9.4 Eindrapport Utrecht Nabij
Tekst van het document
25 november 2020
Afbeelding 11 - Voorzieningen in de MRU. Bron: Omgevingsvisie Provincie Utrecht, Ontwerp 17 maart 2020.
32 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
ook aan de clustering van culturele voorzieningen en de schaalvergroting in de zorg. 34 Voor de leefbaarheid is het van cruciaal belang dat ook de bewoners van kleinere steden en kernen in de onmiddellijke nabijheid in hun primaire levensbehoeften kunnen voorzien. 35 Denk bijvoorbeeld aan goed basisonderwijs, eerstelijnsgezondheidszorg en winkels voor levensmiddelen. Opgave: het realiseren van voldoende draagvlak voor de levensvatbaarheid van voorzieningen, vooral in kleinere steden en kernen. 34 Door de fusie van individuele huisartsenpraktijken tot gezondheidscentra wordt de afstand tussen de zorgverlener en de burger steeds groter. Buiten kantooruren zijn de inwoners van de stad Utrecht allemaal aangewezen op twee centrale huisartsenposten, beide in een ziekenhuis. In veel kleinere kernen moeten mensen nu naar een ander dorp of een grotere stad voor de huisarts. En buiten kantooruren zijn de huisartsenposten vaak echt ver weg. Zie onder andere: Van cure naar care. Transities in de gezonde stad Utrecht, IABR, 2016. 35 Gegevens van het CBS laten zien dat de afstand tot voorzieningen sluipenderwijs toeneemt. Alhoewel in Nederland nog lang geen sprake is van food deserts, neemt het aandeel kleine buurtwinkels voor levensmiddelen in gestaag tempo af. Het wordt zo voor steeds meer mensen moeilijker om aan gezond voedsel komen.
Benzinestations en fastfoodrestaurants voorzien wel in deze behoefte, maar dat voedsel bevat veel vet, suiker, zout en kunstmatige toevoegingen. Dit kan leiden tot ziektes als diabetes, obesitas, verhoogde bloeddruk, kanker en hart- en vaatziektes.
25 november 2020
Afbeelding 12 - De identiteit en verscheidenheid van Ringpark Utrecht. Bron: Vereniging Deltametropool i.s.m. provincie Utrecht, 2019.
4.5 Groen en landschap op zoek naar een nieuwe balans Een aantrekkelijk groen landschap is in de eerste plaats belangrijk voor de bewoners van de regio, maar is ook een vestigingsvoorwaarde voor bedrijven. De eminente
kwaliteiten waarover de MRU al eeuwenlang beschikt, staan echter onder druk. Groen en landschap worden bedreigd door versnippering, verstening en afnemende biodiversiteit. De druk komt niet alleen van buitenaf, denk aan de bouw van
33 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
woningen, bedrijven en infrastructuur, ook binnen het domein groen en landschap moet een nieuwe balans worden gevonden tussen landschap, natuur, landbouw, recreatie, cultuurhistorie, klimaatverandering, bodemdaling en wateropgaven. In een verder verdichtend stedelijk gebied is het verbeteren van de bereikbaarheid en toegankelijkheid van het groen en landschap essentieel. Ook in de directe woonomgeving moet voldoende groen beschikbaar blijven, maar dan wel van hogere kwaliteit en beter verbonden met het buitengebied dan nu. Opgave: versterken van de kwaliteit van het landschap en de bereikbaarheid en toegankelijkheid daarvan ten behoeve van recreatief medegebruik. Daarbij toevoegen van enige duizenden hectare nieuw landschappelijk groen voor versterking landschap, verbeteren toegankelijkheid, robuuste waterstructuur en recreatief medegebruik. En om de bereikbaarheid van dit groen te verbeteren is op enige tientallen locaties een extra 25 november 2020
Afbeelding 13 - Gezondheidseffecten infrastructuur en bedrijven in de MRU.
investering in kwaliteitsverbetering van groene scheggen en Groene Poorten noodzakelijk (opheffen barrières).
4.6 Gezond leven, maar niet overal Hoewel de MRU gezond leven hoog in het vaandel heeft staan is de milieukwaliteit in delen van de regio matig tot slecht. De regio telt bijvoorbeeld een aantal bedrijventerreinen met milieubelastende be-
34 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
drijvigheid, maar de meeste hinder ondervindt de regio van het wegverkeer, vooral rondom de snelwegen. Op het gebied van stikstof, fijnstof en geluid door wegverkeer ligt er nog een flinke uitdaging. 36 Berekeningen voor de autonome mobiliteitsgroei tot 2030 tonen aan dat de stikstofuitstoot in de buurt zal komen van de doelstellingen. De fijnstofemissie door het wegverkeer zal in 2030 weliswaar met 43 procent afnemen ten opzichte van 2015, maar dat blijft ver achter bij de doelstelling om voor heel Nederland een reductie van 70 procent te realiseren. Ondanks de elektrificatie blijven auto’s geluid produceren. Doorrekening laat zien dat geluidsoverlast door de autonome groei van voertuigkilometers onveranderd een uitdaging blijft. Afbeelding 14 - Klimaatopgaven in de MRU.
Opgave: ingrijpend verbeteren van de leefkwaliteit in de woonomgeving door het terugdringen van geluidshinder en fijnstofemissie van het wegverkeer. 36 Zie onder andere Ontmoetingsplaats voor Healthy Urban Living. Ruimtelijk-economische koers U10, 2018; en de monitor Kwaliteit van leven in de regio van het Planbureau voor de Leefomgeving.
25 november 2020
4.7 Veranderend klimaat Zomers worden droger en warmer, winters milder en natter. Dit heeft allerlei gevolgen voor de ruimtelijke en hydrologische inrichting van Nederland, en van de MRU in het bijzonder.
Klimaatadaptatie vergt, heel praktisch, ruimte in de steden en dorpen: ruimte om de overlast van piekbuien op te vangen, maar ook om meer groen en bomen te planten om de hittestress te reduceren.
35 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
Om het Klimaatakkoord te realiseren is Nederland in dertig energieregio’s verdeeld. Ieder van die regio’s doet een bod hoeveel elektriciteit en warmte er in de periode tot 2030 opgewekt kan worden. De regio Utrecht/U16 heeft bijvoorbeeld een bod gedaan om 1,8 TWh aan duurzame energie extra op te gaan wekken in de periode tot 2030, met een bandbreedte tot 3,2 TWh. Dit levert minimaal een ruimtevraag op voor 45 grote windmolens en circa 800 hectare zonnevelden en het elektriciteitsnet moet hiervoor aangepast worden. 37 Daarnaast is de ambitie geformuleerd om tot 2040 de groei naar 7,2 TWh te onderzoeken. De energietransitie voor elektriciteit en warmte vraagt ook om grote aanpassing van de netwerken. Hiervoor zijn grote investeringen nodig en het kost ook veel ruimte, zowel ondergronds als bovengronds.
Opgave: voldoende ruimte voor piekberging van regenval en groen ter voorkoming van hittestress; klimaatadaptieve gebiedsontwikkeling bij de planning van nieuwe wijken; reductie van de CO2-uitstoot door wegverkeer met 20 procent; ruimtereserveringen voor windmolens en zonnevelden.
37 Ontwerp RES U16 met concept-bod voor duurzame elektriciteit. Een tussenstand van de verkenningen voor de RES 1.0 en concept-bod voor duurzame elektriciteit van de energieregio U16, 25 maart 2020. Zie voor de meest actuele stand van zaken: www.energieregioutrecht.nl.
25 november 2020
36 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
5. Utrecht Nabij – de visie De regio Utrecht maakte na de Tweede Wereldoorlog een sterke groei door. Aanvankelijk werden bestaande steden uitgebreid, vervolgens startte de bouw van groeikernen zoals Houten en Nieuwegein en de laatste decennia werd gekozen voor grote uitleglocaties, zoals Leidsche Rijn. Maar sinds een jaar of tien wordt steeds meer gekeken naar mogelijkheden om de groei binnen bestaand bebouwd gebied op te vangen. Dit hoofdstuk zet de grootste kansen en uitdagingen op een rij.
