6.1 Uitvoeringsagenda Integraal Ruimtelijk Perspectief
Tekst van het document
Uitsnede werkkaart actualisatie IRP (in ontwikkeling): de opgaves in Gebiedspakket Groot Merwede en Rijnenburg. 52
Samenwerking in gebiedspakket Groot Merwede en Rijnenburg: NAAM
FASE
WIE
Keuzes MIRT verkenning OV en wonen
Onderzoek
Richting keuzes A12-zone en Rijnenburg
Onderzoek
Meekoppelkansen en aansluiting regio
Aanleg Waterberging Rijnenburg-Noord
Uitvoering woningbouwplannen korte termijn
Uitvoering
PRIO
€€€
MIRT/UNED: GU, 2026 keuze, GN, I&W, BZK, uitvoering na PU 2035
+
GU, GN, I&W, BZK, PU
+
Deels geborgd, maar tekort
Onderzoek
Onderzoek
Alliantie
Energielandschap Rijnenburg-Noord
Uitvoering
GU, GN, PU
Onderzoek
Afstemming met gebiedsalliantie De Waard en Vijfheerelanden
Afstemming
Waterschap, GU. GN, PU
+
Alliantie: GU, GN, PU, U10
Korte termijn
+
Alliantie De Waard en Vijfheerenlanden en Alliantie Groot Merwede en Rijnenburg Hollandse IJssel zelfstandig opgezet en is er geen relatie met de verstedelijking (in programma, planning, financiën). •
Borgen meekoppelkansen met omliggende gebied: De aanleg van Rijnenburg en de A12-zone hebben grote impact om de omgeving en bieden ook kansen. Hoe sluit de omgeving goed aan, en welke investeringen kunnen een meekoppel effect hebben voor de leefkwaliteit in de regio? Dit op het gebied van groen en landschap, mobiliteit (ov en fiets) en programmatische verbindingen.
•
Aanleg energielandschap Rijnenburg-Noord, langs de A12 met opwekking zon- en windenergie. Dit is vooruitlopend op definitieve keuzes voor de bouw van Rijnenburg en de A12-zone, maar moet wel in de plannen geïntegreerd kunnen worden en geen ontwikkelingen onmogelijk maken.
•
Rijnenburg is als zoeklocatie voor waterberging erg kansrijk, want dichtbij stedelijk gebied en dichtbij het Amsterdam-Rijnkanaal. Rijnenburg-Noord ligt daarbij qua hoogte en bodemsamenstelling het meest voor de hand. De wateropgave is een autonome opgave (nu al nodig) die groter wordt wanneer er meer gebied wordt bebouwd (meekoppelen met gebiedsontwikkeling). 53
Onderzoeken en richtinggevende keuzes in verstedelijking Groot Merwerde en Rijnenburg. Er worden verschillende toekomstige scenario’s
onderzocht voor de A12-zone en voor Rijnenburg. Het gaat in alle gevallen om grootschalige en hoogstedelijke woon-werkmilieus waarbij een uitstekende OVverbinding en een integratie met het landschap randvoorwaardelijk is. •
Loopt, voor 2030
Groenprojecten Hollandse IJssel en KRLL verbinden aan verstedelijking
op korte termijn (Merwedekanaalzone) en bedienen ook in de toekomst A12-zone en Rijnenburg. De keuze in deze MIRT verkenning komt eerder dan bepalende keuzes over A12-zone en Rijnenburg. De regio zet in op ambitieuze keuzes die op een zo goed mogelijke manier de toekomstige bouwlocaties aan het OV-systeem (m.n. Utrecht Centraal) verankeren. •
PLANNING
GU, GN
Verbinden stedelijke ontwikkeling met bredere landschappelijke opgave: Hollandse IJssel, verbinden met Kromme Rijn Linielandschap via de Liesbosch, inrichting Rijnenburg-Noord als landschap waar energie, waterberging en recreatie belangrijke elementen zijn. Het inbedden, aansluiten en dooraderen van groen, water en landschap in en rond deze hoogstedelijke verstedelijkingslocaties is essentieel. Op dit moment zijn GGM projecten Kromme Rijn Linielandschap en
Deelnemers en rollen binnen alliantie Groot Merwede en Rijnenburg:
Vanwege de grote opgave in dit gebiedspakket wordt al langere tijd samengewerkt, op dit moment bijvoorbeeld in het MIRT onderzoek en eerder in de projectgroep A12-zone. Deze samenwerking richt zich vooral op de grote verstedelijkingsopgaven en mobiliteitsopgaven (m.n. Gemeenten Utrecht, Nieuwegein, Provincie en Rijk) en verbreedt zich steeds meer tot een integrale opgave (gebiedskwaliteit, groen, water, energie). Daarnaast zit een opgave in het verbinden van deze verstedelijkingsopgaven met de omgeving. Daarvoor is een ander soort samenwerking nodig om kansen te borgen voor omliggende gemeenten, en te zorgen voor wederkerigheid tussen de verschillende opgaven. Er ontstaat daarmee een samenwerking met een kern die werkt aan de verstedelijkingsopgaven en alles wat daarbij hoort, en een schil van omliggende gemeenten wiens belangen en kansen daarin geborgd moeten worden. De U10 kan hierin een rol vervullen door deel te nemen en te waken voor het regionale belang en het borgen van de uitgangspunten uit het IRP.
