CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Baggerbeheerplan 2025–2034

Raadsvergadering 11 december 2025, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsvoorstel Actualiseren bagger- en oeverbeheerplannen10.423 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BAGGERBEHEERPLAN GEMEENTE IJSSELSTEIN BAGGERBEHEERPLAN 2025-2034

BAGGERBEHEERPLAN 2025-2034 GEMEENTE IJSSELSTEIN

Opdrachtgever

Gemeente IJsselstein Overtoom 1 3401 BK IJsselstein

Colofon

Tijhuis Ingenieurs Softwareweg 4B 3821 BP Amersfoort

Projectnaam

Baggerbeheerplan gemeente IJsselstein

Onderdeel

Baggerbeheerplan 2025-2034

Projectnummer

TI23084

Datum

18-04-2024

Aantal pagina’s

30

Versie

01

Status

Definitief

Archiefcode

TI23084.bbp.0101

Opsteller

T. van Wegberg MSc.

Vrijgave

L. Elijzen MSc.

Baggerbeheerplan 2025-2034 Gemeente IJsselstein

Inhoudsopgave 1

Inleiding ...................................................................................................................................................1

2

Beschrijving gemeente IJsselstein .......................................................................................................2

3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9

Eisen en randvoorwaarden ...................................................................................................................4 Kaderrichtlijn water ................................................................................................................................4 Omgevingswet .......................................................................................................................................5 Besluit activiteiten leefomgeving en Besluit bodemkwaliteit ...........................................................6 Handelingskader PFAS ...........................................................................................................................8 Asbest ......................................................................................................................................................9 Waterschapswet ....................................................................................................................................9 Natuurbescherming .............................................................................................................................10 Archeologie ..........................................................................................................................................13 Ontplofbare Oorlogsresten

.................................................................................................................13

4 4.1 4.2 4.3 4.4

Afspraken en onderhoudstoestand watersysteem ..........................................................................15 Afspraken met HDSR over waterhuishouding ...................................................................................15 Milieuhygiënische kwaliteit waterbodem .........................................................................................15 Hoeveelheid baggerspecie................................................................................................................17 Controlepeilingen en updaten meerjarenplanning ........................................................................18

5 5.1 5.2

Onderhoudsprogramma baggeren ...................................................................................................20 Uitgangspunten baggerprogramma ................................................................................................20 Kosten per eenheid ..............................................................................................................................22

6 6.1 6.2 6.3 6.4

Duurzaam baggeren ...........................................................................................................................25 De Omgevingswijzer ............................................................................................................................25 Reductie schadelijke emissies .............................................................................................................25 Circulaire toepassingen .......................................................................................................................26 Waterkwaliteit en biodiversiteit...........................................................................................................26

7

Meerjarenplanning ..............................................................................................................................28

8

Referenties .............................................................................................................................................30

Tekeningen TI23084-bbp-TK-0101 TI23084-bbp-TK-0201

Overzichtstekening baggerclusters Overzichtstekening baggerplanning

0

Baggerbeheerplan 2025-2034 Gemeente IJsselstein

1

Inleiding Tijhuis Ingenieurs heeft in opdracht van de gemeente IJsselstein het integraal gemeentelijk baggerbeheerplan voor de periode 2025 t/m 2034 opgesteld. In dit baggerplan zijn alle watergangen opgenomen waarvoor de gemeente onderhoudsplichtig is. De gemeente IJsselstein is verantwoordelijk voor het onderhoud van ongeveer 38 kilometer watergang in haar beheergebied. Deze wateren moeten worden gebaggerd, gemaaid en de oevers dienen te worden onderhouden. Voor de watergangen waarvoor de gemeente onderhoudsplichtig is, wenst de gemeente inzicht te krijgen in de baggeropgave: de huidige onderhoudstoestand, de planning van baggerwerkzaamheden en een inschatting van de bijbehorende kosten. Om dit in kaart te brengen heeft Tijhuis Ingenieurs een baggerbeheerplan opgesteld. Het baggerplan bestaat uit twee onderdelen: een digitaal waterbodeminformatiesysteem (WIT) en een beschrijvend document: het baggerbeheerplan. Waterbodeminformatiesysteem Tijhuis (WIT) Het te onderhouden areaal is opgenomen in een digitaal waterbodeminformatiesysteem WIT. In het systeem zijn de gegevens van de waterbodem (kwaliteit en hoeveelheid) online vastgelegd. Hiermee is altijd inzicht in de actuele onderhoudstoestand van het watersysteem. Door ook de methode van uitvoering en verwerking van de baggerspecie te definiëren is een meerjarenplanning opgesteld.

Baggerbeheerplan Het baggerbeheerplan is een beschrijvend document, waarin de volgende onderdelen zijn beschreven: ► Omschrijving van het areaal ► Eisen en randvoorwaarden ► Overzicht te onderhouden areaal ► Onderhoudstoestand watersysteem ► Onderhoudsprogramma baggerwerk ► Prioritering en planning werkzaamheden ► Kosten baggerwerkzaamheden en verwerking baggerspecie ► Duurzaamheid Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt eerst een korte beschrijving van het beheergebied van de gemeente gegeven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de eisen en randvoorwaarden die worden gesteld vanuit het beleid. Aansluitend is in hoofdstuk 4 de onderhoudstoestand van het watersysteem beschreven. In hoofdstuk 5 zijn de uitgangspunten en kosten voor het baggerprogramma geformuleerd. Vervolgens wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op duurzaam baggerbeheer. In hoofdstuk 7 is tot slot de baggerplanning is opgenomen.

1

Baggerbeheerplan 2025-2034 Gemeente IJsselstein

2

Beschrijving gemeente IJsselstein De gemeente IJsselstein ligt in de provincie Utrecht in het beheergebied van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR). De gemeente bevindt zich westelijk van autosnelweg A2 en noordelijk van provinciale weg N210 en wordt doorkruist door De Hollandsche IJssel. De gemeente beslaat een oppervlak van circa 22 km2. Ongeveer de helft daarvan bestaat uit stedelijk (bebouwd) gebied van de stad IJsselstein. De andere helft betreft landelijk gebied ten noordwesten en zuidoosten hiervan. De gemeente IJsselstein is onderhoudsplichtig voor ongeveer 38 kilometer watergang. In figuur 2.1 is de ligging van de gemeente inclusief de te onderhouden watergangen opgenomen (de Hollandsche IJssel behoort hier niet toe).

Afbeelding 2.1: ligging gemeente IJsselstein met watergangen in gemeentelijk beheer De te onderhouden watergangen bestaan voornamelijk uit lintvormige watergangen, waarvan de overgrote meerderheid tussen 2 en 10 meter breed is. Ook behoren enkele vijvers tot de scope. Op de tekening TI23084-bbp-TK-0101 in de bijlage zijn de te onderhouden watergangen weergegeven. De voornaamste functie van de watergangen is waterberging en -afvoer. Daarnaast zijn deze in meer of mindere mate van belang voor natuur en recreatie, en zeker in stedelijk gebied ook voor beleving/esthetiek.

2

Baggerbeheerplan 2025-2034 Gemeente IJsselstein HDSR maakt als waterbeheerder onderscheid in primaire, secundaire en tertiaire watergangen. Bij primaire watergangen voert HDSR het onderhoud zelf uit. Voor secundaire en tertiaire watergangen ligt de onderhoudsplicht over het algemeen bij de ‘aangelande’: de eigenaar van het perceel grenzend aan de kernzone van de watergang. Binnen de gemeentegrenzen is dit in veel gevallen de gemeente IJsselstein. Dit vormt dan ook de basis voor de scope van dit baggerbeheerplan. De onderhoudsplicht geldt zowel voor zogenaamd ‘gewoon onderhoud’ als ‘bijzonder onderhoud’. Onder ‘gewoon onderhoud’ vallen werkzaamheden die nodig zijn om de waterbergings- en doorstroomcapaciteit in stand te houden, zoals maaien en het verwijderen van voorwerpen. Onder ‘bijzonder onderhoud’ vallen onderhoudswerkzaamheden die volgens de legger uitgevoerd moeten worden, zoals baggerwerkzaamheden.

