Nota van Uitgangspunten Europakwartier Oost
Tekst van het document
Europakwartier oost
Nota van uitgangspunten Team Ruimte en Projecten december 2021
2
5
1. Inleiding 1.1
Aanleiding
5
1.2
Ligging plangebied
7
1.3
Leeswijzer
7
2. Beleidskaders
9
2.1
Inleiding
9
2.2
Rijksbeleid
9
2.3
Provinciaal beleid
12
2.4
Gemeentelijk beleid
16
3. Planologisch relevante (milieu)aspecten
19
4. Context en analyse
29
4.1
Beschrijving huidige situatie
4.2
Historie
5. Visie en uitgangspunten 5.1
Ruimtelijke hoofdopzet
5.2
Ontsluitingsstructuur en parkeren
5.3
Bebouwingsstructuur
5.4
Beeldambities
5.5
Groen - en waterstructuur
5.6
Openbare ruimte
EUROPAKWARTIER oost
29 35
37 37 39 41 43 45 45
Nota van uitgangspunten 3
Eu
rop
ala
an
0
m ra elt sn
N21
ce tra
Utrecht
seweg
4
Globale planbegrenzing (bron streetsmart)
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding
Aan de oostzijde van IJsselstein ligt de woonwijk Europkwartier.
ambities van de woonvisie van de gemeente IJsselstein. Naast
Het oostelijkde deel van deze woonwijk, gelegen tussen de
de gewenste woningdifferentiatie zijn de geluidhinder van de
trambaan, de Utrechtseweg en de N210, betreft een enigzins
omgeving en de flora en fauna belangrijke aandachtspunten.
wat afgelegen terrein met veel boombeplanting. Op het terrein bevindt zich een boerderij (in particulier eigendom), een
Doel is te komen tot een aantrekkelijke woonbuurt waarbij
opslagplaats van de gemeente en een openbaar trapveldje.
rekening gehouden wordt met de bestaande ruimtelijke en
Deze nota van uitgangspunten schetst de kaders om dit gebied,
landschappelijke kwaliteiten. In deze nota van uitgangspunten
rekening houdende met de bestaande landschappelijke en
worden de mogelijkheden en randvoorwaarden voor deze
ruimtelijke kwaliteiten, te ontwikkelen naar een levendige
ontwikkeling vastgelegd.
woonbuurt in een groene setting. Het voornemen is het gebied te ontwikkelen met een gedifferentieerd woonprogramma van sociale huur tot vrije sector koopwoningen passende bij de
Bird’s-eye view plangebied (bron: Cyclomedia) Zicht op plangebied vanaf Noorwegenlaan
5
6
Globale planbegrenzing geprojecteerd op 3D luchtfoto (bron: www.google.nl)
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt aan de oostzijde van IJsselstein en maakt onderdeel uit van het Europakwartier. De begrenzingen worden gevormd door het tracé van de trambaan aan de noordzijde, de N210 aan de oostzijde en de Utrechtseweg aan de zuidzijde. De westzijde wordt gevormd door de achterzijden van de bestaande woningen aan de Noorwegenlaan.
1.3
Leeswijzer
Deze nota van uitgangspunten geeft inzicht in de gewenste identiteit van de ontwikkeling. Naast dat de nota van uitgangspunten dient ter inspiratie, dient het tevens als toetsingskader voor iedereen die bij het verdere ontwerp- en ontwikkelingsproces betrokken is om een bijzonder gebied met maximaal toekomstperspectief te bieden. Deze nota van uitgangspunten is geen star document en kan de doorlooptijd van de ontwikkeling faciliteren met heldere kaders. Het gaat hierbij om het vastleggen en waarborgen van de gewenste identiteit. Naar de letter of de geest? De ervaring heeft geleerd dat een nota van uitgangspunten als te benauwend voor een deugdelijke planontwikkeling ervaren kan worden. De oorzaak hiervan ligt in het feit, dat bij het opstellen van de nota van uitgangspunten lang niet alle mogelijke ontwikkelingen voorzien kunnen worden. De gestelde nota zou in dergelijke gevallen een goede planontwikkeling onmogelijk kunnen maken. Daarom wordt hier in de leeswijzer benadrukt dat deze nota van uitgangspunten naar de geest gelezen dient te worden.
Ligging plangebied geprojecteert op de topografische ondergrond
7
8
2. BELEIDSKADERS
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam
is. Deze uitwerking heeft nog niet plaatsgevonden en is
perspectief voor de leefomgeving. Hiermee wordt ingespeeld
bovendien op een schaalniveau die het onderhavig plangebied
2.1
op de grote uitdagingen in de komende jaren. Allerlei trends
overstijgt. De beoogde woningbouwontwikkeling betreft
De gemeente IJsselstein heeft te maken met de vigerende
en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving.
geen verantwoordelijkheid van het Rijk. Het voorliggende
beleidskaders van de landelijke en provinciale overheid;
Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een
plangebied is tevens niet gelegen in een gebied waarvoor
ontwikkelingen dienen te voldoen aan dit beleid. Daarnaast
duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de
van rijkswege een relevante ruimtereservering geldt (met
dient de voorgenomen ontwikkeling zich eveneens te
gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel
uitzondering van de ligging in een radarverstoringsgebied, zie
voegen binnen de marges van het gemeentelijke beleid. Het
van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige
navolgend). Het planvoornemen is daarmee passend binnen
ruimtelijk beleid van de drie voorgenoemde overheden is per
keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is
de Nationale Omgevingsvisie.
overheidslaag neergelegd in één of meerdere zogenoemde
een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt
structuurvisies of omgevingsvisies. Voor de realisatie van
een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd,
2.2.2
het beleid zetten de verschillende overheden een mix van
maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven,
ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012
instrumenten in; één van die instrumenten betreft het
kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers.
vertalen van het beleid uit de structuurvisie of omgevingsvisie
De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar
Toetsingskader
naar een juridisch bindende verordening. Hieronder zijn de
dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en
Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met
voor de onderhavige ontwikkeling relevante structuurvisies,
gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid
daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen.
omgevingsvisies
overheidslaag
voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies,
Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor
weergegeven en wordt getoetst of onderhavige ontwikkeling
gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes
de andere beleidskaders uit de toenmalige SVIR en tevens
passend is binnen het beleid.
in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.
uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema
Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de
Elektriciteitsvoorziening.
Inleiding
en
verordeningen
per
Besluit en ministeriële regeling algemene regels
Door
de
nationale
belangen
2.2
Rijksbeleid
NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen
vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het
wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier
Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming
2.2.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI), 2020
prioriteiten:
bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de
1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie.
bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de
Toetsingskader
2.
Duurzaam economisch groeipotentieel.
bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie
3.
Sterke en gezonde steden en regio’s.
ordening (Rarro).
vastgesteld. De Nationale Omgevingsvisie vervangt integraal
4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk
de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Tegelijkertijd
gebied.
Volgens de kaarten behorende bij het Rarro is het plangebied
met het vervallen van de SVIR vervalt ook het Nationaal Milieubeleidsplan.
