5.7 Ontwerp Bodem en waterprogramma provincie Utrecht 2022-2027
Tekst van het document
BODEM- EN WATERPROGRAMMA PROVINCIE UTRECHT 2022-2027 ONTWERP - 18 MEI 2021
P ROV I N C I E- U T R EC H T. N L
^
^
INHOUD 1 INLEIDING
4
1.1 AANLEIDING VAN HET PROGRAMMA
4
1.2 BESLUITVORMING
4
1.2.1 Participatie
4
1.2.2 Vaststellen van het programma
5
1.2.3 Milieueffectrapportage (m.e.r.)
5
1.3 LEESWIJZER
2 BODEM- EN WATERPROGRAMMA
5
7
2.1 VAN VISIE NAAR PROGRAMMA
7
2.2 RELATIE MET ANDERE PROVINCIALE BELEIDSTHEMA’S EN PROGRAMMA’S
9
2.3 RELATIE MET PLANNEN VAN RIJK, NABURIGE PROVINCIES, WATERSCHAPPEN EN GEMEENTEN
13
2.3.1 Nationaal Water Programma van het Rijk
13
2.3.2 Waterprogramma’s van naburige provincies
14
2.3.3 Waterbeheerprogramma’s van de waterschappen
14
2.3.4 Gemeentelijke plannen
14
3 THEMATISCHE UITWERKING 3.1 OVERKOEPELENDE THEMA’S 3.1.1 Duurzaam gebruik ondergrond 3.1.2 Circulair bodem- en waterbeheer 3.2 SCHOON OPPERVLAKTEWATER
15 15 15 17 18
3.2.1 Oppervlaktewater en de Kaderrichtlijn Water (KRW)
19
3.2.2 Biologische doelen niet-KRW-wateren
21
3.2.3 Opkomende stoffen
23
3.2.4 Zwemwater
25
3.2.5 Schoon oppervlaktewater voor openbare drinkwatervoorziening 3.3 SCHONE BODEM EN GRONDWATER
27 28
3.3.1 Behouden algemene goede chemische kwaliteit grondwaterlichamen
29
3.3.2 Voorkomen en beperken verontreinigende stoffen
30
3.3.2.1 Diffuse verontreinigingen
30
3.3.2.2 Puntverontreinigingen
31
3.3.3 Schoon grondwater voor de openbare drinkwatervoorziening
38
3.3.4 Schoon grondwater voor overige onttrekkingen voor menselijke consumptie
40
3.3.5 Schoon grondwater voor oppervlaktewater
42
3.3.6 Schoon grondwater voor natuur
43
3.4 BODEM: KWALITEIT, VRUCHTBAARHEID,AARDKUNDIGE WAARDEN, ONTGRONDINGEN
45
3.4.1 Bodemkwaliteit
45
3.4.2 Sponswerking en bodemvruchtbaarheid
47
3.4.3 Aardkundige waarden en monumenten
48
3.4.3.1 Aardkundige waarden
48
3.4.3.2 Aardkundige monumenten
48
3.4.4 Ontgrondingen
2 | BODEM- EN WATERPROGRAMMA PROVINCIE UTRECHT
49
^
^ 3.5 VOLDOENDE WATER EN VOORKOMEN WATEROVERLAST
51
3.5.1 Zoetwatervoorziening, waterbeschikbaarheid en wateroverlast
51
3.5.2 Voldoende grondwater
54
3.5.3 Strategische grondwatervoorraad en nieuwe zoekgebieden
57
3.5.4 Verdrogingsgevoelige natuurgebieden
60
3.6 WATERVEILIGHEID
62
3.6.1 Primaire waterkeringen
62
3.6.2 Regionale waterkeringen
63
3.6.3 Gevolgbeperking overstromingen
64
3.7 ENERGIE UIT BODEM EN WATER
66
3.7.1 Ondiepe bodemenergie
66
3.7.2 Aquathermie
69
3.7.3 Aardwarmte
71
3.7.4 Overige mijnbouw
73
3.7.4.1 Winning van aardolie en aardgas
73
3.7.4.2 Ondergrondse opslag van stoffen
74
3.7.4.3 Winning van schaliegas
76
4 GEBIEDSGERICHTE UITWERKING
77
4.1 VEENWEIDEGEBIED
77
4.2 RIVIERENGEBIED
78
4.3 STAD
79
4.4 UTRECHTSE HEUVELRUG
80
4.5 GELDERSE VALLEI EN RANDMEREN
80
5 SAMENWERKING EN MONITORING
82
5.1 UITVOERING EN SAMENWERKING
82
5.2 MONITORING
82
LIJST MET BELEIDSKEUZES
84
ANNEX 1
90
Kaderrichtlijn Water (KRW) doelen en maatregelen 2022-2027 en biologische doelen niet-KRW-wateren ANNEX 2
102
Beoordelingskader grondwaterverontreiniging ANNEX 3
107
Voorwaarden ondiepe bodemenergie BIJLAGE 1
115
Uitleg van begrippen en afkortingen BIJLAGE 2
120
Toelichting aardwarmte in relatie tot provinciale belangen KAARTEN
124
Overzicht
BODEM- EN WATERPROGRAMMA PROVINCIE UTRECHT | 3
^
Het Bodem- en waterprogramma provincie Utrecht 2022-2027 (BWP) bundelt het provinciaal bodem- en waterbeleid in één programma. Het vervangt de bodem- en wateronderdelen uit het Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021. In het programma wordt invulling gegeven aan het wettelijk verplichte Regionaal Waterprogramma en worden ambities en beleid uit de Omgevingsvisie van de provincie Utrecht uitgewerkt. 1.1 AANLEIDING VAN HET PROGRAMMA Het BWP is een beleidsprogramma. De aanleidingen om dit Bodem- en waterprogramma 2022-2027 op te stellen zijn: 1. De looptijd van het huidige Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021 (BWM-plan) eindigt op 22 december 2021 Het BWM-plan bevat het provinciaal beleid voor bodem en water. Hierin zijn de beleidskaders voor bodemen wateronderwerpen uitgewerkt waarbij de provincie Utrecht een taak of een rol heeft. De bodem- en wateronderdelen van het BWM-plan vormen een onderdeel van het BWP 2022-2027. De milieu-onderdelen worden opgenomen in het toekomstige programma Gezond en Veilig provincie Utrecht. 2. De Omgevingswet stelt provincies verplicht om een Regionaal Waterprogramma op te stellen Een Regionaal Waterprogramma stelt de hoofdlijnen van het provinciale waterbeleid vast en legt de regionale uitwerking van de Europese richtlijnen vast.
Dat zijn de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Zwemwaterrichtlijn, de Grondwaterrichtlijn en de Richtlijn Overstromingsrisico’s. Het Regionaal Waterprogramma wordt elke zes jaar opnieuw vastgesteld. Het is één van de drie verplichte programma’s onder de Omgevingswet en is onderdeel van dit Bodem- en waterprogramma 2022-2027. De verwachting is dat de Omgevingswet per 1 januari 2022 in werking treedt. 3. Uitwerking Omgevingsvisie provincie Utrecht De Omgevingsvisie bevat de ambities en het strategisch beleid voor bodem- en wateronderwerpen. Dit strategisch beleid vraagt op onderdelen om nadere uitwerking en die is opgenomen in dit BWP. Het gaat bijvoorbeeld om de voorwaarden die we stellen voor het toepassen van bodemenergie. De Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening zijn op 1 april 2021 in werking getreden. We verwijzen in dit programma naar beide documenten. 1.2 BESLUITVORMING 1.2.1 Participatie Samen met partners en inwoners formuleerden we de ambities voor bodem en water die zijn opgenomen in de Omgevingsvisie en de basis vormen voor dit BWP. Ook bij het opstellen van de KRW-doelen en -maatregelen hebben we de waterschappen en, waar van toepassing, organisaties, het bedrijfsleven en agrariërs betrokken. Dit proces begon deels al twee jaar geleden, toen de gebiedsopgave werd vastgesteld.
Voor wat betreft het grondwaterbeheer en nog te nemen maatregelen, heeft de provincie Utrecht in de afgelopen jaren samengewerkt met de drinkwaterbedrijven, industriële gebruikers van grondwater, gemeenten en waterschappen. In oktober 2020 heeft een brede ambtelijke bijeenkomst plaatsgevonden met medewerkers van naburige provincies, gemeenten, de waterpartners (waterschappen, drinkwaterbedrijven en Rijkswaterstaat Midden-Nederland) en belangenorganisaties op het gebied van landbouw, natuur en milieu. Tijdens deze bijeenkomst hebben deskundigen mee kunnen denken in verschillende deelsessies. De input uit deze bijeenkomsten is meegenomen bij het opstellen van een consultatieversie van dit BWP: het concept-Ontwerp.
