CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

9.4 Eindrapport Utrecht Nabij

Commissie Ruimte 2 maart 2021, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven31.594 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

bestaande Nedereindseweg kan er een tweede goede recreatieve verbinding over de A2 gerealiseerd worden ter hoogte van de Galecopperlaan, waardoor er vanuit Nieuwegein en de A12-zone een aantrekkelijk circuit van recreatieve verbindingen

ontstaat. Deze Groene Parel kan voortbouwen op de recreatieve en ecologische structuur die al ontwikkeld is langs de IJsselwetering en de Hollandse IJssel. De ontwikkeling van de Metropoolpoort

Tabel 4 - Mogelijke maatregelen Metropoolpoort Zuid Laag

Hoog

Bandbreedte woningen

1.000 25.900

Bandbreedte arbeidsplaatsen

7.500 26.000

Groene scheg

Realisatie Groene Parel Hollandse IJssel en versterken Groene Parel Laagraven, recreatieve fietsroutes langs kanalen.

Bereikbaarheid

Ingrijpende verbetering ov-bereikbaarheid, bijvoorbeeld door Wiel met Spaken (zuidtangent en SUNIJ) en regionale autobereikbaarheid.

Leefbaarheid

Slechten van barrières A12 en kanalen voor voetgangers en fietsers, reductie geluidsbelasting.

Specifieke opgave

Nieuwe balans tussen bedrijvigheid en stedelijke leefmilieus. Dwingende eisen inpassing Amsterdam-Rijnkanaal (doorvaarhoogte, hinder).

61 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040

Zuid en de Groene Parel Hollandse IJssel kunnen niet los worden gezien van de mogelijke ontwikkeling van de uitbreidingslocatie Rijnenburg op de lange termijn. De keuzes die worden gemaakt voor de ontsluiting van de A12-zone, zowel voor auto als ov, en de recreatieve structuur rondom de Hollandse IJssel zijn bepalend voor de ontwikkelruimte in Rijnenburg. Daarom is het noodzakelijk om bij eventuele keuzes voor de uitwerking van deze Metropoolpoort rekening te houden met de consequenties voor de mogelijkheden voor ontwikkeling van Rijnenburg op de lange termijn. 7.2.3 Metropoolpoort West (Leidsche Rijn – Zuilen) Leidsche Rijn Centrum en de omgeving van station Zuilen liggen zeer strategisch in de ruimtelijk-economische structuur van de Randstad. De Metropoolregio Amsterdam is zowel met de auto als de trein zeer snel bereikbaar. Vanaf station Zuilen ben je in 32 minuten op Bijlmer Arena, met de auto een paar minuten sneller. De 25 november 2020

Afbeelding 29 - Zoekgebied Metropoolpoort West

Metropoolregio Rotterdam-Den Haag ligt wat verder weg, maar is ook met de auto en de trein goed bereikbaar. Vanaf station Leidsche Rijn is het ruim 50 minuten met de trein naar Den Haag Centraal. De auto is 10 minuten sneller.

Rondom station Leidsche Rijn wordt op dit moment nog hard gebouwd aan Leidsche Rijn Centrum, maar alle vastgestelde plannen zullen ruim voor 2030 voltooid zijn. Het enige deel dat nog niet is ontwikkeld is het Vierde Kwadrant, het

62 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040

dering. Is

transportrocessen

eorganiseerd

genomen

e categorie

gaat worden,

en wat bete-

ut moeten

gd gebied.

en functies

den. Meer-

n die kunnen

tie zelf een regio of

nder aspect is

e die als kans

e verwerven

ect is een

grootte is van

e productie-

s gebruikt?

gebied ten noordoosten van het station, grenzend aan het Amsterdam-Rijnkanaal. Het grondgebruik in dit gebied is erg extensief omdat het nu vooral gericht is op zwaardere en watergebonden bedrijvigheid. De locatie is belangrijk in de mix van type werklocaties in de regio. Hier liggen Hoe groter, hoe langer zekerheid geboden moet kansen voor verdere intensivering van worden dat een bedrijf kan blijven zitten. werklocaties. Transformeren naar wonen is hier met de huidige hindercontouren vooralsnog geen reële optie.

Kader 3 - Uitdagingen stedelijke bedrijventerreinen met veel milieuhinder Bron: ORAM Amsterdam

UITDAGINGEN VOOR INNOVATIES OM TE KOMEN TOT VERANDERING

AS

MILIEU

PE

SEC

Onderzoek of een modal shift mogelijk is in de logistieke aan- en afvoer en of verticale productieprocessen mogelijk zijn.

Bij het mixen de mogelijke meerwaarde voor de omgeving benutten.

Inspele reking terugv

RUIMTELIJKE VOORWAARDEN

MOGELIJKE MEERWAARDE

KANSE

HINDER

CT

EN

TO R

EN GELUID

GEUR

LICHT

LOGISTIEK

EXT. VEILIGH.

BODEM

WATER

BEREIKBAAR

LIGGING

STAPELBAAR

FOOTPRINT

5

+++

++

+++

+++

++

++

++

WATER

HAVEN

NEE

M/L

AUTO, FIETS

3-5

+

+++

+

+++

+

+

+

SNELWEG

STAD, STADSRAND

JA

S/M

AUTO, OV, FIETS, HORECA

2

++

+

++

+++

+

-

-

SNELWEG

STADSRAND

NEE

M

2

+

+

+

+++

+

-

-

STAD , SNELWEG, STADSWEG STADSRAND

JA

HOUT- EN METAALPRODUCTIE

3

+++

+++

++

+++

++

+

+

SNELWEG, WATER

BUITEN STAD, STADSRAND

3D PRINTEN EN DRUKKERIJ

3

+

+

+

++

+

+

++

OV, SNELWEG, STADSWEG

4-5

+

+++

+++

+

+++

+++

+++

AUTOREPARATIE

3

++

++

+

++

+

++

BETONFABRIEK

4-5

+

+

+

+++

+

CHEMISCHE PRODUCTIE

4-5

+

+++

++

++

2

+

+

+

AFVALVERWERKING

4-5

++

+++

LOGISTIEK EN TRANSPORT

3-5

++

HIGH-TECH INDUSTRIE

1-4

+

SCHEEPSBOUW EN REPARATIE

VOEDSELPRODUCTIE

BOUWBEDRIJF EXCL. WERKPLAATS

ENERGIECENTRALE

OPSLAG

€

DIENSTEN

BANEN

IMAGO

MATERIALEN

VOOR DE: REGIO

+

COOL E LEERZAA

HITTE, ENERGIE, WATER

REGIO STAD BUURT

++

ACTUEEL LEERZAA

AUTO, OV, MATERIALEN FIETS

REGIO STAD

++

BEZIGHE CREATIVIT

L

AUTO, OV, PRODUCTEN FIETS

REGIO STAD

+++

HANDIG

NEE

L

AUTO, OV, MATERIALEN FIETS

REGIO STAD

++

BEZIGHE CREATIVIT

STAD

NEE

S/M

AUTO, OV, MATERIALEN HORECA

REGIO STAD BUURT

++

BEZIGHE CREATIVIT

SNELWEG, WATER

BUITEN STAD, STADSRAND

NEE

L

REGIO

+

DUURZAA HIGH-TE

++

OV, SNELWEG, STADSWEG

STAD

NEE

S

AUTO, OV, MATERIALEN FIETS

STAD BUURT

+

HANDIG

-

++

SNELWEG, STADSRAND WATER

NEE

M

AUTO , OV, FIETS

GRONDSTOFFEN

STAD

++

ARCH. KWALITE

+++

+++

+++

SNELWEG,WATER

BUITEN STAD, STADSRAND

JA

L

AUTO, OV, FIETS

GRONDSTOFFEN

REGIO

+++

HIGH-TE

++

+

+

+

SNELWEG, WATER

BUITEN STAD, STADSRAND

JA

S/M/L

AUTO, OV, FIETS

X

REGIO STAD BUURT

+

FLEXIBE RUIMTE

++

+++

+++

+++

+++

SNELWEG, STADSWEG

BUITEN STAD, STADSRAND

NEE

L

AUTO, FIETS

MATERIALEN, GRONDSTOFFEN, HITTE

REGIO STAD BUURT

+

DUURZAA

++

++

+++

++

+

+

SNELWEG, STADSWEG, NATIONAAL WATER

JA

L

AUTO, OV, FIETS

ELEKTRICITEIT

REGIO STAD BUURT

+++

DUURZAA HIGH TEC

+

+

+

++

+

+

STADSRAND, OV, STAD SNELWEG

JA

S/M

OV, HORECA

MATERIALEN

REGIO STAD

+++

CREATIVIT HIGH-TE

51

25 november 2020

WENS PERSONEEL RESTSTROMEN

CATEGORIE

GROOTHANDEL

Pas als de vitale bedrijven een andere plek kunnen krijgen zouden er kansen ontstaan om hier een gemengd stedelijk gebied te realiseren dat profiteert van de ligging aan een oud havenbekken, de nabijheid van Leidsche Rijn Centrum, het Sint Antoniusziekenhuis, veel werkgelegenheid en station Leidsche Rijn. Voorwaarde is wel dat er goede fiets- en ov-verbindingen komen over de A2 en het Amsterdam-Rijnkanaal, zodat de barrières tussen Leidsche Rijn en Zuilen weggenomen worden.

