CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

4.2 U10 Agenda Groen en Landschap 2030

Commissie Ruimte 12 september 2023, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven12.842 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

U10 Agenda Groen & Landschap 2030 Aan de slag met het groenblauwe raamwerk April 2023

Status De agenda geeft een overzicht van de prioritaire opgaven voor groen, water en landschap waar we tijdens deze collegeperiode in U10-verband en samen onze partners aan werken én de wijze waarop we dat doen. Deze agenda is in de eerste plaats bedoeld als leidraad voor ons handelen als 16 samenwerkende gemeenten. Het geeft daarnaast richting aan gesprekken met gebiedspartners en medeoverheden.

Verantwoording Deze U10 Agenda Groen & Landschap 2030 is tussen mei 2022 en april 2023 in samenwerking met ambtenaren van de 16 gemeenten, Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden en met inhoudelijke inbreng op regionaal en provinciaal schaalniveau van de provincie Utrecht opgesteld. Dit op basis van een reeks werksessies, veldbezoeken en interviews. Uiteraard zal er nadere beleidsmatige afstemming plaats moeten vinden tussen de verschillende overheden.

Leeswijzer Deze U10 Agenda Groen & Landschap 2030 beschrijft eerst de gezamenlijke ambitie van de gemeenten zoals vastgesteld in het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP). Vervolgens wordt de gezamenlijke aanpak neergezet met de bijbehorende rol voor de bestuurstafel U10 Groen & Landschap. Hierna wordt het gewenste groenblauwe raamwerk in beeld gebracht met de bijbehorende prioritaire opgaven en benodigde acties. Met de term groen wordt in dit document bedoeld: plekken, verbindende structuren en gebieden voor recreatie en voor natuur. De term water staat voor de ruimte en beleving van water en de klimaatopgaven. Landschap is de overkoepelende ruimtelijke samenhang van cultuurhistorie, landbouw, bodem, water, natuur, recreatie en beleving. De schetskaarten in dit document zijn ter indicatie en inspiratie opgenomen en behoeven nadere uitwerking in de eigen gemeente en met gebiedspartijen.

Inhoud U10 Agenda Groen & Landschap 2030

1. Inleiding

4

2. De gezamenlijke ambitie 2040

7

3. Gezamenlijke aanpak van de bestuurstafel huidige collegeperiode

12

4. Prioritaire opgaven 2030

23

5. Groenblauw raamwerk - een schetsboek Utrechtse venen tussen Oude Rijn en Vecht Vechtstreek en Vechtplassen Utrechtse waarden tussen Oude Rijn en Lek Vijfheerenlanden Kromme Rijnstreek Heuvelrug en flanken Stedelijk gebied op de stroomruggen

26 28 32 36 40 44 48 52

Aan de slag met het groenblauwe raamwerk

58

Colofon U10 Agenda Groen & Landschap 2030 April 2023 BVR adviseurs ruimtelijke ontwikkeling in opdracht van U10 Alle beelden mogen vrij worden gebruikt mits de bron wordt vermeld: U10 BVR (met uitzondering van de foto op pagina 6, bron: Beeldbank RWS) 3

1. Inleiding Waarom een agenda groen en landschap? Met het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) weten we als U10 gemeenten waar we gezamenlijk voor staan, wat we te bieden hebben en wat we willen bereiken. In dit perspectief hebben wij uitgesproken dat de versterking van de landschappelijke kwaliteit van het groene en blauwe netwerk voor natuur en recreatie een voorwaarde is voor de stedelijke groei van deze regio. Groen Groeit Mee is ons gezamenlijke leidmotief, dát is waar we als U10 gezamenlijk voor gaan. Ook de provincie heeft in de Omgevingsvisie provincie Utrecht (2021) opgenomen dat groen een belangrijke opgave is. Streven is de grote maatschappelijke opgaven voor wonen, werken en bereikbaarheid te koppelen aan het verbeteren gezondheid en leefbaarheid. Groen dat meegroeit is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Sinds het IRP is vastgesteld, is een nieuwe fase aangebroken. Deze omvat de programmering, financiering en realisatie en heeft een doorlooptijd tot aan 2040 met een tussenstap in 2030 waar deze agenda over gaat. De sleutel voor de uitvoering ligt in diverse trajecten en hangt bovendien nauw samen met de realisatie van ambities op het gebied van wonen, werken, mobiliteit en energie.

4

Van IRP ambities, via gebiedsgerichte focus, naar een koppeling van groenprojecten aan regiobrede ontwikkelingen.

Voor stedelijke ontwikkeling zijn groen, water en landschap vandaag de dag een evidente kwaliteit. Maar het is in de praktijk vaak lastig om groene investeringen voor elkaar te krijgen. Het helpt als er een duidelijk en realistisch beeld is van het benodigde regionale groene raamwerk. Een beeld met focus van de regionale opgaven voor groen, water en landschap. Deze U10 Agenda groen & landschap is dat beeld. Het is als prioriteit tot 2030 een selectief deel van de totale groenblauwe ambitie uit het IRP.

Afbeelding van de IRP ambitie groen en landschap met daaraan toegevoegd ambities voor infra (wiel en spaken) en verstedelijking op knopen

Deze agenda geeft: > Gebiedsgericht verdieping én focus tot 2030 aan de U10 ambities voor groen, water en landschap; > Inzicht in de relatie met -, en afhankelijkheid van een aantal samenhangende opgaven en trajecten; > Aanknopingspunten voor gemeenten om samen met partners te werken aan realisatie; Het Rijk herneemt de regie op de ruimtelijke ordening en nieuwe (beleids-) programma’s en ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op. Dit biedt kansen, maar maakt het voor de regio ook uitdagend om hierop te anticiperen. Deze agenda heeft daarom een adaptief karakter: het geeft enerzijds focus en richting om te komen tot realisatie en kan anderzijds worden aangepast aan veranderende omstandigheden. We gaan er daarbij vanuit dat ook de Rijksoverheid zal bijdragen aan ambities voor groen, water en landschap. Ontwikkelaars, overheden en andere partijen worden met deze agenda uitgedaagd om gericht (mee) te investeren in groen en landschap en de gewenste infra- en woningbouwprojecten te realiseren volgens de ambitie van Groen Groeit Mee. Door nu als U10 met de gebiedspartijen te starten met realisatie van het gewenste groenblauwe raamwerk, maken we ruimte voor stedelijke ontwikkeling met kwaliteit. Groen groeit mee en de regio groeit mee met groen. 5

Foto: Beeldbank RWS

2. De gezamenlijke ambitie 2040

De U10 beschikt over een door de zestien gemeenteraden vastgesteld integraal ruimtelijk perspectief (IRP). In het IRP heeft de regio gekozen voor een forse ambitie voor groen, water en landschap dat meegroeit met de andere regionale opgaven.

Onze ambities voor 2040 (IRP, p.37) Het IRP zet in op: > Het behouden, beschermen en versterken van de intrinsieke kwaliteit van het landschap, inclusief de inherente natuurwaarden (soms ook zonder recreatieve functie) en cultuurhistorische waarden. > Vergroten van de ruimte voor groen, natuur, cultuurhistorie en water in kwantitatieve zin. > Vergroten van de toegankelijkheid van het landschap, en daarmee ruimte bieden voor de groeiende recreatiebehoefte van een groeiende bevolking. > Adem- en beweegruimte scheppen voor een groeiende bevolking met een steeds grotere behoefte aan ruimte voor recreatie en natuurbeleving. > Bieden van toekomstperspectief aan het landelijk gebied en specifiek aan de agrarische sector. > De wateropgave en klimaatadaptatie ruimte geven en/of integreren. Dit past in de geest van het Groen Groeit Mee Pact (dat door alle colleges is ondertekend op 7 februari 2022) en bij het principe ‘bodem en water meer sturend in de ruimtelijke ordening’ (Kamerbrief over de rol van Water en Bodem bij ruimtelijke ordening, 25 november 2022). Door te bouwen aan een robuuste regionale structuur van groen, water en landschap wordt de basis gelegd voor alle andere ruimtelijke ontwikkelingen van de regio. De voor deze ambities gewenste schaalsprong is op hoofdlijnen gekwantificeerd.

In totaal gaat het om het toevoegen van circa 4000 hectare natuur- en recreatiegebied, inclusief ca. 400 km aan nieuwe recreatieve en ecologische verbindingen (U10 Ruimtelijke Opgave Groen en Landschap, december 2020). Plannen maken voor groen en landschap begint niet bij nul. De gemeenten, provincie en waterschappen hadden deze ambities deels al geborgd in hun omgevingsvisies en geven hieraan invulling op verschillende niveaus via ruimtelijke planvorming of bijvoorbeeld initiatieven als agrarisch natuurbeheer, het realiseren van landschapselementen en het stimuleren van routenetwerken. De komende decennia bouwen we hierop voort.

