Ontwerp Provinciaal programma Wonen en werken
Tekst van het document
Gemeenten monitoren jaarlijks de effecten van een regionale uitgifterichtlijn. De provincie ondersteunt hierbij met de Vastgoedmonitor.
20
4. Analyse en doorkijk per (sub)regio Hieronder wordt per (sub)regio een overzicht gegeven van het programma. Allereerst cijfermatig, en vervolgens worden de uitbreidingslocaties met name genoemd. Niet alle in het realisatiedeel van het programma opgenomen woningen buiten het stedelijke gebied (uitleg) komen hierin terug: in het programma zijn ook kleinschalige woningbouwlocaties opgenomen, die op basis van het kwaliteitsinstrumentarium landelijk gebied worden gerealiseerd. Deze ontwikkelingen zijn via de regels in de Interim Omgevingsverordening rechtstreeks mogelijk. Het gaat dan bijvoorbeeld om transformatie van bestaande bebouwing, ruimte voor ruimte of kleinschalige verstedelijking ten behoeve van ruimtelijke kwaliteit. Deze woningbouwaantallen zijn wel opgenomen in het realisatiedeel van het programma, omdat daarmee een zo compleet mogelijk beeld ontstaat van de woningbouwcapaciteit. Op grond van artikel 9.12 van de Interim Omgevingsverordening zijn ook eenmalige uitbreidingen van kernen ten behoeve van lokale vitaliteit tot 50 woningen rechtstreeks mogelijk. Ook deze uitbreidingen zijn wel getalsmatig opgenomen in dit programma. In de tabel onder paragraaf 4.4 wordt aangegeven welke locatie(s) het betreft. In dit provinciale programma worden uitsluitend de uitbreidingslocaties van enige omvang specifiek aangegeven.
Dit betekent voor woningbouw dat wordt ingegaan op locaties vanaf ca. 15 woningen. De kleinere locaties betreffen meestal transformatielocaties in het landelijk gebied.
4.1.
U16
Wonen Het totale realisatiedeel van het programma (63.176 woningen) omvat zo’n 64 % van de onderkant van de bandbreedte (99.200 woningen). Dat betekent dat er minimaal nog voor zo’n 36.000 woningen aan plannen in de komende jaren zal moeten toegevoegd aan het realisatiedeel. Nog eens 26.000 woningen zijn nodig om aan de bovenkant van de bandbreedte te komen en daarmee ook het huidige tekort geheel in te lopen. In de regio U16 als geheel zijn in het realisatiedeel circa 1.270 woningen op uitbreidingslocaties opgenomen, dat is ca. 2 % van het realisatiedeel van het programma. 4
4 Dit aantal wijkt af van het regionaal programma U16: ca. 1500 woningen, als gevolg van het niet of lager opnemen van door
ons als ‘niet-kansrijk’ geachte locaties in Stichtse Vecht en Wijk bij Duurstede.
21
Tabel 6
Programma wonen regio U16 Periode
2020 tot en met 2024
BinnenUitleg stedelijk Realisatie (aantallen per gemeente) De Ronde Venen
Vanaf 2030 BinnenUitleg stedelijk
2025 tot en met 2029
Totaal
BinnenUitleg stedelijk
Totaal
Totaal Totaal
1.002
0
1.002
438
0
438
0
0
0
1.440
Lopik
25
126
151
0
0
0
0
0
0
151
Montfoort
165
20
185
0
110
110
0
0
0
295
Oudewater
324
0
324
0
150
150
0
0
0
474
Stichtse Vecht
3.244
44
3.288
783
0
783
0
0
0
4.071
Vijfheerenlanden
1.460
9
1.469
100
0
100
0
0
0
1.569
Woerden
2.024
0
2.024
1098
0
1098
1
0
1
3.123
U16 West (totaal)
8.244
199
8.443
2.419
260
2.679
1
0
1
11.123
Pijplijn
2.825
418
3.243
1.298
1.122
2.420
7.459
1.475
8.934
14.597
Realisatie & pijplijn
11.069
617
11.686
3.717
1.382
5.099
7.460
1.475
8.935
25.720
Bandbreedte Kader
13.600 - 16.900
De Bilt
217
18
235
200
0
200
0
0
0
435
Utrechtse Heuvelrug
597
94
691
635
0
635
0
0
0
1.326
Wijk bij Duurstede
265
0
265
37
530
567
0
0
0
832
Zeist
1.637
0
1.637
88
0
88
0
0
0
1.725
U16 Oost (totaal)
2.716
112
2.828
960
530
1.490
0
0
0
4.318
923
57
980
412
417
829
602
601
1.203
3.012
3.639
169
3.808
1.372
947
2.319
602
601
1.203
7.330
Pijplijn Realisatie & pijplijn Bandbreedte Kader
6.100 - 9.000
Bunnik
372
147
519
0
0
0
0
0
0
519
Houten
1.118
0
1.118
0
0
0
0
0
0
1.118
IJsselstein
185
5
190
0
0
0
0
0
0
190
Nieuwegein
3.498
0
3.498
1.966
0
1.966
0
0
0
5.464
Utrecht
15.447
16
15.463
24.981
0
24.981
0
0
0
40.444
U16 Midden (totaal)
20.620
168
20.788
26.947
0
26.947
0
0
0
47.735
Pijplijn
1.684
12
1.696
10.855
2.067
12.922
38.310
1.027
39.337
53.955
Realisatie & pijplijn
22.304
180
22.484
37.802
2.067
39.869
38.310
1.027
39.337 101.690
Bandbreedte Kader
79.500 - 99.700
Regio U16 totaal
31.580
479
32.059
30.326
790
31.116
1
0
1
63.176
Pijplijn
5.432
487
5.919
12.565
3.606
16.171
46.371
3.103
49.474
71.564
Realisatie & pijplijn
37.012
966
37.978
42.891
4.396
47.287
46.372
3.103
49.475 134.740
Bandbreedte Kader
99.200 - 125.600
22
Tabel 7
Uitbreidingslocaties wonen opgenomen in het programma Regio U16
Gemeente Lopik Montfoort
Locatie
Aantal woningen (max.) 126 80 50 150
Oudewater
Lopik oost 1 Linschoten Zuid oost Lindeboomseweg Kerkwetering
Stichtse Vecht
Nieuwer ter Aa
35
Wijk bij Duurstede
De Geer III Ophoging De Geer III Overberg ‘t Burgje
250 280 50 141
Utrechtse Heuvelrug Bunnik
Toelichting Bestemmingsplan is reeds vastgesteld.
