CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-02-14 toelichting voor vaststelling bestemmingsplan Panoven 23 IJsselstein

Raadsvergadering 23 mei 2024, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Panoven 23 IJsselstein15.625 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Als dit niet mogelijk is dienen de potentiële nestlocaties buiten het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden.

Conclusie Het bestemmingsplan is uitvoerbaar in relatie tot het aspect flora en fauna. 4.4

Cultuurhistorie en archeologie

Erfgoedwet Op 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988, samen met enkele andere wetten op het gebied van de bescherming van cultureel erfgoed, samengevoegd tot de Erfgoedwet. Ten aanzien van het ruimtelijk domein regelt deze wet de omgang met rijksbeschermde gebouwde en archeologische monumenten en de beschermde stads- en dorpsgezichten. De Erfgoedwet werkt door in de Wet administratieve bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg (2009) (MoMo) Het doel van de MoMo is het doorvoeren van veranderingen in de monumentenzorg. Bij de uitwerking heeft de Minister zich op drie pijlers gericht. Eén van de pijlers uit de Modernisering Monumentenzorg van het Rijk is het opnemen van cultuurhistorische waarden in de ruimtelijke ordening. Deze wijziging is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Wro/Bro In het Bro wordt het bestemmingsplan genoemd als instrument waarin cultuurhistorische waarden kunnen worden verankerd. Het Bro is een uitwerkingsbesluit van de Wro. Dit besluit verplicht gemeenten om in de toelichting bij een ruimtelijk plan te beschrijven op welke wijze met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te

Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein

Pagina 26

verwachten monumenten rekening is gehouden (Artikel 3.1.6, lid 5). Belangrijk daarbij is dat het cultuurhistorische belang uitdrukkelijk als afwegingsgrond in het ruimtelijk plan moet worden genoemd, omdat anders een juridische grond voor toetsing op basis van dit beleidsterrein ontbreekt. Beschouwing archeologie Ten behoeve van dit bestemmingsplan heeft adviesbureau Transect het archeologisch bureauonderzoek (BO) en inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase, ‘Panoven 23-25 Gemeente IJsselstein’ uitgevoerd. Dit onderzoek (projectcode 22010078, d.d.21 september 2022) is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied zich oorspronkelijk op de Hollandse IJssel stroomrug bevindt. Vermoedelijk zijn er restgeul en/of uiterwaardenafzettingen van de Hollandse IJssel aanwezig in het plangebied. De Hollandse IJssel is actief geworden vanaf de Romeinse tijd. Door erosie van deze stroomrug is naar verwachting een eventueel ouder archeologisch niveau, bijvoorbeeld op oevers van de Wiersch stroomrug, reeds verspoeld geraakt. In de geul en/of uiterwaardenafzettingen van de Hollandse IJssel worden geen sporen van bewoning verwacht, maar er zouden in theorie wel watergerelateerde resten aanwezig kunnen zijn, zoals beschoeiingen, afvallagen en/of sporen, scheepswrakken e.d. uit de periode Romeinse tijd - late Middeleeuwen.

Op grond van de resultaten van het archeologisch veldonderzoek is de hoge archeologische verwachting van het plangebied op resten uit de Nieuwe tijd bevestigd. In het plangebied zijn namelijk restgeulafzettingen gevonden, waarop ophoog- of dempingslagen aanwezig zijn uit de Nieuwe tijd. Deze lagen zijn vanaf 60 cm onder maaiveld intact en kunnen allerlei vondsten bevatten. In de top van de laag kunnen sporen van bewoning en erf-gerelateerde resten aanwezig zijn. Deze kans is groot vanwege de resultaten van het onderzoek van Kooi (2014) aangrenzend van het plangebied en de aanwezigheid van bebouwing direct ten zuiden van het plangebied op de kadastrale Minuut uit het begin van de 19e eeuw. Voor de overige perioden verandert de verwachting uit het bureauonderzoek ook niet. De restgeulafzettingen, die vanaf een diepte van 160 cm onder maaiveld in het plangebied gevonden zijn kunnen mogelijk water gerelateerde zaken bevatten, maar sporen van nederzetting zullen erin niet gevonden worden. Resten uit de steentijd zullen naar verwachting door de rivier zijn geërodeerd. Advies archeologisch onderzoek Binnen het plangebied geldt op basis van het uitgevoerde archeologisch onderzoek een hoge archeologische verwachting. Deze verwachting wordt in het bestemmingsplan opgenomen middels een dubbelbestemming archeologie.

In het kader van de herontwikkeling van het plangebied wordt in het archeologisch onderzoek geadviseerd om voor de sloop van de funderingen van het pand en het uitgraven van de toekomstige bouwkuipen een archeologische begeleiding uit te voeren. Dit onderzoek dient ertoe om de aanwezigheid van archeologische resten in het gebied daadwerkelijk vast te stellen en zo nodig veilig te stellen (op te graven). De omvang van dergelijk onderzoek is sterk afhankelijk van de diepte en omvang van de toekomstige bodemingrepen in het gebied. Voor de uitvoering van dit onderzoek is op voorhand van de werkzaamheden een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk, dat door de bevoegde overheid is beoordeeld en goedgekeurd.

Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein

Pagina 27

Na de beoordeling van het nu opgestelde archeologisch onderzoek zal ten behoeve van dit bestemmingsplan een Programma van Eisen worden ingediend bij het bevoegd gezag Het uitgevoerde bureau- en booronderzoek (Melman,2022) heeft aanwijzingen opgeleverd voor de aanwezigheid van een intacte bodemopbouw en/of potentiële archeologische lagen binnen de ontgravingsdiepte voor de sloop en woningbouw. De ODRU onderschrijft de conclusie van het archeologisch onderzoek dat een vervolgonderzoek in relatie tot de huidige inrichtingsplannen noodzakelijk is. Dit vervolgonderzoek moet worden uitgevoerd in de vorm van een archeologische begeleiding van de ondergrondse sloop van de huidige bebouwing en het uitgraven van de bouwkuip voor de nieuwbouw. Een archeologische begeleiding houdt in dat tijdens de werkzaamheden een archeoloog aanwezig is, die eventuele archeologische resten documenteert en vondsten verzamelt. Voor de archeologische begeleiding moet een Programma van Eisen (PvE) worden opgesteld dat door de gemeente moet worden goedgekeurd. In het PvE worden de randvoorwaarden voor de archeologische begeleiding vastgelegd. Het goedgekeurde PvE moet bij de aanvraag omgevingsvergunning worden aangeleverd. Er mogen geen ondergrondse sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd voordat het PvE is goedgekeurd.

Beschouwing cultuurhistorie Halverwege de 19e eeuw komen nieuwe vormen van industrie op, waarbij de Hollandse IJssel fungeert als aan- en afvoerroute. Gedurende een eeuw groeit en bloeit de houtverwerkende industrie en floreren de steenovens langs de Hollandse IJssel. Sinds de jaren zestig van de 20e eeuw gaat het met de hout- en steenindustrie echter bergafwaarts. Veel fabrieken sluiten de deuren. Nieuwe bedrijven, vaak in de dienstverlenende sector, komen ervoor in de plaats. Ook zijn er de laatste jaren woningen (appartementen) tot ontwikkeling gekomen.

Afbeelding: Aanzicht op de Panhoven halverwege jaren ’50 van de vorige eeuw. Het huidige bedrijfsperceel is bij benadering aangegeven met rood kader.

Binnen het plangebied zijn geen monumenten aanwezig. Het bestemmingsplan voorziet in de herstructurering van het perceel aan de Panoven 23, te IJsselstein. De ontwikkeling gaat uit van het realiseren van vier nieuwe grondgebonden woningen. De bestaande, in matige staat verkerende bedrijfsbebouwing, wordt gezien het initiatief gesloopt. In fysieke zin worden hiermee geen cultuurhistorische kwaliteiten in de omgeving aangetast.

Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein

Pagina 28

Afbeelding: in het rood positionering huidige woning (links) en toekomstige woning (rechts) op het perceel

Conclusie Het bestemmingsplan is uitvoerbaar in relatie tot het aspect cultuurhistorie en archeologie. Het goedgekeurde PvE moet bij de aanvraag omgevingsvergunning worden aangeleverd. Er mogen geen ondergrondse sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd voordat het PvE is goedgekeurd. Hier zal aan worden voldaan. 4.5

Geluid

In de Wet geluidhinder zijn geluidsnormen voor wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai opgenomen. Wanneer er een nieuwe geluidsgevoelige functie wordt gerealiseerd op een locatie waar momenteel geen geluidsgevoelige functie aanwezig of toegestaan is en deze locatie binnen de geluidszones van industrie, rail- of wegverkeer valt dient middels een akoestisch onderzoek onderzocht te worden of de geluidniveaus in relatie tot de geluidgevoelige functie aanvaardbaar zijn. Beschouwing Dit bestemmingsplan voorziet met de vier nieuwe woningen in het toevoegen van nieuwe geluidsgevoelige functies. In verband met de beoogde ontwikkeling is conform het gestelde in de Wet geluidhinder (Wgh) door adviesbureau Kragten een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting ten gevolge van de zoneringsplichtige wegen waarvan de zone het plangebied overlapt. Het plangebied is gelegen binnen de wettelijk geluidzone van de Beneluxweg, Utrechtseweg en de Linnaeusweg. De locatie is niet gelegen binnen de zone van andere wegen, industrieterreinen of spoorwegen. Verder is het plangebied gelegen binnen de invloedsfeer van meerdere 30 km/uur-wegen, waaronder de Panoven, het Jolandeplantsoen en de IJsselkade. Het akoestisch onderzoek ‘Woningbouwplan Panoven te IJsselstein’, projectnummer: AGR024-0001, d.d. 23 februari 2021, is opgenomen als bijlage bij deze toelichting.

Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein

Pagina 29

Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 waarbij de geluidbelastingen zijn getoetst aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. Wet geluidhinder Ten gevolge van het wegverkeer op de Linnaeusweg en de Utrechtseweg bedraagt de geluidbelasting ten hoogste 41 dB inclusief aftrek artikel 110g Wet geluidhinder. De voorkeurswaarde van 48 dB wordt hiermee ruimschoots gerespecteerd. Ten gevolge van het wegverkeer op de Beneluxweg bedraagt de geluidbelasting ten hoogste 56 dB inclusief aftrek artikel 110g Wet geluidhinder. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt wel gerespecteerd. In het akoestisch onderzoek is nader ingegaan op eventueel te nemen maatregelen teneinde de geluidbelasting ter plaatse te verminderen. Deze maatregelen kunnen bestaan uit: - Bronmaatregelen; - Overdrachtsmaatregelen; - Maatregelen bij de ontvanger. Door het toepassen van geluidreducerend wegdek, dunne deklaag type B, op de Beneluxweg kan de geluidbelasting met maximaal 3 dB worden verlaagd. Indien een dergelijk geluidreducerend wegdek wordt aangebracht, wordt de voorkeurwaarde alsnog overschreden. Het vervangen van het huidige wegdek door een stiller wegdek is derhalve niet doelmatig.