7

Onze principes (IRP, p.38) 1. Het Utrechts landschap is de kwaliteitsdrager voor de hele regio Utrecht Alle ontwikkelingen in de regio zijn ruimtelijk verbonden met het landschap. Onafhankelijk van de aard van de ontwikkeling, wordt erover nagedacht hoe deze ontwikkeling zich verhoudt tot het versterken van de kwaliteit van het landschap.

2. Slim clusteren van de landschapsopgaven per deelgebied Gebiedsgericht uitwerken van de landschapsopgaven in coalities van verschillende stakeholders, gemeenten en andere partijen, gekoppeld aan of gecombineerd met andere doelen.

3. Stad en land verweven door middel van de opgaven voor recreatie, natuur en landschap. Recreatie, natuur en landschap ruimtelijk de steden intrekken met groenblauwe verbindingen, scheggen en het aanleggen van ontbrekende schakels in het netwerk. De druk op bestaande kwetsbare gebieden wordt verspreid.

4. Logisch ecologisch netwerk bouwen om de biodiversiteit te versterken Bestaande en nieuwe natuurgebieden met elkaar verbinden en zorgen voor verbeterde mogelijkheden tot uitwisseling van flora en fauna.

8

5. Landschapselementen herstellen Dit ter compensatie van de vele landschapselementen die sinds midden 20e eeuw zijn verdwenen. Onder andere het aanleggen van een fijnmazig netwerk van levendige boerensloten met soortenrijke slootkanten.

6. Meekoppelkansen in verschillende opgaven benutten Er liggen veel kansen tot combineren, met name op locaties waar landschaps- en natuuropgaven nabij water-, stedelijke ontwikkelings- of energieopgaven liggen.

7. Landschap, water en groen-inclusief ontwikkelen Met de verbinding tussen landschap, water, groen en de (stedelijke) ontwikkeling als uitgangspunt ontstaat een win-winsituatie.

8. De landbouw toekomstbestendig maken. Een duurzaam economisch perspectief bieden aan de agrarische sector. Door de transitie naar natuurinclusieve, circulaire kringlooplandbouw wordt de sector (weer) een belangrijke beheerder van het waardevolle landschap.

9. Natuurinclusieve steden ontwikkelen Zowel in de nieuw te ontwikkelen woon- en werkgebieden als in de bestaande stad komt volop ruimte voor biodiversiteit, natuurinclusiviteit, klimaatadaptieve maatregelen en circulaire oplossingen in de bouw.

9

Alles draagt bij aan de Utrechtse Trots Het IRP heeft als vertrekpunt dat het Utrechtse landschap de kwaliteitsdrager is voor ontwikkelingen in de hele regio. In het IRP wordt de bestaande landschapskwaliteit wel de ‘Utrechtse Trots’ genoemd (IRP p. 21). De U10 wil dat alle regionale groen-, water- en landschapsambities bijdragen aan het versterken van de Utrechtse Trots. Hiervoor worden groene scheggen, groenblauwe verbindingen, regionale natuurkernen, nieuwe natuurgebieden, erfbeplantingen en kleine landschapselementen ontwikkeld op basis van de bestaande kwaliteiten. De aanwezige landschapskenmerken en cultuurhistorische waarden zijn goed beschreven in het Panoramadocument van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en de landschapskwaliteitsgidsen van de provincie Utrecht (herijking 2022). Gezien vanuit het principe van water en bodem sturen, bestaat de U10 uit drie grote, cultuurhistorisch waardevolle landschapseenheden, plus een verbindende waterstructuur en hun bijbehorende biodiversiteit.

Veenweidegbieden, plassen en landbouwgebieden – voor een vitaal landelijk gebied.

Stroomruggen en steden – voor groen en gezond stedelijk leven. >

>

>

10

De Utrechtse rivieren vormden stroomruggronden van zand en klei. Dat is van oudsher een goede grondslag voor fruitteelt en andere landbouw en bood hoge en droge vestigingsplaatsen voor wonen en werken (steden en dorpen). In het landschap van de stroomruggen is het zaak de stedelijke schaalsprong te laten meegroeien met voldoende en multifunctioneel groen en klimaatruimte in en om de kernen. Het betekent het gefaseerd en met de stedelijke groei mee verbinden van groenblauwe bestemmingen en het ontwikkelen van waardevolle verbindende scheggen. Zo worden stad en land optimaal verbonden en zorgen bufferzones voor lucht en ruimte tussen en rondom de steden en dorpen. De strategie is gericht op de koppeling van groenontwikkeling aan roodontwikkeling, zoals woningbouw bij Metropool- en Regiopoorten. De dataset uit Strava van Track Landscape bevestigt het beeld dat de meeste inwoners in Utrecht zich voor dagelijkse recreatie begeven in de buurt van hun directe woonomgeving. Recreatie vanuit de kernen in nabijgelegen uitloopgebieden is iets om in de hele regio U10 na te streven.

>

>

>

Het westen van de U10 bestaat uit veenweidegebieden met waterstromen en moerasrijke plassengebieden. Hier is het doel een nieuwe en toekomstgerichte balans te vinden tussen landbouw, natuur, water en recreatie. Het betekent maatwerk per deelgebied om ruimte te vinden voor kringlooplandbouw, waterbuffering en waterberging, nieuwe natuur en recreatieve verbindingen. Strategische keuzes zijn nodig vanwege een toenemende waterbehoefte voor het tegengaan van veenoxidatie en bodemdaling. De ambitie conform het Nationaal Programma Landelijk Gebied is 10% van het gebied invullen als groenblauwe dooradering met kleine landschapselementen en ook voldoende ruimte voor piekberging in het (boezem)watersysteem en in de laagste delen van de peilgebieden. De strategie is gericht op het meer sturend maken van bodem en water en het verbeteren van het landschappelijk raamwerk: recreatie, natuur, klimaat, landbouw.

Utrechtse Trots - Hoofdstructuur landschappen U10 en verbindende (water)structuur Stroomruggen en steden – voor groen en gezond stedelijk leven. Veenweidepolders en plassen in het landelijke gebied – voor een vitaal landelijk gebied. Utrechtse Heuvelrug en flanken – voor een bosrijk landschap. Groenblauwe dragers van rivieren, kanalen en waterlinies – om stad en land te verbinden.

Groenblauwe dragers van rivieren, kanalen en waterlinies – om stad en land te verbinden.

Utrechtse Heuvelrug en flanken – voor een bosrijk landschap. >

>

De Utrechtse Heuvelrug is een omvangrijk bosgebied met natuur, recreatie en landgoederen en buitenplaatsen. Hier is het zaak de rust en ruimte voor natuur(herstel) te waarborgen, mogelijkheden voor recreatie en toerisme beter te geleiden en het gebied klimaatbestendiger te maken. Herstel van het watersysteem en regionale kwelstromen is randvoorwaardelijk voor natuurherstel. Dit is ook de beleidsrichting uit de I&W Kamerbrief Water en bodem sturend (nov 2022). De strategie is gericht op recreatieve zonering op de heuvelrug en vooral meer ruimte creëren voor nieuw bosrijk landschap en water in de flankzones. Meer multifunctioneel (loof)bos is nodig voor versterking van natuur en recreatie, houtopbrengsten en om CO2 vast te leggen. Zie o.a. de studie Heuvelland van de provinciaal adviseur landschap. Een cultuurhistorisch aanknopingspunt en ontwerpmotief is de Stichtse Lustwarande, de ketting van landgoederen en buitenplaatsen langs de Heuvelrug.

