Aanvraagformulier Basis VangnetUitkering participatiewet 2024
Tekst van het document
Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 2024 Versie: basisverzoek
Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen: -
het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.
Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2025 hebben ontvangen. Het ingevulde aanvraagformulier dient voor instemming aan de raad te worden voorgelegd en wordt na ondertekening aangeboden aan de commissie via de website.
Basisformulier Dit betreft het basisformulier. Gemeenten die over 2022 en/of 2023 geen vangnetuitkering hebben ontvangen, maken gebruik van dit formulier. Gemeenten die over 2022 en/of 2023 wel een vangnetuitkering hebben ontvangen dienen gebruik te maken van het uitgebreide formulier. Uitzondering hierop betreft gemeenten tot 5.000 inwoners. Deze mogen te allen tijde gebruik maken van het basisformulier, ook als in de voorafgaande jaren een vangnetuitkering is toegekend.
Aanpassingen in het format van de pagina’s met vragen en ondertekening niet toegestaan Voor de juistheid en de beoordeling van de aanvraag is het niet toegestaan dat u het format van de pagina’s met de vragen en ondertekening aanpast.
Meer informatie Op de website van de Toetsingscommissie staat een verdere toelichting op dit formulier: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2024 De toetsingscommissie heeft een checklist gemaakt voor gemeenteraadsleden. Het is een handzaam lijstje vragen en aandachtspunten. Raadsleden kunnen dit lijstje gebruiken bij het beoordelen van de vangnetaanvraag van het college. Deze checklist is opgesteld in samenwerking met raadsleden uit verschillende gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. De checklist staat samen met andere informatie op de website van de VNG: https://vng.nl/artikelen/vangnetuitkering-participatiewet-informatie-voor-raadsleden
1
1. Verklaring college bij een basisverzoek Dit gedeelte bestaat uit de volgende onderdelen: -
Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college
Samenvatting van de verklaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen maatregelen om het tekort te reduceren, C) beoogd effect van de genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Die geeft de gemeenteraad een kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij of zij instemt. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt verwezen naar onderdelen A, B, C en D van het aanvraagformulier. Richtlijn voor de omvang van de samenvatting van de drie onderdelen is in totaal maximaal 300 à 400 woorden. A. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort Het college maakt in dit onderdeel duidelijk wat het probleem is. Vanaf de zomer van 2022 liep het bijstandsvolume in IJsselstein snel op. De groei-index overstijgt de benchmark, die een gelijkblijvende of dalende trend vertoont. Van sterke groei is bij de verdeling van het macro BUIG-budget niet uitgegaan. De toename komt voornamelijk door stijgende instroom vanaf oktober 2022. De hoge instroom ging niet gepaard met hogere herinstroom, die in 2022 en 2023 juist sterk daalde. De uitstroom blijkt duurzaam.
Tot medio 2023 bleef de uitstroom achter bij de benchmark, met als gevolg relatieve volumegroei. Vanaf juni 2023 tot eind 2024 werd de benchmark weer overstegen. In 2024 heeft IJsselstein een grote inhaalslag gemaakt ten aanzien van de huisvesting van statushouders. Van de 55 toegewezen statushouders (inclusief de achterstand) hebben we er 53 kunnen huisvesten. Vanaf de herfst van 2022 daalt het gemiddeld percentage beëindigingen van uitkeringen vanwege werk tot onder benchmarkniveau. Vanaf april 2024 keert het beeld om. De mindere resultaten in 2022 en 2023 waren niet alleen het gevolg van moeilijke economische omstandigheden bij werkgevers tijdens en na de coronaperiode. Werkgevers waren met andere 2
dingen bezig dan werving en selectie, ze namen geen risico’s. De bezetting (zowel wat betreft werkcoaches als teamleiding) van en de wisseling in de aansturing van het Lokale Werkteam IJsselstein (LWT) speelde ook een rol. We hebben langere tijd met vacature(s) gekampt. Qua inzet van het instrument Loonkostensubsidie blijft IJsselstein achter bij het gemiddelde. Daardoor profiteren we onvoldoende van de voordelen van dit instrument. IJsselstein heeft veel alleenstaande ouders en echtparen in de uitkering. De echtparen ontvangen hogere uitkeringsbedragen. Daarnaast valt het grote aandeel 55-plussers op (29,9%). Zij komen moeilijk (nog) aan het werk. Het aantal parttime werkenden blijft al een aantal jaar achter bij de benchmark. De parttime inkomsten laten een ander beeld zien. Tot de zomer van 2023 hadden parttime werkenden gemiddeld meer inkomsten. In de zomer van 2023 draaide dat echter om. Per saldo bleven de inkomsten uit parttime werk in 2024 achter bij de gemiddelden uit de benchmark. We ondernemen acties om parttime werken in uren en aantal te bevorderen. Sinds 2024 worden wisselende parttime inkomsten eenvoudiger aan ons doorgegeven. Dit is een mogelijkheden tot kostenreductie die we in 2025 verder willen toepassen. Wij halen goede resultaten met ons adequate en menselijke debiteuren- en incassobeleid. B.
Samenvatting onderdeel getroffen maatregelen om het tekort te reduceren. Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen afdoende is om de geschetste problemen aan te pakken. Wij zetten in op duurzame uitstroom naar werk, vanwege het positieve effect van langdurige bijstandsonafhankelijkheid. We spreken onze klanten vaker en meer individueel. De trend van het aantal ontheffingen arbeidsverplichting liep tot de herfst van 2022 op, maar daalde daarna door de meer individuele en brede benadering van de persoonlijke situatie van de klant. In het derde kwartaal van 2023 hebben we een nieuwe invulling kunnen geven aan de aansturing van het Lokaal werkteam. Sindsdien zijn de resultaten van het Lokaal werkteam verbeterd zowel als het gaat om ontwikkeling naar werk, uitstroom naar werk of opleiding en/of participatieactiviteiten. De resultaten van het lokaal werkteam worden met veel aandacht gevolgd. Voor de bijstandsgerechtigden met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt hebben we in 2024 extra geïnvesteerd op het in beeld krijgen van hun situatie. Waar mogelijk is een traject naar werk of activering ingezet. Voor deze integrale aanpak is onder andere samengewerkt met het team Sociaal Domein van IJsselstein. Bij een deel van de inwoners is sprake van vermindering van de afstand tot de arbeidsmarkt. We gaan door met deze individuele benadering.
Door onze inzet op jongeren voorkomen we dat ze al vroeg van een uitkering afhankelijk worden. Met bevordering van parttime werk kunnen we de kosten van uitkeringen beperken. We stimuleren parttime werken en hebben een nieuw systeem ontwikkeld voor de verrekening van wisselende inkomsten. Die versimpeling verlaagt de drempel naar parttime werk. Wij constateren dat we onvoldoende loonkostensubsidies inzetten. Er is een stijgende lijn te zien, maar er is meer mogelijk. Dit is een van de doelstellingen uit het jaarplan van het lokaal werkteam. Een goede samenwerking met het Werkgeversservicepunt en een lokaal werkteam dat kwantitatief en kwalitatief op orde is, zijn hierbij belangrijk. 3
We blijven inzetten op toeleiding naar werk en participatie voor statushouders en maken daarbij gebruik van een gespecialiseerd aanbod (Werk en Studie Statushouders) met een goed netwerk van lokale ondernemers. Waar nodig zetten we in op leerwerktrajecten al dan niet in combinatie met taal via het leerwerkbedrijf. Regionale projecten zoals het jongerenloket en taal op de werkvloer en lokale projecten zoals groepstrajecten gericht op activering, persoonlijke ontwikkeling en training en begeleiding naar werk in combinatie met jobhunting zetten we door. Met ingang van 2023 leggen we alle signalen van het Inlichtingenbureau vast. Daardoor is opvolging inzichtelijk en bij controle van het uitkeringsdossier ook onderdeel van de interne controle. Eind augustus 2024 is een scan op voorliggende voorzieningen gestart.
C.
Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen tezamen leidt tot tekortreductie, waarbij het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief is beschreven en inzichtelijk is gemaakt. Door meer inzet op parttime werk verlagen we de gemiddelde prijs van de uitkeringen. Zowel uitbreiding van bestaande uren als meer mensen aan parttime werk helpen zijn daarbij de doelen. Ook het vaker inzetten van loonkostensubsidies draagt bij aan beperking van de uitgaven. De resultaten van het LWT stonden 2022 en 2023 onder druk. Nadat de nieuwe teamleider in dienst kwam is zichtbare verbetering opgetreden als het gaat om uitstroom naar werk. Omdat die uitstroomreden de belangrijkste door ons te beïnvloeden reden is, volgen we de resultaten op de voet. We gaan daarbij voor duurzame uitstroom en dus lage herinstroompercentages. Ook de specifieke aandacht voor de inwoners met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt waarop we in 2024 extra hebben geïnvesteerd, heeft resultaat gehad. Hiermee gaan we door. Ons debiteuren- en incassobeleid is goed. Op veel openstaande vorderingen wordt afgelost. We gaan door met adequaat en menselijk debiteurenbeheer. We passen maatwerk toe waar dat beter is, gezien de persoonlijke situatie van de klant.
Door alle signalen van het Inlichtingenbureau te koppelen aan het uitkeringsdossier, hebben we zicht op de afwikkeling daarvan en valt dit sinds 2023 wat betreft de opvolging onder de interne controle. De scan op voorliggende voorzieningen leidt tot volumereductie.
4
Op welke wijze heeft het college de gemeenteraad geïnformeerd? In dit onderdeel beschrijft het college op hoofdlijnen hoe het de raad betrokken heeft bij het proces vanaf de signalering van het tekort. Daarbij gaat het om het proces van het bepalen en treffen van maatregelen tot aan het moment van het voorleggen van de verklaring van het college aan de raad. Het college geeft aan op welke momenten het de gemeenteraad heeft geïnformeerd. Het college dient hiervoor een X te plaatsen voor het betreffende onderdeel. In de onderste regels is ruimte voor aanvullingen. Op welke momenten werd de raad geïnformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan? X
Moment in het proces
X
De kadernota, de begroting en de jaarstukken van de gemeente
X
De kwartaalrapportages van de gemeente
X
De kaderbrief, begroting, begrotingswijzigingen, tussenrapportage en jaarrekening van WIL Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties. Informatie over bestandsontwikkelingen of over de voortgang van maatregelen.
X
Regionale raadsinformatiebijeenkomsten van WIL.
5
Samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad In de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad staat op hoofdlijnen op welke onderwerpen de raad heeft gereageerd op de verklaring van het college. De onderdelen van de verklaring zijn vaak al eerder in de raad besproken. Het gaat dus om het gehele proces vanaf de signalering van het tekort. Verder betreft het hier alleen onderwerpen die in de raadsbesluiten zijn opgenomen, die afwijkend zijn van het raadsvoorstel. Om de beschrijving zo eenvoudig mogelijk te houden wordt gebruik gemaakt van een checklist die kan worden aangevuld. Het verzoek is om aan te kruisen welke onderwerpen in de raadsbesluiten zijn opgenomen. Nadat de behandeling in de gemeenteraad heeft plaatsgevonden plaatst het college een X voor de betreffende onderdelen. In de onderste regels is ruimte voor aanvullingen. X
Typering van de reacties die in de raadsbesluiten zijn opgenomen gedurende het gehele proces Expliciet goedkeurend, waardering over analyse en maatregelen uitgesproken Impliciet goedkeurend, is behandeld als hamerstuk Afkeurend en gevraagd het plan te herzien Verzoek om onderdelen van de globale analyse te herzien of aan te vullen Verzoek om bepaalde maatregelen te schrappen of aanvullend maatregelen te treffen. Verzoek om het tempo van invoering en/of uitvoering van maatregelen te versnellen. Verzoek om extra informatie over maatregelen Verzoek om meer informatie t.a.v. de beoogde effecten van maatregelen Verzoek om gerealiseerde effecten te monitoren en terug te koppelen Motie om een andere beleidsmaatregel te treffen
NB: bovenstaande tabel dient pas te worden ingevuld nadat de behandeling in de gemeenteraad heeft plaatsgevonden.
6
1. Verklaring college bij een basisverzoek Dit gedeelte bestaat uit de volgende vier onderdelen: A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college
A. Analyse van de oorzaken van het tekort Hieronder beschrijft het college de analyse van de oorzaken van het tekort. We beginnen met de omvang van het tekort dat in 2024 is ontstaan. Voor onze analyse kijken we vervolgens naar de uitgaven aan de hand van de onderwerpen volume en prijs. Daarna komen de inkomsten aan bod aan de hand van de onderwerpen verrekening, handhaving en debiteuren.
BUIG-budget en tekort Omvang van het tekort De gemeente IJsselstein ontving over 2024 een rijksbijdrage van € 8.402.569. De netto uitgaven BUIG bedroegen in 2024 € 9.384.601. Het tekort kwam uit op € 982.032 (11,69%). Prognose van de Vangnetuitkering De eigen risicodrempel bedraagt 7,5% van de rijksbijdrage. Voor IJsselstein is dat € 630.193. Het tekort boven 7,5% bedraagt € 351.839. De aanspraak op de vangnetuitkering 2024 bedraagt 50% van het verschil tussen het tekort en het eigen risico, tenzij het tekort boven 12,5% ligt. Voor IJsselstein komt de aanspraak op het vangnet 2024 neer op € 175.920. Bepaling BUIG-budget Omdat het inwonertal van IJsselstein (ongeveer 33.500) tussen 15.000 en 40.000 ligt, wordt het budget voor IJsselstein grotendeels gebaseerd op objectieve factoren. Lokale omstandigheden zijn daarbij binnen het budgetverdeelmodel bepalend voor de kans dat een huishouden afhankelijk wordt van een bijstandsuitkering. En die berekende kansen resulteren in het aandeel dat IJsselstein uit het macrobudget ontvangt. Aan die objectieve factoren liggen ramingen ten grondslag. Als de werkelijkheid daar negatief van afwijkt, ontstaat een tekort op het budget. Het omgekeerde kan ook het geval zijn.
Verdeelmodel macrobudget en budgettool Voor het betalen van de bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies, wordt eind september voor het komende jaar door het ministerie van SZW een voorlopig macrobudget BUIG vastgesteld. In het voorjaar van het lopende jaar vinden daar bijstellingen op plaats. En in september van het lopende jaar wordt het definitieve macrobudget bekend gemaakt. Aan de hand van een verdeelmodel wordt berekend welk aantal huishoudens met een BUIGuitkering wordt verwacht en welke gemiddelde nettoprijs daarop van toepassing is. 7
De uitkomst daarvan bepaalt het procentuele deel van het macrobudget dat aan de gemeente wordt toegekend. Aan die taartpunt verandert in de loop van het jaar niets qua percentage. Wel kan het bedrag wijzigen als het macrobudget wordt bijgesteld. In de kern gaat het bij het verdeelmodel om de kans dat een huishouden, gegeven specifieke omstandigheden, in de bijstand terecht komt. SEO Economisch Onderzoek biedt ter ondersteuning een budgettool aan, voor de analyse van de verschillen tussen voorspelling en realisatie (hierna te noemen: SEO budgettool of budgettool). Die budgettool is gebruikt bij de analyse hierna. In de praktijk blijkt die onbruikbaar, omdat hierin voor 2024 verkeerde aantallen zijn gehanteerd bij een aantal gemeenten, waaronder IJsselstein. Daarover later meer. Divosa benchmark werk en Inkomen Bij de analyse hebben we gebruik gemaakt van de Divosa benchmark werk en inkomen (hierna te noemen: Divosa benchmark of benchmark). De gemeente IJsselstein (i.c. Werk en Inkomen Lekstroom, verder: WIL) neemt daar al 12 jaar aan deel. Alle in de analyse opgenomen grafieken en tabellen hebben de Divosa benchmark als bron.
