Bijlage 1 bij rvs - eindrapportage en advies Innovatieagenda WIL-Gemeenten
Tekst van het document
66
Vanuit de WIL organisatie kan dit ondersteund worden met een ontwikkelingsprogramma voor medewerkers (het kreeg in het onderlinge gesprek de werktitel ‘de WIL-Academie’). Dit zodat methodiekontwikkeling, kennisdeling en onderlinge uitwisseling voor de betrokken professionals en het opleiden en inwerken van nieuwe collega’s een plek krijgt. Professionals en inwoners verdienen het dat er op hoogwaardig niveau in een lerende omgeving wordt gewerkt. De professionele gedrevenheid om er ‘het beste uit te halen’ kan zo worden gefaciliteerd. Hierin past het ook om alsnog uitvoering te geven aan een verdere training van medewerkers om beter vanuit de leefwereld van inwoners te werken. De geplande training in de gekozen methode Krachtwerk - die vanwege de corona nog niet kon worden uitgevoerd - kan zo alsnog plaatsvinden. Individuele ontwikkelgesprekken met medewerkers en hun leidinggevenden zijn de basis van dit beoogde ontwikkelprogramma dat na besluitvorming over de lokale werkteams moet worden opgestart. Het beeld uit deze evaluatie is verder dat een klein deel van de medewerkers (nog) moeite heeft met de doorgevoerde veranderingen en gemaakte beleidskeuzes. Deze medewerkers zullen definitief aan boord moeten worden gebracht van de met de Innovatieagenda inhoudelijk gewijzigde aanpak rond de uitvoering van de Participatiewet.
Primair kan hierbij de insteek zijn om een aantal onduidelijkheden op te lossen. Ook een verder gesprek in de teams over de bevindingen uit deze evaluatie kan daarbij helpen. Uiteindelijk is het van belang te bespreken en te beoordelen of de nieuwe rol en functie binnen de lokale werkteams ook past. Ook daarover moeten in het implementatieplan afspraken worden gemaakt. Inwoners met dienstverlening actueel in beeld houden: basisnormen van dienstverlening. In de Innovatieagenda is veel aandacht besteed aan het weer volledig in beeld brengen van het gehele bestand aan inwoners die een beroep doet op de Participatiewet. Voor inwoners is dit belangrijk. Ook vanuit de gemeente is het belangrijk om steeds goed in beeld te hebben welke mogelijkheden er zijn om mensen richting werk, participatie en ontwikkeling te begeleiden. De gehanteerde basisnormen voor de dienstverlening zijn een directe operationele vertaling van de minimale eisen die gesteld worden aan de dienstverlening rond werk en participatie. Hierin wordt de doelstelling dat iedereen in beeld is met zijn of haar mogelijkheden en dat passende ondersteuning wordt geboden concreet vertaald in een paar eenvoudige normen voor de uitvoering: -
Van iedereen is een actueel beeld van zijn situatie en mogelijkheden richting werk en/of participatie (concreet: een volledige diagnose aanwezig en niet ouder dan 12 maanden). Bekend is wat de afspraken met betrokkenen zijn (concreet: de activiteiten zijn bekend, er zijn termijnen afgesproken en binnen deze termijn worden deze activiteiten ook geactualiseerd). Elke inwoner heeft een hem bekende werkcoach als begeleider. De beoordeling van rechten en plichten in het kader van de bijstand is voor elke inwoner actueel en deze beoordeling is bij inwoners bekend. Het feitelijk contact van inwoners en werkcoaches is afhankelijk van de gemaakte ondersteuningsafspraken, maar er is tenminste één keer per jaar met iedereen contact om het beeld over de situatie van de inwoner en de gemaakte afspraken te actualiseren.
Een actieve uitvoering van de Participatiewet kan niet zonder actuele diagnoses, heldere afspraken met inwoners en (gespreks)contact. Het advies is ook deze basisnormen als een belangrijke gemeenschappelijke waarde te blijven borgen. In de uitvoering moet dit leiden tot het kunnen blijven werken binnen de (minimale) basisnormen over de dienstverlening. Het Dashboard Participatie ondersteunt het borgen van deze basisnormen. De bereikte resultaten op deze basisnormen werden toegelicht in hoofdstuk 3 van deze rapportage. Het is belangrijk dat deze basisnormen gezamenlijk
210907 Eindrapport evaluatie Innovatieagenda WIL - Gemeenten 2019-2021
67
worden geborgd, als onderdeel van de gezamenlijk bedrijfsvoering (de ‘ruggengraat’ voor het gezamenlijk sterk houden van de sociale dienst functie). Informatievoorziening: doorzetten ondersteuning resultaatgericht werken Tijdens de uitvoering van de Innovatieagenda is gewerkt aan het verbeteren van werkprocessen en het verbeteren van de informatievoorziening rond werk en participatie. Dit resulteerde o.a. in het Dashboard Participatie Bestandsbeheer voor uitvoerders, waarin overzichtelijk en direct toegankelijk alle informatie is te vinden over inwoners die dienstverlening uit de Participatiewet ontvangen. Het Dashboard ondersteunt de teams door transparantie, direct toegankelijke overzichten, snelle filtermogelijkheden en inzichten per medewerker en per team. Diagnoses, doelen, ingezette activiteiten zijn zo samen in beeld. De vraag vanuit de teams is deze ontwikkeling door te zetten naar informatie over bereikte resultaten: de uitstroom, de ontwikkeling van parttime werk, de ontwikkeling van mensen en stappen die hierbij worden gezet enz. Deze doorgaande ontwikkeling is al ingezet, maar het advies is ook om in de implementatieafspraken verder te kijken naar de vraag wat er nodig is om de informatievoorziening als een belangrijk onderdeel van de ‘ruggengraat’ van WIL en de lokale werkteams verder door te voeren.
