CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

RKIJ rapport - Weerbaarheid door waakzaamheid

Raadsvergadering 29 januari 2026, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Rekenkamer Rapport Weerbaarheid door waakzaamheid23.716 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

41

wens daartoe is nooit uitgesproken door de raad, en de nood wordt door de griffier ook niet gevoeld. De veiligheidssituatie in de raadszaal komt in meerdere interviews naar voren. Als er een onveilige situatie ontstaat op de publieke tribune, moeten bijvoorbeeld de griffier en het bestuur de publieke tribune passeren om naar buiten te kunnen. Er is geen noodknop om assistentie op te roepen. Bij potentiële ordeverstoring is er contact met politie, maar er is geen standaard ondersteuning beschikbaar. Deze situatie is inmiddels als risico bekend en aangekaart, maar het advies van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) was op het moment van het onderzoek nog niet beschikbaar. Raadsleden wordt aangeraden om bij gevoelens van onveiligheid contact op te nemen met de griffier. Die kan optreden als vertrouwenspersoon of doorverwijzen naar passende ondersteuning. Bij een groter aantal meldingen zou registratie logisch zijn, maar het aantal signalen is zeer beperkt – minder dan één per jaar. “Als raadsleden vaak op een vervelende manier worden aangesproken, lukt het de raad blijkbaar om daarmee om te gaan.” Signalen rondom veiligheid worden door de griffier beoordeeld en eventueel met andere betrokkenen opgepakt. Zo werden in het verleden raadsleden op hun huisadres lastiggevallen. Sindsdien wordt er aan raadsleden gevraagd of zij hun huisadres op de website willen.

Sommigen zien daarvan af.

42

4. Monitoring en informatie naar de raad In dit hoofdstuk staan we stil bij de mate waarin er monitoring plaatsvindt op de weerbaarheid van de organisatie tegen ondermijning en de bijbehorende thema’s informatiepositie, bestuurlijke instrumenten, bewustwording, integriteit en veilige publieke taak (4.1). Mede op basis hiervan kan worden bepaald in hoeverre er sprake is van een beeld van het effect van het beleid. Paragraaf (4.2) besteedt aandacht aan de informatie die hierover naar de raad gaat.

4.1. Monitoring Samenvattend: Monitoring vindt niet structureel plaats, maar vooral als een informatiebehoefte ontstaat. De monitoring wordt dan vooral op basis van behaalde prestaties vormgegeven. Daardoor kunnen er slechts in zeer beperkte mate uitspraken worden gedaan over behaalde effecten en resultaten. Er is geen sprake van structurele monitoring. Als een informatiebehoefte ontstaat wordt hier ad hoc invulling aan gegeven. Doordat er geen monitoringsplan ligt, is deze ad hoc vraag vaak alleen in te vullen op basis van beschikbare informatie over de behaalde prestaties. In de interviews komt het beeld naar voren dat de gemeente terughoudend kan zijn zich te verbinden aan langetermijndoelen waar de gemeente beperkt op kan sturen, omdat er veel externe factoren op van invloed zijn. Hieronder wordt de doelformulering en monitoring op de onderliggende beleidsstukken beschreven. 4.1.1. IVP 2023-2026 Het IVP 2023-2026 heeft geen (effect)doelstellingen. Het plan bevat wel een hoofdstuk met uitgangspunten, randvoorwaarden en samenhang. Hierin staan passages die als inhoudelijke doelstellingen kunnen worden gezien, zoals: • (…) het vergroten van de (maatschappelijke, maar ook de bestuurlijke) weerbaarheid. Daaronder staan voornemens die aan dit doel bijdragen en kunnen worden opgevat als subdoelstellingen, zoals: • • •

(…) een passend en volledig pakket maatregelen. (…) een goede informatiepositie is belangrijk. (…) afstemming met partners is nodig voor een totaalaanpak.

Het IVP geeft niet aan hoe dergelijke ‘doelstellingen’ bereikt worden. Ze worden ook niet gemonitord. Het IVP 2023-2026 geeft wel een uitgebreide cijfermatige analyse van zowel objectieve criminaliteitscijfers als cijfers over veiligheidsbeleving uit de gemeentelijke beleidsmonitor. 51 Omdat ondermijning bij uitstek ‘buiten het zicht’ plaatsvindt, leent deze monitor zich minder goed voor vragen die rechtstreeks aan dit thema zijn te koppelen. De monitor is immers gestoeld op onderzoek onder inwoners. De gemeentebeleidsmonitor bevat geen vragen over de weerbare gemeentelijke organisatie. Op prestatieniveau is monitoring wel mogelijk door het toetsen van procesdoelstellingen. Onder de kopjes ‘wat gaan we doen’ staan in het IVP 2023-2026 passages die als procesdoelstellingen Dit onderzoek onder inwoners van IJsselstein is vanaf 2007 tweejaarlijks worden gedaan. Er is onder andere aandacht besteed aan leefbaarheid en veiligheid, sociale kwaliteit en sociale kracht, wijkgericht werken en de openbare ruimte. Bij de laatste meting (2023) hebben 1.630 inwoners deelgenomen. 51

43

kunnen worden gezien die nodig zijn om de eerdergenoemde ‘subdoelstellingen’ te behalen, zoals: •

• •

•

We onderzoeken de mogelijkheden om bestuurlijke barrières op te werpen om het verdienmodel van criminele organisaties te dwarsbomen. Ook zal zo nodig beleid worden aangepast met nieuwe wettelijke mogelijkheden Daarbij overwegen we (zorgvuldig) de mogelijkheden voor het toepassen van een (aanvullende) vergunningplicht. We zijn zichtbaar aanwezig als overheid in de stad, zowel regulier als op risicolocaties. We zetten in op het normaliseren van controles bij ondernemers. De bestuurlijke instrumenten - beleid, regelgeving en vergunningen, toezicht en handhaving – zijn actueel en worden consequent ingezet in samenwerking met partners om de speelruimte van ondermijnende criminaliteit verder verkleinen. We stimuleren lokale initiatieven voor criminaliteitspreventie en onderzoeken mogelijke publiek-private samenwerkingen om ondermijning te voorkomen.

