CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1- Bestemmingsplan Hoge Dijk IJsselstein

Commissie Ruimte 30 november 2021, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: 19:50 uur Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Hoge Dijk 19 IJsselstein (hoek Hoge Dijk - Maria Montessoristraat)27.661 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

HOGE DIJK IJSSELSTEIN bestemmingsplan 16 december 2021

1/2

Hoge Dijk IJsselstein Bestemmingsplan

identificatie

planstatus

identificatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.0353.HoekHogeDijk-VA01

30-04-2019 11-03-2020 13-05-2021 16-12-2021

concept voorontwerp ontwerp vastgesteld

projectnummer:

44003343.20202016 opdrachtleider:

D.J.E.M. Gooijers MSc. auteur:

ing. H.A.Q. Maas

Torenallee 20 Gebouw SFJ (Videolab) 5617 BC Eindhoven T: 040-4022734 E-mail: info@rho.nl

© RHO ADVISEURS BV

Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

3

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding en doel

7

1.2

Ligging plangebied

7

1.3

Geldend bestemmingsplan

8

1.4

Leeswijzer

8

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

9

2.1

Huidige situatie

9

2.2

Toekomstige situatie

10

Hoofdstuk 3

Beleidskader

13

3.1

Rijksbeleid

13

3.2

Provinciaal beleid

15

3.3

Regionaal beleid

17

3.4

Gemeentelijk beleid

18

3.5

Conclusie

20

Hoofdstuk 4

Milieuaspecten

21

4.1

Inleiding

21

4.2

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

21

4.3

Verkeer en parkeren

23

4.4

Bedrijven en milieuzonering

24

4.5

Externe veiligheid

25

4.6

Kabels en leidingen

27

4.7

Archeologie en cultuurhistorie

28

4.8

Bodem

31

4.9

Water

33

4.10

Ecologie

37

4.11

Wegverkeerslawaai

40

4.12

Luchtkwaliteit

41

4.13

Duurzaamheid

45

4.14

Conclusie

46

Rho adviseurs voor leefruimte

44003343.20202016

4

Hoofdstuk 5

Juridische planbeschrijving

47

5.1

Wettelijke eisen

47

5.2

Opzet van de bestemmingsregeling

47

5.3

Toelichting op de inleidende regels

47

5.4

Toelichting op de gehanteerde bestemmingen

48

5.5

Toelichting op de algemene regels

48

5.6

Toelichting op de overgangs- en slotregels

49

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

51

6.1

Economische uitvoerbaarheid

51

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

51

Bijlagen toelichting Bijlage 1

Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 3

Verkennend asbestonderzoek

Bijlage 4

Quickscan flora en fauna

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 6

Nota inspraak en vooroverleg

Bijlage 7

Nota van zienswijzen

Regels Hoofdstuk 1

Inleidende regels

69

Artikel 1

Begrippen

69

Artikel 2

Wijze van meten

72

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

73

Artikel 3

Tuin

73

Artikel 4

Wonen

75

Artikel 5

Waarde - Archeologie

78

Hoofdstuk 3

Algemene regels

81

Artikel 6

Antidubbeltelregel

81

Artikel 7

Algemene bouwregels

82

Artikel 8

Algemene gebruiksregels

83

Artikel 9

Algemene afwijkingsregels

84

Artikel 10

Algemene wijzigingsregels

84

Artikel 11

Overige regels

86

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

87

Artikel 12

Overgangsrecht

87

Artikel 13

Slotregel

88

Rho adviseurs voor leefruimte

44003343.20202016

TOELICHTING

7

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Ten behoeve van de benodigde woningbehoefte in de gemeente IJsselstein zijn rond 2004 in de wijk Panoven rondom de Jan Ligthartstraat en Ellen Keystraat nieuwe woningen gebouwd. Op de hoek van de Hoge Dijk en de Maria Montessoristraat is een braakliggend perceel (kadastraal bekend als H699) achtergebleven. De Componist Projectontwikkeling B.V. is voornemens deze gronden te herontwikkelen ten behoeve van de bouw van enkele woningen die passen bij de aanwezige stedenbouwkundige structuur langs de Hoge Dijk. Met de bebouwing van dit braakliggende perceel kan na vele jaren de wijk Panoven, op het gedeelte Maria Montessoristraat, worden afgerond. De beoogde nieuwbouw bestaat uit vier grondgebonden woningen waarvan twee vrijstaande woningen aan de Hoge Dijk en een twee-onder-een-kapwoning op de hoek van de Hoge Dijk en de Maria Montessoristraat. Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Panoven c.a.' (vastgesteld op 1-9-1983). De beoogde ontwikkeling is in strijd met het vigerende bestemmingsplan. De gemeente IJsselstein staat echter positief tegenover de ontwikkeling en is bereid planologische medewerking te verlenen door voor deze locatie een nieuw bestemmingsplan vast te stellen.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 1.900 m2 en ligt in de wijk Panoven, in het oosten van de kern IJsselstein (figuur 1.1). De wijk kenmerkt zich door de afwisseling van oudere lintbebouwing en moderne uitbreidingen uit bijvoorbeeld 2004 richting het oosten. De woonbebouwing is over het algemeen kleinschalig en afwisselend van typologie, oriëntatie en architectuur. De bebouwing ten zuiden en zuidwesten van de Hoge Dijk is grootschaliger en maakt onderdeel uit van het bedrijventerrein Paardenveld. Direct ten zuiden van het plangebied is een groot parkeerterrein van de supermarkten en andere voorzieningen aanwezig. Op de hoek van het parkeerterrein bevindt zich een nutsvoorziening.

Rho adviseurs voor leefruimte

44003343.20202016

8

Figuur 1.1

1.3

Globale ligging plangebied aan Hoge Dijk IJsselstein (Bron: Luchtfoto Kadaster)

Geldend bestemmingsplan

Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Panoven c.a.' (vastgesteld op 1 september 1983). De gronden aan de Hoge Dijk zijn bestemd als 'Agrarisch productiegebied'. Figuur 1.2 bevat een uitsnede van het geldend bestemmingsplan. Dit geldend bestemmingsplan biedt geen mogelijkheden om woningbouw te realiseren op de beoogde locatie.

Figuur 1.2

1.4

Geldend bestemmingsplan 'Panoven' (Bron: Ruimtelijkeplannen)

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige situatie in en rond het plangebied en geeft inzicht in de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan de beleidskaders van het Rijk, de provincie Utrecht, de regio en de gemeente IJsselstein. Hoofdstuk 4 omvat de toets aan de sectorale milieu- en omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 komt de juridische planbeschrijving aan de orde. In hoofdstuk 6 wordt nader ingegaan op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan en de procedure.