25 november 2020
37 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
Er is in Nederland een breed gedragen gevoel ontstaan dat de regionale landschappen gekoesterd moeten worden en vrij moeten blijven van nieuwe grootschalige verstedelijking. Ook is de laatste jaren gebleken dat binnenstedelijke ontwikkeling de steden kan versterken (denk aan voorzieningen, een sterke economische structuur en het verhogen van kwaliteit door transformatie en herstructurering), om zo de schaars beschikbare ruimte efficiënter te gebruiken en de bestaande infrastructuur beter te benutten. 38 Deze ommezwaai in denken heeft in de Metropoolregio Utrecht geleid tot grootschalige binnenstedelijke plannen zoals de transformatie langs de centrale as (Cartesiusdriehoek, Utrecht Centraal, Jaarbeurs, Merwedekanaalzone en Nieuwegein Stadscentrum) of de inzet op nabijheid
38 Zowel in de Nationale Omgevingsvisie (2020) als de Ontwerp Provinciale Omgevingsvisie (2020) als diverse gemeentelijke omgevingsvisies wordt de kwaliteit van landschappen gekoesterd en wordt waar mogelijk ingezet op binnenstedelijke groei om het voorzieningenniveau te verhogen, bestaande economische clusters te versterken en de leefbaarheid te vergroten.
25 november 2020
en compactheid in de Ruimtelijke Koers van Houten. Maar deze ommezwaai is ook terug te zien in kleinere plannen zoals de verdichting in Woerden, de revitalisatie van Kerkebosch in Zeist en de nieuwbouw naast station Bilthoven. Dit zorgt er ook voor dat een groot aantal van de woningen die de komende tien jaar gebouwd worden nabij bestaande voorzieningen komen te staan en vaak slim profiteren van de nabijheid van bestaand openbaar vervoer. De omslag in de regionale ruimtelijke ordening die heeft plaatsgevonden, maakt de contouren zichtbaar van een unieke Metropoolregio waarin alles nabij is. 39 Het Ontwikkelperspectief 2040 wil deze ingezette lijn nadrukkelijk doortrekken. De brede verkenning van mogelijke ontwikkelrichtingen voor de MRU heeft aangetoond dat een binnenstedelijke strategie het meeste bijdraagt aan de kwalitatieve en kwantitatieve doelen die gezamenlijk door U16, provincie en Rijk 39 De nabijheid van arbeidsplaatsen is in delen van de MRU de afgelopen 20 jaar gegroeid. Zie: Compendium voor de Leefomgeving, PBL 2020.
zijn vastgesteld in het beoordelingskader. Deze draagt bij aan het terugdringen van het autogebruik en stimuleert lopen en fietsen. Bovendien hechten burgers en bedrijven waarde aan een gevarieerde, gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Aantrekkelijkheid schuilt in de stedelijke voorzieningen, in een aantrekkelijk buitengebied met recreatiemogelijkheden, een goede bereikbaarheid, maar bijvoorbeeld ook de kans op een goede baan voor iedereen.40 Door nabijheid nu vast te leggen als het leidende principe voor de toekomst van de MRU wordt een stevig fundament gelegd voor ‘gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen’. De MRU kiest voor concentratie van func40 Dit MIRT-onderzoek heeft de toekomst van de MRU in de volle breedte verkend aan de hand van vijf verstedelijkingsmodellen. Deze lopen uiteen van de concentratie van alle ontwikkelingen in de stad Utrecht tot grote uitbreidingslocaties in het landschap. Daarna is gedetailleerder gekeken naar de kansen voor de ontwikkelingen aan de noord-, de oost- en de zuidkant van de MRU, met alle bijbehorende bereikbaarheidsmaatregelen. De eindconclusie is dat inzet op nabijheid het meest bijdraagt aan de doelen die lokaal, provinciaal en nationaal zijn vastgelegd. Zie: Inzichtenmemo.
Werkdocument op weg naar een ruimtelijke contour voor Metropoolregio Utrecht: eerste inzichten voor vervolg (2019) en Beoordeling & mini-MKBA’s Focusgebieden (2020).
38 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
ties, economische clustering en ruimtelijke ontwikkelingen op plekken waar al veel mensen wonen en/of werken.41 In 2040 zal de MRU een Metropoolregio zijn van meer dan 1 miljoen inwoners waar alles nabij is. Door vol in te zetten op nabijheid kan de groei worden aangewend om bestaande kwaliteiten te versterken en problemen op het gebied van bereikbaarheid en leefbaarheid op te lossen.42 Dit idee is in de hele Metropoolregio leidend, zowel in het stedelijk kerngebied rond de stad Utrecht als in de andere steden en de kleinere kernen. De noodzaak tot verplaatsen wordt zo klein mogelijk gemaakt door verschillende functies gemengd te bouwen, in hoge dichtheid en in de directe nabijheid van bestaande voorzieningen. Hierdoor kan er een hoogstedelijk/metropolitaan gebied van korte afstanden ontstaan dat uitnodigt 41 In dit MIRT-onderzoek is dit aspect van nabijheid vertaald in de plaatswaarde van een knooppunt: de hoeveelheid bewoners en arbeidsplaatsen in de nabijheid van een station. Hoe hoger de plaatswaarde, hoe stedelijker het gebied rondom het station. 42 Bij binnenstedelijke bouwen moet je niet alleen naar de nieuwe woningen kijken, maar ook naar hun invloed op de bestaande woningen en voorzieningen. Verdichting verandert namelijk de stedelijkheid van de hele wijk of stad. Bron: Enorm veel keuze & ongelofelijk nabij, College van Rijksadviseurs, 2019.
25 november 2020
om zoveel mogelijk te lopen en te fietsen (actieve mobiliteit), zowel als hoofdvervoermiddel als voor- of natransport van het openbaar vervoer. Verdere concentratie leidt daardoor tot minder mobiliteit dan verwacht zou worden vanuit de demografische en economische groei. Nabijheid is daarmee een belangrijk instrument in het bereikbaar en leefbaar houden van de Metropoolregio Utrecht.43 Door in te zetten op nabijheid worden huidige centra versterkt en ontstaan kansen voor het creëren van nieuwe centra in de MRU. Daarmee wordt ook de economische structuur van de MRU verrijkt en 43 Meer inzetten op het bundelen van wonen en werken leidt tot een groter bereikbaarheid en minder mobiliteit. De belangrijkste bereikbaarheidswinst zit in het nabijheidseffect: als door bundeling van woon- en werklocaties meer banen op korte afstand liggen, kunnen er per auto, fiets en openbaar vervoer meer banen worden bereikt binnen hetzelfde budget van tijd, geld en moeite. Ruimtelijk beleid is een langetermijninstrument: de meeste woningen in 2030 staan er nu al. De effecten op de totale omvang van de congestie op het hoofdwegennet zijn naar verwachting relatief beperkt, evenals de effecten op emissies.
In het bundelingsbeleid spelen overigens niet alleen het mobiliteits- en bereikbaarheidseffect een rol, maar bijvoorbeeld ook de kosten, het behoud van open ruimte buiten de stad en het effect op groen en leefbaarheid in de stad. Bron: Kansrijk mobiliteitsbeleid 2020, Centraal Planbureau en Planbureau voor de Leefomgeving, juni 2020.
versterkt. Deze centra hebben verschillende karakters en functies en zijn onderling goed met elkaar verbonden. Hoe kleiner de afstand tussen verschillende bestemmingen, hoe toegankelijker de bestemming is voor grotere groepen mensen. Fysieke nabijheid is gezond, rechtvaardig en duurzaam. Het leidt tot menging van bevolkingsgroepen, een mix van functies (wonen, werken, onderwijs, zorg, ontspanning), sterke economische clusters, optimaal grondgebruik en vergroting van de attractiviteit van het publiek domein en stimuleert mensen om te lopen en te fietsen. Inzetten op nabijheid heeft alleen maar succes als tegelijk ook mentale barrières worden geslecht. Als een voetganger of fietser een kanaal, spoor of snelweg moet oversteken, is de mentale afstand vaak groot. Zeker als de verbindingen onaantrekkelijk zijn en sociaal of verkeersonveilig. Ook grote sociale, culturele en economische verschillen vergroten de mentale afstand.