Per milieu- en hindercategorie bekijken of het productieproces en inpassing van het bedrijf zodanig aangepast kan worden dat de mogelijke impact kan worden verlaagd.

63 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040

AUTO

HITTE, ENERGIE

Ook rondom station Zuilen zijn er tot 2030 verschillende plannen die gerealiseerd worden. Met de projecten Wisselspoor en Cartesiusdriehoek wordt het aantrekkelijke stedelijke milieu van de Utrechtse binnenstad richting station Zuilen uitgebreid. Gezien de ingewikkelde randvoorwaarden (met name hindercontouren) moet verder onderzocht worden of en hoe dit gebied kan doorgroeien naar een belangrijk onderdeel van de westelijke Metropoolpoort met een hoogstedelijk woon- en werkmilieu dat sterk verankerd is in het industriële verleden van dit gebied. Het gebied, ten noorden van de Cartesiusweg, tot aan de Werkspoorkathedraal, is ideaal gelegen ten opzichte van station Zuilen en de spoorcorridor richting Amsterdam. Hier ligt nu veel potentie voor creatieve maakindustrie. Ook is het gebied een interessante plek voor woningbouw, maar de beantwoording van de vraag of woningbouwontwikkeling mogelijk en wenselijk is kan niet los gezien worden van de locatie van zware bedrijvigheid. Lage 25 november 2020

Weide en Werkspoorkwartier zijn de enige plekken in de MRU met de zwaarste milieucategorie. Voor hindergevende bedrijven is dit gebied cruciaal, evenals voor praktisch geschoolde werkgelegenheid.. Er zal een afweging gemaakt moeten wor-

den tussen enerzijds behoud en mogelijke intensivering van het huidige werkgebied, en anderzijds de potentie van deze plek als verstedelijkingslocatie. Samenhangend met die afweging kan het

Tabel 5 - Mogelijke maatregelen Metropoolpoort West Laag

Hoog

Bandbreedte woningen

600

13.000

Bandbreedte arbeidsplaatsen

6.100 12.500

Groene scheg

Realisatie recreactieve routes langs AmsterdamRijnkanaal en directe fietsverbinding oost-west van Maximapark naar Vecht.

Bereikbaarheid

Ingrijpende verbetering OV-bereikbaarheid, bijvoorbeeld door Wiel met Spaken (noord en zuid) en fietsbereikbaarheid.

Leefbaarheid

Slechten van barrières A2 en kanaal, reductie geluidsbelasting verkeer en balans met milieuhinder Lage Weide.

Specifieke opgave

Milieuhindercontouren en hindergevende bedrijven Lage Weide bemoeilijken ontwikkelmogelijkheden rondom station Zuilen.

64 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040

nodig zijn de bereikbaarheid te verbeteren. Zeker in het geval dat hier meer verstedelijkt gaat worden kan gedacht worden aan een verbetering van de bediening van station Zuilen en het toevoegen van een tangentiële HOV-lijn. Deze verbetering van de bereikbaarheid sluit goed aan bij de plaatswaarde rondom station Zuilen, die in 2030 al tot de hoogste van de MRU behoort. Bovendien kan het station een rol van betekenis spelen in het afvangen van de pendel tussen de noordelijke wijken van Utrecht (Leidsche Rijn, Zuilen en Overvecht) en Amsterdam, de allergrootste bovenregionale pendel van de MRU.56 Op dit moment kiezen veel mensen uit deze wijken voor de auto, waardoor de aansluitingen op de A2 overbelast raken. En een groot deel van de mensen die wel met het ov gaan, reizen eerst naar Utrecht Centraal en pakken daar de trein of ander openbaar vervoer. Bijkomend effect van een nieuwe tangentiële HOV-lijn van Leidsche Rijn via Zuilen, 56 Zie de verkenning van de verplaatsingen vanuit Leidsche Rijn en Overvecht in de ochtendspits in de bijlage mobiliteit.

25 november 2020

Overvecht, Rijnsweerd naar USP is dat de wijk met de grootste sociaal-maatschappelijke achterstand, Overvecht, een goede directe verbinding krijgt met de belangrijkste werk-, onderwijs- en zorglocaties van de MRU.57 Als gekozen wordt voor het realiseren van woningen rond Zuilen en Leidsche Rijn Centrum is het wel noodzakelijk om de hindercontouren van het industriegebied Lage Weide, de A2 en de spoorlijnen te verminderen, en dat is niet eenvoudig. Rondom de snelwegen en spoorlijnen kan dit met geluidwerende maatregelen, zoals schermen en afschermende bebouwing. Het terugleggen van de milieuhindercontouren van Lage Weide is echter alleen maar mogelijk met een integrale milieuhinderstrategie. Om te beginnen is het noodzakelijk om een aantal hindergevende bedrijven te verplaatsen naar een ander deel van het industriegebied. Vervolgens moet de hindercontour planolo57 Zie de effectanalyse van HOV- en lightrailverbindingen van Leidsche Rijn, via Zuilen en Overvecht naar USP in de bijlage mobiliteit.

gisch verlegd worden. En mogelijk moeten een aantal specifieke hinderbronnen op Lage Weide aangepakt worden. Denk aan filters op schoorstenen, geluidsisolatie of bouwkundige maatregelen om de impact van mogelijke explosies te verkleinen. Dit is een langlopend en kostbaar proces dat zeker 15 jaar duurt. Afhankelijk van de gekozen ontwikkelrichting is er in deze Metropoolpoort ruimte voor ongeveer 600 tot 13.000 woningen en 6.000 tot 12.500 nieuwe arbeidsplaatsen. De bandbreedte is afhankelijk van de mate van intensivering danwel verplaatsing van hindergevende bedrijvigheid, de ruimte die kan worden gevonden om de milieuhindercontouren van Lage Weide naar het noorden te verschuiven en de kwaliteit van de bereikbaarheid die op deze plek gerealiseerd kan worden door de aanleg van een goede fietsverbinding tussen Leidsche Rijn en Zuilen en de aanleg van een goede HOV-verbinding naar Overvecht, het noordelijke deel van het Wiel met Spaken.

65 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040

per uur (voorzien vanaf 2022). Tussen Eindhoven en Amsterdam Centraal rijden nu al zes intercity’s per uur, waardoor er straks twaalf per uur rijden tussen Utrecht en Amsterdam; zes naar Schiphol en zes naar Amsterdam Centraal (en verder). In de richting van Arnhem verandert ook de bediening van tussengelegen stations (zie tabel 3). In het Sprinternetwerk worden de frequenties verhoogd van de Sprinter Utrecht – Hilversum en Utrecht - Woerden. Beiden gaan naar zes keer per uur in plaats van de huidige vier keer per uur.

7.3 Zeven Regiopoorten Ook buiten het stedelijk kerngebied liggen volop mogelijkheden om een substantieel deel van de regionale groei op te vangen. In het Ontwikkelperspectief worden zeven Regiopoorten aangewezen die met trein of HOV goed zijn verbonden met de MRU: Breukelen, Bunnik, De Bilt-Bilthoven, Houten, Vianen, Woerden en Zeist. Deze Regiopoorten zijn niet alleen goed verbonden, maar hebben ook nog ontwikkelruimte in de nabijheid van de ov-knopen en bestaande voorzieningen. De aard en omvang van de mogelijke ontwikkeling varieert per Regiopoort en sluit aan op de lokale ruimtelijke structuren. Wat ze gemeenschappelijk hebben is een stedelijk gemengd leefmilieu, grotendeels in bestaand bebouwd gebied waar nabijheid, fietsen, lopen en openbaar vervoer bepalend zijn voor de ruimtelijke opbouw, geheel passend binnen de visie Utrecht Nabij. Ze vormen daarnaast een belangrijke basis vormen voor het ontwikkelen van P+R-locaties en groene landschapspoorten. 25 november 2020

Veranderingen in lijnvoering 2030 (6/basis) t.o.v. huidige situatie, frequentie per uur Schiphol – Utrecht CS – Arnhem SPR Utrecht CS – Hilversum

2020

2030

4 4

6 6 (en reistijdverkorting) 6

Opmerking

Het lijnvoeringsmodel 6/basis heeft invloed op de bediening van de stations in de regio Utrecht. Op de IC-corridor Utrecht – Arnhem zal station Driebergen-Zeist frequenter bediend worden. Op de Sprinter-corridor Utrecht – Hilversum – Almere zal station Utrecht Overvecht vaker worden bediend (Hollandsche Rading wordt hier overslagen vanwege de geplande reistijdverkorting tussen Utrecht en Almere). Tot slot zullen de stations op de Sprintercorridor Utrecht-Woerden een frequentere bediening krijgen.

