021 vervangt het Nationaal Waterplan 2009-2015 en de partiële herzieningen hiervan. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie en zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is in Nederland verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem en met het waterplan worden de strategische doelen voor het waterbeheer vastgelegd. Andere overheden worden gevraagd om het Nationaal Waterplan te vertalen in hun beleidsplannen. Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het plan gaat in op de thema’s waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Daarnaast zijn in het plan gebiedsgerichte uitwerkingen voor grote wateren en de zee en de kust opgenomen. Ook beschrijft het waterplan de relatie tussen water en de omgeving.

In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal:  Nederland blijft de veiligste delta in de wereld;  Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater;  Nederland is klimaatbestendig en water-robuust ingericht;  Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement;  Nederlanders leven waterbewust. Conclusie Het bestemmingsplan is in lijn met het gestelde in het nationaal waterplan. In hoofdstuk 4.1 wordt nader ingegaan op de waterhuishoudkundige aspecten. Ladder voor duurzame verstedelijking Vanaf 1 oktober 2012 is de Ladder voor duurzame verstedelijking (LDV) onderdeel van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, artikel 3.1.6 lid 2). De Ladder behelst een drietal opeenvolgende treden -die met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik- voorwaarden stellen aan de inhoud van de toelichting bij een ruimtelijk besluit/plan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Per 1 juli 2017 is de vereenvoudigde Ladder in werking getreden. De belangrijkste wijzigingen betreffen een vereenvoudiging door het loslaten van de afzonderlijke treden en het vervangen van het begrip ‘actuele regionale behoefte’ door: ‘behoefte’.

Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven, waarbij in geval van inpassing buiten bestaand stedelijk gebied een uitgebreidere motivering vereist is. Uitgangspunt voor de wijziging is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Met de Ladder wordt een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies nagestreefd. Dat vergt een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing daarvan.

Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein

Pagina 12

Conclusie Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de ontwikkeling van een vrijstaande villa ter plaatse van het perceel aan de Hogebiezendijk 82, te IJsselstein. De huidige vrijstaande woning verkeerd in matige bouwkundige staat en voldoet niet meer aan de huidige eisen en wensen. De bestaande woning, inclusief loods, zal worden gesloopt. Hiertoe is er sprake van vervangende woningbouw en is een specifieke verantwoording aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet nodig. 3.3.

Provinciaal beleid

Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening vastgesteld. Daarmee zijn deze documenten definitief geworden. De Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening zijn vanaf 1 april 2021 in werking getreden. In de Interim Omgevingsverordening beschrijft de provincie Utrecht hoe zij zich wil voorbereiden op de toekomst, gezien alle ontwikkelingen die op de provincie afkomen en ruimte vragen. Denk daarbij aan de groeiende behoefte aan woningen en bereikbaarheid, de aantrekkende economie, de energietransitie, de klimaatadaptatie en het tegengaan van bodemdaling. Slimme combinaties van functies en maatwerk per gebied zijn nodig om het mooie diverse landschap te behouden en versterken. De Interim Omgevingsverordening laat zien hoe de provincie het fijne woon- en leefklimaat van de provincie Utrecht wil behouden en versterken. De Interim Omgevingsverordening gaat over de hele provincie en is alleen bindend voor de provincie zelf. In de Interim Omgevingsverordening zijn de regels voor de leefomgeving zijn opgenomen. Zo’n 25 van de huidige verordeningen, regelingen en besluiten zijn geïntegreerd in de Interimverordening. De regels zijn, daar waar nodig, herschreven, samengevoegd, vereenvoudigd en op elkaar afgestemd.

De verordeningen zijn samengevoegd met het oog op de toekomstige invoering van de Omgevingswet. De Interimverordening heeft juridische werking onder de huidige wetten. Zodra de Omgevingswet in werking treedt, zal de Interimverordening vervangen worden door de Omgevingsverordening. In artikel 9.15 van de Interimverordening wordt ingegaan op stedelijke functies in stedelijk gebied. Conform het Besluit ruimtelijke ordening moet de “duurzame verstedelijkingsladder” worden toegepast. In hoofdstuk 3.2 wordt hier nader op ingegaan. Het provinciaal programma Wonen en werken bevat de hoofdlijnen van de gezamenlijke regionale programmeringsafspraken van gemeenten en provincie. In deze regionale programmering worden de basisprincipes voor verstedelijking gevolgd, te weten: 1. Zo veel mogelijk binnenstedelijk/binnendorps (binnen het stedelijk gebied) nabij knooppunten; 2. Daarnaast in overig stedelijk gebied; 3. Eventuele nieuwe (grootschalige) uitleg koppelen aan hoogwaardig openbaar vervoer en aan (bestaande of nieuwe) knooppunten van de belangrijkste infrastructurele corridors).

Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein

Pagina 13

Conclusie Dit bestemmingsplan voorziet in de herstructurering van het perceel ter plaatse van de Hogebiezendijk 82 te IJsselstein, waarbij een nieuwe vrijstaande woning wordt gerealiseerd. De bestaande, in matige staat verkerende bebouwing, wordt gezien het initiatief gesloopt. Middels de herstructurering binnen bestaand stedelijk gebied wordt de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse van het perceel vergroot. Door het opgestelde inrichtingsplan is er door de aanleg van o.a. natuurvriendelijke oevers, een boomgaard en andere groene voorzieningen veel aandacht voor een groen inpassing van het perceel. Voor ontwikkelingen binnen stedelijk gebied gelden geen aanvullende eisen vanuit de provincie. Het plan is in overeenstemming met het provinciale beleid zoals verwoord in de Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht. 3.4

Gemeentelijk beleid

Toekomstvisie 2025 IJsselstein Dichtbij Op 21 januari 2010 heeft de gemeenteraad van IJsselstein de Toekomstvisie ‘IJsselstein Dichtbij’ vastgesteld. De gemeente IJsselstein kenmerkt zich onder meer door drie belangrijke kwaliteiten: - IJsselstein is een stad met een sterke sociale samenhang. Mensen zijn zeer betrokken bij de gemeenschap en bij elkaar. Dit geldt voor zowel inwoners als ondernemers. De samenhang komt onder meer tot uitdrukking in een actief verenigingsleven en tal van evenementen. - IJsselstein is een stad met een karakteristieke historische ruimtelijke kwaliteit. Belangrijke kenmerken in deze ruimtelijke kwaliteit zijn de historische binnenstad met monumenten en de Hollandse IJssel die door de stad stroomt. - IJsselstein heeft een unieke ligging in zowel het Groene Hart als het stedelijk gebied van Utrecht. Hierdoor combineert de stad de rust en ruimte van het groene buitengebied met de economische dynamiek van een stad. Voor 2025 wil de gemeente deze kwaliteiten verder versterken. De gemeente wil de nabijheid van de ruimtelijke kwaliteiten in de stad meer benutten, door inhoud te geven aan de volgende ambities: - versterken van de historische binnenstad; - groen en water meer verweven met de stad; - continue werken aan vitale woonwijken; - bevorderen zorgvuldig ruimtegebruik.

Conclusie Dit bestemmingsplan voorziet in de herstructurering van het perceel ter plaatse van de Hogebiezendijk 82 te IJsselstein, waarbij een nieuwe vrijstaande woning wordt gerealiseerd. De bestaande, in matige staat verkerende bebouwing, wordt gezien het initiatief gesloopt. Middels de herstructurering binnen bestaand stedelijk gebied wordt de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse van het perceel vergroot. De beoogde ontwikkeling voldoet hiermee aan de toekomstvisie van de gemeente. Woonvisie gemeente IJsselstein 2019 - 2030 De gemeenteraad van de gemeente IJsselstein heeft de Woonvisie 2019 – 2030 vastgesteld op 4 juli 2019. In de Woonvisie 2019 – 2030 legt de gemeente IJsselstein de prioriteiten van het lokale

Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein

Pagina 14

woonbeleid voor de komende jaren vast. De visie geeft inhoud en richting aan de ontwikkelingen op de woningmarkt. Daarbij wordt concreet ingezet op de komende vijf jaar, met een doorkijk naar de jaren daarna richting 2030. De doelen uit de woonvisie zijn uitgewerkt in een vijftal pijlers: 1. Evenwichtige bevolkingsopbouw vraagt extra groei; 2. Gevarieerde en bereikbare woonmilieus; 3. Voorkomen verdringing kwetsbare groepen op de woningmarkt; 4. Toekomstbestendige en duurzame wijken; 5. Langer thuis wonen ondersteunen. Om invulling te geven aan de hierboven genoemde pijlers zijn de doelen uitgewerkt naar beleid. Dit is door de gemeente IJsselstein gedaan aan de hand van een aantal thema's waarop beleidssturing mogelijk is. De drie thema's zijn: 1. Passend kwalitatief woningbouwprogramma; 2. Aanpak bestaande woningvoorraad; 3. Aanpak voor langer zelfstandig wonen De woonvisie wordt ten uitvoer gebracht via een tweejaarlijks uitvoeringsprogramma. Dit programma vormt de leidraad bij de activiteiten die de gemeente oppakt. Tweejaarlijks monitort en actualiseert de gemeente het programma. Daarbij wordt nagegaan in welke mate de gestelde doelen zijn bereikt en of actuele ontwikkelingen vragen om bijstelling van de uitvoering, gericht op het bereiken van de doelen.

Conclusie Dit bestemmingsplan voorziet in de herstructurering van het perceel ter plaatse van de Hogebiezendijk 82 te IJsselstein, waarbij een nieuwe vrijstaande woning wordt gerealiseerd. De bestaande, in matige staat verkerende bebouwing, wordt gezien het initiatief gesloopt. Middels de herstructurering binnen bestaand stedelijk gebied wordt de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse van het perceel vergroot. Hiertoe is het bestemmingsplan niet in strijd met de Woonvisie 2019 - 2030. Welstandsnota IJsselstein De Welstandsnota 2013 is op 19 december 2013 vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente IJsselstein. Op grond van deze nota kan het plangebied worden aangemerkt als 'woongebied' Voor het initiatief zijn onder andere de volgende criteria relevant: functioneel onderscheid tussen het hoofdgebouw en de bijgebouwen zichtbaar • Rooilijn volgt de weg en verspringt; • Woningen worden zoveel mogelijk in lijn met de bestaande lintbebouwing gesitueerd; • Woning is gesitueerd vóór de bijgebouwen en schuren; • Eenvoudige rechthoekige hoofdvormen onder een eenduidige kap; • Bebouwing mag zicht op het erf of aangrenzende (buiten)gebied niet ontnemen; • Woningen: kapvorm is een zadeldak, haaks op de weg; • De woning is georiënteerd op de weg; • Alle naar openbare ruimte gerichte gevels worden als voorgevels gezien; • Gevels bestaan uit één stuk.