Beoordeling
Beoordeling
gelegen
binnen
het
radarverstoringsgebied
behorende
De NOVI dient op regionaal niveau uitgewerkt te worden
bij radarstation Volkel en het radarverstoringsgebied van
zodat een gebiedsgerichte aanpak en maatwerk mogelijk
radarstation Herwijnen. In een gebied rondom een radarstation 9
moet rekening worden gehouden met de functionele
voor duurzame verstedelijking’. Met de toevoeging van dit
een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de
bruikbaarheid daarvan. Rondom het radarstation mogen
artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke
‘ladder’ verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag
geen bestemmingen opgenomen worden die het oprichten
ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig
negatief wordt beantwoord, dan is de ‘ladder’ niet (verder)
van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte
ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5).
van toepassing dan wel kan niet aan de ‘ladder voor duurzame
onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking
Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking
verstedelijking’ worden voldaan.
van de radar. Het radarverstoringsgebied bestaat uit een cirkel
getreden. Het Bro regelt thans dat ‘de verantwoording van een
a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke
met een straal van 15 nautische mijl (ongeveer 28 kilometer)
juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale
ontwikkeling?
gemeten vanaf de positie van de radar. De maximale hoogte
overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk
b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke
van bouwwerken in het radarverstoringsgebied wordt bepaald
maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan
ontwikkeling?
door elke denkbeeldige rechte lijn die wordt getrokken vanaf
die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk
c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling?
een punt op de top van de radarantenne, oplopend met
besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand
d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand
0,25 graden tot 15 kilometer van de radarantenne. Vanaf 15
stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te
stedelijk gebied?
kilometer geldt binnen het radarverstoringsgebied vanwege
bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in
e. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen
radarstation Volkel een maximale hoogte van 114 meter ten
die behoefte kan worden voorzien’. De definiëring van enkele
bestaand stedelijk gebied te realiseren?
opzichte van NAP. Ten aanzien van het radarverstoringsgebied
van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro
vanwege radarstation Herwijnen is de maximale hoogte (van
laat onverlet dat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ als
a.
windturbines) gesteld op 90 meter ten opzichte van NAP.
een ‘open norm’ is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm
ontwikkeling?
Dergelijke bouwhoogtes zijn in onderhavig plan niet aan de
inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden
Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat wanneer
orde, waardoor het plan geen invloed heeft voor radarstations.
nader ingevuld moet worden. Sinds de inwerkingtreding
een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die
van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad
gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie
Voor het overige zijn er ten aanzien van het onderhavige
van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig
zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een
plangebied geen regels uit het Barro en het Rarro van
ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017
stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt.
toepassing, aangezien er bij de onderhavige ontwikkeling
heeft de ABRvS een zogenoemde ‘overzichtsuitspraak’
geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden
gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de
Het planvoornemen voorziet in de realisatie van een
zijn gemoeid.
dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te
kleinschalig woongebied waarin plaats is voor meer dan 11
behouden jurisprudentielijnen nader uit een worden gezet.
woningen. Deze ontwikkeling is daarom gelet op de omvang
Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de ‘ladder voor
in als ‘stedelijke ontwikkeling’ te classificeren. De ‘ladder voor
2 Bro)
duurzame verstedelijking’ concreet worden toegepast.
duurzame verstedelijking’ moet verder worden doorlopen.
Toetsingskader
Beoordeling
b.
Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het
Toepassing van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’
stedelijke ontwikkeling?
Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de ‘ladder
houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien
Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat van een
2.2.3
10
Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid
Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke
Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe
‘nieuwe’ stedelijke ontwikkeling kan worden gesproken als uit
ECLI:NL:RVS:2017:2908, r.o. 10.2). Specifiek voor de gemeente
horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal
een onderling samenhangende beoordeling van het ruimtelijke
IJsselstein is in Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (herijking
culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.
besluit, in vergelijking met het voorgaande planologische
2016) uitgegaan van een woningbouwprogramma van 500
Bij de beantwoording van de vraag of een plangebied als
regime, blijkt dat sprake is van een functiewijziging en dat
woningen in diverse projecten in het stedelijk gebied. Het
een bestaand stedelijk gebied in de zien van art. 1.1.1 Bro
sprake is van een groter planologisch beslag op de ruimte.
planvoornemen past binnen deze woningbouwprogrammering.
kan worden aangemerkt dient te worden beoordeeld of het
De gemeente signaleert echter in haar woonvisie (2019) dat
voorgaande bestemmingsplan binnen het gebied reeds een
Het plangebied heeft thans overwegend een groenbestemming.
er sprake is van een forse druk op de woningmarkt en een
stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve
Gronden met deze bestemming zijn met name bedoeld voor
onevenwichtige bevolkingsontwikkeling onder invloed van
van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel
groenvoorzieningen. Burgerbewoning is niet toegestaan.
vergrijzing, waardoor het aantal inwoners en in het bijzonder
of horeca mogelijk maakt, of het gebied op grond van het
Het onderhavig ruimtelijk besluit maakt ter plaatse van het
het aantal gezinnen met kinderen afneemt. Om op deze
voorgaande plan kan worden beschouwd als bij een bestaand
plangebied de bouw van woningen mogelijk. Gelet hierop is
opgaven in te spelen, wil de gemeente IJsselstein sterk inzetten
stedenbouwkundig samenstel van bebouwing behorende
sprake van een functiewijziging en vindt tevens een vergroting
op een wervend woonmilieu gericht op eigen inwoners én
openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen
van het planologisch beslag op de ruimte plaats. De ‘ladder voor
nieuwe instroom. Dat vraagt een stevige groeiambitie om
en infrastructuur.
duurzame verstedelijking’ moet verder worden doorlopen.
tot 2030 minimaal netto 2.500 nieuwe woningen toe te voegen. Om deze groeiambitie te realiseren zet de gemeente
De gronden binnen het plangebied kennen overwegend een
in op nieuwbouw binnenstedelijk en buiten de contour. De
functie voor stedelijk groen. De gronden liggen tussen de
ontwikkeling
binnenstedelijke ruimte zal als eerste worden ingezet voor de
Utrechtseweg, de N210 en bestaande woonfuncties. Binnen
Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat, indien
versnelling van de bouwproductie. Er is binnenstedelijk nog
het plangebied is in de huidige situatie ook sprake van een
sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’, de behoefte
ruimte voor 600-800 woningen. Met het planvoornemen wordt
bestaande woning. Op basis van kaartmateriaal behorend
aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling in het ruimtelijk besluit
tegemoet gekomen aan deze kwantitatieve woningbehoefte.
bij de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie zijn de gronden
c.
Is er sprake van een behoefte aan de voorziene
dient te worden beschreven. Het kan hierbij zowel gaan om
tot slot aangemerkt als ‘Stedelijk gebied’. Gelet hierop is
een kwantitatieve behoefte als een kwalitatieve behoefte.
d.
Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand
het onderhavige plangebied gelegen binnen het ‘bestaand
De beschrijving van de behoefte dient te worden gebaseerd
stedelijk gebied?
op voldoende actuele, concrete en zo mogelijk cijfermatige
Uit de wetstekst en de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS
gegevens. Het is niet in strijd met art. 3.1.6, lid 2 Bro als voor
blijkt dat indien de ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ buiten
Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ruimtelijke
de onderbouwing van de behoefte in het ruimtelijk besluit
‘bestaand stedelijk gebied’ is gelegen, de verantwoording
ontwikkeling is aan te merken als een ‘nieuwe stedelijke
wordt verwezen naar een of meer onderzoeksrapporten of
in het ruimtelijke besluit een motivering dient te bevatten
ontwikkeling’. De ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ voorziet in
beleidsdocumenten.
waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die
een behoefte aan woningen en is gelegen binnen het bestaand
behoefte kan worden voorzien. Ex artikel 1.1.1 van het Bro
stedelijk gebied. Daarmee past het initiatief binnen de kaders
Uit jurisprudentie blijkt dat de actuele behoefte aan
wordt onder ‘bestaand stedelijk gebied’ verstaan: bestaand
van de ladder voor duurzame verstedelijking.
woningen kan worden onderbouwd met gebruikmaking van
stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve
regionale woningbouwafspraken (o.m. 25 oktober 2017,
van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of
stedelijk gebied’ van IJsselstein.
11
2.3
Provinciaal beleid
2.3.1
Omgevingsvisie en Interim omgevingsverordening
Utrecht Toetsingskader Op 17 maart 2020 hebben Gedeputeerde Staten de Omgevingsvisie Utrecht
en
de
vastgesteld.
