Bijlage 3 - De gemeente IJsselstein in beeld
Tekst van het document
5
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR659294
Bijlage 3 - de gemeente IJsselstein in beeld - 19
3.3 Van prognose naar woningbouwopgave De opgaven die voortkomen uit de prognoses vormen de woningbouwopgave voor aandachtsgroepen, maar moeten worden bezien in het kader van de regionale woondeal (realisatie 1.568 woningen in de gemeente IJsselstein). De plek waar dit gerealiseerd kan worden verschilt per aandachtsgroep, aangezien dit afhankelijk is van de woonwensen en het gewenste voorzieningenniveau per aandachtsgroep.
Ook is het van belang om mee te nemen dat maatschappelijke ontwikkelingen kunnen zorgen Afbeelding 25 (onder): opgave aandachtsgroepen periode 2023-2040 gemeente IJsselstein. Bron: BMC 2023.
Voor andere verhoudingen van aandachtsgroepen en zo ook de verdeling van woonruimte en druk op de woningmarkt en de leefbaarheid kunnen beïnvloeden. In deze paragraaf wordt advies gegeven over welke aandachtsgroep waar gehuisvest kan worden en waaraan deze huisvesting op hoofdlijnen zou moeten voldoen. Het is uiteindelijk aan de gemeente om hier uitvoering aan te geven.
De totaalopgave kan gesplitst worden in een deel 2023-2030, zodat aangesloten wordt bij de regionalewoondeal-afspraken. Zie onderstaande afbeelding.
Afbeelding 26: Onder, verdeling opgave aandachtsgroepen over kernen periode 2023-2030 gemeente IJsselstein. Bron:
BMC 2023. Afbeelding 27: Onder, verdeling opgave aandachtsgroepen over kernen periode 2030-2040 gemeente IJsselstein. Bron: BMC 2023.
Bijlage 3 - de gemeente IJsselstein in beeld - 20
Woningbouwprogramma gemeente IJsselstein - 30% sociale huur - 36,6% betaalbare woningen, evenredig verdeeld in goedkope koop en middenhuur - 34,4% dure koop De verdeling tussen eengezinswoningen en meergezinswoningen wordt per locatie bepaald. Toewijzing van woningen Voor de toewijzing van sociale huurwoningen geldt nationale wetgeving: corporaties mogen na 1 januari 2022 nog maar 7,5% vrij toewijzen aan inkomens boven de inkomensgrens voor toegang tot de sociale huursector. De inkomensgrenzen in 2023 zijn: ● eenpersoonshuishoudens: € 44.035,-; ● meerpersoonshuishoudens: € 48.625,-. Woonruimteverdeelsysteem Het toewijzen van sociale huurwoningen van woningcorporaties gaat via het woonruimteverdeelsysteem, waarbij de woning in de basis gaat naar de kandidaat die het langst ingeschreven staat. Uitzonderingen daarop zijn de urgentieregeling en diverse voorrangsbepalingen. De urgentieregeling zal (op aangeven vanuit het Rijk) verplicht worden uitgebreid voor aanvullende aandachtsgroepen (al is op dit moment nog niet exact duidelijk welke dat gaan worden).
Inkomenskwintielen Uit gegevens van de inkomenskwintielen (de inkomensgrenzen tussen vijf 20%-groepen) van 65+’ers in de gemeente IJsselstein blijkt dat bijna 38% van de ouderen tussen de 65 en 74 jaar een jaarinkomen heeft dat boven de € 44.035,- ligt. Deze groep komt dus op basis van inkomen niet in aanmerking voor een corporatiewoning. Bij meerpersoonshuishoudens ligt dit aantal waarschijnlijk nog hoger door het gezamenlijk inkomen. Zij zullen doorgaans zelf in geschikte huisvesting voorzien.