Rho adviseurs voor leefruimte

44003343.20202016

9

Hoofdstuk 2

2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

Het plangebied aan de Hoge Dijk te IJsselstein is in de huidige situatie voor ca. 90% onverhard. Aan de zuidzijde bevindt zich een voetgangerspad welke de Hoge Dijk met de Maria Montessoristraat verbindt. In figuur 2.1 is de ligging en de omgeving van het plangebied weergegeven.

Figuur 2.1

Ligging en omgeving plangebied (Bron: Luchtfoto Kadaster)

De Hoge Dijk zelf bestaat uit een relatief smal profiel, waarbij de bebouwing aan de zuidzijde vrijwel direct aan de straat grenst. Aan de noordzijde is een variatie aanwezig van oudere, grotere kavels met diepere voortuinen en enkele moderne woningen met minder diepe voortuinen. Direct ten westen van de gronden staan vrijstaande woningen. Verder richting het westen zijn er ook enkele twee-onder-een-kapwoningen aanwezig. Er is afwisseling in kleur- en materiaalgebruik en kapvorm- en richting.

Rho adviseurs voor leefruimte

44003343.20202016

10

Het overige woongebied aan de noordzijde van de Hoge Dijk bestaat uit een gridstructuur met hoofdzakelijk twee-onder-een-kapwoningen en vrijstaande woningen waarbij er een sterke samenhang is in architectuur en kleur- en materiaalgebruik. Kenmerkend voor deze woningen is de toepassing van een lessenaarskap en een gevel waarbij de onderbouw opgetrokken is uit een bruine baksteen en een bovenbouw die bestaat uit een lichte crèmekleurige baksteen (bij enkele woningen is een roodoranje baksteen toegepast). De woningen in dit woongebied staan in dezelfde rooilijn op een redelijk klein perceel. Parkeren wordt voor een groot deel op eigen perceel opgelost. Daarnaast zijn er enkele langsparkeerplaatsen aan één zijde van het straatprofiel aanwezig. Een aantal afbeeldingen van het plangebied en de directe omgeving zijn weergegeven in figuur 2.2.

Figuur 2.2

2.2

Plangebied en omgeving (Bron: google streetview)

Toekomstige situatie

De beoogde nieuwbouw bestaat uit vier grondgebonden woningen waarvan twee vrijstaande woningen aan de Hoge Dijk en één twee-onder-een-kapwoning op de hoek van de Hoge Dijk en Maria Montessoristraat. De stedenbouwkundige inrichtingstekening is weergegeven in figuur 2.3.

Figuur 2.3

Stedenbouwkundige inrichtingstekening (Bron: A&R10 architecten)

Rho adviseurs voor leefruimte

44003343.20202016

11

Alle woningen zullen bestaan uit één bouwlaag en (een hogere) kap en opgericht worden op een ruim perceel met eigen voor- en achtertuin en oprit. De woningen gericht op de Maria Montessoristraat (figuur 2.4) worden in dezelfde rooilijn gebouwd als de bestaande woningen, maar krijgen wel een verspringing zodat ze als twee losse woningen beter vanuit het straatbeeld herkenbaar zijn. De vrijstaande woningen aan de Hoge Dijk (figuur 2.5) staan iets verder naar achter op het kavel zodat aansluiting ontstaat bij de ruimtelijke karakteristiek van de woningen aan de Hoge Dijk ten westen van de gronden. Richting de twee-onder-een-kapwoning op de hoek verschuift de rooilijn naar voren om aansluiting te vinden bij het hoekperceel.

Figuur 2.4

Twee-onder-een-kapwoningen aan de Maria Montessoristraat (Bron: A&R10 architecten)

Rho adviseurs voor leefruimte

44003343.20202016

12

Figuur 2.5

Vrijstaande woningen aan de Hoge Dijk (Bron: A&R10 architecten)

Doelgroep woningen De woningen worden aangeboden in het duurdere koopsegment. Bij de nadere uitwerking van de plattegronden wordt onderzocht of het mogelijk is de woningen levensloopbestendig uit te voeren (bijvoorbeeld door aanbrengen van een kleine lift). Hierdoor zijn de woningen zowel geschikt voor gezinnen als voor ouderen. Stedenbouwkundige inpassing Aangezien de Hoge Dijk van oorsprong één van de structuurbepalende historische elementen binnen IJsselstein is, oriënteren de twee vrijstaande woningen zich op deze straat. De vrijstaande woningen worden uitgevoerd in afwisselend kleur- en materiaalgebruik en afgerond met een zadeldak. Deze afwisseling in architectuur past bij de differentiatie van de woningen aan de Hoge Dijk en de verderop gelegen woningen aan de Panoven. Deze woningen hebben allemaal een individueel karakter, passend bij de oorspronkelijke lintbebouwing aan de Hoge Dijk. De hoekwoning van de twee-onder-één-kap woning krijgt een dubbelzijdige oriëntatie richting de Hoge Dijk en richting de Maria Montessoristraat. Op deze wijze wordt de hoek geaccentueerd en ontstaat er ook een fraai gevelbeeld richting de Hoge Dijk. Deze dubbelzijdige oriëntatie is mogelijk door het gebruik van een samengestelde kap en/of door een verbijzondering van de entree. In dit bestemmingsplan zijn regels opgenomen voor de maximale hoogte van erfafscheidingen op deze hoek.

Dit om te voorkomen dat er richting de Hoge Dijk alsnog een gesloten gevelbeeld ontstaat. Parkeren en ontsluiting Voor de twee woningen aan de Hoge Dijk is er voldoende ruimte op eigen perceel om twee parkeerplaatsen te realiseren. De twee woningen worden ontsloten via de Hoge Dijk zelf, waarbij rekening is gehouden met de voorziene herinrichting van de Hoge Dijk. Voor de woningen aan de Maria Montessoristraat geldt dat er ruimte is voor twee parkeerplaatsen vóór de voorgevel van de woningen op eigen perceel. In de huidige situatie zijn er ter hoogte van de gronden reeds drie parkeerplaatsen aanwezig in het openbaar gebied. Deze blijven behouden maar worden dusdanig verdeeld dat de twee nieuwe kavels goed bereikbaar zijn. Door de herverdeling is het tevens mogelijk de bestaande groenstructuur in de Maria Montessoristraat, die gekenmerkt wordt door bomen tussen de parkeervakken, door te trekken. Door de aanleg van in totaal 8 nieuwe parkeerplaatsen wordt ruim voldaan aan de geldende parkeernorm van 1,9 tot 2,1 parkeerplaatsen per woning (uitgaande van dure woningen in de rest van de bebouwde kom) zoals opgenomen in het Parkeerbeleidsplan IJsselstein uit 2007 en verankerd via het paraplubestemmingsplan parkeernormen IJsselstein. Ook aan de in het paraplubestemmingsplan genoemde maatvoering voor parkeerplaatsen zal worden voldaan.