Interim
Omdat
de
omgevingsverordening Omgevingswet
naar
verwachting op 1 juli 2022) wordt vastgesteld, was het nodig om in plaats van de Omgevingsverordening een Interim Omgevingsverordening,
kortweg
Interimverordening,
te
maken. De Omgevingsverordening kan namelijk niet onder de huidige wetgeving in werking treden; dat kan alleen onder de nieuwe Omgevingswet. In de Omgevingsvisie staat hoe de provincie er in 2050 uitziet. Met de Omgevingsvisie geeft de provincie richting aan de toekomstige leefomgeving. In de Omgevingsverordening staan de regels die daarvoor nodig zijn. Het is niet eenvoudig om deze leefomgeving in te richten. De provincie wil zich onder andere voorbereiden op:
12
•
de extra woningen die gebouwd moeten worden;
•
de toename van werkgelegenheid;
•
de toename van verkeer;
•
de energietransitie;
•
de klimaatverandering;
•
de veranderingen in de landbouw.
duurzaam, gezond en veilig bereikbaar:
2.3.2
Programma wonen en werken Utrecht
Aan deze (nieuwe) ontwikkelingen wil de provincie ruimte
5.
geven. Verder vindt de provincie het belangrijk om de
“We leggen nieuwe verbindingen voor openbaar vervoer en
bestaande kwaliteiten van de provincie Utrecht te behouden,
(snel)fietspaden aan tussen de woon-, werk- en leefgebieden.
Toetsingskader
te versterken en in balans te laten zijn met deze ontwikkelingen.
Ook willen we beter gebruik maken van de bestaande wegen.”
De provincie Utrecht wil flexibel kunnen inspelen op de grote behoefte aan woningen en bedrijfsruimte. Samen met
In de Omgevingsvisie zijn zeven thema’s uitgewerkt. Per thema
6.
maakt de provincie belangrijke keuzes:
“We zorgen goed voor de landschappen, waterlinies, forten,
en bedrijvenlocaties in een adaptief programma (het
kastelen en buitenplaatsen, en we willen dat veel mensen
Programma wonen en werken Utrecht). Het Programma is
kunnen genieten van die fraaie plekken. Ook vinden we het
voor het onderdeel wonen en werken een uitwerking van de
“We zorgen ervoor dat de woon-, werk- en leefgebieden gezond
belangrijk dat het cultuuraanbod (zoals festivals en musea)
Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Hierin is een
zijn en uitnodigen tot bewegen (te voet of per fiets). Ook willen
met het aantal inwoners meegroeit.”
nieuwe systematiek voor de locaties voor wonen en werken
1.
stad en land gezond:
leven landschap, erfgoed en cultuur:
we dat er in en rondom steden en dorpen voldoende groene gebieden zijn om te recreëren”. 2.
klimaatbestendig en waterrobuust:
gemeenten wil zij daarom afspraken maken over woningbouw-
opgenomen. Gemeenten en provincie stellen gezamenlijk 7.
toekomstbestendige natuur en landbouw:
regionale programma’s voor wonen en werken op, de provincie
“We beschermen de natuur en leggen nieuwe natuurgebieden
legt de essentie daarvan vast in een provinciaal programma
aan die we onderling met elkaar verbinden. We helpen boeren
wonen en werken.
“We beschermen onze provincie tegen overstromingen,
om een omslag te maken naar kringlooplandbouw. Dat
een tekort aan zoetwater of de gevolgen van extreem weer
betekent voedsel produceren met zo min mogelijk verlies aan
Het ‘Provinciale programma wonen en werken’ zal per
(wateroverlast en hitte). Ook gaan we de bodemdaling tegen,
grondstoffen en een zorgvuldig beheer van bodem, water en
regio een overzicht bevatten van het aantal woningen/
met name in de veenweidegebieden.”
natuur.”
hectares bedrijventerrein dat kan worden gerealiseerd dan wel geherstructureerd of geïntensiveerd. Daarbij worden de
3.
duurzame energie:
Beoordeling
mogelijke uitbreidingslocaties specifiek opgenomen.
“We stimuleren energiebesparing, evenals het opwekken van
Bestaande regels uit de Provinciale Ruimtelijke Verordening zijn
duurzame energie uit wind, zon, bodem en water.”
in de Interim omgevingsverordening beleidsneutraal omgezet,
Beoordeling
tenzij uit de Omgevingsvisie een andere keuze voortvloeit.
Het Programma wonen en werken Utrecht is nog niet
De provinciale omgevingsvisie en -verordening bevatten geen
vastgesteld. In het concept programma zijn de beoogde
“We bouwen nieuwe woningen en bedrijven vooral op plekken
specifieke aandachtspunten voor het plangebied anders dan
aantallen voor Europakwartier oost meegenomen. Zodra
binnen de bebouwde kom. En op plekken die goed met trein,
reeds genoemd onder de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie
het programma is vastgesteld kan, indien de onderhavige
bus, tram en fiets te bereiken zijn.”
en de Provinciale Ruimtelijke Verordening. Uitzondering
woningbouwplannen ver genoeg zijn uitgewerkt, bij een
hierop vormt het ‘Programma wonen en werken Utrecht’. Aan
update van het programma de beoogde aantallen woningen
dit programma wordt navolgend getoetst.
worden ‘overgezet’ naar een zogenaamd ‘hard’ plan, zodat de
4.
vitale steden en dorpen:
woningaantallen regionaal afgestemd en geborgd zijn.
13
2.4 2.4.1
Gemeentelijk beleid Vigerend bestemmingsplan
het vigerende bestemmingsplan geen bouwmogelijkheden
De visie is gericht op het versterken van kwaliteit en karakter
kennen voor woningvermeerdering. Om de ontwikkeling
door te streven naar zorgvuldig ruimtegebruik en duurzame
mogelijk te maken, dient een nieuwe juridisch-planologische
ruimtelijke kwaliteit. Een belangrijk uitgangspunt van de visie
regeling te worden opgesteld.
is het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van woon- en bedrijfsgebieden. In de structuurvisie staan de volgende
Toetsingskader Het vigerend bestemmingsplan voor het plangebied is
2.4.2
Structuurvisie IJsselstein (‘kwaliteit met karakter’)
•
het bestemmingsplan “Noordoost” dat op 30 mei 2013
versterking van de eigen identiteit van IJsselstein binnen
door de gemeenteraad van IJsselstein is vastgesteld. De
Toetsingskader
de stadsregio als middelgrote dynamische stad met
ontwikkellocatie heeft voor een groot deel de bestemming
Op 3 juli 2003 heeft de gemeenteraad van IJsselstein de
historisch karakter aan de Hollandsche IJssel als poort
‘Groen’. Daarbij zijn de grote oppervlakte wateren bestemd
structuurvisie ‘Kwaliteit met karakter’ vastgesteld. In deze
naar het Groene Hart;
als ‘Water’. De bestaande woning heeft een bestemming
visie is beschreven hoe de gemeente IJsselstein over 10 tot 15
‘Wonen’. Tot slot geldt dat in het gehele plangebied een
jaar invulling geeft aan werken, wonen, recreatie en natuur.
gebiedsaanduiding ‘Archeologisch waardevol gebied - 3’ van kracht is. Gebieden, waar wel een verwachting geldt, maar nog niet is aangetoond worden aangeduid met een dergelijke gebiedsaanduiding. Deze specifieke aanduiding geeft aan dat de gronden een lage archeologisch verwachting hebben. Voor bodemingrepen van meer dan 10.000 m2 en dieper dan 30 cm is archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Volgens de archeologische verwachtingskaart van de gemeente IJsselstein ligt het gehele plangebied echter in een gebied met een middelhoge/hoge archeologische verwachting. In deze gebieden dient bij planvorming en voorafgaand aan vergunningverlening bij een verstoringsoppervlak groter dan 500 m² en bodemingrepen dieper dan 30 cm -mv er vroegtijdig een inventariserend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Beoordeling Het vigerende bestemmingsplan staat de voorgenomen (her) ontwikkeling van het plangebied niet toe, daar het overgrote gedeelte van de gronden binnen het plangebied op basis van 14
doelstellingen centraal:
Uitsnede vigerend bestemmingsplan “Noordoost”
•
•
werken aan een duurzaam leefbare stad, met aandacht
De leidende visie is in de toekomstvisie als volgt geformuleerd:
Duurzame samenleving en duurzame omgeving
voor kwaliteit en een gedifferentieerd aanbod van
IJsselstein Dichtbij: stad waar inwoners en ondernemers zich
De gemeente wil nieuwe energiebronnen in IJsselstein
woningen, arbeidsplaatsen en voorzieningen, met respect
mee verbonden voelen. Waar de sociale samenhang kracht
toepassen. Al te vaak gebeurt dit via pilots. De gemeente
voor landschap en natuur en een duidelijke plaats voor
heeft. Waar de ruimtelijk-historische uitstraling een ‘thuis’
IJsselstein wil echter de fase van pilots voorbij en streeft
water;
biedt. En waar de gemeente als partner aan de zijde van
daarom naar een brede toepassing van vernieuwende
benutten van de potenties van de Hollandse IJssel voor
inwoners en ondernemers staat.
energiebronnen. Te denken is hierbij aan de ontwikkeling
wonen, recreatie en natuur.