Om de geluidbelasting te reduceren tot de voorkeurswaarde kan afscherming worden gerealiseerd tussen de woningen en de weg. Het plaatsen van geluidschermen in onderhavige situatie is ongewenst en stuit op bezwaren van stedenbouwkundige aard. Daarnaast stuit gezien de omvang van het plan (vier woningen) het realiseren van een scherm op overwegende bezwaren van financiële aard. Maatregelen teneinde het verlagen van de geluidbelasting stuiten hiertoe op overwegende bezwaren. Gemeentelijk geluidbeleid Conform het gemeentelijk geluidbeleid is de cumulatieve geluidbelasting inclusief aftrek berekend. De cumulatieve geluidbelasting bedraagt ten hoogste 56 dB. De gemeente IJsselstein stelt, in geval van een cumulatieve geluidsbelasting hoger dan of gelijk aan 54 dB en ten hoogste 64 dB, de benodigde hogere waarde(n) vast, als er: - een geluidsluwe gevel of een geluidsluwe buitenruimte (balkon) aanwezig is én: - er minimaal 1 verblijfsruimte aan een geluidsluwe zijde is gesitueerd. Enkel de westgevel is geluidsluw. Niet alle woningen zijn gelegen aan de westgevel. Derhalve wordt niet zondermeer voldaan aan de gestelde richtlijnen uit het gemeentelijk geluidbeleid. Door het realiseren van lokale afscherming bijvoorbeeld door middel van een vliesgevel of het toepassen van Silent air metaglas ter plaatse bij de openen delen en balkons kan alsnog een geluidluwe gevel worden gecreëerd.

Hiertoe zijn maatregelen aan de gevel noodzakelijk om aan de eisen uit het hogere waarde beleid te kunnen voldoen. Een hogere waarde kan worden verleend indien de drie meest oostelijke gelegen woningen van een vliesgevel worden voorzien. Deze maatregel moet worden geborgd in

Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein

Pagina 30

de regels van het bestemmingsplan. Hiertoe zal de volgende planregel worden opgenomen; De woningen kunnen enkel worden gerealiseerd als is aangetoond dat elke woning beschikt over ten minste één gevel waar de cumulatieve geluidbelasting lager is dan 48 dB (incl. aftrek ex. art. 110g Wgh). Hiertoe wordt gevraagd aan het Bevoegd Gezag medewerking te verlenen. Uit een onderzoek naar de geluidwering van de gevel moeten blijken of de vereiste karakteristieke geluidwering van de gevel voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit. Geadviseerd wordt om hierbij uit te gaan van de gecumuleerde geluidbelasting. Door middel van een gevelweringsonderzoek moet worden bepaald welke maatregelen er nodig zijn om het binnenniveau van 33 dB te behalen. Dit onderzoek zal bij de stukken voor de omgevingsvergunningaanvraag voor de bouw van de woningen worden toegevoegd. Aangezien het akoestisch onderzoek dateert van 23 februari 2021 is er medio november 2023 afstemming geweest met de ODRU en adviesbureau Kragten. Hierbij kan worden aangegeven: •

• •

Op basis van de laatste versie van het bestemmingsplan verschuift het bouwvlak circa 70 cm richting het westen, het plan verschuift daarmee verder van de maatgevende weg (de Beneluxweg) af. De geluidbelasting zal daarom mogelijk lager uitvallen dan berekend in de rapportage van februari 2021. In de omgeving hebben geen ontwikkelingen plaatsgevonden met betrekking tot de wegenstructuur. De geluidtoename door de autonome groei zal moeten worden opgeteld bij de in het onderzoek berekende geluidbelasting. Op basis van de bepaalde groei (over drie jaar 6,1), is de toename van de geluidbelasting 0,26 dB. Dit levert op sommige punten afgerond een 1 dB hogere waarde op.

Conclusie Na het verlenen van een hogere waarde voor de van toepassing zijnde woningen, door de gemeente IJsselstein, vormt het aspect geluid vanuit de Wet geluidhinder geen belemmering voor de realisatie van het plan. 4.6 Lucht Wet milieubeheer / Wet luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Omdat titel 5.2 handelt over luchtkwaliteit staat deze ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Specifieke onderdelen van de wet zijn uitgewerkt in Amvb's en ministeriële regelingen. De nieuwe wetgeving kent een dubbele doelstelling: 1. De overheid wil een belangrijke impuls geven aan het treffen van maatregelen zodat in ons land de Europese normen worden gehaald; 2. De overheid wil er ook voor zorgen dat er meer mogelijkheden zijn om projecten door te laten gaan. Dat was nodig om dat in het verleden veel plannen door de rechter werden stilgelegd vanwege het niet halen van de normen. De Wet luchtkwaliteit vereist een genuanceerde toetsing of koppeling tussen (ruimtelijke) besluiten en de gevolgen voor de luchtkwaliteit. Een ruimtelijk plan is in overeenstemming met de Wet luchtkwaliteit als de planvorming niet leidt tot een overschrijding of een verdere

Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein

Pagina 31

overschrijding van de normen. Projecten die 'niet in betekenende mate bijdragen' aan de concentraties, hoeven niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Voor projecten die wel in betekenende mate bijdragen aan de concentratie is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) relevant. Amvb Niet In Betekenende Mate en Regeling Niet In Betekenende Mate (NIBM) De Amvb NIBM en Regeling NIBM bevatten criteria waarmee kan worden bepaald of een project van een bepaalde omvang wel of niet als “in betekenende mate” moet worden beschouwd. NIBM projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. Er is een onderscheid gemaakt tussen grote en kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het slechts in geringe mate (ofwel ‘niet in betekenende mate’) leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een verslechtering van maximaal 3% van de grenswaarden voor de luchtkwaliteit. Een verslechtering van maximaal 3% komt overeen met een nieuwbouwproject van 1.500 woningen of 100.000 vierkante meter kantoorvloeroppervlak.

