CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - De gemeente IJsselstein in beeld

Raadsvergadering 7 maart 2024, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsvoorstel Woonzorgvisie IJsselstein 2024-203413.338 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

De gemeente IJsselstein in beeld

3 | De gemeente IJsselstein in beeld De diverse ontwikkelingen zoals beschreven in de inleiding hebben (grote) gevolgen voor de vraag naar en het aanbod van woningen, zorgaanbod en welzijnsdiensten in de gemeente IJsselstein. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste demografische ontwikkelingen beschreven en worden aanvullend, op basis van de meest actuele data, de ontwikkeling en prognose van de woonzorgvraag van de diverse aandachtsgroepen in beeld gebracht. Hiervoor zijn diverse bronnen gebruikt. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste uitkomsten van de analyse weergegeven. De gehele analyse is te vinden in bijlage 2. Een overzicht van alle geraadpleegde bronnen is te vinden in de bron- en literatuurlijst in hoofdstuk 8.

3.1 Demografische ontwikkeling en zorgvraag Het aantal inwoners in de gemeente IJsselstein groeit van circa 33.500 inwoners in 2023 naar ruim 37.800 inwoners in 2050. Het aantal jongeren (0-19 jaar) neemt in die periode licht toe, terwijl het aantal personen in de leeftijdscategorie 20-64 jaar min of meer gelijk blijft. Tegelijkertijd groeit het aandeel van de leeftijdscategorieën 65-74 jaar, 75-84 jaar en 85 jaar en ouder fors in zowel absolute als relatieve zin.

Afbeelding 1 (onder): bevolkingsprognose gemeente IJsselstein. Bron: Primos 2023, bewerking BMC 2023

Bijlage 3 - de gemeente IJsselstein in beeld - 1

De verandering in de bevolkingssamenstelling is ook terug te zien in onderstaande bevolkingspiramides (afbeelding 2 (2023) en afbeelding 3 (2040).

De leeftijdscategorie 20-64 jaar, die over het algemeen de meeste mantelzorg verleent, blijft min of meer gelijk in omvang. De groep 85+ groeit echter behoorlijk. Dat betekent dat de druk op de mantelzorg en het beroep op de informele zorg zal toenemen. Omdat ook de beroepsbevolking relatief gezien kleiner wordt, zal de druk op de arbeidsmarkt waarschijnlijk verder toenemen. In absolute zin groeit het aantal 65+ ‘ers tussen 2023 en 2040 met ruim 3700 personen en 75+ ‘ers met ruim 2400 personen. Dit betekent dat de zorg in de gehele regio een grotere uitdaging heeft op de arbeidsmarkt. Daarbij groeien de oudste leeftijdsgroepen (75+’ers) het hardst. Juist deze oudere leeftijdsgroepen hebben vaker een zorgbehoefte.

Afbeelding 2: bevolkingspiramide 2023. Bron Primos 2023, bewerking BMC.

Afbeelding 3: bevolkingspiramide 2040. Bron Primos 2023, bewerking BMC.

De grootste groei bevindt zich in de oudste leeftijdscategorieën. De vergrijzing (65+)in IJsselstein was in 2023 19% en stijgt in 2040 naar 27%. Het aandeel van de leeftijdsgroep 75+ was in 2023 circa 9% en wordt op basis van de prognoses van Primos in 2030 11% en in 2040 14%. Het aandeel van de leeftijdscategorie (85+) was in 2023 2%. Dat aandeel groeit in 2030 door naar 3% en in 2040 circa 4%. Sprake van dubbele vergrijzing Veruit de grootste groei komt door de groei van het aantal 65+’ers. Doordat de oudste leeftijdscategorieën daarbij het hardst groeien, zal het zorggebruik naar verwachting fors toenemen. Dit wordt ook wel de ‘dubbele vergrijzing’ genoemd.

IJsselstein ontwikkelt zich daarmee tot 2040 naar verwachting tot de meest vergrijsde gemeente van de subregio West. Subregio West is een subregio van de zorgkantoorregio Utrecht en bestaat uit de de volgende gemeenten: De Ronde Venen, Houten, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Stichtse Vecht, Woerden en IJsselstein. Ter vergelijking: het percentage 75-plussers in IJsselstein is in 2040 14%. In de buurgemeenten Houten en Nieuwegein is dat achtereenvolgens 12,6% en 13,7%. Huishoudensontwikkeling De demografische ontwikkeling (en vergrijzing) vertaalt zich ook in de ontwikkeling van de huishoudens in de gemeente IJsselstein. In 2023 bestaat circa 31% van alle huishoudens in de gemeente IJsselstein uit alleenstaanden. In 2040 is dat ruim 37%. In absolute zin neemt het aantal eenpersoonshuishoudens toe van 5443 in 2023 naar 6336 in 2040. Het aandeel huishoudens zonder kinderen bedraagt in 2023 29% en met kinderen 31%. In 2040 is dat respectievelijk 27% en 28%. We zien dus een relatieve afname van het aandeel paren met en zonder kinderen. Het aandeel eenoudergezinnen blijft in 2023 en 2040 8% en dus min of meer gelijk. In algemene zin kun je concluderen dat er ook in de gemeente IJsselstein sprake is van huishoudensverdunning. Ook de huishoudensontwikkeling per leeftijdsgroep verschilt. Van de huishoudens in leeftijdscategorie 65-74 jaar is in 2023 37%

Bijlage 3 - de gemeente IJsselstein in beeld - 2

alleenstaand en in 2040 is dat 42%. Voor de huishoudens in de leeftijdscategorie is dat in 2023 49% en in 2040 naar verwachting 50% en voor de 85 plussers blijft dat door de jaren heen circa 73%.

90%. Op basis van die gegevens wordt geconcludeerd dat ook bij ouderen er sprake is van huishoudensverdunning.

Gezondheid De gezondheidsmonitor wordt eens per vier jaar (door GGDrU, RIVM en CBS) opgesteld en geeft de gezondheidsbeleving van inwoners weer, op basis van een enquête onder inwoners. De monitor geeft een goede indruk van de gezondheidssituatie van de bevolking en van ouderen, omdat onder meer een aantal gezondheidsaspecten gemeten wordt, dat gekoppeld kan worden aan het ouder worden.

Wat opvalt voor de gemeente IJsselstein: ● Er zit verschil in de gezondheidsbeleving van de inwoners van de diverse kernen van de gemeente (zie afbeelding hieronder). ● In IJsselstein Noord zien de inwoners een groot aantal gezondheidsaspecten achteruitgaan in de periode 2016 – 2020. ● Een aantal aan beperkingen gerelateerde gezondheidsaspecten worden negatiever beleefd dan het regionaal gemiddelde. ● In IJsselstein Noord geven de inwoners aan meer moeite te hebben met rondkomen dan in de vorige monitorperiode.

De kleuren in de grafiek geven aan of de beleving van het betreffende aspect in de afgelopen vier jaar vooruit (groen) of achteruit (rood) gegaan is.

Afbeelding 5: prognoses huishoudensontwikkeling naar huishoudenstype Bron Primos 2023, bewerking BMC.

Bijlage 3 - de gemeente IJsselstein in beeld - 3

●

In de wijk Achterveld geven de inwoners weliswaar aan dat hun gezondheidssituatie in relatie tot beperkingen verbeterd is, maar ze ervaren nog altijd meer problemen dan gemiddeld in de subregio West.

De GGD regio Utrecht heeft een dashboard en databank, waarbij allerlei data op het gebied van onder andere gezondheid, ervaren gezondheid, zorggebruik en preventie en zorggebruik verzameld en geanalyseerd worden. Via het dashboard is het mogelijk data van IJsselstein te vergelijken met bijvoorbeeld regio Lekstroom en regio Utrecht. De data die worden gebruikt voor het dashboard worden regelmatig bijgewerkt. De laatst beschikbare data komen uit 2022. Uit data van de GGD blijkt dat van de 65-plussers in de gemeente IJsselstein 9,9% ernstig beperkt is vanwege problemen met de gezondheid. Het betreft mensen met langdurige ziekten of aandoeningen van zes maanden of langer. In de regio Utrecht is dat 7,8%. Het percentage ligt in IJsselstein dus aanzienlijk hoger dan in de regio. Ervaren gezondheid Ook de ervaren gezondheid geeft aan dat 65-plussers in IJsselstein relatief meer worstelen met hun gezondheid ten opzichte van de regio. 58,6% van de 65-plussers in IJsselstein ervaart de eigen gezondheid als zeer goed. Voor de regio Lekstroom is dat gemiddeld 62% en voor de regio Utrecht is dat 62,7%.

Afbeelding 6 (onder): Gezondheidsbeleving inwoners gemeente IJsselstein per gebied. Bron: Sinfore (2021).