39 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
Kortom, in een stad met een continu stedelijk weefsel van levendige verbindingen, met een menselijke maat, geen onnodige opstoppingen en gevarieerde woonbuurten is meer samenhang en voelt alles veel nabijer. Daarom zet het Ontwikkelperspectief met name in op het doorbreken van de barrières voor langzaam verkeer, het voorkomen van ruimtelijke versnippering en het toegankelijk maken van landschappen en groene zones om zo een actieve en een gezonde mobiliteit aantrekkelijk te maken.
goed en vooral samenhangend netwerk van wegen, spoorlijnen, trams, bussen en fietspaden is dus noodzakelijk.
Ten slotte is het van belang dat de plekken waar de ontwikkelingen geconcentreerd worden goed bereikbaar zijn voor iedereen die niet in de directe nabijheid woont of werkt. Bereikbaarheid wordt bepaald door de tijd waarbinnen die plekken te bereiken zijn.44 Maar comfort en betrouwbaarheid spelen ook een grote rol. Een 44 In de Quickscan Knopen is bereikbaarheid vertaald in de netwerkwaarde van een knooppunt: het aantal bewoners en arbeidsplaatsen dat vanuit het knooppunt binnen 45 minuten reistijd bereikbaar is. Hoe hoger de netwerkwaarde hoe beter het station is verbonden met andere knooppunten.
25 november 2020
40 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
6. Zeven samenhangende principes Utrecht Nabij geeft houvast voor de duurzame ontwikkeling van de regio, maar is nog te abstract om concreet sturing te geven aan de grote sprong voorwaarts die vanuit het hier en nu moet worden gemaakt. De groei tot 2040 (en ook tot 2050) is zo omvangrijk dat de samenwerkende overheden en spoorsector deze visie gezamenlijk hebben vertaald in zeven samenhangende principes voor de regionale ontwikkeling.
25 november 2020
41 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
De principes scheppen kansen om de economische structuur te versterken, aantrekkelijke woonmilieus te realiseren, de kwaliteit van de leefomgeving in steden en dorpen te verbeteren, de waardevolle landschappen te behouden en versterken en de bereikbaarheid slim te benutten en waar mogelijk te verbeteren. De volgorde waarin de principes gepresenteerd worden zegt overigens niets over een eventuele hiërarchie ervan: de principes zijn allen nevengeschikt. Wel hangen ze nauw met elkaar samen. 6.1 – Concentreer nieuwe woningen en banen in het stedelijk kerngebied en rond grotere regionale ov-knooppunten Zowel de demografische als de economische groei wordt zoveel mogelijk opgevangen in het stedelijk kerngebied van de regio met de binnenstad van Utrecht als krachtige drager. Zo worden de belangrijkste waarden van een attractief stedelijk vestigingsklimaat versterkt: een levendige, gemengde en goed bereikbare stedelijke 25 november 2020
leefomgeving in de directe nabijheid van hoogwaardige voorzieningen en aantrekkelijke en waardevolle (ecologisch en cultuurhistorisch) landschappen. Het stedelijk kerngebied heeft een sterke, functionele, demografische en economische samenhang. Daarnaast zijn er nog zeven belangrijke regionale ov-knooppunten waar eveneens kansen liggen voor een kwalitatieve sprong vooruit door groei op te vangen in de nabijheid van voorzieningen en goed openbaar vervoer: De Bilt, Breukelen, Bunnik, Houten, Vianen, Woerden en Zeist. Tegelijkertijd wordt het belang van de overige (kleine) kernen niet uit het oog verloren. De opgave om een gezond en
vitaal leefklimaat te realiseren speelt net zo goed in de kleinere steden (zoals Wijk bij Duurstede, Leerdam en Oudewater) en in kleinere kernen (bijvoorbeeld Bilthoven, Abcoude, Driebergen, Montfoort en Mijdrecht). In deze kleinere steden en kernen landt dus niet de grootste regionale groeiopgave, maar is er wel voldoende groeiruimte om de vitaliteit te kunnen borgen, bij voorkeur door te verdichten.45 Immers, ook hier geldt dat nabijheid van werk, voorzieningen (zoals onderwijs, detailhandel, cultuur en sport) en landschap van groot belang is om een gezonde leefomgeving voor iedereen te kunnen realiseren. 6.2 – Investeer in stedelijk groen en maak landschappen beter bereikbaar en toegankelijk Het groen moet meegroeien met de groei van de Metropoolregio om de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren. Er zijn robuuste landschappelijke structuren no45 In de Omgevingsvisie van de provincie Utrecht krijgen kleine kernen de ruimte om voor de eigen behoefte plannen te ontwikkelen van maximaal 50 woningen.
42 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
dig, die tot diep in het stedelijk kerngebied doordringen.46 De rivieren en waterwegen zijn daarbij de belangrijkste natuurlijke ruimtelijke dragers, die mooi aansluiten op de nabijgelegen grotere landschappen van de regio, zoals de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Utrechtse Heuvelrug. Deze landschappelijke structuren, de Groene Parels, zijn een bestemming op zichzelf, nabij gebieden waar heel veel mensen wonen en werken. Tegelijkertijd zijn het vanzelfsprekende dragers voor aantrekkelijke fiets- en wandelroutes naar grote aantrekkelijke landschappen in de MRU. Het is belangrijk om deze landschappelijke structuren verder te verster-
46 Zie ook het concept Ringpark dat is ontwikkeld door de Provinciale Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit. Ring! Ring! Ring! Ring! Wie gaat er mee? Magazine Ringpark, 2019.
25 november 2020
ken, de groene routes in de stad te ontwikkelen en te versterken en de aantrekkelijke landschappen op grotere afstand goed en aantrekkelijk bereikbaar te maken met het openbaar vervoer via Groene Poorten. 6.3 – Intensiveer woon- en werklocaties in binnenstedelijke tussengebieden Het woord zegt het al: binnenstedelijke tussengebieden zijn ruimtelijk nabij. Uitgerekend hier is veel onderbenutte ruimte beschikbaar. De bebouwingsdichtheid is laag en de ontwikkelruimte voor verstedelijking en groenstructuren is dus hoog.47 De belangrijkste tussengebieden vallen grotendeels samen met de zones waar de rijkswegen, spoorlijnen en kanalen zijn 47 Verkenningen in het kader van het MIRT-onderzoek tonen aan dat er binnen het stedelijk kerngebied tussen 2030 en 2040 voor woningen en arbeidsplaatsen een ruime bandbreedte aan ontwikkelcapaciteit beschikbaar is, mede afhankelijk van de investeringen die worden gedaan in de bereikbaarheid en leefbaarheid van locaties. Voor woningbouw is er in het stedelijk kerngebied tussen 2030 en 2040 ruimte voor 19.400 tot 82.300 woningen, en er is tussen 2020 en 2040 ruimte voor ongeveer 38.000 tot 63.000 arbeidsplaatsen. Deze cijfers zijn exclusief de ontwikkeling van Rijnenburg. Vergelijkbare aantallen worden genoemd binnen de onderzoeken die door de gemeenten Utrecht en Nieuwegein zijn verricht.
