Nota van Uitgangspunten Europakwartier Oost
Tekst van het document
de buisleiding moet worden verantwoord. Dat invloedsgebied
(Richtlijn 2009/147/EG, 30 november 2009) en Habitatrichtlijn
reikt bij brandbare vloeistoffen tot net buiten de 10-6 contour,
(Richtlijn 92/43/EEG, 21 mei 1992) als uitgangspunt genomen.
Toetsingskader
voor leidingen met aardgas en chemicaliën moet dat per geval
De gebiedsbescherming van de Natura 2000-gebieden is
Het beschermingsregime betreffende soorten (flora en
berekend worden.
geregeld in hoofdstuk 2 van de Wnb.
fauna) is opgenomen in hoofdstuk 3 van de Wnb. De verbodsbepalingen zijn hierbij afhankelijk gesteld van de soort
Beoordeling
Beoordeling
Om te bepalen of er in de directe omgeving van het plangebied
Het
betreft
en de voorgenomen handelingen. Bovendien is een algemeen
risicorelevante buisleidingen zijn gelegen is de risicokaart
‘Uiterwaarden Lek’ dat is gelegen op een afstand van ca.
geldende zorgplicht opgenomen om handelingen achterwege
geraadpleegd. Uit de risicokaart blijkt dat de dichtstbijzijnde
5,7 km tot onderhavig plangebied. Dit betreft een gebied
te laten of maatregelen te treffen, om te voorkomen dat
hogedruk buisleiding is gelegen op een afstand van circa 360
dat beschermd is krachtens Europese regelgeving. De
nadelige gevolgen ontstaan voor in het wild levende dieren
meter. Gelet op deze afstand is de ligging van de buisleiding
bescherming is opgenomen in de Wet natuurbescherming
en planten.
niet van invloed op het ruimtegebruik binnen het plangebied.
(gebiedsbescherming). Aangetoond dient te worden dat met
dichtstbij
(en daarmee de opname van die soort op de diverse lijsten) gelegen
Natura
2000-gebied
zekerheid geen significant negatieve effecten op dit gebied
Beoordeling
optreden als gevolg van de onderhavige ontwikkeling. Alleen
Conform de Wet natuurbescherming is een initiatiefnemer
indien geen sprake is van een significant negatief effect kan
bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van
een project doorgang vinden. Voor een groot aantal potentiële
mogelijke voorkomende beschermde soorten binnen het
effecten kan worden beredeneerd dat geen sprake is van een
plangebied. Vanuit die kennis dienen plannen en projecten
Toetsingskader
significant negatief effect. Immers vindt de ontwikkeling
getoetst te worden aan eventuele strijdigheid met de
De Wet natuurbescherming (Wnb) is een wet van 16 december
niet plaats bínnen een Natura 2000-gebied. Voor het aspect
verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. De
2015, houdende regels ter bescherming van de natuur. De
stikstof kan dit echter niet op voorhand worden gesteld. De
verbodsbepalingen zijn hierbij afhankelijk gesteld van de
Wet natuurbescherming is in werking getreden op 1 januari
emissie van stikstof kan namelijk ook enkele kilometers verder
soort (en daarmee de opname van die soort op de diverse
2017 en vervangt daarmee het voorheen geldende wettelijke
neerslaan.
lijsten) en de voorgenomen handelingen. Daarom dient
3.6 3.6.1
Ecologie Natuurgebieden
stelsel voor de natuurbescherming, zoals neergelegd in de
tijdig door een ecologische deskundige de geschiktheid van
Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de
Met het programma AERIUS kan worden onderzocht
het ontwikkelingsgebied inzichtelijk te worden gemaakt om
Boswet.
of met een bepaalde ontwikkeling sprake is van een
vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk
stikstofdepositietoename. Uit het stikstofonderzoek kan
zijn om te voorkomen dat nadelige gevolgen ontstaan voor
De wet regelt ten eerste de taken en bevoegdheden ten
blijken dat in de aanlegfase gewerkt moet worden met
in het wild levende dieren en planten. In eerste instantie
behoeve van de bescherming van natuurgebieden en
aangepast materieel, zoals bijvoorbeeld een groter aandeel
kan dit geschieden door het uitvoeren van een zogenoemde
planten- en diersoorten. Daarnaast bevat de wet onder meer
hybride of elektrische apparatuur.