Ouderen in IJsselstein ervaren de eigen gezondheid dus gemiddeld minder positief dan ouderen in de regio Lekstroom en de overkoepelende regio Utrecht. Mentale gezondheid Het risico op een angststoornis en depressieve klachten wordt gemeten door middel van een schriftelijke en digitale vragenlijst. Deze monitor wordt eens in de vier jaar uitgezet; de laatste keer was in 2022. Daaruit blijkt dat in de gemeente IJsselstein 4,4% van de 65-plussers een hoog risico heeft op angststoornissen en depressieve klachten. In de regio Lekstroom ligt dat percentage op 5% en dus aanzienlijk hoger. Het percentage voor de regio Utrecht zit op 4,4%. In de regio Utrecht betreft het percentage van IJsselstein dus exact het gemiddelde. Dementie Wat betreft het verwachte aantal mensen met dementie schetsen de prognoses geen rooskleurig beeld. Volgens data van Alzheimer Nederland heeft in 2050 in de gemeente IJsselstein 7,96% van de inwoners (van 45 jaar en ouder) last van dementie. Aangezien dementie nauwelijks voorkomt bij mensen jonger dan 45, zou je kunnen stellen dat dit percentage nagenoeg hetzelfde blijft als men kijkt naar alle inwoners van de gemeente.

Bijlage 3 - de gemeente IJsselstein in beeld - 4

regiogemiddelde dus meer 65-plussers met langdurige ziekten of aandoeningen en ook meer met een beperking in horen, zien of mobiliteit.

Afbeelding 7: Prognoses mensen met dementie - 45 jaar en ouder IJsselstein. Bron: Alzheimer Nederland

Zoals te zien is in onderstaande afbeelding ligt het verwachte percentage mensen met dementie in 2050 een stuk hoger dan gemiddeld in de regio Utrecht. Mantelzorg De meest recente data ten aanzien van het ontvangen van mantelzorg komen uit 2016. In dit jaar ontving 16% van de 65-plussers in IJsselstein mantelzorg. In de regio Utrecht, exclusief gemeente Utrecht, ontving slechts 10% van de 65-plussers mantelzorg. Dat is een aanzienlijk verschil, en gezien de dubbele vergrijzing en toename van het aantal inwoners met dementie is er geen reden om aan te nemen dat het percentage in IJsselstein in 2022 is gedaald. Eenzaamheid Van de 65-plussers in de gemeente IJsselstein geeft 11% in 2022 aan zich ernstig eenzaam te voelen. Het gemiddelde van regio Lekstroom is eveneens 11% en daarmee gelijk aan het percentage van gemeente IJsselstein. In de regio Utrecht ligt het gemiddelde met 10% iets lager. In de leeftijdscategorie 18- tot 64-jarigen voelt maar liefst 16% van de inwoners van IJsselstein zich ernstig eenzaam. Onder de groep 16-25-jarigen is dat zelfs 21%. In de regio Lekstroom is dat respectievelijk 14% en 28% en in de regio Utrecht 14% en 24%. Langdurige ziekten, aandoeningen en beperkingen Van de 65-plussers in de gemeente IJsselstein heeft in 2022 46,7% een langdurige ziekte of aandoening (langer dan zes maanden). Het gemiddelde van de gemeenten in de regio Utrecht is 46,9%.

Ook heeft in 2020 26% van de 65-plussers in de gemeente IJsselstein minimaal één beperking in horen, zien of mobiliteit. Het gemiddelde in de regio Utrecht is 24,5%. In de gemeente IJsselstein zijn er ten opzichte van het

Jeugdhulp Als het gaat om jeugdhulp, dan wordt bedoeld: hulp en zorg tot 18 jaar zoals beschreven in de Jeugdwet (2014). Het gaat om hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere of opvoedingsproblemen van de ouders. Het aantal jongeren dat jeugdhulp ontvangt in gemeente IJsselstein ligt iets hoger dan het gemiddelde in de regio Utrecht. Woningvoorraad Begin 2023 staan er in de gemeente IJsselstein 14.467 woningen. Daarvan is 69% eengezinswoning en 31% een meergezinswoning (appartementen, flats, bovenen benedenwoningen etc.). Van alle woningen zijn 65% koopwoningen, 24% huurwoningen in het bezit van een corporatie en 11% particuliere huurwoningen. 70% van de woningen is vóór het jaar 2000 gebouwd. De gemiddelde WOZ-waarde in 2022 bedroeg € 346.000. In 2005 was dat nog € 217.000, waardoor er sprake is van een stijging van 59% tussen 2005 en 2022. Dynamiek op de woningmarkt Circa 48% van de huishoudens die in de gemeente IJsselstein gaan wonen, komt uit de gemeente IJsselstein. In verhouding tot andere regiogemeenten rondom het grootstedelijk gebied heeft IJsselstein een relatief hoog aandeel vestiging van buiten de gemeente (52%). Vestigers vanuit de regio komen vooral vanuit Utrecht (34%). Vanuit de rest van het land komen ze vooral vanuit Amsterdam (6%).

Voor de huurwoningmarkt in IJsselstein was de actieve zoekduur in 2013 zo’n 3,5 jaar. Inmiddels is deze opgelopen tot circa 4,5 jaar in de eerste helft van 2018. Daarnaast zien we een groei in het aantal inwoners die vertrekken uit de gemeente. Het vertrek binnen de regio is het grootst naar Utrecht (45%) en buiten de regio naar Amsterdam (10%). In de gemeente IJsselstein komen veel gezinnen en een- en tweepersoonshuishoudens in de leeftijdsgroep 30-49 jaar wonen. Het vertrek is verhoudingsgewijs groter bij een- en tweepersoonshuishoudens tot 29 jaar. De meeste verhuizingen naar een woning in IJsselstein zijn van gezinnen en een- en

Bijlage 3 - de gemeente IJsselstein in beeld - 5

tweepersoonshuishoudens tot 49 jaar. Deze groepen verhuizen grotendeels naar rijtjeswoningen in de koopsector. Kleinere huishoudens, en zeker de 65-plus leeftijdsgroep, verhuizen relatief vaak naar appartementen, met een lichte voorkeur voor de huursector. Onder 65-plussers zien we slechts beperkt verhuisbewegingen.5% van de verhuizingen betreft een 65-plus huishouden. Jongere ouderen (tussen 50 en 65 jaar) verhuizen verhoudingsgewijs wat vaker (12%), zowel naar eengezinswoningen als appartementen, in huur en koop.

We zien ook een groei in het aantal reacties in de verschillende prijssegmenten. Er lijkt de meeste vraag te zijn naar huurwoningen met een prijs tussen € 417 en € 597. Het aantal reacties is in dit segment de afgelopen jaren bijna verdubbeld. Een waarschijnlijke verklaring hiervoor is de instroom van nieuwe doelgroepen als statushouders en de uitstroom uit Maatschappelijke Opvang/Beschermd Wonen en de introductie van passend toewijzen, waardoor mensen met een inkomen tot de huurtoeslaggrens nog enkel in aanmerking komen voor woningen onder € 597. Afbeelding 8: Prognose verhuisgedrag 2018 - 2023 gemeente IJsselstein. Bron Companen (2018)

Kwalitatieve mismatch Voor de komende jaren zijn het potentiële aanbod en de potentiële vraag met elkaar vergeleken. Dit heeft Companen gedaan door verhuistrends uit het verleden door te trekken naar de toekomst, en daarbij veranderingen in huishoudenssamenstelling volgens de provinciale prognose mee te wegen (dus de vraag van 75-plussers wordt de komende jaren groter). Daaruit blijkt waar de komende jaren de mismatch tussen vraag en aanbod het meest waarschijnlijk is.

Afbeelding 9 (boven): Prognose vraag en aanbod naar woningtype 2018-2023. Bron: Companen (2018).

Bijlage 3 - de gemeente IJsselstein in beeld - 6

Wonen Sinfore heeft in kaart gebracht in welke huizenblokken op dit moment gemiddeld relatief veel ouderen wonen (afbeelding 11). De afbeelding brengt de concentratie 75-plussers in beeld met een mogelijk hoge zorgvraag op dit moment, en de concentratie 65-75-jarigen met een mogelijke toekomstige zorgvraag. Groen wil zeggen dat er weinig 75-plussers wonen en rood dat er veel 75-plussers wonen (meer dan 13%). Blauw zijn de verpleeg- en verzorglocaties. Voorzieningen Voorzieningen zijn randvoorwaardelijk om de beweging naar langer zelfstandig wonen te ondersteunen. Daarom wordt ingezet op basisvoorzieningen in iedere wijk. Onder basisvoorzieningen worden verstaan: supermarkten, huisartsen, welzijn (wijk en buurtcentra en openbaar vervoer. Hieraan ondersteunende voorzieningen zijn: als ondersteunende voorzieningen apotheek, gezondheid, fysiotherapie en retail. Nabijheid van voorzieningen Woningen van ouderen kunnen ver van voorzieningen zijn gelegen als de mobiliteit nog goed is. Neemt deze af, dan is de nabijheid van voorzieningen van belang. Dit betreft dan met name de supermarkt, huisarts, welzijnsvoorzieningen en het openbaar vervoer. Gesproken wordt over een afstand van 500 meter die voor ouderen met beperkingen aanvaardbaar zou zijn. Vaak zijn huisartsen en apotheken niet binnen de 500 meter gevestigd, maar deze zijn indien noodzakelijk altijd bereikbaar of beschikbaar.