4 | BODEM- EN WATERPROGRAMMA PROVINCIE UTRECHT
^
1 INLEIDING
^
^ Begin 2021 zijn we met alle gemeenten en waterpartners, zowel ambtelijk als bestuurlijk, in gesprek gegaan over het concept-Ontwerp. Ook is er een bestuurlijk gesprek geweest met terreinbeherende organisaties en belangenorganisaties. De reacties zijn meegenomen bij het opstellen van dit Ontwerp BWP, dat door Gedeputeerde Staten voor inspraak is vastgesteld. In maart 2021 werd het concept-Ontwerp besproken met de Commissie Ruimte Groen Water van Provinciale Staten. Ook deze reacties zijn betrokken bij het opstellen van dit Ontwerp BWP. Ten slotte kan een ieder in de periode dat het Ontwerp BWP ter inzage ligt hierop een formele reactie (zienswijze) indienen. 1.2.2 Vaststellen van het programma Op basis van de Omgevingswet is Gedeputeerde Staten bevoegd tot het vaststellen van het Regionaal waterprogramma. De vaststelling van het BWP zal in het eerste kwartaal van 2022 plaatsvinden, in lijn met de planning van het Nationaal Waterprogramma en na de beoogde inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2022. Wel is besloten om het BWP op basis van de huidige wetgeving op te stellen en uiteindelijk vast te stellen. Dat betekent dat Provinciale Staten op grond van de Waterwet bevoegd is tot het vaststellen van het BWP begin 2022.
Niettemin anticiperen we in dit programma op de eisen en de terminologie in de Omgevingswet, zodat bij de vaststelling en inwerkingtreding van de Omgevingswet het BWP hierop aansluit. 1.2.3 Milieueffectrapportage (m.e.r.) Het BWP is een uitwerking van de Omgevingsvisie. Voor de Omgevingsvisie en de (interim) Omgevingsverordening is een milieueffectrapport (planMER) opgesteld. Hierin zijn de effecten van het nieuwe beleid uit de Omgevingsvisie op het milieu en de leefomgeving in beeld gebracht. Omdat in de Omgevingsvisie ook twee zoekgebieden voor extra wincapaciteit voor drinkwater zijn opgenomen, zijn deze zoekgebieden beoordeeld in het planMER. Ook zijn in de bijbehorende Passende Beoordeling de effecten op Natura 2000-gebieden in beeld gebracht. Het planMER en de Omgevingsvisie zijn kaderstellend voor het BWP. Programma’s onder de Omgevingswet kunnen m.e.r.-plichtig zijn op grond van het Omgevingsbesluit, of als op voorhand niet uitgesloten kan worden dat er door keuzes in het programma significante effecten op Natura 2000gebieden optreden. Dit BWP bevat geen kaderstelling voor activiteiten die op grond van het Omgevingsbesluit m.e.r.plichtig zijn en bevat ook geen kaders of maatregelen die significante effecten op Natura 2000-gebieden kunnen hebben.
De maatregelen voor de KRW zijn opgenomen in het Stroomgebiedbeheerplan en worden als onderdeel van het Nationaal Water Programma in een apart planMER beoordeeld. 1.3 LEESWIJZER Het Bodem- en waterprogramma provincie Utrecht 2022-2027 is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2: Bodem- en waterprogramma Dit hoofdstuk beschrijft de relatie tussen de Omgevingsvisie en het BWP. Ook wordt de relatie beschreven tussen het BWP en andere beleidsthema’s en de daarbij behorende programma’s uit de Omgevingsvisie. Hiermee willen we de integraliteit tussen dit programma en andere beleidsthema’s laten zien. Ten slotte is de relatie toegelicht met het Nationaal Waterprogramma, de waterprogramma’s van naburige provincies, de relatie met de waterbeheerprogramma’s van de waterschappen en de omgevingsplannen van gemeenten. Hoofdstuk 3: Thematische uitwerking Dit hoofdstuk beschrijft de uitwerking van de thema’s. Eerst worden de overkoepelende thema’s uitgewerkt, zoals duurzaam gebruik van de ondergrond en circulariteit. Daarna komen de thema’s een voor een aan de orde: schoon oppervlaktewater, schone bodem en grondwater, bodem, voldoende water, waterveiligheid en energie uit bodem en water. Onder de thema’s hangen specifieke onderwerpen, waarbij per onderwerp is beschreven:
BODEM- EN WATERPROGRAMMA PROVINCIE UTRECHT | 5
^
^
Wat is ons doel?
Welke beleidskeuzes maken we?
Hoe willen we ons doel bereiken en wat is onze rol?
Toelichting op de beleidskeuzes.
Hoofdstuk 4: Gebiedsgerichte uitwerking Dit hoofdstuk beschrijft welke hoofdopgaven voor bodem en water in de gebieden samenkomen en wat het BWP of gerelateerde provinciale programma’s bijdragen aan het realiseren van deze opgaven. Op basis van het bodem- en watersysteem worden de volgende gebieden onderscheiden: Veenweidegebied, Rivierengebied, Stad, Utrechtse Heuvelrug en Gelderse Vallei en Randmeren. Hoofdstuk 5: Uitvoering, samenwerking en monitoring Dit hoofdstuk beschrijft hoe we het BWP willen realiseren en hoe we daarbij samenwerken met onze partners. Daarnaast beschrijven we hoe we willen monitoren en indien nodig bijsturen. Monitoring en evaluatie is cruciaal voor het bereiken van onze doelen. De monitoring en evaluatie van programma’s is verplicht in het kader van de Omgevingswet. Hoe we hier invulling aan geven beschrijven we ook in dit hoofdstuk. Lijst met beleidskeuzes Na de inhoudelijke hoofdstukken is een overzicht opgenomen van alle beleidskeuzes in het BWP. Annex Een annex bevat aanvullende informatie over een bepaald onderwerp. Het gaat om: Annex 1: Doelen KRW 2022-2027, en Biologische doelen niet-KRW wateren. Annex 2: Een toetsingskader voor de aanpak van grondwaterverontreinigingen. Annex 3: Voorwaarden voor ondiepe bodemenergie. Bijlagen Bijlagen bevatten een toelichting op de hoofdtekst. Het gaat om: Bijlage 1: Uitleg van begrippen en afkortingen.
Bijlage 2: Toelichting op de beleidskaart aardwarmte.
6 | BODEM- EN WATERPROGRAMMA PROVINCIE UTRECHT
^
^
2 BODEM- EN WATERPROGRAMMA In de Omgevingsvisie zijn de integrale langetermijnambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in de provincie Utrecht vastgelegd. Hoe de ambities worden gerealiseerd wordt uitgewerkt in programma’s als het Bodemen waterprogramma (BWP). Dit hoofdstuk beschrijft de relatie tussen de Omgevingsvisie, dit BWP en regels uit de Omgevingsverordening. We beschrijven de samenhang met andere provinciale beleidsthema’s en programma’s en ook hoe het BWP zich verhoudt tot het Nationaal Water Programma, de waterprogramma’s van naburige provincies, de waterbeheerprogramma’s van de waterschappen en de gemeentelijke plannen. 2.1 VAN VISIE NAAR PROGRAMMA Samenhangend pakket aan instrumenten: Omgevingsvisie, -verordening en programma’s De provincie Utrecht werkt haar ambities voor de fysieke leefomgeving uit in de Omgevingsvisie, de Omgevingsverordening en in programma’s. Andere instrumenten die we hebben zijn de omgevingsvergunning en het projectbesluit. De instrumenten zijn een samenhangend geheel en vullen elkaar aan (zie figuur 1). De Omgevingsvisie beschrijft de ambities en het strategisch beleid voor de fysieke leefomgeving en is alleen bindend voor de provincie Utrecht zelf. Het beleid van de Omgevingsvisie krijgt uitwerking via de Omgevingsverordening en via programma’s.
Figuur 1: Samenhangend pakket aan instrumenten (bron: omgevingsvisie)
De Omgevingsverordening bevat regels die deels alleen gelden voor gemeenten, waterschappen en uitvoeringsdiensten en deels gelden voor iedereen. Voor het watersysteem, de ondergrond en de bodem zijn in de Omgevingsverordening regels opgenomen voor:
De normen voor en monitoring van regionale keringen en wateroverlast.
