IVOR IJsselstein
Tekst van het document
1 2 3 4 5
terug naar vorig beeld
Logo OG (master) H= 10, Y= 2x shift
AMBITIES: TOEKOMSTBESTENDIG 3.3
Groen natuurlijk
IJsselstein is een groene gemeente met een zowel stedelijke als landelijke uitstraling. De gemeente kenmerkt zich door de ligging tussen de Hollandse IJssel en de Lek. In het buitengebied zijn landschapselementen zoals knotbomen en open veenweides zichtbaar. Daarnaast bezitten we een bijzondere collectie openbare fruitbomen. Binnen de bebouwde kom zorgen de verschillende historische lanen en groenstructuren voor een herkenbaar beeld. Het groen in de gemeente is divers. Sommige delen hebben van oudsher een karakteristieke uitstraling, en op andere plekken is het groen juist functioneel ingericht om de bruikbaarheid en beheerbaarheid te optimaliseren. De diversiteit aan plantensoorten en de ecologische waarde van het groen in de gemeente varieert daardoor. Dit is vastgelegd in de natuurkaart. Net zoals in de rest van Nederland liggen in IJsselstein kansen om de biodiversiteit en de ecologische waarden te versterken. Door beter gebruik te maken van natuurlijke processen wordt de biodiversiteit in de gemeente gestimuleerd. Tegelijk ontstaat daarmee een meer afwisselende uitstraling in de openbare ruimte. Een bijkomend voordeel van een natuurlijkere inrichting en beheer is dat daarmee het risico op ziektes en plagen (zoals de eikenprocessierups) kleiner wordt. Daartegenover staat dat een natuurlijke inrichting, net zoals andere functies, ruimte nodig heeft.
Het is dus belangrijk dat plekken met een natuurlijke functie worden afgestemd op eventuele andere functies van de locatie. Binnen dit thema maken we onderscheid in de keuzes die we maken voor de inrichting buitengebied en inrichting stedelijk gebied. In de visie op het landelijk gebied is aangegeven wat de gewenste functies zijn van de verschillende zones in het buitengebied. In dit hoofdstuk (net zoals in de hele IVOR) focussen we op de gemeentelijke openbare ruimte. Juist het buitengebied kenmerkt zich door veel andere grote gebiedseigenaren als Staatsbosbeheer en particulieren. Wat vinden IJsselsteiners belangrijk bij dit thema? • Onderhoudskwaliteit • Meer groen • Natuurlijk beheer • Groen dichtbij • Natuur en recreatie pagina 26
Dilemma inrichting buitengebied: ecologie versus gebruik Het (openbare) buitengebied van IJsselstein kan afhankelijk van het uitgangspunt op verschillende manieren worden ingericht en beheert. Zo kan ecologie de hoogste prioriteit krijgen, waarbij natuurwaarden en natuurlijk beheer het uitgangspunt zijn. Het is ook mogelijk om juist de mens centraal te stellen, bijvoorbeeld door vooral te sturen op (recreatief) landgebruik zoals wandelen, watersport etc.
1 2 3 4 5
terug naar vorig beeld
Logo OG (master) H= 10, Y= 2x shift
AMBITIES: TOEKOMSTBESTENDIG Toelichting op gemaakte keuze: Voor de openbare ruimte in het buitengebied zijn de ecologische waarden én de cultuurhistorische en landschappelijke waarden het meest belangrijk. Wat willen we bereiken? • Bezoekers van het buitengebied ervaren ecologische en cultuurhistorische waarden. • De wijze van inrichting en beheer leiden ertoe dat bezoekers zichzelf ervaren als gast in het landschap. • Water blijft beeldbepalend en heeft -waar mogelijk- ecologische oevers. • Straatmeubilair en verlichting komen op enkele plekken voor. We vermijden onnodige objecten in het open landschap, uitgaande van dag-dagelijks gebruik. • De natuurwaarden in IJsselstein blijven minimaal gelijk aan de situatie in 2020. Wat gaan we daarvoor doen? Inrichtingsprincipes: • We passen het afwegingskader (zie laatste afbeelding van dit thema) toe om zodoende ecologische waarde toe te voegen op plekken waar ecologische mogelijkheden zijn en het gebruik beperkt is. Wij zien de natuurwaardekaart hierin als basis. Het afwegingskader is ook goed toepasbaar is in relatie tot het gebruik van het buitengebied, zoals recreatie. • In het landelijk gebied clusteren we veilige verblijfs- of rustplekken, waardoor we andere ecologisch waardevolle plekken ontzien. • Fietsverbindingen moeten comfortabel en veilig zijn. Dat betekent onder andere goede verlichting en goed wegdek.
Wandelpaden mogen een beleving zijn, dat betekent half- of onverharde (struin)paden. • Creëren van (natuur)waardevolle oevers, rekening houdend met de aanwezigheid van specifieke flora en fauna (bij inrichting en beheer). pagina 27
Ecologische waarden staan centraal bij de inrichting van het buitengebied
• Verhardings- en beplantingsmateriaal wordt zo veel mogelijk behouden of in dezelfde (materiaal)soort teruggeplaatst /geplant (bij voorkeur streekeigen) • Projecten uitvoeren om de natuurwaarden te versterken. Beheerprincipes: • In watergangen houden we rekening met de doorstroming van water. Dit in afstemming met het Hoogheemraadschap. • Toepassen van ecologisch beheer dat is afgestemd op (het vergroten van het aantal) inheemse soorten in het buitengebied. • Natuurwaarden structureel monitoren. Wat betekent dit voor inwoners? • We plaatsen informatieborden op plaatsen met een nieuwe natuurlijke uitstraling. Informatieborden voorkomen of verminderen het aantal vragen vanuit inwoners.
Gebruikswaarden staan centraal bij de inrichting van het buitengebied
1 2 3 4 5
terug naar vorig beeld
Logo OG (master) H= 10, Y= 2x shift
AMBITIES: TOEKOMSTBESTENDIG Dilemma groene inrichting stedelijk gebied In het stedelijk gebied bevinden zich veel parken en andere groenstroken. Enerzijds kunnen deze gebruikt worden voor natuurontwikkeling en het verhogen van de biodiversiteit in de stad. Anderzijds kan hier ook ruimte komen voor recreatie, sport of spelen. Toelichting op gemaakte keuze: Binnen de bebouwde kom staan de gebruikswaarden centraal. We willen het gebruik van de openbare ruimte stimuleren om bij te dragen aan beweging en ontmoeting. De natuurwaarden en de groenstructuur moeten wel in stand worden gehouden om bij te kunnen dragen aan een gezonde leefomgeving. Hiervoor zijn gezond groen en gezonde bomen essentieel en daarvoor is een gezonde bodem noodzakelijk. We verkiezen kwaliteit boven kwantiteit. Wat willen we bereiken? • Er is een diversiteit aan beplanting die passen bij de gebruikswaarden van de omgeving. Vaste planten ogen verzorgt en dragen bij aan de biodiversiteit. • Inwoners gaan merken dat in het centrum netheid extra belangrijk is. Diversiteit komt tot uiting in het type beplanting. • Op plekken in de bebouwde kom waar voldoende ruimte is (zie stelling clusteren/spreiden) wordt vaker ecologisch beheer toegepast. Grotere oppervlakten kunnen namelijk wezenlijk iets toevoegen aan de flora en fauna (uitgaande van weinig gebruik).