Van de totale capaciteit van deze locatie (ca. 500) is thans het eerste deel van 150 woningen geprogrammeerd Vitaliteitslocatie (art. 9.12 Interimverordening)
Werken Gemeenten in de regio U16 streven ernaar om de groei van banen in de regio gelijk op te laten gaan met de groei van de beroepsbevolking. Van de 80.000 extra arbeidsplaatsen die nodig zijn tot 2040, zullen er 10.000 tot 2030 (de scope van dit programma) op bedrijventerreinen moeten worden gecreëerd. Daarvoor wordt een aanpak via drie knoppen beschreven: • Knop 1: uitbreiding van bedrijventerreinen door nieuwe locaties toe te voegen aan de programmering • Knop 2: zorgvuldig en intensief ruimtegebruik bestaande terreinen en nieuwe terreinen • Knop 3: transformeren en mengen van locaties. Ten aanzien van knop 1 worden de volgende nieuwe locaties geprogrammeerd. Vrijwel de gehele in het Kader meegegeven bandbreedte (42 -43 ha) wordt ingevuld met eerder door de provincie aanvaardbaar geachte locaties (PRS/PRV en de 7 bedrijventerreinen, zie overzicht in 4.4.) Tabel 8
Programma bedrijventerreinen Regio U16
Periode
Totaal
2020 tot en met 2029 Binnenstedelijk
Uitleg
Realisatie (hectares netto uitgeefbaar) De Ronde Venen Lopik Montfoort Oudewater Stichtse Vecht Vijfheerenlanden Woerden
De Bilt Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede Zeist Bunnik Houten IJsselstein Nieuwegein Utrecht Regio U16 totaal Pijplijn Bandbreedte Kader
De Copen Heeswijk-oost Uitbreiding Tappersheul Meerkerk IVa De Voortuin Van Zwietenweg Uitbreiding De Putkop -Harmelen
4 3 3 5 5 5,7 3,2
Uitbreiding Broekweg
De Kroon
1,6
9
14
25,5
39,5 54 42 - 43
23
Voorts hebben gemeenten voor een totaal van 54 hectare netto uitgeefbaar (indicatief) plannen aangedragen die nog niet in het realisatiedeel van het programma zijn opgenomen, dit is de zogenaamde pijplijn. Over deze plannen moet regionaal nog een afweging plaatsvinden. De regio U16 verkent ook de mogelijkheden voor de realisering van een aantel regionale bedrijventerreinen. Zodra deze plannen concretere vorm hebben gekregen en mits het Kader daarvoor de (kwantitatieve) ruimte biedt, kunnen deze bij eenn volgende actualisatie worden meegenomen. Ook in de U16 was de intensiveringsopgave een belangrijk bespreekpunt bij de totstandkoming van het regionale programma. Gemeenten geven aan dat extra ondersteuning , bijvoorbeeld door inzet van de OMU, essentieel is voor het realiseren van de intensiveringsslag. Door te werken met een regionaal uitgifteprotocol wordt deels invulling gegeven aan knop 2. Hiermee wordt lokaal voorrang gegeven aan lokale bedrijven en – gemeentegrens overstijgend – ruimte geboden voor het faciliteren van de groei van lokale en regionale bedrijven. Bij nieuwe en vrijkomende terreinen worden eisen gesteld aan de floor space index en de terreinquotiënt. Grootschalige ruimtegebruikers van buiten de regio kunnen zich alleen vestigen wanneer het bedrijf bijdraagt aan de economische vitaliteit, op een aantal regionaal (georiënteerde) bedrijventerreinen.
Voorts wordt ingezet op clustering zodat samenwerking, innovatie en circulariteit kunnen worden versterkt. Voor knop 3 is de afspraak vastgelegd dat zoveel mogelijk wordt gestreefd naar functiemenging in het stedelijk gebied, bijvoorbeeld door bedrijfsruimte te incorporeren in bestaande transformatieplannen. De regio heeft in beeld gebracht voor welke bedrijventerreinen eventueel transformatie aan de orde is of kan zijn.
Relatie met verstedelijkingsstrategie Regio U16 Omgevingsvisie provincie Utrecht In de Omgevingsvisie wordt aangegeven dat er voor deze regio de eerstkomende jaren tot 2025/2030 nog voldoende plancapaciteit aanwezig is. Dit strookt met dit programma (realisatiedeel): er wordt slechts een klein aantal nieuwe (uitbreidings)plannen toegevoegd.