Toewijzing aan aandachtsgroepen en ouderen Voor een groot deel van de aandachtsgroepen geldt dat zij, door hun kwetsbare financiële positie, onder de inkomensgrens vallen en daardoor in aanmerking komen voor sociale huur. Voor de veel grotere groep ouderen is dit anders. Deze groep is diverser en heeft doorgaans meer mogelijkheden om zelf geschikte huisvesting te regelen. Om te bepalen welke ouderen in de sociale of vrije sector terechtkomen, is gekeken naar het opleidingsniveau en de inkomenskwintielen van 65+’ers in IJsselstein. Betekenis voor de praktijk De effecten van toewijzingsbeleid in combinatie met de inkomensontwikkeling en veranderende woonwensen van ouderen zijn in de praktijk: ● Een aanzienlijk deel van de ‘oude’ senioren woont in een eigen woning die wel/niet aangepast kan worden. Deels is hier mogelijk hulp/financiële ondersteuning bij nodig. ● 75+’ers verhuizen hoofdzakelijk als vanwege een beperking de huidige woonsituatie niet meer houdbaar is. Dan is ook zware zorg nodig. ● Een afnemend deel van de ouderen komt in aanmerking voor sociale huur, want door een hoger inkomen (goede pensioenen) en lagere huisvestingslasten (door een lage of afgeloste hypotheek) zal een groeiend deel zelf in geschikte huisvesting voorzien.
Bij de oudere leeftijdscategorieën is het aandeel ouderen met een inkomen boven de inkomensgrens beduidend lager. Bij de groep 75-84 is dit 17,7% en bij de groep inwoners van 85 jaar en ouder is dit slechts 7,6%. Van deze groep inwoners wordt over het algemeen aangenomen dat zij niet meer gaan verhuizen, tenzij dit om gezondheidsredenen onvermijdelijk blijkt.
Afbeelding 28 (onder): Inkomenskwintielen van ouderen in percentage t.o.v. eigen leeftijdsklasse. Bron: Datawonen 2020, BZK, bewerking BMC (2023)
Betekenis voor de praktijk
Bijlage 3 - de gemeente IJsselstein in beeld - 21
De effecten van toewijzingsbeleid in combinatie met de inkomensontwikkeling en veranderende woonwensen van ouderen zijn in de praktijk: ● Een aanzienlijk deel van de ‘oude’ senioren woont in een eigen woning die wel/niet aangepast kan worden. Deels is hier mogelijk hulp/financiële ondersteuning bij nodig. ● 75+’ers verhuizen hoofdzakelijk als vanwege een beperking de huidige woonsituatie niet meer houdbaar is. Dan is ook zware zorg nodig. ● Een afnemend deel van de ouderen komt in aanmerking voor sociale huur, want door een hoger inkomen (goede pensioenen) en lagere huisvestingslasten (door een lage of afgeloste hypotheek) zal een groeiend deel zelf in geschikte huisvesting voorzien.
3.4 Specificaties woningen op hoofdlijnen Per aandachtsgroep wordt kort weergegeven wat de huisvestingswensen zijn. Waar mogelijk worden voorbeelden van woonvormen beschreven.
slaapkamer zonder traplopen te bereiken zijn. Extern toegankelijk wil zeggen dat de woonkamer van de woning of woonruimte vanaf de straat te bereiken is zonder traplopen. Bij een nultredenwoning hoeft iemand dus geen trap te lopen, zowel binnen het huis als om in het huis te komen. Een voorbeeld van een geclusterde woonvorm is de woongemeenschap. Hier wonen mensen zelfstandig in een woongebouw met gedeelde voorzieningen, gezamenlijke activiteiten en onderlinge hulp. Deze woonvorm bevordert het sociaal contact en de mogelijkheid voor het bieden van informele zorg aan elkaar. Knarrenhof6 is een voorbeeld van een geclusterde woonvorm waarbij sociaal contact bevorderd wordt door het hebben van een gezamenlijke tuin. Een ander voorbeeld van collectief wonen is de generatiewoning. Daarbij wonen verschillende generaties in één woning/gebouw. Hier wordt (gedeeltelijk) een gezamenlijk huishouden gevoerd dat door de gezinnen die er wonen wordt
3.4.1 Ouderen en mensen met een lichamelijk beperking
bepaald en ingericht.