Afbeelding 10: Prognose wonen 75+ huishoudens in nabijheid van voorzieningen. Bron: Sinfore (2021).

Het onderzoek laat zien dat het aantal ouderen dat woont in nabijheid van voorzieningen toeneemt, maar ook dat het aantal ouderen dat niet in nabijheid van voorzieningen woont nog veel forser toeneemt. Dit is logisch, want zonder toevoeging van voorzieningen nemen beide groepen toe ten opzichte van de huidige situatie.

Sinfor heeft onderzoek gedaan naar de woonsituatie van 75+ers naar geschiktheid. Hierbij zijn er drie combinaties van geschiktheid en nabijheid teruggebracht tot drie mogelijkheden: 1. geschikte of aanpasbare woningen nabij voorzieningen; 2. geschikte of aanpasbare woningen niet nabij voorzieningen; 3. ongeschikte woningen. Uit het onderzoek blijkt dat op dit moment 29% van de 75+ huishoudens in de nabijheid van voorzieningen woont. In 2040 is dat 21%. In 2020 woonde 57% in een geschikte woning, maar niet in de nabijheid van voorzieningen. In 2040 is dat 69%.

Afbeelding 11: Prognose wonen 75+ huishoudens in nabijheid van voorzieningen. Bron: Sinfore (2021).

Nabijheid van grote VVT-instellinegen Sinfore heeft ook in kaart gebracht hoe de woonsituatie van 65+ers zich verhoudt tot de aanwezigheid van de drie grootste VVT instellingen.

Bijlage 3 - de gemeente IJsselstein in beeld - 7

Basisvoorzieningen in beeld Op basis van het onderzoek van Sinfore zijn door BMC de overige basisvoorzieningen in kaart gebracht. De voorzieningen zijn weergegeven aan de hand van pictogrammen op de kaart die Sinfore heeft gemaakt om het percentage 65%-ers in de diverse wijken aan te geven. Wanneer we een afstand van 500 meter tot voorzieningen hanteren (paarse cirkels) dan wordt zichtbaar dat er een aanzienlijk aantal gebieden zijn waar onvoldoende of geen dekking van basisvoorzieningen is in gebieden waar de concentratie 65+ers op dit moment al aanzienlijk (23-31%) of groot (>31%) is.

Specifiek geldt dit voor de gebieden en wijken: IJsselstein Noord-Oost: IJsselveld West; Oranjekwartier; Europakwartier. IJsselstein Zuid-Oost: Over Oudland, zuidoostelijke deel; Industrieterrein Lage Dijk, noordelijke deel. IJsselstein Zuid-West: De Tuinen; IJsselstein Noord-West: Achterveld-Noord, zuidelijke deel; Achterveld-Oost; Kasteelkwartier, noorder Hazenveld en Overwaard.

Afbeelding 12: Basisvoorzieningen in de gemeente IJsselstein. Bron: Sinfore (2021), bewerking BMC (2023)

Bijlage 3 - de gemeente IJsselstein in beeld - 8

In alle gebieden (Noord-Oost, Zuid-Oost, Zuid-West, Noord-West en centrum) geldt dat er duidelijke clusters met voorzieningen zijn. De VVT-instellingen bevinden zich alleen in en om het centrum, maar de beoogde woonzorg cluster in Noord-Oost, Zuid-West en Noord-West verhogen de dekking. Het meest kwetsbaar zijn de wijken Over Oudland (zuidelijke deel) en het beoogde woonzorgcluster in Zuid-West (locatie Zenderpark ‘Meridiaan’). Daar zijn helemaal geen voorzieningen aanwezig, terwijl de concentratie 65+ daar nu wal groot is (>31%). Voor enkele andere gebieden geldt dat de voorzieningen (gedeeltelijk) wel aanwezig zijn, maar dat de afstand verder is dan 500 meter. Ook zijn er gebieden waar wel dekking is, maar waar niet alle basisvoorzieningen aanwezig zijn. De uitkomsten zullen worden meegenomen in de uitvoeringsagenda. Woonbehoefte ouderen Sinfore beschrijft in haar rapportage de woonsituatie van ouderen en adviseert onderscheid te maken tussen: ● 50-65-jarigen: huishoudens met oudere kinderen of ‘empty nesters’ waarvan de kinderen al het huis uit zijn; ● 65-75-jarigen: deze ouderen zijn dikwijls net met pensioen, maar in het algemeen goed gezond; ● 75-85-jarigen: een deel van deze ouderen is nog relatief gezond, met name ouderen met een hogere SES; ● 85-plussers: steeds meer van deze ouderen krijgen te maken met gebreken.

Ontwikkeling zorggebruik Verpleging en Verzorging (V&V) Het Zilveren Kruis geeft in diverse regioanalyses verdiepend inzicht in verschillende aandachtsgroepen, waaronder die van ouderen en het gebruik van V&V. De stijgende zorgzwaarte (5VV t/m 8VV) geeft aan dat er sprake is van een toename van complexe casuïstiek. Hierdoor kunnen ouderen steeds lastiger de juiste plek vinden om te verblijven. Ook is er sprake van een toename van multiproblematiek. Doordat de bovenliggende aandoening niet altijd duidelijk is, is het niet altijd duidelijk op welke plek een oudere het best geplaatst kan worden. Doordat meer ouderen zorg thuis ontvangen, moet voor hen meer aanbod gecreëerd worden voor een zinvolle daginvulling, tijdsbesteding en ontlasting van de thuissituatie. Verder laat het beeld zien dat er sprake is van een stabiele groei van het aantal cliënten met een geldige Wlz-indicatie. Op basis van de prognoses van het Zilveren Kruis kan de conclusie getrokken worden dat er steeds meer ouderen zelfstandig gaan wonen met Wlz. Ook zal er nagedacht moeten worden over het oplossen van het groeiende arbeidstekort en over het stimuleren van initiatieven waarbij aanbieders samenwerken om soepele doorstroom naar en binnen de Wlz mogelijk te maken.

Ouderen in IJsselstein wonen in het algemeen tevreden in hun huidige woning, ook al is deze te groot en vraagt het (tuin)onderhoud aandacht. Ouderen zijn dan ook niet snel geneigd te verhuizen. Zorggebruik De bevolking van de regio Utrecht is vergelijkbaar vergrijsd en gebruikt relatief veel zorg ten opzichte van andere Zilveren Kruis-regio’s. De zorgvraag stijgt wel harder dan landelijk. Wlz–gebruikers in de regio Utrecht hebben een relatief lichtere zorgzwaarte en het zorggebruik is minder dan de rest van de Zilveren Kruis-regio’s. De Zilveren Kruisregio’s waarmee wordt vergeleken zijn: Apeldoorn/Zutphen, Amsterdam, Drenthe, Flevoland, Friesland, ‘t Gooi/Almere, Utrecht, Rotterdam, Zwolle en Zaanstreek - Waterland.

Afbeelding 14: Ontwikkeling V&V binnen gemeenten regio Utrecht in 2040 t.o.v. 2019. Bron: Zilveren Kruis (2022).

De omvang van het verwachte aantal V&V-klanten in de regio Utrecht zal meer dan verdubbeld zijn in 2040. In de gemeente IJsselstein zal het aantal V&V-klanten in 2040 gestegen zijn met 54%.

Bijlage 3 - de gemeente IJsselstein in beeld - 9

Met gelijkblijvend budget per klant en de voorspelde zorgvraagontwikkeling staat financiering van V&V-zorg in de Wlz in 2040 onder druk. De kosten per klant in Utrecht zijn de afgelopen jaren harder gestegen dan gemiddeld. De stijging in het aantal werknemers blijft flink achter bij de stijging van de zorgvraag en vraagt om oplossingen op regionaal niveau. Ouderen met dementie Vektis heeft o.b.v. de regionale bevolkingsprognose van CBS/PBL (2019) per gemeente een prognose gemaakt van het toekomstige aantal 40-plussers met dementie. Voor IJsselstein wordt verwacht dat het aantal personen met dementie toeneemt van ca. 520 in 2020 tot 750 in 2030 en 1.100 in 2040. Dit hangt uiteraard sterk samen met de sterke groei van het aantal 75+ inwoners. Vooral na 2030 zal de groei van het aantal personen met dementie sterk doorzetten. Signalen dementie uit gesprekken met partners Uit diverse gesprekken met partners blijkt dat er veel urgentie en draagvlak wordt gevoeld om met de opgaven rondom dementie aan de slag te gaan. Want hoewel er meer aandacht voor het onderwerp komt, wordt aangegeven dat de inzet nog niet voldoende is om de opgave het hoofd te kunnen bieden.