• We willen binnen de bebouwde kom bestaande natuurwaarden behouden en waar mogelijk de structuur versterken. Wat gaan we daarvoor doen? Inrichtingsprincipes: • We passen het afwegingskader toe om zodoende ecologische waarde toe te voegen op plekken waar ecologische mogelijkheden zijn en het gebruik beperkt is. Wij maken gebruik van de natuurwaardekaart als basis. pagina 28
Ecologische waarden staan centraal bij de inrichting van openbaar groen in het stedelijk gebied
Gebruikswaarden staan centraal bij de inrichting van openbaar groen in het stedelijk gebied
• In het centrum en de woonwijken kiezen we voor gecultiveerd en kleurrijk groen. In randzones wordt natuurlijker groen toegepast. Dat betekent geen strak geschoren hagen en plantvakken, maar juist wat ruigere beplanting. Beide categorieën groen kunnen van ecologische waarde zijn. • Bij nieuwe (her)inrichtingsprojecten wordt rekening gehouden met de materiaalkeuze in relatie tot gebruikswaarden en ecologische waarden. • Oppervlaktewater is een kans de ecologische waarden te verhogen, zonder dat er inbreuk op gebruiksgemak wordt gedaan. Een natuurvriendelijke oever zorgt voor betere waterkwaliteit. • Op terreinen waar geen dagelijks verkeer en parkeren plaatsvindt passen we grasbetontegels toe. • Projecten uitvoeren om de natuurwaarden te versterken. • We zoeken naar geschikte locaties om natuurvriendelijke oevers te creëren. • We planten bomen die passen in de omgeving en in het klimaat. We gaan zuinig om met onze bomen, we willen ook een bomenbestand dat duurzaam en daarmee toekomstbestendig is. • Eenduidig en consequent beheer van de fruitbomen met als doel het behouden en versterken van de fruitbomencollectie en de ecologische waarde ervan. Beheerprincipes: • In watergangen houden we rekening met de doorstroming van water. Dit in afstemming met het Hoogheemraadschap. • In het beheer zoeken we naar mogelijkheden om meer invulling te geven aan ecologisch beheer.
De aanbevelingen uit de natuurkaart worden daarin meegenomen. Wat betekent dit voor inwoners? • We communiceren meer aan onze inwoners over beheerkeuzes, bijvoorbeeld door het plaatsen van infoborden op plaatsen met een nieuwe natuurlijke uitstraling. • Inwoners met groene initiatieven kunnen zich melden bij de gemeente. Samen bekijken we wat de mogelijkheden zijn. Zie hiervoor de ambitie en thema samenwerking
1 2 3 4 5
terug naar vorig beeld
AMBITIES: TOEKOMSTBESTENDIG Afwegingskader* ecologisch potentieel versus gebruiksintensiteit: *afwegingskader wordt gebruikt in combinatie met de natuurwaardekaart.
pagina 29
Logo OG (master) H= 10, Y= 2x shift
1 2 3 4 5
terug naar vorig beeld
Logo OG (master) H= 10, Y= 2x shift
AMBITIES: GEZOND EN LEEFBAAR IJsselstein is een gezonde, veilige en vitale stad waar ruimte is voor ontmoeting, ontspanning en beweging. Deze ambitie is gericht op het stimuleren van een gezonde leefstijl en op het creëren van een leefbare woon- en werkomgeving. Keuzes die we maken dragen bij aan een gezonde leefomgeving, meer sociale cohesie en zetten aan tot gezond gedrag. Keuzes die we maken voorzien in een goed gebruik van de openbare ruimte en de beleving ervan, voor iedereen. Binnen deze ambitie werken we met twee thema’s die hieraan bijdragen. Hieronder zijn deze weergegeven, inclusief de bijbehorende deelambities. Gezonde en prettige leefomgeving • De inrichting en het beheer van onze openbare ruimte nodigt uit tot een gezonde leefstijl. Daarin zien we mobiliteit (vervoer) als vertrekpunt voor een gezonde leefomgeving. De openbare ruimte stimuleert duurzame mobiliteit: we hanteren het STOP-principe, dat wil zeggen we stimuleren dat mensen eerst gaan Stappen (te voet), dan Trappen (fietsen), dan Openbaar vervoer (bus/trein) benutten en als laatste pas gebruik maken van Personenwagenvervoer (auto). De inrichting van de openbare ruimte wordt geoptimaliseerd voor het langzame verkeer. De auto kan niet meer overal in de wijk komen.
Het aanbieden van voldoende wandel- en fietspaden, sport en speeltoestellen geeft meerdere leeftijdsgroepen de kans om -op een laagdrempeliger manier- voldoende te bewegen. Bijzondere elementen, als kunst in de openbare ruimte, fruitbomen of bijzondere gebouwen, kunnen trekkers zijn om mensen in beweging te krijgen. Versterken van gezondheid-bevorderende plekken zoals wijktuinen, fruitbomen en kruiden(tuinen). Dit draagt ook bij aan educatie naar onze nieuwe generatie. • Bevorderen van gezonde lucht door inrichting van de openbare ruimte; bijvoorbeeld door bewuste keuzes te maken in type en plaatsing van groen en bomen. • Een veilige openbare ruimte is een belangrijke voorwaarde voor een positieve beleving en prettig gebruik van de openbare ruimte. We werken hier samen met de afdeling Openbare Orde en Veiligheid aan. Juist gebruik van verlichting en voorkomen van ‘stille/donkere’ hoekjes, dragen hier aan bij.
pagina 30
Gebruik en beleving • Met een op de functie afgestemde inrichting en beheer wordt ervoor gezorgd dat het gebruik van de openbare ruimte een prettige ervaring is. • De openbare ruimte moet alle inwoners in staat stellen gebruik te maken van de openbare ruimte, daarin te werken aan hun gezondheid en sociaal actief te zijn. Toegankelijkheid van die openbare ruimte is dan ook bepalend voor het gebruik en de beleving ervan. Gewenst effect van deze ambitie: • De openbare ruimte nodigt uit tot een gezonde levensstijl en deelname aan het openbare leven.