Uitgaven - Bijstandsvolume Hieronder gaan we in op de ontwikkeling van het bijstandsvolume, de instroom in de bijstand en de uitstroom uit de bijstand. Ontwikkeling van het bijstandsvolume Voor het verkennen van de oorzaken van het budgettekort kijken we in eerste instantie naar het bijstandsvolume. Dat is het aantal huishoudens dat afhankelijk is van een uitkering levensonderhoud. Uit onderstaande indexgrafiek blijkt dat het bijstandsvolume in IJsselstein vanaf de zomer van 2022 sterker is toegenomen dan binnen de benchmark. In 2022 groeide het bijstandsvolume per saldo met 14 huishoudens tot 484 aan het einde van dat jaar. Daar kwamen in 2023 per saldo 9 huishoudens bij en in 2024 2 huishoudens. Aan het eind van 2024 kwam het volume uit op 495 huishoudens.
8
De ontwikkeling van het volume zien we terug in bovenstaande indexgrafiek. De ontwikkeling van het bijstandsvolume wijkt af van de referenties in de benchmark, die veelal een dalende index laten zien. Ook het gemiddelde binnen WIL wijkt positief af van het patroon van IJsselstein. Verwachting versus realisatie bijstandsvolume Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gebruikt een objectief verdeelmodel om de noodzakelijke bijstandsuitgaven in te schatten. In opdracht van het ministerie hebben SEO Economisch Onderzoek en Atlas Research de verdeling van de bijstandsbudgetten voor 2024 berekend op basis van zo actueel mogelijke gegevens. Daarvoor wordt een budgettool gebruikt. Bij de voorlopige budgetvaststelling 2024 is aanvankelijk een ernstige fout gemaakt. Het voorlopige budget voor IJsselstein voor 2024 is toen veel te laag vastgesteld. Buiten het verdeelmodel om heeft het Ministerie van SZW een correctie toegepast.
Bron: budgettool bijstandsverdeelmodel
Door die verkeerde budgetbepaling is de SEO-budgettool voor 2024 voor IJsselstein niet bruikbaar. Uit bovenstaande grafiek uit de budgettool blijkt de omvang van de gemaakte fout. Omdat de budgettool daardoor niet bruikbaar is, kijken we naar de gegevens voor 2025. Voor het jaar 2025 is in het verdeelmodel rekening gehouden met een bijstandsvolume van 466 voor de gemeente IJsselstein per eind 2023. Meer specifiek: De basis voor de berekening 2025 is het werkelijk aantal huishoudens dat bijstand ontvangt in het jaar t-2 (2023). Dat is in het model gesteld op 466. In de Divosa benchmark is het gemiddelde volume BUIG (trendwaarde) ultimo 2023 voor IJsselstein berekend op 484. Hoewel er sprake is geweest van in- en uitstroom en er tussentijds ook hogere en lagere standen zijn geweest, ligt de realiteit 18 huishoudens boven de waarde die in het model is gebruikt. De trendwaarde een jaar eerder (ultimo 2022) kwam in de benchmark veel lager uit, namelijk op 455. Dat betekent dat er in 2023 29 huishoudens bij kwamen (484-455 = 29). In het afgelopen jaar is de trendwaarde (ultimo 2024) in de benchmark op een nog hoger niveau terecht gekomen, namelijk 491. Daaruit blijkt in de trend een toename van 455 naar 491. Dat is een groei van bijna 8% in 2 jaar tijd.
Kortom: in de voorspelling van het verdeelmodel 2025 is naar onze mening van een te laag volume uitgegaan namelijk 466 huishoudens voor het jaar 2023. In werkelijkheid lag dat volume 18 huishoudens hoger. De afwijking tussen het werkelijk aantal bijstandshuishoudens en het voorspelde aantal komt in de budgettool voor 2024 zelfs uit op 53. Dat is de afwijking tussen het door het model voorspelde aantal in 2024 en het werkelijk aantal in 2022, zie onderstaande tabel uit de SEO-budgettool. 9
Bron: budgettool SEO
Bij de gemiddelde nettoprijs van een uitkering in IJsselstein in 2024 van € 17.136 resulteert het verschil van 53 in een tekort van € 908.208. De huisvesting van statushouders heeft voor IJsselstein invloed op het bijstandsvolume. De taakstelling is gekoppeld aan het inwonertal van een gemeente. Statushouders maken in een gemeente met een relatief lage bijstandsdichtheid een onevenredig groot deel van het bijstandsvolume uit. Daar komt bij dat statushouders veelal zijn aangewezen op een uitkering en daar langere tijd van afhankelijk blijven. In 2024 heeft IJsselstein een grote inhaalslag gemaakt ten aanzien van de huisvesting van statushouders. Van de 55 toegewezen statushouders (inclusief de achterstand) zijn er 53 gehuisvest. Mede door gezinsherenigingen zijn er meer mensen gehuisvest dan gepland voor 2024. Instroom Een inwoner die meent recht te hebben op een bijstandsuitkering, wordt bij de melding en ook tijdens het eventuele aanvraagproces geïnformeerd over de wederzijdse rechten en plichten. Wij passen een zorgvuldige aanvraagprocedure toe waarbij we uitgebreid ingaan op de persoonlijke omstandigheden van het huishouden. Zo komen ook voorliggende voorzieningen, toeslagen en mogelijkheden voor bijzondere regelingen aan bod.
Er is sprake van een brede beoordeling, zowel tijdens de dienstverlening aan de poort als bij de afdeling Inkomen waar vervolgens op de aanvraag wordt beschikt. Als de aanvraag levensonderhoud wordt toegekend is er sprake van instroom. In de grafieken die we opnemen vergelijken we de individuele waarden van IJsselstein met gemiddelden van referentiegroepen. Dat geeft soms een vertekend beeld. Binnen de grotere referentiegroepen worden de uitschieters immers afgevlakt door de gemiddelde waarde van de groep. Ter verduidelijking: WIL omvat 4 gemeenten, waarvan het bijstandsvolume van de gemeente IJsselstein ongeveer 20% uitmaakt. De groep van de grootteklasse tussen 20.000 en 50.000 inwoners bestaat uit 118 benchmarkdeelnemers. Bij de bijstandsdichtheid van 4,7% gaat het om 6 benchmarkdeelnemers. En de groep van alle deelnemers bestaat binnen de Divosa benchmark uit 134 gemeenten en samenwerkingsverbanden.
10
De waarden in de grafiek geven de cumulatieve instroom over de afgelopen 36 maanden weer. Het dalende patroon in 2022 correspondeert met de grafiek van het bijstandsvolume hiervoor. Vanaf begin 2023 zien we een sterke stijging van het cumulatieve instroompercentage. De referentiegroepen uit de Divosa benchmark vertonen ook een oplopend beeld, maar veel minder sterk. Na de zomer van 2023 daalt het cumulatieve percentage licht, maar het cumulatieve instroompercentage blijft in IJsselstein tot eind 2024 boven dat van de referentiegroepen. De conclusie is dat de instroom in IJsselstein in 2023 en 2024 sterker is toegenomen dan binnen de benchmark. De trend van het maandelijkse instroompercentage laat voor IJsselstein een vergelijkbaar beeld zien. Een sterk stijgende trend vanaf december 2022 die tot oktober 2024 aanhoudt en daarna afneemt. Bij de referentiegroepen is ook een oplopende trend te zien, maar veel minder sterk. De conclusie is dat bij de instroom in IJsselstein een opvallend afwijkend beeld is opgetreden ten opzichte van de benchmark, in negatieve zin. Voor het uiteindelijke bijstandsvolume speelt ook uitstroom een rol. Dat onderwerp komt later in deze analyse aan bod.