Beoogd in 2022 Invoering voor 2030 SPR Utrecht CS – Woerden 4 Invoering voor 2030 Tabel 2: voorziene veranderingen in lijnvoering spoor 2030 (6/basis) t.o.v. huidige situatie

Corridor Station 2020 2030 Opmerking IC Utrecht CS – Driebergen-Zeist 2 4 Arnhem SPR Utrecht CS – Utrecht Overvecht 4 6 10, incl. SPR Hilversum Amersfoort SPR Utrecht CS – Leidsche Rijn, Terwijde, 4 6 8, incl. SPR Den Woerden Vleuten Haag Tabel 3: voorziene veranderingen in de bediening van stations (o.b.v. lijnvoering 2030 6-basis)

Het lijnvoeringsmodel 6/basis heeft invloed op de bediening van de stations in de regio Utrecht. Op de IC-corridor Utrecht – Arnhem zal station Driebergen-Zeist frequenter bediend worden. Op de Sprinter-corridor Utrecht – Hilversum – Almere zal station Utrecht Overvecht vaker worden bediend (Hollandsche Rading wordt hier overslagen vanwege de geplande reistijdverkorting tussen Utrecht en Almere). Tot slot zullen de stations op de Sprintercorridor Utrecht-Woerden een frequentere bediening krijgen.

Naast deze wijzigingen zijn er ook verschillen tussen dal- en spitsbediening. Zo is het voornemen om de huidige spitsbediening tussen Breukelen en Veenendaal Centrum ook door te zetten in de daluren. Voor dit rapport is echter de ochtendspits maatgevend en zodoende zijn andere veranderingen niet in dit overzicht meegenomen. Voor eventuele maatregelen die ook grote effecten buiten de spits kunnen hebben kan dit wel een belangrijke factor zijn.

Corridor Station 2020 2030 Opmerking IC Utrecht CS – Driebergen-Zeist 2 4 Arnhem SPR Utrecht CS – Utrecht Overvecht 4 6 10, incl. SPR Hilversum Amersfoort SPR Utrecht CS – Leidsche Rijn, Terwijde, 4 6 8, incl. SPR Den Woerden Vleuten Haag Tabel 3: voorziene veranderingen in de bediening van stations (o.b.v. lijnvoering 2030 6-basis)

12

Naast deze wijzigingen zijn er ook verschillen tussen dal- en spitsbediening. Zo is het voornemen om de huidige spitsbediening tussen Breukelen en Veenendaal Centrum ook door te zetten in de daluren. Voor dit rapport is echter de ochtendspits maatgevend en zodoende zijn andere veranderingen niet in dit overzicht meegenomen. Voor eventuele maatregelen die ook grote effecten buiten de spits kunnen hebben kan dit wel een belangrijke factor zijn.

12

Afbeelding 30 - Het sprinternetwerk en de bovenregionale samenhang in 2020 en 2030. Bron: ProRail.

66 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040

Vijf Regiopoorten liggen op bestaande spoorcorridors, waar kansen liggen om de bereikbaarheid te verbeteren. Naast verbetering door verhoging van de sprinterfrequenties kan er gekeken worden naar de vergroting van bereikbaarheid door HOV. Vianen neemt een speciale positie in als knooppunt van bovenregionale busverbindingen. Regiopoort Zeist ligt aan de noordkant van deze gemeente, bij de A28. De ontwikkeling van de ov-verbinding vanuit USP en de mogelijke doortrekking naar Amersfoort is een belangrijke ontwikkeling voor de benutting van het potentieel in Zeist. Voor alle Regiopoorten geldt dat deze onderdeel uitmaken van grotere, bovenregionale corridors met kansen voor ruimtelijke en economische ontwikkeling. De ontwikkeling van de Regiopoorten hangt dus nauw samen met de mogelijke ontwikkeling van de corridors die de poorten met de MRU en de omliggende regio’s verbinden. Verbetering van de ov-bediening leidt niet alleen tot verbetering van de be25 november 2020

Afbeelding 31 - De Regiopoorten in het netwerk van sprintercorridors.

67 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040

reikbaarheid van locaties binnen de MRU, maar ook in de aangrenzende regio’s. 7.3.1 Sprintercorridor Breukelen – Rhenen De corridor Amsterdam-Utrecht is vooral met intercity’s sterk ontwikkeld. Er is een hoogfrequente en snelle directe verbinding tussen Utrecht Centraal en de grote stations van Amsterdam. Alle tussenliggende stations liggen op de sprintercorridor van Amsterdam Centraal naar Rhenen. Op de lange termijn zal de sprintercorridor hoogstwaarschijnlijk geknipt worden bij Breukelen ten dienste van de

verbinding Rotterdam – Woerden – Breukelen – Amsterdam. Binnen de MRU zijn Breukelen en Bunnik de twee Regiopoorten die op deze sprintercorridor liggen. Regiopoort 1 - Breukelen Breukelen is zeer goed bereikbaar door de strategische ligging tussen Amsterdam en Utrecht, de aansluiting op de A2 en het station. Er liggen grote kansen om de zone tussen de A2 en het Amsterdam-Rijnkanaal veel intensiever te benutten, passend bij de goede bereikbaarheid. Een eerste verkenning toont aan dat er op langere termijn ruimte is voor 1.000 tot 3.000 wo-

Tabel 6 - Bandbreedte ontwikkeling corridor Breukelen- Rhenen 2040 Laag Breukelen Woningen Arbeidsplaatsen Overig Bunnik Woningen Arbeidsplaatsen Overig

25 november 2020

Hoog

1.000 3.000 550 1.050 Groene Poort en P+R op afstand 800 1.900 ntb ntb P+R op afstand

ningen en 550 tot 1.050 nieuwe arbeidsplaatsen, op basis van transformatie en verdichting van het huidige bedrijventerrein. Deze ontwikkeling kan ook bijdragen aan het verkleinen van de barrière tussen het historische dorp aan de oostkant van het Amsterdam-Rijnkanaal en de stationsknoop aan de westkant, mits er geïnvesteerd wordt in een aantrekkelijk netwerk van voet- en fietspaden. Dit padennetwerk is ook voorwaarde om van het station een aantrekkelijke Groene Poort te maken. Zowel voor het Groene Hart als voor de Vecht is station Breukelen een ideale uitvalsbasis. Een grotere uitbreiding van Breukelen is ongewenst omdat het zal leiden tot een aanzienlijke toename van het autoverkeer. Door het dorpse voorzieningenniveau en het lage aantal arbeidsplaatsen zal het merendeel van de nieuwe bewoners van Breukelen voor werk en voorzieningen gericht zijn op Amsterdam en Utrecht. Dit betekent dat woningen bijbouwen in Breukelen tot relatief meer pendel zal lei-

68 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040

den dan in locaties in het stedelijk kerngebied. Bovendien is het aannemelijk dat het autobezit in Breukelen aanzienlijk hoger is en blijft dan in het stedelijk kerngebied, waardoor vooral de A2 extra belast zal worden door de ontwikkeling in Breukelen. Regiopoort 2 - Bunnik Deze Regiopoort ligt op 10 minuten fietsen van het USP. Het is dus niet verwonderlijk dat veel mensen hier kiezen voor een woning in een dorpse omgeving dicht bij de stad. In de directe omgeving van het station liggen kansen om het bestaande bedrijventerrein te intensiveren en woningen toe te voegen. Daarnaast liggen er kansen om bij Bunnik een multimodaal overstappunt te realiseren van waaruit forensen de fiets naar het USP kunnen pakken. In het Ontwikkelperspectief is de Regiopoort daarom een interessante plek om de potenties voor verstedelijking nader te verkennen. Een eerste verkenning toont aan dat er ruimte is voor 800 tot 1.900 woningen. 25 november 2020

Beide Regiopoorten zijn direct en snel verbonden met de belangrijke concentraties van werk en voorzieningen rondom Zuilen, Utrecht Centraal, Vaartsche Rijn en mogelijk het nieuwe station Lunetten Koningsweg. Op deze sprintercorridor ligt een aantal kansrijke P+R-locaties die voor automobilisten met een bestemming in het stedelijk kerngebied een aantrekkelijke overstap op het ov mogelijk maken. Door de ligging naast de aansluiting op de A2 is Breukelen nu al een succesvolle P+R-locatie die nog aanzienlijk uitgebreid kan worden. Overigens is dit ook een aantrekkelijke P+R-locatie voor reizigers met een bestemming in Amsterdam. Station Driebergen-Zeist is ook al een bestaande P+R-locatie. Door hoge belasting op de aansluiting van de A12 en de kwetsbare omgeving van landgoederen lijkt deze locatie echter weinig groeipotentie te hebben. Een nieuwe P+R-locatie is mogelijk meer in oostelijke richting te vinden bij een andere station nabij de A12.