Rho adviseurs voor leefruimte

44003343.20202016

13

Hoofdstuk 3

3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050? Als we alle wensen naast elkaar leggen, ontstaat het volgende beeld. We willen een land:  Dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water;  Met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap;  Waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland;  Met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast;  Waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten.

 Dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren;  Waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water;  Dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voor dit project relevante nationale belangen zijn:  Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving.

Rho adviseurs voor leefruimte

44003343.20202016

14

 

Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte.

Keuzes De belangrijkste keuzes zijn:  Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit;  Ruimte voor overgang naar een circulaire economie;  Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden;  Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen. Wonen is voor dit project het meest relevant. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Dit zal grote impact hebben op de ruimtelijke ordening. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets- en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Met deze aanpak van verstedelijking wordt niet alleen het woningaanbod, maar ook de leefomgevingskwaliteit in de stad verbeterd. Toetsing Het mogelijk maken van de beoogde ontwikkeling in het bestaand stedelijk gebied van Dongen past binnen het rijksbeleid. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Barro is de juridische vertaling van het beleid dat geschetst is in het SVIR. Dit beleidsdocument bevat regels die doorwerken naar lagere overheden.

Dit betekent dat de regels uit het Barro ook geïmplementeerd moeten worden in provinciale en gemeentelijke ruimtelijke plannen. Evenals de SVIR wordt het Barro gekenmerkt door een hoog abstractie- en schaalniveau. Het Barro bevat regels voor bijvoorbeeld de mainportontwikkeling van Rotterdam, het kustfundament en defensie. Toetsing Op het plangebied zijn geen voorwaarden van toepassing op basis van het Barro. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro) Zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt van de (rijks)overheid. Om dit principe beter te borgen is in 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6). Hieruit volgt dat alle ruimtelijke besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, aandacht moeten besteden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. De grens van een stedelijke van een stedelijke ontwikkeling ligt bij woningen op basis van jurisprudentie op circa 11-14 woningen. De ladder voor duurzame verstedelijking bestaat uit twee stappen: de eerste stap bestaat uit het aantonen van de behoefte voor de beoogde ontwikkeling. Voor de tweede stap wordt er in beginsel vanuit gegaan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd.

Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient dit nadrukkelijk gemotiveerd te worden in de toelichting van het bestemmingsplan. Toetsing De ontwikkeling van vier woningen binnen bestaand stedelijk gebied, is geen stedelijke ontwikkeling (uitspraak Raad van State van 16 september 2015, zaaknummer 201501297). Derhalve is toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk.

Rho adviseurs voor leefruimte

44003343.20202016

15

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie, 2013 herijking 2016 (inclusief partiële herzieningen) De provincie beschrijft in zijn Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS) het ruimtelijk beleid tot 2028. Deze structuurvisie is in februari 2013 vastgesteld waarna in december 2016 de herijking is vastgesteld. Nadien zijn nog enkele partiële herzieningen vastgesteld. In de PRS zijn de doelstellingen beschreven, het bijbehorende beleid en de uitvoering van het beleid. Uitvoering van het beleid wordt deels via de Provinciale Ruimtelijke Verordening geregeld. De provincie wil aantrekkelijk zijn om te wonen, te werken en te recreëren. Hierop wordt ingezet op drie belangrijke pijlers: een duurzame leefomgeving, vitale dorpen en steden en een landelijk gebied met kwaliteit. Deze pijlers leiden tot de volgende twee beleidsuitgangspunten:  Accent op de binnenstedelijke opgave De provincie wil ten minste 2/3 van de woningbouwopgave binnenstedelijk realiseren. Dit sluit aan bij de vraag, vergroot het draagvlak voor voorzieningen en het openbaar vervoer en vermindert de druk op het landelijk gebied. Ook het verminderen van kantoren en het herstructureren van bedrijventerreinen vallen binnen deze binnenstedelijke opgave.

 Behoud en versterking kwaliteit landelijk gebied De binnenstedelijke opgave vraagt als contramal ook om een aantrekkelijk en bereikbaar landelijk gebied met hoge kwaliteit van landschap, natuur en recreatieve voorzieningen. De zware terugval van financiële middelen voor natuur en recreatie om de stad kan onder andere worden opgevangen door hier rood voor groenconstructies mogelijk te maken. De cultuurhistorische waarden van onder meer de linies, de buitenplaatsen en het agrarische landschap dragen bij aan een aantrekkelijk landelijk gebied. De landbouw is een belangrijke drager van het agrarische cultuurlandschap. Die rol vergt ruimte voor een economisch duurzame landbouw. De aanwezigheid van zo'n 1,2 miljoen inwoners biedt afzetmogelijkheden voor de producenten die dit oplevert. Bij dit alles is het kunnen beleven van rust en ruimte van belang. Toetsing Het plangebied aan de Hoge Dijk ligt binnen de bebouwingscontour voor het stedelijk gebied (rode contour). Hierbinnen is de realisatie van woningen mogelijk en noodzakelijk om in de woningbouwopgave te kunnen voorzien. Geconcludeerd wordt dat het plan voldoet aan de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie.

3.2.2 Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013, herijking 2016 (inclusief partiële herzieningen) In de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) zijn de belangrijke beleidsuitgangspunten die zijn opgenomen in de PRS vastgelegd. In de PRV zijn regels opgenomen die direct doorwerken in de ruimtelijke plannen van gemeenten. Toetsing Voor het plangebied zijn de kaarten 2 (Bodem en water) en 7 (Wonen en werken) relevant. Op kaart 2 van de verordening is ter hoogte van de Hollandse IJssel en de Groene Dijk een regionale waterkering opgenomen, zie figuur 3.1. Daarbij valt het plangebied binnen het overstroombaar gebied. Dit houdt in dat bij een ruimtelijk besluit voor deze gronden rekening wordt gehouden met overstromingsrisico's. Artikel 1.13 'Overstroombaar gebied' bepaalt dat bij de toelichting op een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als 'overstroombaar gebied' een beschrijving moeten bevatten van het door de gemeente te voeren beleid ter plaatse en de wijze waarop met het overstromingsrisico is omgegaan. In onderhavig bestemmingsplan wordt dit beschreven in paragraaf 4.9.