24
Afbeelding 3
Kaart Omgevingsvisie Regio U16 Visie 2050
Voor de lange termijn worden twee zoekrichtingen aangegeven voor woningbouw tot 2040/2050: grootschalige ontwikkeling in de A12 Zone tussen snelwegknooppunten Lunetten en Oudenrijn, op de visiekaart opgenomen als zoekrichting voor grootschalige integrale ontwikkeling wonen-en-werken-bereikbaarheid; benutten van potenties bij bestaande OV-knooppunten in de regio, op de visiekaart opgenomen als potentiële locatie voor integrale ontwikkeling wonen en werken rondom knooppunten en als prioritaire locatie voor grootschalige integrale ontwikkeling voor wonen en werken rond knooppunten. Voor een groot deel van de invulling van deze ontwikkelingsrichtingen zijn grote investeringen in de mobiliteitsnetwerken noodzakelijk. In dit eerste programma (realisatiedeel) is er slechts zeer beperkt invulling gegeven aan deze lange termijn zoekrichtingen, het gaat dan met name om reeds bekende plannen zoals bijvoorbeeld Beurskwartier en Merwedekanaalzone in Utrecht. In het kader van de monitoring zullen wij door middel van GIS-toepassingen in beeld brengen in hoeverre het realisatiedeel van het programma invulling geeft aan verstedelijking in de aangegeven zoekrichtingen A12-zone en knooppunten. Hieronder wordt per subregio specifieker ingegaan op het programma, en wordt zo mogelijk ook een doorkijk gegeven naar volgende actualisaties.
4.1.1. U16 West Nieuwe uitbreiding wordt mogelijk gemaakt op nieuwe locaties in de gemeente Montfoort, Oudewater en Stichtse Vecht. Voor Oudewater zijn de locaties Statenland en Kerkwetering opgenomen in het realisatiedeel. Statenland is een grotendeels binnenstedelijke locatie, Kerkwetering is een locatie die voor de komende decennia een rol kan vervullen ten behoeve van de lokale woningbehoefte en vitaliteit. Slechts een beperkt deel (150 woningen) is thans concreet in het realisatiedeel van het programma opgenomen. Voor Montfoort is de PRS-uitbreidingslocatie in Linschoten Zuid-oost opgenomen, en een kleine uitbreiding aan de Lindeboomseweg in de kern Montfoort. De gemeente wil in de komende jaren vanuit oogpunt van lokale vitaliteit nog een andere – grotere – uitbreiding bij de kern Montfoort te realiseren. Over deze plannen zijn we met de gemeente in gesprek. Zodra de plannen daarvoor rijp genoeg zijn, kan de gemeente deze concreet aandragen voor het realisatiedeel bij een volgende actualisatie van dit programma. Voor Lopik-oost wordt de ophoging van de PRS/PRVlocatie Lopik-Oost I van 40 naar 126 woningen mogelijk gemaakt. Voor de komende jaren heeft de gemeente nog andere uitbreidingswensen, ook die kan de gemeente in de komende jaren aanmelden voor het realisatiedeel van het programma wonen en werken.
Voor Stichtse Vecht is een kleinschalige uitbreidingslocatie bij de kern Nieuwer ter Aa opgenomen (vitaliteitslocatie conform art. 9.12). Ook staat er een locatie in Maarssen aan het Amsterdam-Rijnkanaal in het regionaal programma, maar op grond van de regels in de verordening achten wij deze locatie in deze omvang niet kansrijk qua ontwikkeling. Daarom hebben wij deze niet overgenomen in het realisatiedeel van het provinciaal programma. Bezien wordt in hoeverre ter plaatse woningbouw door middel van transformatie van aanwezige bedrijfsbebouwing mogelijk is. Binnenstedelijk zijn er ruim 700 woningen gepland in de buurt van het knooppunt station Maarssen. In de Ronde Venen zijn uitsluitend binnenstedelijke locaties opgenomen, waaronder locatie De Maricken in Wilnis voor in totaal bijna 900 woningen. De gemeente is zich nog aan het oriënteren op enkele nieuwe uitbreidingen. Hierover gaan we met hen in overleg. Het is vervolgens aan de gemeente om die locaties aan te melden bij een volgende actualisering. De gemeente heeft voor de toekomst ook wensen voor uitbreiding van bedrijventerrein. De in het Kader meegegeven bandbreedte biedt hiervoor nu geen ruimte, indien bij actualisatie hiervoor wel de mogelijkheid ontstaat kan dit in regionaal verband worden afgewogen.
Het overgrote deel van het realisatiedeel van het programma in Woerden is gepland rondom het knooppunt station Woerden, o.a. op de locatie Snellerpoort en Middelland. Voor wat betreft bedrijventerrein is uitbreiding
25
voorzien op de locatie de Voortuin, en wordt invulling gegeven aan de schuifruimte die in de PRS/PRV was opgenomen met de locatie Van Zwietenweg en de uitbreiding van De Putkop in Harmelen. In Vijfheerenlanden tenslotte bestaat het grootste deel van het realisatiedeel van het programma uit de (voormalige) uitbreidingslocatie Hoef en Haag in Vianen. Over verdere uitbreidingen bij andere kernen kan, nadat die door de gemeente voor het realisatiedeel worden ingebracht, bij een volgende actualisatie een keuze worden gemaakt. All over is het beeld dat Utrecht west met ruim 11.000 woningen opgenomen in het realisatiedeel van het programma goed op koers zit.
4.1.2. U16 Oost In de subregio Utrecht Oost zijn door onder andere de ligging van veel kernen te midden van natuur en een aantrekkelijk landschap en de knelpunten in de bereikbaarheid de verstedelijkingsmogelijkheden beperkt. Het totaal van realisatie en pijplijn gezamenlijk is thans niet voldoende om de bovenkant van de gegeven bandbreedte te bereiken, en het is zeer de vraag of er nog meer plancapaciteit kan worden toegevoegd. De gemeenten in deze regio zijn voor het grootste deel aan gewezen op binnenstedelijke woningbouw. De opgenomen uitbreiding in deze subregio heeft voor een groot deel betrekking op de kern Wijk bij Duurstede. Reeds in de PRS/PRV was een uitbreiding van 250 woningen opgenomen (De Geer III). De gemeente heeft de afgelopen jaren ingezet op binnenstedelijke herstructurering en woningbouwontwikkeling, en ziet dat de mogelijkheden daarvoor langzamerhand ‘op’ raken. Daarom heeft de gemeente een zoeklocatie aangedragen voor nog eens 400 woningen extra, vanuit het oogpunt van lokale vitaliteit. Door met name mobiliteitsknelpunten (capaciteit N229) kan deze locatie alleen ontwikkeld worden als de mobiliteitseffecten, met name op de N229 beperkt blijven. Hierover zijn we in overleg met de gemeente Wijk bij Duurstede.
