2. Panoven, Hoge Dijk en Boerhaaveweg bijlagen bij toelichting regels
Tekst van het document
3.2
HABITATSCAN Tijdens de habitatscan is het projectgebied bezocht om te kijken of de uit de omgeving bekende soorten ook daadwerkelijk in het gebied voor kunnen komen, rekening houdend met het aanwezige habitat, de habitateisen en de verspreidingsgegevens van de betreffende soorten. Daarnaast kunnen er tijdens het veldbezoek nog so o rte n worden toegevoegd als het habitat geschikt lijkt voor de betreffende soort. De habitatscan heeft plaatsg e vo n d e n op 14 februari 2022 en is uitgevoerd door A.J. Bik MSc. Het was tijdens de habitatscan geheel bewolkt met een temperatuur van 9 °C en windkracht 4 Bft. 3.2.1
VLEERMUIZEN
In de omgeving van het projectgebied zijn de franjestaart, gewone baardvleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, tweekleurige vleermuis en de watervleermuis bekend voor te komen. Alle bebouwing in het projectgebied biedt mogelijkheden voor verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen de gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis en de ruige dwergvleermuis Geschikte verblijfplaatsen in het projectgebied voor gebouwbewonende vleermuizen bevinden zich onder de dakranden, open stootvoegen, gevelbekleding en de gevelbetimmering van diverse panden in het projectgebied, inclusief de te amoveren panden. Op afbeelding 3 e n 4 zijn geschikte verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen weergegeven.
10
Afbeelding 3: Geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen in de vorm van open stootvoegen
Afbeelding 4: Geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen achter gevelbekleding
In en binnen de invloedssfeer van het projectgebied zijn bomen met geschikte holtes voor boombewonende vleermuizen zoals de franjestaart, gewone baardvleermuis, rosse vleermuis en de watervleermuis aanwezig (afbeelding 5). Derhalve kunnen verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen niet worden uitgesloten. In bijlage 1 zijn de locaties van de boomholtes op kaart weergegeven.
Afbeelding 5: Boomholte projectgebied
In het projectgebied kunnen beschermde functies van de franjestaart, gewone baardvleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermu i s, ruige dwergvleermuis en de watervleermuis niet worden uitgesloten, gezien deze soorten geb o u w b e w on e nd o f boombewonende zijn, in de omgeving voorkomen en er geschikt habitat aanwezig is. In het projectgebied worden geen paarverblijfplaatsen van de tweekleurige vleermuis verwacht, aangezien paarverblijfplaatsen van de tweekleurige vleermuis bekend zijn zich op grote hoogtes te bevinden. In het projectgebied is geen hoge bebouwing aanwezig. De bebouwing in het projectgebied maakt mogelijk als structuur onderdeel uit van een vliegroute van vleermuizen. In de directe omgeving van het projectgebied bevinden zich meerdere structuren zoals bebo u w i ng , wegen en bomenrijen welke een alternatieve vliegroute bieden voor vleermuizen. De groenstructuren in het projectgebied maken mogelijk deel uit van een foerageergebied voor vleermuizen. In de omgeving van het projectgebied bevinden zich meerdere structuren zoals tuinen, bomenrijen en bosschag e s d i e geschikt zijn als alternatief foerageergebied voor vleermuizen.
3.2.2
GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN
In de omgeving van het projectgebied is de steenmarter beken d voor te komen. De steenmarter komt voor in bossen, parklandschappen en bij bebouwing. De verblijfplaatsen van de steenmarter bevinden zich in boomholtes, takkenhopen, struwelen, holen en in bebouwing. In het projectgebied is tijdens de habitatscan een braamstruweel aangetroffen welke als rust- en verblijfplaats voor de steenmarter kan dienen (af b e e l d i ng 6 ). D e steenmarter kan niet worden uitgesloten in het projectgebied voor te komen.
11
Afbeelding 6: Potentiële geschikte verblijfplaats steenmarter
In het projectgebied kunnen algemene, provinciaal vrijgestelde zoogdieren voorkomen zoals d e b o sm u i s e n d e egel.
3.2.3
VOGELS
In de omgeving van het projectgebied zijn de gierzwaluw en de huismus bekend voor te komen. Nestplaatsen van de gierzwaluw en de huismus bevinden zich in en bij bebouwing. In het projectgebied is bebouwing aanwezig d i e geschikte verblijfplaatsen biedt voor de gierzwaluw en de huismus. De geschikte verblijfplaatsen b e vi n de n zi ch onder de dakrand en onder de nok van diverse bebouwing in het projectgebied, inclusief te amoveren panden. Tevens zijn er in het projectgebied groenblijvende struiken en een heg aanwezig die onderdeel kun n en zi j n va n het essentieel leefgebied van de huismus. In de omgeving van het projectgebied kunnen jaarrond beschermde nesten van de boomvalk, buizerd, kerkuil, ransuil, sperwer en de steenuil voorkomen. Tijdens de habitatscan is één potentieel jaarrond beschermd nest direct naast het projectgebied aangetroffe n . In bijlage 1 is de locatie van het potentieel jaarrond beschermd nest weergegeven. Het potentieel jaarrond beschermd nest kan worden gebruikt door de boomvalk, buizerd, ransuil en sperwer. De bebouwing in het projectgebied is niet geschikt voor nestlocaties voor de kerkuil en de steenuil. Tijdens de habitatscan zi j n te ve n s geen sporen van beide soorten aangetroffen. Binnen de invloedssfeer van het projectgebied kunnen nestlocaties van algemene broedvogels voorkomen in aanwezige groenstructuren.
3.2.4
AMFIBIEËN
In de omgeving van het projectgebied zijn de Alpenwatersalamander, heikikker, kamsalamander en de rugstreeppad bekend voor te komen. In het projectgebied is geen geschikt voortplantingswater of typisch geschikt landbiotoop voor deze soorten aanwezig. Er worden door het ontbreken van geschikt habitat geen beschermde functies voor de Alpenwatersalamander, heikikker, kamsalamander en de rugstreeppad verwacht voor te ko m e n in het projectgebied. In het projectgebied kunnen algemene, provinciaal vrijgestelde amfibieën voorkomen zoals de bruine kikker en de gewone pad.
3.2.5
REPTIELEN
3.2.6
VISSEN
In de omgeving van het projectgebied is de ringslang bekend voor te komen. De ringslang komt voor in waterrij ke habitats, veelal op zandgronden. In het projectgebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Tevens zijn er geen broeihopen aanwezig. De ringslang wordt door het ontbreken van geschikt habitat niet verwacht in het projectgebied voor te komen.