De al bestaande hoge frequentie op de sprintercorridor zorgt er ook voor dat kleinere stations in een landschappelijke omgeving een goede bediening hebben. Dit is een uitgelezen kans voor de ontwikkeling van Groene Poorten. Op deze corridor zijn Abcoude, Breukelen, Driebergen-Zeist en Maarn heel kansrijke Groene Poorten waar het landschap in de directe nabijheid van het station ligt. De recent vernieuwde stationsomgeving van Driebergen-Zeist laat op prachtige wijze zien dat het heel goed mogelijk is om vanuit het station aantrekkelijke wandel- en fietsroutes naar het omliggende landschap te realiseren. De corridor ontsluit ook een aantal recreatieve stations buiten de MRU, zoals Veenendaal en Rhenen. 7.3.2 Sprintercorridor Utrecht – Amersfoort en HOV USP-Zeist-Amersfoort De sprintercorridor Utrecht-Zwolle ligt strikt genomen langs de spoorlijn Utrecht Centraal – Amersfoort – Zwolle. Maar binnen de MRU ligt ook de sprinterlijn via Soest naar Baarn op deze corridor. En bij

69 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040

station Overvecht komt ook de spoorlijn uit Hilversum erbij. Hoewel de relatie met Hilversum (en Almere) niet onbelangrijk is ligt de focus in het Ontwikkelperspectief op de sprintercorridor naar Amersfoort met De Bilt-Bilthoven als belangrijke Regiopoort. Regiopoort 3 - De Bilt-Bilthoven Deze Regiopoort ligt nabij het USP. In de historische gegroeide ruimtelijk-economische structuur speelt het lifescience-cluster een belangrijke rol voor de ontwikkeling van De Bilt en Bilthoven. Het KNMI en het RIVM zijn hier twee belangrijke

trekkers van de economische structuur. Binnenkort verhuist het RIVM naar het USP, waardoor er kansen ontstaan op de huidige locatie om nieuwe ruimte voor bedrijven in het lifesciences-cluster een plek te geven. Door de nabijheid van station Bilthoven is deze locatie goed bereikbaar. Er is ruimte voor de toevoeging van 2.000 tot 2.200 arbeidsplaatsen. Ook liggen er kansen om in de nabijheid van het station 1.000 tot 2.000 woningen toe te voegen binnen de bebouwde kom. Regiopoort 4 - Zeist-Noord Er ontstaat een nieuwe ontwikkelmoge-

Tabel 7 - Bandbreedte ontwikkeling corridor Utrecht- Amersfoort Laag

Hoog

De Bilt- Woningen Bilthoven Arbeidsplaatsen Overig

1.000 2.000 2.000 2.200

Zeist-Noord Woningen Arbeidsplaatsen Overig

- 5.000 ntb ntb P+R op afstand

25 november 2020

lijkheid als er een nieuwe HOV-verbinding wordt gerealiseerd van het USP naar Zeist en Amersfoort. Deze verbinding wordt momenteel verkend binnen het U Ned-programma. Met een tracering langs de noordrand van Zeist, de zuidrand van Huis ter Heide, het hart van Soesterberg en de zuidwestrand van Amersfoort ontstaat er een kralensnoer van kansrijke ontwikkellocaties in deel van de MRU en de regio Amersfoort waar het aanbod van ov nog onvoldoende is. Bij Zeist-Noord liggen mogelijkheden om ongeveer 5.000 woningen te realiseren en een impuls te geven aan een aantal wijken met een sociaal-economische achterstand. Direct buiten de MRU is de ontwikkelruimte aanzienlijk groter, onder andere bij Amersfoort en Soesterberg. Op de sprintercorridor naar Amersfoort liggen geen kansrijke P+R-locaties, omdat de afstand tot de snelwegen te groot is. Op de lijn naar Hilversum ligt wel een kans om een P+R-locatie te koppelen aan de A27. Hollandsche Rading moet hierbij wel beter aangesloten worden op de A27 of de

70 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040

sprinterhalte moet verplaatst worden naar een aansluiting op de A27. De mogelijke nieuwe HOV-lijn van USP naar Amersfoort biedt de kans om P+R-locaties langs de A28 een impuls te geven. Dit kan veel effect hebben omdat er op de A28 veel autopendel zit tussen de regio Amersfoort en het USP. De hoge frequentie op de sprintercorridor zorgt er ook voor dat kleinere stations in een landschappelijke omgeving een goede bediening hebben. Dit is een uitgelezen kans voor de ontwikkeling van Groene Poorten. Op deze corridor is Den Dolder een prachtige Groene Poort met het natuurpark van Vliegveld Soesterberg op loopafstand. Op de sprintercorridor naar Hilversum is Groene Poort Hollandsche Rading een aantrekkelijke entree voor zowel het polderlandschap rondom de Loosdrechtse Plassen als de bossen van Lage Vuursche.

25 november 2020

7.3.3 Sprintercorridor Woerden – Houten Castellum – Tiel/’s Hertogenbosch Deze sprintercorridor is een aaneenschakeling van kansrijke ontwikkellocaties binnen en buiten de MRU. Er is in 2030 al een goede sprinterbediening die, indien nodig, een nog hogere frequentie kan krijgen. De sprintercorridor loopt vanuit Woerden via de stations van Leidsche Rijn naar Utrecht Centraal en door via Vaartsche Rijn en Lunetten naar Houten en Houten Castellum. Een deel van de treinen gaat door naar Culemborg, Geldermalsen, Tiel of Zaltbommel en ’s-Hertogenbosch. Vooral ten zuiden van de MRU heeft deze sprin-

tercorridor veel kansen om in de nabijheid van de stations te verdichten met wonen en werken. Binnen de MRU liggen twee kansrijke Regiopoorten. Regiopoort 5 - Woerden Woerden is een van de aantrekkelijkste Regiopoorten die versterkt kan worden door de mooie historische binnenstad en de centrale ligging in het Groene Hart. De stad werkt de komende jaren aan de transformatie en verdichting van de spoorzone, dicht bij het station en de binnenstad. Hier is ook na 2030 nog ruimte voor verder transformatie en verdichting. Maar ook in

Tabel 8 - Bandbreedte ontwikkeling corridor Woerden - Houten Castellum Laag

Hoog

Woerden Woningen Arbeidsplaatsen Overig

2.000 4.000 1.100 1.100 Groene Poort en P+R op afstand

Houten Woningen Arbeidsplaatsen Overig

5.000 6.100 1.100 1.100

71 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040

de zone tussen de A12 en de stad liggen ontwikkelmogelijkheden op minder dan 10 minuten fietsen van het station. Er is tot 2040 ruimte voor 2.000 tot 4.000 woningen en 1.100 nieuwe arbeidsplaatsen. Daarnaast liggen er nog twee andere kansen voor deze regionale knoop. Ten eerste moeten de recreatieve verbindingen vanuit het station naar het nabijgelegen Groene Hart beter vindbaar worden. Met de route langs de oude singelgracht van de binnenstad en het Brediuspark is het station nu al een Groene Poort waar je binnen 5 minuten te voet in de uitlopers van het landschap van Kamerik staat. Ten tweede is Woerden een kansrijke plek voor P+R. Regiopoort 6 - Houten Houten is helemaal uitgedacht als ideale fietsstad met het centrum en het station in het hart. In de Ruimtelijke Koers Houten (ruimtelijke visie tot 2040) heeft de gemeente vastgelegd dat de toekomstige groei van Houten grotendeels wordt

25 november 2020

opgevangen rondom het station en een nieuwe gemengde woonwerklocatie aan de noordwestkant van de stad. In totaal denkt de gemeente hier ruimte te kunnen vinden voor 5.000 tot 6.100 woningen en 1.100 arbeidsplaatsen. Door de nabijheid van alle voorzieningen kan er in de stationsomgeving doorgebouwd worden aan een steeds aantrekkelijker gemengd stedelijk woonwerkmilieu op slechts 3 minuten reistijd naar station Lunetten en 10 minuten naar Utrecht Centraal. De noordwestelijke gebiedsontwikkeling krijgt een dubbele oriëntatie. Enerzijds zal het profiteren van de nabijheid van het centrum van Houten, anderzijds komt het dicht tegen de Grote U aan te liggen. Zowel Westraven als het USP zijn binnen 20 minuten met de fiets bereikbaar. De ontwikkeling van dit nieuwe stadsdeel van Houten kan dus niet los worden gezien van de ontwikkelingen en bereikbaarheidsmaatregelen in de A12-zone en rondom Lunetten.