Grotere projecten kunnen worden opgenomen in het NSL-programma, mits ook overtuigend wordt aangetoond dat de effecten van dat project worden weggenomen door de maatregelen van het NSL. Beschouwing Dit bestemmingsplan voorziet in de herstructurering van het perceel aan de Panoven 23, te IJsselstein. De ontwikkeling gaat uit van het realiseren van vier nieuwe grondgebonden woningen. De bestaande, in matige staat verkerende bedrijfsbebouwing, wordt gezien het initiatief gesloopt. Het gebruik dat met het bestemmingsplan wordt toegestaan blijft ver onder de grenzen van de regeling Niet in betekenende mate en heeft daarmee niet of slechts in geringe mate invloed op de luchtkwaliteit. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar‐ en daggemiddelde) van belang.

Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein

Pagina 32

De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in navolgende tabel weergegeven.

Stof Stikstofdioxide NO2 Fijn stof PM10

PM2,5

Soort norm jaargemiddelde concentratie

Concentratie 40 µg/m³ 40 µg/m³

Jaargemiddelde Daggemiddelde (mag max. 35 keer per jaar worden overschreden)

50 µg/m³ 31,3 µg/m³ (jaargemiddeld)**

Jaargemiddelde

25 µg/m³

Tabel: grenswaarden maatgevende stoffen Wet milieubeheer

Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Advieswaarden WHO en GG De WHO en GGD hanteren advieswaarden voor fijn stof (PM10) van 20 microgram per kuub, en 10 microgram per kuub voor PM2,5 wat lager ligt dan de wettelijke grenswaarden. Beschouwing In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Hierbij is gebruik gemaakt van het Geoloket van de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU). Tabel concentratie NO2 Soort norm

Jaar

Concentratie µg/m³

Jaargemiddelde

2018

20-22

Jaargemiddelde

2030

14-16

Soort norm

Jaar

Concentratie µg/m³

Jaargemiddelde

2018

20-21

Jaargemiddelde

2030

17-18

Tabel concentratie PM10

Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein

Pagina 33

Tabel concentratie PM2,5 Soort norm

Jaar

Concentratie µg/m³

Jaargemiddelde

2018

12,5-13

Jaargemiddelde

2030

10-10,5

Soort norm

Jaar

Concentratie µg/m³

Jaargemiddelde

2018

0,7-0,9

Jaargemiddelde

2030

0,4-0,7

Tabel concentratie EC

Voor de concentraties verontreinigende stoffen ter plekke van de te realiseren woning wordt ruim voldaan aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Aanvullend onderzoek naar luchtkwaliteit is derhalve niet noodzakelijk. De WHO-advieswaarden zijn vanaf september 2021 aangescherpt. Recentelijk is gebleken dat NO2 en fijn stof schadelijker zijn dan gedacht. De WHO heeft daarom de advieswaarden voor zowel NO2, PM10 als PM2,5 drastisch verlaagt naar respectievelijk 10, 15 en 5 microgram per m3 Hoewel naar verwachting de komende jaren de lucht een stuk schoner wordt, wordt nog geen van deze WHO-advieswaarden in de nabije toekomst gehaald. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect luchtkwaliteit uitvoerbaar. 4.7

Externe veiligheid

Algemeen Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving als gevolg van gebruik en opslag van gevaarlijke stoffen bij bedrijven, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het water, het spoor en door buisleidingen. De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau van transport en aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute of inrichting bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route of binnen die inrichting. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. Voor nieuwe situaties is voor kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) de grenswaarde voor het PR gesteld op een niveau van 10-6/jr. Voor beperkt kwetsbare objecten (bijvoorbeeld bedrijven) is dit een richtwaarde.

Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein

Pagina 34

Het GR geeft aan wat de kans is op een ongeval met tien of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde transportroute of inrichting. Het aantal personen dat in de omgeving van de route of inrichting verblijft, bepaalt daardoor mede de hoogte van het GR. Risicovolle inrichtingen Voor risicovolle inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van toepassing. Voorbeelden van deze risicovolle bedrijven zijn LPG-tankstations, ammoniakkoelinstallaties en chemische fabrieken. Het Bevi is opgesteld om de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven te beperken. De normstelling van het Bevi richt zich zowel op vergunningverlening als ruimtelijke ordening. Indien een ruimtelijk plan de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar of een beperkt kwetsbaar object in het invloedsgebied toelaat, dient tevens het groepsrisico te worden verantwoord. Externe veiligheid transport In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), dat per 1 april 2015 in werking is getreden, heeft het Rijk het beleid vastgelegd met betrekking tot de afweging van veiligheidsbelangen die een rol spelen bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. In het besluit zijn regels opgenomen voor het realiseren van (beperkt) kwetsbare objecten binnen de zogeheten basisnetafstanden van een transportroute voor gevaarlijke stoffen.