Het merendeel van de mogelijke locaties ligt langs de centrale as en in de binnenstedelijke zone die als een U in het stedelijk kerngebied ligt.
aangelegd. De komende jaren wordt het tussengebied rondom het Merwedekanaal ingrijpend aangepakt, een belangrijke stap in de ontwikkeling van de centrale as van Utrecht Centraal naar Nieuwegein. De ontwikkeling op de langere termijn zou zich moeten richten op de zone die als een U tussen de binnenstad van Utrecht en de grote buitenwijken en aangrenzende steden ligt, nabij belangrijke en centrale voorzieningen, de landschappelijke scheggen, de rijkswegen en openbaar vervoer. Verdichting van deze Grote U zorgt ervoor dat de bestaande stedelijke voorzieningen optimaal benut worden, nieuwe woon- en werklocaties gerealiseerd worden in de directe nabijheid van bestaande buurten en wijken en vooral dat de barrières tussen wijken en randgemeenten in het stedelijk
43 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
kerngebied weggenomen worden. Bovendien is de Grote U slim gepositioneerd ten opzichte van de rijkswegen en knooppunten van openbaar vervoer. De ontwikkeling in de Grote U biedt veel kansen maar kent ook grote opgaven. Er zullen goede verbindingen moeten komen, vooral voor fiets en ov, tussen de verschillende knopen in de Grote U. Ook zullen sommige bestaande functies uitgeplaatst of ingepast moeten worden in een meer stedelijke omgeving. Bovendien zal er fors geïnvesteerd moeten worden in de vermindering van de negatieve belasting op de gezondheid door de nabijheid van snelwegen en spoorlijnen. Ten slotte moeten knelpunten op het (hoofd)wegennet opgelost worden zodat de extra woningen in de Grote U het nationale wegennet niet op slot zetten. Dit is zowel voor de verstedelijking als voor de mobiliteitsnetwerken een belangrijke ontwerpopgave. Maar daarmee ontstaat ook de kans om de gezondheidseffecten op bestaande woningen in en rondom de Grote U te verminderen en zo de leefkwaliteit in de MRU aanzienlijk te verbeteren. 25 november 2020
6.4 – Ontwikkel complementaire Metropoolpoorten De binnenstad van Utrecht is nu al zo druk, dat het voor een verdere gezonde groei van de regio noodzakelijk wordt om het metropolitane interactiemilieu van de Utrechtse binnenstad uit te breiden. Een gezonde ontwikkeling naar een polycentrisch stedelijk kerngebied heeft de meeste kans van slagen als dit gebied wordt ontwikkeld op basis van de druk die vanuit de binnenstad van Utrecht ontstaat. Ook in andere grote steden is een vergelijkbare ontwikkeling naar een polycentrische metropoolregio zichtbaar.48 Drie locaties lijken perspectief te kunnen bieden om tot 2040 door te groeien tot nieuwe Metro-
48 Zie ook de aanpak van de stadsstraten in Amsterdam: Onderzoeksrapport Stadsstraten, 2017.
poolpoorten: Lunetten Koningsweg-USP, A12-zone en Leidsche Rijn-Zuilen. Nabijheid en ontwikkelruimte spelen bij de doorontwikkeling van de drie Metropoolpoorten een belangrijke rol. De Metropoolpoorten liggen in het binnenstedelijk tussengebied, slim gepositioneerd in het stedelijk weefsel (nabij in ruimte). Bestaande en nieuwe verbindingen voor fiets, openbaar vervoer (Wiel met Spaken) en auto verbinden de Metropoolpoorten onderling en garanderen een goede inbedding in de omliggende wijken van het stedelijk kerngebied. Ten slotte zijn het locaties met veel ruimte en ontwikkelpotentieel om een hoge stedelijke dichtheid te kunnen realiseren, zodat er een attractief vestigingsklimaat zou kunnen ontstaan met een gevarieerd aanbod van wonen, werken en andere functies.49 Of en hoe dit potentieel benut kan worden 49 Op basis van de Quickscan Knopen zijn de zeven meest kansrijke knopen geselecteerd die een hele hoge plaatswaarde hebben of kunnen krijgen (veel ruimtelijke ontwikkelkansen) en een hele goede netwerkwaarde hebben of kunnen krijgen (veel kansen voor een excellente multimodale bereikbaarheid).
44 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
hangt sterk af van keuzes op het gebied van bereikbaarheid (denk aan bediening van stations, uitbreiding van het HOV-netwerk en investeringen in een goed fietsnetwerk) en de mogelijkheden om ruimte te maken door inpassing of uitplaatsing van bestaande minder hoogstedelijke functies. Door de uitrol van aantrekkelijke en levendige multimodale verbindingen tussen deze verschillende centra kan er een hecht ruimtelijk en economisch netwerk ontstaan rondom de Utrechtse binnenstad, dat goed verbonden is met de regio. Door de gelijktijdige inzet op nabijheid van wonen, werken, voorzieningen en groen, blijven de automobiliteitseffecten van de demografische en economische groei zo klein mogelijk. De noodzaak om je te verplaatsen wordt zo klein mogelijk gemaakt door gemengde milieus te bouwen in hoge dichtheid en in de directe nabijheid van bestaande voorzieningen. Hierdoor ontstaat er een regio van korte afstanden
25 november 2020
die uitnodigt om zoveel mogelijk te lopen en te fietsen. 50 6.5 – Focus op het versterken van economische clusters Naar verwachting groeit het aantal arbeidsplaatsen in de regio tot 2040 met 80.000. Het grootste deel daarvan (70.000) landt in de stad Utrecht.51 Dit betekent dat de bestaande ruimte van de economische clusters in het stedelijk kerngebied zoveel mogelijk benut moeten worden om de groei op te vangen en dat het stedelijke interactiemilieu, waar de meeste werkgevers zich graag vesti-
50 Zie: mini MKBA Focusgebieden en BOK Utrecht Nabij. 51 Naar toekomstbestendige werklocaties in de regio U16, Stec groep, mei 2020.
gen, vergroot zal moeten worden. En er is ook ruimte nodig voor nieuwe bedrijven terreinen, aanvullend op de bestaande planvoorraad. Dit zou beperkt kunnen blijven tot 149 hectare mits elke uitbreiding optimaal intensief wordt ingericht, er zeer zorgvuldig wordt omgegaan met de ruimte op bestaande terreinen (intensivering) en verplaatsing van bedrijventerreinen beperkt blijft. Ieder economisch cluster vraagt andere vestigingscondities. Daarom worden er vier principieel verschillende clusters onderscheiden die ook op verschillende logische plekken in de regio en het stedelijk kerngebied landen. Deze clusters zijn goed ingebed in de hele Metropoolregio, maar de belangrijkste locaties liggen in het stedelijk kerngebied. Onderzoek en innovatie is een sterk ontwikkeld cluster met het USP als brandpunt. De campus en de omliggende werkgebieden in de MRU zijn voor dit cluster waardevolle interactiemilieus die de kans op kennisuitwisseling en kennisontwikkeling vergroten. Het
45 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
regionale netwerk van het cluster maakindustrie en circulaire economie is verspreid over de hele MRU, denk bijvoorbeeld aan de bedrijventerreinen in Mijdrecht, Meerkerk, Houten, Vianen, Lopik, Montfoort en Stichtse Vecht. Maar het zwaartepunt van dit cluster ligt in Lage Weide, waar de milieucontouren ruimte bieden voor hindergevende bedrijven die een belangrijke rol spelen bij de transitie naar een circulaire economie. Bovendien zijn de insteekhavens van het Amsterdam-Rijnkanaal erg aantrekkelijk voor watergebonden bedrijvigheid. Voor het cluster kantoren liggen vooral rondom Leidsche Rijn en Lunetten Koningsweg kansen omdat deze locaties goed met de trein bereikbaar zijn en bovendien dicht bij de grootste concentratie kantoorlocaties rondom Utrecht Centraal en in de binnenstad liggen. Ook hier zijn de stedelijke interactiemilieus een belangrijke voorwaarde voor bedrijven om zich te vestigen. Voor het cluster regionale distributie en logistiek bieden de bestaande grotere bedrijventerreinen in de A12-zone veel kansen om deels te transformeren 25 november 2020
en deels verder te intensiveren. Rondom Westraven, in het verlengde van de centrale as, liggen kansen om een gemengd woonwerkmilieu te realiseren met kantoren, mits de ov bereikbaarheid verbeterd wordt. In Liesbosch en Laagraven liggen kansen om de beschikbare bedrijventerreinen veel intensiever te benutten en zo groeiruimte te geven aan de regionale distributie en logistiek. Hier kan maximaal geprofiteerd van de strategische ligging in de MRU en de goede aansluiting op het te versterken nationale en regionale wegennet, zonder dat het areaal voor logistieke bedrijvigheid vergroot wordt. 6.6 – Organiseer slimme, gezonde en veilige mobiliteit Slimme, gezonde en veilige mobiliteit voor mens en logistiek is het motto. Dit betekent dat nieuwe vervoermiddelen en diensten worden gestimuleerd en ook onderdeel worden van nieuwe verstedelijking en toegepast worden bij stedelijke transformatie. Er wordt geïnvesteerd in actieve mobiliteit zoals lopen en fietsen.
