2024-02-14 toelichting voor vaststelling bestemmingsplan Panoven 23 IJsselstein
Tekst van het document
Toelichting Bestemmingsplan Panoven 23 IJsselstein
In opdracht van:
De Wit Ontwikkeling B.V.
Uitgevoerd door:
W. Boera, AgROM
Status:
Voor vaststelling
IMRO-code:
NL.IMRO.0353.BPPanoven23-Va01
Datum:
14 februari 2024
AGROM Advies Ruimtelijke Ordening Milieu T: 023- 540 625 4 W: www.agrom.nl
/ /
M: 06- 47873064 E: info@agrom.nl
Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1: 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.
AANLEIDING ............................................................................................................................ 1 LIGGING EN BEGRENZING PLANGEBIED .......................................................................................... 2 VIGEREND BESTEMMINGSPLAN ................................................................................................... 3 LEESWIJZER ............................................................................................................................. 4
HOOFDSTUK 2: 2.1. 2.2. 2.3.
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN............................................................. 19
WATERPARAGRAAF ................................................................................................................ 19 BODEM ................................................................................................................................ 20 FLORA EN FAUNA ................................................................................................................... 24 CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE .......................................................................................... 26 GELUID ................................................................................................................................ 29 LUCHT.................................................................................................................................. 31 EXTERNE VEILIGHEID ............................................................................................................... 34 MILIEUZONERINGEN ............................................................................................................... 36 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ........................................................................................... 38 DUURZAAMHEID ....................................................................................................................
39 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................ 41
HOOFDSTUK 5: 5.1. 5.2.
VIGEREND BELEID ....................................................................................... 11
INLEIDING ............................................................................................................................. 11 RIJKSBELEID .......................................................................................................................... 11 PROVINCIAAL BELEID ............................................................................................................... 14 GEMEENTELIJK BELEID ............................................................................................................. 15
HOOFDSTUK 4: 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11
GEBIEDSVISIE ................................................................................................ 5
BESTAANDE SITUATIE OMGEVING PLANGEBIED ............................................................................... 5 BESTAANDE SITUATIE PLANGEBIED ............................................................................................... 6 VISIE TOEKOMSTIGE SITUATIE...................................................................................................... 7
HOOFDSTUK 3: 3.1. 3.2. 3.3. 3.4
INLEIDING ..................................................................................................... 1
UITVOERBAARHEID ..................................................................................... 43
FINANCIËLE UITVOERBAARHEID ................................................................................................. 43 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ...................................................................................... 43
HOOFDSTUK 6:
JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING ................................................................. 44
Bijlagen: 1. Verkennend bodemonderzoek ‘Panoven 23-25’, projectnummer: 21-2018, versie 3, d.d. septemner 2022; 2. Quickscan Wet natuurbescherming Panoven 23 te IJsselstein, Blom Ecologie, kenmerk onderzoek (kenmerk: BE/2021/091/, d.d. 8 februari 2021; 3. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai ‘Woningbouwplan Panoven te IJsselstein’, projectnummer: AGR024-0001, d.d. 23 februari 2021; 4. Definitief ontwerp Panoven EVA architecten Panoven d.d. 8 juli 2021; 5. Archeologisch bureauonderzoek (BO) en inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase ‘Panoven 23-25 Gemeente IJsselstein’ adviesbureau Transect, projectcode 22010078, d.d. 21 septemberl 2022; 6. Rapportage parkeeronderzoek IJsselstein, kenmerk: R-0111, d.d. 11 juli 2022; 7. Participatieverslag omgeving bestemmingsplan Panoven 23, d.d. 21 september 2022; 8. Kadasterkaart aankoop grond Panoven 23 IJsselstein, tekening 3030 G; 9. Opzet kettingbeding clausule koopcontract.
HOOFDSTUK 1: 1.1.
INLEIDING
Aanleiding
Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de ontwikkeling van vier grondgebonden woningen ter plaatse van het perceel aan de Panoven 23, te IJsselstein. In de huidige situatie is ter plaatse van het perceel aan de Panhoven 23 een leegstaand bedrijfspand aanwezig. In het verleden is het perceel o.a. in gebruik geweest als garagebedrijf. Het pand verkeerd in matige bouwkundige staat en voorziet niet meer in een toekomstbestendige invulling. Hiertoe is initiatiefnemer voornemens om het bestaande bedrijfspand te slopen en op het perceel vier nieuwe woningen te realiseren. De gewenste ontwikkeling past niet binnen de kaders het vigerend bestemmingsplan ‘Binnenstad IJsselstein’. Door de initiatiefnemer is in samenwerking met EVA architecten een principe aanvraag ingediend bij de gemeente IJsselstein. Op 2 februari 2021 heeft het college van B&W een positief principebesluit genomen over het voornemen om ter plaatse van de Panoven 23 vier nieuwe grondgebonden woningen op te richten na sloop van de bestaande bedrijfsbebouwing. De gemeente is hiertoe bereid om, onder voorwaarden, medewerking te verlenen aan de benodigde ruimtelijke procedure om het initiatief te kunnen verwezenlijken. Met voorliggend bestemmingsplan wordt voorzien in het planologisch-juridisch kader voor het gewenste initiatief.
Hierbij wordt de ruimtelijke aanvaardbaarheid en uitvoerbaarheid van het gewenste initiatief aangetoond.
Afbeelding: aanzicht bestaande bedrijfsbebouwing aan de Panoven 23 te IJsselstein (geel omkaderd)
Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein
Pagina 1
1.2.
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied aan de Panoven 23 is kadastraal bekend bij de gemeente IJsselstein onder sectie C, nummers 1191 en 1192. Het plangebied grenst noordelijk aan de IJsselkade. De zuidelijke begrenzing wordt gevormd door de weg Panoven. Ten westen van het plangebied is een (recent ontwikkeld) appartementengebouw aanwezig. De oostelijke begrenzing wordt gevormd door een woonperceel met een vrijstaande woning..
Afbeeldingen: de ligging van het plangebied in relatie tot de (wijde) omgeving (boven). Het plangebied ter plaatse van de Panoven 23, te IJsselstein is bij benadering met een rood kader weergegeven (rechts).
Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein
Pagina 2
1.3.
Vigerend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied aan de Panoven 23 geldt het bestemmingsplan ‘Binnenstad’. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad van de gemeente IJsselstein vastgesteld op 4 juli 2013. Voor het plangebied aan de Panoven 23 gelden conform het vigerend bestemmingsplan de bestemmingen ‘Bedrijf’ (artikel 3) en ‘Verkeer’ (artikel 9) . Tevens geldt voor het noordelijk deel van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waterstaat - Waterkering’ (artikel 18) en voor het hele plangebied de gebiedsaanduiding 'archeologisch waardevol gebied 1'.
Afbeelding: Uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Binnenstad’ ter plaatse van het plangebied.