Goede informatievoorziening, zicht op de mogelijkheden van het bestand en de effecten van het werk op medewerker en teamniveau kunnen zo - als onderdeel van resultaatgericht werken - de slagkracht bij de uitvoering van de Participatiewet verder vergroten.
Formatie lokale teams – basisformatie lokale werkteams en opplussen op basis lokale afspraken Bij de start van de Innovatieagenda is door de gemeenten een definitieve keuze gemaakt over een andere onderlinge verdeling van de besteding van Participatiegelden. Bij deze besluitvorming werd: a.
De kosten van de ten laste van het Participatiebudget gefinancierde formatie in twee stappen in overeenstemming gebracht met de wijze waarop de organisatiekosten binnen de GR WIL van gemeenten worden toegedeeld (genormeerd op basis van bijstandsaantallen) b. Het hierna resterende deel per gemeente beschikbaar gesteld in de vorm van lokaal handgeld, wat inzetbaar is voor de directe re-integratiekosten voor inwoners van de gemeenten. Voor de langere termijn lijkt het wenselijk om de bekostigingssystematiek van het basispersoneel eenduidig via de organisatiekosten van de GR WIL te laten verlopen. Dit verhoogt de transparantie en sturing op het geheel van de uitvoeringskosten en maakt scherper zichtbaar welke feitelijke budgetten per gemeente beschikbaar zijn voor re-integratieondersteuning. Het advies is om dit punt van bekostiging te onderzoeken en voor- en nadelen hierbij af te wegen. De bekostiging van deze personele kosten drukt nu relatief (te) zwaar op de beschikbare participatiemiddelen. Bij de uitvoering van de Innovatieagenda is veel gebruik gemaakt van tijdelijke versterking door inhuur. In de evaluatie is naar voren gekomen dat het wenselijk is de verhouding inhuur en vaste formatie goed te blijven kiezen en meer te verschuiven naar vaste of langer lopende aanstellingen van personeel.
Veel wisselingen geeft nadelen voor het opbouwen van teams en geeft nadelen voor de dienstverlening aan inwoners. Ook is inhuur duurder. De omvang van inhuren kan beter worden beheerst als de afspraken rond de fte inzet per lokaal werkteam per gemeente kunnen worden bepaald. Vanuit WIL wordt nu de basisformatie voor de lokale werkteams geleverd op basis van de GR-sleutel. Het moet eenvoudig mogelijk worden gemaakt deze basisformatie per gemeente te verhogen. Gemeenten krijgen daarmee de ruimte om de personele inzet in de goede verhouding te brengen met hun prioriteiten, projecten en eigen keuzes t.a.v. intensivering van prioritaire doelgroepen. Het advies is hierover in het implementatieplan een bekostigingsafspraak te verwerken.
210907 Eindrapport evaluatie Innovatieagenda WIL - Gemeenten 2019-2021
68
Een punt bij de formatie van de lokale werkteams is dat de teams Houten en IJsselstein/Lopik relatief klein zijn. Langdurige uitval van een medewerker slaat hier al sneller een groot gat. Het is wenselijk om sneller (vanuit onderlinge solidariteit) op dit soort situaties in te kunnen spelen en hier in GR WIL verband een oplossing voor af te spreken.
Budget lokale teams Door de gemeenten worden aan WIL de middelen uit het Participatiefonds beschikbaar gesteld t.b.v. de re-integratietaken. Deels worden deze ingezet voor de gezamenlijke personele kosten van de werkteams. Het andere deel wordt doorgezet als ‘lokaal handgeld’ naar de lokale werkteams. De projectleiders worden op dit moment nog niet toereikend gefaciliteerd om tussentijds zicht te hebben op de voortgang van bestedingen. De wijze waarop dit nu gaat vraagt om een verbetering, met als alternatief het direct bij de gemeente houden en via de gemeente zelf gaan besteden van het lokaal handgeld. Beide oplossingen hebben voor- en nadelen. Voor deze evaluatie gaat het te ver daar inhoudelijk op in te gaan, maar er moet wel vlot aan een betere oplossing worden gewerkt. Het is van belang op dit punt een actie uit te zetten die binnen een afgebakende periode tot een betere oplossing komt, zodat dit per 1 januari 2022 kan worden toegepast. Ambtelijk is inmiddels afgesproken dat WIL hierin de lead neemt.
“Bedrijfsrisico’s” In de evaluatie vroegen wij ook welke nadelen en risico’s er bij het lokaal werken zijn. In de antwoorden is terug te zien dat dit vooral punten rondom de bedrijfsvoering en samenwerking zijn: a) Ervaren onduidelijkheden t.a.v. de verantwoordelijkheden, structuur, leiding, HRM zorg en de identiteit rond de lokale werkteams. b) Meer noodzaak voor onderlinge afstemming, communicatie en overleg c) Het risico van verlies van eenheid, het uit elkaar drijven van teams die goed moeten samenwerken. d) Het risico van vermindering van vakkennis en onderlinge uitwisseling tussen professionals. e) De kwetsbaarheid van kleinere teams. f) De samenwerking tussen lokale werkteams en regionaal werkende teams. g) Ongewenste effecten van verschillen in gemeentelijk beleid voor inwoners en regelingen. h) De ervaren spanning tussen enerzijds meer lokaal werken en anderzijds de (landelijke) roep om een meer regionale aanpak en harmonisatie van instrumenten bijv. richting werkgevers. i) Diverse issues m.b.t. de bedrijfsvoering (HRM zorg, faciliteiten, processen en systemen, AVGregelingen privacy etc.). In deze evaluatie en de hier opgenomen adviezen zijn de punten benoemd om deze risico’s te ondervangen. Evenwel: het werken met een model van lokale werkteams geeft voor de bedrijfsvoering blijvend specifieke aandachtspunten mee.