‘quickscan flora & fauna’. Mogelijk volgt uit deze quickscan
bepalingen over de jacht en over houtopstanden. In de Wet
dat soortgericht nader onderzoek nodig is. Het is aan te
natuurbescherming is de Europese regelgeving omtrent
raden dit nadere onderzoek uitgevoerd te hebben voordat 25
een ruimtelijk plan wordt vastgesteld. Op deze wijze wordt
3.7
Kabels en leidingen
inzichtelijk of beschermde soorten gebruik maken van het
cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening wordt gehouden. De
ontwikkelgebied en zo ja, of ontheffing op grond van het
Toetsingskader
opsteller en vaststeller van ruimtelijke plannen is daarmee
soortenbeschermingsregime in de Wnb noodzakelijk is.
De hierna volgende leidingen zijn planologisch relevant, voor
dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet
Conform vaste jurisprudentie kan een plan evenwel worden
zover zij geen deel uitmaken van een inrichting zoals bedoeld
archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde
vastgesteld indien aannemelijk wordt gemaakt dat het aspect
in de Wet milieubeheer.
en historische geografie dienen te worden meegenomen in de
flora en fauna niet aan de uitvoerbaarheid van het plan in
•
hoogspanningsverbindingen van 50 kV en hoger;
belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als
de weg staat. Gelet op de omvang van het plangebied ligt in
•
buisleidingen voor transport van aardgas met een
niet formeel beschermde objecten en structuren.
de rede dat er voldoende ruimte binnen het plangebied is
uitwendige diameter van meer dan 50 mm en een druk
om eventuele compenserende maatregelen (benodigd voor
van meer dan 16 bar;
Beoordeling
buisleidingen voor transport van aardolieproducten met
In de Cultuurhistorische Atlas (CHAT) van de provincie Utrecht
daardoor worden aangenomen dat de Wet natuurbescherming
een uitwendige diameter van meer dan 70 mm en een
zijn potentieel waardevolle monumenten opgenomen. Het
de uitvoerbaarheid van de plannen niet in de weg behoeft te
druk van meer dan 16 bar;
gaat daarbij in de eerste plaats om Rijksmonumenten. Uit
dbuisleidingen met een diameter van 400 mm of meer
het kaartmateriaal blijkt dat binnen het plangebied geen
buiten de bebouwde kom;
Rijksmonumenten aanwezig zijn. In de CHAT zijn naast
buisleidingen voor transport van andere stoffen dan
Rijksmonumenten ook objecten opgenomen welke zijn
Wet natuurbescherming voor de Utrechtseweg 107 e.o.
aardgas en aardolieproducten, die risico’s met zich
gewaardeerd in het Monumenten Inventarisatie Project (MIP).
uitgevoerd (d.d.08-07-2020). Conclusie is dat de ontwikkeling
meebrengen voor mens en/of leefomgeving wanneer
De informatie uit het MIP is beschikbaar zodat deze als basis kan
uitvoerbaar is zoals bepaald in de Wro (art. 3.1.6 Bro). Gezien
deze leidingen beschadigd raken.
dienen voor het opstellen van gemeentelijke erfgoedkaarten.
het verkrijgen van ontheffing) te treffen. Redelijkerwijs kan
staan. Daarnaast is er door Blom Ecologie B.V. reeds een quickscan
•
• •
het onderzoek is er geen reden om aan te nemen dat eventueel
Om beschermde status toe te kennen aan het MIP-object, dient
benodigde ontheffingen, mits de juiste maatregelen worden
Beoordeling
het object te zijn aangewezen als gemeentelijk monument.
getroffen, er sprake is van een gedegen alternatievenafweging
Ter plaatse van het plangebied zijn geen planologisch relevante
Binnen het plangebied zijn echter geen MIP-objecten of
en een wettelijk belang kan worden aangevoerd, niet verkregen
kabels en leidingen aanwezig. Indien nodig kan in een later
aangewezen gemeentelijke monumenten aanwezig.
zouden kunnen worden. De aanwezigheid van beschermde
stadium van onderhavig project een KLIC-melding worden
soorten behoeft derhalve een bestemmingsplanwijziging
uitgevoerd.
3.9
3.8
Toetsingskader
Archeologie
niet in de weg te staan (jurisprudentie Raad van State). Wel dient er nog nader onderzoek plaats te vinden naar een aantal
Cultuurhistorie
vogelsoorten, vleermuizen en de boom- en steenmarter.
