Kadernota 2026
Tekst van het document
Kadernota 2026 Zaaknummer 265759
Inhoudsopgave Voorwoord ..................................................................... 3 Inkomsten en uitgaven in balans ....................................................................................................................................... 3 Fundamentele discussie opnieuw uitgesteld ................................................................................................................ 3 Weinig ruimte voor nieuw beleid........................................................................................................................................ 3
1.
Actuele financiële situatie ........................................ 4
Financieel perspectief ............................................................................................................................................................ 4 Ontwikkeling Algemene reserve en weerstandsvermogen .................................................................................... 5
2.
Financieel technische begrotingsuitgangspunten ..... 6
Rekenrente ................................................................................................................................................................................. 6 Indexatie baten en lasten ..................................................................................................................................................... 6 Algemene indexatie baten en lasten ........................................................................................................................... 6 Indexatie gemeenschappelijke regelingen ............................................................................................................... 6
Bijlage 1. Kaderbrief ...................................................... 7 Bijlage 2. Raadsbesluit ravijnjaar ................................ 12 Bijlage 3. RIB meicirculaire 2025 ................................. 23
2
Voorwoord Hierbij bieden wij de gemeenteraad van IJsselstein de Kadernota 2026 aan. Met het vaststellen van de kadernota geeft de gemeenteraad kaders en uitgangspunten mee aan het college voor het opstellen van de begroting. Deze nota volgt uit de kaderbrief (bijlage 1) waarmee het college in februari 2025 inzicht heeft gegeven in de ambities en het financieel perspectief voor het begrotingsjaar 2026.
Inkomsten en uitgaven in balans Het begrotingsjaar 2026 staat bekend als het ‘ravijnjaar’. Dit is het jaar waarin de bezuinigingen van het Rijk op het gemeentefonds worden doorgevoerd. Hierdoor ontvangt de gemeente IJsselstein minder geld bij een ongewijzigd takenpakket. Daarnaast verandert de verdeling van het gemeentefonds waardoor IJsselstein minder geld ontvangt. De eerste effecten hiervan ontstaan in 2026. De gemeenteraad heeft op 6 maart 2025 een besluit genomen over de maatregelen die we nemen om het ravijnjaar op te vangen. De maatregelen zijn verwerkt in deze kadernota en bestaan uit een combinatie van besparingen en extra inkomsten. We zorgen hiermee voor een sluitende begroting waarbij onze inkomsten en uitgaven in balans zijn.
Fundamentele discussie opnieuw uitgesteld De afgelopen tijd heeft de Vereniging Nederlandse Gemeenten veel gedaan om de gevolgen van het ravijnjaar bij het Rijk onder de aandacht te brengen en druk uitgeoefend om de bezuinigingen te verzachten. Hierin heeft het college van IJsselstein een actieve rol gespeeld. Hoewel een groot deel van de bezuinigingen nog steeds plaatsvindt, heeft onze inzet resultaat opgeleverd. Met de Voorjaarsnota heeft de Rijksoverheid extra geld beschikbaar gesteld. Helaas is bijna alles hiervan incidenteel en is de fundamentele discussie over de balans tussen taken en middelen opnieuw uitgesteld.
Weinig ruimte voor nieuw beleid Het gevolg hiervan is dat de financiële ruimte voor nieuw beleid zeer klein is. De raadsfracties hebben voor deze kadernota de mogelijkheid gehad om nieuwe beleidsvoorstellen in te dienen. Hier is geen gebruik van gemaakt. Deze kadernota bevat daarom geen inhoudelijke beschouwingen en adviezen van het college over nieuw beleid. We geven de raad een actueel financieel perspectief, gebaseerd op de eerder goedgekeurde maatregelen ravijnjaar en de doorrekening van de Voorjaarsnota en Meicirculaire van het Rijk. Het college doet voorstellen hoe de (beperkte) financiële ruimte wordt ingezet. Deze worden toegelicht in het raadsvoorstel en zijn verwerkt in deze kadernota.
IJsselstein, 10 juni 2025 Het college van IJsselstein
3
1. Actuele financiële situatie Financieel perspectief Het startpunt van ons financieel perspectief voor de komende jaren was negatief doordat de rijksoverheid het gemeentefonds vanaf 2026 kort en doordat de verdeling tussen gemeenten verandert. Dit pakt negatief uit voor IJsselstein. Met het raadsbesluit ravijnjaar (zaaknummer 220520) hebben we ervoor gezorgd dat onze inkomsten en kosten in balans blijven en dat ons financieel perspectief gezond blijft. Tabel 1 geeft het financieel perspectief weer vóór en ná het raadsbesluit: Scenario 2b (opbouw € 15/inwoner/jaar) Totaal bezuinigingsopgave
2026
2027
2028
2029
-2.692.000 -4.744.457 -4.623.950 -4.694.782
Subtotaal algemene posten
1.194.000
1.794.000
1.794.000
1.794.000
Restant bezuinigingsopgave
-1.498.000 -2.950.457 -2.829.950 -2.900.782
Totaal besparingen
1.895.350
2.421.764
2.794.764
2.982.436
Dekkingstekort/overschot
397.350
-528.693
-35.186
81.654
Tabel 1 – Totaaloverzicht afkomstig uit raadsbesluit ravijnjaar d.d. 6 maart 2025 (zaak nr. 220520).
De toelichting op de bezuinigingsopgave en de goedgekeurde maatregelen zijn te lezen in het raadsbesluit ravijnjaar. Deze is als bijlage op deze kadernota opgenomen (bijlage 2). In april 2025 heeft het kabinet de Voorjaarsnota vastgesteld. Hierin is een aantal maatregelen genomen die leiden tot extra financiële ruimte voor gemeenten. Deze worden via de meicirculaire in het gemeentefonds verwerkt. In de bijbehorende raadsinformatiebrief zijn deze mutaties toegelicht. De brief is als bijlage op deze kadernota opgenomen (bijlage 3). Het college heeft voorstellen gedaan over de wijze waarop de extra financiële ruimte wordt ingezet. Deze zijn toegelicht in het raadsvoorstel horend bij deze kadernota. Onderstaande tabellen geven het effect van de meicirculaire en van de voorgestelde maatregelen weer. Ontwikkeling saldo begroting (bedragen x (€ 1.000) Saldo begroting na raadsvoorstel Ravijnjaar
2026
2027
2028
2029
397.350 -528.693
-35.186
81.654 1.100.416
Netto effect meicirculaire
2.023.250 2.313.123
959.421
Saldo begroting ná effect meicirculaire
2.420.600 1.784.430
924.235 1.182.070
Tabel 2 – Financieel perspectief ná verwerking meicirculaire.
4
Aanpassingen en uitstel bezuinigingen
2026
2027
2028
2029
Saldo begroting ná effect meicirculaire
2.420.600
1.784.430
924.235
1.182.070
Jeugdhulp aanpassen aan prognoses
-613.000
-434.000
-500.000
-500.000
Cameratoezicht
-60.000
-60.000
-60.000
-60.000
Subtotaal na structurele aanpassingen
1.747.600
1.290.430
364.235
622.070
Wmo
-105.000
-120.000
-106.000
0
Parkeren
-147.000
-147.000
0
0
Vastgoed
-50.000
-25.000
0
0
Leges begraven
-62.500
-62.500
0
0
Leges omgevingsvergunningen
-100.000
-100.000
0
0
Woningbouw
-100.000
-100.000
0
0
BOA
-70.000
-70.000
0
0
Saldo na aanpassingen
1.113.100
665.930
258.235
622.070
Uit te stellen bezuinigingen
Tabel 3 – Financieel perspectief ná aanpassingen.