Als resultaten teruglopen zijn de verantwoordelijkheden diffuser omdat de sturing en de daarbij horende verantwoordelijkheden meer zijn verdeeld. Deze risico’s zijn met blijvende aandacht voor samenwerking en passende maatregelen goed te beheersen. Het gaat hier om bedrijfsvoeringsrisico’s die de GR en daarmee de gemeenten kunnen raken. In het kader van ‘good governance’ is het van waarde deze risico’s actief te benoemen en in de planning& control cyclus van de GR WIL en het bestuurlijk gesprek hierover tussen WIL en de gemeenten expliciet aandacht te geven.
210907 Eindrapport evaluatie Innovatieagenda WIL - Gemeenten 2019-2021
69
Direct vervolg na besluitvorming: implementatieplan en implementatiebudget Dit evaluatierapport en advies wordt onderdeel van besluitvorming door de raden van de gemeenten Houten, IJsselstein, Lopik en Nieuwegein. Deze besluitvorming gaat primair over de vraag of de raden kunnen instemmen met het doorgaan met lokaal werken zoals in dit rapport wordt geadviseerd en met het hiervoor voorgestelde uitvoeringscenario. Na besluitvorming is het gewenst een gezamenlijk implementatieplan uit te werken. Hierbij wordt de opdracht voor de lokale werkteams en de (nieuwe) opdracht voor WIL in operationele vorm definitief uitgewerkt. Ook moet worden bekeken of en zo ja welke aanpassingen nodig zijn in bestaande formele afspraken en regelingen (GR, begrotingsafspraken, verordeningen etc.). En de in dit rapport benoemde adviespunten moeten worden uitgewerkt naar concrete uitvoeringsafspraken en uit te voeren acties. Binnen het implementatieplan past het om een check uit te voeren op alle facilitaire voorzieningen – waaronder beschikbare ICT-voorzieningen – die nodig zijn om het werken met lokale werkteams blijvend goed te kunnen organiseren. Hierin speelt overigens ook het verwerken van kernpunten uit de coronaperiode en het beroep op thuiswerken van medewerkers een aparte rol.
Uitgangspunt hierbij moet zijn dat alle normale faciliteiten voor medewerkers die mobiel, lokaal en regionaal werken goed in orde zijn en dat procedures voor eventuele problemen en verstoringen aangescherpt worden zodat deze sneller worden weggenomen. Dit zijn punten die dan waarschijnlijk vooral onder de verantwoordelijkheid van het GR bestuur en/of de colleges als uitwerkingsbesluiten zullen worden bekrachtigd. En waar dit de bevoegdheid van raden betreft uiteraard voor nadere besluitvorming aan de gemeenteraden zullen worden voorgelegd. Een eerste overzicht van onderwerpen voor deze implementatie is uitgewerkt in bijlage 4: actiepunten implementatie. Voor het in beeld brengen van de lokaal en regionaal te maken (eenmalige) invoeringskosten voor scenario D is parallel aan het afronden van dit rapport de voorbereiding gestart. Dit zodat de benodigde financiële informatie tijdig voor de besluitvorming over dit advies beschikbaar is.
210907 Eindrapport evaluatie Innovatieagenda WIL - Gemeenten 2019-2021
70
13.
Samenvatting advies
In de evaluatie komen twee met elkaar vervlochten leerlijnen uit de Innovatieagenda bij elkaar: I.
Het innoveren en inhoudelijk experimenteren bij werk en participatie. Het werken aan vernieuwde dienstverlening bij werk en participatie en het werken aan meer rendement van meedoen door betaald en onbetaald werk.
II.
Het organisatorisch experimenteren, gericht op het verbeteren van de sturing en de samenwerking tussen WIL en de gemeenten. De verbetering van sturing door de gemeenten met grotere lokale zeggenschap en lokaal maatwerk en het verbeteren van de samenwerking tussen WIL en de gemeenten (de ‘organisatorische’ leerlijn).
Wat zijn nu de punten waarop verder door gewerkt kan worden en tot welke adviezen leidt dit? 1. Zet het lokaal werken met de lokale werkteams door Met de ervaringen vanuit de Innovatieagenda staat de kracht en betekenis van de lokale werkteams voldoende vast. Het advies is hierop voort te bouwen. Niet alles is klaar en nog niet alle potentie is – ook door de coronacrisis – al benut. Voor het verder uitbouwen van de lokale dienstverlening van de werkteams is ook de komende periode aandacht nodig. 2. Kies voor het vanuit de gemeenten sturing blijven geven aan lokale werkteams Het advies is de keuze te maken voor een hoofdscenario waarbij de gemeenten rechtstreeks – via de door hen aan te sturen projectleiding – sturing geven aan de werkzaamheden van de lokale werkteams. Dit is de keuze voor het hoofdscenario D, zoals in dit advies werd uitgewerkt. 3. Werk vanuit het domein werk verder aan de samenwerking met partners in het sociaal domein en integrale resultaatgerichte inwonersondersteuning Vanuit de uitvoering Werk en Inkomen zijn betekenisvolle eerste stappen gezet in de afstemming en verbinding met andere onderdelen van het sociaal domein. De evaluatie geeft her en der aanwijzingen voor een ontwikkelprogramma, volgend op de Innovatieagenda, dat samen met deze partners aandacht zou moeten krijgen.