Daarbij zijn vier doelen onderscheiden, waarvan er twee
van energiebronnen per wijk (zonnecollectoren, warmte-
relevant zijn voor de beoogde ontwikkeling:
terugwinning, etc.).
Beoordeling
•
Herkenbare historische en ruimtelijke structuren;
Voor het bestaande stedelijke gebied is het uitgangspunt
•
Duurzame samenleving en duurzame omgeving.
kwaliteitsverbetering,
herstructurering,
een
zekere
Beoordeling Ten aanzien van de groenambitie wordt verwezen naar de
intensivering van het ruimtegebruik en meer differentiatie in
Herkenbare historische en ruimtelijke structuren
Nota Natuurkaart, behandeld verderop in deze kadernota.
woonmilieus. Eveneens wordt ingezet op de versterking van
Binnen deze doelstelling zijn de volgende ambities relevant:
Ten aanzien van de overige ambities geldt dat met het
de stedelijke entree en de relatie tussen het stedelijk gebied
•
Gebruikswaarde van groen en water in de woonwijken: De
planvoornemen sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik, met
en het buitengebied. In algemene zin kan gesteld worden
woonwijken hebben vaak een groene uitstraling. Het groen
name omdat een locatie met een (deels) bestaande stedelijke
dat het voorgenomen initiatief een kwaliteitsverbetering/
is nu nog te vaak ‘zichtgroen’. De gemeente wil daarom de
functie opnieuw wordt ontwikkeld. Daarbij is een stedelijke,
herstructurering betreft, waarbij de ruimte intensiever wordt
gebruikswaarde van het groen vergroten. Het biedt zo een
relatief
gebruikt en verschillende woonmilieus worden beoogd.
natuurlijke plek voor ontmoeting en vertier. De gemeente
bijpassende, hoge ruimtelijke kwaliteit. Zoals al aangegeven
Daarmee is het planvoornemen in lijn met de Structuurvisie
heeft dit uitgewerkt in haar Groenstructuurplan, waar zij
in de toets aan het provinciaal beleid is het toepassen van
IJsselstein.
nu uitvoering aan geeft.
duurzame energiebronnen een aandachtspunt waaraan ook
Zorgvuldig en meervoudig ruimtegebruik: Een zorgvuldige
met dit initiatief gevolg aan wordt gegeven. Daarmee is het
IJsselstein is een stad met een karakteristieke historische
benutting van de schaarse ruimte is bij deze ruimtedruk
planvoornemen in lijn met de Toekomstvisie IJsselstein.
ruimtelijke kwaliteit. Belangrijke kenmerken in deze ruimtelijke
van belang. Kansen voor een betere benutting van ruimte
kwaliteit zijn de historische binnenstad met monumenten en
dienen zich aan bij de herinrichting van bedrijventerreinen.
de Hollandse IJssel die door de stad stroomt.
En ook door slimme functiecombinaties kan de schaarse
•
ruimte beter benut worden.
Toetsingskader
Werken met stedelijke bebouwingsdichtheden: Bij nieuwe
Op 21 januari 2010 heeft de gemeenteraad van IJsselstein de
combineert de stad de rust en ruimte van het groene
ontwikkelingen streeft de gemeente, waar mogelijk, naar
Toekomstvisie ‘IJsselstein Dichtbij’ vastgesteld. De gemeente
buitengebied met de economische dynamiek van een
een combinatie van hoge bebouwingsdichtheden en een
IJsselstein kenmerkt zich onder meer door drie belangrijke
stad.
hoge ruimtelijke kwaliteit. Dit mag uiteraard niet ten
kwaliteiten:
koste gaan van de leefbaarheid in de stad.
•
•
IJsselstein heeft een unieke ligging in zowel het Groene Hart als het stedelijk gebied van Utrecht. Hierdoor
•
2.4.3
hoge
bebouwingsdichtheid
beoogd,
met
een
Toekomstvisie 2025 (‘IJsselstein Dichtbij’)
IJsselstein is een stad met een sterke sociale samenhang. Mensen zijn zeer betrokken bij de gemeenschap en bij 15
De leidende visie is in de toekomstvisie als volgt geformuleerd:
Duurzame samenleving en duurzame omgeving
IJsselstein Dichtbij: stad waar inwoners en ondernemers zich
De gemeente wil nieuwe energiebronnen in IJsselstein
mee verbonden voelen. Waar de sociale samenhang kracht
toepassen. Al te vaak gebeurt dit via pilots. De gemeente
heeft. Waar de ruimtelijk-historische uitstraling een ‘thuis’
IJsselstein wil echter de fase van pilots voorbij en streeft
biedt. En waar de gemeente als partner aan de zijde van
daarom naar een brede toepassing van vernieuwende
inwoners en ondernemers staat.
energiebronnen. Te denken is hierbij aan de ontwikkeling
Daarbij zijn vier doelen onderscheiden, waarvan er twee
van energiebronnen per wijk (zonnecollectoren, warmte-
relevant zijn voor de beoogde ontwikkeling:
terugwinning, etc.).
•
Herkenbare historische en ruimtelijke structuren;
•
Duurzame samenleving en duurzame omgeving.
Beoordeling Ten aanzien van de groenambitie wordt verwezen naar de
Herkenbare historische en ruimtelijke structuren
Nota Natuurkaart, behandeld verderop in deze kadernota.
Binnen deze doelstelling zijn de volgende ambities relevant:
Ten aanzien van de overige ambities geldt dat met het
•
Gebruikswaarde van groen en water in de woonwijken: De
planvoornemen sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik, met
woonwijken hebben vaak een groene uitstraling. Het groen
name omdat een locatie met een (deels) bestaande stedelijke
is nu nog te vaak ‘zichtgroen’. De gemeente wil daarom de
functie opnieuw wordt ontwikkeld. Daarbij is een stedelijke,
gebruikswaarde van het groen vergroten. Het biedt zo een
relatief
natuurlijke plek voor ontmoeting en vertier. De gemeente
bijpassende, hoge ruimtelijke kwaliteit. Zoals al aangegeven
heeft dit uitgewerkt in haar Groenstructuurplan, waar zij
in de toets aan het provinciaal beleid is het toepassen van
nu uitvoering aan geeft.
duurzame energiebronnen een aandachtspunt waaraan ook
Zorgvuldig en meervoudig ruimtegebruik: Een zorgvuldige
met dit initiatief gevolg aan wordt gegeven. Daarmee is het
benutting van de schaarse ruimte is bij deze ruimtedruk
planvoornemen in lijn met de Toekomstvisie IJsselstein.
•
hoge
bebouwingsdichtheid
beoogd,
met
een
van belang. Kansen voor een betere benutting van ruimte dienen zich aan bij de herinrichting van bedrijventerreinen.
2.4.3
Toekomstvisie 2025 (‘IJsselstein Dichtbij’)
En ook door slimme functiecombinaties kan de schaarse •
ruimte beter benut worden.