11
Herinstroom Binnen de Lekstroom, waarvan IJsselstein deel uitmaakt, willen we mensen gericht vooruit helpen. Dat omvat meerdere facetten. Een daarvan is dat we richten op duurzame uitstroom naar werk. In onderstaande grafiek wordt de trend van de herinstroom weergegeven. Dat wil zeggen dat er na beëindiging van een uitkering binnen 6 maanden opnieuw uitkeringsafhankelijkheid is ontstaan. Uit onderstaande grafiek blijkt dat er, na wat hogere trendpercentages aan het begin van 2022 een sterke verbetering is opgetreden. In 2023 kwam het percentage bijna overeen met het niveau van de benchmark. In 2024 was er vervolgens sprake van bijzonder lage herinstroompercentages, veel lager dan de gemiddelden in de benchmark. Het duurzame karakter van de uitstroom die we in IJsselstein realiseren wordt daarmee bevestigd. N.B. het gaat in deze grafiek niet alleen om uitstroom naar werk, maar om alle uitstroom.
Dezelfde vraagstelling, maar dan gericht op herinstroom binnen 12 maanden, leidt tot onderstaand beeld. Ook hier is een sterke daling van de trendwaarde zichtbaar, die in het dalende patroon correspondeert met de daling bij WIL.
12
De conclusie van beide grafieken is dat de trend van de herinstroompercentages voor IJsselstein een gunstig dalend verloop laat zien. In 2022 was er tot de zomer sprake van hogere trendwaarden. Daarna zijn beide trendwaarden sterk gaan dalen, tot ruim onder de benchmarkgemiddelden. Daaruit blijkt dat de gerealiseerde uitstroom ook duurzaam is: de terugval in de bijstand is in vergelijking met de referenties naar een lager niveau gebracht. Uitstroom Naast de instroom is ook de uitstroom bepalend voor het maandelijkse bijstandsvolume. Uit de grafiek blijkt dat het cumulatieve uitstroompercentage tot medio 2023 achter bleef bij de referentiegroepen in de benchmark. Op veel uitstroomredenen hebben we geen invloed. Voorbeelden daarvan zijn verhuizingen, detentie, het bereiken van de AOW-leeftijd of wijzigingen in de gezinssamenstelling. Dat laatste gebeurt als het kind van een alleenstaande ouder het huishouden verlaat, waardoor de ouder alleenstaand wordt. Het kan ook gebeuren dat een alleenstaande statushouder nareizende gezinsleden in het huishouden opneemt. Ook dan ontstaat er uitstroom en instroom vanwege de wijziging van de uitkeringsnorm. De belangrijkste invloed die we hebben op de uitstroom is het effect van het begeleiden van mensen naar werk, zo duurzaam mogelijk, maar dat is nog niet zo eenvoudig.
Degenen met recente arbeidservaring kunnen hun weg naar nieuw werk wel vinden. Zij die daar niet in slagen zijn vaak al langer afhankelijk van een uitkering. Ook neemt binnen ons bestand het aantal mensen met complexe problematiek sterk toe. En de eisen die werkgevers en de arbeidsmarkt aan werknemers stellen zijn en blijven op een steeds hoger niveau. Vanaf de zomer van 2023 wijzigt de trend naar een positief beeld. In het hele jaar 2024 is het cumulatieve uitstroompercentage in IJsselstein hoger geweest dan binnen de referentiegroepen, inclusief WIL.
Naast de cumulatieve uitstroom in de voorbije 12 maanden, hebben we ook zicht op de trend van het maandelijkse uitstroompercentage. We zien die trendwaarden in onderstaande grafiek en constateren dat beide grafieken sterke gelijkenis vertonen.
13
Voor het volledige beeld voegen we ook de grafiek van het cumulatieve percentage van het aantal beëindigde uitkeringen toe. Ook daarin zien we tot de zomer van 2023 lagere waarden dan binnen de benchmark. Daarna stijgt het cumulatieve percentage daar bovenuit en dat blijft zo tot eind 2024. Dat patroon correspondeert met de stijgende trendwaarden die we hiervoor zagen. Ondanks de hogere uitstroom, zowel cumulatief als qua trend, was de toename niet groot genoeg om de sterk stijgende instroom volledig te compenseren. Per saldo groeide het bijstandsvolume in IJsselstein in 2023 en 2024 meer dan waarmee binnen de budgettool rekening is gehouden. Een tekort op het BUIG-budget is dan bijna onvermijdelijk het gevolg.
Uitstroom naar werk Onze invloed op de uitstroom is vooral gericht op de uitstroom naar werk of zelfstandig beroep of bedrijf. Onderstaande grafiek geeft weer welk deel van de totale uitstroom, uitstroom naar werk betrof.
14
De beweging in de lijn van IJsselstein is grilliger dan bij de referenties, omdat dat gemiddelden van grote groepen deelnemers zijn. Zelfs bij een trendwaarde, zoals hieronder weergegeven is dat het geval. We zien tot de herfst van 2022 een stijgende trend, die daarna afzwakt. Vanaf het voorjaar van 2023 ligt de trend onder de benchmark en presteren we minder op het realiseren van uitstroom naar werk. Binnen de gehele benchmark is het beeld dalend geweest. De daling duurde voor IJsselstein tot begin 2024. Vanaf dat moment zijn de waarden weer tot boven de referenties uit de benchmark gekomen, overeenkomstig de betere waarden voor WIL als geheel. Het lukt ons op meerdere momenten om de benchmarkwaarden te overstijgen, ondanks de gespannen arbeidsmarktsituatie. Wat in IJsselstein hierbij een rol heeft gespeeld is de bezetting van het lokale werkteam (LWT). We hebben langere tijd te maken gehad met vacature(s) voor werkcoaches en teamleiding. De teamleider die vanaf het begin van (het experiment van) de lokale werkteams mede verantwoordelijk was voor vormgeven en uitvoeren van lokale werkdienstverlening voor de gemeenten IJsselstein en Lopik vertrok begin 2022. Het kostte moeite om deze vacature in te vullen. De nieuwe teamleider had de taak het lokaal werken zowel door te ontwikkelen als te bestendigen.
Eind 2021 hebben de raden van de Lekstroomgemeenten namelijk ingestemd met het structureel maken van de lokale werkteams in het model waarin de gemeente direct sturing geeft aan de lokale werkteams. Voor de teamleider van het LWT IJsselstein-Lopik en voor de werkcoaches uit het LWT betekende dit zich moeten verhouden tot 2 gemeenten, 2 bestuurders, 2 sociale teams, 2 jaarplannen (1 voor IJsselstein en 1 voor Lopik), verschillende samenwerkingspartners, lokale projecten en initiatieven en (de andere teams van) WIL. Begin 2023 moesten we opnieuw op zoek naar een nieuwe teamleider en weer bleek dit een lastig te vervullen vacature. Vanaf september 2023 konden we aan de slag met een nieuwe teamleider (inhuur). In de tussentijd was de teamleiding beperkt ingevuld door de teamleider van het team Sociaal Domein IJsselstein. Bij de uitstroom naar werk speelt het WerkgeversServicepunt Midden-Utrecht (WSP), vestiging Lekstroom (WSP) een grote rol. Het WSP helpt bij sociaal ondernemen. Voor kandidaten vanuit de gemeente IJsselstein wordt gezocht naar geschikte banen en werkervaringsplekken. Aan werkgevers biedt het WSP kosteloos advies en ondersteuning bij de werving en inzet van vakkundig personeel.