Een meer facilitair punt hierbij is de wenselijkheid om gezamenlijk uit te werken hoe in deze samenwerking goed omgegaan kan worden met vraagstukken rond gegevensuitwisseling en de AVG. Belangrijk hierbij is de instemming van inwoners zelf. Maar onduidelijkheden over wat wel en niet is toegestaan verstoren het samenwerken tussen de professionals. 4. Investeer in innovatie en methodiekontwikkeling In de Innovatieagenda beoogden gemeenten samen lerend verder te ontwikkelen welke aanpakken het beste werken voor wie. Door experimenten, uitwisseling, inbreng van kennis en ervaring vanuit ook andere gemeenten werken we aan de beste aanpak en methode voor inwoners van de Lekstroomgemeenten. Door de omstandigheden in de coronaperiode kon dit samen leren nog niet goed worden opgepakt. De uitnodiging is om de op innovatie en methodiekontwikkeling gerichte aanpak en de onderlinge uitwisseling ook in de volgende fase aandacht te geven. 5. Blijf investeren in samenwerking tussen gemeenten en WIL In de Innovatieagenda is de samenwerking tussen WIL en de gemeenten sterk verbeterd. Dat geldt zowel op uitvoerend niveau als op het niveau van overleg op beleid- en
210907 Eindrapport evaluatie Innovatieagenda WIL - Gemeenten 2019-2021
71
managementniveau. Dat gaat niet altijd vanzelf. Gemeenten en WIL moeten daarin alert blijven en het gesprek blijven voeren over hoe de samenwerking optimaal blijft. Als onderdelen tegen elkaar in gaan werken ontstaat gemakkelijk schade. 6. Eenduidige sturing lokale werkteams Voor de aansturing van de lokale werkteams is het belangrijk te zorgen voor een duidelijke eenhoofdige aansturing: dit zijn de projectleiders c.q. de toekomstig leidinggevenden van de lokale werkteams. 7. Regionale taken: aansturing vanuit de GR WIL Voor de opdracht aan WIL is het van belang om naast het faciliteren van de lokale werkteams ook het belang van de regionaal uit te voeren gezamenlijke taken te benoemen. Dit moet tot uitdrukking komen in de nieuwe opdracht voor de GR WIL. Het in dit rapport opgenomen schema voor de lokale en de regionale opdracht vormt daarbij het kader. 8. De gezamenlijke ‘ruggengraat’: aansturing vanuit de GR WIL Het belang van een sterke bedrijfsvoering en gezamenlijke backbone wordt in dit advies benadrukt. Gemeenten en WIL worden geadviseerd om dit ook de komende tijd als zelfstandig punt te bewaken en hierover afspraken te maken. 9.
Werken aan werk en participatie als expertise Het advies is om binnen de GR WIL als extra focuspunt aandacht te besteden aan de ontwikkeling van methodisch werken, vak-expertise en de eigen ontwikkeling van de medewerkers werkzaam binnen de lokale werkteams. Hiervoor is een programmatische aanpak wenselijk. 10. Inwoners met dienstverlening actueel in beeld houden: basisnormen van dienstverlening. Voor de dienstverlening aan inwoners zijn een aantal (minimale) basisnormen ontwikkeld. Het advies is om deze basisnormen voor de komende jaren vast te houden en gemeenschappelijk via het bestuur van de GR vast te stellen. 11. Formatie lokale teams – basisformatie lokale werkteams en opplussen op basis lokale afspraken Voor de minimaal benodigde basisformatie van de lokale teams zijn afspraken nodig. Dit is de benodigde vaste formatie die vanuit WIL t.b.v. de lokale werkteams beschikbaar moet komen. Daarnaast moeten gemeenten in staat zijn op basis van lokale keuzes personeelsformatie toe te voegen. Gemeenten ondervinden hiervan – via de kosten van de bijstand - ook de effecten. Hiervoor moet een verbetering van de bekostigingssystematiek worden uitgewerkt. 12. Budget lokale teams Het advies is de in gang gezette verbeteractie t.a.v.
periodieke tussentijdse informatievoorziening aan de projectleiders, met een toereikende verplichtingenadministratie en tenminste maandelijks inzicht in budgetten, met voortvarendheid door te zetten en tijdig af te ronden. Dit moet op tijd klaar zijn zodat hier per 1 januari 2022 mee kan worden gewerkt. 13. Informatievoorziening: doorzetten ondersteuning resultaatgericht werken Goede informatievoorziening - zoals rond de Innovatieagenda is ontwikkeld in het Dashboard Participatie - is voor de uitvoering essentieel. Het advies is hierop door te bouwen, dit aan te vullen met resultaatgerichte informatie en het geheel van managementinformatie hier verder mee in lijn te brengen. Dit ook als basis voor verdere verbeteringen in de verantwoordingsinformatie. 210907 Eindrapport evaluatie Innovatieagenda WIL - Gemeenten 2019-2021
72
14. Attentie houden voor bedrijfsrisico’s Het werken met een model van lokale werkteams geeft voor de bedrijfsvoering blijvend specifieke aandachtspunten mee. Als resultaten teruglopen zijn de verantwoordelijkheden diffuser omdat de sturing en de daarbij horende verantwoordelijkheden meer zijn verdeeld. Deze risico’s zijn met blijvende aandacht voor samenwerking en passende maatregelen goed te beheersen. In het kader van ‘good governance’ is het van waarde deze risico’s actief te benoemen in de planning& control cyclus van de GR WIL. Besluitvorming uitkomsten evaluatie, hoofdscenario en uitwerking 2022 De uitkomsten van de evaluatie en het daaraan verbonden advies wordt voor besluitvorming voorgelegd aan de colleges en de raden van de Lekstroomgemeenten (Houten, IJsselstein, Lopik en Nieuwegein). De primaire vraag voor de besluitvorming is of de raden in kunnen stemmen met het blijven werken met lokale teams en met het in het advies voorgestelde hoofdscenario D. In dit scenario wordt de uitvoering van de Participatiewet uitgevoerd door WIL samen met de gemeenten. Regionale samenwerking wordt hier gecombineerd met lokale werkteams die rechtstreeks vanuit elke gemeente wordt aangestuurd.