Toetsingskader
Werken met stedelijke bebouwingsdichtheden: Bij nieuwe
Op 21 januari 2010 heeft de gemeenteraad van IJsselstein de
ontwikkelingen streeft de gemeente, waar mogelijk, naar
Toekomstvisie ‘IJsselstein Dichtbij’ vastgesteld. De gemeente
een combinatie van hoge bebouwingsdichtheden en een
IJsselstein kenmerkt zich onder meer door drie belangrijke
hoge ruimtelijke kwaliteit. Dit mag uiteraard niet ten
kwaliteiten:
koste gaan van de leefbaarheid in de stad.
•
IJsselstein is een stad met een sterke sociale samenhang. Mensen zijn zeer betrokken bij de gemeenschap en bij
16
•
•
elkaar. Dit geldt voor zowel inwoners als ondernemers. De
Het biedt zo een natuurlijke plek voor ontmoeting
bijpassende, hoge ruimtelijke kwaliteit. Zoals al aangegeven
samenhang komt onder meer tot uitdrukking in een actief
en vertier. De gemeente heeft dit uitgewerkt in haar
in de toets aan het provinciaal beleid is het toepassen van
verenigingsleven en tal van evenementen.
Groenstructuurplan, waar zij nu uitvoering aan geeft.
duurzame energiebronnen een aandachtspunt waaraan ook
Zorgvuldig en meervoudig ruimtegebruik: Een zorgvuldige
met dit initiatief gevolg aan wordt gegeven. Daarmee is het
ruimtelijke kwaliteit. Belangrijke kenmerken in deze
benutting van de schaarse ruimte is bij deze ruimtedruk
planvoornemen in lijn met de Toekomstvisie IJsselstein.
ruimtelijke kwaliteit zijn de historische binnenstad met
van belang. Kansen voor een betere benutting van ruimte
monumenten en de Hollandse IJssel die door de stad
dienen zich aan bij de herinrichting van bedrijventerreinen.
stroomt.
En ook door slimme functiecombinaties kan de schaarse
IJsselstein heeft een unieke ligging in zowel het Groene
ruimte beter benut worden.
Toetsingskader
Werken met stedelijke bebouwingsdichtheden: Bij nieuwe
De gemeenteraad van de gemeente IJsselstein heeft de
combineert de stad de rust en ruimte van het groene
ontwikkelingen streeft de gemeente, waar mogelijk, naar
Woonvisie 2019 – 2030 vastgesteld op 4 juli 2019. In de
buitengebied met de economische dynamiek van een
een combinatie van hoge bebouwingsdichtheden en een
Woonvisie 2019 – 2030 legt de gemeente IJsselstein de
stad.
hoge ruimtelijke kwaliteit. Dit mag uiteraard niet ten
prioriteiten van het lokale woonbeleid voor de komende jaren
koste gaan van de leefbaarheid in de stad.
vast. De visie geeft inhoud en richting aan de ontwikkelingen
IJsselstein is een stad met een karakteristieke historische
Hart als het stedelijk gebied van Utrecht. Hierdoor
•
•
De leidende visie is in de toekomstvisie als volgt geformuleerd:
2.4.4
Woonvisie gemeente IJsselstein 2019 - 2030
op de woningmarkt. Daarbij wordt concreet ingezet op de
IJsselstein Dichtbij: stad waar inwoners en ondernemers zich
Duurzame samenleving en duurzame omgeving
komende vijf jaar, met een doorkijk naar de jaren daarna
mee verbonden voelen. Waar de sociale samenhang kracht
De gemeente wil nieuwe energiebronnen in IJsselstein
richting 2030. De doelen uit de woonvisie zijn uitgewerkt in
heeft. Waar de ruimtelijk-historische uitstraling een ‘thuis’
toepassen. Al te vaak gebeurt dit via pilots. De gemeente
een vijftal pijlers:
biedt. En waar de gemeente als partner aan de zijde van
IJsselstein wil echter de fase van pilots voorbij en streeft
1.
Evenwichtige bevolkingsopbouw vraagt extra groei;
inwoners en ondernemers staat.
daarom naar een brede toepassing van vernieuwende
2.
Gevarieerde en bereikbare woonmilieus;
Daarbij zijn vier doelen onderscheiden, waarvan er twee
energiebronnen. Te denken is hierbij aan de ontwikkeling
3.
3Voorkomen verdringing kwetsbare groepen op de
relevant zijn voor de beoogde ontwikkeling:
van energiebronnen per wijk (zonnecollectoren, warmteterugwinning, etc.).
•
Herkenbare historische en ruimtelijke structuren;
•
Duurzame samenleving en duurzame omgeving.
woningmarkt; 4.
Toekomstbestendige en duurzame wijken;
5.
Langer thuis wonen ondersteunen.
Beoordeling Ten aanzien van de groenambitie wordt verwezen naar de
Om invulling te geven aan de hierboven genoemde pijlers zijn
Herkenbare historische en ruimtelijke structuren
Nota Natuurkaart, behandeld verderop in deze kadernota.
de doelen uitgewerkt naar beleid. Dit is door de gemeente
Binnen deze doelstelling zijn de volgende ambities relevant:
Ten aanzien van de overige ambities geldt dat met het
IJsselstein gedaan aan de hand van een aantal thema’s waarop
•
•Gebruikswaarde van groen en water in de woonwijken:
planvoornemen sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik, met
beleidssturing mogelijk is. De drie thema’s zijn:
De woonwijken hebben vaak een groene uitstraling. Het
name omdat een locatie met een (deels) bestaande stedelijke
•
Passend kwalitatief woningbouwprogramma;
groen is nu nog te vaak ‘zichtgroen’. De gemeente wil
functie opnieuw wordt ontwikkeld. Daarbij is een stedelijke,
•
Aanpak bestaande woningvoorraad;
daarom de gebruikswaarde van het groen vergroten.
relatief hoge bebouwingsdichtheid beoogd, met een
•
Aanpak voor langer zelfstandig wonen. 17
2.4.5
Nota Natuurkaart IJsselstein
Toetsingskader Op 1 februari 2018 heeft de gemeenteraad van IJsselstein de
blijven. Op deze manier kan al in een vroeg stadium gezocht
betekent echter dat de gemeente concessies moet doen door
Natuurkaart inclusief bijbehorende Natuurnota vastgesteld.
worden naar een vereniging van de ontwikkeling met de
extra te verdichten. Door binnen het plangebied gestapelde
Doel is het in beeld brengen van de huidige natuurwaarde
mogelijk ter plaatse aanwezige ecologisch waardevolle
woningbouw toe te staan, kan zoveel als mogelijk waardevol
van het groen in de gemeente. Op de natuurkaart staan de
groenstructuren. De gemeente wil nieuwbouw realiseren met
groen worden behouden.
belangrijkste natuurgebieden en natuurroutes in en direct
behoud van de identiteit van IJsselstein en het groene karakter.
om de stad. De Natuurnota geeft weer dat in een groot
Een forse binnenstedelijke bouwopgave accommoderen
deel van IJsselstein het groen uit natuurlijk aangelegd groen bestaat. Dit groen is veelal aangelegd in de jaren zeventig. De heesterbeplanting is inheems, evenals de bomen (met enkele uitzonderingen daargelaten). In combinatie met water en de verbinding met het buitengebied heeft groen veelal een hoge natuurwaarde. Tegenover het ‘natuurlijker groen’ staat het belevingsgroen of kijkgroen. Het belevingsgroen of kijkgroen is groen met vooral een betekenis voor de aankleding. Dit groen is vooral van belang als middel voor ruimtelijke indeling of verkeersbegeleiding, het verzachten van de stenige ruimte en het geven van beschutting en intimiteit. Het beheer is veelal intensief en bestaat uit strak gemaaide gazons, regelmatig gesnoeide hagen of lage beplanting (bodembedekkers) die gesnoeid worden. De natuurwaarde is in het algemeen laag. Uitgangspunt van het ontwerp is dat zoveel als mogelijk ecologisch waardevol groen wordt behouden. Blijkens de Natuurkaart zijn in het plangebied groenstructuren aanwezig die conform de legenda als ecologisch waardevol dienen te worden beschouwd. De resultaten van het uit te voeren ecologisch onderzoek kunnen daarnaast van invloed zijn op het wel of niet rooien van groen ten behoeve van de woningbouwontwikkeling. Het is raadzaam om te inventariseren welke groenstructuren behouden dienen te 18
Uitsnede Natuurkaart ter hoogte van het plangebied
3. PLANOLOGISCH RELEVANTE (MILIEU)ASPECTEN
kan nemen indien, voor zover redelijkerwijs valt in te zien, een
zoals genoemd in art. 1 Wgh en art 1.2 Bgh – het Besluit
eventuele bodemverontreiniging niet aan de uitvoerbaarheid
geluidhinder zoals gewijzigd op 4 april 2012);
3.1
Inleiding
r.o. 2.18.4; 27 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW9569, r.o.