Er is echter geen passage in het IVP 2023-2026 of het bijbehorende uitvoeringsplan over hoe deze (sub)doelstellingen en prestaties gemonitord worden. Evenmin is beschreven wanneer en waar hier informatie over beschikbaar komt. Wel is uit dit onderzoek duidelijk geworden dat niet alle procesdoelstellingen (tijdig) worden behaald. 4.1.2. Weerbaarheidsplan (2023) Ook het Weerbaarheidsplan uit 2023 kent vooral procesdoelstellingen, zoals: • 3 schouws uitgevoerd • 2 integrale controles uitgevoerd • Trainen deelnemers intern signaaloverleg • Evaluatie weerbaarheidsplan • Privacy-protocol af en start uitvoering Doordat het Weerbaarheidsplan geen officiële status kreeg, zijn deze procesdoelen nooit omarmd en ook niet gemonitord. Met terugwerkend kracht is wel vast te stellen dat deze in beperkte mate zijn gehaald, vaak omdat ze (deels) overlapten met procesdoelen uit het IVP 2023-2026. 4.1.3. Beleid VPT en agressiebeleid (2024) Het Protocol Veilige Publieke Taak (2024) heeft geen passage met daadwerkelijke doelstellingen. Wel zijn er veel passages die meetbaar zijn, zoals: • We komen afspraken na. • We vertellen het op tijd als er sprake is van vertraging of uitstel. • We zijn vriendelijk, luisteren, stellen vragen, vatten samen, leggen uit. • We denken mee met onze klanten en bezoekers. Ook is er een opsomming van acties om agressie te voorkomen.

Dit is te lezen als een opsomming van prestaties van de gemeente zelf die beperkt handvatten geven voor monitoring op effect, zoals: • Het protocol en de werkwijze bij agressief gedrag zijn voor iedereen goed vindbaar. • We verzorgen trainingen over hoe om te gaan met lastig, onacceptabel en agressief gedrag en wat je kan doen aan de-escaleren en begrenzen; denk dan aan de 44

•

• • • • • • •

medewerkers die hier direct mee te maken hebben zoals de klantadviseurs, sociaal team, boa’s en buitendienst. De gemeente zorgt voor beveiliging met videocamera’s in de centrale hal en rondom het pand ter bescherming van de veiligheid van personen en goederen die zich erin bevinden. Het gebruik van deze camera's wordt aan iedereen kenbaar gemaakt in het gebouw. Klanten worden geholpen aan de publieksbalie dan wel in één van de daarvoor aangewezen ruimten. De bezoekersspreekkamers zijn voorzien van glas. Dit maakt gebeurtenissen in de spreekkamer transparant; de ligging zorgt ervoor dat een verbale hulpvraag eenvoudig is. De gemeente IJsselstein zorgt dat veiligheid in de ontvangsthal en spreekkamers zo goed mogelijk geregeld is. Tijdens kantoortijden houdt de klantadviseur de veiligheid van de centrale hal in de gaten. Het is niet toegestaan bezoekers de werkruimtes in te nemen. Het is niet toegestaan om buiten kantoortijden met inwoners afspraken te plannen en hiervoor het gemeentehuis te gebruiken. Op meerdere locaties zijn alarmknoppen die direct verbonden zijn met de meldkamer van de politie.

Het agressiebeleid (2024) heeft als doelstelling: Ervoor zorgen dat medewerkers met een publieke taak deze op een veilige, respectvolle en integere wijze kunnen uitvoeren. Daarnaast hanteert het beleid als uitgangspunten: • Agressie in welke vorm dan ook tegen onze ambtenaren en bestuurders wordt niet getolereerd. • Op normoverschrijdend gedrag volgt een reactie. • Van een strafbaar feit wordt altijd aangifte gedaan. • Ambtenaren die slachtoffer zijn van agressie kunnen rekenen op ondersteuning van de gemeente. • Materiële en/of immateriële schade door agressie wordt altijd door de gemeente verhaald op de veroorzaker. • Agressie wordt ook niet geaccepteerd bij contacten tussen medewerkers en burgers buiten het gemeentehuis. De basis voor monitoring van VPT-beleid en agressiebeleid zijn de meldingen, waarna kan worden bekeken of er daadwerkelijk aan bovenstaande uitgangspunten wordt voldaan. Het aantal meldingen is nu zo beperkt, dat deze nauwelijks een basis bieden voor inzichten in trends, lessen vanuit nazorg en uniformering van sanctionering. 4.1.4.

Integriteitsbeleid (2025) Het integriteitsbeleid benoemt als doelstellingen: • Besef van integriteit en (moreel) verantwoord handelen bevorderen; • Medewerkers beschermen tegen misstappen door onnodige risico’s en verleidingen weg te nemen; • Het vertrouwen van medewerkers in elkaar versterken; • Het vertrouwen van inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen in de gemeente versterken; • Integriteit binnen onze organisatie borgen; 45

•

Zorgen voor balans tussen zelfstandig oordelen en handelen van medewerkers en het voorkomen en aanpakken van integriteitschendingen.

In het beleid staat dat via de verbijzonderde interne controle (VIC) 52 het integriteitsbeleid periodiek zal worden getoetst. Ook is bepaald dat de organisatie in rapportages verantwoording aflegt over integriteit en elk jaar openbaar verantwoording aflegt over het gevoerde integriteitsbeleid. Het is de bedoeling om als onderdeel van de Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) jaarlijks te meten hoe medewerkers aspecten van integriteit beleven en ervaren. Team Advies/ HR zou bovendien het integriteitsbeleid elk jaar evalueren en actualiseren. Het managementteam zou dit evaluatieverslag en de eventuele verbeterpunten moeten behandelen. De algemeen directeur stelt het verslag vast en biedt deze ter informatie aan de ondernemingsraad aan. Omdat het huidige integriteitsbeleid pas in 2024 is vastgesteld, heeft dit alles nog niet plaatsgevonden. De verschillende vormen van evaluatie en rapportage moeten nog vorm krijgen.