In de omgeving van het projectgebied is de grote modderkruiper bekend voor te komen. In het projectgebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Beschermde vissoorten kunnen worden uitgesloten in het projectgebied voor te komen.
12
3.2.7
ONGEWERVELDEN
De onderzochte groep bestaat onder andere uit vlinders, libellen en we ekdieren. In de omgeving van het projectgebied zijn de grote vos en de platte schijfhoren bekend voor te komen. De grote vos komt voor in bosrijke gebieden. De waardplanten van de grote vos zijn voornamelijk iepen. Ti j d e n s de habitatscan zijn geen waardplanten van de grote vos in het projectgebied aangetroffen. In de omgeving van het projectgebied is van de grote vos vooralsnog geen vaste populatie bekend. De grote vos wordt door het ontbreken van geschikt habitat niet verwacht in het projectgebied voor te komen. De platte schijfhoren komt voor in heldere en schone oppervlaktewateren met een rijke watervegetatie. In het projectgebied is geen oppervlaktewater en daarmee geen geschikt habitat aanwezig. De platte schijfhoren kan worden uitgesloten in het projectgebied voor te komen.
3.2.8
VAATPLANTEN
In de omgeving van het projectgebied is het kluwenklokje bekend voor te komen. Het kluwenklokje groeit om zonnige plaatsen op kalkhoudende leem- en zandgronden. Groeiplaatsen van het kluwenklokje kunnen in bermen, bosranden, graslanden en rivierdijken worden aangetroffen. In Nederland is de verspreiding van de soort beperkt tot Zuid-Limburg en het rivierengebied. Tijdens de habitatscan zijn geen geschikte standplaatsen in het projectgebied aangetroffen. Derhalve wordt het kluwenklokje niet verwacht in het projectgebied voor te komen. Overige beschermde vaatplanten zijn tijdens de habitatscan niet in het projectgebied waargenomen. Door het ontbreken van geschikt habitat worden er geen beschermde vaatplanten in het projectgebied verwacht voor te komen.
3.2.9
MOGELIJK AANWEZIGE BESCHERMDE SOORTEN EN FUNCTIES
Het projectgebied herbergt m ogelijk meerdere functies voor beschermde diersoorten. In het projectgebied kunnen op basis van het aanwezige habitat de volgende soorten en functies niet op voorhand worden uitgesloten vo o r te komen. Tabel 1: Te verwachten beschermde soorten en functies Soort / soortgroep
Functies
Bescherming Wnb
Mogelijk aanwezig in:
Nesten
Artikel 3.1 (VR)
Struweel en bomen
Nesten
Artikel 3.1 (VR)
Bomen
Gierzwaluw
Nestlocaties
Artikel 3.1 (VR)
Openingen bij dakrand en nok
Huismus
Nestlocaties Functioneel leefgebied Verblijfplaatsen Foerageergebied Vliegroutes
Artikel 3.1 (VR)
Ruimtes onder pannendak Groen rond woningen
Artikel 3.5 (HR, bijlage IV)
Bebouwing en boomholtes Groenstructuren Bebouwing
Steenmarter
Verblijfplaatsen
Artikel 3.10 (Wnb bijlage A)
Struweel
Algemene amfibieën en zoogdieren*
Leefgebied
Broedvogels Broedvogels met beschermde nesten
jaarrond
Vleermuizen
Artikel 3.10 (Wnb bijlage A) *= Vrijgesteld in de provincie Utrecht in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen.
Bebouwing en struweel
3.3
EFFECTEN Indien beschermde soorten in het projectgebied of binnen de invloedssfeer hiervan kunnen voorkomen, wordt onderzocht of de voorgenomen ontwikkeling effect heeft op deze soorten. Indien er effecten op deze soorten worden verwacht, zal worden gezocht naar compenserende of mitigerende maatregelen welke genomen ku n n e n worden tijdens de ontwikkeling om zo te voorkomen dat de Wet natuurbescherming wordt overtreden. Mochten deze maatregelen niet afdoende zijn, of praktisch niet in te passen in de plannen, zal mogelijk een ontheffing v a n de Wet natuurbescherming noodzakelijk zijn.
13
3.3.1
EFFECTEN ONTWIKKELINGEN
De te verwachten effecten op soorten en functies zijn opgedeeld in tijdelijke en permanente effecten. Deze zijn schematisch weergegeven in tabel 2. Daarnaast zijn de beschermde soorten en functies beschreven w a a r g e e n effecten op worden verwacht bij uitvoering van de werkzaamheden. Geen effecten De mogelijk aanwezige nestlocaties voor de gierzwaluw bevinden zich in de te behouden panden en liggen buiten de invloedssfeer van de geplande werkzaamheden. Derhalve worden geen effecten als gevolg van de g e p l a n d e werkzaamheden op de nestlocaties van de gierzwaluw verwacht. Tijdelijke effecten Als gevolg van de werkzaamheden kunnen mogelijk aanwezige algemene broedvogels, amfibieën en zoogdieren worden verstoord door trillingen en hard geluid. Wanneer tijdens de geplande werkzaamheden gebruik gemaakt wordt van additionele nachtelijke ve rl i ch ti ng i n het actieve seizoen van vleermuizen kunnen foeragerende en passerende vleermuizen worden verstoord. Permanente effecten Permanente effecten op beschermde natuur als gevolg van de werkzaamheden kunnen niet worden uitgesloten. Als gevolg van de geplande werkzaamheden kunnen nesten van de huismus en verblijfplaatsen van de steenmarter en vleermuizen worden verstoord en vernield. Individuen van de huismus, steenmarter en vleermuizen kunnen worden verstoord en gedood.