Toetsing juncto art. 3.1.6 Bro
principe geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De
functie in een geluidsgevoelige functie (bijvoorbeeld via
Met betrekking tot een ruimtelijk besluit staat in artikel 3.2 van
bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico vormen voor
afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid).
de Algemene wet bestuursrecht vermeld: ‘bij de voorbereiding
de gebruikers van de bodem.
in de weg staat (22 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO8297, 2.10.3). Daarbij geldt als uitgangspunt dat de bodem in
van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis
•
de aanleg van een nieuwe weg en/ of een reconstructie van een bestaande weg;
•
functiewijzigingen
van
een
niet-geluidsgevoelige
De onderzoekszone voor wegen zoals bedoeld in art. 74 lid 1
omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen’.
Beoordeling
Wgh is afhankelijk van de hoeveelheid rijbanen. Onderstaande
Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt
Aangetoond zal moeten worden dat de bodem geschikt is
tabel geeft hier een overzicht van:
dat rekening moet worden gehouden met de uitkomsten
voor de beoogde functie. Doordat de bestemming primair
van het met toepassing van artikel 3.2 van de Algemene wet
wordt gewijzigd naar ‘Wonen’, dient de bodemkwaliteit door
Artikel 74 lid 2 Wgh regelt dat indien de bovengenoemde
bestuursrecht verrichte onderzoek. Ten behoeve van het
middel van een verkennend bodemonderzoek in beeld te
ontwikkelingen zijn gelegen binnen een als ‘woonerf’
onderhavige planvoornemen heeft onderzoek plaatsgevonden
worden gebracht. Afhankelijk van de onderzoeksresultaten
aangeduid gebied of in een zone nabij wegen waarvoor een
naar een aantal uitvoeringsaspecten. Hieronder wordt verslag
kan vervolgens worden nagegaan of er vervolgmaatregelen
maximum snelheidsregime van 30 km/u geldt, de betreffende
gedaan van de uitkomsten van het gepleegde onderzoek.
moeten worden getroffen of dat er al dan niet nader
waarden niet in acht hoeven te worden genomen.
onderzoek noodzakelijk is. De locatie geeft gezien het huidig
3.2
Bodem
en voorgaande gebruik geen aanleiding voor de verwachting
Beoordeling
van (ernstige) verontreiniging.
Het onderhavige planvoornemen voorziet in de realisatie van
Toetsingskader Op basis van art. 3.1.6, lid 1 onder f Bro geldt dat in een
woningen. Deze woningen liggen binnen de onderzoekszone
3.3
Wegverkeerslawaai
toelichting op een ruimtelijk besluit de inzichten over de
van de N210, Rijksweg A2, Utrechtseweg en een trambaan. Uit akoestisch onderzoek moet blijken of op de gevels van
uitvoerbaarheid van dat besluit worden neergelegd. Ten
Toetsingskader
de nieuwe woningen aan de voorkeursgrenswaarde van 48
aanzien van het aspect bodemkwaliteit staat, op basis van
Op basis van artikel 76 van de Wet geluidhinder (Wgh) dienen
dB uit de Wet geluidhinder kan worden voldaan. Indien er
vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak
bij de vaststelling van een nieuw ruimtelijk plan de waarden
niet voldaan kan worden aan de voorkeurswaarde, moet een
Raad van State (ABRvS), voorop dat de vaststelling van de
als bedoeld in art. 82 t/m 85 van de Wgh in acht te worden
hogere waarden procedure worden doorlopen. Hierbij vindt
aanwezigheid van verontreinigingen in de bodem, de noodzaak
genomen, indien dat plan gelegen is in een zone rondom
een afweging plaats of een hogere waarden kan worden
van sanering van verontreinigde locaties en de wijze waarop
een weg als bedoeld in art. 74 lid 1 Wgh en (het betreffende
toegestaan. De gemeente is primair verantwoordelijk voor het
deze saneringen moeten worden uitgevoerd, zijn geregeld in
onderdeel van) dat plan mogelijkheden biedt voor:
lokale geluidbeleid. Hiervoor heeft de gemeente IJsselstein
afzonderlijke wetgeving met eigen procedures. Dat doet er
•
de realisatie van woningen, andere geluidsgevoelige
het ‘Toetsingskader hogere grenswaarden geluid in IJsselstein’
gebouwen en van geluidsgevoelige terreinen (functies
vastgesteld (juni 2010). De gemeente IJsselstein stelt in haar
niet aan af dat het bevoegd gezag het ruimtelijk besluit pas
19
geluidsbeleid voor het verlenen van hogere grenswaarden
Het plangebied valt binnen het laatste gebiedstype, omdat het
Hiervoor geldt een voorkeursgrenswaarde van 55 dB en een
de volgende eisen aan de geluidbelasting. Indien de
gebied direct naast de Utrechtseweg met een regime van 50
maximale ontheffingswaarde van 68 dB.
geluidbelasting:
km/uur bevindt. Hieruit kan worden opgemaakt dat de zowel
1.
maximaal 53 dB bedraagt, moet gestreefd worden naar
de voorkeursgrenswaarde als de maximale ontheffingswaarde
Om
een geluidluwe gevel (geluidbelasting maximaal 48
overeenkomt met de grenswaarden uit de Wet geluidhinder.
wegverkeerslawaai binnen het plangebied inzichtelijk te maken,
dB) of, indien dit niet mogelijk is, naar een geluidluwe
Aldus geldt de wettelijke toetsingscriteria. Dit betekent dat
is door M+P in juni 2020 een ‘quickscan geluid’ uitgevoerd. In de
buitenruimte.
moet worden voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB.
quickscan zijn twee mogelijke indelingsvarianten beschouwd.
hoger is dan 53 dB, maar lager dan 64 dB, moet een
Op basis van artikel 83 van de Wet geluidhinder is een hogere
De geluidsbelasting van de toekomstige woningen is daarbij
geluidluwe gevel (geluidbelasting maximaal 48 dB) of
waarden dan 48 dB mogelijk. De hoogte van de hogere waarden
getoetst aan de eisen die de gemeente IJsselstein stelt bij het
een geluidluwe buitenruimte aanwezig zijn en moet er
is afhankelijk van de vraag of de locatie wordt aangemerkt
verlenen van hogere grenswaarden. Navolgend zijn de gevels
minimaal 1 verblijfsruimte aan de geluidluwe zijde zijn
als binnenstedelijk of buitenstedelijk in de zin van de Wet
van de gebouwen van één model gekleurd weergegeven. De
gesitueerd.
geluidhinder. Bij de beoordeling van de geluidsbelasting
kleuren hebben de volgende betekenis:
64 dB of hoger is, zal de gemeente geen hogere waarden
vanwege een auto(snel)weg op een woning wordt altijd de
•
verlenen.
normering voor buitenstedelijk gebied gehanteerd, ook al ligt
te openen delen bevinden, de gevel moet voldoende
de woning binnen de bebouwde kom.
geluidswering hebben om het binnenniveau van 33 dB(A)
2.
3.