Ontwikkeling Algemene reserve en weerstandsvermogen Onderstaande tabel geeft een overzicht weer van de ontwikkeling die wij verwachten in onze Algemene reserve en daarmee ons weerstandsvermogen. De factor weerstandsvermogen wordt berekend door het weerstandsvermogen te delen door het totaal van berekende risico’s. Deze risico’s worden berekend en toegelicht in zowel de begroting als de jaarstukken. De factor weerstandsvermogen blijft boven het gewenste minimale niveau van 1,5. In deze inschatting zijn de effecten van deze kadernota en de Meicirculaire 2025 verwerkt. Door de positieve resultaten in de komende jaren stijgt de factor weerstandsvermogen een klein beetje. Op lange termijn is deze stabiel. Dit betekent dat wij goed in staat zijn om onze risico’s op te vangen. Incidentele weerstandscapaciteit (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
Saldo per begin van het boekjaar
11.600
12.141
13.990
14.990
15.656
Geraamde mutaties via de reguliere exploitatie
-992
1.006
-113
0
0
Geraamde mutaties via de balans/resultaatbestemming
1.534
843
1.113
666
258
Incidentele weerstandscapaciteit einde boekjaar
12.141
13.990
14.990
15.656
15.914
Berekende risico’s
5.863
5.863
5.863
5.863
5.863
2,1
2,4
2,6
2,7
2,7
Algemene reserve
Factor weerstandsvermogen Tabel 4 – Ontwikkeling weerstandsvermogen
5
2. Financieel technische begrotingsuitgangspunten Rekenrente De rentelasten van onze leningen worden doorbelast aan specifieke investeringen. Dit noemen we de rekenrente. Jaarlijks analyseren we of de hoogte van de rekenrente nog actueel is. Vooralsnog is geen bijstelling nodig omdat recent geen nieuwe leningen zijn afgesloten. Het rentepercentage kan op 0,5% blijven.
Indexatie baten en lasten Veel van onze uitgaven stijgen als gevolg van oplopende prijzen. Dit is onder andere het gevolg van ontwikkelingen in de markt of van wijzigingen in loonkosten als gevolg van cao-afspraken. De inflatie is de afgelopen periode teruggelopen maar blijft hoger dan normaal. Wij houden in onze begroting daarom rekening met verwachte prijsstijgingen. Niet alleen de uitgaven stijgen als het gevolg van prijsontwikkelingen. Ook onze inkomsten stijgen. De algemene uitkering uit het gemeentefonds stijgt ook als gevolg van de prijsontwikkeling. Deze ontwikkeling wordt meegenomen in de meicirculaire. Daarnaast worden ook de andere baten van de gemeente geïndexeerd. Deze baten bestaan voor een belangrijk deel uit algemene lokale belastingen.
Algemene indexatie baten en lasten Voor de prijsindexering van de inkomsten en prijsgevoelige uitgaven houden we in de regel de prijsontwikkeling van het gemeentefonds aan. Deze zijn gebaseerd op de prijsontwikkeling van het bruto binnenlands product (BBP) die in de meicirculaire wordt gehanteerd. We stellen daarom voor onze prijsgevoelige budgetten met deze 2,74% te indexeren. Ook subsidies worden waar van toepassing in deze indexatie meegenomen.
Indexatie gemeenschappelijke regelingen De bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen worden geraamd op de door het algemeen bestuur van de betreffende regelingen vastgestelde begroting. Ook onze gemeenschappelijke regelingen hebben te maken met kostenstijgingen wat in de meeste gevallen leidt tot een hogere bijdrage. De stijging hiervan ligt naar verwachting in lijn met de algemene prijsontwikkeling. We zijn zeer kritisch als het gaat om kostenstijgingen bij gemeenschappelijke regelingen die hoger liggen dan de algemene prijsontwikkeling en zetten ons in om deze zoveel mogelijk te beperken.
6
Bijlage 1. Kaderbrief
7
postadres Postbus 26, 3400 AA IJsselstein
bezoekadres Overtoom 1 3401 BK IJsselstein
Gemeenteraad IJsselstein Postbus 26 3400 AA IJSSELSTEIN
t 14 030 f 030 6884350 e info@ijsselstein.nl
betreft
Kaderbrief 2026
uw kenmerk uw brief van behandeld door
zaaknummer
238993
datum
11 februari 2025
blad 1 van 4 bijlagen
Wouter Geurts
Geachte raadsleden, De kaderbrief vormt het startpunt voor het kadernotaproces. Met deze kaderbrief geven wij u inzicht in het financieel perspectief voor het begrotingsjaar 2026 en welke grote ontwikkelingen wij op ons af zien komen. Dit vormen de uitgangspunten voor de begroting 2026. De rijksoverheid bezuinigt vanaf 2026 fors op het gemeentefonds. Ook verandert de verdeling hiervan, wat negatief uitpakt voor IJsselstein. Vandaar dat 2026 ook wel het ‘ravijnjaar’ genoemd wordt. Ons financieel perspectief laat zien dat we vanaf 2026 tegen een fors tekort aanlopen. Dit beperkt onze financiële mogelijkheden. Met de raadsvoorstellen ravijnjaar heeft het college een plan gemaakt om de begroting 2026 weer sluitend te krijgen. Dit plan nemen we mee in het financieel perspectief in deze brief. Uw raad moet nog besluiten over dit plan. De pijlers van ons financieel beleid De uitgangspunten van ons financieel beleid blijven hetzelfde, ongeacht de mogelijke maatregelen die we moeten nemen om ons voor te bereiden op het ravijnjaar. Ons financieel beleid steunt op 3 pijlers: 1. We geven niet meer geld uit dan we ontvangen om financieel duurzaam gezond te blijven; 2. Doorberekende producten en diensten zijn in principe kostendekkend; 3. Onze belastingen stijgen bij voorkeur niet meer dan de inflatiecorrectie.
Financieel perspectief en raadsvoorstel ravijnjaar Tabel 1 geeft het financieel perspectief weer voordat rekening gehouden is met de voorstellen ravijnjaar. Hieruit blijkt een verwacht tekort van € 2,4 miljoen in 2026 dat oploopt tot € 4,7 miljoen structureel. De tabel is overgenomen uit het raadsvoorstel ravijnjaar, met enkele kleine wijzigingen. Voor het (D)MJOP gebouwen en de decembercirculaire zijn in het raadsvoorstel verwachtingen opgenomen. In deze brief zijn de werkelijke uitkomsten verwerkt. Het financieel perspectief wijzigt hierdoor nauwelijks ten opzichte van het raadsvoorstel ravijnjaar. Daarnaast is het effect van de Q3 rapportage (septembercirculaire) toegevoegd. Deze begrotingswijziging heeft uw raad op 12 december 2024 goedgekeurd. Ontwikkeling financieel perspectief vóór RV ravijnjaar (bedragen x € 1.000) 2026
2027
2028
2029
Financieel perspectief begroting 2025 Herverdeling gemeentefonds (opbouw € 15 /I/J) (D)MJOP gebouwen Effect Q3 rapportage 2024 Effect Decembercirculaire 2024
-1.985 -503 -428 316 105
-3.334 -1.005 -519 143 188
-2.041 -1.507 -759 -363 266
-2.088 -2.010 -681 -27 345
Financieel perspectief
-2.495
-4.527
-4.404
-4.461
Tabel 1. Financieel perspectief vóór raadsvoorstel ravijnjaar De gemeente IJsselstein gebruikt uw persoonsgegevens uitsluitend voor het doel waarvoor zij zijn verstrekt. Voor meer informatie daarover verwijzen wij u naar www.ijsselstein.nl/privacy.
Bankrelatie BNG NL79BNGH028.50.09.958 Bankrelatie RABO NL83RABO0320.72.82.85
8
datum ons kenmerk blad 2 van
11 februari 2025 152321 4
Het tekort ontstaat voornamelijk door de bezuiniging op het gemeentefonds. Dit is al verwerkt in het meerjarenperspectief in de begroting 2025. Het tekort groeit door het verwachte effect van de herverdeling van het gemeentefonds. Deze is in 2022 bepaald en voor een deel al verwerkt in de algemene uitkering. Het deel dat nog niet is verwerkt is voor IJsselstein € 2,7 miljoen. De werkelijke uitkomst kan nog iets afwijken. Ook is het moment waarop de herverdeling effect krijgt nog onzeker. Uit een recente brief van de minister van Binnenlandse Zaken aan de Tweede Kamer blijkt dat de herverdeling een jaar wordt opgeschort. Wij zullen u op korte termijn informeren over de gevolgen hiervan voor IJsselstein. Normaal gesproken worden nadelige effecten begrensd op € 15 per inwoner per jaar. Dit is dan ook het scenario waar we op rekenen. Met de Voorjaarsnota verwachten we hier meer duidelijkheid over te krijgen. We blijven inzetten op een bijdrage van het Rijk aan een oplossing van het tekort. Bijvoorbeeld door de bezuiniging te verminderen of door taken terug te geven aan het Rijk. Via de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) blijven we hierover in gesprek met het Rijk. Op dit moment is er echter geen zicht op een oplossing en moeten we ons voorbereiden op het scenario in tabel 1.