Over het algemeen wordt ervaren dat er goed wordt samengewerkt, maar dat er ook nog een aantal aandachts-/verbeterpunten zijn: De wachtlijsten groeien; De werkdruk neemt toe; Er bestaat onzekerheid over de rol en de bestaanszekerheid van de casemanager dementie binnen de (toekomst van de) VPT; Er zijn onvoldoende geschikte woningen (in de wijk) beschikbaar voor mensen met dementie. Alzheimer Nederland Alzheimer Nederland zet zich in voor een beter leven met dementie en roept daarom op om te investeren in mensen met dementie. Alzheimer Nederland heeft diverse handreikingen opgesteld, waaronder de handreiking dementievriendelijk wonen. Hiervoor heeft Alzheimer Nederland zes bouwstenen voor opgesteld. Ook is in samenwerking met Aedes-Actiz kenniscentrum Wonen-Zorg en KAW architecten een toolkit dementievriendelijke ontwerpen gemaakt1. Wat je doet voor mensen met dementie, is altijd goed ouderen. Andersom hoeft dat niet altijd zo te zijn (Alzheimer Nederland).

Aanbevelingen dementierapporteur Ten aanzien van de woonopgave pleit Alzheimer Nederland om dementievriendelijk wonen niet als nieuwe type woning neer te zetten, maar als een aanpak die je op zowel zorggeschikte als nultredenwoningen toe kan passen. Dit kan zelfs op brede schaal, dus in zowel de sociale sector als de vrije sector. Beide partners onderschrijven daarmee de aanbevelingen van de dementierapporteur, zoals te lezen in de aanbevelingen en het verslag van het eerste jaar van de dementierapporteur2, welke als bijlage bij deze woonzorgvisie worden gevoegd. Ontwikkeling zorggebruik Verstandelijk Gehandicapt (VG) Bij de mensen met een verstandelijke beperking laat het regioanalyse VG (Zilveren Kruis) zien dat er sprake is van een gestage groei van het aantal cliënten met een VG-indicatie en dat ook in deze sector de zorg steeds zwaarder wordt (met name 6VG en 7VG groeien). Dit blijkt uit de afgegeven zorgprofielen en uit de gestegen meerkosten. Daarbij is complexe casuïstiek moeilijk plaatsbaar. Op basis van de prognose uit de regioanalyse van het Zilveren Kruis zouden er 166 tot 409 nieuwe plekken voor zorg in de eigen omgeving gerealiseerd moeten worden om de komende vijf jaar het groeiende tekort aan intramurale capaciteit te compenseren.

Daarnaast moet er regionaal voor 44 tot 287 klanten nieuwe intramurale capaciteit worden gerealiseerd om de komende vijf jaar aan de groeiende zorgvraag te voldoen en wachttijden te beperken. Deze aantallen gelden voor de hele regio Utrecht. Wat betreft de verhouding van indicaties zijn een aantal zaken wel veranderd en een aantal min of meer hetzelfde gebleven. In de regio Utrecht is er geen verandering in de verhouding van VG-indicaties en ZGindicaties van 2019 tot 2022. In dezelfde tijdsperiode is wel het aandeel 1-2 LVG gestegen en het aandeel 3 LVG gedaald. Ook is in de regio Utrecht het aandeel 3-4 LG gestegen. Het aantal GZ-klanten dat zorg in de eigen omgeving ontvangt is tussen 2019 en 2022 in de regio Utrecht met 3% gestegen. In de gemeente IJsselstein bedroeg die groei 7%. Het Zilveren Kruis verwacht dat het aantal GZ-klanten in de gemeente IJsselstein in 2040 met 14% zal zijn afgenomen. Voor de regio Utrecht is de verwachting https://www.alzheimer-nederland.nl/belangenbehartiging/dedementierapporteur 2

1

https://kcwz.nl/tools/toolkit-dementievriendelijk-ontwerpen

Bijlage 3 - de gemeente IJsselstein in beeld - 10

dat er tot 2025 tussen 166 en 409 extra VPT/MPT/pgb-plekken en tussen de 44 en 287 extra intramurale plekken nodig zijn in de regio Utrecht. Tot slot wordt verwacht dat de daling van werknemers in de GZ gaat knellen met de stijging van de zorgvraag en dat er daardoor regionale oplossingen nodig zijn. Ontwikkeling zorggebruik Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) Het aandeel van GGZW-klanten (GGZ-wonen met intensieve begeleiding zonder Wlz) ten opzichte van alle inwoners in de regio’s van Zilveren Kruis bedraagt 12,69 personen per 10.000 inwoners. In de regio Utrecht komt dat aandeel neer op 10,30 personen en in de gemeente IJsselstein op 5,58 personen per 10.000 inwoners. Er is in de regio Utrecht dus weinig GGZW. De GGZW-klanten in regio Utrecht hebben een vergelijkbare leeftijd ten opzichte van de klanten in alle Zilveren Kruis-regio’s. Wat betreft de zorgzwaarte is er relatief weinig 3 GGZW en veel 5 GGZW in de regio Utrecht. In drie jaar tijd is het gebruik van GGZB-zorg in Utrecht harder gedaald dan in andere Zilveren Kruis-regio’s. GGZB zorg is voor mensen die langer dan 3 jaar ggz-behandeling vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) kregen. Vanaf het 4e jaar wordt de behandeling gefinancierd vanuit de Wlz. Het aandeel per 10.000 inwoners ligt sinds 2021 lager ten opzichte van de andere Zilveren Kruis-regio’s.

Qua zorgzwaarte is in de regio Utrecht de afgelopen jaren 7 GGZB relatief gestegen en is 6 GGZB relatief gedaald. Zorgverleners Het UWV heeft voor alle arbeidsregio’s in Nederland kerncijfers, zo ook voor de regio Midden-Utrecht, waar IJsselstein onder valt. Onderdeel van die kerncijfers is de ‘spanningsindicator’ waarbij het UWV de krapte op de arbeidsmarkt meet door het geschatte aantal openstaande vacatures te delen door het aantal personen dat op hetzelfde moment korter dan zes maanden WW ontvangt. Volgens die cijfers is er in de regio Midden-Utrecht sprake van een zeer krappe arbeidsmarkt. Ten opzichte van de rest van Nederland is de arbeidsmarkt in de regio Midden-Utrecht sinds 2019 steevast krapper. Het UWV maakt bij de data onderscheid tussen verschillende beroepsklassen. Daaruit blijkt dat

ook als het gaat om zorg-en-welzijnberoepen er sprake is van een zeer krappe arbeidsmarkt. Er is, specifiek voor wonen, zorg en welzijn, sprake van grote spanning bij een aantal beroepsgroepen. Bij getallen tussen 4,00 en 16,00 is sprake van een zeer krappe arbeidsmarkt: ● artsen (3,06); ● gespecialiseerd verpleegkundigen (16,00); ● sociaal werkers, groeps- en woonbegeleiders (5,83); ● verpleegkundigen mbo (14,03); ● verzorgenden (10,07); ● gebruikersondersteuning ICT (16,00); ● software- en applicatieontwikkelaars (16,00); ● bouwarbeiders ruwbouw (16,00); ● bouwarbeiders afbouw (7,49).

3.2 Analyse van de aandachtsgroepen Voor de woonzorgvisie is een analyse van de woonzorgopgave gemaakt, die is omgezet naar prognoses voor de diverse aandachtsgroepen. Hierbij wordt gekeken naar de thema’s wonen, zorg en welzijn. De volgende aandachtsgroepen zijn onderzocht in deze woonzorgvisie. ● Ouderen; ● Mantelzorgers; ● Mensen met een lichamelijke beperking; ● Mensen met een verstandelijke beperking; ● Mensen die uitstromen uit een instelling; ● Statushouders; ● Overige aandachtsgroepen De overige aandachtsgroepen die in het programma Een Thuis Voor Iedereen worden beschreven (statushouders, woonwagenbewoners, studenten, arbeidsmigranten en stoppende sekswerkers) maken ook deel uit van de woonzorgvisie (zie 3.2.7), maar behoren niet tot de scope van deze woonzorgvisie. Er is verkennend onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van de woonzorgvraag van deze groepen, maar nader onderzoek is noodzakelijk. Daarom worden in deze woonzorgvisie de bevindingen voor deze aandachtsgroepen alleen op hoofdlijnen beschreven. Prognoses per aandachtsgroep Per aandachtsgroep wordt een korte analyse van de ontwikkeling van de zorgvraag gegeven en wordt het huidige aanbod in kaart gebracht. Vervolgens wordt op basis van de huidige woningvoorraad een prognose gegeven van de toekomstige vraag. Waar bekend worden de planinitiatieven beschreven. Waar deze niet

