Bijlage 1d: Bestemmingsplan Lage Dijk-Noord, bijlagenboek
Tekst van het document
Asbest De daken van een deel van de bebouwing op de locatie bestaan uit asbestverdacht (golf)plaatmateriaal. Omdat sommige daken niet geheel intact zijn kan op of in de bodem asbestverdacht materiaal worden verwacht. Locatie-inspectie Tijdens de locatie-inspectie d.d. 3 mei 2011 zijn geen bijzonderheden naar voren gekomen zoals verkleuringen, kale plekken of brandplaatsen in het maaiveld. Verzakkingen en ophogingen zijn evenmin geconstateerd. 2.2
Historische informatie
Informatie uit topografisch kaartmateriaal Bij de projectie van de historische kaart anno 1956 op meer recent kaartmateriaal tot het jaar 2004 blijkt dat de locatie in deze periode altijd bebouwd is geweest. De bebouwingscontouren zijn in de loop der tijd wel enigszins gewijzigd, er zijn opstallen gesloopt en bijgebouwd. De Provincialeweg ten zuiden van de onderzoekslocatie was op de kaart van de jaren ’80 nog niet
Verkennend bodemonderzoek Lage Dijk Noord 28 te IJsselstein Rapportnr.: AT11108, mei 2011
3
zichtbaar. Tussen eind jaren ’80 en 2004 is op de locatie, langs de Provincialeweg, een sloot gedempt met een lengte van ongeveer 220 meter. In deze voormalige sloot lag een dam, die buiten gebruik is gesteld. Uit de (historische) topografische kaarten komt verder geen informatie naar voren die kan duiden op de aanwezigheid van slootdempingen, ophogingen, stortingen, opvullingen, (lozings)putten, veranderingen in de verkaveling en specifieke verdachte agrarische activiteiten zoals (glas)tuinbouw, bollenteelt en fruitteelt. In bijlage 7 zijn de historische topografische kaarten opgenomen. Informatie uit digitaal Bodemloket Uit het digitale Bodemloket van de provincie Utrecht blijkt dat voor de locatie geen gegevens bekend zijn omtrent historische bodembedreigende activiteiten, voorgaande bodemonderzoeken en saneringen. Informatie verkregen van de gemeente IJsselstein Uit het bodeminformatiesysteem van de gemeente IJsselstein blijkt dat voor de locatie geen gegevens bekend zijn omtrent historisch bodembedreigende activiteiten, brandstoftanks, voorgaande bodemonderzoeken en saneringen. Informatie verkregen van huidige huurder Om een indruk te verkrijgen van de eigendomsgegevens en de historie van de locatie is de huidige huurder een door AT MilieuAdvies B.V. opgestelde vragenlijst voorgelegd.
Hieruit is het volgende naar voren gekomen: Op het achterterrein van de onderzoekslocatie is een bovengrondse dieseltank in een lekbak aanwezig met een inhoud van 500 liter; Op de locatie is een ondergrondse dieseltank aanwezig. Deze is niet meer in gebruik; Langs de Provincialeweg is een sloot gedempt. Het dempingmateriaal is onbekend. 2.3
Bodemopbouw en geohydrologie
Het geohydrologische profiel van het gebied waarbinnen de locatie is gesitueerd, wordt in tabel 2 weergegeven. Tabel 2. Geohydrologisch profiel (Bron: Grondwaterkaart van Nederland, inventarisatierapport Gorinchem, Dienst Grondwaterverkenning TNO 1976, GWK 12) Diepte [m] t.o.v. NAP mv - -7
Pakket Deklaag e
Geohydrologische formatie
Samenstelling
Westland, Twente
Klei op veen Matig grove tot uiterst grove zanden Sterk slibhoudende matig fijne tot matig grove zanden
1 watervoerend pakket
-7 - -54
Kreftenheye, Urk, Sterksel
Scheidende laag
-54 - -61
Kedichem
-61 - -94
Harderwijk
Matig grove tot uiterst grove zanden
-94 - -109
Tegelen
Zandige klei Matig grove tot uiterst grove, plaatselijk sterk slibhoudende, zanden met een laag zandige klei
e
Bovenste deel 2 watervoerend pakket Scheidende laag e
Onderste deel 2 watervoerend pakket
-109 - -179 (einde profiel)
Tegelen, Maassluis
De dichtstbijzijnde grootschalige grondwateronttrekking betreft pompstation IJsselstein, gelegen ten oosten van de locatie. De stromingsrichting van het grondwater uit het eerste watervoerend pakket is (noord)westelijk. De locatie maakt geen deel uit van een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied.
Verkennend bodemonderzoek Lage Dijk Noord 28 te IJsselstein Rapportnr.: AT11108, mei 2011
4
2.4
Hypothese
Vanwege het jarenlange gebruik (diffuse belasting) en/of de aanwezigheid van verhardingen wordt de locatie als verdacht aangemerkt. De bodem, met name de bovengrond, is mogelijk verontreinigd geraakt. Als potentieel bodem verontreinigende stoffen worden zware metalen, PAK en minerale olie aangemerkt. Deze stoffen worden ook verwacht ter plaatse van de slootdemping, de voormalige dam en de paardenbak. De bodem ter plaatse van de (voormalige) ondergrondse en de bovengrondse dieseltanks wordt als verdacht aangemerkt. Mogelijk is de bodem ten gevolge van lek- en/of morsverliezen verontreinigd geraakt. Als potentieel bodem verontreinigende stoffen worden minerale olie en/of vluchtige aromaten aangemerkt.
Verkennend bodemonderzoek Lage Dijk Noord 28 te IJsselstein Rapportnr.: AT11108, mei 2011
5
3 ONDERZOEKSSTRATEGIE Onderzoeksprotocol Ondanks de hypothese “verdacht” wordt in eerste instantie uitgegaan van de onderzoekstrategie voor een “grootschalig onverdachte locatie” (ONV), zoals omschreven in de NEN 5740:2009. Met deze opzet worden voldoende boringen en analyses uitgevoerd om de algemene bodemkwaliteit vast te stellen. De te verwachten verontreinigingen maken deel uit van het standaard analysepakket. In aanvulling op de onderzoeksopzet worden alle boringen wel dieper doorgezet. Verder gaat extra aandacht uit naar de (voormalige) ondergrondse en de bovengrondse dieseltanks, de slootdemping, de voormalige dam en de paardenbak. 3.1
Uitvoering bodemonderzoek
Voorafgaand aan de uitvoering van de boringen wordt een visuele maaiveldinspectie uitgevoerd naar de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Indien asbestverdachte materialen worden gevonden, zal hiervan per type asbestverdacht materiaal een representatief monster worden genomen. Vervolgens worden met behulp van een Edelmanboor verspreid over de locatie boringen verricht tot een diepte van tenminste 1,0 m –mv. Een aantal boringen wordt doorgezet tot een diepte van circa 2,0 m –mv en minimaal 0,5 m onder de grondwaterstand. Inpandig wordt op voorhand niet geboord. Verondersteld wordt dat de bodemkwaliteit rondom de bebouwing representatief is voor de bodemkwaliteit onder de bebouwing. Tijdens de uitvoering van de boringen wordt de opgeboorde grond beschreven en geclassificeerd, zintuiglijk beoordeeld op eventuele verontreinigingen en bemonsterd in trajecten van maximaal 0,5 m. Van de verrichte boringen worden boorbeschrijvingen gemaakt. Van de diepere boringen worden er vijf afgewerkt met een peilbuis, waarvan 1 peilbuis bij de (voormalige) ondergrondse dieseltank en 1 peilbuis bij de bovengrondse dieseltank wordt geplaatst. Van de boven- en ondergrond worden grond(meng)monsters geanalyseerd op het NEN 5740grondpakket (NEN-G; zie tabel 1) of op minerale olie . Bij het samenstellen van mengmonsters worden maximaal 10 grondmonsters gemengd.
Voor het berekenen van de toetsingswaarden worden aanvullend de gehalten lutum en organische stof bepaald. De peilbuizen worden een week na plaatsing bemonsterd. De aan de peilbuizen te onttrekken grondwatermonsters worden geanalyseerd op het NEN 5740-grondwaterpakket (NEN-W; zie tabel 1) of op minerale olie en vluchtige aromaten. Bij de grondwaterbemonstering wordt de grondwaterstand, de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EC) van het grondwater gemeten. 3.2
Boorplan en analyses
In tabel 3 wordt het boor- en analyseprogramma weergegeven in de vorm van aantallen uit te voeren boringen en analyses. De exacte boorpunten worden tijdens het veldwerk bepaald.
Verkennend bodemonderzoek Lage Dijk Noord 28 te IJsselstein Rapportnr.: AT11108, mei 2011
6
Tabel 3.