Om dit te doen heeft de ambtelijke organisatie een volledige inventarisatie uitgevoerd van al onze financiële sturingsmogelijkheden. Het college heeft op basis hiervan een plan gemaakt en het raadsvoorstel ravijnjaar eind 2024 voorgelegd aan uw raad. Tabel 2 geeft het financieel perspectief weer ná verwerking van dit raadsvoorstel. De enige aanpassing hierop betreft € 0,2 miljoen dat in het raadsvoorstel zit, maar wat via een amendement al in de begroting 2025 is verwerkt. De aanpassing algemene posten in tabel 2 is daardoor € 0,2 miljoen lager dan in het raadsvoorstel. Onderstaand perspectief gaat er vanuit dat uw raad het voorstel ongewijzigd goedkeurt. Een afwijkend besluit heeft dus direct effect op het financieel perspectief. Ná verwerking van het raadsvoorstel ravijnjaar is ons financieel perspectief structureel sluitend in 2029. Het structureel overschot is zeer klein. Op basis van dit financieel perspectief zien wij in 2026 beperkte ruimte voor incidentele uitgaven, maar geen ruimte voor extra structurele uitgaven. Ontwikkeling financieel perspectief ná RV ravijnjaar (bedragen x € 1.000) 2026
2027
2028
2029
Financieel perspectief vóór RV Aanpassing algemene posten Voorgestelde besparingen
-2.495 994 1.895
-4.527 1.594 2.422
-4.404 1.594 2.795
-4.461 1.594 2.982
Financieel perspectief ná RV
732
-512
-15
115
Tabel 2. Financieel perspectief ná raadsvoorstel ravijnjaar
Ontwikkelingen 2026 en daarna We lichten de belangrijkste ontwikkelingen toe die aanzienlijke capaciteit en middelen van de gemeente zullen vragen. Gezien de financiële beperkingen is het uitgangspunt hierbij dat dit binnen bestaande budgetten opgevangen moet worden. In veel gevallen denken we dat dit kan en zijn we hierop voorbereid. In andere gevallen kan dit een uitdaging worden. Omdat we nog niet alle (financiële) gevolgen in beeld hebben kiezen we ervoor om op voorhand geen extra budget te vragen. Dit doen we alleen als blijkt dat dit echt niet anders kan. In de begroting 2026 worden onderstaande ontwikkelingen verder uitgewerkt, inclusief onze beleidsdoelen en de verwachte financiële effecten. Het tekort aan woningen blijft groot Dit vraagt veel inzet van ons, waar we ook de benodigde budgetten en capaciteit voor hebben. Wij zijn bij de woningbouwopgave in grote mate afhankelijk van medeoverheden en de markt. Als gemeente blijven we ons inzetten om woningbouw mogelijk te maken. We doen dit binnen bestaande budgetten en belasten waar mogelijk de kosten door aan initiatiefnemers.
9
datum ons kenmerk blad 3 van
11 februari 2025 152321 4
De vergrijzing neemt de komende jaren sterk toe IJsselstein heeft veel inwoners de leeftijdsgroep 50-65 jaar. Hoewel Wmo ondersteuning op iedere leeftijd nodig kan zijn, verwachten we de komende jaren een stijgende vraag naar onze Wmo voorzieningen. Inmiddels worden gemeenten via het gemeentefonds beter gecompenseerd voor deze demografische ontwikkeling. Toch blijft kostenbeheersing een aandachtspunt. We zetten hierbij in op lokale voorzieningen in het voorveld, eigen begeleiding en doelmatige inkoop. Hierdoor verwachten we de effecten van vergrijzing binnen bestaande budgetten op te vangen. Jeugdhulp Het landelijk beeld is dat de kosten voor jeugdhulp sterk stijgen. Met de hervormingsagenda jeugd ligt een grote uitdaging voor ons om de kwaliteit te verbeteren en kosten te beheersen. Wij zetten hierop in door het voorveld te versterken en waar mogelijk hulpvragen lokaal te voorzien. U heeft in december 2024 ons plan hiervoor en de gewijzigde verordening goedgekeurd. In 2026 verwachten we hiervan resultaten te zien. Recent heeft de commissie van Ark haar rapport uitgebracht waarin aanbevelingen worden gedaan aan het Rijk over de wijze waarop omgegaan wordt met de stijgende kosten jeugdhulp. Het is nog onduidelijk óf en hoe deze aanbevelingen worden opgevolgd en wat de consequenties zijn.
Integrale visie duurzaamheid De vraag naar duurzaam handelen en de verantwoording hierover stijgen. Ook hebben we hierin een voorbeeldrol. Dit vraagt toenemende inzet op klimaatadaptatie en de energietransitie. We werken aan een integrale visie dat alle aspecten van duurzaamheid bij elkaar brengt. Onderdeel hiervan is een uitvoeringsagenda die weergeeft welke stappen we als gemeente zetten. Het is een uitdaging om de duurzaamheidsambities uit te kunnen voeren binnen bestaande budgetten. Mogelijk gaan diverse landelijke regelingen (SPUK’s) ons hierbij helpen. Op dit moment zijn we nog bezig met de (financiële) uitwerking van de visie en het uitvoeringsplan. Dit wordt in 2025 aan u voorgelegd en in de begroting 2026 verwerkt. Huisvesting statushouders Op dit moment geldt er een taakstelling voor gemeenten voor de huisvesting van statushouders. Het is nog onzeker of deze taakstelling blijft omdat het kabinet van plan is deze te schrappen. De druk op de asielketen blijft landelijk echter hoog. We houden er daarom rekening mee dat we ook vanaf 2026 te maken hebben met huisvesting van statushouders. Dit vraagt inzet en middelen voor huisvesting, inrichting en de inburgeringsopgave. Ook verwachten we hierdoor een stijging van bijstandsuitkeringen. Bestaanszekerheid en participatie Het beroep op de bijzondere bijstand is de afgelopen jaren toegenomen.
Dit komt onder andere door inflatie, de oorlog in Oekraïne en de huisvesting van statushouders. We verwachten dat dit in 2026 zo blijft. We houden onze voorzieningen voor inkomensondersteuning in stand en zetten nog sterker in op participatie. Het doel is om zelfredzaamheid te vergroten en tegelijkertijd de kosten te beheersen. Dit doen we samen met onze gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom (WIL). De plannen hiervoor worden voor de zomer voor zienswijze aangeboden aan uw raad. Beperkte ruimte voor nieuwe plannen Het Rijk biedt (nog) geen zicht op een oplossing voor het financieel ravijn. Daarom gaan we er vanuit dat we het tekort zelf moeten oplossen. Het financieel perspectief laat een prognose zien waarbij we een nipt sluitende begroting hebben in 2029. Dit is als we er vanuit gaan dat uw raad de voorstellen ravijnjaar van het college goedkeurt. Wij zien daarom alleen ruimte voor voorstellen die budgetneutraal uitgevoerd kunnen worden of die beperkte incidentele middelen vragen. We vragen u dan ook om bij uw kadernotavoorstellen hiermee rekening te houden en aandacht te besteden aan de financiële dekking.
10
datum ons kenmerk blad 4 van
11 februari 2025 152321 4
Wij wensen u een goede raadsconferentie en kijken met belangstelling uit naar uw inbreng. Hoogachtend, Het college van IJsselstein,
Wilma van de Werken secretaris
Agnes Jongerius burgemeester
11
Bijlage 2. Raadsbesluit ravijnjaar
12
..� '°'
ll} JJsselstein Gemeente
Raadsvoorstel gemeente IJsselstein Agendapunt: Zaaknummer: Programma: Commissie: Portefeuillehouder: Onderdeel van: Informatie bij:
g
220520 Alle programma's Bestuur M.B. Foekema MSc W. Geurts
Onderwerp Collegevoorstellen ravijnjaar Samenvatting De financiële positie van de gemeente IJsselstein staat onder druk. De belangrijkste oorzaak hiervan is de geplande korting door de rijksoverheid op het gemeentefonds vanaf 2026. Daarnaast zal de verwachte herverdeling van het gemeentefonds negatieve gevolgen hebben voor onze gemeente. Ook heeft de gemeente te maken met kostenstijgingen die het gevolg zijn van marktomstandigheden. Dit zorgt ervoor dat wij als gemeente vanaf 2026 geen sluitende begroting meer kunnen presenteren zonder omvangrijke maatregelen te nemen. 2026 wordt daarom ook wel het 'ravijnjaar' genoemd. De ambtelijke organisatie heeft een inventarisatie uitgevoerd waarbij alle mogelijkheden voor besparingen en verhogingen van inkomsten in beeld zijn gebracht. Er is een rapport opgesteld waarin alle opties van meer dan€ 50.000 worden toegelicht. Het rapport en de inventarisatielijst zijn als bijlage toegevoegd (bijlage 1 en 2). Op basis van de inventarisatie en het rapport heeft het college een plan uitgewerkt waarmee de gemeente de financiële gevolgen van het ravijnjaar kan opvangen. In het plan van het college wordt eerst de omvang van de bezuinigingsopgave bepaald op basis van de huidige financiële prognose.
