5.8 Ontwerp Omgevingsverordening Provincie Utrecht 2022
Tekst van het document
Gedeputeerde staten beoordelen de kwaliteit van de uitvoeringstaak en handhavingstaak in het licht van daarvoor door hen op grond van artikel 13.5, eerste lid, van het Omgevingsbesluit gestelde doelen. 2. De doelen hebben in ieder geval betrekking op: a. de uitvoeringskwaliteit van diensten en producten; b. de dienstverlening; en c. de financiën. Artikel 10.11 Kwaliteitscriteria 1. Op de uitvoeringstaak en handhavingstaak door of in opdracht van gedeputeerde staten zijn de kwaliteitscriteria van toepassing. 2. Over de naleving van de kwaliteitscriteria doen gedeputeerde staten jaarlijks mededeling aan provinciale staten. 3. Voor zover de kwaliteitscriteria niet zijn of niet konden worden nageleefd, doen gedeputeerde staten daarvan gemotiveerd opgave. 4. Het derde lid is niet van toepassing op de criteria voor kritieke massa voor de uitvoeringstaak en handhavingstaak bij milieubelastende activiteiten als bedoeld in afdeling 3.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Die criteria voor kritieke massa worden te allen tijde gehaald. 10.3 (afdeling) Overgangsbepalingen 10.3.1 (paragraaf) Algemeen overgangsrecht Artikel 10.12 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op besluiten, meldingen en kennisgevingen op grond van de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht, tenzij afdeling 4.1 of paragraaf 4.2.8 van de Invoeringswet Omgevingswet daarop van toepassing is.
Artikel 10.13 Overgangsrecht lopende procedures 1. Als voor de inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een besluit is ingediend, blijft het oude recht van toepassing: a. als tegen het besluit beroep openstaat: tot het besluit onherroepelijk wordt; of b. als tegen het besluit geen beroep openstaat: tot het besluit van kracht wordt. 2. Als voor de inwerkingtreding van deze verordening voor een ambtshalve te nemen besluit een ontwerp ter inzage is gelegd van een besluit op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, blijft het oude recht van toepassing: a. als tegen het besluit beroep openstaat: tot het besluit onherroepelijk wordt; of b. als tegen het besluit geen beroep openstaat: tot het besluit van kracht wordt. 3. Als voor de inwerkingtreding van deze verordening voor een ambtshalve te nemen besluit toepassing is gegeven aan artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht of het besluit is bekendgemaakt, blijft het oude recht van toepassing: a. als tegen het besluit beroep openstaat: tot het besluit onherroepelijk wordt; of 82
b.
als tegen het besluit geen beroep openstaat: tot het besluit van kracht wordt.
Artikel 10.14 Overgangsrecht handhavingszaken Als voor de inwerkingtreding van deze verordening een overtreding van de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht heeft plaatsgevonden, een overtreding is aangevangen of het gevaar voor een overtreding klaarblijkelijk dreigde, en voor de inwerkingtreding van deze verordening een bestuurlijke sanctie is opgelegd voor die overtreding of dreigende overtreding, blijft het oude recht op die bestuurlijke sanctie van toepassing tot het tijdstip waarop: a. de beschikking onherroepelijk is geworden en volledig is uitgevoerd of ten uitvoer is gelegd; b. de beschikking is ingetrokken of is komen te vervallen; of c. als de beschikking gaat om de oplegging van een last onder dwangsom: i. de last volledig is uitgevoerd; ii. de dwangsom volledig is verbeurd en betaald; of iii. de last is opgeheven. Artikel 10.15 Overgangsrecht melding, kennisgeving en maatwerkvoorschrift 1. Een melding of kennisgeving van een activiteit op grond van de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht die voor de inwerkingtreding van deze verordening is gedaan, geldt, als op die activiteit na de inwerkingtreding van deze verordening een verbod om de activiteit zonder melding te verrichten van toepassing is, als een melding van die activiteit. 2.
Een melding of kennisgeving van een activiteit op grond van de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht die voor de inwerkingtreding van deze verordening is gedaan, geldt, als voor die activiteit na de inwerkingtreding van deze verordening een verplichting geldt om informatie te verstrekken, als het verstrekken van die informatie. 3. Een aanvraag om een ontheffing of vergunning voor een activiteit op grond van de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht die voor inwerkingtreding van deze verordening is ingediend, geldt, als op die activiteit na de inwerkingtreding van deze verordening een verbod om zonder melding de activiteit te verrichten van toepassing is, als een melding van die activiteit. 4. Een onherroepelijk maatwerkvoorschrift voor een activiteit op grond van de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht geldt als een maatwerkvoorschrift op grond van deze verordening. Artikel 10.16 Overgangsrecht aanpassing omgevingsplan 1. Een bouw- of gebruiksmogelijkheid die wordt geboden bij of krachtens een omgevingsplan dat in werking is getreden op het moment dat deze verordening in werking treedt, dan wel bij of krachtens een omgevingsplan waarvan voorafgaand aan dat tijdstip een ontwerp ter inzage is gelegd, mag, ondanks strijdigheid met deze verordening, van kracht blijven en kan in opvolgende omgevingsplannen opnieuw geboden worden. 2.
In afwijking van het eerste lid worden de in het eerste lid genoemde bouw- en gebruiksmogelijkheden in een nieuw omgevingsplan alleen opnieuw geboden met in achtneming van artikel 9.19 Instructieregel Kantoren. Uiterlijk binnen 10 jaar na 10 januari 2019 moet een omgevingsplan zijn vastgesteld met inachtneming van het artikel 9.19 Instructieregel Kantoren, indien er sprake is van onbenutte plancapaciteit voor zelfstandige kantoren. 3. In afwijking van het eerste lid worden de in het eerste lid genoemde bouw- en gebruiksmogelijkheden in een nieuw omgevingsplan alleen opnieuw geboden met in achtneming van artikel 9.20 Instructieregel Detailhandel, derde lid. Uiterlijk binnen 10 jaar na 10 januari 2019 moet een bestemmingsplan zijn vastgesteld met inachtneming van het artikel 9.20 Instructieregel Detailhandel, derde lid, indien er sprake is van onbenutte plancapaciteit voor detailhandel. 10.3.2 (paragraaf) Overgangsrecht voor specifieke gevallen Artikel 10.17 Overgangsrecht bestaande activiteiten in grondwaterbeschermingszones 1.
