CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. CV2 Cultuurhistorisch onderzoek voormalige LTS mr. Abbink Spainkstraat 36 J Clarijs def 20201016

Commissie Ruimte 22 juni 2021, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: 21:40 uur Raadsvoorstel Ontwikkeling Voormalige LTS mr. Abbink Spainkstraat 36-3811.405 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Voormalige LTS Mr. Abbink Spainkstraat 36-38 te IJsselstein Cultuurhistorisch onderzoek Jojanneke Clarijs

Voormalige LTS Mr. Abbink Spainkstraat 36-38 te IJsselstein. Cultuurhistorisch onderzoek

Jojanneke Clarijs

INHOUDSOPGAVE ALGEMENE GEGEVENS ................................................................................ 3 INLEIDING .................................................................................................... 4 1 BOUWGESCHIEDENIS .............................................................................. 5 2 CULTUURHISTORISCHE ASPECTEN ........................................................ 10 3 ARCHITECTUUR- EN KUNSTHISTORISCHE ASPECTEN ............................ 13 4 RUIMTELIJKE ASPECTEN ........................................................................ 17 5 BESCHRIJVING ........................................................................................ 20 6 WAARDESTELLING ................................................................................. 27 BRONNEN EN LITERATUUR........................................................................ 30 BIJLAGE 1 BOUWTEKENINGEN ................................................................. 31

Colofon

BIJLAGE 2 WAARDERINGSCRITERIA VAN DE RCE ..................................... 44

Voormalige LTS Mr. Abbink Spainkstraat 36-38 te IJsselstein. Cultuurhistorisch onderzoek Definitieve versie, oktober 2020

BIJLAGE 3 VERSLAG VAN WILLEM HEIJBROEK .......................................... 45

© 2020 drs J.M.A.C. Clarijs Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, of op welke wijze dan ook, zonder bronvermelding. Disclaimer Het onderzoek is op onafhankelijke en wetenschappelijk verantwoorde wijze tot stand gekomen. Het rapport is opgesteld in het kader van besluitvormingsprocessen en beleid ten behoeve van beheer, behoud en ontwikkeling van cultureel erfgoed. Jojanneke Clarijs aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade als gevolg van het gebruik van de onderzoeksresultaten of het toepassen van de adviezen.

2

Voormalige LTS Mr. Abbink Spainkstraat 36-38 te IJsselstein. Cultuurhistorisch onderzoek

Jojanneke Clarijs

ALGEMENE GEGEVENS Project Object Adres Kadastraal perceel Status Doel Datum

Voormalige LTS Mr. Abbink Spainkstraat 36-38 3401 ZH IJsselstein IJsselstein C 1941 Geen monument Cultuurhistorisch onderzoek in het kader van herontwikkeling van de locatie Oktober 2020

Uitvoering Naam Adres Telefoon Website Onderzoek en tekst Foto’s Met dank aan

De voormalige LTS is groen omcirkeld (Kadaster)

Jojanneke Clarijs Cultuurhistorie Tingieterstraat 4 3828 XH Hoogland 06-41555614 www.jojannekeclarijs.nl Jojanneke Clarijs Jojanneke Clarijs tenzij anders vermeld de beheerder en huurders voor hun gastvrijheid en aan W. Heijbroek, HKIJ, K. Loeff, R. van Roode en S. Thissen voor het verstrekken van historische informatie

Opdrachtgever Naam Adres

3

Gemeente IJsselstein K. Lelivelt Postbus 26 3400 AA IJsselstein

Voormalige LTS Mr. Abbink Spainkstraat 36-38 te IJsselstein. Cultuurhistorisch onderzoek

Jojanneke Clarijs

INLEIDING De voormalige Lagere Technische School aan de Mr. Abbink Spainkstraat 36-38 in IJsselstein is in 1958-’59 gebouwd naar een ontwerp van architect A.P. van den Brink uit Laren. Opdrachtgever was de Vereniging tot Bevordering van het Nijverheidsonderwijs te IJsselstein. Het schoolgebouw is niet meer als zodanig in gebruik.

De opname is uitgevoerd op 31 augustus 2020. Daarnaast is archief- en literatuuronderzoek verricht bij diverse organisaties voor informatie over de bouw en latere verbouwingen en over de historische context waarin het schoolgebouw tot stand kwam. Ook is historische informatie over de architect A.P. van den Brink en de beeldend kunstenaar L. van Roode ingewonnen bij enkele deskundigen.

De gemeente heeft de wens om op de locatie, indien haalbaar, betaalbare (huur)woningen te realiseren. Tegelijk heeft de Historische Kring IJsselstein een verzoek ingediend om de voormalige lts aan te wijzen als gemeentelijk monument. Op dit moment onderzoekt de gemeente de mogelijkheden om een ontwikkelaar te selecteren met het beste plan van aanpak en denkrichting voor de herontwikkeling van de locatie. Het voornemen is dat het college op korte termijn de inkoopstrategie voor deze locatie vaststelt en daarna de raad informeert. Een belangrijke afweging is de keuze om het schoolgebouw helemaal, gedeeltelijk of niet te slopen. De gemeente weet nog niet of ze die keuze vooraf in een kader meegeeft bij de uitvraag of later kiest in afwachting van de creativiteit van de ontwerper en het visiedocument (plan) van een potentiële ontwikkelaar. Voor een voorspoedig verloop van dit gehele proces wenst de gemeente een onafhankelijk cultuurhistorisch onderzoek naar de locatie.

De resultaten van het onderzoek zijn vastgelegd in dit rapport. Het eerste hoofdstuk schetst de ontstaansgeschiedenis van het schoolgebouw. In de drie volgende hoofdstukken worden de cultuurhistorische, de architectuur-/ kunsthistorische en de ruimtelijke aspecten belicht. Het vijfde hoofdstuk beschrijft de huidige situatie van het schoolgebouw. De waardestelling is uitgewerkt in het zesde hoofdstuk. Een overzicht van de geraadpleegde literatuur en archieven is achter in het rapport opgenomen. Tevens zijn als bijlage opgenomen: de bouwtekeningen; de waarderingscriteria voor gebouwd erfgoed van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; en een verslag van W. Heijbroek over de toeschrijving van het kunstwerk. Ik hoop met dit onderzoek een inspirerende en behulpzame bijdrage te leveren aan de planvorming voor de locatie.

Het cultuurhistorisch onderzoek is door ondergetekende uitgevoerd. Het betreft een onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis en de cultuurhistorische waarden van het pand.

Jojanneke Clarijs

4

Voormalige LTS Mr. Abbink Spainkstraat 36-38 te IJsselstein. Cultuurhistorisch onderzoek

Jojanneke Clarijs

1 BOUWGESCHIEDENIS In dit hoofdstuk wordt het ontstaan van het schoolgebouw geschetst. De bouwhistorie betreft een reconstructie van de verschillende bouwfases, waardoor een chronologisch overzicht ontstaat van de ontwikkeling van het gebouw. Deze is primair gebaseerd op waarnemingen ter plaatse: het gebouw vormt de belangrijkste bron. De observaties zijn geïnterpreteerd in samenhang met informatie uit bouwtekeningen, kaarten en foto’s.

Bouw in 1958-‘59 De Lagere Technische School (lts) is in 1958-’59 gebouwd naar een ontwerp van de architect A.P. van den Brink uit Laren. Diens eerste ontwerp dateert uit 1954 en is in de jaren erna enkele malen aangepast. De aannemer was de firma De Wilde uit Gouda. De school werd gebouwd in opdracht van de Vereniging tot bevordering van het Nijverheidsonderwijs te IJsselstein en omstreken. Toenmalig burgemeester mr. J.J. Abbink Spaink sloeg in 1958 de eerste paal en later dat jaar 1 werd de eerste steen gelegd. In 1959 was de officiële opening.

Hoofdgebouw en dwarsvleugel op een ansicht uit ca. 1960 (HKIJ NL-IJssHKIJ-00372)

Het schoolgebouw bestond uit meerdere bouwdelen op een min of meer Lvormige plattegrond. Het drielaagse hoofdgebouw aan de Mr. Abbink Spainkstraat had op de begane grond een centrale hal met links een groot overblijflokaal en rechts enkele functionele ruimtes, een conciërgeruimte, een lerarenkamer en een dokterskamer. Op de verdiepingen ontsloot een lange gang de leslokalen, de administratie en de directeurskamer. Naast het centrale 1

Bestuursnotulen 1953-’59, RHCRL Y042; Bouwtekeningen uit 1955-’57, RHCRL Y031 inv.nr. 3030; Bouwdossier uit 1957, RHCRL Y031 inv.nr.3029; Maas e.a. 1998, p.47-48; Staats en Janssen 2019, p.33.