Hierbij houden we rekening met de algemene korting op het gemeentefonds (het ravijnjaar), een stapsgewijze verwerking van de herijking en meevallers/tegenvallers voor zover we die op dit moment voorzien. Hiermee kiezen we voor scenario 2b, wat onder de argumenten wordt toegelicht. Scenario's 1 en 2a worden als alternatieven toegelicht. Alle scenario's zijn opgenomen in bijlage 3. Vervolgens worden voorstellen gedaan voor besparingen of extra inkomsten waarmee de bezuinigingsopgave volledig wordt ingevuld. De voorstellen worden op hoofdlijnen hieronder toegelicht. Bijlage 3 geeft een totaaloverzicht van het financieel effect. Met het overnemen van de voorstellen voeren we aanpassingen door waarmee we minder voorzichtig begroten. We bezuinigen vooral op onze eigen organisatie en op medebewindstaken. Ook verhogen we sommige van onze leges en lokale heffingen. De meest kwetsbare inwoners worden zoveel mogelijk ontzien en belangrijke lokale voorzieningen blijven in stand. Het totaal aan voorstellen resulteert in een klein overschot in 2026, een beperkt en incidenteel tekort in 2027 en een structureel sluitende begroting vanaf 2029. Deze saldi zorgen ervoor dat we aan de wettelijke begrotingsregels blijven volden. Door het overnemen van de voorstellen worden de uitgangspunten voor de kadernota vastgesteld. Pagina 1 van 10
13
Voorstel 1. Scenario 2b over te nemen als financiële opgave in het kader van het ravijnjaar en dit als uitgangspunt te gebruiken voor de kadernota 2026. 2. De voorstellen voor bezuinigingen en extra inkomsten over te nemen en deze als uitgangspunt te gebruiken voor de kadernota 2026. Aanleiding voor dit voorstel Het rijk bezuinigt vanaf 2026 op het gemeentefonds. Daarnaast verandert de verdeling over gemeenten (herijking) wat negatief uitpakt voor IJsselstein. Om de financiële gevolgen hiervan op te vangen doet het college ter voorbereiding op de kadernota 2026 voorstellen voor besparingen en voor het verhogen van de inkomsten. Dit moet ertoe leiden dat we een sluitende (meerjaren)begroting 2026 hebben.
Relevante eerdere besluiten/besluitgeschiedenis Niet van toepassing Wettelijk kader of beleidskader Artikel 108 lid 1 van de Gemeentewet Titel IV van de Gemeentewet Alternatieven Het voorstel ziet toe op het bepalen van het scenario (omvang van de opgave) en op de voorstellen voor de invulling hiervan. Op beide punten bestaan alternatieven. Daarnaast is het mogelijk om geen besluit te nemen over bezuinigingen, of dit besluit uit te stellen. 1. Alternatieve scenario's: Voorstel 1 ziet toe op het bepalen van het scenario. Bijlage 3 geeft een overzicht van de drie scenario's die zijn overwogen. Het college stelt hierbij scenario 2b voor. Deze keuze lichten we onder het kopje argumenten toe. Scenario 1 en 2a zijn als alternatieven overwogen. Bij scenario 1 maken we nog geen plannen om de gevolgen van de herijking op te vangen. De opgave valt hierdoor structureel 2 miljoen Euro lager uit. Het voordeel hiervan is dat de keuzes op dit moment relatief makkelijk kunnen zijn en we de moeilijkste keuzes pas maken wanneer het effect en de timing van de herijking zeker zijn. Dit is tegelijkertijd een nadeel omdat we de bezuinigingsdiscussie dan een tweede keer zullen moeten voeren. De onzekerheid over de meest pijnlijke keuzes blijft dan langer bestaan. Bij scenario 2a gaan we ervan uit dat we het maximale effect van de herijking vanaf 2026 moeten opvangen.
Het voordeel hiervan is dat we voorbereid zijn op het worst-case scenario. Het nadeel is dat hiermee het risico groot is dat we te voorzichtig zijn en dat we onnodig veel of onnodig snel bezuinigen. De maatschappelijke impact is dan ook onnodig groot. 2. Alternatieve plannen: De ambtelijke organisatie heeft een volledige inventarisatie uitgevoerd waarbij alle sturingsmogelijkheden in beeld zijn gebracht. De inventarisatie en het rapport waarin mogelijke keuzes zijn beschreven, zijn als bijlage toegevoegd (bijlage 1 en 2). Hieruit blijken alle mogelijke alternatieven, maar ook alle terreinen waarop geen (realistische) Pagina 2 van 10
14
alternatieven bestaan. Deze worden daarom niet allemaal in dit voorstel opnieuw benoemd. We lichten hier enkel de belangrijkste alternatieven toe en de reden waarom het college deze niet voorstelt. Alternatieve besparingen Op een aantal terreinen stelt het college niet of nauwelijks besparingen voor. Dit betreft bijvoorbeeld het beheer en onderhoud van vastgoed, de openbare ruimte en infrastructuur. Hier bezuinigen we niet op omdat dit van groot belang is voor de leefomgeving van onze inwoners. Daarnaast kunnen bezuinigen leiden tot achterstallig onderhoud waarmee we een probleem voor de toekomst creëren. Daarnaast besparen we niet op lokale cultuur- en sportvoorzieningen en blijft het minimabeleid in stand. Deze keuze maken we omdat dit van belang is voor de sociale samenhang en vitaliteit van IJsselstein. Alternatieve inkomsten Waar mogelijk kiezen we voor het vergroten van onze inkomsten door verhogingen van verschillende leges. Kostendekkenheid is hierbij het uitgangspunt. Het belangrijkste alternatief aan de inkomstenkant is de onroerendezaakbelasting (OZB). Het is mogelijk deze fors te verhogen en in theorie kan hiermee de bezuinigingsopgave volledig worden opgevangen. Het college kiest bewust niet voor lastenverzwaring, maar het is voor de raad mogelijk om te kiezen voor een andere verhouding tussen bezuinigen en lastenverzwaring.
Inmiddels is het onderzoek naar aanvullende inkomstenbronnen in een afrondende fase. De uitkomsten van dit onderzoek zijn daarom (nog) niet opgenomen in dit raadsvoorstel. 3. Uitstel of afstel van keuzes Het is mogelijk om de keuzes op een later moment te maken en zelfs om geen keuzes te maken omtrent bezuinigingen. Het gevolg hiervan is dat we vanaf 2026 grote tekorten hebben en ons weerstandsvermogen snel daalt. Ook lopen we het risico dat we onder toezicht van de provincie gesteld worden. In dat geval zullen de harde keuzes door de provincie gemaakt worden en zijn wij de regie kwijt. Het college ziet dit niet als een reëel alternatief. Argumenten Voorstel 1: Scenario 2b over te nemen als financiële opgave in het kader van het ravijnjaar en dit als uitgangspunt te gebruiken voor de kadernota 2026. We willen niet harder bezuinigen dan nodig is. Tegelijkertijd is het van belang dat we het probleem niet voor ons uit schuiven en de moeilijke keuzes nu maken. Daarom ziet voorstel 1 toe op het bepalen van de omvang van de opgave. Hierbij hebben we drie scenario's overwogen. Scenario 1 en 2a zijn hierboven als alternatieven toegelicht. We stellen scenario 2b voor omdat dit het meest realistische beeld geeft van de opgave. 2026
2027
2028
2029
Tekort begroting (Ravijn} Uitkomsten (D}MJOP gebouwen Herijking (opbouw €15/1/J} Netto effect septembercirculaire Verwacht effect decembercirculaire
-2.184.620 -455.000 -502.380 316.000 134.000
-3.533.697 -554.000 -1.004.760 143.000 205.000
-2.288.262 -724.000 -2.009.520 -27.000 354.000
Totaal bezuinigingsopgave Tabel 1 - overzicht scenario 2b (zie bijlage 3}
-2.692.000
-4. 744.457
-2.240.810 -803.000 -1.507.140 -363.000 290.000
Scenario 2b (opbouw€ 15/inwoner/jaar)
-4.623.950
-4.694. 782
Pagina 3 van 10
15
We hanteren het meerjarenperspectief uit de begroting 2025 als uitgangspunt. Dit kent een structureel tekort van ruim€ 2 miljoen . Hier voegen we de verwachte extra kosten voor het meerjarenonderhoudsplan((D)MJOP) gebouwen aan toe.Dit(D)MJOP ligt eind 2024 ter besluitvorming bij de raad. We voegen dit toe omdat we deze extra kosten noodzakelijk vinden en deze nog niet in de begroting zijn verwerkt. Het niet opnemen hiervan zou een onrealistischbeeld geven. Vervolgens voegen we het verwachte effect van de herijking van het gemeentefonds toe. We schatten de maximale impact op€ 2,7 miljoen.De precieze omvang is nog onzeker. We verwachten hier in de meicirculaire 2025 meer duidelijkheid over te krijgen. Als de herijking doorgaat zoals verwacht dan denken we dat dit stapsgewijs wordt doorgevoerd. In het originele plan van het Rijk was het effect begrensd op maximaal€ 15 per inwoner per jaar. In scenario 2b gaan we daarom uit van dit stapsgewijze effect. Hierdoor leidt de herijking tot een extra tekort van€ 2 miljoen in 2029. Het resterende deel(€ 0,7 miljoen) moet dan mogelijk vanaf 2030 nog opgevangen worden. Als laatste nemen we het effect van de septembercirculaire en een verwachte meevaller in de decembercirculaire mee. Hiermee geeft scenario 2b een realistisch beeld van het tekort zoals we op dit moment kunnen voorzien.