De paragrafen 3.2.2 tot en met 3.2.5 zijn niet van toepassing op activiteiten in Waterwingebied, Grondwaterbeschermingsgebied en Boringsvrije zone die direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening rechtmatig werden verricht, voor zover de regels van die paragrafen strenger zijn dan de regels die golden direct voorafgaand aan die inwerkingtreding of direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht. 2. Het eerste lid geldt alleen als die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals deze werd verricht voor de inwerkingtreding van deze verordening of de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht. 3. Gedeputeerde staten kunnen maatwerkvoorschriften stellen over de activiteit, als dat nodig is ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater. Artikel 10.18 Overgangsrecht uitbreiding grondwaterbeschermingsgebied Langerak 1. Paragraaf 3.2.4 is tot 1 april 2024 niet van toepassing op activiteiten in het Grondwaterbeschermingsgebied Langerak die voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht rechtmatig werden verricht, voor zover de regels van die paragraaf strenger zijn dan de regels die golden voor die inwerkingtreding.
83
2. 3.
Het eerste lid geldt alleen als die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals deze werd verricht voor de inwerkingtreding van de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht. Gedeputeerde staten kunnen maatwerkvoorschriften stellen over de activiteit, als dat nodig is ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater.
Artikel 10.19 Overgangsrecht woonschip 1. Indien omgevingsvergunning is verleend voor een of meer grotere maten dan bepaald is in artikel 2.32, tweede lid, onder a, vervalt die omgevingsvergunning bij wijziging of vervanging van het woonschip. 2. Woonschepen, die sinds 1 januari 1989 of eerder onafgebroken dezelfde ligplaats hebben ingenomen en vanaf die datum voortdurend in gebruik geweest zijn als hoofdverblijf, en die op die ligplaats in strijd zijn met artikel 2.30 worden op die locatie gedoogd. 3. Bij woonschepen, die vanaf een datum na 1 januari 1989 onafgebroken dezelfde ligplaats hebben ingenomen en vanaf die datum voortdurend in gebruik geweest zijn als hoofdverblijf, en die op die ligplaats in strijd zijn met artikel 2.30 geldt bij bestuurlijke handhaving ter verwijdering de volgende begunstigingstermijn vanaf de datum van het handhavingsbesluit: Jaar van inname ligplaats Begunstigingstermijn 1989- 1997 drie jaar 1998- 2002 achttien maanden 2003 drie maanden 2004- heden de kortste redelijke termijn 4. Een gedoogsituatie kan worden beëindigd en een begunstigingstermijn kan worden verkort, indien voor het betreffende woonschip een wisselligplaats, dan wel een reguliere ligplaats in overeenstemming met deze verordening beschikbaar komt. 5.
Indien een aanlegplaats aanwezig is in strijd met artikel 2.30 en aan die aanlegplaats een woonschip ligplaats heeft conform het tweede lid van dit artikel, geldt voor de aanlegplaats dezelfde gedoog- of begunstigingstermijn als voor het woonschip. De bedoelde besluiten worden op hetzelfde moment bekendgemaakt. Artikel 10.20 Overgangsrecht aanlegplaats en insteekhaven 1. Voor een aanlegplaats, die aantoonbaar al voor 1 januari 2004 aanwezig was en in strijd is met het verbod bedoeld in artikel 2.41, en die de maatvoering in artikel 2.43 met meer dan 50% overschrijdt, kan de provincie de kosten van het aanpassen aan de geldende regelgeving geheel of gedeeltelijk voor haar rekening nemen of vergoeden. Een verzoek hiertoe wordt ingediend bij gedeputeerde staten. 2. Insteekhavens, die aantoonbaar al voor 1 januari 2004 aanwezig waren en die niet voldoen aan de criteria, genoemd in artikel 2.43 worden geacht aanwezig te zijn met een omgevingsvergunning krachtens deze verordening. Dit geldt ook voor een binnen deze insteekhaven passend vaartuig. 10.4 (afdeling) Slotbepalingen Artikel 10.21 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2022. Artikel 10.22 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Omgevingsverordening provincie Utrecht 2022.
84
Bijlagen
85
Bijlage I Begrippen Voor de toepassing van deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder: aardkundige waarden: geologische, geomorfologische en bodemkundige verschijnselen, die representatief zijn voor de natuurlijke ontstaansgeschiedenis van het landschap, zoals hoogteverschillen of variaties in de samenstelling van de bodem; ADN: Europees Verdrag inzake het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren (Trb. 2001, 67); agrarisch bedrijf: een bedrijf dat is ingericht voor zowel de grondgebonden als niet-grondgebonden activiteiten: het telen van gewassen, boomteelt daaronder begrepen, of het houden van dieren, een en ander ten behoeve van het voortbrengen van producten; agrarisch bouwperceel: aaneengesloten terrein, waarbinnen bedrijfsgebouwen, bijgebouwen, bedrijfswoning(en) met bijbehorend erf en tuin, andere bouwwerken zoals hooibergen, voersilo’s, kuilvoerplaten, mestopslag, erfverharding, parkeervoorzieningen en erfbeplanting zijn geconcentreerd; archeologisch waardevolle zone: maakt onderdeel uit van de Cultuurhistorische hoofdstructuur en bestaat uit de deelgebieden Limes, Utrechtse Heuvelrug en Dorestad (zie Bijlage Cultuurhistorie); Aziatische duizendknoopsoorten: Japanse duizendknoop (Fallopia japonica var. Japonica en Fallopia japonica var.