Bijlage 3 - de gemeente IJsselstein in beeld - 11

bekend zijn, wordt dit aangegeven met een streepje (‘-’). Na de analyses wordt de woonzorgvraag in 2025, 2030 en 2040 in beeld gebracht. Het uitgangspunt hierbij zijn de rapporten en (beleids)documenten van diverse onderzoeks- en adviesbureaus die door de gemeente IJsselstein ter beschikking zijn gesteld, waar nodig aangevuld met eigen onderzoek, verdiepende interviews en groepsbijeenkomsten. De confrontatie van het huidige aanbod met de toekomstige vraag vormt de prognose/opgave. De opgave die voortkomt uit de prognose (huidige aanbod minus de toekomstige vraag), wordt nader geduid en indien van toepassing wordt beschreven welk aanbod (huur, koop en segment) daar het beste bij past. Deze beschrijvingen zijn richtinggevend op basis van de demografische ontwikkeling en inkomensgegevens. In de uitvoeringsagenda zal (per project) nader worden bekeken welk exact aanbod (huur, koop en segment) nodig is om aan te sluiten bij de vraag. Aan het eind van de analyse van een aandachtsgroep wordt ook de kwalitatieve woonvraag beschreven. 3.2.1 Ouderen Door de vergrijzing zal het aantal 65-plussers tot 2040 stijgen tot ruim boven de 10.000 (een stijging van 71%). Het aantal 75-plussers stijgt 116% en het aantal 80-plussers zelfs met 138%. Het aantal 75+-huishoudens neemt van 2020 tot 2030 toe met ruim 864 huishoudens en tot 2040 met 1.199 tot 3.913.

Dit heeft grote gevolgen voor het aantal ouderen met een woonzorgvraag de komende jaren. Prognose regulier wonen voor ouderen Een groot deel van de ouderen kan zelfstandig in een (eigen) woning blijven wonen. Zij zijn doorgaans vitaal en fit en hebben een overwegend goede gezondheid. Woningen voor deze ouderen bevinden zich in de reguliere woningvoorraad. Dit kan zowel koop als huur betreffen. Omdat de groep (en daarmee de woonbehoefte) divers is, zal in paragraaf 3.3, op basis van opleidingsniveau en inkomensgegevens, een doorvertaling worden gemaakt naar de vraag van woningen binnen verschillende prijssegmenten.

Prognose levensloopgeschikt wonen Een groot deel van de ouderen kan naar verwachting lang zelfstandig in een (eigen) woning blijven wonen. Zij zijn doorgaans vitaal en fit en hebben een overwegend goede gezondheid. Woningen voor deze ouderen bevinden zich in de reguliere woningvoorraad. Dit kan zowel koop als huur betreffen. Een deel van de ouderen krijgt door ouderdom te maken met mobiliteitsbeperkingen (algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL)). Voor ouderen met een lichte mobiliteitsbeperking zijn levensloopgeschikte woningen nodig. Dit geldt zowel voor de corporatiewoningen als voor particuliere woningen. BZK hanteert voor een levensloopgeschikte woning de volgende definitie: de woning is zo ontworpen dat deze geschikt is om bepaalde voorzieningen aan te brengen die (in een latere levensfase) gebruikt kunnen worden, zoals een inloopdouche, brede deuren of verlaagde drempels of een traplift. Het gaat om een combinatie van toegankelijkheid, veiligheid, bereikbaarheid en privacy. Uit cijfers van Sinfore (2022) en Datawonen van BZK (2020) blijkt dat een groot gedeelte (12.160 woningen) van de totale woningvoorraad (14.310 woningen) in de gemeente IJsselstein geschikt gemaakt zou kunnen worden voor inwoners van 65 jaar en ouder. Door nieuwbouw en woningaanpassingen kan de geschiktheid van de woningvoorraad verder toenemen.

Of en hoeveel van deze woningen daadwerkelijk aangepast zijn en of al deze woningen bewoond worden door ouderen met een mobiliteitsbeperking is onbekend. Dit vraagt nader onderzoek. Atrivé verwacht dat het aantal huishoudens met een lichte beperking tot 2040 met 513 toe zal nemen (dit is een extrapolatie van de 385 plekken tot 2035 die Atrivé in haar rapport benoemt). Deze ouderen kunnen naar verwachting binnen de huidige woningvoorraad (blijven) wonen. Hiervoor wordt dan ook geen prognose voor opgesteld. Theoretische geschiktheid In theorie zijn er dus veel levensloopgeschikte woningen in de gemeente IJsselstein. Echter, of en hoeveel van deze woningen daadwerkelijk aangepast zijn en of al deze woningen bewoond worden door ouderen met een mobiliteitsbeperking is onbekend. Dit vraagt nader onderzoek.

Bijlage 3 - de gemeente IJsselstein in beeld - 12

Nultredenwoningen voor ouderen Een deel van de ouderen krijgt te maken met een matige mobiliteitsbeperking. Voor deze ouderen zijn nultredenwoningen het meest geschikt om in te wonen. BKZ hanteert de volgende definitie voor een nultredenwoning: in dit type woning zijn de woonkamer, keuken, badkamer, het toilet en ten minste één slaapkamer gelijkvloers. De woning is zonder traplopen bereikbaar. Deze gelijkvloerse woningen/appartementen liggen vaak in de buurt van voorzieningen. Deze zijn goed toegankelijk voor mensen met een rollator. Cazas Wonen heeft 741 nultredenwoningen in haar bezit. Van het totaal aantal woningen in particulier bezit is niet precies bekend hoeveel woningen nultreden zijn. Wel weten we dat van de totale woonvoorraad (14.310 woningen) 31% bestaat uit meergezinswoningen. Dat zijn ongeveer 4.400 woningen. Een gedeelte van de (complexen met) meergezinswoningen (appartementen) hebben een lift. We gaan ervan uit dat deze meergezinswoningen in de categorie nultredenwoningen vallen. Nultredenwoningen

2023

2025

2030

2040

Aanbod

1.665

1.665

1.665

1.665

-

-

-

-

1.665

1.715

1.865

2.225

0

-50

-200

-560

Planinitiatieven Vraag Opgave

Afbeelding 15: Theoretische behoefte nultredenwoningen voor ouderen. Bron: Atrivé (2021), bewerking BMC (2023).

Net als bij de levensloopgeschikte woningen weten we niet of alle nultredenwoningen op dit moment bewoond worden door mensen met een (matige) mobiliteitsbeperking. Dit vraagt nader onderzoek. Prognose nultredewoningen Het aantal huishoudens met een matige mobiliteitsbeperking dat in aanmerking komt voor een nultredenwoning neemt volgens Atrivé tot 2040 toe met 560 (is een extrapolatie van de 420 plekken tot 2035 die Atrivé in haar rapport benoemt). Dit zijn 200 woningen tot 2030 en nog eens 360 woningen tot 2040. Geclusterde woningen Geclusterde woningen zijn een belangrijk ‘instrument’ om het gat tussen zelfstandig wonen (levensloop geschikt/nultreden) en wonen in een instelling

(intramuraal) op te vangen. Ook kunnen ze eenzaamheid voorkomen en het efficiënt vormgeven van zorg stimuleren. De definitie die BZK gebruikt bij geclusterde woningen/woonvormen is: de geclusterde woonvorm gaat over ruimtelijk geclusterde wooneenheden, waar ouderen (55+) permanent en zelfstandig wonen. De clustering bestaat uit minimaal twaalf woningen, die ten minste nultreden zijn. Er is een gemeenschappelijke ruimte voor bewoners die gericht is op ontmoeting. Er kan sprake zijn van gezamenlijke ingekochte welzijn- en zorgarrangementen. Geclusterde woonvormen bieden dus (al dan niet gemengd: een woonvorm waarbij mensen met en zonder zorgvraag, jong en oud in één geclusterde woonvorm wonen) de mogelijkheid voor ontmoeting en ruimte voor het efficiënt organiseren van zorg. Bij geclusterde woonvormen hanteren we het uitgangspunt dat er sprake is van een scheiding van wonen en zorg, anders dan zoals dat bij intramurale geclusterde woonvormen is. Deze worden uitgewerkt onder het volgende kopje, ‘Prognose intramuraal verblijf voor ouderen’. Het exacte totaal aantal geclusterde woningen in IJsselstein is niet bekend. Wel weten we dat partners 353 geclusterde woningen bezitten. 188 aanleunwoningen bij zorgaanbieder Vecht en IJssel (locatie Ewoud) en 165 aanleunwoningen bij Axion Continu (locatie Mariënstein). Daarbij is één concreet planinitiatief bekend.