Dit model heeft de voorkeur omdat zo op de beste wijze ondersteuning kan worden geboden aan inwoners bij werk en participatie en/of een beroep doen op inkomensondersteuning vanuit de Participatiewet. Lokale werkteams voegen waarde toe aan de bestaande regionale uitvoering door een bredere benadering gericht op werk, participatie en passende ondersteuning, op het beter kunnen inzetten van alle lokale mogelijkheden bij deze ondersteuning, door een goede integrale lokale dienstverlening samen met ander partners in het sociaal domein en door het vergroten van nabijheid, dicht bij de leefwereld van eigen inwoners. In dit advies zijn schematisch de hoofdlijnen van de uit deze keuze voorvloeiende nieuwe opdracht uitgewerkt. Dit is een opdracht voor de gemeenten die gaat over het lokale werken en een schets voor de nieuwe opdracht aan de GR WIL. Na besluitvorming door de raden kan deze opdracht verder worden uitgewerkt. Dit geldt ook voor de diverse punten die in het advies zijn opgenomen voor het goed regelen van de bedrijfsvoering in dit model. Een belangrijk deel van deze punten gaan over te nemen besluiten binnen de GR WIL of besluiten te nemen door de colleges. Een deel van de te nemen besluiten (bijv. over evt. wijzigingen van de GR of de verordeningen) zullen ook aan de raden van de gemeenten worden voorgelegd.
Deze verdere uitwerkingsbesluiten zullen dan in de loop van 2022 in besluitvorming worden gebracht.
210907 Eindrapport evaluatie Innovatieagenda WIL - Gemeenten 2019-2021
73
Bijlage 1: Doelen en beoogde maatschappelijke effecten Doelen en beoogde maatschappelijke effecten 1. Werken met lokale werkteams vergroot kansen voor mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt.
Werk én participatie; meer mensen participeren naar vermogen in de samenleving. Inwoners met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt worden beter ondersteund. De ondersteuning gaat naast werk óók over participatie door onbetaald werk of vrijwilligerswerk.
2. Beter aansluiten op lokale werkgeversnetwerken t.b.v. plaatsingen en opdoen werkervaring.
3. Versterken verbindingen en samenwerking lokaal en binnen het sociaal domein.
4. Inwoners ervaren een verbetering van de dienstverlening rond werk en participatie.
Door lokaal te werken is meer maatwerk en flexibiliteit mogelijk. Er is meer differentiatie van de dienstverlening, afgestemd op de lokale omstandigheden en specifieke kenmerken van het bijstandsbestand. Er zijn meer en betere contacten met lokale werkgevers over het aannemen van personeel uit de gemeentelijke doelgroepen. Er zijn meer plaatsingen van mensen uit de bijstand bij lokale werkgevers in de eigen woongemeente. De onderlinge samenwerking tussen lokale partners is versterkt. Er wordt gestuurd op integraliteit in de dienstverlening naar inwoners. Professionals kijken integraal naar de voor inwoners benodigde ondersteuning. Lokale netwerken voor vrijwilligerswerk, maatschappelijke participatie en hulp en ondersteuning worden t.b.v. deze inwoners beter benut. Door het lokaal werken neemt de toegankelijkheid van de dienstverlening toe. De dienstverlening aan inwoners sluit aan bij hun situatie, talenten en mogelijkheden en mensen ervaren dat er passend maatwerk wordt geleverd. Inwoners hebben zoveel mogelijk regie over het eigen leven en er wordt gewerkt vanuit 'de bedoeling'.
5. Versterkte sturing door de gemeenten.
Sturing op de uitvoering van het gemeentelijk beleid op het gebied van werk en participatie is versterkt. De ervaren afstand tussen gemeenten en de WIL is verkleind. Er is ruimte voor een lokale aanpak. Sturing op inzet van de gemeentelijke middelen uit het Participatiebudget is vergroot en wordt beter gericht op de lokale situatie en lokale prioriteiten. De inzet op groepen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt is door het lokaal werken vergroot.
210907 Eindrapport evaluatie Innovatieagenda WIL - Gemeenten 2019-2021
74
Gemeentelijke middelen worden volledig besteed aan eigen inwoners. 6. Modern professioneel organiseren en organisatiewaarden.
Aan de uitvoering wordt de experimenteerruimte geboden om ‘wat nodig is ook werkelijk te doen’. Het professioneel werken van medewerkers in de lokale werkteams is versterkt. Versterken slagvaardigheid en flexibiliteit van medewerkers in de lokale werkteams. Versterkte aandacht voor samenwerken in (lokale) netwerken. Door het lokaal werken wordt het ‘mee-ademen’ met beleid gemeenten versterkt. Proactief zijn, innovatief en vernieuwend werken wordt bij de gemeenten en bij WIL versterkt. Werken vanuit het klantperspectief en het integrale klantbeeld krijgt door het lokaal werken meer aandacht. In de lokale teams wordt gewerkt binnen de nieuw ontwikkelde methodieken in het sociaal domein.
210907 Eindrapport evaluatie Innovatieagenda WIL - Gemeenten 2019-2021
75
Bijlage 2: Evaluatiematrix In de evaluatiematrix is de vertaling gemaakt van de doelen en beoogde effecten naar meetpunten voor de evaluatie. Hierbij werd een onderscheid gemaakt tussen: a. Het tellen van resultaten; b. De waardering van inwoners, werkgevers en samenwerkingspartners; c. De effecten op cultuur, organisatie en de bedrijfsvoering bij WIL en bij de gemeenten c.q. de lokale werkteams.
Meetpunten - "tellen en vertellen" A Resultaten tellen Toename van economische participatie (betaald werk).
Uitstroom uit de bijstand in groepen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt is vergroot. Deelname aan parttime werk tijdens de bijstand neemt toe.
Toename van maatschappelijke participatie (onbetaald werk en vrijwilligerswerk).
Er is een toename van deelname aan vrijwilligerswerk/maatschappelijke activiteit.
Meer mensen werken aan hun reintegratie/verbetering van hun leven.
Er is een groter lokaal aanbod voor maatschappelijke participatie dat aansluit bij de mogelijkheden en behoeften van inwoners. Er is sprake van een positieve stappen van mensen op de participatieladder.
Het zicht op het bijstandsbestand is door de Innovatieagenda vergroot.