Indien de bomen met holtes worden gekapt kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen worden vernield. Indivi d u e n van boombewonende vleermuizen kunnen worden verstoord en gedood. Indien de boom met het potentieel jaarrond bescherm d nest wordt gekapt kan de nestlocatie verloren gaan. Wanneer de geplande werkzaamheden binnen het broedseizoen van vogels (globaal maart - augustus) plaats vinden kunnen broedgevallen van vogels worden verstoord en vernield. Tijdens het verwijderen van groen kunnen mogelijk algemene amfibieën en zoogdieren worden gedood. Tabel 2: Mogelijke effecten op beschermde soorten Soort / soortgroep
Effect
Verbodsbepaling
Broedvogels
Opzettelijk doden Opzettelijk vernielen / beschadigen nest Opzettelijk verstoren
Artikel 3.1 (VR) Lid 1 Artikel 3.1 (VR) Lid 2 Artikel 3.1 (VR) Lid 4
Huismus
Opzettelijk doden Opzettelijk vernielen / beschadigen nest Opzettelijk verstoren
Artikel 3.1 (VR) Lid 1 Artikel 3.1 (VR) Lid 2 Artikel 3.1 (VR) Lid 4
Vleermuizen
Opzettelijk doden Opzettelijk verstoren Opzettelijk vernielen / beschadigen verblijfplaats Opzettelijk doden Opzettelijk vernielen / beschadigen verblijfplaats
Artikel 3.5 (HR, bijlage IV) Lid 1 Artikel 3.5 (HR, bijlage IV) Lid 2 Artikel 3.5 (HR, bijlage IV) Lid 4 Artikel 3.10 (Wnb bijlage A) Lid 1, sub A Artikel 3.10 (Wnb bijlage A) Lid 1, sub B
Opzettelijk doden Opzettelijk vernielen / beschadigen verblijfplaats
Artikel 3.10 (Wnb bijlage A) Lid 1, sub A Artikel 3.10 (Wnb bijlage A) Lid 1, sub B
Steenmarter Algemene amfibieën en zoogdieren*
*= Vrijgesteld in de provincie Utrecht in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen.
3.4
AANBEVELINGEN TEN AANZIEN VAN DE WET NATUURBESCHERMING
3.4.1
AANVULLENDE INVENTARISATIES PROJECTGEBIED
Het projectgebied herbergt mogelijk functies voor de huismus, steenmarter en vleermuizen. Of en waar deze zi ch in het projectgebied bevinden is nog onbekend. Het is aan te bevelen nader onderzoek uit te laten voeren naar vaste rust- en verblijfplaatsen van de steenmarter en vleermuizen evenals de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van de huismus. Het onderzoek naar vleermuizen dient afgestemd te zijn op de verwachte aanwezigheid van de gewone baardvleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis kleine dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis en de ruige dwergvleermuis. Indien bomen met holtes worden gekapt
14
is aanvullend onderzoek noodzakelijk naar vaste rust- en verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen . H e t onderzoek dient afgestemd te zijn op de verwachte aanwezigheid van de franjestaart, gewone ba a rd vl e ermu i s, rosse vleermuis en de watervleermuis. Indien de boom met het potentieel jaarrond beschermd nest wordt g e ka p t is aanvullend onderzoek naar jaarrond beschermde nesten noodzakelijk. Het onderzoek dient afgeste m d te zi j n op mogelijk gebruik van het nest door de boomvalk, buizerd, ransuil en sperwer.
3.4.2
MITIGERENDE MAATREGELEN
Om overtreding op de Wet natuurbescherming te voorkomen dienen de volgend e maatregelen te worden genomen. Er zijn mogelijk jaarrond beschermde nestlocaties van de huismus aanwezig. Na aanvullend onde rzo e k naar de aanwezigheid van nestlocaties zullen (indien nestlocaties aanwezig zijn) nader te specificeren mitigerende maatregelen getroffen dienen te worden. Er zijn mogelijk beschermde functies voor broedvogels, steenmarter en vleermuizen aanwezig binnen het projectgebied. Na aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van beschermde functies zullen (indien beschermde functies aanwezig zijn) verblijfplaatsen zullen (indien verblijfplaatsen aanwezig zi j n ) nader te specificeren mitigerende maatregelen getroffen dienen te worden. Om de plannen voor het projectgebied te realiseren zullen mogelijk bomen en struweel worden verwijderd. Het is aan te bevelen het verwijderen van bomen en struweel buiten het broedseizoen van vogels (globaal maart - augustus) uit te voeren. De vermelde periode is niet leidend, elk broedgeval is beschermd. Ook broedgevallen buiten deze periode mogen niet verstoord worden. Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen plaats moeten vinden dient een aanvullende inspectie op broedvogels door een ecoloog te worden uitgevoerd om overtredingen te voorkomen.
Het is aan te bevelen om nachtelijke verlichting zo veel mogelijk te beperken om verstoring van foeragerende en passerende vleermuizen en daarmee overtreding van de verbodsbepalingen in d e We t natuurbescherming te voorkomen. In het geval dat er additionele nachtelijke verlichting wordt toeg e p a st is het wenselijk gebruik te maken van een richtarmatuur zodat strooilicht naar de omgeving wordt voorkomen. De werkzaamheden dienen, richting te handhaven groen, in één richting te worden uitgevoerd waardo o r aanwezige fauna voor de werkzaamheden uit kunnen vluchten.
3.4.3
ONTHEFFING WET NATUURBESCHERMING
De noodzaak voor een ontheffing van de verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming kan op voorhand n i e t worden uitgesloten. Uit aanvullende onderzoeken zal moeten blijken of er beschermde functies o f d i e re n i n h e t projectgebied voorkomen en welke negatieve effecten met de werkzaamheden mogelijk gepaard gaan. Indien aanvullende inventarisaties aantonen dat het projectgebied functies bevat voor beschermde soorten en verstoring niet voorkomen kan worden, dient een onthef fing van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Hier kunnen voorwaarden in de vorm van mitigerende maatregelen aan verbonden zijn.
15
4
GEBIEDSBESCHERMING
Binnen het projectgebied zijn geen beschermde natuurgebieden aanwezig. Het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied ligt op circa 5 km afstand van het projectgebied en betreft de Uiterwaarden van de Lek (afbeelding 6 ). Op circa 1 km van het projectgebied ligt een gedeelte van het NNN. Dit betreft het IJsselbos.
Afbeelding 6: Projectgebied ten opzichte van beschermde natuur (webkaart.provincie-utrecht.nl)
4.1
EFFECTEN Het projectgebied bevindt zich niet in de nabijheid van beschermde natuur. De dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden en delen van het NNN bevinden zich op voldoende afstand van het projectgebied om dire cte e f f e cte n uit te sluiten. Indirecte negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kunnen als gevolg van de geplande werkzaamhe de n n i e t op voorhand worden uitgesloten. In artikel 2.9a van de Wet natuurbescherming is een partiele vrijstelling geïntroduceerd van de Natura 2000-vergunningsplicht voor de gevolgen van stikstofdepositie door activiteiten van de bouwsector. De gevolgen van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden die wordt veroorzaakt door aangewezen activiteiten (o.a. bouwen, slopen, vernieuwen, veranderen en vergroten) van de bouwsector word e n buiten beschouwing gelaten. Voor de realisatiefase is derhalve geen vergunning benodigd. De nieuw te bouwen bebouwing in het projectgebied kan tijdens de gebruiksfase mogelijk leiden tot een jaarlijkse toename in stikstofemissie. Er wordt geen significant effect op stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden verwacht. Een berekening middels de AERIUS Calculator kan hierover uitsluitsel bieden.