Instructieregels voor onder andere waterschappen met betrekking tot het watersysteem. Bijvoorbeeld: eisen aan het peilbesluit.
Activiteiten in wateren, zoals het beheer van zwemwaterlocaties en het beleid voor woonboten.
Het grondwaterbeheer.
De grondwaterbeschermingszones.
Grondwaterverontreiniging.
Grondverzet en het beheer van ‘rommelterreinen’.
Gesloten stortplaatsen.
BODEM- EN WATERPROGRAMMA PROVINCIE UTRECHT | 7
^
^ Bodem- en waterprogramma als uitwerking van de Omgevingsvisie Het beleid in de Omgevingsvisie is opgehangen aan zeven samenhangende beleidsthema’s (zie figuur 3). Een van de beleidsthema’s is ‘klimaatbestendig en waterrobuust’. Het BWP geeft invulling aan dat thema. De Omgevingsvisie beschrijft het ‘wat’ (ambities), het BWP het ‘hoe’ (uitvoering).
KADER: ambities uit Omgevingsvisie (als onderdeel van het beleidsthema ‘klimaatbestendig en waterrobuust’) Duurzaam en robuust bodem- en watersysteem 2050: Het bodem- en watersysteem (zowel grondwater als oppervlaktewater) is blijvend robuust en kan veerkrachtiger omgaan met grote hoeveelheden neerslag en droogte. Hier werken wij continu aan. 2050: De ondergrond en het bodem- en watersysteem worden duurzaam gebruikt, waarbij gebruik en functies van de ondergrond en het bodem- en watersysteem in samenhang met de bovengrondse opgaven worden bekeken, zodat de juiste functie op de juiste plek ligt. 2050: We hebben op een veilige en verantwoorde manier de duurzame energie die het bodem- en watersysteem levert zo optimaal mogelijk benut. 2050: Nieuwe opkomende stoffen, zoals medicijnresten, microplastics en PFAS, in het grond- en oppervlaktewater zijn integraal onderdeel van het waterkwaliteitsbeleid. 2040: We zorgen dat er altijd voldoende en schoon drinkwater is, zelfs wanneer zich een extreme groei van de drinkwatervraag zou voordoen. 2027: We voldoen aan de doelen voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW-doelen). Klimaatbestendige en waterveilige leefomgeving 2050: De provincie Utrecht is klimaatbestendig en waterveilig ingericht. 2030: We hebben een aantrekkelijke en toekomstbestendige dijk en omgeving langs de Nederrijn en Lek.
Provinciaal belang De Omgevingsvisie beschrijft de provinciale belangen. Voor onderwerpen waarvoor een provinciaal belang geldt maakt de provincie Utrecht omgevingsbeleid. Daarmee wordt het onderdeel van de Omgevingsvisie en de onderliggende programma’s. Voor het BWP is met name het provinciaal belang ‘ontwikkelen van een robuust en duurzaam bodem- en watersysteem’ van belang. De reden waarom we dit een provinciaal belang vinden is:
“De provincie Utrecht heeft wettelijke taken op het gebied van de bodem- en watersystemen. Toekomstige ontwikkelingen vragen om een duurzaam evenwicht tussen benutten en beschermen op provinciaal niveau. Het regionale bodem- en watersysteem is de drager van de bovengrondse ruimtelijke ontwikkelingen. Het systeem stopt niet bij gemeentelijke grenzen en vraagt om regionale keuzes, waarbij de provincie Utrecht rekening houdt met gebiedsspecifieke belangen en opgaven.”
(bron: Omgevingsvisie)
Sturingsfilosofie en rollen We volgen de sturingsfilosofie uit de Omgevingsvisie: “We bieden ruimte voor ontwikkelingen die passen bij de Utrechtse kwaliteiten, vanuit het principe ‘lokaal wat kan, provinciaal wat moet’ en met de nadrukkelijke wens de doelen in samenwerking te halen.”
8 | BODEM- EN WATERPROGRAMMA PROVINCIE UTRECHT
^
^ Bij het uitwerken van de sturingsfilosofie passen verschillende rollen, afhankelijk van de opgave. In lijn met de Omgevingsvisie onderscheiden we de volgende rollen (zie figuur 2):
Stimuleren: Facilitator, partij die expertise en capaciteit levert, subsidieverstrekker, motivator. In deze rol ondersteunen we andere partijen bij het uitvoeren van projecten.
Participeren: Coördinator, ontwikkelaar, partner, netwerker, samenwerker, deelnemer. In deze rol werken we samen met vooral andere overheden en maatschappelijke organisaties aan onze eigen opgaven of aan opgaven van de andere partijen, bijvoorbeeld in gebiedsontwikkelingen.
Realiseren: Opdrachtgever, trekker, regisseur. In deze rol zijn we leidend, ondernemend, aansturend, maken we prestatieafspraken, zorgen we voor regionaal programmeren, voeren we regie.
Reguleren: Regelstellend ten behoeve van het provinciaal
Figuur 2: Overzicht rollen
belang en de provinciale wettelijke taken. In deze rol nemen we in de Omgevingsverordening, als dit doelmatig en doeltreffend is, instructies en regels op over het omgevingsplan en de waterschapsverordening en waar nodig regels voor burgers en bedrijven. Bij veel opgaven vervullen we een mix van deze rollen en werken we samen met diverse partijen. In hoofdstuk 3 geven we bij de verschillende onderwerpen aan wat onze rol is bij de concrete acties om de doelen te bereiken. 2.2 RELATIE MET ANDERE PROVINCIALE BELEIDSTHEMA’S EN PROGRAMMA’S De Omgevingsvisie bevat de integrale visie op het omgevingsbeleid van de provincie Utrecht. Het omgevingsbeleid in de Omgevingsvisie is opgehangen aan zeven samenhangende beleidsthema’s (figuur 3). Daarnaast zijn er overkoepelende thema’s, zoals circulariteit. Bij de uitwerking van de thema’s binnen het BWP is gezocht naar samenhang met andere provinciale belangen. In hoofdstuk 3 is bij de inhoudelijke uitwerking zoveel mogelijk de relatie gelegd met andere beleidsthema’s en programma’s.
Figuur 3: Zeven samenhangende thema’s uit de Omgevingsvisie
BODEM- EN WATERPROGRAMMA PROVINCIE UTRECHT | 9
^
^ Stad en land gezond De ambitie in de Omgevingsvisie is dat we in 2050 in de provincie Utrecht in een gezonde en veilige omgeving leven. Dat wil zeggen: de milieukwaliteit is goed, de veiligheid is gewaarborgd, gezond leven en meer bewegen worden gestimuleerd, er zijn voldoende ontspannings- en ontmoetingsmogelijkheden en iedereen doet mee. Een gezonde en veilige leefomgeving heeft een belangrijke relatie met paragraaf 3.2 in dit BWP (over schoon oppervlaktewater) en paragraaf 3.3 (over een schone bodem en schoon grondwater).
Programma Gezond en Veilig provincie Utrecht (in ontwikkeling) We werken de ambitie uit de Omgevingsvisie uit in het nog op te stellen Programma Gezond en Veilig provincie Utrecht. Hierin wordt een overzicht gegeven van wat de provincie Utrecht doet om die gezonde en veilige leefomgeving in 2050 te realiseren. Ook het BWP draagt bij aan een gezonde en veilige leefomgeving. Het gaat dan over hoe we werken aan een duurzaam en robuust bodem- en watersysteem als basis voor onder andere de natuur en de landbouw (en daarmee voor gezond voedsel). Het BWP draagt ook bij aan een schone en gezonde omgeving door te werken aan voldoende schone bronnen voor drinkwater, schoon zwemwater en een goede waterhuishouding. Verontreinigingen vormen een bedreiging voor een goede bodem- en waterkwaliteit en daarom richten we ons op zowel saneren als preventie. De ambitie van een veilige leefomgeving brengt eveneens met zich mee dat we ons inzetten voor veiligheid op en rond het water en voor veiligheid bij duurzame energiewinning in bodem, grond- en oppervlaktewater. Ook als we onze adviserende rol vervullen bij mijnbouwactiviteiten, waarvoor het Rijk het bevoegd gezag is, richten we ons op het realiseren van die gezonde en veilige leefomgeving.
In het programma Gezond en Veilig provincie Utrecht zal voor opkomende stoffen, specifiek de categorie Zeer Zorgwekkende Stoffen, het beleid voor vergunningverlening, toezicht en handhaving worden opgenomen.