Deze basisafstanden zijn vastgelegd in de Regeling Basisnet. Het besluit is onder meer van toepassing op omgevingsbesluiten, zoals het vaststellen van een bestemmingsplan. Buisleidingen Voor buisleidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van toepassing. Op grond van het Bevb geldt voor de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar object dichtbij dergelijke buisleiding, een grenswaarde van 10-6 per jaar voor het plaatsgebonden risico. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als richtwaarde. Indien een ruimtelijk plan de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar of een beperkt kwetsbaar object binnen het invloedsgebied van een buisleiding toelaat, dient tevens het groepsrisico te worden verantwoord. Beschouwing Dit bestemmingsplan voorziet in de herstructurering van het perceel aan de Panoven 23, te IJsselstein. De ontwikkeling gaat uit van het realiseren van vier nieuwe grondgebonden woningen. De bestaande, in matige staat verkerende bedrijfsbebouwing, wordt gezien het initiatief gesloopt. Uit een raadpleging van de risicokaart blijkt dat het plangebied niet is gelegen in de nabijheid of binnen het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen, buisleidingen, transportroute voor gevaarlijke stoffen. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect externe veiligheid uitvoerbaar.

Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein

Pagina 35

4.8

Milieuzoneringen

Bedrijven zijn milieubelastende bestemmingen die hinder ten opzichte van milieugevoelige bestemmingen (waaronder wonen) kunnen veroorzaken. Om deze hindersituaties te voorkomen dient er bij ruimtelijke plannen, waarin milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen in elkaars nabijheid mogelijk worden gemaakt, in principe uit te worden gegaan van scheiding van functies. Hiertoe zijn in de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering (2009; hierna te noemen B&M) richtafstanden opgesteld. In deze handreiking wordt afstanden, zogeheten milieuzoneringen, tussen bedrijfsactiviteiten en milieugevoelige functies aangegeven waarmee wederzijdse hinder voorkomen wordt. Zo zorgt de milieuzonering ervoor dat nieuwe bedrijven op een passende afstand ten opzichte van woningen worden gesitueerd en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bestaande bedrijven worden gepland. De invloed van een bedrijf op de omgeving hangt op de (milieubelastende) karakteristieken van het bedrijf. In de handreiking worden daarom zes milieucategorieën met de daarbij behorende richtafstanden onderscheiden (zie tabel). Deze afstanden zijn gebaseerd op de mate van verspreiding van de hinderaspecten geluid, stof, gevaar en geur. Voorts wordt onderscheid gemaakt in afstanden tot een rustige woonwijk en tot een gebied met een menging van functies.

De gedachte daarbij is dat gebieden met gemengde functies hogere achtergrondwaarden voor wat betreft de hinderaspecten kennen, waardoor milieubelasting van een specifiek bedrijf meer op zal gaan in de omgeving en minder snel als hinder zal worden ervaren. Milieucategorie 1 2 3 4 5 6

Richtafstanden tot rustige woonwijk 10 meter 30 meter 50 tot 100 meter 200 tot 300 meter 500 tot 1000 meter 1500 meter

Richtafstanden tot gemengd gebied 0 meter 10 meter 30 tot 50 meter 100 tot 200 meter 300 tot 700 meter 1000 meter

Afbeelding: Richtafstanden per milieucategorie.

De VNG-publicatie voorziet in richtafstanden. Deze richtafstanden zijn bepaald op basis van gemiddelde productieprocessen. Door middel van een gedegen op een specifieke situatie toegespitste onderbouwing kan gemotiveerd van deze richtafstanden worden afgeweken. Naast het VNG-stelsel moeten bedrijven op basis van een vergunning krachtens de Wet milieubeheer/Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (omgevingsvergunning milieu) of op basis van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) aan voorschriften voldoen. Deze voorschriften dienen onder andere ter regulering van de hinder voor de omgeving en kunnen daarmee relevant zijn voor de beschouwing van hindersituaties.

Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein

Pagina 36

Beschouwing Ten noorden, westen en oosten van het projectgebied zijn in de huidige situatie woonfuncties aanwezig, hiertoe zijn er geen belemmeringen vanuit bedrijven en milieuzonering.

Afbeeldingen: uitsneden verbeelding bestemmingsplan ‘Binnenstad’ (links) en ‘Noordoost’ (rechts).

Het perceel ten zuiden van het plangebied heeft op basis van het bestemmingsplan ‘Zuid-oost’ een maatschappelijke bestemming. Binnen de bestemming ‘Maatschappelijk’ zijn de volgende voorzieningen toegestaan: educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, zorg-, welzijns- en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie, voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen. Op basis van de VNG-publicatie bedrijven en milieuzonering geldt voor deze functies veelal een richtafstand van 10 meter. Voorts kan worden gesteld dat de omgeving van het plangebied gekenmerkt kan worden als gemengd gebied. Gezien de onderling afstand van circa 10 meter wordt voldaan aan de richtafstand. Gesteld kan worden dat het weghalen van een bedrijfsmatige functie in een overwegend woongebied een positief effect heeft op het woon- en leefklimaat van nabij gelegen woningen.

Afbeelding: uitsnede plankaart bestemmingsplan ‘Zuid-oost’

Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect milieuzonering uitvoerbaar.

Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein

Pagina 37

4.9

Besluit milieueffectrapportage

In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling uitgevoerd moet worden als een project belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Het gaat dan om een project dat genoemd is in de bijlage onder D van het Besluit m.e.r. . De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: • het plan of besluit is direct m.e.r.- plichtig; • het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het besluit is dan m.e.r.- beoordelingsplichtig. Voor een plan in kolom 3 ‘plannen’ geldt geen m.e.r-beoordelingsplicht, maar direct een (plan-)m.e.r.-plicht; • het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan).

Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; • de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.- (beoordelings)plicht. Sinds 16 mei 2017 geldt er een directe werking van het Europees recht. Daarom is per 7 juli 2017 het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, moet: • door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld; • het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden; • de initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. Uit toetsing aan het Besluit m.e.r. volgt dat het besluit tot vaststelling van dit plan onder de derde optie valt.

Het besluit bevat namelijk wel een activiteit uit kolom 1 (de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen), maar er wordt niet voldaan aan de gegeven drempelwaarde van 2000 of meer woningen. De voorgenomen ontwikkeling betreft de sloop van bestaande bedrijfspanden en de realisatie van 4 extra woningen. Er kan daarmee worden afgezien van een m.e.r.-beoordeling en volstaan kan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: • belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk;

Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein

Pagina 38

•

belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet toch een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.

In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de toevoeging van vier woningen en blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Opgemerkt dient te worden dat voor activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, toch dient te worden nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke gevolgen voor het milieu. Dit bestemmingsplan voorziet in de herstructurering van het perceel aan de Panoven 23, te IJsselstein. De ontwikkeling gaat uit van het realiseren van vier nieuwe grondgebonden woningen. De bestaande, in matige staat verkerende bedrijfsbebouwing, wordt gezien het initiatief gesloopt. Middels het voorliggende bestemmingsplan zullen er geen potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Dit blijkt ook uit de onderzoeken van de verschillende milieuaspecten zoals deze zijn opgenomen en beschreven in hoofdstuk 4. Uit uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2018:314, 31 januari 2018, ABRS 12 juni 2019, no.

201807060/1/R1 en 201901439/1/R1) blijkt dat het antwoord op de vraag of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard en omvang van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Conclusie Dit bestemmingsplan voorziet in de herstructurering van het perceel aan de Panoven 23, te IJsselstein. De ontwikkeling gaat uit van het realiseren van vier nieuwe grondgebonden woningen. Het voormalige, in matige staat verkerende garagebedrijf, wordt gezien het initiatief gesloopt. Gesteld kan verder worden dat de nieuwe woonfunctie in vergelijking met het voormalig garagebedrijf een wel minder grote, impact heeft op de ruimtelijke omgeving en het milieu. De voorziene wijziging is daarmee naar aard en omvang beperkt. Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Dit betekent dat het Besluit milieueffectrapportage niet van toepassing is en dat er geen m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. Het bestemmingsplan is in relatie tot het Besluit milieueffectrapportage uitvoerbaar. 4.10

Duurzaamheid

Het Rijk sluit aan bij de Europese doelstelling om te komen tot een 20 % reductie van de CO2uitstoot in 2020 ten opzichte van 1990. In 2020 dient verder de bijdrage van duurzame energie 14 % van het totale energieverbruik te zijn. De gebouwde omgeving is goed voor 30 % van het totale energieverbruik in Nederland, heeft een groot besparingspotentieel en kan daardoor een belangrijke bijdrage leveren aan het realiseren van de bovengenoemde doelstellingen, ook op de langere termijn.

Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein

Pagina 39

Nederland in 2050 vrij van aardgas Per 1 juli 2018 is de Gaswet veranderd. Hierdoor krijgen nieuwe gebouwen geen gasaansluiting meer. Dit komt door een verandering van de gasaansluitplicht. De wetswijziging heeft invloed op nieuwe gebouwen waarvan de bouwvergunning is aangevraagd na 30 juni 2018. Deze verandering geldt voor alle kleinverbruikers (max 40 m³ gas/uur), zoals woningen en kleine bedrijfsgebouwen. Energie (EPC) De rijksoverheid stimuleert duurzaam bouwen vooral op het aspect energie. Sinds 1995 worden in het Bouwbesluit eisen gesteld ten aanzien van de energiezuinigheid van een gebouw. De energie efficiëntie wordt uitgedrukt in de Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). Vanaf 1 januari 2015 geldt voor woningen een wettelijke EPC van 0,4. Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2020 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). BENG vloeit voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese richtlijn EPBD. Milieuprestatie Gebouw (MPG) Vanaf 2013 geldt vanuit het Bouwbesluit de verplichting om bij de aanvraag omgevingsvergunning Bouwen een berekening aan te leveren van de Milieuprestatie van een gebouw. De verplichting geldt voor alle woningen, woongebouwen en kantoorgebouwen (groter dan 100 m²).

GPR Gebouw Een meetinstrument voor duurzame ontwikkeling en het benutten van het besparingspotentieel is GPR Gebouw. GPR Gebouw is een manier om duurzaam bouwen te concretiseren en doet dit door een rapportcijfer te geven op vijf thema’s: Energie, Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde. Hierbij geldt, hoe hoger het cijfer, hoe duurzamer het gebouw. Door de GPR Gebouw in te vullen wordt meer nagedacht over duurzaamheid tijdens het ontwerpen en (ver)bouwen van gebouwen. GPR Gebouw kan ook gebruikt worden om bestaande woningen en gebouwen te verduurzamen. Na invoering van gegevens in GPR Gebouw betreffende de woningen worden prestaties zichtbaar op de thema’s Energie, Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde. Beleidsplan Duurzaamheid In het Beleidsplan Duurzaamheid Gemeente IJsselstein, Actualisatie Visiedocument IJsselstein Duurzaam (2016) wordt gestreefd naar toekomstbestendige gebouwen waar gekozen is voor duurzaamheid, flexibiliteit, multifunctionaliteit en een goed binnenklimaat (minimaal frisse scholen klasse C). Gedacht kan worden aan hoge plafonds, meer daglicht, energiezuinige systemen, hogere eisen aan ventilatie, verlichting en isolatie, zo min mogelijk dragende binnenmuren en het makkelijk kunnen splitsen en samenvoegen van ruimtes. Bovendien wordt voor alle nieuwe gebouwen uitgegaan van een score van minimaal GPR = 8.

Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein

Pagina 40

Conclusie Dit bestemmingsplan voorziet in de herstructurering van het perceel aan de Panoven 23, te IJsselstein. De ontwikkeling gaat uit van het realiseren van vier nieuwe grondgebonden woningen. De bestaande, in matige staat verkerende bedrijfsbebouwing, wordt gezien het initiatief gesloopt. Het ontwerp gaat uit van PV panelen en warmtepompen. Op de onderstaande ontwerptekening van het dak zijn de PV panelen aangegeven in het geel, de warmtepompen in het bruin.

Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect duurzaamheid uitvoerbaar. Bij de uiteindelijke aanvraag zal worden voldaan de wettelijke eisen zoals b.v. de MPG. 4.11

Verkeer en parkeren

Omwille van een goede ruimtelijke ordening dient beargumenteerd te worden dat het wegennet de nieuwe verkeersintensiteiten als gevolg van het toegestane op basis van het bestemmingsplan voldoende aankan en dat er geen onaanvaardbare parkeerdruk ontstaat. Beschouwing Dit bestemmingsplan voorziet in de herstructurering van het perceel aan de Panoven 23, te IJsselstein. De ontwikkeling gaat uit van het realiseren van vier nieuwe grondgebonden woningen. De bestaande, in matige staat verkerende bedrijfsbebouwing, wordt gezien het initiatief gesloopt. In het ontwerp is er één inpandige parkeerplaats per woning voorzien. Op basis van de parkeernormering uit het ‘Parkeerbeleidsplan IJsselstein uit 2007’ is in overleg met de gemeente uitgegaan van een parkeernormering van maximaal twee parkeerplaatsen per woning. (uitgaande

Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein

Pagina 41

van worst case ‘Woning duur’, ‘Rest bebouwde kom’ onderkant bandbreedte 1.9 pp, bovenkant bandbreedte 2.1 pp). De verwachting is dat de parkeervraag in de omgeving zal toenemen met minimaal twee en maximaal vier voertuigen. In de directe nabijheid van het pand dient hiertoe voldoende parkeergelegenheid aanwezig te zijn om de toenemende parkeervraag op te vangen. Met de gemeente IJsselstein is afgesproken hier middels aanvullend onderzoek aan voldaan kan worden. Hiertoe heeft adviesbureau 4-Traffic een parkeeronderzoek uitgevoerd in de directe omgeving van het plangebied aan de Panhoven 23. Het onderzoek heeft als doel om te bepalen of deze toenemende parkeervraag opgevangen kan worden in de openbare ruimte. Dit onderzoek (Rapportage parkeeronderzoek IJsselstein, kenmerk: R-0111, d.d. 11 juli 2022) is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. In het rapport is een berekening opgenomen om vast te stellen of de toenemende parkeervraag opgevangen kan worden in de openbare ruimte. Hierbij is rekening gehouden met een extra parkeervraag van vier voertuigen na de geplande ontwikkeling. Het onderzoek is uitgevoerd op de onderstaande twee momenten. Deze onderzoeksmomenten zijn aangegeven door de gemeente IJsselstein: werkdagavond 5 juli 2022, 22.00 – 23.00 werkdagavond 7 juli 2022, 22.00 – 23.00 Het onderzoeksgebied heeft een parkeercapaciteit van 80 parkeerplaatsen.

Bij onderzoeksmomenten op 5 juli en 7 juli waren er in beide gevallen 52 parkeerplaatsen benut. In onderstaande tabel is de verwachte extra parkeervraag toegevoegd aan de huidige bezetting van beide meetmomenten (aangezien op beide momenten 52 voertuigen in de openbare ruimte staan geparkeerd). Wanneer vier voertuigen extra binnen het onderzoeksgebied zullen parkeren, betekent dit een bezetting van 56 voertuigen binnen het gebied. In onderstaande tabel is deze bezetting afgezet tegen de capaciteit in het onderzoeksgebied (80 parkeerplekken).

Bovenstaande tabel laat zien dat de verwachte parkeerdruk uit zal komen op 70%, wat betekent dat de geplande ontwikkeling geen problemen zal opleveren en dat deze extra parkeervraag opgevangen kan worden in de openbare ruimte en dat de grenswaarde van 90% niet wordt overschreden. Met het oog op de beschikbare wegcapaciteit en de bestaande intensiteiten ter plaatse van de Panoven kan gesteld worden dat er geen sprake is van een significatie verkeerstoename als gevolg van dit bestemmingsplan. Het bestemmingsplan zal leiden niet leiden tot verkeerstechnische problemen. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect verkeer en parkeren uitvoerbaar.

Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein

Pagina 42

HOOFDSTUK 5: 5.1.