Ouderen en mensen met een lichamelijke beperking kennen vergelijkbare problematiek en daarmee vergelijkbare woonwensen. De meeste mensen wonen bij voorkeur in een reguliere woning en willen daar in de toekomst blijven.
Een voorbeeld van geclusterd wonen met begeleiding is een levensloopbestendig appartementencomplex, gekoppeld aan een zorginstelling die opgeroepen kan worden voor ondersteuning als dat nodig is. Zorgaanbieders Vecht en IJssel en Axion Continu bieden deze woonvormen voor ouderen in IJsselstein aan. Hierbij zijn de juiste voorzieningen als huisartsenpost, thuiszorgpost en openbaar vervoer nabij aanwezig. Op het moment dat het nodig is, kan zorg en ondersteuning geboden worden.
Om eenzaamheid tegen te gaan en zorg efficiënt te kunnen organiseren wordt in toenemende mate behoefte aan geclusterde woonvormen gesignaleerd en voorspeld, onder te verdelen in drie groepen. Per groep zal door middel van enkele voorbeelden worden aangegeven hoe dit eruit zou kunnen zien: 1. nultredenwoningen; 2. geclusterde woningen; 3. zorggeschikte woningen. De gemeenschappelijke deler van geclusterde woonvormen is een of meerdere gezamenlijke ruimtes. Hier kunnen activiteiten plaatsvinden, maar kan ook (lichte) zorg worden geboden als uitvalsbasis voor zorgorganisaties. De meerwaarde van gezamenlijke ruimtes is dus groot, maar staat onder druk van de oplopende kosten en het sluitend maken van een businesscase. Voorbeelden Een nultredenwoning is een woning die intern en extern toegankelijk is. Intern toegankelijk betekent dat vanuit de woonkamer de keuken, het toilet, de badkamer en ten minste één
Een voorbeeld van een geclusterde verpleegzorgplek is een woonzorgcomplex met gezamenlijke voorzieningen, waarbij zorgdiensten aanwezig zijn en geboden kunnen worden. Voorbeelden hiervan zijn de verpleeg- en verzorgingshuizen waarbij wonen en zorg gecombineerd zijn en worden gefinancierd vanuit de Wlz. Bewoners kunnen 24 uur per dag een beroep doen op (zware) zorg en ondersteuning van de zorginstelling wanneer zij dit nodig hebben. Bouwstenen dementievriendelijk wonen Alzheimer Nederland heeft samen met de patiëntenfederatie Nederland de zes bouwstenen van dementievriendelijk wonen opgesteld zoals te zien in de afbeelding hieronder.
6
https://knarrenhof.nl
Bijlage 3 - de gemeente IJsselstein in beeld - 22
ontvangen. De woningen om de kern heen kunnen van corporaties, zorgaanbieders of particulieren zijn. In een woonzorgzone kunnen dus zowel bewoners met als zonder zorgvraag wonen. Wanneer de zorgvraag toeneemt, kan iemand binnen de woonzorgzone doorstromen naar een geschikte plek waar gepaste zorg geboden kan worden. De zorg binnen woonzorgzones kan efficiënt georganiseerd worden en mensen hoeven niet te verhuizen naar buiten hun leefomgeving, wanneer de zorgvraag verandert. De ervaringen met woonzorgzones in het land zijn positief en de VVT-partners in IJsselstein geven aan deze vorm verder te willen verkennen. Hierover is een aanbeveling opgenomen in hoofdstuk 5.
Afbeelding 33: De zes bouwstenen van dementievriendelijk wonen. Bron: Alzheimer Nederland (2023).