26
In Europees verband is het zogenaamde ‘Verdrag van Malta’ Toetsingskader
tot stand gekomen. De uitgangspunten van dit verdrag dienen
Conform artikel 3.1.6, lid 5 Besluit ruimtelijke ordening
te worden vertaald in nationale wetgeving. In Nederland heeft
(Bro) dient bij een ruimtelijke plan een beschrijving te
deze vertaling plaatsgevonden in de Erfgoedwet, welke in
worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige
werking is getreden op 1 juli 2016. Ten aanzien van het aspect
3.10
Waterhuishouding
‘archeologie’ is in art. 9.1, lid 1 van de Erfgoedwet, welk
•
zone met hoge archeologische verwachting binnenstad;
artikel een deel van het overgangsrecht regelt, bepaalt dat
•
zone met hoge archeologische verwachting buitengebied;
tot het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt
•
zone met middelhoge archeologische verwachting;
Toetsingskader
onder meer Hoofdstuk V, paragraaf 1 van de inmiddels
•
zone met lage archeologische verwachting.
In ruimtelijke plannen dient aandacht besteed te worden aan
vervallen Monumentenwet 1988 van toepassing blijft. In
waterhuishoudkundige aspecten. Daarbij staan naast een
Hoofdstuk V, paragraaf 1 is vastgelegd dat een gemeente
Volgens
de
archeologische
verwachtingskaart
van
de
duurzaam waterbeheer de integrale afweging en het creëren
in de ruimtelijke besluitvorming rekening dient te houden
gemeente IJsselstein ligt het gehele plangebied in een gebied
van maatwerk voorop. Water moet altijd bekeken worden in
met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten
met een middelhoge/hoge archeologische verwachting. In
het licht van het watersysteem of stroomgebied waarin een
monumenten (artt. 38a t/m 41 Monw 1988). Daartoe kan
deze gebieden dient bij planvorming en voorafgaand aan
stad of een dorp ligt. Een goede afstemming van waterbeleid en
de gemeente in dat besluit regels stellen, bijvoorbeeld
vergunningverlening bij een verstoringsoppervlak groter dan
ruimtelijke ordening, ook in het direct aangrenzende gebied,
tot het doen van archeologisch onderzoek. Het al dan niet
500 m² en bodemingrepen dieper dan 30 cm -mv er vroegtijdig
is daarom noodzakelijk. De integratie van water in ruimtelijke
stellen van regels ten aanzien van archeologie dient te
een inventariserend archeologisch onderzoek te worden
plannen vindt plaats via de zogenaamde watertoets. Concreet
rusten op voldoende informatie over de archeologische
uitgevoerd.
betekent de watertoets, dat een plan een zogenaamde
situatie (ECLI:NL:RVS:2011:BU7102, r.o. 2.9.7). Deze informatie kan worden verkregen door gebiedsdekkende kaarten waarop archeologische verwachtingswaarden zichtbaar zijn. Op basis hiervan kan archeologisch beleid worden ontwikkeld. Beoordeling Het geldende archeologisch beleid van de gemeente IJsselstein
is
opgenomen
in
de
archeologische
verwachtings- en beleidsadvieskaart. Op basis van een
analyse
van
en
archeologische
landschappelijke, informatie
is
bodemkundige een
kaart
van
archeologische waarden en verwachtingen opgesteld. Binnen het gemeentelijke beleid worden 3 verschillende Archeologische waardes onderscheiden. Ten eerste zijn er de AMK-terreinen met wettelijke bescherming (de archeologische Rijksmonumenten), de overige AMKterreinen, en de waardevolle kades en dijken. Voorts kunnen
er
vier
archeologische
verwachtingszones
worden onderscheiden: Uitsnede leggerkaart oppervlaktewateren hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden
27
waterparagraaf dient te bevatten, die keuzes ten aanzien van
In overleg met Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden
toegevoegd. Bij de beoordeling van een project voor de
de waterhuishoudkundige aspecten gemotiveerd beschrijft.
moet
stedenbouwkundig
realisatie van een gevoelige functie moet enerzijds beoordeeld
Daarin dient een wateradvies van de waterbeheerder te
ontwerp overleg en overeenstemming zijn ten aanzien van
worden of de ontwikkeling geen gevolgen heeft voor de
worden meegenomen. De watertoets is wettelijk verankerd in
de waterkwantiteit en -kwaliteit in het plangebied. In ieder
ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijvigheid.
artikel 3.1.6 lid 1, sub b Bro.
geval zal voldoende m2 aan compensatie oppervlakte water
Anderzijds moet getoetst worden of ten aanzien van de
aanwezig moeten zijn vanwege de toename aan verharding in
milieubelasting van deze bedrijvigheid een aanvaardbaar
het gebied.
woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd.