Voor
het
hanteren
bovenstaand
te
verwachten
geluidbelasting
vanwege
rood: dove gevel; in een dove gevel mogen zich geen
beleid
zijn
plangebied
is
Het plangebied ligt binnen het stedelijk gebied. Dit betekent
door de gemeente in het geluidbeleid aangewezen als
dat voor deze ontwikkelingslocatie een hogere grenswaarde
aangevraagd worden bij het bevoegd gezag, de gevel moet
woonwijkgebied. Wanneer de nieuwe ontwikkeling binnen
tot 63 dB van toepassing is (aldus ook conform gemeentelijk
voldoende geluidswering hebben om het binnenniveau
een aangewezen woonwijkgebied ligt, hanteert de gemeente
beleid), behoudens voor de Rijksweg A2, waarvoor een hogere
van 33 dB(A) te garanderen;
een geluidsambitie. In onderstaande tabel zijn de ambities
grenswaarde tot 53 dB van toepassing is. Voor de trambaan
voor de woonwijken in beeld gebracht.
kan worden aangesloten bij normering voor railverkeer.
woonwijkgebieden
van
de
aangewezen.
Het
te garanderen; •
•
oranje: geluidsbelaste gevel, er moet een hogere waarde
groen: geluidluwe gevel, aan de zijde van deze gevel kunnen het beste slaapkamer(s) en buitenruimte(s) gesitueerd worden. Bij aanwezigheid van een dove gevel of een geluidsbelaste gevel is een geluidsluwe gevel/ zijde verplicht volgens het geluidsbeleid van de gemeente IJsselstein.
20
Ambitie geluidkwaliteit voor wegverkeer bij nieuwe ontwikkelingen
Uit de berekeningen kan het volgende worden opgemaakt: •
De hoge bebouwing aan de rijksweg- en spoorzijde geeft een goede afscherming van het binnengebied.
•
De achtergevels van de woningen zijn nagenoeg allemaal als geluidsluw te beschouwen.
•
De gevels aan de randen van het gebied zijn geluidsbelast of moeten doof worden uitgevoerd. Dit geldt met name aan het spoor en aan de rijkswegzijde.
•
Bij toetsing aan de huidige wetgeving leidt de geluidsbelasting tot dove gevels. De galerijen van de
Gekleurde gevels zuidaanzicht met LCum,plus
appartementengebouwen
zullen
daarvoor
(deels)
verglaasd uitgevoerd moeten worden. •
De twee-onder-een kappers aan de Utrechtseweg zijn aan de voor- en achterzijde geluidsbelast. Wellicht levert het draaien van deze woningen een gunstiger geluidbeeld op.
•
Op de locaties waar sprake is van een geluidsbelaste gevel valt de gecumuleerde geluidsbelasting binnen situatie 1 of 2: 53 > LCum,plus ≤ 63 dB. Dit betekent dat hogere waarden kunnen worden vastgesteld onder de volgende voorwaarden:
1.
Situatie 1: Er moet worden gestreefd naar de realisatie van een geluidsluwe gevel. Indien dit niet mogelijk is (dit
Gekleurde gevels noordaanzicht met LCum,plus
moet worden gemotiveerd) dient er te worden gestreefd naar de realisatie van een geluidsluwe buitenruimte. Als ook dit niet mogelijk is (dit moet worden gemotiveerd) kan van het treffen van deze maatregelen worden afgezien. 2.
Situatie 2: Er is een geluidsluwe gevel of een geluidsluwe buitenruimte (balkon) aanwezig is én er minimaal 1 verblijfsruimte is aan een geluidsluwe zijde is gesitueerd
Gekleurde gevels westaanzicht met LCum,plus
21
De resultaten van het andere in de rapportage beschouwde
gaat in op luchtkwaliteitseisen. In Bijlage 2 van de Wm zijn
model laten een vergelijkbaar resultaat zien. Hiervoor wordt
wettelijke grenswaarden vastgelegd van onder andere de
verwezen naar de rapportage van M+P.
stoffen stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM ), benzeen (C6H6),
van maatregelen of in het NSL, dat op 1 augustus 2009 in
zwaveldioxide (SO2), lood (Pb) en koolmonoxide (CO).
werking is getreden.
•
10
Op basis van de resultaten van de quickscan kan het
een project is opgenomen in een regionaal programma
In artikel 2 van het ‘Besluit niet in betekenende mate bijdragen
stedenbouwkundig plan verder worden uitgewerkt. Zodra
Voor PM10 geldt voor het jaargemiddelde een grenswaarde
(luchtkwaliteitseisen)’ is opgenomen dat een project ‘niet
is gekomen tot een definitief ontwerp, dient een nieuw (en
van 40 µg/m3. Het 24-uursgemiddelde van 50 µg/m3 mag
in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de
volledig) akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai te worden
maximaal 35 dagen per kalenderjaar worden overschreden.
zogenaamde ‘3% grens’ niet wordt overschreden. Na vaststelling
uitgevoerd om aan te tonen dat voldaan kan worden aan de eisen
Voor NO2 geldt voor het jaargemiddelde een grenswaarde
van het NSL op 1 augustus 2009 is deze grens gedefinieerd als
uit de Wet geluidhinder ten aanzien van wegverkeerslawaai.
van 40 µg/m3. Het 24-uursgemiddelde van 200 µg/m3 mag
3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie
Op basis van de thans uitgevoerde quickscan kan wel de
maximaal 18 dagen per kalenderjaar worden overschreden.
fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met
conclusie worden getrokken dat beide onderzochte modellen
1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2.
ontwikkelbaar zijn. Voor beide toetsingskaders geldt dat op
De ‘Wet luchtkwaliteit’ voorziet onder meer in een
enkele locaties sprake is van een geluidsbelaste gevel aan
gebiedgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal
In artikel 4 van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen
meerdere zijdes. Hier is het realiseren van ten minste één
Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het Rijk,
(luchtkwaliteitseisen) en de bijlagen van de ‘Regeling niet in
geluidsluwe gevel per woning niet mogelijk. Ter plaatse van
provincies en gemeenten werken in het NSL-programma
betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ is voor
deze woningen kan gedacht worden aan maatregelen zoals
samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren
bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen
een afsluitbare buitenruimte (loggia) of een balkon/loggia met
tot de normen, ook in gebieden waar nu de normen voor
vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM)
een gesloten balustrade en geluidsabsorberend plafond.
luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden).
bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder
De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling
toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd
tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen.
worden. De wettelijke ondergrens voor onderzoek bedraagt:
3.4
Luchtkwaliteit
•
1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg;
•
3.000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met
Toetsingskader
Kort samengevat dienen projecten te worden beoordeeld op
In het kader van een planologische procedure dient te worden
basis van de ‘Wet luchtkwaliteit’ c.q. artikel 5.16 van de Wet
aangetoond dat voldaan wordt aan de wettelijke normen
milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de ‘Wet
voor wat betreft luchtkwaliteit. Hierbij dient het effect op
luchtkwaliteit’ geen belemmering voor vergunningverlening
Beoordeling
de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe
als:
Onderhavige ontwikkeling betreft de realisatie van een
ontwikkeling, als ook de toetsing aan de ‘Wet luchtkwaliteit’
•
in beeld te worden gebracht. • De ‘Wet luchtkwaliteit’ van 15 november 2007, opgenomen in hoofdstuk 5, onder titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm) 22
luchtverontreiniging;
•
een gelijkmatige verkeersverdeling;
er geen sprake is van een feitelijke of dreigende
kleinschalig woongebied. Gesteld kan worden dat dit plan
overschrijding van een grenswaarde;
in verhouding tot de wettelijke ondergrens voor onderzoek,
een project, al dan niet per saldo, niet tot een
gelegen op de bouw van 1.500 woningen, niet in betekenende
verslechtering van de luchtkwaliteit leidt;
mate (NIBM) bijdraagt aan het verslechteren van de
een project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de
luchtkwaliteit.
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is
onder (beperkt) kwetsbare objecten. Voor de toepassing van
externe veiligheid inrichtingen (Revi). In de circulaire wordt
een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het
het Bevi, wordt een nieuw ruimtelijk besluit gezien als een
het bevoegd gezag verzocht om rekening te houden met een
plangebied verkregen. Dit is gedaan aan de hand van de
nieuwe situatie.
effectafstand van 60 meter tot (beperkt) kwetsbare objecten.
