RES Herijking digitoegankelijk
Tekst van het document
van Kernenergie in Nederland biedt meer informatie over SMR
11. Waterkracht Waterkracht is elektriciteit die is opgewekt uit stromend water. Door het stromende water wordt een dynamo (turbine) aangedreven waarbij elektriciteit wordt opgewekt. Bij waterkracht ontstaan geen schadelijke stoffen en de bron is onuitputtelijk. Waterkracht is daarom een duurzame energiebron.
Vanwege de discussie over biomassa als energiebron en de beperkte beschikbaarheid van biomassa in de regio houden we hier voor de regio Utrecht vooralsnog geen rekening mee.
In Nederland speelt waterkracht geen grote rol. Slechts een paar procent van de totale hoeveelheid groene stroom wordt in Nederland opgewekt met waterkracht in onze rivieren.
Milieu Centraal biedt meer informatie over Biomassa op hun site .
De stroomproductie met waterkracht is afhankelijk van de stroming en de waterstand en is daarmee seizoenafhankelijk. Daarmee is waterkracht wel minder weersafhankelijke van dan zon en wind.
10. Kernenergie In de zoektocht naar lokale grootschalige opwek van elektriciteit, in aanvulling op zon en wind, worden vaak kleine modulaire reactoren genoemd. Kleine modulaire reactoren of SMR (Small Modular Reactors), zijn innovatieve ontwerpen van kerncentrales die mogelijk in de toekomst een rol spelen in de CO2-vrije energiemix. Er bestaat niet één type SMR. Een SMR kan klein zijn (een omvang van een zeecontainer) tot relatief groot (een omvang van reguliere kerncentrale Borssele).
Waterkrachtcentrales veroorzaken vissterfte als de vissen aanraking met de turbinebladen. Dat kan op gespannen voet staan met de inspanningen om de stand van de riviervissen in Nederland te verbeteren visgeleidingssystemen en vistrappen kunnen de vissterfte beperken. Een andere mogelijkheid om de vissterfte te verminderen is door turbines stop te zetten bijvoorbeeld tijdens de palingtrek. Vanwege de beperkte mogelijkheden voor de inzet van waterkracht in de regio Utrecht houden we hier in de RES Herijking hier vooralsnog geen rekening mee.
57
11. VERDIEPING
Verdieping 10. Energiebronnen 12. Groene waterstof Groene waterstof komt niet in de natuur voor, zoals aardgas of aardolie. Het moet altijd eerst gemaakt worden. Om groene waterstof te produceren is een duurzame energiebron nodig, zoals wind- of zonneenergie of waterkracht. Met deze groene stroom kan groene waterstof gemaakt worden. De methode om met behulp van elektriciteit water om te zetten in waterstof, heet elektrolyse. In aardlagen kan van nature wel witte waterstof voorkomen. Vooralsnog wordt aangenomen dat de potentie van witte waterstof in Nederland klein is. Bij de productie van groene waterstof via elektrolyse, wordt elektriciteit gebruikt om water te splitsen. Die splitsing vindt plaats in een elektrochemische cel. Daarin wordt water met behulp van elektrische lading omgezet in waterstof en zuurstof. Er komt geen CO2 vrij bij dit proces. De kosten van het produceren van groene waterstof zijn op dit moment hoger dan van grijze waterstof (die gemaakt wordt uit aardgas). In Nederland wordt op dit moment op zeer kleine schaal groene waterstof gemaakt. Dit gebeurt bijvoorbeeld in een installatie in Zuidwending in de provincie Groningen. De elektrische energie voor deze waterstof komt van zonnepanelen. Er zijn meer projecten aangekondigd waarbij groene waterstof gemaakt gaat worden. Waterstof is goed op te slaan over lange tijd.
Het verliest weinig energie, minder dan wanneer energie voor lange tijd in een batterij wordt opgeslagen. Dat maakt het opslaan van waterstof interessant voor seizoensopslag: het voor langere periodes opslaan van waterstof die gemaakt is in tijden van een overschot aan energie, voor een periode waarin een gebrek aan energie is. Door waterstof in de toekomst op te slaan in lege zoutkoepels of gasvelden, kan op die manier een energiebuffer worden opgeslagen.
58
12. Bijlage: PlanMER Inhoud: 1. Overview
2. Waar staan we nu
3. Energiesysteem
4. Warmtetransitie
5. Grootschalige Opwek
6. Zon op daken & objecten
7. Hoe werkt de RES
Onderliggend aan de RES Herijking is een planMER (milieueffectrapport) uitgevoerd. Het planMER heeft als voornaamste doel om te zorgen dat het milieubelang volwaardig wordt meegewogen bij deze herijking. Door de milieueffecten van zonne- en windparken in vooraf bepaalde zoekgebieden te onderzoeken. Het planMER geeft inzicht in de milieueffecten op thema’s zoals geluid, gezondheid, natuur en landschap in de verschillende zoekgebieden. Het geeft gemeenten meer duidelijkheid over hoeveel energie in de zoekgebieden kan worden opgewekt, en welke milieugevolgen dit kan hebben. Het PlanMER is een bijlage (Bijlage 1) bij de RES Herijking en bevat zelf geen besluit of kaderstelling. Voorafgaand aan het PlanMER is de Nota Reikwijdte en Detailniveau (NRD) opgesteld. Om inwoners en maatschappelijke partijen de mogelijkheid te geven om hun zienswijzen in te dienen heeft deze eerst ter inzage gelegen. In de NRD staat welke locaties worden onderzocht en hoe deze worden onderzocht (onderzoeksagenda). Vervolgens vond het milieuonderzoek plaats en is het concept planMER opgesteld. Het concept planMER is voor advies voorgelegd aan de onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie MER). Het advies van de commissie MER op het PlanMER RES Herijking regio Utrecht en de reactie hierop van de RES regio Utrecht leest u in bijlagen 2 en 3.
Om inwoners en maatschappelijke partijen de mogelijkheid te geven om hun zienswijzen in te dienen hebben het PlanMER samen met de concept RES Herijking ter inzage gelegen bij alle gemeenten en de provincie. De inbreng vanuit de zienswijzen is gebruikt om tot een definitief voorstel te komen. De zienswijzen zijn in de Nota van beantwoording NRD (bijlage 4) en Nota van beantwoording RES Herijking (bijlage 5) beantwoord.
Direct naar:
• Bijlage 1 PlanMER
8. Energie besparen
• Bijlage 2 Advies van de Commissie MER
9. Lokaal eigenaarschap 10. Energiebronnen 11. Verdieping
• Bijlage 3 Reactie op het Advies van de Commissie MER • Bijlage 4 Nota van beantwoording NRD • Bijlage 5 Nota van beantwoording RES Herijking, incl. PlanMER
12. Bijlage: PlanMER 59