16
5
HOUTOPSTANDEN
De bomen in het projectgebied vallen binnen de door de gemeenteraad vastgestelde bebouwde kom in het kad e r van houtopstanden in de Wet natuurbescherming (afbeelding 7). De bepalingen ten aanzien van houtop sta n d e n in de Wet natuurbescherming zijn dan ook niet van toepassing voor het kappen van de bomen.
Afbeelding 7: Grens bebouwde kom gemeente IJsselstein (webkaart.provincie-utrecht.nl)
17
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
6.1
CONCLUSIES De bebouwing in het projectgebied kan mogelijk dienen als nestlocaties voor de huismus en verblijfplaatsen vo o r vleermuizen. Het struweel in het projectgebied kan mogelijk dienen als verblijfplaats voor de steenmarter. Teve n s kunnen de bomen met holtes verblijfplaatsen voor vleermuizen bieden Binnen de invloedsfeer van het projectgebied is tevens een potentieel jaarrond beschermd nest aanwezig welke gebruikt kan worden door de boomvalk, buizerd, ransuil en sperwer. De geplande werkzaamheden kunnen leiden tot de aantasting en vernieling van vaste rust- en verblijfplaatsen van de huismus, steenmarter en vleermuizen. Daarnaast kunnen individuen van de huismus, steenmarter en vleermuizen worden verstoord en gedood. Indien de bomen met holtes worden gekapt kunnen verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen worden vernield. Indien de boom met het potentieel jaarrond bescherm d n e st worden gekapt kan de nestlocatie verloren gaan. Tevens kunnen nesten van algemene broedvogels worden vernield en kunnen individuen van algemene broedvogels worden verstoord en gedood. In het projectgebied kunnen mogelijk algemene, provinciaal vrijgestelde amfibieën en zoogdieren aanwezig zijn. Overige bescherm d e soorten worden door het ontbreken van geschikt habitat niet verwacht in het projectgebied voor te komen.
Directe negatieve effecten op Natura 2000-gebieden worden als gevolg van de geplande werkzaamheden niet verwacht. Indirecte negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kunnen als gevolg van de geplande werkzaamheden niet op voorhand worden uitgesloten. In artikel 2.9a van de Wet natuurbescherming is een partiele vrijstelling geïntroduceerd van de Natura 2000-vergunningsplicht voor de gevolgen van stikstof d e p o si ti e door activiteiten van de bouwsector. De gevolgen van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden die wordt veroorzaakt door aangewezen activiteiten (o.a. bouwen, slopen, vernieuwen, veranderen en vergroten) van de bouwsector worden buiten beschouwing gelaten. Voor de realisatiefase is derhalve geen vergunning benodigd. De nieuwbouw in het projectgebied kan tijdens de gebruiksfase mogelijk leiden tot een jaarlijkse toenam e in stikstofemissie. Er wordt geen significant effect op stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden ve rw a ch t. Een berekening middels de AERIUS Calculator kan hierover uitsluitsel bieden. De bomen in het projectgebied vallen binnen de door de gemeenteraad vastgestelde bebouwde ko m . D e rh a l ve zijn de bepalingen ten aanzien van houtopstanden uit de Wet natuurbescherming niet van toepassing voor het eventueel kappen van bomen.
6.2
AANBEVELINGEN De geplande werkzaamheden kunnen leiden tot de verstoring en vernieling van nestlocaties van de h u i sm u s e n vaste rust- en verblijfplaatsen van de steenmarter en vleermuizen. Derhalve is aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van nestlocaties van de huismus en verblijfplaatsen van vleermuizen nodig alvore n s m e n m et d e geplande werkzaamheden kan beginnen. Het aanvullende onderzoek naar vleermuizen dient gericht te zijn op d e gewone baardvleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis en de ruige dwergvleermuis. Indien de bomen met holtes worden gekapt is aanvullend onderzo ek noodzakelijk naar vaste rust- en verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen. Het onderzoek dient afgestemd te zijn op de te verwachten soorten de franjestaart, gewone baardvleermuis, rosse vleermuis en de watervleermuis. Indien de boom met potentieel jaarrond beschermd nest wordt gekapt is aanvullen d o n d e rzo e k naar jaarrond beschermde nesten noodzakelijk. Het onderzoek dient afgestemd te zijn op mogeli j k g e b ru i k va n het nest door de boomvalk, buizerd, ransuil en sperwer. In tabel 3 zijn de uit te voeren onderzoeken en onderzoeksperiodes weergegeven.