Als mensen en goederen een alternatief hebben voor de (vracht)auto wordt het gebruik daarvan gestimuleerd. Daar waar de auto de enige optie is, wordt dit gefaciliteerd. Dit betekent dat alternatieven zoals fiets (o.a. non-stopfietsnetwerk), openbaar vervoer (o.a. Wiel met Spaken), ‘last mile’ stadsdistributie en digitaal werken op orde moeten zijn. Met een kwaliteit die uitnodigt om het te gebruiken. Dit zorgt voor minder autoritten in de MRU en draagt dus bij aan de leefbaarheid én de doorstroming van het autonetwerk en daarmee de functie van nationale draaischijf (openbaar vervoer én weg) in de Metropoolregio Utrecht. Op deze manier wordt er gewerkt aan goede bereikbaarheid voor iedereen,
46 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
ook voor degenen die geen alternatief voor de auto hebben. Zo wordt het economische potentieel van de regio maximaal benut, de woonbehoefte gefaciliteerd en een gezonde en duurzame leefstijl bevorderd. 6.7 – Maak het mobiliteitssysteem samenhangend en multimodaal, zet in op alles. De mobiliteitsopgaven in de MRU zijn groot: de Ring Utrecht kampt nu al met knelpunten in de doorstroming en Utrecht Centraal staat als over¬stappunt onder druk. De ov-, fiets-, weg- en vaarwegnetwerken worden steeds intensiever gebruikt. Het grootste deel van de groei van de regio zal het komende decennium plaatsvinden, waardoor al in 2030 grote knelpunten ontstaan in het openbaar vervoer, op de weg en op de fietspaden. De extra groei tussen 2030 en 2040 zal voor nog meer druk op deze knelpunten zorgen. Daarom wordt er ingezet op alles. Het gaat om én fiets én openbaar vervoer én weg 25 november 2020
én generieke mobiliteitsmaatregelen om mensen te motiveren de fiets of het openbaar vervoer te nemen, vaker thuis te werken of te parkeren op afstand. Want geen enkele maatregel zal op zichzelf effectief zijn. Het gaat om de samenhang van het totaalpakket. Alleen een extra ov-verbinding leidt bijvoorbeeld niet tot ontlasting van de Ring Utrecht of het overstappunt Utrecht Centraal, dat moet in combinatie met generieke mobiliteitsmaatregelen, waaronder parkeerbeleid. Inzet is om als eerste stappen te ontwikkelenn voor generieke mobiliteitsmaatregelen en alternatieven voor de auto, alsook mogelijk aanvullende (weg)infrastructuur die de druk op de knelpunten op de Ring Utrecht kunnen verminderen.
non-stopfietsverbindingen en het ov-concept Wiel met Spaken. Dit draagt bij aan het bereikbaar houden van de Metropoolregio en het ontlasten van Utrecht Centraal. Hiermee vindt ook goede aansluiting plaats op de nationale mobiliteitsstructuren, waardoor de (economische) potentie van de regio optimaal wordt benut.
Voor de ontwikkeling van de huidige en nieuwe stedelijke woonwerkcentra, waarmee een polycentrische stedelijke regio ontstaat, is goede onderlinge verbinding essentieel. Daarom is een samenhangend netwerk tussen knopen en concentraties van functies nodig. Het gaat dan om 47 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
7. Het Ontwikkelperspectief De zeven principes leggen het fundament voor Utrecht Nabij, het Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid voor de Metropoolregio Utrecht. Het Ontwikkelperspectief bouwt voort op de reeds lopende ontwikkelingen die tot 2030 zijn voorzien en schetst een toekomstbeeld voor 2040 met een doorkijk naar 2050. Het Ontwikkelperspectief is integraal en stuurt het denken over de ontwikkeling van de MRU, met nadruk op de ruimtelijke ontwikkelingen voor wonen, werken, groen, landschap en de bijbehorende noodzakelijke maatregelen op het gebied van bereikbaarheid.
25 november 2020
48 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
Om een beter beeld te krijgen van de samenhang en synergie tussen alle principes en mogelijke maatregelen worden in dit hoofdstuk de belangrijkste onderdelen van het Ontwikkelperspectief integraal en in meer detail uitgewerkt. De navolgende uitwerking van het Ontwikkelperspectief is nadrukkelijk geen blauwdruk voor de toekomst. Het is geen plan dat nu al uitgevoerd kan worden, het is immers een perspectief voor de middellange en lange termijn. Het Ontwikkelperspectief laat wel zien wat de gevolgen zijn van de keuze voor Utrecht Nabij en de zeven principes, rekening houdend met een grote bandbreedte aan mogelijke ontwikkelkansen en maatregelen voor verschillende locaties en opgaven. Daarmee vormt het Ontwikkelperspectief een belangrijke aanzet voor het definiëren van nadere onderzoeksvragen en gebiedsuitwerkingen om de komende jaren tot afspraken te komen over programmering, prioritering en realisatie voor landschap, wonen, werken en bereikbaarheid. 25 november 2020
Om voldoende grip te krijgen op de aard en omvang van de opgaven op het gebied van wonen en werken zijn in de navolgende hoofdstukken, op basis van locatieonderzoek, aannames gedaan over het ontwikkelpotentieel per locatie. Dit zijn theoretische ontwikkelmogelijkheden met een grote bandbreedte die nog ruimte laten om de komende jaren in het adaptieve Ontwikkelpad keuzes te maken. Doel is dat er voldoende potentieel laadvermogen is om in te spelen op veranderende behoeften of planuitval. De onderkant van de bandbreedte is het minimum laadvermogen dat op een bepaalde locatie wenselijk en realistisch is. De bovenkant van de bandbreedte wordt bereikt door op gebiedsniveau fors te investeren in bereikbaarheid en landschap zodat de locaties ontwikkeld kunnen worden of dat er hogere dichtheden gerealiseerd kunnen worden.
7.1 Stedelijk kerngebied en de Grote U Een belangrijk deel van de groeiopgaven voor de Metropoolregio Utrecht kan worden geconcentreerd in het stedelijk kerngebied van Utrecht. De komende jaren ligt de focus op de ontwikkeling van de centrale as van Utrecht Centraal naar Nieuwegein, met de Merwedekanaalzone als de grootste gebiedsontwikkeling. In dit Ontwikkelperspectief ligt de nadruk op de grote groeiopgave voor wonen, werken en leefbaarheid na realisatie van de centrale as: de Grote U. Dit is de binnenstedelijke tussenruimte waar nog plaats gemaakt kan worden om een groot deel van de economische groei en de groei van de bevolking op te vangen en tegelijkertijd de noodzakelijke verbinding te leggen tussen de binnenstad van Utrecht, de buitenwijken, de grootste randgemeenten en het waardevolle metropolitane landschap. Het is ook de binnenstedelijke zone waar de grootste kwaliteitsverbeteringen gerealiseerd kunnen worden door barrières weg te nemen, de milieuhinder terug te dringen en de beschikbare ruimte hoog-
49 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
waardiger in te richten. Dit is geen geringe opgave, maar levert wel heel veel op voor de vitaliteit, leefbaarheid en concurrentiekracht van de MRU en Nederland. Op de kaart is de Grote U een aaneengesloten gebied, maar het bestaat wel uit deelgebieden met zeer uiteenlopende kwaliteiten en functies. 7.1.1 Lage Weide Lage Weide is het belangrijkste bedrijventerrein van de regio vooral voor bedrijven die hinder veroorzaken. Samen met het aangrenzende Werkspoorkwartier biedt het veel werkgelegenheid voor praktisch geschoolden. Deze bedrijventerreinen zijn dus belangrijk in de regionale mix van aanbod van werkgelegenheid voor iedereen. Door de ligging tussen spoor, Amsterdam-Rijnkanaal en A2 is Lage Weide optimaal en multimodaal bereikbaar, ook via het water. Maar de beschikbare ruimte wordt nog onvoldoende benut, hier liggen grote kansen om de bedrijvigheid verder te verdichten, met name met maakindustrie en watergebonden bedrijvigheid. Lage 25 november 2020
Afbeelding 22 - De deelgebieden in de Grote U.