Rho adviseurs voor leefruimte

44003343.20202016

16

Figuur 3.1

Uitsnede kaart 2 'Bodem en water' (Bron: Provincie Utrecht)

Daarnaast wordt in artikel 4.1 'Stedelijk gebied' bepaalt dat zowel bij het bouwen als renoveren van kantoren en woningen als het herstructureren of aanleggen van woonwijken en bedrijventerreinen het van belang is dat gemeenten en initiatiefnemers nadenken over het gebruik van alternatieve vormen van energie en energiebesparende technieken (onder andere toepassen van restwarmte, warmte koude opslag en aardwarmte). Hiermee dragen ruimtelijke plannen bij aan het doel van 10% duurzame energiegebruik in 2020 zoals verwoord in de PRS. Hoe dit terugkomt bij de beoogde ontwikkeling aan de Hoge Dijk te IJsselstein wordt beschreven in paragraaf 4.13. Om kleinschalige binnenstedelijke ontwikkelingen niet onnodig te belasten met regelgeving is het artikel gericht op uitleglocaties en transformaties. Dit neemt niet weg dat andere locaties deze aandacht niet behoeven. In figuur 3.2 is een uitsnede van kaart 7 (Wonen en werken) weergegeven.

Rho adviseurs voor leefruimte

44003343.20202016

17

Figuur 3.2

Uitsnede kaart 7 'Wonen en werken' (Bron: Provincie Utrecht)

3.2.3 Thematische Structuurvisie Kantoren 2015-2017 De aanleiding voor het maken van deze thematische structuurvisie is de grote leegstand op de kantorenmarkt. De thematische structuurvisie bevat aanvullend beleid ten opzichte van de (integrale) PRS en de Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013-2018 (PRV). Na vaststelling van de thematische structuurvisie wordt gestart met de voorbereiding van inpassingsplannen voor locaties met een overcapaciteit aan kantoren. Toetsing Het plangebied ligt niet binnen een van de locaties waarvoor de provincie een inpassingsplan zal opstellen. Tevens bevinden zich geen grote kantorenlocaties in het plangebied en deze worden ook niet mogelijk gemaakt. De thematische structuurvisie vormt daarom geen belemmering voor het bestemmingsplan.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Regionaal Structuurplan 2005-2015 In het Regionaal Structuurplan (RSP) staat in grote lijnen hoe de regio Utrecht zich moet gaan ontwikkelen op het gebied van wonen, werken, groen en bereikbaarheid. Het RSP gaat in op kansen en bedreigingen die alleen op regionaal niveau zijn op te pakken of te bestrijden. Daarnaast is het een belangrijk instrument voor overleg met rijk en provincie over de in te zetten middelen. Het structuurplan dient tevens als toetsingskader voor gemeentelijke structuur- en bestemmingsplannen. Toetsing Gelet op het karakter van de ontwikkeling om de wijk Panoven af te ronden op een terrein dat nu fungeert als braakliggend perceel wordt geconcludeerd dat het Regionaal Structuurplan geen directe doorwerking heeft naar het plan.

Rho adviseurs voor leefruimte

44003343.20202016

18

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Toekomstvisie IJsselstein Dichtbij (2010) De Toekomstvisie 2025: IJsselstein Dichtbij is opgesteld om richting te kunnen geven aan het keerpunt in de geschiedenis waarin de gemeente IJsselstein zich bevindt. Deze richting vertaalt zich in een viertal doelen die voor IJsselstein Dichtbij 2025 zijn geformuleerd: 1. Een vitale samenleving van bewoners en ondernemers; 2. Herkenbare historische en ruimtelijke structuren; 3. Dichtbij groen en de stedelijke omgeving; 4. Een duurzame samenleving en duurzame omgeving. Toetsing De herkenbare ruimtelijke structuren in dit bestemmingsplan komen tot uiting doordat op een braakliggend perceel in een woonwijk een nieuwe (woningbouw)ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Hierbij wordt aangesloten op de herkenbare stedenbouwkundige structuur van de wijk waarbij gestreefd wordt naar een duurzame samenleving en duurzame omgeving. Hiermee is het bestemmingsplan in lijn met de Toekomstvisie. 3.4.2 Structuurvisie IJsselstein 'Kwaliteit met karakter' De structuurvisie zet in op versterking van kwaliteit en karakter van de gemeente, na een periode van sterke groei. De volgende doelstellingen staan centraal: 1. Versterking van de eigen identiteit van IJsselstein binnen de stadsregio als een middelgrote dynamische stad met een historisch karakter aan de Hollandse IJssel en als poort naar het Groene Hart; 2.

Werken aan een duurzaam leefbare stad, met aandacht voor kwaliteit en een gedifferentieerd aanbod van woningen, arbeidsplaatsen en voorzieningen, met respect voor landschap en natuur en een duidelijke plaats voor water' 3. Benutten van de potenties van de Hollandse IJssel voor wonen, recreatie en natuur. Voor het bestaand stedelijk gebied is het uitgangspunt kwaliteitsverbetering, herstructurering, een zekere intensivering van het ruimtegebruik en meer differentiatie in woonmilieus. Toetsing De beoogde ontwikkeling aan de Hoge Dijk te IJsselstein zorgt ervoor dat een braakliggend en onbenut perceel in een bebouwde omgeving kwalitatief wordt ingericht met woningbouw. Hiermee wordt de potentie van de locatie benut en wordt voldaan aan de vraag om nieuwe woningbouw te realiseren. De ontwikkeling biedt dus mogelijkheden om in te spelen op de doelstellingen uit de structuurvisie. 3.4.3 Woonvisie gemeente IJsselstein 2019 - 2030 De gemeenteraad van IJsselstein heeft de Woonvisie 2019 – 2030 vastgesteld. Daarmee kan IJsselstein aan de slag met de grote vraag naar woningen in IJsselstein en regio. In de Woonvisie is neergelegd dat IJsselstein een behoefte heeft aan 2500 extra woningen tot 2030. Ook heeft de woonvisie aandacht voor de specifieke woonbehoefte van jongeren en ouderen en van mensen met zorgbehoefte.