Bedrijf (artikel 3) Gronden met de bestemming ‘Bedrijf’ mogen gebruikt worden voor bedrijven in milieucategorie 1 en 2. Ook is detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit in ter plaatse vervaardigde goederen toegestaan. Voorts zijn bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wegen en paden, parkeervoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven toegestaan. Het gehele bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ is voorzien van een bouwvlak met een maximum bouwhoogte van 7 meter. Verkeer (artikel 9) Gronden met de bestemming ‘Verkeer’ mogen o.a. gebruikt worden voor wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeersfunctie, voet- en rijwielpaden, verblijfsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, inritten, waaronder inritten ten behoeve van een parkeergarage, hondenuitlaatplaatsen, groenvoorzieningen, tuinen, terrassen, één en ander met bijbehorende voorzieningen.
Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein
Pagina 3
Waterstaat - Waterkering (artikel 18) De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen mede bestemt voor waterkering en de bijbehorende beschermingszone. Ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een maximale bouwhoogte van 3 m worden gerealiseerd. In afwijking hiervan mogen bouwwerken ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemmingen worden gebouwd, indien en voor zover het belang van de waterkering hierdoor niet onevenredig wordt geschaad. Bij die belangenafweging wordt goedkeuring gevraagd aan de beheerder van de waterkering. Ten behoeve van deze andere onderliggende bestemmingen mogen gebouwd worden conform het bepaalde bij de betreffende bestemmingsbepalingen. Archeologisch waardevol gebied 1 (artikel 21.1) Ter plaatse van de aanduiding 'archeologisch waardevol gebied 1' zijn de betreffende gronden tevens bestemd voor bescherming en veiligstelling van archeologische (verwachtings-)waarden. Conclusie De beoogde nieuwe situatie, waarbij middels een herstructurering vier nieuwe grondgebonden woningen worden gerealiseerd, kan niet worden mogelijk gemaakt op basis van het vigerende bestemmingsplan. De gewenste ontwikkeling is qua functiegebruik en bouwregels in strijd met de vigerende bedrijfsbestemming.
Om de woonpercelen te kunnen toestaan, dient derhalve een passend juridisch-planologisch kader te worden opgesteld. Voorliggend bestemmingsplan dient daartoe. 1.4.
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 is de bestaande situatie beschreven en wordt ingegaan op het gewenste initiatief. In hoofdstuk 3 wordt de gewenste ontwikkeling getoetst aan het relevante rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 4 is de toetsing van de gewenste ontwikkeling aan de relevante sectorale milieuaspecten beschreven. Hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid. Ten slotte is in hoofdstuk 6 de juridische regeling nader toegelicht.
Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein
Pagina 4
HOOFDSTUK 2: 2.1.
GEBIEDSVISIE
Bestaande situatie omgeving plangebied
Het projectgebied ligt nabij de historische binnenstad van IJsselstein en maakt deel uit van de zogenaamde ‘IJsselzone’, een bebouwingsstrook tussen de Hollandse IJssel en Panoven/Eiteren die in de huidige situatie wordt gekenmerkt door enigszins gemengd functiegebruik. Hierbij kan gesteld worden dat de woonfunctie de afgelopen jaren de overhand heeft genomen ten opzichte van de vroegere bedrijfsmatigheid van het gebied. Zo bevindt zich ten westen van het plangebied een (recent ontwikkeld) appartementengebouw bestaande uit 3 bouwlagen met hoge kap. Aan de noordzijde van het plangebied, aan de overzijde van de Hollandse IJssel, ligt de woonwijk Hazenveld. De bebouwing langs de IJssel bestaat hier uit een lange bouwstrook met appartementen van drie bouwlagen die aan de zijde van de brug over de Hollandse IJssel overgaat in een boogvorm van 4 bouwlagen. Ten zuiden van het plangebied is een cluster met diverse maatschappelijke voorzieningen aanwezig, zoals een muziekschool en onderwijsvoorzieningen. Op de onderstaande afbeelding is de directe omgeving van het plangebied weergegeven.
Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein
Pagina 5
2.2.
Bestaande situatie plangebied
De planlocatie is gelegen aan de Panoven 23 te IJsselstein. Het betreft een perceel met een voormalig bedrijfspand opgetrokken uit gemetselde muren zonder spouw en een plat dak bedekt met golfplaten. Het gebouw heeft een bouwhoogte van circa 6 meter. Ten noorden en ten zuiden van het pand zijn twee kleine groenstroken aanwezig. Het perceel heeft een oppervlakte van circa 250 m2. Het perceel wordt aan de noordwestelijke zijde ontsloten op de Panoven. De IJsselkade, gelegen langs de noordzijde van het plangebied, betreft ter plaatse een doodlopende weg.
Afbeelding: aanwezige bedrijfsbebouwing gezien vanaf de Panhoven te IJsselstein.
Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein
Pagina 6
2.3.
Visie toekomstige situatie
Ten behoeve van de ontwikkeling van het plangebied is door architectenbureau EVA architecten, een structuurontwerp (d.d. 11 september 2020) en een voorontwerp (d.d. 1 februari 2021) opgesteld. In overleg met welstand heeft dit geresulteerd in het definitief ontwerp d.d. 8 juli 2021. Dit definitief ontwerp is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Op de onderstaande afbeelding is de situatietekening weergegeven. Het huidige bouwvlak is aangegeven als rood kader. Een deel van het projectgebied is verkocht door de gemeente IJsselstein. Zie hiertoe bijlage ‘Kadasterkaart aankoop grond Panoven 23 IJsselstein, d.d. 2 juni 2023’.
Afbeelding: situatietekeing Panhoven 23 te IJsselstein..
Ontwerp Het ontwerp omvat vier geschakelde woningen. De woningen zijn zodanig ontworpen dat de vier woningen enerzijds als één massa de overgang vormen naar het grote appartementsgebouw aan de noordzijde en anderzijds een individuele herkenbaarheid hebben om aan te kunnen sluiten op de vrijstaande woning aan de zuidzijde. De bouwhoogte bedraagt circa 11.5 meter en is derhalve hoger dan de bestaande situatie. Om naast de individuele herkenbaarheid ook een antwoord te geven op de ligging aan de bocht van de Hollandse IJssel zijn de voor- en achtergevels van de woningen met een knik uitgevoerd. Deze knik is op ca. 1/3 van het gevelvlak gelegd zodat alle woningen kunnen genieten van het beste uitzicht. Door het dak in een lessenaarskap uit te voeren ontstaat er in samenhang met de geknikte gevels een mooi meanderend beeld langs de Hollandse IJssel. De gevelopeningen spelen met de richtingen van het gevelvlak waarbij de gevelopeningen van de hoekwoningen in de kopgevels zijn geplaatst om meer uiting te geven aan de alzijdigheid van de massa op deze plek. Vanuit de monumenten- en welstandscommissie is de wens geuit om het bouwvlak noordwaarts te verschuiven zodat de ruimte tussen de vrijstaande woning en de nieuwbouw groter kan worden. Rondom het bestaande bouwvlak (rood)
Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein
Pagina 7
liggen veel kabels en leidingen. In het ontwerp is hiertoe een verschuiving doorgevoerd van circa 60cm. Indeling De woningen hebben op de begane grond een hoofdentree aan de IJsselkade. Een ruime entree met toilet, meterkast, garderobe en trap naar de verdieping. Aan de voorgevel grenst ook een verblijfsruimte die gebruikt kan worden als werkkamer. Dit vergroot de levendigheid van de plint en sociale controle aan deze zijde. Aan de zijde van de Panoven ligt een ruime stallingsruimte voor een auto, fietsen en algemene berging.