4.2. Informatie naar de raad Samenvattend: Mede doordat er weinig overstijgende (monitor)informatie wordt verzameld, is de informatie die op het thema weerbaarheid en/of onderliggende thema’s naar de raad gaat zeer beperkt. In lijn met de bevindingen rond monitoring en evaluatie (zie 4.1) blijkt de informatie aan de raad over de weerbaarheid van de organisatie zeer beperkt. Hierin valt bijvoorbeeld op dat de beslissing om de Bibob-toetsing in eigen handen te nemen om deze effectiever uit te voeren niet gemonitord is. Er is een onvolledig beeld van de uitvoering bij de ODRU, terwijl die destijds reden was om deze taak daar weg te halen en weer bij de gemeente onder te brengen. Door het ontbreken van deze informatie, kan niet worden vastgesteld of dit een goede beslissing is geweest Op de thema’s integriteit en VPT is informatie aan de raad zeer indirect en vooral gericht op het inwonersoogpunt, zoals eventuele aandacht voor incidenten in een klachtenjaarverslag en jaarverslag bezwaren. Verder neemt de raad kennis van de veiligheidsmonitor. Hierin gaat het echter over veiligheid in brede zin, met zijdelings aandacht voor veiligheid in relatie tot (weerbaarheid tegen) ondermijning. De raad krijgt via diverse kanalen wel algemene informatie over ondermijning, bijvoorbeeld vanuit landelijke of regionale netwerken.

Dit gaat niet specifiek over IJsselstein, maar biedt wel handvatten voor de gemeente (en de raadsleden in het bijzonder). Rapportage aan de raad vindt hoofdzakelijk plaats in het kader van de planning- en controlcyclus, volgens een randvoorwaarde uit het IVP 2023-2026. Ten tijde van het deskresearch voor dit onderzoek was het meest recente openbare jaarverslag dat over 2023. Hierin staat weinig informatie die een raakvlak heeft met of relevant is voor de weerbare organisatie; de nadruk ligt op een effectievere inzet van BOA’s en terugdringen van jeugdoverlast. De indicatoren geven dan ook geen inzicht in ondermijning of weerbaarheid daartegen. Verder noemt het IVP 2023-2026 als optie dat tussentijds eventueel andere, rijkere vormen van verantwoording worden verzorgd, zoals factsheets of informatiebijeenkomsten. Dat is niet gebeurd: er is nauwelijks extra informatie naar de raad gegaan. Ook de in het Weerbaarheidsplan Een specifiek soort interne controle binnen organisaties, vooral binnen overheidsinstellingen en nonprofitorganisaties. Het doel van deze controle is om zekerheid te verkrijgen over de rechtmatigheid, (en soms doelmatigheid en doeltreffendheid) van de uitgaven, ontvangsten en andere financiële handelingen. 52

46

(2023) aangekondigde raadsinformatiebrief is er niet gekomen. Uitzondering was de ondermijningsaanpak die specifiek was gericht op de ‘jonge aanwas’. Daarvoor was een kwartiermaker aangesteld en waren extra middelen uitgetrokken. De raad is hierover actief geïnformeerd, maar nadat de aanvullende gelden wegvielen is de aanpak geïntegreerd in de lopende werkzaamheden en is de rapportage richting de raad opgehouden. Vanuit interviews komt het beeld naar voren dat de raad vooral in haar kaderstellende rol wordt bediend. “Als er geen extra geld nodig is, en alleen bestaand beleid wordt aangepast gaat het in de basis niet langs de raad.” De beperkte informatie heeft niet geleid tot extra informatieverzoeken uit de raad. Wel leveren de informatieproducten – zoals de Veiligheidsmonitor – in sommige gevallen verdiepende technische vragen op. De betrokkenen kunnen zich echter niet herinneren dat er vragen over weerbaarheidsthema’s zijn gesteld.

47

5. Oordeel op normenkader Hieronder volgt het oordeel aan de hand van het normenkader. Norm Er is sprake van een eenduidig beeld bij ondermijning op het gebied van een ‘weerbare gemeentelijke organisatie’.

Er is sprake van samenhang en integraliteit tussen regionaal en lokaal beleid.

Er is sprake van samenhang en integraliteit tussen beleid en de uitvoeringsprogramma’s van de gemeente zelf.

Er zijn heldere doelen opgesteld op de aanpak van ondermijning op het gebied van een ‘weerbare gemeentelijke organisatie’.

Voor de uitvoering van het beleid is voldoende capaciteit, kennis, kunde en mandaat beschikbaar.

De gemeentelijke projecten en programma’s worden adequaat uitgevoerd.

Oordeel Hoewel dit niet in één leidend document is terug te vinden, gaat weerbaarheid op het gebied van ondermijning in de beleidsdocumenten vaak om 1) het creëren van bewustwording, 2) het optimaliseren en inzetten van bestuursinstrumenten en 3) het vergroten van de informatiepositie door uitwisseling met (regionale) partners. Thema’s als integriteit en veilig werken zijn terug te vinden in ander beleid (Integriteitsbeleid, beleidsnotitie Agressie en het Protocol Veilige Publieke Taak). In de organisatie leven verschillende beelden over wat ‘weerbaarheid’ inhoudt. Deze norm wordt niet behaald. De aanpak zoals beschreven in het gemeentelijk ondermijningsbeleid ligt in lijn met onder meer de landelijke veiligheidsagenda, regionale veiligheidsstrategie 2023-2026 en prioriteiten van het basisteam van de politie De Copen. De doelen en resultaten zijn – zeker op het thema ‘weerbaarheid van de gemeentelijke organisatie’ - regionaal beperkt en/of relatief abstract geformuleerd. Dit geeft de ruimte aan het lokaal beleid om hier eigen invulling aan te geven. Deze norm wordt volledig behaald. Het uitvoeringsprogramma van het IVP is een logisch uitvloeisel van het beleid. Er ontstaat enige ruis bij de uitvoering van het thema ‘veilige werkomgeving’, omdat dit vanuit twee beleidsdocumenten en door verschillende teams (Team Klant en Team Advies) invulling krijgt.