Gevelindeling en –opbouw evenwichtig en samenhangend; • Gezichtsbepalende details worden vormgegeven in lijn met de architectuur van het bouwwerk; • Materiaal- en kleurgebruik is passend bij de oorspronkelijke architectuur van het bouwwerk en sluit aan bij het materiaal- en kleurgebruik in de omgeving;

Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein

Pagina 15

•

Afwijkende architectuur bij nieuwbouw of aanpassingen is, in overleg, mogelijk en mits van hoog niveau.

Conclusie Het voorliggende ontwerp is 25 februari 2020 en 8 april 2021 besproken met welstandcommissie MooiSticht en de stedenbouwkundige. In een schriftelijke reactie van MooiSticht, d.d. 14 april 2021 (dossiernummer: IJ20-0036-2) is het ontwerp, met doorvoering van diverse opmerkingen, akkoord bevonden. Op 14 december 2021 is het bouwplan definitief akkoord bevonden door de commissie. Beleidsplan Duurzaamheid Gemeente IJsselstein Het Beleidsplan Duurzaamheid Gemeente IJsselstein is op 9 juni 2016 door de gemeenteraad van de gemeente IJsselstein vastgesteld. Eind 2015 heeft de gemeenteraad een motie aangenomen om de Klimaatverklaring (Parijsverklaring) te ondertekenen. Door ondertekening van de klimaatverklaring heeft de gemeente zich gecommitteerd te werken aan de volgende hoofdambitie: In 2050 is IJsselstein klimaatneutraal; In 2030 is de gemeentelijke organisatie CO2 neutraal.

In het beleidsplan zijn voor de thema’s wonen en verkeer en het jaartal 2020 de volgende relevante doelstellingen opgenomen: besparing gasverbruik met 1,5% per jaar; 8% duurzame energie lokaal opgewekt tegenover 2% nu, waaronder: o vertienvoudiging zonne-energie; o verdubbeling adressen met zonnepanelen; alle nieuwe gebouwen zijn (bijna) energieneutraal (EPC ≤ 0,2); alle nieuwe gebouwen worden duurzaam gebouwd en hebben een score minimaal GPR = 8 het gebruik van het aantal deelauto’s is met 20% toegenomen ten opzichte van 2016. Conclusie De beoogde ontwikkeling geeft invulling aan het Beleidsplan Duurzaamheid. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar toelichting paragraaf 4.10. Middels de herstructurering binnen bestaand stedelijk gebied wordt de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse van het perceel vergroot. Door het opgestelde inrichtingsplan is er door de aanleg van o.a. natuurvriendelijke oevers, een boomgaard en andere groene voorzieningen veel aandacht voor een groen inpassing en klimaatadaptatie van het perceel.

Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein

Pagina 16

HOOFDSTUK 4: 4.1

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Waterparagraaf

Het Rijk, de provincies, gemeenten en waterschappen hebben in februari 2001 de “Startovereenkomst Waterbeheer 21ste eeuw” ondertekend. Hierin is vastgelegd dat de betrokken partijen de “watertoets” toepassen op alle relevante ruimtelijke plannen met waterhuishoudkundige consequenties. In het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat de betrokken waterbeheerders moeten worden geraadpleegd bij het opstellen van ruimtelijke plannen en bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning die in strijd is met het bestemmingsplan. De watertoets is een instrument om ruimtelijke plannen, zoals bestemmingsplannen en een omgevingsvergunning voor de activiteit “bouwen in strijd met het bestemmingsplan”, te toetsen op de mate waarin rekening wordt gehouden met waterhuishoudkundige aspecten. Het gaat daarbij onder meer om aspecten als waterkwaliteit en waterkwantiteit (ruimte voor water) en veiligheid (bescherming tegen overstroming). Het plangebied bevindt zich in het beheersgebied van het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden. Waterbeheerprogramma 2022 - 2027: Stroomopwaarts Op 22 december 2021 heeft het algemeen bestuur van het Hoogheemraad van De Stichtse Rijnlanden het waterbeheerprogramma 2022 - 2027 'Stroomopwaarts' vastgesteld.