3.11
De woningen binnen het plangebied bevinden zich nabij
Beoordeling
op
basis
van
een
definitief
Uitgangspunt voor de herontwikkeling is een klimaatadaptief plan. Dit betekent dat er ter plaatse sprake moet zijn van
Bedrijven en milieuzonering
een hydrologisch neutrale ontwikkeling, waarin problemen
enkele omliggende bedrijven en hindergevende functies,
ten aanzien van watertekorten en wateroverlast zoveel als
Toetsingskader
waarvan de dichtstbijzijnde betreft een maatschappelijke
mogelijk worden beperkt. De gemeente IJsselstein is gelegen
Door het aanbrengen van een zone tussen bedrijvigheid en
functie (moskee) op circa 180 meter tot het plangebied. Er
binnen het stroomgebied van hoogheemraadschap ‘De
milieugevoelige bestemmingen (zoals woningbouw) kan de
is geen sprake van overlap tussen de richtafstand vanwege
Stichtse Rijnlanden’. Het beleid van het waterschap houdt in
overlast ten gevolge van bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk
omliggende functies tot het plangebied. Daarmee is een goed
dat een initiatiefnemer afdoende compenserende maatregelen
gehouden worden. Zonering is met name van toepassing bij
woon- en leefklimaat vanwege milieuzonering ter hoogte
moet nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na de
nieuwbouw van woningen en andere gevoelige functies in de
van het plangebied verzekerd en kan worden gewaarborgd
realisering van verharding niet zwaarder wordt belast dan
directe omgeving van een bedrijf en bij vestiging van een nieuw
dat omliggend bedrijvigheid vanwege het planvoornemen
voordien. Het waterschap heeft een rekenmodel ontwikkeld
bedrijf in de directe omgeving van gevoelige bestemmingen.
niet wordt belemmerd in de bedrijfsvoering. Ten aanzien van
om de wateropgave als gevolg van klimaatontwikkelingen in
Op basis van de VNG-brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering
dit laatste geldt bovendien dat bestaande burgerwoningen
beeld te brengen. Op basis van nieuwe berekeningen met dit
2009’ (hierna: VNG-brochure) wordt onder milieugevoelige
in alle gevallen al dichter tot de relevante bedrijvigheid
model is voor het hele beheersgebied van het waterschap een
functies verstaan: woningen, woongebieden, ziekenhuizen,
zijn gelegen dan de nieuw te bouwen woningen, waardoor
inschatting gemaakt van de benodigde waterberging. Hierbij
scholen en verblijfsrecreatie. Sommige functies kunnen
de bestaande woningen maatgevend zijn voor eventuele
is onderscheid gemaakt tussen verschillende bodemtypen,
zowel milieubelastend als milieugevoelig zijn (bijvoorbeeld
uitbreidingsmogelijkheden van omliggende bedrijven.
zoals klei, veen en zand. Uitgangspunt hierbij is dat 15% van
ziekenhuizen en scholen).
de aan verharding toe te voegen aantal vierkante meters gecompenseerd moet worden in de vorm van het realiseren
Beoordeling
van oppervlaktewater binnen hetzelfde peilgebied. Daarbij
De VNG-publicatie onderscheidt twee omgevingstypen:
dient ook rekening te worden gehouden met compenserende
rustige woonwijk/rustig buitengebied en gemengd gebied. Het
maatregelen vanwege het dempen van watergangen binnen
plangebied ligt in een gebied dat kan worden gekenmerkt als
het plangebied. In het kader van de watertoets dient inzichtelijk
‘rustige woonwijk’. Richtafstanden gelden derhalve onverkort.
te worden gemaakt hoe omgegaan wordt met het hemelwater.
Het voorgenomen initiatief maakt de bouw van woningen mogelijk, waardoor ter plaatse gevoelige functies worden
28
4.
CONTEXT EN ANALYSE
4.1
Huidige karakteristiek
Functioneel Het Europakwartier is vooral een woonbuurt. Aan de noordzijde bevinden zich een aantal voorzieningen zoals basisscholen en een supermarkt. Ook ligt hier een zwembad, een moskee en een kerk. Voor de overige voorzieningen zijn de bewoners aangewezen op het winkelcentrum Clinckhoeff en het centrum van IJsselstein, wat op 5 minuten fietsen ligt. Verkeersstructuur Het plangebied ligt in de uiterste oosthoek van het Europakwartier en is met de auto alleen toegankelijk via de bestaande buurt (Noorwegenlaan). De verkeersstructuur kent een duidelijk hiërarchie: via de woonstraten Noorwegenlaan en Italiëlaan, de wijkontsluitingsweg de Europalaan en de hoofdontsluiting van IJsselstein (Utrechtseweg) is de Rijksweg A2 snel bereikbaar. Aan de zuidzijde loopt langs het plangebied een doorgaande fietsroute die IJsselstein, langs de Hollandsche IJssel, met Nieuwegein verbindt. Dit deels vrijliggende fietspad vormt een belangrijke langzaam verkeersverbinding. Het voetpad Finlandpad loopt, als onderdeel van een groenzone, langs de noordkant van het gebied en fungeert vooral als ommetje voor de buurt.