Weide dient niet alleen om de groei op te vangen, maar ook om bedrijven met een milieucontour uit andere delen van de MRU naartoe te verplaatsen. De bereikbaarheid voor werknemers in dit gebied kan sterk verbeterd worden. Er zijn
nu te weinig (aantrekkelijke) ov- en fietsalternatieven beschikbaar, waardoor ze aangewezen zijn op de lokale en regionaal wegen, wat voor extra druk op de Ring Utrecht zorgt.
50 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
7.1.2 Leidsche Rijn Centrum en station Zuilen Beide stationsgebieden zijn nu al volop in ontwikkeling. Bij station Leidsche Rijn liggen kansen om het Vierde Kwadrant ten noorden van het spoor en ten oosten van de A2 te transformeren tot een stedelijk knooppunt. Bij Zuilen is de transformatie van de Cartesiusdriehoek gestart. Dit wordt naar verwachting afgerond voor 2030. Voor het Werkspoorkwartier zijn plannen gestart voor intensivering van het bedrijventerrein, gekoppeld aan groen, sport en recreatie. Verdere transformatie van dit gebied wordt beperkt door de hindercontouren van bedrijven op Lage Weide (onder meer van de energiecentrale die warmte levert voor de stadsverwarming). Bovendien is een hoogwaardige ontsluiting met openbaar vervoer noodzakelijk om deze locatie tot een volwaardige knoop te ontwikkelen. Denk bijvoorbeeld aan een fietsverbinding tussen Leidsche Rijn en Zuilen of een tangentiële HOV-verbinding tussen Leidsche Rijn en 25 november 2020
Afbeelding 23 - De groenstructuur in en rondom de Grote U.
Zuilen naar Overvecht en dan verder via Rijnsweerd naar USP. Deze verbinding draagt ook bij aan een betere verbinding naar de Metropoolregio Amsterdam. Een groot deel van de inwoners van Leidsche Rijn die in de Me-
tropoolregio Amsterdam werken, pakken nu de auto. Een betere en snellere fiets- of HOV-verbinding tussen Leidsche Rijn en station Zuilen zou, in combinatie met een opwaardering van station Zuilen, een concurrerend alternatief kunnen bieden
51 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
en zo bijdragen aan ontlasting van de Ring Utrecht en Utrecht Centraal. 7.1.3 Papendorp In deze ruim opgezette kantorenlocatie aan de A2 en A12 is nog veel ruimte voor intensivering. Vooral door het toevoegen van woningen kan dit gebied gemengder en aantrekkelijker worden, maar dan is er wel een goede HOV-verbinding nodig.52 7.1.4 Het centrale deel van de A12-zone Het gebied dat bestaat uit de Galecopperzoom, bedrijventerrein Kanaleneiland en Westraven heeft door de ligging en ontwikkelruimte de kans om een nieuw hoogstedelijk centrum te worden. Het is de cruciale schakel in de centrale as tussen Utrecht en Nieuwegein omdat hier de kortste en meest aantrekkelijke verbindingen gerealiseerd kunnen worden naar USP, Leidsche Rijn, de Utrechtse binnenstad en het stadscentrum Nieuwegein. Vooral in het verlengde van de Mer52 De mogelijkheden voor een HOV-verbinding via Papendorp worden onderzocht in de MIRT-verkenning OV en Wonen in de regio Utrecht.
25 november 2020
Afbeelding 24 - Het Wiel met Spaken in de Grote U
wedekanaalzone liggen kansen om een hoogwaardig gemengd stedelijk milieu te realiseren. Door alle infrastructuur is de ruimte in dit gebied sterk versnipperd. Het ontwikkelpotentieel kan alleen worden benut als
de ontsluiting voor auto, hoogwaardig openbaar vervoer en fiets ingrijpend wordt verbeterd. Westraven, centraal gelegen tussen het Amsterdam-Rijnkanaal en het Merwedekanaal, is het logische hart van dit gebied.
52 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
De noodzakelijke verbetering van de bereikbaarheid met HOV kan bijvoorbeeld gestalte krijgen met een kruising van de Sneltram Utrecht-Nieuwegein/IJsselstein (SUNIJ-lijn) en de tangentiële HOV-lijn tussen Leidsche Rijn en USP.53 Voordat grootschalige ontwikkeling van de A12-zone mogelijk wordt, is het tevens noodzakelijk om de knelpunten op het hoofdwegennet (de Ring) op te lossen. Ook moeten er flinke maatregelen genomen worden om de geluidsbelasting van de A12 weg te nemen. Denk aan hoge geluidsschermen (zoals langs de A2 bij Maarssen) of een afscherming door een aaneengesloten wandbebouwing (zoals langs de A10-West in Amsterdam). 7.1.5 Laagraven-Liesbosch Dit is een van de grootste bedrijventerreinen van de regio. Het is sterk gemengd met kantoren, logistieke centra, perifere detailhandel, bouwbedrijven, circulaire 53 In de MIRT-verkenning OV en Wonen wordt onderzocht wat de effecten zijn van een HOV-ontsluiting voor gebiedsontwikkeling Nieuwegein en Utrecht Zuidwest, en een oost-west HOV-verbinding via Lunetten en Westraven.
25 november 2020
Afbeelding 25 - Geluidscontouren in en rondom de Grote U in 2016. Bron: TNO
bedrijven en autodealers. Door de ligging aan de A12 is het erg aantrekkelijk voor bedrijven die gericht zijn op transport en logistiek, en met name voor de snelgroeiende stadsdistributiebedrijven. Door het ruimtegebruik van deze sector verder te
intensiveren kan de sector op deze plek doorgroeien. Daarnaast is er vooral aan de westkant ruimte om een gemengder woonwerkmilieu te realiseren, nabij Westraven.
53 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
7.1.6 Landschapspark Laagraven Oost Deze groene buffer tussen Utrecht, Nieuwegein en Houten kan worden ontwikkeld tot een prachtig landschapspark, met de focus op natuurontwikkeling, recreatie en landschap. 7.1.7 Groenstedelijke zone van Lunetten tot het Utrecht Science Park Dit gebied heeft de kans om te worden ontwikkeld tot een uniek hoogstedelijk en tegelijkertijd groen woonwerkmilieu. Lunetten kan via de attractieve en hoogwaardige groenzone van Maarschalkerweerd met zijn sportcomplexen, volkstuinen en stadsboerderijen, en het landschappelijk erfgoed van de Nieuwe Hollandse Waterlinie worden verbonden met het Utrecht Science Park. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken moet wel de multimodale bereikbaarheid flink worden verbeterd, zoals een HOV-verbinding van USP naar Westraven plus de opwaardering van station Lunetten (mogelijk ook als dubbelstation Lunetten Koningsweg), en/of een HOV-verbinding 25 november 2020
via Overvecht en Zuilen naar Leidsche Rijn.54 Het grondgebruik op het USP kan worden geoptimaliseerd, maar een forse intensivering is alleen mogelijk als het bestaande gebiedsconcept wordt herijkt.55 Met de verdichting en transformatie van Rijnsweerd kan ook ruimte ontstaan om USP-functies dichter bij de stad te brengen, ten westen van de A27/A28. 7.1.8 Waterlinieweg Aan de oostkant van de Grote U ligt de Waterlinieweg, een oude rijksweg die nog steeds als een barrière in de stad ligt. De mogelijke afwaardering van deze weg biedt niet alleen ruimte voor verdichting, maar vooral ook de kans om de dwarsverbindingen voor voetgangers en fietsers aanzienlijk te verbeteren en de toegan54 De mogelijkheden voor een dubbelstation Lunetten-Koningsweg worden onderzocht in de MIRT-verkenning OV en Wonen in de regio Utrecht. 55 Het USP heeft in 2018 de ambitie geformuleerd dat het een vitale omgeving voor leren, werken, zorgen en verblijven moet worden. Het wijst een aantal concrete verdichtingslocaties aan en plekken waar de groenstructuur verbeterd moet worden. De vraag is echter of dit Ambitiedocument voldoende groeiruimte oplevert op de langere termijn. Zie: Ambitiedocument Utrecht Science Park, USP 2018.