Daarbij werkt Alzheimer Nederland samen met Woonzorg Nederland aan Woonzorg Nederland aan een plan van eisen voor dementievriendelijke woningen. Overige aanbod van Alzheimer Nederland, zoals bijvoorbeeld trainingen is te vinden op de website: https://www.samendementievriendelijk.nl/ Al het aanbod en de sociale- en fysieke opgaven die Alzheimer Nederland ziet ten aanzien van mensen met dementie is gebundeld in een praatplaats. Deze zal als bijlage bij deze woonzorgvisie worden gevoegd. Woonzorgzone In toenemende mate signaleert BMC dat er in het land verkend wordt wat woonzorgzones kunnen betekenen voor de toekomstige opgaven. Een woonzorgzone is een vorm waarin wonen in combinatie met (toekomstige) zorg goed kan worden opgevangen. Een woonzorgzone is een gewone buurt met in de kern van de cirkel een ontmoetingsplek en een plek waaruit (zware) zorg kan worden geleverd. Als iemand dicht bij de kern woont, kan zware (verpleeg)zorg worden geleverd. Wanneer iemand verder weg woont, kunnen bewoners, naast de eigen eventuele ambulante ondersteuning, leunen op de aanwezige expertise in de kern. Het bijzondere aan een woonzorgzone is dat die niet gekoppeld is aan één specifieke woningcorporatie of zorgaanbieder. De deuren van de kern staan open voor alle bewoners; ongeacht of zij wel of geen zorg
Voor de realisatie van de diverse woonvormen voor ouderen heeft het ministerie van BZK diverse (stimulerings)regelingen en bouwimpulsen opgesteld. Een overzicht van deze regelingen (ijkdatum augustus 2023) is opgenomen in bijlage 2. Voorzieningen Zoals beschreven zijn voorzieningen belangrijke. Zij faciliteren het langer zelfstandig wonen. Bij voorzieningen kan gedahct worden aan een breed palet, maar de primarie voorzieningen zijn: supermarkten, huisartsen, openbaar vervoer en burt-/ welzijnsvoorzieningen. In de omgevingsvisie Kom en de woonvisie worden hier belangrijke uitspraken over gedaan. Ook wordt er planmatig gewerkt aan het vergroten van de bereikbaarheid van voorzieningen. De gemeente Wageningen lijkt daarmee goed in te spelen op de toekomstige vraag en behoefte van haar oudere inwoners. 3.4.1.1 Woonbehoefteonderzoek inwonerspanel Om de kwalitatieve woonbehoefte van senioren in IJsselstein te onderzoeken is tussen 1 en 27 juni 2023 een woonbehoefteonderzoek gehouden onder het inwonerspanel van de gemeente IJsselstein. In totaal hebben 524 van de bijna 1.500 leden van het panel (respons van 35%) hun medewerking hieraan verleend. De belangrijkste uitkomsten van het onderzoek worden hieronder beschreven. Het volledige onderzoek is te lezen in bijlage 3. Verhuisgeneigdheid 42% van de respondenten verwacht niet op termijn te verhuizen, maar 38% overweegt dat wel.
20% weet het nog niet.
Bijlage 3 - de gemeente IJsselstein in beeld - 23
traplift (76% van de antwoorden), een slaapkamer of badkamer op de begane grond, de badkamer verbouwen/bad verwijderen, drempels verwijderen en deurkozijnen breder maken. Naast enkele eenvoudige aanpassingen, die mogelijk door inwoners zelf kunnen worden gedaan, vraagt het levensloopbestendig maken van de woonvoorraad dus deels ook grote aanpassingen. Afbeelding 29: Verhuisgeneigdheid respondenten woonbehoefteonderzoek inwonerspanel IJsselstein. Bron: gemeente IJsselstein (2023).
Van de inwoners die niet overwegen om op termijn te verhuizen (42%; zie bovenstaande grafiek), geeft een ruime meerderheid (93%) aan dat ze dit niet overwegen omdat ze goed wonen. Van de inwoners die hebben aangegeven op termijn wel te willen verhuizen (38%), geeft iets meer dan de helft aan (57%) dat dit komt door hun woning. Afbeelding 31: Belangrijkste aanpassingen om woningen levensloopgeschikt te maken. Bron: gemeente IJsselstein (2023).