Beleidsprogramma recreatie en toerisme 2021-2024 (in ontwikkeling) In het programma recreatie en toerisme wordt het beleid voor recreatie en toerisme uitgewerkt. Het gaat ook over de behoefte aan meer goed zwemwater, waarvoor schoon oppervlaktewater (paragraaf 3.2) een belangrijke voorwaarde is. Klimaatbestendig en waterrobuust In de Omgevingsvisie is als ambitie opgenomen dat de provincie Utrecht in 2050 klimaatbestendig is ingericht. Ten aanzien van bodemdaling is de ambitie dat die in het landelijk veenweidegebied met gemiddeld 50% is afgeremd. De thema’s in dit BWP leveren een belangrijke bijdrage aan deze ambities, die respectievelijk zijn uitgewerkt in het programma klimaatadaptatie en het Uitvoeringsprogramma Bodemdaling.
Programma klimaatadaptatie 2020-2023 Het programma klimaatadaptatie (PKA) voor de periode 2020-2023 moet er mede voor zorgen dat we in 2050 een klimaatbestendige provincie zijn. In het PKA gaat het over bodem- en waterthema’s zoals droogte en overstromingsrisico’s en de gevolgen daarvan voor bijvoorbeeld wonen, landbouw, natuur en recreatie. Het programma beschrijft op hoofdlijnen de rol- en taakopvatting van de provincie Utrecht en moet resulteren in betekenisvolle acties die onze provincie daadwerkelijk klimaatbestendiger maken. Het BWP beschrijft de beleidskaders voor de bodem- en waterthema’s, zoals het voorkomen van overstroming, droogte en wateroverlast, en betrekt hierbij de gevolgen van klimaatverandering voor deze thema’s. Door vanuit het PKA kennis in te brengen over de effecten van klimaatverandering en te ondersteunen bij het opstellen van de doelen en maatregelen in het BWP, geven de twee programma’s samen invulling aan een klimaatbestendig bodem- en watersysteem.
Uitvoeringsprogramma Bodemdaling provincie Utrecht 2020-2023 Provinciale Staten hebben het Uitvoeringsprogramma Bodemdaling provincie Utrecht 2020-2023 vastgesteld. Dit is een uitwerking van de Omgevingsvisie en de Visie Bodemdaling, waarin de ambitie voor het remmen van bodemdaling in het veenweidegebied is opgenomen. Het Uitvoeringsprogramma Bodemdaling geeft concrete uitwerking over hoe de provincie Utrecht de ambities voor het remmen van bodemdaling wil realiseren. Dit Bodem- en Waterprogramma biedt de kaders voor het waterbeheer van de waterschappen. Voor het remmen van de bodemdaling en het klimaatbestendig maken van de provincie is het soms nodig het waterbeheer specifiek hierop te richten. Dit BWP maakt dat mogelijk. In de Regionale Veenweiden Strategie (RVS) zal de uitvoering van maatregelen tegen bodemdaling verder worden vormgegeven.
10 | BODEM- EN WATERPROGRAMMA PROVINCIE UTRECHT
^
^ Duurzame energie In de Omgevingsvisie is als ambitie opgenomen dat de provincie Utrecht zo spoedig mogelijk en uiterlijk in 2050 CO2-neutraal is. Een klimaatneutrale energievoorziening vraagt om ruimte voor bronnen voor duurzame energie uit bodem en water, die in belangrijke mate kunnen bijdragen aan het realiseren van de ambitie. Beschikbare duurzame bronnen uit bodem en water zijn in te delen in drie categorieën: ondiepe bodemenergie, aquathermie en aardwarmte (zie paragraaf 3.7).
Programmaplan Energietransitie 2020-2025 (PS, januari 2020) De ambities voor duurzame energie zijn nader uitgewerkt in het Programmaplan Energietransitie 2020-2025. Dit Programmaplan heeft als doel om de energietransitie in de provincie Utrecht te versnellen op een haalbare en betaalbare wijze, teneinde zo spoedig mogelijk en uiterlijk in 2050 CO2-neutraal te zijn. In het Programmaplan zijn diverse activiteiten beschreven, maar is ook ruimte gecreëerd om te kunnen inspelen op voortschrijdend inzicht en veranderende omstandigheden. Het raakvlak tussen het BWP en het Programmaplan Energietransitie bevindt zich vooral op het onderdeel ‘veilig en verantwoord benutten van energie uit bodem en water’. In het Programmaplan wordt ‘veilig en verantwoord’ niet expliciet uitgewerkt. Het BWP stelt de kaders voor veilige, verantwoorde en optimale benutting van het bodem- en watersysteem, om zo bij te dragen aan de energieambities en de samenhang en afstemming met andere functies. Vitale steden en dorpen Een belangrijke ambitie is om uiterlijk in 2040 te komen tot een sterke provincie met een duurzaam, gezond en divers woon- en leefklimaat. Het bodem- en watersysteem kan bijdragen leveren aan een gezond woon- en leefklimaat en aan een klimaatbestendige leefomgeving.
Programma wonen en werken (in ontwikkeling) In de Omgevingsvisie is een nieuwe systematiek voor woon- en werklocaties geïntroduceerd. Daarin neemt regionale programmering een belangrijke plaats in. De essentie van de regionale programma’s voor wonen en werken wordt opgenomen in het provinciale programma voor wonen en werken. In de Omgevingsverordening is opgenomen dat nieuwe gemeentelijke plannen moeten passen in dit provinciale programma. In de regionale programma’s worden ook algemene kwalitatieve afspraken gemaakt. Voor wat betreft klimaatadaptatie wordt daarin een relatie gelegd met het af te sluiten convenant duurzaam bouwen. Bij de locatiekeuze van nieuwe uitbreiding is het bodem- en watersysteem van belang bij de integrale afweging. Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar In de Omgevingsvisie is opgenomen dat de provincie Utrecht in 2040 goed bereikbaar is per fiets, openbaar vervoer en auto in een gezonde en verkeersveilige omgeving. Hiervoor is een mobiliteitsprogramma opgesteld. Het gebruik van vaarwegen is hier een onderdeel van.
Relatie van het BWP met beleid voor vaarwegen Het beleid voor vaarwegen was onderdeel van het Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021. Het thema vaarwegen maakt geen onderdeel uit van dit BWP. De uitvoering van het vaarwegenbeleid vindt plaats via de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening legt de regels vast om de vaarwegen in stand te houden en om een veilig en vlot verloop van het scheepvaartverkeer te bevorderen. Ook worden de beheerders van de vaarwegen in de provincie Utrecht vastgelegd; daarmee legt de Omgevingsverordening de maatschappelijke functie als vaarweg vast zoals bedoeld in Artikel 2.18 lid 2 van de Omgevingswet. Daarnaast stelt de provincie Utrecht een beleidsdocument op voor de waterwegen, los van het BWP. Hierbij wordt ook meegenomen dat de waterwegen een onderdeel zijn van een robuust en integraal watersysteem met aandacht voor waterkwaliteit en waterkwantiteit. Zo wordt een relatie gelegd met het beleid in het BWP.
BODEM- EN WATERPROGRAMMA PROVINCIE UTRECHT | 11
^
^ Levend landschap, erfgoed en cultuur Het bodem- en watersysteem is de ‘drager’ van het landschap. Het aanwezige bodem- en watersysteem bepaalt sterk het type landschap; zie bijvoorbeeld het waterrijke veenweidegebied met zijn weidse en open karakter en de kenmerkende historische verkavelingsstructuur. Of juist de Utrechtse Heuvelrug met de hoge droge bosrijke gebieden en de waterrijke kwelgebieden aan de flanken. In de gebiedsuitwerking in hoofdstuk 4 beschrijven we hoe hoofdopgaven uit het BWP samenkomen in de verschillende fysieke gebieden: het Veenweidegebied, Rivierengebied, Stad, Utrechtse Heuvelrug en Gelderse Vallei en Randmeren. Toekomstbestendige landbouw en natuur Voor natuur is in de Omgevingsvisie als ambitie opgenomen dat de provincie Utrecht in 2050 over een robuust klimaatbestendig natuurnetwerk beschikt van hoge kwaliteit. Een belangrijke ambitie voor de landbouw is dat we met onze partners toewerken naar een landbouwsector waarin economisch rendabele bedrijven circulair, natuurinclusief en klimaatneutraal zijn (kringlooplandbouw) en dicht bij de burgers staan. Een toekomstbestendige landbouw en natuur hebben belangrijke raakvlakken met zowel de waterkwaliteit (paragraaf 3.2 en 3.3) als de waterkwantiteit (paragraaf 3.5).
