9.4 Eindrapport Utrecht Nabij
Tekst van het document
Utrecht Nabij Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid Metropoolregio Utrecht 2040, met een doorkijk naar 2050
25 November 2020
Voorwoord Met het Ontwikkelperspectief Utrecht Nabij schetsen we een toekomstbeeld voor de Metropoolregio Utrecht tot 2040, met een doorkijk naar 2050. We geven hiermee een krachtig antwoord op de grote uitdagingen waarvoor we gezamenlijk staan: voldoende woningen voor iedereen, een grote diversiteit aan werklocaties van kantoren tot maakindustrie, behoud van een goede bereikbaarheid, kwalitatief hoogwaardige en goed bereikbare landschappen en een voortvarende aanpak van de leefbaarheidsopgaven. Kortom: gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen. We zijn trots op de richting die we met Utrecht Nabij geven aan de ontwikkeling van de regio. En trots op de samenwerking waarmee we dit voor elkaar hebben gekregen. Het Ontwikkelperspectief is een visie, géén vastomlijnd plan. In 2021 werken we de visie in vervolgstappen verder uit en blijven we met elkaar samenwerken en overleggen. Het Ontwikkelpad wordt periodiek geijkt en bijgesteld. Gezamenlijk vervolgonderzoek kan immers aanleiding geven tot bijsturing en aanscherping. Met het vaststellen van dit ontwikkelperspectief
and
e ni tek
ng
PM
Handte
kening P
M
kunnen we elkaar ook aanspreken indien beslissingen genomen worden die niet rijmen met het pad. Als bestuurders van de betrokken partijen verbinden we ons aan dit perspectief en spannen we ons maximaal in om de visie en het Ontwikkelpad de basis te laten zijn voor verder onderzoek, uitwerking en doorwerking in producten als de Nationale Omgevingsvisie, de Omgevingsvisie provincie Utrecht, het Integraal Ruimtelijk Perspectief van de U16 en gemeentelijke omgevingsvisies, maar ook in vervolgafspraken in het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving en in het Bestuurlijk Overleg MIRT. Ieder vanuit zijn of haar eigen verantwoordelijkheid en bevoegdheid. Daarmee dragen we allemaal bij aan het versterken van het Stedelijk Netwerk Nederland zoals omschreven in de Nationale Omgevingsvisie. De komende jaren is er nog veel werk aan de winkel om de visie tot uitvoering te brengen. Maar dankzij de goede samenwerking en het wenkend Ontwikkelperspectief zijn we ervan overtuigd dat we hierin slagen. We gaan samen aan de slag met Utrecht Nabij!
Handtekening PM
H Cora van Nieuwenhuizen
Stientje van Veldhoven
Kajsa Ollongren
Wolter Leiseboer
Minister van Infrastructuur en Waterstaat
Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Regioambassadeur, ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Arne Schaddelee
Huib van Essen
Lot van Hooijdonk
Sander Jansen
Gedeputeerde provincie Utrecht en
Gedeputeerde provincie Utrecht
Wethouder gemeente Utrecht
Wethouder gemeente Zeist en vertegenwoordiger U16
voorzitter programmaraad U Ned 25 november 2020
Inhoudsopgave Samenvatting
5
6.4 Ontwikkel complementaire Metropoolpoorten
Begrippen en definities
7
6.5 Focus op het versterken van economische clusters
1. In de knoop - regionale opgaven van nationaal belang
9
6.6 Organiseer slimme, gezonde en veilige mobiliteit
2. Wat voorafging - en hoe het verdergaat
11
6.7 Maak het mobiliteitssysteem samenhangend en multimodaal, zet
2.1 MIRT-onderzoek
in op alles 7. Stedelijk kerngebied - het Ontwikkelperspectief
2.2 U Ned 2.3 Visies en perspectieven
7.1 Stedelijk kerngebied en de Grote U
2.4 Beoordelingskader en analyse
7.1.1 Lage Weide
2.5 Vijf modellen en zeven inzichten
7.1.2 Leidsche Rijn Centrum en station Zuilen
2.6 Knooppuntenanalyse en focusgebieden
7.1.3 Papendorp
2.7 Stevige basis voor het Ontwikkkelperspectief
7.1.4 Het centrale deel van de A12-zone
3. Utrechts fundament - kwaliteiten
20
7.1.5 Laagraven-Liesbosch
4. Kansen voor verbetering - trends en opgaven
25
7.1.6 Landschapspark Laagraven Oost
4.1 Sterke bevolkingsgroei
7.1.7 Groenstedelijke zone Lunetten tot Utrecht Science Park
4.2 Snelle groei werkgelegenheid
7.1.8 Waterlinieweg
4.3 Bereikbaarheid onder druk
7.1.9 Museumspoorlijn
4.4 Hoog voorzieningenniveau, maar kwetsbaar in de kleinere kernen
7.1.10 Overvecht
4.5 Groen en landschap op zoek naar een nieuwe balans
7.1.11 Rest van het stedelijk kerngebied
4.6 Gezond leven, maar niet overal
7.2 Metropoolpoorten
4.7 Veranderend klimaat
7.2.1 Metropoolpoort Oost (Lunetten - USP)
5. Utrecht Nabij - de visie
37
7.2.2 Metropoolpoort Zuid (A12-zone)
6. Zeven samenhangende principes
41
7.2.3 Metropoolpoort West (Leidsche Rijn - Zuilen)
6.1 Concentreer nieuwe woningen en banen in het stedelijk kerngebied
7.3 Regiopoorten
en rond grotere regionale ov-knooppunten 6.2 Investeer in stedelijk groen en maak landschappen beter bereikbaar en toegankelijk 6.3 Intensiveer woon- en werklocaties in binnenstedelijke tussengebieden
25 november 2020
7.3.1 Sprintercorridor Breukelen-Rhenen Regiopoort 1 - Breukelen
Regiopoort 2 - Bunnik
3 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
48
7.3.2 Sprintercorridor Utrecht-Amersfoort en
8.4 Transitie naar een samenhangend en multimodaal mobiliteitssysteem
HOV USP-Zeist-Amersfoort
8.4.1 Verminderen autoafhankelijkheid
Regiopoort 3 - De Bilt-Bilthoven
8.4.2 Samenhangend netwerk van ov-verbindingen
8.4.3 Balans in een samenhangend wegennet
Regiopoort 4 - Zeist-Noord
9. Route naar de toekomst - het Ontwikkelpad
7.3.3 Sprintercorridor Woerden-Houten Castellum-
Tiel/’s Hertogenbosch
9.1 Adaptief ontwikkelen
Regiopoort 5 - Woerden
9.2 Leeswijzer adaptief Ontwikkelpad
Regiopoort 6 - Houten
9.2.1 Verbeelding van het Ontwikkelpad
Regiopoort 7 - Vianen
9.2.2 Fasering van het Ontwikkelpad
7.4 Vitale kernen 8. Ruimte voor gezonde groei - aanzet voor een programma
9.3 Vervolgstappen 75
9.3.1 Ontwikkelpad inclusief monitoring
8.1 Landschap
9.3.2 Concrete mobiliteitsaanpak van de verstedelijking
8.2 Wonen
9.3.3 Regiopoorten en Groene Poorten
8.2.1 Wonen in de Grote U en het stedelijk kerngebied
9.3.4 Mobiliteitsstrategie
8.2.2 Wonen in de Regiopoorten
8.2.3 Wonen in de vitale kernen
9.3.6 Groenopgave
8.2.4 Nieuwe uitleglocaties
9.3.5 Metropoolpoorten en verstedelijking Grote U
Rijnenburg Bunnik-Zuid 8.3 Werk 8.3.1 Onderzoek en innovatie 8.3.2 Maakindustrie 8.3.3 Kantoorlocaties 8.3.4 Distributie
25 november 2020
4 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
98
Utrecht Nabij - samenvatting Wat is de opgave? Het succes van Utrecht is het verhaal van een groeiende, centraal gelegen metropoolregio, waar mensen graag willen wonen, werken, studeren en recreëren. Dat succes heeft ook een keerzijde: een overbelast mobiliteitssysteem en een afnemende kwaliteit van leven. De komende twee decennia staan 80 duizend arbeidsplaatsen en 104 tot 125 duizend woningen (een stad zo groot als Eindhoven) op het programma, ligt er een grote energie-opgave en moet er ruimte worden gevonden voor duizenden hectares landschappelijk groen. De gevolgen voor de bereikbaarheid zijn enorm, en dat is niet alleen een zaak van de regio zelf, maar ook een nationaal belang. Want Utrecht is de draaischijf van Nederland, zowel voor de spoorlijnen als de snelwegen. Gezonde groei is alleen mogelijk door groter te denken en als gemeenten, provincie en Rijk er samen de schouders onder zetten: inhoudelijk én financieel. Vandaar dit gezamenlijk Ontwikkelperspectief. Visie - Utrecht Nabij Nabijheid is het leidende principe voor de toekomst van de metropoolregio. Werk, school, winkels, gezondheidszorg, sport, recreatie, landschap: alles is vanuit huis zoveel mogelijk te voet, per fiets of met het ov goed bereikbaar. Utrecht Nabij geldt niet alleen voor het stedelijk gebied, maar ook voor de grote en kleine kernen.