Situering en ontsluitingsstructuur
29
Het Finlandpad
30
Het openbaar trapveldje
Bebouwingsstructuur De wijk is eind jaren ‘60 gebouwd volgens een kenmerkende orthogonale structuur. Aan de noord- en zuidrand staan vierlaagse portiekflats die eigendom zijn van Provides. Aan de oostrand staan met de garages geschakelde twee-onderéén kapwoningen met hun achtertuin richting het plangebied. De rest van de buurt bestaat uit rijwoningen en een aantal groenplekken. Binnen het projectgebied ligt een boerderij die hier in 1930 is gebouwd.
Openbaar trapveldje
Bestaande woningen Noorwegenlaan
Bebouwingsstructuur
Vierlaagse portiekflats
31
32
Zicht op het plangebied
Groen- en waterstructuur De groen- en waterstructuur bevindt zich met name aan de randen van het plangebied ter begeleiding van het tramtracé en de Utrechtseweg. Op de natuurwaardenkaart van de gemeente IJsselstein staan deze zones aangeduid als zijnde waardevol. Een rondgang heeft echter duidelijk gemaakt dat de huidige waarde van met name de populieren gering is en aan vervanging toe is. Dit wil echter niet zeggen dat deze groenzone geen waarde heeft aangezien het ook een visuele buffer is richting de aangrenzende infrastructuur.
Groen- en waterstructuur
33
34
1900
1900
1930
1930
1970
1970
1980
1980
1990
1990
2000
2000
4.2
Historie
Het Europakwartier maakte lange tijd onderdeel uit van het buitengebied van IJsselstein en lag direct aan de Utrechtseweg (voormalige Telegraaf lijn). In de jaren 60 vormde het Europkwartier een van de eerste uitbreidingen ten noorden van de historische binnenstad. Het plangebied heeft door de jaren heen haar agrarische functie behouden en is net als het Europakwartier de laatste decennia redelijk intact gebleven. De aanleg van de snelweg en de provinciale weg heeft wel verkeerstechnische consequenties gehad voor de Utrechtseweg maar heeft geen invloed gehad op de ruimtelijke en functionele hoofdopzet van het Europakwartier en het plangebied.
1970
2020 35
36
Ruimtelijke hoofdopzet
5.
VISIE EN UITGANGSPUNTEN
5.1
Ruimtelijke hoofdopzet hoofdstuk
Door het geluid van de omliggende infrastructuur, met name
uitgangspunten geformuleerd die leiden tot een nieuwe
de snelweg en de N210, zal de buitenzijde van het half gesloten
woningbouwontwikkeling
de
bouwblok grotendeels ‘doof’ uitgevoerd dienen te worden
bestaande context en landschappelijke kwaliteiten. Deze
(afhankelijk resultaten akoestisch onderzoek). Met sprongen
kwaliteiten zitten met name in de groene randen. Uitgangspunt
in de rooilijn en het toepassen van verschillende bouwhoogtes
is om deze groene randen landschappelijk te versterken om zo
ontstaat er een gevarieerd beeld met een hoogteaccent in 5
een aantrekkelijk en groen woonmilieu te creëren.
bouwlagen) aan het einde van de wijk. De geluidsluwe zijde
Op
basis
van
de
analyse
worden
rekening
in
dit
houdende
met
aan de binnenkant wordt juist een open gebied waar een Ruimtelijke hoofdopzet
openbare binnentuin aangelegd wordt.
De ruimtelijke hoofdopzet sluit in de noord-west zijde aan op
De buitenzijde wordt gevormd door de bestaande groene
de bestaande woonbuurt. Het appartementengebouw (sociale
rand die ingericht wordt tot een landschapspark met
huurwoningen) doet hier mee in de orthogonale structuur en
een
heeft dezelfde bouwhoogte (maximaal 4 bouwlagen) als de
natuurontwikkeling,
direct aangrenzende portiekflats. Parkeren wordt geintegreerd
bestaande
in het profiel van de nieuwe ontsluitingsweg en, uit het zicht,
landschapspark.
klimaatadaptieve
inrichting.