Strategisch bosbeleid (in ontwikkeling) In het nieuwe provinciale strategische bosbeleid worden de hoofdthema’s ‘meer bos en bomen’, ‘vitaal bos’, ‘bescherming bos’ en ‘gebruik van het bos’ uitgewerkt. Eind 2021 zal het strategisch beleid door Provinciale Staten worden vastgesteld. Meer bos vraagt ook om de beschikbaarheid van zoetwater. De locatie van nieuwe bossen en het soort bos (loof- of dennenbos) is van invloed op de hoeveelheid. Vergroten van de grondwateraanvulling is een belangrijk thema in dit BWP. Tijdens het opstellen van het strategische bosbeleid vindt afstemming plaats met dit programma.
Natuurvisie (2017) en biodiversiteit In de Natuurvisie zijn de natuuropgaven uit de Wet natuurbescherming (straks Omgevingswet, aanvullingswet natuur) uitgewerkt. Het doel is het veiligstellen van een robuuste natuur. Bescherming, versterking en duurzame beleving en benutting zijn sleutelwoorden. De prioriteit ligt bij het stoppen van de teruggang van de biodiversiteit en het behouden en vergroten van de kwaliteit van de natuur in de Natuurnetwerk Nederland-gebieden. Het laten toenemen van de biodiversiteit is een belangrijk doel van ons natuurbeleid. In dit Bodem- en waterprogramma is in hoofdstuk 3.2 aandacht voor de ecologische doelen in al het oppervlaktewater. Een versterking van de ecologie in de KRW-wateren, in de overige wateren en in de waterparels draagt bij aan een toename van de biodiversiteit. Dit geldt ook voor het verminderen van de verdroging van natuurgebieden.
Relatie met stikstofdossier Nederland is bezig met een aanpak om de hoeveelheid stikstof in Natura 2000-gebieden terug te dringen. De biologische doelen voor de KRW-oppervlaktewaterlichamen vereisen vaak ook een lagere hoeveelheid stikstof dan momenteel in het water aanwezig is. Om deze biologische doelen te realiseren zijn specifieke maatregelen geformuleerd, maar het doelbereik is ook afhankelijk van de effecten van het landelijk (mest)beleid, zoals de Nitraat actieprogramma’s (NAP). Momenteel wordt gewerkt aan het zevende NAP.
Landbouwvisie In de Landbouwvisie en in de daarbij behorende Samenwerkingsagenda Landbouw zijn de ambities en doelen voor een duurzame landbouw in de provincie uitgewerkt. In algemene termen streven we naar een circulaire, natuurinclusieve en klimaatneutrale landbouwsector, die economisch rendabel is. Belangrijk voor bodem en water is dat de agrarische sector eigen maatregelen neemt tegen droogte en extreme neerslag en zo bijdraagt aan een robuust watersysteem. Ook een duurzame bedrijfsvoering die de uitspoeling van nutriënten naar het oppervlaktewater vermindert en de bodemkwaliteit verbetert, draagt bij aan de doelen van het BWP.
12 | BODEM- EN WATERPROGRAMMA PROVINCIE UTRECHT
^
^ Overkoepelende programma’s Circulair Een circulaire economie levert een substantiële bijdrage aan het bereiken van de energie- en klimaatdoelen. Bij hergebruik van materialen in nieuwe toepassingen letten we op de gezondheidseffecten en effecten op de kwaliteit van bodem, water, lucht en biodiversiteit. Circulaire bodem- en waterketens zijn onderdeel van het BWP (zie paragraaf 3.1.2). Het BWP draagt hiermee bij aan het bereiken van de circulaire beleidsdoelen. De ambities ten aanzien van circulariteit zijn uitgewerkt in de Beleidsvisie Circulaire Samenleving en in de Uitvoeringsagenda Circulaire Samenleving.
Beleidsvisie en Uitvoeringsagenda Circulaire Samenleving (in ontwikkeling) De Beleidsvisie en Uitvoeringsagenda Circulaire Samenleving zijn een uitwerking van het coalitieakkoord. Er worden toekomstbeelden voor de verschillende provinciale beleidsvelden in weergegeven, waaronder die voor bodem en water. Gedeputeerde Staten hebben op 10 november 2020 een conceptversie van de Beleidsvisie Circulaire Samenleving 2050 vastgesteld. Deze conceptversie is in december 2020 en januari 2021 besproken met de Commissie BEM (Bestuur, Europa en Middelen) van Provinciale Staten. Ook is het concept van de Beleidsvisie voorgelegd aan regionale partners. Naar verwachting zal de Beleidsvisie medio 2021 door Provinciale Staten worden vastgesteld. Concrete acties voor het komend jaar staan beschreven in de Uitvoeringsagenda Circulaire Samenleving 2021-2023. Deze bevat bestaande en nieuwe acties die allen bijdragen aan een circulaire samenleving. Een deel van de acties uit de Uitvoeringsagenda wordt uitgewerkt in dit BWP en staat beschreven in paragraaf 3.1.2. Programma groen groeit mee In de Omgevingsvisie wordt Groen groeit mee een fundamentele en grote opgave genoemd, die stevig moet worden opgepakt. In de Omgevingsvisie en in de Omgevingsverordening wordt de koppeling gelegd tussen regionale programmering (bijvoorbeeld van woningen) en Groen groeit mee.
Die koppeling wordt de komende tijd verder uitgewerkt in een aanpak waarbinnen naar een evenredige groei van groen wordt gestreefd. Groen groeit mee is gericht op integraliteit, focus en daadkracht. Er worden vijf groene waarden onderscheiden: toegankelijk groen, duurzame landbouw, veerkrachtige natuur, beleefbaar landschap en zichtbaar water. Vanuit het programma Groen groeit mee willen we samen met partners hieraan uitvoering geven. De groene waarden van het programma Groen groeit mee zijn ook voor de bodem- en wateropgaven van groot belang, bijvoorbeeld in de vorm van natuurlijke klimaatbuffers voor waterberging en groenblauwe dooradering ter voorkoming van wateroverlast en droogte in stedelijk gebied (par. 3.5) en voor zwemwater (par. 3.2). 2.3 RELATIE MET PLANNEN VAN RIJK, NABURIGE PROVINCIES, WATERSCHAPPEN EN GEMEENTEN Het BWP heeft veel relaties met beleidsplannen van andere overheden. We schetsen in het kort de relaties met enkele belangrijke plannen. 2.3.1 Nationaal Water Programma van het Rijk Bij de beleidsdoorwerking van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) spelen programma’s op grond van de Omgevingswet een belangrijke rol. Het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) bevat een uitwerking van het te voeren beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van water.
Het bevat ook maatregelen om nationale belangen (waaronder de drinkwatervoorziening) en wateropgaven te bereiken en daaraan te blijven voldoen. Met het NWP voldoet Nederland ook aan de Europese eisen die onder andere voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Overstromingsrisico’s (ROR), de Grondwaterrichtlijn en de Drinkwaterrichtlijn. Belangrijk onderdeel van de KRW zijn de stroomgebiedbeheerplannen (SGBP’s). Hierin is aangegeven welke doelen er gelden voor de grond- en oppervlaktewateren, hoe de kwaliteit behouden kan blijven en waar nodig verder verbeterd gaat worden. De stroomgebiedbeheerplannen zijn onderdeel van het NWP. Met het Overstromingsrisicobeheerplan (ORBP) geeft Nederland invulling aan een van de doelen van de ROR. Het overstromingsrisicobeheerplan geeft inzicht in de doelen die Nederland stelt om het risico van overstromingen te beperken en de maatregelen die daarvoor getroffen worden. Ook dit plan is onderdeel van het NWP.
BODEM- EN WATERPROGRAMMA PROVINCIE UTRECHT | 13
^
^ Het BWP van de provincie Utrecht houdt uiteraard rekening met de inhoudelijke thema’s van het NWP van het Rijk. Ook heeft de provincie Utrecht samen met regionale partners input geleverd bij het opstellen van het NWP. 2.3.2 Waterprogramma’s van naburige provincies Ook onze naburige provincies werken aan het opstellen van waterprogramma’s. Door ze actief te betrekken bij bijeenkomsten en conceptuitwerkingen met elkaar te delen, zorgen we voor zoveel mogelijk uniformiteit in het (bodem- en) waterbeleid. 2.3.3 Waterbeheerprogramma’s van de waterschappen De waterschappen stellen waterbeheerprogramma’s vast voor de watersystemen die zij beheren. Conform artikel 3.7 van de Omgevingswet moeten ze bij het vaststellen rekening houden met de regionale waterprogramma’s van provincies. Inhoudelijke afstemming tussen provincies en waterbeheerders is dus cruciaal. Daarom heeft er de afgelopen periode veelvuldig overleg plaatsgevonden tussen de provincie Utrecht en de Utrechtse waterschappen. 2.3.4 Gemeentelijke plannen Ook onze gemeenten stellen onder de Omgevingswet programma’s op. De Omgevingswet biedt onder andere de mogelijkheid om een gemeentelijk rioleringsprogramma op te stellen (artikel 3.14 Omgevingswet). Ook hebben keuzes in het BWP over bijvoorbeeld het beleidskader voor bodemenergie en grondwaterverontreinigingen gevolgen voor gemeentelijke visies of uitvoeringsprogramma’s.