Nabijheid betekent dat nieuwe ontwikkelingen dáár komen, waar al veel mensen wonen of werken en waar het openbaar vervoer al goed geregeld is of kan worden. Zo versterken nieuwe woningen en banen en passant de bestaande stad, en wordt het motto van Utrecht – gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen – bewaarheid.
25 november 2020
Samenhangende principes 1. Concentreer nieuwe woningen en banen in het stedelijk kerngebied (de stad Utrecht, Maarssen, Nieuwegein en IJsselstein) en rond grotere regionale ov-knooppunten. 2. Investeer in stedelijk groen en maak landschappen beter bereikbaar en toegankelijk. Zorg niet alleen voor kwantitatieve groei (meer), maar ook voor een kwalitatieve sprong op elk schaalniveau (beter). 3. Intensiveer woon- en werklocaties in binnenstedelijke tussengebieden. Rond de Utrechtse binnenstad ligt een U-vormig gebied (van Lage Weide via de A12-zone tot Overvecht) waar veel verdichtingskansen liggen: de Grote U. 4. Ontwikkel complementaire Metropoolpoorten in de Grote U, hoogstedelijke centra met een attractief woon- en werkklimaat. 5. Focus op het versterken van economische clusters met het zwaartepunt in de Grote U: onderzoek en innovatie (USP), maakindustrie en circulaire economie (Lage Weide), kantoren (Leidsche Rijn en Lunetten), regionale distributie en logistiek (Liesbosch en Laagraven). 6. Organiseer slimme, gezonde en veilige mobiliteit met voldoende alternatieven. Dus meer wandel- en fietspaden, openbaar vervoer, stadsdistributie en digitaal werken. 7. Maak het mobiliteitssysteem samenhangend en multimodaal, zet in op alles: én fiets én openbaar vervoer én weg én beleid om mensen te motiveren de best passende modaliteit te kiezen.
Zowel op lokaal, regionaal als nationaal niveau.
5 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
De Grote U met Metropoolpoorten Verdichting van de Grote U ontlast de binnenstad en Utrecht Centraal, doorbreekt de fysieke en mentale barrières in het stedelijk kerngebied en creëert een fijnmazig netwerk voor fietser en voetganger. Binnen de Grote U liggen drie belangrijke stedelijke ov-knooppunten die goed met de rest van de Metropoolregio Utrecht en Nederland zijn verbonden: 1. Metropoolpoort Oost (Lunetten Koningsweg – USP). 2. Metropoolpoort Zuid (A12-zone). 3. Metropoolpoort West (Leidsche Rijn – Zuilen). De Regiopoorten op corridors Op de ov-corridors liggen zeven gemeenten met een grote potentie voor binnenstedelijke verdichting in combinatie met opwaardering van het openbaar vervoer, de zogeheten Regiopoorten. Dit zijn: De Bilt-Bilthoven, Breukelen, Bunnik, Houten, Vianen, Woerden, Zeist-Noord. Ov-knopen nabij waardevolle landschappen worden entrees tot natuur en landschap (Groene Poorten). En een aantal ov-knopen die goed bereikbaar zijn vanaf het hoofdwegennet worden P+R-poorten, overstapplekken op afstand van de stad Utrecht.
Mobiliteit Om verstedelijking mogelijk te maken, Utrecht als landelijke draaischijf in beweging te houden en ruimte te houden voor de noodzakelijke autoverplaatsingen, is maximale inspanning nodig op alle fronten: - Actieve mobiliteit, bijvoorbeeld het realiseren van een fijnmazig nonstopfietsnetwerk. - Wiel met Spaken, hoogwaardige ov-verbinding om de stad heen die het centraal station niet aandoet (Wiel) met dwars daarop verbindingen naar Utrecht Centraal en de regio (Spaken). - Versterken en robuuster maken van het (hoofd)wegennet. - Regionaal parkeerbeleid (herkomst én bestemming) en regionale parkeerstrategie met P+R’s op afstand met optimale ov-ontsluiting. - Gedragsmaatregelen, zoals stimuleren thuiswerken, spreiding schoolen werktijden. Hoe nu verder? Deze visie kunnen we alleen samen uitvoeren. Rijk, provincie, regio en de zestien betrokken gemeenten werken de visie samen uit in concrete stappen en gaan vervolgens aan de slag met deze agenda voor de toekomst. Zodat de MRU in 2040 kan uitgroeien tot een regio van meer dan een miljoen inwoners waar alles nabij is. En waar bovendien ruimte is voor verdere ontwikkeling.
Kleine en middelgrote vitale kernen De andere stads- en dorpskernen krijgen binnen randvoorwaarden voldoende groeiruimte om hun vitaliteit te waarborgen, want ook hier is de nabijheid van werk, voorzieningen en landschap van groot belang. Landschap Ontwikkeling van de regio vereist dat het groen meegroeit: - Versterken landschappelijke structuren (grote schaal). - Koesteren Groene Parels (tussenschaal). - Aanleggen buurt- en wijkparken (kleine schaal). - Uitbouwen groene scheggen (verbinden van de schalen). - Ontwikkelen Groene Poorten (bereikbaarheid met ov).
25 november 2020
6 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
Begrippen en definities Bandbreedte wonen en werken In dit Ontwikkelperspectief is gewerkt met bandbreedtes voor de toekomstige ontwikkeling van woningen en arbeidsplaatsen. De bovenkant van de bandbreedte wordt ruim genomen, omdat er sprake is van theoretisch laadvermogen van locaties. Een zorgvuldige belangenafweging is nog niet gemaakt. Dit betekent dat er verschil kan zijn tussen de aantallen die andere ruimtelijke planvormingstrajecten zijn opgenomen, en de aantallen in dit Ontwikkelperspectief. Draaischijf van Nederland Utrecht is de nationale schakel van het netwerk van autosnelwegen en spoorlijnen. De draaischijf van snelwegen bestaat uit de verknoping van de A2, A12, A27 en A28, beter bekend als Ring Utrecht. De draaischijf van spoorlijnen is station Utrecht Centraal, waar per intercity Rotterdam, Den Haag, Leiden, Amsterdam, Amersfoort, Arnhem en Eindhoven zijn verbonden en per sprinter Woerden, Breukelen, Rhenen, Hilversum en Baarn met elkaar verknoopt worden. Groene Poort Een Groene Poort is een goed bereikbare locatie van waaruit landschappen en natuurgebieden ontsloten worden voor recreanten. Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) Openbaar vervoer met een hoge frequentie en hoge snelheid. HOV zegt in deze studie niets over de vorm van het ov. De keuze voor de vorm van HOV (bijvoorbeeld bus of rail) is afhankelijk van de vervoersplanning.
Metropoolpoort Een Metropoolpoort is een hoogstedelijk centrumgebied buiten de binnenstad van Utrecht. Een Metropoolpoort heeft een hoge tot zeer hoge bebouwingsdichtheid met veel ruimte voor wonen, werken, detailhandel en voorzieningen. Om dit te kunnen realiseren is een optimale ontsluiting met hoogwaardig openbaar vervoer minimaal vereist, evenals goede fietsverbindingen.