Hier
is
ruimte
voor
waterberging
en
ontspanning.
Het
Finlandpad
maakt
onderdeel
uit
van
het
aan de achterzijde van de appartementen. Aan de westzijde worden twee-onder-één kap woningen gesitueerd die met hun achtertuinen tegen de achtertuinen van de bestaande woningen aan de Noorwegenlaan komen te liggen. Op deze wijze wordt de nieuwe ontsluitingsweg op een representatieve wijze begeleid. De bouwhoogte bestaat uit maximaal twee bouwlagen met kap dan wel dakopbouw. Het hart van het plangebied wordt gevormd door een (half) gesloten bouwblok dat bestaat uit appartementen en eventueel gecombineerd wordt met grondgebonden stadswoningen. De bouwhoogte bedraagt 3 bouwlagen oplopend naar maximaal 5 bouwlagen in de oostelijke punt van het plangebied. 37
38
Ontsluitingsstructuur en parkeren
(Half)verdiept parkeren onder bouwmassa/binnentuin
5.2
Ontsluitingsstructuur en parkeren
Ontsluitingsstructuur De ontsluitingsstructuur sluit direct aan op de Noorwegenlaan en heeft een calamiteitenverbinding aan de zuidzijde. Centraal in het plangebied loopt een ontsluitingsweg die zowel de twee-onder-één kapwoningen als de verschillende parkeervelden en de (half)verdiepte parkeervoorziening onder het half gesloten bouwblok ontsluit. Indien gewenst kan de (half)verdiepte parkeervoorziening uitgebreid worden tot onder de binnentuin. Deze dient dan wel uitgevoerd te worden met een groen vormgegeven polderdak. Centraal in het plangebied is een parkeerveld voorzien wat bestemd is voor bezoekersparkeren. Het biedt tevens de mogelijkheid om een rondje te rijden. Met deze ontsluitingsstructuur en parkeeroplossingen kan een rijweg aan de buitenzijde van het bouwblok achterwege blijven. Dit betekent, naast een beperking van de hoeveelheid verharding, tevens meer ruimte voor water en groen wat in het kader van een klimaatadaptieve ontwikkeling voorwaarde is. Het
Finlandpad
wordt in een meer organisch tracé als
doorgaande langzaamverkeersverbinding ingepast in het landschapspark.
Openbare parkeerplaatsen worden uitgevoerd in een open verharding
39
Parkeernormen In
2007
werd
Mobiliteitsplan de
parkeernorm,
onderdeel
van
het
De parkeereis is altijd bepalend voor het aantal te realiseren
“Parkeerbeleidsplan IJsselstein 2006”, vastgesteld. In bijna
parkeerplaatsen binnen het plangebied. Hier kan eventueel
vijftien jaar tijd is er nogal wat veranderd op het gebied van
in overleg van worden afgeweken als de initiatiefnemer een
mobiliteit. Het delen van een auto is steeds meer gemeengoed
mobiliteitsplan kan overleggen bij de vergunningaanvraag. In
aan het worden. De elektrische fiets wint aan populariteit en
dit mobiliteitsplan wordt aangegeven op welke alternatieve
stelt steeds meer mensen in staat om een grotere afstand
en duurzame wijze wordt voorzien in de parkeerbehoefte.
te overbruggen. Ook de bereikbaarheid van IJsselstein is
In die behoefte moet dan aantoonbaar minimaal tien jaar
infrastructureel gezien nog steeds aan verandering onderhevig.
worden voorzien. IJsselstein staat open voor innovatieve
Het is tijd om de parkeernormen te herzien aan de hand van
initiatieven die uiteindelijk tot een duurzame afname van de
hedendaagse inzichten.
parkeerbehoefte leiden.
In 2020 is het Mobiliteitsplan IJsselstein “Gezond Op Weg” vastgesteld. Daarin is de ambitie opgenomen dat het ruimtebeslag van geparkeerde auto’s in de openbare ruimte in woonwijken niet verder mag toenemen. Daarbij wordt onder andere de deelauto als een oplossing voor dit ruimtevraagstuk gezien. Momenteel is de ‘Beleidsregel Parkeernormen IJsselstein’ in de maak. Vooruitlopend op een mogelijke vastelling worden in deze nota van uitgangspunten deze beleidsregels gehanteerd. In de beleidsregel zijn de parkeernormen gebaseerd op de CROW-publicatie “Toekomstbestendig Parkeren” (publicatie 381; december 2018). Bij de bepaling van de parkeernorm is een sterk stedelijke omgeving gehanteerd. De parkeernorm wordt bepaald door het gemiddelde van de onder- en bovengrens van de kencijfers uit de publicatie, op een tiende en naar boven afgerond. Bij de ontwikkeling van het plangebied dienen de gemeentlijke parkeernormen zoals hiernaast afgebeeld als uitgangspunt.