Toename van deelname aan werkervaringsprojecten, reintegratie activiteiten, taalontwikkeling etc. Mensen zijn (opnieuw) in beeld en hun mogelijkheden zijn bekend. Met mensen in de bijstand zijn heldere afspraken gemaakt over uit te voeren activiteiten.
De klantdiagnose en deze activiteiten zijn actueel. Gericht gebruik en inzet zorg en hulpverlening voor inwoners met bijstand. B Waardering door inwoners, werkgevers en partners neemt toe Betere ondersteuning, hulp en advies.
De waardering van inwoners voor de dienstverlening neemt toe.
Er is frequenter en regelmatiger contact van werkcoaches met mensen met grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Het contact dat er is wordt gewaardeerd. Inwoners voelen zich beter geholpen en ondersteund. Bij lastige (meervoudige) problematiek worden integrale oplossingen geboden.
De waardering van lokale werkgevers voor de dienstverlening neemt toe.
Er is met meer werkgevers contact. De afspraken leiden tot meer plaatsingen bij lokale werkgevers. Voor werkgevers is de dienstverlening beter herkenbaar en toegankelijk geworden.
210907 Eindrapport evaluatie Innovatieagenda WIL - Gemeenten 2019-2021
76
Er worden betere bij de werkgever passende afspraken gemaakt. Er is een goed/efficiënt samenspel tussen accountmanagers en werkcoaches. Werkgevers hebben positieve waardering voor dit contact. De samenwerking binnen het sociaal domein is versterkt en verbeterd.
Er is sprake van een lokale integrale (wijkgerichte) multidisciplinaire aanpak. Bij meervoudige en complexe problematiek weten partners elkaar goed te vinden. Partners weten het lokaal werkteam goed te vinden.
C Cultuur, organisatie en bedrijfsvoering Door het lokaal werken wordt het eigen gemeentelijk beleid beter vormgegeven.
Er zijn nieuwe initiatieven/vernieuwingsprojecten per gemeente uitgevoerd. De resultaten van vernieuwingsprojecten zijn beoordeeld en worden in de werkwijze verankerd.
De samenwerking tussen WIL en de gemeenten is verbeterd.
Gemeenten én WIL ervaren dat de samenwerking is verbeterd. De gekozen combinatie van lokaal én regionale uitvoering is een verbetering voor de uitvoering van de Participatiewet.
Er is een positieve ontwikkeling in de toegepaste methodiek en het professioneel werken.
Professionals ervaren het voordeel voor inwoners van lokaal werken en de aanpak die hierbij is gekozen. De professionele ontwikkeling richting de gewenste organisatiewaarden is versterkt. In de werkwijze van de werkcoaches is gewerkt met nieuwe methodieken. De werkcoaches hebben de juiste competenties en vaardigheden voor het werken in het werkteam. De werkcoaches ervaren meer ruimte om te mogen afwijken om mensen beter maatwerk te kunnen bieden.
De kosten staan in een goede relatie met de geleverde inspanningen en de bereikte resultaten.
De kosten van de aanpak zijn in balans met de geleverde inspanningen. De kosten van de aanpak zijn in balans met de bereikte resultaten.
210907 Eindrapport evaluatie Innovatieagenda WIL - Gemeenten 2019-2021
77
Bijlage 3: Adviezen en tekstverwijzingen binnen deze rapportage De adviezen in deze rapportage zijn gebaseerd op de voorliggende tekst. De belangrijkste verwijspunten zijn hieronder schematisch aangegeven. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan een vraag die bij de bespreking van de conceptrapportage naar voren is gebracht om alles in een keer systematisch te relateren aan de in de evaluatie opgenomen teksten.
Zet het lokaal werken met de lokale werkteams door
Kies voor het vanuit de gemeenten sturing blijven geven aan lokale werkteams Werk vanuit het domein werk verder aan de samenwerking met partners in het sociaal domein en integrale resultaatgerichte inwonersondersteuning
Investeer in innovatie en methodiekontwikkeling
Blijf investeren in samenwerking tussen gemeenten en WIL
De opbrengst van het lokaal werken is toegelicht in de samenvatting van hoofdlijnen van resultaten van het werken met de Innovatieagenda. In deze samenvatting is te zien dat de beoogde doelstellingen en de aan de start gemaakte nieuwe beleidskeuzen zich goed hebben vertaald in de uitvoering en hierin zichtbaar zijn. De resultaten worden behaald en ook de gekozen vorm heeft zich op hoofdlijnen bewezen als succesvol. Het advies is dan ook deze lijn – uitgaande van continuïteit bij de gemeentelijke beleidskeuze – door te zetten. De overwegingen voor de keuze van het hoofdscenario D is in het advies toegelicht vanuit de nieuwe lokale opdracht die met het lokaal werken ontstaat. Hoofdstuk 5 van deze rapportage geeft een aantal voorbeelden van voordelen van deze samenwerking, die ook nog in opbouw is. De methodische kant vraagt ook een verder gesprek met partners in het sociaal domein om de samenwerking steviger te maken. Aandachtspunten hierbij zijn ook de ontwikkelvragen voor de rol van de werkcoaches. In het advies wordt ook aandacht gevraagd om het punt van de kracht van integraal werken op dit uitvoerend niveau samen met partners in het sociaal domein te bespreken en verder te ontwikkelen. Ook is in dit rapport aandacht gevraagd voor een gezamenlijk uit te werken handreiking over de gegevensuitwisseling (AVG) t.b.v. het integraal werken.