Boor- en analyseprogramma
Plaats
Aantal boringen
Diepte Waarvan met [m –mv] peilbuis
Analyses grond
Analyses grondwater
Opmerkingen
21 én
1,0
-
4 x NEN-G 4 x H+L
-
9
2,0*
3 (n)
3 x NEN-G 3 x H+L
3 x NEN-W
(Voormalige) ondergrondse dieseltank op agrarisch erf
2
2,0*
1 (n)
1 x MO 1xH
1 x MO+BTEXN
geen
Bovengrondse dieseltank op agrarisch erf
2
2,0*
1 (n)
1 x MO 1xH
1 x MO+BTEXN
geen
Slootdemping (lengte ca. 220 m) langs Provincialeweg
4
1,0**
-
1 x NEN-G 1 x H+L
-
geen
Voormalige dam
1
1,0**
-
1 x NEN-G 1 x H+L
-
geen
Verspreid over de 2 locatie (opp. 19.675 m )
* ** (n) H(+L) NEN-G NEN-W MO BTEXN
waarvan een aantal boringen in de paardenbak
boring tot minimaal 2,0 m –mv en tenminste 0,5 m onder de grondwaterstand boring tot minimaal 0,5 m –eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal standaard NEN 5740 peilbuis, filterlengte 1,0 meter met de bovenzijde van het filterdeel op circa 0,5 m onder grondwaterstand organische stof (en lutum) droge stof, de zware metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK som 10), PCB (som-7) en minerale olie (C10-C40) de zware metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, vluchtige aromaten (BTEXN), gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie (C10-C40) minerale olie (C10-C40) vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen)
De analyses worden verricht conform AS3000. 3.3
Kwaliteitsborging
AT MilieuAdvies B.V. heeft, als onafhankelijk adviesbureau, geen relatie met de opdrachtgever anders dan opdrachtgever/opdrachtnemer. AT MilieuAdvies B.V. “keurt geen eigen grond” waarmee de onafhankelijkheid van het onderzoek is gewaarborgd. Het kwaliteitssysteem van AT MilieuAdvies B.V. voldoet aan de eisen van de NEN-EN ISO 9001:2008 (certificaatnr.: ECKWA-99019). De veldwerkzaamheden worden uitgevoerd naar de richtlijnen van de BRL SIKB 2000 conform de daarbij behorende protocollen. AT MilieuAdvies B.V. is gecertificeerd voor de protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018 (certificaatnr.: EC-SIK-20244). Het protocol 2001 is bestemd voor het correct verrichten van veldwerk, zoals het plaatsen van boringen en peilbuizen. Het protocol 2002 geeft voorschriften voor het bemonsteren van het grondwater uit peilbuizen. Het protocol 2003 heeft betrekking op het uitvoeren van veldwerkzaamheden ten behoeve van waterbodemonderzoek. De richtlijnen voor asbestonderzoek in bodem zijn omschreven in het protocol 2018. Bij afwijking van de kritieke proceseisen van de BRL en/of de protocollen wordt het onderzoek niet gerapporteerd onder certificaat. In de rapportage wordt dan melding gemaakt van de kritieke afwijkingen.
Verkennend bodemonderzoek Lage Dijk Noord 28 te IJsselstein Rapportnr.: AT11108, mei 2011
7
De fysische en chemische analyses worden uitgevoerd door het door de Raad van Accreditatie conform criteria voor testlaboratoria geaccrediteerde milieulaboratorium ALcontrol Laboratories te Hoogvliet (nr. RvA L 028). Bij ieder milieukundig bodemonderzoek wordt gestreefd naar een optimale representativiteit. Toch is een dergelijk onderzoek gebaseerd op een beperkt aantal boringen en analyses. Hierdoor blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van de bodem aanwezig kunnen zijn, die tijdens het bodemonderzoek niet naar voren zijn gekomen. Verder is een milieukundig onderzoek een momentopname. Beïnvloeding van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem zal ook plaats kunnen vinden na de uitvoering van het onderzoek. AT MilieuAdvies B.V. acht zich niet aansprakelijk voor eventuele schade of gevolgen voortvloeiend uit het bodemonderzoek.
Verkennend bodemonderzoek Lage Dijk Noord 28 te IJsselstein Rapportnr.: AT11108, mei 2011
8
4 UITVOERING ONDERZOEK 4.1
Veldwerk
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door AT MilieuAdvies B.V. conform de richtlijnen in de BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende VKB-protocollen 2001 en 2002. Het veldwerk is onafhankelijk van de opdrachtgever uitgevoerd conform de eisen aan de externe functiescheiding in de BRL SIKB 2000. De verklaring van onafhankelijkheid is opgenomen in bijlage 9. 4.1.1
Resultaten visuele maaiveldinspectie
De visuele maaiveldinspectie is verricht met droog weer en goed zicht. Door de aanwezigheid van vegetatie op de locatie (gras, struiken), wordt de inspectie-efficiëntie ingeschat op ongeveer 60%. Tijdens de visuele maaiveldinspectie is op het zuidelijke deel van het erf, nabij de Provincialeweg, op drie plaatsen asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen: • Plaatmateriaal AB01; aangetroffen ten zuiden van de stallen, nabij de silo’s. Er is sprake van 2 stukjes grijswitte golfplaat met een gewicht van 52 gram; • Plaatmateriaal AB02; eveneens aangetroffen ten zuiden van de stallen, nabij de silo’s. Er is sprake van 1 stukje dikke, vlakke plaat (grijswit) met een gewicht van 124 gram; • Plaatmateriaal AB03; aangetroffen ten zuiden van de schuur met de bovengrondse dieseltank. Er is sprake van 2 stukjes grijswitte golfplaat met een gewicht van 54 gram; • Plaatmateriaal AB04; eveneens aangetroffen ten zuiden van de schuur met de bovengrondse dieseltank. Er is sprake van 6 stukjes grijze golfplaat, waarvan één zijde zwart, met een gewicht van 263 gram; • Plaatmateriaal AB05; aangetroffen nabij de mestopslag. Er is sprake van 26 stukjes grijze golfplaat, waarvan één zijde zwart, met een gewicht van 1.889 gram. De stukjes van plaatmateriaal AB01 t/m AB04 en een deel van de stukjes van plaatmateriaal AB05 (6 stukjes, 271 gram) zijn dubbel verpakt en meegenomen voor analyse.
De totale oppervlakte van de asbestverdachte deellocatie is vastgesteld op circa 125 m2. De vindplaatsen van de stukjes asbestverdacht plaatmateriaal is weergegeven op de tekening in bijlage 2. 4.2
Uitgevoerde werkzaamheden
Het veldwerk is verricht op 3, 4 en 5 mei 2011 conform de onderzoeksopzet in hoofdstuk 3. Daarbij zijn verspreid over de locatie 39 handboringen verricht (nrs. A01 t/m A030, B01, B02, C01, C02, D01 t/m D04 en E01). De boringen B01 en B02 zijn verricht nabij de (voormalige) ondergrondse dieseltank en de boringen C01 en C02 zijn verricht nabij de bovengrondse dieseltank. Een deel van de boringen is verricht ter plaatse van de slootdemping (nrs. D01 t/m D04). Boring E01 is verricht ter plaatse van de voormalige dam. De boringen zijn uitgevoerd met behulp van een Edelmanboor. Door de aanwezige beton- en asfaltverharding op het maaiveld zijn 5 boringen voorgeboord met een diamantboorinstallatie. De boorgaten van de boringen A08, A22, A24, B01 en C01 zijn ten behoeve van de grondwatermonstername afgewerkt met een peilbuis (peilbuizen A08, A22, A24, B01 en C01). Hierbij is peilbuis B01 nabij de (voormalige) ondergrondse dieseltank geplaatst en peilbuis C01 nabij de bovengrondse dieseltank. De plaatsen van de boorpunten zijn aangegeven op de tekening in bijlage 2.
Verkennend bodemonderzoek Lage Dijk Noord 28 te IJsselstein Rapportnr.: AT11108, mei 2011
9
4.3
Veldwaarnemingen
4.3.1
Bodemopbouw
Bij het veldwerk is gebleken dat het bodemprofiel tot een diepte van 1,5 à 2,7 m –mv hoofdzakelijk uit (humeuze en/of zandige) klei bestaat. In de paardenbak bestaat de bovengrond tot een diepte van 1,0 m –mv uit zand. Plaatselijk, met name onder de verhardingen, bestaat de bovengrond uit zand. De diepere ondergrond bestaat tot de geboorde einddiepte van 3,5 m –mv uit zand. De grondwaterstand is tijdens de uitvoering van de boringen waargenomen op een diepte van 1,5 à 1,8 m -mv. Voor een beschrijving van de aangetroffen bodemlagen en de trajecten van monstername wordt verwezen naar de boorbeschrijvingen in bijlage 3. 4.3.2
Zintuiglijke waarnemingen
De zintuiglijke waarnemingen die duiden op een (mogelijke) verontreiniging van de bodem zijn opgenomen in de tabellen 4 en 5. Tabel 4.