>

>

>

Door de hele U10 lopen waterstromen zoals rivieren en kanalen (bijvoorbeeld de Lek, Oude Rijn/Limes (Unesco), Kromme Rijn en het Amsterdam-Rijnkanaal of de Angstel). Het zijn de lange landschappelijke lijnen die stad en land verbinden. De inzet is om ze robuuster te maken als groenblauwe verbinding voor comfortabele routes om te fietsen en te wandelen, met erlangs ruimte voor water en natuur en recreatieve pleisterplaatsen. Er zijn ook wateropgaven gekoppeld aan deze lange lijnen: o.a. niet bouwen in diepste delen, zoekgebieden voor waterberging. Een beeldbepalend project is Sterke Lekdijk als onderdeel van het Hoogwaterbeschermingsprogramma. De strategie is het realiseren van natuurvriendelijke oevers, het stap voor stap completeren en groen aankleden van de doorgaande langzaamverkeerroutes langs de waterstromen met laanbeplanting en natuur en het zorgen voor goede pleisterplaatsen. Een cultuurhistorisch aanknopingspunt en ontwerpmotief voor groenblauwe dragers zijn de Oude Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

11

3. Gezamenlijke aanpak van de bestuurstafel huidige collegeperiode De komende fase in de realisatie van het IRP betreft de programmering, financiering en realisatie en heeft een doorlooptijd tot aan 2040 met een tussenstap in 2030. Binnen het bestaand beleid en beschikbare instrumenten is er al veel mogelijk. De bestuurstafel wil hier nu voortvarend naar handelen. De gezamenlijke aanpak gedurende de huidige collegeperiode bestaat uit drie kernactiviteiten.

Kernactiviteiten 1. Gebiedsgericht aan de slag: verdiepen, prioriteren en realiseren in samenhang • Werken aan de eigen, intrinsieke opgave voor groen, water en landschap • Vanuit de IRP ambities • Realiseren van een regionaal groenblauw raamwerk 2. Stimuleren van samenhang en samenwerking met andere opgaven, met oog op integraliteit en bekostiging a) Groenblauwe ambities in relatie tot verstedelijking b) Groenblauwe ambities in relatie tot het landelijk gebied c) Verkennen groenblauwe ambities in relatie tot energietransitie 3. Actualiseren van het Integraal Ruimtelijk Perspectief

Per onderdeel is de rol van de bestuurstafel Groen en landschap hierna weergegeven. Dit vormt in feite het vertrekpunt voor de bijdrage van de bestuurstafel aan de realisatie van het Integraal Ruimtelijk Perspectief in 2023 en daarna.

KERNACTIVITEIT 1 Gebiedsgericht aan de slag: verdiepen, prioriteren en realiseren Het IRP vormt een solide basis voor de gezamenlijke strategie van de U10. Groen, water en landschap zijn opgaven met een eigen urgentie en intrinsieke waarde. De ontwikkeling van een robuuste structuur voor groen, water en landschap is behalve noodzakelijk voor een gezonde leefomgeving ook de enige solide basis en daarmee een harde randvoorwaarde voor verdere regionale verstedelijking; meegroeien met groen. Benodigde inzet U10 op basis van het IRP: > Groen, water en landschap vormen een intrinsieke waarde en kennen eigen opgaven. Hieraan wordt binnen de U10 op basis van het IRP samengewerkt. Deze intrinsieke opgave vraagt ook eigen budgetten (afzonderlijk per gemeenten en/of 12

>

>

>

gezamenlijk) gericht op deze groenblauwe opgaven. Het is primair aan ieder van de colleges om binnen de eigen gemeenten en in allianties te investeren in -, en werk te maken van de ruimtelijke ontwikkeling zoals deze in het gezamenlijk perspectief is geschetst. De groenblauwe opgaven worden door colleges actief opgepakt, uitgewerkt en gerealiseerd – waar nodig met buurgemeenten. Aan de bestuurstafel Groen en landschap wordt afgesproken wat aanvullend nodig en behulpzaam is. In hoofdstuk 5 van deze agenda is de groenblauwe ambitie van het IRP geconcretiseerd in een regionaal groenblauw raamwerk. Op basis hiervan is een aantal prioritaire en potentieel kansrijke groenblauwe opgaven gedefinieerd voor 2030. Dit vormt het aanknopingspunt voor gemeenten om samen te werken en de opgaven gebiedsgericht in samenhang met opgaven voor verstedelijking, mobiliteit en/of energie te ontwikkelen. Het kabinet wil de regie in de ruimtelijke ordening hernemen en ziet bodem en water als sturend voor de RO. In de Kamerbrief RO (voorjaar 2022) wordt geschets hoe dit vorm krijgt in circa 25 Rijksprogramma’s die betrekking hebben op ruimtelijke ontwikkeling, waaronder de NOVEX gebieden, het NPLG en herziening van de nationale omgevingsvisie. De provincie heeft hierin een belangrijke rol als regisserende en uitvoerende overheid (in het landelijke gebied).

De U10 werkt daarom nauw samen met de provincie Utrecht, waarbij Groen Groeit Mee een goed voorbeeld is. Tussen eind 2022 en medio 2023 werken provincies aan het in kaart brengen van de ruimtelijke opgaven en het leggen van de ‘ruimtelijke puzzel’. De regionale verstedelijkingsopgaven, de inrichting van het landelijke gebied en de ontwikkeling van groen, water en landschap horen bij deze puzzel, evenals de Woondeal en instrumenten zoals de Handreiking evenwichtige woningbouwontwikkeling en groen. De bevindingen in het traject ‘ruimtelijke puzzel’ leiden eind 2023 tot het Provinciaal Ruimtelijk Voorstel Utrecht en een bijbehorend Bestuurlijk Arrangement. Dit is de basis voor een mogelijke wijziging van de Omgevingsvisie Provincie Utrecht in 2024. De U10 benut het groenblauwe raamwerk als ambitie en inbreng in de trajecten van NOVEX gebieden Groene Hart en Utrecht-Amersfoort met oog op integrale oplossingen.

Rol van de bestuurstafel - KERNACTIVITEIT 1 > > >

Stimuleren van verdieping, prioritering en realisatie in de deelgebieden. Afstemmen over en leren van onderlinge ervaringen; Verkennen in hoeverre de financiering van groenblauwe opgaven gebiedsgericht en concreet in gang gezet kan worden (zie kernactiviteit 2).

13

KERNACTIVITEIT 2 Stimuleren van samenhang en samenwerking met andere opgaven, met oog op integraliteit en bekostiging De groenblauwe opgaven zijn in de U10 altijd onderdeel van een integrale opgave. Het gewenste groenblauwe raamwerk in deze agenda dient dan ook om bij te dragen aan samenhang en samenwerking en het combineren met andere opgaven. Dit is belangrijk om de kans op bekostiging en realisatie te vergroten. De U10 dient alert te zijn op ontwikkelingen en kansen voor financiële hulp die zich voordoen bij beoogde partners, zoals het Rijk of vanuit de EU. En vervolgens wordt ambtelijk en bestuurlijk gedaan wat nodig is om deze kansen te verzilveren. Leidend uitgangspunt is telkens: als een kans past in het gezamenlijk perspectief, dan spannen de zestien colleges zich ook gezamenlijk in om deze kansen te verzilveren, ook als de baten niet direct ten gunste komen van de eigen gemeente. Dit vanuit het vertrouwen dat eenieder een keer aan de beurt komt. En onderliggend vanuit het perspectief van het ‘daily urban system’ dat de U10 vormt: als de ene gemeente bijvoorbeeld geld krijgt voor meer groen dan profiteren ook de inwoners uit de omliggende gemeenten daarvan. Voor de bekostiging en financiering van groen is in 2021 is door Bureau Buiten voor Groen Groeit Mee een schatting gemaakt van de kosten voor realisatie van groen en landschap voor de gehele provincie Utrecht.

De geraamde investering van € 1,2 miljard (prijspeil 2019) zorgt voor een duurzaam en gezond woon- en vestigingsklimaat voor de straks 1.440.000 inwoners in 2040, en voor versterking van de biodiversiteit en klimaatbestendigheid. In verhouding tot de tientallen miljarden die in de provincie Utrecht zullen worden geïnvesteerd in o.a. woningen en infrastructuur is 1,2 miljard relatief weinig en zou de jaarlijkse investering 0,09% van het jaarlijkse BBP van de provincie bedragen. Het investeringsdeel van de U10 (U16) wordt met een flinke onzekerheidsmarge geraamd op circa € 798 miljoen tot 2040. De beheerlast groeit tot € 15 miljoen per jaar in 2040. Belangrijke kostenposten zijn de recreatieve groene verbindingen (groen gestoffeerde fiets- en wandelpaden) en de recrea-ecoducten om infrabarrières langs deze routes te slechten. In 2022 is door Rebel Group een nadere financieringsstrategie opgesteld.