3

Baggerbeheerplan 2025-2034 Gemeente IJsselstein

3

Eisen en randvoorwaarden Het baggerbeleid van de gemeente wordt grotendeels gevormd door de bestaande wet- en regelgeving en de daaruit volgende normen en richtlijnen. Dit betreft zowel het actuele landelijke beleid, het beleid van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en het door de gemeente vastgesteld beleid. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is veel bestaande wet- en regelgeving veranderd. De Omgevingswet bundelt een groot aantal wetten op het gebied van de leefomgeving en heeft ook gevolgen voor bestaande wet- en regeling. In relatie tot het baggeren van de watergangen in het stedelijk gebied is het volgende beleid het meest relevant: ► Kaderrichtlijn water ► Omgevingswet • Diverse bepalingen m.b.t. waterbeheer (voorheen in de Waterwet) • Aanvullingswet bodem • Aanvullingswet, – besluit en -regeling natuur • Omgevingsplan – archeologie ► Besluit activiteiten leefomgeving ► Besluit en Regeling bodemkwaliteit ► Handelingskader PFAS ► Regelgeving m.b.t asbest. ► Waterschapswet • Waterschapsverordening, Onderhoudsverordening, Profielenlegger en Onderhoudslegger (‘Keur’ en ‘Leggers’). ► Arbeidsomstandighedenwet • Werken in en met verontreinigde bodem • Ontplofbare oorlogsresten De eisen en voorwaarden die volgen uit bovenstaande beleidsregels zijn in dit hoofdstuk vertaald naar de situatie van de gemeente IJsselstein.

Daarnaast zijnde belangrijkste veranderingen met de invoering van de Omgevingswet uitgelicht.

3.1

Kaderrichtlijn water Het Europese waterbeleid is verwoord in de Kaderrichtlijn Water (KRW). De richtlijn is sinds eind 2000 van kracht voor het waterbeheer. Onder de KRW valt het totaal aan activiteiten die tot doel hebben om het grond- en oppervlaktewater zo goed mogelijk te beheren. Uiterlijk in 2027 moeten alle lidstaten aan strenge normen met betrekking tot de waterkwaliteit en ecologie voldoen. In Nederland is de KRW vertaald in landelijke beleidsuitgangspunten, kaders en instrumenten. Binnen de KRW zijn in Nederland zogenaamde deelstroomgebieden gedefinieerd (Eems, Schelde, Maas en Rijn). Per deelstroomgebied zijn waterlichamen vastgesteld met een minimaal oppervlak van 0,5 km2 of een stroomgebied van 10 tot 100 km2. De KRW maakt onderscheid tussen grotere wateren, ook wel waterlichamen genoemd (zoals meren, kanalen en boezemwateren), en kleinere wateren, zoals poldersloten. De KRW richt zich vooral op de grotere waterlichamen en minder op de kleinere wateren. Per waterlichaam zijn doelen ten aanzien van de waterkwaliteit (chemisch, fysisch en ecologisch) vastgesteld. De doelen worden gemonitord en gerapporteerd. Indien nodig worden maatregelen geformuleerd en uitgevoerd om tot de gewenste kwaliteit te komen. Binnen het beheersgebied van HDSR liggen 33 van die waterlichamen, waarvan één in de gemeente IJsselstein (afbeelding 3.1).

Een goede waterkwaliteit betekent dat er in het water geen overschot is aan voedings- en of vervuilende stoffen. Een goede ecologische toestand houdt in dat de leefomgeving voor

4

Baggerbeheerplan 2025-2034 Gemeente IJsselstein waterdieren en -planten zo optimaal mogelijk is en er een grote en evenwichtige variatie in planten diersoorten aanwezig is (biodiversiteit).

Afbeelding 3.1: KRW-lichamen binnen het beheergebied van HDSR Situatie gemeente IJsselstein Binnen de gemeente IJsselstein ligt het volgende KRW-lichaam: ► Gekanaliseerde Hollandse IJssel NL14_10 Het initiatief voor het nemen van maatregelen in het kader van de KRW ligt bij de waterkwaliteitsbeheerder, in dit geval HDSR. De gemeente IJsselstein is hoofdzakelijk verantwoordelijk voor kleinere watergangen buiten het kader van de KRW (‘overige watergangen’).

3.2

Omgevingswet Sinds 1 januari 2024 geldt de Omgevingswet. Daarmee is een groot aantal andere wetten op het gebied van de ruimtelijke ordening vervallen, zoals de Waterwet. In de Omgevingswet is het beheer van het oppervlaktewater en grondwater geregeld, in samenhang met de ruimtelijke ordening. Ingrepen in het watersysteem of lozingen worden via de Omgevingswet en bijbehorende besluiten vergund. De wet is de basis voor normen die aan watersystemen worden gesteld en voor de waterbeheerder het instrument om onaanvaardbare wateroverlast te voorkomen. Ook geeft de Omgevingswet en bijbehorende regelingen normen voor de bergings- of afvoercapaciteit van regionale watersystemen. HDSR is als waterkwaliteitsbeheerder verantwoordelijk voor het uitvoeren van de wet. De Omgevingswet biedt de volgende voor de gemeente relevante bestuurlijk-juridische instrumenten voor het uitvoeren van het waterbeleid. ► Gedoog- en duldplichten

5

Baggerbeheerplan 2025-2034 Gemeente IJsselstein

►

►

Rechthebbenden (waaronder gemeente en particulieren) moeten een aantal waterbeheeractiviteiten gedogen of dulden. Zo mag op gronden, gelegen aan of in een watersysteem, baggerspecie of maaisel dat vrijkomt bij onderhoudswerkzaamheden worden achtergelaten, de zogenaamde ‘ontvangstplicht’. Algemene regels en de integrale omgevingsvergunning In de Omgevingswet vallen zoveel mogelijk activiteiten onder algemene regels. Deze regels zijn uitgewerkt in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Ook het verwerken van baggerspecie valt onder algemene regels. In het Bal staan ook meldingsplichten en vergunningplichten voor specifieke activiteiten. Rijkswateren en regionale wateren In het Omgevingsbesluit (bijlage II) worden rijkswateren en regionale wateren gedefinieerd. In dit besluit staat welke wateren, kunstwerken en waterkeringen in beheer zijn bij het Rijk. Voor de regionale wateren zijn vrijwel altijd de waterschappen beheerder. De instelling en nadere regeling van de waterschappen wordt geregeld via de Waterschapswet (zie §3.5) en de daarop gebaseerde waterschapsreglementen, die door provinciale staten worden vastgesteld.

Situatie gemeente IJsselstein Voor het baggeren van de watergangen en de lozing van oppervlaktewater die daarbij optreedt , kan een melding noodzakelijk zijn op basis van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en/of de waterschapsverordening. Ook voor het vervangen van of onderhoud aan oeververdediging kan het nodig zijn een melding te doen via het Digitaal Stelsel Omgevingswet of een Omgevingsvergunning aan te vragen. Bij het verwijderen van sterk verontreinigde baggerspecie (gehalte boven interventiewaarden) dient hiervoor een werkinstructie te worden opgesteld.

3.3

Besluit activiteiten leefomgeving en Besluit bodemkwaliteit In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) en de daarbij behorende Regeling bodemkwaliteit (Rbk) zijn voorwaarden en de normen voor het verspreiden en toepassen van grond en baggerspecie vastgelegd. Er bestaan verschillende toetsingskaders waarbinnen de baggerspecie kan worden hergebruikt als functionele toepassing. Voor de afzet van de baggerspecie uit de gemeente IJsselstein worden hieronder de meest relevante hergebruikskaders toegelicht.