Ook leidt de verdeling van subthema’s van ‘weerbaarheid’ over verschillende teams tot een versnipperde aanpak van bijvoorbeeld bewustwordingscampagnes, terwijl (enige) samenhang op het gebied van bewustzijn rond ondermijning, integriteit en agressie wenselijk is. De norm wordt gedeeltelijk behaald. Doelstellingen zijn regelmatig beschreven als uitgangspunten (abstract) of in termen van prestaties in de uitvoeringsprogramma’s (zeer concreet). Wanneer er prestaties zijn beschreven, zijn deze helder. Het is onduidelijk of het ontbreken van concrete prestaties in de uitvoeringsprogramma’s impliceert dat de bijbehorende strategische doelen zijn losgelaten. Voorbeeld hiervan is de doelstelling op het gebied van intern bewustzijn, waar in het weerbaarheidsplan uit 2023 nog veel prestaties aan gekoppeld zijn, maar in het uitvoeringsplan van het integraal veiligheidsprogramma uit 2025 niet. De norm wordt gedeeltelijk behaald. De gemeente IJsselstein is kwetsbaar voor doorstroming. Na vertrek van een medewerker moet het kennisniveau vaak weer opnieuw worden opgebouwd. Ambtenaren die met verschillende aspecten van weerbaarheid bezig zijn, hebben daarvoor slechts beperkt tijd. Vrijwel alle betrokkenen geven aan dat er meer tijd nodig is om de organisatie goed mee te nemen. Centrale aansturing ontbreekt op veel thema’s.

Het mandaat om het thema meer prioriteit te geven om processen te versnellen is daarmee beperkt. Dit heeft gevolgen voor specifieke dossiers, zoals Wet Bibob, waar onvoldoende kennis en kunde voor aanwezig is. Door capaciteitsproblemen is de gemeente beperkt aanwezig bij het Regionaal overleg ‘weerbare overheid’. Dat hindert de kennisopbouw. De aandacht voor weerbaarheid is sterk afhankelijk van de rolopvatting van de teamleiders. Deze verschilt sterk per team. De norm wordt niet behaald. In de periode waar het onderzoek zich op richt, zijn meerdere projecten niet of vertraagd van de grond gekomen: het privacy protocol binnengemeentelijke informatiedeling, de actualisatie van Bibob-beleid en beoogde bewustwordingscampagnes staan al meerdere jaren on hold. De acties uit bijvoorbeeld het Weerbaarheidsplan (2023) hebben nooit directe opvolging gekregen. Ook onderdelen van de Weerbaarheidsscan uit 2020 zijn niet opgepakt. De stappen die in de uitvoeringsprogramma’s staan zijn daarentegen wel gezet, of nog in ontwikkeling. De norm wordt deels behaald.

48

Norm Informatie van samenwerkingspartners wordt adequaat en binnen de wettelijke mogelijkheden gedeeld om de informatiepositie van de gemeente te optimaliseren. De risico’s van ondermijning zijn in kaart gebracht en bekend binnen de organisatie.

Er is sprake van navolgbaar en ‘bewust’ handelen ten aanzien van gesignaleerde risico’s.

Het bestuurlijke instrumentarium wordt adequaat ingezet.

Er is sprake van een effectieve aanpak gericht op bewustwording waarin niet alleen organisatie en college, maar ook de (leden en de rol van de) gemeenteraad expliciet is meegenomen.

Er is sprake van een effectieve aanpak gericht op een veilige werkomgeving.

De resultaten en effecten worden gemonitord en er wordt over gerapporteerd.

Oordeel Informatie-uitwisseling vindt plaats, maar is suboptimaal vanwege het ontbreken van een passend systeem voor veilige kennisopslag en kennisdeling en bijbehorend privacy protocol. Dit leidt tot kwetsbaarheden in het proces, zoals uitwisseling per telefoon en bestanden waar maar één medewerker bij kan. Dit gaat gepaard met risico’s, verminderde efficiency en beperkingen op data-uitwisseling. De norm wordt niet behaald. Direct betrokkenen bij het weerbaarheidsdossier hebben onvoldoende tijd om zicht te krijgen op de lopende werkprocessen en praktijksituaties en om kwetsbaarheden daarin in kaart te brengen. Zij kunnen hoogstens op basis van signalen of situaties in andere gemeenten punten aankaarten. Teams lossen zaken zelf op als er verhoogd risico wordt geconstateerd, maar hier is sprake van een grote afhankelijkheid van de teamleiders. De norm wordt niet behaald. Uit bovenstaande norm wordt duidelijk dat risico’s niet consequent in beeld worden gebracht. Wel zijn er voorbeelden van gesignaleerde risico’s die direct zijn aangepakt, zoals de analyse van toegang tot de BRP en het bijbehorende vier- of zesogen-principe. De afhankelijkheid van teamleiders is ook hier echter een kwetsbaarheid. Het beeld bij betrokkenen is dat sommige kwetsbaarheden in stand blijven doordat zich nog geen grote incidenten hebben voorgedaan. De norm wordt deels behaald.

Het bestuurlijk instrumentarium wordt beperkt ingezet. Dit heeft een aantal oorzaken: het beleid is niet geactualiseerd (o.m. Bibob en Damocles), de capaciteit bij OOV is beperkt (o.m. om op basis van proactieve analyses casuïstiek voor integrale controles vast te stellen) en ook de capaciteit elders in de organisatie schiet tekort. De norm wordt deels behaald. Er is met regelmaat aandacht voor bewustwording rond weerbaarheidsthema’s, maar dat gebeurt ongestructureerd en versnipperd. Dit heeft meerdere oorzaken. En eerste is er beperkte afstemming op de samenhangende onderwerpen agressie en intimidatie, integriteit en ondermijning. Ten tweede is de capaciteit bij de eigenaren van deze subthema’s beperkt, waardoor het lastig is structurele aandacht te borgen. Ten derde is er, na een intensieve bewustwordingscampagne over ondermijning in 2024, bewust een stapje terug gedaan, ook met het oog op de tijdsinvestering bij de teams. College en gemeenteraad worden in zeer beperkte mate meegenomen in de bewustwording. De griffier zorgt daar tot op zekere hoogte voor in de raad, met name bij de start van een nieuwe raad. Het aanbod voor bewustwording van het college is incompleet. De norm wordt deels behaald. De aanpak voor een veilige werkomgeving kenmerkt zich door beleid inzake Veilige Publieke Taak (VPT) én aanvullend agressiebeleid.

