Rapport project Financiële beheersmaatregelen uitvoer Jeugdwet definitief 2.0
Tekst van het document
De financiële uitkomst van scenario 3 is voor de korte termijn dus gelijk aan scenario 2. Op de langere termijn is de verwachting dat hier een extra besparing is te realiseren doordat we meer zelf gaan doen.
4.3 Overige maatregelen Naast bovenstaande scenario’s zet de gemeente nu ook al andere maatregelen in om te komen tot een versteviging van de toegang en versterking van het Sociaal team. Hiervan zijn er een drietal opvallend en werken al door in de huidige werkwijze.
4.3.1 Pilot Huisartsen – Sociaal Team Huisartsen kunnen zelfstandig verwijzen naar niet vrij toegankelijke Jeugdhulp. De kosten hiervoor worden door de gemeente betaald. In een pilot wordt een professional uit het sociaal team gekoppeld aan een huisartsenpraktijk. Wanneer er een vraag voor jeugdhulp komt, dan kan de huisarts hun contactpersoon van het Sociaal Team raadplegen. De contactpersoon kijkt welke voorliggende voorziening voorhanden is, en daarna pas welke eventuele jeugdhulp nodig en mogelijk is. De contactpersoon van het sociaal team geeft de beschikkingen af. De belangrijkste argumenten voor deze nieuwe werkwijze is dat de huisartsen worden ontlast, het Sociaal Team het beste op de hoogte is van de Sociale Kaart (voorveld en Jeugdhulp) en hierdoor ook sneller de juiste zorg voor de jeugdige kan worden ingezet. Omdat het Sociaal Team ook goede aansluiting heeft bij het voorveld en dit de voorkeur heeft boven niet vrij toegankelijke Jeugdhulp kan de jeugdige bij geschiktheid ook eerder terecht. Zo houden we in samenwerking met de huisartsen ook meer grip op de uitgaven.
4.3.2 Jeugdhulp in het onderwijs De komende tijd zullen er steeds minder beschikkingen en OZA’s (Onderwijs Zorg arrangementen) afgegeven worden ten aanzien van Jeugdhulp in het onderwijs. Door meer focus vanuit het Sociaal Team en meer inzicht wie nu waarvoor verantwoordelijk is, blijkt dat dit veel minder vaak een taak van de gemeente is. 20
Een OZA is alleen van toepassing als de ondersteuning op school verder gaat dan die van de leerbehoefte en leervaardigheden. Hierbij gaat het er om dat de hulpvraag breder is en er ook in de thuissituatie ondersteuning nodig is. Vaak is dit dan ook nog een grijs gebied zoals het schema Jeugdwet en Onderwijs in bijlage 2 al laat zien. Hierbij ligt de verantwoordelijkheid in dat geval bij het onderwijs en bij de gemeente gezamenlijk. Door duidelijker te zijn over de verantwoordelijkheden blijkt hierdoor vaak Jeugdhulp op het onderwijs niet nodig en kan dit onder de onderwijswet of passend onderwijswet worden opgepakt en bekostigd.
4.3.3 Preventieve aanpak thuiszitters Landelijk is er een trend te zien dat steeds meer leerplichtige jeugdigen vaker thuis komen te zitten. De reden voor thuiszitten zijn divers. Daarnaast heeft thuiszitten vele gevolgen voor een jeugdige, bijvoorbeeld beperkt contact met leeftijdsgenoten, slechtere positie op de arbeidsmarkt en een slechtere gezondheid. Ook IJsselstein heeft te maken met thuiszittende leerlingens. Hun hulpvragen zijn complex, vragen veel inzet van professionals en vergt relatief dure jeugdhulp. Daarom is een preventieve aanpak om thuiszitters te voorkomen ontwikkeld. Deze aanpak houdt in dat een jeugdteammedewerker jeugdigen gaat spreken die vijf keer of meer in een maand verzuimd hebben (te laat of gespijbeld). Deze jeugdigen worden zonder vooraankondiging uit de les gehaald en krijgen direct een gesprek waarin afspraken gemaakt worden. Hierbij wordt er vroeg gesignaleerd op onderliggende zorgvragen. Deze zorgvragen worden snel opgepakt, waardoor erger wordt voorkomen..
21
Bijlage 1. Jeugdhulp en andere wetten 1. Jeugdwet en Onderwijs Een aantal taken die wij nu uitvoeren onder de Jeugdwet binnen het grijze gebied met het onderwijs zijn al onderdeel van de andere wetten of behoren niet tot de taken van de gemeenten. Om duidelijkheid te creëren over onderwerpen waarvan de verantwoordelijkheid in verschillende wetten is vastgelegd, hebben we (als naslagwerk) in dit hoofdstuk een onderverdeling gemaakt naar wettelijke verantwoordelijkheden voor het (passend) onderwijs en de wettelijke verantwoordelijkheden voor gemeenten (Jeugdwet). Passend onderwijs Scholen en samenwerkingsverbanden zijn in de ondersteuning van een leerling gebonden aan de Wet passend onderwijs (Wpo). De zorgplicht passend onderwijs is omschreven in artikel 40 lid 4 WPO, artikel 40 lid 5 WEC en artikel 8.9 WVO 2020. Jeugdhulp Gemeenten hebben zich te houden aan de Jeugdwet5. Daarnaast is er jeugdhulp die op basis van andere wetten wordt uitgevoerd op school. Dit is jeugdhulp die plaats vindt op basis van de Zorgverzekeringswet (Zvw6) en de Wet langdurige zorg (Wlz7). Het gaat hier bijvoorbeeld over verpleging en persoonlijke verzorging. Maar ook speltherapie en PMT vallen hier deels onder. Persoonlijke verzorging wordt onderverdeeld in: Verpleging en Persoonlijke verzorging als gevolg van ziekte.
De Zorgverzekeringswet (Zvw) beschrijft dat als …” in verband met een behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop ….”een beroep op de Zorgverzekeringswet van toepassing is. Het recht op zorg uit de Zvw zal worden bepaald door de indicerend jeugdverpleegkundige (via de zorgverzekering van de ouders). Als er daarnaast nog extra behoefte is aan persoonlijke verzorging dan kan dit worden gevraagd op basis van de Jeugdwet. Persoonlijke verzorging bij leerlingen met een Wlz-indicatie. Vanuit een Wlz-indicatie wordt de ondersteuning voor persoonlijke verzorging bekostigd. Bij leerlingen met een Wlz-indicatie kan voor persoonlijke verzorging geen beroep worden gedaan op de Jeugdwet. Een jeugdverpleegkundige bepaalt of een kind/jongere recht heeft op een vergoeding van zorg vanuit de Zvw (via de zorgverzekering van de ouders). Om recht te hebben op een vergoeding vanuit de Wlz, heeft de leerling een Wlz-indicatie nodig. Deze wordt afgegeven door de Rijksoverheid. Wanneer een leerling een Wlz-indicatie heeft, dan is deze wet voorliggend: dat betekent dat jeugdhulp allereerst vanuit deze wet wordt bekostigd. Ook de Zvw is voorliggend aan de Jeugdwet. Ook vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo8) zijn er vanuit gemeenten mogelijkheden om de ondersteuning voor jeugdigen te financieren. Het gaat dan in principe om jeugdigen die ouder zijn dan 18 jaar.