3.3.1

Verspreiden baggerspecie op landbodem Het verspreiden van baggerspecie op landbodem (voorheen ‘verspreiden over aangrenzend perceel’) gebeurt al eeuwenlang. Ook met de vernieuwde Regeling bodemkwaliteit (2022) blijft dit mogelijk. De verspreidingsmogelijkheden zijn zelfs aanzienlijk verruimd ten opzichte van vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Wel zijn de kwaliteitscriteria aangescherpt. In de Rbk wordt baggerspecie, op basis van toetsing voor verspreiding, ingedeeld als Verspreidbaar of Niet verspreidbaar. Baggerspecie die op basis van een milieuhygiënisch onderzoek waterbodem wordt aangemerkt als Verspreidbaar, kan onder de volgende voorwaarden worden verspreid op landbodem of worden toegepast in een weilanddepot: ► De baggerspecie moet voldoen aan de kwaliteitseisen voor verspreiding op landbodem. Deze normen zijn afgeleid van normen voor voedselveiligheid en ecologische risico’s. Er hoeft niet getoetst te worden aan de kwaliteit van de ontvangende bodem. ► Verspreiden op landbodem is toegestaan tot 10 km vanaf de watergang van waaruit de baggerspecie afkomstig is. Aanvullend geldt: • Het moet om landbodempercelen gaan. • In natuurgebieden is verspreiden alleen toegestaan op aan de watergang grenzende percelen. • Er geldt een ontvangstplicht voor het ontvangen van baggerspecie, maar uitsluitend voor aan de watergang aangrenzende percelen.

6

Baggerbeheerplan 2025-2034 Gemeente IJsselstein ►

3.3.2

Ook de inrichting van een weilanddepot voor verspreidbare baggerspecie is mogelijk tot 10 km vanaf de watergang; dit geeft vooral voor stedelijke gebieden veel meer mogelijkheden dan voorheen. Hierbij geldt: • Het moet om landbodempercelen gaan. • In natuurgebieden is een weilanddepot alleen toegestaan op aangrenzend percelen. • Een weilanddepot geldt als een vorm van ‘tijdelijk opslag’. • De tijdelijk opslag mag maximaal 3 jaar duren. • De opslag dient met de voorziene duur en eindbestemming 5 dagen vooraf gemeld te worden via het Digitaal Stelsel Omgevingswet. • De tijdelijk opgeslagen baggerspecie dient (uiteindelijk) functioneel te worden toegepast. Dit kan ook door de ingedroogde baggerspecie op de depotlocatie achter te laten, mits her hierbij gaat om het herstellen of verbeteren van de bodemgesteldheid van die gronden (Bal art. 4.1269. lid 3).

Toepassen baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam Voor toepassing in een oppervlaktewaterlichaam (‘op de waterbodem’) worden voor baggerspecie de klassen Algemeen toepasbaar, Licht verontreinigd, Matig verontreinigd en Sterk verontreinigd onderscheiden. Deze klasseaanduidingen vervangen de verouderde klasseindeling (Vrij toepasbaar, Klasse A, Klasse B en Niet toepasbaar). Per klasse gelden kwaliteitseisen waaraan op parameterniveau getoetst moet worden. De toe te passen baggerspecie moet van dezelfde of betere kwaliteit zijn dan de kwaliteit van de ontvangende bodem.

3.3.3

Toepassen baggerspecie in of op landbodem Voor toepassing van baggerspecie in of op de landbodem worden voor baggerspecie de klassen Landbouw/natuur, Wonen, Industrie, Matig verontreinigd en Sterk verontreinigd onderscheiden. Deze klasseaanduidingen vervangen de verouderde klasseindeling (Vrij toepasbaar, Klasse wonen, Klasse industrie en Niet toepasbaar). Per klasse gelden kwaliteitseisen waaraan op parameterniveau getoetst moet worden. De toe te passen baggerspecie moet van dezelfde of betere kwaliteit zijn dan de kwaliteit van de ontvangende bodem.

3.3.4

Grootschalige toepassingen Het Besluit activiteiten leefomgeving stelt eisen en voorwaarden aan grootschalige toepassingen. Dit zijn toepassingen waarbij het vaak gaat om grote hoeveelheden grond of baggerspecie, of om specifieke toepassingssituaties, zoals grondlichamen bij (spoor)wegen, dijken of het verondiepen van diepe plassen. Als wordt voldaan aan de voorwaarden voor grootschalige toepassing, dient de grond of baggerspecie getoetst te worden aan de kwaliteitseisen die zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. Voor baggerspecie wordt hierbij in eerste instantie getoetst aan de emissietoetswaarden. Indien hier niet aan wordt voldaan kan middels uitloogonderzoek de werkelijke emissie worden getoetst aan de Maximale emissiewaarden. Daarnaast dient baggerspecie bij toepassing in een grootschalige toepassing op landbodem te voldoen aan de kwaliteitseisen van de klasse Industrie. Bij een grootschalige toepassing in een oppervlaktewaterlichaam dient baggerspecie tevens te voldoen aan de kwaliteitseisen van de klasse Matig verontreinigd. Indien de baggerspecie hieraan voldoet is sprake van Emissiearme baggerspecie. Situatie gemeente IJsselstein De gemeente IJsselstein heeft samen met andere Utrechtse gemeenten via de omgevingsdienst ODRU afspraken gemaakt over grondverzet. De Nota bodembeheer werkgebied ODRU (23 mei 2022) bevat de uitwerking hiervan.

Onderdeel van deze nota is de bodemkwaliteitskaart die in sommige gevallen gebruikt kan worden als milieuverklaring bodemkwaliteit (voorheen: ‘milieuhygiënisch bewijsmiddel’). Voor het toepassen of 7

Baggerbeheerplan 2025-2034 Gemeente IJsselstein verspreiden van baggerspecie op landbodem kan de bodemkwaltietskaart echter niet gebruikt worden. De milieuhygiënische kwaliteit wordt vastgesteld door middel van een milieuhygiënische waterbodemonderzoek conform NEN5720:2023. Voor stedelijk gebied wordt hiervoor minimaal het standaardanalysepakket C1 gebruikt, aangevuld met PFAS (28 verbindingen). Een uitzondering op de onderzoeksplicht bestaat voor het verspreiden van baggerspecie uit watergangen die in beheer zijn van het waterschap en op basis van vooronderzoek geheel onverdacht zijn (Rbk 2022, art. 5.21, lid 3). Voor stedelijk gebied is dit niet van toepassing. 3.3.5

Overgangsbeleid In het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet is overgangsrecht opgenomen, ook voor hergebruik van baggerspecie. Hierin is onder meer opgenomen dat op reeds verspreide/toegepaste baggerspecie de regelgeving ten tijde van toepassing geldt. Op baggerspecie die vóór 1 januari 2024 is toegepast of verspreid geldt het beleid van de Omgevingswet dus niet. Ook mag baggerspecie tot 2 jaar na de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog worden verspreid over aangrenzend perceel overeenkomstig het ‘oude’ beleid (Rbk 2007). Verder is het toegestaan een diepe plas te verondiepen of te dempen tot 3 jaar na de inwerkingtreding van de Omgevingswet onder het ‘oude’ beleid, mits de melding daarvan volgens artikel 42 van Besluit bodemkwaliteit is gedaan. Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet.

3.4

Handelingskader PFAS Sinds de jaren 60 zijn veel nieuwe stoffen ontwikkeld met specifieke en unieke eigenschappen. Een voorbeeld hiervan zijn Poly- en perFluor Alkyl Stoffen, beter bekend als PFAS. De basis van deze stoffen bestaat uit een keten van Koolstof en Fluor samengevoegd met een specifieke stofgroep. In totaal bestaat PFAS uit meer dan 6000 stoffen met onder andere de stoffen perfluoroctaanzuur (PFOA), perfluoroctaansulfaat (PFOS) en HFPO-DA (GenX). PFAS-verbindingen zijn water-, vet- en vuilafstotend en blijven stabiel bij hoge temperaturen. Deze eigenschappen maken PFASverbindingen geschikt voor industriële toepassingen en toepassingen in consumentenproducten. Vanaf 2000 staan verschillende PFAS-stoffen onder de aandacht omdat wetenschappelijk onderzoek aantoont dat deze stoffen schadelijk zijn voor het bodem- en watersysteem, met uiteindelijk effecten op de mens. Hierdoor zijn een deel van de PFAS-stoffen op de lijst van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) geplaatst. Het overheidsbeleid is gericht op het weren van deze stoffen uit de leefomgeving en om de stoffen in het milieu aan te pakken met gericht beheer. Hiervoor is in juli 2019 een Tijdelijk Handelingskader van PFAS houdende grond en baggerspecie opgesteld. Hierin is het verplicht gesteld om baggerspecie te onderzoeken op PFAS. Dit handelingskader is nadien verschillende keren herzien.