14

Benodigde inzet U10 op basis van het IRP: Voor de bekostiging en financiering van de opgaven groen, water en landschap wordt verwezen naar de aanpak die door de partners van Groen Groeit Mee is opgesteld (Rebel Group 2022). De kern daarvan is om een bekostiging te organiseren voor de noodzakelijke investeringen en GGM-gelden zo in te zetten dat ze een hefboom zijn voor maatschappelijke investeringen en een groene multiplier bewerkstelligen die voldoende opbrengst genereren om 20 jaar te voldoen in beheer en onderhoud. Een en ander kan via bestaande budgetten en toekomstige overheidsbegrotingen, via een of meer groenfondsen ten behoeve van co-financiering en door baten van groen meer expliciet toe te rekenen aan (private) gebruikers van groen, water en landschap. In 2023 wordt ook voor de integrale uitvoering van het IRP een bekostigingsaanpak ontwikkeld, waarin de breedte van de vijf bestuurstafels wordt meegenomen en voor de langere termijn wordt geïdentificeerd wat kansrijke en realistische opties voor bekostiging zijn. Het betekent ook dat de bestuurders onderling afspreken dat in de eigen gemeentelijke begrotingen budget wordt vrijgemaakt voor de groenblauwe ambities. Voor kansrijke bekostiging zijn twee dingen belangrijk: > Groen, water en landschap zijn intrinsieke opgaven waar eigen budget voor nodig is.

Bundel geldstromen die al beschikbaar zijn voor groen, water en landschap zoals voor het ver-groenen en klimaatbestendig maken van steden en dorpen, groene inpassing van woningbouw of energieprojecten, de aanleg van nieuwe bossen of Groene Contourgebieden. > Voor het vinden van kostendragers is het daarnaast slim om groenblauwe opgaven te koppelen aan andere opgaven in de regio. Verbindt steeds de opgave voor groen, water en landschap inhoudelijk aan andere opgaven in de regio. Dit kan een basis zijn voor financiële koppelingen. Voor het verbinden van groen en landschap aan andere opgaven stelt de U10 drie prioriteiten die hierna worden toegelicht: a) Groenblauwe ambities in relatie tot verstedelijking; b) Groenblauwe ambities in relatie tot het landelijk gebied; c) Verkennen groenblauwe ambities in relatie tot energietransitie; Aan het eind van 2023 wordt geëvalueerd of er aanleiding is deze prioritering bij te stellen.

15

Prioriteit a)

Groenblauwe ambities in relatie tot verstedelijking De U10 koppelt de ambities groen, water en landschap aan verstedelijking en doet dit in samenwerking met de provincie Utrecht en waterschappen primair via het programma Groen Groeit Mee en het interbestuurlijk overlegcircuit van U Ned, het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving (BOL) en Bestuurlijk Overleg MIRT.

Inhoudelijke aanknopingspunten A. Metropoolpoorten en Regiopoorten van U Ned. De woningbouwopgave tot 2030 in de regio wordt grotendeels gezocht nabij openbaar vervoer locaties; de Metropoolpoorten en Regiopoorten zoals ze in U Ned worden genoemd. Het betreft: > Metropoolpoorten: A12-zone, Lunetten-Koningsweg-USP, Overvecht, Lage Weide e.o. > Regiopoorten: Bilthoven, Zeist-Noord, Driebergen-Zeist, Bunnik, Houten, Vianen, Woerden en Breukelen, (en de Regiopoorten in regio Amersfoort). Dit zijn de potentiële stedelijke verdichtingslocaties die passen bij het beoogde mobiliteitssysteem van deze regio. Het gaat om stedelijke verdichting en ontwikkeling in de omgeving van OV stations. Rijk, provincie en regio brengen de groeipotenties van de Metropool- en Regiopoorten verder in beeld in U Ned verband en met de Regiopoortgemeenten, en agenderen vervolgstappen in het BOL en BO MIRT in 2023. De randvoorwaarden voor deze verstedelijking bestaan onder andere uit investeringen in (regionaal) groen, water en landschap. Voor de vier Metropoolpoorten en acht Regiopoorten is nadere verkenning en uitwerking nodig. B. Groen Groeit Mee voorbeeldgebieden. Groen Groeit Mee is een breed programma en pact van ruim 40 partners in de provincie Utrecht. De U10 is mede-ondertekenaar van het pact. Alle groenblauwe opgaven in deze U10 agenda zijn daarmee onderdeel van Groen Groeit Mee.

Om te oefenen met het aanpakken van een gebiedsopgave en het in samenhang realiseren van een schaalsprong in verstedelijking én het tegelijkertijd verbinden en versterken van de landschappen en groenstructuren, is in Groen Groeit Mee gestart met de uitwerking van vier voorbeeldgebieden. Dit zijn: > Het Kromme Rijn Linielandschap (relevant voor tenminste gemeente Utrecht, Houten, Bunnik, Nieuwegein, Zeist, De Bilt en Utrechtse Heuvelrug, waterschap); > Veenendaal West - De Roode Haan (relevant voor tenminste gemeente Utrechtse Heuvelrug, waterschap); > Hollandse IJssel Oost (relevant voor tenminste gemeente IJsselstein, Nieuwegein en Utrecht, waterschap). > Zuidelijke Eemvallei (Regio Amersfoort). Voor deze voorbeeldgebieden wordt gewerkt aan een gebiedsgerichte uitwerking om te leren over inhoud, proces en financiering. Vervolgens worden andere groenblauwe projecten opgepakt vanuit deze lessen. De U10 werkt aan bestuurlijk commitment op een aanpak voor de (integrale) ontwikkeling van de eerste drie van deze gebieden in de loop van 2023. 16

C. NOVEX en overige woningbouw Tot slot is in het BO MIRT 2022 afgesproken dat Rijk en regio de voor de NOVEX woningbouwlocaties van NOVEX gebied Utrecht-Amersfoort en de daarmee samenhangende maatregelen voor het verbeteren van de landschapsstructuren en groenblauwe verbindingen onder andere in Groen Groeit Mee te concretiseren voor het BOL 2023. Het is zaak om met oog op dat overleg de financiering van de benodigde ingrepen in beeld te hebben en verder te brengen. Ook voor de overige woningbouwlocaties is een gelijksoortige benadering gewenst. Benodigde inzet U10 op basis van het IRP: > Groen groeit evenwichtig en gelijktijdig mee met de verstedelijking in de U10. Waar relevant worden de groenblauwe opgaven inhoudelijk gekoppeld aan de genoemde verstedelijkingsopgaven via heldere proposities. Het gaat om voldoende en kwalitatief goed groen binnenstedelijk/binnenplans en om goed bereikbaar landschap voor de inwoners van de U10. > Deze inhoudelijke koppeling is een basis voor een mogelijke financiële koppeling tussen stedelijke ontwikkeling en de ontwikkeling van groen, water en lanschap. > Hierbij worden als vertrekpunt de kengetallen gehanteerd die eerder zijn benut voor het IRP, zoals 75 m2 groen per woning binnenstedelijk en 300-500 m2 ‘bereikbaar landschap’ per woning.

Specifiek in de stedelijke regio Utrecht is bovendien 55 m2 intensief recreatiegebied per nieuwe woning nodig rondom Utrecht, ter compensatie van het nu al aanwezige tekort van 550 hectare recreatiegroen (zie U16 Ruimtelijke opgave Groen & Lansdschap 2020-2040, BVR, dec 2020). Deze 55 m2 kan rondom Utrecht onderdeel zijn van de 500 m2 bereikbaar landschap.

Rol van de bestuurstafel - KERNACTIVITEIT 2 , prioriteit a) > >

Participeren in het programma Groen Groeit Mee en (via die weg) verkennen in hoeverre de financiering van groenblauwe opgaven concreet in gang gezet worden conform de aanpak zoals door Rebel Group voor Groen Groeit Mee is uitgewerkt. De bestuurders voeren lobby om groen stevig in het BOL/BO MIRT op de agenda te krijgen. Dit vereist tenminste het, via de vooruitgeschoven posten van de vijf bestuurstafelvoorzitters, voorzien van concrete inbreng op de benodigde groenblauwe maatregelen in relatie tot woningbouwlocaties.

17

Prioriteit b) Groenblauwe ambities in relatie tot het landelijk gebied Inhoudelijke aanknopingspunten Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) De opgaven van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) worden door de provincie Utrecht opgepakt als Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG). De opgaven van het NPLG worden de komende tijd per provincie verder geconcretiseerd in een Provinciaal Gebiedsprogramma dat juli 2023 klaar is. Hierin stellen de provincies per gebied de doelen voor stikstof, natuur, water, klimaat en bodem vast. In een gebiedsgerichte aanpak wordt in negen gebieden gewerkt aan een uitwerking per deelgebied. Dit levert Gebiedsagenda’s op. Deze Gebiedsagenda’s vormen de input voor het Utrechts Gebiedsprogramma voor het landelijke gebied. Op basis hiervan kan ook aanspraak worden gemaakt op de bij het Rijk beschikbare gelden voor transitie van het landelijk gebied (25 mld.). Naast de doelen voor stikstof, de Kaderrichtlijn Water (KRW 2027), bodemdaling, natuur en landbouw moeten in de integrale gebiedsprocessen ook doelen voor onder andere klimaat (bossenstrategie en broeikasgassen) en de verdere realisatie van het Natuur Netwerk Nederland (2027) worden meegenomen.