kelijkheid van de Lunetten en de grote landschappen ten oosten van de stad te vergroten. 7.1.9 Museumspoorlijn De zone rondom de Museumspoorlijn bestaat uit een aaneenschakeling van restgebieden en kleine volkstuincomplexen. Hier liggen mogelijk kansen om de kwaliteit van het groen te versterken en tegelijkertijd ruimte te maken voor verdichting. 7.1.10 Overvecht Ook de zone rondom de spoorlijn bij Overvecht kent veel restruimte die zich goed leent voor intensivering van het grondgebruik. Rondom station Overvecht is volop ruimte voor transformatie en verdichting waardoor de achterliggende wijken een stevige impuls kunnen krijgen en de barrière van de spoorlijn geslecht kan worden. Overvecht zou kunnen doorontwikkelen tot een stevig knooppunt en scharnier tussen Hilversum/Almere/ Amersfoort en het USP. En bij realisatie van het noordelijke deel van het Wiel kan
54 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
het ook een schakel worden tussen de knopen bij Leidsche Rijn Centrum, Zuilen en het USP. 7.1.11 Rest van het stedelijk kerngebied De intensivering van de Grote U is de grootste opgave in het stedelijk kerngebied. Maar dit sluit niet uit dat er ook in andere delen van het stedelijk kerngebied veranderingen zullen plaatsvinden. In Maarssen, Nieuwegein, Kanaleneiland en Overvecht liggen verschillende buurten met leefbaarheidsvraagstukken, kansen om te verdichten, de noodzaak om de verouderde woningvoorraad te verbeteren en de wens om het voorzieningenaanbod te versterken. Deze opgaven zijn niet nader uitgewerkt in het Ontwikkelperspectief, maar zijn in de berekening van het potentieel laadvermogen voor wonen en werken wel meegenomen. Bovendien worden bij de uitwerking van de Grote U ingrepen voorgesteld die ook direct positieve ruimtelijke en sociaal-economische effecten kunnen hebben op deze buurten. Denk aan mogelijk 25 november 2020
Afbeelding 26 - De drie Metropoolpoorten.
nieuwe fiets- en HOV-verbindingen die de bereikbaarheid van werk en voorzieningen verbeteren, de mogelijke investering in landschappelijke en recreatieve structuren of de kansen om de milieuhinder te reduceren.
7.2 Metropoolpoorten Binnen de Grote U liggen drie nieuwe stedelijke centra met substantiële ontwikkelruimte voor hoogstedelijke gemengde woonwerkmilieus die het stedelijk kerngebied de ruimte geven om door te groei-
55 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
en naar een polycentrische MRU. Deze Metropoolpoorten liggen strategisch in nationale netwerken, zijn goed ontsloten via het Wiel met Spaken en bouwen voort op de bestaande ruimtelijke en economische structuren. Bovendien spelen ze een belangrijke rol in het slechten van ruimtelijke en mentale barrières, waardoor de nabijheid in het stedelijk kerngebied versterkt wordt en de groene verbindingen tussen stad en landschap verbeteren. Ten slotte kan de ontwikkeling van de Metropoolpoorten, in combinatie met de realisatie van het Wiel met Spaken, leiden tot een substantiële ontlasting van Utrecht Centraal. Voor de drie Metropoolpoorten is nader verkend wat de ruimtelijke impact is van de voorgestelde leefmilieus, de ontwikkeling van een beter landschappelijk netwerk en de inpassing van grote bereikbaarheidsmaatregelen. Deze verkenning is vooral bedoeld om de ontwikkelkansen en opgaven te illustreren en te laten zien dat er directe verbanden zijn tussen de mogelijke ontwikkelruimte en investeringen in leef25 november 2020
baarheid, landschap en bereikbaarheid. Het zijn dus nadrukkelijk eerste (theoretische) verkenningen. Om tot realistische gebiedsuitwerkingen te kunnen komen is nog veel gedetailleerd vervolgonderzoek nodig, in nauwe samenwerking met de betrokken gemeenten, de provincie, de spoorsector en het Rijk. 7.2.1 Metropoolpoort Oost (Lunetten Koningsweg - USP) Deze Metropoolpoort vormt het hart van het nationale lifesciences-cluster, nabij de Utrechtse binnenstad en het waardevolle cultuurhistorische landschap van de Nieu-
we Hollandse Waterlinie. De eerste grote opgave is het versterken en verbeteren van de groene scheg langs de Kromme Rijn die door ontbrekende wandel- en fietsroutes, verrommeling en grote barrières (Waterlinieweg en A27/A28) in werkelijkheid veel minder kwaliteit heeft dan het kaartbeeld doet vermoeden. De ontwikkeling van de Groene Parel rondom Amelisweerd kan in de verbinding tussen stad en landschap een belangrijke rol spelen, maar is ook op zich een aantrekkelijke bestemming. Met de geplande groene verbinding over de A27/A28 wordt voor 2030 een eerste stap gezet. De oude
Kader 2 - UNESCO Nieuwe Hollandse Waterlinie De Nieuwe Hollandse Waterlinie is een verdedigingslinie van 85 kilometer lang. De linie loopt van Muiden tot aan de Biesbosch en is 3 tot 5 kilometer breed. Ze bestaat uit 45 forten, 6 vestingen, 2 kastelen, 85 mitrailleurkazematten, ruim 700 betonnen schuilplaatsen en kazematten en ruim 100 militaire sluizen en waterwerken. Een belangrijk deel daarvan ligt in de Metropoolregu Utrecht, waaronder het Waterliniemuseum Fort Vechten. De Nieuwe Hollandse Waterlinie is het grootste rijksmonument van Nederland en is in 2019 door Nederland voorgedragen voor UNESCO Werelderfgoed als uitbreiding op de Stelling van Amsterdam, die al sinds 1996 deze status heeft. Samen vormen ze straks het Werelderfgoed de ‘Hollandse Waterlinies’. In opdracht van het Rijk en de Liniecommisie is de voordracht voorbereid om op zijn vroegst in 2020 de UNESCO status te verkrijgen (bron: programmabureau Nieuwe Hollandse Waterlinie).
56 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
entree van het landgoed, aan de westzijde van de A27/A28, wordt met deze groene verbinding hersteld, waardoor Amelisweerd veel dichter bij de stad komt te liggen. Maar er is nog veel meer nodig. Voor de ontwikkeling van deze Metropoolpoort en een gezonde stad is de realisatie van een goed recreatief netwerk noodzakelijk waardoor het landschap en het erfgoed van de Waterlinie beter toegankelijk worden. Daarnaast vraagt de toename van het inwoneraantal in de MRU ook om een verbetering en intensivering van het grote aantal sportcomplexen in dit gebied. De ontwikkeling van de Sportas naast de Zuidas in Amsterdam laat zien dat het opnieuw organiseren en inrichten van sportinfrastructuur een enorme kwaliteitsimpuls aan de sportverenigingen, de stad en het landschap kan geven. Rondom de waardevolle recreatieve en cultuurhistorische landschappen liggen verschillende kansrijke locaties waar het mogelijk is om te verdichten, rekening 25 november 2020
Afbeelding 27 - Zoekgebied Metropoolpoort Oost
houdend met de (toekomstige) UNESCO Werelderfgoedstatus van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Er is nog volop ruimte om meer gemengde stedelijke milieus te realiseren en de groei van het lifesciences-cluster de ruimte te geven.