Metropoolregio Utrecht (MRU) In dit Ontwikkelperspectief is de Metropoolregio Utrecht gedefinieerd als het westelijke deel van de provincie Utrecht met de gemeenten Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden en Zeist. MIRT-onderzoek MIRT staat voor Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport. Het MIRT bestaat uit projecten en programma’s die zich in het fysieke, ruimtelijke domein afspelen. Hiermee werken Rijk en regio samen aan de concurrentiekracht, de bereikbaarheid en de leefbaarheid van Nederland. Als de opgave nog niet helder genoeg is om een of meerdere MIRT-verkenningen op te starten, kunnen de partijen eerst een (vormvrij) MIRT-onderzoek uitvoeren. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Integrale, strategische beleidsvisie voor de lange termijn van het Rijk. Doorwerking van deze visie vindt plaats via onder andere het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Omgevingsvisie Provincie Utrecht Integrale, strategische beleidsvisie voor de lange termijn van de provincie Utrecht. Doorwerking van deze visie vindt plaats via onder andere de (Interim) Omgevingsverordening Provincie Utrecht. Onderzoeksgebied en invloedsgebied Het onderzoeksgebied voor dit MIRT-onderzoek wordt gevormd door de U16.
Het invloedsgebied is breder en omvat ook de relaties met aanpalende regio’s, met name de Metropoolregio Amsterdam, de regio Amersfoort en de regio Foodvalley.
7 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
Plancapaciteit Het aantal woningen en arbeidsplaatsen dat gerealiseerd kan worden, na afwegingen op het gebied van planologie en haalbaarheid, is de plancapaciteit. Harde plancapaciteit betreft plannen die zijn vastgesteld en in uitvoering zijn of binnenkort gerealiseerd zullen worden. Zachte plancapaciteit betreft potentiele plannen die nog vastgesteld moeten worden, maar wel planologisch mogelijk en praktisch uitvoerbaar zijn. Regiopoort Een Regiopoort is een stedelijk centrumgebied, buiten het stedelijk kerngebied, met een regionaal invloedsgebied. Een Regiopoort heeft een gemengd stedelijk milieu met ruimte voor wonen, werken, detailhandel en voorzieningen. Een goede ontsluiting met hoogwaardig openbaar vervoer is minimaal vereist, evenals goede fietsverbindingen. Ruimtelijk Economisch Programma (REP) De U16 brengt de thema’s wonen, werken, bereikbaarheid, groen, landschap, water, energie en klimaat samen in een Integraal Ruimtelijk Perspectief (visie en strategie) en Programma. Dit vertaalt zich in de gemeentelijke omgevingsvisies. Regionale Energie Strategie (RES) Om het Klimaatakkoord te realiseren is Nederland in dertig energieregio’s verdeeld. Ieder van die regio’s doet een bod hoeveel elektriciteit er in de periode tot 2030 opgewekt kan worden.
In de energieregio U16 werken 16 Utrechtse gemeenten, 4 waterschappen, de provincie Utrecht, Stedin, belanghebbenden en inwoners aan de RES U16.
Stedelijk kerngebied Utrecht, Nieuwegein, IJsselstein en Maarssen. Theoretisch laadvermogen In dit Ontwikkelperspectief is voor verschillende gebiede het theoretisch laadvermogen verkend. Dit is het aantal woningen en arbeidsplaatsen dat in een bepaald gebied gerealiseerd zou kunnen worden. Wat de daadwerkelijke plancapaciteit kan zijn moet bepaald worden op basis van nader onderzoek naar (planologische) randvoorwaarden, maakbaarheid, financiële consequenties en maatschappelijke haalbaarheid. U16 U16 is een samenwerkingsverband van 16 gemeenten, die zich voor grote maatschappelijke opgaven gesteld zien. Het gaat om de gemeenten Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden en Zeist. Wiel met Spaken Het ‘Wiel’ is een tangentiële HOV-verbinding rondom de binnenstad van Utrecht, die de belangrijkste bestaande en nieuwe stedelijke subcentra met elkaar verbindt. De ‘Spaken’ (zowel HOV als trein) staan haaks op het Wiel en leggen enerzijds de verbinding naar Utrecht Centraal en anderzijds met de andere belangrijke ovknooppunten in de Metropoolregio Utrecht. Door het Wiel met Spaken hoeven veel reizigers niet langer via Centraal Station te reizen en wordt de draaischijf Utrecht Centraal ontlast.
Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU2040) De Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 is de nieuwe ruimtelijke strategie voor de ontwikkeling van de stad Utrecht tot 2040. Het wordt onderdeel van de koers van de gemeentelijke omgevingsvisie.
8 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
1. In de knoop – regionale opgaven van nationaal belang In het hart van Nederland ligt de Metropoolregio Utrecht (MRU), een veelzijdige regio met een hoge kwaliteit van leven, een duurzame leefomgeving en een innovatieve economie. De steden, dorpen en landschappen behoren tot de meest aantrekkelijke van Nederland.1 De economie staat wat betreft competitiviteit in de top drie van Europa. 2 De regio is bovendien een cruciale schakel in het nationale en internationale netwerk van snel-, spoor- en vaarwegen. Geen wonder dat deze regio de afgelopen decennia zowel demografisch als economisch snel is gegroeid.
1 Zie ook de monitor Kwaliteit van leven in de regio van het Planbureau voor de Leefomgeving. Hieruit blijkt dat de regio op vrijwel alle indicatoren gemiddeld of beter scoort dan het gemiddelde van alle regio’s in Nederland. Alleen op het gebied van milieu scoort de MRU relatief slecht. 2 Regio Utrecht (provincie) is na Stockholm de meest competitieve regio van alle 268 regio’s in de EU. Bron: Competitiviteit van de regio Utrecht, Afdeling Onderzoek Gemeente Utrecht, oktober 2019.
25 november 2020
9 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
Naar verwachting zal de groei tot 2050 onverminderd doorzetten. 3 De ontwikkeling van de MRU is daarmee bepalend voor de toekomstige concurrentiekracht van Nederland. De MRU staat voor grote uitdagingen. De regio ligt midden in het Stedelijk Netwerk Nederland, zoals dit in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt genoemd. Dit betreft het netwerk van groeiende steden met een goede bereikbaarheid in het gebied Randstad-Amersfoort-Zwolle-Arnhem-Nijmegen-Brabantse stedenrij. Om de eigen kracht van de regio te versterken en de bijdrage aan de Nederlandse economie te borgen, is het noodzakelijk de ontwikkeling van de woningbouw, de economie, het mobiliteitsnetwerk en het groenblauwe netwerk krachtig ter hand te nemen. Daarbij moet tegelijk de bestaande kwaliteit van leven verder worden verbeterd. 3 Diverse onderzoeken van het PBL, CBS en CPB laten zien dat de regionale groei van de U16 zowel in hogere als in lagere economische groeiscenario’s door zal zetten (www.wlo2015.nl).
25 november 2020
Afbeelding 1- Illustratie centrale positie van de MRU ten opzichte van MRA, MRDH, Brainport en FoodValley.
‘Gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen’ is hét regionale motto om de genoemde ontwikkelingen in goede banen te leiden.4 Dit is dan ook de rode draad in het navolgende Ontwikkelperspectief
verstedelijking en bereikbaarheid, waarin Rijk, provincie Utrecht en U16 een gedeeld toekomstbeeld schetsen voor de Metropoolregio Utrecht tot 2040 met een doorkijk naar 2050.
4 U16TRECHT. Gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen, Contour Integraal Ruimtelijk Perspectief (REP), maart 2020.
10 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
2. Wat voorafging - en hoe het verdergaat Het navolgende Ontwikkelperspectief is het eindresultaat van het MIRT-onderzoek Metropoolregio Utrecht (MRU). MIRT staat voor Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport. Het MIRT bestaat uit projecten en programma’s die zich in het fysieke, ruimtelijke domein afspelen. Hiermee werken Rijk en regio samen aan de concurrentiekracht, de bereikbaarheid en de leefbaarheid van Nederland.