40
5.3
Bebouwingsstructuur
Programma en woningtypologie In het noordelijke bouwblok worden circa 40 sociale
sociale huur appartmenten
huurappartementen gerealiseerd. Het betreft een haakvormige bouwmassa passend en aansluitend op de orthogonale opzet van het Europakwartier. De bouwhoogte bedraagt maximaal 4
appartementen twee-onder-één kapwoningen
bouwlagen. Aan de westzijde is ruimte voor twee-onder-één kap woningen bestaande uit twee bouwlagen met kap dan wel dakopbouw. Met deze bouwhoogte wordt aangesloten op die van de
appartementen of grondgebonden woningen Woningtyologie
bestaande grondgebonden woningen aan de Noorwegenlaan. Het half gesloten bouwblok biedt ruimte aan appartementen op een (half)verdiepte parkeervoorziening. Het zuidelijke deel van het bouwblok kan in plaats van appartementen uitgevoerd worden in stadswoningen. De woningen kunnen naar gelang de behoefte zowel in de huur als de koopsector gerealiseerd worden. Bij de uitwerking dient rekening gehouden te worden met de geluidproblematiek. De bouwhoogte bedraagt 3 bouwlagen aan de westzijde, in aansluiting op de twee-onder-één kapwoningen, oplopend naar maximaal 5 bouwlagen in de oostelijke punt van het plangebied.
Bouwhoogte
41
Fasering Het plan is, rekening houdende met de bestaande boerderij, in drie bouwfasen faseerbaar. Fase 1 ligt tegen het bestaande woongebied aan en kan als eerste uitgevoerd worden, hierin zijn de sociale huur appartementen opgenomen. In de tweede fase kunnen de appartementen langs de noord-oostrand gemaakt worden. Fase 3, met vrije sector koopwoningen, kan aansluitend worden opgestart als er overeenstemming is bereikt met de particuliere grondeigenaren. Woningaantallen en flexibiliteit Het woningbouwprogramma is flexibel. Met name het half gesloten bouwblok biedt ruimte aan verschillende woningtypologieën (grondgebonden en gestapeld). Gezien de
geluidproblematiek en het gewenste groene karakter
ligt de typologie gestapeld voor de hand aangezien deze typologie gecombineerd kan worden met een (half)verdiepte parkeeroplossing. Hierdoor is er meer ruimte voor groen en zijn auto’s zoveel mogelijk uit het zicht gesitueerd. Het totaal aantal te realiseren woningen is niet alleen afhankelijk van de woningtypologie maar ook op welke wijze voldaan kan worden aan de gemeentelijke parkeernorm en hoe parkeren op een gepaste wijze ingepast kan worden. Vooralsnog wordt er uitgegaan van circa 140 woningen.