Het waterbeheerprogramma beschrijft de ambities van het hoogheemraadschap en inzet voor schoon en gezond water, duurzaamheid en een waterveilig en klimaatbestendig gebied Het hoogheemraadschap wil bij de start van ruimtelijke ontwikkelingen water een meer sturende rol geven voor een toekomstbestendige leefomgeving. IJsselstein is onderdeel van het ‘stedelijk middengebied’. Het stedelijk middengebied met de steden Utrecht, Nieuwegein, Houten (net in het Kromme Rijngebied) en IJsselstein (net in het veenweidegebied) is een dynamisch gebied. De komende decennia komen hier veel ontwikkelingen en opgaven samen. Juist hier zal een stevige groei plaatsvinden in inwoners, mobiliteit en werkgelegenheid. Voor een toename van het verhard oppervlak van minder dan 500 m2 gelden er vanuit het hoogheemraadschap geen compenserende maatregelen. Aangezien in de huidige situatie het plangebied reeds deels verhard is wordt in de toekomstige situatie de aanwezige verharding niet vergroot dat er sprake is van watercompensatie. In de huidige situatie bedraagt het verhard oppervlakte 730 m2. In de toekomstige situatie bedraagt de oppervlakte aan verharding 720 m2, dit is inclusief bebouwing. Het hoogheemraadschap adviseert om, indien nodig, een infiltratiesysteem aan te leggen teneinde een goede waterhuishouding te behouden. Voorliggend plangebied is gelegen in stedelijk gebied.

Er is ruim voldoende tuin aanwezig om water te laten infiltreren in de bodem alsmede af te laten wateren in het zuidelijk en westelijk aangrenzende water. Ook wordt in het kader van het bestemmingsplan geen oppervlakte water gedempt. De woning zal worden aangesloten op de bestaande riolering. Het gebruik van uitlogende materialen wordt voorkomen. Conclusie

Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein

Pagina 17

Het bestemmingsplan heeft derhalve geen nadelige invloed op de waterhuishouding in de omgeving en is daarmee in relatie tot het aspect water uitvoerbaar. 4.2

Bodem

Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient in geval van ruimtelijke ontwikkelingen aan te worden getoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik. In het algemeen geldt dat verontreiniging van de bodem (grond en grondwater) moet worden voorkomen. Uitgangspunt is dat de bodem schoon is en dat dat zo moet blijven (zorgplicht). Voor vervuilde bodems geldt dat deze functiegericht en kostenefficiënt gesaneerd moeten worden. Voorwaarde is dat hierbij geen verspreiding van of ontoelaatbare blootstelling aan verontreiniging optreedt. De Wet bodembescherming geeft regels voor bodemverontreiniging, waarvan sprake is als het gehalte van een stof in de grond of in het grondwater de voor de stof geldende streefwaarde overschrijdt. Onderzoek dient gedaan te worden wanneer initiatieven uitgaan van bodemroerende activiteit, dan wel functies mogelijk maken waarbij dezelfde mensen gedurende een langere periode minstens 2 uur per dag op de betreffende gronden verblijven. Beschouwing In juni 2021 is door Bakker Milieuadvies het Verkennend bodemonderzoek, inclusief asbest in de toplaag van de grond (langs de druplijn van het dak) uitgevoerd. Dit onderzoek met kenmerk: BM/25147-2019 (VERSIE 3) is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Op basis van twee ROM adviezen van de ODRU (d.d.19 februari 2021, kenmerk: Z/21/176470 / D - 470597 en d.d.

10 mei 2021, kenmerk: Z/21/176470 / D - 499344) is het verkennend bodemonderzoek aangepast. Op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: De tamelijk ongeroerde kleigrond onder het puinpad bevat een licht verhoogd gehalte aan PAK; De bovengrond met lichte bijmengingen van puin- en kooldeeltjes rondom de woning bevat licht verhoogde gehalten aan koper, cadmium, lood en PAK; De bovengrond met lichte bijmengingen van puin- en kooldeeltjes op het westelijke terreindeel bevat licht verhoogde gehalten aan koper, lood, PAK, DDE en DDD. Laatstgenoemde stoffen houden verband met het voormalige boomgaardverleden; De ongeroerde kleiige ondergrond is geheel schoon voor alle parameters uit het NEN5740-pakket; In een separaat door Adcim BV uitgevoerd asbestonderzoek is gebleken dat de halfverhardingslaag op de oprit, het erf en het pad ten zuiden van de westelijke loods een minimaal verhoogd asbestgehalte bevat van 3.4 mg/kgds. De licht puinhoudende bovengrond bevat een asbestgehalte van 1.2 mg/kgds. Beide gehalten zijn verwaarloosbaar ten opzichte van de interventiewaarde van 100 mg/kgds; Op het midden van het terrein staat een klein schuur waarop voorheen een asbestdak lag. In maart 2021 is ook hier asbestonderzoek uitgevoerd. Het asbestgehalte bedraagt 80 mg/kgds, ofwel beneden de Interventiewaarde.

Nadien is naar aanleiding van de vermelding van 2 respirabele vezels in het betreffende monster een extra SEM-analyse uitgevoerd op een opnieuw genomen monster en hieruit kwam een asbestgehalte van 110 mg/kgds. Dit is veel hoger dan de maximale waarde van 10 mg/kgds voor losse respirabele vezels. Op

Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein

Pagina 18

-

basis daarvan is er sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging met asbest en is een BUS-sanering noodzakelijk. In het grondwater zijn barium en zink in gehalten boven de streefwaarden aangetroffen. Dit zijn geen relevante overschrijdingen.