1 2 3 4 5
terug naar vorig beeld
Logo OG (master) H= 10, Y= 2x shift
AMBITIES: GEZOND EN LEEFBAAR 3.4
Gezonde prettige leefomgeving
We willen dat de inwoners van IJsselstein fysiek en mentaal gezond zijn en in een prettige omgeving kunnen wonen, werken en leven. De openbare ruimte speelt hierin een belangrijke rol. Het eerste en belangrijkste uitgangspunt hiervoor is de fysieke veiligheid. De openbare ruimte wordt veilig en betrouwbaar ingericht en we beheren om het veilig te houden. Ook richten we de openbare ruimte zo in dat het overzichtelijk is en een veilig gevoel geeft. Naast veiligheid willen we dat de openbare ruimte gebruiksvriendelijk en toegankelijk is. De openbare ruimte is er voor iedereen. Jong en oud, lichamelijk beperkt of niet, iedereen moet daarom gebruik kunnen maken van alle voor hen belangrijke functies van de openbare ruimte. Een bijkomend voordeel van een toegankelijke openbare ruimte is dat mensen sneller geneigd zijn naar buiten te gaan. Dit kan voor IJsselsteiners een aanleiding zijn om meer te bewegen in de openbare ruimte, ook buiten de plekken die specifiek zijn ingericht voor sporten, spelen en ontspannen. Een prettige leefomgeving wordt ook bepaald door de aankleding van de openbare ruimte. Door overzicht te creëren en gebruik te maken van dezelfde set materialen en planten krijgt de openbare ruimte een rustige en veilige uitstraling. Teveel van hetzelfde geeft juist een eentonig beeld, en dat willen we ook voorkomen.
We zoeken dus altijd naar een balans die past bij het gebruik en de gewenste uitstraling van de plek. Met beplanting (waaronder bomen) en water zorgen we er ook voor dat IJsselsteiners minder last hebben van extreem weer zoals hitte, wateroverlast en droogte. Hierbij sluiten wij aan bij de doelstellingen van de Regionale Adaptiestrategieën (RAS). Wat vinden IJsselsteiners belangrijk bij dit thema? • Schoon & veilig • Sociale contacten • Ruimte voor beweging • Meer handhaven • Toegankelijkheid Binnen dit thema hebben we voortwee dilemma’s gerichte keuzes gemaakt. Het eerste dilemma is toegankelijkheid van de openbare ruimte, het tweede is verantwoordelijkheid voor gezondheid.
pagina 31
Dilemma toegankelijkheid van de openbare ruimte Toegankelijkheid van de openbare ruimte is een belangrijk thema. Dit komt mede door de vergrijzing en ouderen die steeds langer thuis blijven wonen. Voor inwoners en bezoekers die verstandelijk of lichamelijk beperkt zijn is het belangrijk dat zij volwaardig mee kunnen doen. Een toegankelijke openbare ruimte draagt daaraan bij. Hierin moet de afweging gemaakt worden of alle voorzieningen voor iedere doelgroep toegankelijk moeten zijn of dat de voorzieningen vooral toegankelijk worden gemaakt voor de te verwachte gebruikers. Toelichting op gemaakte keuze: De openbare ruimte moet toegankelijk zijn voor alle doelgroepen, en specifiek voor ouderen en mensen met een fysieke beperking. Dit geldt met name voor doorgaande wandelroutes en winkelgebieden. In gebieden waar veel ouderen of mensen met een lichamelijke beperking wonen, besteden we hier extra aandacht aan. Wat willen we bereiken? • Elke inwoner ervaart gebruiksgemak en voorzieningen die toegankelijk zijn. • Specifieke doelgroepen ervaren extra aanpassingen in de openbare ruimte die het leven gemakkelijker maken. Denk aan rolstoelbanen, zitgelegenheid langs veelgebruikte wandelroutes en op plekken waar mensen elkaar ontmoeten. Kinderen met een beperking hebben voldoende mogelijkheden om te spelen.
• Keuzes in bestrating, aanwezigheid van water en beplanting worden afgestemd op de functie van het desbetreffende gebied en dragen bij aan de beleving van dat gebied. Wat gaan we daarvoor doen? Inrichtingsprincipe: • Bij inrichtingskeuzes wordt rekening gehouden met de toegankelijkheid van de ruimte aan de hand van de functie en doelgroepen. • We zorgen voor voldoende verlichting op plekken/routes die een verblijfs- en/of vervoersfunctie hebben. Bijvoorbeeld fietspaden of pleinen. • Beplanting wordt gekozen op basis van de functie van het gebied (rondom verzorgingshuizen meer kleur, recreatieterrein meer functioneel groen). • Afvalcontainers zijn toegankelijk. We maken zoveel mogelijk gebruik van ondergrondse opslag van afval.
1 2 3 4 5
terug naar vorig beeld
Logo OG (master) H= 10, Y= 2x shift
AMBITIES: GEZOND EN LEEFBAAR • Voor spelen is het uitgangspunt dat samenspel wordt gesimuleerd tussen alle kinderen, dus ook kinderen met een beperking (inclusiviteit). Dit wordt bereikt met de zogenaamde 100-70-50 ambitie. Een kind moet zich 100% welkom voelen op een speelplek, deze moet voor 70% toegankelijk zijn en 50% van de speelaanleidingen moet bespeelbaar zijn. (zie ook speelruimteplan).
Alle voorzieningen in de openbare ruimte moeten voor alle doelgroepen toegankelijk en te gebruiken zijn
Beheerprincipe: • Het beheer zorgt ervoor dat de buitenruimte veilig en toegankelijk is. • Bijgeplaatst afval wordt waar mogelijk voorkomen en zo snel mogelijk opgeruimd. • Onderhoudsmaatregelen uit het oogpunt van (sociale) veiligheid; losliggende tegels, snoeien hagen, zorgen voor zichtbaarheid op camerabeelden. Wat betekent dit voor inwoners? • Inwoners worden betrokken bij de (her)inrichting. Inwoners beschouwen we als ervaringsdeskundige. We horen graag wat we kunnen verbeteren aan de toegankelijkheid en sociale of verkeersveiligheid. • Beplanting wordt gekozen op basis van de functie van het gebied (rondom verzorgingshuizen meer kleur, recreatieterrein meer functioneel groen).