Het resulteert in een besparingsopgave van€ 2,7 miljoen in 2026 en ongeveer€ 4, 7 miljoen structureel. We verwijzen naar bijlage 3 voor een overzicht van de verschillende scenario's. Voorstel 2: De voorstellen voor bezuinigingen en extra inkomsten over te nemen en deze als uitgangspunt te gebruiken voor de kadernota 2026. In bijlage 3 is een totaaloverzicht opgenomen van scenario 2b, de voorstellen en de verwachte financiële impact hiervan. Bijna alle voorstellen sluiten aan op de inventarisatie en het rapport van de ambtelijke organisatie. In het rapport zijn keuzes en de gevolgen hiervan toegelicht. We lichten de voorstellen hier op hoofdlijnen per programma toe. Bijlage 3 geeft per voorstel de link weer naar het ambtelijk rapport( bijlage 1) en de inventarisatielijst(bijlage 2). Op deze manier is te volgen welke onderdelen van onze begroting worden geraakt door de voorstellen. Algemene posten De afgelopen jaren zien we vaak dat het jaarresultaat aanzienlijk positiever is dan het begrotingssaldo. Dit geeft aan dat onze begroting op dit moment aan de voorzichtige kant is opgesteld. Mogelijke tegenvallers worden voorzien maar mogelijke meevallers niet. We stellen voor om minder voorzichtig te begroten zodat we voorkomen dat we teveel bezuinigen.
Om dit te bereiken stellen we voor drie stelposten te schrappen of te verlagen en een stelpost op te nemen voor de verwachte btw-compensatie: • Stelpost algemeen( treasury). Deze schrappen we volledig. • Stelpost voortgang coalitie.Deze schrappen we volledig.Dit is overeenkomstig het bij de behandeling van de begroting 2025 aangenomen amendement. • Stelpost loon- en prijsindexatie. We schrappen deze grotendeels(€ 600.000 lager). In principe worden we via de algemene uitkering gecompenseerd voor loon- en prijsstijgingen. We houden€ 300.000 over voor het risico dat de compensatie te laag is. • Stelpost btw-compensatiefonds.Dit is een nieuwe stelpost die we opnemen voor de verwachte jaarlijkse inkomsten. Door deze aanpassingen in stelposten verbetert het begrotingssaldo met€ 1,2 miljoen in 2026 en€ 1,8 miljoen structureel vanaf 2027. Deze posten sluiten aan op het ambtelijk Pagina 4 van 10
16
rapport (categorie A). Deze aanpassingen zijn geen werkelijke bezuiniging of inkomstenverhoging en hebben geen impact op de maatschappij of op onze bedrijfsvoering. De aanpassingen in deze stelposten leiden tot een optimistischere begroting waardoor het risico op een negatief jaarresultaat toeneemt. Dit risico vinden we verantwoord omdat we blijven voldoen aan de begrotingsrichtlijnen van de commissie BBV. We hebben voldoende vermogen om tegenvallers op de korte termijn op te vangen en we voorkomen op deze manier dat we teveel bezuinigen en achteraf geld overhouden. Als deze aanpassingen worden doorgevoerd daalt de opgave naar€ 2,9 miljoen structureel. Dit vangen we op met onderstaande voorstellen per programma. Voorstellen college
2026
2027
2028
2029
315.000
315.000
315.000
315.000
0
600.000
600.000
600.000
Algemene 12osten (12rogramma 7} Stelpost treasury (leningen Cazas) Stelpost loon en prijs indexatie Stelpost voortgang coalitie
200.000
200.000
200.000
200.000
Inschatting BTW compensatie (BCF)
679.000
679.000
679.000
679.000
Subtotaal algemene posten
1.194.000
1.794.000
1.794.000
1.794.000
Restant bezuinigingsopgave
-1.498.000
-2.950.457
-2.829.950
-2.900.782
Tabel 2 - overzicht algemene posten en restant bezuinigingsopgave (zie bijlage 3)
Programma 1 - Bestuur en organisatie Binnen programma 1 stellen we een besparing voor van€ 7.000 op de rekenkamer. Dit is ongeveer 15% van het budget en betekent dat de Rekenkamer iets minder onderzoeken kan doen. Dit is de enige besparing die we voorstellen op de raad en raadsondersteuning. Daarnaast kunnen we ongeveer€ 150.000 besparen door na de verkiezingen een college te vormen met 3 fulltime wethouders. Deze optie staat niet benoemd in het ambtelijk rapport maar het college ziet deze mogelijkheid wel. De besparing is pas mogelijk ná de verkiezingen in 2026. En uiteraard afhankelijk van de politieke situatie op dat moment. Programma 2 - Openbare orde en veiligheid We willen niet bezuinigen op openbare orde en veiligheid. De groepsaanpak zetten we onverminderd voort. Hoewel de veiligheidscijfers het afgelopen jaar verbeterd zijn, wordt de huidige inzet van boa's gecontinueerd. De enige aanpassing die we voorstellen is het schrappen van de formatieruimte van één bijzondere opsporingsambtenaar (boa). Door langdurige ziekte en openstaande vacatures is het aantal boa's in onze formatie de afgelopen jaren nooit volledig is ingevuld. Er verandert dus niets aan de feitelijke situatie als we er nu voor kiezen om een openstaande vacature niet in te vullen. Dit bespaart ongeveer€ 70.000.
Programma 3 - Wonen en ruimte Openbare ruimte Op de openbare ruimte willen we zeer beperkt besparen. Het IBOR blijft volledig in stand. We stellen de volgende aanpassingen voor; • Schrappen of verlagen van enkele kleine budgetten voor klein onderhoud en schaden. We zullen in de praktijk scherper moeten zijn op noodzaak en de kosten binnen het programma moeten opvangen. Dit is een besparing van€ 45.000. • Verlaging van het budget voor verkeersaanpassingen met€ 20.000. Er blijft dan€ 35.000 over. We zullen hierdoor scherpere keuzes moeten welke verkeersaanpassingen we willen doen. • De voorgenomen investering in parkeerplaatsen Groenvliet schrappen. We besparen€ 10.000 aan kapitaallasten. Pagina 5 van 10
17
•
Verhoging van de leges voor begraafplaatsen met 25% en de APV leges met 1015%. Dit levert€ 72.500 op.