5 wetten.nl - Regeling - Jeugdwet - BWBR0034925 (overheid.nl)
6 wetten.nl - Regeling - Zorgverzekeringswet - BWBR0018450 (overheid.nl) 7 wetten.nl - Regeling - Wet langdurige zorg - BWBR0035917 (overheid.nl)
8 wetten.nl - Regeling - Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 - BWBR0035362 (overheid.nl)
22
1.1
Welke voorwaarden zijn er?
Onderwijs innen het onderwijs is regio breed een norm voor de basisondersteuning afgesproken. Alle scholen voldoen hier in de basis aan. Wanneer deze basisondersteuning niet volstaat, kan er een beroep worden gedaan op de onderwijsconsulenten (po) of de middelen voor extra steun (vo). De afspraken over wat onder de basisondersteuning en extra steun valt, zijn te vinden op de website van het betrokken samenwerkingsverband. Een kind of jongere kan alleen ondersteuning krijgen vanuit onderwijs als er een inschrijving is in een onderwijsinstelling. Voor speciaal basisonderwijs (SBO), speciaal onderwijs (SO) en voortgezet speciaal onderwijs (VSO) is een Toelaatbaarheidsverklaring (TLV) nodig. Het samenwerkingsverband (po of vo) bepaalt of een leerling in aanmerking komt voor zo’n TLV en geeft in dat geval de TLV af. Of een leerling deelneemt aan een bestaand Onderwijs-Zorg Arrangement (OZA-groep), wordt bepaald in een multidisciplinair overleg (MDO) tussen: een consulent van het samenwerkingsverband (po) indien nodig de orthopedagoog van het samenwerkingsverband (vo) een professional van het sociaal team van de betreffende gemeente, iemand van de betreffende school, denk aan bijv. mentor, Intern Begeleider of Zorgcoördinator. en een ouder/ verzorger van de leerling (en de leerling zelf). Eventueel een JGGZ arts en/of leerplichtambtenaar.
Er kunnen ook andere partijen aansluiten die de onderwijs- en/of ondersteuningsbehoeften evt. kunnen aanvullen/toelichten. Jeugdhulp / gemeente In de Jeugdwet is bijna alle zorg en ondersteuning geregeld voor kinderen tot 18 jaar. In de Lekstroom is in 2023 een nieuwe inkoop vastgesteld. Onderdeel van deze inkoop is Jeugdhulp in Onderwijstijd. Dit heeft ertoe geleid dat een aantal aanbieders is gecontracteerd om specifieke producten te leveren. Andere partijen worden door de gemeenten dus (in principe) niet bekostigd. In algemene zin geldt dat (passend) onderwijs en gemeente (jeugdhulp) altijd samen een ondersteuningsplan maken én vooraf afspreken wie de regie voert waarover en hoe deze afspraken samenkomen. Overleg over de organisatorische (financiële) kant hiervan vindt indien nodig buiten het MDO, dus zonder de aanwezigheid van ouders plaats. In onderstaande schema’s is een onderverdeling gemaakt in verantwoordelijkheid van (passend) onderwijs en verantwoordelijkheid Jeugdwet (gemeente). Zoals duidelijk wordt in het schema, is er ook een grijs gebied. Een gebied waarin de verantwoordelijkheid van het (passend) onderwijs en de Jeugdwet in elkaar overloopt. Die is in het schema gemarkeerd.
23
1. Lees- en leerproblemen Onderwerp
Onderwijs
Gemeente
Uitleg
Leer(problemen)9
Het onderwijs is verantwoordelijk voor alle vormen van begeleiding bij leerproblemen. Denk hierbij aan extra instructie, leren van adequate leerstrategieën, functioneren binnen een groepssetting, verwerking van de onderwijsstof, cognitieve belasting, ondersteuningsmiddelen (o.a. aangepaste leerlijn, (visuele) ondersteuning bij beperking).
Leerproblemen met als oorzaak een sociaalemotioneel probleem
Als blijkt dat de ondersteuningsbehoefte van een leerling groter is dan vanuit de basisondersteuning geboden kan worden, stelt de school een OPP op. Onderwijs is verantwoordelijk voor: didactisch, cognitief, sociaal-emotioneel enkelvoudig, als oorzaak op school ligt/uit de klassensfeer voortkomt zoals pesten. Tenslotte als een leerprobleem oorzaak is van het gedragsproblemen. Gemeente is verantwoordelijk voor: als gedragsproblemen de oorzaak zijn voor leerproblemen. Of oorzaak komt bijv. uit thuissituatie voort (huiselijk geweld/systeemproblematiek) of psychiatrie van het kind. Samenspel is nodig als: er sprake is van een oploop in problematiek, bijv. als het didactische/cognitieve probleem dermate groot wordt dat dit leidt tot ernstige gedragsproblemen. In dit geval stel je samen een ondersteuningsplan op.
Hulp bij leesproblemen
Basis- en extra ondersteuning op school
Dyslexiebasisonderwijs
School is verantwoordelijk voor: aanbod volgens de drie ondersteuningsniveaus van het protocol PDDDB 3.0. Gemeente is verantwoordelijk voor: Onderzoek, diagnose naar en behandeling van Ernstige Dyslexie (ED). Gaat via Zien in de Klas en declaraties gaan direct naar de Backoffice, niet langs het sociaal team
Dyslexie voortgezet onderwijs
9
Ondersteuning van leerlingen met dyslexie. Behandeling van ED is alleen mogelijk als er gestart binnen basisschoolleeftijd
De extra ondersteuning die leerlingen in het onderwijs ontvangen kan op veel verschillende manieren worden vormgegeven. Afhankelijk
van de problematiek van de leerling en de mogelijkheden van de school zal de extra ondersteuning door de school worden ingezet. De ondersteuning zal er altijd op zijn gericht om de leerling verder te helpen in zijn onderwijsontwikkeling. Voorbeelden van ondersteuning van een leerling zijn speltherapie die erop is gericht om spelenderwijs leerproblemen aan te pakken, observatie, onderzoek of tijdelijke begeleiding door een orthopedagoog of een psycholoog, het aanschaffen van aangepast lesmateriaal (bijvoorbeeld pictogrammen of braille leerboeken), remedial teaching, begeleiding bij dyslexie, sociale vaardigheidstraining of kindcoaching. (Bron: Memorie van Toelichting Wet Passend Onderwijs (TK 2011-2012, 33 106, nr. 3 p. 16).
24
Reguliere hulp bij huiswerk
Het is aan ouders om vanuit Eigen Kracht zelf hulp te bieden aan hun kind of hulp in te kopen (zoals huiswerkinstituut). Dit geldt ook voor ondersteunen bij het plannen van huiswerk.
Extra hulp bij huiswerk
School is verantwoordelijk bij:
Ouders vaardigheden aanleren zodat zij hun kinderen kunnen helpen bij het huiswerk
Ondersteuning van de ouders zodat zij hun kind kunnen begeleiden bij het maken van huiswerk middels het indiceren van opvoedondersteuning. Dit valt niet onder Jeugdhulp maar kan wel door de gemeente worden ondersteund in het voorveld.