Wethouder Kees Geldof: “De woonbehoefte in IJsselstein is hoog en dat geldt trouwens voor de hele regio. Dat betekent dat we in IJsselstein flink moeten bijbouwen om niet alleen te zorgen voor passende woningen voor IJsselsteiners maar ook voor degene die in IJsselstein willen komen wonen. Met de Woonvisie heeft de gemeenteraad aangegeven dat er voldoende en geschikte woningen moeten komen in IJsselstein; voor verschillende doelgroepen en inkomens. Kinderen wonen nu verplicht langer thuis, omdat er gewoonweg geen aanbod voor is. Jonge gezinnen zoeken een groter huis, terwijl onze ouders het huis niet uit kunnen, omdat er geen seniorenwoningen zijn. Kortom, als we meer woningen bouwen komt doorstroming op gang. Dit helpt mee om IJsselstein levendig en vitaal te houden.”

Rho adviseurs voor leefruimte

44003343.20202016

19

Extra aandacht jongeren en ouderen De gemeenteraad heeft bij de vaststelling extra aandacht gevraagd voor het bouwen van woningen voor jongeren en ouderen. Dat vraagt om meer woningen van een passende omvang. Ook heeft de raad gesteld dat het percentage te bouwen sociale huurwoningen gemiddeld 30% moet zijn. Waar gaat er gebouwd worden? De Woonvisie, die tot 2030 loopt, zet een duidelijke nieuwe koers in met een hogere ambitie. De ambitie om 2.500 woningen te bouwen betekent ook dat we afhankelijk zijn van andere partijen, waaronder inwoners, stakeholder, provincie Utrecht en het Rijk. Dit aantal is te veel om alleen binnen bestaand stedelijk gebied te bouwen. Dat betekent dat er ook gezocht wordt naar bouwlocaties buiten de zogenoemde rode contouren. Dat zijn de door de provincie vastgestelde afbakeningen waarbinnen woningbouw mogelijk is. Bestaande woningbouw Het gaat niet alleen om nieuwbouw. Ook in de bestaande woningvoorraad moet er het nodige gebeuren om IJsselstein toekomstbestendig, levendig en vitaal te houden. Denk daarbij aan verduurzaming, langer thuis blijven wonen, opvang van bijzondere doelgroepen en het draagvlak daarvoor in de wijk. Toegankelijk en veilig maken van looproutes richting voorzieningen, ruimte geven aan woonzorg-initiatieven, om er maar een paar te noemen. De gemeente gaat nu voortvarend aan de slag om de woonvisie uit te voeren.

Toetsing Met de woningbouwontwikkeling op een tot voorheen een braakliggend terrein aan de Hoge Dijk wordt ingespeeld op de leefbaarheid van de buurt en wordt gestreefd naar passende woningbouw. Tot 2030 zet de gemeente in op het realiseren van minimaal 2.500 woningen, met het doel het inwonertal minimaal te laten groeien en te komen tot een meer evenwichtige bevolkingsopbouw. Daarnaast zal met de beoogde ontwikkeling aan de Hoge Dijk aandacht worden besteed aan het onderhoud en de invulling van de openbare ruimte. 3.4.4 Nota bedrijvigheid in woonwijken (2010) Deze nota dient als grondslag voor alle nieuwe bestemmingsplannen voor de woonkern IJsselstein met betrekking tot beroeps- en bedrijfsmatig gebruik van woningen. In principe kunnen alle 'vrije beroepen' en 'bedrijfsmatige activiteiten' zich vestigen in wijken met primair een woonfunctie indien er aan een aantal toetsingscriteria wordt voldaan. Voor beroeps- of bedrijfsmatig gebruik van een woning dat naar aard en/of omvang van zodanig ondergeschikte betekenis is dat het niet leidt tot afwijkend gebruik van de woonbestemming, is geen gemeentelijke toestemming vereist. Mocht de activiteit niet passend zijn dan dient er een omgevingsvergunning ter afwijking worden aangevraagd.

De volgende criteria worden daarvoor gehanteerd en daarnaast is een aandachtspunt dat er geen verstoring mag plaatsvinden in de evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur.  de woonfunctie van de woningen en aan- en bijgebouwen dient in overwegende mate te worden gehandhaafd;  de gebruiker van de woning, moet ook degene zijn die het aan huis verbonden beroep of bedrijf uitgeoefend;  het bebouwde oppervlak van een woning en aan- een bijgebouwen, die voor het aan huis gebonden beroep of bedrijf worden benut, mag maximaal 30% van het woonoppervlak bedragen, met een maximum van 50 m2;  het gebruik mag geen onevenredige hinder voor het woonmilieu opleveren c.q. afbreuk doen aan het karakter van de woonwijk of buurt;  alleen aan huis verbonden activiteiten die vallen onder categorie A van de Staat van Bedrijfsactiviteiten functiemenging zijn toegestaan, of daar vergelijkbaar mee is;

Rho adviseurs voor leefruimte

44003343.20202016

20

geen medewerking wordt verleend aan detailhandel, uitgezonderd beperkte verkoop i.v.m. bedrijfsactiviteit.

In de nota wordt daarnaast verder uitleg gegeven over kinderopvang aan huis en gevelreclame aan huis. Daarnaast is er in de bijlage van de nota een voorstel gedaan voor in het bestemmingsplan op te nemen een eenduidige regeling voor de aan huis verbonden activiteiten. Toetsing De regeling voor de aan huis verbonden beroep- en bedrijfsactiviteiten is verwerkt in het bestemmingsplan binnen de bestemming 'Wonen'. Hiermee geeft het bestemmingsplan uitvoering aan de Nota bedrijvigheid in woonwijken. 3.4.5 Parkeerbeleidsplan IJsselstein (2007) Het doel van het parkeerbeleidsplan is om strategische keuzes voor de komende jaren inzichtelijk te maken. Hiermee is het parkeerbeleidsplan een leidraad voor de manier waarop de parkeervraagstukken tot 2020 worden behandeld. Voor de woonwijken van IJsselstein geeft het parkeerbeleidsplan aan dat de parkeerdruk nog niet zo hoog is dat grootschalige aanleg van parkeervoorzieningen noodzakelijk is. Daar waar de bezettingsgraden hoog zijn, zal naar verwachting een beperkte uitbreiding van parkeerruimte op lokaal niveau de problemen verhelpen. Op verkeersaantrekkende locaties zoals wijkwinkelcentra, de sporthal en religieuze gebouwen lijkt een concrete oplossing voor parkeerproblemen niet nodig. Toetsing Parkeerplaatsen worden in het nieuwe bestemmingsplan op eigen terrein gerealiseerd.

Het bestemmingsplan vormt zodoende geen belemmering voor de uitvoering van het parkeerbeleidsplan. De parkeernormen uit het beleid zijn vastgelegd in de algemene regels van dit bestemmingsplan.

3.5

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling past binnen de kaders en randvoorwaarden van het rijks, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid.