Afbeelding 30: Belangrijkste reden(en) om te verhuizen. Bron: gemeente IJsselstein (2023).
Opvallend is dat 51% van de respondenten aangeeft zelf kosten te willen maken om de woning levensloopgeschikt te maken. 23% zou het wel willen, maar wil daar het vermogen niet voor aanspreken. Dit zou pleiten voor regelingen/leningen, waardoor er mogelijk een minder groot beroep zal worden gedaan op woningaanpassingen vanuit de Wmo.
Verder geeft iets meer dan de helft van de inwoners die wel op termijn willen verhuizen (38%) aan dat ze van een verhuizing worden weerhouden, omdat er geen passend of duidelijk woningaanbod is. Ook geeft 36% van de respondenten aan dat de kosten van de woning die wordt gezocht te hoog zijn, wat pleit voor maatregelen die deze drempels wegnemen. Levensloopgeschiktheid Van alle respondenten geeft 38% aan dat de woningen waar zij in wonen volledig of gedeeltelijk aangepast of levensloop geschikt is. 55% geeft aan dat hun woning helemaal niet levensloopgeschikt is. Van de 38% die in een deels levensloopgeschikte woning woont, behoort een toilet of badkamer op de verdieping waar men slaapt en het verwijderen van de drempels tot de meest gegeven antwoorden op de vraag welke aanpassingen zijn gedaan om de woningen (gedeeltelijk) levensloopgeschikt te maken. De aanpassingen die gedaan moeten worden om de woningen levensloopgeschikt te maken zijn: een
Afbeelding 32: Bereidheid om zelf kosten te maken om de woningen levensloopgeschikt te maken. Bron: gemeente IJsselstein (2023).
Zelfstandig blijven wonen Op de vraag hoe belangrijk het voor de respondenten is om bij ouderdom, ziekte of een handicap in de huidige woning te kunnen blijven wonen, geeft een meerderheid van 54% aan het belangrijk tot zeer belangrijk te vinden. Slechts 25% vindt het niet of helemaal niet belangrijk. Het aanpassen van de woningvoorraad wordt dus zeer belangrijk gevonden.
Bijlage 3 - de gemeente IJsselstein in beeld - 24
(keuken, badkamer en woonkamer) moeten aanwezig zijn. Bij gespikkelde woonvormen wonen mensen zelfstandig en gemixt in de wijk, waardoor een goede balans tussen vragers en dragers bestaat. Evenals bij de ouderen en lichamelijk beperkten is bij deze aandachtsgroep een woonzorgzone of complex gelegen nabij een zorginstelling een goede kans voor een woonvorm. Zo kunnen de bewoners zelfstandig wonen, maar gebruikmaken van de voorzieningen, zorg en ondersteuning die de zorginstelling biedt. Afbeelding 33: Mate van belangrijkheid om in huidige woning te kunnen blijven wonen. Bron: gemeente IJsselstein (2023).
De belangrijkste redenen voor mensen om graag in hun huidige woning te blijven wonen zijn: tevredenheid over de huidige woning (86%), de eigen buurt (71%), de voorzieningen in de buurt (50%) of de aanwezigheid van het sociaal netwerk (25%). 93% van de respondenten ervaart op dit moment geen problemen met het zelfstandig wonen in de eigen woning. 95% van de respondenten heeft geen zorg nodig. Toekomstig woonaanbod Op de vraag in welk type woning de deelnemers op hun ‘oude dag’ zouden willen wonen, wordt verdeeld geantwoord, hoewel 33% aangeeft een koopwoning te willen kopen vanaf het middensegment (>255.000,-). De vorm van de woning is bij voorkeur zelfstandig (49%) of geclusterd in de vorm van een hofje (28%) of appartementencomplex (23%). 3.4.2 Mensen met een (licht) verstandelijke beperking Binnen de VG-sector is de inzet gericht op zo zelfstandig mogelijk mee kunnen doen en daarom wordt (waar mogelijk) ingezet op het scheiden van wonen en zorg. Grotere zorgaanbieders geven aan dat het moeilijker wordt om kleine locaties in eigen bezit te houden. Dit heeft te maken met de steeds zwaarder wordende problematiek bij een deel van de cliënten, de druk op de ondersteuning en de intensieve benodigde verzorging. Kleine aanbieders ervaren dit probleem niet.