Remediërend motief (het inlopen van achterstanden). Compenserend motief (school biedt onvoldoende maatwerk en begeleiding aan de leerling). Specifieke Leerbehoeften (bijv. dyslexie/dyscalculie, faalangst, autisme of hoogbegaafdheid). Het aanleren van plannen en structureren van het huiswerk.
25
2. Zintuigelijke en/of lichamelijke en/of cognitieve beperkingen1011 Onderwerp
Onderwijs
Gemeente
Uitleg
Meubilair
School is verantwoordelijk voor het aanvragen van aangepast zit- en werkmeubilair bij het UWV.
Vaardigheden uitvoeren
School is verantwoordelijk voor: hulp bij uitvoeren vaardigheden geleerd tijdens school. Denk aan cluster onderwijs waarbij vaardigheden worden aangeleerd om te gaan met visuele/fysieke beperkingen. Hierbij kan eventueel een ondersteuningsarrangement vanuit cluster 1 (Bartiméus/Visio) of cluster 2 (Auris/Kentalis) ingezet worden.) ZVW is verantwoordelijk voor: Hulp bij uitvoeren vaardigheden geleerd tijdens therapie (GGZ).
Hulpmiddelen om aan onderwijsleerproc es deel te kunnen nemen
Begeleiding bij functioneel en structureel gebruik hulpmiddelen indien deze onder de WMO vallen. Jeugdhulp of WLZ kan hulp bieden bij uitvoeren/overnemen taken/ activiteiten. Onder hulpmiddelen worden geen leerstofmiddelen verstaan.
Fysieke belastbaarheid
School is verantwoordelijk voor: het aanpassen van onderwijstijden. (Bijv. volgens de Variawet, eventueel in overleg met de leerplichtambtenaar). Gemeente is verantwoordelijk voor: individuele afspraken over balans fysieke inspanning- ontspanning. Hierbij kan de leerplichtambtenaar betrokken worden.
10 De Wet Langdurige Zorg (WLZ) is voorliggend aan jeugdhulp. In een aantal gevallen heeft jeugdige een WLZ indicatie. Dan
voorziet de WLZ i.p.v. de gemeente in de ondersteuning. 11 Is vooral van toepassing op cluster 3 onderwijs. Is ook afhankelijk van de hoogte van de bekostiging wat de school zelf kan bieden.
26
3. Persoonlijke verzorging Onderwerp
Onderwijs
Gemeente
Uitleg
Normale dagelijkse zorg bij kleuters
Denk aan ondersteunen bij aan- en uitkleden, veters strikken, jassen aandoen, helpen met naar de wc gaan etc.
Persoonlijke verzorging bij Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen
School is verantwoordelijk voor: het leveren van persoonlijke verzorging tot een aantal minuten afhankelijk van leeftijd en (on)mogelijkheden (zie tabel hieronder voor te leveren minuten).
Persoonlijke verzorging als gevolg van een belangrijke medische component
De jeugdverpleegkundige bepaalt welk deel van de verzorging ten laste van ZvW komt.
Gemeente is verantwoordelijk voor: het leveren van persoonlijke verzorging als deze meer is dan het aantal minuten wat het onderwijs moet leveren met daarbij de beperking dat het niet onder de Wlz of Zvw valt.
(stuk buiten Zvw)
Persoonlijke verzorging, een toelichting Bij kleuters horen het strikken van veters, het aantrekken van een jas en (beperkte) hulp bij naar de wc gaan tot gangbare en normale dagelijkse zorg (begeleiding). In 2014 is door het CIZ de AWBZ-indicatiewijzer opgesteld. Daarin staat wat onder de verantwoordelijkheid van het onderwijs valt (sinds invoering van de Wet passend onderwijs op 1 augustus 2014). De bekostiging van deze vorm van zorg binnen het onderwijs is sindsdien aangepast, maar de grens met de andere wetgeving is niet veranderd. Op grond van artikel 1.2, ld 1, onder b van de Jeugdwet, wordt de inzet betaalt uit een andere wet, indien er op basis van die andere wet hulp kan worden verkregen. Omdat in 2014 is bepaald welk gedeelte van persoonlijke verzorging onder de verantwoordelijkheid van het onderwijs valt, zal dat door de gemeente als een voorliggende voorziening worden beschouwd. De tabel hieronder laat zien welk deel van de persoonlijke zorg onder verantwoordelijkheid van de school valt. Hulp die niet benoemd is in de tabel en waarbij er geen recht is op de Zvw of de Wlz, valt onder de Jeugdwet AWBZ GRONDSLAG
Leeftijd schoolgaand kind
Persoonlijke verzorging in minuten per week
Lichamelijke beperking
Tot 12 jaar
241
Vanaf 12 jaar
176
Tot 12 jaar
98
Vanaf 12 jaar
0
Tot 12 jaar
50
Vanaf 12 jaar
30
Vanaf 12 jaar
185
Vanaf 12 jaar
189
Somatische aandoening/ beperking
Verstandelijke beperking
Verstandelijke en lichamelijke beperking
27
4. 4. Gedragsproblemen Onderwerp Begeleiding bij gedragsprobleme n in de klas, waar het gaat om moeilijkheden rondom het leren.
Onderwijs
Gemeente
Uitleg Als een jeugdige vanwege een aandoening, beperking of psychiatrische stoornis gedrag vertoont dat het leren bemoeilijkt, dan valt de bijbehorende begeleiding onder verantwoordelijkheid van het onderwijs. Het gaat om activiteiten die te maken hebben met het volgen van lessen, het leren, vak inhoud (al het didactische) en pedagogische omgang met klasgenoten en leerkrachten. Indien school zorgen heeft over het gedrag van een leerling, dan bespreken met sociaal Team. Gemeente is verantwoordelijk voor inzet van producten jeugdhulp in onderwijstijd, waaronder de inzet groeps- OZA ter preventie van uitval van de leerling. Daarbij betaalt de gemeente het Jeugdzorg deel en de school het onderwijsdeel.
Emotioneel functioneren
School is verantwoordelijk voor: eerste screening en heeft een signalerende functie gericht op de emotionele ontwikkeling. Onder andere het begeleiden en ondersteunen in omgaan met en uiten van emoties, opkomen voor jezelf/weerbaarheid en maken van keuze/autonomie, omgaan met conflictsituaties. Inzet van o.a. SoVa training, Rots en water training en speltherapie (po) valt hier ook onder. Gemeente is verantwoordelijk: indien het buiten het ‘normale’ ontwikkelingsprofiel valt en beschreven is in een OPP, dan is het jeugdwet. Wanneer het OPP overstijgt is tussen sociaal team en school/SWV te bepalen. => Als een gecombineerde aanpak nodig is, bepalen partijen dit samen in een ondersteuningsplan .
Begeleiding in vrije situaties op school en pauzes.
School is verantwoordelijk voor: het toezien op de klas tijdens pauzes en gymlessen.
Individuele begeleiding (1 op 1 begeleiding) op school
School is verantwoordelijk voor: Extra (didactische en pedagogische) ondersteuning die nodig is om onderwijsdoelen te bereiken moet door scholen geboden worden.