Deze ‘parallelle beleidsdocumenten’ zorgen voor onduidelijkheden. Ook direct betrokkenen kunnen niet precies aangeven wanneer welk stuk onder de aandacht wordt gebracht. Er is zeer beperkt sprake van regie of coördinatie. Eigenaarschap ligt zodoende vooral bij teamleiders, die daar niet consequent in worden gecoacht of gestimuleerd. Hierdoor krijgen niet alle medewerkers die dat kunnen gebruiken relevante trainingen aangeboden en is er te weinig aandacht voor melden, registratie en nazorg. Het onduidelijk is waar de directe verantwoordelijkheid voor de veiligheid van het college ligt. De norm wordt niet behaald. Monitoring op effect vindt in zeer beperkte mate plaats. Er zijn geen (structurele) rapportages die inzicht bieden in de ontwikkelingen op het thema weerbaarheid. Er kan dan ook in zeer beperkte mate uitspraken worden gedaan over behaalde effecten, door te kijken naar de prestaties van de gemeente. De norm wordt niet behaald.

49

Norm De in het beleid geformuleerde prestaties en doelen worden gerealiseerd.

De gemeenteraad wordt voldoende geïnformeerd over de resultaten en effecten van het beleid.

De gemeenteraad maakt passend gebruik van de instrumenten/bevoegdheden die hij heeft.

Oordeel Hoewel er geen rapportages beschikbaar zijn, geven de interviews een beeld van de mate waarin prestaties behaald zijn. In een aantal gevallen worden de beoogde prestaties behaald, maar de beperkte capaciteit en/of een externe factor, zoals regionale afstemming, zorgen ook regelmatig voor vertraging. Er is weinig tot geen overkoepelende sturing of verantwoording op deze prestaties. De norm wordt deels behaald. De raad ontvangt informatie vooral in haar kaderstellende rol, bij vaststelling van beleid of de aanvraag van (extra) middelen. Door het ontbreken van passende informatie over doelbereik is het informeren van de raad in haar controlerende rol complex. Desondanks zou de raad geïnformeerd kunnen worden over de prestaties, om zo toch een beeld te krijgen bij de stappen die worden gezet. Dit gebeurt niet, of zeer indirect (zoals bij het vaststellen van het nieuwe IVP waar terug werd gekeken op de acties vanuit het vorige IVP). Ook ontvangt de raad geen gegevens over agressie-incidenten. Het integriteitsbeleid is nog te nieuw om een oordeel te vellen. De norm wordt niet behaald. De raad staat – mede doordat zij in zeer beperkte mate wordt geïnformeerd – op afstand op het thema weerbaarheid. De nadruk ligt vooral op de eigen rol, of op ondermijning in bredere zin. De raad heeft zelf niet om informatie over weerbaarheid verzocht. De norm is niet behaald.

50

Bijlage 1. Normenkader Bij de geformuleerde deelvragen zijn normen geformuleerd. Voor de formulering van de normen is gebruik gemaakt van diverse rekenkamerrapporten. Deelvraag 1 Wat verstaat de gemeente IJsselstein onder ‘ondermijning’ – specifiek in relatie tot een ‘een ‘weerbare gemeentelijke organisatie’ - en hoe breed ziet de gemeente de taak voor zichzelf? 2 In hoeverre beschikt de gemeente IJsselstein over een samenhangend beleid of programmatische aanpak ten aanzien van ondermijning in relatie tot een ‘weerbare gemeentelijke organisatie’? • Welke doelen worden in het beleid geformuleerd? • Is er samenhang tussen beleid en uitvoeringsprogramma’s?

Norm Geen norm. Beschrijvende deelvraag.

•

•

• •

3

•

Is er sprake van een adequate uitvoering van gemeentelijke projecten en programma’s? • Is de organisatie qua capaciteit, kennis, kunde en mandaat voldoende geëquipeerd voor de uitvoering van het beleid? • Welke informatiepositie heeft de gemeente? Wordt er – waar nodig – informatie gedeeld met lokale veiligheidspartners om ondermijning aan te pakken? • Welke bestuurlijke instrumenten heeft de gemeente tot haar beschikking en worden die adequaat ingezet? • Is er binnen de gemeentelijke organisatie voldoende bewustzijn over de maatschappelijke risico’s van ondermijning? • Op welke wijze wordt er ingezet op een veilige werkomgeving?

• •

• • • •

• 4

5

Wat kan worden gezegd over de effecten van de aanpak? • Worden de resultaten en effecten van de uitvoering gemonitord en wordt erover gerapporteerd? • Welk inzicht is er in de uitvoering van de beoogde activiteiten en de daaropvolgende resultaten en effecten? Hoe wordt de raad in staat gesteld haar kaderstellende en controlerende taken uit te voeren? • Hoe is de gemeenteraad betrokken bij het beleid en in welke mate is zij op de hoogte (gebracht) van ontwikkelingen? • Wordt de gemeenteraad voldoende geïnformeerd over de resultaten en effecten van het gevoerde beleid?

• •

• •

Er is sprake van een eenduidig beeld bij ondermijning op het gebied van een ‘weerbare gemeentelijke organisatie’. Er zijn heldere doelen opgesteld op de aanpak van ondermijning op het gebied van een ‘weerbare gemeentelijke organisatie’. Er is sprake van samenhang en integraliteit tussen regionaal en lokaal beleid. Er is sprake van samenhang en integraliteit tussen beleid en de uitvoeringsprogramma’s van de gemeente zelf. Voor de uitvoering van het beleid is voldoende capaciteit, kennis, kunde en mandaat beschikbaar. De gemeentelijke projecten en programma’s worden adequaat uitgevoerd. Informatie van samenwerkingspartners wordt adequaat en binnen de wettelijke mogelijkheden gedeeld om de informatiepositie van de gemeente te optimaliseren. De risico’s van ondermijning zijn in kaart gebracht en bekend binnen de organisatie. Er is sprake van navolgbaar en ‘bewust’ handelen ten aanzien van gesignaleerde risico’s. Het bestuurlijke instrumentarium wordt adequaat ingezet. Er is sprake van een effectieve aanpak gericht op bewustwording waarin niet alleen organisatie en college, maar ook de (leden en de rol van de) gemeenteraad expliciet is meegenomen. Er is sprake van een effectieve aanpak gericht op een veilige werkomgeving. De resultaten en effecten worden gemonitord en er wordt over gerapporteerd. De in het beleid geformuleerde prestaties en doelen worden gerealiseerd.