Afbeelding: ontwerptekening begane grond.
Op de eerste verdieping ligt de woonkamer met keuken. De woonkamer grenst aan het overdekt terras met een goede oriëntatie op de zon. Het schermt de zon in de zomer af maar laat de winterzon toe. De keuken heeft op het noorden een grote schuifpui uitgevoerd als Frans balkon met zicht op de Hollandse IJssel.
Afbeelding: ontwerptekening eerste verdieping.
Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein
Pagina 8
Op de tweede verdieping liggen de slaapkamers, badruimte en technische ruimte / wasruimte. Vanuit deze ruimte is ook het dak bereikbaar voor onderhoud van de kilgoot, de PV panelen en de luchtwarmtepomp.
Terrein De aangrenzende ruimte rondom het bouwvlak laat geen tuin toe. Het gehele bouwvlak wordt bebouwd. In overleg met de Gemeente IJsselstein zal de (openbare) ruimte opnieuw moeten worden ingericht. Ons voorstel zou zijn om het fietspad langs de Hollandse IJssel als profiel door te trekken en de IJsselkade duidelijk af te buigen richting de Panoven. De ruimte tussen de woningen en dit fietspad zou gebruikt kunnen worden als Delftse stoep, een overgangszone van openbaar naar privé die mensen zich kunnen toe-eigenen voor een bankje. Aan de zijde van de Panoven liggen de inritten naar de stallingsruimte / berging voor het parkeren van de auto’s en fietsen. Doormiddel van een kettingbeding zal een clausule in het koopcontact worden opgenomen dat hier geen bebouwing of storende erfafscheidingen wogen worden opgericht.
Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein
Pagina 9
Afbeelding: 3D aanzicht gezien vanaf de overzijde Hollandse IJssel
Afbeelding: 3D aanzicht gezien vanaf de Panhoven.
Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein
Pagina 10
HOOFDSTUK 3: 3.1.
VIGEREND BELEID
Inleiding
In dit hoofdstuk is het vigerende beleid van het Rijk, de provincie Utrecht en de gemeente IJsselstein in samenhang met het voorliggende initiatief nader beschreven. In de waterparagraaf (4.1) wordt nader ingegaan op het beleid van Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden. 3.2.
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Daarin heeft Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Voor vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn, die in de praktijk voortdurend op elkaar inspelen. Deze prioriteiten hebben betrekking op: 1. duurzaam water- en bodemsysteem en energietransitie. 2. het duurzaam en circulair maken van de economie en energievoorziening en het versterken van de kwaliteit van onze leefomgeving. Bij de locaties van kantoren, bedrijventerreinen, grootschalige logistieke functies en datacentra wordt naast de vraag van bedrijven en economische vitaliteit, rekening gehouden met de aansluiting op het verkeers- en vervoersnetwerk, het elektriciteitsnetwerk en de aantrekkelijkheid en kwaliteit van stad en land. 3. Het bouwen aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden. Er wordt gewerkt aan een verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland met een goed bereikbaar netwerk van steden en regio’s realiseren. De grote actuele woningbehoefte vraagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. De nieuwe woningbouwlocaties bevinden zich in het Stedelijk Netwerk Nederland.
De ontwikkeling vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief. Grote open ruimten tussen de steden houden hun groene karakter. Het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad worden versterkt en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad wordt verbeterd. De COVID-19 crisis onderstreept extra het grote belang van een goede inrichting van de openbare ruimte. 4. De stikstofproblematiek raakt zowel het landelijk gebied als diverse economische sectoren zwaar. De waarde van onze natuur, het landschap én de toekomst van de landbouw staan onder druk. Daarbij is verbetering van de biodiversiteit niet alleen een ecologische, maar nadrukkelijk ook een economische uitdaging, die op de korte termijn om een doortastende aanpak vraagt. In de NOVI is een 21-tal nationale belangen opgenomen.
Dit betreft onder meer het bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving, het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften, waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem, waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen, waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur, behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal en belang en het verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit.
Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein
Pagina 11
Conclusie De onderwerpen vanuit de Nationale Omgevingsvisie hebben geen relatie met/invloed op het in deze toelichting behandelde initiatief. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De ‘Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte’ (SVIR) uit 2012 geeft een totaalbeeld voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. Het Rijk formuleert drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn tot 2028: a. het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; b. het verbeteren, in standhouden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; c. het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Uit deze drie hoofddoelen komen onderwerpen voort die van nationaal belang zijn. Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de structuurvisie die juridische borging vragen, worden daarom geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Deze Amvb is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf.
Conclusie De onderwerpen vanuit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte hebben geen relatie met/invloed op het voorliggende bestemmingsplan. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het ‘Besluit algemene regels ruimtelijke ordening’ (Barro) is als Algemene maatregel van Bestuur (AmvB) direct gekoppeld aan de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het Barro stelt de begrenzing van de besluitmogelijkheden van de lagere overheden, indien nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken. Als nationaal belang zijn benoemd de Mainportontwikkeling Rotterdam, het Kustfundament, de Grote rivieren, de Waddenzee en het waddengebied, Defensie en Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Conclusie Voorliggend bestemmingsplan heeft geen betrekking op deze door het Rijk benoemde nationale belangen. Nationaal Waterplan Op 10 december 2015 hebben de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016-2021 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan 2016-2021 vervangt het Nationaal Waterplan 2009-2015 en de partiële herzieningen hiervan.
Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein
Pagina 12
Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie en zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is in Nederland verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem en met het waterplan worden de strategische doelen voor het waterbeheer vastgelegd. Andere overheden worden gevraagd om het Nationaal Waterplan te vertalen in hun beleidsplannen. Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het plan gaat in op de thema’s waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Daarnaast zijn in het plan gebiedsgerichte uitwerkingen voor grote wateren en de zee en de kust opgenomen. Ook beschrijft het waterplan de relatie tussen water en de omgeving. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal: • Nederland blijft de veiligste delta in de wereld; • Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater; • Nederland is klimaatbestendig en water-robuust ingericht; • Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement; • Nederlanders leven waterbewust. Conclusie Het bestemmingsplan is in lijn met het gestelde in het nationaal waterplan. In hoofdstuk 4.1 wordt nader ingegaan op de waterhuishoudkundige aspecten.