pagina 32
Een voorziening wordt toegespitst op de wensen van bepaalde doelgroepen en is voor deze doelgroepen toegankelijk en te gebruiken
1 2 3 4 5
terug naar vorig beeld
Logo OG (master) H= 10, Y= 2x shift
AMBITIES: GEZOND EN LEEFBAAR Dilemma Wie is verantwoordelijk voor gezondheid? Voldoende beweging en een gezonde levensstijl zijn belangrijk voor iedereen. De openbare ruimte kan dit faciliteren. Voor de een in de vorm van recreëren, voor de ander om wezenlijk te sporten. Als gemeente kún je dit actief oppakken, door het inrichten van wandelroutes of aanbrengen van beweegelementen.. Toelichting op gemaakte keuze: Gemeente stimuleert een gezonde leefstijl. Uiteindelijk blijft een gezonde leefstijl een eigen verantwoording. Er wordt ingestoken op gedeeld ruimtegebruik met gezonde vervoersmogelijkheden, beweegaanleidingen voor alle mogelijke leeftijdscategorieën. Daarnaast kan de openbare ruimte bijdragen aan de bevordering van gezonde voeding. Wat willen we bereiken? • Onze openbare ruimte nodigt uit tot deelname aan duurzaam vervoer en meer bewegen. • Voldoende en goede wandel- en fietspaden leiden tot bewegen en leveren tevens een bijdragen aan een gezonde lucht. • Er ontstaan meer plekken met bewegingsmogelijkheden voor alle leeftijden. • Natuurlijke speel-/ontdekplekken leiden tot meer beweging en buitenzijn van kinderen. Waterspeelplekken krijgen hier ook een plaats in. • Leren over voedselproductie komt tot uiting door stadslandbouw. De aanwezigheid van onze fruitbomen biedt een logische aanleiding hiertoe.
Wat gaan we daarvoor doen? Inrichtingsprincipe: • Bij (her)inrichting letten we nadrukkelijker op duurzaam vervoer, beweegaanleidingen en de bijdrage aan voedselbewustwording. Voorbeelden hiervan zijn:
pagina 33
Als gemeente stimuleren we een gezonde leefstijl. We bieden standaard; goede beweegmogelijkheden voor iedereen en voedselbewustwording als onderdeel van de openbare ruimte.
o Vervoer: Toepassen van fietsstraten. De mens centraal, de auto is te gast. o Beweegaanleidingen: sport en speeltoestellen goed afstemmen of de doelgroep in de omgeving. o Voedselbewustwording: meer bekendheid geven aan de aanwezige fruitbomen of fruithagen, waar inwoners van kunnen plukken. o Creëren en versterken van wandel/hardlooproutes. Bijvoorbeeld langs kunst in de openbare ruimte, bijzondere (fruit)bomen of architectuur. • Meer natuurlijke speelplekken creëren, met waar mogelijk waterelementen. Hierbij nemen we de uitdagingen vanuit wateroverlast mee. In het speelruimtebeleid en het uitvoeringsprogramma is vastgelegd waar de speel- en sportplekken in IJsselstein zijn, waarbij uit wordt gegaan van voldoende plekken per buurt. Plekken aanwijzen / verkennen waar (wissel)kunst in de openbare ruimte gerealiseerd kan worden. Beheerprincipe: • De buitenruimte wordt op een niveau onderhouden dat inwoners veilig kunnen recreëren. • Plekken die bedoeld zijn voor sport en beweging, worden als zodanig beheerd.
Iedereen is verantwoordelijk voor zijn/haar eigen gezondheid, daar hoeven we geen extra ruimte / geld voor te reserveren.
Wat betekent dit voor inwoners? • Inwoners worden gestimuleerd vaker de fiets te pakken of te wandelen. • Gemeente zorgt voor meer mogelijkheden om buiten te sporten; hetzij via speciale wandel/hardlooproutes of door het plaatsen van sporttoestellen. Gemeente onderzoekt in overleg met stakeholders naar de wenselijkheid voor informatieborden bij bijvoorbeeld bijzondere gebouwen, kunstwerken, sporttoestellen, fruitbomen etc. • Gemeente geeft samen met de vrijwilligersorganisaties meer aandacht aan de fruitbomen en laat meer zien wat men kan doen met het fruit voor eigen consumptie.
1 2 3 4 5
terug naar vorig beeld
Logo OG (master) H= 10, Y= 2x shift
AMBITIES: GEZOND EN LEEFBAAR 3.5
Gebruik en beleving
De openbare ruimte wordt voor veel verschillende doelen (functies) gebruikt. Zo kan een park gebruikt worden voor recreatie, en heeft het tegelijkertijd een sociale, klimaatadaptieve en ecologische functie. Door aan een stukje openbare ruimte een functie toe te kennen wordt geprobeerd bepaalde gebruikswensen een plek te geven. Soms wordt daarmee het gebruik van een plek vooraf bepaald, zoals bij een weg. Daar mag alleen op de afgesproken manieren gebruik van gemaakt worden. In andere gevallen wordt de functie zo bepaald dat het gebruik vrijer is, zoals in een park. Wanneer mensen een plek op een manier gebruiken die niet bij de functie past kan dat soms goed en soms slecht uitpakken. Sporten op een leeg parkeerterrein kan een slimme oplossing zijn, terwijl het niet verstandig is om een hond uit te laten op een speelveldje. Met een op de functie afgestemde inrichting en beheer wordt ervoor gezorgd dat het gebruik van de openbare ruimte een prettige ervaring is. De openbare ruimte wordt zo ingericht dat zoveel mogelijk mensen er gebruik van kunnen maken zonder dat ze elkaar te veel hinderen. Dat blijft altijd een uitdaging, want iedereen heeft andere wensen en behoeftes. We zorgen ervoor dat de kwaliteit van de openbare ruimte niet afneemt tot het niveau dat het gebruik onprettig wordt.