Het ‘nieuwe’ of toekomstige aanbod voor deze aandachtsgroep is bij voorkeur zelfstandig geclusterd (waar mogelijk gespikkeld) en in de buurt van voorzieningen. Woningen hoeven niet groot te zijn, maar wel betaalbaar gezien de financieel kwetsbare positie van de doelgroep. Bij voorkeur zijn de woningen wel zelfstandig, dus alle voorzieningen
Omdat de levensverwachting van mensen met een (licht) verstandelijke beperking toeneemt, neemt ook de vraag naar specifieke woonvormen voor ouderen met een (licht) verstandelijke beperking toe. Hiervoor is momenteel geen specifiek aanbod, maar zorgaanbieders geven aan de wens te hebben dat dat aanbod er komt. Met het oog op een toekomstig tekort aan verzorgenden is het echter de vraag of dit gerealiseerd kan worden. 3.4.3 Mensen die verblijven in en uitstromen uit een instelling De woningen die nodig zijn liggen in de buurt van voorzieningen, zodat kwetsbare inwoners hun dagelijkse leven (wonen, werken, dagbesteding, ontmoeting) vanuit de woning kunnen leiden. Hierdoor blijft het eigen netwerk behouden of kan deze duurzaam worden opgebouwd. Het belangrijkste kenmerk van deze woningen is dat ze betaalbaar zijn. Een groot deel van de cliënten kan alleen huur betalen tot de kwaliteitskortingsgrens (€ 452,20 in 2023) en een deel tot de eerste aftoppingsgrens. Boven deze grens is er namelijk geen recht op huurtoeslag. Vaak gaat het hier om kleine appartementen of studio’s. De kwaliteitskortingsgrens geldt vooral voor jongeren onder de 23 jaar: zij mogen niet huren boven deze grens. Voor 23-plussers is de kwaliteitskortingsgrens geen absolute grens. Een tweede kenmerk is dat het vanuit de woning mogelijk moet zijn om naar school, werk, dagbesteding of ontmoetingsplekken te komen.
Aansluiting op het openbaar vervoer (veruit de meeste cliënten hebben geen beschikking over een auto) of voorzieningen die bereikbaar zijn per fiets zijn zeer wenselijk. Vanuit de gedachte van inclusie is de wens dat de woningen verspreid over de gemeente liggen.
Bijlage 3 - de gemeente IJsselstein in beeld - 25
Gemengd en gespikkeld wonen Bij gespikkeld wonen, wonen cliënten uit MO/BW (of bijvoorbeeld de ouderenzorg) in zelfstandige woningen die verdeeld zijn door de wijk. Cliënten wonen tussen andere inwoners die geen psychische kwetsbaarheid hebben. Hiermee kunnen cliënten zo normaal mogelijk meedoen in de maatschappij. Een bijzonder kenmerk is dat een deel van de groep kwetsbare inwoners in woningen woont die bij elkaar staan; in de vorm van geclusterd wonen, vaak begeleid vanuit een instelling, of gemengd wonen, waarbij kwetsbare inwoners en dragende inwoners gezamenlijk een wijk vormen. Gemengd wonen is een woonvorm waar mensen met en zonder een hulpvraag naast elkaar wonen. Alle huurders wonen in een wooncomplex in een eigen sociale huurwoning. Cliënten krijgen begeleiding door een van de hulpverleners. Huurders houden contact met elkaar en doen leuke dingen samen. Zo drinken ze bijvoorbeeld samen een kopje koffie, kijken ze een voetbalwedstrijd of houden ze de binnentuin netjes. In veel gemengd-wonen-projecten is er een gemeenschappelijke ruimte. Goed werkende voorbeelden uit de praktijk zijn onder andere het project ‘Onder de Pannen’7, Kamers met aandacht’8 en Community 4.39 in de gemeente Zwolle. Uitstroomprofielen jongeren Specifiek voor de uitstroom van jongeren uit de Jeugdzorg heeft het Nederlands Jeugdinstituut uitstroomprofielen opgesteld10.