Beide Regiopoorten zijn direct en snel verbonden met de belangrijke concentraties van werk en voorzieningen rondom Leidsche Rijn, Utrecht Centraal, Vaartsche Rijn en mogelijk het nieuwe station Lunetten Koningsweg. Daarnaast is de zuidkant van de MRU via deze corridor heel goed verbonden met het kralensnoer van kleinere steden richting ’s-Hertogenbosch. Denk aan Culemborg, Geldermalsen en Zaltbommel. Regiopoort 7 - Vianen De achterlandverbinding richting Breda is erg belangrijk. Een spoorlijn ontbreekt, maar via de A27 komen er veel interregionale bussen die grote delen van Noord-Brabant en het Rivierengebied verbinden met de MRU. Vianen is in deze buscorridor een belangrijk knooppunt. Ook voor maakindustrie en logistiek is Vianen een belangrijk regionaal knooppunt. Daarom is Vianen in dit Ontwikkelperspectief ook een van de zeven Regiopoorten. Rondom het regionale busstation is ruimte om te verdichten (500 tot 1.000

72 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040

woningen) en er is ruimte om de bestaande bedrijventerreinen te versterken en uit te breiden (500 tot 3.500 nieuwe arbeidsplaatsen).

en rondom kleinere kernen verder uitgewerkt, mits passend binnen het beleid van de provincie Utrecht.

7.4 Vitale kernen De grote diversiteit van kleine steden en dorpen is een van de grote kwaliteiten van de Metropoolregio Utrecht. Voorwaarde voor de leefbaarheid in deze kleinere kernen is dat er voldoende draagvlak blijft voor goede voorzieningen. In het MIRT-onderzoek is in de doorrekening uitgegaan van circa 7.400 woningen. Dit is een ondergrens, het aantal kan toenemen. De bandbreedte wordt gezamenlijk door de regio en de provincie verder programmatisch ingevuld. Ook hier is het nabijheidsprincipe leidend bij de locatiekeuzes. Nieuwbouw wordt bij voorkeur gerealiseerd nabij bestaande voorzieningencentra, met inachtneming van de voorwaarden die in de Provinciale Omgevingsverordening zijn vastgelegd. In het Integraal Ruimtelijk Perspectief van de U16 wordt de mogelijke ontwikkeling in 25 november 2020

73 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040

8. Ruimte voor gezonde groei – aanzet voor een programma Het Ontwikkelperspectief schetst een mogelijk regionaal toekomstbeeld waarin de opgaven voor landschap, wonen, werken en bereikbaarheid bij elkaar zijn gebracht. In dit hoofdstuk wordt de aard en omvang van de sectorale oplossingen en maatregelen nader uitgewerkt. Omdat het Ontwikkelperspectief niet op uitvoering is gericht is de bandbreedte van mogelijke oplossingen nog groot. Verdere concretisering en verkenning van haalbaarheid, maakbaarheid en wenselijkheid zal plaatsvinden in diverse vervolgprocessen met gemeentelijke, provinciale en nationale partners.

25 november 2020

75 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040

8.1 Landschap ‘Groen groeit mee’ in de MRU. De stedelijke ontwikkeling van de Metropoolregio gaat hand in hand met het versterken van het groen en het landschap. Cruciale schakel in het landschappelijke en recreatieve netwerk is de Grote U. Dit is nu nog een stedelijk tussengebied die de stad Utrecht scheidt van het aantrekkelijke buitengebied. In het Ontwikkelperspectief groeien groen en landschap mee met de verstedelijking naar een meer robuuste structuur van landschappelijke scheggen die tot diep in het stedelijk kerngebied beleefbaar is.58 De rivieren en waterwegen zijn daarbij de belangrijkste natuurlijke ruimtelijke dragers die mooi aansluiten op de nabijgelegen grotere landschappen 58 Het Ontwikkelperspectief sluit goed aan op de gezamenlijke visie van regio en provincie getiteld ‘Groen groeit mee’. Dit is de uitdagende slogan die duidelijk wil maken dat als de regio of provincie groeit qua inwoneraantal, economie en mobiliteit ook de behoefte aan groene recreatieruimte en natuur groeit. Tel daarbij de noodzakelijke veranderingen op waar de groene ruimte voor staat (meer duurzame landbouw, ruimte voor opwekken van elektriciteit, meer biodiversiteit et cetera) en dan is duidelijk dat een effectieve en daadkrachtige bundeling van krachten dringend noodzakelijk is. Zie daarnaast ook het concept Ringpark, dat is ontwikkeld door de Provinciale Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit.

25 november 2020

Afbeelding 33 - De mogelijke groenstructuur van de MRU in 2040.

76 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040

van de regio en tot diep in het hart van de Metropoolregio doordringen: - De Kromme Rijn legt de verbinding tussen Ledig Erf en de landgoederenzone aan de voet van de Heuvelrug. - De inundatiekanalen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie leggen vanuit Overvecht en Voordorp een vanzelfsprekende verbinding met het Noorderpark en de Heuvelrug. - De Vecht en Leidsche Rijn verbinden de Oude Gracht en Leidsekade met het open landschap van het Groene Hart. - En het Merwedekanaal en de Hollandse IJssel verbinden Ledig Erf en Stadshart Nieuwegein met het grote landschap van rivieren en waarden. Deze landschappelijke scheggen kunnen een bestemming op zichzelf worden en kunnen tegelijkertijd vanzelfsprekende dragers worden voor aantrekkelijke fietsen wandelroutes naar het landschap. Maar dan moet er wel een aantal maatregelen genomen worden om zowel de routes als

25 november 2020

de bestemmingen ingrijpend te verbeteren: - De routes in de scheggen moeten goed aansluiten op een regionaal fiets- en wandelnetwerk dat alle recreatieve bestemmingen met elkaar verbindt. - Op de kop van iedere landschappelijke scheg liggen bijzondere Groene Parels, de belangrijke stapstenen tussen scheg en landschap. Deze moeten verder versterkt en ontwikkeld worden. Denk bijvoorbeeld aan Landgoed Amelisweerd en de Laagravense plassen, die direct grenzen aan de Grote U. - Om de regionale landschappen te laten ontwikkelen tot een samenhangend recreatief systeem is de inzet op een fijnmazig dwaalnetwerk van voet- en fietspaden noodzakelijk. Hierdoor spreidt de recreatiedruk en wordt de belevingswaarde vergroot. De ontwikkeling van dit netwerk kan ook gepaard gaan met een verbetering van de landschapsstructuren. - De landschappen op grotere afstand

kunnen beter bereikbaar worden met het openbaar vervoer. Een aantal NS-stations (Abcoude, Breukelen, Den Dolder, Driebergen-Zeist, Hollandsche Rading, Houten Castellum, Leerdam, Maarn en Woerden) kan Groene Poorten worden van waaruit aantrekkelijke wandel- en fietspaden naar het nabijgelegen landschap lopen. En bij het busstation van Vianen ligt er ook een kans om een Groene Poort te realiseren. Een mooi voorbeeld van een Groene Poort is de Linielanding langs de A27 bij Nieuwegein. - Cruciale voorwaarde voor het succes van alle bovenstaande interventies is het slechten van ruimtelijke barrières, vooral rondom de Groene Parels en Groene Poorten. Dit betreft vooral de kruisingen van weg-, spoor- en waterwegen. Meestal gaat het om de verbetering van een bestaande verbinding, zoals de recreatieve routes over en onder de A12 of de routes vanuit Overvecht naar het Noorderpark. Maar in sommige gevallen

77 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040

moeten deze nog gerealiseerd worden, denk aan de Groene Verbinding over de A27 ter hoogte van Amelisweerd, die gerealiseerd zal worden met de geplande aanpak van de A27/A28. 59 8.2 Wonen Bij het opstellen van het Ontwikkelperspectief is zorgvuldig gekeken naar kansrijke woningbouwlocaties die passen binnen de eerder genoemde zeven principes. Anderzijds is ook goed gekeken of de woonmilieus die op deze locaties gerealiseerd kunnen worden goed aansluiten op de regionale woningbehoefte. Uitgangspunt voor het MIRT-onderzoek was het realiseren van 104.000 tot 125.000 woningen tot 2040. Daarvan waren er tot 2030 al 67.000 vastgelegd in bestaande plannen. Er zijn echter twee belangrijke redenen om in het Ontwikkelperspectief rekening te houden met hogere woningaantallen: 59 Deze Groene Verbinding maakt deel uit van het project Ring Utrecht. In het Ontwikkelperspectief wordt verondersteld dat dit project voor 2030 is gerealiseerd.