Daarom hebben wij gemeenten uitgenodigd voor bijeenkomsten en zijn conceptuitwerkingen gedeeld, zodat we zoveel mogelijk uniformiteit creëren in het bodem- en waterbeleid, maar ook op zoek kunnen naar afstemming en het versterken van de uitwerking van ieders ambities.
14 | BODEM- EN WATERPROGRAMMA PROVINCIE UTRECHT
^
^
3 THEMATISCHE UITWERKING Dit hoofdstuk beschrijft de uitwerking van de volgende thema’s: 3.1 Overkoepelende thema’s: duurzaam gebruik ondergrond en circulair bodem- en waterbeheer. 3.2 Schoon oppervlaktewater. 3.3 Schone bodem en grondwater. 3.4 Bodem: kwaliteit, vruchtbaarheid, aardkundige waarden en ontgrondingen. 3.5 Voldoende water. 3.6 Waterveiligheid. 3.7 Energie uit bodem en water. Onder de thema’s hangen specifieke onderwerpen, zoals zwemwater bij het thema ‘Schoon oppervlaktewater’. Per onderwerp is beschreven: Op welk gebied het onderwerp van toepassing is en waar dit op de kaart staat (weergegeven als <…>). Het antwoord op de vraag: wat is ons doel? Welke beleidskeuzes we maken. Hoe we die beleidskeuzes willen realiseren en wat onze rol is. Een toelichting op de beleidskeuzes. 3.1 OVERKOEPELENDE THEMA’S De onderwerpen ‘Duurzaam gebruik van de ondergrond’ en ‘Circulair bodem- en waterbeheer’ hebben veel raakvlakken met de andere thema’s in dit programma. We beschouwen ze als overkoepelend en behandelen ze daarom apart in deze eerste paragraaf. 3.1.1 Duurzaam gebruik ondergrond <kaart 7, hele provincie> Het bodemen watersysteem vormt van nature de basis voor onze leefomgeving en daarmee voor onze maatschappij.
Het systeem maakt dat we kunnen wonen en dat we schone bronnen hebben voor drinkwater en water voor de natuur, mogelijkheden voor recreatie en een voedingsbodem voor de landbouw. De ondergrond (bodem, grondwater en diepe ondergrond) wordt al intensief gebruikt voor bijvoorbeeld drinkwater, het benutten van de bodem voor bodemenergie en ondergronds bouwen. De drukte in de ondergrond zal in de toekomst alleen maar toenemen, met als gevolg meer schaarste van de ruimte in de ondergrond. Er moeten gerichte keuzes gemaakt worden, ook om de kwaliteit van de ondergrond goed te houden en waar mogelijk te verbeteren. Hierbij moet aandacht zijn voor de aanwezigheid en de (gebiedsgerichte) aanpak van historische grondwaterverontreinigingen met het oog op de kwaliteit van het grondwater. Specifiek voor grondwater dat gewonnen wordt voor de drinkwatervoorziening heeft de provincie Utrecht een wettelijke taak. Daarom zijn er regels en beleidskaders, die staan omschreven in dit BWP. Tevens heeft de provincie Utrecht een grote verantwoordelijkheid bij het realiseren van maatschappelijke opgaven in de regio, zoals energietransitie, klimaatadaptatie en voldoende woningen. Alle opgaven vragen ruimte in de ondergrond. Soms moet er worden gekozen, in andere gevallen kunnen oplossingen ook naast en onder elkaar bestaan.
Om die reden geven we de voorkeur aan een integrale benadering, in samenwerking met medeoverheden en stakeholders.
BODEM- EN WATERPROGRAMMA PROVINCIE UTRECHT | 15
^
^ Wat is ons doel?
De ondergrond (bodem, grondwater en diepe ondergrond) wordt nu en in de toekomst zorgvuldig, veilig en duurzaam gebruikt, waarbij: »
De ondergrond optimaal wordt benut voor alle uiteenlopende maatschappelijke opgaven.
»
De kwaliteit van de ondergrond niet achteruitgaat als gevolg van het gebruik ervan en waar mogelijk verbetert.
Welke beleidskeuze maken we? 1. In samenwerking met andere betrokken partijen ontwikkelen we een gebiedsgerichte 3D-systematiek. We zetten deze systematiek in zodat de ondergrond integraal, gebiedsgericht, driedimensionaal en gekoppeld met (bovengrondse) maatschappelijke opgaven wordt beschouwd, gericht op veilig en duurzaam gebruik. Hoe willen we onze doelen bereiken en wat is onze rol? Stimuleren
We dragen bij aan kennisopbouw en kennisdeling, brengen partijen bij elkaar en informeren over nieuwe initiatieven op het gebied van veilig, duurzaam en optimaal ondergronds ruimtegebruik.
In samenwerking met waterschappen, gemeenten en omgevingsdiensten gaan we de regionale kennisopbouw en het uitwisselen van kennis over duurzaam gebruik van de ondergrond verder uitbouwen.
Participeren
We participeren in externe trajecten waarin duurzaam gebruik van de ondergrond en een gebiedsgerichte aanpak centraal staan.
Realiseren
In samenwerking met andere partijen ontwikkelen we een gebiedsgerichte 3D-systematiek voor de ondergrond.
Reguleren
We staan aan het begin van de gezamenlijke ontwikkeling van de gebiedsgerichte 3D-systematiek. Op voorhand is niet in te schatten of dit leidt tot aanpassing van de regels in de Omgevingsverordening. Belangrijk is tijdens de ontwikkeling samen met stakeholders te toetsen welke regelgeving passend is bij doelmatige en duurzame benutting van de ondergrond.
Toelichting op beleidskeuze 1 De provincie Utrecht wil belangrijke maatschappelijke opgaven realiseren. Daarvoor is de ondergrond nodig of leidt de staat van de ondergrond tot bepaalde randvoorwaarden. We moeten zorgvuldige keuzes maken en integraal kijken naar verschillend gebruik en de verschillende functies. Het wordt steeds drukker in de ondergrond en onder stedelijke gebieden ontstaan de eerste knelpunten. Om ook toekomstige generaties gebruik te kunnen laten maken van de ondergrond moeten we planmatig te werk gaan. Richting 2050 werken we toe naar een integraal, duurzaam, veilig en optimaal gebruik van de ondergrond. In de komende planperiode stellen we hiertoe een 3D-systematiek op die het maken van integrale en samenhangende keuzes van boven- en ondergrondse belangen ondersteunt. Met behulp van die systematiek kunnen vragen worden beantwoord als:
Waar moet rekening mee worden gehouden?
Is meervoudig gebruik mogelijk?
Welke alternatieven zijn voorhanden?
Onze werkwijze sluit aan bij de Rijksstructuurvisie Ondergrond (‘STRONG’): een in 2018 verschenen visie op het duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van bodem en ondergrond, gezamenlijk opgesteld door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
16 | BODEM- EN WATERPROGRAMMA PROVINCIE UTRECHT
^
^ De provincie Utrecht werkt nog niet met een 3D-systematiek, maar gaat die samen met stakeholders vormgeven en implementeren. We werken stap voor stap, te beginnen met pilots in gebieden waar de drukte in de ondergrond leidt tot knelpunten die bestuurlijk erkend worden. Een gedegen evaluatie van deze pilots helpt ons om de systematiek verder te ontwikkelen. Kernwoorden voor de ontwikkeling van een 3D-systematiek zijn:
Gebiedsgericht en integraal We kiezen voor een gebiedsgerichte aanpak. Elke regio heeft zijn eigen kenmerken, zowel qua ondergrond als qua belangen en maatschappelijke opgaven. Waar in de ene regio schoon grondwater prioriteit heeft ten bate van de drinkwatervoorziening of voor natuur- en landbouwdoeleinden, ligt in een andere regio het accent meer op het benutten van duurzame koude of warmte uit de ondergrond. Doorgaans spelen er meerdere belangen en maatschappelijke opgaven tegelijkertijd en zijn deze vaak regio-overstijgend, wat zowel een 3D-systematiek als een integrale aanpak rechtvaardigt.