Op grond van het uitgevoerde onderzoek vormt de bodemkwaliteit (algemeen licht verontreinigde bovengrond) geen belemmering voor de bestemming wonen en dus ook niet voor de bouw van een nieuwe woning. Hierbij geldt met inachtneming dat er een sanering plaatsvindt van de asbestverontreiniging ter plaatse van de gootlijn van de meest westelijke van de twee kleine schuren. Voor deze sanering dient een BUS-melding te worden opgesteld, welke akkoord bevonden dient te worden door het bevoegd gezag. De sanering betreft een oppervlak van circa 6 * 1 meter maar mogelijk is het verstandig om een iets langere en bredere strook te ontgraven (bijvoorbeeld 8 * 2 * 0.15 m). Dit betekent een saneringsvolume van nog geen 3 m 3. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect bodem uitvoerbaar. Voor de sanering is een BUS-melding ingediend. Met de bouw mag pas worden begonnen, nadat het Wbb bevoegd gezag (RUD Utrecht) heeft ingestemd met de ingediende BUS-melding. 4.3 Flora en fauna Op basis van wetgeving is bepaald dat ruimtelijke initiatieven geen (onevenredige) nadelige effecten mogen hebben op eventueel voorkomende beschermde flora en fauna. De bescherming van ecologische waarden en van planten- en diersoorten is geregeld in de Wet natuurbescherming.

Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de voormalige Flora- en faunawet samen met de Boswet en Natuurbeschermingswet vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb). Onder de Wet natuurbescherming vervallen de huidige tabellen 1, 2 en 3 waarin de beschermde soorten zijn opgenomen. Tevens zijn er circa 200 soorten niet langer beschermd en worden enkele bedreigde soorten toegevoegd. De soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie) kan voor de soorten die zijn opgenomen in het ‘beschermingsregime andere soorten’ vrijstellingsbesluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten. In de verordening Ruimte van de provincie Utrecht is voor de volgende soorten vrijstelling opgenomen in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen: Aardmuis, Gewone bosspitsmuis, Ondergrondse woelmuis, Bastaardkikker, Gewone pad, Ree, Bosmuis, Haas, Rosse woelmuis, Bruine kikker, Hermelijn, Tweekleurige bosspitsmuis, Bunzing, Huisspitsmuis, Veldmuis, Dwergmuis, Kleine watersalamander, Vos, Dwergspitsmuis, Konijn, Wezel, Egel, Meerkikker en de Woelrat Beschouwing

Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein

Pagina 19

Met het bestemmingsplan wordt de herstructurering van het woonperceel aan de Hogebiezendijk 82 mogelijk gemaakt, waarbij de huidige vrijstaande woning en loods gesloopt worden en één nieuwe vrijstaande wordt toegestaan. De genoemde ontwikkeling kan leiden tot nadelige effecten op flora en fauna. Daartoe is door onderzoeksbureau Blom Ecologie een oriënterend onderzoek naar beschermde flora en fauna uitgevoerd. Dit onderzoek (kenmerk: BE/2020/502/r, d.d. 1 maart 2021) is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. De eerste versie van het onderzoek van 27 juli 2020 is in het ‘ROM integraal advies Hogebiezendijk 82 in IJsselstein’ van de ODRU (d.d.19 februari 2021, kenmerk: Z/21/176470 / D - 470597) inhoudelijk beoordeeld. Naar aanleiding van opmerkingen is de onderbouwing met betrekking op de huismus in het ecologisch onderzoek aangepast. Middels dit oriënterende onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: • Is het bestemmingsplan dat wordt opgesteld voor het project zoals hiervoor omschreven uitvoerbaar zoals het bepaalde in de Wro (art.

3.1.6 Bro)? • Welke, krachtens de Wet natuurbescherming, beschermde flora en fauna zijn (potentieel) aanwezig op de planlocatie? • Welke negatieve effecten treden op voor (potentieel) aanwezige flora en fauna als gevolg van de beoogde ruimtelijke ingreep? • Heeft de beoogde ruimtelijke ingreep een negatief effect op het de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden of de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Brabant? • Heeft de beoogde ruimtelijke ingreep een negatief effect op houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd? • Dienen er vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming te worden genomen, en zo ja, welke? Het onderzoek is opgebouwd uit een veldbezoek (d.d. 29 juni 2020) en raadpleging van externe bronnen.

Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein

Pagina 20

Soortbescherming Met het onderzoek is een inschatting gemaakt van de aanwezigheid van beschermde flora en fauna binnen of in de nabijheid van het plangebied. Vervolgens is een inschatting gemaakt welke invloed de voorgenomen ingrepen hebben op deze natuurwaarden. Per soortgroep is besproken wat de potentie van de planlocatie en de invloedsfeer daarvan is en welke effecten daarop te verwachten zijn. Er is onderzoek gedaan naar vaatplanten, grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, amfibieën , reptielen, vissen, insecten en andere ongewervelde soorten en vogels. Gezien de opmerkingen van de ODRU is de onderbouwing voor de huismus in het onderzoek aangepast: ‘De huismus broedt vrijwel altijd bij bebouwing en bouwt zijn nesten onder dakpannen, onder golfplaten, kieren/gaten in de muur en in spantconstructies. Vanuit de nestlocatie en/of vanaf een uitzichtpunt moet de huismus zijn omgeving kunnen zien. Hierbij moet er in de directe omgeving continu voedsel te vinden zijn in de vorm van zaden van grassen, onkruiden en larven van insecten’. De bebouwing op de planlocatie is ongeschikt voor huismussen. Het dak van gebouw A, de woning bestaat deels uit riet en deels uit dakpannen. Het rieten deel sluit nauw aan op gevels. Het deel met dakpannen is eveneens ongeschikt voor huismus nesten gezien er kippengaas is aangebracht onder de eerste rij dakpannen.