Indien de aanvullende inventarisaties aantonen dat het projectgebied functies voor beschermde soorten bevat en verstoring niet kan worden voorkomen, dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Het is aan te bevelen verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen van vogels (globaal maart augustus) plaats te laten vinden. De vermelde periode is niet leidend, elk broedgeval is beschermd. Ook broedgevallen buiten deze periode mogen niet verstoord worden. Indien de werkzaamheden tijdens het broedseizoen plaats moeten vinden dient een aanvullende inspectie op broedvogels door een ecoloog te word e n uitgevoerd om overtredingen te voorkomen. 18
Het is aan te bevelen om nachtelijke verlichting zo veel mogelijk te beperken om verstoring van foerageren d e e n passerende vleermuizen en daarmee overtreding van de verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming te voorkomen. Indien er additionele nachtelijke verlichting wordt toegepast is het wenselijk gebruik te maken van een richtarmatuur zodat strooilicht naar de omgeving wordt voorkomen. Tabel 3: Te verwachten beschermde soorten en aanbevolen inventarisaties Soort / soortgroep
Aanvullend onderzoek
Onderzoeksperiode
Algemene broedvogels
maart - augustus
Broedvogels met j aar r ond beschermde nesten
Nesten, indien niet buiten het broedseizoen gewerkt wordt Nesten, indien de boom met potentieel jaarrond beschermd nest gekapt wordt
Huismus
Nesten en functioneel leefgebied
1 april t/m 15 mei
Vleermuizen
Zomer- en kraamverblijfplaatsen
15 mei t/m 15 juli
Vleermuizen
Massawinterverblijfplaatsen
1 augustus - 10 september
Vleermuizen
Paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen
15 augustus t/m 15 oktober
Vleermuizen
Winterverblijven in bomen, indien bo men met holtes gekapt worden Verblijfplaatsen
1 dec- 1 maart
Steenmarter
1 februari - 1 september
maart - augustus
19
7
LITERATUUR
BIJ12 (2017) Kennisdocument gewone dwergvleermuis, versie 1.0, BIJ12 juli 2017. BIJ12 (2017) Kennisdocument gierzwaluw, versie 1.0, BIJ12 juli 2017. BIJ12 (2017) Kennisdocument huismus, versie 1.0, BIJ12 juli 2017. BIJ12 (2017) Kennisdocument kerkuil, versie 1.0, BIJ12 juli 2017. BIJ12 (2017) Kennisdocument steenuil, versie 1.0, BIJ12 juli 2017. BIJ12 (2021) Kennisdocument grote modderkruiper Misgurnus fossils, versie 2.0, oktober 2021. Dietz, C., O. von Helversen & D. Nill, (2011) Vleermuizen, Tirion Natuur uitgevers BV, Baarn. Netwerk Groene Bureaus (2017) Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherm i n g, j u l i 2017. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2020) Vleermuisprotocol 2021, oktober 2020. Internet NDFF www.gbif.org www.piscaria.nl www.provinciaalgeoregister.nl/georegister/ www.ravon.nl www.sovon.nl www.stowa.nl (limnodata neerlandica) www.synbiosys.alterra.nl/natura2000 www.telmee.nl www.verspreidingsatlas.nl www.webkaart.provincie-utrecht.nl
20
Bijlage 1: Kaart met boomholtes, verblijfplaatsen en nesten
21
Bijlage 2: Foto - impressie
22
Bijlage 3: Tabel mogelijk aanwezige soorten Tabel 1: Overzicht beschermde soorten in de directe omgeving van het projectgebied Soortgroep Naam Bescherming
Afstand
Amfibieën
alpenwatersalamander
Wnb A
< 5km
Amfibieën
bastaardkikker1
Wnb A
< 4km*
Amfibieën
bruine kikker1
Wnb A
< 1km
Amfibieën
gewone pad1
Wnb A
< 4km*
Amfibieën
heikikker
HR IV & Bern II
< 5km*
Amfibieën
kamsalamander
HR IV & Bern II
< 5km
Amfibieën
kleine watersalamander 1
Wnb A
< 5km*
Amfibieën
meerkikker1
Wnb A
< 5km*
Amfibieën
rugstreeppad
HR IV & Bern II
< 3km*
Ongewervelden
grote vos
Wnb A
< 5km
Ongewervelden
platte schijfhoren
HR IV
< 5km
Reptielen
ringslang
Wnb A
< 3km
Vaatplanten
kluwenklokje
Wnb B
< 5km
Vleermuizen
franjestaart
HR IV & Bern II
< 5km
Vleermuizen
gewone baardvleermuis
HR IV & Bern II
< 5km
Vleermuizen
gewone dwergvleermuis
HR IV
< 3km*
Vleermuizen
gewone grootoorvleermuis
HR IV & Bern II
< 3km*
Vleermuizen
kleine dwergvleermuis
HR IV & Bern II
< 5km
Vleermuizen
laatvlieger
HR IV & Bern II
< 3km*
Vleermuizen
meervleermuis
HR IV & Bern II
< 5km
Vleermuizen
rosse vleermuis
HR IV & Bern II
< 3km*
Vleermuizen
ruige dwergvleermuis
HR IV & Bern II
< 3km*
Vleermuizen
tweekleurige vleermuis
HR IV & Bern II
< 5km
Vleermuizen
watervleermuis
HR IV & Bern II
< 3km*
Vogels
boerenzwaluw
Cat. 5
< 4km*
Vogels
boomkruiper
Cat. 5
< 5km
Vogels
boomvalk
Cat. 4
< 5km
Vogels
bosuil
Cat. 5
< 3km*
Vogels
buizerd
Cat. 4
< 5km
Vogels
ekster
Cat. 5
< 5km
Vogels
gierzwaluw
Cat. 2
< 3km*
Vogels
huismus
Cat. 2
< 2km*
Vogels
huiszwaluw
Cat. 5
< 5km
Vogels
ijsvogel
Cat. 5
< 4km*
Vogels
kerkuil
Cat. 3
< 4km*
Vogels
koolmees
Cat. 5
< 3km*
Vogels
pimpelmees
Cat. 5
< 4km*
Vogels
ransuil
Cat. 4
< 3km
Vogels
sperwer
Cat. 4
< 2km
Vogels
spreeuw
Cat. 5
< 3km*
Vogels
steenuil
Cat. 1
< 4km*
Vogels
torenvalk
Cat. 5
< 5km
Vogels
zwarte roodstaart
Cat 5
< 1km
Vogels
zwarte kraai
Cat. 5
< 2km
Vissen
grote modderkruiper
Wnb A
< 4km
Zoogdieren
aardmuis 1
Wnb A
< 4km*
Zoogdieren
bosmuis 1
Wnb A
< 4km*
Zoogdieren
bunzing1
Wnb A
< 5km
23
Soortgroep
Naam
Bescherming
Afstand
Zoogdieren
dwergmuis 1
Wnb A
< 5km
Zoogdieren
dwergspitsmuis 1
Wnb A
< 5km
Zoogdieren
egel 1
Wnb A
< 3km*
Zoogdieren
gewone bosspitsmuis1
Wnb A
< 5km
Zoogdieren
haas 1
Wnb A
< 3km*
Zoogdieren
hermelijn1
Wnb A
< 5km
Zoogdieren
huisspitsmuis1
Wnb A
< 4km*
Zoogdieren
konijn1
Wnb A
< 4km*
Zoogdieren
ree1
Wnb A
< 5km
Zoogdieren
rosse woelmuis 1
Wnb A
< 5km
Zoogdieren
steenmarter
Wnb A
< 3km
Zoogdieren
veldmuis1
Wnb A
< 3km*
Zoogdieren
vos 1
Wnb A
< 5km
Zoogdieren
wezel 1
Wnb A
< 3km*
Zoogdieren
woelrat1
Wnb A
< 5km
* = op basis van eerdere waarnemingen van Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. 1 = Vrijgesteld in de provincie Utrecht in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen.