Wat vinden IJsselsteiners belangrijk bij dit thema? • Onderhoudskwaliteit • Ruimte voor recreatie • Ontmoetingsplekken • Schone openbare ruimte • Toegankelijkheid Binnen dit thema hebben we twee dilemma’s benoemd, waarbij een gerichte keuze is gemaakt. Allereerst volgt het dilemma functies clusteren of spreiden, vervolgens gaan we in op het dilemma uniformiteit of verscheidenheid.
pagina 34
Dilemma Functies clusteren of spreiden
Clusteren: Functies moeten zo veel mogelijk geclusterd worden
Spreiden: Functies moeten zo veel mogelijk gespreid worden
Graag zouden we voor elke voordeur openbare voorzieningen aanbieden. Dat kunnen we proberen of we bieden deze functies aan op centrale plekken. Dit betekent dat sommige mensen op korte afstand openbare functie kunnen vinden. Anderen vinden die functies voor de deur. Denk hierbij aan; parkeren, zitplekken, water en groene parken. Toelichting op gemaakte keuze: We willen verschillende functies clusteren, zo gaan we slim om met ons geld. Het gaat daarnaast zorgen voor meer ontmoeting tussen verschillende doelgroepen en generaties. We willen ons groen, vooral bomen, wel blijven spreiden. Bomen zijn van grote waarde; minder wateroverlast en verkoeling, zie thema’s klimaatadaptatie en groen natuurlijk. Wat willen we bereiken? • Inwoners gaan ervaren dat recreatieve plekken, groen en water niet in elke straat voorkomen. Er ontstaan plekken waar we ook echt ruimte hebben voor deze functies. Op deze manier komen de functies beter tot hun recht. • Clusteren heeft als gevolg dat mensen elkaar sneller op die plekken ontmoeten en maakt het makkelijker om bijvoorbeeld als buurt een deel van het groen te beheren (voorkomen van eenzaamheid). • Er is ruimte voor recreatie en cultuur op verschillende plekken in de gemeente. • Clusteren van groen betekent meer robuust groen (koele zones), zie tevens klimaatadaptatie. Elke inwoner zou in 5 minuten wandelen een koele plek moeten aantreffen.
We hebben genoeg groen, vooral bomen, om verkoeling in de stad te creëren. • Clusteren van water geeft mogelijkheden tot grotere oppervlaktes (koele buffers).
1 2 3 4 5
terug naar vorig beeld
Logo OG (master) H= 10, Y= 2x shift
AMBITIES: GEZOND EN LEEFBAAR Wat gaan we daarvoor doen? Inrichtingsprincipe: • We gaan slim om met de inrichtingskeuzes die we maken: als functies geclusterd kunnen worden doen we dit. • We gaan koele plekken aanwijzen. Samen met andere domeinen wordt er binnen de gemeente gekeken naar het clusteren van functies zoals civiel, groen, waterberging en spelen. • Creëren van verschillende recreatieve voorzieningen voor verschillende doelgroepen (binnen 1 ontmoetingsplek). • Hierbij houden we rekening met het verminderen van hoge temperaturen en voorkomen van wateroverlast en behoud van cultuurhistorie.
pagina 35
Beheerprincipe: • We beheren efficiënt en behouden wat goed is. • We passen het beheer aan op de functie(s) van een gebied. Wat betekent dit voor inwoners? • Sommige inwoners vinden op korte afstand openbare functies. Anderen vinden die functies voor de deur. • Er ontstaan meer plekken waar inwoners van verschillende generaties elkaar ontmoeten.
1 2 3 4 5
terug naar vorig beeld
Logo OG (master) H= 10, Y= 2x shift
AMBITIES: GEZOND EN LEEFBAAR Dilemma Uniformiteit of verscheidenheid Een gemeente kan kiezen voor een uniforme uitstraling waarbij bepaalde inrichtingselementen of beplantingskeuzes overal terugkomen. Deze invulling kan rust geven in het straatbeeld. Ook zorgt deze aanpak ervoor dat het onderhoudsniveau van de openbare ruimte in de hele gemeente gelijk is. Een andere insteek is om de inrichtingskeuzes af te stemmen op het karakter van de wijk. Hierdoor krijgen afzonderlijke wijken een meer eigen identiteit en herkenbaarheid. Wel kunnen hierdoor meer verschillen ontstaan in onderhoudsniveaus en dus ook de uitstraling.
Uniformiteit: De openbare ruimte van IJsselstein is overal hetzelfde ingericht en onderhouden.
Toelichting op gemaakte keuze: Accentverschil in bepaalde plekken (achterin de wijk versus centrum). Ditzelfde geldt voor functies (invloed op beleving). Wat willen we bereiken? • Openbare ruimte draagt bij aan (nieuwe) identiteit en herkenbaarheid. Onderling kan de uitstraling per wijk verschillen. • We maken soms verschil in materiaal aan de hand van gebruik en beleving. • Minder belangrijke plekken (er wordt gekeken naar mate van gebruik en de ligging nabij het buitengebied of groot park) mogen een extensiever beheerde uitstraling krijgen. • Oevers in het buitengebied hebben een extensiever beheerde uitstraling dan in de kern. Wat gaan we daarvoor doen? Inrichtingsprincipe: • Functie is bepalend voor de inrichting en het beheer. We kijken naar inrichting en beheer op maat per wijk. • We werken wijk bewust (koppeling thema samenwerking). • Inrichtingselementen afstemmen op het gebruik en beleving. Bijvoorbeeld op natuurlijke plekken wordt halfverharding toegepast. pagina 36
Diversiteit: De functies of de ligging zijn bepalend voor de inrichting en het onderhoud van een locatie.
Beheerprincipe: • Beheerniveau wordt afgestemd op de functie van de plek. • Natuurlijkere inrichting en toepassen van ecologisch beheer op aangewezen plekken (langs de randen, aangewezen delen in groenstructuurplan). • Oevers in de buitengebieden worden extensiever onderhouden (ander beheer) dan in de kernen. Wat betekent dit voor inwoners? • Inwoners gaan lichte verschillen ervaren in wijken gelet op inrichting en beheer. • De wijk bewust werken aanpak draagt eraan bij dat inwoners vaker meedenken bij de uitwerking van plannen. • Inwoners kunnen ook meedoen bij de uitvoering van plannen gericht op het onderhoud.
1 2 3 4 5
terug naar vorig beeld
AMBITIES: SAMENWERKING
Samen werken we aan een openbare ruimte van en voor iedereen. In 2022 treedt de Omgevingswet in werking. Naast een integrale werkwijze vanuit overheden, wordt ook de inbreng van inwoners en bedrijven belangrijker. Deze ambitie is gericht op de samenwerking tussen gemeente en inwoners/bedrijven. Binnen deze ambitie werken we met een centraal thema dat hieraan bijdraagt. Hieronder is dit beschreven, inclusief de deelambities. Samenwerking • De openbare ruimte is een ruimte van én voor iedereen. Sámen zorgen we ervoor dat de openbare ruimte goed functioneert en ook goed gebruikt en positief beleefd wordt. Dit door zowel jong en oud, inwoner en bezoeker. Inwoners maken gebruik van de openbare ruimte, en kunnen ook vormgeven aan onderdelen van de openbare ruimte. De gemeente faciliteert dat. Binnen bepaalde afgesproken kaders kunnen inwoners ook beheer en onderhoud uitvoeren in de openbare ruimte. De gemeente gaat hier duidelijker over communiceren en zorgt voor een helder ingang voor inwoners. • De gemeente werkt ook in de openbare ruimte vanuit een ‘ja, tenzij’-principe. Initiatieven zijn welkom en het is bij inwoners en bedrijven duidelijk hoe ze deze initiatieven kunnen inbrengen. Gewenst effect van deze ambitie: Er ontstaat bewustwording, gedeelde verantwoordelijkheid en eigenaarschap bij inwoners.