Rho adviseurs voor leefruimte

44003343.20202016

21

Hoofdstuk 4

4.1

Milieuaspecten

Inleiding

Op grond van de Wet ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie dient de uitvoerbaarheid van een ruimtelijk plan te worden aangetoond en dient in het plan te worden onderbouwd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk zijn de sectorale aspecten beschreven die voor dit plan relevant zijn. De resultaten en conclusies van eventuele onderzoeken zijn per aspect opgenomen in de betreffende paragraaf.

4.2

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Normstelling en beleid In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van de omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen:  de kenmerken van de projecten;  de plaats van de projecten;  de kenmerken van de potentiële effecten. In dit hoofdstuk wordt per milieuaspect beschreven wat het effect is van de beoogde ontwikkeling aan de Hoge Dijk te IJsselstein. Daarnaast wordt verwezen naar de bijlagen indien voor een aspect nader onderzoek is uitgevoerd. Sinds 7 juli 2017 is een aanpassing van het Besluit m.e.r. in werking getreden met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling.

Zo moet voor de ontwerpbestemmingsplanfase een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen milieueffectrapportage nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Onderzoek In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de toevoeging van vier woningen en blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Opgemerkt dient te worden dat voor activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, toch dient te worden nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke gevolgen voor het milieu. Gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële

Rho adviseurs voor leefruimte

44003343.20202016

22

effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Dit blijkt ook uit de onderzoeken van de verschillende milieuaspecten zoals deze in de paragrafen van voorliggend bestemmingsplan zijn opgenomen:  Verkeer en parkeren: het plan voorziet in voldoende parkeercapaciteit om de parkeerbehoefte van de ontwikkelingen te voorzien. De extra verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkeling kan afgewikkeld worden op het omliggende wegennet. Er ontstaan dan ook geen negatieve effecten ten aanzien van het aspect verkeer en parkeren.  Bedrijven en milieuzonering: In de omliggende omgeving van het plangebied zijn bedrijven toegestaan tot milieucategorie 3.1. Aan de richtafstand tot aan het plangebied wordt niet voldaan. Uit het uitgevoerde akoestische onderzoek ten behoeve van het bestemmingsplan 'Panoven-Baronieweg, IJsselstein' blijkt dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat in de omgeving geen bedrijven of instellingen aanwezig zijn die door de beoogde ontwikkeling in hun bedrijfsvoering worden beperkt.  Externe veiligheid: Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van drie wegen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Vanwege de geringe omvang van de beoogde ontwikkeling en ruime afstand tot omliggende wegen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd neemt het groepsrisico niet relevant toe.

Uit de beknopte verantwoording blijkt daarnaast dat de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied als voldoende worden beschouwd. Verder zijn in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle bronnen aanwezig met een externe werking op het plangebied. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.  Kabels en leidingen: Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.  Archeologie: Voor een gedeelte van het plangebied is op basis van het uitgevoerde archeologisch onderzoek en het advies van de ODRU een dubbelbestemming opgenomen met beschermende regeling. Het noordelijk deel is vrijgegeven en daarom niet voorzien van een dubbelbestemming. Indien de ondergrenzen voor onderzoek overschreden worden bij het bouwen moet bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen een aanvullend archeologisch rapport overlegd worden.  Cultuurhistorie: Het plangebied is niet in het Nationale Landschap of het Groene Hart gelegen. In en in de directe omgeving van het plangebied bevinden zich ook geen andere cultuurhistorische waarden, zoals rijksmonumenten.

Het aspect cultuurhistorie staat de ontwikkeling aan de Hoge Dijk daarom niet in de weg.  Bodem: Er is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "verdacht" kan worden beschouwd wordt, op basis van de onderzoeksresultaten, bevestigd. Er bestaat echter géén reden voor een nader onderzoek op basis van de aangetroffen lichte verontreinigingen. Daarnaast is nader onderzoek naar asbest in de bodem uitgevoerd. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt gesteld dat er geen aanleiding bestaat tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest in bodem/puin. Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.  Water: Ten gevolge van de planontwikkeling is sprake van toename in verharding. Er wordt rekening gehouden met de bergingseis van het waterschap omtrent de planontwikkeling en de toename in verharding. Een deel van het benodigde oppervlaktewater zal gegraven worden in hetzelfde peilgebied. Verder wordt indien noodzakelijk infiltratiekratten onder de parkeerplaatsen op eigen terrein aangelegd. Aanvullend kunnen de woningen voorzien worden van regentonnen zodat het hemelwater hergebruikt kan worden.

In de regels van dit bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen om te voorzien in voldoende waterberging voordat de gronden en woningen in gebruik genomen mogen worden.  Ecologie: Op grond van de voorgenomen ontwikkeling is een verkennend veldonderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde soorten. Op basis hiervan kan gesteld worden dat de voorgenomen ontwikkeling niet leidt tot negatieve effecten op beschermde soorten. Ook negatieve

Rho adviseurs voor leefruimte

44003343.20202016

23

effecten op beschermde natuurgebieden kunnen worden uitgesloten. Wegverkeerslawaai: De woningen zijn gelegen binnen de geluidzone van de Rijksweg A2, Baronieweg en de Weg der Verenigde Naties. Om deze reden is akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het cumulatieve geluidniveau (exclusief aftrek art. 110g Wgh) bedraagt ten hoogste Lden = 59 dB op de woningen en wordt veroorzaakt door het wegverkeer op de Rijksweg A2 en Maria Montessoristraat. In het kader van de realisatie van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan bij het bepalen van de benodigde gevelgeluidwering worden uitgegaan van de maximale cumulatieve geluidbelasting. Dit betekent dat wanneer uitgegaan wordt van de nieuwbouw eisen van het Bouwbesluit 2020 de benodigde gevelgeluidwering ten minste GA;k = 26 dB(A) dient te bedragen, om aan de binnenwaarde van 33 dB (59-26) te voldoen. Omdat de maximale ontheffingswaarde als gevolg van de A2 niet wordt overschreden en alle woningen over een geluidluwe gevel beschikken is het mogelijk hogere grenswaarden aan te vragen. De hogere grenswaarden worden niet ten gevolge van de Montessoristraat verleend aangezien deze niet gezoneerd is. Luchtkwaliteit: Omdat langs maatgevende weg aan de grenswaarden wordt voldaan, zal dit ook ter plaatse van het plangebied het geval zijn. Concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een locatie verder van de weg ligt.

In 2017 wordt niet voldaan aan de advieswaarde van 10 microgram per kuub voor PM2,5. Voor de overige stoffen wordt voldaan aan de advieswaarden. Door gebruikmaking van schonere technieken nemen de concentraties luchtverontreinigende stoffen jaarlijks af. In de toekomst zal worden voldaan aan de wettelijke grenswaarden en de advieswaarden. Duurzaamheid: Met de in paragraaf 4.13 beschreven maatregelen wordt invulling gegeven aan de geldende eisen ten aanzien van de EPC, de Wet VET en GPR Gebouw. Ook wordt hiermee invulling gegeven aan het provinciaal en gemeentelijk duurzaamheidsbeleid.

Gelet op het bovenstaande hoeft geen milieueffectrapportage opgesteld te worden voor de voorgenomen planontwikkeling.

4.3

Verkeer en parkeren

Normstelling en beleid Met betrekking tot de verkeers- en vervoerssituatie is gekeken naar het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan IJsselstein uit 2006. Dit plan heeft tot hoofddoelstelling een betrouwbare bereikbaarheid te garanderen nu en in de toekomst ten behoeve van het sociaal en economisch functioneren van de gemeente IJsselstein. Hierbij worden eisen op het gebied van milieu, veiligheid en leefbaarheid als uitgangspunt genomen. Voor het onderdeel parkeren en de te hanteren parkeernormen is gekeken naar het Parkeerbeleidsplan IJsselstein uit 2007. Dit beleid is verankerd in het paraplubestemmingsplan 'Parkeernormen IJsselstein'. Onderzoek Voor de twee woningen aan de Hoge Dijk is er voldoende ruimte op eigen perceel om twee parkeerplaatsen te realiseren. De twee woningen worden ontsloten via de Hoge Dijk zelf, waarbij rekening is gehouden met de voorziene herinrichting van de Hoge Dijk. Voor de woningen aan de Maria Montessoristraat geldt dat er ruimte is voor twee parkeerplaatsen vóór de voorgevel van de woningen op eigen perceel. In de huidige situatie zijn er ter hoogte van de gronden reeds drie parkeerplaatsen aanwezig in het openbaar gebied. Deze blijven behouden maar worden dusdanig verdeeld dat de twee nieuwe kavels goed bereikbaar zijn.

Door de herverdeling is het tevens mogelijk de bestaande groenstructuur in de Maria Montessoristraat, die gekenmerkt wordt door bomen tussen de parkeervakken, door te trekken.

Rho adviseurs voor leefruimte

44003343.20202016

24

De verkeerskundige beëindiging van de Hoge Dijk in het oosten en de aansluiting op de Maria Montessoristraat is nog in ontwerp. Mogelijk wordt de richting van de hoofdroute nog aangepast door het aanleggen van een drempel bij de bocht in de Maria Montessoristraat. Deze maatregel kan van invloed zijn op de beoogde locatie van de drie parkeerplaatsen. Hierover zal bij de verdere uitwerking van de plannen tezamen met de gemeente naar een oplossing gezocht worden. Door de aanleg van in totaal 8 nieuwe parkeerplaatsen wordt ruim voldaan aan de geldende parkeernorm van 1,9 tot 2,1 parkeerplaatsen per woning (uitgaande van dure woningen in de rest van de bebouwde kom) zoals opgenomen in het Parkeerbeleidsplan IJsselstein uit 2007 en verankerd via het paraplubestemmingsplan parkeernormen IJsselstein. Ook aan de in het paraplubestemmingsplan genoemde maatvoering voor parkeerplaatsen wordt voldaan. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren staat de beoogde woningbouwontwikkeling niet in de weg.

4.4

Bedrijven en milieuzonering

Normstelling en beleid In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen:  ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd;  rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. Onderzoek De ontwikkeling betreft een milieugevoelige ontwikkeling gezien het om de realisatie van woningen gaat.

In de VNG publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' is aangegeven dat gebieden met een matige tot sterke functiemenging en gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur zijn gelegen, kunnen worden omschreven als 'gemengd gebied". De directe omgeving van het plangebied is aan te merken als 'gemengd gebied' in verband met de aanwezigheid van een variatie aan bedrijvigheid en (bedrijfs)woningen. Dit geldt ook voor het gebied ten noorden van het plangebied waar sprake is van ongeveer 150 woningen. Deze kleinschalige woonwijk is deels gelegen binnen de geluidszone van zowel de autosnelweg A2 (2 x vijfbaans), de Provincialeweg N210 (2 x tweebaans) en ook de Baronieweg. Bovendien is in de kleinschalige woonwijk een grote middelbare school gelegen. Dit rechtvaardigt het uitgangspunt dat de omgeving van het plangebied is aan te merken als omgevingstype 'gemengd gebied' zoals omschreven in de VNG publicatie 'bedrijven en milieuzonering'. Ten zuiden van het plangebied ligt het parkeerterrein van de daar aanwezige supermarkten. Ter plaatse geldt de bestemming 'Bedrijf' waar bedrijven opgericht mogen worden tot en met milieucategorie 3.1. De richtafstand bedraagt daarmee 30 meter in gemengd gebied. Aan de randen van het parkeerterrein geldt voor enkele delen ook de milieucategorie 2. Hiervoor geldt een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied.

Rho adviseurs voor leefruimte

44003343.20202016

25

Voor de bestaande woningen is met deze richtafstanden door middel van inwaartse zonering rekening gehouden. Voor de vier nieuw op te richten woningen is dit niet gedaan. Aan de richtafstand ten opzichte van milieucategorie 3.1 wordt op enkele locaties daarmee niet voldaan aangezien de woningen worden opgericht op circa 12 meter vanaf de grens van de terreininrichting van de supermarkten met parkeerplaats. Ten behoeve van het vaststellen van het bestemmingsplan 'Panoven - Baronieweg, IJsselstein' zijn op 19 november 2014 en 17 december 2014 rond 20.00 uur (avondperiode) geluidsmetingen verricht voor de bepaling van het referentieniveau van het omgevingsgeluid op een meetlocatie tussen de woningen Maria Montessoristraat 6 en de woning Hoge Dijk 17. Het referentieniveau is hierbij vastgesteld op (afgerond) 49 dB(A) in de avondperiode. Ten zuiden van het plangebied is tevens een bedrijventerrein gelegen. Ten behoeve van de vestiging van bedrijven binnen dit gebied is akoestisch onderzoek uitgevoerd. Uit de rekenresultaten volgt dat de voorkeurswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau wordt overschreden. De grenswaarde van 55 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau wordt nergens overschreden.