15
Vanuit de Lekstroom werkt het WSP nauw samen in de arbeidsmarktregio Midden-Utrecht. De instrumenten die we kunnen inzetten zijn in de hele arbeidsmarktregio gelijk. In onderstaande tabel is de verdeling over de verschillende uitstroomredenen weergegeven, op basis van 12-maands trendpercentages 2024 (Bron: Divosa benchmark Werk en Inkomen). Gemiddeld Werk en trendpercentage Gemeente BijstandsGrootteklasse Inkomen Alle deelnemers beëindiging IJsselstein dichtheid 4,7% 20.000-50.000 Lekstroom vanwege Werk 39,5% 35,7% 32,1% 32,3% 33,3% Onderwijs 3,3% 2,1% 1,9% 3,6% 3,9% Handhaving 5,7% 8,6% 5,8% 5,2% 5,7% Andere 6,1% 1,4% 7,1% 9,2% 9,4% inkomsten Verloop 29,0% 32,1% 35,9% 35,5% 33,2% Overige redenen
16,4%
20,0%
17,2%
14,2%
14,4%
Opvallend voor IJsselstein is het hogere percentage bij uitstroom vanwege werk (35,7%). Op die uitstroomreden hebben wij invloed en daar zetten we ook op in. Ook handhaving heeft in 2024 tot beëindigingen geleid. Personen met een voorziening Voor de re-integratie van personen is het van belang dat we instrumenten aanbieden die de kans op uitstroom naar werk vergroten. Uit onderstaande grafiek blijkt dat dat gemiddeld genomen op 60% van het aantal uitkeringen van toepassing is. Dat percentage lag in 2022 en de eerste helft van 2023 boven de benchmarkwaarden, maar beweegt sinds de zomer van 2023 op een vergelijkbaar niveau. We zien dat steeds meer mensen met complexe problematiek kampen, die re-integratie in de weg staat. Voor hen is re-integratie vaak meer dan een stap te ver en daarmee een kwestie van lange adem. Een voorziening leidt overigens niet altijd tot uitstroom naar werk. Sommige voorzieningen zijn bedoeld om participatie (niet (regulier) betaald werk) te bevorderen. We hebben mensen individueel in beeld en gekoppeld aan een traject, als ze daarvoor de mogelijkheden hebben. In die zin geeft de grafiek in de jongere maanden een zuiverder beeld van de situatie.
16
Voor de bijstandsgerechtigden met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt hebben we in 2024 extra geïnvesteerd op het in beeld krijgen van hun situatie. Inwoners voor wie arbeid op dit moment niet mogelijk is, worden actief begeleid, passend bij hun mogelijkheden. Dat varieert van vrijwilligerswerk tot arbeidsmatige dagbesteding, met als doel sociale inclusie, persoonlijke ontwikkeling en het vergroten van hun bijdrage aan de samenleving. Elke inwoner in de bijstand heeft een plan van aanpak. Volume loonkostensubsidie Loonkostensubsidie (LKS) is een instrument binnen de Participatiewet dat is bedoeld is voor werkgevers. De regeling geldt voor werknemers waarvoor de gemeente verantwoordelijk is. De werkgever komt in aanmerking voor LKS als de werknemer door een ziekte of handicap minder dan het wettelijk minimumloon kan verdienen. De subsidie is een compensatie in de loonkosten voor de verminderde arbeidsproductiviteit van de werknemer. De werkgever betaalt op deze manier alleen voor de werkelijke productiviteit. Het inzetten van dit instrument vergroot de kans om iemand met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen en te houden. Uit onderstaande grafiek blijkt dat IJsselstein op dat punt achterblijft bij de benchmark. Aan het eind van 2024 ligt de waarde in IJsselstein op 9,1%.
Binnen de benchmark zien we waarden van individuele gemeenten die lager liggen, maar de benchmarkgemiddelden zijn hoger. Voor alle deelnemers gezamenlijk ligt die gemiddelde waarde op 13,9%. Inzet van dit instrument voor mensen met verminderde arbeidsproductiviteit is belangrijk. We zien in het verhogen van die volumes mogelijkheden om de gemiddelde prijs van de uitkeringen positief te beïnvloeden. Daarom zetten we steeds meer in op het stimuleren van het instrument loonkostensubsidies bij werkgevers. De opgelopen achterstand willen we inlopen. Een onderzoek en advies van Bureau Berenschot dat in opdracht van WIL en de bij WIL aangesloten gemeenten in 2024 is opgesteld, liggen daar mede aan ten grondslag.
Personen met een ontheffing Ons doel is dat elke inwoner in de bijstand een plan van aanpak heeft en goed in beeld is. De doelstelling van het plan van aanpak varieert al naar gelang de mogelijkheden van de inwoner. Op grond van dat gesprek kan de werkcoach een ontheffing van de arbeidsverplichting verlenen. Binnen 17
deze individuele benadering past het niet meer om een groep personen te ontheffen. Dat gebeurde in het verleden wel. Het effect van de individuele benadering van het LWT IJsselstein zien we terug in onderstaande grafiek. De trend van het aantal ontheffingen van de arbeidsverplichting is daarin dalend. Dat geldt ook voor de Lekstroom als geheel.
Een groot aantal ontheffingen is niet persé negatief. We weten dat kansrijken in het algemeen makkelijker en sneller uitstromen. We weten ook dat de huidige groep bijstandsgerechtigden een relatief grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft en veel minder kansrijk is. Daarbij treffen we steeds vaker complexe persoonlijke omstandigheden aan die een extra belemmering vormen. Tijdelijke ontheffing van de arbeidsverplichting betekent niet dat we niets doen maar (juist) de tijd nemen die nodig is om stappen naar participatie en werk te zetten. Voor de bijstandsgerechtigden met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt hebben we in 2024 extra geïnvesteerd op het in beeld krijgen van hun situatie. Bij een deel van de inwoners is sprake van vermindering van de afstand tot de arbeidsmarkt. Waar mogelijk is een traject naar werk of activering ingezet. Voor deze integrale aanpak is onder andere samengewerkt met het team Sociaal Domein van IJsselstein. We gaan door met deze individuele benadering.
Uitgaven - Prijs van de uitkering Naast het bijstandsvolume en de ontwikkeling daarvan, speelt ook de prijs van een uitkering een rol bij de analyse van de mate waarin de rijksbijdrage voor IJsselstein toereikend is geweest. De gemiddelde prijs en de beïnvloeding daarvan komen hierna aan bod. Gemiddelde netto jaarprijs De volgende grafiek geeft de ontwikkeling van de gemiddelde jaarprijs weer, na aftrek van verrekenbare baten. Begin 2022 lag die gemiddelde prijs in IJsselstein op het niveau van de benchmark. In de loop van 2022 daalde de prijs tot onder het benchmarkniveau en bleef daar tot de herfst van 2023. De opwaartse lijn in 2023, over de hele linie, is een gevolg van de verhoging van de uitkeringsnormen in januari 2023 met ruim 10%, gevolgd door een verhoging in juli 2023 met nog eens 3%. Ook in 2024 zijn de normbedragen verhoogd. Vanaf het voorjaar van 2024 ligt de 18
gemiddelde nettoprijs in IJsselstein een paar honderd euro boven het benchmarkgemiddelde. Dit heeft te maken met lagere verrekenbare inkomsten en een hogere uitkeringsnorm voor echtparen (bijna 21% van het totale bestand in IJsselstein).
Opmerkingen: 1. Voor de zichtbaarheid van de verschillen, zijn de lijnen van Werk en Inkomen Lekstroom en de Bijstandsdichtheid in de grafiek uitgeschakeld. 2. De Y-as van de grafiek begint niet op nul. Daardoor geeft toename van de prijs in deze 3 jaar een sterk vertekend beeld te zien. Naast de gemiddelde jaarprijs hebben we ook zicht op de ontwikkeling van de prijsindex. Dat komt in de volgende grafiek tot uiting. Daarin valt op dat die index voor IJsselstein gemiddeld genomen een vergelijkbaar patroon volgt als de benchmark en vooral dat de lijn van IJsselstein in 2024 daar wat verder boven ligt.