Initiatieven in de openbare ruimte vanuit inwoners en bedrijven worden gehoord en ze worden actiever betrokken bij initiatieven vanuit de gemeente.
pagina 37
Logo OG (master) H= 10, Y= 2x shift
1 2 3 4 5
terug naar vorig beeld
Logo OG (master) H= 10, Y= 2x shift
AMBITIES: SAMENWERKING 3.6
Samenwerking
De openbare ruimte is van ons allemaal. Iedereen moet zich er prettig voelen en gebruik kunnen maken van de functies die de openbare ruimte te bieden heeft. Bij nieuwe ontwikkelingen betrekt de gemeente altijd de gebruikers, belangenverenigingen en ondernemers om samen tot een nieuw ontwerp of aanpassing van de inrichting en/of het beheer te komen. Maar hoe groot is de invloed van de gebruikers, belangenverenigingen en ondernemers en waar willen zij invloed op uitoefenen? Wat vinden IJsselsteiners belangrijk bij dit thema? • Gezelligheid • Sociale cohesie • Jong en oud samen
ik wil graag actief meedenken over de inrichting en het beheer van de openbare ruimte in mijn straat / buurt / gemeente
Dilemma: wie trekt de kar? Inwoners, buurtinitiatieven en bedrijven kunnen een grote rol spelen in de invulling van de openbare ruimte. Zo kunnen zij voorstellen doen om hun straat groener te maken of een nieuwe speelplek initiëren. Ook kunnen ze vanuit een buurt-app verkeersof sociaal onveilige situatie melden. Aan de andere kant is de gemeente juridisch verantwoordelijk, en kan vanuit de democratisch gekozen raad afgewogen keuzes maken. Oftewel: wie trekt de kar? Toelichting op gemaakte keuze: De gemeente is uiteindelijk verantwoordelijk voor de openbare ruimte en dat willen we ook borgen. De gemeente geeft wel ruimte aan initiatieven en inbreng van inwoners tijdens de uitwerking van plannen. Hierbij worden vooraf (technische) kaders meegegeven en wordt uit gelegd wat wel/niet mogelijk is. Zo zorgen we voor duidelijkheid. Wat willen we bereiken? • Een schone, hele en veilige openbare ruimte; daar is de gemeente in de basis verantwoordelijk voor. • Betrokkenheid; inwoners voelen zich nog meer verbonden met de (directe) omgeving. Er is ruimte voor initiatieven. pagina 38
• Eigenaarschap; meedenken en meedoen heeft als effect dat mensen zich verantwoordelijk voelen voor de omgeving. • Bewustwording; Indien mensen de openbare ruimte als een gezamenlijke tuin ervaren, zal er minder zwerfafval worden achtergelaten. • Vooraf duidelijke verwachtingen kunnen meegeven als gemeente. Zo blijven technische keuzes gewaarborgd. • Participatie verhoogt sociale cohesie (jong en oud). Wat gaan we daarvoor doen? Inrichtingsprincipe: • Betrek vroegtijdig aanwonenden en of belanghebbenden (n.a.v. beknopte stakeholderanalyse) • Duidelijk communiceren met bewoners (vooral het ‘waarom’ meenemen richting inwoners). Beheerprincipe: • Gemeente levert een bepaald basisniveau, verlangen inwoners een hoger kwaliteitsniveau, dan dialoog aangaan wat zij zelf hierin kunnen doen. • Duidelijke afspraken voor het beheren en deze ook communiceren met inwoners (verwachtingen). • Wijk bewust werken implementeren • Interne organisatie opzetten; waar kan een inwoner terecht?
De gemeente is verantwoordelijk voor de inrichting en het beheer van de openbare ruimte; andere partijen (bedrijven, bewoners, etc.) spelen daar nauwelijks een rol
Wat betekent dit voor inwoners? • Inwoners kunnen meedenken bij (her)inrichting. Denk aan het recent opgestelde speelbeleid, waarbij kinderen en ouders actief hebben meegedacht over hoe ze willen spelen in hun buurt; of aan een project waarbij een buurtkind een afvalbak heeft ontworpen. • Inwoners kunnen meedoen in het beheer (waar mogelijk); we gaan dit duidelijker communiceren en beter faciliteren. • Inwoners kunnen initiatieven aandragen via de website van gemeente en worden vervolgens door de initiatievenmakelaar verder geholpen. • Inwoners kunnen een beroep doen op het initiatievenbudget.
1 2 3 4 5
terug naar vorig beeld
AMBITIES: SAMENWERKING
pagina 39
Logo OG (master) H= 10, Y= 2x shift
1 2 3 4 5
terug naar vorig beeld
ORGANISATIE De gemaakte keuzes in deze IVOR hebben invloed op de gemeentelijke organisatie en moeten worden vertaald naar beheer en uitvoering. Ook inwoners en stakeholders vormen belangrijke doelgroepen gelet op het uitdragen van de IJsselsteinse ambities. In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe we de doelstellingen willen gaan behalen.
4.1
Organiseren
Binnen de bestuurlijke organisatie van de gemeente IJsselstein spelen verschillende partijen een rol in het vaststellen van deze visie en het uitdragen van de daarin beschreven ambities. Het doen slagen van de IVOR vraagt om het juiste bestuurlijk draagvlak. Niet alleen bij het vaststellen van de ambities, ook juist bij het uitdragen ervan voor nu en in de toekomst. De IVOR is het kader waaraan alle ontwikkelingen in de openbare ruimte worden getoetst. Bij het opstellen van de IVOR zijn zoveel mogelijk betrokken vakdisciplines meegenomen. En zeker voor de implementatie van de visie – het daadwerkelijk realiseren van de ambities – is het belangrijk dat alle intern en extern betrokkenen goed zijn aangehaakt. Samen beschikken we over het juiste inzicht, kennis en data die nodig zijn en moeten we goed samenwerken om de ambities te realiseren. Ook samen met onze inwoners, belangenorganisaties en ondernemers maken we de ambities van de IVOR waar. Ze denken zo veel als mogelijk mee in het ontwerp van de openbare ruimte en hebben lokale kennis. Hierbij is het zeker nuttig ook gebruik te maken van de kennis en kunde van gedragsdeskundigen en trendwatchers. Om de IVOR tot een succes te maken is het belangrijk om als organisatie uitdagingen aan te durven gaan, creatief te zijn en ook wel eens “out of the box” te denken.