Bouw en wonen Ons woningbouwprogramma blijft ongewijzigd en onze ambities veranderen niet. Wel stellen we de volgende aanpassingen voor: • Beter in rekening brengen van onderzoekskosten (juridische) advieskosten bij initiatiefnemers. Uitgangspunt is dat alle kosten via anterieure overeenkomsten bij de initiatiefnemer in rekening worden gebracht. Als we dit doen kunnen gerelateerde budgetten met ruim€ 230.000 verlaagd worden. • Verhogen van leges omgevingsvergunningen. Uit analyse blijkt dat we leges met 30% moeten verhogen om te komen tot kostendekkendheid, ervan uitgaande dat alle geplande projecten doorgaan. We stellen voor deze verhoging door te voeren. Dit zou zo'n€ 300.000 op kunnen leveren. Gezien de onzekerheid stellen we voor € 100.000 extra inkomsten in te boeken. Parkeren De eerste twee uur parkeren in onze parkeergarages en ons vergunningenbeleid willen we niet wijzigen. Wel stellen we voor het tarief voor straatparkeren met 25 cent per uur te verhogen en het garagetarief vanaf het derde uur gelijk te trekken met het straattarief. Bij elkaar levert dit€ 147.000 aan extra inkomsten op. Vastgoed Er loopt een onderzoek naar ons strategisch vastgoedbeleid en het doelmatig gebruik hiervan. Op basis hiervan stellen wij een afstootstrategie op. Vooruitlopend hierop houden wij rekening met een besparing op onderhoud en kapitaallasten van minimaal€ 50.000.
Samen met enkele niet meer noodzakelijke kleine budgetten is de besparing€ 53.000. De besparing wordt mogelijk hoger, maar dat zal moeten blijken uit het onderzoek. Overig programma 3 We stellen voor de IVN subsidie te beëindigen en vanaf 2029 (na afloop van de huidige afspraken) geen nieuw convenant aan te gaan voor de U10(ROM) samenwerking. We blijven nog wel deelnemen aan de U10 en onze reguliere bijdrage blijft in stand. Dit bespaart€ 46.000 vanaf 2029. Programma 4 - Onderwiis, sport en cultuur We willen niet of nauwelijks bezuinigen op kunst en cultuur, onderwijshuisvesting en sport. We stellen de volgende aanpassing voor: • Het schrappen van een stelpost voor het mogelijk wegvallen van de SPUK voor btw-compensatie sportaccommodaties. De regeling is officieel eindig maar heeft een structureel karakter. Deze kosten worden echter al elders in de begroting gedekt. Het is daarom verantwoord om de stelpost te schrappen. • In 2025 en 2026 krijgen we incidenteel€ 100.000 om ons voor te bereiden op de wettelijke zorgplicht bibliotheken. Het is zeer waarschijnlijk dat dit geld vanaf 2027 aan de algemene uitkering wordt toegevoegd. Uit analyse blijkt dat we al aan de zorgplicht voldoen. We hebben vanaf 2027 dus€ 100.000 extra inkomsten. • We gaan in gesprek met Recreatieschap Stichtse Groenlanden over uittreding. Dit bespaart ruim€ 160.000.
We verwachten€ 100.000 aan onderhoudskosten zelf te moeten maken. Ook zijn de incidentele frictiekosten nog onzeker. Per saldo schatten we€ 60.000 te besparen. Uittreding heeft tijd nodig. We verwachten daarom pas vanaf 2028 een besparing.
Pagina 6 van 10
18
• We besparen€ 28.000 op onderwijshuisvesting door WE bijdrages en kosten voor klein incidenteel onderhoud bij de scholen neer te leggen. De gemeente heeft hierin geen verplichting. • Onlangs is het onderwijskansenbeleid vastgesteld..We zullen iets strenger beoordelen welke activiteiten voor welke kinderen we uitvoeren. Het passende budget is€ 35.000 lager dan eerder begroot.We geven dan nog steeds meer uit dan de SPUK die we ervoor krijgen. • We verlagen het budget leerlingenvervoer met€16.000. Dit is 2,5% van het totaal. De impact is beperkt en we zijn iets strenger in de beoordeling van aanvragen. Programma 5 - Inkomen. jeugd en Wmo We willen onze meest kwetsbare inwoners zoveel mogelijk ontzien. Dit betekent dat ons minimabeleid ongewijzigd blijft. Uiteraard blijven we ook voldoen aan onze wettelijke verplichtingen vanuit de Jeugdwet en deWet maatschappelijke ondersteuning W ( mo). Wel gaan we terug naar de basis en vergoeden enkel wat we verplicht zijn. We stellen geen bezuinigen voor op de voorzieningen in het voorliggend veld omdat we deze hard nodig hebben om specialistische zorg te voorkomen. Dit leidt tot de volgende voorstellen: • Jeugdhulp: in december ligt de nieuwe verordening ter besluitvorming in de raad. Hierbij gaan we strenger beoordelen wat onder jeugdhulp valt, zetten we meer in op zelfredzaamheid en op voorzieningen in het voorveld.
De raad is al meegenomen in de verwachte effecten hiervan.We verwachten dat we daarmee het huidige tekort vrijwel volledig kunnen terugdringen. Dit is rekening houdend met een verlaging van het budget als gevolg van het dalende aantal kinderen. Hierin ligt de besparing. Onze prognose wijst erop dat het aantal kinderen in IJsselstein de komende jaren met1,5 - 2 % per jaar daalt. Wij stellen voor het budget daarom jaarlijks met€ 150.000 (1,5%) te verlagen. Dit geeft een voordeel van€ 600.000 in 2029. Omdat het gaat om een open-einde regeling betreft het een inschatting en kan de werkelijkheid afwijken. Door geen PGB's voor hoogbegaafdheid meer te verstrekken, besparen we aanvullend€ 27.000. • Wmo: we gaan aanvragen voor begeleiding strenger beoordelen en vergoeden alleen wat we écht verplicht zijn. Daarnaast zetten we meer in op eigen begeleiding en het voorliggend veld zodat we dure specialistische inzet voorkomen. We verwachten hieruit een besparing van€186.000 1 ( 0%). Bij PGB's verwachten we dat onze huidige strenge controle leidt tot€ 50.000 besparing en voor hulpmiddelen gaan we zoveel mogelijk gebruik maken van tweedehands middelen en vergoeden we niet meer wat mensen zelf in de winkel kunnen kopen. Hiermee besparen we€ 95.000 (15% budget hulpmiddelen). Omdat het gaat om een open-einde regeling is de besparing een inschatting en kan de werkelijkheid afwijken.
De extra indexatie die in de septembercirculaire is opgenomen voor Wmo ( als compensatie voor vergrijzing) zorgt dat de verwachte besparing realistisch is. • De subsidie aan Santé wordt beëindigd. De activiteiten die Santé uitvoert kunnen door andere organisaties worden overgenomen. Hiermee besparen we€ 83.000 • We hebben een formatieplek in team sociaal domein die door een ICT investering niet meer nodig is. De formatieplek wordt al niet meer ingevuld. Door het schrappen besparen we€ 60.000. • We besparen€ 38.000 op volksgezondheid door minder maatwerk in te kopen bij de GGD € ( 30.000). Dit kan met relatief beperkte impact door inkoop strenger te beoordelen. Specifiek ziet dit toe op de verwijsindex, MAZL en stevig ouderschap. Pagina 7 van 10
19
Daarnaast geven we de dierenambulance alleen nog subsidie voor het opruimen van dode dieren. Programma 6 - Overhead We kiezen voor het snijden in eigen vlees waar dat mogelijk is, maar houden het niveau van ambtelijke ondersteuning gelijk. Dit leidt tot de volgende voorstellen; • Verlaging van het budget voor inhuur met€ 319.000. Er blijft€ 100.000 over. Het gaat hier om inhuur boven formatie. Inhuur voor formatieplekken blijft mogelijk zolang dit binnen de loonsom past. Als gevolg van deze bezuiniging moeten we veel kritischer zijn op organisatiebrede projecten en deze in de meeste gevallen binnen de formatie uitvoeren. Voor specifieke projecten moeten we vaker incidenteel budget aanvragen. • De VNG werkt aan een risicodelingsfonds voor gebouwen dat onze huidige brand en opstalverzekeringen kan vervangen. We zijn van plan hierin deel te nemen en verwachten fors lagere kosten. We hebben de besparing voorzichtig ingeschat op € 80.000. • We verzorgen geen gratis fruit meer voor personeel en geen lunch tijdens collegevergaderingen. Dit bespaart€ 13.000. Programma 7 - Algemene dekkingsmiddelen De besparingen in programma 7 zien vooral toe op stelposten. Deze zijn bovenstaand toegelicht als algemene posten. We kiezen voor de aanpassingen in stelposten uit categorie A van het ambtelijk rapport. De stelposten in de B categorie zijn zeer risicovol.