Ladder voor duurzame verstedelijking Vanaf 1 oktober 2012 is de Ladder voor duurzame verstedelijking (LDV) onderdeel van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, artikel 3.1.6 lid 2). De Ladder behelst een drietal opeenvolgende treden -die met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik- voorwaarden stellen aan de inhoud van de toelichting bij een ruimtelijk besluit/plan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Per 1 juli 2017 is de vereenvoudigde Ladder in werking getreden. De belangrijkste wijzigingen betreffen een vereenvoudiging door het loslaten van de afzonderlijke treden en het vervangen van het begrip ‘actuele regionale behoefte’ door: ‘behoefte’. Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven, waarbij in geval van inpassing buiten bestaand stedelijk gebied een uitgebreidere motivering vereist is. Uitgangspunt voor de wijziging is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Met de Ladder wordt een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies nagestreefd. Dat vergt een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing daarvan.
Conclusie Relevant in relatie tot het verantwoorden van de ladder voor duurzame verstedelijking is of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS 16 september 2015;
Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein
Pagina 13
ECLI:NL:RVS:2015:2921) blijkt dat de realisatie van 11 woningen niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling gekwalificeerd wordt. Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de ontwikkeling van vier grondgebonden woningen ter plaatse van het perceel aan de Panoven 23, te IJsselstein. De huidige bedrijfsbebouwing verkeerd in matige bouwkundige staat en voldoet niet meer aan de huidige eisen en wensen. De bestaande bebouwing zal worden gesloopt. Hiertoe is er sprake van vervangende woningbouw en is een specifieke verantwoording aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet nodig. 3.3.
Provinciaal beleid
Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening vastgesteld. Daarmee zijn deze documenten definitief geworden. De Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening zijn vanaf 1 april 2021 in werking getreden. In de Interim Omgevingsverordening beschrijft de provincie Utrecht hoe zij zich wil voorbereiden op de toekomst, gezien alle ontwikkelingen die op de provincie afkomen en ruimte vragen. Denk daarbij aan de groeiende behoefte aan woningen en bereikbaarheid, de aantrekkende economie, de energietransitie, de klimaatadaptatie en het tegengaan van bodemdaling. Slimme combinaties van functies en maatwerk per gebied zijn nodig om het mooie diverse landschap te behouden en versterken. De Interim Omgevingsverordening laat zien hoe de provincie het fijne woon- en leefklimaat van de provincie Utrecht wil behouden en versterken. De Interim Omgevingsverordening gaat over de hele provincie en is alleen bindend voor de provincie zelf. In de Interim Omgevingsverordening zijn de regels voor de leefomgeving zijn opgenomen. Zo’n 25 van de huidige verordeningen, regelingen en besluiten zijn geïntegreerd in de Interimverordening. De regels zijn, daar waar nodig, herschreven, samengevoegd, vereenvoudigd en op elkaar afgestemd.
De verordeningen zijn samengevoegd met het oog op de toekomstige invoering van de Omgevingswet. De Interimverordening heeft juridische werking onder de huidige wetten. Zodra de Omgevingswet in werking treedt, zal de Interimverordening vervangen worden door de Omgevingsverordening. In artikel 9.15 van de Interimverordening wordt ingegaan op stedelijke functies in stedelijk gebied. Conform het Besluit ruimtelijke ordening moet de “duurzame verstedelijkingsladder” worden toegepast. In hoofdstuk 3.2 wordt hier nader op ingegaan. Het provinciaal programma Wonen en werken bevat de hoofdlijnen van de gezamenlijke regionale programmeringsafspraken van gemeenten en provincie. In deze regionale programmering worden de basisprincipes voor verstedelijking gevolgd, te weten: 1. Zo veel mogelijk binnenstedelijk/binnendorps (binnen het stedelijk gebied) nabij knooppunten; 2. Daarnaast in overig stedelijk gebied; 3. Eventuele nieuwe (grootschalige) uitleg koppelen aan hoogwaardig openbaar vervoer en aan (bestaande of nieuwe) knooppunten van de belangrijkste infrastructurele corridors).
Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein
Pagina 14
Conclusie Dit bestemmingsplan voorziet in de herstructurering van het perceel ter plaatse van de Panoven 23, te IJsselstein, waarbij vier nieuwe woningen wordt gerealiseerd. De bestaande, in matige staat verkerende bebouwing, wordt gezien het initiatief gesloopt. Middels de herstructurering binnen bestaand stedelijk gebied wordt de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse van het perceel vergroot. Hierbij wordt tevens aangesloten op de twee (oostelijk en westelijk) aangrenzende woonpercelen. Voor ontwikkelingen binnen stedelijk gebied gelden geen aanvullende eisen vanuit de provincie. Het plan is in overeenstemming met het provinciale beleid zoals verwoord in de Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht. 3.4
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie IJsselstein De gemeenteraad van IJsselstein heeft op 11 november 2021 de Omgevingsvisie IJsselstein vastgesteld. In deze visie is de ontwikkelrichting voor de fysieke leefomgeving in IJsselstein voor periode tot 2030 en verder weergegeven. De visie gaat in op onderwerpen als: Hoe gaat de gemeente om met de behoefte aan extra woningen? Hoe beschermt de gemeente de natuur? Hoe gaat de gemeente om met het opwekken van duurzame energie? De omgevingsvisie is gebaseerd op bestaand beleid en is met inbreng van inwoners en maatschappelijke partijen opgesteld. De visie benoemt de kwaliteiten en identiteit van IJsselstein en geeft richting voor de vragen: Wat moet behouden blijven, wat kan verbeterd worden? De Omgevingsvisie IJsselstein is opgesteld vanwege de komst van de Omgevingswet. De visie wordt de komende periode aangevuld en verrijkt met nieuw beleid als dat nodig is, om ook een antwoord te geven op nieuwe ontwikkelingen in de ruimte. De visie gaat over een lange termijn en is dus in beweging. Voor de gemeente IJsselstein is de omgevingsvisie ook een uitnodiging aan inwoners en ondernemers om bij te dragen aan het behoud en de verbetering van hun leefomgeving. Conclusie Dit bestemmingsplan voorziet in de herstructurering van het perceel aan de Panoven 23, te IJsselstein. De ontwikkeling gaat uit van het realiseren van vier nieuwe grondgebonden woningen.