De gemeenteraad wordt voldoende geïnformeerd over de resultaten en effecten van het beleid. De gemeenteraad maakt passend gebruik van de instrumenten/bevoegdheden die hij heeft.

51

Bijlage 2. Lijst van bestudeerde stukken • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

Uitvoeringsplan 2025 - Uitwerking van het IVP ‘23-’26 (2025) Integriteitsbeleid gemeente IJsselstein (2025) Manifest Weerbaar Bestuur in de provincie Utrecht (2025) Protocol Veilige Publieke Taak gemeente IJsselstein (2024) Beleidsnotitie Agressie inclusief agressieprotocol (2024) Aanpak Georganiseerde Ondermijnende Criminaliteit - Meerjarenplan 2025 - 2028 Midden-Nederland (RIEC Midden Nederland, 2024) Regeling melden vermoeden integriteitsschending of misstand gemeente IJsselstein (2024) Integraal Veiligheidsplan IJsselstein 2023-2026 (2023) Weerbaarheidsplan IJsselstein (2023) Regionale Veiligheidsstrategie Midden-Nederland 2023-2026 (Veiligheidscoalitie Midden Nederland, 2023) GemeenteBeleidsMonitor & Sociale Kracht IJsselstein (2021 & 2023) Coalitieakkoord 2022-2026: Vóór IJsselstein (2022) Advies Weerbaarheidsscan IJsselstein (Veiligheidscoalitie Midden Nederland, 2020) Integraal Veiligheidsplan 2019-2022 - ‘Samen werken aan een veilig IJsselstein’ (2019) Beleidsregels BIBOB gemeente IJsselstein (2018) De aanpak van ondermijning in Vijfheerenlanden (Rekenkamer Vijfheerenlanden, 2025) Rekenkameronderzoek naar ondermijning (Rekenkamer Berg en Dal & BMC, 2024) Monitor Integriteit en Veiligheid, deel 2 (Ipsos I&O, 2024) Weerbare gemeenten, Toolkit gemeentesecretarissen (Veiligheidscoalitie Midden Nederland, 2024) Handreikingen voor een Weerbare gemeente (Bureau Broekhuizen,

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Verwey Jonker Instituut, 2024) Nieuwe Ronde, Nieuwe Kansen - Rekenkameronderzoek naar de aanpak van ondermijning (Rekenkamer Vallei & Veluwerand & Bureau Beke, 2024) Investeren en regisseren - Een onderzoek naar de aanpak van ondermijning door de gemeente Amersfoort (Rekenkamer Amersfoort & Profacto, 2023) Veiligheidsagenda 2023-2026 (Ministerie van Justitie en Veiligheid, 2023) Inventarisatie Veiligheidstrends Midden-Nederland (Bureau Regionale Veiligheidsstrategie Midden-Nederland, 2022) Lokale weerbaarheid - Lessen uit de praktijk (Bureau Broekhuizen, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Verwey Jonker Instituut, 2022) Kwetsbare werkgebieden- en processen - Van kwetsbaar naar weerbaar (VNG, 2021) Themastudie georganiseerde criminaliteit Ondermijning van de democratische rechtstaat en andere verbindingen met de nationale veiligheid (Analistennetwerk Nationale Veiligheid, 2021)

52

Bijlage 3. Lijst van geïnterviewde functionarissen • • • • • • • • •

Adviseur Veiligheid Beleidsmedewerker VTH/Regievoerder ODRU Burgemeester Communicatieadviseur Gemeentesecretaris Griffier HR-adviseurs Teamleider Klant Teamleider Advies

53

Bijlage 4. Begrippen en afkortingen Term/afkorting AIT

Arbowet

BAG

Bibob

Bibob-expertiseteam

BOA

BOVAG BRP

CCV

Toelichting Agressie Interventieteam; bij agressie-incidenten of onveiligheidsgevoelens kan dit team worden ingeschakeld, via een noodknop – de ‘burenhulpknop’. Leden van het AIT geven direct gehoor aan deze oproep, ondersteunen de betreffende collega en houden indien nodig anderen op afstand of brengen hen in veiligheid. Arbeidsomstandighedenwet; verplicht overheidsorganisaties om (1) als werkgever te zorgen voor de veiligheid en gezondheid van hun medewerkers en hiervoor beleid ontwikkelen (artikel 3) en (2) om de risico’s voor werknemers te inventariseren en maatregelen te nemen om de risico’s zo veel mogelijk te beperken (artikel 5). Basisregistratie Adressen en Gebouwen, centraal systeem beheerd door gemeenten, met gegevens over alle adressen en gebouwen in Nederland. Deze gegevens, zoals bouwjaar, oppervlakte en gebruiksdoel van gebouwen, zijn verplicht te gebruiken door overheidsorganisaties en worden centraal opgeslagen en beheerd door het Kadaster. De Wet Bibob (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) geeft de overheid de mogelijkheid om de integriteit van organisaties en personen te toetsen, met name bij vergunningverlening, subsidies, aanbestedingen en vastgoedtransacties.

Het doel is om te voorkomen dat de overheid onbedoeld criminele activiteiten faciliteert, zoals witwassen, en te zorgen dat de overheid de integriteit van de samenleving beschermt. Als er een ernstig gevaar dreigt dat een vergunning misbruikt wordt, kan de overheid de aanvraag weigeren of de vergunning intrekken. De Wet Bibob eerste tranche, ingegaan op 1 augustus 2020, versterkte de informatiepositie van het Landelijk Bureau Bibob (LBB) door het mogelijk te maken gegevens te vragen over overtredingen waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd en voegde enkele instanties toe die informatie moeten verstrekken aan het LBB. Dit was een belangrijke stap om overheidsinstanties beter in staat te stellen de integriteit van personen en bedrijven te toetsen voordat vergunningen worden verleend of vastgoedtransacties worden afgerond. De Wet Bibob tweede tranche is per 1 oktober 2022 in werking getreden en heeft de bevoegdheden van bestuursorganen uitgebreid om ondermijning tegen te gaan.