Gemeente is verantwoordelijk voor: in het geval van ernstige situaties waarbij het gedrag van een jeugdige de omgang met andere leerlingen bemoeilijkt. Het gaat dan om toezicht i.c.m. het plegen van interventies om schade aan andere leerlingen te voorkomen. Zie verder onder hoofdstuk 2 wegwijzer voor grijze gebied
Eventueel met extra inzet/ondersteuningsmiddelen vanuit het SWV (afhankelijk van de gemaakte afspraken binnen het SWV over basis- en extra setun). Gemeente is verantwoordelijk voor: Op grond van de Jeugdwet is de gemeente verantwoordelijk voor de 28
bekostiging van begeleiding op school op het moment dat dit de ondersteuning vanuit school en samenwerkingsverband overstijgt. Dit betreft jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en psychische stoornissen die breder invloed uitoefenen dan alleen het leren. Hulpmiddelen en materialen
Materialen en hulpmiddelen tbv emotioneel functioneren (denk aan emotiethermometer, stoplicht, wiebelkussens, koptelefoon, drukvest en verzwaringsdeken).
Diagnostisch onderzoek
School is verantwoordelijk voor: het intelligentieonderzoek i.v.m. leerproblemen. Het signaleren van een achterstand in de sociaal-emotionele ontwikkeling waaruit mogelijk gedragsproblemen voortvloeien. Signaleren van laag- of hoogbegaafdheid of problemen bij de executieve functies. Gemeente is verantwoordelijk voor: het breed diagnostisch onderzoek gericht op het verklaren van gedragsproblemen en/of sociaal-emotionele problemen (o.a. ADHD en ASS). Een intelligentie bepaling is onderdeel van het brede onderzoek, tenzij dit onderzoek gedaan wordt uit het oogpunt van leerproblemen.
Psycho-educatie aan docent, leerling en/of ouders
School is verantwoordelijk voor: professionalisering van docenten en/of IB’er/ondersteuningsteam ten aanzien van het algemene beeld en handvatten rondom psychiatrische/zintuigelijke/cognitieve beperkingen. En psycho-educatie op basis van eigen onderzoek onderwijs. Tevens vervult het SWV hierin een rol op regioniveau. Gemeente is verantwoordelijk voor: psycho-educatie en handelingsgerichte adviezen aan jeugdige, ouders en docenten n.a.v. een breed diagnostisch onderzoek of als onderdeel van een jeugdhulptraject van de individuele leerling.
Begeleiding elders dan op school
SWV is verantwoordelijk: indien er sprake is van een wachtlijst voor (V)S(B)O wordt onderzocht wat de best passende stap is ter overbrugging van de periode tot de start in het (V)S(B)O Gemeente is verantwoordelijk: indien er sprake is van wachttijden door wachtlijst jeugdhulp, of als zorg voorliggend is.
5. Onderwijs en/of begeleiding niet op een schoollocatie Onderwerp
Onderwijs
Gemeente
Onderwerp
29
Leerling is ingeschreven in het onderwijs maar kan geen of nauwelijks onderwijs volgen op een school en gaat naar een jeugdhulplocatie tijdens schooltijden
School is verantwoordelijk: voor het onderwijsaanbod op locatie. Onderwijs neemt eventueel in contact met het samenwerkingsverband ook de regie op terugkeer naar onderwijssetting.
‘Stage’ als voorbereiding op dagbesteding
Wanneer een leerling stage loopt als voorbereiding op dagbesteding is afstemming nodig. Zie hoofdstuk 2 ‘Wegwijzer voor het grijze gebied’ (paragraaf 2.5).
Gemeente is verantwoordelijk: voor de financiering van de jeugdhulp zowel thuis of op locatie van zorgaanbieder. Elk uur dat er onderwijs gegeven kan worden, wordt in mindering gebracht van de jeugdhulp.
Het onderstaande overzicht toont de afgesproken (wettelijke) verdeling van verantwoordelijkheden tussen Jeugdwet en Onderwijswetten per onderdeel. Als we dit dan vertalen naar de ingekochte producten binnen Lekstroom dan krijg je de onderstaande verdelen:
Producten versus wetten en verantwoordelijkheden: Onderdeel
Jeugdwet
Overige wetten
Onderwijswet basis ondersteuning
Onderwijswet extra ondersteuning
Grijs gebied
PO-VO
PO-VO
PO-VO
PO-VO
X
1.
Vroeg signalering en ondersteuning
2.
BSO+
X
3.
Naschoolse dagbestedingsgroep (oa weekend-/vakantie opvang
X
4.
Schoolvervangende dagbestedingsgroep
X
5.
Begeleiding groep met onderwijsperspectief(midden)
PO-VO
PO-VO
X
6.
Begeleiding groep met onderwijsperspectief(zwaar)
PO-VO/SO
PO-VO/SO
X
7.
Dagbesteding zonder onderwijsperspectief
X
8.
Ontwikkelklassen voorschools
X
9.
Observatie en diagnostiek in onderwijstijd
PO-VO
PO-VO
10. Kinderdagcentrum
X
X
X
Ad 1) Primaire en secundaire preventie wordt opgepakt op school, eventueel in samenwerking met de ketenpartners. Invloedrijke risicofactoren in de leerling en/of de omgeving worden in beeld gebracht, waarna interventies ingezet worden. Voor een deel kan dit binnen de basisondersteuning en voor een deel binnen de 30
extra ondersteuning die door middel van handelingsgerichte ondersteuning door het samenwerkingsverband ingezet kan worden. Daarnaast krijgt het onderwijs van het ministerie van OCW middelen voor extra begeleiding op scholen met veel risicoleerlingen. Het budget komt bovenop het schoolmaatschappelijk werk dat gemeenten vaak al inzetten, niet ter vervanging ervan. De manier waarop het onderwijs de extra begeleidingsmiddelen ontvangt, verschilt in het PO en VO. Samenwerkingsverbanden PO ontvangen vanuit het ministerie middelen voor schoolmaatschappelijk werk PO in het kader van veiligheid en opvang van risicoleerlingen. Aan het samenwerkingsverband PO, waarvan de som der achterstandsscores van de vestigingen binnen het samenwerkingsverband 1 of meer is, wordt een bedrag van € 12,66 per achterstandsscore toegekend. Diverse scholen voor speciaal (basis)onderwijs bieden curatieve ondersteuning en richten zich daarmee op leerlingen die ernstig ordeverstorend, leerbelemmerend of grensoverschrijdend gedrag laten zien. Vanuit het speciaal onderwijs worden, als dat nodig is, ook de ketenpartners betrokken. Wetgeving: De inzet op het versterken van sociale vaardigheden ten behoeve van de leerontwikkeling in de klas/op school valt onder de wet Passend Onderwijs.