3D We kiezen voor een 3D-benadering. De verschillende functies, activiteiten en opgaven vinden in de ondergrond niet (altijd) op dezelfde diepte plaats, maar naast en dus ook onder elkaar. Door een 3D-beschouwing krijgen we beter zicht op de onderlinge interacties en kan beter beoordeeld worden of het beoogde gebruik van de ondergrond optimaal, doelmatig en duurzaam is.
Samenwerking Door actief de samenwerking met diverse stakeholders aan te gaan (ambtelijk en bestuurlijk) ontstaat er een compleet beeld van de verschillende belangen en daarmee van de complexiteit in de ondergrond. Dat beeld helpt bij het opstellen van de 3D-systematiek, om consequenties van bepaalde beslissingen op tafel te krijgen, prioriteiten voor het betreffende gebied te kunnen stellen en tot een gezamenlijk en gedragen besluit te kunnen komen. De stakeholders waarmee wij de samenwerking willen aangaan zijn overheidspartijen (gemeenten, omgevingsdiensten, waterschappen en het Rijk) en gebruikers van de ondergrond (drinkwaterbedrijven, energiebedrijven, ontwikkelaars).
Kennisopbouw en kennisdeling We sluiten aan bij (landelijk) onderzoek over dit onderwerp. Praktijkvoorbeelden in de provincie Utrecht kunnen als casus ingezet worden in onderzoek. Wij zetten in op het delen van onze ervaring via regionale en landelijke platforms, zowel ambtelijk als bestuurlijk.
3.1.2 Circulair bodem- en waterbeheer <kaart 7, hele provincie> Het is de ambitie van de provincie Utrecht om vanuit duurzaam beheer circulaire water- en bodemketens te helpen realiseren. In de Circulaire Beleidsvisie, opgesteld door het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht (GS) in november 2020, staan de beleidsdoelen voor 2030. De uitvoering hiervan is vastgelegd in de Uitvoeringsagenda Circulaire Samenleving 2021-2023 (GS, november 2020). Deze Uitvoeringsagenda is adaptief van opzet, wat wil zeggen dat de inhoud aan de actualiteit kan worden aangepast. Vooralsnog is alleen de periode tot 2023 erin vastgelegd. Wat is ons doel?
Het lineaire (drink-)watersysteem is omgebouwd tot een circulair systeem. Meervoudig gebruik staat centraal en waterketens zijn zoveel mogelijk gesloten, op gebiedsniveau of op lokaal niveau. Bij een gesloten waterketen wordt afvalwater zoveel mogelijk hergebruikt, in plaats van dat het wordt afgevoerd. Water is waar nodig in de juiste kwaliteit beschikbaar, zowel in landelijk als in stedelijk gebied. De bodem draagt aan dit ecosysteem bij door water op te vangen en vast te houden en ook hernieuwbare energie te leveren.
BODEM- EN WATERPROGRAMMA PROVINCIE UTRECHT | 17
^
^ Welke beleidskeuzes maken we? 2. We blijven activiteiten uitvoeren die bijdragen aan circulaire bodem- en waterketens. Dat doen we in samenwerking met onze partners. 3. We overwegen een grotere rol van de provincie Utrecht in circulair bodem- en waterbeheer. Hoe willen we onze doelen bereiken en wat is onze rol? Stimuleren/participeren
We gaan door met werkzaamheden die direct of indirect bijdragen aan circulair bodem- en waterbeheer in de provincie Utrecht. We participeren in onderzoek en kennistrajecten van onze partners.
Realiseren
We voeren een verkenning uit naar een meer circulair watersysteem in de provincie Utrecht. Dit systeem richt zich op minder afvoeren en meer vasthouden en het hergebruiken van huishoudelijk afvalwater.
Met onze waterpartners en andere belanghebbenden kijken we welke rol voor de provincie Utrecht wenselijk en realistisch is om de circulaire transitie in de watersector te versterken.
Reguleren
Waar nodig brengen we op basis van onderzoek wijzigingen aan in onze Omgevingsverordening om zo circulair bodem- en waterbeheer mogelijk te maken.
Toelichting op beleidskeuze 2 In de uitvoering van het BWP is circulariteit een van onze uitgangspunten. Daar gaan we mee door. In de Uitvoeringsagenda Circulaire Samenleving is de uitvoering van de beleidsdoelen voor 2030 opgenomen. Nieuw hierin is het uitvoeren van een verkenning naar een meer circulair oppervlaktewatersysteem in de provincie. Hierbij zal de focus verschuiven van het doorvoeren van water naar meer vasthouden en hergebruik (principe van kringloopsluiting) en het benutten van restwater uit de waterketen. Toelichting op beleidskeuze 3 De provincie Utrecht overweegt een grotere rol te gaan spelen in het circulair bodem- en waterbeheer. We gaan in gesprek met onze waterpartners, gemeenten en andere belanghebbenden om te bepalen welke rol wenselijk en realistisch is om de circulaire transitie in de watersector verder te brengen en daarover concrete afspraken te maken. Waar nodig passen we op basis van onderzoek onze Omgevingsverordening hierop aan. Dat zou bijvoorbeeld van toepassing kunnen zijn in het geval van aanvullende regels voor grondwateronttrekkers, bedoeld om waterbesparing of het gebruik van alternatieven te stimuleren. 3.2 SCHOON OPPERVLAKTEWATER <kaart 1A t/m 1G> Een goede waterkwaliteit vinden we belangrijk.
Schoon en voldoende oppervlaktewater is cruciaal voor de drinkwatervoorziening in de provincie en essentieel om onze samenleving en economie voor de langere termijn gezond en duurzaam te maken. Omdat water zich weinig aantrekt van landsgrenzen, zijn hierover in Europees verband afspraken gemaakt. We hebben als provincie Utrecht een formele rol bij het ruimtelijk waarborgen van waterbelangen, Waar nodig zijn deze opgenomen in onze Omgevingsvisie. We hebben ook eigen ambities, die we concreet maken door doelen te stellen, zoals in dit BWP. Dat kunnen specifieke doelen zijn die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water (KRW). We hebben ook oog voor nieuwe uitdagingen, zoals opkomende (chemische) stoffen in de waterketen, waaronder medicijnresten en microplastics. Opkomende stoffen worden gedefinieerd als: niet (wettelijk) genormeerde stoffen, waarvan de schadelijkheid nog niet (volledig) is vastgesteld1.
1
Uitvoeringsprogramma aanpak opkomende stoffen in water, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2018.
18 | BODEM- EN WATERPROGRAMMA PROVINCIE UTRECHT
^
^ Wateren die niet als KRW-waterlichaam zijn aangewezen, noemen we ook wel ‘overig water’. In 2018 is in een samenwerkingsovereenkomst met drie waterschappen afgesproken te komen tot regionale doelen voor het overig water. Die biologische doelen voor deze niet-KRW-wateren zullen worden vastgelegd in dit BWP. Het BWP is er onder andere op gericht om problemen in de toekomst te voorkomen. Daarom zetten we in op een probleemanalyse voor de opkomende stoffen, zoals aangegeven in hoofdstuk 3.2.3. We continueren voor dit onderwerp de samenwerking met de drie waterschappen. Er is ook aandacht voor de ‘beleving’ van water, waaraan veilig en schoon zwemwater een belangrijke bijdrage levert. Door klimaatverandering stijgt de gemiddelde temperatuur en ontstaat er meer behoefte aan zwemlocaties, terwijl de kwaliteit van dit water om dezelfde reden ook onder druk komt te staan. Meer over al deze onderwerpen is te lezen in de volgende paragrafen. 3.2.1 Oppervlaktewater en de Kaderrichtlijn Water (KRW) <kaart 1 A: KRW oppervlaktewaterlichamen> De KRW is op 22 december 2000 van kracht geworden en geeft een kader voor de bescherming van de kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater. Met kwaliteit wordt hier zowel de ecologische kwaliteit (het waterleven) bedoeld als de chemische kwaliteit (verontreinigende stoffen).