compacta), Boheemse of Bastaard duizendknoop (Fallopia x bohemica) en Sachalinse duizendknoop (Fallopia sachalinensis); BIJ12: uitvoeringsorganisatie van de 12 provincies baggerspecie: materiaal, dat is vrijgekomen uit de bodem van een oppervlaktewater, of de voor dat water bestemde ruimten en dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 mm, organische stof in een verhouding en met een structuur, zoals deze van nature in de bodem wordt aangetroffen, evenals van nature in de bodem aanwezige schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot en met 63 mm; bebouwde kom: gebied dat door gedeputeerde staten als zodanig is aangewezen op grond van artikel 27 van de Wegenwet; bebouwingsenclave: geconcentreerde bebouwing kleiner dan 5 hectare, waarvoor geen locatie Stedelijk gebied is opgenomen; bebouwingslint: aaneengesloten bebouwing in een langgerekte vorm, waarvoor geen locatie Stedelijk gebied is opgenomen; bedrijfshaven: als zodanig in een onherroepelijk omgevingsplan bestemde haven; bedrijventerrein: een terrein van minimaal 1 hectare bruto dat vanwege zijn bestemming bestemd en geschikt is voor gebruik door handel, nijverheid, industrie en commerciële en niet-commerciële dienstverlening, met uitzondering van een terrein voor grondstoffenwinning, olie- en gaswinning, terrein voor waterwinning, terrein voor agrarische doeleinden, terrein voor afvalstort en
terreinen met laad- en/of loskade langs diep vaarwater toegankelijk voor grote zeeschepen; beeldkwaliteitsparagraaf: een onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing dat aangeeft op welke wijze de beoogde ontwikkeling in de leefomgeving optimaal in de omgeving wordt ingepast; beschermd klein landschapselement: onderdeel van een klein landschapselement dat als beschermwaardig is opgenomen op de waardenkaart kleine landschapselementen; bestrijdingsmiddel: gewasbeschermingsmiddel of biocide als bedoeld in artikel 1 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden; binnenschip: schip als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Binnenvaartwet; bio-energie: energie die wordt opgewekt uit organisch materiaal (biomassa), zoals mest, hout, vezels, plantaardig en dierlijk vet;
86
boatsaver: drijvende of vaste constructie met geringe hoogte boven een wateroppervlak bestemd ter bescherming van een vaartuig tegen weersinvloeden; boorput: een met daartoe geschikte werktuigen aangebrachte geboorde put; bord: opschrift, aankondiging, afbeelding, kleurvlak en/of een combinatie daarvan, op of tegen een bouwwerk aangebracht, dan wel vrijstaand, samen met de bijbehorende vaste of verplaatsbare draag-, bevestigings- en/of steunconstructies; boskern: aaneengesloten complex van houtopstanden met een oppervlakte van ten minste 5 hectare; bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge een onherroepelijk omgevingsplan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; bovenlokaal dagrecreatieterrein: terrein dat aantoonbaar voorziet in een dagrecreatiefunctie van meer dan de aanliggende kernen of aantoonbaar meer dan 50.000 unieke bezoekers per jaar trekt; bruidsschat waterschapsverordening: de regels, bedoeld in artikel 7.4 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet; bvo: bruto vloeroppervlakte, uitgedrukt in m2.
Het betreft alle tot het gebouw behorende binnenruimten, waarbij de oppervlakte wordt gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen; Cultuurhistorische hoofdstructuur (CHS): het geheel van historisch waardevolle structuren en elementen van bovenlokaal belang; dempen: geheel of gedeeltelijk dichtgooien en/of dichtgegooid houden van oppervlaktelichamen of tijdelijk drooggevallen oppervlaktelichamen, zoals sloten, greppels, slenken, wielen en sleuven; detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit en anders dan voor gebruik ter plaatse, met uitzondering van afhaalpunten; diepinfiltratie: infiltratie van hemelwater in de bodem, op een diepte van 10 meter of meer onder het maaiveld; drinkwaterbedrijf: drinkwaterbedrijf als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drink-waterwet; duurzame energie: energievorm waarover de mensheid voor onbeperkte tijd kan beschikken.
Bij de productie van duurzame energie wordt geen gebruik gemaakt van fossiele brandstof; erf (behorende bij een woonschip, vaartuig en (insteek)havens): tuin of onbebouwd terrein behorend bij een woning, bij de woningen op de begane grond van een wooncomplex, dan wel bij een overeenkomstig de geldende wettelijke voorschriften aanwezige zomerwoning, woonwagen, of woonschip. Tot het erf wordt in principe ook de ten opzichte van het erf meest nabije oever gerekend, die door een openbare weg en/of een ander perceel van dat erf gescheiden wordt, tenzij het aan de openbare weg, dan wel het aan het andere perceel grenzende deel van het erf het karakter van een uit-, of inrit, of oprijlaan heeft, of het scheidende perceel een agrarische, natuur- of industriële bestemming heeft; gebiedsanalyse Kernkwaliteiten Hollandse Waterlinies: gebiedsanalyse die de uitwerking bevat van de in de Hollandse Waterlinies aanwezige kernkwaliteiten en uitzonderlijke universele waarde van het UNESCO Werelderfgoed en die inzicht geeft in de uitgangspunten bij planvorming en waar er ontwikkelingsruimte is; gebiedsgerichte aanpak: aanpak die is gericht op de sanering van meerdere gevallen van verontreinigd grondwater in een daartoe aangewezen gebied; geval van verontreinigd grondwater: grondwater in minimaal 100 m3 poriënverzadigd bodemvolume waarin ten minste voor één stof de gemiddeld gemeten concentratie
hoger is dan de interventiewaarde grondwater; grond- of funderingswerk: werk in de bodem, daaronder begrepen sonderingen, het plaatsen of verwijderen van palen, dam-, scherm- of diepwanden en folies; grondgebonden landbouw: agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt. Het betreft akkerbouw, vollegrondstuinbouw, fruitteelt en boomteelt en rundvee-, paarden-, schapen- of geitenhouderij voor zover bij deze veebedrijven het benodigde ruwvoer (gras, snij-maïs) geheel of vrijwel geheel afkomstig is van de structureel bij het bedrijf behorende gronden;
87