Wanneer er gekeken wordt naar het versterken van deze sociale vaardigheden ten behoeve van problematisch gedrag (vaak binnen verschillende contexten) ontstaat er een grijs gebied. Preventie op gedrag en het versterken van de sociale vaardigheden thuis en/of in de leefomgeving buiten school vallen tevens onder preventie, maar niet onder de wet Passend Onderwijs of de Jeugdwet. Het Sociaal Team voert hier zelf interventies op of besteedt dit uit aan een externe partij. Ad 2) Er wordt in alle gevallen gekeken of er andere passende duurzame oplossingen mogelijk zijn binnen de thuissituatie, het netwerk van de inwoner of binnen algemene toegankelijke voorzieningen zoals reguliere opvang, Handje Helpen, Buurtgezinnen of de onderwijsinstelling. Als gebleken is na onderzoek van het Sociaal Team dat deze vormen van ondersteuning onvoldoende aansluiten bij de hulpvraag of ontoereikend zijn, kan gekozen worden voor een vorm van opvang buitenshuis (naschoolse opvang). Ook is ondersteuning in de thuissituatie in sommige gevallen voorliggend, omdat er dan samen met opvoeders aan structurele oplossingen wordt gewerkt. De BSO+ werd voorheen volledig bekostigd vanuit de Jeugdwet. Hiermee werd dus zowel de naschoolse opvang bekostigd als de extra benodigde pedagogische begeleiding. Naschoolse opvang valt echter niet onder verantwoordelijkheid van de gemeente.
Dit heeft als gevolg dat bijvoorbeeld de gemeente Houten de opvang niet meer betaalt. De kosten voor de naschoolse opvang komen, net als voor regulier naschoolse opvang, voor rekening van de ouders. De gemeente bekostigt wel de extra ondersteuningsbehoefte vanuit de jeugdwet, ook wel de ‘plus’. Deze ‘plus’ wordt afgegeven aan de hand van het aantal dagdelen per week dat de jeugdige gebruikmaakt van de naschoolse opvang. Ad 5/6) Als een leerling belemmeringen ervaart in het ontwikkelingsproces, kan de school vanuit de basisondersteuning (algemeen geldende) ondersteuning aan iedere leerling bieden. Als deze ondersteuning niet voldoende blijkt en/of het gedrag doet zich ook voor buiten de schoolcontext, dan worden zwaardere interventies ingezet. Als een leerling extra ondersteuning nodig heeft bovenop de lichte ondersteuning, worden er onderwijsarrangementen ingezet op de eigen school. Via het samenwerkingsverband kan hiervoor ter ondersteuning extra hulp voor worden aangevraagd. Als er extra ondersteuning nodig is met betrekking tot gedrag en deze hulp kan niet binnen het reguliere onderwijs geboden worden, dan worden leerlingen verwezen naar het speciaal onderwijs. Afhankelijk van de hulpvraag wordt een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) voor (V)SO of SBO toegewezen vanuit het samenwerkingsverband.
Gemeente Wanneer de inzet van de basis- en extra ondersteuning niet voldoende is, of wanneer het problematische 31
gedrag zich afspeelt binnen verschillende contexten, komt jeugdhulp vanuit de gemeente in beeld. Dit kan bijvoorbeeld door de inzet van hulpverlening, training, begeleiding of doorverwijzing naar externe partijen voor diagnostiek en behandeling. Wetgeving Lichte ondersteuning en extra ondersteuning ten aanzien van gedrag binnen de school, valt onder de wet Passend Onderwijs. Per samenwerkingsverband en per school is het verschillend hoe deze ondersteuning is ingericht. Als er ondersteuning nodig is bij het versterken van vaardigheden om problematisch gedrag te verminderen binnen verschillende contexten, ontstaat er een grijs gebied. Ad 9) Scholen zijn gericht op het geven van onderwijs aan jeugdigen. Scholen hebben zorgplicht en moeten extra ondersteuning bieden aan leerlingen die dat nodig hebben. Het gaat dan om ondersteuning gericht op het volgen van onderwijs en om de leerling verder te helpen in zijn onderwijsontwikkeling. Als de extra ondersteuning primair gericht is op het leerproces dan is de school verantwoordelijk voor de ondersteuning. Wetgeving Bij overdracht en decentralisatie is volgends de parlementaire geschiedenis observatie, onderzoek of tijdelijke begeleiding onder schooltijd de verantwoordelijkheid van de school.
32
1. Jeugdwet en Zorgverzekeringswet
Jeugd-GGZ is de behandeling van psychische problemen of psychiatrische aandoeningen bij kinderen en jongeren. Binnen de GGZ zijn er drie segmenten: Huisartsenzorg; uitgevoerd door de huisarts en praktijkondersteuner (POH-GGZ) en gefinancierd door de zorgverzekeraar.; Generalistische Basis-GGZ (GB-GGZ), betreffende jeugd gefinancierd door de gemeente; Specialistische GGZ (SGGZ), betreffende jeugd gefinancierd door de gemeente. De Jeugd-GGZ werd tot eind 2014 vergoed door de zorgverzekeraars. Behandelingen die langer dan een jaar duurden, werden betaald uit de AWBZ of door de gemeente. Provinciale Bureaus Jeugdzorg hadden tot eind 2014 ook een taak in de jeugd-GGZ, namelijk preventie, informatie en advies, en toeleiding (indicatiestelling). Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de jeugd-GGZ. Ook als de behandeling langere tijd duurt. 33
Jeugd-GGZ zit niet meer in het basispakket van de zorgverzekering. Zorgverzekeraars kunnen deze hulp wel via een aanvullende verzekering aanbieden. Hoewel gemeenten zorgen voor de kwaliteit, toegang en beschikbaarheid van hulp aan jongeren met psychische problemen en stoornissen blijft een klein deel van de jeugd-GGZ door de zorgverzekeraar betaalt, namelijk: Behandeling van lichte psychische klachten door de huisarts of praktijkondersteuner GGZ; Medicijnen tegen psychische aandoeningen voor jongeren die niet in een instelling zitten (ofwel: medicijnen die u zelf met een recept bij de apotheek kunt ophalen). Daarnaast zijn er nog andere behandelingen of zaken die onder de zorgverzekeringswet vallen en dan met name in de aanvullende verzekering: Speltherapie: 3 tot 14 jaar Vaktherapie: sommige vormen Psychomotorische kindertherapie(tot of rond 12 jaar): leren stress reguleren, emoties verwerken en ervaringen opdoen met ander gedrag Soms: counseling In de verordening en beleidsregels is dan ook opgenomen dat voor bovenstaande zaken er eerst gekeken wordt in het kader van draaglast of ouders aanvullend verzekerd zijn alvorens er gekeken wordt naar de Jeugdwet. Zorgverzekeringswet is namelijk altijd voorliggend op de Jeugdwet.