In de oude LTS in IJsselstein wordt een gemengde geclusterde woonvorm gerealiseerd voor 25 jongvolwassenen en ouderen. Daarmee zijn er vanaf 2025 375 geclusterde woningen in IJsselstein. In de toekomst kunnen complexen met geclusterde woningen zonder gemeenschappelijke ruimte relatief eenvoudig worden aangepast. Bijvoorbeeld door in de plint (of elders) van het gebouw gemeenschappelijke ruimtes te realiseren, garageboxen in de nabijheid hiervoor aan te passen of door gemeenschappelijke ruimtes van partners in de directe nabijheid (in een straal van bijv. 500 meter) open te stellen voor bezoekers. Prognose geclusterd wonen Sinfore verwacht dat er tot 2040 210 extra geclusterde woningen nodig zijn. 70 tot 2030 en nog eens 140 in de periode van 2031-2040. Bevriezen verpleeghuisplekken Het Rijk heeft aangekondigd het aantal verpleeghuisplekken te bevriezen. Hierdoor worden Bijlage 3 - de gemeente IJsselstein in beeld - 13

er tot nader order geen nieuwe verpleeghuisplekken toegevoegd. Slechts een aantal locaties die al in voorbereiding waren, mogen nog gerealiseerd worden, maar voor zover bekend betreft dat geen plannen in IJsselstein. Op dit moment zijn er 462 intramurale plekken in IJsselstein voor ouderen met een intramurale indicatie V&V, 177 plekken voor mensen met dementie (PG) bij Vecht en IJssel en Axion heeft 285 plekken. 177 voor mensen met dementie en 108 voor mensen met somatische problematiek. Deze aantallen worden voor de komende jaren als uitgangspunt gebruikt. Programma wozo In het programma programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO) werd de term ‘verpleegzorgplek’ gebruikt, maar deze is door BZK vervangen door ‘zorggeschikte woning’. Door de scheiding van wonen en zorg wordt niet meer uitgaan van ‘plekken’, maar staat wonen centraal. Er wordt uitgegaan van woningen die zo ingericht zijn dat hier goede verpleegzorg geleverd kan worden. Dit maakt deze woningen ‘zorggeschikt’. De definitie van zorggeschikte woning wordt beschreven onder het gelijknamige kopje op de volgende pagina. Groei zware zorg voorzien Op basis van de demografische ontwikkeling verwacht Sinfore een toename van het aantal ouderen met een zware zorgvraag; een zorgvraag die zich vertaalt naar intramuraal verblijf. Sinfore verwacht dat het aantal mensen met een zware zorgvraag zal toenemen met 353.

Circa 140 tot 2023 (onder te verdelen in 62 SOM en 78 PG) en nog eens 213 (98 SOM en 115 PG) tot 2040. Voor deze woonzorgvisie wordt de toekomstige vraag naar intramurale plekken omgezet naar geclusterde(die per definitie nultreden zijn) en zorggeschikte woningen. Van de verwachte toename van het aantal mensen met een zware zorgvraag van 353 verdelen we de helft van het aantal woningen in geclusterde woningen (177 totaal, waarvan 89 tot 2030 en 88 in de periode tot 2040) en de andere helft in zorggeschikte woningen (176 totaal, 88 tot 2030 en 88 in de periode tot 2040). De prognose voor geclusterd wonen wordt daarmee bepaald op een totaal van 387, waarvan 159 tot 2030 en 228 tot 2040.

2023

2025

2030

2040

Aanbod

353

378

378

378

Planinitiatieven

25

-

-

-

Vraag

-

-

537

765

Opgave

-

-

-159

-387

Geclusterd wonen

Afbeelding 16: Prognose geclusterde woningen. Bron: Sinfore (2022), bewerking BMC (2023).

Zorggeschikte woningen Zorggeschikte woningen is een nieuwe categorie. Een zorggeschikte woning (definitie BZK) is een: zelfstandige woning die onderdeel is van een geclusterde vorm waarin Wlz-zorg geleverd kan worden. Om zorg te kunnen leveren is het van belang dat deze wooneenheden en de toegang hiertoe rolstoel- of rollatorgeschikt zijn, met voldoende ruimte bij de entree, in de toiletruimte en in de badkamer. Ook dient de woning brandveilig te zijn en te beschikken over een goede en stabiele internetverbinding voor domotica. Voor de groep ouderen met een zware mobiliteitsbeperking is de opgave verdeeld onder geclusterde- en zorggeschikte woningen. Voor zorggeschikte woningen wordt de prognose vastgesteld op 88 zorggeschikte woningen tot 2030 en nog eens 88 zorggeschikte woningen in de periode 2031-2040. 176 in totaal. Deze woningen bevinden zich in de buurt van een VVT-instelling en basisvoorzieningen. Er is één initiatief bekend. Die nemen we op in de plancapaciteit. De Claris Zorggroep realiseert 26 zorgstudio’s voor mensen met dementie aan de Touwlaan. Deze berekening komt vrij goed overeen met de berekening die Atrivé in haar rapport maakte, waarbij werd verwacht dat het aantal rolstoel toe- en doorgankelijke woningen (zorgwoningen) tot 2040 toe gaat nemen met 73 (is een extrapolatie van de 55 plekken tot 2035 die Atrivé in haar rapport benoemt).

De woningcorporatie heeft 22 rolstoel-toe- en doorgankelijke woningen. Het is onbekend hoeveel woningen in de particuliere voorraad rolstoel-toe- en doorgankelijk zijn, maar aangenomen wordt dat dit slechts enkele zullen zijn. Er zijn geen planinitiatieven bekend. We gaan bij de prognoses uit van 25 zorggeschikte (rolstoel toe- en doorgankelijke woningen).

Bijlage 3 - de gemeente IJsselstein in beeld - 14

Zorggeschikte woningen

2023

2025

2030

2040

Aanbod

25

51

51

51

Planinitiatieven

26

-

-

-

Vraag

-

-

139

227

Opgave

-

-

-88

-176

Afbeelding 17: Prognose zorggeschikte woningen. Bron: Sinfore (2022), bewerking BMC (2023).

Woningbouwopgave i.r.t. woondeal De woningbouwopgave die voortkomt uit de prognoses sluit aan bij wens het van Rijk om bij de verrijking van woondealafspraken, op basis van het ‘Informatiepakket Ouderenhuisvesting’ vanuit BZK, in te zetten op de realisatie van minimaal de volgende aantallen en typen ouderenwoningen tot 2030: 70 zorggeschikte woningen; 0 geclusterde woningen; 290 nultredenwoningen. De gemeente IJsselstein en partners kiezen er bewust voor om wel in te zetten op geclusterde woningen (conform prognoses 159 tot 2030), omdat daar enerzijds behoefte aan is, en het anderzijds een ‘instrument’ is om eenzaamheid te bestrijden en zorg efficiënt te organiseren. 3.2.2 Mantelzorgers Het exacte aantal personen dat in de gemeente IJsselstein mantelzorg verleent is niet bekend. Het totale aantal mantelzorgverleners ligt in werkelijkheid waarschijnlijk aanzienlijk hoger. MantelzorgNL, de landelijke vereniging voor mantelzorgers, heeft in 2020 een publicatie online gezet waarin de cijfers per gemeente zichtbaar zijn3. Volgens die cijfers waren er in IJsselstein op 1 januari 2020 10.057 mensen die op enige vorm mantelzorg verlenen. 1.648 van hen doen dat langdurig en intensief. 915 mantelzorgers zouden zwaarbelast zijn. Ondersteuning mantelzorgers De komende jaren zal de beschikbaarheid van mantelzorgers verder afnemen en de druk op mantelzorgers flink toenemen.

We koesteren onze mantelzorgers en willen hen ook in de toekomst goed ondersteunen. Daarvoor zijn een aantal mogelijkheden. Mantelzorgbeleid Allereerst is dat mantelzorgbeleid. De gemeente kan met haar beleid mantelzorgers ondersteunen.

Bijvoorbeeld met informatie en advies, maar ook door middel van activiteiten die gericht zijn op hulpvragers en vrijwilligers, respijtzorg, palliatieve zorg en trainingen en scholing. In IJsselstein werkt stichting Pulse samen met partners op het gebied van vrijwilligers en mantelzorg (informele zorg). Het is belangrijk dat deze organisaties goed ondersteund worden en dat zij de financiële middelen blijven krijgen om het belangrijke werk dat zij doen, te kunnen blijven doen. Woonurgentie In de gemeente IJsselstein is het mogelijk om onder bepaalde voorwaarden (aantal uur en afstand tot de mantelzorgontvanger) woonurgentie aan te vragen als iemand mantelzorger is of mantelzorg ontvangt. Met woonurgentie krijgt de aanvrager dan voorrang op de wachtlijst van een sociale huurwoning. (Pre-)mantelzorg woningen De afstand tussen mantelzorger en hulpbehoevende is belangrijk om de zorg te kunnen verlenen die nodig is. Niet alle woningen zijn hier op toegerust. Een van de oplossingen hiervoor is de mantelzorgwoning. Dit is een (compacte) woning in de tuin van de hulpbehoevende waar de mantelzorger in woont. Een mantelzorgwoning is een tijdelijke woning die blijft staan zolang de mantelzorg nodig is. Ook is het mogelijk om een pre-mantelzorgwoning te plaatsen.