grondwaterbeschermingszone: beschermingsgebied aangewezen op grond van artikel 2.18, eerste lid, onder c, van de Omgevingswet; Heritage impact assessment (HIA): rapportage die inzicht geeft in de effecten van een voorgenomen ontwikkeling op de uitzonderlijke universele waarde (OUV) van het (beoogd) Werelderfgoed; Hollandse Waterlinies: het (beoogd) UNESCO Werelderfgoed, bestaande uit de Stelling van Amsterdam (SvA) en de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW), dat gekenmerkt wordt door het uitgebreide en ingenieuze systeem van militaire verdediging door inundatie (zie Bijlage Cultuurhistorie); informatiezuil: opschrift, aankondiging, afbeelding, kleurvlak en/of combinatie daarvan, aangebracht op, dan wel gedragen door een zuilvormige constructie; insteekhaven: kleine, in een particulier terrein uitgegraven haven, die bedoeld en geschikt is als ligplaats voor een vaartuig; interventiewaarden grondwater: de interventiewaarden zoals vermeld in bijlage VC bij artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit leefomgeving (signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering); jachthaven: als zodanig in een onherroepelijk omgevingsplan opgenomen haven; kantoor: een gebouw of een deel van een gebouw in de vorm van een ruimtelijk en bouwkundig zelfstandige eenheid dat geheel of grotendeels in gebruik is of te gebruiken is voor bureaugebonden werkzaamheden of daaraan ondersteunende activiteiten;
kernrandactiviteiten: stedelijke functies gericht op recreatief, sportief of maatschappelijk gebruik op lokale schaal, waarbij de gronden merendeels onbebouwd zijn; kernrandzone: zone gelegen in het landelijk gebied rondom en direct aansluitend op het stedelijk gebied. Hieronder vallen ook dorpskernen. De omvang van deze zone is indicatief aangegeven en kan variëren, onder meer afhankelijk van de al aanwezige functies, de kwaliteiten en de aanwezige bebouwings-dichtheid. In deze zone komen, naast agrarische activiteiten, kernrandactiviteiten voor; klein landschapselement: qua oppervlakte of volume beperkte, groene (begroeiing) of blauwe (water) component in het landschap, die bijdraagt aan de opbouw, structuur, invulling, identiteit en belevingswaarde van dat landschap, en die niet onder houtopstanden vallen; krw-oppervlaktewaterlichaam: oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in artikel 2, onder 10, van de Kaderrichtlijn water; kunstuiting: object, dan wel een bord, informatiezuil, spandoek of vlag, dat zoals blijkt uit de plaatsingsgeschiedenis kennelijk bedoeld is als locatiegebonden artistiek expressiemiddel en niet als drager van een commerciële, of reclameboodschap; kwetsbaar object: in het regionale waterprogramma aangewezen te beschermen gebied of object; ladingtank: tank vast verbonden met een binnenschip waarvan de wanden hetzij door de scheepsromp zelf, hetzij door van
de scheepsromp onafhankelijke wanden zijn gevormd; maaiveld: gemiddelde hoogte van de vaste bodem op een locatie, zoals vastgelegd in het Actueel hoogtebestand Nederland (AHN); natuurlijke verjonging: het op natuurlijke wijze ontstaan van een bosbouwkundig verantwoorde houtopstand; Neder-Germaanse Limes: het (beoogd) UNESCO Werelderfgoed dat gekenmerkt wordt door PM (zie Bijlage Cultuurhistorie); niet-grondgebonden veehouderij (intensieve veehouderij): agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij, varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, geiten- of schapenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen, met uitzondering van grondgebonden veehouderij; nieuwvestiging kantoren: de toevoeging of uitbreiding van een kantoor of de transformatie van een gebouw naar een kantoor ten opzichte van het vigerende omgevingsplan door middel van een besluit; object: ruimtelijk element of constructie, niet zijnde een bord, informatiezuil, spandoek of vlag; 88
omgevingskwaliteit : duidt op de integrale kwaliteit van ruimtes. Integraal, dus niets uitsluitend. De ondergrond noch de sterrenhemel. De lokale inbedding noch de internationale aansluiting. Schoonheid noch functionaliteit. Omgevingskwaliteit omvat in ieder geval: a. ruimtelijke kwaliteit: gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde; b. milieu-, gezondheids- en veiligheidskwaliteit; c. maatschappelijke waarden zoals sociale samenhang en economische vitaliteit; ontgassen: afvoeren van restladingdamp uit een ladingtank waarbij restladingdampen terechtkomen in de open lucht; ophogen: storten ten behoeve van het tijdelijk of definitief ophogen van de bodem; ondergeschikt kantoor: een gebouw of een deel van een gebouw dat geheel of grotendeels in gebruik is of te gebruiken is voor bureaugebonden werkzaamheden of daaraan ondersteunende activiteiten, waarbij deze werkzaamheden en activiteiten uitsluitend worden verricht ten dienste van en ondergeschikt zijn aan een andere functie dan kantoor op hetzelfde bouwperceel; partyschip: vaartuig gebruikt als commercieel passagierschip voor het houden van feesten en partijen, al dan niet in combinatie met rondvaarten gedurende meerdere uren; potentieel voor het grondwater schadelijke stof: stof opgenomen in de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming 2012, deel 3, bijlage 2, stap 5, 'De stoffenlijst'; of een stof met een schadelijke werking op de
smaak en/of geur van het grondwater, alsmede verbindingen waaruit dergelijke stoffen in het grondwater kunnen ontstaan en die het grondwater ongeschikt voor menselijke consumptie maken; programma woningbouw: het provinciaal programma waarin de hoofdlijnen van de regionale programmeringsafspraken voor woningbouw zijn opgenomen. In deze regionale programmering: 1. worden de basisprincipes voor verstedelijking gevolgd, te weten: a. zo veel mogelijk binnenstedelijk/binnendorps (binnen het stedelijk gebied) nabij knooppunten; b. daarnaast in overig stedelijk gebied; c. eventuele nieuwe (grootschalige) uitleg koppelen hoogwaardig openbaar vervoer en aan (bestaande of nieuwe) knooppunten van de belangrijkste infrastructurele corridors); 2. worden afspraken vastgelegd om te borgen dat binnen het programma tenminste 50 % van de te bouwen woningen in het sociale middensegment; en 3. worden afspraken gemaakt over energieneutrale, circulaire, klimaatadaptieve woningbouw, evenredige groenontwikkeling en efficiënt ruimtegebruik. Het programma woningbouw kan kwantitatieve en kwalitatieve bandbreedtes bevatten.
provinciaal bereikbaarheidsnetwerk: het samenhangend geheel van provinciale fietspaden, provinciale (vaar)wegen en OV-lijnen en aanvullend die fietspaden, (vaar)wegen en OV-lijnen van gemeenten die de provincie tot een provinciaal belang heeft benoemd; provinciaal OV-netwerk: het samenhangend geheel van OV-lijnen dat begin- en eindpunten met elkaar verbindt via tussengelegen haltes; provinciale weg: een openbare weg, zoals bedoeld in de Wegenverkeerswet en Wegenwet in beheer bij de provincie, met inbegrip van de daarin gelegen kunstwerken en wat verder naar zijn aard daartoe behoort; reclameobject: object, dat gebruikt wordt voor reclamedoeleinden; recreatiewoning: woning, caravan, stacaravan of bouwwerk ten behoeve van recreatief verblijf, inclusief overnachting; recreatiezone: zone gelegen in het landelijk gebied van de stadsgewesten Utrecht en Amersfoort waarin vooral het recreatieve gebruik wordt gestimuleerd.