Omdat we ook hebben geconstateerd dat er ondanks recente woningbouw in Wijk er niet of nauwelijks heeft geleid tot verkeerstoename op de provinciale weg, zijn wij van mening dat een extra woningbouw ontwikkeling tot maximaal 280 woningen mogelijk is. Met een hoger woningaantal verwachten wij een toename van de verkeersknelpunten. Daarom is dit aantal opgenomen. Tevens is een uitbreiding van het bedrijventerrein Broekweg opgenomen met 1,6 hectare. Voor de gemeente Utrechtse Heuvelrug is de eerder in de PRS/PRV mogelijk gemaakte uitbreiding van de kern Overberg met 50 woningen opgenomen. De overige uitleg betreft kleinschalige locaties. Voor de gemeenten De Bilt en Zeist zijn geen uitbreidingslocaties opgenomen in het realisatiedeel.
4.1.3. U16 midden In deze subregio zijn bijna uitsluitend binnenstedelijke locaties opgenomen. De enige uitbreidingslocatie van enige omvang betreft ’t Burgje in de gemeente Bunnik, dat onderdeel uitmaakt van de in de PRS/PRV opgenomen uitbreidingslocatie van 1000 woningen Odijk west. Een eventuele ophoging van het aantal woningen in Odijk-west kan bij een volgende actualisatie van het programma voor het realisatiedeel worden ingebracht. Hiervoor zal dan een afweging in relatie tot de bereikbaarheidsopgave en de ambities van buurgemeenten moeten plaatsvinden. In dit eerste programma (realisatiedeel) is slechts voor een beperkt deel invulling gegeven aan de zoekrichtingen die in de Omgevingsvisie en Utrecht Nabij zijn aangeduid. In de gemeente Utrecht zijn de Merwedekanaalzone deelgebied 4 en Beurskwartier opgenomen. Voorts is er ook nog veel plancapaciteit in Leidsche Rijn (centrum) geprogrammeerd. In de gemeente Nieuwegein is veel plancapaciteit in Rijnhuizen en City opgenomen. De opgenomen plannen in de gemeente Houten betreffen met name relatief kleinschalige binnenstedelijke (transformatie)locaties.
26
Voor IJsselstein is een ophoging van het aantal hectares van het binnenstedelijke bedrijventerrein De Kroon opgenomen. Voor woningbouw is een bescheiden binnenstedelijk programma in het realisatiedeel opgenomen. Het opnemen in het realisatiedeel van de door de gemeente geambieerde verdere ontwikkeling, met als bedoeling om de gemeente vitaal te houden, kan bij een volgende actualisatie van het programma worden afgewogen. Bij volgende actualisaties zullen nog veel (binnenstedelijke) plannen aan het realisatiedeel programma moeten worden toegevoegd. Locaties hiervoor zijn overigens al wel in beeld, blijkend aan het volume in de pijplijn. Daadwerkelijke realisatiemogelijkheden hangen echter ook samen met noodzakelijke investeringen in bereikbaarheid.
4.2.
Regio Amersfoort
Wonen Het voor de regio Amersfoort opgenomen realisatiedeel van het programma voor wonen betreft voornamelijk de reeds bekende, binnenstedelijke plannen. Tabel 9
Programma woningbouw Regio Amersfoort Periode
2020 tot en met 2024
BinnenUitleg stedelijk Realisatie (aantallen per gemeente) Amersfoort
Vanaf 2030 BinnenUitleg stedelijk
2025 tot en met 2029
Totaal
BinnenUitleg stedelijk
Totaal
Totaal Totaal
8.381
0
8.381
2972
0
2972
0
0
0
11.353
Baarn
396
985
494
500
0
500
0
0
0
994
Bunschoten
938
0
938
406
0
406
717
0
717
2061
Eemnes
295
0
295
0
0
0
0
0
0
295
Leusden
689
0
689
40
0
40
0
0
0
729
Soest
1.204
0
1.204
75
0
75
0
0
0
1.279
561
0
561
605
0
605
8
0
8
1.174
Regio Amersfoort (totaal)
12.464
98
12.536
4.598
0
4.598
725
0
725
17.885
Pijplijn
1.284
570
1.854
929
2.984
3.913
822
1.816
2.638
8.405
Realisatie & pijplijn
13.748
668
14.416
5.527
2.984
8.511
1.547
1.816
3.363
26.290
Woudenberg
Bandbreedte Kader
26.100 - 31.000
Tabel 10 Uitbreidingslocaties wonen in programma Regio Amersfoort
Gemeente Baarn
Locatie Alexanderkwartier
Aantal woningen (max.)
Toelichting 98
Betreft transformatielocatie in het landelijk gebied.
De enige uitbreidingslocatie die voor deze regio is opgenomen betreft Alexanderkwartier. Dit betreft een transformatielocatie, onderdeel van de herontwikkeling Paleis Soestdijk e.o. De uitbreidingslocatie Vathorst west
5
In het regionale programma Regio Amersfoort staat 72 woningen. Dit aantal is hier aangepast op basis van het meeste recente plan.