25 november 2020
11 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
Grote ruimtelijke projecten zijn tegenwoordig zo complex dat samenwerken en integraal denken noodzaak zijn. Een ingreep raakt tenslotte altijd aan andere belangen en zowel ruimte als geld zijn schaars. Partijen moeten daarom hun ambities, daadkracht, kennis en geld bundelen. Door eerst met andere partijen in gesprek te gaan over het brede palet van ambities, kan een bredere gebiedsopgave worden geformuleerd en komen slimme oplossingen in beeld met een breed draagvlak. Breed beginnen heeft daarom een belangrijke plaats in de Spelregels MIRT.5 2.1 MIRT-onderzoek De Metropoolregio Utrecht (MRU) kampt op dit moment met meerdere nationale en regionale knelpunten. Denk aan de toenemende druk op de infrastructuur, het oplopend tekort aan nieuwe woon- en werklocaties en druk op de leefbaarheid. Om de opgaven en mogelijke oplossingsrichtingen tot 2040 helder in beeld te krijgen is 5 Zie voor meer informatie over het MIRT: www.rijksoverheid.nl.
25 november 2020
Afbeelding 2 - Het onderzoeksgebied van het MIRT-onderzoek MRU.
12 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
besloten om een MIRT-onderzoek op te starten voor de gehele Metropoolregio. En daarmee de basis te leggen voor de start van een of meerdere langjarige (MIRT-) trajecten die leiden tot concrete nationale en regionale investeringen in de MRU.6
- De U16 bestaat uit: Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden en Zeist.
Het MIRT-onderzoek MRU is een gezamenlijk product van de Rijksoverheid, de provincie Utrecht en U16: - Vanuit het Rijk wordt het MIRT-onderzoek getrokken door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en zijn Binnenlandse Zaken (BZK) en Economische Zaken (EZK) nauw bij het onderzoek betrokken. Daarnaast hebben Rijkswaterstaat Midden-Nederland en de spoorsector (ProRail en NS) een belangrijke bijdrage geleverd.. - De provincie Utrecht is vanzelfsprekend een cruciale partner, omdat het onderzoeksgebied een groot deel van de provincie beslaat en er relaties zijn met de andere delen van de provincie, de regio Amersfoort en regio Foodvalley
2.2 U Ned Het MIRT-onderzoek MRU en de samenwerking tussen alle hierboven genoemde partners wordt aangestuurd vanuit de programmaorganisatie U Ned.7 Hierin werken de gemeente Utrecht, de U16, de provincie Utrecht en het Rijk samen om ervoor te zorgen dat de regio tot 2040 én daarna bereikbaar, bewoonbaar en leefbaar blijft. U Ned bestaat behalve uit het MIRT-onderzoek uit verschillende programmaonderdelen met ieder hun eigen opgave en tijdshorizon.
6 Zie ook: MIRT MRU Uitgangspuntennotitie, U Ned juni 2019.
7 Zie voor informatie over U Ned: www.programma-uned.nl.
25 november 2020
In U Ned is een kortetermijnaanpak ontwikkeld die gericht is op gedragsbeïnvloeding van verkeersdeelnemers en kleine infrastructurele en ov-maatregelen. De
kortetermijnaanpak wordt de komende jaren uitgevoerd en biedt ondersteuning aan de langetermijnaanpak, waarin de gewenste mobiliteitstransitie van de regio verder moet worden vormgegeven. Voor de periode tot 2030 is voor 67.000 woningen en 65.000 arbeidsplaatsen bepaald waar deze de komende jaren in de Metropoolregio Utrecht worden gerealiseerd. Daarnaast worden er in die periode mobiliteitsmaatregelen getroffen. In het programma U Ned gaat het dan om de zogenaamde no regret-maatregelen. Hieronder valt een deel van de fiets- en ov-maatregelen die nodig zijn om de ontwikkelingen tot 2030 mogelijk te maken. In de regio worden er in deze periode nog andere grote infrastructurele projecten gerealiseerd, zoals de Ring Utrecht (A12/ A27/A28) en de Noordelijke Randweg Utrecht. Aanvullend op deze projecten is medio 2020 binnen U Ned de MIRT-verkenning OV en Wonen gestart. Uit eerdere analyses bleek dat voor de ontwikkeling van de gewenste woningen en arbeids-
13 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
plaatsen in Utrecht Zuidwest en Nieuwegein extra ov-maatregelen nodig zijn. In deze MIRT-verkenning wordt onderzocht welke ov-maatregelen kansrijk zijn. Oplossingsrichtingen die in ieder geval worden meegenomen zijn: - Een versterkt station Lunetten-Koningsweg. - Een oost-west HOV-verbinding tussen USP, Lunetten, Westraven en Leidsche Rijn. - Een (HOV-)ontsluiting en gebiedsontwikkeling van Nieuwegein en Utrecht Zuidwest. In de startbeslissing van deze MIRT-verkenning is opgenomen dat oplossingen op toekomstvastheid moeten worden beoordeeld. Dit betekent dat de inzichten uit dit Ontwikkelperspectief worden meegenomen in de MIRT-verkenning. Naar verwachting zal in 2022 een voorkeursbeslissing worden genomen en zal duidelijk zijn welke maatregelen daadwerkelijk gerealiseerd zullen gaan worden.
25 november 2020
Eén maatregel die nu al wordt bestudeerd als apart project buiten de MIRT-verkenning (maar wel binnen U Ned) is de mogelijkheid van een nieuwe ov-verbinding tussen Utrecht Science Park en Zeist en Amersfoort. Het Ontwikkelperspectief moet richting geven aan de locaties waar tot 2040 125.000 woningen en 80.000 arbeidsplaatsen zullen worden ontwikkeld. Dit gebeurt op basis van een integrale afweging, waarin verschillende beoordelingscriteria zijn gebruikt. 2.3 Visies en perspectieven Het MIRT-onderzoek beweegt zich tussen nationale, provinciale, regionale en gemeentelijke visievorming. Daarom is er in het onderzoeksproces veel aandacht besteed aan een goede afstemming met lopende planvormingsprocessen in het fysieke en ruimtelijke domein die een focus hebben op wonen, werken, bereikbaarheid en leefbaarheid. Denk bijvoorbeeld aan afstemming met de Nationale
Omgevingsvisie (NOVI),8 de Omgevingsvisie Provincie Utrecht,9 de Contour en Verstedelijkingsstrategie REP,10 diverse gemeentelijke visies (waaronder de Ruimtelijke Strategie Utrecht van de gemeente Utrecht, Omgevingsvisie Nieuwegein, Ruimtelijke Koers Houten), het Toekomstbeeld Openbaar Vervoer (TBOV)11 en de Regionale Energiestrategie U16 (RES).12 Daarnaast is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de kennis die al is ontwikkeld bij lopende onderzoeken voor integrale gebiedsontwikkelingen op lange termijn, zoals de A12-zone waarin de gemeenten Utrecht, Nieuwegein, Houten en provincie Utrecht intensief samenwerken. Tussen al deze planvormingsprocessen is er op hoofdlijnen een brede consensus over de ambities, opgaven en uitgangspunten voor de toekomstige ontwikkeling 8 Zie voor meer informatie over de Nationale Omgevingsvisie: www.denationaleomgevingsvisie.nl. 9 Zie voor meer informatie over de (Ontwerp) Omgevingsvisie Provincie Utrecht: www.omgevingswet.provincie-utrecht.nl. 10 Zie voor meer informatie over het REP: www..utrecht10.nl. 11 Zie voor het Toekomstbeeld Openbaar Vervoer: www. rijksoverheid.nl/onderwerpen/openbaar-vervoer/ betere-verbindingen-openbaar-vervoer/ov-in-de-toekomst. 12 Zie voor meer informatie over de Regionale Energie Strategie: www.energieregioutrecht.nl.
14 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
van de fysieke leefomgeving van de Metropoolregio Utrecht. De lopende planprocessen hebben inhoudelijk flink bijgedragen aan de totstandkoming van dit Ontwikkelperspectief. En andersom zijn veel van de inhoudelijke inzichten die zijn opgedaan in dit MIRT-onderzoek geadopteerd door de verschillende planvormingsprocessen. Deze wisselwerking tussen visievorming op nationaal, provinciaal en regionaal niveau is een mooi voorbeeld van het samenwerken als één overheid. Wisselwerking en kruisbestuiving betekenen ook dat er geen sprake is van een lineair proces. Dat kan, zeker bestuurlijk, soms best ingewikkeld zijn. Daarom is er in het proces voor gekozen om ook een aantal tussenstappen gezamenlijk vast te klikken, zoals een gezamenlijk beoordelingskader. 2.4 Beoordelingskader en analyse Het MIRT-onderzoek is in het voorjaar van 2019 gestart met het opstellen van een beoordelingskader dat alle betrokken partijen houvast biedt om de resultaten van 25 november 2020
Kader 1 - Het beoordelingskader In 2019 is het beoordelingskader voor het MIRT-onderzoek vastgesteld. Hiermee is gedurende het onderzoeksproces meerdere malen beoordeeld of mogelijke ontwikkelingen bijdragen aan een evenwichtige en samenhangende ontwikkeling van wonen, werken, bereikbaarheid, groen en leefbaarheid. Kort samengevat bestaat het beoordelingskader uit de navolgende zeven hoofddoelen en onderliggende subdoelen:
Hoofddoel
Samenvatting subdoelen
Bevorderen van een gezonde, duurzame en energieke regio.