25 november 2020

- Ten eerste is het zeer onwaarschijnlijk dat alle locaties die nu in dit Ontwikkelperspectief zijn meegenomen precies zo worden gerealiseerd als nu wordt aangenomen. In een tijdsbestek van 10 tot 15 jaar kan veel veranderen. Daarom wordt er op voorhand rekening gehouden met mogelijke planuitval in de periode tot 2030. Dit betekent dat in het Ontwikkelperspectief tot 2030 een hogere plancapaciteit nodig is om eventuele tegenvallers in de realisatie op te kunnen vangen. 60 - Ten tweede is er een grote kans dat de groei ook na 2040 zal doorzetten. Dus het is verstandig om bij de planning van woningbouwlocaties al rekening te houden met een mogelijke doorgroei op langere termijn die vergelijkbaar is met de periode 2030-2040. Dit betekent dat er ook na 2040 mogelijk opnieuw ruimte gevonden moet worden voor een groot aantal woningen. 60 Om eventuele planuitval te compenseren is er gerekend met 130 procent van het daadwerkelijk te realiseren aantal woningen.

Daarom is er in dit Ontwikkelperspectief rekening gehouden met een bandbreedte van plancapaciteit voor woningbouw. De eerder vastgestelde behoefte van 104.000 woningen is de ondergrens. Maar om tegemoet te komen aan bovenstaande inzichten is er rekening mee gehouden dat er tot 2040 ruimte moet zijn om 125.000 woningen te kunnen realiseren, waarbij er volgens afspraak getreefd wordt naar 75.000 woningen voor 2030. Om dit te kunnen halen is er minimaal een plancapaciteit nodig van 87.100 tot 97.500 woningen tot 2030. In het Ontwikkelperspectief is ruim voldoende potentieel laadvermogen om aan de bovenstaande plancapaciteit te kunnen voldoen. In het meest optimistische scenario is er tot 2040 ruimte voor ongeveer 179.000 woningen. Er valt dus nog wat te kiezen. Er kan gekozen worden voor lagere woningdichtheden waardoor er per locatie minder gebouwd wordt. Er kan gekozen worden voor een fasering waarbij een aantal locaties tot 2040 niet

78 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040

ontwikkeld worden, zodat ze ingezet kunnen worden voor de groeiopgave na 2040. Er kan gekozen worden om andere bestemmingen voorrang te geven. Denk aan energiewinning, meer ruimte behouden voor bedrijventerreinen of meer ruimte maken voor groen en recreatie. En natuurlijk is het voorstelbaar om te kiezen voor de locaties die de beste balans hebben tussen kosten en baten. Al deze keuzes zijn nog niet gemaakt in het Ontwikkelperspectief. Deze moeten in nadere gebiedsuitwerkingen verder onderzocht worden. 8.2.1 Wonen in de Grote U en het stedelijk kerngebied De Grote U biedt kansen om aantrekkelijke stedelijke gemengde woonmilieus te realiseren met ook veel ruimte voor werken en voorzieningen. Deze woonmilieus sluiten goed aan op de behoefte.61 De nabijheid van de binnenstad van Utrecht is een enorme kwaliteit. Maar minstens zo belangrijk is de nabijheid van bestaande andere voorzieningen, woonwijken en 61 Kwalitatieve woningmarktanalyse U16, Companen, 2020.

25 november 2020

Afbeelding 34 - Mogelijke woonlocaties 2030 tot 2040 (exclusief vitale kernen).

79 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040

werklocaties en de goede (boven)regionale verbindingen. Alle woningbouwlocaties die ontwikkeld kunnen worden grenzen direct aan bestaande wijken en werkgebieden. Als er wordt ingezet op transformatie en verdichting van de kansrijke locaties in de Grote U, is er tot 2040 nog ruimte voor 11.000 tot 68.000 woningen, boven op de reeds vastgestelde plannen. Daarmee biedt de Grote U ruim voldoende potentieel laadvermogen om de regionale binnenstedelijke woningbouwopgave van 2030 tot 2040 een plek te geven.62 Maar dan moet er wel voldaan kunnen worden aan een groot aantal randvoorwaarden en condities op het gebied van leefbaarheid en bereikbaarheid.

Kader 4- Woonmilieus in Utrecht De MRU kent een grote diversiteit aan woonmilieus. Op de onderstaande kaart is goed te zien dat het centrum van Utrecht een unieke kwaliteit heeft met een groot aanbod van zeer stedelijke woonmilieus. En juist deze woonmilieus zijn de komende decennia heel erg in trek. In dit MIRT-onderzoek zijn de bestaande woonmilieus als vertrekpunt genomen voor de mogelijke ontwikkeling van nieuwe woonmilieus. Daarbij is steeds het uitgangspunt geweest dat het mogelijk is om maximaal een stap stedelijker/compacter te bouwen dan de huidige situatie. Tenzij een locatie volledig vernieuwd gaat worden en/ of een volledig andere bereikbaarheid krijgt.

Cruciale voorwaarde voor een succesvolle ontwikkeling van deze kansrijke locaties is het slechten van fysieke barrières. De 62 Dit potentieel laadvermogen is exclusief 8.000 tot 14.000 woningen die op andere stedelijke verdichtingslocaties buiten de Grote U gerealiseerd kunnen worden in het stedelijk kerngebied. In deze verkenningen is er rekening mee gehouden dat Lage Weide grotendeels gehandhaafd blijft als bedrijventerrein, bedrijvigheid in delen van de A12-zone gemengd kan worden met wonen en het erfgoed van de Nieuwe Hollandse Waterlinie gerespecteerd wordt.

25 november 2020

Bron: Companen 2020)

80 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040

Grote U valt op veel plekken samen met de gebieden die door grootschalige rijkswegen, kanalen en spoorlijnen een grote mentale afstand hebben. De realisatie van een fijnmazig fietsnetwerk met aantrekkelijke en sociaal veilige onderdoorgangen, oversteken of ondertunneling is daarom essentieel. Denk aan het enorme effect van de Dafne Schippersbrug op de nabijheid van Leidsche Rijn vanuit Oog in Al, Lombok en Kanaleneiland.

Kader 5 - Woonmilieus in het MIRT-onderzoek in relatie tot woonmilieubehoefte Voor de verkenning van de woningcapaciteit is per locatie gekeken welke dichtheid maximaal gerealiseerd kan worden, zowel bij een laag als bij een hoog ambitieniveau. De ligging en ov-bereikbaarheid zijn daarvoor maatgevend geweest. Deze verkenning leidt tot een mogelijk woningaantal met een mogelijke differentiatie van woonmilieus. Die is vervolgens vergeleken met de regionale woonmilieubehoefte die door Companen is onderzocht. Het lage en het hoge scenario sluiten redelijk goed aan op de behoefte. Wat opvalt is dat er een substantieel aanbod van hoogstedelijke leefmilieus mogelijk is, maar dat is niet onderzocht in het behoefteonderzoek van Companen. De bandbreedte tussen het lage en hoge scenario biedt echter voldoende ruimte om op zoek te gaan naar een optimale mix tussen buitencentrum, centrumstedelijk en hoogstedelijk. De woningdichtheid en de menging met andere stedelijke functies zijn daarbij de belangrijkste variabelen waarmee geschoven kan worden. (bewerking bron Companen 2020)

Een tweede belangrijke voorwaarde voor de ontwikkeling van nieuwe stedelijke woonmilieus is de aanpak van geluidshinder en emissie van fijnstof. Uit de effectanalyse blijkt dat maximaal 39 procent van de nieuwe woningen in de geluidscategorieën redelijk tot (zeer) goed ligt. Dit betekent dus dat voor meer dan 60 procent van de woningen structurele oplossingen gerealiseerd moeten worden.63 Denk daar63 De opgave is fors. IenW verwacht groei van (met name stedelijke) mobiliteit en wil de effecten van mobiliteit terugdringen. Daarom wordt duurzaamheid en gezondheid integraal meegenomen. Hierover is een rapportage opgesteld die de impact van mobiliteit op CO2 en gezondheid in beeld brengt. Meer informatie hierover in het rapport: Analyse duurzame en gezonde mobiliteit, juli 2020.

25 november 2020

81 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040

bij aan de afscherming van snelwegen en spoorlijnen, maar ook het terugdringen van de geluidshinder van lokale wegen en bedrijvigheid. Deze noodzakelijke verbetering van de leefkwaliteit zorgt er ook voor dat de leefkwaliteit in alle bestaande aangrenzende wijken aanzienlijk verbetert, waarmee het gezond leven in een stedelijke regio daadwerkelijk voor heel veel meer mensen gerealiseerd kan worden.