Het opnemen hiervan zal leiden tot een te optimistische begroting. Daarnaast verwachten we dat de bijdrage aan de Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR) op termijn€ 53.000 lager uitvalt door toetreding van een nieuwe deelnemer. Dit heeft geen impact op de dienstverlening door de BSR. Totaaloverzicht Onderstaande tabel geeft het totaaloverzicht van de opgave, algemene posten, besparingen en resultaat. Dit sluit aan op bijlage 3. We komen uit op een klein overschot in 2026 en een incidenteel tekort in 2027 en 2028. Vanaf 2029 is de begroting structureel sluitend. 2026
2027
2028
2029
Totaal bezuinigingsopgave
-2.692.000
-4.744.457
-4.623.950
-4.694.782
Subtotaal algemene posten
1.194.000
1.794.000
1.794.000
1.794.000
Restant bezuinigingsopgave
-1.498.000
-2.950.457
-2.829.950
-2.900.782
Totaal besparingen
1.895.350
2.421.764
2.794. 764
2.982.436
397.350
-528.693
-35.186
81.654
Scenario 2.b (opbouw€ 15/inwoner/jaar)
Dekkingstekort/overschot
Tabel 3 - Totaaloverzicht opgave, besparingen en resultaat
Kanttekeningen en / of risico's In bijlage 3 is de link te zien tussen de voorstellen in dit raadsvoorstel en het ambtelijk rapport. In dit rapport worden de gevolgen en risico's van alle keuzes(>€ 50.000) benoemd. Ook is er in het rapport een risicoparagraaf opgenomen waar de belangrijkste risico's verder worden toegelicht.
Pagina 8 van 10
20
Uitvoering Kosten De financiële gevolgen van de voorstellen zijn hierboven toegelicht. Bijlage 3 geeft een totaaloverzicht. Dit voorstel leidt op zichzelf niet tot kosten. Planning Het besluit van de raad wordt meegenomen in de kaderbrief vanuit het college. We verwachten deze begin 2025 te delen. Dit is afhankelijk van het moment van besluitvorming in de raad. De invulling en planning voor het verdere kadernotaproces moet nog door de raad bepaald worden Duurzaamheid Niet van toepassing. Participatie Het ravijnjaarvraagstuk is getoetst aan het afwegingskader (in ontwikkeling) van ons participatiebeleid. Omdat er geen tot zeer beperkt beleidsruimte is (de taakstelling ligt vast), leent het vraagstuk zich in deze fase niet voor uitgebreide participatie. Het college kiest voor participatieniveau 'meeweten' (informeren) en richt op basis daarvan een communicatietraject in. Communicatie Het college wil de samenleving en de organisatie goed informeren over de keuzes die het gemeentebestuur maakt, de noodzaak daarvan en de impact die de maatregelen kunnen hebben. In de aanloop naar dit raadsbesluit hebben portefeuillehouders de betrokken (subsidie)partners reeds informeel geïnformeerd over de voorstellen die in dit raadsvoorstel voorliggen. Ook bieden zij na besluitvorming gelegenheid tot een nadere, mondelinge toelichting.
Daarnaast is in aanloop naar dit raadsbesluit een persbericht verstuurd over de collegevoorstellen. Na vaststelling van dit raadsbesluit informeert het college de samenleving opnieuw met een persbericht en via internet en sociale media. De reacties en vragen zijn inbreng voor een op te stellen Q&A met antwoorden op veelgestelde vragen. Dit wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website. Evaluatie De voorstellen zijn met de kennis van nu voldoende om de bezuinigingsopgave volledig in te vullen. Hierbij kijken we naar de meerjarenbegroting 2026, dus de periode 2026-2029. Tegenvallers en meevallers zullen de opgave in de komende jaren vergroten of verkleinen. Bij zeer grote meevallers of tegenvallers zullen we de bezuinigingsopgave moeten heroverwegen. Dit monitoren we en we informeren de raad hierover op gebruikelijke wijze, via de P&C cyclus en circulaires. Bijlagen Bijlage 1 - Rapport financieel ravijn Bijlage 2 - Inventarisatielijst financieel ravijn (in zowel PDF als Excel) Bijlage 3 - Scenario's en voorstellen college
Pagina 9 van 10
21
De raad van de gemeente IJsselstein; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 november, zaaknummer 220520 BESLUIT: 1. Scenario 2b over te nemen als financiële opgave in het kader van het ravijnjaar en dit als uitgangspunt te gebruiken voor de kadernota 2026. 2. De besparing van€ 6.874 op de rekenkamer niet op te nemen en de financiële gevolgen te dekken uit de algemene stelpost (r. 1098). 3. De subsidie voor de KNIJ van€6.750 vanaf 2026 te financieren uit de algemene stelpost onvoorzien (r. 1098). 4. De bezuiniging op de dierenambulance uit programma 5 Inkomen, jeugd en WMO te schrappen en eventuele financiële gevolgen te dekken uit de algemene stelpost 1098. 5. De voorstellen voor bezuinigingen en extra inkomsten over te nemen en deze als uitgangspunt te gebruiken voor de kadernota 2026.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente IJsselstein, gehouden op donderdag 6 maart 2025,
de griffier,
Pagina 10 van 10
22
Bijlage 3. RIB meicirculaire 2025
23
postadres Postbus 26, 3400 AA IJsselstein
bezoekadres Overtoom 1 3401 BK IJsselstein t 14 030 f 030 6884350 e info@ijsselstein.nl
Gemeenteraad IJsselstein Postbus 26 3400 AA IJSSELSTEIN
betreft
Meicirculaire 2025
uw kenmerk
zaaknummer
272338
behandeld door
10 juni 2025
datum
blad 1 van 5
uw brief van
Marleen van de Klashorst/Sybren Hennekens
Bijlagen
1
Geachte raadsleden, In deze raadsinformatiebrief informeren we u over de uitwerking van de Meicirculaire 2025 van het Gemeentefonds. De meicirculaire geeft de vertaling van de Voorjaarsnota 2025 van de rijksoverheid naar de gemeentelijke begroting. Samenvattend leidt de meicirculaire tot het volgende beeld van het begrotingssaldo: Ontwikkeling saldo begroting (bedragen x € 1.000)
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Saldo begroting na raadsvoorstel Ravijnjaar
341
397
-528
-35
81
Bijstelling Meicirculaire 2025
972
5.329
5.010
3.334
3.448
Verrekening 2024 algemene uitkering
-191
0
0
0
0
Saldo begroting voor voorgestelde mutaties
1.122
5.726
4.482
3.299
3.529
-470
-534
-224
-247
-222
Voorgestelde mutaties Algemene taakmutaties Vervallen stelpost besparing jeugd rijk
0
-384
-285
-338
-338
Stelpost loon- en prijsindexatie
0
-2.200
-2.000
-2.000
-2.000
Eigen bijdrage jeugdzorg en sturen op trajectduur
0
0
0
398
400
Aanpassen stelpost BCF op basis van 2024 Actueel saldo begroting
0
-188
-188
-188
-188
652
2.420
1.785
924
1.181
Zoals u kunt lezen in bovenstaande tabel verbeterd het meerjarig perspectief met de meicirculaire. De voornaamste reden is dat de uitkeringsfactor is verhoogd. Hierdoor ontstaat een voordeel voor onze gemeente. In de verdere raadsinformatiebrief zetten we de mutaties uit de circulaire verder uiteen.
De gemeente IJsselstein gebruikt uw persoonsgegevens uitsluitend voor het doel waarvoor zij zijn verstrekt. Voor meer informatie daarover verwijzen wij u naar www.ijsselstein.nl/privacy.
Bankrelatie BNG NL79BNGH028.50.09.958 Bankrelatie RABO NL83RABO0320.72.82.85
24
datum ons kenmerk blad 2 van
1.