NSL-monitoringstool
2020
(http://www.nsl-monitoring.nl/
Dit wil zeggen dat deze afstand in beginsel aangehouden moet
viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma
Specifiek voor LPG-tankstations is tevens de ‘circulaire
worden, maar dat gemotiveerd afwijken is toegestaan door
Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende wegen
effectafstanden
het treffen van veiligheidsmaatregelen.
betreffen de N210, de Utrechtseweg en de Rijksweg A2. Uit
circulaire wordt een handreiking gegeven ten behoeve van
de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde
de beoordeling van externe veiligheid van LPG-tankstations.
Beoordeling
concentraties stikstofdioxide en fijnstof langs deze wegen
Daarbij staat het rekening houden met effectafstanden
Om te bepalen of er in de directe omgeving bedrijven zijn
ruimschoots onder de grenswaarden lagen (< 35 μg/m3).
centraal en wordt aangesloten bij hetgeen geregeld is in het
gelegen waarop het Bevi van toepassing is, is de risicokaart
Hierdoor is er ter plaatse van het plangebied sprake van een
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Regeling
geraadpleegd.
LPG-tankstations’
relevant.
Met
deze
aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarmee kan worden gesteld dat met betrekking tot luchtkwaliteit een goed woonen leefklimaat binnen het plangebied is gegarandeerd.
3.5
Externe veiligheid
3.5.1
Inrichtingen en externe veiligheid
Toetsingskader Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is gericht aan het bevoegd gezag inzake de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening en heeft onder meer tot doel om bij nieuwe situaties toetsing aan de risiconormen te waarborgen. In de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) zijn o.a. standaardafstanden opgenomen waarbij wordt voldaan aan de grens- en richtwaarden voor het plaatsgebonden risico (PR). Het Bevi is van toepassing op vergunningplichtige risicovolle bedrijven en de nabijgelegen al dan niet geprojecteerde (beperkt) kwetsbare objecten. In artikel 2, lid 1 van het Bevi is opgesomd wat wordt verstaan onder risicovolle bedrijven. In artikel 1 van het Bevi wordt toegelicht wat wordt verstaan Uitsnede risicokaart ter hoogte van het plangebied
23
De
dichtstbijzijnde
inrichting
met
een
potentieel
dient plaats te vinden aan de hand van het Besluit externe
de A2, ter hoogte van het ontwikkelgebied de stofcategorieën
veiligheidsrisico betreft een inrichting met een LPG-
veiligheid transportroutes (Bevt), als in werking per 1 april
LF1, LF2, LT1 en LT2 worden vervoerd. Het invloedsgebied
installatie. Het betreft de inrichting aan de Rijksweg A2 te
2015. Bij het besluit horen grens- en richtwaarden voor het
vanwege de Rijksweg A2 reikt daarmee op basis van het
Nieuwegein, gelegen op een afstand van circa 700 meter tot
plaatsgebonden risico en richtlijnen voor de toepassing van de
HART tot 880 meter vanwege LT2. Indien woningbouw wordt
het plangebied. Gelet op deze afstand wordt voldaan aan de
rekenmethodiek en de verantwoording van het groepsrisico.
voorgestaan binnen het invloedsgebied, dienen de risico’s
effectafstand van 60 meter tussen een LPG-tankstation en
Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen langs transportassen die
als gevolg van transporten met gevaarlijke stoffen (toxische
een (beperkt) kwetsbaar object. Voor het plaatsgebonden
deel uitmaken van het Basisnet Weg, Water en/of Spoor kan de
vloeistoffen) conform artikel 7 Bevt meegenomen te worden
risico gelden op grond van artikel 5, lid 3 Bevi jo. artikel
berekening van het plaatsgebonden risico achterwege blijven.
in een beperkte verantwoording van de hoogte van het
2 Revi vaste afstanden tot (beperkt) kwetsbare objecten.
Hiervoor gelden namelijk de afstanden die in bijlage I, II en III
groepsrisico.
Dit betreft in onderhavig geval een contour van 25 meter
van de Regeling basisnet zijn opgenomen. Op deze afstanden
tot het LPG-vulpunt en LPG-reservoir en 15 meter tot de
mag het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van
Een deel van de Weg der Verenigde Naties is aangewezen
LPG-afleverinstallatie. Het plangebied ligt niet binnen deze
gevaarlijke stoffen niet meer bedragen dan 10 per jaar. Voor
als gemeentelijke route voor het transport van gevaarlijke
contouren, derhalve is het plaatsgebonden risico niet van
het Basisnet Weg geldt dat daar waar in de tabel van bijlage
stoffen. Een (beperkte) verantwoording van het groepsrisico
invloed op onderhavig initiatief. Het groepsrisico wordt niet
2 van het Bevt de afstand ‘0’ is vermeld het plaatsgebonden
is aan de orde indien een plangebied zich bevindt binnen het
bepaald aan de hand van vaste contouren. De noodzaak tot
risico vanwege het vervoer op het midden van de weg niet
invloedsgebied van een risicobron. Het invloedsgebied wordt
verantwoording van het groepsrisico wordt bepaald aan de
meer mag bedragen dan 10 per jaar.
bepaald door de 1% letaliteitsafstand van de stofcategorieën
-6
-6
hand van de vraag of de toevoeging van (beperkt) kwetsbare objecten is gelegen binnen het invloedsgebied van de
Beoordeling
worden over deze transportroute blijkt niet uit de risicokaart
inrichting. Voor LPG-tankstations geldt een invloedsgebied van
Om te bepalen of er in de directe omgeving van het plangebied
en dient daarom nader inzichtelijk te worden gemaakt.
150 meter, gerekend vanaf het LPG-vulpunt en LPG-reservoir.
risicorelevante transportassen zijn gelegen is de risicokaart
Onderhavig plangebied is gelegen op 550 meter afstand tot dit
geraadpleegd. Hieruit blijkt dat het plangebied is gelegen op
invloedsgebied. Deze inrichting heeft derhalve geen invloed
een afstand van circa 280 meter van de Rijksweg A2. Over deze
op onderhavig planvoornemen.
transportroute vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats.
Toetsingskader
Indien een ontwikkeling betrekking heeft op een gebied dat
Beoordeling van de risico’s veroorzaakt door het transport van
Voor het overige zijn er geen inrichtingen met een potentieel
geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen 200 meter tot deze
gevaarlijke stoffen door buisleidingen geschiedt aan de hand
veiligheidsrisico gelegen nabij het plangebied.
weg, dan dient conform artikel 8 Bevt de hoogte van het
van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), als in
groepsrisico inzichtelijk te worden gemaakt. Gelet op de
werking getreden per 1 januari 2011. Ten aanzien van het Bevb
afstand van de Rijksweg A2 tot het plangebied, is hiervan
bestaat de noodzaak om een ruimtelijke reservering op te
echter geen sprake. Daarnaast geldt dat transportroutes,
nemen voor het plaatsgebonden risico en een verantwoording
Toetsingskader
afhankelijk van de stofcategorie wat vervoerd wordt over
van het groepsrisico van relevante buisleidingen. Binnen de PR
Beoordeling van de risico’s veroorzaakt door het vervoer
deze route, ook over een invloedsgebied beschikken. Uit de
10-6 risicocontour mogen geen kwetsbare objecten aanwezig
van gevaarlijke stoffen over het spoor, het water en de weg
jaarintensiteiten van Rijkswaterstaat (juni 2019) blijkt dat over
zijn en zo mogelijk ook geen beperkt kwetsbare objecten. Het
3.5.2
24
die getransporteerd worden. Welke stofcategorieën vervoerd
Transport en externe veiligheid
3.5.3
Buisleidingen en externe veiligheid
3.6.2
Flora en fauna
verwachte aantal aanwezigen binnen het invloedsgebied van
natuurbescherming, zoals vastgelegd in de Vogelrichtlijn