Voor grondwater stelt de KRW naast chemische kwaliteit ook eisen aan de kwantiteit. De richtlijn vereist dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in Europa eind 2015 op orde is, met een uitstelmogelijkheid tot eind 2027. Meer over de KRW-vereisten op het gebied van het grondwater is te lezen in paragraaf 3.3.1. Nederland heeft als Europese lidstaat de wettelijke plicht om de KRW vast te leggen in wetgeving en deze door te laten werken in de beleidsplannen. De KRW is vertaald in de Waterwet en het Besluit kwaliteitseisen en monitoring water (Bkmw). Naar verwachting treedt per 1 januari 2022 de Omgevingswet en het Besluit Kwaliteitseisen leefomgeving (Bkl) in werking. In dit BWP sorteren we voor op de Omgevingswet wat betreft de vereisten en terminologie. De KRW gaat uit van afrekenbaarheid van het zogenoemde ‘doelbereik’, oftewel: een resultaatsverplichting voor de maatregelen die zijn opgenomen om de doelen te bereiken. Wat is ons doel?
We willen in 2027 voldoen aan de KRW voor de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. Dit programma legt de juridische verplichtingen vast voor het oppervlaktewater, zoals voorgeschreven in de Waterwet en de Omgevingswet.
Welke beleidskeuze maken we? 4.
We leggen de doelen en de begrenzing van de KRW-oppervlaktewaterlichamen vast.
Hoe willen we ons doel bereiken en wat is onze rol? Stimuleren
We zetten instrumenten in voor het verwezenlijken van de doelen. Hieronder vallen de acties vanuit het landbouwbeleid, zoals het inzetten van plattelandscoaches, het promoten van kringlooplandbouw en de keuze voor circulariteit en natuurinclusief beleid.
Inzet van provinciale middelen als cofinanciering bij projecten met subsidie vanuit het Europees gemeenschappelijk landbouwbeleid, afgewogen op basis van het verwachte doelbereik.
Participeren
Samenwerken in stroomgebieden en deelnemen in de Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW)-aanpak.
Realiseren
Door grondverwerving en functieverandering binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en met het ruimtelijk instrumentarium, dragen we bij aan de realisatie van maatregelen ten bate van de kwaliteit van de oppervlaktewaterlichamen.
BODEM- EN WATERPROGRAMMA PROVINCIE UTRECHT | 19
^
^ Reguleren
We definiëren de beleidsuitgangspunten en de maatschappelijke aanvaardbaarheid van keuzes, waarbij ook de integratie met ander beleid een belangrijke voorwaarde is.
We leggen de begrenzing, status en huidige toestand van de KRW-oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen vast.
We leggen de doelen van de KRW-oppervlaktewaterlichamen vast en bepalen daarmee de kaders voor de maatregelen vanuit waterschappen en gemeenten die leiden tot het bereiken van ons doel.
We geven de onderbouwing van de ontheffingsmogelijkheden die de KRW biedt met betrekking tot de status van de waterlichamen, de hoogte van de ecologische doelen en de gefaseerde uitvoering van de maatregelen door de waterbeheerders.
We maken afspraken met andere partijen om hun bevoegdheid in te zetten ter realisatie van de KRW-opgaven.
Toelichting op beleidskeuze 4 Het huidige watersysteem in Nederland voldoet nog niet aan de waterkwaliteitsdoelen. De mate waarin dit het geval is en de inzet die nodig is om dit te veranderen, verschilt per gebied. In dit BWP is de doorvertaling naar acties voor de provincie Utrecht uitgewerkt. Per waterlichaam worden de waarden voor ecologie met de bijbehorende fysischchemische parameters en de chemische toestand vastgesteld. Het is onzeker of alle waterkwaliteitsdoelen in 2027 gehaald zullen zijn. Wel zal een belangrijke verbetering zijn gerealiseerd. In de Stuurgroep Water van 20 januari 2021 is afgesproken dat er, binnen de eigen verantwoordelijkheden, aanvullende maatregelen worden genomen in de periode 2022-2027 als dat noodzakelijk blijkt te zijn. In de waterbeheerprogramma’s van de waterschappen wordt vastgelegd welke verbetermaatregelen in de periode 2022-2027 worden uitgevoerd om de doelen voor het oppervlaktewater te realiseren. De waterschappen hebben burgers, het bedrijfsleven en relevante sectoren betrokken bij het vaststellen van de opgave en het formuleren van de maatregelen. In de KRW zijn de volgende doelen opgenomen:
Het watersysteem (de aquatische ecosystemen en de daarmee verband houdende gebieden) voor verdere achteruitgang behoeden en beschermen.
Een goede chemische en ecologische kwaliteit van grond- en oppervlaktewater tot stand brengen.
Een duurzame bescherming van grond- en oppervlaktewater bieden ten bate van de drinkwatervoorziening.
De verontreiniging van het grondwater verminderen.
Duurzaam gebruik van water bevorderen.
Er liggen inhoudelijke en beleidsmatige keuzes ten grondslag aan de wijze waarop we invulling geven aan de KRWdoelen. Deze keuzes zijn gebaseerd op een landelijke handreiking en grotendeels op deelstroomgebiedniveau door de waterbeheerders gezamenlijk gemaakt. Een pragmatische strategie vormt daarbij het uitgangspunt. Bij die nationale methodiek wordt het doel bepaald door de effecten van alle maatregelen op het gebied van beheer, inrichting en emissies op te tellen bij de huidige situatie. In principe worden alle maatregelen daarbij meegenomen, uitgezonderd de maatregelen die slechts een gering effect hebben op de ecologische kwaliteit van het waterlichaam of een significant negatief effect hebben op gebruiksfuncties of het milieu in brede zin. Kosten en technische uitvoerbaarheid van maatregelen worden niet meegewogen. Alle KRW-relevante informatie over de oppervlaktewaterlichamen, zoals de doelen, de toestand, de geplande maatregelen en de uitvoering van die maatregelen, worden door de waterschappen, provincies en Rijkswaterstaat per waterlichaam samengebracht in een factsheet in het Waterkwaliteitsportaal. De factsheets worden door het ministerie van Infrastructuur en Milieu samengevoegd in het Stroomgebiedbeheerplan Rijn 2022-2027, onderdeel van het Nationaal Water Programma.
20 | BODEM- EN WATERPROGRAMMA PROVINCIE UTRECHT
^
^ De provincie Utrecht legt de doelen vast voor zestig oppervlaktewaterlichamen van de waterschappen. Op kaart 1A zijn de KRW-wateren vastgelegd. In Annex 1, Deel 1, is een overzicht opgenomen van de waterlichamen met daarbij het doel, de status en de huidige toestand. In de provincie Utrecht liggen drie oppervlaktewaterlichamen die als Rijkswater zijn aangemerkt. De begrenzing en de overige vereisten hiervoor worden door het Rijk vastgelegd in het Nationaal Water Programma. 3.2.2 Biologische doelen niet-KRW-wateren <kaart 1B t/m 1E: biologische doelen niet-KRW-wateren en 1F waterparels> Voor de niet-KRW-wateren gelden vanuit de KRW geen ecologische doelen, terwijl juist deze wateren lokaal van hoge ecologische kwaliteit kunnen zijn en gezamenlijk een groot deel (namelijk 90%) van het Utrechtse oppervlaktewater beslaan. Daarbij komt dat veel van deze kleine wateren wel onlosmakelijk verbonden zijn met de KRW-waterlichamen en daarvan dus mede de kwaliteit bepalen. In dit overig water kunnen effectieve maatregelen worden genomen, die behalve op lokaal niveau ook positief doorwerken richting het stroomgebied. Overig water vormt dus een belangrijk onderdeel van het stroomgebied waar de KRW betrekking op heeft en is van groot belang voor het watersysteem als geheel. Wat is ons doel?
Het verbeteren van de oppervlaktewaterkwaliteit door biologische doelen vast te leggen voor overig water. Een goede kwaliteit van het oppervlaktewater is van belang voor vele gebruiksfuncties, de biodiversiteit en voor een duurzaam en robuust watersysteem. Een speciale categorie vormen wateren met specifieke bijzondere planten- of diersoorten, de zogenoemde ‘waterparels’. Op vier gebieden na liggen deze binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en staan ze op de kaart met beheertypen, wat betekent dat er een relatie is met ons natuurbeleid.
Welke beleidskeuzes maken we? 5. We stellen de biologische doelen voor niet-KRW-wateren vast om de actuele kwaliteiten en ambities zichtbaar te maken als toetsingskader voor het beleid voor ruimtelijke ontwikkeling, omgevingsplannen en -vergunningen. 6. We geven de ligging van de waterparels weer op de kaart en integreren deze ook in het natuurbeleid. Dat laatste is vooral het geval bij de verbetering van de biodiversiteit en de aanpak van zogenoemde ‘invasieve exoten’, ter bescherming van hydrobiologische waarden. Hoe willen we onze doelen bereiken en wat is onze rol? Participeren