10 juni 2025 272338 5
Ontwikkeling Algemene uitkering
Ontwikkeling Algemene uitkering (bedragen x € 1.000)
Begroting 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
65.400
62.262
62.438
62.673
63.103
Accres ontwikkeling en hoeveelheidsverschillen
773
3.082
3.200
3.013
3.108
Afrekening ruimte onder BCF-plafond 2024
-172
0
0
0
0
Alg. uitkering Decembercirculaire 2024
Taakmutatie demping terugval gemeentefonds
0
517
547
539
545
Taakmutaties aanpassing Jeugdgelden
554
1.616
1.458
-44
-7
Algemene taakmutaties
470
534
224
247
222
WOZ-waarden mutaties Alg. uitkering o.b.v. Meicirculaire 2025
Bijstelling Meicirculaire 2025
-652
-420
-420
-420
-420
66.372
67.592
67.448
66.007
66.551
972
5.329
5.010
3.334
3.448
Ontwikkeling accres In de meicirculaire zijn middelen opgenomen om ons te compenseren voor de indexatie van onze budgetten. Daarnaast is de uitkeringsfactor van het gemeentefonds verhoogd. Hierdoor ontstaat een voordeel voor onze gemeente. Afrekening ruimte onder BCF-plafond 2024 Als gemeente worden we gecompenseerd voor de afgedragen btw over kosten die we vanuit onze gemeentelijke taak maken. Dit wordt vergoed uit het Btw-compensatiefonds (BCF). Wanneer het BCF niet volledig is aangesproken dan wordt het restant toegevoegd aan de algemene uitkering. In de Septembercirculaire 2024 hebben we hiervoor een voorschot ontvangen. In deze circulaire wordt de afrekening gedaan. Ten opzichte van het voorschot is in werkelijkheid minder overgebleven en betalen we een deel van het voorschot terug. WOZ De algemene uitkering wordt gekort voor een deel van de OZB die gemeenten kunnen heffen. Het totaal aan WOZ waarde binnen de gemeente is gestegen, waarmee de korting op het gemeentefonds toeneemt en onze rijksbijdrage daalt. Taakmutaties Als we extra gemeentelijke taken krijgen of taken wijzigen, zijn dit taakmutaties. Het rijk past de algemene uitkering hierop aan. Van taakmutaties boven de € 5.000 stellen wij in de regel voor deze toe te voegen aan, of af te ramen van, de desbetreffende budgetten. In dit geval wijken we hier in enkele gevallen van af. Dit hebben we hieronder toegelicht.
Niet toegerekende taakmutaties worden met het saldo verrekend.
25
datum ons kenmerk blad 3 van Taakmutaties (bedragen x € 1.000)
10 juni 2025 272338 5
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Taakmutaties Jeugdgelden Tekorten voor rekening Rijk
554
542
545
548
552
Groeipad maatregelen Hervormingsagenda
0
643
583
43
43
Eigen bijdrage jeugdzorg
0
0
0
-317
-319
Sturen op trajectduur jeugdzorg
0
0
0
-83
-83
Indexeren opbrengst Hervormingsagenda
0
0
0
-617
-621
Hervormingsagenda Jeugd
0
430
330
381
422
554
1.616
1.458
-44
-7
Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo
0
293
0
0
0
Wmo hulpmiddelen
0
13
0
0
0
IBO Problematische schulden
24
0
0
0
0
Invoerings/uitvoeringskosten Omgevingswet
138
0
0
0
0
Alleenverdienersproblematiek
66
0
0
0
0
Participatie (IU)
242
228
224
247
222
Totaal algemene taakmutaties
470
534
224
247
222
0
517
547
539
545
1.024
2.667
2.230
742
760
Totaal taakmutaties Jeugdgelden Algemene taakmutaties
Taakmutatie demping terugval gemeentefonds Totaal taakmutaties > € 5.000
Taakmutaties Jeugdgelden Voor jeugdzorg bevat deze circulaire zes taakmutaties. Aan de ene kant ontvangen we extra geld, en aan de andere kant wordt het structureel weer gekort. Hier komt bij dat uw raad het voorstel Project financiële beheersmaatregelen uitvoer jeugdwet heeft vastgesteld. We stellen daarom voor deze taakmutaties niet toe te rekenen. In plaats daarvan stellen we bij de Kadernota 2026 voor om de jeugdbudgetten in lijn te brengen met dit vastgestelde onderzoek en te actualiseren aan de laatste ontwikkelingen. Hiermee borgen we de juiste aansluiting tussen middelen en taken. Onderstaande jeugd taakmutaties worden hiermee bij de algemene middelen betrokken. Tekorten voor rekening Rijk De deskundigencommissie Van Ark adviseert om het tekort in het budget voor jeugdzorg gelijk te verdelen over Rijk en gemeente. Het Rijk neemt dit advies over. Voor onze gemeente komt deze 50% compensatie dit neer op een bijdrage van ongeveer € 550.000 per jaar. Groeipad maatregelen Hervormingsagenda Het ingroeipad van de maatregelen van de Hervormingsagenda wordt verzacht. Hiervoor ontvangen we in 2026 en 2027 extra geld. De volledige besparing van de Hervormingsagenda staat hiermee gepland voor 2028. Eigen bijdrage jeugdzorg Er wordt een eigen bijdrage ingevoerd voor jeugdzorg per 1 januari 2028. De maatregel moet jaarlijks € 260 miljoen opleveren.
Vooruitlopend op de invoering van de eigen bijdrage onttrekt het Rijk dit bedrag al aan het gemeentefonds. Sturen op trajectduur jeugdzorg Rijk en gemeenten gaan met de sector afspraken maken over hoe we beter kunnen sturen op trajectduur. Deze maatregel moet jaarlijks € 68 miljoen opleveren vanaf 2028. Vooruitlopend op deze afspraken onttrekt het Rijk dit bedrag al aan het gemeentefonds. Indexeren opbrengst Hervormingsagenda De besparingsopgave van de Hervormingsagenda Jeugd is in 2019 ingeschat en hierna niet meer geïndexeerd. Het Rijk doet hier een inhaalslag op. Dit kost ons ruim € 600.000 per jaar.
26
datum ons kenmerk blad 4 van
10 juni 2025 272338 5
Hervormingsagenda Jeugd Voor de hervormingsagenda Jeugd waren middelen door het Rijk gereserveerd. De totale verdeling is nog niet bekend, maar het grootste deel wordt in deze circulaire aan het gemeentefonds toegevoegd. Hierdoor ontvangen we ongeveer € 400.000 per jaar. Algemene taakmutaties Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo In de Voorjaarsnota 2023 is besloten dat het abonnementstarief in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 wordt afgeschaft en dat in de plaats daarvan vanaf 2026 de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo opnieuw wordt ingevoerd. Hiervoor wordt het wetsvoorstel Vervanging abonnementstarief Wmo 2015 voorbereid. De inwerkingtreding van deze wet is nu voorzien per 1 januari 2027 in plaats van per 1 januari 2026. Dat betekent dat de besparing van € 225 miljoen voor het jaar 2026, die in de Voorjaarsnota 2023 in het gemeentefonds is verwerkt vervalt. Het Rijk compenseert ons voor het wegvallen van deze inkomsten. Wmo hulpmiddelen Het scheiden van wonen en zorg in de Wet langdurige zorg (Wlz) leidt bij gemeenten tot meerkosten. Bepaalde hulpmiddelen die bij zorg met verblijf vanuit de Wlz worden gefinancierd, worden bij andere leveringsvormen vanuit de Wmo gefinancierd. De meerkosten van gemeenten worden gedekt vanuit de Wlz. Voor 2025 zijn er in de Voorjaarsnota 2024 reeds middelen overgeboekt naar het gemeentefonds.
In 2026 gaat het om een totaalbedrag van € 10 miljoen. Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) problematische schulden Het kabinet voert een pakket aan maatregelen in om problematische schulden fundamenteel aan te pakken. Dit pakket is gebaseerd op het basispakket uit het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Problematische schulden. Voor 2025 worden voor het onderdeel: ‘vroegsignalering’ middelen overgemaakt naar het gemeentefonds. Wij ontvangen hiervoor € 24.000. Invoerings/uitvoeringskosten Omgevingswet We ontvangen middelen om in de Omgevingswet transitie voor zorgen dat we aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Er volgt nog een stelselevaluatie, waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten in kaart worden gebracht. De gemeenten ontvangen een uitkering op basis van een vast bedrag. Alleenverdienersproblematiek Gemeenten kunnen huishoudens die getroffen zijn door de alleenverdienersproblematiek individuele bijzondere bijstand bieden. Deze decentralisatie-uitkering maakt dit mogelijk. Participatie Het Rijk compenseert gemeenten via de integratie-uitkering Participatie (IU Participatie) vanaf 2025 voor de afschaffing van het lage-inkomensvoordeel in de sociale werkvoorziening. De bedragen worden in deze circulaire geactualiseerd. Hierdoor ontvangen we structureel ruim € 200.000 extra.
Overige taakmutaties Taakmutatie demping terugval gemeentefonds 2026 Er wordt structureel € 424 miljoen beschikbaar gesteld voor de terugval in het gemeentefonds. Voor onze gemeente is dit een bijdrage van ruim € 500.000 per jaar. Hiermee wordt de impact van het financieel ravijn enigszins beperkt. Omdat hier geen taak tegenover staat zien we dit niet als taakmutatie en stellen we voor deze middelen bij de algemene middelen te betrekken.