De hogere gemiddelde nettoprijs in IJsselstein heeft een aantal oorzaken, waarop we hieronder ingaan. 19
Samenstelling bestand naar leefvorm De leefvorm is bepalend voor de hoogte van de uitkeringsnorm. Voor echtparen geldt een hogere uitkeringsnorm dan voor alleenstaanden en alleenstaande ouders. Vanaf juli 2024 was het netto maandbedrag voor alleenstaanden en alleenstaande ouders € 1.308,45 per maand, inclusief € 65,42 vakantie-uitkering. Het netto maandbedrag voor gehuwden is uiteraard hoger. Dat bedroeg in het 2e halfjaar van 2024 € 1.869,21, inclusief € 93,46 vakantie-uitkering. Dat is een verschil van bijna 43%. In het bestand van IJsselstein is het aandeel (echt)paren hoger dan in de benchmark. Zeker in vergelijking met de referentiegroep met dezelfde bijstandsdichtheid (nl. 4,7%) is het verschil groot, namelijk 20,6% in IJsselstein en 15,8% voor de referentiegroep, zie onderstaande tabel. Dat heeft een negatieve invloed op de gemiddelde nettoprijs. Bestand naar leefvorm per eind 2024
Werk en Inkomen Lekstroom
Gemeente IJsselstein
Bijstandsdichtheid 4,7%
Grootteklasse 20.000-50.000
Alle deelnemers
Alleenstaand
65,0%
61,2%
67,7%
66,5%
68,2%
Alleenstaande ouder
15,9%
18,2%
16,4%
14,8%
15,3%
Echtpaar
19,0%
20,6%
15,8%
18,7%
16,4%
Anders
0,0%
0,0%
0,1%
0,1%
0,1%
(Bron: Divosa benchmark – December 2024). Samenstelling bestand naar leeftijd Ook de leeftijd speelt een rol voor de hoogte van de uitkeringsnorm. Voor jongeren tot 21 jaar gelden lagere normen. Het gaat bij een jongere weliswaar ook om een volledige uitkering, maar de lagere norm is gunstig voor de gemiddelde prijs van het hele bestand. Binnen de Lekstroom hebben we afgesproken extra aandacht te schenken aan jongeren. Het is de enige benoemde doelgroep. Al voor de coronajaren kregen jongeren binnen de Lekstroom extra aandacht van ons. Toen zij het na de uitbraak van Covid-19 extra moeilijk kregen, hebben we die aandacht vastgehouden en geïntensiveerd onder andere door deelname aan het regionaal actieplan jeugdwerkloosheid. Uit onderstaande tabel blijkt dat het aandeel jongeren in IJsselstein niet opvallend groot is. Let op, de eerste leeftijdscategorie reikt verder dan de leeftijdsgrens van 21 jaar. Bestand naar leeftijd per eind 2024
Werk en Inkomen Lekstroom
Gemeente IJsselstein
Bijstandsdichtheid 4,7%
Grootteklasse 20.000-50.000
Alle deelnemers
18-27 jaar
13,6%
12,4%
12,7%
12,4%
12,1%
27-35 jaar
17,3%
14,4%
13,4%
14,9%
14,5%
35-45 jaar 45-55 jaar 55-65 jaar 65 jaar en ouder
22,4% 20,8% 22,2% 3,7%
21,8% 21,5% 24,7% 5,2%
21,4% 23,1% 24,6% 4,8%
22,1% 22,3% 24,0% 4,3%
21,2% 22,7% 25,1% 4,4%
Wat wel opvalt is het grote aandeel ouderen in IJsselstein. Bijna 30% van de bijstandshuishoudens behoort tot de categorie 55-plusser. Geen van de referentiegroepen uit de tabel komt aan die waarde. In het besef dat uitstroom voor die leeftijdscategorie zeer moeilijk is te realiseren, drukt dat grote aandeel zwaar op de beschikbare budgetten. 20
Binnen de Lekstroom besteden we extra aandacht aan jongeren en dat is zeker voor IJsselstein een belangrijk uitgangspunt. Jongeren zijn als doelgroep benoemd en dat zien we terug bij aan aantal initiatieven. Vanuit het Regionaal Actieplan Jeugdwerkloosheid (RAJ) is in 2023 een pilot gestart om de methodiek ‘lifecoaching’ toe te passen binnen het Jongerenloket. De pilot is in de 1e helft van 2024 geëvalueerd. De problematiek bij jongeren is behoorlijk zwaar. Als school en werk niet op kortere termijn haalbaar zijn, wordt lifecoaching ingezet. Het gaat dan om jongeren die nergens anders terecht kunnen of willen. Het gaat bijvoorbeeld om jongeren die zorg mijden, geïsoleerd zijn en/of te maken hebben met psychische problematiek. Lifecoaching loopt door tot eind 2025 en halverwege 2025 is er opnieuw een evaluatiemoment. Vanaf juni 2022 tot de zomer van 2023 is met een pilot onderzocht of de inzet van een jobhunter specifiek voor de jongeren resultaat oplevert. De evaluatie daarvan heeft plaats gevonden in september 2023 en was positief. Vanwege de wens om die rol voort te zetten en zelfs uit te breiden, zijn extra financiële middelen beschikbaar gesteld voor het jaar 2024. Samenstelling bestand naar verblijfsduur De verblijfsduur is niet bepalend voor de hoogte van de uitkering.
Wel staat vast dat de kans om uit de bijstand te komen afneemt, naarmate er langer sprake is van bijstandsafhankelijkheid. Uit onderstaande tabel blijkt dat de groepen met de kortste verblijfsduur zijn in IJsselstein niet opvallend groter of kleiner dan binnen de benchmark. 30% van de bijstandshuishoudens ontvangt de uitkering tussen 6 en 24 maanden. Dat is wel een groter aandeel dan bij de referentiegroepen. Het aandeel huishoudens dat langer dan 5 jaar een uitkering ontvangt in IJsselstein relatief laag. De ‘beperkte’ instroom in de recente jaren zorgt voor een langere gemiddelde verblijfsduur in de bijstand. Eind 2024 lag het benchmarkgemiddelde op bijna 6 jaar (71 maanden). Voor IJsselstein was dat 7 maanden korter, namelijk 5 jaar en 4 maanden. De 53 huisvestingen van statushouders in 2024 zijn daar een belangrijke oorzaak van. Uit ervaring weten we dat het lastig is om uitstroom te realiseren voor de mensen die al lang bijstandsafhankelijk zijn. Dat wil niet zeggen dat het per definitie eenvoudiger is als er sprake is van kortere verblijfsduur. Steeds meer is er sprake van complexe problematiek en spelen belemmerende omstandigheden een grote rol. Bestand naar verblijfsduur per eind 2024 0-3 maanden
Werk en Inkomen Lekstroom
Gemeente IJsselstein 4,5%
Bijstandsdichtheid 4,7% 4,7%
4,5%
Grootteklasse 20.000-50.000
Alle deelnemers
5,1%
4,9%
3-6 maanden
4,9%
6,1%
5,9%
6,1%
6,0%
6-12 maanden 12-24 maanden 24-36 maanden 36-60 maanden >60 maanden Gemiddelde verblijfsduur
10,5% 15,8% 10,3% 13,1% 40,9%
11,8% 18,2% 9,4% 11,0% 38,8%
9,5% 14,4% 10,0% 12,0% 43,7%
10,5% 14,7% 10,0% 12,9% 40,7%
9,9% 13,9% 9,4% 12,7% 43,2%
64 maanden
64 maanden
72 maanden
68 maanden
71 maanden
21
Inkomsten - Verrekeningen Parttime werk en parttime inkomsten Hiervoor kwam de nettoprijs van de uitkering aan bod. Dat is de prijs van de uitkering, na aftrek van verrekenbare inkomsten. Een belangrijk deel daarvan zijn de inkomsten uit parttime werk. Er is dan nog steeds sprake van bijstandsafhankelijkheid, maar het door de gemeente te betalen uitkeringsbedrag wordt voor dat huishouden lager. Dat vermindert de druk op de BUIG-middelen. Bovendien neemt de kans op volledige uitstroom toe als de parttime inzet kan worden uitgebreid. Als het gaat om parttime werken blijft IJsselstein achter bij de benchmark. Nadat we in 2022 constateerden dan hier verbetering nodig was, hebben we extra aandacht gegeven aan de mogelijkheden van parttime werk. Als resultaat daarvan lag het percentage parttime werkenden van begin 2023 tot na de zomer van 2024 boven het gemiddelde van de Lekstroom. In de laatste maanden van 2024 is er sprake van enige terugval, maar wij gaan er van uit dat die tijdelijk is. Wij blijven onverminderd inzetten op het stimuleren en uitbreiden van parttime werk. Het levert meer participatie op en voldoening bij klanten en lagere uitkeringslasten voor de gemeente.