Er is een kleine opening aanwezig boven het kippengaas waarin scherpe delen van afgeknipt kippengaas uitsteken (en derhalve ongunstig zijn voor huismus als opening naar een nestlocaties) en welke tevens niet van voldoende grootte zijn om huismussen toegang te bieden tot het dak. Het dak van schuur C is reeds verwijderd, waardoor hier geen huismussen onder kunnen nestelen. Schuur B heeft een golfplaten dak welke geen geschikte toegangsmogelijkheden biedt voor huismussen, mede gezien de afwezigheid van een dakgoot of een andere structuur die als opstap kan dienen. Het dak van schuur D heeft geen dakbeschot, waardoor deze eveneens geen mogelijkheden biedt voor het voorkomen van huismusnesten. Overige potentieel geschikte structuren waar huismussen in zouden kunnen nestelen zijn niet aangetroffen. Daarbij heeft het veldbezoek op 29 juni plaatsgevonden. Dit valt in de broedperiode van de huismus. Tijdens het veldbezoek zijn geen (roepende) mannetjes of foeragerende individuen waargenomen. Het voorkomen van nestlocaties van huismus op de planlocatie kan door al het vorengenoemde derhalve uitgesloten worden. De beoogde ontwikkeling leidt tot beperkte aantasting van groene delen. Dit betreffen voornamelijk het verwijderen van verwilderd grasland en enkele lage groene struiken in de voortuin van de woning, en resulteert niet in afname van essentieel leefgebied van de huismus.

Van aantasting van nestlocaties en functioneel leefgebied van de huismus is derhalve geen sprake. - Vleermuizen De planlocatie heeft mogelijk een essentiële betekenis voor beschermde soorten. Er dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden naar gebouwbewonende vleermuizen. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, foeragerende vleermuizen, amfibieën, insecten en broedvogels welke niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming. Tijdens de werkzaamheden dient de kolonisatie van rugstreeppad te voorkomen worden. Hiervoor zullen maatregelen genomen te worden. Ten behoeve van voorliggend bestemmingsplan is derhalve het ‘Vleermuisonderzoek aan de Hogebiezendijk 82 te IJsselstein’ uitgevoerd naar de aanwezigheid van vleermuizen binnen het plangebied. Dit onderzoek (project: BE/2020/591, d.d. 13 augustus 2021) is opgenomen als

Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein

Pagina 21

bijlage bij deze toelichting. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het Vleermuisprotocol (NGB, 2017). In de periode augustus 2020 - juni 2021 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van vleermuizen binnen het plangebied. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het Vleermuisprotocol (NGB, 2017 & 2021). Tijdens het onderzoek zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Tevens heeft de planlocatie geen functie als essentiële vliegroute of essentieel foerageergebied. De beoogde ontwikkeling leidt derhalve niet tot overtreding van een verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Vervolgstappen zijn niet noodzakelijk, een ontheffing van de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of het Natuurnetwerk Nederland en de Groene contour. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie is van externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden geen sprake. Een Voortoets, ‘nee, tenzij’-toets en berekening d.m.v. AERIUS Calculator is niet noodzakelijk. Houtopstanden Op de planlocatie zijn geen houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een meldingsplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming. Stikstof Een berekening naar stikstofdepositie is niet nodig.

Het plangebied aan de Hogebiezendijk 82 ligt op meer dan 4 km van Natura 2000 gebieden. Gezien de beperkte omvang van het plan wordt geen relevante bijdrage van stikstof op Natura 2000 gebieden verwacht. Conclusie Het bestemmingsplan is, onder voorbehoud van de uitkomst van het nadere onderzoek naar vleermuizen, uitvoerbaar in relatie tot het aspect flora en fauna. 4.4

Cultuurhistorie en archeologie

Erfgoedwet Op 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988, samen met enkele andere wetten op het gebied van de bescherming van cultureel erfgoed, samengevoegd tot de Erfgoedwet. Ten aanzien van het ruimtelijk domein regelt deze wet de omgang met rijksbeschermde gebouwde en archeologische monumenten en de beschermde stads- en dorpsgezichten. De Erfgoedwet werkt door in de Wet administratieve bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg (2009) (MoMo) Het doel van de MoMo is het doorvoeren van veranderingen in de monumentenzorg. Bij de uitwerking heeft de Minister zich op drie pijlers gericht. Eén van de pijlers uit de

Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein

Pagina 22

Modernisering Monumentenzorg van het Rijk is het opnemen van cultuurhistorische waarden in de ruimtelijke ordening. Deze wijziging is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Wro/Bro In het Bro wordt het bestemmingsplan genoemd als instrument waarin cultuurhistorische waarden kunnen worden verankerd. Het Bro is een uitwerkingsbesluit van de Wro. Dit besluit verplicht gemeenten om in de toelichting bij een ruimtelijk plan te beschrijven op welke wijze met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden (Artikel 3.1.6, lid 5). Belangrijk daarbij is dat het cultuurhistorische belang uitdrukkelijk als afwegingsgrond in het ruimtelijk plan moet worden genoemd, omdat anders een juridische grond voor toetsing op basis van dit beleidsterrein ontbreekt. Archeologisch beleid IJsselstein In het plangebied geldt vastgesteld gemeentelijk archeologisch beleid. Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart uit 2011 heeft het plangebied aan de Hogebiezendijk 82 een hoge archeologische verwachting (zie onderstaande afbeelding). Het beleid voor terreinen van hoge archeologische verwachting in het buitengebied van IJsselstein is dat bij ingrepen groter dan 100 m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm onder maaiveld rekening gehouden moet worden met archeologische waarden.

Afbeelding: uitsnede archeologische beleidskaart gemeente IJsselstein (Van Rooij en De Boer 2011).

Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein

Pagina 23

Beschouwing archeologie -

Archeologisch bureauonderzoek (BO)

Door Bureau voor Archeologie is een archeologisch bureauonderzoek (BO) uitgevoerd voor het plangebied aan de Hogebiezendijk 82, te IJsselstein. Dit onderzoek (Rapport 846, d.d. 21 oktober 2019) is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. De vraagstelling van het onderzoek luidt: hoe kan rekening gehouden worden met eventuele archeologische waarden bij de voorgenomen ontwikkeling? Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocol 4002. In het kader van het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied. Het plangebied ligt in de Rijn-Maasdelta. Het plangebied bevindt zich op de Benschop beddinggordel. De bodemopbouw bestaat rivierafzettingen (Formatievan Echteld) met inschakelingen van veen. Op basis van de geomorfologische kaart ligt het plangebied in een rivierkom. Volgens de bodemkaart zijn in het plangebied kalkloze poldervaaggronden van zware klei aanwezig. Op de zandige oever- en beddingafzettingen van de Benschop beddinggordel is bewoning mogelijk in het Neolithicum. De top van de beddingafzettingen ligt op een diepte tussen -4 en -7 m NAP (4 tot 7 m onder maaiveld). Uit de historische ontwikkeling van het plangebied blijkt dat het plangebied ligt langs een laatmiddeleeuwse ontginningsas van de polder Hoge Biezen.

In dit verband kunnen in het plangebied resten van ontginningsboerderijen en hun mogelijke opvolgers aanwezig zijn De werkzaamheden bij de bouw van de woning kunnen leiden tot verstoringen van archeologische waarden. In het archeologisch bureauonderzoek wordt aanbevolen om voorafgaand aan het uitvoeren van de graaf werkzaamheden een karterend booronderzoek uit laten voeren om de aard en intactheid van het bodemprofiel nader te bepalen en om te bepalen of archeologische resten aan- of afwezig zijn. Aan de hand van de gegevens die uit het booronderzoek komen kan worden bepaald of verder archeologisch onderzoek noodzakelijk is, of dat het plangebied (deels) kan worden vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen. Op grond van de resultaten van het archeologisch bureauonderzoek en het advies zal het bevoegd gezag (gemeente IJsselstein) een selectiebesluit nemen over de daadwerkelijk omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied. In het ‘Advies archeologie Hogebiezendijk 82 IJsselstein’ van de ODRU (d.d. 19 maart 2021, kenmerk Z/21/176470 / D - 485705) is het aangepaste Plan van Aanpak voor archeologisch booronderzoek op het perceel Hogebiezendijk 82 in IJsselstein akkoord bevonden. Voorts zijn de opmerkingen voor het aspect archeologie uit de ROM adviezen van de ODRU (d.d.19 februari 2021, kenmerk: Z/21/176470 / D - 470597 en d.d.

10 mei 2021, kenmerk: Z/21/176470 / D 499344) verwerkt in het bestemmingsplan.

Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein

Pagina 24

-

Inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende en deels karterende fase

Door Bureau voor Archeologie een inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende en deels karterende fase uitgevoerd voor het plangebied aan de Hogebiezendijk 82, te IJsselstein. Dit onderzoek (ISSN: 2214-6687, d.d. 2 juni 2021) is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. De vraagstelling van het onderzoek luidt: hoe kan rekening gehouden worden met eventuele archeologische resten bij de voorgenomen ontwikkeling? In het plangebied zijn vijf handboringen gezet. Hieruit blijkt dat het bodemprofiel hoofdzakelijk bestaat uit een afwisseling van komafzettingen en veen. In de komafzettingen is een potentiële laklaag, c.q. een oude bodem, aangetroffen op circa 250 cm – mv. Omdat het waarschijnlijk om een onderwaterbodem gaat worden ook op dit niveau geen archeologische resten verwacht. Het bodemprofiel is in overeenstemming met wat op de bodemkaart en geomorfologische kaart kon worden verwacht. Het betreft een kalkloze poldervaaggrond in een rivierkomvlakte. Het bodemprofiel is grotendeels intact. Wel is de top van het bodemprofiel omgewerkt over een dikte van 20 tot 70 cm. In dit omgewerkte pakket zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van archeologische resten. Het omgewerkte pakket is waarschijnlijk geheel te relateren aan het huidige erf dat uit het midden van de 19e eeuw komt.