Zintuiglijke waarnemingen die duiden op een (mogelijke) verontreiniging
Traject Bijmenging [m –mv] Verspreid over de locatie Zwak puinhoudend 0,0-0,5 A02 0,5-0,8 -A04 0,14-0,31 Volledig slakken, boring gestuit A11 0,2-0,27 Volledig slakken, boring gestuit A12 0,1-0,26 Boring gestuit 0,1-0,4 -A13 0,4-0,5 Sporen puin 0,5-1,0 -Volledig slakken 0,1-0,3 A14 0,3-0,4 Sterk puinhoudend 0,4-1,0 -0,0-0,3 Zwak puinhoudend, zwak koolhoudend A15 0,3-0,6 Sporen puin 0,6-1,0 -0,2-0,3 Zwak puinhoudend A17 0,3-0,5 -0,3-0,5 -A19 0,5-0,96 Laagjes teer, boring gestuit 0,0-0,5 Sporen puin 0,5-1,0 Zwak puinhoudend A24 1,0-1,5 Matig puinhoudend 1,5-3,0 -0,0-0,5 -0,5-1,0 Zwak puinhoudend A27 1,0-1,5 Matig puinhoudend 1,5-1,6 -(Voormalige) ondergrondse en bovengrondse dieseltanks 0,0-0,2 -0,2-0,6 Zwak puinhoudend 0,6-1,0 Zwakke olie-waterreactie, zwakke oliegeur B01 1,0-1,5 Zwakke olie-waterreactie, zwakke oliegeur 1,5-2,0 Matige olie-waterreactie, matige dieselgeur 2,0-2,3 -Zwakke olie-waterreactie, zwakke oliegeur 0,1-0,2 Zwakke olie-waterreactie, zwakke oliegeur 0,2-1,1 C01 Zwakke olie-waterreactie, zwakke oliegeur 1,1-1,5 1,5-2,0 -Boring
Hoofdgrondsoort Zandige en humeuze klei Klei --Zand Zand Klei Klei -Zandige klei Klei Zandige en humeuze klei Klei Klei Zandige en humeuze klei Klei Klei Klei Klei Zandige klei Klei Zand Klei Zandige klei Zandige klei Klei Zandige en humeuze klei Zandige klei Klei Klei Zandige klei Zandige klei Zand Klei Zandige klei Zandige klei
Mate van bijmenging: 0-2% sporen, 2-5% resten, 5-15% zwak, 15-40% matig, 40-60% sterk, 60-80% uiterst, 80-100% volledig
Verkennend bodemonderzoek Lage Dijk Noord 28 te IJsselstein Rapportnr.: AT11108, mei 2011
10
Tabel 5. Boring
Zintuiglijke waarnemingen die duiden op een (mogelijke) verontreiniging (vervolg) Traject [m –mv]
Bijmenging
Hoofdgrondsoort
Slootdemping 0,0-0,5 0,5-1,0 0,0-0,5 0,5-1,0
Zwak puinhoudend Sporen puin Sporen puin --
Humeus zand Zandige klei Humeuze klei Klei
Voormalige dam E01 0,0-0,4
Zwak puinhoudend
Humeus zand
D01 D03
Mate van bijmenging: 0-2% sporen, 2-5% resten, 5-15% zwak, 15-40% matig, 40-60% sterk, 60-80% uiterst, 80-100% volledig
Tijdens het zintuiglijk onderzoek zijn verder geen afwijkingen geconstateerd aan het opgeboorde bodemmateriaal; behalve in de grond van de boringen B01 en C01 is er geen oliewater reactie waargenomen. In de bodem ter plaatse van de monsternamepunten zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. 4.3.3
Grondwater
Het grondwater is bemonsterd op 10 mei 2011. In de hierna volgende tabel is een overzicht opgenomen van de verrichte metingen. Achtereenvolgens zijn opgenomen, de filterstelling, de grondwaterstand, de zuurgraad, de elektrische geleidbaarheid en de zintuiglijke waarnemingen. Tabel 6.
Veldwerkgegevens grondwatermonstername
Peilbuisnummer
Filterdiepte [m –mv]
Grondwaterstand [m –mv]
Zuurgraad [pH]
Geleidbaarheid [µS/cm]
Zintuiglijke waarnemingen
Verspreid over de locatie A08
2,0-3,0
1,7
6,6
888
Helder en kleurloos
A22
2,5-3,5
2,1
6,6
1.250
Helder en kleurloos
A24
2,0-3,0
1,8
6,9
2.690
Helder en kleurloos
2,0
7,1
1.040
Helder en kleurloos
1,7
7,2
1.260
Helder en kleurloos
(Voormalige) ondergrondse dieseltank B01
2,4-3,4
Bovengrondse dieseltank C01
2,0-3,0
De gemeten waarden voor pH en EC (geleidbaarheid) in het grondwater zijn niet afwijkend voor het gebied waarbinnen de locatie ligt
4.4
Afwijkingen
De veldwerkzaamheden zijn, zoals eerder vermeld, uitgevoerd volgens de BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende VKB-protocollen 2001 en 2002. Er zijn geen afwijkingen. 4.5
Laboratoriumonderzoek
De fysische en chemische analyses zijn uitgevoerd door het door de Raad van Accreditatie conform criteria voor testlaboratoria geaccrediteerde milieulaboratorium ALcontrol Laboratories te Hoogvliet (nr. RvA L 028). De analyses zijn, met uitzondering van de asbestanalyses, verricht conform AS3000. In bijlage 4 zijn de analyseresultaten en de gehanteerde analysemethoden vermeld.
Verkennend bodemonderzoek Lage Dijk Noord 28 te IJsselstein Rapportnr.: AT11108, mei 2011
11
4.5.1
Uitgevoerde analyses
In tabel 7 is een overzicht van de grond(meng)monsters en grondwatermonsters opgenomen welke ter analyse zijn aangeboden. De plaatselijk aangetroffen (functionele) verhardingslagen, bestaande uit slakken zijn niet geanalyseerd. Ter plaatse van de paardenbak is in de grond zintuiglijk geen bodemvreemd materiaal aangetroffen. Op basis hiervan zijn hier geen analyses verricht. In verband met de aanwezigheid van puin in de bovengrond ter plaatse van de slootdemping is een extra NEN-pakket toegepast. Tabel 7.
Overzicht van grond(meng)monsters, grondwatermonsters en analyses
Verspreid over de locatie A02+A13+ MM-01 A17 M-02
A15
0,0-0,5 0,0-0,3
M-06
A05+A08+ A18+A21 A02+A06+ A09+A16+ A18+A22+ A26+A28 A21+A23+ A25+A26+ A29+A30 A19
MM-07
A24+A27
0,5-1,5
Peilbuis A08
A08
Peilbuis A22
A22
Peilbuis A24
A24
MM-03
MM-04
MM-05
(Zandige en/of humeuze) klei, sporen puin of zwak puinhoudend Zandige en humeuze klei, zwak puinhoudend, zwak koolhoudend
#
#
#
#
0,0-0,5
Zandige en humeuze klei
#
#
0,5-1,3
Klei
#
#
0,0-0,5
Klei
#
#
0,5-0,95
#
#
#
#
2,0-3,0
Klei, laagjes teer Zandige klei, zwak tot matig puinhoudend Grondwater
2,5-3,5
Grondwater
#
2,0-3,0
Grondwater
#
MO+BTEXN
Hoofdbestanddeel/ bijmenging
MO+H
Traject/filterdiepte peilbuis [m –mv]
NEN-W
Boring(en)
H+L
(Meng)monstercode
NEN-G
Analyses
#
(Voormalige) ondergrondse dieseltank M-08
B01
1,5-2,0
Peilbuis B01
B01
2,4-3,4
Zandige klei, matige oliewaterreactie, matige dieselgeur Grondwater
# #
Bovengrondse dieseltank M-09
C01
0,2-0,7
Peilbuis C01
C01
2,0-3,0
Klei, zwakke olie-waterreactie, zwakke dieselgeur Grondwater
M-10
D01
0,0-0,5
Humeus zand, zwak puinhoudend
#
#
M-11
D03
0,0-0,5
Humeuze klei, sporen puin
#
#
E01
0,0-0,4
Humeus zand, zwak puinhoudend
#
#
# #
Slootdemping
Voormalige dam M-12 H(+L) NEN-G NEN-W MO BTEXN
organische stof (en lutum) droge stof, de zware metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK som 10), PCB (som-7) en minerale olie (C10-C40) de zware metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, vluchtige aromaten (BTEXN), gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie (C10-C40) minerale olie (C10-C40) vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen)
Verkennend bodemonderzoek Lage Dijk Noord 28 te IJsselstein Rapportnr.: AT11108, mei 2011
12
Omdat tijdens de visuele maaiveldinspectie (zie paragraaf 4.1.1) op het zuidelijke deel van het erf, nabij de Provincialeweg, op het maaiveld een aantal stukjes asbestverdacht plaatmateriaal zijn gevonden, zijn deze stukjes geanalyseerd op asbest (zie tabel 8). De vindplaatsen van de stukjes asbestverdacht materiaal zijn weergegeven op de tekening in bijlage 2 (AB01 t/m AB05). Tabel 8.