Doordat de IVOR bij iedereen leeft benutten we zo veel mogelijk ook de onverwachte kansen en cross-overs. “Alleen ga je sneller, samen komen we verder” Bij ruimtelijke ontwikkelingen is de IVOR een belangrijk toetsingskader. Past een ontwikkeling bij de voorgestelde ambities? Kunnen er meerdere ambities tegelijkertijd worden waargemaakt? Niet alleen de woningbouwopgave, ook de opgave waar we samen voorstaan in de openbare ruimte moet bepalend zijn. Dit kan betekenen dat ergens wellicht minder woningen passen dan economisch wenselijk. Ook moet goed worden bekeken wat een bepaalde ontwikkeling voor een impact heeft in een wijk. Genereert het meer of minder verkeer en groeit door deze ontwikkeling de behoefte aan bepaalde “bovenwijkse voorzieningen”? pagina 40
Bij kleinschalige ruimtelijke (her)ontwikkelingen, zoals inpassing van enkele woningen, is het zaak dat ook de betreffende openbare ruimte wordt meegenomen in de (her) ontwikkeling. Zo voorkomen we dat de openbare ruimte niet meer aansluit bij de nieuwe functie of veel schade oploopt tijdens werkzaamheden. Ook benutten we meteen de kans voor een toekomstbestendigere inrichting: werk-met-werk maken. Bij geplande ruimtelijke ontwikkelingen stemmen we dit af met groot onderhoud en indien mogelijk stellen we het groot onderhoud even uit om kapitaalsvernietiging bij ontwikkeling in de nabije toekomst te voorkomen.
1 2 3 4 5
terug naar vorig beeld
ORGANISATIE 4.1.1
Wanneer is de IVOR een succes?
We vinden het belangrijk dat iedereen die actief is in de openbare ruimte effectiever samenwerkt en daarbij samen de ambities nastreeft. De IVOR is dan ook geen boekwerk dat in de kast moet komen te staan, het is een plan dat actief en in een continu proces moet worden uitgedragen. Dit begint na de vaststelling en blijft ook doorgaan in de periode daarna. Ook een paar jaar later is het belangrijk om te evalueren wat er al concreet is bereikt. De IVOR is een visie voor langere termijn, voor 10 jaar. Om te blijven bewaken of IVOR succesvol is (cirkel plan-do-act-evaluatie) doen we na 5 jaar een evaluatie en volgt indien nodig een bijstelling. Het hogere doel van de IVOR is uiteraard dat we met het invulling geven aan de ambities in de openbare ruimte blijven voldoen aan de behoefte van de gebruiker. De gemeente kent bepaalde meetmethoden om deze effecten in waarden uit te drukken en te monitoren. Bijvoorbeeld via het tweejaarlijkse beleidsonderzoek.
4.1.2
Effecten
Indicatoren maken de toekomstbeelden, ambities en prestaties meetbaar. Ze voegen meer feitelijke kennis en gevoelsmatige informatie bijeen zodat een afweging kan plaatsvinden op waarden en prioriteiten. Hierbij onderscheiden we een technische indicator en de belevingsindicator. De technische indicatoren zijn data die we gebruiken om te sturen op onze beleidsdoelen. Daarnaast praten we vooral over de toepassing voor het meten van de technische kwaliteit van elementen in de openbare ruimte. Deze heeft meer waarde voor de beheerplannen dan voor de IVOR. De belangrijkste indicator is de belevingswaarde van de openbare ruimte. Door middel van enquêtes en peilingen is het daarom wenselijk dit jaarlijks te blijven ophalen. Op wijkniveau zouden belevingsonderzoeken inzicht geven in de kwaliteit van de openbare ruimte en de beleving ervan.Behalve dat deze informatie waardevol is voor de voortgang van de IVOR kan deze nog veel meer doelen dienen en de gemeente helpen om de juiste prioriteiten te stellen bij een aanpak in de openbare ruimte in de breedste zin. Momenteel zijn deze belevingsonderzoeken nog niet gebruikelijk, we gaan onderzoeken of het mogelijk is dit op te starten in IJsselstein (zie ook 7.2.2). Daarnaast zijn er gewenste effecten van de IVOR, zoals benoemd bij de thema’s, die we nastreven in onze openbare ruimte.
Ze zijn moeilijker te meten zijn en vooral moeilijker te herleiden naar de openbare ruimte. Zoals een gezondere levensstijl van onze inwoners en meer deelnemen aan het openbare leven. Dit zijn maatschappelijke baten die zich uiteindelijk vertalen in een hogere kwaliteit van leven van onze inwoners. pagina 41
1 2 3 4 5
terug naar vorig beeld
ORGANISATIE 4.2
Implementeren
Het voortraject heeft reeds bijgedragen aan een grotere betrokkenheid en draagvlak voor IVOR onder een grote groep enthousiaste collega’s. Integrale samenwerking is daarbij extra belicht. Het is belangrijk om nu door te pakken en de IVOR verder in te bedden in onze organisatie en onze samenwerking. Enkele betrokkenen zullen gaan functioneren als ambassadeurs van IVOR en het gedachtengoed verder uit dragen. Het is zaak dat de IVOR-ambities vroegtijdig in planprocessen onder de aandacht worden gebracht door procesmanagers, projectleiders en procesbegeleiders. Dat begint dus al bij de weging van ruimtelijke initiatieven die effect hebben op de openbare ruimte, zoals een inbreidingsplan met woningen. En ook andere betrokkenen in het proces van ontwerp tot uitvoering en beheer gaan de ambities van IVOR uitdragen. Om dit vorm te geven, willen we organiseren dat beheerders vroegtijdig betrokken worden bij projecten die impact hebben op de openbare ruimte. Daarnaast willen we een beheertoets introduceren: net voor Definitief ontwerp wordt een toets gedaan naar het verschil tussen de oude en de nieuwe beheersituatie. Hier wordt al aan gewerkt, zodat de beheerafdelingen tijdig betrokken worden bij het ontwerp en daar ook echt een stem in hebben. Een onderwerp dat bij elk thema naar voren komt is de samenwerking tussen verschillende afdelingen binnen de gemeente.
Wanneer dit goed verloopt kunnen veel processen gestroomlijnd worden. Hiermee worden misverstanden tussen verschillende afdelingen verminderd. Een goede samenwerking leidt sneller tot een goed resultaat. Laten we IVOR samen tot een succes maken!