Inmiddels geldt het Handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie van december 2023. Situatie gemeente IJsselstein In de Nota bodembeheer werkgebied ODRU (23 mei 2022) zijn voor PFAS specifieke zonerings-, ontgravings- en toepassingskaarten opgenomen. De uitgangspunten m.b.t. PFAS zijn opgenomen in de Beleidsnota PFAS provincie Utrecht (7 april 2021). Maar ook hier geldt dat bij het toepassen of verspreiden van baggerspecie op landbodem de bodemkwaliteitskaart niet worden gebruikt als milieuverklaring bodemkwaliteit, en waterbodemonderzoek conform NEN 5720 nodig is, waarbij ook PFAS wordt meegenomen in he analysepakket.

8

Baggerbeheerplan 2025-2034 Gemeente IJsselstein 3.5

Asbest Asbesthoudend materiaal is, vooral in de periode 1945-1980, in veel verschillende vormen toegepast in onder andere bouwwerken en oeververdedigingen. In 1993 is een beroepsmatig verbod op de verkoop van asbesthoudend producten ingesteld en is ook een ‘zorgplicht’ in werking getreden. Sinds 1998 is het ook voor particulieren verboden asbesthoudende materialen toe te passen. Vanuit het verleden worden asbesthoudende materialen nog zeer frequent aangetroffen, vaak in de vorm van oeververdediging of asbesthoudend dakmateriaal. Ook bouwen sloopafval bevat vaak asbest. Voor de vaststelling of asbest een belemmering vormt voor hergebruik van baggerspecie gelden de volgende normwaarden: ► De kwaliteitseis van 100 mg/kg d.s. asbest (gewogen). Dit betreft de kwaliteitseis zoals opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit in tabellen 1, 2, 3b, 3c, 3d, 3e. Baggerspecie met een asbestgehalte hoger dan 100 mg/kg d.s. kan niet worden hergebruikt en moet worden afgevoerd naar een verwerker of rijksdepot. ► De helft van de kwaliteitseis van 100 mg/kg d.s: 50 mg/kg d.s. asbest (gewogen) Als baggerspecie een asbestgehalte tussen 50 en 100 mg/kg d.s. bevat, is conform NEN 5707 aanvullend onderzoek nodig. Als het gehalte lager is dan 50 mg/kg d.s, is het statistisch aannemelijk dat ook de waarde van 100 mg/kg d.s. bij aanvullend onderzoek niet overschreden zal worden.

Aanvullend onderzoek is conform NEN 5707 dan niet nodig Het gewogen gehalte wordt bepaald door het gehalte serpentijnasbest te vermeerderen met 10x het gehalte amfiboolasbest. Wanneer asbest opzettelijk is toegevoegd, geldt voor alle kwaliteitsklassen de waarde van 0 mg/kg d.s. Situatie gemeente IJsselstein In de voorbereiding van een baggerwerk moet de aanwezigheid van asbest in en rondom de watergangen in kaart worden gebracht conform de NEN5717:2023. Indien de waterbodem als asbestverdacht aangemerkt wordt, dient een milieuhygiënisch waterbodemonderzoek naar asbest conform NEN5720:2023 uitgevoerd te worden.

3.6

Waterschapswet In de Waterschapswet zijn de taken en bevoegdheden van de waterschappen geregeld. Volgens deze wet stelt de provincie een waterschapsreglement vast. In deze provinciale verordening worden bepaalde taken opgedragen aan het waterschap, gebaseerd op de Waterschapwet en de Omgevingswet. Onderdeel van het takenpakket is het opstellen van een waterschapverordening (de ‘Keur’) en het vaststellen van een onderhoudslegger (de ‘Legger’).

3.6.1

Keur en legger Alle regels en afspraken over het beheer van sloten, beken, rivieren en andere waterlopen zijn door het waterschap vastgelegd in de Keur. Voor HDSR betreft dit de Waterschapsverordening 2024 en de Onderhoudsverordening 2024. De afmetingen en onderhoudsplicht van de in beheer zijn de watergangen is vastgelegd in de Legger. HDSR heeft een profielenlegger en een onderhoudslegger. In de profielenlegger zijn gegevens van waterstaatswerken opgenomen, zoals de locatie en de (minimale) afmetingen. De onderhoudslegger legt vast wie voor welk waterstaatswerk onderhoudsplichtig is Typen oppervlaktewater De waterschappen onderscheiden verschillende typen oppervlaktewater. Over het algemeen geldt dat de hoofdverbindingen als primair water worden beschouwd. De andere watergangen met een lokale bergings- en/of transportfunctie worden als secundair en tertiair water getypeerd.

9

Baggerbeheerplan 2025-2034 Gemeente IJsselstein Voor deze watergangen is in het algemeen de aangelande verantwoordelijk voor het gewoon en buitengewoon onderhoud. Gewoon en buitengewoon onderhoud De Keur geeft voorschriften over het onderhoud van oppervlaktewaterlichamen. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen: ► Gewoon onderhoud Het onderhoud dat zich hoofdzakelijk richt op het verwijderen van voorwerpen en (schadelijke) begroeiing van of uit oppervlaktewateren die de afvoer en of de berging van water verhinderen; ► Buitengewoon onderhoud Instandhouding van wateren overeenkomstig het in de legger bepaalde omtrent richting, vorm, afmeting en constructie. Situatie gemeente IJsselstein De leggerwaarden van HDSR binnen de gemeente IJsselstein zijn weergegeven in tabel 3.1 Indien de diepte van de watergang niet meer voldoet aan het de leggerdiepte, is het onderhoudsniveau ontoereikend. De watergang dient op dat moment gebaggerd te worden. Dit gebeurt over het algemeen tot de onderhoudsdiepte (leggerdiepte + overdiepte). De in de tabel gegeven diepten gelden ten opzichte van het streefpeil zoals vastgesteld in het peilbesluit van HDSR. De waterdiepte is daarin per peilgebied weergegeven ten opzichte van NAP. Daarmee kunnen de legger- en onderhoudsdiepten naar een NAP-niveau worden teruggerekend. Tabel 3.1: Leggerwaarden van HDSR binnen de gemeente IJsselstein) Waarden t.o.v.

het waterpeil (m) Leggerdiepte

Overdiepte

Onderhoudsdiepte

0,6

0,2

0,8

De gemeente IJsselstein is verantwoordelijk voor het gewoon en buitengewoon onderhoud.

3.7

Natuurbescherming Sinds 1 januari 2024 geldt de Omgevingswet. Daarmee is een groot aantal andere wetten op het gebied van de ruimtelijke ordening vervallen. Ook de voormalige Wet natuurbescherming is opgenomen in de Omgevingswet via een Aanvullingswet, Aanvullingsbesluit en een Aanvullingsregeling natuur. Zorgplicht In de Omgevingswet (Ow) is een brede zorgplicht opgenomen voor de gehele fysieke leefomgeving (artikel 1.6 en 1.7 Ow). Dit houdt in dat iedereen verantwoordelijk is voor een veilige en gezonde leefomgeving. Iedereen die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving is verplicht om maatregelen te nemen om deze nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken of de activiteit achterwege te laten. Naast de algemene zorgplicht is een algemeen verbod opgenomen (artikel 1.7a Ow). Het is verboden activiteiten uit te voeren of na te laten die aanzienlijke nadelige gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving. De algemene zorgplicht is in principe altijd van toepassing, tenzij in de Omgevingswet een specifieke zorgplicht is opgenomen bij een bepaalde activiteit. Vergunningsplicht Eén van de uitgangspunten van de Omgevingswet is dat zoveel mogelijk activiteiten met algemene regels geregeld worden.