De woning kan dan worden geplaatst, omdat aannemelijk is dat de mantelzorg binnen een (door de gemeente vastgestelde termijn) mantelzorg zal worden gegeven. De gemeente moet toestemming geven voor het plaatsen van een (per)mantelzorgwoning en moet hiervoor beleidsregels opstellen. De gemeente IJsselstein heeft op dit moment geen beleid omtrent (pre)mantelzorg woningen.

3.2.3 Mensen met een lichamelijke beperking (LG) Er bestaat veel overlap tussen de groep mensen met een lichamelijke beperking en ouderen, omdat veel lichamelijke/mobiliteitsbeperkingen gepaard gaan met leeftijd. Er zijn echter verschillende vormen van lichamelijke beperkingen. Er worden vier soorten onderscheiden: motorisch, organisch, visueel en auditief beperkt. Een motorische beperking kent een sterke samenhang met leeftijd. Intramurale zorg voor mensen met een auditieve of visuele beperking is hoog specialistisch en hiervoor zijn slechts enkele landelijke instellingen in Nederland. Deze bevinden zich niet in de gemeente IJsselstein.

https://backend.mantelzorg.nl/app/uploads/2020/05/2102-M antelzorgNL-mantelzorgers-per-gemeente-V04-002.pdf 3

Bijlage 3 - de gemeente IJsselstein in beeld - 15

Mensen met een organische beperking hebben vaak een of meerdere complexe chronische aandoeningen: langdurige, ernstige aandoening(en) zonder kans op herstel, bijvoorbeeld diabetes, hart- en vaatziekten, kanker, reuma, astma en artrose. Deze mensen hebben door de ernst en stapeling van de beperking(en) vaker ondersteuning nodig bij de ADL-verrichtingen en zijn daarvoor aangewezen op intramurale zorg. Binnen de gemeente IJsselstein is hiervoor één geclusterde woonvorm: Fokuswoningen, bestaande uit zestien plekken. Het aantal intramurale plekken voor mensen met een lichamelijke beperking wordt vastgezet op de huidige achttien, vanuit de wetenschap dat er geen groei wordt voorzien in het totale aantal inwoners in de gemeente IJsselstein, er geen planinitiatieven bij Fokus bekend zijn en de woningvoorraad in het algemeen naar verwachting steeds geschikter wordt voor mensen met een (zware) mobiliteits- of lichamelijke beperking. 2023

2025

2030

2040

18

18

18

18

-

-

-

-

Vraag

18

18

18

18

Opgave

0

0

0

0

LG intramuraal

Aanbod Planinitiatieven

Afbeelding 19: Overzicht opgave ouderen 2023-2040. Bron: BMC (2023).

3.2.4 Mensen met een verstandelijke beperking Ten aanzien van de aandachtsgroep mensen met een verstandelijke beperking geven partners aan een verzwaring van de intramurale cliënten te zien. Lichte indicaties worden steeds vaker ambulant ondersteund, waardoor de intramurale zorg steeds zwaarder wordt. Echter, door het hoge tempo en de complexiteit van de samenleving, raakt de groep met een lichte ondersteuningsvraag vaker in de problemen. Door de toenemende levensverwachting neemt het aantal mensen met een verstandelijke beperking de komende jaren toe, ondanks het feit dat de omvang van het totale aantal inwoners niet toeneemt. Op basis van de demografische ontwikkeling, de prognose van Atrivé en de bevesting hiervan in de cijfers van het zorgkantoor verwachten we dat het totaal aantal mensen met een VG-indicatie de komende jaren licht op zal lopen. Wanneer we deze trend doortrekken, dan zullen er in 2025 190, in 2030 195 en in 2040 205 VG-indicaties zijn afgegeven. Er zijn geen planinitiatieven bij aanbieders bekend. (L)VG intramuraal

Afbeelding 18: Prognose behoefte intramuraal wonen voor mensen met een lichamelijke beperking. Bron: Atrivé (2021),

Aanbod

bewerking BMC (2023).

Planinitiatieven

Overzicht opgave ouderen en mensen met een lichamelijke beperking De woonopgave voor ouderen en mensen met een lichamelijke beperking is substantieel. In onderstaand overzicht zijn alle subgroepen in een overzicht samengebracht. 2023-2040

Totale opgave

Levensloop geschikt

513

Nultredenwoning

560

Geclusterde woningen

387

Zorggeschikte woningen

176

Intramuraal verblijf PG

0

Intramuraal verblijf SOM

0

Intramuraal verblijf LG

0

totaal gebied

632

Vraag

2023

2025

2030

2040

185

185

185

185

-

185

190

195

205

Opgave 0 -5 -10 -20 Afbeelding 20: Prognose behoefte VG-indicaties. Bron: Menzis (2023), bewerking BMC (2023).

Ook binnen de VG-sector is zichtbaar dat vaker sprake is van scheiding van wonen en zorg en daarbij worden steeds minder vaak lage intramurale indicaties (ZZP2-3) afgegeven. Ook is de verwachting dat ZZP4 op niet al te lange termijn niet meer zal worden uitgegeven. Uit cijfers van het CIZ (databank) blijkt dat alle ZZP’s 3 en 4 goed zijn voor ongeveer de helft van de indicaties. Dit kan voor de langere termijn gevolgen hebben voor het aantal intramurale plekken dat nodig is. Dit zouden er dan aanzienlijk minder kunnen worden dan het huidige aantal. 3.2.5 Verblijf in en uitstroom uit een instelling Voor de zorg en huisvesting van diverse doelgroepen die verblijven in of uitstromen uit

Bijlage 3 - de gemeente IJsselstein in beeld - 16

een instelling onderscheiden we in deze woonzorgvisie de volgende aandachtsgroepen: uitstroom uit de maatschappelijke opvang en dreigend daklozen, mensen in Beschermd Wonen en uitstroom naar Begeleid Wonen, jongvolwassenen die uitstromen uit de jeugdzorg en ex-gedetineerden die na een straf van minimaal drie maanden uit de gevangenis komen. Per aandachtsgroep wordt een prognose gegeven. Prognose 24-uursopvang De gemeente IJsselstein heeft geen 24-uursopvangplaatsen. Deze bevinden zich allemaal in centrumgemeente Utrecht. Wel zijn er in IJsselstein een aantal doorstroomplekken voor (dreigend) daklozen. Deze 28 plekken worden beheerd door De Tussenvoorziening. Hier zijn in en met de regio meerjarige afspraken over gemaakt en daarom worden de 28 plekken in de prognose vastgezet. 24-uursopvang (MO)

2023

2025

2030

2040

28

28

28

28

-

-

-

-

Vraag

28

28

28

28

Opgave

0

0

0

0

Aanbod Planinitiatieven

Afbeelding 21: Prognose behoefte eenvoudige opvang. Bron: Gemeente IJsselstein (2023), bewerking BMC (2023).

Prognose uitstroom Beschermd Wonen Beschermd Wonen betreft wonen en zorg voor mensen die 24-uurs-aanwezigheid van zorg en ondersteuning nodig hebben. Beschermd Wonen wordt regionaal ingekocht. In IJsselstein zijn geen Beschermd Wonenplekken. Wel zijn er in en met de regio afspraken gemaakt over uitstroomwoningen. Vanuit het wooncontingent moet IJsselstein jaarlijks 13 woningen bestemmen voor mensen die vanuit Beschermd Wonen uitstromen naar Beschermd Thuis. Daarnaast wil IJsselstein, gezien de beweging van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis, extra uitstroomplekken realiseren. Tot 2040 worden er 8 extra plekken gerealiseerd, zodat er 21 woningen beschikbaar zijn voor uitstromers uit Beschermd Wonen.

2023

2025

2030

2040

13

13

13

13

-

-

-

-

Vraag

13

15

17

21

Opgave

0

-2

-4

-8

Beschermd Wonen

Aanbod Planinitiatieven

Afbeelding 22: Prognose uitstroom uit Beschermd Wonen. Bron: Gemeente IJsselstein (2023), bewerking BMC (2023).