Tabel 8 - bandbreedte woningaantallen 2030-2040

Bovenkant bandbreedte (indicatief) Onderkant bandbreedte (indicatief) Indicatie woonmilieu bovenkant bandbreedte*

Indicatie woonmilieu onderkant bandbreedte* Grote U Lage Weide

- | -

HS

Leidsche Rijn/ 4e kwadrant

- | 2.700

Zuilen (werkspoorkwartier)

CS

HS

Papendorp

CS BC

CS

- | 3.000

CS

1.000 | 10.000

Bedrijvengebied Kanaleneiland

CS

- | 2.800

Westraven (incl. tramremise)

CS

- | 10.000

Laagraven /Liesbosch

CS

- | 3.100 2.000 | 9.100

Galecopper zoom

600 | 10.300

Lunetten Koningsweg (incl. deel Maarschalkerweerd)

CS

HS

Rijnsweerd

CS CS

HS

1.900 | 2.800

USP

HS

3.000 | 7.400

Overvecht

CS

CS

2.500 | 7.300

subtotaal

11.000 | 68.500

Overig Stedelijk Kerngebied

Door te bouwen in hoge stedelijke dichtheden is het mogelijk om met lage parkeernormen te werken en slimme mobiliteitsconcepten, zoals nu al het geval is bij de ontwikkeling van de Merwedekanaalzone. Maar dan moeten er wel goede alternatieven zijn. Goede fietsverbindingen, HOV en betere bediening van bestaande en eventueel nieuwe treinstations is voorwaarde om het woningaantal ook daadwerkelijk gerealiseerd te krijgen. Ten slotte is het op een aantal locaties noodzakelijk om bestaande extensieve functies uit te plaatsen of te integreren in de herontwikkeling. Extensieve bedrijven25 november 2020

Centraal station

HS

HS

Kanaleneiland

CS

CS

900 | 1.000

Maarssen

BC

BC

1.700 | 3.200

2.500 | 2.500

Nieuwegein

BC

CS

2.500 | 4.500

Overvecht Noord

BC

BC

800 | 1.000

Vleuten

BC

BC

subtotaal

- | 1.600 8.400 | 13.800

Regionale poorten Bilthoven/ De Bilt

BC

BC

1.000 | 2.000

Breukelen

BC

BC

1.000 | 3.000

Bunnik

BC

CS

800 | 1.900

Houten

BC

CS

5.000 | 6.100

Vianen

GS

GS

500 | 1.000

Woerden

BC

BC BC

2.000 | 4.000

Zeist-Noord subtotaal

- | 5.000 10.300 | 23.000

Vitale Kernen Eventuele bovengrens te bepalen obv regionaal programma

7.400 | ntb

Overig Woningen in lopende plannen

GS

TOTAAL Utrecht Nabij

GS

67.000 | 67.000 104.100 | 179.700

Doorgroei uitleglocaties Bunnik-Zuid

- | 5.000

Rijnenburg

- | 30.000

* Afkortingen woonmilieus: Hoogstedelijk (HS), Centrumstedelijk (CS), Buitencentrum (BC), Groenstedelijk (GS)

82 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040

complexen moeten bijvoorbeeld geïntensiveerd of verplaatst worden om ruimte voor ontwikkeling te maken.

ov bereikbaar zijn (vaak bij een station) en met het stads- of dorpscentrum op fietsafstand.

Naast de woningbouw in de Grote U liggen er ook nog een aantal andere kansen om binnen het stedelijk kerngebied te verdichten. Rondom Utrecht Centraal is ook na 2030 nog ruimte om woningen te realiseren, net als bijvoorbeeld in Maarssen, Nieuwegein en Overvecht. In totaal is er naar schatting ruimte voor 8.000 tot 14.000 woningen.

Het Ontwikkelperspectief biedt ruimte om 10.000 tot 23.000 woningen te bouwen in de zeven Regiopoorten, boven op de al bestaande plancapaciteit. Op sommige locaties kan gebruik gemaakt worden van nog beschikbare ruimte. Op andere locaties kunnen alleen woningen gerealiseerd worden door de herstructurering van bestaande functies of een integrale gebiedsontwikkeling met forse investeringen in leefbaarheid en bereikbaarheid.

8.2.2 Wonen in de Regiopoorten De ontwikkeling van de Grote U voorziet in de grote behoefte aan centrum-stedelijke woonmilieus. De Regiopoorten (De Bilt-Bilthoven, Breukelen, Bunnik, Houten, Vianen, Woerden en Zeist) bedienen een andere grote woningbehoefte: de compactere woonmilieus in de directe nabijheid van stads- en dorpscentra buiten het stedelijk kerngebied.64 Het gaat om woningbouwlocaties die zeer goed met het 64 Kwalitatieve woningmarktanalyse U16, Companen, 2020.

25 november 2020

Net als bij de locaties in de Grote U wordt er ingezet op nabijheid en compacte, gemengde woonmilieus, zodat de groei van de automobiliteit als gevolg van de ontwikkeling van deze locaties zo klein mogelijk blijft. Dit betekent wel dat er maximaal moet worden ingezet op een goede bediening met het ov, zodat andere centra en werklocaties in de MRU en de omliggende regio’s goed bereikbaar blijven.

8.2.3 Wonen in de vitale kernen In dit Ontwikkelperspectief wordt ervan uitgegaan dat er tussen 2030 en 2040 ongeveer 7.400 woningen in en nabij de vitale kernen worden gebouwd. Dit is een ondergrens. Er zijn geen locaties aangewezen, omdat dit onderdeel is van de regionale afspraken die tussen provincie Utrecht en U10 gemaakt worden in het kader van het regionaal programmeren. 8.2.4 Nieuwe uitleglocaties Rijnenburg Een Ontwikkelperpectief voor de Metropoolregio Utrecht kan niet zonder een visie op de ontwikkeling van Rijnenburg. Dit is immers een grote potentiële woningbouwlocatie die al meer dan tien jaar in beeld is. Tot 2035-2040 is Rijnenburg echter waarschijnlijk niet nodig om de woningaantallen en werklocaties te halen. Bovendien is auto- en ov-ontsluiting van het gebied complex en kostbaar. Dit Ontwikkelperspectief geeft prioriteit aan verstedelijking rondom knooppunten

83 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040

en in de Grote U, passend in het concept Wiel met Spaken, omdat dit beter aansluit bij de uitgangspunten van gezonde verstedelijking. Op deze plekken is voldoende potentieel laadvermogen om op lange termijn te voorzien in de regionale woningbehoefte op locaties waar mensen (conform de onderzochte woonmilieuvoorkeuren) ook willen wonen, namelijk gemengde (hoog)stedelijke woonmilieus in de nabijheid van de binnenstad van Utrecht en compacte stedelijke woonmilieus direct buiten het centrum van kleinere steden en grote dorpen. Ook werklocaties zijn op lange termijn in voldoende aantallen en diversiteit voor handen rondom knooppunten, in de Grote U en de regio. Tegelijk biedt Rijnenburg ruimte voor andere stedelijke functies zoals energie, recreatie, sport, water en groen. Rijnenburg is wel een potentiële locatie om binnen de MRU na 2035-2040 door te kunnen groeien. Als de A12-zone en Papendorp tussen 2030-2040 levendige grootstedelijke en goed bereikbare 25 november 2020

stadsdelen zijn geworden is de fysieke en mentale afstand tot Rijnenburg een stuk kleiner. Met de ontwikkeling van de Grote U, met alle bijbehorende maatregelen op het gebied van landschapsstructuren, HOV, fietsnetwerken en ontsluitingswegen, wordt de ontwikkeling van Rijnenburg beter inpasbaar dan nu het geval is. Mocht de planontwikkeling op andere locaties in de Metropoolregio tegenvallen, of de woningbehoefte sneller groeien dan nu geraamd, dan kan een besluit over mogelijke ontwikkeling van deze locatie vervroegd worden. De gemeente Utrecht onderzoekt dan ook samen met U Ned-partners verder op de vraag onder welke condities Rijnenburg een functie kan hebben in de verstedelijkingsopgave na 2035-2040. Belangrijke condities zijn een goede wegontsluiting en een goede ov-bereikbaarheid middels realisatie van het Wiel met Spaken. Bij eerdere ontwikkelingen in de grote U is het dus van groot belang om rekening te houden met mogelijke doorgroei naar Rijnenburg.