De bestaande, in matige staat verkerende bedrijfsbebouwing, wordt gezien het initiatief gesloopt. Middels de herstructurering binnen bestaand stedelijk gebied wordt de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse van het perceel vergroot en wordt er aangesloten op de woningbehoefte binnen de gemeente IJsselstein. Hiertoe is het bestemmingsplan in overeenstemming met de omgevingsvisie IJsselstein. Toekomstvisie 2025 IJsselstein Dichtbij Op 21 januari 2010 heeft de gemeenteraad van IJsselstein de Toekomstvisie ‘IJsselstein Dichtbij’ vastgesteld. De gemeente IJsselstein kenmerkt zich onder meer door drie belangrijke kwaliteiten: - IJsselstein is een stad met een sterke sociale samenhang. Mensen zijn zeer betrokken bij de gemeenschap en bij elkaar. Dit geldt voor zowel inwoners als ondernemers. De samenhang komt onder meer tot uitdrukking in een actief verenigingsleven en tal van evenementen.
Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein
Pagina 15
-
-
IJsselstein is een stad met een karakteristieke historische ruimtelijke kwaliteit. Belangrijke kenmerken in deze ruimtelijke kwaliteit zijn de historische binnenstad met monumenten en de Hollandse IJssel die door de stad stroomt. IJsselstein heeft een unieke ligging in zowel het Groene Hart als het stedelijk gebied van Utrecht. Hierdoor combineert de stad de rust en ruimte van het groene buitengebied met de economische dynamiek van een stad.
Voor 2025 wil de gemeente deze kwaliteiten verder versterken. De gemeente wil de nabijheid van de ruimtelijke kwaliteiten in de stad meer benutten, door inhoud te geven aan de volgende ambities: - versterken van de historische binnenstad; - groen en water meer verweven met de stad; - continue werken aan vitale woonwijken; - bevorderen zorgvuldig ruimtegebruik. Conclusie Dit bestemmingsplan voorziet in de herstructurering van het perceel aan de Panoven 23, te IJsselstein. De ontwikkeling gaat uit van het realiseren van vier nieuwe grondgebonden woningen. De bestaande, in matige staat verkerende bedrijfsbebouwing, wordt gezien het initiatief gesloopt. Middels de herstructurering binnen bestaand stedelijk gebied wordt de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse van het perceel vergroot. De beoogde ontwikkeling voldoet hiermee aan de toekomstvisie van de gemeente IJsselstein. Woonvisie gemeente IJsselstein 2019 - 2030 De gemeenteraad van de gemeente IJsselstein heeft de Woonvisie 2019 – 2030 vastgesteld op 4 juli 2019. In de Woonvisie 2019 – 2030 legt de gemeente IJsselstein de prioriteiten van het lokale woonbeleid voor de komende jaren vast. De visie geeft inhoud en richting aan de ontwikkelingen op de woningmarkt. Daarbij wordt concreet ingezet op de komende vijf jaar, met een doorkijk naar de jaren daarna richting 2030.
De doelen uit de woonvisie zijn uitgewerkt in een vijftal pijlers: 1. Evenwichtige bevolkingsopbouw vraagt extra groei; 2. Gevarieerde en bereikbare woonmilieus; 3. Voorkomen verdringing kwetsbare groepen op de woningmarkt; 4. Toekomstbestendige en duurzame wijken; 5. Langer thuis wonen ondersteunen. Om invulling te geven aan de hierboven genoemde pijlers zijn de doelen uitgewerkt naar beleid. Dit is door de gemeente IJsselstein gedaan aan de hand van een aantal thema's waarop beleidssturing mogelijk is. De drie thema's zijn: 1. Passend kwalitatief woningbouwprogramma; 2. Aanpak bestaande woningvoorraad; 3. Aanpak voor langer zelfstandig wonen De woonvisie wordt ten uitvoer gebracht via een tweejaarlijks uitvoeringsprogramma. Dit programma vormt de leidraad bij de activiteiten die de gemeente oppakt. Tweejaarlijks monitort en actualiseert de gemeente het programma. Daarbij wordt nagegaan in welke mate de gestelde doelen zijn bereikt en of actuele ontwikkelingen vragen om bijstelling van de uitvoering, gericht op het bereiken van de doelen.
Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein
Pagina 16
Conclusie Dit bestemmingsplan voorziet in de herstructurering van het perceel aan de Panoven 23, te IJsselstein. De ontwikkeling gaat uit van het realiseren van vier nieuwe grondgebonden woningen. De bestaande, in matige staat verkerende bedrijfsbebouwing, wordt gezien het initiatief gesloopt. Middels de herstructurering binnen bestaand stedelijk gebied wordt de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse van het perceel vergroot en wordt er aangesloten op de woningbehoefte binnen de gemeente IJsselstein. Hiertoe is het bestemmingsplan in overeenstemming met de Woonvisie 2019 - 2030. Welstandsnota IJsselstein De Welstandsnota 2013 is op 19 december 2013 vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente IJsselstein. Op grond van deze nota kan het plangebied worden aangemerkt als 'Centrumgebied’. De binnenstad van IJsselstein is van grote (cultuur)historische waarde en de aanwezige bebouwing kent een hoge mate van gaafheid. De binnenstad van IJsselstein is beschermd er is door de gemeente IJsselstein het beeldkwaliteitsplan 'Verbeterde Binnenstad' opgesteld. In dit beeldkwaliteitplan zijn de welstandscriteria voor de binnenstad opgenomen en worden van toepassing verklaard als welstandcriteria voor het centrumgebied. In Welstandsnota IJsselstein is het plangebied onderdeel van welstandscriteria ‘Linten’ (artikel 3.2).
De oorspronkelijke ontginningswegen, de bebouwingslinten, vormen herkenbare en gewaardeerde structuren binnen de stad en het buitengebied. Een deel van de geschiedenis van IJsselstein is af te lezen uit deze structuren, en zijn in het beeld van de stad daarom zeer bepalend en belangrijk om te handhaven. De welstandseisen die voor bebouwing in de linten gelden zijn daarom vrij uitgebreid en gelden voor zowel boerderijen als woningen. Elk bouwplan in de linten in het buitengebied wordt getoetst door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit aan de hand van de in de nota opgenomen gebiedsgerichte criteria. Voor de linten in het stedelijke gebieden wordt onderscheid gemaakt in bouwplannen aan de voorzijde- en/of aan de achterzijde. Indien een bouwplan zich aan de voorzijde van het pand/perceel bevindt vindt de welstandstoets plaats door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Aan de achterzijde wordt de welstandstoets ambtelijk uitgevoerd. Conclusie Het voorliggende ontwerp is op 23 september 2020 en 14 april besproken met de welstandcommissie MooiSticht. In een schriftelijke reactie van MooiSticht, d.d. 29 april 2021 (dossiernummer: IJ20-0162-3) is het ontwerp, met doorvoering van eerdere opmerkingen, akkoord bevonden.
Beleidsplan Duurzaamheid Gemeente IJsselstein Het Beleidsplan Duurzaamheid Gemeente IJsselstein is op 9 juni 2016 door de gemeenteraad van de gemeente IJsselstein vastgesteld. Eind 2015 heeft de gemeenteraad een motie aangenomen om de Klimaatverklaring (Parijsverklaring) te ondertekenen. Door ondertekening van de klimaatverklaring heeft de gemeente zich gecommitteerd te werken aan de volgende hoofdambitie:
Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein
Pagina 17
-
In 2050 is IJsselstein klimaatneutraal; In 2030 is de gemeentelijke organisatie CO2 neutraal.