Bevorderen gezonde leefstijl, leefomgeving (o.a. terugdringen hinder geluid en emissies), kansen voor klimaatadaptatie en kansen energietransitie.
Economie versterken: aanjagen economische groei van de regio.
Agglomeratiekracht vergroten en versterken van het vestigingsklimaat.
Verstedelijkingsopgave faciliteren.
Zicht op voldoende plancapaciteit, diversiteit woonmilieus, toegang tot voorzieningen vanuit woongebieden en vergroten toegang tot werk.
Ruimtelijke kwaliteit verhogen.
Verhogen ruimtelijke kwaliteit stedelijk en landelijk gebied, behoud intrinsieke natuurwaarden en cultuurhistorische waarden.
Slimme en toekomstvaste mobiliteit.
Voldoende capaciteit infrastructuur en oplossen urgente knelpunten, versterken robuustheid, vergroten reizigerscomfort en betrouwbaarheid.
Haalbaarheid.
Zicht op uitvoering, mate van adaptiviteit.
Kosten en opbrengsten (financieel).
Beheer en exploitatiekosten, investeringskosten.
15 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
het onderzoek te kunnen wegen. Dit beoordelingskader is niet alleen in nauw overleg met de Rijksoverheid, de provincie Utrecht en de regio U16 opgesteld, maar wordt ook door het REP gebruikt voor zijn eigen planproces om gezamenlijk tot een verstedelijkingsstrategie te komen. Daarom is het beoordelingskader eind 2019 door de gemeenteraden en de Gedeputeerde Staten vastgesteld als kader voor het MIRT-onderzoek en het REP. Zo is gewaarborgd dat de afwegingen op verschillende bestuurlijke niveaus langs een vergelijkbare meetlat gelegd worden.13 Tegelijk met het opstellen van het beoordelingskader zijn analyses gemaakt van de huidige situatie, de situatie in 2030 (als de lopende plannen zijn gerealiseerd) en de opgaven tot 2040 met een doorkijk naar 2050. De resultaten van deze analyses vormen de basis voor het onderzoek en zijn gebruikt als referentiesituatie voor 13 Zie voor het beoordelingskader: www.programma-uned.nl.
25 november 2020
de beoordeling en de doorrekening van effecten.14 2.5 Vijf modellen en zeven inzichten Voor de eerste verkenning van de mogelijke toekomst van de Metropoolregio Utrecht zijn vijf verschillende verstedelijkingsmodellen ontwikkeld om alle denkbare (en soms controversiële) toekomsten te verkennen.15 De modellen zijn gebaseerd op dezelfde uitgangspunten op het gebied van wonen, werken, bereikbaarheid, groen en mobiliteit en ze bouwen allemaal voort op de koers die is ingezet tot 2030, namelijk de ontwikkeling van vitale knopen. Na 2030 kiest ieder model echter een eigen pad: - Model 1 bouwt voort op het grote aantal bestaande knooppunten van openbaar vervoer en biedt een aantrekkelijke basis om verder te optimaliseren en te versterken. 14 Zie: Atlas Referentiesituatie 2020-2030, MIRT-onderzoek MRU, oktober 2019 15 Zie: Vijf modellen voor 2040, MIRT-onderzoek MRU september 2019.
- Model 2 kiest voor de agglomeratiekracht en vitaliteit van de stad Utrecht en de direct aangrenzende gemeenten Nieuwegein en Houten. Dit leidt tot de ontwikkeling van een grotere compacte stad, met de A12-zone als cruciaal project. - Model 3 neemt de aantrekkelijkheid van het Waterlinielandschap en de aangrenzende Heuvelrug als drager voor verstedelijking, vooral gericht op de kracht van het lifesciences-cluster aan de oostflank van de regio en de regio Amersfoort. - Model 4 zoekt de groeiruimte op de verstedelijkingsas van Rotterdam-Den Haag naar Arnhem, waardoor het zwaartepunt van de MRU aan de zuidkant komt te liggen. - Model 5 legt de verbinding met de vitale kennisas van Schiphol en Amsterdam naar Utrecht. Dit leidt tot een sterke stedelijke ontwikkeling langs de A2-corridor en de spoorlijn Amsterdam-Eindhoven.
16 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
Op basis van deze modellen zijn effectanalyses gedaan die onder ander hebben geleid tot de navolgende zeven inzichten die in het najaar van 2019 bestuurlijk zijn vastgesteld:16 1. De regionale en nationale mobiliteitssystemen staan ook zonder de voorgenomen verstedelijkingsopgave op de middellange termijn al onder hoge druk. 2. Generieke maatregelen als parkeerbeleid, P+R-voorzieningen én fors investeren in non-stopfietsroutes en de doorstroming van het ov hebben potentie voor zowel de nationale als de regionale bereikbaarheid. 3. Het verder ontwikkelen van ov-knooppunten in combinatie met ruimtelijke ontwikkeling is een kansrijke koers. Maar op de langere termijn hebben de bestaande knopen onvoldoende capaciteit en ruimte om voldoende te groeien. 4. De grote woningbouwopgave kan worden gerealiseerd binnen de stedelijke gebieden van de regio. De kleine ker16 Zie: BO MIRT 20 en 21 november 2019 – afspraken U Ned
25 november 2020
Afbeelding 3 - Schematische weergave van het trechterproces van het MIRT Onderzoek.
17 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
nen kunnen doorgroeien om hun vitaliteit te versterken, mits dat past binnen het provinciaal beleid. 5. Een kwaliteitsimpuls in de Nieuwe Hollandse Waterlinie is goed voor het vestigingsklimaat, zowel voor de regionale leefkwaliteit als het lifesciences-cluster rondom het USP. 6. De ontwikkeling van de A12-zone kan in potentie een grote bijdrage leveren aan de regionale agglomeratiekracht, aan een betere verbinding tussen Utrecht en Nieuwegein en aan de ruimtelijke kwaliteit. Vanuit leefbaarheid, bereikbaarheid en inpassing is de opgave complex. 7. Nieuwe bypasses voor weg en spoor kunnen effectief zijn voor de doorstroming op het hoofdwegennet, op het spoor en op de regionale schaal. 2.6 Knooppuntenanalyse en focusgebieden De zeven inzichten vormden het vertrekpunt voor de tweede meer gedetailleerde verkenningen van de mogelijke toekomst 25 november 2020
van de Metropoolregio Utrecht. Allereerst is een uitgebreide analyse gemaakt van de ontwikkelruimte na 2030 van alle stationslocaties in de MRU en de kansen voor ontwikkeling van nieuwe knooppunten, zowel op bestaande ov-netwerken als op nieuwe ov-verbindingen. Deze verkenning toont aan dat er een groot potentieel is aan mogelijke ontwikkellocaties voor wonen en werken rondom bestaande en nieuwe knooppunten, maar dat een aantal van deze locaties niet passen binnen vastgestelde beleidsuitgangspunten, erg moeilijk realiseerbaar zijn en/ of slecht scoren in het beoordelingskader. In overleg met de provincie en de U16 zijn deze ov-knopen afgevallen. Vervolgens is onderzocht hoe de mogelijke ontwikkeling van de kansrijke knopen kan leiden tot een samenhangende ontwikkelingsstrategie. Hiervoor zijn drie focusgebieden nader onderzocht in het noordelijke, oostelijke en zuidelijke deel van de Metropoolregio.