3. Jeugdwet en Wet langdurige zorg (Wlz) Wanneer een jeugdige blijvende 24-uurs zorg of toezicht nodig heeft, valt deze jongere onder de Wet Langdurige Zorg (Wlz). De uitzondering hierop is als het als gevolg is van een lichamelijke beperking, want dit valt onder de Zorgverzekeringswet. Onder de Wlz valt dus de zorg voor kinderen en jongeren die een ernstige beperking of stoornis hebben, waardoor 24-uurs zorg of toezicht nodig is. Kenmerkend, en een voorwaarde voor de Wlz, zijn jongeren wie hun hele leven hulp nodig hebben. Een Wlz-indicatie is voor onbepaalde tijd. De Wlz is bedoeld voor jeugdigen waarbij de zorg en ondersteuning via de Jeugdwet of Zorgverzekeringswet niet voldoende is. Wanneer een jeugdige Wlz-zorg krijgt, valt hieronder: Verblijf in een instelling. Hieronder vallen alle nodige zorg: verpleging, persoonlijke verzorging, begeleiding en behandeling Kortdurend verblijf: logeeropvang ter ontlasting van de mantelzorger(s). Dagbesteding: activiteiten gericht op ontwikkeling, zelfredzaamheid en sociale interactie. Respijtzorg: tijdelijk verblijf in een zorginstelling ter ontlasting van de mantelverzorger. Individuele begeleiding: ondersteuning bij dagelijkse activiteiten en structuur. Groepsbegeleiding: deelname aan activiteiten in groepsverband, welke gericht zijn op ontwikkeling, sociale interactie en structuur. Verpleging en persoonlijke verzorgen.
Denk bij persoonlijke verzorging aan hulp bij algemeen dagelijkse levensbehoeften (hulp bij eten, wassen, aankleden etc.) Gespecialiseerde behandeling gericht op het omgaan met de beperking of aandoening. Dit kan medisch zijn, fysiotherapie, logopedie, en psychologische hulp. Vervoer van en naar de zorginstelling.
34
Aanvragen Wlz Om in aanmerking te komen voor de Wlz, moet er een indicatie worden opgesteld door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Er worden drie voorwaarden gesteld: 1 2. 3.
Beperking of handicap. De Jeugdige heeft een verstandelijke beperking, lichamelijke ziekte of beperking en/of een zintuigelijke handicap, die is vastgesteld door een ter zake deskundige, zoals een arts of een GZ-psycholoog. Onveilige situatie. Door de aandoening of ziekte van de jeugdige moet er dag en nacht iemand bij de jeugdige in de buurt zijn. Anders kan er een onveilige situatie ontstaan. Levenslange zorg. Het is nu al duidelijk dat de jeugdige het toezicht en de zorg zijn hele leven nodig heeft. Dus ook als de jeugdige volwassen is, moet er altijd iemand in de buurt zijn.
Het CIZ hanteert geen harde leeftijdsgrens, maar signaleren wel vaak dat bij jonge kinderen het accent ook ligt op de medische zorg. Wanneer deze medische zorg minder wordt, en het langzaam verschuift naar de gehandicaptenzorg, kan pas duidelijk worden of deze kinderen langdurige en levensbrede zorg nodig hebben. Dit is vaak rond het 5e levensjaar. De ouder(s)/verzorger(s) van een jeugdige moeten toestemming geven voor het aanvragen van een Wlz-indicatie12. Het Sociaal Team mag dit niet zelf doen zonder toestemming.
Jeugdige in de Wlz Niet alle jeugdigen met zware of intensieve zorg vallen onder de Wlz. Het CIZ kijkt naar de onderliggende oorzaak van de 24-uurs zorgbehoefte. Wanneer een jeugdige ernstige psychiatrische problemen heeft, valt deze hulp onder de Jeugdwet. Daarnaast krijgt een jeugdige geen Wlz-indicatie als er nog een kans op ontwikkelen is, waardoor er geen 24-uurs zorg meer nodig is. Jeugdhulp vanuit de Jeugdwet en een Wlzindicatie kunnen wel naast elkaar bestaan. Daarnaast vindt de Wlz onderwijs niet een voorliggende voorziening, waardoor zij tegelijk ondersteuning kunnen bieden. De psychiatrische problematiek valt alleen onder de Wlz als deze blijvend en intensief is én gecombineerd is met ernstige beperkingen. Kortdurende of minder ernstige psychiatrische problematiek valt onder andere wetten. Onder ernstige psychiatrische problematiek wordt verstaan: langdurige, complexe en vaak invaliderende psychische aandoeningen die aanzienlijk invloed hebben op het dagelijks functioneren. Deze problematiek vereist vaak intensieve, gespecialiseerde zorg en ondersteuning. Voorbeelden van ernstige psychiatrische problematieken zijn: Schizofrenie en andere psychotische stoornissen. Stemmingsstoornissen: bipolaire stoornis en ernstige depressie. Ernstige angststoornissen: OCD en PTSS.
Persoonlijkheidsstoornissen: borderline persoonlijkheidsstoornis en antisociale persoonlijkheidsstoornis. Eetstoornissen: anorexia nervosa en boulimia nervosa. Ernstige ontwikkelingsstoornissen: autismespectrumstoornis (ASS) met ernstige bijkomende problematiek.
Een jeugdige heeft een Wlz-indicatie Als een jeugdige een Wlz-indicatie heeft, dan is de Wlz voorliggend. Hiermee wordt bedoeld: De Wlz gaat voor, voor alle andere wetten. Dus, de gemeente of zorgverzekeraar mag niet meer betalen voor de hulp voor de jeugdige. Deze wordt immers betaald door de Wlz. Wanneer een jeugdige eerder hulp kreeg vanuit de gemeente (Jeugdwet) of vanuit de zorgverzekeraar, en de jeugdige deze zorg graag wilt houden, dan is dit mogelijk. De aanbieder kan dezelfde zorg blijven bieden, mits (1) deze onder de Wlz-aanspraken valt en (2) de zorgaanbieder gecontracteerd is door de Wlz-zorg of als onderaannemer of via de PGB kan of wil werken. Het omzetten van de hulp vanuit een ander domein, kan tijd kosten: de zorg mag maximaal 5 kalenderdagen worden doorbetaald vanuit het andere domein (Jeugdwet, Wmo of Zvw).
12 www.regelhulp.nl/onderwerpen/wlz/wlz-zorg-jeugd
35
De Wlz werkt daarnaast met zorgprofielen. Het CIZ besluit welk zorgprofiel het beste past bij de jeugdige. Deze zorgprofielen zijn: Verpleging en verzorging Verstandelijk gehandicapt Licht verstandelijk gehandicapt Lichamelijk gehandicapt Zintuigelijk gehandicapt, auditief en communicatief Zintuigelijk gehandicapt, visueel GGZ, B-groep GGZ wonen Jeugdigen kunnen vallen in de zorgprofielen: lichamelijke beperking, verpleging en verzorging, zintuigelijke beperking, en verstandelijke gehandicaptenzorg.
4. Jeugdwet en Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) De Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) is er voor inwoners die hulp nodig hebben om op eigen kracht zelfredzaam te zijn13. De Wmo moet ervoor zorgen dat mensen zo zelfstandig mogelijk kunnen functioneren en kunnen meedoen aan de maatschappij. De onderstaande algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen zijn beschikbaar: Individuele begeleiding Groepsbegeleiding, al dan niet met vervoer Kortdurend verblijf Huishoudelijke ondersteuning Vervoer Woningaanpassingen Hulpmiddelen De Wmo is er vooral voor inwoners vanaf 18 jaar. Echter, zij kunnen ook voorzieningen treffen voor jeugdigen, zoals hulpmiddelen (bijv. een rolstoel) bieden voor kinderen met een beperking of vervoer. Daarnaast regelt de Wmo onafhankelijke cliëntondersteuning voor inwoners met een ondersteuningsvraag. Deze cliëntondersteuning geldt ook voor ouders, ook als het om ondersteuning gaat die vanuit de Jeugdwet geregeld moet worden. Wanneer een voorziening zowel op grond van de Jeugdwet als op grond van de Wmo mogelijk is, dan gaat de voorziening van de Wmo voor. Hierop zijn twee uitzonderingen gemaakt, te weten: 1. 2.