In het beleidsplan zijn voor de thema’s wonen en verkeer en het jaartal 2020 de volgende relevante doelstellingen opgenomen: besparing gasverbruik met 1,5% per jaar; 8% duurzame energie lokaal opgewekt tegenover 2% nu, waaronder: o vertienvoudiging zonne-energie; o verdubbeling adressen met zonnepanelen; alle nieuwe gebouwen zijn (bijna) energieneutraal (EPC ≤ 0,2); alle nieuwe gebouwen worden duurzaam gebouwd en hebben een score minimaal GPR = 8 het gebruik van het aantal deelauto’s is met 20% toegenomen ten opzichte van 2016. Conclusie De beoogde ontwikkeling geeft invulling aan het Beleidsplan Duurzaamheid. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar toelichting paragraaf 4.10.
Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein
Pagina 18
HOOFDSTUK 4: 4.1
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
Waterparagraaf
Het Rijk, de provincies, gemeenten en waterschappen hebben in februari 2001 de “Startovereenkomst Waterbeheer 21ste eeuw” ondertekend. Hierin is vastgelegd dat de betrokken partijen de “watertoets” toepassen op alle relevante ruimtelijke plannen met waterhuishoudkundige consequenties. In het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat de betrokken waterbeheerders moeten worden geraadpleegd bij het opstellen van ruimtelijke plannen en bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning die in strijd is met het bestemmingsplan. De watertoets is een instrument om ruimtelijke plannen, zoals bestemmingsplannen en een omgevingsvergunning voor de activiteit “bouwen in strijd met het bestemmingsplan”, te toetsen op de mate waarin rekening wordt gehouden met waterhuishoudkundige aspecten. Het gaat daarbij onder meer om aspecten als waterkwaliteit en waterkwantiteit (ruimte voor water) en veiligheid (bescherming tegen overstroming). Het plangebied bevindt zich in het beheersgebied van het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden. Waterbeheerplan Waterkoers 2016-2021 Op 16 maart 2016 is het waterbeheerplan ‘Waterkoers 2016-2021’ door het Algemeen Bestuur van het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden van vastgesteld. In het waterbeheerplan heeft het hoogheemraadschap haar ambities en langetermijnvisie visie vastgelegd.
De Waterkoers is een koersdocument om te sturen op hoofdlijnen met als overkoepelend doel samen werken aan een veilige, gezonde en prettige leefomgeving. In de Waterkoers wordt op een niet-planmatige manier over het waterschapswerk gesproken. Waterschapswerk is hierbij breder dan enkel beheer van water. Water is een belangrijke pijler van een veilige, gezonde en prettige leefomgeving. Vanuit die achtergrond werkt Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden samen met de ruimtelijke ordening aan bescherming tegen overstromingen, een gezond grond- en oppervlaktewatersysteem en het zuiveren van afvalwater. Voor ruimtelijke ontwikkelingen geldt het principe van ruimtelijke adaptatie. De bebouwde omgeving is in 2050 nog steeds aantrekkelijk om te leven. Uiterlijk in 2020 zijn ruimtelijke ingrepen klimaatbestendig opgebouwd en getoetst. Het minimale uitgangspunt voor planontwikkelingen is dat het plan hydrologisch neutraal moet worden ontwikkeld met als doel geen gevolgen voor de waterveiligheid, het grond- en oppervlaktewater en de waterkwaliteit en ecologie. Daarmee wordt geborgd dat de ontwikkeling van het gebied met betrekking tot wateraspecten duurzaam is. Verhard oppervlak Elke ruimtelijke ontwikkeling kan invloed hebben op water. Niet alleen bouwen nabij of op een waterkering, maar ook een toename van verhard oppervlak.
Een ruimtelijke ontwikkeling moet minimaal voldoen aan de belangrijkste minimale voorwaarde: “het standstill beginsel”. Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding mag ontstaan. In het kader van een watertoetsproces moeten de gemeente en het waterschap zoeken naar kansen om het watersysteem te verbeteren en duurzaam in te richten. Voor elke toename van verharding van meer dan 500 vierkante meter in stedelijk gebied en 1000 vierkante meter in landelijk gebied is een Watervergunning nodig.
Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein
Pagina 19
Voor een toename van het verhard oppervlak van minder dan 500 m2 gelden er vanuit het hoogheemraadschap geen compenserende maatregelen. Aangezien in de huidige situatie het plangebied reeds grotendeels verhard is wordt in de toekomstige situatie de aanwezige verharding niet vergroot dat er sprake is van watercompensatie. In de huidige situatie bedraagt het oppervlakte van de bedrijfsbebouwing 250 m2. Met uitzondering van twee smalle groenstroken is het aangrenzend gebied bij de bedrijfsbebouwing volledig verhard. Er is in de toekomstige situatie geen sprake van een toename aan verharding. - Waterkering Het noordelijk deel van het plangebied is gelegen in de waterkeringszone van de Hollandse IJssel en hiertoe in het vigerende bestemmingsplan voorzien van de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen mede bestemt voor waterkering en de bijbehorende beschermingszone. Binnen deze zone is het verboden werken of werkzaamheden uit te voeren zonder schriftelijke goedkeuring van de beheerder van de waterkering. - Overig Het hoogheemraadschap adviseert om, indien nodig, een infiltratiesysteem aan te leggen teneinde een goede waterhuishouding te behouden. Ook wordt in het kader van het bestemmingsplan geen oppervlakte water gedempt.
De woning zal worden aangesloten op de bestaande riolering. Het gebruik van uitlogende materialen wordt voorkomen. Conclusie In de bestaande situatie is er reeds ook een gebouw aanwezig. Bij voorliggende ontwikkeling wordt er geen kelder aangelegd. De huidige waterkering is hier in de praktijk verheeld (overal de zelfde hoogte). De fundering van de nieuwe bebouwing moet daarbij trillingvrij worden aangebracht. Het is wel nodig om voor dit plan in een later stadium een watervergunning aan te vragen. Hier zal aan worden voldaan. 4.2
Bodem
Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient in geval van ruimtelijke ontwikkelingen aan te worden getoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik. In het algemeen geldt dat verontreiniging van de bodem (grond en grondwater) moet worden voorkomen. Uitgangspunt is dat de bodem schoon is en dat dat zo moet blijven (zorgplicht). Voor vervuilde bodems geldt dat deze functiegericht en kostenefficiënt gesaneerd moeten worden. Voorwaarde is dat hierbij geen verspreiding van of ontoelaatbare blootstelling aan verontreiniging optreedt. De Wet bodembescherming geeft regels voor bodemverontreiniging, waarvan sprake is als het gehalte van een stof in de grond of in het grondwater de voor de stof geldende streefwaarde overschrijdt. Onderzoek dient gedaan te worden wanneer initiatieven uitgaan van bodemroerende activiteit, dan wel functies mogelijk maken waarbij dezelfde mensen gedurende een langere periode minstens 2 uur per dag op de betreffende gronden verblijven.
Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein
Pagina 20
Beschouwing Door Linge Milieu is het bodemonderzoek ‘Panoven 23-25 IJsselstein’ uitgevoerd. Dit onderzoek met kenmerk: 21-2018, d.d. september 2022 (versie 3) is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. In dit onderzoek zijn drie aanvullende boringen gezet, om olieverontreiniging verder af te perken. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de algemene bodemkwaliteit van het terrein. Het onderzoek gaat uit van de volgende onderwerpen: • NEN 5740-onderzoek, bestaande uit negen boringen tot maximaal 3.3 m-mv en twee peilbuizen. • Asbest-onderzoek. Er zijn vijf inspectiegaten gegraven. Er zijn twee mengmonsters grond op asbest geanalyseerd. Wat eventuele verontreiniging betreft zijn grond en grondwater als onverdacht beschouwd, met uitzondering van olie. Het grondwater stond op het moment van het onderzoek op circa 1.5 mmv. Grond en grondwater zijn geanalyseerd op het NEN 5740-pakket, olie, asbest en PFAS.
Afbeeldingen: situatietekening bodemonderzoek.
PAK-verontreiniging Grondslag BV heeft in 2001 een sterk verhoogd PAK-gehalte vastgesteld in de bovengrond van boring 10. Deze boring staat midden in de openbare weg van de gemeente. In het verleden hoorde deze strook bij de onderzoekslocatie. De ODRU heeft als tekortkoming bij versie één van dit rapport opgemerkt dat de verontreiniging afgeperkt had moeten worden. Daar over het volgende: De openbare weg is eigendom van Gemeente IJsselstein. Er kunnen niet zomaar boringen in de openbare weg gezet worden om meerdere redenen. Er is toestemming van gemeente nodig. Gemeente is verder niet gebaat bij kosten voor ongevraagd onderzoek en consequenties van eventuele verontreiniging. Voor de ontwikkeling van het pand is eventueel PAK op de locatie van boring 10 en omgeving weinig relevant. Het PAK in boring 10 van Grondslag BV is gerelateerd aan funderingsmateriaal onder de openbare weg. Daar is het geen risico voor de volksgezondheid of risico waarvoor dan ook. Grond, grondwater
Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein
Pagina 21
In de boven- en ondergrond van het terrein aan de Panoven worden met uitzondering van olie geen tussenwaarden overschreden. Er zijn voor het onderzoek naar het grondwater twee peilbuizen geplaatst. Barium is als licht verhoogd in het grondwater. Dit metaal is van nature verhoogd in grote delen van Nederland. Asbest Visueel is nergens asbest op het maaiveld of in de grond waargenomen. Er zijn voor het onderzoek twee mengmonsters grond op asbest geanalyseerd. Asbest is daarin niet aantoonbaar. Olie Er zijn totaal elf separate grondmonsters op olie geanalyseerd. In één boring is olie sterk verhoogd. Dit is boring 5, aan de westkant van het pand. De olie bestaat voornamelijk uit de lichtere fracties. In de overige grondmonsters is olie niet meetbaar verhoogd. Van de twee peilbuizen in het pand is er één licht verontreinigd met olie. Ook in het grondwater bestaat de olie uit de lichtere soort. De ernst, omvang en consequenties van de verontreiniging kunnen als volgt worden samengevat. I. In de omgeving van boring 5 staan de boringen 1, 6 en 9. Boring 1, in de groenstrook ten noorden van het pand is gestaakt door de kabels en leidingen aan die kant van het pand. In de boringen 6 en 9 ten zuiden en westen van boring 5 is olie niet verhoogd. II. II. In noordelijke en oostelijke richting is de olie afgeperkt met de aanvullende boringen van maart 2022. III.
Het oppervlak van de verontreinigde grond rond boring 5 is geschat op 10 m². Uitgaande van een diepte van de verontreiniging van 0.3 tot 1.8 m-mv komt het volume van de verontreinigde grond op 15 m³. Er is geen sprake van een ernstig geval van verontreiniging. Het criterium daarvoor is een volume aan sterk verontreinigde grond van tenminste 25 m³. IV. Het licht verhoogde gehalte in het grondwater duidt er op dat de olie in de grond weinig mobiel is. Een ernstig geval van olieverontreiniging kan wat betreft het grondwater uitgesloten worden. Het criterium daarvoor is een bodemvolume aan sterk verontreinigd grondwater van tenminste 100 m³ V. De bron en oorzaak van de verontreiniging zijn naar alle waarschijnlijkheid de tanks buiten het pand en het kadastrale perceel. In het pand zijn geen mogelijke bronnen van olieverontreiniging bekend. Bovendien kan de kans op significante lekkage van olie door 15 of 20 cm beton vrijwel uitgesloten worden. VI. Bij het onderzoek van Grondslag BV van 2001 zijn geen boringen gezet in het pand. De grond buiten het pand was toen schoon wat betreft olie. VII. De tanks zijn waarschijnlijk rond 1971 buiten gebruik gesteld De olie wordt beschouwd als oud geval verontreiniging, ontstaan voor 1987. Conclusie, aanbevelingen De olie ter plaatse van boring 5 bevindt zich in de grond vanaf ca 0.4 m-mv.
Er is waarschijnlijk geen graafwerk nodig op deze locatie. Alleen op de contouren van het pand en de te realiseren appartementen wordt nieuwe fundering aangebracht. De olie hoeft dus geen belemmering te zijn voor de plannen voor ontwikkeling. Voorwaarde daarvoor is dat er geen verspreiding van de verontreiniging plaats zal vinden na ontwikkeling van het terrein. Op basis van het licht verhoogde
Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein
Pagina 22
oliegehalte in het grondwater kan dat bevestigd worden. De verwachting is dat het oliegehalte in het grondwater niet (meer) toe zal nemen. Bevoegd gezag bij de beoordeling van de resultaten van het onderzoek is de ODRU, namens Gemeente IJsselstein. De ODRU heeft in de beoordeling van de tweede versie van het rapport aangegeven dat er na sloop van het pand en de vloer aanvullende boringen geplaatst moeten worden om de verontreinigingscontour verder in kaart te brengen. Aanvullend is waarschijnlijk een saneringsplan of een plan van aanpak nodig, afhankelijk van de omvang van de verontreiniging. In het laatste advies van de ODRU blijkt dat op basis van het aanvullend onderzoek onder de bestaande bebouwing de grond verontreinigd is met minerale olie. De omvang van de verontreiniging met een concentratie boven de interventiewaarde betreft volgens het aanvullend bodemonderzoek minder dan 25 m3. Het bevoegd gezag RUD Utrecht moet de uitkomsten echter nog beoordelen. De ODRU heeft hierover contact met de RUD Utrecht opgenomen. De RUD beschouwt de bodemverontreiniging met minerale olie als een niet ernstig geval van bodemverontreiniging. Hergebruik van sterk verontreinigde grond (met een concentratie boven de interventiewaarde) is niet toegestaan. Deze grond moet worden afgevoerd naar een erkende verwerker.