Naast het percentage parttime werkenden, zijn ook de gemiddelde inkomsten uit parttime werk belangrijk. In de Lekstroom is het gemiddelde bedrag al lange tijd hoger dan binnen de benchmark. Tot medio 2023 stak het gemiddelde bedrag in IJsselstein daar nog bovenuit. Vanaf de zomer van 2023 zien we er een daling optreden die vooral effect heeft in 2024. Tegen het eind van 2024 is die dip weer achter de rug. De grafiek hieronder geeft geen maandcijfers weer, maar 12-maands voortschrijdende trendgemiddelden. Het niveau van de inkomsten uit parttime werk geeft ons aanleiding om extra aandacht te blijven geven aan parttime werk en uitbreiding van uren voor degenen die al parttime werken. Het biedt ons mogelijkheden om de participatie van inwoners te vergroten en uitstroom te bevorderen. Binnen de Lekstroom kennen we geen bonusregeling voor parttime werkenden. Wel is er sprake van inkomstenvrijlating op grond van artikel 31, lid 2 van de participatiewet. De algemene vrijlating geldt voor maximaal 6 maanden tot een bedrag van € 269 per maand (prijspeil juli 2024) . Voor specifieke groepen gelden andere maxima.
22
Percentage kostendelers Dit gaat om het aantal uitkeringen BUIG waarbij sprake is van 2 of meer personen die de kosten van het huishouden delen. Een hoog percentage kostendelers (huisgenoten) kan leiden tot een lagere gemiddelde prijs. Er wordt dan een korting toegepast op de uitkeringsnorm, omdat de woonlasten zoals huur en energie met meer mensen kunnen worden gedeeld. In IJsselstein is sprake van een hoog percentage kostendelers, zoals blijkt uit de volgende grafiek. We hebben hier geen invloed op. Het is een gevolg van de samenstelling van de huishoudens die in IJsselstein afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering. Dat gaat vaak om thuiswonende kinderen die ouder zijn dan 27 jaar en geen betaalbare eigen woning kunnen vinden. Zij hebben wel een eigen inkomen uit werk.
Inkomsten - Handhaving Maatregelen en het niet nakomen van de inlichtingenplicht De gemeente IJsselstein legt weinig tot geen maatregelen op, als het gaat om de uitvoering van de Participatiewet. Vertrouwen is voor ons de basis. Dat is al jaren het geval en daarmee liepen we 23
vooruit op het wetsvoorstel Participatiewet in balans. Onze uitvoering van de Participatiewet is niet op sanctie gericht. Wat dat betreft zijn wij blij met het wetsvoorstel, dat beoogt de hardheden in de huidige wet weg te nemen, door mensen centraal te stellen en uit te gaan van vertrouwen. Het gaat er ons om dat we aan willen sluiten bij wat mensen (aan)kunnen en nodig hebben. Daarbij helpen we ze gericht vooruit met professionele medewerkers. Veel maatregelen opleggen is voor ons geen doel en ook geen verdienste.
Inkomsten - Debiteuren Vorderingen Een belangrijk onderdeel van debiteuren is de ontvangsten uit openstaande vorderingen. Die baten hebben een gunstige invloed op de gemiddelde prijs van de uitkeringen. Daarom is het ook van belang zicht te hebben op de afwikkeling van de signalen van het Inlichtingenbureau. Sinds 2023 worden die signalen opgenomen in de door ons gebruikte applicatie Suite 4 sociaal domein. Daardoor blijft de afdoening in beeld en ook beschikbaar voor de interne controle. Dat was daarvoor niet het geval. Hieronder geven we inzicht in het debiteurenbestand van de gemeente IJsselstein, wat betreft de Participatiewet. Een eerste indruk daarvan krijgen we via het aantal debiteuren, gerelateerd aan het bijstandsvolume. De lijnen in de volgende grafiek vertegenwoordigen het aantal unieke debiteuren, afgezet tegen het bijstandsvolume in dezelfde maand. De waarden van IJsselstein steken gunstig af bij de benchmark.
Ook als het gaat om oude openstaande vorderingen blijft IJsselstein onder het benchmarkniveau. Sinds 2023 worden niet verwijtbare vorderingen na 5 jaar afgeboekt. Verwijtbare vorderingen worden na 10 jaar afgeboekt. Het is namelijk sterk de vraag in hoeverre vorderingen van voor 2013 nog inbaar zijn. Jaarlijks houden we alle vorderingen zorgvuldig tegen het licht. Als er op een vordering wordt afgelost, houden we die vanzelfsprekend actief in stand. Maar als er geen aflossing (meer) op plaatsvindt beoordelen we of we de vordering in stand moeten houden of moeten overgaan tot afboeking. Het resultaat van die jaarlijkse beoordeling zien we terug in de volgende grafiek. 24
Eind 2024 stonden er bij IJsselstein en binnen de Lekstroom geen vorderingen meer open van voor 2013. Dat gaat dus om vorderingen die ouder zijn dan 12 jaar. Als ze nog open stonden, zijn ze door ons afgeboekt. Om het beeld completer te maken geven we ook inzicht in het gemiddelde bedrag aan openstaande vorderingen per debiteur. Waar dat voor de referentiegroepen tussen € 3.900 en € 4.540 ligt, gaat het bij IJsselstein om een veel lager bedrag, namelijk € 2.500. Dat is het resultaat van een uitgebreid aanvraagproces, met aandacht voor de persoonlijke omstandigheden van de klant. We geven vooraf helderheid over wederzijdse rechten en plichten zo voorkomen we problemen in een later stadium. Die aanpak koppelen we aan zorgvuldig debiteurenbeheer met aanzienlijk lagere (terugbetalings)verplichtingen voor onze klanten.
Openstaande vorderingen onverschuldigde betalingen Als het gaat om vorderingen als gevolg van het schenden van de inlichtingenplicht, is de gemeente verplicht die terug te vorderen. Voor onverschuldigde betalingen is sprake van een gemeentelijke bevoegdheid, een zogenaamde kanbepaling. Onderstaande grafiek geeft weer welk deel van de 25
vorderingen dat betreft. Voor IJsselstein was dat 27,8% aan het eind van 2024. Het gemiddelde binnen de benchmark lag toen op een vergelijkbare 27,2% .
Incassoquote Omdat de prijs van een uitkering ook wordt bepaald door baten (ontvangsten), is de incasso op vorderingen belangrijk. Hoe meer er kan worden geïncasseerd, hoe lager de prijs van de uitkering per saldo uitvalt. Aan de hand van de incassoquote kunnen we zien hoe IJsselstein het op dat gebied doet. Hoe hoger het percentage, hoe beter de gemeente op dit onderdeel presteert. Uit de grafiek blijkt dat de trend voor alle benchmarkdeelnemers steeds dichter bij elkaar is gekomen. De trendwaarde voor IJsselstein ligt ruim boven het benchmarkgemiddelde. Dat is positief en geeft ook blijkt van goed debiteurenbeheer.
De grafiek geeft het totaal van de in de laatste 12 maanden geïnde bedragen weer, op vorderingen BUIG, ten opzichte van het totaal uitstaande saldo van deze vorderingen van de laatste 12 maanden. Zeker in 2023 maar eigenlijk gedurende het hele tijdsbestek van de grafiek ligt de incassoquote boven het gemiddelde van de benchmark. Daarin zien we terug dat we het bestand van openstaande 26
vorderingen regelmatig onderhouden en opschonen. De piek in 2023 heeft te maken met incidentele grote ontvangsten vanwege verrekeningen met het UWV. Als we de incasso relateren aan de openstaande vorderingen, zien we in de benchmark het volgende beeld. Het trendcijfer in onderstaande grafiek geeft het gemiddelde aan van de betreffende maand en de 11 voorafgaande maanden. Het zo berekende 12-maandsgemiddelde wordt afgezet tegen het totaalbedrag van de openstaande vorderingen.
Net als de trend van de incassoquote is ook deze trend voor IJsselstein positief. Bij alle referentiegroepen loopt de waarde steeds verder op. Bij IJsselstein steekt de trend steeds boven alle referenties uit. Aan het eind van 2024 was de trendwaarde voor IJsselstein 1,5%, bij een benchmarkgemiddelde van 1,1%. Een ander beeld ontstaat als we de incasso combineren met de uitgaven BUIG. Dan liggen de waarden voor IJsselstein ver onder het niveau van de benchmark. De verklaring daarvoor vinden we in het lagere bedrag aan openstaande vorderingen en de actualiteit van de vorderingen. Beide onderwerpen kwamen hiervoor al aan bod.