Onder de onderste veenlaag in boorprofiel 3 ligt een kalkrijke en sterk siltig kleipakket van 50 cm dik. De top van het pakket ligt op 440 cm -mv (-414 cm NAP). Op basis van de textuur kan worden gesteld dat dit een pakket crevasse-of oeverafzettingen betreft. Het pakket is ongerijpt (slap en kalkrijk). Deze crevasse- of oeverafzettingen zijn vermoedelijk gevormd vanuit de Benschop beddinggordel. Het booronderzoek heeft geen aanwijzingen voor archeologische resten opgeleverd. In het onderzoek wordt geadviseerd het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Conform advies van de ODRU kan de dubbelbestemming Waarde Archeologie uit het bestemmingsplan verwijderd worden. Wettelijke meldplicht voor archeologische toevalsvondsten Hoewel op basis van de uitgevoerde archeologische onderzoeken een zeer lage verwachting is voor het aantreffen van archeologische resten en er geen verder archeologisch onderzoek noodzakelijk is, kan nooit helemaal worden uitgesloten dat bij uitvoering van de werkzaamheden alsnog archeologische vondsten worden gedaan. Als bij uitvoering vondsten worden gedaan waarvan wordt vermoed dat het archeologische vondsten betreft, is op grond van art. 5.10 van de Erfgoedwet verplicht om deze vondsten te melden bij de bevoegde overheid. Om praktische redenen kan deze melding gedaan worden bij de gemeente.

Beschouwing cultuurhistorie Binnen het plangebied zijn geen monumenten aanwezig. Voorliggende bestemmingsplan maakt de sloop-nieuwbouw van een vrijstaande woning mogelijk. In fysieke zin worden hiermee geen cultuurhistorische kwaliteiten in de omgeving aangetast. In de onderstaande linker afbeelding is te zien dat de huidige woning aan de Hogebiezendijk 82 relatief dicht bij de weg is gepositioneerd. Voor het bepalen van de nieuwe positionering van de woning is in overleg met welstand gekeken naar een goede balans in voor- en achtererf. In de nieuwe situatie wordt aangesloten op de karakteristieke vertoning van de kopgevels van de hoofdbebouwing richting de Hogebiezendijk en de ruimere voortuinen van de overige woningen

Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein

Pagina 25

aan de Hogebiezendijk (zie rechte onderstaande afbeelding). Hierbij verbeterd de openheid tussen bebouwing en de zichtbaarheid in het landschap.

Afbeelding: in het rood positionering huidige woning (links) en toekomstige woning (rechts) op het perceel

Conclusie Het bestemmingsplan is uitvoerbaar in relatie tot het aspect cultuurhistorie. Op basis van de resultaten van de uitgevoerde archeologische onderzoeken kan het plangebied vrijgegeven worden en is het bestemmingsplan dus uitvoerbaar in relatie tot het aspect archeologie. De wettelijke meldplicht blijft echter wel van toepassing 4.5

Geluid

In de Wet geluidhinder zijn geluidsnormen voor wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai opgenomen. Wanneer er een nieuwe geluidsgevoelige functie wordt gerealiseerd op een locatie waar momenteel geen geluidsgevoelige functie aanwezig of toegestaan is en deze locatie binnen de geluidszones van industrie, rail- of wegverkeer valt dient middels een akoestisch onderzoek onderzocht te worden of de geluidniveaus in relatie tot de geluidgevoelige functie aanvaardbaar zijn. Beschouwing Het initiatief voorziet in het toevoegen van één extra nieuwe geluidsgevoelige functie, zijn een woning.

Ontwerpbestemmingsplan Hogebiezendijk 82, te IJsselstein

Pagina 26

In verband met de realisatie van de woning is conform het gestelde in de Wet geluidhinder (Wgh) door adviesbureau Kragten een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting ten gevolge van de zoneringsplichtige (spoor)wegen waarvan de zone het plangebied overlapt. Het plan is gelegen binnen de wettelijk vastgestelde zone van de Hogebiezendijk en de Weg der Verenigde Naties (N210). Het akoestisch onderzoek ‘Bouw woning Hogebiezendijk 82’, projectnummer: AGR019-0001, d.d. 2 maart 2020, is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. De eerste versie van het akoestisch onderzoek (d.d. 23 juli 2020) is in het ‘ROM integraal advies Hogebiezendijk 82 in IJsselstein’ van de ODRU (d.d.19 februari 2021, kenmerk: Z/21/176470 / D - 470597) inhoudelijk beoordeeld. Op basis van het advies van de ODRU is de cumulatieve geluidbelasting exclusief aftrek artikel 110g Wgh toegevoegd aan het akoestisch onderzoek. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 waarbij de geluidbelastingen zijn getoetst aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. Hogebiezendijk Ten gevolge van het wegverkeer op de Hogebiezendijk bedraagt de geluidbelasting ten hoogste 54 dB inclusief aftrek artikel 110g Wet geluidhinder. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt wel gerespecteerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11654074/1