Deelnemers en rollen: Gemeente Utrecht (trekkende gemeente – in UNED) Gemeente Nieuwegein (trekkende gemeente – in UNED) Provincie Utrecht (trekkend – in UNED) U10 organisatie (borgen regionale belangen en hoeder IRP, verbinder, aanjager) Gemeente Houten (afstemming belangen en verbinden koppelkansen) Gemeente IJsselstein (afstemming belangen en verbinden koppelkansen) Gemeente Montfoort (afstemming belangen en verbinden koppelkansen) Gemeente Woerden (afstemming belangen en verbinden koppelkansen) HDSR (trekker wateropgave) Acties korte termijn: Uitwerken van een startnotitie die zich met name richt op: -
Voor de trekkende partijen: het doorwerken en voorbereiden van inhoudelijke keuzes in UNED verband Voor de bredere schil: -
Uitweken governance en overlegstructuur (inclusief relevante stakeholders) Benodigde organisatie en middelen
Nadere roldefiniëring en eigenaarschap
Een inhoudelijk beeld van de gezamenlijke opgave die geborgd moet worden Prioritering van gebiedsopgave
54
E) Gebiedspakket Noordwest Het Noordwesten van de regio staat voor de opgave om het landschap van de Polderscheg in samenhang te ontwikkelen met de ontwikkeling van de stad Utrecht binnen haar stadsgrenzen (Leidsche Rijn, Lage Weide) en dit te doen in samenhang met een aantal stedelijke knopen en regiopoorten (Regiopoorten Woerden en Breukelen en ontwikkeling Station Maarssen). Het landschap heeft niet alleen te maken met de toenemende druk vanuit de groei van Utrecht, maar ook van Amsterdam. Net over de regionale grenzen bouwt Amsterdam tienduizenden woningen. Daarin spelen het landschap van de veenplassen, de buitenplaatsen langs de rivieren zoals de Vecht en de cultuurhistorie van de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie een belangrijke rol.
Op dit moment worden de regiopoortopgaven door gemeenten zelf getrokken en is er nog weinig programmatische samenhang en afstemming tussen Woerden en Breukelen. De Polderscheg is als concept nog niet opgepakt of uitgewerkt. Wel wordt in het westen van de regio al samengewerkt aan de opgave voor bedrijventerreinen. De volgende ontwikkelingen vragen erom in samenhang te worden opgepakt: •
Onderzoeken en visie maken voor de Polderscheg: dit landschap tussen Utrecht, Breukelen en Woerden wordt nog niet in samenhang gezien. Net als het Kromme Rijn Linielandschap biedt het Voorstel: kansen om opgaven vanuit natuur, landbouw, water en recreatie in
Uitsnede werkkaart actualisatie IRP (in ontwikkeling): de opgaves in Gebiedspakket Noordwest 55
Samenwerking in gebiedspakket Noordwest: NAAM
WAT
WIE
Polderscheg visievorming
Onderzoek
Realisatie Regiopoort Woerden
Uitvoering
Alliantie: GSV, GW, GRV, GU, PU, Waterschap
Regiopoort Breukelen Onderzoek
GSV
Realisatie Hoogspanning Breukelen-Kortrijk
Uitvoering
Bedrijventerrein en schuifruimte
Recreatieve druk uit Utrecht en AMS
NOVEX Groene Hart
Onderzoek, afstemming
Afstemming NOVEX Schiphol en afstemming MRA
PLANNING
PRIO
Uitvoering plannen voor 2030
+
Stedin, GSV
Korte termijn
+
Onderzoek, afstemming
Alliantie
Korte termijn
+
Uitvoering
Alliantie NOVEX Groene Hart
Loopt. projecten naar uitvoering
+
Afstemming
GSV, GRV, NOVEX, Schiphol, MRA
GW
•
+
Alliantie
samenhang te brengen met de stedelijke opgaven er omheen (regiopoorten, werklandschappen, mobiliteit). Samen werken aan dit landschap als geheel biedt kansen om middelen aan te trekken, en een duidelijk verhaal te hebben in het koppelen van groen-blauwe en rode ontwikkelingen. Ook de inpassing van de energieopgave (o.a. hoogspanningsstation Kortrijk) en opgaven zoals transitie van de Harmelerwaard kunnen hiermee in een breder perspectief gezet worden. Het perspectief voor dit landschap kan als GGM-project worden opgezet door gemeenten Stichtse Vecht, Woerden, De Ronde Venen en Utrecht, in samenwerking met de Provincie en het Waterschap. •
€€€
Regiopoort Woerden kan zich op korte termijn doorontwikkelen. Hiervoor is nog een aantal randvoorwaarden nodig, met name het vinden van schuifruimte voor de bedrijvigheid en een helder perspectief (keuzes) op de mobiliteit in Woerden. De ontwikkeling van Regiopoort Woerden kan in verband gebracht worden met het groene perspectief voor de Polderscheg. Regiopoort Breukelen wordt onderzocht op wat hier mogelijk is. Een accent op werken, regionale bedrijvigheid of ook woningbouw? Hierbij is het regionale perspectief op bedrijvigheid en de verbinding met de landschapsopgave belangrijk. Er liggen kansen om Woerden en Breukelen steviger aan elkaar te koppelen, bijvoorbeeld door het maken van schuifruimte voor bedrijvigheid op korte termijn.
•
Realisatie Hoogspanningsstation Breukelen-Kortrijk: In dit deel van de regio ligt een aantal randvoorwaardelijke oplossingen in de energie infrastructuur, waarvan dit hoogspanningsstation de belangrijkste is.
•
Bedrijventerreinen en schuifruimte: In dit deel van de regio is behoefte aan meer ruimte voor bedrijvigheid. Deels komt dit voort uit de transformatie van locaties naar woningbouw (o.a. Woerden, Merwederkanaalzone). Bedrijventerrein Mijdrecht wordt uitgebreid, maar kan meer aan. Woerden en Stichtse Vecht staan beide open voor een regionaal onderzoek naar potentiële locaties voor een extra regionaal bedrijventerrein. Lage Weide is het grootste bedrijventerrein in de regio, wat volop in een transitie en verdichtingsopgave zit. Deze ruimtelijke puzzel moet in samenhang gelegd worden.
•
Uitvoering NOVEX Groene Hart: de opgaven voor landschap, landbouw, bodemdaling en de transities die hierbij horen, worden opgepakt in de NOVEX Groene Hart, samen met andere gebieden die met vergelijkbare opgaven te maken hebben. Hierin is een tabel met projecten gemaakt die de basis vormt voor de uitvoering van het onderdeel groen, water landschap en vitaliteit in dit deel van de regio. Deze samenwerking verloopt goed en is actiegericht. Deze opgave wordt gedeeld met gebiedspakket Zuidwest.
•
Waar relevant leggen we een link met de UPLGdeelgebieden Utrechtse Venen en Veenweide de Meije, waar wordt gewerkt aan de opgaven voor natuur, 56
water, klimaat en landbouw uit het (concept) Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG). •
•
Recreatieve druk Regio Amsterdam én Utrecht: Er is afstemming wenselijk met Amsterdam over de recreatieve druk in relatie tot de groei van Amsterdam (m.n. Zuidoost). Hierin speelt ook het borgen en benutten van kansen van het werelderfgoed (Nieuwe Hollandse Waterlinie en Stelling van Amsterdam) een rol. Afstemming NOVEX Schiphol en MRA: Gemeenten Stichtse Vecht en De Ronde Venen liggen ook in NOVEX gebied Schiphol. Afstemming hierover en afstemming met de MRA is onderwerp van gesprek in deze gebiedsalliantie.
Acties korte termijn: Opstellen startnotitie met daarin uitgewerkt: -
Een gedeeld beeld over de gezamenlijke opgave
-
Positiebepaling over wenselijkheid en noodzaak samenwerking in gebiedsalliantie
-
En eventueel daarna: -
Prioritering van gebiedsopgave
-
Governance en overlegstructuur (inclusief relevante stakeholders)
-
Benodigde organisatie en middelen
-
Nadere roldefiniëring en eigenaarschap
Deelnemers en rollen binnen alliantie Noordwest:
In dit gebiedspakket wordt nog maar beperkt samengewerkt op de integrale opgave: iedere gemeente werkt haar eigen opgave uit. Maar er liggen gezamenlijke kansen, bijvoorbeeld in het uitwerken van de Polderscheg tot nieuw Groen Groeit Mee project, of het leggen van inhoudelijke relaties tussen de regiopoorten Woerden en Breukelen. Op het gebied van economische profilering en bedrijventerreinen wordt al wel samengewerkt binnen de peiler economie. Daarbij is van belang dat Woerden zich ook richt op de samenwerking met Gouda en Alphen en zich ook richt op de gemeenten in de Krimpenerwaard. Een intensievere samenwerking in dit gebiedspakket vereist dus een andere blik van de gemeenten en een wil om samen te werken op de opgave. Dit start met het duiden van de gezamenlijke opgave. Deelnemers en rollen: Gemeente Woerden Gemeente Stichtse Vecht Gemeente De Ronde Venen Gemeente Utrecht Provincie Utrecht U10 organisatie (borgen regionale belangen en hoeder IRP, verbinder, aanjager HDSR/AGV (trekker wateropgave)
57
5. Uitvoering
Strategie voor uitvoering van het IRP De opgave voor het IRP is sectoraal (H3) en gebiedsgericht
(H4) aangescherpt. Maar wat betekent dat voor de organisatie van de uitvoering?
De uitgangspunten voor realisatie van het IRP
In het IRP, waarmee alle gemeenteraden hebben ingestemd, is een uitvoeringstrategie opgenomen. Daarin is de hoofdlijn voor (de inrichting van) de uitvoering beschreven. De kern is dat de uitvoering van het IRP gebeurt door gemeenten en thematische en gebiedsgerichte allianties. En dat de U10 organisatie de integraliteit bewaakt en de uitvoering faciliteert en aanjaagt vanuit de gezamenlijkheid.
Samenwerkingsprincipes Voordat ingegaan wordt op de werkwijze, rolverdeling en
sturing van de realisatie, is het goed om de samenwerkings-
principes te benoemen. Om de samenwerking in de fase van de realisatie succesvol en slagvaardig te maken, hanteren we, vanuit de bestaande governance U10, een aantal uitgangspunten voor deze aanpak: •
Voor de realisatie van het IRP gelden de volgende uitgangspunten: • De uitvoering van het IRP heeft een centrale en strategische functie binnen de netwerksamenwerking U10 • Eigenaarschap en uitvoeringskracht ligt bij gemeenten en (gebieds)allianties (met overheden en/of marktpartijen). • Het BO IRP bewaakt de integraliteit, faciliteert de realisatie en jaagt deze aan, de U10 organisatie coördineert dit.
We organiseren ons zo simpel mogelijk en werken
•
Als U10 zijn we de gemeenten. We werken dus per
•
Het BO IRP en DO IRP en de U10 zijn onze eigen
De uitvoering in praktijk te weinig vanuit regionaal perspectief plaats vindt;
•
De regio nog meer kansen kan benutten, door als U10 samen op te trekken richting en samen te werken met Provincie, Rijk en andere partijen;
•
De regio verder komt als we in de U10 integraal samenwerken. Ofwel, we merken dat de uitvoering ‘niet vanzelf’ (goed) gaat.
De voorgestane doorontwikkeling van de U10 samenwerking om daartoe gesteld te staan heeft nog een stap nodig. De actualisatie van het IRP geeft aanleiding om met een frisse blik naar de uitvoering te kijken en de samenwerking daarop te richten.
definitie vanuit gelijkwaardigheid;
‘hoeder van de integraliteit’ die nodig is voor het
en tegenstellingen en daarmee bijdraagt om am-bities waar te maken; •
Gemeenten zijn maximaal in de lead in de uitwerking en realisatie van het IRP, de U10 organisatie en het BO IRP en DO IRP zijn hierin ondersteunend;
•
We zorgen dat het IRP landt in (lokaal) beleid, programma’s en samenwerkingsverbanden; • De U10
organisatie biedt die ondersteuning vanuit haar rol als ‘spin in het web’ met een integrale blik, kennis van de inhoud en van het krachtenveld en vanuit
In het IRP is afgesproken dat we elke twee jaar de voortgang monitoren, en indien nodig, het IRP actualiseren en de uitvoering bijsturen. De monitoring in 2024 (onderdeel van deze uitvoeringsagenda) leert dat deze uitgangspunten goed zijn verankerd, maar in de praktijk concreter moeten worden opgepakt.
•
daarin vanuit vertrouwen;
overzicht en coördinatie op het geheel, op kansen
De ervaring van de afgelopen jaren:
De gemeenten geven terug dat: • De gezamenlijkheid die werd ervaren bij het opstellen van het IRP (en uitvoeringsagenda) energie geeft en moet worden vastgehouden;
We zetten de inhoud en de opgave steeds centraal;
•
haar plek aan diverse gremia zoals NOVEX. •
De U10 organisatie werkt overkoepelende strategie en aanpak uit om te voorzien in de behoefte aan
strategische en integrale afstemming tussen be-
stuurstafels, de integrale gebiedsopgaven en part-
ners, alsmede een instrumentarium om tot realisatie van regionale opgaven te komen.
Realisatie van de integrale en gezamenlijke opgaven: de stappen Met de vaststelling van het IRP weten we wat we willen, nu is het zaak om het tot realisatie brengen. Daarvoor zijn de volgende stappen of werkzaamheden van belang: 1.
Naast de realisatie van lokale plannen, worden de (sub) regionale opgaven vertaald in ‘gebiedspak-ketten’ en ‘programmalijnen’. En wordt actief in allianties gewerkt aan de startnotities om dat op te pakken en te organiseren. Het BO IRP en DO IRP jagen dit aan en zorgen dat de uitvoering op de juiste plekken wordt belegd en wordt ingeregeld.
2. Vervolgens is het zaak om regionaal overzicht te houden over welke opgave waar belegd zijn, zodat de voortgang kan worden bewaakt en de monitoring en bijsturing op de realisatie van de regionale opgaven mogelijk is. Hier59
bij zullen integrale afwegingen nodig zijn om te blijven koersen op de inhoud van het IRP. De uitvoeringsagenda IRP en het Adaptief programmeren en het bewaken van ontwik-kelpaden zijn hiervoor belangrijke hulpmiddelen (zie hoofdstuk 6). 3.
4.
Daarnaast is het cruciaal om de belemmeringen voor realisatie op (boven) regionale schaal zoveel mogelijk weg te nemen of in elk geval de kansen en vraagstukken voor de uitvoering te ondersteu-nen. En binnen de U10 afspraken met elkaar en met andere relevante partijen te maken om (mee) te werken aan de uitvoering (beleid, wet- en regelgeving) en om middelen naar te regio toe te halen die nodig zijn voor de uitvoering en gericht in te zetten (prioriteiten, kansen benutten). Gemeenten en regionale stakeholders zien dat de mensen en middelen beperkt zijn en zien financi-ele risico’s en of onrendabele toppen, bijvoorbeeld op het vlak van binnenstedelijk bouwen, verdich-ten van bedrijventerreinen, verbeteren van de bereikbaarheid en investeringen
in groen. Door regio-naal aan een realisatiestrategie te werken, kunnen de gemeenten in de U10 de uitvoeringskracht gericht inzetten en proposities opbouwen. Zo kan de regio samen en eenduidig optrekken naar rijk, provincie en andere partners en zijn we voorbereid, wanneer zich kansen voordoen als de woning-bouwimpuls, toe-
Uitvoering IRP
komstige geldstromen voor financiering van groen en de mobiliteit. 5.
De verschillende opgaven, projecten en programmalijnen moeten samen komen in een regionale meerjarenprogrammering. Dit zorgt ervoor dat de regionale dillemma’s, vraagstukken aan de voorkant scherp neergezet worden, om zo de voorgaande stappen gericht op te kunnen pakken. Ook voor-komt het ad hoc en achteraf (bij)sturen.
6. Tot slot is het cruciaal om de organisatie en werkwijze in te regelen, zodat het programmeren en reali-seren van de opgaven IRP een reguliere werkwijze wordt of is bij gemeenten, allianties en U10 orga-nisatie. Hiervoor is het van belang dat het werken vanuit de integrale opgave en strategie richtingge-vend is (bestuurstafels, allianties) en het IRP een centrale plek heeft in de U10 samenwerking.
Organisatie en Werkwijze
De regionale samenwerking voor de uitvoering van het IRP organiseren we langs een aantal lijnen: via vele lokale projecten, in programmalijnen sectoraal (aan bestuurstafels U10) en programmalijnen integraal (BO IRP) en in gebiedsallianties (BO IRP). Dit is hieronder grafisch weergegeven en wordt daarna beschreven. -
De gebiedsallianties en programmalijnen als ankerpunt
BO IRP - INTEGRAAL
BESTUURSTAFELS - THEMATISCH • • • • •
Duurzame bereikbaarheid Economische positionering Gezonde woon- en leefomgeving Groen en landschap Klimaatneutrale regio
DO IRP
Gebiedsallianties
Programmalijnen
• • • •
• • •
Zuidwest Noordwest Kromme Rijn Noordoost
Metropoolpoorten Regiopoorten Vitale kernen
Programmalijnen • • • • •
Werklocaties Woondeal RES Groen Groeit Mee Parkeren en mobiliteit
Ambtelijk overleg IRP Ambtelijk overleg thematisch U10 organisatie Verhouding van verschillende overlegstructuren in de U10. 60
-
van de uitvoering Het BO IRP dat de taak heeft om de integrale opgaven te borgen en te organiseren De Bestuurstafels die de taak hebben om de sectorale opgaven te borgen en te organiseren Samenwerking in de regio en met hogere overheden Werkwijze van de U10 organisatie om dit te ondersteunen.
Gebiedsallianties
De uitwerking, concretisering en verdieping van de integrale opgaven en maatregelen en de uitvoering van het IRP vindt plaats in gebiedsallianties. Een gebiedsalliantie betreft een samenwerking tussen twee of meerdere deelnemende gemeenten en eventuele andere partijen waarbinnen deze partijen een concrete opgave in samenwerking uitvoeren. Het werken in gebiedsallianties is een manier om invulling te geven aan de doelen in de omgevingswet (over grenzen en thema’s heen kijken). De concretisering van de integrale opgaven en maatregelen enerzijds en de uitvoering van het IRP anderzijds vindt plaats in gebiedsallianties. Een gebiedsalliantie betreft een samenwerking tussen twee of meerdere deelnemende gemeenten en eventuele andere partijen waarbinnen deze partijen een concrete opgave in samenwerking uitvoeren. Het werken in gebiedsallianties is een manier om invulling te geven aan de doelen in de omgevingswet (over grenzen en thema’s heen kijken). De basis voor de samenwerking in gebiedsallianties zijn de gebiedspakketten omschreven in hoofdstuk 4 van de uitvoeringsagenda. In hoofdstuk 4 worden de gebiedspakketten uitgewerkt en wordt de uitvoering neergezet, inclusief de doelen en uitgangspunten voor de gebiedsallianties. De opgave, organisatie, werkwijze en governance is maatwerk en wordt nader uitgewerkt via startnotities per alliantie.
De uitgangspunten van alliantievorming zijn beschreven in artikel 13 van het convenant ‘Samenwerking U10 gemeenten’. Uitgangspunt binnen het IRP is dat de gemeenten (o.b.v. grondgebied) trekker zijn van de allianties en daar andere partijen bij kunnen uitnodigen Indien relevant en gewenst kan de U10 organisatie meewerken in de gebiedsallianties, bijvoorbeeld als aanjager, adviseur (de rol van de U10 wordt uitgewerkt in de startnotities per gebiedsalliantie) of het borgen van de (sub)regionale opgaven. De samenhang tussen de gebiedsallianties wordt geborgd via een integraal bestuurlijk overleg, het BO IRP en DO IRP. De betreffende leden in het DO IRP zijn ambtelijk opdrachtgever van de allianties. De U10 organisatie faciliteert en coördineert dit.
Betrokkenheid provincie bij IRP Hoewel de gebiedsallianties in beginsel iets zijn van de samenwerkende gemeenten, is het logisch en gewenst dat ook de provincie aanschuift bij deze allianties. Daarbij kan het per alliantie verschillen hoe de provincie deelneemt. De provincie zal in de alliantie participeren op basis van het beleid zoals verwoord in de provinciale omgevingsvisie en de omgevingsverordening. De provincie draagt vanuit haar eigen rol en verantwoordelijkheid bij aan de allianties. Daarbij is het goed om te op voorhand te onderkennen dat de beleidskaders op provinciaal niveau (of rijksniveau doorvertaald in provinciaal beleid) soms kunnen schuren met gemeentelijke belangen en ambities. Partijen gaan daarover altijd met elkaar in gesprek, maar dit uitgangspunt kan betekenen dat in sommige gevallen gemeentelijke wensen en ambities geen doorgang kunnen vinden.
Programmalijnen
Naast het werken in gebiedsallianties werkt de regio samen in regionaal samenhangende programmalijnen. In deze programmalijnen kunnen sectorale regiobrede opgaven worden uitgewerkt die onder een bestuurstafel vallen, zoals de programmalijn Woondeal die onder de bestuurstafel Gezonde Woon en Leefomgeving valt, of de programmalijn Groen Groeit Mee die onder bestuurstafel Groen en Landschap valt. Naast sectorale programmalijnen is er ook een aantal integrale programmalijnen: de vitale kernen, regiopoorten en metropoolpoorten. Regionale afstemming tussen deze kernen en poorten helpt omdat de opgaven vergelijkbaar zijn en in samenhang van grote betekenis voor de regio. Deze integrale programmalijnen vallen onder het BO IRP. BO IRP en DO IRP: integraal sturen op uitvoering IRP Het BO IRP is verantwoordelijk voor het borgen van de regionale opgaven en de integraliteit (in onderzoeken, uitwerking en uitvoering), het opstarten van de uitvoeringslijnen (initiëren, aanjagen), het ondersteunen de realisatie (prioriteren, bekostiging, input op de lobby) en het actueel houden van het IRP (monitoring en bijsturing). Het BO IRP coördineert als het gaat om ruimtelijke vraagstukken, met het IRP als inhoudelijk kompas. Het BO IRP identificeert en adresseert dilemma’s. Als het schuurt, als er kansen te pakken zijn, als er onderzoeksvragen ontstaan, dan geeft het BO IRP hierin richting.
Dit loopt via het AO en DO IRP, zoals verder in dit hoofdstuk uitgewerkt. Dit doen het BO IRP en DO IRP door het aansturen van integrale programmalijnen en gebiedsallianties: 1.
Integrale programmalijnen: Uitwerking van regionaal samenhangende integrale opgaven:
61
a.
b. c.
Metropoolpoorten Regiopoorten Vitale kernen
Het BO IRP en DO IRP coördineren en geven aansturing op de integrale programmalijnen. Concreet zorgen ze dat de uitwerking en uitvoering op de juiste plek worden belegd, en er inhoudelijke, procesmatige en/of financiële kaders meegegeven worden. De programmalijnen hebben een bestuurlijk trekker en worden (waar nodig) uitgevoerd en ondersteund door de U10 organisatie. In de huidige praktijk is de aansturing van de programmalijn metropoolpoort Groot Merwede en Rijnenburg deels georganiseerd in U Ned, via de uitwerking van het MIRT Onderzoek en de MIRT Verkenning en deels bij de gemeente Utrecht, voor Rijnenburg en Lunetten-Koningsweg. De nodige samenwerking en afstemming met relevante partijen in het gebied ende omgeving wordt georganiseerd in de projecten (bijvoorbeeld bij de Merwedelijn binnen U Ned) en/of in de 60 61 gebiedsallianties (bijvoorbeeld in Groot Merwede en Rijnenburg), waar de U10 organisatie een van de samenwerkende partijen is, net als de gemeente Nieuwegein. De Regiopoorten organiseren we ook binnen U Ned met trekkerschap vanuit de U10 organisatie en de Provincie Utrecht. Gebiedspakketten: Gebiedsgerichte uitwerkingen in deelgebieden door allianties: d.
Noordwest
e.
Noordoost
f.
Kromme Rijn
g.
Groot Merwede en Rijnenburg
h.
De Waard en Vijfheerenlanden
Het BO IRP faciliteert en stimuleert de samenhang in de uitvoering van gebiedspakketten in gebiedsallianties. Het BO IRP en DO IRP hebben de taak om in gebiedsallianties de regionale en integrale kader te borgen en om tussen de gebiedsallianties de integraliteit te bewaken. Dit doen zij door keuzes voor te bereiden op basis van integrale afwegingen, koppelkansen te benutten en wederkerigheid te organiseren. Ook moeten ze met elkaar af te spreken hoe de realisatie kan worden opgepakt en ondersteund, bijvoorbeeld door een slimme realisatie en/of bekostigingsstrategie of een gezamenlijke lobby naar hogere overheden of prioriteiten. Ook geldt dat als er in de allianties vraagstukken ontstaan die niet binnen het pakket opgelost kunnen worden, deze bij het BO IRP en DO IRP worden neergelegd. Gebiedsallianties kunnen het BO IRP vragen om een opdracht te geven aan de (thematische) bestuurstafels. Gebiedsallianties doen dat niet zelf, omdat afstemming tussen gebieden via het BO IRP en DO IRP loopt. Of een vraagstuk mee te nemen in de regionale realisatie en – ontwikkelstrategie of in een lobby.
Bestuurstafels: thematische samenwerking voortzetten
De bestuurstafels zorgen voor samenwerking op de thematische opgaven waar de regio samen aan werkt. Dit is een voortzetting van de manier waarop de bestuurstafels de afgelopen jaren hebben gewerkt. Vanuit deze uitvoeringsagenda wordt met een aantal programmalijnen een accent gelegd op onderwerpen die voor de opgave en realisatie van het IRP belangrijk zijn. 1. De bestuurstafels zijn: -
Duurzame bereikbaarheid Economische positionering Gezonde woon- en leefomgeving Groen en landschap Klimaatneutrale regio
Bestuurstafels hebben een voorzitter en plaatsvervangend voorzitter en worden ondersteund door de U10 organisatie De bestuurstafels kunnen onderwerpen agenderen op het BO IRP als er integrale afwegingen nodig zijn, maar andersom is ook mogelijk. Het BO IRP kan thematische vragen bij de bestuurstafels neerleggen. Op deze manier wordt de wisselwerking tussen integraal en sectoraal geborgd. 2. Thematische programmalijnen: Vanuit de bestuurstafels wordt een aantal accenten gelegd op programmalijnen die nodig zijn voor de uitvoering van het IRP. Deze sectorale programmalijnen hebben te maken met de urgentie binnen elke sector, zoals omschreven in hoofdstuk 3. De bestuurstafels sturen de programmalijnen aan. Het werk van de programmalijnen interfereren ook met de integrale programmalijnen (o.a. Regiopoorten) en de gebiedspakketten.
Een aantal belangrijke sectorale programmalijnen zijn: • Programmalijn Werklocaties (BT Economische Positionering) die nodig is voor verstedelijking en voor revitalisering en vitaliteit van bedrijventerreinen, denk aan schuifruimte en regionale uitgifteafspraken; • Programmalijn Groen Groeit Mee (BT Groen en Landschap) die de groenopgave voor de regio vertaalt in programma Groen Groeit mee, samen met de Provincie; • Programmalijn Woondeal (BT Gezonde woon- en leefomgeving) werkt aan de uitvoering van de woondeal en zal de komende tijd aan de herziening van de woondeal werken; • Programmalijn RES en netcongestie (BT Klimaatneutrale
•
regio) werkt aan de uitvoering en actualisering van de RES en de netcongestie opgave; Programmalijn Parkeren en Mobiliteitsbeleid (BT Mobiliteit) werkt aan de regionale afstemming van parkeer- en mobiliteitsbeleid.
62
Daarnaast lopen er nog vele andere trajecten aan de bestuurstafels waarvoor onderzoek en/of afstemming plaatsvindt, zoals: • Klimaatneutrale regio: verduurzaming woningvoorraad, PMIEK/Energievisie, warmtetransitie • Groen en landschap: transitie landelijk gebied/UPLG • Gezonde woon- en leefomgeving: PPWW, huivestingsverordening, woningbehoefteonderzoek • Duurzame bereikbare: aanbesteding deelfietsen, mobilitietsprogramma’s van eisen (goed op tweg), afstemming op ARU • Economische Positionering: PPWW, provinciaal kantorenbeleid, evaluatie OMU irt intensiveringsambities, doorontwikkeling innovatieclusters en daaruit voortkomende HMC-behoefte, EBU en ROM jaarplannen.
Koppeling met hoger schaalniveau: Provincie, MRU, NOVEX/UNED, lobby
Voor een groot deel van de realisatie van de regionale opgaven is samenwerking nodig met overheden op hogere schaalniveaus. De U10 vertegenwoordigt de 16 gemeenten in diverse samenwerkingsverbanden en richt de lobby. 1.
Samenwerken richting Provincie Utrecht Waterschappen In de zoektocht naar woon- en werklocaties, maar ook in mobiliteit, groen en water wordt veel samengewerkt tussen gemeenten met de Provincie Utrecht en de waterschappen. Vaak leidt dit tot individuele gesprekken tussen gemeenten en provincie, of gemeenten en waterschappen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het Provinciaal Programma Wonen en Werken. Als de regio vooraf woningbouwprogramma en locaties afstemt en toetst aan het IRP kan een meer samenhangende propositie aan de provincie worden gedaan. Met een gezamenlijke propositie kan het gesprek met de provincie hierover op een ander niveau worden gevoerd. Wel vergt dit binnen de U10 gezamenlijke afwegingen over prioriteiten en keuzes. Ook de wateropgave speelt over gemeentegrenzen heen. Ook in de programmalijnen (o.a. regiopoorten, vitale kernen, bedrijventerreinen, GGM) wordt volop samengewerkt met de provincie en waterschappen en ook vanuit de gebiedsalliantie is samen optrekken belangrijk. Een discussie over een mobiliteitsprobleem, een woningbouwlocatie of een waterbergingsopgave kan beter benaderd worden vanuit een breder perspectief (bijvoorbeeld Vitale Kernen) of vanuit een bredere scope (gebiedspakket) om het juiste gesprek tussen regio en provincie en waterschap te voeren vanuit een gedeelde beleidsambitie. Provincie
en waterschappen worden ook uitgenodigd om deel te nemen in de gebiedsallianties. Of en hoe zij deelnemen zal afhangen van de opgave in de alliantie waarop samenwerking nodig is. De U10 organiseert / we organiseren deze samenwerking vanuit de bestuurstafels, de programmalijnen en de gebiedsallianties. 2. Vertegenwoordiging in NOVEX opgaven Voor de NOVEX-gebieden Utrecht-Amersfoort en het Groene Hart organiseert de U10 (mede) de planvorming (zoals bij adaptief programma NOVEX Utrecht-Amersfoort en werksessies over NOVEX Groene Hart) tegelijkertijd vertegenwoordigt de U10 de gemeenten in deze Rijk-Regio samenwerking. De U10 werkt hierin samen met andere overheden. In het adaptief programmeren wordt samengewerkt met het Rijk (VRO en I&W), de Provincie en de Waterschappen aan de NOVEX Utrecht-Amersfoort. In het adaptief programmeren worden cruciale en richtinggevende keuzes voor de ontwikkeling van de regio als geheel in beeld gebracht. Dit ondersteunt de benodigde besluitvorming die nodig is in de Rijk-Regio samenwerking. Het adaptief programmeren voedt ook de gebiedspakketten, waarin duidelijk wordt welke opgave waar belegd wordt (lokaal, regionaal of NOVEX). 3. Aanjager van de lobby Het Regieoverleg coördineert de lobby en positionering van de regionale lobby.
Deze lobby verloopt via verschillende routes, bijvoorbeeld via de Woondeal, via het UPLG en Groen Groeit Mee, regiodeals en dergelijke. Om de slagingskans van onze inzet in formele overleggen met bijvoorbeeld het Rijk te vergroten, organiseren we buiten deze formele overleggen om verschillende acties. Bijvoorbeeld om relevante context mee te geven, het gevoel van partnerschap te versterken of om nieuwe vraagstukken of overleggen te agenderen en initiëren. Deze acties vormen met elkaar onze lobby. Waar het ons helpt, gebruiken we samen met de regio Amersfoort en de provincie het label Metropoolregio Utrecht. Waar de Metropoolregio Utrecht steeds meer de eenduidige afzender ofwel boodschapper is, is Heart of Health steeds meer de gezamenlijke boodschap die wij en onze Economic Board Utrecht partners met name in Den Haag en Brussel uitdragen. Heart of Health is een voortzetting van het motto van ons Integraal Ruimtelijk Perspectief: ‘gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen.’ Heart of Health valt uiteen in de gezonde leefomgeving, de gezonde mens en de gezonde samenleving. 63
6. Uitvoeringsafspraken
6. Uitvoeringsafspraken Om tot uitvoering van projecten te komen zijn uitvoeringsafspraken nodig. Die afspraken worden gemaakt op het juiste schaalniveau met de juiste partij. De gebiedspakketten geven daarvoor een goed eerste overzicht, deze worden binnen de NOVEX aangevuld met uitvoeringsafspraken met het Rijk. De gebiedspakketten staan daarin centraal. Er is gekozen voor een systematiek waarin IRP en NOVEX beide kunnen werken en elkaar aanvullen. Zo ontstaat overzicht en worden acties/opdrachten/uit te werken onderzoeken en maatregelen benoemd, en ook actiehouders en benodigde investeringen.
Benodigde mensen, middelen en uitvoeringsafspraken
Om de uitvoering echt van de grond te krijgen is het belangrijk om de komende periode de benodigde capaciteit en middelen scherp in beeld te brengen. Dit is nodig per gebiedsalliantie en programmalijn en voor de U10 organisatie gericht op de uitvoering van het IRP. Het uitwerken van een meerjarenprogrammering helpt om dat scherp te krijgen en de prioritering en bekostiging(smogelijkheden) in beeld te krijgen.
Adaptief Programma NOVEX
Dat laatste doen we waar nodig ook met partijen als het rijk en provincie. Via het NOVEX adaptief programmeren wordt
een methodiek ontwikkeld om ook tussen Rijk en Regio afspraken te maken over de uitvoering en kunnen de prioritering en bekostiging in beeld worden gebracht. In NOVEX verband wordt, parallel aan deze uitvoeringsagenda IRP, gewerkt aan een adaptief programma. In 2024 is een adatieve ontwikkelstrategie opgeleverd voor het NOVEX-gebied Utrecht-Amersfoort. Dit brengt de grote keuzes voor de regio in beeld en maakt scherp welke besluiten wanneer nodig zijn en wat er (inhoudelijk) nodig is. Een overzicht van de structurerende keuzes is hieronder opgenomen. Het gaat om: • Randvoorwaardelijke keuzes voor een gezonde leefomgeving: energienetwerk, opwek en verminderen energieverbruik. • Groen (groen groeit mee, GIOS) • Wateropgave (waterberging, drinkwatervoorziening, waterveiligheid) • Schuifruimte bedrijventerreinen • Mobiliteitsmaatregelen • Het versnellen van de woondeal opgave (tot 2030) en het sturen op de randvoorwaardelijkheden daarin • Keuzes over versnelling van de ontwikkeling van regiopoorten
Adaptief Ontwikkelpad (APPM) 65
•
•
•
•
Keuzes over een gefaseerde ontwikkeling van de A12-zone en Rijnenburg in relatie tot de aanleg van de Merwedelijn en andere mobiliteitsmaatregelen. Er wordt een gefaseerde ontwikkeling voorgesteld, zodat niet alle keuzes over de infrastructuur al op korte termijn genomen hoeven te worden. In een later stadium volgen keuzes over het doorontwikkelen van de A12-zone en Rijnenburg in relatie tot de (weg)infrastructuur en snelweglandschappen A12 en A2 Keuzes over de BRT/HOV Utrecht-Amersfoort in relatie tot de ontwikkeling van USP en in een later stadium keuzes over de ontwikkeling van Lunetten/Koningsweg in relatie tot een mogelijke uitbreiding van het spoor en stations
Uitwerking ontwikkelpaden en adaptief programmeren in de gebiedspakketten
In de volgende fase krijgen deze grote keuzes uiteindelijk ook een plek in de gebiedspakketten. Per gebiedspakket moet dit ontwikkelpad uitgewerkt worden. Dit leidt vervolgens tot keuzes en prioritering: wat wordt wanneer uitgevoerd? Daarmee zijn de ontwikkelpaden een hulpmiddel om te komen tot een adaptief programma voor de gehele regio. Door het uitwerken in gebiedspakketten en weer bij elkaar brengen op IRP-niveau ontstaat er samenhang in het adaptief programmeren en kan bijgestuurd worden op prioriteiten en keuzes die nodig zijn om projecten van de grond te krijgen. Het uitwerken van de ontwikkelpaden op deelgebiedsniveau is een onderdeel van het adaptief programmeren NOVEX voor 2025. Deze aanpak sluit direct aan op de gebiedspakketten in het IRP en maakt inzichtelijk voor welke opgaven samenwerking binnen de regio of met het Rijk nodig is. Voor het uitwerken en uitvoeren van de opgaven en/of projecten die weergegeven zijn in de ontwikkelpaden ligt een taak bij gebiedsallianties. . Naast de grote keuzes op langere termijn geldt dat voor de projecten uit de woondeal (tot 2030) gestuurd moet worden op de randvoorwaarden die deze projecten mogelijk maken en waar mogelijk te versnellen.
De uitvoering van deze projecten kennen de hoogste prioriteit en urgentie, en ook daarvoor geldt dat nog niet alle randvoorwaarden op orde zijn en samenwerking met andere partijen, waaronder het rijk, nodig is.
Regionale investeringsagenda
In het IRP is opgenomen dat het van belang is om te werken aan een regionale investeringsstrategie. We zetten graag de stap richting het uitwerken van kosten voor de uitvoering van deze uitvoeringsagenda in een Regionale Investeringsagenda (RIA). Een deel kunnen we mogelijk oppakken binnen de NOVEX. Om inzicht te krijgen in het investeringsvolume en de bekostigingsmogelijkheden voor de realisatie van de opgaven, is tussen Rijk en regio afgesproken om een regionale investeringsagenda op te bouwen. De reikwijdte daarvan moet nog worden verkend, mogelijk is regionaal is en verdieping nodig. Een RIA brengt grofweg in beeld wat het kostenplaatje is voor de uitvoering van de NOVEX opgaven. Deze kosten zijn een inschatting van wat er nodig is op de thema’s wonen en werken, groen en landschap, energie en mobiliteit. Op een aantal opgaven is dit al in beeld, maar voor de uitvoeringsagenda van het IRP als geheel niet. Het opstellen van een RIA helpt om het gesprek tussen regio en rijk, maar ook tussen regio en (private) partners te voeren over de bekostiging van de opgave.
Daarbij hoort ook het in beeld brengen van mogelijke bekostigingsbronnen, waaronder bijvoorbeeld: • Woondeal, WBI • GREX-afspraken • UPLG, GGM • Infrastructuurfondsen • Koppelkansen tussen infrastructuur, landschap, energie (I&W, ProRail) • Regiodeals • Stimuleringsmaatregelen en subsidies • Private financiering In oktober 2024 heeft de VNG een handreiking voor de opstelling van RIA’s gepubliceerd die kan helpen bij het opstellen van een RIA voor de U10.
66
Adaptief Ontwikkelpad Deelgebieden (APPM) 67
Colofon Titel
Uitvoeringsagenda IRP
Auteurs
Kernteam IRP. in samenwerking
Vormgeving
Binnenwerk: SITE Urban Development
Contact
www.utrecht10.nl
met SITE Urban Development
Omslag en huisstijl: DDK
Copyright Citaten en kaartbeelden mogen zonder schriftelijke toestemming van de auteurs worden gebruikt, op
voorwaarde van een duidelijke bron- en naamsvermelding (Kernteam IRP, SITE Urban Development) Publicatiedatum 17 december 2024 Opdrachtgevers
Gemeente Bunnik Gemeente De Bilt
Gemeente De Ronde Venen Gemeente Houten
Gemeente IJsselstein Gemeente Lopik
Gemeente Montfoort
Gemeente Nieuwegein Gemeente Oudewater
Gemeente Stichtse Vecht Gemeente Utrecht
Gemeente Utrechtse Heuvelrug Gemeente Vijfheerenlanden
Gemeente Wijk bij Duurstede Gemeente Woerden Gemeente Zeist
In afstemming met
Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden Provincie Utrecht
68
www.utrecht10.nl