Verder is in dit rapport aandacht gevraagd voor de rol van de gemeenten in het aansturen van de lokale dienstverlening en de kansen die deze ontwikkeling biedt voor (integrale) beleidvorming. Daarbij is ook aandacht nodig voor de gewijzigde inzet en rol van de gemeentelijke beleidsmedewerkers. Onderdeel van deze innovatie kunnen specifieke activiteiten of aanpakken zijn zoals bijvoorbeeld het benutten van kansen voor parttime werk, ook voor mensen die niet de mogelijkheid hebben om volledig uit te stromen. Ook is gewezen op de mogelijkheid om via een projectmatige aanpak gericht op specifieke problemen of doelgroepen tot benutting van kansen te komen. In de evaluatie komt naar voren dat de samenwerking tussen WIL en de gemeenten met de Innovatieagenda goed is verbeterd. Het is voor het gekozen hoofdscenario essentieel dat deze samenwerking ook op het goede niveau wordt
210907 Eindrapport evaluatie Innovatieagenda WIL - Gemeenten 2019-2021
78
Eenduidige sturing lokale werkteams Regionale taken: aansturing vanuit de GR WIL
De gezamenlijke ‘ruggengraat’: aansturing vanuit de GR WIL
Werken aan werk en participatie als expertise
Inwoners met dienstverlening actueel in beeld houden: basisnormen van dienstverlening.
Formatie lokale teams – basisformatie lokale werkteams en opplussen op basis lokale afspraken Budgetinformatie lokale teams
Informatievoorziening: doorzetten ondersteuning resultaatgericht werken
Attentie houden voor bedrijfsrisico’s
voortgezet en dat partijen – ook vanuit het beheersen van risico’s van deze meer hybride aansturing – van het blijvend belang van deze samenwerking bewust zijn en elkaar hierover blijven aanspreken. Dit advies is toegelicht in hoofdstuk 6 en 7 en van een conclusie voorzien in het advies. Rond werk is in het advies het belang verwoord van een sterke functie van het regionaal werkende team Poort en de hieraan te koppelen matchingsfunctie voor werkfitte en kandidaten uit de nieuwe instroom. Ook de taken van het Werkgeversservicepunt worden blijvend een regionaal aan te sturen taak. De hoofdlijn binnen werk is hier de verdeling die ook bij de innovatieagenda is gevolgd. Gebleken is dat deze past. Voor inkomen en schulddienstverlening is het advies om deze blijvend regionaal uit te voeren. Hierbij moet in de implementatie wel worden gekeken hoe deze teams hun verbinding met de lokale werkteams kunnen versterken door intern meer gebiedsgericht te gaan werken en contactpersonen per lokaal werkteam te vormen. De activiteiten die gezamenlijk bij het lokaal en regionaal werken geborgd moeten worden om de uitvoering goed te laten verlopen zijn in dit advies benoemd als ‘de ruggengraat’. Dat woord is gekozen omdat zonder een sterke centrale basis dit niet mogelijk is.
De inhoud van taken die hierbij horen zijn schematisch uitgewerkt en kunnen bij de implementatie verder concreet worden ingevuld. In de evaluatie is in verschillende hoofdstukken aandacht gegeven aan de betekenis die de nieuwe opdracht voor de werkcoaches heeft bij hun werk. Dit heeft geleid tot de aanbeveling daaraan expliciet aandacht te geven door middel van een ontwikkelprogramma. De basisnormen voor de dienstverlening zijn in het advies beschreven. In het evaluatierapport is in hoofdstuk 3 beschreven hoe hiermee is gewerkt en wat de resultaten hiervan zijn die met het Dashboard Participatie worden getoond. In het advies is aandacht gevraagd voor de bekostigingssystematiek en te verbeteren afspraken bij inzet van extra formatie bij de lokale werkteams Er is een verbeterpunt voor de tussentijdse informatievoorziening over de besteding van middelen voor de projectleiders. Er is actie ingezet om deze verbetering te realiseren in elk geval vanaf 1-1-2022. In de evaluatie komt de wens naar worden de informatie over het effect van de inspanningen voor de uitvoering beschikbaar maken en lokale werkteams te faciliteren met tussentijdse informatie over bereikte resultaten. • Het in beeld brengen van de vraag in welke mate lokale werkteams concreet bijdragen aan het beoogde resultaat t.a.v. uitstroom.
Aan het belang van goede bedrijfsvoering en het beheersen van extra risico’s is in de tekst van het advies expliciet
210907 Eindrapport evaluatie Innovatieagenda WIL - Gemeenten 2019-2021
79
aandacht gegeven. Deze risico’s nemen bij een meer verdeelde verantwoordelijkheid toe, maar zijn beheersbaar als deze de goede aandacht krijgen.
210907 Eindrapport evaluatie Innovatieagenda WIL - Gemeenten 2019-2021
80
Bijlage 4: Actiepunten implementatie Na de besluitvorming moet voor een goede en zorgvuldige invoering worden gezorgd. Een implementatieplan omvat het goed uitwerken van de lokale en de regionale nieuwe opdracht en het systematisch nagaan welke onderwerpen en afspraken er geregeld moeten worden. Ook is het belangrijk om de overgang van de tijdelijke structuur en bemensing rond de uitvoering van de Innovatieagenda over te laten gaan naar een definitieve oplossing. In dit evaluatierapport is een aantal punten benoemd die bij de definitieve implementatie moet worden uitgewerkt in operationele afspraken. Als voorbereiding voor een implementatieplan worden deze punten hieronder samengevat. Onderdeel hiervan is ook een aantal meer direct te maken zakelijke afspraken, die voorwaarden zijn voor een goede implementatie. Deze punten betreffen vooral de te maken afspraken over HRM-besluiten en de formatie en bekostiging van de lokale werkteams, zoals hierna in het schema wordt toegelicht. Die afspraken moeten voor 1 januari 2022 worden afgerond. Het implementatieplan moet erin voorzien dat alle andere punten voor de definitieve invoering in het jaar 2022 worden afgerond
Onderwerp
Toelichting
Lokale en regionale taken.