24
86/388
Bijlage 4
87/388
Nader onderzoek ecologie
Titelblad Locatie ADRES: POSTCODE: PLAATS:
Hoge Dijk/ Panoven/ Boerhaaveweg 3401 RB IJsselstein
Opdrachtgever NAAM: PLAATS: TELEFOONNUMMER: E-MAILADRES:
Dhr. J. Spelt IJsselstein 06-51889199 speltaj@kabelfoon.nl
Uitvoering NAAM: VELDWERKER: PERIODE:
Baecx B.V. Dhr. J. (Jasper) Smits; Dhr. H. (Henco) de Vos Seizoen 2023
Project PROJECTNUMMER: PROJECTLEIDER: PROJECTMEDEWERKER:
230875 Dhr. J. (Jasper) Smits Mevr. N. (Nadine) Bleijenberg-Vos
Versiebeheer Het geldige rapport is degene met het hoogste versienummer. Eerdere versies met lager(e) versienummer(s) komen met de komst van een opvolgend versienummer te vervallen. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. Versienummer 1
Autorisatiedatum 19 oktober 2023
Wijzigingen Geen; eerste uitgifte
ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG VOOR ZAKELIJK GEBRUIK WORDEN VERVEELVOUDIGD, OP WELKE WIJZE OOK, ZONDER VOORAFGAANDE (SCHRIFTELIJKE) TOESTEMMING VAN BAECX B.V.
Inhoud Pagina
Samenvatting
4
1. Inleiding
5
2. Verantwoording 2.1 Aanleiding 2.2 Doelstelling 2.3 Resultaten voorgaand onderzoek
5 5 5 5
3. Huidige situatie en ontwikkeling 3.1 Plangebied
6 6
4. Onderzoeksmethode
8
5. Veldwerk 5.1 Veldbezoeken 5.2 Veldwaarnemingen
11 11 13
6. Toetsing Wet- en Regelgeving Gierzwaluwen
14 14
Conclusies en aanbevelingen
16
Bijlagen Tekeningen
Samenvatting Op basis van de veldbezoeken is het redelijkerwijs uit te sluiten dat er actieve nestlocaties van gierzwaluwen aanwezig zijn binnen het plangebied. Op basis van de veldbezoeken is het redelijkerwijs uit te sluiten dat er actieve nestlocaties van huismussen aanwezig zijn binnen het plangebied. Wegens uitgevoerde werkzaamheden is de potentiële verblijfsplaats voor de steenmarter niet langer beschikbaar. Hierdoor is redelijkerwijs uit te sluiten dat er steenmarters verblijven binnen het plangebied. Op basis van de veldbezoeken is het redelijkerwijs uit te sluiten dat op de onderzoekslocatie zomer-, kraam-, paar- of winterverblijven aanwezig zijn van vleermuizen. Voor de geplande werkzaamheden is geen ontheffing noodzakelijk ten aanzien van de Wet Natuurbescherming. Mocht het blijken dat er in het gebied beschermde soorten voorkomen, waarvan bij het onderzoek niet is gebleken dat ze voorkomen, vallen de consequenties hiervan ten laste van de opdrachtgever. Te allen tijde is de zorgplicht van toepassing. Verstorende werkzaamheden dienen zo beperkt mogelijk gehouden te worden. Zodra er ook werkzaamheden buiten de reikwijdte van dit onderzoek plaatsvinden, dient een aanvullende quickscan uitgevoerd te worden.
1. Inleiding Initiatiefnemers zijn wettelijk verplicht om voorgaand aan het uitvoeren van een ingreep onderzoek te laten doen naar de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en beschermde gebieden (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland (NNN)). Bovendien is het in sommige gevallen verplicht melding te doen van het kappen van houtopstanden. Daarnaast dient er mogelijk een ontheffing of vergunning aangevraagd te worden bij het bevoegd gezag via de Omgevingsvergunning of rechtstreeks bij de provincie.
1. Verantwoording
In opdracht van Dhr. J. Spelt is een nader onderzoek ecologie uitgevoerd op de locatie Hoge dijk/ Panoven/ Boerhaveweg te IJsselstein. De aanleiding is de voorgenomen herontwikkeling van de projectlocatie. Voorafgaand aan de uitvoerende werkzaamheden voor sloop en/of nieuwbouw dient de initiatiefnemer zorg te dragen voor het niet verstoren of schade toebrengen aan (beschermde) flora en fauna.
Het doel van het onderzoek is om vast te stellen of er binnen het plangebied daadwerkelijk sprake is van de aanwezigheid van nest- en/of verblijfsplaatsen van vleermuizen en gierzwaluwen. Aan de hand hiervan zullen de (mogelijke) effecten van de voorgenomen plannen en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen besproken worden. In dit rapport worden de resultaten van het nader onderzoek beschreven en getoetst aan de Wet Natuurbescherming.
In de uitgevoerde ecologische quickscan (Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V., RANA224, 1803-2022) is naar voren gekomen dat er op de locatie potentiële verblijfplaatsen aanwezig zijn voor vleermuizen, gierzwaluwen, huismussen en steenmarters. Voor de gierzwaluwen, huismussen en steenmarters gaat het om nestplaatsen en voor de vleermuizen gaat het om massawinterverblijfplaatsen/zwermlocaties, kraamverblijfplaatsen, zomerverblijfplaatsen en/of paarverblijfplaatsen. Dit geldt specifiek voor de volgende vleermuissoorten: • Baardvleermuis • Franjestaart • Gewone dwergvleermuis • Gewone grootoorvleermuis • Kleine dwergvleermuis • Laatvlieger • Ruige dwergvleermuis Tevens is bij de voorgaande quickscan naar voren gekomen dat er de locatie een potentieel leefgebied voor steenmarters aanwezig kan zijn. Hiervoor zullen wildcamera’s worden gebruikt op potentieel geschikte locaties om eventuele activiteit van steenmarters vast te kunnen leggen.
2. Huidige situatie en ontwikkeling
De locatie is gesitueerd in IJsselstein en gelegen op het perceel kadastraal bekend als IJsselstein, H 193, 882, 883, 975, 976 en 1000. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 7.133 m². Het plangebied bestaat uit: • Aan de noordzijde een fietsstraat met 4 woningen; • Aan de oostzijde een laag appartementencomplex; • Aan de zuidzijde parkeergelegenheid en een veld; • Aan de westzijde een laag appartementencomplex met aan de achterzijde een grasveld met een enkele boom.