27
die in de PRS/PRV is opgenomen voor maximaal 3000 woningen maakt thans nog geen deel uit van het realisatiedeel van het programma, hiervoor is de planontwikkeling nog niet voldoende gevorderd. Voor de lange termijn is er in deze regio nog weinig zicht op concrete woningbouwcapaciteit, duidelijk is wel dat, wil de regio ook na 2030 aan haar eigen opgave tegemoet komen, er nieuwe (uitbreidings)locaties noodzakelijk zijn. De strategische keuzes daartoe worden voorbereid in het Ontwikkelbeeld 2030-2040 dat thans in opdracht van de regio en de provincie wordt opgesteld. Volgens planning zal het eindrapport daarvan rond de zomer van dit jaar gereedkomen, waarna in de tweede helft van dit jaar besluitvorming kan plaatsvinden. In deze regio is de samenhang tussen wonen, werken en bereikbaarheid, en die met andere opgaven in het landelijke gebied zoals groene, energie en landbouw, van groot belang.
Werken Over het realisatiedeel van het programma werken voor de Regio Amersfoort is intensief overleg gevoerd. De discussie spitste zich toe op de volgende punten: Ruimtewinst door intensivering: de ambitie wordt onderschreven, maar is de becijferde ruimtewinst van 20 30 % wel realistisch? Hiervoor is afgesproken dat er wordt gestart met pilots, op basis waarvan het realiteitsgehalte kan worden onderzocht. Ook willen de gemeenten in gesprek met de OMU, met als doel om breder dan alleen op de pilotgebieden samen op te kunnen trekken. De vervangingsvraag bij transformatie. Opgenomen is uiteindelijk dat scherp moet worden gemonitord wat voor effect transformatie heeft op een mogelijke vervangingsvraag. Daarbij spelen elementen als exact verloren ruimte voor bedrijven, verlies/behoud van werkgelegenheid en het zorgvuldig ruimtegebruik op bestaande/ getransformeerde/nieuwe locatie een belangrijke rol. Het is dus niet vanzelfsprekend dat verloren ruimte voor bedrijven (door transformatie) leidt tot een vervangingsvraag van 1 op 1. De manier en in welke mate deze vervangingsvraag wordt meegenomen in de volgende cyclus van regionaal programma, is afhankelijk van de evaluatie van het proces van regionaal programmeren en de aanpassing van het Kader voor Regionale Programmering wonen en werken.
De regio heeft ervoor gekozen om reeds bekende plannen op te nemen in de regionale programmering. Al deze plannen zijn in de PRS/PRV vermeld, al is de locatie Vathorst Smink niet in het stedelijk programma in de PRS/PRV opgenomen omdat voor de realisatie daarvan een relatie werd gelegd met woningbouw. Omdat deze ontwikkeling essentieel is voor de verdere planvoorbereiding voor Vathorst west (Bovenduist), is deze locatie opgenomen in het realisatiedeel van dit programma.
Tabel 11 Programma bedrijventerrein Regio Amersfoort
Periode
Totaal
2020 tot en met 2029 Binnenstedelijk
Uitleg
Realisatie (hectares netto uitgeefbaar) Amersfoort Vathorst Smink Baarn Noordschil Bunschoten De Kronkels-Zuid fase 1 Eemnes Leusden De Plantage Soest Woudenberg Regio Amersfoort (totaal) Pijplijn Bandbreedte Kader
1,3
1,3 2,4 7
2,4 7 1 *)
3,4
8,3
10,7 35,5 7 - 22
*) dit betreft transformatie van een kantoren- naar een bedrijvenlocatie en gaat niet ten koste van de bandbreedte
Relatie met Verstedelijkingsstrategie Regio Amersfoort Omgevingsvisie provincie Utrecht In de Omgevingsvisie wordt geconstateerd dat er in deze regio voldoende plancapaciteit is om voor de eerstkomende jaren aan de woningbouwbehoefte te voldoen, met name binnenstedelijk.
28
Voor wat betreft de aanvullende behoefte aan werklocaties wordt aangegeven primair te willen inzetten op herstructurering, verduurzaming en efficiënter ruimtegebruik op bestaande terreinen. Dat is in dit programma opgenomen. Voor de langere termijn zijn er aanvullende locaties nodig voor zowel wonen als werken. De verstedelijkingskeuzes voor de toekomst wil de provincie in samenspraak met de regio maken. Daarbij bezien we wonen, werken en bereikbaarheid in samenhang, en in samenhang met andere opgaven zoals energie, klimaatadaptatie, drinkwatervraag, gezondheid, duurzaamheid en de bescherming van flora en fauna. Dit doen regio en provincie samen via het opstellen van het Ontwikkelbeeld regio Amersfoort 2030-2040. De in het kader van dit traject gemaakte keuzes kunnen bij een volgende actualisering van het realisatiedeel van dit programma worden geconcretiseerd.
Afbeelding 4
4.3.