De belangrijkste wijzigingen zijn een verbeterde informatiedeling tussen bestuursorganen en het Landelijk Bureau Bibob (LBB), een verruimde reikwijdte van de Wet Bibob naar bijvoorbeeld (semi)open house- en toelatingsprocedures, en de mogelijkheid voor bestuursorganen om fiscale gegevens te verkrijgen en in het Bibob-register te kijken Een regionaal of lokaal team dat gespecialiseerd is in de Wet Bibob, bedoeld om gemeenten en andere bestuursorganen te ondersteunen bij het uitvoeren van Bibobonderzoeken en het voorkomen van ondermijning door criminele activiteiten. Het team helpt bij het screenen van vergunningsaanvragen, subsidieaanvragen en vastgoedtransacties om te voorkomen dat de overheid onbedoeld criminaliteit faciliteert. Buitengewoon Opsporingsambtenaar; een ambtenaar met opsporingsbevoegdheid voor specifieke strafbare feiten, die optreedt om regels te handhaven en de leefbaarheid te waarborgen. Boa's mogen boetes uitschrijven, identiteiten controleren, processen-verbaal opmaken en in bepaalde gevallen personen aanhouden. Hun taken en bevoegdheden verschillen per werkgebied, zoals parkeercontroleurs, leerplichtambtenaren of milieurechercheurs. Nederlandse brancheorganisatie voor ondernemers in de mobiliteitssector, zoals auto-, tweewieler-, caravan-, en schadeherstelbedrijven.

Basisregistratie Persoonsgegevens; centrale database met persoonsgegevens van iedereen die in de gemeente woont of heeft gewoond, zoals naam, adres, burgerservicenummer, geboortedatum en nationaliteit. De BRP stelt de Nederlandse overheid in staat wettelijke taken uit te voeren, zoals het maken van een paspoort of rijbewijs, het organiseren van verkiezingen, en het innen van belastingen. Gemeenten beheren de gegevens in de BRP. Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid; een onafhankelijke stichting die bijdraagt aan een veiliger Nederland door publiek-private samenwerking te stimuleren en kennis te delen op gebieden zoals cyberveiligheid, ondermijning, en een veilige leefomgeving. Het CCV ontwikkelt en verspreidt instrumenten en praktische oplossingen om criminaliteit te voorkomen, slachtoffers te verminderen en de maatschappij weerbaarder te maken.

54

Term/afkorting

Toelichting

CISO

Chief Information Security Officer; verantwoordelijke voor het ontwikkelen, implementeren en handhaven van de informatiebeveiligingsstrategie en -beleid binnen een organisatie. De CISO beschermt kritieke data en systemen tegen cyberdreigingen, zorgt voor naleving van wet- en regelgeving zoals de AVG, adviseert het management over risico's en coördineert de reactie op beveiligingsincidenten. Datavoorziening Ongeregeldheden op de Kaart is een digitaal platform van de VNG dat gemeenten helpt bij de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Door het combineren van verschillende datalagen, toont DOOK digitale kaarten met inzichten in 'onregelmatigheden' – situaties die niet kloppen en die kunnen duiden op ondermijning, zoals fouten in registraties of criminele activiteiten. Het platform maakt gebruik van bestaande openbare en basisregistratiedata om gemeenten een betere informatiepositie te geven om ondermijning te bestrijden. Georganiseerde Criminaliteit, verwijst naar de Landelijke Stuurgroep GOC. Dit is de stuurgroep die de landelijke aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit coördineert, waarbij de integrale samenwerking tussen overheden en diensten bevorderd wordt om ondermijning te bestrijden.

De stuurgroep stelt een landelijke agenda op om een geïntegreerde aanpak in alle regio's te verankeren, ondersteund door het Landelijk Informatie- en Expertisecentrum (LIEC) en de Regionale Informatieen Expertisecentra (RIEC's). Integraal Veiligheidsplan; een vierjaarlijks beleidsdocument van een gemeente dat de koers, doelen en ambities voor de lokale veiligheid vastlegt. IVP's worden opgesteld in samenwerking met partners zoals de politie en het Openbaar Ministerie, en omvatten zowel het verhogen van objectieve veiligheid (zoals criminaliteitscijfers) als subjectieve veiligheid (gevoel van veiligheid). Kamer van Koophandel; de organisatie die in Nederland verantwoordelijk is voor het registreren van bedrijven in het Handelsregister. Multifunctionele, interactieve belevingsbus om kennis en bewustwording over ondermijning te vergroten. Lokaal Ondermijnings Overleg; heeft als doel om ondermijning te signaleren, analyseren en voorkomen, en om de weerbaarheid van de gemeente tegen ondermijnende criminaliteit te vergroten. Meld Misdaad Anoniem; een onafhankelijk meldpunt waar burgers anoniem informatie over misdaad kunnen geven aan de politie en andere opsporingsdiensten. Burgers kunnen hier terecht voor meldingen over bijvoorbeeld drugs, wapens, mensenhandel, fraude, geweld, en overvallen.

Het meldpunt garandeert volledige anonimiteit, zodat mensen zich veilig voelen om misdrijven te melden zonder hun identiteit prijs te geven. Nationaal Inlichtingenbeeld Ondermijning; document van de politie dat een geïntegreerd beeld geeft van de omvang, aard en aanpak van ondermijnende criminaliteit in Nederland. Het bundelt informatie over criminele netwerken en de verwevenheid van de onder- en bovenwereld, zoals drugsproductie en -handel, witwassen en mensenhandel. Het stelt de politie en het Openbaar Ministerie in staat om prioriteiten te stellen en de aanpak van deze criminaliteit beter te organiseren. Omgevingsdienst Regio Utrecht; ondersteunt 15 gemeenten en andere overheden in de regio bij milieu- en omgevingstaken, zoals het verlenen van milieuvergunningen, het houden van toezicht, het handhaven van regels en het adviseren van inwoners en bedrijven. Trainings- en ervaringscentrum; biedt sinds februari 2025 realistische oefeningen, trainingen op maat en de mogelijkheid tot samenwerking met andere veiligheidsprofessionals uit Midden-Nederland en daarbuiten. Het centrum maakt de realiteit van ondermijnende criminaliteit tastbaar, zodat kennis direct toepasbaar is in de praktijk.