De provincie Utrecht is conform het strategisch bosbeleid buiten het NNN nog op zoek naar nog 500 hectare nieuw bos (indicatief naar rato van oppervlak: 375 hectare in U10) en er is nog 500 hectare Groene Contourgebied te realiseren (indicatief 375 hectare in U10). Het NPLG/UPLG is een belangrijk ‘vehikel’ om onze gezamenlijke ambities te realiseren. De doelen en ambities komen in grote mate overeen met de doelen en ambities zoals verwoord in ons gezamenlijk perspectief. In het NPLG/UPLG zijn de hoofddoelen voor Natuur, Water, Klimaat en Landbouw leidend. In het IRP voegen we hier nadrukkelijk de koppeling met andere opgaven in het landelijk gebied (zoals landschapsontwikkeling, recreatieve beleving en energie) aan toe. Na juli 2023 zijn de Gebiedsagenda’s de basis voor verdere realisatie van maatregelen voor het landelijke gebied en onderdeel van het Provinciaal Ruimtelijk Voorstel Utrecht. Benodigde inzet U10 op basis van het IRP: > Ook in de toekomst blijft er ruimte voor de landbouw als voedselproducent en landschapsbeheerder in onze regio. Om de rol voor de landbouw in de toekomst te borgen is echter wel een transitie nodig om de balans te herstellen tussen landschap, natuur, bodem en (nieuwe) verdienmodellen.

Nieuwe verdienmodellen voor de landbouw weten de verbinding te leggen tussen thema’s als natuur (waaronder stikstof), bodemkwaliteit, energieopwekking, bodemdaling (inclusief CO2-uitstoot), biodiversiteit en recreatie. Korteketenlandbouw kan daarbij zorgen voor een bewustere relatie met ons voedsel. Natuurinclusieve landbouw levert een essentiële bijdrage aan het behouden van bestaande 18

>

>

natuurwaaarden en het vergroten van de natuurwaarden en biodiversiteit. Realisatie vraagt maatwerk per gebied. Voor een realistische uitwerking is nauwe samenwerking met de agrariërs en andere gebiedspartijen noodzakelijk, met ruimte voor innovaties in grondgebruik en voedselproductie. Dit maatwerk wordt nagestreefd in het gebiedsgerichte werken van UPLG en voor het westen van de provincie (ook) in het NOVEX gebied Groene Hart. Onderdeel van het NPLG is 10% groenblauwe dooradering van het landelijke gebied buiten het Natuur Netwerk Nederland. Realisatie van deze 10% groenblauwe verbindingen, de aanleg en het herstel van landschapselementen en de koppeling aan ruimte voor waterberging zoals voorgesteld in het IRP voor het landelijke gebied is een concrete invulling door U10 van doelen in het NPLG/ UPLG. Hoe de 10% precies kan worden berekend en wat dit per gebied betekent is nog onderwerp van nadere uitwerking. In hoofdstuk 5 zijn per streek als onderdeel van het groenblauwe raamwerk concrete gebiedsopgaven uitgewerkt. De U10 gemeenten benutten dit als ambitie en inspiratie voor de gebiedsprocessen met oog op integrale oplossingen. Ambtelijk en bestuurlijk leveren de gemeenten van U10 in de gebiedsprocessen hiermee een actieve bijdrage.

Rol van de bestuurstafel - KERNACTIVITEIT 2 , prioriteit b) > > >

De provincie voert de regie op het provinciaal gebiedsprogramma. Gemeenten participeren in de deelgebieden en regio’s (oost en west). Een vertegenwoordiging van de U10 neemt deel in de provinciale stuurgroep. Aan de bestuurstafel leggen we de verbinding tussen de Agenda Groen & Landschap en het provinciaal gebiedsprogramma én wisselen we ervaringen en inzichten uit tussen de gebieden en gemeenten. Het groenblauwe raamwerk in hoofdstuk 5 geeft gemeenten handvatten voor het gesprek over ambities en maatregelen in ieders eigen deelgebied.

19

Prioriteit c) Verkennen groenblauwe ambities in relatie tot energietransitie Inhoudelijke aanknopingspunten > Voor de U10 is een RES 1.0 vastgesteld met daarin de ambities voor de opwek van hernieuwbare energie en warmte en de hierbij benodigde infrastructuur. In de RES 1.0 staat een zoekgebiedenkaart voor zon en wind. Deze zoekgebiedenkaart uit RES 1.0 van de U16 (juni 2021) geeft een opgave mee van (1,8 TWh = 300-500 hectare zon op dak, 800 hectare zon en 26 windturbines plus koppeling van groenblauw bij landschappelijke inpassing), voornamelijk nabij infrastructuur, bedrijventerreinen en agrarisch gebied. > De ontwikkeling van opweklocaties en energie-infrastructuur heeft impact op het landschap maar is ook een kans voor groenblauwe ontwikkeling. Combinaties met water en natuur zijn mogelijk, er kan bijvoorbeeld compensatiegroen nodig zijn en energieprojecten dienen met kwaliteit groen te worden ingepast in het landschap. Ook het feit dat de regio U10 rijk is aan waterstromen biedt een kans op aquathermie wat landschappelijk goed is in te passen. > Er zijn kansrijke bekostigingsmogelijkheden, zoals het klimaat- en transitiefonds (35 mld.) en opschalingsmogelijkheden van lopende initiatieven zoals het project Landschappen van Verlangen (Aorta, PARK-Utrecht, MooiSticht en Ben Kuipers et al. 2022, in opdracht van gemeenten Woerden, Lopik, IJsselstein, Montfoort en Oudewater).

Benodigde inzet U10 op basis van het IRP: > Voor de relevante zoeklocaties voor wind en of zon in het landschap worden de ruimtelijke kansen verkend voor een robuuste en streek-specifieke groene inpassing, in combinatie met andere opgaven zoals waterberging, natuur en recreatie.

Rol van de bestuurstafel - KERNACTIVITEIT 2 , prioriteit c) >

20

In 2023 verkent de U10 gezamenlijk de kansrijkheid van de energietransitie als aanjager van landschappelijke ontwikkeling en de meerwaarde om hierin als gemeenten gezamenlijk op te trekken. Dit in afstemming met de bestuurstafel Klimaatneutrale regio.

KERNACTIVITEIT 3 Actualiseren van het Integraal Ruimtelijk Perspectief De kernactiviteit ‘actualiseren van het perspectief’ lijkt het meeste op het proces dat van 2018 tot en met 2021 doorlopen is. Het is ook primair een activiteit die de U10 als zestien colleges en ambtelijke organisaties met elkaar te doen hebben. Het wordt de kunst om samen in gesprek te zijn over de manier waarop nieuwe ontwikkelingen zich verhouden tot het vastgestelde Integraal Ruimtelijk Perspectief, maar hierbij de reflex te weerstaan het proces van de visievorming als het ware weer helemaal opnieuw te gaan doorlopen. Benodigde inzet U10 op basis van het IRP: > Uitgangspunt is dat de zestien colleges hun ruimtelijke ontwikkeling verzorgen binnen de kaders van het IRP. > Het kán zijn dat er redenen ontstaan voor een of meerdere colleges om hiervan af te wijken. In dergelijke gevallen gaan we hierover in gesprek met elkaar. > De U10 werkorganisatie ontwikkelt en beheert een dashboard met de voortgangsinformatie op alle onderwerpen uit het IRP. Het doel is om gezamenlijk in beeld te hebben in hoeverre het gezamenlijk perspectief wordt gerealiseerd. Op basis van de voortgangsinformatie in dit dashboard krijgen de colleges van B en W elke twee jaar ter instemming een voorstel voorgelegd over het al dan niet actualiseren van het gezamenlijk perspectief.

Afhankelijk van de uitkomst wordt bepaald in hoeverre de raden gezamenlijk worden betrokken.

Rol van de bestuurstafel - KERNACTIVITEIT 3 >

Om de twee jaar bespreken van de implicaties van de voortgangsinformatie over de onderwerpen groen en landschap. De eerste voortgangsevaluatie is in 2024.