Dwarsvleugel op een foto uit 1961 door T.A. Jeldersma (HKIJNL-IJssHKIJ-02466)

5

Voormalige LTS Mr. Abbink Spainkstraat 36-38 te IJsselstein. Cultuurhistorisch onderzoek

Jojanneke Clarijs

trappenhuis lag het sanitair. In de kelder was onder meer de c.v.-ruimte. Links van het hoofdgebouw stond een dwarsvleugel met een gymnastieklokaal, wasen kleedruimtes. Aan de achterzijde, langs de Heer Florisstraat, was een grote vleugel met werklokalen, garderobes en sanitair. De architectuur kenmerkte zich door bakstenen gevels en pannen zadeldaken. De lange gevels van het hoofdgebouw en de dwarsvleugel waren asymmetrisch ingedeeld met kleine en grote vensterpartijen. Het hoofdgebouw kreeg verbijzonderingen bij de hoofdingang, de kopgevels en het trappenhuis in de achtergevel. Omdat het exterieur van het hoofdgebouw en de dwarsvleugel relatief gaaf behouden is gebleven, wordt voor een nadere omschrijving verwezen naar hoofdstuk 5. De werklokalen aan de achterzijde hadden repeterende zadeldaken en een symmetrische gevelindeling met eenvoudige venster- en ingangspartijen. Hier bevonden zich een smederij, bankwerkerij en timmerwerkplaats. De werklokalen waren met het hoofdgebouw verbonden middels een transparant vormgegeven tussenlid met grote vensterpuien. De gangen en het trappenhuis waren afgewerkt met een natuurstenen tegelvloer. In de gym- en leslokalen lag linoleum; in de overblijfruimte en kleedruimtes tegels. De wanden van de gangen, het trappenhuis, de overblijfruimte en leslokalen hadden een lambrisering van schoon metselwerk, waarboven stucwerk.

De werklokalen waren afgewerkt met een blokjesvloer en wanden van schoon metselwerk. De stafruimtes hadden een vinylvloer en gepleisterde wanden. De sanitaire ruimten kregen een granitovloer en tegelwanden. De verlaagde plafonds bestonden uit akoestische platen of 2 zachtboard; in de werklokalen betrof het durisolplaten.

Vleugel met werklokalen op een foto uit 1970 door LH Hofland (HUA 95307)

Achter de dwarsvleugel stonden enkele fietsbergingen. Tijdens of kort na de 3 bouw verrees achter op het terrein een stelloods.

2 3

Luchtfoto uit ca. 1959 (HKIJ NL-IJssHKIJ-08375)

Bestek uit 1959, RHCRL Y031 inv.nr. 3030. Hulpkaart 165 en veldwerk 179 uit 1961, K.

6

Voormalige LTS Mr. Abbink Spainkstraat 36-38 te IJsselstein. Cultuurhistorisch onderzoek

Jojanneke Clarijs

Voor- en achtergevel op de bouwtekening uit 1957 door A.P. v.d. Brink (RHCRL Y031 3030) Pagina 8 uit het Jaarverslag 1959 van de Vereniging tot Bevordering van het Nijverheidsonderwijs te IJsselstein (RHCRL Y031 3033)

Klassefoto uit ca. 1965 (HKIJ NL-IJssHKIJ-13131; ook opgenomen in Maas 1998)

Advertentie in het Utrechtsch Nieuwsblad van 24-8-1957 p.4 (HUA)

7

Voormalige LTS Mr. Abbink Spainkstraat 36-38 te IJsselstein. Cultuurhistorisch onderzoek

Jojanneke Clarijs

Uitbreiding in 1969-‘70 Het schoolgebouw bleek al in 1959 te klein voor het grote aantal leerlingen. Met name het aantal praktijklokalen was ontoereikend. Architect Van den Brink ontwierp een flinke uitbreiding. In het hoofdgebouw werd het overblijflokaal gesplitst in twee theorielokalen. Op de eerste verdieping werd het handvaardigheidlokaal rechts gesplitst in een tekenlokaal, adjunctdirecteurskamer en berging. In het linker tussenlid verplaatste men de voorgevel iets naar voren en werd de rangschikking van de bergingen aangepast.

Werklokalen uit 1969 op een foto uit ca. 1997 door A. Daams (HKIJ NL-IJssHKIJ-12134)

De vleugel aan de achterzijde werd verlengd met twee werklokalen elk onder een zadeldak. Bij de bestaande werklokalen werden de bijruimtes verplaatst. Evenwijdig eraan verrees een tweelaagse vleugel onder een platdak. De gevels hadden een sterke ritmiek van verticale kolommen en grote vensterpartijen daartussen. De uitbreiding bevatte op de begane grond de fietsenstallingen en op de verdieping praktijklokalen langs een lange gang. De school beschikte nu over lokalen voor bankwerken, meubelmakerij, houtbewerking, stelruimte, plaatwerkerij, smederij, lasserij en handvaardigheid. In het verlengde van de dwarsvleugel werd een eenlaagse aanbouw onder zadeldak opgetrokken, ook met grote vensterpuien. Hier kwam een nieuw overblijflokaal met een podium. Tussen deze aanbouw en de tweelaagse vleugel stond een eenlaags tussenlid met een garderobe. Al doende ontstond tussen het hoofdgebouw en vleugels een patio en bleef er weinig over van het open achterterrein. De stelloods maakte plaats voor een transformatorgebouwtje. Pas 4 in 1969 was de uitbreiding gereed en in 1970 volgde de heropening.

Tweelaagse vleugel en tussenlid uit 1969 op een foto uit ca 1997 door A. Daams (HKIJ NL-IJssHKIJ-12139)

Blijkens een tekening uit 1988 hadden sinds 1969 enkele wijzigingen plaatsgevonden. In het hoofdgebouw waren de dokter- en onderzoekskamer op

4

Bestuursnotulen uit 1959, RHCRL Y042; Bouwdossier uit 1968 met bouwtekeningen en bouwvergunning, RHCRL Y031 inv.nr.3029; Hulpkaart 200 en veldwerk 258 uit 1969, K; Maas e.a. 1998, p.48; Staats en Janssen 2019, p.33,34-35.

Overblijflokaal uit 1969 op een foto uit ca. 1997 door A. Daams (HKIJ NL-IJssHKIJ-12137)

8

Voormalige LTS Mr. Abbink Spainkstraat 36-38 te IJsselstein. Cultuurhistorisch onderzoek

Jojanneke Clarijs

de rechter hoek samengevoegd tot één reservelokaal, net als twee bergingen aan de overzijde van de gang één ruimte werden. In het tussenlid achter het 5 hoofdgebouw was de garderobe in een decanenkamer veranderd.

Herbestemming en gedeeltelijke sloop vanaf 2001 In 2001 kreeg het schoolgebouw een nieuwe bestemming, namelijk als onderkomen van de IJsselsteinse Stichting voor Welzijnswerk (IJSW). Deze bleef er tot 2009, waarna diens opvolger de Stichting Pulse zich er tot 2015 vestigde. De herbestemming ging gepaard met ingrijpende veranderingen. De werklokalen en het tussenlid achter het hoofdgebouw, de uitbreiding uit 1969 en het transformatorgebouw uit 1969 werden gesloopt. Het achterterrein werd 11 verkaveld en er verrezen nieuwe woningrijen.

Verbouwingen in 1989 en 1993 In 1989 werden in het hoofdgebouw enkele ruimtes samengevoegd dan wel gesplitst. Op de begane grond werd het reservelokaal gesplitst in een directeursen wachtkamer. De naastgelegen conciërgeruimte en magazijn werden samengetrokken tot één administratieruimte. Daartoe verving men in de voorgevel twee kleine raampjes door vier grote, herkenbaar aan het ontbreken van een betonnen omlijsting. Ook werd een kleine uitbouw achter tegen de uitbreiding uit 1969 opgericht. Het ontwerp was van de hand van architect Ant. 6 van Zelst uit Benschop. Kort daarna zal het linker tussenlid bij de gymzaal aan de voorzijde iets vergroot zijn. Een plan van een jaar later om dit tussenlid nog verder te vergroten ten behoeve van nieuwe de douche- en kleedruimtes vond 7 geen doorgang.

Van 2014 tot 2019 vervulde het gebouw opnieuw een schoolfunctie als 12 dependance van het Cals College. Sinds de herbestemming zijn diverse inpandige wijzigingen uitgevoerd. De dwarsvleugel werd opnieuw ingedeeld en voorzien van een entresol. Ook het tussenlid kreeg een andere plattegrond. Op de begane grond in het hoofdgebouw werden de linker lokalen opgedeeld in kleinere ruimtes. Ook het rechter deel veranderde qua indeling, waarbij de gang werd verlegd naar de voorzijde. In het gehele schoolgebouw is de afwerking van vloeren, wanden en plafonds aangepast of vernieuwd.

In 1992 werd tijdelijk een tweeklassig bijgebouw op de zuidhoek van het terrein 8 gerealiseerd. In 1993 tenslotte volgde een uitbreiding en herindeling van het tussenlid bij de werklokalen. Er kwamen onder meer keukens, een eetkamer en 9 een textielruimte. Het ontwerp was wederom van Van Zelst.

Sinds 1969 hebben ook de verdiepingen aanpassingen ondergaan. Op de eerste verdieping zijn de administratie- en directiekamer links vergroot ten koste van de gang. Op de tweede verdieping werden de twee ruimtes rechts opgedeeld in kleine en grote vertrekken en werd de centrale trap doorgetrokken naar de zolder.

Het schoolgebouw was tot 1988 in gebruik als lts. Daarna bleef het een school, in gebruik bij de opeenvolgende scholengemeenschappen waarin de lts opging: tot 10 1995 de Scholengemeenschap IJsselstein en tot 1998 het Cals College.

5

Tekening bestaande toestand uit 1988, GIJ. Bouwdossier uit 1988-‘89 met bouwtekeningen en bouwvergunning, GIJ. 7 Bouwdossier uit 1990 met bouwtekeningen en bouwvergunning, GIJ. 8 Bouwdossier uit 1992 met bouwtekeningen en bouwvergunning, GIJ. 9 Bouwdossier uit 1993 met bouwtekeningen en bouwvergunning, GIJ. 10 Maas e.a. 1998, p.60,61,68-69; Staats en Janssen 2019, p.34. 6

11 12

9

Hulpkaart 374 uit 2002, K; Staats en Janssen 2019, p.32,35. Staats en Janssen 2019, p.32.

Voormalige LTS Mr. Abbink Spainkstraat 36-38 te IJsselstein. Cultuurhistorisch onderzoek

Jojanneke Clarijs

2 CULTUURHISTORISCHE ASPECTEN Dit hoofdstuk plaatst de Lagere Technische School in de context van de naoorlogse ontwikkelingen in de scholenbouw en op onderwijsgebied in IJsselstein.

was in 1947 ontstaan door een fusie van de algemene Vak- en Teekenschool uit 1872 en de rooms-katholieke Vak en Tekenschool uit 1919. Beide waren 15 avondscholen. De gefuseerde school werd in 1972 opgeheven.

Naoorlogse scholenbouw In 1947, het jaar van de fusie besloot de Vereniging tot de oprichting van een dagnijverheidsschool naast de avondschool. De realisatie hiervan duurde echter ruim tien jaar. In 1949 kreeg de Vereniging een vergunning voor het stichten van de school en in 1950 volgde de grondaankoop. De eerste directeur, de heer A.P. van Mensch uit Hilversum, werd in 1956 benoemd – drie jaar voordat de school 16 daadwerkelijk opende.

De lts dateert uit een periode waarin in het hele land veel nieuwe scholen werden opgericht. Door de geboortegolf na de Tweede Wereldoorlog waren er in eerste instantie veel kleuter- en lagere scholen nodig en vervolgens ook scholen voor het voortgezet onderwijs. Oorlogsschade aan schoolgebouwen was een 13 andere oorzaak, maar speelde in IJsselstein niet. In IJsselstein werden diverse scholen gebouwd. Naast de onderhavige lts betrof het enkele kleuter- en lagere scholen; de rooms-katholieke huishoudschool aan de Achtersloot uit 1956; de protestants-christelijke streekmavo Heerendijk aan de Pasqualinilaan uit 1963; en de rooms-katholieke ulo O.L.V. van Eiteren aan de Touwlaan. Van de gebouwen voor het voortgezet onderwijs zijn alleen laatstgenoemde en de lts bewaard gebleven. De O.L.V. van Eiteren was in 1958 in 14 een functionalistische stijl ontworpen door architect T.J. van Gendt uit Utrecht.

Ver. tot Bevordering van het Nijverheidsonderwijs te IJsselstein De lts werd gebouwd in opdracht van de Vereniging tot Bevordering van het Nijverheidsonderwijs te IJsselstein. Dit was de opvolgster van de Vereniging tot Bevordering van het Teeken- en Vakonderwijs. Deze vereniging op haar beurt

Gevelsteen ter herinnering aan de eerste-steenlegging

13

Groenendijk 1996, p.221; RdMz 2002, p.20. Maas e.a. 1998, p.50-51,57; Foto’s van de scholen in de beeldbank, HKIJ; Mededelingen op 31-8-2020 door T. Staats en B. Rietveld van de HKIJ. 14

15 16

10

Maas e.a. 1998, p.36-47; Staats en Janssen 2019, p.33. Maas e.a. 1998, p. 47; Staats en Janssen 2019, p.33.

Voormalige LTS Mr. Abbink Spainkstraat 36-38 te IJsselstein. Cultuurhistorisch onderzoek

Jojanneke Clarijs

Lagere Technische School De Lagere Technische School werd gebouwd als dagnijverheidsschool. Het was een streekschool voor lager beroepsonderwijs. De school bood een driejarige opleiding in metaalbewerken, timmeren en meubelmaken. Leerlingen kwamen uit IJsselstein en omgeving - vooral uit de Lopikerwaard. Het leerlingenaantal 17 groeide al vlug uit naar circa 525-550. De lts weerspiegelt de flinke groei van het lager beroepsonderwijs tijdens de wederopbouw. Die had meerdere oorzaken, namelijk een toenemende behoefte aan geschoolde arbeiders, de reeds genoemde geboortegolf en een democratisering van de samenleving met gelijke onderwijskansen voor iedereen. De betrekkingen tussen het bedrijfsleven en de scholen werden verstevigd, hetgeen zorgde voor een herwaardering van het technisch onderwijs. Ook in IJsselstein was de lts van groot belang voor de industrie. Voorbeelden van belangrijke bedrijven waren de houtbewerkings- en meubelfabrieken Schilte en 18 gebr. Van Rooijen en de steenfabriek Overwaard.

Advertentie in het Utrechtsch Nieuwsblad van 22-4-1959, p.6 (HUA)

Gangschool De lts was een gangschool. Karakteristiek voor dit schoolgebouwtype waren de situering van de klaslokalen aan één zijde van een lange gang en een geaccentueerde hoofdingang met daarachter een centraal trappenhuis. De grote gymnastieklokalen werden meestal in een afzonderlijke vleugel ondergebracht. Ook de voor de lts kenmerkende praktijklokalen werden in een apart bouwdeel gesitueerd. In tegenstelling tot veel andere naoorlogse technische scholen zijn de 19 praktijklokalen hier niet dominant in de architectuur. Na de bouw is de indeling van het hoofdgebouw meerdere malen aangepast, maar is de gangstructuur

Gang op de eerste verdieping

17

Maas e.a. 1998, p.48; Staats en Janssen 2019, p.33,34. RdMz 2002, p.22,24; Janssen en Staats 2019, p.7-8,12. Overigens kende ook de avondtekenschool een sterke groei in de jaren na de oorlog. Maas e.a. 1998, p.41. 19 Groenendijk 1996, p.221,227; RdMz 2002, p.13. 18

11

Centraal trappenhuis

Voormalige LTS Mr. Abbink Spainkstraat 36-38 te IJsselstein. Cultuurhistorisch onderzoek

Jojanneke Clarijs

behouden gebleven. Sterker, op de begane grond is een lange gang gecreëerd, waar die er oorspronkelijk niet was.

Vanaf de vroege jaren 1980 kreeg de lts te kampen met een dalend aantal leerlingen. Oorzaken waren onder meer de demografische ontwikkelingen, concurrentie van andere scholen in de regio en een veranderde waardering van het lager technisch onderwijs. Men zocht samenwerking met de protestantschristelijke mavo en de rooms-katholieke landbouwhuishoudschool. Het resulteerde in 1988 in de oprichting van de Scholengemeenschap IJsselstein. De nieuwe school bood mavo en voorbereidend beroeps onderwijs (vbo, vanaf 1992 zo genoemd) aan. Het vbo kende de afdelingen: administratie, bouwtechniek, elektrotechniek, mechanische techniek en verzorging. De scholengemeenschap was een voorbeeld van de vele schoolfusies die in de jaren 1980 plaatsvonden. In 1995 volgde de fusie met de rooms-katholieke mavo en het open-katholieke Cals College in Nieuwegein. De nieuwe naam van de school voor vbo, mavo, havo, atheneum en gymnasium werd Cals College. In 1999 ging het vbo op in de technische richting van het huidige voorbereidend middelbaar beroeps onderwijs 23 (vmbo).

De gangschool was een traditioneel schooltype. Het had zich in de loop der negentiende eeuw ontwikkeld en werd tot ver in de twintigste eeuw het meest toegepast. In de tweede helft van de twintigste eeuw verloor het type langzaam terrein. Tijdens de wederopbouw ontstond namelijk een andere benadering van het schoolgebouw waar de leerling meer centraal stond in plaats van monumentaliteit en representativiteit. Andere schooltypen ontstonden, zoals de halschool met een centrale, multifunctionele hal die de omliggende lokalen ontsloot; de H-vormige school met een functionele scheiding tussen vleugels voor lesgeven en voor algemene functies; of de paviljoenschool met een groepering 20 van lokalen omgeven door groen.

Latere ontwikkelingen Na verloop van jaren werd de duur van de opleiding verlengd naar vier jaar, inclusief twee brugklasjaren. Ook het vakkenpakket werd uitgebreid. Vanaf 1967 werden de leerlingen onderwezen in mechanische techniek, bouwtechniek en elektrotechniek. Ook was er een technisch theoretische opleiding voor een 21 vervolgopleiding aan de middelbare technische school (mts). Een belangrijke, landelijke ontwikkeling in het onderwijs was de invoering van de Mammoetwet in 1968. De afzonderlijke schoolsoorten gingen op in één stelsel van scholen voor algemene vorming met aansluitend beroepsopleidingen. Nieuw was de brugklas vóór de uiteindelijke schoolkeuze. Het lager beroepsonderwijs kreeg een sterker beroepsvoorbereidend in plaats van beroepsopleidend 22 karakter. Doorstroming tussen verschillende schooltypen werd makkelijker.

Leerling-lassers in de jaren 1990 (HKIJ NL-IJssHKIJ-13133)

20

Groenendijk 1996, p.221-222; RdMz 2002, p.27-29. Maas e.a. 1998, p.48; Staats en Janssen 2019, p.33. 22 Maas e.a. 1998, p. 53-54; RdMz 2002, p.25. 21

23

12

Maas e.a. 1998, p.7,48-49,59-62,68-70; Staats en Janssen 2019, p.31-32,34.

Voormalige LTS Mr. Abbink Spainkstraat 36-38 te IJsselstein. Cultuurhistorisch onderzoek

Jojanneke Clarijs

3 ARCHITECTUUR- EN KUNSTHISTORISCHE ASPECTEN 26

In de volgende paragrafen wordt een korte beschouwing op de architect gegeven en op de vormgeving van het schoolgebouw. Ook wordt aandacht besteed aan het kunstwerk.

villa’s sloten aan bij de Gooise landhuisstijl. De woningen in De Nieuwpoort zijn vormgegeven in de na-oorlogse traditionalistische stijl, met kenmerken als pannen zadeldaken, bakstenen tuitgevels, uitkragingen bij de goot en een fries van siermetselwerk.

Architect A.P. van den Brink Diverse werken van Van den Brink zijn inmiddels aangewezen als gemeentelijk 27 monument, waaronder enkele panden in Laren en een villa in Eemnes.

Architect Antonius Petrus van den Brink (1898-1979) was gevestigd in Laren. In de beginjaren werkte hij samen met zijn broer als Gebr. Van den Brink. Van den Brink ontwierp vooral villa’s, woonhuizen, kantoren en enkele scholen. Hij was 24 actief in Laren en omgeving, zoals in Hilversum, Eemnes en IJsselstein. In de wijk De Nieuwpoort ontwierp Van den Brink behalve de lts, ook drie woonblokken. Het betrof acht woningwet(etage)woningen aan de Mr. Abbink Spainkstraat 27-33 en zes arbeiderswoningen aan de Heer Gijsbrechtstraat 5-15 uit 1950 in opdracht van de gemeente IJsselstein en de n.v. Houthandel en Houtwarenfabriek B. Schilte & Zn. De vijftien etage- en duplexwoningen aan de Vrouw Baertestraat 11-26 werden in 1955 gebouwd in opdracht van de 25 gemeente IJsselstein. Het werk van Van den Brink was licht traditionalistisch van karakter en ontwikkelde zich mee met de heersende architectuurstijlen. Zijn vooroorlogse

Mr. Abbink Spainkstraat 27-33 in 1951 (Foto F.J. van de Peppel, HKIJ NL-IJssHKIJ-08811) 24

Van der Zee e.a. 1999; Database www.hetnieuweinstituut.nl; https://hilversum2.clubs.nl/nieuws/detail/2034568_architect-antonius-petrus-van-denbrink-1898-1979-laren; Mededelingen op 9-9-2020 door K. Loeff, architectuurhistoricus te Laren. 25 Janssen en Staats 2019, p.27,29.

26

Mededeling op 9-9-2020 door K. Loeff. Monumentenlijst gemeente Eemnes via www.wikipedia.nl; Mededeling op 9-9-2020 door K. Loeff. 27

13

Voormalige LTS Mr. Abbink Spainkstraat 36-38 te IJsselstein. Cultuurhistorisch onderzoek

Jojanneke Clarijs

Architectonische kenmerken Het lts-gebouw is vormgegeven in de na-oorlogse shake-hands architectuurstijl. Deze stijl kenmerkt zich door een combinatie van traditionele en moderne elementen. Traditionele elementen van het schoolgebouw zijn de tuitgevels, de toepassing van baksteen en de met pannen gedekte zadeldaken. Moderne elementen zijn het gedeeltelijke stalen skelet, de betonnen vloeren, de prefab plafondelementen, de betonnen omlijstingen en de grote vensterpartijen met stalen ramen. Een dergelijke combinatie van traditionele en moderne elementen 28 kwam bij veel na-oorlogse middelbare scholen voor. Ook de variatie in venstergrootte en –type binnen één gevel, de luifel boven de entree en de uitkragingen bij de goot zijn karakteristiek voor de wederopbouw. De verschillende functies binnen de school waren oorspronkelijk verdeeld over afzonderlijke bouwdelen. De stafkamers, de theorielokalen en de kantine vonden een plaats in het hoofdgebouw, terwijl specifieke ruimtes als het gymnastiek- en de praktijklokalen gehuisvest werden in aparte vleugels. Ondergeschikte functies als garderobes, sanitair, bergingen werden ondergebracht in een laag tussenlid.

Hoofdingang aan de Mr. Abbink Spainkstraat

Voortvloeiend uit de functieverdeling werd het hoofdgebouw als belangrijkste bouwdeel vormgegeven. Het had een dominant volume en kende op prominente plekken een verbijzondering: rond de hoofdingang in de voorgevel, het kunstwerk op de zijgevel richting de wijk en siermetselwerk in de andere zijgevel. Zowel bij het hoofdgebouw als bij de dwarsvleugel weerspiegelden de gevels de functie van de vertrekken erachter. Ter hoogte van de leslokalen en de kantine waren grote vensterpartijen gesitueerd – belangrijk voor een goede daglichttoetreding en ventilatie. Het centrale trappenhuis en de stafkamers hadden minder grote vensters en ondergeschikte ruimtes als de gang en sanitair nog kleinere. Ook in de interieurafwerking kwam het verschil in functie en in hiërarchie tussen de ruimtes tot uitdrukking. 28

Vensterstroken ter hoogte van de voormalige lokalen in het hoofdgebouw

Groenendijk 1996, p.222.

14

Voormalige LTS Mr. Abbink Spainkstraat 36-38 te IJsselstein. Cultuurhistorisch onderzoek

Jojanneke Clarijs

Kunstwerk Opvallend aan het schoolgebouw is de monumentale toepassing van beeldende kunst op de kopgevels van het hoofdgebouw. Het bestaat uit siermetselwerk in een patroon van ruiten en driehoeken in verschillende metselverbanden en variërende kleuren baksteen, al dan niet geglazuurd. In de rechter zijgevel, richting de wijk, zijn in het patroon van het siermetselwerk keramische mozaïeken opgenomen. Ze beelden een gezicht uit, twee ogen, twee handen en een geodriehoek met passer. 29

Het kunstwerk is welhaast zeker vervaardigd door Louis van Roode (1914-1964). Deze vooraanstaande Rotterdamse kunstenaar specialiseerde zich vanaf 1948 in aan gebouwen gerelateerde beeldende kunst. Hij werd veelvuldig gevraagd door bekende en minder bekende architecten voor het maken van muurschilderingen, plastieken, glas-in-betonramen en mozaïeken voor onder meer kantoren, scholen, ziekenhuizen en flats. Bekende werken zijn het Erasmusmozaïek van het Holbeinhuis in Rotterdam uit 1954 en de zeemozaïeken van hotel Britannia in Vlissingen uit 1955. Voor zijn mozaïeken vervaardigde Van Roode zelf de keramische strippen en (reliëf)platen, die daarna werden gebroken. Ook maakte 30 hij zijn eigen glazuren om de vele kleurschakeringen te verkrijgen.

Siermetselwerk en mozaïeken op de rechter zijgevel van het hoofdgebouw

29

Helaas is er geen ontwerptekening bewaard gebleven. De toeschrijving is gebaseerd op de stilistische kenmerken; de technische uitvoering van de mozaïeken; een brief van architect Van den Brink aan Van Roode waarin verwezen wordt naar de lts in IJsselstein; en een krantenartikel waarin Van Roode spreekt over een mozaïek in IJsselstein. Dochter R. van Roode, W. Heijbroek, auteur van een monografie over Van Roode, en S. Thissen, hoofd Beeldende Kunst & Openbare Ruimte bij het Centrum Beeldende Kunst Rotterdam, kunnen zich vinden in de toeschrijving. “Mozaïekkunst” 1959, p.7; Brief d.d. 8-2-1960 van A.P. van den Brink aan L. van Roode, familie-archief R. van Roode; Mededelingen door S. Thissen op 1-10-2020; verslag door W. Heijbroek d.d. 5-10-2020 (toegevoegd als bijlage). De naam van de kunstenaar is niet terug te vinden in het bouwdossier, bouwtekeningen en notulen van de bestuurs- en ledenvergaderingen. Bouwtekeningen uit 1955-’57, RHCRL Y031 inv.nr. 3030; Bouwdossier uit 1957, RHCRL Y031 inv.nr.3029; Notulenboeken 19531961, RHCRL Y042. 30 Heijbroek 2015, p.39-43,80-97,121-133.

Detail geveltekening uit 1957 (RHCRL Y031 3030)

15

Linker zijgevel van het hoofdgebouw

Voormalige LTS Mr. Abbink Spainkstraat 36-38 te IJsselstein. Cultuurhistorisch onderzoek

Jojanneke Clarijs

Het kunstwerk maakte deel uit van het ontwerp van het schoolgebouw, maar niet in deze vorm. Op de geveltekening uit 1957 van architect Van den Brink zijn siermetselwerk en één groot figuratief kunstwerk (mogelijk een beeldhouwwerk) boven het venster weergegeven. Blijkbaar heeft men in een later stadium 31 gekozen voor mozaïeken.

ontworpen kunstwerk de culturele uitstraling en het representatieve karakter van 33 het gebouw versterken en de functie van het pand onderstrepen. Monumentale kunst werd uitgevoerd in uiteenlopende ambachtelijke technieken en materialen. Kunstwerken werden zowel aan de gevel als inpandig gesitueerd. De veelal bakstenen gevels van scholen leenden zich goed voor de niet al te dure baksteenversieringen of keramische kunst - zoals de wel prijzige mozaïeken. Men koos vaak figuratieve kunst, omdat deze voor eenieder te begrijpen was. Zoals de lts laat zien, was het kunstwerk door zijn situering, omvang, materiaalgebruik en 34 symbolische betekenis een intrinsiek onderdeel van de architectuur.

Het kunstwerk had (en heeft) een symbolische betekenis in relatie tot de oorspronkelijke functie van het gebouw. De handen, de ogen en de geodriehoek met passer verwezen naar de ambachten die hier werden onderwezen. De handmatige vervaardiging van de mozaïeken en het siermetselwerk gaf het kunstwerk een extra lading. Het kunstwerk is een voorbeeld van de vele monumentale kunstwerken in openbare of semi-openbare gebouwen uit de wederopbouwperiode. Ze waren het resultaat van de percentageregeling van de rijksoverheid uit 1951 - ook wel Beeldende Kunstregeling genoemd. Deze schreef voor dat 1,5% van de bouwkosten van rijksgebouwen kon worden besteed aan monumentale kunst. Vanaf 1955 gold dit ook voor rijksscholen en door het rijk gesubsidieerde scholen, zij het beperkt tot 1%. Ook diverse gemeenten pasten een lokale 32 percentageregeling toe. Een van de achterliggende gedachten was dat monumentale kunst een breed publiek in contact zou brengen met eigentijdse, beeldende kunst. Men geloofde sterk in de opvoedende, verheffende en motiverende werking ervan. Bij scholen zou kunst het esthetisch bewustzijn van de leerlingen stimuleren en bijdragen aan hun ontplooiing en welzijn. Daarnaast zou een speciaal voor de plek

Eén van de mozaïeken

31

Dit kan verklaren waarom Heijbroek in zijn monografie over Van Roode verwijst naar een plastiek voor een lts in IJsselstein. Hem was op dat moment niet bekend in hoeverre de plastiek was gerealiseerd en bewaard gebleven. Heijbroek 2015, p.131. 32 Jansen 1995, p.15-16; RdMz 2002, p.30; Burkom en Spoelstra 2007, p.42,44,53-54.

33 34

16

Jansen 1995, p.15-16,130; Burkom en Spoelstra 2007, p.19-21. RdMz 2002, p.30; Burkom en Spoelstra 2007, p.19-21,77-192.

Voormalige LTS Mr. Abbink Spainkstraat 36-38 te IJsselstein. Cultuurhistorisch onderzoek

Jojanneke Clarijs

4 RUIMTELIJKE ASPECTEN In dit hoofdstuk wordt onderzocht hoe de school in zijn omgeving ligt, hoe dit tot stand is gekomen en welke betekenis dit tegenwoordig heeft. De stedenbouwkundige ontstaansgeschiedenis is gebaseerd op historische kaarten en literatuuronderzoek.

smalle, noordwestelijke zone van de Nieuwpoort maakte voortaan nog deel uit van de stad. Het klooster kwam buiten de veste te liggen en werd in 1482 36 gesloopt. Alleen een molen bleef nog enige tijd behouden. De veertiende-eeuwse stadsuitbreiding bleef in de eeuwen erna herkenbaar als een omgracht, onbebouwd terrein met een heuvel ter plaatse van het voormalige klooster. Op diverse topografische en kadastrale kaarten is dit zichtbaar. In de 37 negentiende eeuw was de Nieuwpoort in gebruik als wei- en bouwland. Later, 38 voor de Tweede Wereldoorlog, was het (gedeeltelijk) ingericht als volkstuintjes.

Middeleeuwse stadsuitleg De voormalige lts bevindt zich in de wijk De Nieuwpoort ten zuidoosten van de historische kern van IJsselstein. De geschiedenis van Nieuwpoort voert terug naar de middeleeuwen. IJsselstein was ontstaan als een nederzetting bij het noordwestelijker gelegen kasteel (een ‘steijn’) op de westelijke stroomrug van de Hollandsche IJssel. Dit kasteel dateerde vermoedelijk uit de dertiende eeuw en werd in de vijftiende eeuw na een verwoesting herbouwd en in 1888 op de traptoren na gesloopt. Aangenomen wordt dat IJsselstein rond 1300 (deels) omgracht was en twee hoofdstraten kende: de Voorstraat en de Achterstraat. De stad reikte van de Achtersloot tot het kasteel, de IJsseldijk en de Haven. Vóór 1344 werd de stad vergroot met het gebied Nieuwpoort. Dit gebied lag tussen de Paardenlaan (een historisch tracé) en de huidige Hogebiezen en Panoven. De stad werd qua oppervlak twee keer zo groot. Mogelijk werd de stad omgeven door een gracht en wal, later gevolgd door een stadsmuur. In 1394 werd op de 35 Nieuwpoort op een kunstmatige heuvel het Cisterciënzerklooster opgericht.

Wederopbouwwijk De Nieuwpoort Al voor de Tweede Wereldoorlog waren er uitbreidingsplannen voor IJsselstein, maar De Nieuwpoort maakte daar geen deel van uit. De plannen vonden echter geen doorgang. In 1947 stelde de gemeenteraad een nieuw uitbreidingsplan vast om de na-oorlogse woningnood op te kunnen lossen. Deze werd veroorzaakt door een sterke bevolkingsgroei en door de slechte bouwkundige staat van veel bestaande huizen. Het plan betrof het gebied direct rond de historische stad, inclusief De Nieuwpoort. Het was van de hand van architectenbureau Op den 39 Noort. Het plan werd in de loop der jaren enkele malen aangepast.

Na een verwoesting van de stad in 1417-’18 (tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten) werd de Nieuwpoort niet meer bebouwd. Na weer een verwoesting, nu door Gelderse troepen, werd de stad omstreeks 1470 zelfs verkleind. Slechts een 35

36

Giesen-Geurts e.a. 1989, p.28-30; Janssen en Staats 2019, p.6-7. De ondergrondse resten van het klooster zijn beschermd als archeologisch rijksmonument. 37 Kadastrale OAT uit 1811-’32, RCE; Topografische kaarten via www.topotijdreis.nl. 38 Janssen en Staats 2019, p.9. 39 Giesen-Geurts e.a. 1989, p.62-63; Jonkers e.a. 2001, p.2,12; Janssen en Staats 2019, p.910.

Giesen-Geurts e.a. 1989, p.25-28; Janssen en Staats 2019, p.6.

17

Voormalige LTS Mr. Abbink Spainkstraat 36-38 te IJsselstein. Cultuurhistorisch onderzoek

Jojanneke Clarijs

De Nieuwpoort vormde de eerste uitbreidingswijk van IJsselstein uit de wederopbouw. Het was een woonwijk: tussen 1949 en 1958 werden bijna 400 woningen gerealiseerd. Ze werden ontworpen door een handvol architecten en steeds in opdracht van gemeente IJsselstein. In de wijk vestigden zich vooral 40 inwoners uit de eigen gemeente. De stedenbouwkundige opzet was (en is nog altijd) kenmerkend voor de wederopbouw. Het geometrisch stratenpatroon volgde de rechthoekige vorm van het gebied. Er bestond een hiërarchisch onderscheid tussen de woonstraten en de Mr. Abbink Spainkstraat als hoofdas met een breder en groener profiel. De bebouwing stond in stroken dicht langs de straten. Achter de veelal grondgebonden woningen lagen achtertuinen. Langs de rand van de wijk stonden enkele lage flats. Aan de Mr. Abbink Spainkstraat lagen enkele bijzondere gebouwen: het rijkspolitiebureau, de lts en lage flats met winkels. Ter plaatse van het voormalige klooster was een plantsoen aangelegd. Een brug uit 1956 verbond de wijk met de historische binnenstad.

Kaart uit ca. 1550 door J. van Deventer (RHCRL P0245_A)

Kadastraal verzamelplan uit 1811-’32 (RCE MIN06092VK1)

Topografische kaart uit 1902 (topotijdreis.nl)

Topografische kaart uit 1969 (topotijdreis.nl)

De huizen werden vormgegeven in de stijl van de Delftse School. Dit was een traditionalistische stijl, met tuitgevels, roedenverdeelde vensters, zadeldaken, schoorstenen in een ritme en toepassing van baksteen en dakpannen. Naarmate de wijk zich verder ontwikkelde, werd de vormgeving iets strakker en minder traditionalistisch, zoals tot uiting komt in de raampartijen. De wijk is daardoor minder een architectonische eenheid dan andere wederopbouwwijken in IJsselstein. Na de bouw zijn de meeste woningen gerenoveerd, waarbij de dakbedekking of ramen zijn vernieuwd. Maar van ingrijpende wijzigingen is 41 nauwelijks sprake.

40 41

Giesen-Geurts e.a. 1989, p.63; Jonkers e.a. 2001, p.14; Janssen en Staats 2019, p.10. Janssen en Staats 2019, p.4.

18

Voormalige LTS Mr. Abbink Spainkstraat 36-38 te IJsselstein. Cultuurhistorisch onderzoek

Jojanneke Clarijs

Situering van de lts De lts werd als een van de laatste gebouwen in de wijk gerealiseerd. In het stedenbouwkundige ontwerp was het schoolgebouw van meet af aan al een prominente plek toebedeeld. Dit onderstreepte het belang dat men toekende aan de maatschappelijke functie van de school. De lts werd namelijk gesitueerd aan de belangrijkste as in de wijk: de Mr. Abbink Spainkstraat was de hoofdontsluiting en de verbindingsweg van de nieuwbouwwijk met het oude centrum van IJsselstein. Daarnaast bevond het schoolgebouw zich aan de buitengrens van de nieuwe wijk. Het terrein van de lts strekte zich uit van de Mr. Abbink Spainkstraat tot de Paardenlaan, Heer Florisstraat en de watergang langs de Hogebiezen. Langs de Mr. Abbink Spainkstraat en de Heer Florisstraat was het schoolterrein omgeven door een bakstenen muurtje. Het ruim bemeten voorterrein werd aan weerszijden van het toegangspad ingericht als gazon met enkele hoge bomen. Ook het achterterrein was grotendeels als grasveld ingericht. Alleen achter het hoofdgebouw lag een terras met een vijver. Het groene karakter van het terrein is kenmerkend voor groeiende aandacht voor de omgeving van een 42 schoolgebouw tijdens de wederopbouw. In de loop der tijd is het karakter van het achterterrein sterk veranderd. In 1969 verrees een forse uitbreiding van de school.

En in 2001 volgde sloop en vervangende nieuwbouw van woningrijen in een orthogonale structuur, aansluitend bij de opzet van de rest van de wijk.

Luchtfoto uit 1958 van het zuidelijke deel van De Nieuwpoort (HKIJ NL-IJssHKIJ-08375)

Het schoolgebouw was en is een zeer beeldbepalend element in De Nieuwpoort. De redenen zijn gelegen in het forse volume van het hoofdgebouw ten opzichte van de overige bebouwing in de wijk; en door de situering aan een open voorterrein aan een kruispunt.

42

Luchtfoto uit 2020 van het zuidelijke deel van De Nieuwpoort (google.nl/maps)

RdMz 2002, p.30.

19

Voormalige LTS Mr. Abbink Spainkstraat 36-38 te IJsselstein. Cultuurhistorisch onderzoek

Jojanneke Clarijs

5 BESCHRIJVING Dit hoofdstuk beschrijft de huidige situatie van het voormalige schoolgebouw in woord en beeld. Achtereenvolgens komen aanbod het exterieur, de constructie 43 en het interieur. Bij dit laatste ligt de focus op de historische onderdelen. De beschrijving is gebaseerd op waarneming ter plaatse. Voor de constructie, datering en de duiding van bouwsporen is tevens gebruik gemaakt van de bouwtekeningen zoals die in het eerste hoofdstuk zijn besproken.

Algemene kenmerken gevels De gevels van het hoofdgebouw, de dwarsvleugel en het tussenlid zijn opgetrokken in gele genuanceerde, machinale baksteen van ca. 20 x 9-10 x 5 cm in kettingverband. De gevels zijn voorzien van een plint van rode machinale baksteen in hetzelfde formaat en verband. De gevelopeningen zijn voorzien van stalen deuren en ramen in een betonnen omlijsting. In de achtergevel van het hoofdgebouw is deze omlijsting soberder dan in de overige gevels. De ramen en omlijstingen zijn wit geschilderd. De deuren in de voorgevels zijn donkergrijs van kleur; die in de achtergevel blauw.

Exterieur Bouwmassa Het schoolgebouw bestaat uit een hoofdgebouw evenwijdig aan de straat en een dwarsvleugel links hiervan. Hoofdgebouw en dwarsvleugel zijn verbonden met een tussenlid. Het hoofdgebouw staat op een rechthoekige plattegrond en meet ca. 38 x 11 m. De goot- en nokhoogte is ca. 12,5 resp. 16 m. Het gebouw is gedeeltelijk onderkelderd en telt drie bouwlagen. Het zadeldak ligt met de nok evenwijdig aan de voorgevel. Uiterst rechts tegen de voorgevel staat een eenlaagse uitbouw uit een platdak met overstek (uit de bouwtijd). De dwarsvleugel staat op een rechthoekige plattegrond en meet ca. 12 x 29 m. De goot- en nokhoogte is ca. 5,5 resp. 8,5 m. Het eenlaagse pand heeft een zadeldak met de nok haaks op de voorgevel. Het eenlaagse tussenlid heeft een platdak.

Het voormalige schoolgebouw in 2018 (google.nl/maps)

43

Voor een verklaring van de bouwkundige termen wordt verwezen naar de publicatie van Haslinghuis en Janse uit 2005.

20

Voormalige LTS Mr. Abbink Spainkstraat 36-38 te IJsselstein. Cultuurhistorisch onderzoek

Jojanneke Clarijs

Voorgevel (noordoostgevel) van het hoofdgebouw De brede gevel is asymmetrisch ingedeeld en is afgesloten met een eenvoudige fries met staand metselwerk. De gevels van de uitbouw hebben een fries van tegels.

bouwlaag is hetzelfde siermetselwerk als in de rechter zijgevel; echter zonder mozaïeken.

De hoofdingang bevindt zich in het midden van de begane grond en bestaat uit een dubbele deur met ruiten, zij- en bovenlichten, een brede omlijsting met brievenbus en een diepe luifel. Aan weerszijden is een venster met afgeronde hoeken en siertralies. Onder het rechter venster is een gevelsteen met de tekst: ‘Gedenksteen gelegd door J.A. Wildschut. voorz. v.h . schoolbestuur 10-9-‘58’. Boven beide vensters hangt een smeedijzeren lantaarn. Links bevinden zich eenzelfde venster met afgeronde hoeken en twee gekoppelde vensters met vaste, tuimel- en uitzetramen. Rechts zijn vier smalle vensters uit 1989 gesitueerd met vaste en uitzetramen. De uitbouw bevat een gladde deur en drie gekoppelde vensters met vaste, draai- en uitzetramen. In de tweede en derde bouwlaag zijn aan de linker zijde drie smalle vensters met vaste en tuimelramen gesitueerd. In het midden is een venster met vaste en tuimel- en uitzetramen. Rechts bevinden zich twee maal twee gekoppelde vensters met vaste, tuimel- en uitzetramen.

Voorgevel van het hoofdgebouw

Rechter zijgevel (noordwestgevel) van het hoofdgebouw De tuitgevel heeft een uitkraging ter hoogte van de goten en is afgesloten met een betonnen band. Op de begane grond is een venster met draai- en uitzetramen aanwezig. Erboven is een kunstwerk van siermetselwerk van verschillende kleuren baksteen in verschillende metselverbanden. In keramische mozaïeken zijn een gezicht, twee ogen, twee handen en een geodriehoek met passer uitgebeeld. Linker zijgevel (zuidoostgevel) van het hoofdgebouw De tuitgevel heeft een uitkraging ter hoogte van de goten en is afgesloten met een betonnen band. Boven het tussenlid is een nooduitgang met een deur met ruiten en een bordestrap met eenvoudig spijlenhek. In de tweede en derde

Rechter zijgevel van het hoofdgebouw

21

Linker zijgevel van het hoofdgebouw

Voormalige LTS Mr. Abbink Spainkstraat 36-38 te IJsselstein. Cultuurhistorisch onderzoek

Jojanneke Clarijs

Achtergevel (zuidwestgevel) van het hoofdgebouw De brede gevel is asymmetrisch ingedeeld en is afgesloten met een eenzelfde fries als de voorgevel. Links op de begane grond bevinden zich een venster met vaste en uitzetramen en een ingang met een deur (van na 1989) en een bovenlicht. Rechts zijn een ingang (van na 1989) met dubbele deur met ruiten en bovenlichten en drie vensters met vaste en uitzetramen gekoppeld. In het midden is afwijkend metselwerk en een gevelafwerking van plaatmateriaal. Hier zijn twee vensters en drie ingangen gesitueerd. Dit afwijkende geveldeel markeert de plek waar een doorgang naar de achteraanbouw was. In de tweede en derde bouwlaag zijn aan de linker zijde twee maal twee gekoppelde vensters met vaste, tuimel- en uitzetramen. In het midden zijn twee smalle vensters met vaste en uitzetramen gesitueerd. Tussen de vensters van het trappenhuis is siermetselwerk van gele en rode baksteen. Aan de rechter zijde bevinden zich vier gekoppelde vensters met vaste, tuimel- en uitzetramen.

Achtergevel van het hoofdgebouw

Dak van het hoofdgebouw De bakgoot is voorzien van een eenvoudig geprofileerde lijst. Het zadeldak ligt met de nok evenwijdig aan de voorgevel. Het is gedekt met gesmoorde verbeterde Hollandse pannen. Op achterdakvlak staat een schoorsteen. Het voordakvlak bevat zes dakramen van meer recente datum. Voorgevel (noordoostgevel) van de dwarsvleugel De tuitgevel heeft een uitkraging ter hoogte van de goten en is afgesloten met een betonnen band. Op de begane grond is een venster met vaste en uitzetramen aanwezig. Linker zijgevel (zuidoostgevel) van de dwarsvleugel De brede gevel is asymmetrisch ingedeeld en is afgesloten met eenzelfde fries als het hoofdgebouw. Links bevinden zich vijf gekoppelde vensters met vaste en uitzetramen; rechts een ingang met een gladde deur en een venster met een vast en draairaam.

Voorgevel en linker zijgevel van de dwarsvleugel

22

Voormalige LTS Mr. Abbink Spainkstraat 36-38 te IJsselstein. Cultuurhistorisch onderzoek

Jojanneke Clarijs

Rechter zijgevel (noordwestgevel) van de dwarsvleugel De brede gevel is asymmetrisch ingedeeld en is afgesloten met eenzelfde fries als het hoofdgebouw. Naast het tussenlid wijkt het metselwerk af als gevolg van een omstreeks 1989-’90 dichtgemetseld venster. Hoog in het rechter geveldeel bevinden zich twee maal twee gekoppelde vensters met uitzetramen. Achtergevel (zuidwestgevel) van de dwarsvleugel De blinde tuitgevel heeft een uitkraging ter hoogte van de goten en is afgesloten met een betonnen band. De gevel is grotendeels rood gepleisterd. Dit markeert de plek waar de uitbreiding uit 1969 was. Dak van de dwarsvleugel De bakgoot is voorzien van een eenvoudig geprofileerde lijst. Het zadeldak ligt met de nok haaks op de voorgevel. Het is gedekt met gesmoorde verbeterde Hollandse pannen. Voorgevel (noordoostgevel) van het tussenlid De gevel uit ca. 1989-’90 bevat een ingang met een dubbele deur en bovenlichten.

Rechter zijgevel en achtergevel van de dwarsvleugel

Achtergevel (zuidwestgevel) van het tussenlid De gevel heeft een pui van meer recente datum met een enkele deur, zij- en bovenlichten. Ook de vluchttrap is van meer recente datum.

Constructie Fundering De fundering was niet zichtbaar tijdens het onderzoek. Blijkens de bouwtekeningen hebben zowel het hoofdgebouw als de dwarsvleugel een paalfundering van resp. gewapend beton en hout. Voorgevel van het tussenlid

23

Achtergevel van het tussenlid

Voormalige LTS Mr. Abbink Spainkstraat 36-38 te IJsselstein. Cultuurhistorisch onderzoek

Jojanneke Clarijs

Draagconstructie De constructie van het hoofdgebouw en de dwarsvleugel bestaat uit dragende bakstenen gevels en binnenmuren en een gedeeltelijk draagskelet van stalen portalen. De vloerconstructie van de begane grond in zowel het hoofdgebouw als de dwarsvleugel, bestaat gedeeltelijk uit gewapend beton en gedeeltelijk uit troggewelven van prefab elementen op onderslagbalken van gewapend beton. Ook de verdiepingsvloeren bestaan uit troggewelven. De zoldervloeren zijn uitgevoerd als samengestelde balklaag met stalen profielbalken. Kapconstructie De kapconstructie van het hoofdgebouw is opgebouwd uit naaldhouten nokstijlspanten met overgekeepte trekplaten en kreupele stijlen. Op de spantbenen zijn gordingen ingelaten. Op de gordingen ligt een dakbeschot. De kapconstructie van de dwarsvleugel is opgebouwd uit stalen vakwerkspanten met daarop gordingen en daarop een dakbeschot.

Detail doorsnedetekening uit 1957 (RHCRL Y031 3030)

Troggewelf van prefab elementen in het hoofdgebouw

Spanten in het hoofdgebouw

24

Voormalige LTS Mr. Abbink Spainkstraat 36-38 te IJsselstein. Cultuurhistorisch onderzoek

Jojanneke Clarijs

Interieur Structuur Het hoofdgebouw bevat een kelder, begane grond, eerste en tweede verdieping en een zolder. Midden in het gebouw is het trappenhuis gesitueerd. De kelder bevindt zich onder het rechter gedeelte van het hoofdgebouw. In de open ruimte is een installatieruimte afgescheiden (van meer recente datum). Zowel op de begane grond als op de verdiepingen ligt aan weerszijden van het trappenhuis een gang. Deze ligt langs de voorgevel en ontsluit de voormalige klaslokalen en stafruimtes. Naast de trap is het sanitair gesitueerd. Op de eerste en tweede verdieping is aan de linker zijde een tweede trap. De indeling van de begane grond dateert met uitzondering van het trappenhuis, merendeels van na de bouw. Op de verdiepingen is de indeling voor een groter gedeelte oorspronkelijk. Op de zolder is rechts het trappenhuis één grote ruimte en links twee ruimtes achter elkaar. Er zijn kasten en bergruimtes afgetimmerd (van meer recente datum). De dwarsvleugel bevat een begane grond, entresol en een zolder. De begane grond is opgedeeld in twee grote ruimtes met ertussen een keuken. De zolder is opgedeeld in meerdere (installatie)ruimtes. Het tussenlid bestaat uit één grote ruimte. De indeling van beide bouwdelen dateert van na 1989.

Kelder in het hoofdgebouw

Gang links op de begane grond

Centrale hal op de begane grond

Oorspronkelijke ramen met hang- en sluitwerk

Voormalig klaslokaal rechts op de begane grond

Oorspronkelijke vloer, trap en e lambrisering op de 1 verdieping

Afwerking De afwerking van vloeren, wanden en plafonds dateert voor een deel uit de bouwtijd en is voor een deel van meer recente datum. In het hoofdgebouw heeft de kelder een tegelvloer uit de bouwtijd. Enkele plateaus zijn de restanten van de c.v.-installaties die er stonden. De wanden en het plafond zijn wit gepleisterd.

25

Voormalige LTS Mr. Abbink Spainkstraat 36-38 te IJsselstein. Cultuurhistorisch onderzoek

Jojanneke Clarijs

Op de begane grond zijn de gangen, voormalige klaslokalen en andere ruimtes voorzien van tegelvloeren, vloerbedekking of linoleum van meer recente datum. Hieronder kan de oorspronkelijke vloerafwerking nog aanwezig zijn. De gangen hebben een lambrisering van schoon metselwerk uit de bouwtijd, zij het recentelijk overschilderd. Ook de natuurstenen trap met smeedijzeren balustrade, versierd met draaiwerk, is oorspronkelijk. Het behang tegen de overige wanden, de binnendeuren, de kastenwanden, de puien in de gangen, de achterzetramen, de systeemplafonds en het sanitair zijn van meer recente datum.

e

e

Voormalig klaslokaal links op de 1 verdieping

Oorspronkelijke gang op de 1 verdieping

Op beide verdiepingen zijn de gangen afgewerkt met een natuurstenen tegelvloer en een lambrisering van schoon metselwerk uit de bouwtijd. Ook hier zijn de centrale trap en de trap op de linker hoek oorspronkelijk. Het linoleum, vloerbedekking of laminaat in de overige ruimtes, het behang op de wanden, de binnendeuren, de kastenwanden, de puien in de gangen, de achterzetramen, de systeemplafonds en het sanitair zijn van meer recente datum. De zoldertrap en de afwerking van de zoldervloeren, wanden en dakbeschot zijn van meer recente datum. De interieurafwerking van het tussenlid en de dwarsvleugel zijn geheel van meer recente datum.

Voormalig klaslokaal rechts op de 2 verdieping

Feestzaal achter in de dwarsvleugel

Zolder van het hoofdgebouw

e

Entresol voor in de dwarsvleugel

26

Klein vertrek rechts op de 2 verdieping

Interieur van het tussenlid

e

Voormalige LTS Mr. Abbink Spainkstraat 36-38 te IJsselstein. Cultuurhistorisch onderzoek

Jojanneke Clarijs

6 WAARDESTELLING Op basis van de informatie uit de vorige hoofdstukken wordt in de volgende paragrafen een waardestelling van de Lagere Technische School gegeven. De waardestelling plaatst het pand als geheel in de brede cultuurhistorische context. Ze verwoordt waar de specifieke waarden voor het pand liggen en kent zo betekenis toe aan het gebouw. De waardestelling geschiedt aan de hand van de waarderingscriteria voor gebouwd erfgoed van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Een overzicht van de waarderingscriteria is opgenomen als bijlage.

trappenhuis. Het gymnastieklokaal werd als specifieke functie in een afzonderlijke vleugel ondergebracht.

Architectuur- en kunsthistorische waarden De voormalige lts is van belang voor de geschiedenis van de architectuur en bouwtechniek. Het gebouw is vormgegeven in de na-oorlogse shake-hands architectuurstijl. Deze stijl kenmerkt zich door zowel traditionele als moderne elementen in de vormgeving en constructie.

Cultuurhistorische waarden

Het schoolgebouw is van belang voor het oeuvre van de architect A.P. van den Brink (1898-1979) uit Laren. De lts was een belangrijk werk binnen zijn oeuvre, dat voornamelijk uit woonhuizen bestond. Van den Brink had tevens drie woonblokken in De Nieuwpoort ontworpen.

De voormalige lts is van belang als bijzondere uitdrukking van sociaaleconomische ontwikkelingen, namelijk die van het lagere technische onderwijs in IJsselstein in de tweede helft van de twintigste eeuw. Deze ontwikkelingen kenmerken zich door een na-oorlogse groei en door schoolfusies vanaf 1988.

Het kunstwerk is van belang voor het oeuvre van de gerenommeerde kunstenaar L. van Roode (1914-1964) uit Rotterdam. Binnen zijn oeuvre vormde het IJsselsteinse kunstwerk een kleinere opdracht.

Het schoolgebouw is van belang als bijzondere uitdrukking van een historischruimtelijke ontwikkeling. Het pand is een belangrijk onderdeel van De Nieuwpoort, de eerste na-oorlogse uitbreidingswijk in IJsselstein. De Nieuwpoort beslaat het terrein van een middeleeuwse stadsuitleg, die eeuwenlang onbebouwd is gebleven.

De school is van belang wegens de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp. Deze zijn gelegen in de gevarieerde massacompositie, afwisselende gevelindelingen en zorgvuldige detaillering. Met relatief vrij eenvoudige middelen is gezocht naar een verrijking van de architectuur. Het hoofdgebouw kent enkele verbijzonderingen. Aan de gevels zijn de oorspronkelijke achterliggende functies afleesbaar.

De school is van belang als bijzondere uitdrukking van een typologische ontwikkeling, namelijk als voorbeeld van een na-oorlogse gangschool. Karakteristiek voor dit destijds zeer gangbare gebouwtype zijn de lokalen langs een gang en de geaccentueerde hoofdingang met erachter een centraal

27

Voormalige LTS Mr. Abbink Spainkstraat 36-38 te IJsselstein. Cultuurhistorisch onderzoek

Jojanneke Clarijs

Het pand is van belang wegens de monumentale kunst op de zijgevels. Het siermetselwerk en de mozaïeken zijn een integraal onderdeel van de architectuur en hebben een symbolische betekenis in relatie tot de oorspronkelijke lts-functie. De aanwezigheid van monumentale kunst is kenmerkend voor openbare of semiopenbare gebouwen uit de wederopbouwperiode.

Gaafheid en herkenbaarheid Het schoolgebouw is van belang wegens de architectonische gaafheid en herkenbaarheid van het ex- en interieur. De oorspronkelijke opzet van hoofdgebouw met twee vleugels op een ruim bemeten schoolterrein is nog ten dele aanwezig. Van het hoofdgebouw en de dwarsvleugel zijn het volume, de constructie en de gevels met hun indeling, vormgeving, materialen en detaillering grotendeels gaaf behouden. De achtergevel van het hoofdgebouw heeft op de begane grond wijzigingen ondergaan. In het hoofdgebouw resteert een deel van de oorspronkelijke indeling en interieurafwerking. De opzet van gangschool met centraal trappenhuis is nog herkenbaar, net als enkele klaslokalen. De oorspronkelijke interne structuur van de dwarsvleugel is verdwenen.

Het schoolgebouw is van belang wegens de samenhang tussen exterieur en interieur. In het hoofdgebouw resteren de kenmerkende gangstructuur met centraal trappenhuis en diverse oorspronkelijke afwerkingen van vloeren, wanden en trappen.

Situationele en ensemblewaarden De voormalige lts is van betekenis als essentieel (cultuurhistorisch, functioneel, architectuurhistorisch en visueel) onderdeel van een ensemble, namelijk van De Nieuwpoort. De stedenbouwkundige structuur van wegen, bebouwingsvlakken en groen van deze uitbreidingswijk is als één geheel ontworpen. Binnen het ontwerp kreeg de school een prominente plek aan een hoofdas toebedeeld. De overige bebouwing in de wijk is gevarieerd, maar allemaal in de stijl van de Delftse School.

Ook is het gebouw van belang vanwege de herkenbaarheid van de oorspronkelijke schoolfunctie. De specifieke functie van technische school is door de sloop van de praktijklokalen niet meer afleesbaar, maar nog wel te herkennen in de monumentale kunst aan het hoofdgebouw. De school is van belang in relatie tot de structurele en visuele gaafheid van de stedelijke omgeving, namelijk De Nieuwpoort. De stedenbouwkundige structuur van de wijk is behouden gebleven. De school vormt nog altijd een ensemble met de wederopbouwwoningen aan de noord- en westzijde. De Mr. Abbink Spainkstraat is een hoofdas in de wijk gebleven, al zijn de winkels e.d. er niet meer. De historische Paardenlaan ligt nog steeds langs het schoolterrein. Het schoolterrein aan de achterzijde heeft echter een transformatie ondergaan tot woonwijk.

Tussen het hoofdgebouw, de dwarsvleugel, het groene voorterrein en de tuinmuur bestaat een stilistische, historisch-functionele en ruimtelijke samenhang. De voormalige lts heeft een bijzondere betekenis voor het aanzien van zijn omgeving. De school is beeldbepalend door de situering aan een open voorterrein en het grote volume van het hoofdgebouw. Het vormt een markant oriëntatiepunt.

Zeldzaamheid De voormalige lts is van belang wegens de relatieve zeldzaamheid in typologisch opzicht binnen de context van IJsselstein, namelijk als lts van het type gangschool uit de wederopbouw in shake-hands architectuurstijl.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10240893/1