Kaart Omgevingsvisie Regio Amersfoort Visie 2050
Regio Foodvalley
Wonen De belangrijkste woningbouwlocaties die in het realisatiedeel van het programma zijn opgenomen betreffen Veenendaal-oost en Beekweide I en II in Renswoude. Uitbreiding blijft beperkt tot enkele transformatielocaties in het landelijk gebied. Realisatie- en pijplijndeel gezamenlijk bevatten nog niet voldoende plannen om te voldoen aan de woningbouwbehoefte en het inlopen van het tekort. In de Omgevingsvisie is aangegeven dat de woningbehoefte zich niet aan provinciale grenzen houdt, en dat we voor grootschalige locaties in de toekomst met name kijken naar de omgeving van het knooppunt Veenendaal-De Klomp (zie ook hierna onder ‘Relatie met Verstedelijkingsstrategie Regio Foodvalley Omgevingsvisie provincie Utrecht’)
29
Tabel 12 Programma woningbouw Regio Foodvalley 2020 tot en met 2025 tot en met Periode 2024 2029 BinnenUitleg stedelijk
Totaal
Vanaf 2030
BinnenUitleg stedelijk
Totaal
BinnenUitleg stedelijk
Totaal
Totaal
Realisatie (aantallen per gemeente) Renswoude
167
12
179
725
0
725
0
0
0
904
Rhenen
270
6
276
0
0
0
0
0
0
276
Veenendaal
1.848
0
1.848
106
0
106
0
0
0
1.954
Regio Foodvalley (totaal)
2.285
18
2.303
831
0
831
0
0
0
3.134
972
115
1.087
215
358
573
0
455
455
2.115
3.257
133
3.390
1.046
358
1.404
0
455
455
5.249
Pijplijn Realisatie & pijplijn Bandbreedte Kader
7.900 - 9.100
Werken Tabel 13 Programma bedrijventerrein Regio Foodvalley
Periode
Totaal
2020 tot en met 2029 Binnenstedelijk
Uitleg
Realisatie (hectares netto uitgeefbaar) Renswoude Groot Overeem Rhenen Remmerden Regio Foodvalley (totaal) Pijplijn Bandbreedte Kader
3 1 1
3
4 5 4 - 24
Er zijn nog niet voldoende bedrijventerreinen in het realisatiedeel van het programma opgenomen om te voldoen aan de behoefte. De gemeenten in deze regio lopen letterlijk tegen de grenzen aan, mede bepaald door de waarden van natuur en landschap. Voor het oplossen van de regionale ruimtebehoefte voor wonen en werken zijn de Utrechtse Foodvalleygemeenten mede afhankelijk van de Gelderse buurgemeenten. In de Verstedelijkingsperspectief Arnhem-Nijmegen-Foodvalley worden daarvoor de gezamenlijke keuzes gemaakt. Bij een volgende actualisatie kunnen deze keuzes in het regionale programma verder worden geconcretiseerd. Gemeenten zijn het eens met het uitgangspunt dat moet worden ingezet op intensivering van bestaande terreinen, maar zien daarvoor beperkte mogelijkheden omdat er, door de schaarse ruimte, al veel geïntensiveerd is. Daarnaast kijkt de regio naar de mogelijkheden voor het mengen van wonen en werken.
Relatie met Verstedelijkingsstrategie Regio Foodvalley Omgevingsvisie provincie Utrecht Hierin wordt geconstateerd dat er voor de korte termijn voldoende plancapaciteit is binnen de gemeente Veenendaal, maar dat zij rond circa 2030 letterlijk de grenzen van haar groei bereikt. Op langere termijn overstijgt de woningbehoefte de aanwezige plancapaciteit, en zullen er aanvullende locaties moeten worden gezocht. De woningbouwbehoefte houdt zich niet aan provinciale grenzen. Nieuwe, grootschaliger locaties moeten met name worden gezocht rond bestaande knooppunten. In het kader van de verstedelijkingsstrategie Arnhem-NijmegenFoodvalley wordt om die reden de potentie van stedelijke ontwikkeling rond het knooppunt Veenendaal-De Klomp onderzocht. Ook wordt in dat kader onderzoek gedaan naar mogelijk nieuwe werkgelegenheidslocaties. In het realisatiedeel van het programma is met name reeds bekende, binnenstedelijke plancapaciteit opgenomen. Zodra besluitvorming over de verstedelijkingsstrategie heeft plaatsgevonden, kan die bij een volgende actualisering van dit programma worden geconcretiseerd door opname in het realisatiedeel.
30
Afbeelding 5
4.4.
Kaart Omgevingsvisie Regio Foodvalley Visie 2050
Overzicht van locaties
In het Kader voor regionale programmering wonen en werken is een opsomming gegeven van locaties die eerder door de provincie aanvaardbaar zijn geacht. Uitgangspunt is dat deze locaties in de regionale programmering zijn opgenomen. Het betreft uitbreidingslocaties die waren opgenomen in de provinciale Ruimtelijke structuurvisie en verordening (PRS/PRV) , en de 7 bedrijventerreinen die uit de 2e partiële herziening van de PRS/PRV zijn geschrapt omdat niet kon worden uitgesloten dat er bij de ontwikkeling van deze terreinen er impact zou zijn op Natura 2000 gebieden en om die reden een planMER had moeten worden opgesteld. Nog niet al deze locaties zijn thans opgenomen in het realisatiedeel van het programma. De voornaamste reden daarvoor is dat de planontwikkeling nog niet zodanig ver is, dat dit mogelijk is. Uit oogpunt van betrouwbaar bestuur achten we deze locaties echter nog steeds aanvaardbaar. In de PRS/PRV waren ook alle binnenstedelijke bedrijventerreinontwikkelingen met name genoemd. Deze zijn niet in het Kader opgenomen. Hieronder wordt een overzicht gegeven van de opgenomen bedrijventerreinen in het realisatiedeel van het programma.