21

4. Prioritaire opgaven 2030 De ontwikkeling van groen, water en landschap is randvoorwaardelijk voor stedelijke ontwikkeling. In de U10 lopen al diverse projecten voor groen, water en landschap. Het gaat enerzijds om relatief kleine projecten zoals beheer en ontwikkeling van parken en wijkgroen in de kernen/steden, en wat grotere projecten zoals groenontwikkeling langs het Amsterdam-Rijnkanaal, Marickenland, fort Lunetten en routes langs de Vecht. En een aantal grote projecten zoals project Sterke Lekdijk met o.a. Salmsteke en Honswijkerwaarden, project Hollandsche IJssel-oost en de afronding van landinrichting Haarzuilens en RodS projecten als Hollandsche IJsselbos en Nieuw Wulven. Al deze lopende projecten dragen bij aan de groenblauwe ambities. Om mee te groeien met de komende woningbouw van circa 100.000 woningen zijn nieuwe groenblauwe projecten nodig. In dit hoofdstuk worden 8 prioritaire opgaven benoemd die gezamenlijk als (buur)gemeenten kunnen worden opgepakt. Langs de weg van deze 8 prioritaire opgaven kan een groot deel van het groenblauwe raamwerk worden gerealiseerd. Deze agenda 2030 met (sectorale) groenblauwe opgaven is bedoeld om in te brengen in planprosessen met oog op integrale oplossingen.

Bij de realisatie van projecten voor groen, water en landschap geldt de beleidscyclus van de Omgevingswet met een nadruk op de beleidsdoorwerking, uitvoering en terugkoppeling, in de stappen zoals hierna weergegeven:

22

Definitiefase

2023

Planuitwerkingfase

2025

Realisatiefase

2028

2030

1. Definitiefase

Hierin wordt de mogelijkheid tot een project verkend. Er wordt een groen programma van eisen en wensen, een praatplaat of gebiedsschets gemaakt ten behoeve van afstemming en draagvlak. Aan het eind van deze fase ligt er een integrale propositie of Ontwikkelperspectief met zicht op kosten en financiering. Het kader van deze stap is de geldende Omgevingsvisie (gemeentelijk, provinciaal nationaal) en/of een Omgevingsprogramma, Omgevingsverordening.

2. Planuitwerkingsfase

Bij de start van deze fase wordt een Projectbesluit genomen. Dit is niet altijd verplicht maar helpt alle partijen om de stap naar werkelijke plannen te maken, zeker in complexe gebiedsontwikkelingen. Mogelijk start ook eventuele grondaankoop of de vestiging van het voorkeursrecht. In deze fase wordt gewerkt aan het ontwerpen van een gebiedsplan met een scherper beeld van kosten en baten en kostenverhaal. Het gebiedsplan is de basis voor een (aanpassing van een) Omgevingsplan op grond waarvan een Omgevingsvergunning wordt afgegeven voor start uitvoering.

3. Realisatiefase

In deze fase wordt een uitvoeringsplan opgesteld en vastgesteld met een definitief inrichtingsplan en bestek en eventuele contracten, waarna de realisatie start.

4. Beheer, onderhoud, monitoring

In de laatste fase van de beleidscyclus is beheer en onderhoud, toezicht en handhaving aan de orde volgens een beheerplan. In deze fase is meerjarige bekostiging en financiering van de beheerlasten aan de orde. Het gebruik van groen, water en landschap wordt gemonitord en waar nodig wordt het beheer aangepast of leidt dit tot een nieuwe definitiefase.

23

Tot en met 2030 Actie

Wie pakt dit op

Indicatief tijdpad

1. Metropool- en Regiopoorten. Proposities opstellen voor groen, water en landschap gekoppeld aan verstedelijkings- en infraopgaven binnen het project voor de Regiopoorten en Metropoolpoorten

U Ned samen met de gemeenten Utrecht, Woerden, Breukelen, Bunnik, Houten, Bilthoven, Zeist-Noord, Driebergen-Zeist, Vianen

2023-2025-2028/30 Vervolg Metropool- en Regiopoorten

2. Energie en landschap. Vervolg geven aan kennisdeling en best practices van Landschappen van Verlangen: hoe kan de energietransitie worden benut voor het realiseren van groen, water en landschap? Landschap van verlangen is een opgave vanuit de energietransitie die uitvoering krijgt binnen het IRP.

gemeenten Woerden, Lopik, IJsselstein, Montfoort en Oudewater

2023-2024 Vervolg

3. Groenblauwe Zoom Vijfheerenlanden. Opstellen gebiedsschets groene verbinding Zouweboezem-Bolgerij enLek-Diefdijkzone als onderdeel van de gebiedsgerichte aanpak landelijk gebied.

gemeenten Vijfheerenlanden, IJsselstein, Lopik, Nieuwegein

2023-2025-2028/30 Starten

4. Raamwerk Heuvelrug - Lek. Uitwerken Raamwerk flankzone Heuvelrug, Kromme Rijn – Lek rond kernopgave Langbroekwetering en verankeren in de herziening van het Landschapsontwikkelingsplan (LOP).

gemeenten Utrechtse Heuvelrug, Zeist, De Bilt, Houten, Bunnik, Wijk bij Duurstede

2023-2025-2028/30 Starten en aansluiten op herziening LOP (2024)

5. Groene Scheg Kromme Rijn Linie Landschap. Inbrengen groenblauw raamwerk ten behoeve van Ontwikkelperspectief voor het Kromme Rijn Linielandschap, een Groen Groeit Mee voorbeeldgebied.

gemeenten Utrecht, Nieuwegein, Houten, Bunnik, De Bilt, Utrechtse Heuvelrug, Zeist

2023-2024-2028/30 Starten

6. Groene scheg Hollandsche IJssel-A12-zone. gemeenten IJsselstein, Montfoort, Woerden, Utrecht, Nieuwegein en Uitwerken gebiedsschets groen en landschap voor het gebied Hollandsche IJssel Oudewater Oost-Rijnenburg-A12 zone als aanvulling op Groen Groeit Mee voorbeeldgebied Hollandsche IJssel-oost.

2023-2025-2028/30 Aansluiten op Groen Groeit Mee voorbeeldgebied

7. Groene Polderscheg. Maken gebiedsuitwerking groen en landschap voor polderscheg Woerden-BreukelenUtrecht als vervolg op de landinrichting en met gebruikmaking van uitkomst visietraject Harmelerwaard.

gemeenten Woerden, Stichtse Vecht, De Ronde Venen, Utrecht

2023-2025-2028/30 Starten

Provincie, afzonderlijke gemeenten, 8. Groenblauwe dooradering. Maken waterschap gebiedsgerichte voorstellen voor 10% groenblauwe dooradering in het landelijk gebied – agrarisch groenblauw netwerk via UPLG

2023-2025-2028/30 Aansluiten UPLG

24

Prioritaire opgaven 2030

1 Metropool- en Regiopoorten

Groene polderscheg 7

5 Groene scheg Kromme Rijn Linielandschap

Groene scheg Hollandsche IJssel - A12-zone 6

4 Raamwerk Heuvelrug - Lek

2 Energie en landschap

3 Groene zoom Vijfheerenlanden

8 Groenblauwe dooradering

Na 2030 > >

Maken uitvoeringsplannen en realiseren overige groenprojecten van de IRP ambities Monitoring voortgang realisatie Agenda en tweejaarlijks verversen 25

5. Groenblauw raamwerk – een schetsboek Deze agenda beoogt een realisatie van de IRP ambities. Onderstaande uitwerking betreft een eerste indicatie van de belangrijke bovengemeentelijke groenblauwe opgaven en acties tot 2030. De opgaven zijn gebundeld tot een samenhangend groenblauw raamwerk. Dit raamwerk wordt hier per streek als een schetsboek gepresenteerd. Het raamwerk is de concretisering van IRP ambities groen, water en landschap tot 2030. Het vraagt een verdere uitwerking met de gebiedspartijen. De indeling in zeven ‘streken’ sluit aan op het recente nationale beleid voor de RO: > bodem en water zijn sturend > de aanpak voor het landelijk gebied via het Nationaal Programma Landelijk Gebied (natuur, stikstof, landbouw, water en klimaat) > provinciaal vertaald naar het UPLG met een gebiedsindeling van 9 deelgebieden. Hieruit volgt een landschappelijk logische gebiedsindeling voor de U10 met zeven samenhangende ‘streken’ die eigen kenmerken hebben en dus ook streekeigen oplossingen en ontwerpprincipes zullen kennen voor de groen, water en landschapsopgaven. Binnen de context van de streken blijft de ambitie om de groene scheggen en verbindingen te ontwikkelen. Het stedelijke middengebied (zie de arcering in bijgaande kaart) bevat de stedelijke bewoningskernen op de stroomruggen met een overlap over de andere streken, waar de overlap is, daar zijn de groene scheggen.