De gevallen waarbij het een voorziening op het gebied van begeleiding als bedoelt in artikel 1.1.1 Wmo 2015 betreft en de jeugdige nog geen 18 jaar is. De gevallen waarin het jeugdhulp betreft als bedoeld in artikel 2.4 lid 2 sub b Jw. Het gaat dan om jeugdhulp die: a. de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of b. de jeugdhulp die noodzakelijk is voor de tenuitvoerlegging van een machtiging tot uithuisplaatsing als bedoeld in art 1:265b BW c. de jeugdhulp die de rechter, het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële jeugdinrichting nodig achten bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing d. die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van jeugdreclassering In de voornoemde gevallen moet in het kader van de jeugdwet worden beoordeeld of er sprake is van jeugdhulp en al dan niet een voorziening verstrekken.
13 www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/zorg-en-ondersteuning-thuis/wmo-2015
36
Bovenstaande uitzonderingen in vormen van begeleiding stoppen wel op het moment dat de jeugdige 18 jaar wordt. Hier is dan ook geen sprake van verlengde jeugdzorg. Een eventuele verlenging van een begeleiding zal dan opnieuw moeten worden aangevraagd via de Wmo.
Verlengde Jeugdzorg Om te voorkomen dat jongeren na hun 18e verjaardag in de problemen komen door een gebrek aan hulp, is er de mogelijkheid van verlengde jeugdzorg. Daarbij kan de jeugdzorg verlengd worden tot de 23e verjaardag, en in geval van jeugdreclassering zelfs langer. Er zijn in principe drie redenen om verlengde jeugdzorg te verlenen Als er na de 18e verjaardag van een jongere geen passende zorg vanuit een ander kader (Wlz, Zvw, of Wmo) is, kan verlengde jeugdzorg worden geboden indien er aan minimaal één van de volgende voorwaarden is voldaan. De jeugdzorg die vóór de 18e verjaardag is begonnen, is nog niet afgerond. Vóór de 18e verjaardag is al bepaald dat er jeugdzorg nodig is. De jeugdzorg is vóór de 18e verjaardag afgerond, maar de cliënt heeft binnen een half jaar (nadat de cliënt 18 is geworden) weer hulp nodig. Voor pleegzorg en gezinshuizen bestaan aparte afspraken. Net als andere vormen van jeugdzorg kan het ook voor pleegzorg noodzakelijk zijn om dit door te zetten na de 18e verjaardag van een jeugdige. Omdat dit dusdanig vaak het geval is, is er in 2018 de bestuurlijke afspraak gemaakt dat pleegzorg standaard wordt afgegeven tot het moment dat een jeugdige 21 wordt. Daarna kan pleegzorg, net als andere vormen van jeugdzorg, verlengd worden tot de 23e verjaardag van een jeugdige.
Volwassen cliënten hebben wel zelf de mogelijkheid om af te zien van pleegzorg. Onderhand is deze afspraak over pleegzorg ook in de wet opgenomen. In 2020 is een soortgelijke bestuurlijke afspraak gemaakt rondom gezinshuizen. Buiten pleegzorg is er geen verplichting voor gemeenten om verlengde jeugdzorg na het 18e jaar in te zetten! Daarbij gebeurt dit in de regel alleen bij jeugdigen die in een instelling zitten of in pleegzorg. Hierbij heeft dit vaak ook te maken met het feit dat ze niet direct door kunnen stromen naar een passende vervolgvoorziening en we niet willen dat, zoals in het verleden, een jeugdige direct na zijn 18e met zijn spullen uit de instelling wordt gezet. Een overgang van jeugdzorg naar Wmo betekent een overgang binnen het gemeentelijk domein. Niet alle aanbieders zijn echter gecontracteerd onder zowel Jeugdwet als Wmo. Daarom kan de overgang betekenen dat een cliënt naar een andere aanbieder moet. Om de continuïteit van zorg voor de cliënt te borgen, kiezen gemeenten dan soms voor verlengde jeugdzorg. Daarnaast liggen de tarieven voor jeugdzorg typisch hoger liggen dan voor vergelijkbare zorgvormen via de Wmo. Aanbieders prefereren daarom vaak jeugdzorg, ook omdat jongeren die net 18 zijn vaak meer begeleiding nodig hebben dan de gemiddelde Wmo-cliënt.
Deze twee redenen zorgen er dan ook voor dat de meeste vormen van verlengde jeugdzorg een alternatief zijn voor zorg vanuit de Wmo. Vanuit de Jeugdwet is er geen verplichting tot voortzetting na de 18e verjaardag. De gemeente kán de jeugdhulp voortzetten. Echter heeft het de voorkeur om de jeugdige over te laten gaan naar een ander kader. Zeker in de gevallen dat dit vanwege een tariefsopbouw voor de aanbieders (tarief Jeugdhulp is in vele gevallen hoger dan de WMO of andere wetten). Op dit moment hebben we 18 jeugdigen in de verlengde jeugdhulp zitten. Hiervan zijn er 3 vanuit het dwangkader en 10 vanuit verblijf. Dit houdt een resterende 5 jeugdigen over. Hierbij is de jeugdzorg begonnen voor het 18e jaar en/of wordt Wmo/Wlz erbij betrokken.
Bijlage 2. Alternatieven binnen het voorveld. Wat ondervangen kan worden in het preventieve voorveld 37
Lichte psychische klachten Eenzaamheidsklachten: Join Us Ouders met psychische of verslavingsproblemen: KOPP-KOV groepen bij Jellinek Preventie. Mogelijk voor 4 t/m 20 jaar) Santé groepsaanbod t/m 12 jaar: weerbaarder worden, leren opkomen voor jezelf, grenzen aangeven, sociale vaardigeden aanleren, meer zelfvertrouwen Specifiek: faalangst training & omgaan met hoog sensitiviteit Specifiek: voor kinderen die de overgang van PO naar VO te spannend vinden (nu soms begeleider ingezet voor overbrugging) Santé groepsaanbod 12 t/m 18 jaar: leren opkomen voor jezelf, grenzen aangeven, sociale vaardigheden aanleren. Specifiek: omgaan met emoties (zelfcontrole, zelfbeheersing, zelfinzicht ontwikkelen) 12 t/m 14 jaar Beginnende verslaving (nog geen ‘echte’ verslaving): Jellinek Preventie Jouwggd.nl: online info over meerdere onderwerpen, o.a. familie en vrienden, gevoel, school & toekomst.
Een jongere die thuiszit, welke sociale contacten verliest: Handje Helpen heeft een maatje voor thuiszitters (“als naar school gaan niet meer lukt”)
Alles rondom scheiding (relatie en scheidingsdesk) Kinderen: KIES training (kinderen in echtscheidingen) & Vila Pinedo (online maatje) Ouders: maatjesproject stiefschouder (samengestelde gezinnen) en cursus stiefouder. Ook ouders voor elkaar (maatje), ouderbijeenkomsten.nl & spreekuur.