31
Tabel 14 Overzicht van uitbreidingslocaties wonen PRS/PRV en programma
Gemeente
Locatie
Amersfoort
3000
--
Baarn
Vathorst-west Bovenduist Alexanderkwartier
--
98
Rhenen
Achterberg-west
75
--
Bunnik
Odijk west
1000
141
Houten
Eiland van Schalkwijk
250
--
‘t Goy
20
--
Daalseweide
PM
--
Nieuwer ter Aa
--
35
Utrecht
Zuilense vecht
PM
--
Zeist
WA Hoeve Den Dolder
PM
--
Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede
Overberg
50
50
De Geer III
250
250
Oudewater
Ophoging De Geer III Lopik Oost 1 Linschoten Zuid oost Lindeboomseweg Kerkwetering
-40 80 ---
280 126 80 50 150
Woerden
Harmelen
90
--
Stichtse Vecht
Lopik Montfoort
In In realisatiedeel PRS/PRV programma In aantal woningen
Toelichting
Evt. bij een volgende actualisering toevoegen aan programma Betreft transformatielocatie landelijk gebied Evt. bij een volgende actualisering toevoegen aan realisatiedeel programma Restant evt. bij een volgende actualisering toevoegen aan realisatiedeel programma Evt. bij een volgende actualisering toevoegen aan realisatiedeel programma Evt. bij een volgende actualisering toevoegen aan realisatiedeel programma Evt. bij een volgende actualisering toevoegen aan realisatiedeel programma Betreft vitaliteitslocatie, via IVpU rechtstreeks mogelijk Evt. bij een volgende actualisering toevoegen aan realisatiedeel programma Evt. bij een volgende actualisering toevoegen aan realisatiedeel programma
Reeds vastgesteld bestemmingsplan Locatie is totaal 500 woningen, slechts eerste deel is in realisatiedeel programma opgenomen Evt. bij een volgende actualisering toevoegen aan realisatiedeel programma
32
Tabel 15 Overzicht van bedrijventerreinenlocaties PRS/PRV, de 7 voorgenomen uitbreidingen en het programma
Gemeente
Locatie
In PRS/PRV
‘7 In bedrijvenprogramma terreinen’ In aantal hectares netto uitgeefbaar
Amersfoort
Vathorst
--
1,3
Baarn
Noordschil
3,5
2,4
Bunschoten Renswoude
De Kronkels Zuid fase 1 Groot Overeem
---
7 3
7 3
Rhenen IJsselstein Montfoort Lopik Oudewater Vijfheerenlanden
Remmerden De Kroon Heeswijk-oost De Copen Uitbreiding Tappersheul Meerkerk IVa
-7 --3 --
1 9 3 4 ---
1 9 3 4 3 5
Nieuw Schaik
--
--
--
De Voortuin
--
5
5
Van Zwietenweg
--
--
5,7
Woerden
Uitbreiding De Putkop –
3,2
Harmelen Wijk bij Duurstede
Afbeelding 6
Uitbreiding Broekwegnoord
1,6
--
Toelichting
Deel behoefte wordt opgevangen door intensivering bestaand bedrijventerrein Ontwerp bestemmingplan gereed
Vloeit voort uit ruimtelijk beleid Zuid Holland 5 ha., ruimtelijk beleid Zuid Holland. Gemeente opteert voor een andere locatie v.o. bestemmingsplan gereed In de PRS is deze schuifruimte (6 ha) wel tekstueel opgenomen, maar niet in het stedelijk programma
1,6
Kaart uitbreidingslocaties programma wonen en werken
33
34
4.5.
Resultaten PlanMER
In de Wet milieubeheer is vastgelegd dat voor kaderstellende plannen voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten de procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r.) doorlopen moet worden. In een planMER worden milieueffecten van een plan of besluit in beeld gebracht. Het doel is om inzichtelijk te maken welke effecten het nieuwe beleid heeft op de leefomgeving en of het voorgestelde beleid bijdraagt aan het halen van de gestelde doelen. Omdat het realisatiedeel van het provinciaal programma wonen en werken kaderstellend is voor Omgevingsplannen van gemeenten (die mogelijk m.e.r.-plichtig zijn), is een planMER noodzakelijk. Bovendien kan het op voorhand niet worden uitgesloten dat er geen significante effecten zijn op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Het gaat daarbij vooral om effecten van stikstofdepositie: beoordeeld moet worden of de ontwikkelingen de kwaliteit van stikstofgevoelige habitattypes in Natura 2000-gebieden aantasten als gevolg van de verzurende en/of vermestende invloed van stikstofdepositie. Daarom is een Passende Beoordeling voor effecten op Natura 2000 gebieden aan de orde. Dit planMER is een ‘Atypisch’ MER. Zo is een centraal onderdeel van m.e.r. het afwegen van alternatieven en keuzes.
De keuzes voor de locaties zijn of worden echter voor een groot deel in een ander verband gemaakt: deels in regionale gebiedsuitwerkingen of visies en deels al eerder door gemeenten zelf afgewogen in eigen trajecten (zoals een gemeentelijke Omgevingsvisie). In de provinciale Omgevingsvisie is aangegeven waar de verstedelijking kan plaatsvinden, in de vorm van zoeklocaties en basisprincipes voor verstedelijking. De uitkomsten van het MER hebben echter wel een rol gespeeld in het vormgeven van het uiteindelijke realisatiedeel van het provinciale programma wonen en werken. Ook is de impact van het nieuwe beleid en programma binnen de provincie Utrecht al aan de orde geweest in het planMER bij de Omgevingsvisie van vorig jaar (2020). Ook in de diverse MIRT-Verkenningen en – Onderzoeken (waaronder U-Ned) staat deze verstedelijking centraal. Kortom, dit planMER volgt uit een juridische verplichting, maar bevindt zich feitelijk tussen zich overlappende beleidsdocumenten en reeds afgestemde keuzes, tussen strategisch, tactisch en operationeel beleid. In de planMER bij dit provinciale programma wordt onderscheid gemaakt tussen regionale analyses, waarbij het totaal opgenomen volume aan woningen en hectares bedrijventerreinen per regio is beoordeeld. Daarnaast zijn er voor de opgenomen nieuwe uitbreidingslocaties gebiedsanalyses opgesteld.