Bunnik-Zuid Aan de zuidkant van Bunnik is mogelijk ruimte voor doorgroei, maar alleen als deze opgave deel uitmaakt van een grotere integrale ontwikkeling. Het kansrijkst is de ontwikkeling binnen de invloedssfeer van het knooppunt. Zowel de landschappelijke afwegingen als de bereikbaarheidsproblematiek zullen door de regio ter hand worden genomen in de uitvoering van de Omgevingsvisie Provincie Utrecht en het REP (gezamenlijk regionaal programmeren) en in vervolgonderzoek binnen U Ned. Uitgangspunt is dat de verkenning van de eventuele toekomstige verstedelijking ten zuiden van de A12 plaatsvindt in samenhang met de andere verstedelijkingslocaties in de Kromme Rijnstreek, zodat in dit waardevolle gebied de gewenste kwaliteit voor wonen, mobiliteit en landschap gerealiseerd kan worden.

84 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040

8.3 Werk Werkgelegenheid is een belangrijke motor voor het succes van de Metropoolregio Utrecht. Als de regio groeit moet er dus ook voldoende ruimte gevonden worden om de economische groei te accommoderen. Een belangrijk deel van de groei van arbeidsplaatsen zal plaatsvinden in de kenniseconomie en de dienstverlening, beide sectoren zijn sterk aangewezen op stedelijke interactiemilieus. De transitie naar een circulaire economie en de groei van opslag en distributie zullen in de Metropoolregio ook tot veel veranderingen leiden, maar door automatisering zal de groei van het aantal arbeidsplaatsen in deze sectoren beperkt zijn. Wel vragen deze sectoren veel ruimte, terwijl bestaande bedrijventerreinen steeds minder plaats hebben en er tot 2030 nauwelijks nieuwe bedrijventerreinen gepland staan. Onderzoek heeft aangetoond dat er 80.000 arbeidsplaatsen extra moeten worden gerealiseerd tot 2040. Deze behoefte is verdeeld over kantooromgevin25 november 2020

Afbeelding 35 - Mogelijke werklocaties tot 2040 (exclusief vitale kernen).

85 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040

gen (28.000), bedrijventerreinen (13.000), wetenschap (5.000), winkels (3.000) en overige bedrijfsruimte (werken vanuit huis, overheid en zorg, gemengde bedrijvigheid in de wijk).65 In het Ontwikkelperspectief wordt uitgegaan van 80.000 arbeidsplaatsen, conform de vastgestelde uitgangspunten voor het MIRT-onderzoek. Daarvan worden waarschijnlijk 65.000 arbeidsplaatsen reeds gerealiseerd in lopende plannen tot 2030, waarvan 59.000 in de stad Utrecht en 6.000 in de andere delen van de Metropoolregio. De restopgave is dus 21.000 arbeidsplaatsen. Een groot deel van deze groei kan gerealiseerd in stedelijke gemengde milieus. Maar voor de hindergevende bedrijvigheid is nog 149 hectare nieuwe bedrijventerreinen nodig, boven op de bestaande planvoorraad van 60 hectare.

Tabel 9 - bandbreedte arbeidsplaatsen 2020-2040

Bovenkant bandbreedte (indicatief)

Onderkant bandbreedte (indicatief) Grote U Lage Weide

3.000 | 3.800

Leidsche Rijn/ 4e kwadrant

5.600 | 10.500

Zuilen

500 | 2.000

Papendorp

3.000 | 4.000

Galecopper zoom

ntb | ntb

Bedrijvengebied Kanaleneiland

2.000 | 4.000

Westraven (incl. tramremise)

4.000 | 6.000

Laagraven / Liesbosch

1.500 | 1.600

Lunetten Koningsweg (incl. deel Maarschalkerweerd)

4.000 | 6.000

Rijnsweerd

500 | 1.000

USP

3.000 | 5.000

Overvecht

- | -

subtotaal

27.100 | 43.900

Overig Stedelijk Kerngebied Centraal station

10.000 | 18.000

Kanaleneiland

- | -

Maarssen

540 | 540

Nieuwegein

- | -

Overvecht Noord

90 | 790

Vleuten

- | -

subtotaal

10.630 | 19.330

Regionale poorten Bilthoven/ De Bilt

2.000 | 2.200

Breukelen

550 | 1050

Bunnik

ntb | ntb

Houten

1.100 | 1.100

Vianen

500 | 3.500

Woerden

1.100 | 1.100

Zeist-Noord

ntb | ntb

subtotaal

5.150 | 8.950

Vitale Kernen ntb | ntb Overig

In het Ontwikkelperspectief is voldoende potentieel laadvermogen om aan de bovenstaande opgave te kunnen voldoen.

Werk in woonwijken en aan huis

20.000 | 30.000

TOTAAL Utrecht Nabij

62.880 | 102.180

Doorgroei uitleglocaties Bunnik-Zuid

- | -

Rijnenburg

- | 4.000

65 Naar toekomstbestendige werklocaties in de regio U16, Stec groep, mei 2020.

25 november 2020

86 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040

In het meest optimistische scenario is er tot 2040 ruimte voor ongeveer 102.000 arbeidsplaatsen. Maar dan wordt er wel uitgegaan van een forse verschuiving naar werkgelegenheid die goed mengbaar is met wonen en die relatief weinig oppervlak kost: kantoren, en onderzoek en innovatie. Als er rekening wordt gehouden met meer ruimte voor maakindustrie en logistiek en distributie, dan kunnen er aanzienlijk minder arbeidsplaatsen gerealiseerd worden. Het is ingewikkeld om werkgelegenheid te sturen. Er kunnen condities gecreëerd worden die aantrekkelijk zijn voor bepaalde bedrijven, maar het is altijd maar de vraag of deze zich ook daadwerkelijk zullen vestigen. Daarom is het in het aanbod van locaties bijvoorbeeld erg belangrijk om een zekere schaarste te creëren zodat bedrijven gemotiveerd worden zich te vestigen op de gewenste locaties en bereid zijn om zuinig om te gaan met de beschikbare ruimte in de MRU.

25 november 2020

Om ruimte te maken voor een gezonde groei van werkgelegenheid worden in het Ontwikkelperspectief de navolgende keuzes gemaakt: - Zoveel mogelijk mengen, werk moet nabij zijn zodat de pendel zoveel als mogelijk beperkt blijft. - Verdichten en intensiveren om de schaarse ruimte maximaal te benutten, vooral op locaties met milieuhindercontouren. - Kantoren alleen op multifunctionele HOV-knopen, bij voorkeur met een treinstation op loopafstand. - Versterken circulaire ketens door bedrijven te clusteren. - Clustering van regionale distributiecentra en het uitsluiten van nieuwe nationale distributiecentra. - Versterken van connectiviteit van innovatie- en onderzoeklocaties vanuit economisch perspectief door het programmeren van groeigebieden voor R&D, zoals satellietlocaties en laboratoriumruimte.

De Grote U speelt een belangrijke rol voor de werkgelegenheid, zowel nu als in 2040. Op dit moment is een groot deel van de Grote U al ingericht als een zeer divers werkgebied, van kantorenlocaties tot watergebonden industriële bedrijven. Het is een belangrijke zone met terreinen voor bedrijven die zich moeilijk laten mengen met een binnenstedelijk leefklimaat. Dit is een schaars goed in een Metropoolregio waar de ruimte onder druk staat. In het Ontwikkelperspectief wordt ervan uitgegaan dat er in de Grote U voldoende ruimte beschikbaar moet zijn om tot 2040 meer dan 11.000 arbeidsplaatsen te kunnen realiseren, boven op de reeds geplande arbeidsplaatsen. Daarbij is rekening gehouden met voldoende ruimte voor meer extensieve bedrijven met minder werknemers per vierkante meter. Daarnaast is er rekening mee gehouden dat er bedrijven uit andere delen van de MRU naar de Grote U worden verplaatst omdat ze moeilijk gemengd kunnen worden met woningbouwontwikkeling.

87 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040

De resterende 10.000 arbeidsplaatsen zijn nodig voor de groeiende beroepsbevolking in de omliggende gemeenten van de MRU. Deze arbeidsplaatsen zijn te realiseren door het ontwikkelen van kleine kantoren bij stations, meer formele bedrijfsruimte (bedrijventerreinen), woningbouw (want toename werken vanuit huis), en voor een klein deel toename zorg en onderwijs. De Regiopoorten kunnen met ongeveer 5.000 tot 9.000 arbeidsplaatsen een substantiële bijdrage leveren aan de groei van de werkgelegenheid binnen de MRU tussen 2030 en 2040. De gemengde milieus rondom ov-knopen bieden aantrekkelijke vestigingscondities voor kleinere kantoren, onderwijs, detailhandel en bedrijfsruimte aan huis. Deze locaties zijn immers goed met het ov verbonden, met de economische structuren van de MRU en de omliggende regio’s. Daarnaast hebben een aantal Regiopoorten ook nog substantiële bedrijventerreinen die geïntensiveerd en op een aantal locaties uitgebreid kunnen worden. De resterende arbeidsplaatsen worden gerealiseerd in de kleinere vitale 25 november 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9715022/1