In het advies is een schema opgenomen van lokale taken en regionale taken. Dit is een schema op hoofdlijnen. Dit schema moet verder worden ingevuld met uitvoerende afspraken zodat op alle punten helder is hoe taken en verantwoordelijkheden zijn toebedeeld en partners in deze samenwerking vanuit deze beschrijving elkaars rollen kennen en elkaar hier ook op kunnen aanspreken. Bij deze afspraken is een aandachtspunt om vanuit het inwonersperspectief de mogelijke risico’s en nadelen van lokaal en regionaal werken voor te zijn. Dit betreft bijv. de noodzaak van een optimaal samenspel tussen medewerkers van de lokale werkteams (lokaal) en inkomensvoorziening (regionaal). Hierbij is ook te bespreken op welke wijze de regionale taken rond inkomen en schulddienstverlening meer gebiedsgericht kunnen werken en voor de lokale werkteams makkelijk aanspreekbare contactpersonen kunnen vormen. Een punt dat hierbij ook aandacht behoeft zijn goede afspraken tussen de lokale werkteams en het WGSP over een (aanvullende) lokale werkgeversbenadering, waar gemeenten kansen voor zien. Verder is belangrijk in de implementatie stil te staan bij enkele aandachtspunten van het lokaal en regionaal werken, zoals de dienstverlening gericht op de doelgroep VSO-PRO schoolverlaters.
Functiebeschrijving projectleiders/leidinggevenden lokale werkteams.
Er moet een uitgewerkte taak- en functieomschrijving voor de projectleiders worden opgesteld. Deze beschrijving geeft aan wat binnen de lokale opdracht de verantwoordelijkheden van de projectleider zijn. Door het werken met de lokale teams is meer scherpte gekomen over de vereiste rol. Deze ervaringen moeten hierbij uitgewerkt worden. Het schema over de lokale opdracht geeft in
210907 Eindrapport evaluatie Innovatieagenda WIL - Gemeenten 2019-2021
81
hoofdlijn het kader voor deze functie. Aandachtspunten hierbij zijn het maken van goede afspraken over de HRM-verantwoordelijkheden en het zorgen voor de volledige bevoegdheid van de projectleider bij de aansturing van het werkteam. Dit moet zorgen voor een eenduidig beeld over de leidinggevende rol die deze vervullen in de aansturing van het lokale werkteam. Het ervaren van ‘twee kapiteins op een schip’ moet daarmee worden weggenomen. Formatie en bekostiging lokale teams.
In de evaluatie komt de wenselijkheid naar voren om tijdelijke formatie (inhuur) vaker om te kunnen zetten in vaste formatie. Een heldere afspraak over de bekostiging van extra formatie kan dit ondersteunen. Hierbij is ook het in het advies opgenomen punt rond de bekostigingsafspraken van belang. Dit vraagt na besluitvorming over het hoofdscenario uitwerking wat in de implementatiefase verder moet worden uitgewerkt. Dit moet daarna in een nader te nemen uitvoeringsbesluit aan de gemeenten worden voorgelegd.
Afspraken HRM besluiten en opvang financiële effecten mogelijke personele fricties.
Bij het gekozen uitgangspunt van helderheid over de bevoegdheden van de rol van de projectleiders/leidinggevenden van de lokale teams is besproken dat het nodig is dat er afspraken komen over hoe beslissingen van de projectleider t.a.v. personele vraagstukken zich verhouden tot de werkgeversverantwoordelijkheid van WIL en welke aanvullende afspraken daarover nodig zijn. Gemeenten en WIL moeten hierover afspraken maken, die binnen de GR WIL als basis voor handelen kunnen worden vastgesteld. Dit is een punt dat aan het begin van de implementatie opgelost moet worden zodat deze spelregels voor iedereen helder zijn en om te zorgen dat er goede afspraken komen voor het opvangen van mogelijke financiële effecten bij personele fricties.
Toetsing regelingen en GR
Na besluitvorming is een volledige juridische toetsing nodig van eventueel benodigde aanpassingen in de bestaande formele afspraken en regelingen (GR, begrotingsafspraken, verordeningen etc.). De verwachting is dat met het voorkeursscenario deze wijzigingen beperkt zullen zijn, maar dit kan eerst definitief worden vastgesteld na het uitvoeren van de juridische toetsing.
Governance
In het advies is aandacht gevraagd voor het actief beheersen van risico’s. In het advies en bij het hiervoor benoemde actiepunt rond het uitwerken van lokale en regionale taken is al benoemd dat het wenselijk is in het gekozen uitvoeringsmodel zo duidelijk mogelijk te zijn over de toebedeelde taken en verantwoordelijkheden. Het werken met een model van lokale werkteams geeft voor de bedrijfsvoering blijvend specifieke aandachtspunten mee. Ook in het laatste adviespunt komt dit terug. Bij de implementatie moet zo concreet mogelijk worden uitgewerkt hoe deze risico’s worden beheerst en welke governance-afspraken er nodig zijn om het geheel van deze samenwerking blijvend goed te laten verlopen.
210907 Eindrapport evaluatie Innovatieagenda WIL - Gemeenten 2019-2021
82
Aansturing team Nieuwegein
I.v.m. de omvang van het team Nieuwegein is het wenselijk dat binnen de gemeente Nieuwegein gekeken wordt hoe de aansturing van dit team concreet kan worden ondersteund en ingericht.
Verbetering informatievoorziening
In het evaluatierapport is aandacht gevraagd voor het verder verbeteren van de informatievoorziening. Dit moet in een implementatieplan verder worden uitgewerkt. Een apart punt hierbij is het verbeteren van de financiële informatievoorziening voor de projectleiders. Daar wordt versneld werk van gemaakt zodat deze tenminste voor 1-1-2022 kan worden gerealiseerd.
Toetsing facilitaire voorziening werken met lokale werkteams
N.a.v. tijdens de evaluatie ontvangen signalen is het gewenst bij de implementatie een volledige check uit te voeren op alle facilitaire voorzieningen – waaronder beschikbare ICT-voorzieningen – die nodig zijn om het werken met lokale werkteams blijvend goed te kunnen organiseren.
210907 Eindrapport evaluatie Innovatieagenda WIL - Gemeenten 2019-2021
83