In sommige gevallen moet een initiatiefnemer een melding doen, in andere gevallen zijn activiteiten vergunningplichtig. In het laatste geval geldt een

10

Baggerbeheerplan 2025-2034 Gemeente IJsselstein algemeen verbod om zonder omgevingsvergunning deze activiteiten uit te voeren (artikel 5.1 Ow). De regels voor activiteiten met gevolgen voor de natuur zijn opgenomen in het Bal. Voor het uitvoeren van activiteiten moeten deze dus getoetst worden aan de Omgevingswet. Activiteiten die de natuur betreffen zijn opgenomen in hoofdstuk 11 van het Bal. Uit de toetsing blijkt of voor het uitvoeren van de werkzaamheden: ► Eeen omgevingsvergunning aangevraagd moet worden. ► Onder een vrijstelling gewerkt kan worden. ► Geen beperkingen gelden. Gebied- en soortbescherming In Nederland zijn diverse natuurgebieden aangewezen als Natura 2000-gebied om bijzondere natuurwaarden in stand te houden. Deze gebieden zijn beschermd vanuit Europese regelgeving en zijn aangewezen door de Minister van LNV. Voor het uitvoeren van activiteiten moet getoetst worden of er nadelige gevolgen zijn door de activiteiten en of dit significant verstorende of verslechterende gevolgen heeft op instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied. Naast gebiedsbescherming zijn ook specifieke soorten beschermd. Daarvoor zijn er regels voor flora- en fauna-activiteiten. Een flora- en fauna-activiteit is ‘een activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten’ (Bijlage Ow).

Dit is ongeacht of een soort beschermd is onder de Omgevingswet of niet. De regels voor een flora- en fauna-activiteit zijn niet van toepassing op soorten die buiten hun natuurlijke verspreidingsgebied voorkomen en ook niet voor exoten. Bij de soortbescherming wordt een onderscheid gemaakt in drie beschermingsregimes: ► Vor soorten van de Vogelrichtlijn. ► Voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. ► Voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt worden beschermd. Elk beschermingsregime kent eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van verboden. Naast de verbodsbepalingen geldt de zorgplicht. 3.7.1

Vergunningplichtige gevallen In tabel 3.1 is een overzicht gegeven van vergunningplichtige gevallen en bijbehorende schadelijke handelingen. Elk beschermingsregime kent ook eigen regels voor vergunningsvrije gevallen.

11

Baggerbeheerplan 2025-2034 Gemeente IJsselstein Tabel 3.1: Vergunningplichtig gevallen flora- en fauna-activiteiten Schadelijke handelingen soorten Vogelrichtlijn

Schadelijke handelingen soorten Habitatrichtlijn

Schadelijke handelingen andere soorten

Het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende vogels

Het opzettelijk doden of vangen van soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied

Het opzettelijk doden of vangen van soorten opzettelijk te doden of te vangen

Het opzettelijk vernielen of Het beschadigen of vernielen van de beschadigen van nesten, rustplaatsen voortplantingsplaatsen of rustplaatsen en eieren van vogels of het wegnemen van dieren van nesten van vogels

Het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voorplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren

Het rapen eieren en deze onder zich te hebben

Het opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren in de natuur

Het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied

Het opzettelijk storen van vogels, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Het opzettelijk verstoren van dieren Het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied

Om te bepalen of de activiteit een flora- en fauna-activiteit betreft en of voor het uitvoeren van de activiteit een omgevingsvergunning nodig is, worden de volgende stappen gevolgd. 1. Komen er (beschermde) soorten voor in het projectgebied? 2. Vinden er door het uitvoeren van de activiteit schadelijke handelingen plaats die nadelige gevolgen hebben op de in het projectgebied voorkomende soorten? 3. Valt de activiteit onder een vrijstelling? Komen er beschermde soorten voor? De bepalingen van de omgevingswet zoals beschreven in de Bal zijn alleen van toepassing als er beschermde planten en/of dieren voorkomen of als hun nesten, voortplantingsplaatsen of rustplaatsen zich er bevinden. Het onderzoeksgebied betreft ook de omgeving waarop de ingreep een invloed heeft. Worden de verbodsbepalingen overtreden? Onder de omgevingswet is het opzettelijk verstoren van soorten van de Habitatrichtlijn verboden. Voor vogels geldt dat verstoring niet verboden is als deze verstoring geen wezenlijke invloed heeft op de staat van instandhouding van de soort. Het overtreden van de verbodsbepalingen kan voorkomen worden. Dit kan op verschillende manieren: ► Maatregelen om overtredingen te voorkomen. Bijvoorbeeld het plannen buiten de kwetsbare periode (zoals broedseizoen). ► Maatregelen om schadelijke handelingen te voorkomen.

Bijvoorbeeld het aanpassen van de werkvolgorde of het faseren in ruimte en tijd. ► Het treffen van mitigerende maatregelen. Dit zijn maatregelen die de effecten herstellen. ► Het treffen van compenserende maatregelen. Dit zijn maatregelen die de effecten voor de populatie opheffen. Bijvoorbeeld door herstel of verbetering op een andere plek. Vallen de handelingen onder een vrijstelling? Vrijstellingen kunnen gelden voor alle drie de beschermingsregimes. Vrijstellingen van verbodsbepalingen zoals die gelden voor de Vogelrichtlijn- of Habitatrichtlijnsoorten, kunnen alleen verleend worden voor in de Europese Vogelrichtlijn of Europese Habitatrichtlijn genoemde belangen. Voor activiteiten waarvoor het Rijk bevoegd gezag is, kunnen soorten worden vrijgesteld in een Ministeriële Regeling. 12

Baggerbeheerplan 2025-2034 Gemeente IJsselstein Handelingen die uitgevoerd worden in het kader van programmatische aanpak (bijvoorbeeld vormgeving van actieve leefgebiedenbenadering) of een beheerplan voor een Natura 2000gebied zijn ook vrijgesteld. In dit geval dient de handeling wel getoetst te zijn aan de criteria voor afwijking van de soortenbeschermingsregimes. Gedragscodes Handelingen in het kader van bestendig beheer en onderhoud kunnen onder een vrijstelling vallen, wanneer gewerkt wordt volgens een goedgekeurde gedragscode. Vrijstellingen in het kader van bestaande goedgekeurde gedragscodes blijven geldig voor de periode waarvoor deze zijn goedgekeurd. Situatie gemeente IJsselstein De gemeente IJsselstein heeft geen eigen gedragscode voor groenonderhoud en baggerwerkzaamheden maar volgt de gedragscode soortenbescherming gemeenten (rvo.nl). Voor aanvang van een werk moeten de effecten van het werk op binnen de gemeente voorkomende soorten, in kaart worden gebracht. Als werkzaamheden volgens de gedragscode worden uitgevoerd, wordt geen negatief effect verwacht op beschermde soorten en is het aanvragen van een ontheffing niet noodzakelijk. De te nemen maatregelen moeten worden vastgelegd in een ecologisch werkprotocol.

3.8

Archeologie De omgang met cultureel erfgoed, waaronder archeologisch waardevolle objecten in de (water)bodem, is sinds 1 januari 2024 geregeld in de Omgevingswet. Het gaat hierbij om de omgevingsvergunning voor rijksmonumenten, het aanstellen van een monumentencommissie, of rekening houden met cultureel erfgoed in omgevingsplannen. De regelgeving over het behoud en beheer van cultureel erfgoed is sinds 2016 ondergebracht in de Erfgoedwet. Samen met de Erfgoedwet maakt de Omgevingswet een integrale bescherming van cultureel erfgoed mogelijk. Op gemeentelijk niveau is het bestemmingsplan hiervoor het belangrijkste instrument. Gemeenten houden bij de vaststelling van een bestemmingsplan of het verlenen van een vergunning rekening met in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden. Bij gebieden waar de waarden niet bekend zijn, maar waar de bodemopbouw de aanwezigheid van archeologische waarden mogelijk maakt, wordt gesproken van een archeologische verwachting. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de archeologische beleids- en verwachtingskaarten. Situatie gemeente IJsselstein Aangenomen wordt dat alle watergangen in dit plan al eens gebaggerd zijn. Daarnaast wordt de vaste bodem niet ontgraven. De kans op het aantreffen van archeologisch waardevolle voorwerpen is daarom zeer klein.