Aan de hand van de vier profielen kunnen gemeenten in beeld brengen hoeveel jongeren welke vorm van ondersteuning nodig heeft. De uitstroomprofielen onderscheiden zich van elkaar in de mate van zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de jongeren. De profielen zijn: Profiel 1 Duurzame zelfstandige huisvesting; Profiel 2 Duurzame zelfstandige huisvesting met ambulante begeleiding; Profiel 3 Huisvesting met intensieve woonbegeleiding; Profiel 4 Huisvesting met intensieve specialistische woonbegeleiding. Drie partijencontract/ omklapcontract Bij sommige inwoners die uitstromen worden aanvullende afspraken gemaakt. Bijvoorbeeld omdat 7 8
https://www.onderdepannen.nl/ Kamersmetaandacht.nl
https://www.ribwoverijssel.nl/nieuws/mag-ik-naast-u-komen-w onen 10 https://www.nji.nl/publicaties/uitstroomprofielen 9
de stap naar zelfstandigheid (te) groot is of omdat de problematiek complex is. In dat geval kan een drie-partijen overeenkomst of een omklapcontract een oplossing bieden. In een dergelijke overeenkomst/contract wordt het huurcontract in eerste instantie (voor bepaalde tijd, vaak maximaal 2 jaar) op naam van een zorgorganisatie gezet en is begeleiding verplicht onderdeel van het huurcontract. Na de periode van 2 jaar en bij goede resultaten met de begeleiding, kan het contract worden omgezet naar de inwoner. 3.4.4 Statushouders Uit de gesprekken met betrokken organisaties en de themaverkenning omtrent de aandachtsgroep statushouders zijn een aantal oplossingsrichtingen wat betreft de huisvesting van statushouders voorbij gekomen. Flexwonen wordt gezien als kansrijke woonvorm voor onder andere statushouders. Als er veel weerstand wordt verwacht jegens het toevoegen van flexwoningen in een wijk, kan het goed zijn om te werken met een pilotproject met een beperkt aantal woningen. Zo kunnen inwoners en omwonenden het concept in het echt zien en worden negatieve vooroordelen mogelijk beperkt. Kamergewijs wonen kan in bepaalde gevallen een goede tijdelijke oplossing zijn, mits hierbij aandacht wordt besteed aan een juiste samenstelling van de bewoners. Ook het kamer-delen, waarbij bijvoorbeeld twee statushouders een kamer delen, kan een tijdelijke oplossing zijn.
Essentieel bij beide woonvormen is wel dat het gaat om een kort en van tevoren afgesproken tijdsbestek, zodat de woonsituatie niet uitzichtloos lijkt. Kamergewijs wonen leent zich goed voor gespikkelde vormen van geclusterd wonen. Zo zouden in een complex bijvoorbeeld statushouders en studenten of ouderen samen kunnen wonen en elkaar kunnen ondersteunen. Dit creëert preventie en zorgt voor sociale cohesie. Om in de toekomst aan de taakstelling te kunnen voldoen zou het goed zijn om hierbij niet enkel uit te gaan van het kamergewijze bezit van Cazas, maar ook samen op te trekken met particuliere verhuurders. De woonvaardigheden van statushouders is wel een aandachtspunt, met name als het gaat om kamergewijze woningen. Een gespikkelde vorm zou daarin wel kunnen helpen bij het verbeteren van de woonvaardigheden van statushouders.