Het gaat om bovenlokale dagrecreatievoorzieningen, deze kunnen zowel gericht zijn op extensief als op intensief gebruik; restladingdamp: damp die na het lossen in de ladingtank achterblijft; rommelterrein: een terrein dat zich buiten het erf of buiten een in het omgevingsplan aangewezen bedrijfsbestemming bevindt, dat gebruikt wordt voor het al dan niet geordend bewaren of opslaan van voorwerpen, materieel, apparaten, goederen of, al dan niet los gestort, materiaal; schipper (bij varend ontgassen): persoon als bedoeld in artikel 1.2.1 van deel 1 van het ADN;
89
spandoek: opschrift, aankondiging, afbeelding, kleurvlak en/of combinatie daarvan, enkel- of tweezijdig aangebracht op doek, plastic of een ander als spandoek te gebruiken materiaal, samen met de bijbehorende vaste of verplaatsbare draag- bevestigings- en/of steunconstructies; stedelijke functie: functie die door de intensiteit van de bebouwing en gebruik, door afhankelijkheid van geconcentreerde infrastructuur en door de intensieve wisselwerking met andere functies primair is aangewezen op of verbonden is met aaneengesloten bebouwd gebied; steiger: drijvende of boven water aangebrachte constructie waarop gelopen kan worden, bedoeld om vaartuigen aan af te meren; stoffen (bij varend ontgassen): chemische elementen, verbindingen daarvan dan wel mengsels van die elementen of verbindingen; storten: op of in de bodem brengen van stoffen om ze daar langdurig of permanent te laten; stortplaats: locatie, waar gestort, opgehoogd of geëgaliseerd wordt; streefwaarde: de streefwaarde grondwater, zoals opgenomen in het normenzoeksysteem op de website van het RIVM; stroomgebiedsbeheerplannen: stroomgebiedsbeheerplannen als bedoeld in artikel 3.9 van de wet; TSK: Thematische Structuurvisie Kantoren 2016-2027, Provincie Utrecht; takhout: takken en boomstammen met een grootste diameter van maximaal 8 centimeter, dat vrijkomt bij reguliere snoei- en dunningswerkzaamheden in houtopstanden;
tussenwaarde: het rekenkundig gemiddelde van de streefwaarde en de interventiewaarde van een verontreinigende stof in het grondwater; taxateur: een taxateur die werkzaam is voor een door BIJ12 aangewezen taxatiebureau of een consulent faunazaken van BIJ12; uitzonderlijke universele waarde: Outstanding Universal Value (OUV), de culturele en/of natuurlijke betekenis die zo uitzonderlijk is dat deze nationale grenzen overstijgt en van algemeen belang is voor de huidige en toekomstige generaties van heel de mensheid; vaartuig: voorwerp of constructie, gereed of in aanbouw, uitsluitend of in hoofdzaak bestemd of ingericht voor het vervoer over water van personen of goederen; vaarweg: voor het openbaar verkeer met schepen openstaand water in de zin van artikel 1.01, onder D, onder 5°, van het Binnenvaartpolitiereglement; verordening: omgevingsverordening; verstedelijking: van verstedelijking is sprake als een omgevingsplan opzichte van het vigerende regime nieuwe mogelijkheden biedt voor vestiging of uitbreiding van stedelijke functies; vervoerder (bij varend ontgassen): de onderneming, bedoeld in 1.2.1 van deel 1 van het ADN.
vlag: opschrift, aankondiging, afbeelding, kleurvlak en/of combinatie daarvan, enkel- of tweezijdig aangebracht op doek, plastic of een ander als vlag te gebruiken materiaal, samen met de bijbehorende vaste of verplaatsbare draag- bevestigings- en/of steunconstructies; volumineuze detailhandel: vormen van detailhandel die een assortiment voeren van overwegend ruimte vergende goederen, waaronder bouwmarkten, tuincentra, woninginrichtingszaken, auto-, boten-, en caravan-bedrijven mede worden begrepen; voet: overgang van het maaiveld naar een op dat maaiveld geplaatste constructie, depot, wal of grondlichaam; waterbeheerprogramma: waterbeheerprogramma als bedoeld in artikel 3.7 van de wet; waterscoutinglocatie: als zodanig in een onherroepelijk omgevingsplan toegedeelde functie; waterwingebied: beschermingsgebied aangewezen op grond van artikel 2.22, tweede lid, onder a, van de wet;
90
wet: Omgevingswet; woonark: casco met opbouw, dan wel in of op het water geplaatst voorwerp, niet zijnde een woonschip, dat uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt als dag- of nachtverblijf van een of meer personen, dan wel, te oordelen naar zijn constructie, inrichting of getroffen voorzieningen daartoe uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd is; woonschip: vaartuig, niet zijnde een woonark, dat uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt als dag- of nachtverblijf van een of meer personen, dan wel, te oordelen naar zijn constructie, inrichting of getroffen voorzieningen daartoe uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd is; woonzorgvoorzieningen: kleinschalige woonaccommodatie ten behoeve van zorgvragers met mogelijkheden voor zorg en dagactiviteiten; zelfstandig kantoor: een gebouw of een deel van een gebouw in de vorm van een ruimtelijk en bouwkundig zelfstandige eenheid dat geheel of grotendeels in gebruik is of te gebruiken is voor bureaugebonden werkzaamheden of daaraan ondersteunende activiteiten, met uitzondering van een ondergeschikt kantoor; zonneveld: elke groepering van zonnepanelen die op of boven de grond of op het wateroppervlak wordt geplaatst, maar niet op daken van gebouwen.