Het geschetste groenblauwe raamwerk bestaat uit de gebiedsgerichte opgaven tot 2030 van het IRP met daarbinnen de groenblauwe verbindingen (recreatief en ecologisch), essentiële schakels zoals de nu meest essentiële extra fietstunnels of ecoducten en de grotere landschapszones zoals de groene scheggen. De opgaven van deze groenstructuur bedienen áltijd meerdere doelen (baten) zoals natuur, recreatie, water en klimaat of landschapsbeleving. Nabij het stedelijke gebied is het vaker intensiever gebruikt voor recreatieve doeleinden, maar ook waterberging om de stad droog te houden. Verder van de stad gaat het om opgaven die meer zijn gericht op dooradering van landelijk gebied, natuur of wateropgaven.

De schetskaarten in dit document zijn ter indicatie en inspiratie opgenomen en behoeven nadere uitwerking in de eigen gemeente en met gebiedspartijen.

26

2 1 6 7 3

5 4

1 2 3 4 5 6 7

Utrechtse venen tussen Oude Rijn en Vecht Vecht en Vechtplassen Utrechtse waarden tussen Oude Rijn en Lek Vijfheerenlanden Kromme Rijnstreek Heuvelrug en flanken Stedelijk gebied op de stroomruggen

27

Ruimtelijke opgaven 2030 U10 Groen & Landschap Deze schetskaart is het overzicht van de ruimtelijke opgaven voor groen, water en landschap in de U10 tot 2030. We werken gebiedsgericht samen. De projecten geven invulling aan de groenblauwe ambities van het IRP. Ze zorgen ervoor dat groen meegroeit met de verstedelijking in de regio U10.

Legenda Kern Rivieren/kanalen Oppervlaktewater Oppervlaktewater binnen Natuurnetwerk Nederland Natuurnetwerk Nederland

Realiseren: Scheggen

Ecologische verbindingen Recreatieve ecologische verbindingen Groenblauwe dooradering Nieuwe natuurkernen Nieuwe ducten (inclusief ecologische verbinding) Groene Regiopoorten Nieuwe recreatiegebieden

2 1 6 7 3

5 4

Gebiedsgericht aan de slag 1 2 3 4 5 6 7

Utrechtse venen tussen Oude Rijn en Vecht Vecht en Vechtplassen Utrechtse waarden tussen Oude Rijn en Lek Vijfheerenlanden Kromme Rijnstreek Heuvelrug en flanken Stedelijk gebied op de stroomruggen

1. Utrechtse venen tussen Oude Rijn en Vecht Het veenweidegebied ten noorden van Woerden en de veenpolders van De Ronde Venen inclusief droogmakerij Groot Mijdrecht. Betrokken gemeenten: Woerden, De Ronde Venen, Utrecht, Stichtse Vecht.

Gebiedsgerichte aanpak in lijn met het IRP In dit gebied spelen tal van vragen over de toekomst van het landelijke gebied. In gesprek met lokale gebiedspartijen moet in dit landelijke gebied worden voorzien in de transitie naar een vitale natuurinclusieve kringlooplandbouw met een toekomstbestendig watersysteem, goede bodem- en waterkwaliteit, recreatie- en natuurwaarden en herstel van kleine landschapselementen. Zo wordt gebouwd aan een agrarisch groenblauw netwerk. De opgaven voor groen, water en landschap spitsen zich hier met name toe op strategische keuzes over landbouw, natuur en het watersysteem en een fijnmazige groenblauwe dooradering (voor ecologie en recreatie) van het gebied en het aanpassen van het gebruik op een op termijn hoger grondwaterpeil. De indicatief 10% laagste peilgebieden moeten met oog op klimaatverandering vrij blijven om te benutten als ruimte voor waterberging en klimaatruimte en om bodemdaling te remmen. Natuurgebieden (met name Natura 2000 gebieden) vragen om bufferzones met oog op verminderen van stikstofdepositie en het versterken van natuurwaarden. Waar dit landschap dichtbij het stedelijke gebied ligt wordt gewerkt aan goede stad-landrelaties met goede recreatieve verbindingen en de ontwikkeling van een groene scheg met intensievere recreatie tussen Breukelen, Utrecht en Woerden.

Dit houdt een versterking en vergroting in van wat in de landinrichting Haarzuilens al is gerealiseerd. In De Ronde Venen worden de landschapsopgaven van landbouw, water en natuur gecombineerd in landschapszone de Blauwe Krans rondom de Stelling van Amsterdam. De Blauwe Krans is verbonden met ecologische en recreatieve verbindingen naar de Vecht en richting Amstelzone en het gebied WilnisNieuwkoop. Bij al deze opgaven houden we rekening met de energieopgave vanuit de RES. 30

Landschap Dit open noordwestelijke veenweidegebied is onderdeel van het Groene Hart. Landschappelijk gaat het om veengronden met karakteristieke gestrekte (cope-) verkavelingen, moerasgebieden en veenontginningsplassen zoals bij Vinkeveen en smalle stroomruggen met bewoningslinten. Kleine landschapselementen als knotwilgen, tiendwegen en eendenkooien zijn kenmerkend. Het gebied is voornamelijk in gebruik door de landbouw. Grote delen van het open grasland zijn weidevogelgebied en stiltegebied.

Mijdrecht Vecht

Legenda Breukelen

Utrechtse venen tussen Oude Rijn en Vecht Kern Rivieren/kanalen Oppervlaktewater Oppervlaktewater binnen Natuurnetwerk Nederland

Oude Rijn

Natuurnetwerk Nederland

Woerden

Inzet U10

Acties

Bij de opgaven in dit landelijke gebied wordt nauw aangesloten op de lopende gebiedsgerichte aanpak / UPLG en de afspraken binnen het NOVEX-gebied Groene Hart. De groenblauwe opgaven van U10 worden via deze tafels als input meegegeven bij de gebiedsprocessen.

> >

Inbreng van IRP ambities op de tafels van UPLG en NOVEX gebied Groene Hart. Opstellen gebiedsuitwerking polderscheg Woerden-Breukelen-Utrecht.

De ontwikkeling van groenblauwe verbindingen in het gebied van de scheg wordt gekoppeld aan de stedelijke ontwikkeling van Regiopoorten Breukelen en Woerden en de Metropoolpoort Leidsche Rijn-Lage Weide. Voor het verder brengen van deze scheg tussen Woerden, Breukelen en Utrecht dient een gebiedsuitwerking te worden gemaakt. Specifieke aandacht is nodig voor het behouden van de groene vensters en groene verbindingen tussen Breukelen en Maarssenbroek en tussen Woerden en Utrecht. De uitkomsten van het visietraject Harmelerwaard zijn input voor de ontwikkeling van het laatst genoemde venster. Inspiratie voor de groene scheg biedt de studie van BOOM Landscape en De Natuurverdubbelaars over biobased productie bij Haarzuilens. De Groenblauwe Krans Stelling van Amsterdam wordt na 2030 in samenwerking met de metropoolregio Amsterdam en met Stichtse Vecht verder ontwikkeld als robuuste structuur voor ecologie, recreatie en erfgoed. 31

Ruimtelijke opgaven A.

Realiseren Rembrandtbrug met fietsverbinding of andere fietsbrug over de Oude Rijn bij Woerden West

B.

Groene snelfietsroute: Realiseren groenblauwe fietsroute Breukelen-Mijdrecht-Amstel van NS station Breukelen naar Wilnis-MijdrechtAmsteltram metrostation Uithoorn

C.

Landschapsontwikkeling: Ontwikkelen Polderscheg Woerden-Breukelen-Utrecht als nieuw voorbeeldgebied voor toekomstgerichte landbouw, recreatie en bosrijke natuur, met groene lopers (buffers) naar Regiopoort Woerden en Breukelen. Inclusief 3 fietsducten. Geleidelijk te ontwikkelen door inzet bossenstrategie + recreatieve stapstenen realiseren tussen Vijverbos (‘Nieuw Vijverbos’ aan de Dorpeldijk) en andere natuurgebieden en die onderling te verbinden.

D.