4.2.1
Doorvertaling naar het Integraal Beheer Openbare Ruimte
(IBOR) Het integraal beheer en onderhoud van de openbare ruimte vormt een belangrijke uitwerking voor de IVOR. Het nog op te stellen integraal beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) omschrijft hoe we de openbare ruimte gaan beheren. Het onderbouwt de daarvoor benodigde budgetten voor dagelijks onderhoud, groot onderhoud en vervangingen. De huidige openbare ruimte is vaak tientallen jaren geleden op een bepaalde manier ingericht die destijds aansloot bij de opgaven en wensen. In dit beheerplan geven we ook weer hoe we onze onderhoudsinspanningen aan kunnen laten sluiten op de gewenste ontwikkelingen in die openbare ruimte, zodat onze investeringen toekomstbestendig (duurzaam) zijn. pagina 42
4.2.2
Doorvertaling naar Wijkbewust Werken
IJsselstein is een compacte gemeente van een kern die is opgebouwd uit verschillende wijken. Dat biedt juist kans om Wijkbewust Werken toe te passen. Kort komt het er op neer dat we per wijk (her)inrichten, waarbij we elk jaar een nieuwe wijk aanpakken. Dit sluit ook goed aan op de uitvoeringsnotitie Wijkbewust werken uit 2021. Deze structuur kunnen we als gemeente goed toepassen en ziet er op hoofdlijnen als volgt uit: • We hanteren een zoneringskaart, elke wijk is een zone. Aan elke zone kunnen we een uitvoeringsjaar koppelen. • De uitvoering per zone gaan we slim plannen en koppelen we aan nieuwe woningbouw en de energietransitie (aardgasvrije wijken). • Ambities uit de IVOR zien we als een van de uitgangspunten bij (her)inrichting. De ambities uit dit document en vooral de inrichtings- en beheerprincipes worden gezien als uitgangspunten / checklist. • We willen weten hoe inwoners de nieuwe inrichting ervaren. Dat gaan we monitoren. Belevingsonderzoeken zijn juist op wijkniveau goed uitvoerbaar, omdat inwoners makkelijker uitspraak doen over hun eigen wijk.
4.2.3
Aanbevelingen en acties
Vanuit integrale trajecten vloeien altijd aanbevelingen en acties voort. In de gemeente IJsselstein zijn dat de onderstaande acties: • Het opstellen van een uitvoeringsplan/programma/routekaart voor de borging en het gebruik van onze inrichtingsprincipes. • De vertaling van het bovenstaande punt is het opstellen van een (technisch) Programma van Eisen / Handboek inrichting Openbare ruimte. • Het opstellen van een Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) voor de borging van de beheerprincipes en integrale beheerkeuzes (reeds in voorbereiding). • Opstellen van een zoneringskaart ten behoeve van het Wijkbewust Werken. Hier ligt een koppeling tussen de zone en de uitvoeringsplanning. Wanneer gaan we een wijk aanpakken. Hier ligt een duidelijke relatie in de planning van de Transitievisie Warmte en het aardgasvrij maken van woningen. Kaders stellen per wijk: nationaal en provinciaal in kaart (soort zoneringskaart). • Uitvoering van belevingsonderzoeken per wijk, waarmee we kunnen monitoren hoe inwoners de openbare ruimte (gaan) ervaren. • Gemeentelijke organisatie -mogelijk op plekken- anders inrichten. Iemand als ambassadeur of kwartiermaker aanwijzen.
1 2 3 4 5
terug naar vorig beeld
ORGANISATIE
pagina 43
1 2 3 4 5
terug naar vorig beeld
BIJLAGEN 5.1
Bijlage 1 – Begrippenlijst
Mobiliteit: verzamelnaam voor de manieren waarop mensen en goederen zich verplaatsen. Je maakt dagelijks gebruik van de openbare ruimte als je van A naar B gaat. Daarom is mobiliteit een belangrijk onderdeel in de openbare ruimte. Biodiversiteit: verzamelnaam voor de hoeveelheid planten, dieren en leefgebieden die in een gebied voorkomen (natuurwaarde). De biodiversiteit is de afgelopen eeuw op grote schaal (landelijk/wereldwijd) snel achteruit gegaan als gevolg van menselijke ingrepen. Hittestress: Toenemende temperaturen zorgen met name in stenige gebieden voor warmteoverlast. Steen en andere donkere materialen slaan warmte op uit zonlicht en geven die warmte over een periode van meerdere uren af. Daardoor blijft een stedelijke omgeving langer warm dan een natuurlijke omgeving en ligt de temperatuur in sterk verstedelijkt gebied tot 10 graden hoger dan in het omliggende platteland. Voor dorpen ligt dit verschil een aantal graden lager. Droogte: Afname verkoelende werking gazon door verdorren, afname van schaduw van bomen door bladverlies, effect op esthetische waarde openbare ruimte, afname biodiversiteit door verdorren van groen, toename beheerkosten door uitdrogen groen. Wateroverlast: Planten gaan dood door te veel water. Dit zorgt voor extra kosten en schade aan de openbare ruimte. Wateroverlast kan worden veroorzaakt door regen, maar ook door een stijgende zeespiegel.
Verzilting van bodem en drinkwater, kwel1, waterdruk vanuit rivieren en het moeilijker afvoeren van regenwater zijn voorbeelden van zeewateroverlast. Wateroverlast kan voor een groot deel worden verminderd als regen ter plekke de grond in kan.
pagina 44
1 2 3 4 5
terug naar vorig beeld
BIJLAGEN 5.2
pagina 45
Bijlage 2 – Overzicht visies, beleids- en beheerplannen
1 2 3 4 5
terug naar vorig beeld
BIJLAGEN 5.3
Bijlage 3 – areaalgegevens openbare ruimte IJsselstein
Overzicht beschikbare gegevens per hoofdcategorie.
BEHEERTYPE
HOEVEELHEID
GROEN
WATER EN RIOLERING
Gras (m²)
876.391
Water (km)
32
Grasvegetatie; berm buiten bebouwde kom (m²)
155.150
Riolering (km)
128
Heesters (m²)
411.135
Kolken (stuks)
665
Bomen (stuks)w
16.070
Bossage (m²)
161.242
Begraafplaats (m²)
25.495
Half-verharde paden (m²)
21.538
SPORT- EN SPEELVOORZIENINGEN Sportvelden (m²)
WEGEN EN KUNSTWERKEN
38.000
Sporttoestellen (stuks)
85
Speeltoestellen (stuks)
663
Wegen (m²)
757.200
Speelplekken (stuks)
189
Parkeervakken (m²)
168.700
Banken (stuks)
251
Trottoirs/voetpaden (m²)
418.400
Afvalbakken (stuks)
423
Fietspaden (m²)
80.700
Bruggen (stuks)
128
Lichtmasten (stuks) Verkeersregelinstallaties (stuks)
pagina 46
6.600 9