Overzicht van grond(meng)monsters, grondwatermonster en analyses
(Meng)monstercode
Materiaal
Diepte [m –mv]
Hoofdbestanddeel/ bijmenging
Analyses asbest-M
Indicatief asbestonderzoek AB01
plaatmateriaal
op maaiveld
Asbestverdacht plaatmateriaal
#
AB02
plaatmateriaal
op maaiveld
Asbestverdacht plaatmateriaal
#
AB03
plaatmateriaal
op maaiveld
Asbestverdacht plaatmateriaal
#
AB04
plaatmateriaal
op maaiveld
Asbestverdacht plaatmateriaal
#
plaatmateriaal
op maaiveld
Asbestverdacht plaatmateriaal
#
AB05 asbest-M
asbestonderzoek stereo/pol plaatmateriaal kwan/kwalitatief (m/m%), materiaal 5 x 5 cm, NEN 5896
Naar aanleiding van de analyseresultaten (zie paragraaf 4.7.1) is in overleg met de opdrachtgever een uitsplitsing verricht. In het grondmengmonster MM-07 is namelijk een matig verhoogd gehalte aan zink aangetoond. Bij de uitsplitsing zijn de separate grondmonsters, waar mengmonster MM-07 uit bestaat, en nog een extra grondmonster (boring 27; 1,0-1,5 m –mv), geanalyseerd op zink. In tabel 9 is een overzicht van de aanvullend uitgevoerde analyses weergegeven. Tabel 9.
Uitsplitsing MM-07
Monstercode
Boring
Traject [m –mv]
Hoofdbestanddeel/ bijmenging
Analyses
M-13
24
0,5-1,0
Zandige klei, zwak puinhoudend
#
M-14
24
1,0-1,5
Klei, matig puinhoudend
#
M-15
27
0,5-1,0
Zandige klei, zwak puinhoudend
#
M-16
27
1,0-1,5
Zandige klei, matig puinhoudend
#
4.6
Zink
Toetsingsnormen
4.6.1 Landbodem Circulaire bodemsanering 2009 en Besluit bodemkwaliteit De mate van verontreiniging wordt bepaald door toetsing van de resultaten van de chemische en fysische analyses van de grond- en grondwatermonsters aan de toetsingswaarden, zoals beschreven in de Circulaire bodemsanering 2009. Vanaf 1 oktober 2008 zijn de streefwaarden voor grond vervangen door achtergrondwaarden. De achtergrondwaarden zijn overgenomen uit het Besluit bodemkwaliteit. Een overzicht van de interventiewaarden voor grond (Circulaire bodemsanering 2009), de streef- en interventiewaarden voor grondwater (Circulaire bodemsanering 2009) en de achtergrondwaarden voor grond (Besluit bodemkwaliteit) is als bijlage 5 aan dit rapport toegevoegd. In de Circulaire bodemsanering 2009 wordt voor metalen onderscheid gemaakt in ondiep en diep grondwater. Bij een regulier bodemonderzoek wordt alleen de kwaliteit van het freatisch (ofwel ondiepe) grondwater bepaald. Voor onderzoek naar de kwaliteit van diep grondwater (bijvoorbeeld uit het eerste watervoerend pakket) worden voor metalen andere toetsingswaarden gehanteerd. Verkennend bodemonderzoek Lage Dijk Noord 28 te IJsselstein Rapportnr.: AT11108, mei 2011
13
•
Streefwaarden grondwater en achtergrondwaarden grond De streefwaarden voor grondwater en de achtergrondwaarden voor grond worden beschouwd als de bovengrens van een, in Nederlandse bodems, goede bodemkwaliteit, waarbij nog sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de streef- of achtergrondwaarde is er sprake van een bodemverontreiniging. De bodemkwaliteit kan dan een nadelige invloed hebben op de diverse functies van de bodem. Streef- en achtergrondwaarden representeren het niveau dat bereikt dient te worden waarbij de bodem alle functionele eigenschappen voor mens, dier of plant volledig kan vervullen.
•
Interventiewaarden grond en grondwater De interventiewaarden zijn concentratieniveaus waarboven sprake kan zijn van ernstige risico’s voor de menselijke gezondheid of het bodemecosysteem. De interventiewaarden voor grond zijn humaan- en ecotoxicologisch onderbouwd en zijn afhankelijk van het bodemtype. De interventiewaarden voor grondwater zijn afgeleid van de interventiewaarden voor grond. Bij overschrijding van de interventiewaarden is, onder voorwaarden, sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging1. Bij een geval van ernstige bodemverontreiniging bestaat een saneringsplicht, zoals bedoeld in de Wet bodembescherming (Wbb). Voorafgaand aan een bodemsanering wordt een BUS-melding verricht of een saneringsplan opgesteld. De BUS-melding of het saneringsplan dient ter goedkeuring te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Afhankelijk van de actuele humane, ecologische en verspreidingsrisico’s die het geval van ernstige bodemverontreiniging met zich meebrengt dient de sanering al dan niet met spoed te worden uitgevoerd. Voor het bepalen van de risico’s en de spoed van de sanering wordt verwezen naar de Circulaire bodemsanering 2009.
•
Toetsingscriterium voor nader onderzoek (tussenwaarde) Het toetsingscriterium ten behoeve van nader onderzoek voor grond is bepaald als: de helft van de som van de achtergrondwaarden en de interventiewaarden, ½ (AW+I). De tussenwaarde voor grondwater blijft gehandhaafd op de helft van de som van de streefwaarden en de interventiewaarden, ½ (S+I). Bij een historische verontreiniging (ontstaan vóór 1987) is bij de overschrijding van deze tussenwaarde een gerede kans aanwezig dat de onderzochte locatie (plaatselijk) ernstig verontreinigd is. De tussenwaarde geeft daarom aan dat in dergelijke situaties een nader onderzoek gewenst is. Nader onderzoek wordt uitgevoerd teneinde de ernst (=concentraties en omvang) van de verontreiniging vast te stellen. Op basis van het nader onderzoek kan de saneringsnoodzaak worden vastgesteld.
Mate van verontreiniging Bij de omschrijving van de mate van verontreiniging worden de volgende begrippen gebruikt: niet verontreinigd : concentraties kleiner/gelijk aan de achtergrondwaarden voor grond en de streefwaarden voor grondwater; licht verontreinigd : concentraties tussen de achtergrondwaarden en de halve som van de achtergrond- en interventiewaarden voor grond en de streefwaarden en de halve som van de streef- en interventiewaarden voor grondwater; matig verontreinigd : concentraties tussen de halve som van de achtergrond- en interventiewaarde en de interventiewaarde voor grond en de halve som van de streef- en interventiewaarde en de interventiewaarde voor grondwater; sterk verontreinigd : concentraties groter dan de interventiewaarde. 1
Van een geval van ernstige verontreiniging is sprake wanneer in meer dan 25 m3 grond (of sediment) of 100 m3 grondwater de gemiddelde concentratie van een verontreinigende stof hoger is dan de interventiewaarde. Bovendien dient de verontreiniging te zijn ontstaan vóór 1987 (een zogenaamde historische verontreiniging).
Verkennend bodemonderzoek Lage Dijk Noord 28 te IJsselstein Rapportnr.: AT11108, mei 2011
14
Berekening van achtergrond-, streef- en interventiewaarden De achtergrond- en interventiewaarden voor de droge bodem (grond) zijn voor zware metalen en organische verbindingen afhankelijk van het percentage lutum en/of organische stof. De in de bijlage 5 vermelde achtergrond- en interventiewaarden, van toepassing op een standaardbodem (25% lutum en 10% organische stof), dienen daarom te worden gecorrigeerd voor de actuele percentages. In bijlage 5 zijn ook de betreffende correctiefactoren opgenomen. AS3000 en (verhoogde) detectiegrenzen De AS3000 is een richtlijn waarin de kwaliteitseisen voor laboratoria zijn vastgelegd voor al het milieuhygiënisch bodemonderzoek. Met de introductie van de AS3000 in laboratoria zijn onder andere de detectiegrenzen van de te analyseren stoffen in grond en grondwater aangepast. Vaak zijn deze AS3000 detectiegrenzen strenger dan de achtergrondwaarden voor grond en de streefwaarden voor grondwater. In sommige gevallen liggen de AS3000 detectiegrenzen echter hoger dan de achtergrondwaarden voor grond en de streefwaarden voor grondwater. Verder kan het voorkomen dat door bijvoorbeeld de samenstelling van een monster sprake is van een verhoogde detectiegrens.
De toetsing van gehalten volgens de AS3000 is als volgt: Indien de detectiegrens voldoet aan de AS3000 detectiegrens, maar groter is dan de achtergrondwaarde voor grond of de streefwaarde voor grondwater mag verondersteld worden dat het daadwerkelijke gehalte lager is dan de achtergrond- of streefwaarde (dus niet verontreinigd). Is de detectiegrens groter dan de achtergrondwaarde voor grond of de streefwaarde voor grondwater en voldoet de detectiegrens niet aan de AS3000, dan dient te worden getoetst met behulp van de 0,7 factor. Hierbij vindt toetsing plaats op een “fictief” gehalte van 70% van de detectiegrens. Dit “fictieve” gehalte is nu maatgevend, waardoor het monster veelal wordt aangemerkt als licht verontreinigd. Bij verhoogde detectiegrenzen, veroorzaakt door bijvoorbeeld de samenstelling van een monster, kan het zelfs voorkomen dat de 0,7 factor de tussenwaarde of interventiewaarde overschrijdt. Een voorbeeld hiervan zijn sterk humushoudende monsters met een laag droge stofgehalte. Humuszuren kunnen een storende werking geven op de analyseapparatuur, waardoor in het laboratorium wordt verdund en er een verhoogde detectiegrens optreedt. In het geval van somparameters, zoals PAK en PCB, wordt bij gehalten kleiner dan de detectiegrens ook getoetst met behulp van de 0,7 factor.