91
Bijlage II Aanwijzing informatieobjecten
naam informatieobject
URL
(Voorlopige Lijst) UNESCO Werelderfgoed
[PM bij digitale publicatie]
(Voorlopige Lijst) UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies (Voorlopige Lijst) UNESCO Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes (bufferzone)
[PM bij digitale publicatie]
100jaar- aandachtsgebied
[PM bij digitale publicatie]
Aandachtsgebied Stiltegebied
[PM bij digitale publicatie]
Aardkundige waarden
[PM bij digitale publicatie]
Agrarisch cultuurlandschap
[PM bij digitale publicatie]
Agrarische bedrijven
[PM bij digitale publicatie]
Archeologisch waardevolle zone
[PM bij digitale publicatie]
Beperken bodembewerking
[PM bij digitale publicatie]
Beperkingengebied beheer provinciale weg
[PM bij digitale publicatie]
Beperkingengebied bouwwerken provinciale weg
[PM bij digitale publicatie]
Beperkingengebied lokale spoorweg
[PM bij digitale publicatie]
Beperkingengebied vaarweg
[PM bij digitale publicatie]
Beperkingengebied vrij zicht provinciale weg
[PM bij digitale publicatie]
Beschermd klein landschapselement
[PM bij digitale publicatie]
Beschermingszone lokale spoorweg
[PM bij digitale publicatie]
Beschermingszone oppervlaktewaterwinning
[PM bij digitale publicatie]
Bestaand evenement of activiteit
[PM bij digitale publicatie]
Bestaand winkelgebied
[PM bij digitale publicatie]
Bethunepolder waterleidingkanaal
[PM bij digitale publicatie]
Boringsvrije zone
[PM bij digitale publicatie]
Boringsvrije zone Langerak en Lexmond
[PM bij digitale publicatie]
Boringsvrije zone Tull en ’t Waal
[PM bij digitale publicatie]
Boringsvrije zone Veenendaal
[PM bij digitale publicatie]
Boringsvrije zone WCB Nieuwegein
[PM bij digitale publicatie]
Boringsvrije zones Amersfoort-Koedijkerweg, Rhenen en Woudenberg
[PM bij digitale publicatie]
Bovenlokaal dagrecreatieterrein
[PM bij digitale publicatie]
Buffer luchtvaartterrein
[PM bij digitale publicatie]
Bufferzone stiltegebied
[PM bij digitale publicatie]
Concentratiegebied glastuinbouw
[PM bij digitale publicatie]
Cultuurhistorische hoofdstructuur
[PM bij digitale publicatie]
Dijktraject 1 op 10
[PM bij digitale publicatie]
Dijktraject 1 op 100
[PM bij digitale publicatie]
Dijktraject 1 op 1000
[PM bij digitale publicatie]
Dijktraject 1 op 1250
[PM bij digitale publicatie]
Dijktraject 1 op 30
[PM bij digitale publicatie]
Dijktraject 1 op 300
[PM bij digitale publicatie]
Eiland van Schalkwijk
[PM bij digitale publicatie]
Energie uit biomassa landelijk gebied
[PM bij digitale publicatie]
Energie uit biomassa stedelijk gebied
[PM bij digitale publicatie]
Ganzenrustgebied
[PM bij digitale publicatie]
Gebied dempen oppervlaktewaterlichaam
[PM bij digitale publicatie]
[PM bij digitale publicatie]
92
Gebied landschappelijke waarden
[PM bij digitale publicatie]
Gebied ligplaatsen
[PM bij digitale publicatie]
Gebiedstransformatie of herstructurering
[PM bij digitale publicatie]
Geluidscontour binnen bebouwde kom
[PM bij digitale publicatie]
Geluidscontour buiten bebouwde kom
[PM bij digitale publicatie]
Gesloten stortplaats
[PM bij digitale publicatie]
Glastuinbouw niet toegestaan
[PM bij digitale publicatie]
Groene contour
[PM bij digitale publicatie]
Grondwaterbeschermingsgebied
[PM bij digitale publicatie]
Grondwaterbeschermingsgebied Grondwaterbeschermingsgebied Amersfoort-Berg, Doorn, Langerak, Soestduinen en Woerden
[PM bij digitale publicatie]
Grondwaterbeschermingsgebied Beerschoten Grondwaterbeschermingsgebied Bilthoven, Bunnik, Cothen, Groenekan, Linschoten, Zeist en in waterwingebied Bethunepolder
[PM bij digitale publicatie]
Grondwaterbeschermingsgebied Driebergen, Leersum en Rhenen
[PM bij digitale publicatie]
Grondwaterbeschermingsgebied Langerak Grondwaterbeschermingsgebieden Amersfoort-Berg, Doorn, Langerak, Lexmond, Soestduinen en Woerden
[PM bij digitale publicatie]
Grondwaterbeschermingszone
[PM bij digitale publicatie]
Handhaven huidig profiel Slaperdijk
[PM bij digitale publicatie]
Historische buitenplaatszone
[PM bij digitale publicatie]
Historische infrastructuur
[PM bij digitale publicatie]
Houtopstand
[PM bij digitale publicatie]
Kantoren op knooppunt Leidsche Rijn Centrum
[PM bij digitale publicatie]
Kantoren op knooppunt Utrecht Centraal
[PM bij digitale publicatie]
Kernrandzone
[PM bij digitale publicatie]
Kernzone lokale spoorweg
[PM bij digitale publicatie]
Klein open bodemenergiesysteem
[PM bij digitale publicatie]
Kleine windturbine
[PM bij digitale publicatie]
Kwetsbare strategische grondwatervoorraad
[PM bij digitale publicatie]
Landbouwontwikkelingsgebied
[PM bij digitale publicatie]
Landbouwstabiliseringsgebied
[PM bij digitale publicatie]
Landelijk gebied
[PM bij digitale publicatie]
Landschap
[PM bij digitale publicatie]
Landschap Eemland
[PM bij digitale publicatie]
Landschap Gelderse Vallei
[PM bij digitale publicatie]
Landschap Groene Hart
[PM bij digitale publicatie]
Landschap Rivierengebied
[PM bij digitale publicatie]
Landschap Utrechtse Heuvelrug
[PM bij digitale publicatie]
Luchtvaartterrein
[PM bij digitale publicatie]
Matig kwetsbare strategische grondwatervoorraad
[PM bij digitale publicatie]
Militair erfgoed
[PM bij digitale publicatie]
Militaire terreinen of terreinen met militaire objecten
[PM bij digitale publicatie]
Natuurnetwerk Nederland
[PM bij digitale publicatie]