Afbakening plangebied
Het onderzoeksgebied bestaat uit laagbouw, bestaande uit verscheidene panden. Dit zijn enkele woonpanden, bedrijfspanden en loodsen. Het onderzoeksgebied ligt in een woonwijk met enkele grasstroken. Er is geen open water aanwezig. Aan de Hoge Dijk 50 staat een lage bungalow met houten gevelbetimmering. Naast dit adres, net buiten het plangebied, zijn groenblijvende heggen aanwezig. Aan de Hoge Dijk 8 staat een woning met bitumendakbedekking en bakstenen gevels. Ten noorden hiervan staat een pand met metalen dakbedekking en houten gevelbetimmering. Aan de Hoge Dijk 4-83 staat
een appartementencomplex met bakstenen gevels en metalen dakbedekking met op het hogere gedeelte zonnepanelen. Aan de Boerhaaveweg 91-95 en Hoge Dijk 46-48 staat een bedrijfsgebouw met een metalen dak en bakstenen gevels met grote raampartijen. De open stootvoegen van dit pand zijn voorzien van bijenbekjes. Aan de Hoge Dijk 55-77 is het pand voorzien van een metalen dakbedekking en een bakstenen gevel. De oostelijke gevel bevat open stootvoegen. Ten westen hiervan is groenblijvend struweel aanwezig. Aan de Panoven 91 en 91a is het pand voorzien van bakstenen gevels en dakpanelen. Aan de Panoven 93 staat een loods met bakstenen gevel en een dak met dakpannen. Aan de zuidelijke kant is een braamstruweel aanwezig.
3. Onderzoeksmethode Voor het uitvoeren van het nader onderzoek gierzwaluwen is gebruik gemaakt van Kennisdocument Gierzwaluw (Apus apus), versie 1.0, juli 2017 van BIJ12 en de bijbehorende Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet Natuurbescherming, versie juli 2017. Aan de hand hiervan is een planning voor locatiebezoek gemaakt. Onderstaand schema geeft de meest geschikte onderzoeksperiode weer. Dit is uitgewerkt in een bezoekplanning: 2022 jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
dec
2023 jan
feb
mrt
Gierzwaluw
Visueel worden de daken en gevels geïnspecteerd op in- of uitvliegende gierzwaluwen (de zogenaamde gierende dieren, genoemd naar de karakteristieke gierende roep van de gierzwaluw) om vast te stellen of er nestlocaties aanwezig zijn en welke in gebruik zijn. De aangegeven periode hiervoor is tussen 1 juni en 15 juli, in een periode van 2 uur voordat de zon ondergaat. Tabel 1 Methode en werkwijze gierzwaluw
Functie
Methode
Periode
Aantal bezoeken
Nest
Inventarisere n gierende dieren, in- en uitvliegen dieren (soms gieren, soms dieren niet)
1 juni – 15 juli
3, waarvan minimaal 1x tussen 20 juni en 7 juli (jongen aanwezig)
Periode tussen bezoeken 10 dagen
Weersomstandigheden Droog
Tijdstip
2 uur voor zonsondergang tot zonsondergang
Vleermuizen De potentiële verblijflocaties worden onderzocht conform het Vleermuisprotocol, Netwerk Groene Bureau’s, versie 2021. Hieruit zijn vooraf de optimale periodes gefilterd waarin onderzoek dient plaats te vinden. Hiermee is er voor alle potentieel aanwezig vleermuissoorten een, in het vleermuisprotocol aangegeven, minimale onderzoeksperiode voldoende afgedekt. Visueel en met gebruik van een ultrasone batdetector worden de daken en gevels geïnspecteerd op in- of uitvliegende vleermuizen, om vast te stellen of er verblijflocaties aanwezig zijn. Het gaat hierbij om de onderstaande soorten: • Baardvleermuis • Franjestaart • Gewone dwergvleermuis • Gewone grootoorvleermuis • Kleine dwergvleermuis • Laatvlieger • Ruige dwergvleermuis
apr
Onderstaande tabel geeft de optimum bezoekrondes weer per verblijfstype en binnen de scoop van de te beoordelen vleermuissoorten:
Type verblijfplaatsen Winter Massawinter Kraam Zomer Paar
2023 jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
dec
2024 jan
feb
Hieruit volgt de onderstaande uitgewerkte planning: Tabel 2 Overzicht benodigde bezoekrondes
Verblijf Massawinterverblijf Zwemlocatie
/
Periode (alle soorten) 1 augustus t/m september
10
Kraamverblijfplaats
10 mei t/m 1 augustus
Zomerverblijfplaats
1 april t/m 15 oktober
Paarverblijfplaats
15 maart t/m 1 november
Benodigde bezoekrondes 2 x 2 uur (met een tussenperiode van 10 dagen) 2 x 2 uur (waarvan 1x ochtendronde voor Baardvleermuis en Franjestaart) 2 x 2 uur (waarvan 1x ochtendronde en 1x kraamperiode met een tussenperiode van 20 dagen) 2 x 2 uur
De essentie van het onderzoek is voor de genoemde vleermuissoorten helder te krijgen of er werkelijk vleermuizen in het plangebied aanwezig zijn. En nog belangrijker of deze soorten gebruik maken van de projectlocatie in de vorm van een verblijfplaats. Voor gedetailleerde onderzoeksmethodieken wordt verder verwezen naar het Vleermuisprotocol, Netwerk Groene Bureau’s, versie 2021, waar per type verblijfslocatie staat uitgewerkt hoe deze te onderzoeken. Tabel 3 De definities van de gebiedsfuncties
Verblijfplaats Zomerverblijfplaats
Kraamverblijfplaats Paar(verblijf)plaats
Winterverblijfplaats
Een object (gebouw, boom, bunker, grot, kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of ’s winters, met enige regelmaat). Een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap zijn waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaat is. Een verblijfplaats van een kraamgroep met vrouwtjes met jongen. Een verblijfplaats of de omgeving daarvan, waar tenminste een baltsend mannetje of meerdere vleermuizen overdag verblijven en paren of komen zwemmen. Welk gedrag is waar te nemen, afhankelijk van de soort. Te herkennen aan zwemgedrag en/of baltsroepen (Zwemmen bij het invliegen komt bij meer verblijfsfuncties voor). Een verblijfplaats waar in de winter een of meerdere vleermuizen in winterslaap (hybernation) gaan. Het betreft bij soorten die jaarrond in hun
mrt
apr
Vliegroute Foerageergebied
leefgebied blijven nogal eens een voormalige paarplaats of een andere verblijfplaats. Er zijn bij soorten als gewone dwergvleermuis massawinterverblijfplaatsen en winterverblijfplaatsen voor kleinere groepen te onderscheiden. Een vaste route van een vleermuis of een groep van vleermuizen vanaf een verblijfplaats naar een foerageergebied of tussen verblijfplaatsen visa versa. Een gebied waar een vleermuis of een groep van vleermuizen foerageert.