De effecten van de ontwikkelingen op het gebied van wonen, werken, landschap en mobiliteit zijn per focusgebied nader geanalyseerd en waar mogelijk doorgerekend. Dit vormde in de zomer van 2020 de input voor de tweede beoordelingsronde van mogelijke ontwikkellocaties en van mogelijke maatregelen op het gebied van bereikbaarheid en leefbaarheid. 2.7 Stevige basis voor het Ontwikkelperspectief De voorgaande stappen in het onderzoek hebben geleid tot een groot aantal inzichten en een duidelijk beeld van de kansrijke ontwikkellocaties en maatregelen op het gebied van mobiliteit en leefbaarheid, die passen binnen de doelen die in het beoordelingskader zijn vastgelegd. Daarmee is een stevige basis gelegd voor het Ontwikkelperspectief. Samen met alle betrokken partijen is het Ontwikkelperspectief in de zomer en het najaar van 2020 uitgewerkt en vervolgens vastgelegd in deze rapportage.
18 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
Het MIRT-onderzoek begon met de opdracht om te komen tot een visie voor de ontwikkeling van de MRU in de periode 2030 tot 2040, met een doorkijk naar 2050. Maar het onderzoek heeft ook duidelijk gemaakt dat de plannen voor 2030 weliswaar zijn vastgesteld, maar dat nog lang niet alles is geregeld om ze ook gerealiseerd te krijgen. Zo zijn de randvoorwaarden voor de woningbouwplannen voor 2020-2030 nog niet op orde, met name op het gebied van bereikbaarheid. Neem de Merwedekanaalzone, deze geplande binnenstedelijke transformatie behoort tot de grootste van Nederland, maar de ontsluiting met openbaar vervoer is nog onvoldoende om de beoogde ontwikkeling volledig te kunnen realiseren. Juist door verder te kijken naar 2040 en 2050 is het mogelijk om de impact van grotere infrastructuurinvesteringen te doordenken en zo ook de gewenste verstedelijking op korte termijn een impuls te geven. Het hier gepresenteerde Ontwikkelperspectief verbindt dus de lopende
25 november 2020
plantrajecten met de grote ontwikkelvraagstukken op lange termijn. De essentie van een MIRT-traject zit in de samenhang. Niet alleen tussen ruimte, infrastructuur en transport, maar ook tussen de regio en het Rijk. Het Rijk draagt bij aan grote investeringen in regionale bereikbaarheidsmaatregelen en verstedelijkingsopgaven, op voorwaarde dat de MRU op haar beurt zorgt dat er voldoende gebouwd wordt om aan de behoefte te voldoen en het lokale en het regionale verkeer de landelijke draaischijven zo min mogelijk belasten. Fietspaden, parkeertarieven, openbaar vervoer en snelwegen hangen dus nauw samen, net als de ontwikkeling van binnenstedelijke ontwikkeling, regionale knopen en de groei van kleine kernen ten behoeve van de lokale vitaliteit. Ook op het gebied van landschap en groen is samenwerking en investering van Rijk en regio nodig, in nauwe samenhang met de verstedelijkingsopgave.
19 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
3. Utrechts fundament - kwaliteiten Het succes van de Metropoolregio Utrecht heeft diepe historische wortels. Al vanaf de Romeinse tijd vormt de regio een strategische schakel in de Europese transportroutes die over de hoger gelegen stroomruggen in de rivierdelta voerden. Steden als Utrecht, Woerden en Wijk bij Duurstede danken hun ontstaansgeschiedenis aan Romeinse castella die deze handelsroutes verdedigden.17
17 Limes Atlas, Bernard Colenbrander, MUST, 2005. Op de plek waar nu de Dom staat, bouwden de Romeinen een badhuis. Woerden was een belangrijke militaire post. De Romeinse routes zijn tot de dag van vandaag te herkennen in de ruimtelijke opbouw van de regio.
25 november 2020
20 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
Ook de vruchtbare landbouwgronden en het overvloedige schone drinkwater uit de Heuvelrug maakten de regio tot een aantrekkelijk vestigingsplaats. Zo groeide Utrecht in de Middeleeuwen uit tot de grootste en welvarendste stad van de Noordelijke Nederlanden. Tot op de dag van vandaag schragen beide fundamenten het aantrekkelijke en gevarieerde regionale vestigingsklimaat. Unieke diversiteit aan (stads)landschappen: - De hogere zandgronden van Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug, in de NOVI benoemd als waardevol landschap, biedt een ontspannen woon- en werkmilieu, met veel ruimte voor recreatie en ecologie. - Het rivierenlandschap van de Kromme Rijn, Leidsche Rijn, Vecht, Hollandse IJssel en Lek herbergt een kralensnoer van kleine vitale steden en kernen met een rijke historie. - Het veenweidelandschap van het Groene Hart, eveneens in de NOVI benoemd 25 november 2020
Groen
Water
Bebouwing
Infrastructuur
Cultuurhistorie
Landelijk gebied
Gezond leven
Rijk aan Water
Mogelijkheden duurzame energie
Aantrekkelijk om te wonen en te werken
Centraal gelegen en goed bereikbaar
Rijkdom aan landschap, erfgoed en cultuur
Robuuste natuur en duurzame voeding
Groen
Water
Energie
Bebouwing
Infrastructuur
Cultuurhistorie
Landelijk gebied
duurzame energie
wonen en te werken
goed bereikbaar
erfgoed en cultuur
duurzame voeding
Energie
Afbeelding 4 leven - UtrechtseRijkkwaliteiten. Bron: Omgevingsvisie Provincie Utrecht, Gezond aan Water Aantrekkelijk om te Centraal gelegenOntwerp en Rijkdom17 aan maart landschap, 2020. Robuuste natuur en Mogelijkheden
21 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
als waardevol landschap, is een open en waterrijk landschap met landbouw, natuur, grote plassengebieden met waterrecreatie en veel ondernemende dorpsgemeenschappen. - De Nieuwe Hollandse Waterlinie, voorgedragen als UNESCO Werelderfgoed, bindt de MRU landschappelijk aaneen, met een uniek netwerk van inundatievelden, watergangen, sluizen, kazematten, lunetten en forten van zeer hoge cultuurhistorische en recreatieve waarde.18 Draaischijf van vervoers- en transportnetwerken: - De MRU is uitstekend bereikbaar. - De A2, A12, A27 en A28 vormen een nationale draaischijf van vitaal belang voor zowel personen als goederen. - Station Utrecht Centraal is de nationale draaischijf in het Nederlandse spoor- en ov-netwerk. 18 De Nieuwe Hollandse Waterlinie is in 2019 door Nederland voorgedragen voor UNESCO Werelderfgoed als uitbreiding van de Stelling van Amsterdam, samen vormen ze straks een Werelderfgoed De Hollandse Waterlinies.
25 november 2020
Afbeelding 5 - Reistijden met auto en openbaar vervoer naar omliggende grote steden, vanuit Utrecht CS.
22 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
- Het Amsterdam-Rijnkanaal is een van de drukst bevaren kanalen ter wereld, ook de Lek is een belangrijke scheepvaartroute.
Afbeelding 6 - Inwoneraantal per gemeente binnen het onderzoeksgebied. Bron: CBS 2020.
25 november 2020
De landschappelijk kwaliteiten, de uitstekende bereikbaarheid en de centrale ligging ten opzichte van de andere belangrijke economische clusters van Nederland, zorgen ervoor dat de MRU een sterk ontwikkeld netwerk van vitale grote en kleine steden heeft, die stuk voor stuk een specifieke kwaliteit en aantrekkingskracht hebben. Woerden heeft als trotse historische stad in het Groene Hart heel andere kwaliteiten dan Zeist, dat vorstelijk in de bossen ligt met een Slotlaan als dorpskern. En de voormalige groeikern Houten, die volledig is ontworpen als fietsstad, spreekt weer andere mensen aan dan Breukelen, dat ondanks de groei van de laatste vijftig jaar nog steeds de sfeer van een buitenplaats aan de Vecht ademt. Het onbetwiste regionale zwaartepunt van de MRU is natuurlijk de stad Utrecht,
23 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
die samen met Nieuwegein, IJsselstein en Maarssen een groot stedelijk kerngebied vormt van 500.000 inwoners, met een oppervlak dat vergelijkbaar is met Amsterdam.19 Door de strategisch ligging en de goede verbindingen zijn de andere grootstedelijke regio’s van Nederland snel bereikbaar. In de stad Utrecht en de aangrenzende gemeenten is de concentratie van inwoners het grootst en zijn de meeste arbeidsplaatsen te vinden. Ook voor horeca, detailhandel, onderwijs, cultuur en wetenschap ligt hier het zwaartepunt. Het is een van de meest competitieve regio’s van Europa. Vooral het lifesciences-cluster van de MRU, met het Utrecht Science Park als middelpunt, behoort tot de top van Nederland. En ondanks deze grootstedelijke concentratie is het aantrekkelijke landschap, net als in alle andere delen van de MRU, altijd nabij. 19 In totaal wonen er ruim 800.000 mensen in de Metropoolregio Utrecht, waarvan ongeveer 500.000 in het stedelijk kerngebied Utrecht, Nieuwegein, IJsselstein en Maarssen.