Gezien het omgevingsgeluid in de omgeving (vastgesteld door twee geluidsmetingen naar het omgevingsgeluid ter plaatse), kan het geluidsniveau ter plaatse van het plangebied als acceptabel worden beschouwd en is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen. Middenspanningsruimte Ten zuiden van het plangebied bevindt zich een middenspanningsruimte. Dit gebouw is gelegen op een afstand van circa 12 meter tot aan de dichtstbijzijnde beoogde gevel van de nieuwe woningen. Gezien de afmetingen van het gebouw wordt uitgegaan van een beperkt transformatorvermogen (0,4 MVA). Een dergelijke installatie is ingedeeld in milieucategorie 2 met een richtafstand van 10 meter op basis van de VNG-brochure. Aan de richtafstand wordt voldaan. Conclusie In de omliggende omgeving van het plangebied zijn bedrijven toegestaan tot milieucategorie 3.1. Aan de richtafstand tot aan het plangebied wordt niet voldaan. Uit het uitgevoerde akoestische onderzoek ten behoeve van het bestemmingsplan 'Panoven-Baronieweg, IJsselstein' blijkt dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat in de omgeving geen bedrijven of instellingen aanwezig zijn die door de beoogde ontwikkeling in hun bedrijfsvoering worden beperkt.

4.5

Externe veiligheid

Normstelling en beleid Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk:  bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid;  vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt.

Rho adviseurs voor leefruimte

44003343.20202016

26

Risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Op basis van het Bevi geldt voor het PR een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een bestaande of nieuwe situatie betreft. Het Bevi bevat geen norm voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied van de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde. Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en de regeling Basisnet in werking getreden. Het BEVT vormt de wet- en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water.

Het BEVT en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10-6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10-6 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten, en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10-6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Er geldt een oriënterende waarde voor het groepsrisico en onder voorwaarden een verantwoordingsplicht tot 200 m binnen de transportroute. Besluit externe veiligheid buisleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden.

Op grond van het Bevb dient zowel bij consoliderende bestemmingsplannen als bij ontwikkelingen inzicht te worden gegeven in de afstand tot het PR en de hoogte van het GR als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. Onderzoek Overeenkomstig de professionele risicokaart waarin relevante risicobronnen getoond worden, zijn in en nabij het plangebied geen risicovolle inrichtingen gelegen. Daarnaast vindt in de directe omgeving geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over het spoor, het water of door buisleidingen. Wel vindt er vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de weg nabij het plangebied. Op een afstand van circa 70 meter bevindt zich de Baronieweg, deze weg maakt onderdeel uit van de gemeentelijke route voor gevaarlijke stoffen. Daarnaast ligt de provinciale weg de N210 op een afstand van circa 300 meter en de rijksweg A2 op een afstand van circa 500 meter van het plangebied. Over al deze drie wegen worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Voor de Baronieweg geldt dat de contour 10-6 voor het plaatsgebonden risico (PR) niet buiten deze weg ligt. De contour 10-8 wordt in het algemeen beschouwd als indicator voor het invloedsgebied van het groepsrisico (GR), deze ligt niet buiten de genoemde wegen. Het plangebied ligt in het invloedsgebied van 4 kilometer van de N210 en A2, hierdoor is een verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk.

Het plangebied ligt op meer dan 200 meter van de provinciale weg de N210 en de rijksweg de A2, hierdoor is een berekening van het groepsrisico niet noodzakelijk. Over de Baronieweg wordt geen LT3, GT4 of GT5 vervoerd. Daarnaast is het vervoer van GF3 minder dan 10 maal de drempelwaarde. Hierdoor wordt de oriëntatiewaarde van het groepsrisico

Rho adviseurs voor leefruimte

44003343.20202016

27

niet overschreden in de huidige situatie. Gezien de beperkte toename van de personendichtheid in het plangebied en de ruime afstand tot deze weg zal het groepsrisico in de beoogde situatie niet relevant toenemen. Desalniettemin is vanwege de ligging binnen het invloedsgebied van de N210, A2 en de Baronieweg een beknopte verantwoording noodzakelijk. Daarom wordt volstaan met een beknopte verantwoording. Beknopte verantwoording groepsrisico Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Zowel voor de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van en incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Tevens speelt een snelle alarmering ten allen tijde een belangrijke rol. Zelfredzaamheid De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van vier woningen. De aanwezige personen in de woningen zijn over het algemeen zelfredzaam. Aanwezige kinderen en ouderen worden beschouwd als verminderd zelfredzame personen.

Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de ouders/verzorgers de kinderen en ouderen kunnen begeleiden. Conclusie Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van drie wegen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Vanwege de geringe omvang van de beoogde ontwikkeling en ruime afstand tot omliggende wegen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd neemt het groepsrisico niet relevant toe. Uit de beknopte verantwoording blijkt daarnaast dat de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied als voldoende worden beschouwd. Verder zijn in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle bronnen aanwezig met een externe werking op het plangebied. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.6

Kabels en leidingen

Normstelling en beleid Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Onderzoek en conclusie Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

Rho adviseurs voor leefruimte

44003343.20202016

28

4.7

Archeologie en cultuurhistorie

4.7.1 Archeologie Normstelling en beleid Erfgoedwet Sinds 1 juli 2016 is de Wet op de archeologische monumentenzorg vervangen door de Erfgoedwet. De uitgangspunten uit het 'Verdrag van Malta' blijven in de Erfgoedwet de basis van de Nederlandse omgang met archeologie. De Erfgoedwet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient door de initiatiefnemer voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologische in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Er wordt uitgegaan van het basisprincipe de 'verstoorder' betaalt voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort. Besluit ruimtelijke ordening Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in de toelichting van elk bestemmingsplan een beschrijving te worden gegeven van de aanwezige cultuurhistorische en archeologische waarden van het plangebied.

Onderzoek en conclusie Het plangebied kent, conform de archeologische beleidskaart van de gemeente IJsselstein (figuur 4.1), in principe een middelhoge archeologische verwachting. Voor de middelhoge verwachtingswaarde geldt een onderzoeksplicht bij een verstoringsdiepte van meer dan 30 centimeter en een verstoringsoppervlakte van meer dan 2.500 m². Het plangebied ligt op de rand van het gebied waar een hoge archeologische verwachtingswaarde geldt waar mogelijk ondiep gelegen goed geconserveerde stroomgordels met mogelijk resten uit het Neolithicum of recenter te bekennen zijn. Hier geldt een onderzoeksplicht bij een verstoringsdiepte van meer dan 30 centimeter en een verstoringsoppervlakte van meer dan 100 m². Voor de beoogde ontwikkeling is archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het totale rapport is weergegeven in bijlage 1. Hierna wordt volstaan met een beknopte samenvatting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10728924/1