De regionale analyse leiden gezien het vergelijkbare abstractieniveau alle drie veelal tot dezelfde conclusies. Van veel ambities blijft onzeker of deze kunnen worden gehaald. Dit programma heeft immers ook niet gericht op het behalen van alle ambities, het focust op de ambities met betrekking tot vitale steden en dorpen. Het behalen van de ambities is sterk afhankelijk van de verdere uitwerking van de ontwikkellocaties en ook de uitwerking van andere opgaven o.a. energie, mobiliteit, klimaat, natuur en landschap. De aanbevelingen voor de volumes woonen werklocaties in het realisatiedeel van het programma beperken zich dan ook met name tot (veel algemene) optimaliserende maatregelen ter verbetering van de uitwerking van de ontwikkellocaties. Bijvoorbeeld door in te zetten op beperking van autoverkeer of de waterwingebieden niet aan te tasten. Voor veertien nieuwe locaties (met name uitleg) is een specifieke gebiedsanalyse opgesteld. Deze gebiedsanalyses leveren relevante uitspraken op, bijvoorbeeld op de thema’s mobiliteit, natuur en landschap. Deze zullen bij de verdere uitwerking worden betrokken. Voor de thema’s energie, klimaatadaptatie en vitaliteit is de verdere gedetailleerde uitwerking van de locaties in bestemmingsplannen en de gebiedsontwikkeling zeer bepalend voor het behalen van de ambities.
Per locaties zijn ook mitigerende en/of optimaliserende maatregelen voorgesteld ten gunste van de provinciale ambities. Het is aan gemeenten om deze ontwikkellocaties verder uit te werken, maar de provincie kan deze voorstellen ook benutten ten aanzien van inzet van haar instrumentarium.
35
Tevens is een passende beoordeling uitgevoerd. Hieruit komt naar voren dat het realisatiedeel van het programma mogelijke effecten kan hebben op verzuring/vermesting in de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofuitstoot en dat de toename van het aantal woningen kan leiden tot een grotere recreatiedruk en daardoor verstoring in deze gebieden. Veel van de mogelijke effecten zijn echter afhankelijk van de verdere uitwerking en concretisering van de plannen. Voor alle ontwikkelingen die in het realisatiedeel van dit programma zijn opgenomen dient nog nader onderzoek op dit vlak te worden uitgevoerd. Op dit moment wordt geen van de beoordeelde uitgangspunten onuitvoerbaar geacht vanwege alleen het effect op Natura 2000gebieden. Er zijn wel risico’s maar met voldoende mitigerende maatregelen is het mogelijk om het realisatiedeel van dit programma uitvoerbaar te maken. De uitvoerbaarheid van dit programma wordt mede bepaald door: de beschikbaarheid van voldoende ontwikkelingsruimte voor ontwikkelingen die kunnen leiden tot een toename van de emissie van stikstofdioxiden en/of ammoniak; de wijze waarop het regelen van de recreatiedruk vorm krijgt in relatie tot de afstand tot verstoringsgevoelige Natura 2000-gebieden.
Voor het vervolgtraject worden een aantal aanbevelingen gedaan, onder andere om bij de totstandkoming van integrale regionale visies en ontwikkelstrategieën een integrale milieu-afweging uit te voeren. Veelal wordt voor deze visies wel gewerkt met een integraal afwegingskader, maar daarbij wordt niet specifiek gefocust op milieueffecten. De verkenning Utrecht Nabij is opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie, waarvoor een planMER is opgesteld. Bij de doorwerking naar provinciaal beleid van het nog vast te stellen Ontwikkelbeeld regio Amersfoort en de Verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley moet hieraan aandacht worden besteed. We nemen deze aanbeveling mee in deze trajecten.
36
5. Vervolg Ter inzagelegging en vaststelling Dit ontwerp provinciaal programma zal, met de opgestelde planMER, vanaf begin juni gedurende zes weken ter inzage worden gelegd. Eenieder heeft dan de mogelijkheid zienswijzen hierover in te dienen. De ontvangen zienswijzen zullen van een reactie worden voorzien in een Nota van Beantwoording. Zo snel mogelijk na het zomerreces zullen wij het provinciaal programma definitief vaststellen, inclusief de opgestelde Nota van Beantwoording.
Monitoring Monitoring heeft een belangrijke functie in het cyclische proces van regionale programmering. Op die manier kunnen we de uitvoering en effectiviteit van het realisatiedeel van het programma volgen. Hierover zijn afspraken gemaakt in de regionale programma’s, in de zin dat de provincie een voorstel doet voor een monitoringsaanpak en dat gemeenten zich zullen inspannen om de daarvoor benodigde gegevens te leveren. Ten einde extra werkdruk voor gemeenten zo veel mogelijk te voorkomen, is het uitgangspunt om zo veel mogelijk gebruik te maken van reeds bestaande systemen en beschikbare informatie.
Evaluatie Met de definitieve vaststelling van dit provinciale programma is de eerste cyclus van regionale programmering wonen en werken afgerond. Omdat het om een nieuw proces gaat, waarbij we al doende een bepaalde werkwijze hebben ontwikkeld, is het nuttig om dit eerste proces van totstandkoming, samen met onze partners te evalueren: wat kan beter? In deze evaluatie moeten in ieder geval de volgende aspecten aan de orde komen: Organisatie van het proces Wijze van overleg en besluitvorming Inhoud van het programma, zowel kwantitatief als kwalitatief Voorts zal ook de voortgang van het programma worden geëvalueerd. Dit geeft input voor de actualisatie van het Kader en de regionale programma’s. Deze evaluatie zal met PS worden besproken alvorens een geactualiseerd Kader ter besluitvorming aan te bieden.
Planning Juni – medio juli September Najaar 2021 Voorjaar 2022 Najaar 2022 Eind 2022
Ter inzagelegging provinciaal programma en planMER Definitieve vaststelling provinciaal programma door GS Vormgeven monirtoringaanpak Evaluatie eerste cyclus regionale programmering PS besluit actualisering Kader voor regionale programmering wonen en werken Actualisatie regionale programma’s Vaststelling 2e provinciaal programma wonen en werken
37