Overstroombaar gebied
[PM bij digitale publicatie]
Provinciaal bereikbaarheidsnetwerk
[PM bij digitale publicatie]
Provinciaal OV-netwerk
[PM bij digitale publicatie]
[PM bij digitale publicatie]
[PM bij digitale publicatie]
[PM bij digitale publicatie]
93
Provincie Utrecht
[PM bij digitale publicatie]
Amsterdam-Rijnkanaal en Lek rangorde bij waterschaarste
[PM bij digitale publicatie]
Neder-Rijn rangorde bij waterschaarste
[PM bij digitale publicatie]
Recreatiewoning
[PM bij digitale publicatie]
Recreatiezone
[PM bij digitale publicatie]
Reductielocaties
[PM bij digitale publicatie]
Regionaal fietsnetwerk
[PM bij digitale publicatie]
Stedelijk gebied
[PM bij digitale publicatie]
Stille kern
[PM bij digitale publicatie]
Stiltegebied
[PM bij digitale publicatie]
Uitbreiding bedrijventerrein onder voorwaarden
[PM bij digitale publicatie]
Uitbreiding woningbouw onder voorwaarden
[PM bij digitale publicatie]
Vaarweg in beheer bij provincie Utrecht
[PM bij digitale publicatie]
Vaarweg niet in beheer bij provincie Utrecht
[PM bij digitale publicatie]
Verbod varend ontgassen
[PM bij digitale publicatie]
Verplicht peilbesluitgebied
[PM bij digitale publicatie]
Vrijwaringszone regionale waterkeringen
[PM bij digitale publicatie]
Waterbergingsgebied
[PM bij digitale publicatie]
Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden binnen de bebouwde kom
[PM bij digitale publicatie]
Waterschap Amstel, Gooi en Vecht binnen de bebouwde kom
[PM bij digitale publicatie]
Waterschap Rivierenland binnen de bebouwde kom
[PM bij digitale publicatie]
Waterschap Vallei en Veluwe binnen de bebouwde kom
[PM bij digitale publicatie]
Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden buiten de bebouwde kom
[PM bij digitale publicatie]
Waterschap Amstel, Gooi en Vecht buiten de bebouwde kom
[PM bij digitale publicatie]
Waterschap Rivierenland buiten de bebouwde kom
[PM bij digitale publicatie]
Waterschap Vallei en Veluwe buiten de bebouwde kom
[PM bij digitale publicatie]
Waterwingebied
[PM bij digitale publicatie]
Waterwingebied Bethunepolder
[PM bij digitale publicatie]
Waterwingebied Bethunepolder waterleidingkanaal
[PM bij digitale publicatie]
Waterwingebied Lexmond, Woerden en Vianen
[PM bij digitale publicatie]
Weidevogelkerngebied
[PM bij digitale publicatie]
Windenergie
[PM bij digitale publicatie]
Zonneveld
[PM bij digitale publicatie]
Zwemlocatie
[PM bij digitale publicatie]
94
Bijlage III Parameters en frequentie van bemonstering en analyse van te infiltreren water Parameter bacteriën van de coligroep kleur zwevende stof geleidingsvermogen voor elektriciteit temperatuur zuurgraad opgelost zuurstof totaal organisch koolstof bicarbonaat nitriet nitraat ammonium totaal fosfaat fluoride chloride sulfaat natrium ijzer mangaan chroom lood koper zink cadmium arseen cyanide minerale olie adsorbeerbaar organisch halogeen vluchtig organisch gebonden chloor vluchtige aromaten polycyclische aromaten fenolen
Afkorting
SS
Frequentie 4-wekelijks 4-wekelijks 4-wekelijks 4-wekelijks
T pH O2 TOC HCO3 NO2 NO3 NH4 Totaal P F Cl SO4 Na Fe Mn Cr Pb Cu Zn Ca As CN
4-wekelijks 4-wekelijks 4-wekelijks 4-wekelijks 4-wekelijks 4-wekelijks 4-wekelijks 4-wekelijks 4-wekelijks 3-maandelijks 4-wekelijks 3-maandelijks 3-maandelijks 3-maandelijks 3-maandelijks 3-maandelijks 3-maandelijks 3-maandelijks 3-maandelijks 3-maandelijks 3-maandelijks 3-maandelijks 4-wekelijks
AOX
4-wekelijks
VOC
4-wekelijks
PAK
4-wekelijks 3-maandelijks 3-maandelijks
95
Bijlage IV Modelborden A.
Oud model; op termijn te vervangen
B.
Nieuw model; te gebruiken bij nieuwe en vervangende bebording
C.
Bord Stiltegebied
96
Bijlage V Lijst verboden activiteiten in grondwaterbeschermingsgebieden Activiteit Mijnbouw Het gebruik van ontplofbare stoffen of voorwerpen op militaire objecten Opslaan, mengen, scheiden en verdichten van bedrijfsafval of gevaarlijk afval voorafgaand aan inzameling of afgifte Op of in de bodem brengen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen buiten stortplaatsen Verbranden van afvalstoffen anders dan in een ippcinstallatie Zuiveringsvoorziening voor ingezameld of afgegeven afvalwater Opslaan van grond en baggerspecie Opslagtank voor gassen Opslagtank voor vloeistoffen en tankcontainer of verpakking die wordt gebruikt als opslagtank voor vloeistoffen Stortplaats of winningsafvalvoorziening Verbranden van afvalstoffen in een ippc-installatie Maken van cokes Basismetaal Scheepswerven Metaalproductenindustrie Rubberindustrie en kunststofindustrie Autodemontagebedrijf en tweewielerdemontagebedrijf Verwerken van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen Zuiveringtechnisch werk Bedrijf voor telen en kweken van waterplanten of waterdieren Tankstation Reinigen van opslagtanks, verpakkingen, voertuigen of containers voor gevaarlijke stoffen Bunkerstations en andere tankplaatsen voor schepen Opslag- en transportbedrijf, groothandel en containerterminal Autosport en motorsport, zoals crossterrein, racebaan of kartbaan Jachthaven Schietbaan
Zoals bedoeld in artikel van het Besluit activiteiten leefomgeving 3.320 3.334 3.39 3.40b 3.40d 3.41 (gereserveerd) 3.21 3.24 3.84 3.87 3.60 3.66 3.144 3.103 3.134 3.152 3.184 3.173 3.221 3.296 3.300 3.272 3.285 3.304 3.308 3.311
97
Bijlage VI Lijst niet-toelaatbare voor het grondwater schadelijke stoffen 1. 2.