Openbare Orde en Veiligheid, een domein binnen gemeentelijke organisaties dat verantwoordelijk is voor het ordelijk en veilig verlopen van het maatschappelijk leven en de bescherming van de leefomgeving. Binnen IJsselstein is OOV onderdeel van team Samenleving. Het bestuurlijk instrumentarium van de Opiumwet bestaat uit bevoegdheden van gemeenten, zoals het toepassen van de sluitingsbevoegdheid op basis van Artikel 13b Opiumwet (ook wel Wet Damocles), en de coördinatie van toezicht door het ministerie van Financiën, in samenwerking met VWS, voor de handhaving door de Douane. Deze middelen zijn gericht op het tegengaan van de handel en productie van verboden drugs, zoals beschreven in de lijsten I (harddrugs) en II (softdrugs) van de Opiumwet.

DOOK

GOC

IVP

KvK Lokbus / ondermijningsbus LOO MMA

NIBO

ODRU

Ondermijningscentrum Amersfoort

OOV

Opiumwet

55

Term/afkorting Organisatienorm

RDW

RI&E

RIEC

RIVG

VIC VNG VOG

VOG-p

VPT

VTH

Wet Damocles

Woningwet

Zorg en Veiligheidshuis

Toelichting Stelt vast welk gedrag acceptabel is binnen een organisatie en welke normen er gelden voor onderlinge omgangsvormen en samenwerking. In de praktijk vertaalt de organisatienorm zich in huisregels en protocollen die medewerkers en klanten richtlijnen bieden voor respectvolle interactie en het voorkomen van conflicten. In IJsselstein is deze organisatienorm niet gespecificeerd. Rijks Dienst Wegverkeer; zelfstandig bestuursorgaan dat verantwoordelijk is voor de registratie van voertuigen en rijbewijzen, het verlenen van typegoedkeuringen en het toezicht op de verkeersveiligheid. Risico Inventarisatie & Evaluatie; verplichte procedure waarbij een werkgever alle risico's voor de gezondheid en veiligheid van werknemers in kaart brengt, prioriteert en vervolgens een Plan van Aanpak opstelt met maatregelen om deze risico's te beperken of uit te sluiten. De RI&E vormt de basis voor het arbobeleid en helpt bedrijven bij het creëren van een veilige en gezonde werkplek. Regionale Informatie- en Expertisecentrum; samenwerkingsverband van overheidsinstanties dat zich richt op het bestrijden van georganiseerde en ondermijnende criminaliteit.

Heeft in 2020 een Weerbaarheidsscan uitgevoerd, die inzicht biedt in de weerbaarheid van de gemeente IJsselstein tegen ondermijning Rijksdienst voor Identiteitsgegevens; de uitvoeringsorganisatie en beheerder van de systemen rondom persoonsgegevens en reisdocumenten binnen het Koninkrijk der Nederlanden. De RvIG is verantwoordelijk voor de Basisregistratie Personen (BRP), beheert de burgerservicenummers (BSN) en is de beheerder van de systemen voor de aanvraag, productie en uitgifte van paspoorten en identiteitskaarten. Verbijzonderde interne controle; toetst belangrijke processen binnen een organisatie om de betrouwbaarheid, rechtmatigheid en effectiviteit ervan te beoordelen. Vereniging van Nederlandse Gemeenten; de belangenorganisatie en kennisplatform voor alle gemeenten in Nederland. Verklaring Omtrent het Gedrag; document dat aantoont dat het (justitiële) verleden van een persoon geen bezwaar vormt voor een specifieke baan, functie of doel. Het toont aan dat er geen strafbare feiten zijn gepleegd die een risico vormen voor het beoogde werk of de taak.

Een VOG wordt aangevraagd bij Justis, de screeningsautoriteit van het Nederlandse ministerie van Justitie en Veiligheid, en is verplicht voor diverse functies, zoals in het onderwijs of bij de omgang met kwetsbare personen Verklaring Omtrent het Gedrag Politiegegevens; speciale vorm van de VOG die wordt aangevraagd voor functies met een zeer hoge integriteit, zoals die waarbij toegang tot gevoelige informatie of geweldgebruik is vereist. Bij de VOG P wordt niet alleen naar justitiële documentatie gekeken, maar ook specifiek naar relevante politiegegevens. Veilige Publieke Taak; een initiatief om agressie en geweld tegen medewerkers die een publieke taak uitvoeren te voorkomen en bestrijden. Het programma richt zich op het beschermen van deze professionals, het strenger bestraffen van daders door middel van strafverhogingen en het verhalen van schade op de dader. Vergunningen, Toezicht en Handhaving; deze taken worden uitgevoerd door gemeenten om te controleren of bedrijven en burgers zich houden aan wetten en regels voor een veilige, gezonde en leefbare omgeving. Art 13b Opiumwet staat ook wel bekend als Wet Damocles en biedt de burgemeester de mogelijkheid om drugspanden te sluiten. Als er sprake is van drugshandel in woningen of voor het publiek toegankelijke inrichtingen, kan de burgemeester op basis van de Wet bestuursdwang deze woningen of lokalen sluiten.

Het bestuurlijk instrumentarium van de Woningwet bestaat uit een set gereedschappen voor gemeenten en andere overheden om naleving van de wet te handhaven en te waarborgen. De kerninstrumenten zijn onder meer bestuurlijke boetes, sluiting van panden en het overdragen van het beheer van panden aan een andere partij om de kwaliteit en leefbaarheid te herstellen. Dit instrumentarium is bedoeld om malafide pandeigenaren beter aan te pakken en de zorgplicht van vastgoedeigenaren te versterken. Een Zorg- en Veiligheidshuis werkt samen met partners uit de zorg, het veiligheidsdomein en gemeenten om complexe casuïstiek aan te pakken, waarbij sprake is van veiligheidsrisico's en multiproblematiek. Het huis coördineert en regisseert de aanpak om escalatie en criminaliteit te voorkomen, informatie te delen, en met een integrale aanpak te werken aan oplossingen voor betrokken personen en een veiligere regio

56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16388851/2