25 november 2020
24 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
4. Kansen voor verbetering - trends en opgaven Net als in andere grootstedelijke regio’s binnen en buiten Nederland zijn er ook in de MRU grote veranderingen gaande die grote gevolgen kunnen hebben voor de regio, zowel positief als negatief.
25 november 2020
25 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
4.1 Sterke bevolkingsgroei De demografische groei zet onverminderd door, daarnaast zorgen vergrijzing en de groei van het aantal eenpersoonshuishoudens voor een toenemende vraag naar woningen. De druk op de nu al overbelaste woningmarkt neemt dus toe, minder koopkrachtige groepen dreigen geen plek te kunnen vinden. Onderzoek toont aan dat er vooral een groeiende behoefte is aan centrum-stedelijke woonmilieus in en rondom de stad Utrecht en goed bereikbare woonmilieus, nabij centra, in de overige regionale steden en dorpen. 20 Als we kijken naar de concrete bouwplannen en naar de plannen die in 2018 in voorbereiding waren dan zien we dat er in de regio tot 2030 67.000 woningen gebouwd zullen worden mits alle randvoorwaarden voor ontwikkeling op orde zijn. Het grootste deel van deze plannen is gesitueerd in het stedelijk kerngebied en nabij knooppunten. Aanvullend zijn de afgelopen twee jaar nog plannen voor 20 Onderzoek woningbehoefte en woonmilieus U10/U16, Companen 2020.
25 november 2020
Afbeelding 7 - Toename inwoneraantal per gemeente 2015-2030.
26 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
Tabel 1 - Woningbehoefte op basis van Primos 2020
2020-2030
2020-2040
2020-2050
Woningbehoefte
67.000 - 75.000
104.000 - 125.000
137.000 - 158.000
Plancapaciteit 130%
87.100 - 97.500
-
-
15.000 woningen ontwikkeld, door ophogen van bestaande plannen (meer programma), minder planuitval en een toename van potentiële locaties (nog niet al deze locaties zijn planologisch afgewogen). In 2018 en 2019 zijn er in de provincie circa 7.000 woningen aan de voorraad toegevoegd; dit was in eerdere jaren gemiddeld 5.000. De meest recente cijfers laten zien dat de behoefte tot 2030 groter zal zijn: tot 2030 moeten er boven op de 67.000 nog 8.000 woningen bij, in totaal 75.000 woningen, inclusief het langzamerhand inlopen van het woningtekort naar 2 procent in 2035. 21 21 Primos bevolkingsprognose, prognose voor bevolking en huishoudens tot 2040, ABF Research 2020. BZK: ambitie inlopen tekort tot 2 procent in 2035.
25 november 2020
Rijk, provincie en regio hebben de ambitie uitgesproken om aan die behoefte te voldoen. Om voldoende plancapaciteit te hebben, die rekening houdt met uitval van plannen, hebben Rijk, provincie en regio afgesproken om voor de periode tot 2030 te werken met een plancapaciteit van 130 procent. 22 Dat betekent voor een behoefte aan 75.000 woningen een plancapaciteit van tussen de 87.100 tot 97.500. Bij de start van het MIRT-onderzoek was de woningbehoefte tot 2040 geraamd op 104.000 woningen. 23 De nieuwe cijfers laten zien dat deze zal groeien naar 125.000. Tussen 2030 en 2040 moet er dus nog 22 Deze woningbehoeftecijfers zijn in de laatste fase van het MIRT Onderzoek bijgesteld. De basis voor dit MIRT Onderzoek zijn de cijfers uit de Startnotitie: 37.000 woningen in 2030 en 104.000 woningen in 2040. 23 Uitgangspuntennotitie 20 juni 2019, MIRT Onderzoek MRU.
ruimte worden gevonden voor 37.000 tot 58.000 woningen. Een doorkijk naar 2050 komt uit op een geraamde behoefte van nog eens circa 33.000 woningen. Rijk, provincie en regio hebben met elkaar de ambitie uitgesproken om te voldoen aan de behoeftes en een adaptieve en robuuste strategie te ontwikkelen met voldoende ruimte om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. De programmering wordt opgepakt door provincie, regio en gemeenten. Daarbij hoort tevens een goede balans tussen woningbouw en leefkwaliteit, landschap, werkgelegenheid en mobiliteit. Opgave: de realisatie van 104.000 tot 125.000 woningen tot 2040, waarbij Rijk en regio ernaar streven om in de woningbehoefte te voorzien en tot 2030 75.000 woningen te realiseren met een plancapaciteit van 87.100 tot 97.500 woningen tot 2030 in verband met mogelijke planuitval. 24 24 In de nieuwste onderzoeken (Primos 2020) nemen de bevolkingsaantallen verder toe. Uitgangspunt is dat de verhouding tussen de ontwikkeling van de beroepsbevolking en het aantal banen vast staat. Dit betekent dat in vervolgonderzoeken het aantal banen hoger zal zijn, meegroeiend met de grotere wo-
27 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
4.2 Snelle groei werkgelegenheid De economische groei, met lifesciences als internationaal onderscheidend kenniscluster, concentreert zich steeds meer in de gemeente Utrecht. Het afgelopen decennium zijn er in de stad ruim 34.000 arbeidsplaatsen bijgekomen, terwijl in een aantal andere gemeenten van de regio het aantal arbeidsplaatsen zelfs licht is afgenomen. 25 Naar verwachting zal deze trend doorzetten. 26 De groei van arbeidsplaatsen zal deels plaatsvinden in de kenniseconomie en de dienstverlening, beide sectoren zijn sterk aangewezen op stedelijke interactiemilieus. 27 Vooral onderzoek en innovatie zijn belangrijke drijvers van welvaartsgroei, economische ontwikkeling en maatschapningsbouwopgave. 25 Atlas Referentiesituatie 2020-2030, MIRT Onderzoek MRU, oktober 2019. 26 Naar toekomstbestendige werklocaties in de regio U16, Stec groep, mei 2020. 27 Ondanks alle digitale mogelijkheden en onlinecontacten blijken dagelijkse face-to-facecontacten cruciaal voor het functioneren van bedrijven en hun medewerkers. Die contacten komen eenvoudiger tot stand in een stedelijke omgeving, met grote aantallen mensen en bedrijven. Dit is een van de verklaringen is voor de toenemende trek naar steden.
25 november 2020
Afbeelding 8 - Toename arbeidsplaatsen per gemeente 2015-2030.
28 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
pelijke transities. 28 De sterke aanwezigheid van onderwijs- en kennisinstellingen en de samenwerking met bedrijfsleven en overheden vormen hiervoor in de MRU de stevige basis. Maar het versterken van de nationale connectiviteit van de regionale toplocaties is wel een vereiste om door te kunnen groeien. 29 De transitie naar een circulaire economie en de groei van opslag en distributie zullen in de regio Utrecht ook tot veel veranderingen leiden, maar door automatisering zal de groei van het aantal arbeidsplaatsen in deze sectoren beperkt zijn. Wel vragen deze sectoren veel ruimte, terwijl bestaande bedrijventerreinen steeds minder plaats hebben en er tot 2030 nauwelijks nieuwe bedrijventerreinen gepland staan. Werkgelegenheid laat zich echter een stuk lastiger plannen dan woningbouw en infrastructuur. Daarom moet er vooral ingezet worden op het creëren van condities voor de vestiging en groei van bedrijven: 28 Zie ook de Groeibrief en het Topsectoren- en Innovatiebeleid. 29 Zie ook Ruimtelijk-Economische Ontwikkelstrategie (REOS).