Als niet-toelaatbare voor het grondwater schadelijke stoffen worden aangewezen de stoffen en mengsels die staan vermeld in de hierna opgenomen tabel. Een stof is niet een niet-toelaatbare voor het grondwater schadelijke stof indien deze deel uitmaakt van: a. een geneesmiddel in de zin van Richtlijn 2001/83/EG of een geneesmiddel voor diergeneeskundig gebruik in de zin van Richtlijn 2001/82/EG en; b. cosmetische producten in de zin van Richtlijn 76/768/EEG c. de volgende brandstoffen en olieproducten: i. benzine en dieselbrandstof als bedoeld in Richtlijn 98/70/EG; ii. derivaten van minerale oliën, bestemd voor gebruik als brandstof in mobiele of vaste verbrandingsinstallaties; iii. brandstoffen die in een gesloten systeem worden verkocht (bijvoorbeeld flessen vloeibaar gas); d. kunstschilderverven die onder Verordening (EG) nr. 1272/2008 vallen; e. asbest, erioniet en vuurvaste keramische vezels; f. derivaten van aardolie of minerale oliën die in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving worden gebruikt in wegverhardingen of dakbedekkingen (bijvoorbeeld asfalt).
Tabel overige stoffen en mengsels Overige stoffen en mengsels waarin de volgende stoffen voorkomen in een concentratie van meer dan 0,1massa-%: 1 Polybroombifenylen 2 Kwikverbindingen 3 Arseenverbindingen 4 Organische tinverbindingen 5 Trichloormethaan (Chloroform) 6 1.1.2-Trichloorethaan 7 1,1,2,2-tetrachloorethaan 8 1,1,1,2-tetrachloorethaan 630-20-6 9 Pentachloorethaan 10 1,1-dichlooretheen 11 Hexachloorethaan 12 Gechloreerde parafines met een korte keten (C10-13, SCCP’s) 13 Tolueen 14 Trichloorbenzeen 14a 1,2.4- Trichloorbenzeen 14b 1,3,5- Trichloorbenzeen 14c 1,2,3- Trichloorbenzeen 15 Pentachloorbenzeen 16 Broommethaan (methylbromide) 17 Dichloormethaan (methyleenchloride) 18 Hexachloorbutadieen 19 Tetrachlooretheen 20 Trichlooretheen 21 Vinylbromide 22 Perfluoroctanylsulfonzuren en hun zouten 23 Hexachloorcyclopentadieen 24 1,2 dichlooretheen (cis en trans)
CAS nr. 59536-65-1 ---67-66-3 79-00-5 79-34-5 630-20-6 76-01-7 75-35-4 67-72-1 85535-84-8 108-88-3 12002-48-1 120-82-1 108-70-3 87-61-6 608-93-5 74-83-9 75-09-2 87-68-3 127-18-4 79-01-6 593-60-2 -77-47-4 540-59-0
98
Bijlage VII Tabel hoeveelheidsdrempel voor stoffen WMS-tabel Etiket
Stofcategorie met bijbehorende R-zin
Hoeveelheiddrempel
1
Zeer giftig (T+)
R26 R27 R28 Comb R26/27/28 R39 icm R26/27/28
500 kg of 0,5 m3
2
Giftig (T)
R23 R24 R25 Comb R23/24/25 R39 icm R23/24/2 R48 icm R23/24/25
500 kg of 0,5 m3
9i
Giftig voor het milieu m.u.v. als brandstof gebruikte minerale oliën
R50 R50/53 R51/53
5.000 kg of 0,5 m3
Geen etiket zie VIB
Schadelijk voor het milieu m.u.v. als brandstof gebruikte minerale oliën (1)
R52/53 R52 R53
2.000 kg of 2 m3
Geen etiket zie EURAL-code (2)
Gevaarlijke afvalstoffen met niet nader gespecificeerde gevaarseigenschappen (1)
Niet bekend
500 kg of 0,5 m3
(1) Voor de toepassing van de beoordelingssystematiek worden ook deze stoffen als giftig aangemerkt. (2) Afvalstoffen worden onder de Europese Afvalstoffenlijst (EURAL) geclassificeerd als gevaarlijk of nietgevaarlijk (de EURAL-code van gevaarlijke stoffen bevat een(1)). Indien de gevaarseigenschappen van de afvalstof wel bekend zijn wordt in eerste instantie rekening gehouden met de toegekende gevaarseigenschappen.
Tabel CLP-verordening Etiket
Stofcategorie met bijbehorende H-zin
H-zin
Hoeveelheidsdrempel
Acute toxiciteit categorie 1 Acute toxiciteit categorie 2 Acute toxiciteit categorie 3
H300 H301 H310 H311 H330 H331
500 kg of 0,5 m3
99
Geen etiket zie VIB
Specifieke doelorgaantoxiciteit bij eenmalige blootstelling categorie 1
H370
500 kg of 0,5 m3
Specifieke doelorgaantoxiciteit bij herhaaldelijke blootstelling categorie 1
H372
500 kg of 0,5 m3
Aquatisch acuut
H400
500 kg of 0,5 m3
Aquatisch acuut categorie 1 Chronische aquatische toxiciteit categorie 1 Chronische aquatische toxiciteit categorie 2 m.u.v. als brandstof gebruikte minerale oliën (1)
H400 H410 H411
500 kg of 0,5 m3
Chronische aquatische toxiciteit categorie 3 Chronische aquatische toxiciteit categorie 4 m.u.v. als brandstof gebruikte minerale oliën (1)
H412 H413
2.000 kg of 2 m3
Niet bekend
500 kg of 0,5 m3
Geen etiket zie EURAL- Gevaarlijke afvalstoffen met niet nader code (2) gespecificeerde gevaareigenschappen (1)
(1) Voor de toepassing van de beoordelingssystematiek worden ook deze stoffen als giftig aangemerkt. (2) Afvalstoffen worden onder de Europese Afvalstoffenlijst (EURAL) geclassificeerd als gevaarlijk of nietgevaarlijk (de EURAL-code van gevaarlijke stoffen bevat een (1) ). Indien de gevaarseigenschappen van de afvalstof wel bekend zijn, wordt in eerste instantie rekening gehouden met de toegekende gevaarseigenschappen.
100