Bijlage 3 - de gemeente IJsselstein in beeld - 26
Met het oog op integratie is het van belang dat statushouders verspreid wonen in de wijk. In de praktijk blijkt dat gezinnen in een eengezinswoning makkelijker integreren dan jongvolwassenen (18-25 jaar) die kamergewijs wonen. Vanwege verschillende achtergronden en omgangsvormen kunnen de bewoners of omwonenden botsen, waardoor de leefbaarheid en het welzijn voor bewoners en omwonenden onder druk komt te staan. Het vergroten van acceptatie van wijken valt of staat met tijdige en goede communicatie en participatie richting omwonenden en het bevorderen van integratie van statushouders. Bij de spreiding van statushouders moet er aandacht zijn voor voldoende en passend aanbod van voorzieningen voor deze doelgroep. Belangrijk zijn sportvoorzieningen, maar ook de koppeling aan huisartsen en tandartsen. Specifiek voor deze groep is de beschikbaarheid en bereikbaarheid van taalonderwijs van belang.
● ●
Knelpunten op lange termijn ● De groep inwoners met een matige zorgvraag dreigt tussen wal en schip te vallen, omdat er meer inzet van ze gevraagd wordt dan ze eigenlijk aankunnen. ● Er is te weinig aanbod (wonen en fysieke leefomgeving) gericht op de ondersteuning voor mensen met dementie. ●
● Omdat het volgen van mutaties niet voldoende blijkt om aan de taakstelling te kunnen voldoen, zullen ook alternatieve huisvestingsmogelijkheden onderzocht moeten worden. Er kan worden gedacht aan het geschikt maken van leegstaande kantoorgebouwen, campings of zelfs huisvesting op een cruiseschip dat tijdelijk in een haven ligt. Tot slot is het vanwege de variëteit in gezinsgrootte van statushouders belangrijk dat er, voor zover haalbaar, een gevarieerd aanbod aan woonruimte (aantal kamers, oppervlakte) beschikbaar is. Bij statushouders waarbij gezinshereniging wordt verwacht is het verstandig deze mensen eerder in een huurwoning te plaatsen in plaats van een beroep te doen op kamers of flexwoningen. Daarmee wordt voorkomen dat mensen in korte tijd twee keer moeten verhuizen en dat er opnieuw een woning moet worden gezocht.
De beschikbaarheid van zorgpersoneel neemt af. Er zijn in bepaalde wijken van Wageningen onvoldoende voorzieningen om het langer zelfstandig wonen voldoende te faciliteren.Op plekken waar de concentratie van kwetsbare aandachtsgroepen groot is kan de druk op de leefbaarheid toenemen.
Het is onduidelijk of voldoende mensen verleid kunnen worden te verhuizen naar meer geschikte woonruimte. Het is onduidelijk of er voor de groep ouderen met een hoger inkomen voldoende geschikte dure woningen op de markt zijn.
Knelpunten op korte en lange termijn ● De nultredenwoningen die worden bewoond door mensen zonder mobiliteitsbeperking zijn nodig voor mensen met een mobiliteitsbeperking. ● Het aantal levensloopgeschikte woningen in zowel de sociale als de particuliere sector is onvoldoende. ● De druk op de informele zorg (mantelzorgers en vrijwilligers) neemt verder toe en het aantal mantelzorggevers neemt af.
3.5 Knelpunten op korte termijn ●
●
●
Er zijn onvoldoende zorggeschikte woningen in verband met de beslissing van het Rijk om de verpleeghuiscapaciteit te bevriezen. Er zijn onvoldoende kleine, betaalbare woningen voor aandachtsgroepen om de uitstroom uit instellingen te bevorderen. Er zijn onvoldoende geclusterde woonvormen om het gat tussen zelfstandig wonen en wonen in een instelling te dichten.
Bijlage 3 - de gemeente IJsselstein in beeld - 27