De 0,7 factor bestaat hier uit de sommatie van de afzonderlijk gemeten concentraties voor de individuele parameters plus de “fictieve” gehalten (70% van de al dan niet verhoogde detectiegrenzen). De “fictieve” gehalten worden dus bij de aangetoonde concentraties van de andere individuele parameters opgeteld. Voor de toetsing is het berekende/gecorrigeerde gehalte bij de 0,7 factor maatgevend. Zijn de concentraties van alle individuele parameters kleiner dan de AS3000 detectiegrens dan mag worden verondersteld dat het daadwerkelijke gehalte van de somparameter lager is dan de achtergrondwaarde. De normen voor barium zijn vanaf 1 april 2009 tijdelijk buiten werking gesteld. Barium wordt vaak in hoge gehalten aangetroffen. Belangrijke oorzaak daarvoor is dat deze stof van nature voorkomt in de bodem. Het hoge gehalte van barium in de bodem leidt momenteel tot stagnatie in het hergebruik van vrijkomende grond en baggerspecie en tot meer saneringsgevallen. Nader onderzoek inzake het van nature voorkomen van barium in de Nederlandse bodem, en met name in de toxische variant, is noodzakelijk. In afwachting van dit advies is besloten om voor barium tijdelijk geen normen te hanteren. De achtergrondwaarde voor barium is dan ook per 1 april 2009 komen te vervallen.
Deze tijdelijke buitenwerking stelling geldt niet voor die situaties waar met zekerheid kan worden vastgesteld dat het om een antropogene bodemverontreiniging gaat. In die situaties blijft de huidige interventiewaarde voor barium gelden.
Verkennend bodemonderzoek Lage Dijk Noord 28 te IJsselstein Rapportnr.: AT11108, mei 2011
15
Zorgplicht Indien een verontreiniging is ontstaan ná 1987 is in het kader van de Wet bodembescherming sprake van een nieuw geval van bodemverontreiniging. Een nieuw geval van bodemverontreiniging kan bijvoorbeeld worden veroorzaakt door een calamiteit. Bij een nieuw geval van bodemverontreiniging is de zorgplicht van toepassing. De zorgplicht houdt in dat de verontreiniging zo spoedig mogelijk verwijderd dient te worden. Een bodemonderzoek naar de omvang van de verontreiniging is gewenst, maar niet verplicht. De mate van verontreiniging speelt in dit kader, in tegenstelling tot een historische verontreiniging, geen rol. Wel dient voorafgaand aan de verwijdering van de verontreiniging een herstelplan ter goedkeuring te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Besluit bodemkwaliteit Voor de nuttige toepassing van partijen grond buiten de onderzoekslocatie zijn beperkingen verbonden. Voor toepassing van grond buiten de locatiegrenzen in een hoeveelheid groter van 50 m3 geldt het Besluit bodemkwaliteit. Indien grond vrijkomt is de gemeente waar de grond (nuttig) wordt toegepast bevoegd gezag ten aanzien van de bestemming van de grond. Geadviseerd wordt om eventueel vrijkomende grond binnen de grenzen van de locatie her te schikken. Voor hergebruik als bodem binnen de locatie is het Besluit bodemkwaliteit namelijk niet van toepassing.
Voor meer informatie omtrent het nuttig toepassen van partijen grond wordt verwezen naar het digitale Meldpunt bodemkwaliteit van SenterNovem. 4.6.2
Asbest
Milieuhygiënisch Saneringscriterium Bodem, protocol asbest (zie bijlage 3 van de Circulaire bodemsanering 2009) Sinds 1 januari 2003 is de gewogen interventiewaarde voor asbest in (water)bodem van kracht. De gewogen restconcentratienorm voor toepassing van grond, baggerspecie en puin(granulaat) is op 1 maart 2003 gelijk gesteld aan deze gewogen interventiewaarde. De gewogen interventiewaarde voor asbest in bodem en de gewogen restconcentratienorm bedraagt 100 mg/kg ds. De gewogen concentratie voor asbest wordt berekend door de concentratie serpentijnasbest te vermeerderen met tienmaal de concentratie ambifoolasbest. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen hechtgebonden en niet-hechtgebonden asbest. Voor het bepalen van de humane risico’s is de hechtgebondenheid wel van belang. Indien de gewogen interventiewaarde voor asbest in bodem ((water)bodem, grond en baggerspecie) wordt overschreden en de verontreiniging is ontstaan vóór juli 1993 (historische verontreiniging) is direct sprake van een geval van ernstige verontreiniging. De omvang van de asbestverontreiniging is hierbij niet relevant. Toch is het zinvol om de omvang van de verontreiniging met asbest vast te stellen. Bij een geval van ernstige bodemverontreiniging bestaat een saneringsplicht, zoals bedoeld in de Wet bodembescherming.
De terugsaneerwaarde voor asbest in bodem wordt in dergelijke situaties vaak gelijk gesteld aan de gewogen interventiewaarde (100 mg/kg ds). Voorafgaand aan een bodemsanering wordt een BUS-melding verricht of een saneringsplan opgesteld. De BUS-melding of het saneringsplan dient ter goedkeuring te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Voor het bepalen van de humane risico’s en de spoed van de sanering wordt verwezen naar de Circulaire bodemsanering 2009. Voor asbest bestaat geen streefwaarde of toetsingscriterium voor nader onderzoek (tussenwaarde). Wordt de gewogen interventiewaarde van 100 mg/kg ds niet overschreden dan is de bodem volgens de Wet bodembescherming formeel “niet verontreinigd” met asbest. Voor het nuttig toepassen van partijen grond of voor het verspreiden van specie op aangrenzende percelen met gewogen asbestgehalten tot 100 mg/kg ds bestaan dan ook geen beperkingen.
Verkennend bodemonderzoek Lage Dijk Noord 28 te IJsselstein Rapportnr.: AT11108, mei 2011
16
Indien een asbestverontreiniging is ontstaan ná juli 1993 is in het kader van de Wet bodembescherming sprake van een nieuw geval van (water)bodemverontreiniging. Bij een nieuw geval van verontreiniging is de zorgplicht van toepassing. 4.7
Toetsing analyseresultaten
4.7.1
Grond
Van de geanalyseerde grond(meng)monsters is bekeken of de concentratie van de onderzochte parameters de berekende achtergrondwaarde (AW), de halve som van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde ((AW+I)/2), of de interventiewaarde (I) overschrijdt. In bijlage 6 is de toetsing opgenomen van de analyseresultaten aan de omgerekende achtergrond- en interventiewaarden (van toepassing op de actuele percentages lutum en organische stof). In de tabellen 10 en 11 zijn de monsters en de stoffen weergegeven waarvoor een overschrijding van een toetsingswaarde is gemeten. Tabel 10.
Overzicht van overschrijdingen van toetsingswaarden [mg/kgds]
Plaats
Verspreid over de locatie
(Meng)monstercode
MM-01
M-02
MM-03
MM-05
Boring(en)
A02+A13+A17
A15
A05+A08+A18+A21
A21+A23+A25+A26+ A29+A30
Traject [m –mv]
0,0-0,5
0,0-0,3
0,0-0,5
0,0-0,7
Hoofdbestanddeel/ bijmenging
(Zandige en/of humeuze) klei/ sporen puin of zwak puinhoudend
Zandige en humeuze klei/ zwak puinhoudend, zwak koolhoudend
Zandige en humeuze klei
Klei
Droge stof [gew. -%]
82,2
80,8
84,2
78,6
Org. stof [% vd ds]
3,9
6,5
3,9
3,5
Lutum [% vd ds]
20
24
17
41
Koper
--
72
--
--
Kwik
--
0,35
--
--
Lood
44
120
--
--
Zink
--
520
120
--
PAK (10 van VROM)
--
2,3
1,8
--
PCB (7) [µg/kgds]
--
--
--
33
XX,X -XX,X XX,X XX,X
percentage droge stof, organische stof en/of lutum op basis van laboratoriumbepaling gemeten concentratie is kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde of de AS3000 detectiegrens gemeten concentratie is groter dan de achtergrondwaarde, maar kleiner dan of gelijk aan het toetsingscriterium voor nader onderzoek (tussenwaarde) gemeten concentratie is groter dan het toetsingscriterium voor nader onderzoek (tussenwaarde), maar kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde gemeten concentratie is groter dan de interventiewaarde
Verkennend bodemonderzoek Lage Dijk Noord 28 te IJsselstein Rapportnr.: AT11108, mei 2011
17
Tabel 11.