Ondersteunen gebiedsgerichte aanpak Nieuwkoop, met oog voor verdienmodel en landschapsgronden, robuustere natuur, schakel natte as.

E.

Robuuste ecologische verbinding door Groene Hart (NOVEX gebied): Ecologische verbinding realiseren tussen Nieuwkoopse Plassen – Wilnisveldzijde- naar Marickenland/Noordoost Mijdrecht – Botshol/Vinkeveense Plassen en in oostelijke richting naar de Loosdrechtse Plassen.

32

F.

Herstel en versterken kleine landschapselementen en -verbindingen in de veenweidegebieden Woerden, De Ronde Venen en Stichtse Vecht - 10% groenblauwe dooradering landelijk gebied incl. slootkantbeheer, fiets, wandel en vaarverbindingen en ontwikkeling Klompenpaden (over boerenland) rond Zegveld en Harmelen, Nieuwkoop enz.> via Groene Hart overleg NOVEX gebied en UPLG.

G.

Indicatief 10% laagste delen van peilgebieden vrijwaren om op termijn als klimaatruimte en waterbergingsgebied te benutten.

H.

Vorming Stellingsparkroute langs de Stelling van Amsterdam (Groenblauwe Krans Stelling van Amsterdam), als natuurschakel in de ‘natte as’ door Nederland en UNESCO beleefroute, met Provincie Noord Holland/Metropoolregio Amsterdam.

H

G

B

E

F D C

A

Focusgebieden

Legenda ruimtelijke opgaven

Het ronde veen

Scheggen

Nieuwe natuurkernen

Zegveld

Ecologische verbindingen

Nieuwe ducten (inclusief ecologische verbinding)

Kamerik, Kanis en Kockengen

Recreatieve ecologische verbindingen

Groene Regiopoorten

Groenblauwe dooradering

Nieuwe recreatiegebieden

33

2. Vechtstreek en Vechtplassen Vechtstreek en Vechtplassen inclusief Zuilense Binnenpolder en Noorderpark. Betrokken gemeenten: Stichtse Vecht, De Bilt, Utrecht, De Ronde Venen.

Gebiedsgerichte aanpak in lijn met het IRP De belangrijkste opgave in dit gebied is het opheffen van de barrièrewerking van de vervoerscorridor tussen Utrecht en Amsterdam in de vorm van de infrabundel A2/Spoor/ARK, de ontwikkeling van Knooppunt Regiopoort Breukelen en groen-blauwe recreatiescheg Woerden-Breukelen-UtrechtVechtplassen. Tevens het ontlasten van de bestaande recreatieve noord-zuid routes (‘snelle en langzame Vecht’) en verbeteren recreatieve oost-west routes. Het is zaak om het stedelijke gebied beter te verbinden met een duurzaam aantrekkelijk groenblauw buitengebied en de landschappen van de veenweidegebieden beter te verbinden aan de landschappen langs de Vecht en de Heuvelrug. Er is één open ruimte die prioritair moet worden beschermd en versterkt: het landschappelijke venster tussen Maarssenbroek en Breukelen. Het gaat hier om de ecologische verbinding en om de recreatieve verbinding. Een recreaduct is nodig over en/of onder zowel de snelweg, het Amsterdam-Rijnkanaal als de Vecht. Tegelijk is het zaak om de recreatieve en groene verbindingen te verbeteren langs de Vechtzone en haaks daarop. Het landschappelijk verbinden en beleefbaar maken van de Hollandse Waterlinies is bovenregionaal van belang. In de Vechtstreek spelen ook NPLG opgaven. Er wordt rekening gehouden met de energie-opgave vanuit de RES.

34

Landschap Dit gebied ligt op de overgang tussen het westelijke veenweidegebied en de hoge zandgronden van het Gooi en de Utrechtse Heuvelrug. De Vecht kronkelt hier doorheen, net als de kleine riviertjes Amstel, Angstel en het Gein. Op de stroomruggen van de rivieren liggen vanouds de nederzettingen als Breukelen en Oud-Zuilen en tal van bosrijke buitenplaatsen (de ‘langzame Vecht’). Parallel aan de Vecht ligt de infrastructuurbundel van de snelweg A2, het spoor Utrecht-Amsterdam en het AmsterdamRijnkanaal (de ‘Snelle Vecht’). Het landschap is ontstaan als gevolg van veenontginningen met de plassen als resultaat. In de Vechtstreek zijn veel forten en indundatiegebieden te vinden van De Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam wat de Vechtstreek verbindt met de Ronde Venen en de Amstelscheg.

Abcoude

Angstel

Loenen aan de Vecht

Legenda

Vecht

Vechtstreek en Vechtplassen

Aa

Breukelen

Kern Rivieren/kanalen Oppervlaktewater

AmsterdamRijnkanaal

Maarssen

Oppervlaktewater binnen Natuurnetwerk Nederland Natuurnetwerk Nederland

Inzet U10

Acties

Voor deze opgaven wordt de ontwikkeling van de recreatieve en ecologische verbindingen met de groene kruising van snelweg, kanaal en Vecht gekoppeld aan de propositie Regiopoort Breukelen. Dat impliceert meer focus op de uitwerking van gebiedsgerichte projecten. De U10 zet in op het opheffen van de barrièrewerking van snelweg, spoor, Amsterdam-Rijnkanaal en Vecht en het behouden van het groene venster tussen Breukelen en Maarssenbroek.

>

Deelpropositie opstellen groen, water en landschap rond de Regiopoort Breukelen, gekoppeld aan verstedelijkings- en infraopgaven.

35

Ruimtelijke opgaven A.

Te koppelen aan Regiopoort Breukelen: realiseren ecologische en recreatieve verbinding, (het groene venster tussen Breukelen en Maarssenbroek bij kruising A2/AmsterdamRijnkanaal/Vecht) > doorverbinden van recreatieve en ecologische verbinding van Nieuwkoopse Plassen (Natura 2000) naar de Oostelijke Vechtplassen (Natura 2000), inclusief een fietsduct over deze 3 barrières.

B.

groenblauwe dooradering en duurzame agrarische functies nabij de stad zoals bij noordrand Overvecht.

C.

met Nieuwe Hollandse Waterlinie als ontwerpmotief: Ruimtelijk uitwerken Langzame Vecht als groene verbinding: comfortabele en veilige fiets- en langzaam verkeerverbindingen, recreatieve druk spreiden door te zoneren, oostelijke route langs Vecht verbeteren en verbeteren oost-westroutes.

D.

Verbeteren fietsroute langs AmsterdamRijnkanaal en tegengaan barrières van de noord-zuid-gerichte infrastructuur.

36

D

C

A

B

Focusgebieden

Legenda ruimtelijke opgaven

Stelling van Amsterdam

Scheggen

Nieuwe natuurkernen

Aa en Angstelzone

Ecologische verbindingen

Nieuwe ducten (inclusief ecologische verbinding)

Noorderpark

Recreatieve ecologische verbindingen

Groene Regiopoorten

Groenblauwe dooradering

Nieuwe recreatiegebieden

37

3. Utrechtse waarden tussen Oude Rijn en Lek Lopikerwaard en de de polders tussen Oude/Leidsche Rijn en de Hollandsche IJssel. Betrokken gemeenten: Woerden, Montfoort, Oudewater, Lopik, IJsselstein, Utrecht, Nieuwegein.

Gebiedsgerichte aanpak in lijn met het IRP In dit deelgebied spelen tal van vragen over de toekomst van het landelijke gebied. In gesprek met lokale gebiedspartijen moet in dit landelijke gebied worden voorzien in de transitie naar een vitale natuurinclusieve kringlooplandbouw met een toekomstbestendig watersysteem, goede bodemen waterkwaliteit, recreatie- en natuurwaarden en herstel van kleine landschapselementen. Zo wordt gebouwd aan een agrarisch groenblauw netwerk. De belangrijkste opgaven voor groen, water en landschap spitsen zich toe op strategische keuzes over landbouw, natuur en het watersysteem en een fijnmazige groenblauwe dooradering (voor ecologie en recreatie) van het gebied en het aanpassen van het gebruik op een op termijn hoger grondwaterpeil. De 10% laagste peilgebieden moeten met oog op klimaatverandering vrij blijven om te benutten als waterbergings- en klimaatruimte en er wordt ook gezocht naar 1-2 miljoen m3 waterberging. Natuur wordt versterkt met een drietal ‘ecologische stapstenen’. Natuurgebieden zoals langs de Lek vragen om bufferzones met oog op verminderen van stikstofdepositie en het versterken van natuurwaarden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12991473/1