Opvoedondersteuning ouders Herkenning en ontmoeten: oudercafé (0-2 jaar), samen spelen (4-12 jaar): kids met een beperking die buiten spelen, en voorleesdagen in de bibliotheek (2-6 jaar). Ademruimte: Buurtgezinnen en handje helpen Vragen rondom de opvoeding: Familie en Co De Oudertelefoon NJI: website met informatie over opvoeden en opgroeien Helder opvoeden: website met focus op roken, alcohol, drugs en gamen Santé groepstrainingen: Navigeren door puberteit: handvatten krijgen, grenzen stellen, positief leren communiceren Grenzen stellen algemeen Mentale flexibiliteit Omgaan met stress Mentale zelfzorg Mind Korrelatie: praten met een hulpverlener GGD met consultatiebureau (0-4 jaar) en inloopspreekuur (0-12 jaar) Specifiek IJsselveld Oost en/of kind op basisschool Kindcentrum WIJ: Familie en Co spreekuur. 113: voor jongere zelf en voor ouders die zich zorgen maken Mind Korrelatie
Bij misdrijven, verkeersongevallen of zelfdoding (iemand gevonden bijvoorbeeld): Slachtofferhulp Ondersteuning emotioneel, praktisch en juridisch voor kinderen 12 jaar of ouder OF ouders ondersteunen bij kind slachtoffer (dan maakt de leeftijd niet uit)
Sporten met autisme: prikkelvrij zwemmen Meer behoefte sociaal contact: 38
Pulse jongerenwerk Join Us Samen Spelen FIT IJsselstein voor sporten
39
Bijlage 3. Financiële onderbouwing scenario’s 1 en 2 In deze bijlage geven we voor zowel scenario 1 als scenario 2 een meer gedetailleerde financiële onderbouwing. Hierbij gaan we in op zowel de (verwachte) ontwikkelingen in het aantal indicaties als het totaal aan kosten. Op deze wijze wordt inzichtelijk hoe de besparing in scenario 2 tot stand komt. De cijfers 2021-2023 onder scenario 1 zijn gebaseerd op werkelijke cijfers. Op basis van de meerjarige trends is per productgroep een trendanalyse gemaakt waarbij een voorspelling is gemaakt van de ontwikkeling vanaf 2024 in het aantal indicaties en de kosten per indicatie. Het totaal aan kosten vloeit hieruit voort. De cijfers vanaf 2024 zijn dus een prognose gebaseerd op onze eigen inschattingen. De cijfers onder scenario 2 zijn voor de periode 2021-2024 gelijk aan scenario 1. Voor de categorieën ‘behandeling regulier’ en ‘begeleiding licht en midden’ is, zoals toegelicht in dit rapport, vanaf 2025 de verwachte reductie in het aantal indicaties weergegeven. Deze verwachting is vervolgens vertaald naar de verwachte kostendaling.
Indicaties scenario 1
40
In het totaal aantal indicaties wordt een heel licht dalende trend voorspeld. In het aantal indicaties per productgroep is te zien dat de verwachte daling met name voortkomt uit de categorieën dyslexie, logeren en JIO (jeugdhulp in onderwijstijd). Op deze gebieden voert het sociaal team al acties uit om het aantal indicaties te verminderen. De overige categorieën zijn in aantal indicaties redelijk stabiel. Voor de volledigheid dient aangemerkt te worden dat YEPH en SaVe niet in dit overzicht zijn opgenomen omdat hier geen indicaties worden geregistreerd.
Indicaties scenario 2
41
Voor behandeling regulier geldt de verwachting dat bij 60% van de huidige indicaties de hulpvraag naar het voorveld verwezen had kunnen worden of dat wij als gemeente niet verplicht waren een voorziening te treffen. In de categorie begeleiding licht en midden is dit ongeveer 70%. In scenario twee is hierdoor te zien dat het aantal indicaties in de categorieën behandeling regulier en begeleiding licht en midden sterk daalt. Op totaalniveau zien we hierdoor een daling van indicaties van ca. 1.250 naar ca. 950. In de overige categorieën verandert in scenario 2 niets ten opzichte van de huidige situatie (scenario 1).
Kosten scenario 1
42
In de kosten onder scenario 1 wordt een stijging voorzien tot ruim 11 miljoen in 2028. Dit is een stijging van ongeveer 4% per jaar. Gezien de licht dalende aantallen indicaties zit deze kostenstijging volledig in de stijging van kosten van per indicatie. Hierbij gaat het om bijvoorbeeld CAO loonstijgingen en inflatie. In bijna alle categorieën is een sterke kostenstijging voorzien. De meest zorgelijke ontwikkeling ziet toe op de categorieën ‘behandeling regulier’, ‘begeleiding licht en midden’, ‘begeleiding zwaar’, ‘gezinsvormen’ en ‘YEPH’. Voor begeleiding zwaar, gezinsvormen en YEPH geldt dat hier weinig mogelijkheden zitten om bij te sturen omdat dit gaat om zwaardere vormen van jeugdhulp waarbij we wettelijk verplicht zijn voorzieningen te treffen. Bovendien zit hierin een zwaardere toevalscomponent waardoor een dergelijke prognose minder betrouwbaar is. De besparingsmogelijkheden op ‘behandeling regulier’ en ‘begeleiding licht en midden’ zijn in scenario 2 in kaart gebracht.
Kosten scenario 2
43
In scenario 2 is te zien dat de kosten in de categorieën behandeling regulier en begeleiding licht en midden sterk worden gereduceerd. De verwachte daling van respectievelijk 60% en 70% in indicaties vertaald naar een evenredige kostenreductie. De kostendaling is iets minder sterk doordat op het restant van indicaties de verwachting is dat de stijgende trend in kosten per indicatie doorzet. Door de verwachte besparing op behandeling regulier en begeleiding licht en midden wordt de stijging in kosten op totaalniveau afgebogen. Tot en met 2027 is zelfs sprake van een lichte daling. Vanaf 2028 is weer sprake van een stijging omdat de verwachte daling in indicaties in 2027 volledig is gerealiseerd maar de kosten per indicatie blijven doorstijgen. Onderstaande tabel bevat alle jeugdvormen die op dit moment kunnen worden ingezet. In groen zijn de categorieën gearceerd waarop de besparing wordt verwacht; Begeleiding Licht en Midden A en Behandeling regulier. In de doorrekening richting 2028 is duidelijk zichtbaar dat het anders inzetten van bovengenoemde producten en de verschuiving naar het voorveld kan leiden tot een besparing van ruim € 1,4 miljoen maximaal in het jaar 2028. Gecorrigeerd voor de maximale investering in het voorveld is de besparing € 1,1 miljoen. Ook is goed zichtbaar dat door deze besparing de totale kosten voor de Jeugdhulp binnen de meerjarenbegroting blijft.
Ook wanneer deze meerjarenbegroting niet alleen wordt aangepast voor inflatie maar ook naar beneden wordt bijgesteld voor de verwachte daling van het aantal kinderen in IJsselstein.
44
45