Indien de vaste bodem uit de watergang wel ontgraven wordt, moet altijd een inschatting worden gemaakt of er archeologisch waardevolle voorwerpen kunnen zitten. In samenwerking met omgevingsdienst ODRU heeft gemeente IJsselstein een archeologische beleidskaart opgesteld. Dit vormt het vertrekpunt bij werkzaamheden in de bodem. Naar aanleiding hiervan kan archeologisch (voor)onderzoek nodig zijn. Bij het aanwijzen van een locatie voor een weilanddepot dient tevens het vigerende bestemmingplan geraadpleegd te worden.

3.9

Ontplofbare Oorlogsresten Voor ontplofbare oorlogsresten zijn geen rijksregels opgenomen in de Omgevingswet. Decentrale overheden, zoals gemeenten, hebben de mogelijkheid zelf regels op te stellen voor de fysieke leefomgeving, waaronder ontplofbare oorlogsresten.

13

Baggerbeheerplan 2025-2034 Gemeente IJsselstein Op de website BeoBOM.nl is een kaart beschikbaar waarop de ruimingen door de EODD zijn weergegeven. Daarnaast zijn geregistreerde luchtaanvallen en bekende mijnenvelden weergegeven. Dit kan ook een vertrekpunt zijn bij werkzaamheden de bodem Situatie gemeente IJsselstein Voor elk baggerwerk moet een inschatting worden gemaakt van de kans op het aantreffen van OO. In algemene zin geldt dat de meeste watergangen na WOII zijn gegraven en/of gebaggerd Daarnaast wordt de vaste bodem niet ontgraven. Hierdoor is de kans op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten zeer klein. Bij werkzaamheden in de vaste bodem dient een inschatting worden gemaakt of er OO aanwezig kunnen zijn of hier aanvullend onderzoek naar nodig is.

14

Baggerbeheerplan 2025-2034 Gemeente IJsselstein

4

Afspraken en onderhoudstoestand watersysteem De onderhoudstoestand van het watersysteem wordt bepaald door de kwaliteit van de baggerspecie én de kwantiteit (hoeveelheid) in het systeem. De gemeente IJsselstein heeft afspraken met HDSR gemaakt om de onderhoudstoestand op orde te houden. In dit hoofdstuk zijn eerst deze afspraken beschreven. Vervolgens wordt ingegaan op de huidige onderhoudstoestand van het watersysteem. Tenslotte is beschreven hoe men de onderhoudstoestand in de toekomst op orde houdt. De onderhoudstoestand is digitaal vastgelegd in WIT.

4.1

Afspraken met HDSR over waterhuishouding De gemeente IJsselstein en HDSR hebben afspraken gemaakt over de waterhuishouding van de gemeentelijke watergangen. Het doel van deze afspraken is het realiseren van een goed onderhouden gemeentelijk watersysteem dat tenminste voldoet aan de minimumeisen voor de waterhuishouding. Om dit doel te realiseren zijn verschillende eisen gesteld. Vanuit beide partijen zijn de volgende eisen gesteld aan het baggerplan: ► Borging onderhoudstoestand zodat het bergend vermogen, de doorstroomcapaciteit en de waterkwaliteit verbeteren of behouden blijven. ► Geen ecologische verslechtering van het watersysteem. ► Geen klachten van inwoners over de kwaliteit ten gevolge van een baggerachterstand. Momenteel wordt de gemeente IJsselstein jaarlijks nog meegenomen in de schouw van HDSR. Ambtelijk is besproken dat dit niet noodzakelijk is als de gemeente een meerjarenplanning met lerend en bijsturend vermogen heeft (controlepeilingen). Het waterschap wil er als waterbeheerder wel op toe blijven zien dat de gemaakte afspraken worden nageleefd. Daarom zijn de volgende afspraken gemaakt: ► De gemeente geeft jaarlijks een terugkoppeling op de voortgang van het baggerplan. ► Het waterschap controleert het uitgevoerde werk van een jaargang steekproefsgewijs. ► Er is jaarlijks een afstemmingsoverleg tussen de beheerders van de gemeente en HDSR.

Eventuele bijstellingen aan het baggerplan kunnen tijdens dit overleg besproken worden. ► Bij problemen met de aan- of afvoer van water, behoudt het waterschap ten allen tijde de bevoegdheid om alsnog handhavend op te treden. ► Het baggerplan moet lerend en bijsturend vermogen laten zien (controlepeilingen en updaten planning). ► Als blijkt dat het niet mogelijk is om tot en met de onderhoudsdiepte te baggeren (bijv. als gevolg van kabels en leidingen of vaste bodem binnen de legger) kan de gemeente de locaties frequenter baggeren, zodat het doorstroomprofiel gewaarborgd blijft. Dit wordt afgestemd met de beheerders van HDSR. ► Het plan moet financieel gewaarborgd zijn (gemeentelijke begroting).

4.2

Milieuhygiënische kwaliteit waterbodem De milieuhygiënische kwaliteit van de baggerspecie in de watergangen heeft grote invloed op de wijze van verwijdering en verwerking ervan. Daarnaast heeft de kwaliteit van de bagger invloed op de bovenliggende waterkolom en daarmee op de belevingswaarde, waterkwaliteit en biodiversiteit (zie §6.4). In deze paragraaf is een inschatting gemaakt van de te verwachten milieuhygiënische kwaliteit volgens het Besluit bodemkwaliteit en Handelingskader PFAS. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen watergangen waarvan historische kwaliteitsgegevens bekend zijn en waarvan deze niet aanwezig zijn.

15

Baggerbeheerplan 2025-2034 Gemeente IJsselstein 4.2.1

Historische kwaliteitsgegevens Van de meeste onderhoudsplichtige watergangen is meer of minder recente kwalitetsinformatie beschikbaar van de baggerspecie. Hieruit blijkt dat grofweg 90% van de baggerspecie milieuhygienisch herbruikbaar was. Op basis van de beschikbare kwaliteitsinformatie kan in grote lijnen de volgende onderverdeling worden gemaakt voor de verwachte kwaliteit van de baggerspecie bij toepasbaarheid op waterbodem (‘in een oppervlaktewaterlichaam’): ► 20% Algemeen toepasbaar (Vrij toepasbaar) ► 68% Licht verontreinigd (Klasse A) ► 4% Matig verontreingd (Klasse B) ► 8% Sterk verontreinigd (Niet toepasbaar) De kwaliteit is weergegeven volgens de huidige terminologie (Rbk 2022). Tussen haakjes is de terminologie vermeld van vóór de invoering van de Omgevingswet (Rbk 2007). Voor de verspreidbaarheid van de baggerspecie kan op een vergelijkbare manier de volgende onderverdeling worden gemaakt: ► 88% Verspreidbaar ► 12% Niet verspreidbaar Met betrekking to de verspreidbaarheid is de verwachting dat onder de nieuwe kwaliteitscriteria het percentage verspreidbare baggerpspecie zal afnemen. De toxische druk (msPAF) voor organische parameters is namelijk gedaald van 20% naar 15%. Voor metalen blijft het percentage gelijk, namelijk 50%. Naar verwachting zal circa 75% van de baggerspecie verspreidbaar zijn en 25% niet verspreidbaar.

4.2.2

Ontbrekende kwaliteitsgegevens Indien er geen historische kwaliteitsgegevens aanwezig zijn, is er rekening gehouden met de volgende omgevingsfactoren: ► Relevant landgebruik op aangrenzend perceel; ► Potentiële PFAS-bronnen; ► Aanwezigheid van riooloverstorten. Landgebruik aangrenzend perceel Verwacht wordt dat watergangen rondom bedrijven/industrieterreinen een verhoogde kans hebben op niet verspreidbare baggerspecie. Voor deze watergangen is aangenomen dat de baggerspecie niet verspreidbaar is en wordt geclassificeerd als Matig verontreinigd. Potentiële PFAS-bronnen Volgens het Handelingskader PFAS, is heel Nederland verdacht op het voorkomen PFASverbindingen. Oorzaken van de diffuse verontreiniging met PFAS-verbindingen zijn de veelvuldige en grootschalige toepassing van PFAS-verbindingen, en atmosferische depositie van PFASverbindingen vanwege de emissie door PFAS producerende en PFAS verwerkende industrie. Secundaire bronnen omvatten (voormalige) stortplaatsen, RWZI’s en afvalverbrandingscentrales, zoals omschreven in het kennisdocument PFAS. Indien een watergang naast een mogelijke PFASbron ligt wordt aangenomen dat de baggerspecie niet verspreidbaar is. Aanwezigheid van riooloverstorten/RWZI Baggerspecie uit de buurt van riooloverstorten is uitgesloten van hergebruik binnen het Besluit bodemkwaliteit.

Hetzelfde geldt voor baggerspecie afkomstig uit watergangen waar een RWZI (rioolwaterzuiveringsinstallatie) op loost of heeft geloosd. Dit geldt slechts voor een zeer beperktdeel van de complete scope. M.b.t dit laatse is alleen RWZI Nieuwegein aan Klaphek 1 relevant. Hier wordt tevens afvalwater van IJsselstein gezuiverd.

16

Baggerbeheerplan 2025-2034 Gemeente IJsselstein De delen in het baggerbeheerplan waarvan geen (historisch) kwaliteitgegevens van bekend zijn, zijn delen die zijn toegevoegd naar aanleiding van gewijzgde eigendomssituatie of beheerafspraken. De nieuwe delen liggen verspreid over de gemeente. De verwachting daarom is dat de kwaliteitsverdeling van de baggerspecie vergelijkbaar is met die zoals genoemd in §4.2.1. 4.2.3

Slotopmerkingen milieuhygiënische kwaliteit Opgemerkt wordt de genoemde kwaliteiten gebaseerd zijn op niet gebiedsdekkende historische onderzoeksdata. Hoewel dit wel een goede indicatie geeft voor het totaal zal dit in de praktijk afwijken. Voordat een baggerwerk wordt uitgevoerd, moet altijd eerst een milieuhygiënsch waterbodemonderzoek conform NEN 5720 uitgevoerd worden om de actuele milieuhygiënische kwaliteit vast te stellen.

4.3

Hoeveelheid baggerspecie De hoeveelheid baggerspecie in het jaar van baggeren is afhankelijk van de slibaanwas en het onderhoudsniveau op het moment van meten. In deze paragraaf wordt hierop ingegaan.

4.3.1

Slibaanwas Door sedimentatie van slib (de slibaanwas) neemt de dikte van een sliblaag in een watergang jaarlijks toe. Zo is de hoeveelheid slib over 10 jaar meestal aanzienlijk groter dan op het moment van meting. Dit heeft gevolgen voor de uitvoering en de kosten van toekomstig baggerwerk. De slibaanwas is van een aantal factoren afhankelijk. Om te beginnen spelen de locatie, het bodemtype van aangrenzend terrein en de breedte van de watergang een belangrijke rol. Daarnaast valt te denken aan de afbraak van ingespoeld of ingewaaid organisch materiaal, afspoeling van bodemateriaal vanaf de oevers en veetrap. Slibtransport vanuit aanliggende wateren kan op bepaalde plaatsen ook zorgen voor aanzienlijke slibaanwas. Praktijkervaring leert dat de slibaanwas in regionale watergangen meestal ligt tussen de 1 en 10 cm per jaar. De watergangen in de gemeente IJsselstein zijn overwegend smal; de overgrote meerderheid is niet breder dan 10 en veelal zelf smaller dan 5 meter. Incideel zijn er wel bredere watergangen aanwezig, verspreid over de baggerclusters. In 2023 is voor gemeente IJsselstein een gedetailleerde studie gemaakt van de slibaanwas binnen het areaal. Hieruit is gebleken dat de slibaawas binnen de gemeente vrij homogeen is: tussen 1 en 2 cm per jaar. De gedetailleerde slibaanwasdata is in WIT verwerkt op watergangniveau.

4.3.2

Huidig onderhoudsniveau Het onderhoudsniveau is gebaseerd op de leggerdata voor oppervlaktewateren van HDSR (januari 2024) en is vastgesteld voor de meeste watergangen. Indien de diepte van de watergang niet meer voldoet aan het leggerprofiel dient de watergang gebaggerd te worden. Bij dit baggeren wordt meestal een overdiepte ten opzichte van het leggerprofiel aangehouden; er wordt dan meestal gebaggerd tot het onderhoudsprofiel. Zie ter illustratie afbeelding 4.1.

17

Baggerbeheerplan 2025-2034 Gemeente IJsselstein

Afbeelding 4.1: Visualisatie dwarsprofiel in WIT De gemeente IJsselstein heeft de laatste jaren regelmatig gebaggerd. Ook op het moment van schrijven van dit plan is er een baggerwerk in uitvoering (baggerwerk 2023/2024). Hierdoor is het onderhoudsniveau voor een groot deel van de watergangen op orde en zijn er veel gegevens beschikbaar. Voor sommige watergangen was de onderhoudstoestand nog niet bekend (de nieuwe toevoegingen n.a.v. gewijzigde eigendomssituatie of beheerafspraken) of niet actueel. Voor het opstellen van dit baggerplan zijn in deze watergangen profielen ingemeten. Op basis van de metingen is per watergang het onderhoudsniveau en het jaar van baggeren voor elke watergang bepaald.

4.4

Controlepeilingen en updaten meerjarenplanning Om beter inzicht te krijgen in de onderhoudstoestand, de slibaanwas en om te voldoen aan de eisen van HDSR, worden door de gemeente iedere vier jaar controlepeilingen uitgevoerd. De controlepeilingen worden uitgevoerd volgens de richtlijn baggervolumebepalingen (versie 2.1, 26 maart 2020). Voor de meetinspanning wordt een raaiafstand aangehouden van 100 meter. Op basis van de controlepeilingen: ► wordt een betrouwbaar beeld verkregen van de actuele onderhoudstoestand; ► worden knelpunten (watergangen met een onderhoudsachterstand) sneller opgespoord; ► kan de actuele baggerplanning waar nodig worden bijgesteld; ► wordt beter inzicht verkregen in de lokale slibaanwascijfers. Wanneer een watergang gebaggerd is wordt deze 10 jaar later weer opgenomen in de planning. Uitzondering hierop zijn knelpunten, deze worden opgenomen in het oorpsronkelijk baggercluster. Tussentijds vinden controlepeilingen plaats en kan de planning nog worden bijgesteld. De controlepeilingen worden uitgevoerd in de watergangen die 3 tot 6 jaar later zijn opgenomen in de meerjarenplanning. In het baggerplan is uitgegaan van controlepeilingen in 2028 en 2032. Een overzicht van de controlepeilingen is weergegeven in tabel 5.1 en in afbeelding 5.1. Tabel 5.1. Overzicht controlepeilingen. Controlepeiling

Oorspronkelijk gebaggerd jaargangen

2028

2031 t/m 2034

2032

2035 t/m 2038

18

Baggerbeheerplan 2025-2034 Gemeente IJsselstein

Afbeelding 5.2 Planning controlepeilingen met in het blauw de jaren van de controlepeilingen. Onvoorziene achterstanden op basis van controlepeilingen Op basis van de controlepeilingen wordt berekend of het geplande jaar van baggeren nog steeds actueel is. Wanneer dit verschilt met de huidige planning kan de baggerplanning aangepast worden. Indien een watergang eerder dan het geplande jaar van baggeren niet meer voldoet aan de minimumeisen voor waterhuishouding kan het geplande jaar van baggeren veranderd worden tot minimaal 1 jaar na de controlepeilingen. Eventueel kan het geplande jaar van baggeren ook verder in de toekomst verschoven worden indien de urgentie zeer laag blijkt te zijn. Een watergang die bijvoorbeeld in 2024 is gebaggerd en dus 2034 weer op de planning staat, wordt in 2028 gepeild. Mocht er op dat moment geconstateerd worden dat er sprake is van een ernstige achterstand, dan wordt het geplande jaar van baggeren veranderd naar 2029.

19

Baggerbeheerplan 2025-2034 Gemeente IJsselstein

5

Onderhoudsprogramma baggeren In dit hoofdstuk zijn eerst de uitgangspunten voor het opstellen van het baggerprogramma uitgewerkt en onderbouwd. Vervolgens is ingegaan op de kosten.

5.1

Uitgangspunten baggerprogramma

5.1.1

Gedeelde onderhoudsplicht Voor een groot deel van de watergangen heeft de gemeente een gedeelde onderhoudsplicht; dit is het geval als de watergang aan de ene kant aan een gemeentelijk perceel grenst en aan de ander kant aan een perceel in eigendom van een andere partij. Bij watergangen met gedeelde onderhoudsplicht met particulieren is ervan uitgegaan dat de gemeente het baggerwerk volledig uitvoert. Er is geen rekening gehouden met afspraken over de bekostiging van het baggerwerk met particulieren.

5.1.2

Onderhoudsniveau Uitgangspunt is dat de watergangen minimaal voldoen aan het leggerprofiel. Om dit te verifiëren en waar nodig bij te sturen worden om de 4 jaar controlepeilingen uitgevoerd (zie §4.4).

5.1.3

Indeling baggerclusters Het volledige gemeentelijke areaal is opgedeeld in baggerclusters. De clusters zijn ingedeeld op basis van geografie en het onderhoudsniveau en geven het gepland jaar van baggeren of peilen aan. Deze clusters zijn hieronder weergegeven en ook op de tekening TI23084-bbp-TK-0101 in bijlage. Baggerclusters gemeente IJsselstein ► Achterveld ► Benschopperpoort en Het Podium ► Binnenstad ► De Hoven, Boomgaard en De Corridor ► De Tuinen ► Europakwartier ► Groenvliet ► Hazenveld en Overwaard ► IJsselveld-Oost ► IJsselveld-West ► Lage Dijk en Over Oudland ► Landelijk gebied Noord 1 ► Landelijk gebied Noord 2 ► Landelijk gebied Zuid ► Paardenveld ► Panoven ► Staatse/Rivieren/Wereldsteden

5.1.4

Baggerstrategie Voor het baggeren van de watergangen is de volgende baggerstrategie gehanteerd: Watergangen worden gebaggerd tot leggerprofiel + overdiepte: het onderhoudsprofiel. ► Alle baggerspecie boven het onderhoudsprofiel wordt verwijderd. ► Indien de vaste bodem zich boven het onderhoudsprofiel bevindt, wordt maximaal tot de vaste bodem gebaggerd. ►

Het uitgangspunt van dit baggerplan is om de onderhoudstoestand van het watersysteem op orde te houden. 20

Baggerbeheerplan 2025-2034 Gemeente IJsselstein 5.1.5

Uitvoeringsmethode baggeren Voor het baggeren van de watergangen binnen de gemeente zijn de volgende uitvoeringsmethoden het meest realistisch: ► Kraan vanaf de kant Goed bereikbare en smalle watergangen in landelijk gebied worden veelal gebaggerd met een kraan vanaf de kant. De kraan verspreidt de baggerspecie op de aanliggende oever (indien de kwalitiet dit toelaat), of slaat deze over in een vrachtwagen voor toepassing elders of afvoer naar een verwerker. ► Schuifboot met kraan Brede watergangen worden veelal gebaggerd met een schuifboot en een kraan. Ook in stedelijke gebieden waar de bereikbaarheid beperkt is, wordt deze methode vaak ingezet. Met een schuifboot wordt de baggerspecie dan naar een overslagpunt geschoven. Met een kraan wordt de baggerspecie vervolgens overgeslagen in een vrachtwagen voor toepassing elders of afvoer naar een verwerker (zie ter illustratie afbeelding 5.1).

Afbeelding 5.1: Baggeren met schuifboot en kraan op de kant

21

Baggerbeheerplan 2025-2034 Gemeente IJsselstein 5.1.6

Afwegingen verwerkingsmogelijkheden Het bestemmen/verwerken van de baggerspecie vindt plaats op basis van het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. De verwerking van baggerspecie dient te voldoen aan de wettelijke bepalingen en milieuhygiënische randvoorwaarden. Onder verwerken wordt in principe verstaan het verspreiden, toepassen, bewerken (scheiden en/of reinigen) of storten van de baggerspecie. Binnen de bebouwde omgeving is er fysiek meestal weinig ruimte om vrijkomende baggerspecie te verspreiden op aangrenzende percelen. Het gehanteerde uitgangspunt in de meerjarenplanning is daarom dat vrijkomende baggerspecie in de bebouwde omgeving (stedelijke watergangen) wordt verwerkt in een weilanddepot tot 10 km afstand van de watergangen of wordt afgevoerd naar een erkend verwerker (gronddepot/grondbank). In de buurt van de gemeente IJsselstein liggen de volgende gronddepots: ► A. van Ooijen & Zn B.V. in Woerden ► Grondbalans B.V, Grondbank, locatie Nieuwegein ► Alpha Bagger- & Gronddepot, locatie Wilnis ► Alpha Bagger- & Gronddepot, locatie Lopik Daarnaast kan baggerspecie binnen de kaders van het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit bodemkwaliteit worden toegepast in de zandwinplas de Ingensche Waarden. Dit is een verontdieping van een voormalige zandwinput (grootschalige toepassing).

Deze optie is vooral interessant bij grootschalige baggerwerken.

5.2

Kosten per eenheid Voor de afweging van de verwerkingsmogelijkheden spelen naast de praktische mogelijkheden ook de kosten een belangrijke rol. In deze paragraaf worden de kosten (prijspeil 2024) weergegeven die als uitgangspunt zijn aangehouden voor de berekeningen bij de baggerplanning. Op basis van de hoeveelheidgegevens en de lengtes kan een vertaalslag worden gemaakt naar de kosten per watergang.

5.2.1

Kosten uitvoering Het beheergebied van de gemeente IJsselstein omvat circa 24 km aan stedelijke watergangen en 14 km watergangen in landelijk gebied. Het belangrijkste onderscheid tussen deze type watergangen voor de baggeruitvoering is de bereikbaarheid. Voor stedelijke watergangen wordt ervan uitgegaan dat hierbij een schuifboot wordt ingezet en de baggerspecie wordt afgevoerd naar een depot. Voor de landelijke watergangen is het uitgangspunt dat er gebaggerd wordt met een een kraan vanf de kant en dat de baggerspecie wordt verspreid op aangrenzend perceel. Er zullen altijd uitzonderingssituaties zijn, maar voor een grove kosteninschatting volstaat dit onderscheid in stedelijke en landelijke watergangen. Voor het hergebruiken of storten van baggerspecie komen verschillende locaties in aanmerking. Via een marktanalyse zijn de kosten inzichtelijk gemaakt. De tarieven zijn afhankelijk van de kwaliteit, hoeveelheid en actuele marktsituatie. Afhankelijk van het baggerwerk kunnen de tarieven afwijken van de genoemde eenheidsprijzen. Eenheidstarieven zijn sterk afhankelijk van martkprijzen en kunnen gedurende de looptijd van dit baggerbeheerplan sterk fluctueren. Het gaat hierbij dan ook om een grove inschatting In tabel 5.1 zijn de gehanteerde eenheidstarieven voor de uitvoering van de stedelijke watergangen in de gemeente IJsselstein samengevat.

De totale verwachte kosten per m3 baggerspecie is gebaseerd op de drie genoemde onderdelen, waarbij voor de verwachte verwerkingskosten is gerekend met het procentuele gemiddelde van de verwachte kwaliteit.

22

Baggerbeheerplan 2025-2034 Gemeente IJsselstein Tabel 5.1 eenheidsprijzen uitvoering stedelijk baggerwerk Onderdeel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16211170/1