42
Fasering
5.4
Beeldambities
Situering en oriëntatie •
De bestaande orthogonale bebouwingsstructuur is
De vorm en architectonische uitdrukking van zowel
kleur en materiaal van de verschillende elementen zal
en richting van
de gestapelde woningbouw als de twee-onder-één
afhangen van het complete architectuurconcept
de twee-onder-één kapwoningen en het noordelijke
kapwoningen zijn verwant (niet hetzelfde) aan elkaar en
bouwblok. Het oostelijke bouwblok kan een vrijere vorm
vormen een ensemble dat op een vanzelfsprekende wijze
krijgen en dient zorg te dragen voor de noodzakelijke
aansluit op de bestaande bebouwing
uitgangspunt voor de positionering
akoestische afscherming
•
•
Massaopbouw • •
Heldere opbouw van de appartementengebouwen:
• •
Platte daken zichtbaar vanuit andere gebouwen hebben een mos- en sedumbedekking
•
Maaiveldaansluitingen (plinten en puien) die aansluiten
Bij het half gesloten bouwblok dient er sprake te
op de openbare ruimte zeer hoogwaardig materialiseren
zijn van een duidelijke en herkenbare overgang van
en detailleren
hoogteaccent(en) naar het laagbouwdeel
•
Detaillering is ingetogen
De hoofdentrees van de gestapelde woningbouw zijn
•
Eventuele belettering (zoals de eventuele namen van de
kloeke volumes
herkenbaar en hebben een duidelijke relatie met de
gestapelde bebouwing) dient mee te worden genomen in
De appartementengebouwen worden afgedekt met een
situering van de parkeerplaatsen
de architectuur van de gebouwen
plat dak •
•
•
•
Bij de entrees van de gestapelde woningbouw aandacht
De maximale bouwhoogte van de noordelijke bouwmassa
voor integraal ontwerp van voordeur, verlichting en
bedraagt 4 bouwlagen
brievenbussen
De twee-onder-één kapwoningen bestaan uit maximaal 2
•
Balkons en overige aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt
bouwlagen met kap dan wel dakopbouw
aan de hoofdmassa vormgegeven en doen geen afbreuk
De opbouw van het oostelijke gelegen half gesloten
aan de heldere opbouw van de hoofdmassa
bouwblok is compact met een geleding in bouwhoogte (3-5 bouwlagen) en een zorgvuldige compositie van
Kleur- en materiaalgebruik en detaillering
hogere en lagere delen. Het hoogste deel is in de oostelijke
•
punt gelegen •
Dakopbouwen voor liften of andere technische installaties
materialisering te zijn •
moeten geïntegreerd worden in de bouwmassa en vallen binnen het silhouet van het gebouw
Om het concept kracht bij te zetten dient er samenhang in Natuurlijk kleur- en materiaalgebruik, dus geen gebruik van felle kleuren
•
Gebruik van hoogwaardige duurzame materialen waarbij het verouderen geen afbreuk doet aan de uitstraling
Gevelkarakteristiek
(mooi verouderen)
•
De bebouwing heeft een eigentijdse architectuur
•
De gestapelde woningbouw dient zich alzijdig te
en samenhang, toch de nodige variatie op het niveau van
manifesteren
gebouw en details. Hiervoor geldt dat de bepaling van
•
Kleuren en materialen bieden een zekere mate van rust
43
Finlandpad in halfverharding
44
Groen- en waterstructuur
Natuurlijke speelelementen
5.5
Groen- waterstructuur
5.6
Openbare ruimte
Landschapspark Aan de randen van het plangebied wordt de bestaande
•
Samenhang door architectuur en inrichting buitenruimte
groenstructuur versterkt en is er ruimte voor de extra
•
Natuurlijke materialen en uitstraling van de openbare
benodigde waterberging (verbreden bestaande sloten) als gevolg van de toename van verharding. Het bestaande groen
ruimte •
wordt uitgedund, opgeschoond, vervangen en aangevuld op een dusdanige wijze dat er sprake is van een landschapspark.
van bebouwd/onbebouwd oftewel privé/openbaar •
Dit landschapspark zorgt voor een groene buffer tussen de bebouwing en de aangrenzende infrastructuur.
Eventueel straatmeubilair is bescheiden van vormgeving met een natuurlijke uitstraling
•
Bouwwerken
ten
Het Finlandpad wordt vormgegven middels halfverharding
(ondergronds)
afvalinzameling
(padvast) en opgenomen in het landschapspark. Daarnaast is
ingepast en vereisen een onopvallende vormgeving zodat
er ruimte voor natuurlijke speelaanleiding.
ze niet beeldverstorend werken •
behoeve
nutsvoorzieningen worden
en
zorgvuldige
Inrichting openbare ruimte dient te voldoen aan het
Binnentuin
‘Handboek Inrichting Openbare Ruimte’ en de ‘Integrale
De binnentuin krijgt een groene inrichting met ruimte voor
Visie Openbare Ruimte ‘(IVOR) van de gemeente
spelen en waterberging. Afhankelijk van de uiteindelijke
IJsselstein
uitwerking en vormgeveing van het bouwblok kan de Groen parkeerdak binnentuin
Duidelijke en hoogwaardige vormgegeven overgangen
•
Gezien de bestaande landschappelijke kwaliteiten van dit
binnentuin geheel dan wel gedeeltelijk voorzien worden
gebied is ook een goede landschappelijke inpassing en dus
van een (half)verdiepte parkeervoorziening. Wanneer dit
het vroegtijdige inschakelen van een landschapsarchitect
het geval is dient het dak van de binnentuin klimaatadaptief
vereist bij de planontwikkeling
vormgegeven te worden met ruimte voor waterberging en een groene aankleding.
Groene binnentuin (bron: Delva)
45
46