27
Aflossingsbedrag Als het om aflossen gaat, hanteren wij de regel dat de klant over minimaal 95% van de uitkeringsnorm moet kunnen blijven beschikken. Die beslagvrije voet is ook van toepassing op verrekening van schulden met de bijstandsuitkering, zoals huurschulden of schulden op het gebied van zorgkosten. We hanteren die grens niet in alle gevallen. We beoordelen de persoonlijke situatie van de klant. Als het beter is om een lager bedrag terug te vorderen, doen we dat op grond van maatwerk. In december 2024 was de trend van het gemiddelde aflossingsbedrag in IJsselstein € 40, bij een benchmarkgemiddelde van € 49. Daarmee ligt de trendwaarde onder het gemiddelde van de Lekstroom (€ 44).
Eerder in deze analyse zagen we dat het gemiddelde bedrag aan openstaande vorderingen in IJsselstein op een lager niveau ligt dan binnen de benchmark. Ook het lagere gemiddelde aflossingsbedrag houdt daar verband mee, net als de bovengenoemde beslagvrije voet die we hanteren. Bij aflossingen gaat het om werkenden en niet-werkenden. Uit de grafiek maken we op dat de trend voor IJsselstein oploopt. In de afgelopen 3 jaar steeg het bedrag in IJsselstein van € 22 naar € 40. In de benchmark steeg het van € 34 eind 2021 naar € 49 aan het eind van 2024. Wij innen met de menselijke maat en conformeren ons aan de beslagvrij voet. Wij houden de vorderingen en de aflossingen actueel. De groei van het bedrag is daarvan het resultaat, maar heeft ook te maken met de regelmatige en soms forse verhogingen van de uitkeringsnormen. De aflossingscapaciteit neemt daardoor ook toe. Aflossingspercentage Nog belangrijker vinden wij het aantal vorderingen waarop actief wordt afgelost. Dat zien we terug in de volgende grafiek. Dankzij actief debiteurenbeheer heeft in december 2024 in IJsselstein 65% van de debiteuren afgelost op tenminste één openstaande vordering. Het benchmarkgemiddelde ligt met 54% op een lager niveau.
28
Als we kijken naar de mate waarin debiteuren met een recente vordering daadwerkelijk aflossen, komt het beeld sterk overeen met het voorgaande. Zoals blijkt uit onderstaande grafiek kwam dat percentage eind 2024 voor IJsselstein uit op 65,5%. Het gemiddelde van de benchmark lag met 53,5% op een lager niveau. Door extra inspanning op debiteurenbeheer hebben we het percentage in de laatste maanden van 2024 sterk kunnen verbeteren.
Als op vorderingen wordt afgelost heeft dat niet in alle gevallen invloed op het budgetresultaat. Uit de benchmark kunnen we afleiden welk percentage van de vorderingen waarop wordt afgelost, die invloed wel heeft. In december 2024 was dat voor IJsselstein 40,1%. Dat is een veel hoger percentage dan het benchmarkgemiddelde. Dat lag in die maand op 28,6%. Verhoudingsgewijs hebben veel van de aflossingen die IJsselstein incasseert dus een gunstig effect op de gemiddelde prijs van de uitkering.
29
Tenslotte kijken we ook naar de trend van de ontvangsten die een gunstig invloed hebben op het budgetresultaat. De grafiek geeft in een percentage het totaal van de ontvangsten weer die invloed hebben op het budgetresultaat, afgezet tegen de gemiddelde uitgaven bijstand in de afgelopen 12 maanden. Eind 2021 lag de trendwaarde voor IJsselstein op 2,0%; onder het niveau van de referentiegroepen uit de benchmark. In 2023 treedt een sterke stijging op die trendmatig aanhoudt tot eind 2023. Dat komt door incidentele verrekening van grote bedragen met het UWV. Eind 2024 is de trendwaarde voor IJsselstein 1,6%, gelijk aan het gemiddelde van de benchmark.
Ook op grond daarvan kunnen we stellen dat het actieve debiteuren- en incassobeleid van IJsselstein een positief effect heeft op de gemiddelde (netto) uitkeringslast.
30
B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren Hieronder beschrijft het college maatregelen die zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan het reduceren van het tekort. Binnen Werk en Inkomen Lekstroom (WIL) wordt een zorgvuldige en uitgebreide aanvraagprocedure gehanteerd. Die is er op gericht klanten zo goed mogelijk te helpen. Dat gebeurt ook door te wijzen op voorliggende voorzieningen en toeslagen. Het gaat erom dat de uitkering terecht komen bij de inwoners die er daadwerkelijk recht op hebben. We houden vast aan deze intensieve aanpak ondanks de kosten die daarmee samengaan. We hebben in 2024 opdracht gegeven tot een scan op voorliggende voorzieningen. De werkzaamheden zijn eind augustus 2024 gestart. De resultaten verwachten wij in 2025. Op veel omstandigheden hebben we geen invloed. Bijvoorbeeld de samenstelling van het bestand qua huishoudens. Ook de taakstelling voor de huisvesting van statushouders die op het bijstandsvolume drukt is een gegeven. Bij die taakstelling wordt geen rekening gehouden met de bijstandsdichtheid. De maatstaf voor de taakstelling is het inwonertal van een gemeente. Hierboven is beschreven dat IJsselstein in 2024 53 statushouders heeft gehuisvest en daarmee op 2 na de taakstelling van 2024 en de achterstand die er was heeft ingelopen. De taakstelling voor de komende jaren blijft een gegeven.
Onze maatregelen richten we en hebben we gericht om de omstandigheden die wel onder onze invloed staan. Een daarvan is het opzetten van lokale werkteams in de Lekstroom. Dicht bij de klant en dicht bij de lokale omstandigheden. Met de omvang van IJsselstein kunnen we stellen dat we goed zicht hebben op het klantenbestand. Er is met regelmaat contact met de klanten. Voor de diagnose en matching maken de werkcoaches gebruik van Competensys. Met een goede klantdiagnose vergroten we de kans op succesvolle matching, doorstroom en uitstroom. Wij zetten in op duurzame uitstroom naar werk. In de crisisjaren was het lastig om dat te realiseren, maar wij hebben er wel aan vast gehouden. Ook in de toekomst blijven we dat doen omdat we geloven in het positieve effect van langdurige bijstandsonafhankelijkheid. De duurzame uitstroom zien we terug in de herinstroomcijfers. Voor IJsselstein liggen die doorgaans op of onder benchmarkniveau. In 2024 lagen ze er zelfs ruim onder. De trendwaarden van het gemiddeld percentage beëindigingen van uitkeringen vanwege werk zijn wisselend. In 2022 en 2023 was er sprake van een daling. Wat in IJsselstein hierbij een rol heeft gespeeld is de bezetting van het LWT. We hebben langere tijd te maken gehad met vacature(s) voor werkcoaches en teamleiding.
De teamleider die vanaf het begin van (het experiment van) de lokale werkteams mede verantwoordelijk was voor het vormgeven en uitvoeren van lokale werkdienstverlening voor de gemeenten IJsselstein en Lopik vertrok begin 2022. Het kostte moeite om deze vacature in te vullen. Degene die daarna de functie bekleedde bracht niet wat nodig was voor het team. Begin 2023 moesten we weer op zoek naar een nieuwe teamleider. Dit bleek opnieuw lastig en heeft meerdere maanden gekost. In die periode had het LWT geen teamleider. De teamleider van het team Sociaal Domein IJsselstein nam een aantal taken over. In september 2023 is een nieuwe teamleider gestart op inhuurbasis. In combinatie met herschikking van taken binnen het team is er een positieve impuls gegeven aan de resultaten van het team. Dat neemt niet weg dat de mindere prestaties in 2022 en 2023 hun weerslag hadden in 2024. Wij blijven de resultaten van het 31