Overzicht van overschrijdingen van toetsingswaarden [mg/kgds]
Plaats
Verspreid over de locatie
(Voormalige) ondergrondse dieseltank
Voormalige dam
(Meng)monstercode
MM-07
M-08
M-12
Boring(en)
A24+A27
B01
E01
Traject [m –mv]
0,5-1,5
1,5-2,0
0,0-0,4
Hoofdbestanddeel/ bijmenging
Zandige klei/ zwak tot matig puinhoudend
Zandige klei/ matige oliewaterreactie, matige dieselgeur
Humeus zand/ zwak puinhoudend
Droge stof [gew. -%]
78,8
77,1
92,9
Org. stof [% vd ds]
6,1
2,3
4,5
Lutum [% vd ds]
28
ng
9,7
Kwik
0,20
ng
0,19
Lood
86
ng
--
Zink
500
ng
--
PAK (10 van VROM)
7,5
ng
7,7
PCB (7) [µg/kgds]
110
ng
--
--
250
--
Minerale olie XX,X ng -XX,X XX,X XX,X #
percentage droge stof, organische stof en/of lutum op basis van laboratoriumbepaling niet geanalyseerd gemeten concentratie is kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde of de AS3000 detectiegrens gemeten concentratie is groter dan de achtergrondwaarde maar kleiner dan of gelijk aan het toetsingscriterium voor nader onderzoek (tussenwaarde) gemeten concentratie is groter dan het toetsingscriterium voor nader onderzoek (tussenwaarde), maar kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde gemeten concentratie is groter dan de interventiewaarde detectiegrens voldoet niet aan de AS3000 detectiegrens (er is bijvoorbeeld sprake van een verhoogde detectiegrens), waardoor getoetst is met een fictief gehalte van 70% van de (verhoogde) detectiegrens
In de grond(meng)monsters MM-04, M-06, M-10 en M-11 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond voor de onderzochte stoffen uit het standaard analysepakket. In grondmonster M-09 is geen verhoogde concentratie voor minerale olie aangetoond. Door het matig verhoogde zinkgehalte in grondmengmonster MM-07 is een uitsplitsing verricht. Hierbij zijn de separate grondmonsters, waar het betreffende mengmonster uit bestaat, en een extra grondmonster, geanalyseerd op zink. In tabel 12 zijn de getoetste analyseresultaten van de uitsplitsing aangegeven.
Verkennend bodemonderzoek Lage Dijk Noord 28 te IJsselstein Rapportnr.: AT11108, mei 2011
18
Tabel 12.
Overzicht van overschrijdingen van toetsingswaarden [mg/kgds]
(Meng)monstercode
M-13
M-14
M-15
M-16
Boring(en)
A24
A24
A27
A27
Traject [m –mv]
0,5-1,0
1,0-1,5
0,5-1,0
1,0-1,5
Hoofdbestanddeel/ bijmenging
Zandige klei/ zwak puinhoudend
Klei/ matig puinhoudend
Zandige klei/ zwak puinhoudend
Zandige klei/ matig puinhoudend
Droge stof [gew. -%]
75,6
75,8
83,0
74,9
Org. stof [% vd ds]
(6,1)
(6,1)
(6,1)
(6,1)
Lutum [% vd ds]
(28)
(28)
(28)
(28)
Zink
190
200
590
(XX,X) -XX,X
1.400
percentage droge stof, organische stof en/of lutum op basis van laboratoriumbepaling gemeten concentratie is kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde of de AS3000 detectiegrens gemeten concentratie is groter dan de achtergrondwaarde, maar kleiner dan of gelijk aan het toetsingscriterium voor nader onderzoek (tussenwaarde) gemeten concentratie is groter dan het toetsingscriterium voor nader onderzoek (tussenwaarde), maar kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde gemeten concentratie is groter dan de interventiewaarde
XX,X XX,X
4.7.2
Grondwater
Van de geanalyseerde grondwatermonsters is bekeken of de concentratie van de onderzochte parameters de streefwaarde (S), de halve som van de streefwaarde en de interventiewaarde ((S+I)/2), of de interventiewaarde (I) overschrijdt. In bijlage 6 is de toetsing opgenomen van de analyseresultaten aan de streef- en interventiewaarden. In tabel 13 staan de chemische analyseresultaten van de grondwatermonsters in µg/liter vermeld, indien een norm wordt overschreden. Tabel 13.
Overzicht van overschrijdingen van toetsingswaarden [µg/l]
Plaats
Bovengrondse dieseltank
Verspreid over de locatie
Monstercode
Peilbuis A08
Peilbuis A22
Peilbuis A24
Peilbuis C01
Filterdiepte [m –mv]
2,0-3,0
2,5-3,5
2,0-3,0
2,0-3,0
Barium
230
170
120
ng
Koper
--
--
17
ng
Molybdeen
--
--
15
ng
Zink
--
87
--
ng
Xylenen (0,7 factor)
--
--
--
5,8
Naftaleen
--
--
--
1,3
ng -XX,X XX,X XX,X
niet geanalyseerd gemeten concentratie is kleiner dan of gelijk aan de streefwaarde of de AS3000 detectiegrens gemeten concentratie is groter dan de streefwaarde, maar kleiner dan of gelijk aan het toetsingscriterium voor nader onderzoek (tussenwaarde) gemeten concentratie is groter dan het toetsingscriterium voor nader onderzoek (tussenwaarde), maar kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde gemeten concentratie is groter dan de interventiewaarde
Verkennend bodemonderzoek Lage Dijk Noord 28 te IJsselstein Rapportnr.: AT11108, mei 2011
19
In het grondwater van peilbuis B01, nabij de (voormalige) ondergrondse dieseltank zijn geen verhoogde gehalten aangetoond voor minerale olie en vluchtige aromaten. 4.7.3
Indicatief asbestonderzoek
De geanalyseerde stukjes asbestverdacht plaatmateriaal, die op het maaiveld van het zuidelijke deel van het erf, nabij de Provincialeweg, zijn gevonden (AB01 t/m AB04), zijn, met uitzondering van AB05, asbesthoudend. Plaatmateriaal AB05 bevat geen asbestvezels, maar plasticvezels. De overige onderzochte stukjes asbestverdacht plaatmateriaal (AB01 t/m AB04) bevatten hechtgebonden asbest (12,5% chrysotiel). Voor het analysecertificaat wordt verwezen naar bijlage 4.
Verkennend bodemonderzoek Lage Dijk Noord 28 te IJsselstein Rapportnr.: AT11108, mei 2011
20
5 INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN EN CONCLUSIE 5.1
Interpretatie onderzoeksresultaten
Verspreid over de locatie - bovengrond In het kleiige puinhoudende bovengrondmengmonster MM-01 (0,0-0,5 m –mv) is een licht verhoogde loodconcentratie aangetoond. In het kleiige puin- en koolhoudende bovengrondmonster M-02 (boring A15; 0,0-0,3 m –mv) zijn een matig verhoogde concentratie voor zink en licht verhoogde concentraties voor koper, kwik, lood en PAK aangetoond. In het kleiige bovengrondmengmonster MM-03 (0,0-0,5 m –mv) zijn licht verhoogde concentraties voor zink en PAK aangetoond. In het kleiige bovengrondmengmonster MM-05 (0,0-0,7 m –mv) is een licht verhoogde concentratie voor PCB aangetoond. De matig verhoogde concentratie voor zink in de bovengrond van boring A15, ter plaatse van de tuin, geeft op basis van de Wet bodembescherming (Wbb) aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. Verspreid over de locatie - ondergrond In het kleiige ondergrondmengmonster MM-04 (0,5-1,3 m –mv) zijn geen verhoogde concentraties voor de onderzochte stoffen uit het standaard analysepakket. In het kleiige ondergrondmonster M-06 (0,5-0,95 m –mv), waarin laagjes teer zijn aangetroffen, zijn eveneens geen verhoogde concentraties voor de onderzochte stoffen uit het standaard analysepakket aangetoond.
In het kleiige puinhoudende ondergrondmengmonster MM-07 (0,5-1,5 m –mv) zijn een matig verhoogde concentratie voor zink en licht verhoogde concentraties voor kwik, lood, PAK en PCB aangetoond. In verband met het matig verhoogde gehalte aan zink is een uitsplitsing verricht. Hierbij zijn de grondmonsters uit mengmonster MM-07 separaat geanalyseerd op zink. Uit de resultaten van de uitsplitsing is gebleken dat in de puinhoudende ondergrond ter plaatse van boring A27 (0,5-1,0 m –mv) een matig verhoogde concentratie voor zink is aangetoond. In de diepere puinhoudende ondergrond ter plaatse van boring A27 (1,0-1,5 m –mv) is een sterk verhoogde concentratie voor zink aangetoond. In de ondergrond ter plaatse van boring A24 (0,5-1,5 m –mv) zijn slechts licht verhoogde concentraties voor zink aangetoond. De matig tot sterk verhoogde concentratie voor zink in de ondergrond van boring A27, ter plaatse van het weiland, geeft op basis van de Wet bodembescherming (Wbb), aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. Verspreid over de locatie - grondwater In het grondwater uit peilbuis A08 (erf) is een licht verhoogde bariumconcentratie aangetoond. In het grondwater uit peilbuis A22 (zuidoostelijke deel van de locatie) zijn licht verhoogde concentraties voor barium en zink aangetoond.