UITVOERBAARHEID

Financiële uitvoerbaarheid

In het kader van artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient de financieeleconomische uitvoerbaarheid van het plan te worden aangetoond. Dit bestemmingsplan betreft een particulier initiatief. De kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan alsmede de bijbehoren leges zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Voor de gemeente zijn aan onderhavig plan geen financiële consequenties verbonden. Het planschaderisico wordt zeer beperkt geacht, eventuele aanvragen voor planschade worden afgewenteld op de initiatiefnemer. Het plan is hiermee economisch uitvoerbaar. Met initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst gesloten. Het opstellen van een exploitatieplan wordt op basis van het bovenstaande niet nodig geacht. 5.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatie omwonenden De initiatiefnemer heeft overleg gehad omwonenden en belanghebbenden in de directe omgeving. Hierbij is hetzelfde ontwerp besproken als ingediend bij welstandcommissie MooiSticht. Een beknopt verslag hiervan is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Naar aanleiding van het overleg met de eigenaar van de oostelijk gelegen vrijstaande woning is het bouwvlak van de vier nieuwe woningen aan de Panoven 23, ten opzichte van het eerste ontwerp, met circa 70 cm verschoven naar de westzijde. Meer schuiven met het bouwvlak was niet wenselijk aangezien de toegangsweg tot de IJsselkade daarmee onnodig versmald zou worden. Hiertoe zal het oostelijk gelegen stukje grond wordt aangeboden aan de buren met de reden dat die de wens hebben de tuin verder uit te bereiden. Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode kon een ieder schriftelijk of mondeling zienswijze naar voren brengen bij de gemeenteraad van IJsselstein. In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening, is aan de betrokken adviesinstanties en -organen, voorafgaande aan de ter inzagelegging het ontwerpbestemmingsplan toegezonden. Er zijn geen zienswijzen en reacties overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening ingediend.

Vaststelling en beroep Na vaststelling van het bestemmingsplan kan binnen 6 weken na bekendmaking door belanghebbenden beroep worden ingediend bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein

Pagina 43

HOOFDSTUK 6:

JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING

Inleiding Dit bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, de planregels en een verbeelding. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijbehorende regels worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld: • Via een aanduiding. Een aanduiding is een teken op de verbeelding, bestaande uit een lijn, een figuur, een lettercode etc.. Via een aanduiding wordt in de planregels iets specifieks geregeld. Dit kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook eigen regels hebben. • Via een dubbelbestemming. Een dubbelbestemming betekent dat voor gronden meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één ‘enkel’ bestemming en soms gelden er een of meerdere dubbelbestemmingen.

In de regels van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra regels in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Algemene methodiek Verbeelding Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen worden opgenomen. Deze aanduidingen hebben alleen een juridische betekenis als in de planregels aan de betreffende aanduiding een gevolg wordt verbonden. Een aantal aanduidingen heeft juridisch gezien geen betekenis en is uitsluitend opgenomen ten behoeve van de leesbaarheid van de verbeelding (bijvoorbeeld topografische gegevens).

Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein

Pagina 44

Planregels De planregels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: 1 Inleidende regels: In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te waarborgen. Ook is de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de planregels (artikel 2) bepaald. 2 Bestemmingsregels: In dit tweede hoofdstuk zijn de regels van de bestemmingen opgenomen. Het betreft regels voor het toegestane gebruik en bouwregels. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen, achter de bestemmingsregels. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld. 3 Algemene regels: In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelregel en algemene bouw-, gebruiks-, afwijkings- en wijzigingsregels. 4 Overgangs- en slotregels: In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk overgangsregels en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.

Specifieke bestemmingsregeling Bestemming ‘Tuin’ De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen en erven bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen alsmede inritten en parkeren op eigen erf. Binnen de bestemming ‘Tuin’ zijn geen aan- of uitbouwen en bijgebouwen toegestaan. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt een maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen van 1 meter. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 2 meter bedragen.

Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein

Pagina 45

Bestemming ‘Verkeer’ Een kleine strook van het noordelijk deel van het plangebied is bestemd als ‘Verkeer’. De voor ‘Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeersfunctie, voet- en rijwielpaden, verblijfsvoorzieningen en overige bijbehorende voorzieningen. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt voor verkeersgeleiding en wegverlichting een maximale bouwhoogte van 5 meter. De hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 meter. Bestemming ‘Wonen’ De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen en niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis. Voorts zijn ondergeschikte voorzieningen zoals ondergeschikte voorzieningen zoals verkeers- en groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, voorzieningen van algemeen nut, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen, erven en terreinen toegestaan. Er mogen maximaal vier nieuwe woningen worden gebouwd binnen het bouwvlak. De maximum bouwhoogte van de woning bedraagt 11,5 meter, de maximum goothoogte bedraagt 9 meter. De woningen kunnen enkel worden gerealiseerd als is aangetoond dat elke woning beschikt over ten minste één gevel waar de cumulatieve geluidbelasting lager is dan voorkeursgrenswaarde van 48 dB (incl. aftrek ex. art. 110g Wgh).

(in paragraaf 4.5 ‘Geluid’ wordt hier nader op ingegaan). Voor niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit geldt dat maximaal 30% van het vloeroppervlak van de woning mag worden gebruikt voor een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit. Binnen het bouwvlak dient per woning 1 parkeerplaats gerealiseerd te worden, en in stand worden gehouden. Dubbelbestemming Waarde Archeologie Het gehele plangebied is voorzien van de dubbelbestemming Waarde Archeologie’. De voor ‘Waarde Archeologie’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende en te verwachten archeologische waarden. Dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering Het noordelijk deel van het plangebied is onderdeel van de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’. De voor 'Waterstaat - Waterkering’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen mede bestemt voor waterkering en de bijbehorende beschermingszone.

Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein

Pagina 46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13970990/1