De ODRU ziet namens de gemeente toe op een verantwoorde handelswijze bij gevallen van niet ernstige bodemverontreiniging. Ook is het noodzakelijk dat de verontreiniging met minerale olie moet worden verwijderd of geïsoleerd wordt met een betonverharding. Welke aanpak wordt nog nader bekeken. In beide gevallen is een nadere uitwerking in de vorm van een saneringsplan nodig waardin is aangegeven op welke wijze met de verontreiniging met minerale olie omgegaan wordt. Na de sloop van het pand en de vloer zullen aanvullende boringen geplaatst worden om de verontreinigingscontour nader vast te stellen. Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen moeten deze aanvullende boringen opnieuw beoordeeld worden door de ODRU. Tijdens en/of na de sloop van het pand zal een aanvullende inspectie uitgevoerd worden naar de (vermoedelijke) ligging van twee brandstoftanks. Indien de tanks zich ter plaatse van de nieuwbouw bevinden, wordt geadviseerd om deze te laten verwijderen door een KIWA gecertificeerd bedrijf. Na de verwijdering zal het verschrotingsbewijs van de tanks aan de ODRU worden doorgegeven. Conclusie Aan het bovenstaande advies zal worden voldaan bij de nadere uitwerking.
Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein
Pagina 23
4.3 Flora en fauna Op basis van wetgeving is bepaald dat ruimtelijke initiatieven geen (onevenredige) nadelige effecten mogen hebben op eventueel voorkomende beschermde flora en fauna. De bescherming van ecologische waarden en van planten- en diersoorten is geregeld in de Wet natuurbescherming. Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de voormalige Flora- en faunawet samen met de Boswet en Natuurbeschermingswet vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb). Onder de Wet natuurbescherming vervallen de huidige tabellen 1, 2 en 3 waarin de beschermde soorten zijn opgenomen. Tevens zijn er circa 200 soorten niet langer beschermd en worden enkele bedreigde soorten toegevoegd. De soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie) kan voor de soorten die zijn opgenomen in het ‘beschermingsregime andere soorten’ vrijstellingsbesluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten.
In de verordening Ruimte van de provincie Utrecht is voor de volgende soorten vrijstelling opgenomen in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen: Aardmuis, Gewone bosspitsmuis, Ondergrondse woelmuis, Bastaardkikker, Gewone pad, Ree, Bosmuis, Haas, Rosse woelmuis, Bruine kikker, Hermelijn, Tweekleurige bosspitsmuis, Bunzing, Huisspitsmuis, Veldmuis, Dwergmuis, Kleine watersalamander, Vos, Dwergspitsmuis, Konijn, Wezel, Egel, Meerkikker en de Woelrat Beschouwing Dit bestemmingsplan voorziet in de herstructurering van het perceel aan de Panoven 23, te IJsselstein. De ontwikkeling gaat uit van het realiseren van vier nieuwe grondgebonden woningen. De bestaande, in matige staat verkerende bedrijfsbebouwing, wordt gezien het initiatief gesloopt. De genoemde ontwikkelingen kunnen leiden tot nadelige effecten op flora en fauna. Daartoe is door onderzoeksbureau Blom Ecologie de ‘Quickscan Wet natuurbescherming Panoven 23 te IJsselstein’ uitgevoerd. Dit onderzoek (kenmerk: BE/2021/091/r, d.d. 8 februari 2021) is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Middels dit oriënterende onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: • Is het bestemmingsplan dat wordt opgesteld voor het project zoals hiervoor omschreven uitvoerbaar zoals het bepaalde in de Wro (art.
3.1.6 Bro)? • Welke, krachtens de Wet natuurbescherming, beschermde flora en fauna zijn (potentieel) aanwezig op de planlocatie? • Welke negatieve effecten treden op voor (potentieel) aanwezige flora en fauna als gevolg van de beoogde ruimtelijke ingreep?
Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein
Pagina 24
•
• •
Heeft de beoogde ruimtelijke ingreep een negatief effect op het de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden of de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Brabant? Heeft de beoogde ruimtelijke ingreep een negatief effect op houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd? Dienen er vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming te worden genomen, en zo ja, welke?
Het onderzoek is opgebouwd uit een veldbezoek en raadpleging van externe bronnen. Tijdens het veldbezoek is de planlocatie nauwkeurig onderzocht, waarbij ook gelet werd op sporen en delen of restanten van planten en/of dieren. Het veldbezoek heeft plaatsgevonden op 1 februari 2021. Soortbescherming Met het onderzoek is een inschatting gemaakt van de aanwezigheid van beschermde flora en fauna binnen of in de nabijheid van het plangebied. Vervolgens is een inschatting gemaakt welke invloed de voorgenomen ingrepen hebben op deze natuurwaarden. Per soortgroep is besproken wat de potentie van de planlocatie en de invloedsfeer daarvan is en welke effecten daarop te verwachten zijn. Er is onderzoek gedaan naar vaatplanten, grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, amfibieën , reptielen, vissen, insecten en andere ongewervelde soorten en vogels. De planlocatie heeft geen essentiële betekenis voor beschermde soorten. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, foeragerende vleermuizen, amfibieën, insecten en broedvogels welke niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of het Natuurnetwerk Nederland en de Groene contour.
Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie is van externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden geen sprake. Een AERIUS-calculatie, Voortoets en/of ‘nee, tenzij’-toets is niet noodzakelijk. Houtopstanden Op de planlocatie zijn geen houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een meldingsplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming. Uitvoerbaarheid De beoogde ontwikkeling leidt niet tot overtreding van soortenbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden in het kader van de Wnb. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van foeragerende vleermuizen, rugstreeppadden en algemene broedvogels (in het kader van Algemene zorgplicht). Voor deze soorten dienen maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen. Tijdens de werkzaamheden dienen de onderstaande (algemene) maatregelen in acht te worden genomen:
Ontwerpbestemmingsplan Panoven 23, te IJsselstein
Pagina 25
-
-
-
-
-
Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (Algemene zorgplicht). Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. Alle aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) gefaseerd verwijderen. Dit om bodembewonende dieren de kans te bieden in de nabijgelegen omgeving een ander leefgebied te benutten. Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. De planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel). De werkzaamheden opstarten/uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (medio maart t/m medio juli). Als de werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd dient voor de aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn. E.e.a. op aanwijzing van deskundige.