In het grondwater uit peilbuis A24 (weiland) zijn licht verhoogde concentraties voor barium, koper en molybdeen aangetoond. Vermoedelijk zijn de licht verhoogde concentraties voor zware metalen in het grondwater als een verhoogde achtergrondwaarde aan te merken. (Voormalige) ondergrondse dieseltank In het kleiige ondergrondmonster M-08, ter plaatse van de (voormalige) ondergrondse dieseltank (boring B01; 1,5-2,0 m –mv), met een matige olie-waterreactie en een matige dieselgeur, is een licht verhoogde concentraties voor minerale olie aangetoond. In het grondwater uit peilbuis B01 zijn geen verhoogde concentraties voor minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond. De hypothese verdacht wordt bevestigd.
Verkennend bodemonderzoek Lage Dijk Noord 28 te IJsselstein Rapportnr.: AT11108, mei 2011
21
Bovengrondse dieseltank In het kleiige bovengrondmonster M-09 (boring C01; 0,2-0,7 m –mv) ter plaatse van de bovengrondse dieseltank, met een zwakke olie-waterreactie en een zwakke dieselgeur, is geen verhoogde concentratie voor minerale olie aangetoond. In het grondwater uit peilbuis C01 zijn licht verhoogde concentraties voor xylenen en naftaleen aangetoond. De hypothese verdacht wordt bevestigd. Slootdemping In het zandige puinhoudende bovengrondmonster D01 (0,0-0,5 m –mv), van het oostelijke deel van de slootdemping, en in het kleiige puinhoudende bovengrondmonster D03 (0,0-0,5 m –mv), van het westelijke deel van de slootdemping, zijn geen verhoogde concentraties voor de onderzochte stoffen uit het standaard analysepakket aangetoond. De hypothese verdacht wordt niet bevestigd. Voormalige dam In het zandige puinhoudende bovengrondmonster E01 (0,0-0,4 m-mv) ter plaatse van de voormalige dam zijn licht verhoogde concentraties voor kwik en PAK aangetoond. De hypothese verdacht wordt bevestigd. Mogelijk zijn de licht verhoogde concentraties voor kwik en PAK te relateren aan de aanwezigheid van puin in de bovengrond. Asbest op het zuidelijke deel van het erf, nabij de Provincialeweg De visuele maaiveldinspectie heeft zich gericht op de gehele locatie. Op drie plaatsen is asbestverdacht materiaal aangetroffen.
Het plaatmateriaal AB01 t/m AB04 dat is aangetroffen op het maaiveld ten zuiden van de stallen, nabij de silo’s (AB01 en AB02) en ten zuiden van de schuur met de bovengrondse dieseltank (AB03 en AB04) is asbesthoudend (12,5% chrysotiel). Het plaatmateriaal AB05 dat is aangetroffen nabij de mestopslag, is niet asbesthoudend, maar bevat plasticvezels. Geadviseerd wordt ter plaatse van de vindplaatsen van het asbesthoudend materiaal een indicatief bodemonderzoek uit te voeren naar asbest in grond. 5.2
Conclusie en advies
De aangetoonde matig verhoogde concentratie voor zink in de bovengrond van boring A15, ter plaatse van de tuin, en de matig tot sterk verhoogde concentratie voor zink in de ondergrond van boring A27, ter plaatse van het weiland, geven op basis van de Wet bodembescherming (Wbb) aanleiding tot het uitvoeren van een nader onderzoek. Van een geval van ernstige bodemverontreiniging in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) is (onder andere) sprake, wanneer in meer dan 25 m3 grond de interventiewaarde wordt overschreden. Een geval van ernstige bodemverontreiniging houdt in dat saneringsmaatregelen noodzakelijk zijn. Op het zuidelijke deel van het erf is asbesthoudend plaatmateriaal op het maaiveld aangetroffen (12,5% chrysotiel). Geadviseerd wordt alle aanwezige asbesthoudende plaatmaterialen op het maaiveld te verwijderen en ter plaatse een indicatief asbestonderzoek uit te voeren. AT MilieuAdvies B.V. Lekkerkerk, mei 2011
ing. W.R. van Wolferen
Verkennend bodemonderzoek Lage Dijk Noord 28 te IJsselstein Rapportnr.: AT11108, mei 2011
22
BIJLAGE 1
REGIONALE LIGGING VAN DE LOCATIE OP DE TOPOGRAFISCHE OVERZICHTSKAARTEN ANNO 2004 schaal 1 : 25.000 schaal 1 : 10.000
BIJLAGE 2
SITUATIETEKENING ONDERZOEKSLOCATIE schaal 1 : 500
BIJLAGE 3
BOORPROFIELEN
Boormeester: Mario van Kooten
Boring:
A01
Boring: 0
0
Zand, matig fijn, matig siltig, bruingrijs 1
0
Klei, zwak zandig, zwak humeus, zwak puinhoudend, bruin 1
50
50
A02
0
Zand, matig fijn, matig siltig, lichtbruin
50
50
Klei, zwak siltig, bruin 2
2
80
Klei, zwak siltig, grijs 100
100
100
3 130
150
Klei, zwak zandig, sporen roest, grijsbruin
4 160
Klei, sterk zandig, grijsbeige 5 200
200
Boring:
A03
Boring: 0
0
Zand, matig fijn, matig siltig, lichtbruin 1
A04 0
0
14
1
30 31
volledig asfalt, zwart volledig slakken, matige dieselgeur, donkergrijs ondoordringbaar (baksteen)
50 2 100
100
Locatie: vbo Lagedijk-Noord 28 te IJsselstein
Project: AT11108
Boormeester: Mario van Kooten
Boring:
A05
Boring: 0
0
Klei, zwak zandig, zwak humeus, laagjes zand, bruin
1
A06 0
0
30
2 50
50
100
A07
Boring: 0
0
10
klinker
30
Zand, matig fijn, zwak siltig, grijsbruin
1
100
0
0
Klei, matig zandig, zwak humeus, bruin 1 50
50
2
Zand, matig fijn, zwak siltig, grijsbruin
A08
Klei, zwak siltig, grijs 50
30
2
3
100
100
klinker
Klei, zwak siltig, grijs 50
Klei, zwak siltig, zwak roesthoudend, grijs
3
Boring:
Klei, zwak siltig, zwak roesthoudend, grijsbruin
10
1
Klei, zwak siltig, grijsbruin 2
3 100
100
100
100
Klei, zwak siltig, grijs 3 150
150
Klei, matig zandig, grijs 4 200
200
Zand, matig fijn, kleiïg, grijs 5 250
250
Zand, zeer fijn, matig siltig, grijs 6
300
Locatie: vbo Lagedijk-Noord 28 te IJsselstein
300
Project: AT11108
Boormeester: Mario van Kooten
Boring:
A09
Boring: 0
0
10
klinker
30
Zand, matig fijn, zwak siltig, grijsbruin
1
3 100
Boring: 0
50
2
0 10
1
Klei, zwak siltig, grijs 50
A10
0
20
klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, grijsbruin Klei, zwak siltig, grijs
2
3 100
A11
Boring: 0
volledig asfalt, zwart 20 26 27
100
100
A12 0
0 1
volledig slakken, grijsbruin ondoordringbaar
Locatie: vbo Lagedijk-Noord 28 te IJsselstein
10
klinker
25 26
Zand, matig fijn, zwak siltig, grijs ondoordringbaar
Project: AT11108
Boormeester: Mario van Kooten
Boring:
A13
Boring: 0
0
10
klinker
2
50
Klei, zwak siltig, sporen puin, donkergrijs
100
100
Klei, zwak siltig, sporen roest, grijsbruin
30 40
3
100
volledig asfalt, zwart volledig slakken, grijs volledig slakken, grijsbruin Klei, matig zandig, sterk puinhoudend, grijsoranje
50
Klei, zwak siltig, grijs
3
10
1 2
40
50
0
20
Zand, matig fijn, zwak siltig, bruingrijs
1
A14
0
4
Klei, zwak siltig, grijs
100
4 150
150
Klei, matig siltig, grijs 5 200
200
Boring:
A15
Boring: 0
0 1
30
Klei, matig zandig, zwak humeus, zwak puinhoudend, zwak koolhoudend, donkerbruin
2
0
0
10
1
50
50
60
20
2
Klei, zwak siltig, sporen puin, bruin 50
A16 klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbruin Klei, zwak siltig, bruingrijs Klei, zwak siltig, grijsbruin
Klei, zwak siltig, grijsbruin 3
3 100
100
Locatie: vbo Lagedijk-Noord 28 te IJsselstein
100
100
Project: AT11108
Boormeester: Mario van Kooten
Boring:
A17
Boring: 0 2
0 1 2 3 50
volledig asfalt, zwart 20 30
Grind, matig grof, matig zandig, grijsbruin
50
Klei, zwak zandig, zwak humeus, zwak puinhoudend, grijsbruin
A18 0
0
Klei, matig zandig, zwak humeus, bruin
1 30
Klei, zwak siltig, grijsbruin 50
2
Klei, zwak siltig, grijs 4
80
Klei, zwak siltig, grijsbruin
Klei, zwak siltig, grijs 100
100
100
3 130
4 150
150
Klei, sterk zandig, zwak roesthoudend, grijsbruin Klei, sterk zandig, grijs
5 200
200
Boring:
A19