Prognose Ex-gedetineerden Uit eigen onderzoek blijkt dat gemiddeld 22 personen per jaar uitstromen uit detentie met als herkomst gemeente IJsselstein. Het is onduidelijk, omdat er geen registratie plaatsvindt, waar deze personen na uitstroom terechtkomen. Hiervan is geen data beschikbaar. Gesprekken met organisaties en professionals uit het veld geven hier geen uitsluitsel over. Mogelijk vinden zij onderdak bij familie of vrienden of kunnen zij terugkeren naar hun woning. Er zijn geen signalen dat er extra onderzoek gedaan moet worden of dat deze mensen tussen wal en schip raken. Er wordt voor deze aandachtsgroep dan ook geen opgave geformuleerd. Gemeenten hebben wel een taak bij de re-integratie van ex-gedetineerden. Uitgaande van een levensloopbenadering staan gemeenten aan de lat om regie te voeren op het gehele proces van re-integratie van hun ex-gedetineerden. Meer informatie is te vinden in de ‘Handreiking Bestuurlijk Akkoord Nazorg ex-gedetineerden’ (ministeries van BZK en VenJ en VNG) en de informatiesheet over Wet straffen en beschermen voor de gemeente4. Prognose uitstroom jeugdhulp Jeugdprofessionals uit het veld geven aan dat voor sommige jongvolwassenen de stap van een instelling naar zelfstandige woonruimte te groot is. Hierdoor komen sommigen in de problemen.

Een tussenvoorziening zou een waardevolle toevoeging zijn aan de huisvestingsmogelijkheden, maar is nu niet beschikbaar. De gemeente IJsselstein wil in deze behoefte voorzien en heeft zichzelf tot doel gesteld om op korte termijn zes plekken in een tussenvoorziening te realiseren.

https://vng.nl/sites/default/files/2021-05/informatiesheet -wet-straffen-en-beschermen.pdf 4

Bijlage 3 - de gemeente IJsselstein in beeld - 17

2023

2025

2030

2040

Aanbod

0

0

6

6

Planinitiatieven

-

6

-

-

Vraag

6

6

6

6

Opgave

-6

0

0

0

Uitstroom jeugd

Afbeelding 22: Opgave uitstroom jeugd. Bron: gemeente IJsselstein (2023), bewerking BMC (2023).

De exacte vorm en uitwerking hiervan wordt meegenomen in de uitvoeringsagenda. Zelfstandig wonen Voor veel cliënten die uitstromen uit een instelling is het einddoel zelfstandig wonen, al dan niet met ambulante ondersteuning. Alle landelijke, regionale en lokale beleidsdocumenten laten die ambitie zien. Door beperkte financiële middelen doen zij vaak een beroep op corporatiewoningen. Een prognose hiervan is afzonderlijk niet te geven, omdat deze plekken grotendeels al verwerkt zijn bij de diverse aandachtsgroepen. Wel is duidelijk dat een deel van de huidige cliënten in instellingen wil uitstromen, maar dat dit niet lukt, omdat er geen geschikte woonruimte is. Hierdoor houden ze instellingsplekken bezet en dat gaat ten koste van de doorstroming. Er is sprake van communicerende vaten. Het toevoegen van nieuw betaalbaar aanbod is een belangrijke opgave voor deze aandachtsgroepen. Overzicht opgave verblijf in en uitstroom uit een instelling In onderstaande afbeelding is het totaaloverzicht weergegeven van de woonopgave voor mensen die verblijven in en uitstromen uit een instelling. 2023-2040

Totale opgave

24-uursopvang (MO)

0

Uitstroom BW

8

Uitstroom jeugd

6

Totaal gebied

14

Afbeelding 23: Overzicht opgave verblijf in en uitstroom uit een instelling 2023-2040. Bron: BMC (2023).

3.2.6 Statushouders

gestegen naar een taakstelling van 66 en in 2023 naar 92. Qua aantal toegewezen/gerealiseerde woningen zijn er in 2021 circa 12 woningen gerealiseerd, in 2022 24 en in de eerste helft van 2023 al 16. Het aantal toegewezen/gerealiseerde plekken blijkt echter te weinig om aan de forse taakstellingen te voldoen. Daardoor ontstaat er een negatief saldo, dat de taakstelling van de nieuwe periode verhoogt. Dat maakt het weer een grotere uitdaging om aan die taakstelling te voldoen. Omdat de gemeente IJsselstein in 2022 niet de volledige taakstelling heeft gehaald, is het aantal te huisvesten statushouders in 2023 zelfs nog hoger dan de oorspronkelijke taakstelling (92). Het exacte aantal nog in 2023 te huisvesten statushouders wordt niet in deze woonzorgvisie benoemd, omdat dit aantal behoorlijk aan verandering onderhevig is. Door de mutaties en andere ontwikkelingen betreft de openstaande taakstelling bijna een ‘dagkoers’. Prognose statushouders Verwacht wordt dat de taakstelling de komende jaren hoog zal blijven en wellicht nog hoger zal worden. Ook blijkt ten aanzien van de huidige vraag dat ongeveer 70% van de asielzoekerscentra (AZC’s) gevuld is met alleenstaande of alleengaande asielzoekers. Het is belangrijk dit mee te nemen bij de ontwikkeling van toekomstig aanbod.

Omdat het aantal toekomstig te huisvesten statushouders heel moeilijk te prognosticeren is, is er gekozen voor werken met een bandbreedte. Die bandbreedte is gebaseerd op de ontwikkeling in taakstelling van de afgelopen jaren, maar ook op de wetenschap dat het aantal alleenstaande statushouders zal toenemen. Het aantal jaarlijks te huisvesten statushouders zal in de gemeente IJsselstein naar verwachting tussen de 75 en 125 personen zijn. Vanwege de trend dat er relatief meer alleenstaande statushouders zullen zijn, wordt ervan uitgegaan dat er in één woning gemiddeld 2,5 statushouders kunnen wonen. Dat betekent dat er voor het huisvesten van 75 tot 125 statushouders jaarlijks 30 tot 50 woningen nodig zullen zijn.

De gemeente IJsselstein had de afgelopen jaren, net als andere gemeenten, te maken met een stijgende taakstelling voor het huisvesten van statushouders. In 2021 bedroeg de taakstelling, inclusief het saldo van het voorgaande jaar, 52 personen. In 2022 is dat

Bijlage 3 - de gemeente IJsselstein in beeld - 18

2023

2025

2030

2040

Aanbod

-

-

-

-

Vraag

-

-

-

-

Statushouders

Taakstelling x woningen

30-50 30-50 30-50 30-50 p.j. p.j. p.j. p.j. 30-50 30-50 30-50 30-50 Opgave p.j. p.j. p.j. p.j. Afbeelding 24: Prognose behoefte wonen statushouders. Bron: Gemeente IJsselstein (2023), bewerking BMC (2023).

Overige aandachtsgroepen Verkennend onderzoek is gedaan naar de aandachtsgroepen woonwagenbewoners, studenten, arbeidsmigranten en stoppende sekswerkers. Zoals eerder aangegeven is naar deze groepen alleen verkennend onderzoek gedaan. Hieronder worden per aandachtsgroep de bevindingen op hoofdlijnen beschreven.

woonunits voor woonwagenbewoners. Verdere informatie wordt op basis van landelijke (openbare) data niet gevonden. Het is onbekend of er verzoeken tot verplaatsen/uitbreiding van deze units aan de orde is. Hier is nader veldonderzoek voor nodig. Stoppende sekswerkers Voor sekswerkers die willen stoppen is er in de regio Utrecht een regionaal uitstapprogramma voor prostituees (DUUP). Deelname aan het programma is op vrijwillige basis en het leggen van contact hiervoor kan vanuit bemoeizorg worden geïnitieerd. Een regeling5 hiervoor loopt nog tot en met 2024. In verband met privacywetgeving is er bij het verkennend onderzoek geen informatie gevonden. Hiervoor zal nader onderzoek moeten worden gedaan.

Studenten In IJsselstein staan veel studenten ingeschreven. De afgelopen vijf jaar gemiddeld per jaar: ● 990 mbo-studenten; ● 900 hbo-studenten; ● 440 universitaire studenten. Bij deze aantallen is niet bekend/duidelijk of zij thuis bij ouders/verzorgers wonen of dat ze op zichzelf in een studentenwoning wonen. Deze studenten volgen dus een studie en staan in IJsselstein ingeschreven. Of deze studenten daadwerkelijk allemaal in IJsselstein wonen is onbekend. Vaak zijn studenten, zeker in grote studentensteden als Utrecht, ingeschreven in een andere plaats dan waar ze studeren. Daarbij is onbekend hoeveel studentenkamers/woonplekken er in IJsselstein zijn, hoeveel van de kamers/woonplekken er bewoond worden door eerder genoemde studenten en of er sprake is van ‘wachtlijsten’ voor studentenhuisvesting. Arbeidsmigranten Hoewel er landelijk geen registratie en controle plaatsvindt op het aantal arbeidsmigranten dat in een bepaalde gemeente woont, blijkt uit eigen cijfers van de gemeente IJsselstein dat er in ieder geval 340 arbeidsmigranten wonen. Waar en onder welke omstandigheden zij wonen is onbekend, daar is aanvullend veldonderzoek voor nodig. Verwacht wordt dat er meer arbeidsmigranten in IJsselstein wonen, onder andere vanwege de grote Westfortfabriek in IJsselstein. Woonwagenbewoners In de gemeente IJsselstein zijn vier geregistreerde

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13730079/1