Het lifesciences-cluster is van nationaal belang en de motor van dit cluster, het USP, moet aanzienlijk beter bereikbaar worden. Door te investeren in hoogwaardige openbaar vervoer en fiets ontstaat ook de kans om op en rondom het USP
57 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
een beter evenwicht te realiseren tussen wonen, werken en voorzieningen, zodat de leefbaarheid en levendigheid verbetert en het aanwezige en toekomstige HOV beter benut wordt. Bovendien is er op het USP nog volop ruimte voor verdere verdichting als het huidige ruimtelijke concept van de campus herijkt kan worden. Daarnaast ligt het voor de hand om de nabijgelegen satellietlocaties van het lifesciences-cluster beter te benutten en goed met het USP te verbinden. Denk bijvoorbeeld aan de verbinding met USP-De Bilt, onder andere gericht op vaccinontwikkeling, de instituten in Zeist en de stationsomgeving van Bunnik. Minstens zo belangrijk is de transformatie van het gebied rondom de Weg tot de Wetenschap en de Archimedeslaan. Deze ontwikkeling kan de verbinding tussen het USP en de binnenstad van Utrecht aanzienlijk verbeteren en daardoor de mentale afstand verkleinen. Daarbij kan slim ingespeeld worden op de ruimte die zal ontstaan door de geplande reconstructie van het snelwegknooppunt Rijnsweerd, in 25 november 2020
het kader van de geplande aanpassingen van de A27/A28. Vooral ten noorden van de Archimedeslaan zal dit veel nieuwe ontwikkelruimte opleveren. Rondom station Lunetten is ook ruimte voor transformatie en verdichting, evenals rondom sta-
dion Galgenwaard. Hier liggen kansen om een aantrekkelijk en gemengd stedelijk leefmilieu te realiseren, rekening houdend met de erfgoedwaarden van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, en voldoende ruimte voor groen, sport en ontspanning.
Tabel 3 - Mogelijke maatregelen Metropoolpoort Oost Laag
Hoog
Bandbreedte woningen
6.900 19.300
Bandbreedte arbeidsplaatsen
7.500 12.000
Groene scheg
Versterken Groene Parel Amelisweerd, versterken Nieuwe Hollandse Waterlinie, verbeteren recreatieve fietsroutes (o.a. langs Kromme Rijn).
Bereikbaarheid
Ingrijpende verbetering ov-bereikbaarheid, bijvoorbeeld door Wiel met Spaken (noord en zuid) en station Lunetten-Koningsweg.
Leefbaarheid
Ontwikkelen en versterken van sportcomplexen, slechten van barrières spoor, A27/A28 en Waterlinieweg, reductie geluidsbelasting.
Specifieke opgave
Nieuwe balans tussen stedelijke verdichting, knooppuntontwikkeling en landschap/ cultuurhistorie.
58 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
In deze Metropoolpoort is ruimte voor 7.000 tot 19.000 woningen en 7.500 tot 12.000 arbeidsplaatsen. Dit is een forse bandbreedte, die mede afhankelijk is van de investeringen die worden gedaan om deze Metropoolpoort beter bereikbaar te maken, zowel voor fiets, HOV als trein. Op dit moment is de bereikbaarheid van het USP al onvoldoende. De verbinding richting Utrecht Centraal met de Uithoflijn is te krap, en ook de vele bussen op de Heidelberglaan en doorgaand via de Binnenstadsas zorgen voor veel knelpunten. Het oostelijke deel van het Wiel met Spaken, dat nu wordt onderzocht in de MIRT-verkenning OV en Wonen, kan cruciaal zijn om de groeiende reizigersstromen naar het USP op te vangen en een alternatief te bieden zonder dat verbindingen richting Utrecht Centraal daarmee worden belast. Ook het noordelijke deel van het Wiel met Spaken kan hier een belangrijke rol spelen.
25 november 2020
Afbeelding 28 - Zoekgebied Metropoolpoort Zuid.
7.2.2 Metropoolpoort Zuid (A12-zone) Westraven, het bedrijvengebied Kanaleneiland, de Galecopperzoom en Laagraven-Liesbosch liggen op een strategische schakel tussen Utrecht en Nieuwegein, in het verlengde van de hoogstedelijke ont-
wikkeling langs het Merwedekanaal. Hier liggen grote kansen om een gevarieerd hoogstedelijk en gemengd woonwerkmilieu te realiseren, mooi gelegen aan de oevers van de kanalen die een belangrijke recreatieve functie krijgen en de verbin-
59 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
ding leggen naar Utrecht en het buitengebied. De grote opgaven zijn het oplossen van de forse barrières met alle bijkomende niveauverschillen, het realiseren van een aantrekkelijk leefklimaat en een goede lokale en regionale bereikbaarheid, zowel voor fiets, HOV als auto. In deze Metropoolpoort is ruimte voor 1.000 tot 25.900 woningen 7.500 tot 26.000 arbeidsplaatsen, mede afhankelijk van de mate waarin de kantoorbehoefte rondom Utrecht Centraal en in de andere twee Metropoolpoorten wordt geaccommodeerd. De belangrijkste ontwikkellocaties voor de (hoog)stedelijke milieus kunnen het bedrijvengebied Kanaleneiland, de Galecopperzoom en Westraven zijn. De bedrijventerreinen Liesbosch en Laagraven worden vooral ingezet voor het intensiveren van bedrijvigheid. Dit gebied speelt immers een heel belangrijke rol voor stedelijke en regionale logistiek en distributie. Daarmee wordt in dit Ontwikkelperspectief voortgebouwd op de inzichten die zijn ontstaan met de verken25 november 2020
ningen die in het kader van het project A12-zone zijn verricht. De mogelijke HOV-ontsluiting voor gebiedsontwikkeling naar Nieuwegein en Utrecht Zuidwest is een belangrijke stap om de bereikbaarheid te verbeteren. Maar pas als er ook een oost-west HOV-verbinding gerealiseerd wordt (tussen USP, Westraven en Leidsche Rijn) wordt deze Metropoolpoort ook goed verbonden met de andere knooppunten in de Grote U en ontstaat de kans om Westraven te ontwikkelen als een hoogstedelijk knooppunt op het Wiel met Spaken. Daarnaast is het noodzakelijk dat de ruimtelijke ontwikkeling niet leidt tot verdere belasting van de A12, die nu al zwaar belast is. Alleen al door de autonome groei van het wegverkeer neemt die belasting toe (zie NMCA). Dit betekent dat er geïnvesteerd moet worden in passende oplossingen voor huidige en toekomstige mobiliteitsknelpunten. Modelberekeningen tonen aan dat bijvoorbeeld een goede re-
gionale autoverbinding parallel aan de A12 aanzienlijk bijdraagt aan de ontlasting van de snelweg en een betere bereikbaarheid van de A12-zone. Ook flankerend mobiliteitsbeleid kan mogelijk bijdragen aan de ontlasting van de A12. Naast het effect van extra autoverkeer op de A12 is het inperken van autoafhankelijkheid van belang om voldoende ruimte voor leefkwaliteit te kunnen realiseren. Dit kan op verschillende manieren. Een van de mogelijkheden is het verwijderen van de aansluiting van Westraven op de A12. Hierdoor komt er een aanzienlijke hoeveelheid ontwikkelruimte beschikbaar aan beide zijden van de A12, wordt een grote barrière geslecht en neemt de verkeersdruk op de Europalaan aanzienlijk af. Dit soort keuzes vraagt echter wel om een integrale strategie voor de autobereikbaarheid van de hele zone langs de A12, zoals de woonboulevard, en de verdere effecten van het verwijderen van een aansluiting op de rest van het mobiliteitssysteem en de leefbaarheid van stad en regio.
60 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
Bij de intensivering van bedrijventerrein Laagraven-Liesbosch moet wel aandacht worden gegeven aan de realisatie van goede recreatieve verbindingen naar de Laagravense plassen. Dit gebied heeft een sterke landschappelijke kwaliteit en behoort grotendeels tot het landschap van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het is de noodzakelijke landschappelijke contramal voor de ontwikkelingen in de A12-zone en Houten en kan verder worden doorontwikkeld tot een belangrijke Groene Parel. Door in dit gebied de recreatieve en ecologische waarden verder te intensiveren ontstaat een Groene Parel die de verbinding legt met de historische structuren van de Waijensedijk, stadslandbouw, fruitboomgaarden, het kasteel Heemstede en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, met de Plofsluis als absoluut hoogtepunt. Ook ten westen van de A2 kan een nieuwe Groene Parel ontwikkeld worden, die de verbinding legt tussen de stedelijke A12-zone, de bestaande wijken van Nieuwegein en het aantrekkelijke buitengebied rondom de Hollandse IJssel. Naast de 25 november 2020