Boring: 0
0
Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, bruingrijs
1 30
2 50
0 2
0 1
14
volledig asfalt, zwart
26 27
beton
Klei, zwak siltig, bruin
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbruin
Klei, zwak siltig, laagjes teer, grijsbruin
beton
50
3
A20
95 96
ondoordringbaar
Locatie: vbo Lagedijk-Noord 28 te IJsselstein
Project: AT11108
Boormeester: Mario van Kooten
Boring:
A21
Boring: 0
0 1
20
Klei, matig zandig, zwak humeus, bruin
50
0
Zand, matig fijn, kleiïg, zwak humeus, zwak grindhoudend, bruin 1
Klei, zwak siltig, bruin 2
A22
0
50
50
Klei, zwak siltig, bruin
70
2
Klei, zwak siltig, grijsbruin 100
3
100
100
Klei, zwak siltig, grijsbruin
120
3
Klei, matig zandig, grijs 4 150
150
Klei, sterk zandig, grijs
150
5
4 200
200
200
200
Klei, zwak siltig, grijs 5 240
250
Klei, sterk zandig, grijs 6 270
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindhoudend, grijs 300
7
8 350
350
Boring:
A23
Boring: 0
0
Klei, zwak siltig, bruin
0
0
1
Klei, zwak siltig, sporen puin, bruin 1
50
50
50 2
100
A24
Klei, zwak zandig, zwak puinhoudend, bruin 2
100
100
100
Klei, zwak siltig, matig puinhoudend, bruin 3 150
150
Zand, zeer fijn, matig siltig, grijs 4
200 5 250 6 300
Locatie: vbo Lagedijk-Noord 28 te IJsselstein
300
Project: AT11108
Boormeester: Mario van Kooten
Boring:
A25
Boring: 0
0
Klei, zwak siltig, bruin 1
Klei, zwak siltig, grijsbruin
Boring:
Boring: 0
Klei, zwak siltig, grijsbruin
100
A28 0
0
1
Klei, zwak siltig, zwak humeus, bruin 1
50
Klei, zwak zandig, zwak puinhoudend, bruin
50
50
2
Klei, zwak siltig, bruin 2
100
100
Klei, zwak siltig, bruingrijs
100
A27
50
50
2 100
0
Klei, zwak siltig, zwak humeus, bruin
50
2 100
0
1 50
50
A26
0
Klei, zwak zandig, matig puinhoudend, bruin
100
100
3 150
150
4
160
Klei, zwak siltig, grijs Zand, zeer fijn, matig siltig, grijs
5 200
200
Locatie: vbo Lagedijk-Noord 28 te IJsselstein
Project: AT11108
Boormeester: Mario van Kooten
Boring:
A29
Boring: 0
0
Klei, zwak siltig, bruin
A30 0
0
1
Klei, zwak siltig, zwak humeus, bruin 1
50
50
50 2 100
100
Klei, zwak siltig, bruin 2 100
100
Klei, zwak siltig, sporen roest, grijsbruin 3 150
150
Klei, matig zandig, sporen roest, grijs 4 200
200
Boring:
B01
Boring: 0
0 1
20
klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, brokken klei, grijsbruin
1
2
Klei, matig siltig, zwakke olie-water reactie, zwakke dieselgeur, grijsbruin 100
100
10
50
60
3
0
0
Klei, zwak zandig, zwak puinhoudend, bruingrijs
2 50
Klei, matig zandig, zwak humeus, bruin
B02
Klei, zwak siltig, zwakke olie-water reactie, zwakke dieselgeur, grijs
80
Klei, zwak siltig, grijs 100
3
4
130
Klei, sterk zandig, grijs 150
150
Klei, sterk zandig, matige olie-water reactie, matige dieselgeur, grijs
5
150
4
5 200
200
Klei, matig zandig, grijs
200
200
6 230
Zand, matig fijn, matig siltig, grijs
7 250
250
Zand, matig grof, zwak siltig, sterk grindhoudend, grijs 8
300 9 350
350
Locatie: vbo Lagedijk-Noord 28 te IJsselstein
Project: AT11108
Boormeester: Mario van Kooten
Boring:
C01 10
1
50
Boring: 0
0
20
2
klinker
0 10
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwakke olie-water reactie, zwakke dieselgeur, grijsbruin Klei, zwak siltig, zwakke olie-water reactie, zwakke dieselgeur, grijs
C02
0
50
20
Klei, zwak siltig, grijs
2
100
100
Klei, sterk zandig, grijs
110
Klei, sterk zandig, zwakke olie-water reactie, zwakke dieselgeur, grijs
4 150
Klei, sterk zandig, grijs
4 150
5
5 200
200
Zand, matig fijn, zwak siltig, bruingrijs
3
3 100
150
klinker
Zand, matig fijn, matig siltig, grijs
200
200
6 250
250
Zand, matig grof, zwak siltig, grijs 7 300
300
Boring:
D01
Boring: 0
0
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak puinhoudend, bruingrijs
1 50
50
Klei, zwak zandig, sporen puin, bruin
D02 0
0
Klei, matig zandig, zwak humeus, zwak grindhoudend, bruin 1 50
50
Klei, zwak siltig, bruin 2
2 100
80
100
Locatie: vbo Lagedijk-Noord 28 te IJsselstein
3 100
100
Klei, zwak zandig, laagjes zand, bruingrijs
Project: AT11108
Boormeester: Mario van Kooten
Boring:
D03
Boring: 0
0
Klei, zwak siltig, zwak humeus, sporen puin, bruin
D04 0
0 1
20
1
Klei, zwak siltig, bruin 50
50
Klei, matig zandig, zwak humeus, zwak grindhoudend, bruin
Klei, zwak siltig, bruin
50
2
2 3 100
100
Boring:
100
100
E01 0
0
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak puinhoudend, zwak grindhoudend, bruin
1 40 41
ondoordringbaar
Locatie: vbo Lagedijk-Noord 28 te IJsselstein
Project: AT11108
BIJLAGE 4
ANALYSERESULTATEN EN TOEGEPASTE ANALYSEMETHODEN
ALcontrol B.V. Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.alcontrol.nl
Analyserapport
AT MILIEUADVIES BV Mevr. W. van Wolferen Opperduit 310-312 2941 AP LEKKERKERK
Uw projectnaam Uw projectnummer ALcontrol rapportnummer
Blad 1 van 12
: vbo Lagedijk-Noord 28 te IJsselstein : AT11108 : 11671920, versie nummer: 1
Rotterdam, 12-05-2011
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project AT11108. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de geteste monsters. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters en het project zijn overgenomen in dit analyserapport. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel door derden uitgevoerd onderzoek, uitgevoerd door ALcontrol Laboratories, gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 12 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Mocht u vragen en/of opmerkingen hebben naar aanleiding van dit rapport, bijvoorbeeld als u nadere informatie nodig heeft over de meetonzekerheid van de analyseresultaten in dit rapport, dan verzoeken wij u vriendelijk contact op te nemen met de afdeling Customer Support. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
R. van Duin Laboratory Manager
ALCONTROL B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028 AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
AT MILIEUADVIES BV Mevr. W. van Wolferen Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 2 van 12
Analyserapport vbo Lagedijk-Noord 28 te IJsselstein
Orderdatum 05-05-2011 Startdatum 05-05-2011 Rapportagedatum 12-05-2011
AT11108 - 1
11671920
Analyse
Eenheid
Q
droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g g
S S S
82.2 <1 geen
organische stof (gloeiverlies) organische stof (gloeiverlies)
% vd DS % vd DS
S S
3.9
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
S S S S S S S S S
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
001
002
73.2 <1 geen
004
005
80.8 <1 geen
84.2 38 stenen
80.6 <1 geen
6.5
3.9
3.2
20
24
17
39
160 <0.35 10 25 <0.10 44 <1.5 29 86
130 0.5 9.5 72 0.35 120 <1.5 29 520
120 <0.35 8.2 22 <0.10 36 <1.5 25 120
190 <0.35 11 24 <0.10 25 <1.5 35 91
<0.01 0.18 0.09 0.56 0.31 0.25 0.20 0.28 0.22 0.21 1) 2.3
<0.01 0.29 0.07 0.46 0.18 0.18 0.10 0.18 0.15 0.14 1) 1.8
<0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 1) 0.07
<1 <1 <1
<1 <1 <1
<1 <1 <1
6.5
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN <0.01 naftaleen mg/kgds S 0.06 fenantreen mg/kgds S 0.02 antraceen mg/kgds S 0.15 fluoranteen mg/kgds S 0.09 benzo(a)antraceen mg/kgds S 0.07 chryseen mg/kgds S 0.05 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S 0.08 benzo(a)pyreen mg/kgds S 0.07 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S 0.05 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S 1) 0.65 pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds