6.1 Concept Jaarverslag (incl jaarrekening) WIL 2022 v13042023
Tekst van het document
Jaarstukken 2022
meer bijzondere bijstand en meer ondersteuning dan voorheen. Om hierin succesvol te zijn investeerden we in de relatie met ketenpartners, met name Vluchtelingenwerk. Samenwerking spitste zicht toe tot het zoeken naar de snelst mogelijke vorm van uitvoering. Aanpassen huidig beleid Vanuit de uitvoering blijkt dat de beleidsregels voor bijzondere regelingen op een aantal punten geactualiseerd of aangepast moeten worden. Dit geldt bijvoorbeeld voor de regels voor de gemeentepolis VGZ en voor de regels voor statushouders. Vanwege andere prioriteiten heeft dit traject in eerste instantie vertraging opgelopen. Het opstellen van nieuwe beleidsregels is opgepakt en het nieuwe beleid zal in de eerste helft van 2023 door de gemeenten worden vastgesteld. Lokale ontwikkelingen armoedebeleid Ook dit jaar voerde WIL het beleid rondom de lokale minimavoorzieningen uit. Hierdoor namen inwoners van de Lekstroomgemeenten deel aan het maatschappelijk verkeer. Voorbeelden hiervan zijn de Stadspas Nieuwegein, de regeling Chronisch Zieken van Houten en de Minimaregelingen maatschappelijke participatie van Lopik. Daarnaast voerde WIL de Regeling Tegemoetkoming Zorgkosten (Lopik) voor het eerst uit, voor de gemeente Lopik.
Voor inkomensondersteuning, meer specifiek minimabeleid en bijzondere bijstand, hebben wij te maken met vier gemeenten die op dit terrein ieder hun eigen beleid ontwikkelen en vaststellen. Dat maakt de uitvoering van de diverse regelingen ingewikkeld en bewerkelijk. WIL-generalisten De generalisten leverden het afgelopen jaar veel inspanning voor de kinderopvangtoeslagaffaire (KOTA). De generalisten begeleidden gedupeerden op verschillende leefgebieden, aangezien de problematiek vaak erg complex is. De financiële problematiek is vaak uitgegroeid tot een multi-probleemsituatie. Daarnaast hebben de generalisten een taak binnen de Vroegsignalering. Zij gaan mee op huisbezoek en zetten zich in op een brede uitvraag van de hulpvraag. De generalisten hadden wederom een scharnierfunctie tussen WIL, de gemeenten (sociale teams) en ketenpartners. 5.2 Operationele doelstellingen KPI Percentage succesvolle schuldregelingen van het totale aantal
Doorlooptijden aanvragen bijzondere bijstand (sec) Percentage afgehandelde aanvragen bijzondere bijstand en in totaal met doorlooptijd < 8 weken (betreft een selectie uit een groter geheel van regelingen) Gebruik van de Collectieve zorgverzekering minima (aan de hand van percentage bereik)
Prestatie 2020 Saneringskredieten: 83,3% Schuldbemiddelingen: 81,9% WSNP: 85,7% 56 dagen 78,3% < 4 weken 83,6% < 6 weken 88,8% < 8 weken 11,2% > 8 weken Houten: 36% IJsselstein: 41% Lopik: 39% Nieuwegein: 40%
Prestatie 2021 Saneringskredieten: 81,5% Schuldbemiddelingen: 91,7% WSNP: 63,6% 87 dagen 62,6% < 4 weken 66,8% < 6 weken 71,8% < 8 weken 28,2% > 8 weken Houten: 38% IJsselstein: 42% Lopik: 37% Nieuwegein: 39%
Begroot 2022 Saneringskredieten: 90% Schuldbemiddelingen: 85% WSNP: 80% 45 dagen 50% < 4 weken 75% < 6 weken 100% < 8 weken Houten: 41% IJsselstein: 45% Lopik: 42% Nieuwegein: 43%
Prestatie 2022 Saneringskredieten: 90,2% Schuldbemiddelingen: 79% WSNP: 80% 66 dagen 77,0% < 4 weken 83,3% < 6 weken 89,3% < 8 weken 10,7% > 8 weken Houten: 39% IJsselstein: 41% Lopik: 40% Nieuwegein: 39%
Helaas behaalden we de doelstellingen qua doorlooptijden bij bijzondere regelingen nog niet. Door in te zetten op doorontwikkeling van het team zijn wij erin geslaagd om een behoorlijke slag te slaan. Het grootse deel van onze klanten wordt snel geholpen, 83% helpen we binnen 6 weken. Het restant vraagt in het kader van maatwerk, complexiteit en hersteltermijn langer de tijd. In 2021 was dit nog beduidend anders, wij vertrouwen er dus op dat met de ingeslagen weg met de doorontwikkeling van het team wij ons hierop blijven verbeteren. 19
Jaarstukken 2022
5.3 Financiële verantwoording Programma Inkomensondersteuning Bijzondere bijstand Wet Kinderopvang Personeelslasten Totaal lasten Bijzondere bijstand Wet Kinderopvang Personeelslasten Totaal baten Saldo van baten en lasten
Rekening 2021 Basisbegroting 3.787.000 3.463.000 318.000 249.000 2.663.000 2.466.000 6.768.000 6.178.000 398.000 269.000 6.000 297.000 701.000 269.000 6.067.000 5.909.000
Wijzigingen 253.000 151.000 61.000 465.000
Begroot 3.716.000 400.000 2.527.000 6.643.000 269.000
0 465.000
269.000 6.374.000
DVO
202.000 202.000
202.000 202.000 0
Gerealiseerd 4.091.000 413.000 2.754.000 7.258.000 263.000 1.000 253.000 517.000 6.741.000
Verschil -375.000 -13.000 -25.000 -413.000 -6.000 1.000 51.000 46.000 -367.000
1. Bijzondere bijstand, nadeel € 381.000 Hogere uitgaven bij bijzondere bijstand (nadeel € 375.000), door het wegwerken van het aantal aanvragen dat op de werkvoorraad stond. Er is ook minder teruggevorderd dan begroot (nadeel € 6.000). De extra opdracht chronisch zieken, die door WIL is uitgevoerd voor Houten (€ 167.400) en Lopik (€ 66.000), wordt ook in de totalen bijzondere bijstand meegenomen. Dit wordt via de eindafrekening aan Houten en Lopik doorbelast. 2. Kinderopvang voor de minima, nadeel € 12.000 Door de samenwerking in het proces met de sociale teams is er meer bekendheid gekomen voor deze regeling en zo ook meer aanvragen. 3. Personeelslasten, voordeel € 26.000 De baten zijn hoger dan begroot, als gevolg van doorbelastingen. Overall resulteert het volgende beeld, naar gemeente uitgesplitst. Conform de GR, artikel 34, wordt het saldo van baten en lasten per gemeente verrekend. Afrekening per gemeente Houten IJsselstein Lopik Nieuwegein Totaal bijdragen gemeente Specificatie regelingskosten Bijzondere bijstand Collectieve zorgverzekering Extra opdracht chronisch zieken Wet Kinderopvang Totaal lasten Bijzondere bijstand Wet Kinderopvang Totaal baten Saldo van baten en lasten
Rekening 2021 Basisbegroting 1.624.000 1.516.000 1.171.000 1.150.000 378.000 335.000 2.894.000 2.908.000 6.067.000 5.909.000
Wijzigingen 121.000 77.000 26.000 241.000 465.000 Houten 814.722 152.613 167.400 141.907 1.276.643 68.126 110 68.236 1.208.406
Begroot 1.637.000 1.227.000 361.000 3.149.000 6.374.000
DVO Regelingskosten Uitvoeringskosten 22.089 1.208.406 609.336 43.025 713.139 518.785 29.167 329.844 143.707 107.450 1.988.599 1.228.797 201.731 4.239.988 2.500.625 IJsselstein 490.981 215.514 54.496 760.991 47.630 222 47.852 713.139
Lopik 226.027 48.044 66.000 3.770 343.841 13.997 13.997 329.844
Nieuwegein 1.373.675 536.367 212.388 2.122.431 133.527 305 133.832 1.988.599
Afrekening -180.742 -4.924 -112.551 -68.395 -366.613 Totaal 2.905.405 952.539 233.400 412.561 4.503.905 263.280 637 263.917 4.239.988
20
Jaarstukken 2022
5.4 Verantwoording eenmalige energietoeslag 2022 Het Rijk besloot om een tegemoetkoming in te voeren voor huishoudens die door de sterk stijgende energiekosten in de knel zouden komen. Door de omvang van de groep huishoudens die in aanmerking zouden komen in combinatie met de hoeveelheid werk om al deze individuele situaties te onderzoeken is in maart 2022 besloten om de Eenmalige energietoeslag 2022 te verstrekken als categoriale bijzondere bijstand. Voor deze regeling zijn middelen beschikbaar gesteld door het Rijk om zowel uitvoerings- als regelingskosten hiermee te dekken (meicirculaire ad € 854 miljoen, septembercirculaire ad € 550 miljoen en decembercirculaire ad 500 miljoen). Dit zorgde voor een precaire balans tussen het uit te keren bedrag per huishouden, de omvang van de doelgroep en zo efficiënt mogelijk te werken om uitvoeringskosten te drukken. De energietoeslag kon tot en met 31 december 2022 worden aangevraagd. Verloop regeling De huishoudens van wie WIL gegevens had en dus kon zien dat zij recht hadden op de toeslag, ontvingen de toeslag in april ambtshalve. Voor de overige huishoudens is in april de aanvraagmogelijkheid geopend. De hoogte van de energietoeslag bedroeg € 800 per huishouden en in juli 2022 besloot het Rijk de energietoeslag met € 500 te verhogen.
In oktober voerde WIL opnieuw een ambtshalve betaling uit aan de klanten die hiervoor in aanmerking kwamen. Klanten die na 1 oktober een aanvraag indienden en recht hadden op de toeslag, ontvingen meteen het verhoogde bedrag van € 1.300. Tot slot maakte de WIL-gemeenten net voor de kerst bekend dat het uit te keren bedrag aan huishoudens opnieuw met € 500 werd verhoogd uit energietoeslag 2023 (de gemeenten waren vrij om een keuze hierin te maken), waarmee het totaalbedrag per huishouden voor 2022 uitkwam op € 1.800. Het budget hiervoor van € 500 miljoen werd met de decembercirculaire beschikbaar gesteld, maar werd overgeheveld van het budget voor de energietoeslag 2023. Opnieuw voerde WIL een ambtshalve betaling uit aan de huishoudens die hiervoor in aanmerking kwamen. Dit gebeurde in februari 2023. Het uitvoeren van deze betaling in het volgende jaar is mogelijk gemaakt door een aanpassing van de Participatiewet. In maart 2023 handelde WIL de laatste aanvragen af die in december 2022 zijn ingediend. Er zullen dan circa 6.500 aanvragen zijn ontvangen, waarvan er circa 5.800 zijn toegekend. Het bereik van de regeling was rond 90% en is in overeenstemming met het landelijk beeld van deze regeling. Het saldo wordt per gemeente afgerekend en hiermee is energietoeslag 2022 afgewikkeld.
Energietoeslag Aantal ambtshalve toekenningen Aantal handmatige toekenningen Aantal toekenningen Aantal afwijzingen Aantal buitenbehandeling/intrekkingen Regelingskosten Uitvoeringskosten Totaal lasten Ontvangen van WIL gemeenten Totaal baten Saldo te verrekenen met gemeenten
Houten 758 693 1.451 149 42 2.535.000 227.000 2.762.000 2.795.000 2.795.000 33.000
IJsselstein 406 760 1.166 115 55 2.059.000 184.000 2.243.000 2.245.000 2.245.000 2.000
Lopik
Nieuwegein 125 297 422 52 15 751.000 68.000 819.000 611.000 611.000 -208.000
1.141 1.604 2.745 266 114 4.884.000 432.000 5.316.000 5.851.000 5.851.000 535.000
Totaal 2.430 3.354 5.784 582 226 10.229.000 911.000 11.140.000 11.502.000 11.502.000 362.000
21
Jaarstukken 2022
6 PROGRAMMA BEDRIJFSVOERING Er zijn kosten die samenhangen met de uitvoering van de programma’s Inkomen, Werk en Inkomensondersteuning, maar niet aan een specifiek programma kunnen worden toegeschreven. Deze kosten worden gedekt uit de algemene dekkingsmiddelen; in het geval van WIL gaat het dan om een bijdrage van de deelnemende gemeenten in de uitvoeringskosten. Deze uitvoeringskosten worden omgeslagen naar de deelnemende gemeenten via een vastgesteld percentage dat vastgesteld is in de begroting. Deze uitvoeringskosten als ook de algemene dekkingsmiddelen hiervoor, zijn onderdeel van de reguliere exploitatiebegroting. 6.1 Operationele doelstellingen bedrijfsvoering KPI Percentage gegronde klachten ten opzichte van het totaal aantal klachten Aantal (gegronde) bezwaarschriften (inclusief herziene besluiten) per 100 klanten BUIG Bereikbaarheid van de dienstverlening door WIL (specifiek bereikbaarheid via telefoon)
Prestatie 2020
Prestatie 2021
5,6% gegrond en 11,1% gedeeltelijk gegrond
2,1% gegrond en 8,3% gedeeltelijk gegrond
Benchmark: 1,8 WIL: 2,0 (Benchmarkwaarden 2020 op basis van 2019) 94% binnen 60 seconden
Benchmark: 1,1 WIL: 1,1 (Benchmarkwaarden 2021 op basis van 2020) 92,3% binnen 69,5 seconden
Begroot 2022 Gegrond: 5% Gedeeltelijk gegrond: 12,5% Gemiddelde benchmark (jaarcijfer) 90% binnen 55 seconden
Prestatie 2022 Gegrond: 9,6% Gedeeltelijk gegrond: 7,7% Het onderdeel bedrijfsvoering van de benchmark is vanaf 2021 niet meer beschikbaar 93,8% binnen 56,3 seconden
Bezwaar en Beroep Dit jaar lieten de afronding van de TOZO (26 bezwaarschriften) en de energietoeslag (45 bezwaarschriften) zich gelden. Toch werden er aanzienlijk minder bezwaarschriften ingediend dan in 2021. Daarbij moet opgemerkt worden dat in 2021 er in verband met de TOZO aanzienlijk meer bezwaarschriften waren ingediend dan andere jaren. Opvallender is de daling in het aantal binnengekomen (hoger) beroepschriften, dit waren er slechts 13. Het gemiddelde in de 5 jaar ervoor was 60 per jaar. In de bezwaarprocedure wordt er rekening gehouden met de menselijke maat. Het lijkt erop dat het besluit van WIL beter aansloot op de behoeften en verwachtingen van de klant. De netto doorlooptijd van de bezwaarzaken bleef met 30 dagen op peil. Klantenservice (KSV) Ondanks de verhoogde werkdruk en verzuim zijn de doelstellingen behaald. Vooral de energietoeslag zorgde voor uitdagingen voor team klantenservice. Er was sprake van incidenteel hogere wachttijden en een toename van agressie van klanten naar de medewerkers. Het aantal binnenkomende telefoontjes is uitgekomen op 27.304. Met de bereikbaarheid van 93%, is de doelstelling van 90% bereikbaarheid behaald. De gemiddelde wachttijd (norm 60 seconden) was ruim 55 seconden. Klanten kregen in ruim 80% van de telefonische contacten direct een antwoord van de klantenservice en hoefden niet doorverbonden of teruggebeld te worden.
Ook klanten die hun vragen stelden aan de receptie, in spreekuren of per e-mail kregen tijdig antwoord van de klantenservice.
22
Jaarstukken 2022
6.2 Financiële verantwoording Bedrijfsvoering Huisvesting ICT Advisering en ondersteuning Innovatieagenda Kantoorkosten Kapitaallasten Personeelslasten Totaal lasten Advisering en ondersteuning Dekking VHL Personeelslasten Totaal baten Saldo van baten en lasten
Rekening 2021 574.000 1.894.000 512.000 175.000 339.000 76.000 4.579.000 8.149.000 226.000 217.000 120.000 563.000 7.586.000
Basisbegroting 661.000 1.658.000 385.000
Wijzigingen 200.000 330.000
354.000 21.000 4.596.000 7.675.000 90.000 192.000 282.000 7.393.000
-21.000 155.000 664.000
0 664.000
Begroot 661.000 1.858.000 385.000 330.000 354.000
DVO
Gerealiseerd 573.000 1.835.000 459.000 212.000 323.000
Verschil 88.000 23.000 -74.000 118.000 31.000
4.751.000 8.339.000 90.000 192.000
24.000 24.000
4.910.000 8.312.000 221.000 192.000 105.000 518.000 7.794.000
-135.000 51.000 131.000
282.000 8.057.000
24.000 24.000 0
81.000 212.000 263.000
WIL is niet belastingplichtig voor de VPB en daarom is deze post niet opgenomen. De besteding van de variabele kosten uittreding VHL is niet expliciet als begrotingswijziging meegenomen in de Turap (Tussenrapportage). Daarom wordt deze apart verantwoord onder 6.3. Omdat dit wel onderdeel is van de bedrijfsvoering worden de cijfers wel onder het programma Bedrijfsvoering meegenomen in het overzicht van baten en lasten. 1. Huisvesting, voordeel € 88.000 Een groot deel van de onderschrijding wordt verklaard doordat we een deel van onze huisvestingskosten hebben doorbelast aan de SW € 40.000. 2. ICT, voordeel € 23.000 De onderschrijding wordt verklaard doordat de kosten van ICT Houten iets lager zijn dan verwacht. 3. Advisering en ondersteuning, voordeel € 57.000 De onderschrijding wordt verklaard door hogere inkomsten dan verwacht. 4. Innovatieagenda, voordeel € 118.000 *Overhevelingsvoorstel naar 2023 van innovatieagenda € 118.000. De implementatie van de innovatieagenda is nog niet volledig afgerond. De nog uit te voeren activiteiten betreffen o.a. de uitvoering van een DPIA en de maatregelen die hierna moeten worden ondernomen voor een goede gegevensbescherming rondom de lokale werkteams. Voorstel is om van dit saldo 2022 € 118.000 over te hevelen naar 2022. 5. Kantoorkosten, voordeel € 31.000 De onderschrijding wordt verklaard door lagere uitgaven dan verwacht. 6.
Personeelslasten, nadeel € 54.000 De personeelslasten zijn € 135.000 hoger dan begroot. Daarnaast zijn er extra baten, € 81.000. 23
Jaarstukken 2022
Overall resulteert het volgende beeld, naar gemeente uitgesplitst. Conform de GR, artikel 34, wordt het saldo van baten en lasten per gemeente verrekend. Afrekening per gemeente
Rekening 2021
Basisbegroting
Wijzigingen
Begroot
Houten IJsselstein Lopik Nieuwegein Totaal bijdragen gemeente
1.857.000 1.582.000 432.000 3.715.000 7.586.000
1.801.000 1.534.000 425.000 3.633.000 7.393.000
162.000 138.000 37.000 327.000 664.000
1.963.000 1.672.000 462.000 3.960.000 8.057.000
DVO Gerealiseerd 24.348
24.348
1.899.130 1.616.909 447.894 3.829.816 7.793.748
Overheveling innovatieagenda 29.000 24.500 6.500 58.000 118.000
Afrekening 34.870 30.591 7.606 72.184 145.252
6.3 Schadevergoeding uittreding gemeente Vijfheerenlanden Schadevergoeding uittreding VHL per jaar Variabele kosten (begroot) Vaste kosten (begroot) Jaarlaag schadevergoeding: Restant vorig dienstjaar: Projectkosten Ontvlechting Vaste kosten (begroot) Variabele kosten Restant dienstjaar:
2019
241.000
2020 759.000 241.000 1.000.000 0
2021 499.000 217.000 716.000 359.000
2022 241.000 192.000 433.000 556.000
2023
476.000
241.000 400.000 359.000
217.000 302.000 556.000
192.000 321.000 476.000*
476.000 0
241.000
0
*Overhevelingsvoorstel naar 2023 van variabele desintegratiekosten € 476.000. Na vaststelling overheveling zal het voordeel nul zijn. De schadevergoeding uittreding gemeente Vijfheerenlanden is enkele jaren terug reeds afgerekend en is toegerekend aan de jaren 2019-2022 conform bovenstaand overzicht plus eenmalige overheveling naar 2023, omdat de kosten in 2023 nog doorlopen. In relatie tot de ontvlechting van VHL en de sterke afbouw van de flexibele schil die hiermee gepaard is gegaan, is het in de ogen van het bestuur legitiem om een aantal personele uitdagingen financieel ten laste van het budget variabele kosten te brengen. Deze kosten hebben betrekking op de reductie van de personeelskosten WIL breed op een termijn van drie jaar. In 2022 is hiervoor € 321.000 uitgegeven en in 2021 € 302.000 (2020: € 400.000 aan advisering en ondersteuning).
24
Jaarstukken 2022
7 DVO – PROGRAMMA SW Financiële verantwoording Sinds 1 januari 2019 voert WIL op grond van dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) onderdelen van de Wet sociale werkvoorziening (hierna: ‘Wsw’) uit voor de gemeenten IJsselstein, Lopik, Nieuwegein, Vijfheerenlanden, Stichtse Vecht en De Ronde Venen. De gemeente Houten neemt de Wsw-dienstverlening niet af. Tussen de afnemende gemeenten, WIL en de gemeente Houten is afgesproken dat de gemeente Houten geen gevolgen zal ondervinden (in financieel- en in organisatorisch opzicht) van de Wsw-dienstverlening aan de gemeenten. Daarom wordt deze DVO separaat afgerekend. DVO-Programma SW Personeelskosten dienstverlening SW Personeelskosten WerkwIJSS ICT Huisvesting Advieskosten Totaal lasten Vaste fee DVO - Stichtse Vecht Vaste fee DVO - De Ronde Venen Detachering Stichting WerkwIJSS Opbrengsten Derden Totaal baten Saldo van baten en lasten
Rekening 2021 2.184.000 150.000 40.000 33.000 2.407.000 260.000 110.000 959.000 -13.000 1.316.000 1.091.000
Basisbegroting 1.327.000 897.000 170.000 40.000 40.000 2.474.000 260.000 110.000 939.000 15.000 1.324.000 1.150.000
Wijzigingen
0
0 0
Begroot 1.327.000 897.000 170.000 40.000 40.000 2.474.000 260.000 110.000 939.000 15.000 1.324.000 1.150.000
DVO
Gerealiseerd 1.389.000 1.098.000 169.000 40.000 1.000 2.697.000 260.000 110.000 1.104.000 7.000 1.481.000 1.216.000
Verschil -62.000 -201.000 1.000 0 39.000 -223.000 0 0 165.000 -8.000 157.000 -66.000
DVO Programma SW nadeel is € 66.000 De personeels- en arbokosten zijn hoger dan begroot (nadeel: € 62.000). Bij WerkwIJSS zijn de personeelskosten ook hoger dan begroot (nadeel: € 201.000), daarnaast zijn de opbrengsten detachering ook hoger dan begroot (voordeel € 165.000). Ook zijn de personeelsbaten (opbrengsten derden) dit jaar negatief (nadeel: € 8.000). Anderzijds vallen de ICT en advieskosten mee (voordeel: € 40.000). Overall resulteert het volgende beeld, naar gemeente uitgesplitst. Conform de GR, artikel 34, wordt het saldo van baten en lasten per gemeente verrekend. Afrekening per gemeente IJsselstein Lopik Nieuwegein Vijfheerenlanden Totaal bijdragen gemeente
Rekening 2021 Basisbegroting 392.000 413.000 111.000 117.000 485.500 512.000 102.500 108.000 1.091.000 1.150.000
Wijzigingen
0
Begroot 413.000 117.000 512.000 108.000 1.150.000
DVO Gerealiseerd Afrekening 436.839 -23.839 123.439 -6.439 541.428 -29.428 114.439 -6.439 0 1.216.145 -66.145
25
Jaarstukken 2022
PARAGRAFEN Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor welke paragrafen moeten worden opgenomen in het jaarverslag. Voor WIL zijn de paragraaf financiering, bedrijfsvoering en de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheer van toepassing. A. Paragraaf Financiering In de wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) en ons treasurystatuut zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie. Deze regeling geeft een uiteenzetting van de kaders, waarbinnen het treasurybeleid wordt vormgegeven. Belangrijk daarbij is dat het financieel beheer zo beheersbaar en transparant mogelijk wordt uitgevoerd. Langlopende leningen en renterisico Op dit moment zijn er geen langlopende leningen. In zowel het huidige – als het vorige boekjaar hebben geen investeringen plaatsgevonden en is er derhalve geen financieringsbehoefte geweest. Door het ontbreken van langlopende geldleningen is de renterisiconorm nu niet van toepassing. Kasgeldlimiet Om het renterisico op korte financiering te beperken, is de omvang van de korte schuld wettelijk (conform de Wet Fido) gelimiteerd tot 8,5% van de organisatie. Dit bedrag wordt de kasgeldlimiet genoemd. Deze grens is ingesteld om te voorkomen dat financieringstekorten worden afgedekt met kortlopende schulden.
Kortlopende schulden zijn doorgaans goedkoper maar brengen een relatief groot renterisico met zich mee. Uit onderstaande overzicht blijkt dat WIL de kasgeldlimiet gedurende 2022 niet heeft overschreden. In zowel het huidige als in het vorige boekjaar zijn geen kortlopende schulden aangegaan anders dan de kortlopende schulden die voortvloeien uit de normale bedrijfsvoering. Omschrijving Kasgeldlimiet 2022 8,5% van Gemiddelde schuld in kwartaal < 1 jaar Vlottende middelen Liquide middelen Schatkistbankieren Kortlopende vorderingen 4. Totaal netto vlottende schuld Ruimte onder renterisiconorm
61.425.000
1e kwartaal 5.221.125 2.945.770 47.613.451 113.736 6.902.468 40.597.247 -44.667.681 49.888.806
Overzicht Schatkistbankieren Omvang begroting 2022 61.425.000 Maximaal bedrag eigen beheer 2,0% (drempelbedrag) Som van de per dag buiten 's Rijksschatkist aangehouden middelen (neg. bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal Kwartaalcijfers op dagbasis buiten 's Rijksschatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag:
2e kwartaal 5.221.125 2.151.073 35.802.125 86.897 7.518.386 28.196.842 -33.651.052 38.872.177
3e kwartaal 5.221.125 1.462.906 19.687.730 84.010 8.619.617 10.984.103 -18.224.824 23.445.949
4e kwartaal 5.221.125 6.539.437 7.925.470 74.508 4.007.135 3.843.827 -1.386.033 6.607.158
1e kwartaal
2e kwartaal
3e kwartaal
4e kwartaal
1.228.500 27.085.501 90 300.950 927.550
1.228.500 26.464.515 91 290.819 937.681
1.228.500 28.190.123 92 306.414 922.086
1.228.500 28.340.297 92 308.047 920.453
26
Jaarstukken 2022
B. Paragraaf Bedrijfsvoering Personeel Formatie in loondienst Inkomen Werk Inkomensondersteuning Bedrijfsvoering SW Totaal
Begroot fte 28,22 38,24 31,52 52,23 33,68 183,89
Werkelijk fte 28,14 39,50 33,66 47,37 28,84 177,51
Verschil Begroting salaris 0,08 2.142.000 -1,26 3.012.000 -2,14 2.503.000 4,86 4.073.000 4,84 2.083.000 6,38 13.813.000
Werkelijke salaris 1.941.000 2.737.000 2.497.000 3.500.000 2.198.000 12.873.000
Begroting inhuur 153.000 152.000 24.000 6.000 0 335.000
Werkelijke inhuur 450.000 178.000 252.000 782.000 167.000 1.829.000
Verschil -96.000 249.000 -222.000 -203.000 -282.000 -554.000
De personeelskosten zijn € 554.000 hoger dan begroot. Daartegen staan baten van € 1.528.000 uit DVO’s, UWV, LKS en Utrechtse Werktafel. Dit overzicht is exclusief de personeelskosten voor de lokale budgetten (€ 967.000), uitvoering van de Energietoeslag (€ 866.000), en de personeelskosten desintegratie (€ 321.000). Deze kosten worden gedekt uit specifieke budgetten. Inhuur In lijn met de wens om meer vast personeel te werven en inhuur zoveel mogelijk te verminderen is een deel van de flexibele formatie van WIL in 2022 formatief gemaakt (in 2021 was de formatie 162 fte en hadden we een inhuurbudget van bijna 1,5 miljoen); de werkelijkheid is evenwel weerbarstiger door verzuim, mobiliteit en de krapte op de arbeidsmarkt. WIL heeft daarom ook in 2022 weer personeel moeten inhuren; in vergelijking met 2021 echter bijna 1 miljoen minder (werkelijke inhuur in 2021 was bijna 2,8 miljoen). Functieherwaarderingen In het kader van de functieherwaardering zijn er een aantal functies bij BuitenhekPlus voorgelegd ter toetsing, in onderstaande tabel staan de herwaarderingen. Functie Generalisten Medewerker budgetbeheer Medewerker uitkeringsadministratie Totaal
Herwaardering Van schaal 9 naar 10 Van schaal 7 naar 8 Van schaal 7 naar 8
Aantal FTE begroot 4,33 3,36 4,5
Verhoging 6.500 6.000 6.000
Totaal 28.000 20.000 27.000 75.000
Ziekteverzuim Het verzuimpercentage is gedaald: van 7,2% naar 6,9%. Het percentage is nog te hoog. Door de komst van een nieuwe bedrijfsarts binnen Zorg van de Zaak die de consulten op kantoor afneemt en de verantwoordelijkheid van de teamleiders als regiehouders op verzuim, is de verwachting dat het percentage nog meer gaat dalen. Landelijk gezien is de daling het gevolg van goed verzuimbeleid omdat de effecten en de invloed van corona zichtbaar is geworden na een jaar van thuiswerken en minder sociale contacten. Daarnaast is de samenwerking met de inzetbaarheidscoach geïntensiveerd, evenals een extern bureau dat is ingezet voor ondersteuning op langdurig verzuim en van werk naar werk trajecten. Deze samenwerking is gericht op preventief verzuim, het begeleiden van frequent verzuim en dossierscreening. De kwaliteitsslag is in afronding en het langdurig verzuim wordt hiermee verlaagd. De casuïstiek vanuit de kwaliteitsslag lopen nog door in 2023 ten laste van de overheveling VHL-frictiebudget. Er zijn drie medewerkers uitgestroomd via de Regeling Vervroegd Uittreden. HR-visie Samen met het MT heeft HR de HR-visie geactualiseerd in het verlengde van de herijkte MT-visie, de zogenoemde: praatplaat. De kernwaarden: ‘eigenaarschap’, ‘vertrouwen’ en ‘samen’ zijn de sleutelwoorden die belangrijk zijn voor de beleidsvisies voor alle HR-aandachtsgebieden. 27
Jaarstukken 2022
Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) Hierin worden alle arbeidsrisico's in kaart gebracht en de te ondernemen acties voor een gezonde en veilige werkplek voor iedereen. Deze is uitgevoerd en de rapportage inclusief acties en aanbevelingen zijn uitgewerkt in een plan van aanpak. Er wordt een Arboteam samengesteld om dit organisatiebreed met elkaar op te pakken. Arbo wordt een terugkerend onderwerp op de strategische agenda. Doorontwikkeling sturingsfilosofie Halverwege het jaar is de doorontwikkeling van de sturingsfilosofie ingezet met de aanstelling van vier teamleiders. De teamcoördinatoren hebben hun ‘oude’ rol weer opgepakt als senior en als hulpstructuur voor de teamleiders. Met deze nieuwe organisatiestructuur beogen we een efficiencyslag en een betere ondersteuning van onze teams en professionals qua HR en bedrijfsvoering. Er is een leergang gestart door een extern bureau om de teamleiders in deze nieuwe structuur en hun nieuwe functie te begeleiden en te ondersteunen, samen met het managementteam en de concernadviseurs. Arbeidsmarktcommunicatie (binden en boeien) De krapte op de arbeidsmarkt is in het afgelopen jaar steeds meer toegenomen. Bepaalde functies zijn nog steeds moeilijk vervulbaar. In deze situaties zijn er extra wervingsactiviteiten ingezet en zijn de standaard vacatureteksten herschreven om de juiste kandidaten te bereiken.
Ook wordt ingezet op het opleiden van trainees door externe bureaus. We verwachten dat dit vraagstuk niet minder zal worden. De uitstroom bij WIL neemt ook steeds meer toe, waardoor de hoogte van het aantal externe vacatures blijft stijgen, wat een extra werkdruk geeft op HR. Interne mobiliteit WIL investeerde extra in de loopbaanontwikkeling van haar medewerkers. WIL zet in op 'learning on the job' waarbij bredere inzetbaarheid bij collega's wordt gestimuleerd en zij ook kunnen worden ingezet om de werkdruk in andere teams te verminderen. Daarnaast startten we met een soort intern mobiliteitsbureau. Hierdoor worden de opdrachten en klussen binnen de organisatie gecentraliseerd waardoor medewerkers nog meer de mogelijkheid hebben om duurzaam ingezet te worden. Banenafspraak banen (BAB) Vanuit het Sociaal Akkoord van 1 januari 2020 moet WIL 5,3 banenafspraakbanen (3,75 fte) realiseren (uiterlijk op 31 december 2023). We hebben tot nu voor 5 medewerkers een baan gerealiseerd (4,07 banenafspraak baan = 2,89 fte). Hierop maken we een inhaalslag. Communicatie hierover wordt breed gedeeld binnen WIL en heeft de nodige aandacht om het doel te realiseren. Communicatie Duidelijkheid en klantvriendelijkheid waren ook in 2022 de speerpunten voor onze communicatie. De website werd technisch niet meer ondersteund en zou 1 januari 2023 uit de lucht gaan.
Na een aanbestedingstraject lanceerden we op 21 november onze nieuwe corporate website. Het grootste voordeel voor onze klanten is dat deze website technisch grotendeels voldoet aan de Europese richtlijnen voor digitale toegankelijkheid. De digitale toegankelijkheid kreeg vanaf de start bij het bouwen van de site onze bijzondere aandacht. Er wordt in 2023 verder gewerkt om te voldoen aan de richtlijnen. We boden ondersteuning aan diverse teams bijvoorbeeld bij projecten als de collectieve zorgverzekering, energietoeslag, de implementatie van AFAS en de nauwere samenwerking met de arbeidsmarktregio Midden-Utrecht. We lieten door SBS 6 een filmpje maken op de werkvloer. Dat kunnen we ook gebruiken voor arbeidsmarktcommunicatie. De pers zocht meermalen het contact met WIL over onderwerpen zoals de energietoeslag, het gebruik van de DPS-Matrix en eenzame uitvaarten. Hybride werken is binnen WIL inmiddels de norm. Interne communicatie had daarom ook dit jaar onze bijzondere aandacht. Dit legt structureel meer beslag op de inzet van het team. Uiteraard is er nauw samengewerkt met de communicatieteams van diverse gemeenten. 28
Jaarstukken 2022
Klantenservice (KSV) en hostess De klantenservice is erin geslaagd om de doelstellingen te halen en een positieve rol te spelen in de klantenservice naar klanten. Vooral de energietoeslag zorgde voor extra werk en uitdagingen, met als gevolg incidenteel hogere wachttijden en helaas meer frustratie en agressie-uitingen en incidenten van klanten naar medewerkers. Zowel aan de telefoon, per mail als aan de balie bedient het team de klanten. Het welkom voelen en warme ontvangst van WIL klanten bij een eerste gesprek met WIL, maakt de gespreksvoering gemakkelijker en effectiever. Wij hebben daarom de inzet van de hostessen op de derde etage voortgezet. Deze uitbreiding in dienstverlening heeft voor zowel de klanten van WIL als medewerkers WIL en gemeente Nieuwegein een meerwaarde. Eveneens dient de hostessplek als een voorloper op het atrium project dat in 2023 meer vorm gaat krijgen. Huisvesting en facilitair De implementatie van de nieuwe huisvestingsfilosofie is afgerond. De inrichting en faciliteiten bij WIL passen bij de 50-50 filosofie. Daarvoor is hard gewerkt om dit hybride werken op kantoor en thuis goed mogelijk te maken. Hierbij is ook aandacht besteed aan de overlegfaciliteiten zodat hybride vergaderen mogelijk is. Door het hybride vergaderen bleek het nodig om bij verschillende ruimtes aandacht te besteden aan de geluidbeperking zodat de privacy geborgd kan worden.
Met de gemeente Nieuwegein, onze verhuurder, wordt prettig samengewerkt om in afstemming deze zaken mogelijk te maken. Financieel beheer Naast de zorg voor het tijdig betalen van uitkeringen aan onze klanten en rekeningen namens onze klanten schuldhulpverlening, hebben wij de verplichting op periodieke wijze verantwoording af te leggen over het gevoerde (financieel) beleid. De verantwoording loopt gelijk aan de informatievoorziening. Daarbij communiceren wij transparant over zowel positieve als negatieve ontwikkelingen. Informatie, automatisering en ICT-investeringen en ontwikkelingen Na een periode van haperende ICT, zijn er met onze leverancier ICT-Houten nauwelijks problemen geweest rondom systeemuitval, productiviteitsverlies of dataverlies. De informatievoorziening wordt steeds dynamischer; plaats- en tijdonafhankelijk werken zijn vanzelfsprekend en er draait steeds meer software ‘in de cloud’ of via ‘SaaS’, lees: op of via servers van de softwareleverancier in plaats van onze eigen infrastructuur in Houten. Vooral de koers van ICT-Houten richting verdere outsourcing (met bijbehorende migratie van data en systemen), vraagt het nodige van WIL.
Belangrijk is dat WIL inzet op het opbouwen van een eigen regie-organisatie om de veranderende relatie met ICT-Houten op een zelfstandige manier te kunnen vormgeven en om klaar te zijn om alternatieve keuzes te kunnen maken vanaf 2025. In dat licht is er gewerkt aan het inrichten van eigen regieprocessen ten behoeve van verandermanagement, projectmanagement en leveranciersmanagement. De energietoeslag vroeg om diverse aanpassingen en inrichtingen van de applicaties. Dit proces verloopt nu digitaal. De aanbesteding van het nieuwe financiële en HR-systeem is afgerond. AFAS wordt het nieuwe systeem. De eerste fase, de implementatie, is afgerond en er kon per 1 januari 2023 gewerkt worden in AFAS. De implementatie van AFAS heeft veel gevraagd van de medewerkers op diverse afdelingen. Verdere digitalisering van HR en financiële processen vindt het eerste half jaar van 2023 plaats. Informatieveiligheid, privacy en AVG De afgelopen jaren nemen ‘cyberdreigingen’ toe. De inspanningen en investeringen die vanuit ICT-Houten worden ondernomen, houden tot nu toe hackers buiten de deur. WIL is aangehaakt bij de Chief Information Security Officers van deelnemende gemeenten, zodat vanuit één visie aan de optimalisering van informatieveiligheid wordt gewerkt en beschikbare kennis wordt gedeeld. De standaard ICT-audits zijn met de nodige inspanning succesvol afgerond.
In 2022 heeft WIL de eerste stappen genomen om vanuit de principes van de AVG zich te ontwikkelen naar het ethisch ondernemen. WIL gaat daarmee verder dan de AVG vereist. Daarnaast heeft WIL zich ingezet om medewerkers, en speciaal medewerkers van de lokale werkteams, de kennis over de AVG te vergroten zodat gegevens passend worden gedeeld. Ook is gekeken naar de nieuwe ontwikkelingen van de Gemeenschappelijke Regeling. Hierdoor zijn in een vroeg stadium risico’s herkend en gedeeld met de stakeholders. Deze ontwikkelingen kostten tijd maar helpen de risico’s voor inwoners te verkleinen voordat de daadwerkelijke 29
Jaarstukken 2022
risico’s zich voordoen. In 2022 zijn er projecten gestart om privacy risico’s te verlagen, zoals het tijdig vernietigen van gegevens. Privacy en op een respectvolle manier omgaan met klantgegevens is een continu bewustzijnsproces en daarmee nooit af. C. Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheer Om weerstand te kunnen bieden tegen substantiële tegenvallers, zonder aantasting van het uit te voeren beleid, is een bepaald weerstandsvermogen onontbeerlijk. Dit vormt een buffer om onverwachte en onvoorziene tegenvallers op te kunnen vangen. Omdat eventuele jaarlijkse financiële resultaten direct worden verrekend met de deelnemende gemeenten, beschikt WIL niet over eigen vermogen en reserves. Dit betekent dat elk negatief effect direct invloed heeft op de doorbelasting naar de gemeenten. Bepaling van het weerstandsvermogen Bij het bepalen van het weerstandsvermogen en de omvang daarvan wordt gekeken naar de algemene reserve en de post onvoorzien. Aangezien beiden bij WIL niet bestaan is er geen weerstandsvermogen. Reserves WIL beschikt niet over reserves. Risicoparagraaf WIL kent geen algemene reserve en heeft derhalve geen weerstandsvermogen. Indien de gevolgen van risico’s zich voordoen komen de gevolgen hiervan ten laste van de deelnemende gemeenten.
In de tabel is aangegeven in welke mate het risico zich zal voordoen: hoog (rood), gemiddeld (oranje, beperkt (groen), en laag (geel). Uit de begroting van 2022 Gevolgen
Risico
Oorzaak
Beheersmaatregel
Hoger ziekteverzuim dan geraamd
Afbouw ziekteverzuim lukt minder goed dan gewenst door blijvend hoge werkdruk en niet optimale arbeidsomstandigheden.
Meer inhuren dan geraamd omdat niet inhuren i.r.t. continuïteit en kwaliteit dienstverlening niet meer verantwoord is. De uitvoeringskosten zullen stijgen. Financiële gevolgen: € 120.000. Uitgaand van 6,5% ziekteverzuim, bij een streefcijfer van 5,5%
Vanuit management de teamleiders en HR wordt extra aandacht gegeven aan verzuimpreventie. Met name langdurig verzuim voorkomen, door meer aandacht en de juiste gesprekken te voeren zodat er zicht is op de gezondheid en het welzijn van zijn/haar medewerkers.
Hogere kosten BUIG
De BUIG budgetten worden op basis van het aantal klanten conform de financiële uitgangspunten.
Meer uitkeringen, waarvoor geen middelen beschikbaar zijn. Lastig te ramen, extra kosten worden doorbelast aan de gemeenten.
Transitie vergoeding bij ontslag
M.i.v. januari 2020 geldt de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA). De regels van
Financiële gevolgen: Extra kosten door de transitievergoeding: € 80.000 - € 120.000. De vergoeding
Ontwikkelingen zijn conjunctuurgevoelig en niet beïnvloedbaar. Behoudens een goede informatievoorziening nemen wij hiervoor geen andere beheersmaatregelen Inrichten van beoordelings- en beheerprocessen personeel en bij
Realisatie Conclusie Het ziekteverzuim is weliswaar licht dalend van 7,2% naar 6,9% maar heeft gezien de hoogte nog steeds impact op de uitvoering. Het werk van zieke collega’s moet opgevangen worden. Collega’s voelen werkdruk en gaan soms te lang door omdat de klant voor gaat. Extra capaciteit inzetten is moeilijk omdat we te maken hebben met een arbeidsmarkt waarbij inhuur lastig te krijgen is, duurder is én er een beweging op de arbeidsmarkt zichtbaar is van uitstroom naar ZZP-er. Zoals geschetst is in de praktijk het BUIG volume in 2021 juist gedaald; het risico is dus niet aan de orde geweest.
In de praktijk hebben we inderdaad met diverse mobiliteitsvraagstukken te maken gehad; deze hebben we evenwel weten op te
30
Jaarstukken 2022
het civiel recht gelden voor de rechtspositie van personeel. Bij ontslag of afloop van tijdelijke contracten kan een transitievergoeding aan de orde zijn. Calamiteiten
Gebeurtenissen waar WIL zelf geen invloed op heeft, waarvan onvoorspelbaar is dat ze gebeuren en waarvan we niet weten wanneer en in welke vorm ze zich voordoen. Vergelijkbaar met de coronacrisis. Zou ook het uitvallen van systemen, brand in gebouw, overstroming of terroristische aanslag kunnen zijn.
bedraagt maximaal € 81.000 bij ontslag (afhankelijk van duur dienstverband, leeftijd en salaris). Bij afloop van tijdelijke contracten gaat het vaak over een half tot heel maandsalaris. De dienstverlening komt ernstig in de knel, is beperkt mogelijk of wordt tijdelijk stilgelegd. De klanten krijgen niet wat ze nodig hebben.
tijdelijke contracten rekening houden met deze bepalingen.
vangen binnen de begroting, waarbij veel kosten ten laste zijn gebracht van het personele frictiebudget VHL.
Een actueel bedrijfscontinuïteitsplan (crisisprotocol) waarbij we voor verschillende scenario’s maatregelen treffen. De scenario’s houden rekening met voor ons werk drie noodzakelijke factoren: 1. Digitale systemen 2. Locatie 3. Bezetting
In 2022 heeft de onvoorspelbare oorlog in Oekraïne geleid tot extra werk in onze dienstverlening vanwege o.a. energiecrisis, energietoeslag, leefgeld en toename armoede.
D. Paragraaf Wet open overheid De Wet open overheid (Woo) is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en is op 1 mei 2022 in werking getreden. Het doel van de Woo is overheidsinformatie toegankelijker, transparanter en vindbaarder te maken. WIL heeft een pagina op haar website gevuld met informatie over de Woo: https://www.wil-lekstroom.nl/over-wil/regelgeving-en-verordeningen/overheidsinformatie-opvragen-woo-verzoek. Ook worden op deze pagina de contactpersonen Woo vermeld. Daarnaast ontsluit WIL al jaren alle documenten op haar website die aan het algemeen bestuur worden aangeboden (actieve openbaarmaking, zonder dat een verplichting daartoe bestaat). Op basis van de Woo moet WIL meer informatie uit eigen beweging openbaar maken (verplichte actieve openbaarmaking). De bepalingen in de Woo ten aanzien van de verplichting tot actieve openbaarmaking zouden oorspronkelijk op 1 januari 2023 in werking treden; en de actieve openbaarmaking zou moeten plaatsvinden via het landelijke platform PLOOI. Dit platform moet het mogelijk maken dat actief openbaar gemaakte overheidsinformatie voor iedereen makkelijk(er) te vinden is via één centrale vindplaats. De doorontwikkeling van het platform is vanwege technische complicaties eind 2022 echter on-hold gezet; bovendien is het onzeker of PLOOI überhaupt wel voltooid zal worden.
Openbaarmaking van WIL-documenten via dit systeem is dus (vooralsnog) niet mogelijk. Bovendien heeft de centrale overheid de verplichting tot actieve openbaarmaking voor onbepaalde tijd uitgesteld. WIL houdt de ontwikkelingen rondom PLOOI en de wetgeving in de gaten. Tot slot wordt opgemerkt dat WIL in 2022 één Wob-verzoek heeft behandeld. Er zijn geen Woo-verzoeken ontvangen.
31
Jaarstukken 2022
Kengetallen BBV De (netto) schuldquote is een indicator die aangeeft hoe de netto schulden zich verhouden tot de totale baten van de organisatie. Hoe hoger dit percentage, hoe meer externe financiering (geleend geld) WIL heeft aangetrokken om de activiteiten te financieren. Netto schuldquote: de netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van WIL ten opzichte van de eigen middelen (bedragen in €) Rekening 2021 Begroot 2022 Rekening 2022 A Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) 0 0 0 B Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) 3.307.000 2.668.000 2.076.000 C Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) 2.447.000 650.000 4.820.000 D Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) 0 0 0 E Uitzettingen < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) 4.056.000 3.276.000 6.444.000 F Liquide middelen (cf art. 40 BBV) 307.000 141.000 318.000 G Overlopende activa (cf. art. 40a BBV) 1.391.000 80.000 134.000 H Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV (dus excl. mutaties reserves) 67.889.000 60.803.000 73.375.000 Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% 0,00% -0,29% 0,00% Omdat WIL geen geldmiddelen door- of uitleent zijn de netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen aan elkaar gelijk. Daarom wordt volstaan met het overzicht “Netto schuldquote”. In de GR, art 34 is vastgelegd dat alle resultaten toekomen aan de deelnemende gemeenten.
Hierdoor beschikt WIL niet over een eigen vermogen. Om deze reden is de berekening van de solvabiliteitsratio niet opgenomen. Als gevolg van de verrekening van alle resultaten met de deelnemende gemeenten conform art 34 van de GR is de structurele exploitatieruimte altijd 0. Om deze reden is deze ratio niet opgenomen.
32
Jaarstukken 2022
Jaarrekening Balans per 31 december 2022 ACTIVA
2022
2021 PASSIVA
Vaste activa
Eigen vermogen
Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut
0
0 Voorziening
Totaal vaste activa
0
0 Totaal vaste passiva
Borgstellingen of garantstellingen zijn verstrekt
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar
Overige vorderingen Totaal uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar
Overlopende activa De voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, nog te ontvangen van: Overige Nederlandse overheidslichamen
2021
0
0
0
0
0
0
0
0
Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar Schulden aan openbare lichamen
Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in s' Rijks schatkist met een rentetypische looptijd < 1 jaar Overige uitzettingen
2022
Vaste passiva
7.000
1.112.000
2.285.000
480.000 Af te dragen loonheffingen
1.241.000
1.222.000
4.007.000
3.207.000 Nog te betalen uitkeringen
389.000
260.000
0 152.000 6.444.000
0
Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
134.000
Totaal overlopende activa
134.000
0 Overige schulden 369.000 Banksaldi Totaal netto-vlottende schullden met een rentetypische looptijd < 1 4.056.000 jaar Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd maar die in een 1.264.000 volgend begrotingsjaar tot uitbetaling komen Voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende 127.000 begrotingsjaren komen 1.391.000 Totaal overlopende passiva
195.000
691.000
244.000
22.000
2.076.000
3.307.000
4.443.000
1.118.000
377.000
896.000
0
433.000
4.820.000
2.447.000
Liquide middelen Banksaldi
318.000
307.000
Totaal liquide middelen
318.000
307.000
Totaal vlottende activa
6.896.000
5.754.000 Totaal vlottende passiva
6.896.000
5.754.000
Totaal activa
6.896.000
5.754.000 Totaal passiva
6.896.000
5.754.000
33
Jaarstukken 2022
Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening
Programma Programma Inkomen Programma Werk Programma Inkomensondersteuning* DVO SW Totaal programma's Uitvoeringskosten** Gerealiseerd totaal van saldo van baten en lasten Mutaties reserve*** Gerealiseerd resultaat
39.927.000 4.569.000 6.178.000 2.474.000 53.148.000 7.675.000
Begroting inkomsten primitief 2022 39.927.000 4.569.000 6.178.000 2.474.000 53.148.000 7.675.000
60.823.000
60.823.000
0
61.425.000
61.425.000
0
73.375.000
73.375.000
0
60.823.000
60.823.000
0
61.425.000
61.425.000
0
73.375.000
73.375.000
0
Begroting uitgaven primitief 2022
0 0 0 0 0 0
Begroting uitgaven na wijziging 2022 38.829.000 5.140.000 6.643.000 2.474.000 53.086.000 8.339.000
Begroting inkomsten na wijziging 2022 38.829.000 5.140.000 6.643.000 2.474.000 53.086.000 8.339.000
Saldo Primitief
Werkelijke uitgaven 2022
Werkelijke inkomsten 2022
0 0 0 0 0 0
39.056.000 4.591.000 18.398.000 2.697.000 64.742.000 8.633.000
39.056.000 4.591.000 18.398.000 2.697.000 64.742.000 8.633.000
0 0 0 0 0 0
Saldo na wijziging
Rekening 2022
* Programma Inkomensondersteuning: inclusief verantwoording Energietoeslag ** Kosten van de overhead (Bedrijfsvoering): inclusief verantwoording variabele kosten uittreding Vijfheerenlanden *** Als gevolg van de resultaatverrekening op grond van art. 34 van de GR beschikt WIL niet over reserves.
Vennootschapsbelasting: De resultaten van de door WIL uitgevoerde programma’s worden op grond van art. 34 van de GR volledig verrekend met de deelnemende gemeenten (Nieuwegein, Houten, Lopik en IJsselstein). Op grond hiervan is WIL niet belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Toelichting WIL heeft een financieel resultaat gerealiseerd van nul. Dit komt doordat conform art. 34 van de GR de resultaten volledig worden verrekend met de deelnemende gemeenten. Het resultaat voor verrekening met de deelnemende gemeenten bedraagt € 1.023.000 voordelig. Dit resultaat wordt veroorzaakt door programma Inkomen (€ 619.000 voordelig), programma Werk (€ 574.000 voordelig), programma Inkomensondersteuning (€ 367.000 nadelig), Bedrijfsvoering (€ 263.000 voordelig) en SW (€ 66.000 nadelig). Het resultaat op deze programma’s wordt conform voorgaande jaren op basis van art. 34 van de GR afgerekend met de gemeenten. De regeling energietoeslag heeft in 2022 € 11.1 miljoen gekost. Aan voorschotten is ontvangen € 11.5 miljoen. Het restant van de ontvangen middelen, € 362.000, zal in 2023 worden verrekend. Deze regeling is door het Rijk in de loop van het jaar 2022 ingevoerd en is in 2022 niet begroot. In het jaarverslag is in de programmaverantwoording analyse gemaakt van de verschillen tussen de rekening en de bijgestelde begroting.
De analyse van de afwijkingen tussen de begroting en het overzicht baten en lasten maakt formeel deel uit van de jaarrekening. Volgens de commissie BBV mag deze analyse ook worden opgenomen in het jaarverslag, mits beide onderdelen in één boekwerk zijn opgenomen en in de jaarrekening wordt verwezen naar het relevante onderdeel van het jaarverslag. Om de leesbaarheid van de jaarstukken te vergroten willen we zoveel mogelijk herhaling in de jaarstukken vermijden.
34
Jaarstukken 2022
Toelichting op de balans Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het AB op 20 juni 2013 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening Waardering van passiva en activa alsmede de bepaling van het resultaat vinden in principe plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Baten en lasten, waaronder ook begrepen de heffing van de vennootschapsbelasting, worden daarbij verantwoord tot hun brutobedrag. De waarderingsgrondslagen per balansonderdeel worden in het vervolg van deze jaarrekening toegelicht. Vorderingen op, en schulden aan openbare lichamen De vorderingen op, en schulden aan openbare lichamen betreffen voor het overgrote deel posten als gevolg van de uitvoering van de participatiewet zoals opgedragen aan de gemeenschappelijke regeling.
Deze posten zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. De debiteuren worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. Deze voorziening wordt statisch bepaald. Debiteuren uit hoofde van uitvoering participatiewet en TOZO De debiteuren betreffende de openstaande vorderingen op cliënten uit hoofde van de uitvoering van de participatiewet en TOZO zoals opgedragen aan de gemeenschappelijke regeling zijn niet opgenomen in de balans van de jaarrekening van deze gemeenschappelijke regeling. Overeengekomen is met de deelnemende gemeentes dat deze debiteurenposities onderdeel zijn van hun gemeentelijke jaarrekening. De ontvangen bedragen worden als bate verantwoord. Vakantiegeld van de sociale uitkering De kosten van bijstandsuitkeringen worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Met betrekking tot het opgebouwde vakantiegeld behorende bij deze uitkeringen wordt geen reservering per balansdatum getroffen maar deze lasten worden toegerekend aan de periode waarin uitbetaling ervan plaatsvindt. Dit met inachtneming van de systematiek zoals gebaseerd op het verwerken van verplichtingen uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume.
35
Jaarstukken 2022
ACTIVA Vlottende activa Onder de vlottende activa worden afzonderlijk opgenomen de uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar (liquide middelen en overlopende activa). Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar
Vorderingen op openbare lichamen Gemeente Houten Gemeente IJsselstein Gemeente Lopik Gemeente Nieuwegein Gemeente Vijfheerenlanden Gemeente Stichtse Vecht Gemeente De Ronde Venen Totaal vorderingen op openbare lichamen
Uitzettingen in Rijks schatkist met een rente typische looptijd < 1 jaar Overige vorderingen*
2022
2021
530.000 307.000 836.000 583.000 10.000 14.000 5.000 2.285.000
0 0 0 470.000 2.000 3.000 5.000 480.000
2022
2021
4.007.000
3.207.000
152.000
369.000
0
1.264.000
*betreft openstaande debiteuren per 31-12-22 (exclusief gemeenten).
De voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, nog te ontvangen van: Overige Nederlandse overheidslichamen Verloopoverzicht voorschotbedragen TOZO Nieuwegein - af te rekenen TOZO middelen
Saldo 1 januari 2022 Toevoegingen 1.264.000
0
Ontvangen bedragen
Saldo 31 december 2022
1.264.000
0
36
Jaarstukken 2022
Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) (1) (2) (3a) = (1) > (2) (3b) = (2) > (1)
Drempelbedrag Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag
Verslagjaar 1228,5 Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
301
291
306
308
928
938
922
920
-
-
-
-
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
26.465
28.190
28.340
91
92
92
291
306
308
(1) Berekening drempelbedrag (4a) (4b) (4c)
Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
Verslagjaar 61.425 61.425
(1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is is het Drempelbedrag 1228,5 drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat. (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 Som van de per dag buiten 's Rijks (5a) schatkist aangehouden middelen 27.086 (negatieve bedragen tellen als nihil) (5b) Dagen in het kwartaal 90 Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's (2) - (5a) / (5b) Rijks schatkist aangehouden 301 middelen
De Regeling Schatkistbankieren decentrale overheden stelt verplicht dat WIL gebruik maakt van schatkistbankieren. Dit houdt in dat middelen boven een bepaald drempelbedrag worden aangehouden op een tussenrekening bij een bank waarover het Rijk de beschikking heeft. Deze middelen zijn dagelijks opvraagbaar. Het drempelbedrag is – in het geval van WIL – vastgesteld op 2% van het begrotingstotaal. WIL heeft ervoor gekozen om saldi hierboven automatisch te laten afromen. 37
Jaarstukken 2022
Overlopende activa Verstrekte voorschotten klanten Accountants- en advieskosten Avres Te verrekenen voorschotten cliënten Premies ziektekostenverzekeringen Betalingen onderweg ICT Houten Overlopende posten BBZ Overige Totaal overlopende activa
2022 0 42.000 27.000 9.000 0 0 25.000 24.000 7.000 134.000
2021 0 67.000 0 4.000 19.000 37.000 0 0 0 127.000
Liquide middelen Banksaldi Rabobank NL47RABO0102841616 BNG NL75BNGH0285159313 BNG NL51BNGH0285158872 Rabobank NL76RABO0169237788 (SHV) Totaal banksaldi
2022 1.000 110.000 190.000 17.000 318.000
2021 1.000 197.000 102.000 7.000 307.000
WIL beschikt bij de BNG over een kredietfaciliteit van € 3.280.000.
38
Jaarstukken 2022
PASSIVA Vaste Passiva Reserves en Voorzieningen Het beleid ten aanzien van reserves en voorzieningen is vastgelegd in de concept Notitie Reserves en Voorzieningen 2018. Aangezien alle resultaten jaarlijks worden toegerekend aan de deelnemende gemeenten beschikt WIL niet over reserves. Vanaf 2020 beschikt WIL niet meer over voorzieningen. Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De netto-vlottende passiva met een rentetypische looptijd korter dan één jaar worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Schulden aan openbare lichamen Gemeente Houten Gemeente IJsselstein Gemeente Lopik Gemeente Utrecht Totaal schulden aan openbare lichamen
2022 0 0 0 7.000 7.000
2021 386.000 394.000 23.000 309.000 1.112.000
Af te dragen loonheffingen Nog te betalen uitkeringen Overige schulden Banksaldi Totaal netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
1.241.000 389.000 195.000 244.000
1.222.000 260.000 691.000 22.000
2.076.000
3.307.000
Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd, maar die in een volgend begrotingsjaar tot uitbetaling komen. 0 32.000 Overlopende posten BBZ 3.424.000 0 Energietoeslag nabetaling 2022 111.000 0 Inhuur 0 177.000 Loonkosten i.v.m. CAO 1-12-2021 0 161.000 ICT Houten 476.000 557.000 Verwachte kosten Kwaliteitsslag 85.000 0 Premies ziektekostenverzekering 121.000 123.000 Belastingdienst 226.000 68.000 Overige* *Betreft nog te betalen kosten 2022
39
Jaarstukken 2022
Totaal verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd maar die in een volgend begrotingsjaar tot uitbetaling komen Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen Vooruitontvangen Schadeloosstelling VHL Totaal Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen Voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Af te rekenen Tozo middelen ESF middelen Totaal overige vooruit ontvangen bedragen: Totaal overlopende passiva
Verloop overzicht af te rekenen Tozo middelen Houten - af te rekenen Tozo middelen IJsselstein - af te rekenen Tozo middelen Lopik - af te rekenen Tozo middelen Totaal Verloop overzicht ESF middelen ESF middelen
4.443.000
1.118.000
2022 0
2021 433.000
0
433.000
0 377.000
896.000
377.000
1.329.000
377.000
1.329.000
Saldo 1 januari 2022
Ontvangen bedragen
Vrijgevallen bedragen
378.000 83.000 435.000 896.000
378.000 83.000 435.000 896.000
0 0 0 0
Saldo 1 januari 2022
Ontvangen bedragen
Vrijgevallen bedragen
0
377.000
0
Saldo 31 december 2022 0 0 0 0 Saldo 31 december 2022 377.000
40
Jaarstukken 2022
Niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen waaraan de gemeenschappelijke regeling voor toekomstige jaren is verbonden Verplichtingen Organisatie Periode 2023 2024-2027 Totaal (5 jaar) Huisvesting kantoor * ICT dienstverlening WIL * Diverse licenties * Financieel/ HR systeem * Bedrijfsarts * Accountant * BBZ 2004 * Loonwaardemeting, diagnose & matchingsysteem * Grip op PW, Fraudebestrijding en preventie * Wildirect- aanvragen BR * Poststukken * Inhuurcontracten
Eenmalige kosten implementatie pakket SHV ( incl jaarl. kn 28k) Eenmalige kosten implementatie Financieel/HR systeem
Gemeente Nieuwegein Gemeente Houten Centric AFAS Zorg van de Zaak Verstegen Gemeente Utrecht Competensys Kluwer Outsystems/ Coolprofs PostL Driessen / Reijn Daan Wyzer Overig Onview AFAS
1-5-2023 1-1-2025 1-5-2023 15-6-2026 1-8-2023 30-6-2023 jaarlijks, variabel 21-12-2023 jaarlijks 28-2-2023 onbepaalde tijd 1-1-2024 1-1-2024 1-1-2024 1-1-2024 14-2-2027 15-6-2026
538.775 747.154 309.250 63.345 137.000 70.250 75.000 80.000 72.890 55.832 93.000 298.508 338.867 1.154.645 600.718 90.215 88.393
2.155.098 2.988.616 1.181.000 253.380 548.000 281.000 300.000 320.000 291.560 223.328 372.000
2.693.873 3.735.770 1.490.250 316.725 685.000 351.250 375.000 400.000 364.450 279.160 465.000 298.508 338.867 1.154.645 600.718 90.215 88.393
*Van deze verplichtingen ligt voor de hand dat deze vormen van dienstverlening ook na deze periode nog nodig zullen zijn. Daarom is deze verplichting voor de volle 5 jaar opgenomen. Huurovereenkomst huisvesting: Een huurovereenkomst is afgesloten met de gemeente Nieuwegein met betrekking tot de huur van de 3e verdieping. Automatisering: Voor automatisering en ICT zijn diverse contracten afgesloten. Bedrijfsarts: Bedrijfsarts voor WIL en haar Beschut/ SW medewerkers. Accountant: Het controleren en goedkeuren van de cijfers van WIL en aanverwante opdrachten Poststukken: WIL verzendt poststukken naar haar klanten. BBZ 2004: De gemeente Utrecht voert namens WIL BBZ 2004 uit. Grip op PW: Grip op schuldhulpverlening/WWB: Raadplegen van online informatie op het gebied van het sociaal domein. Inhuurcontracten overig: BMC advies management, Joinuz, Career Rebels, Matchpartners, De Legibus, Ennea detachering, Raet, Straight management, SV Land, Connect-me-group, Yer interim solutions. Er zijn doorlopende verplichtingen aangegaan voor inhuur derden Eenmalige implementatiekosten: Door de overgang naar een nieuw financieel/ hrm systeem en nieuw SHV pakket, worden er in 2023 eenmalig implementatiekosten betaald. Raamovereenkomsten vanaf 1-1-2020, looptijd 2 jaar, daarna 2x verlenging van 1 jaar mogelijk. De SW rekening en de SHV rekeningen zijn geen economisch eigendom van WIL.
De rekeningen staan echter wel op naam van WIL. Het saldo van de SW rekening bedroeg per 31 december 2022 € 246.197, de SHV rekeningen hadden een totaalsaldo van € 714.000. Verlofsparen is nog in ontwikkeling bij WIL. Er is minimaal gebruik van gemaakt tot op heden, 10 medewerkers met een totaal van 524,25 uur, omgerekend een totaalbedrag van € 18.132. Vanaf 2023 zullen we een voorziening hiervoor gaan aanwenden.
41
Jaarstukken 2022