25 november 2020
ruimte maken, bereikbaarheid garanderen en voor elk type werkgelegenheid specifieke vestigingsvoorwaarden borgen. Opgave: ruimte creëren en vestigingscondities realiseren om de economische groei te kunnen faciliteren. De totale opgave tot 2040 betreft circa 80.000 extra arbeidsplaatsen, waarvan er waarschijnlijk 65.000 gerealiseerd zullen worden tot 2030. Verdeling van de groei tot 2040 over kantooromgevingen (28.000), bedrijventerreinen (13.000), wetenschap (5.000), winkels (3.000) en overige bedrijfsruimte (als werken vanuit huis, overheid en zorg, gemengde bedrijvigheid in de wijk) en aanleg van 149 hectare nieuwe bedrijventerreinen, boven op de bestaande planvoorraad van 60 hectare. 30
30 In de nieuwste onderzoeken (Primos 2020) nemen de bevolkingsaantallen verder toe. Uitgangspunt is dat de verhouding tussen de ontwikkeling van de beroepsbevolking en het aantal banen vast staat. Dit betekent dat in vervolgonderzoeken het aantal banen hoger zal zijn, meegroeiend met de grotere woningbouwopgave.
4.3 Bereikbaarheid onder druk De mobiliteitsopgave binnen de Metropoolregio Utrecht is groot. De ov-, fiets-, weg- en vaarwegnetwerken worden steeds intensiever gebruikt. Op dit moment zijn er voor openbaar vervoer, weg en fiets al grote knelpunten en die zullen in 2030 alleen maar groter zijn als er geen maatregelen genomen worden. De verkeersbewegingen op het rijkswegennet in de MRU zijn anders van karakter dan in de andere metropoolregio’s in de Randstad. Waar in de MRA en de MRDH meer dan 70 procent van het verkeer op de snelwegen ook een bestemming heeft in deze metropoolregio’s, is dat op de meeste rijkswegen in de MRU maar 50 tot 70 procent. De stad ligt immers aan het kruispunt van de belangrijkste verbindingen noord-zuid (A2/A27) en oost-west (A12/A28) en is zo de draaischijf van Nederland. Dit hoofdwegennet zorgt ervoor dat bovenregionale en internationale bestemmingen goed bereikbaar zijn, zowel voor de regio Utrecht als voor
29 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
andere regio’s in Nederland. Een goede doorstroming op het rijkswegennet (de Ring Utrecht) is dus van groot belang voor Utrecht én voor Nederland. Voor de spoorwegen geldt een vergelijkbaar verhaal. Utrecht Centraal is het belangrijkste station van Nederland waar het grootste aantal nationale spoorverbindingen elkaar kruisen: een nationale draaischijf in het spoorwegennetwerk. Tegelijkertijd is het station ook het belangrijkste regionale ov-knooppunt van waaruit vrijwel alle bestemmingen in de MRU direct bereikbaar zijn. De bereikbaarheid van de MRU staat echter op dit moment al ernstig onder druk, en daarmee ook die van Nederland als geheel. Zowel delen van het hoofdwegennet, het onderliggende wegennet als de ov- en fietsinfrastructuur raken steeds vaker overbelast. Met name in en rond de stad Utrecht kampt de regio met autofiles, fietsfiles en op een aantal lijnen te volle bussen, trams en treinen. De treinverbinding Utrecht – Amsterdam staat onder 25 november 2020
Tabel 2 - Knelpunten draaischijf ov Modaliteiten
Huidige situatie
Toekomstige situatie
Tram corridors - Vanaf 2020 drukste ritten Uithoflijn vol, na 2025 alle spitsritten. Tram perron - Perroncapaciteit Uithoflijn schiet tekort. Tram stijgpunten - Structurele wachtrijvorming van/naar perron Uithoflijn. Bus corridors Beperkte doorstroming Oplopende vertraging bussen (inclusief invloedsgebied), (verslechterde doorstroming) Europalaan/Van Zijstweg, capaciteitsknelpunten, Binnenstadsas. leefbaarheidsknelpunten. Fietsroutes Kruisingsconflicten en drukte Knelpunten nemen toe, bij MKUC, in de binnenstad groter en vaker. en van/naar USP (noord-zuid en west-oost). Fietsenstallingen Huidige capaciteit schiet Vanaf 2025 structureel en tekort. oplopend capaciteitstekort.
druk en met name de toeleidende bus- en tramlijnen richting Utrecht Centraal zijn overbelast. Dit leidt ook tot leefbaarheidsproblemen en doorstromingsknelpunten,
denk bijvoorbeeld aan de grote hoeveelheid bussen op de Binnenstadsas Van Zijstweg – Heidelberglaan.
30 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
Ondanks alle geplande infrastructurele projecten zal de situatie over tien jaar verslechterd zijn. 31 Dat is een logisch gevolg van de autonome mobiliteitsgroei, in combinatie met de groei van woningen en arbeidsplaatsen in de MRU, die vooral in de stad Utrecht zullen landen. Kortom: de druk op de regio is nu al heel erg groot en neemt alleen maar toe. Het huidige verkeers- en vervoerssysteem loopt duidelijk tegen grenzen aan en dit bedreigt zowel de (internationale) concurrentiekracht van de Metropoolregio als de nationale functie als draaischijf. 32 Grote en ingrijpende maatregelen zijn noodzakelijk. Het simpelweg vergroten van de capaciteit van de infrastructuur is geen oplossing. De knelpunten zijn vooral de aansluitingen van de snelwegen op het stedelijk net31 Bij berekeningen voor dit MIRT-onderzoek is ervan uitgegaan dat alle geplande infraprojecten zoals opgenomen in VRU3.4, waaronder NRU, A27, Knooppunt Hoevelaken en A27 Houten-Hooipolder worden uitgevoerd. Het verkeersmodel VRU3.4 neemt het economische scenario Hoog van het CPB voor 2030 als uitgangspunt. Zie ook rapportage Mobiliteit in de regio Utrecht, referentie 2030. 32 Mobiliteit in de regio Utrecht, referentie 2030, MIRT-onderzoek MRU.
25 november 2020
Afbeelding 10 - Deze figuur laat zien waar in 2030 in de ochtendspits de files ontstaan en wat de oorzaken zijn. De capaciteit van de aansluitingen en de weefvakken van de HWN-ring wordt overschreden, waardoor er lange wachtrijen ontstaan die alle rijbanen blokkeren.
werk: daar ontstaan steeds vaker files, die terugslaan op de snelweg. Het verbreden van de snelwegen biedt daarvoor geen oplossing, en het verruimen van de aansluitingen zelf evenmin, simpelweg omdat het stedelijk netwerk zelf de druk niet aankan.
Naast investeringen in fysieke infrastructuur zal dus de organisatie van de mobiliteit ingrijpend ter hand moeten worden genomen. Met slimme combinaties van maatregelen is namelijk een wereld te winnen.
31 UTRECHT NABIJ - Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid MRU 2040
Opgave: faciliteren van een actieve, duurzame en ruimte-efficiënte mobiliteit voor alle modaliteiten, oplossen van de regionale bereikbaarheidsknelpunten in combinatie met het draaiend houden van nationale draaischijven voor spoor en wegverkeer. 4.4 Hoog voorzieningenniveau, maar kwetsbaar in de kleinere kernen Goede voorzieningen zijn cruciaal voor een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Op het gebied van zorg, onderwijs, cultuur, sport en detailhandel is in de MRU vrijwel alles op zeer hoogwaardig niveau voorhanden. Maar de voorzieningen zijn niet gelijkmatig verdeeld over de regio. Het proces van schaalvergroting en concentratie zal de komende decennia waarschijnlijk doorzetten. Denk aan de achteruitgang van het aanbod in lokale winkelcentra en aanloopstraten. 33 Maar 33 Veranderingen in de detailhandelstructuur, mede door de opkomst van het internet, leidt onder andere tot structurele leegstand van winkels. In de afgelopen tien jaar stond in Nederland gemiddeld 8 tot 10 procent van het beschikbare vloeroppervlak leeg. Zie ook: www.clo.nl/indicatoren/nl2151-leegstand-winkels.