Verblijfplaatsen kunnen in de loop van het jaar verschillende functies voor de soort, verschillende soorten of het andere geslacht van de soort hebben. Huismussen Na 2 bezoekrondes bleek al snel dat er géén huismussen binnen of rondom het plangebied aanwezig zijn. Steenmarters De aanwezigheid van een steenmarter wordt aan de hand van cameravallen, aangevuld met lokmiddelen in beeld gebracht. De in de ecologische quickscan aangemerkte geschikte deelgebieden zijn hierbij aandachtsgebied.
4. Veldwerk Het nader ecologisch onderzoek heeft betrekking op vleermuizen, steenmarters, huismussen en gierzwaluwen. Een aantal onderzoekrondes kunnen gecombineerd uitgevoerd worden omdat deze in hetzelfde tijdsvlak of aansluitend worden uitgevoerd. Hierbij is eerst 2 uur vóór zonsondergang geïnventariseerd voor de gierzwaluwen en vervolgens na zonsondergang is overgeschakeld naar het vleermuisonderzoek (conform de beide onderzoeksprotocollen van resp. BIJ12 en Vleermuisprotocol, Netwerk Groene Bureau’s, versie 2021. De resultaten worden per soortgroep besproken en uitgewerkt. De locatie kenmerkt zich door meerdere laagbouw panden met parkeergelegenheid (zie paragraaf 3.1.) Het veldwerk is uitgevoerd door het onderstaande team: • Dhr. J. (Jasper) Smits • Dhr. H. (Henco) de Vos Gierzwaluwen Het onderstaande tabel geeft de uitgevoerde bezoeken weer: Tabel 4 Uitgevoerde veldbezoeken Gierzwaluwen
Uitgevoerd veldbezoek 01-05-2023 31-05-2023
Tijd
Zonsopgang/-ondergang
Weer
20:30 – 21:45 21:26 – 23:46
21:04 uur 5:24 uur / 21:46 uur
12
C , Onbewolkt, geen neerslag
o
14 C, Half bewolkt, geen neerslag o
Vleermuizen Voor het nader onderzoek naar vleermuisverblijfplaatsen is de locatie bezocht op de voorgeschreven, geplande momenten. Deze soorten worden per locatiebezoek gemonitord op aanwezigheid door middel van geluid aan de hand van een ‘batdetector’ (Pettersson Ultrasound Detector), waar mogelijk aangevuld met visuele waarnemingen. Ook is gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera. Het onderstaande tabel geeft de momenten weer van de uitgevoerde veldbezoeken: Tabel 5 Uitgevoerde veldbezoeken Vleermuizen
Uitgevoerd veldbezoek 01-05-2023
18-05-2023
31-05-2023
Verblijf
Tijd
Zon
Weersomstandigheden
Zomerverblijfplaats ronde 1
20:30 – 21:45 3:40 5:40
21:04
12
5:40/ 21:31
4 oC , half bewolkt, geen neerslag
H. De Vos
21:46 – 23:46
5:24/ 21:46
14
C, Half bewolkt,
H. De Vos
Zomerverblijfplaats ronde 2/ kraamverblijfplaats ronde 1 Kraamverblijfplaats ronde 2
C , Onbewolkt,
o
Veldwerker(s) J. Smits
geen neerslag
o
geen neerslag
16-08-2023
Paarverblijfplaats ronde 1
29-08-2023
Massawinterverblijf ronde 1
05-09-2023
Massawinterverblijf ronde 2
11-09-2023
Paarverblijfplaats ronde 2
22:00 – 00:00 00:00 – 02:00 00:00 – 02:00 22:00 – 00:00
6:26/ 21:00
21 C, bewolkt, neerslag
geen
H. De Vos
6:43/ 20:32
12 oC, half bewolkt, geen neerslag
H. De Vos
22:20/ 6:55
18
C, onbewolkt, geen neerslag
H. De Vos
7:03/ 20:02
21 C,
half bewolkt, kleine bui met lichte neerslag
H. De Vos
o
o
o
Tijdens Zomerverblijfplaats Ronde 2/Kraamverblijfplaats Ronde 1 (18-05-2023) is de temperatuur lager dan in het Vleermuizenprotocol staat aangegeven. Echter is tijdens deze ronde wel een gewone dwergvleermuis aangetroffen tijdens de vleermuisronde. Er kan derhalve worden aangenomen dat deze vleermuisronde representatief is. Huismussen Bij de bezoekrondes voor vleermuizen (net voor zonsondergang) is aanvullend gekeken naar huismussen. Hierbij zijn ook geen huismussen binnen de planlocatie vastgesteld. Zie onderstaande tabel voor uitgevoerde veldbezoeken waarbij gekeken is naar huismussen: Tabel 6 Uitgevoerde veldbezoeken Huismussen
Uitgevoerd veldbezoek 01-05-2023 31-05-2023 16-08-2023
Tijd 20:30 - 21:00 21:15 – 21:45 20:30 – 21:00
Zonsopgang/ondergang 21:04 uur 21:46 uur 21:00 uur
Weersomstandigheden 12 oC , Onbewolkt, geen neerslag
17 ˚C, onbewolkt, geen neerslag 25 ˚C, half bewolkt, geen neerslag
Tijdens de veldwerkzaamheden is niet afgeweken van het protocol. Steenmarters Al bij het eerste veldbezoek is vastgesteld dat de, in de ecologische quickscan vastgestelde potentiële verblijfplaats, door werkzaamheden was verdwenen. De, achter de loods aanwezige braamstruik, (zie rapport ecologische quickscan) was reeds volledig gerooid. Omdat de overige terreindelen niet voldoen als geschikte verblijfsplaats voor de steenmarter (geen vrije toegang tot gebouwen, geen schuilplaatsen, geen rommelhoekjes) is redelijkerwijs uit te sluiten dat er steenmarters bevinden binnen het plangebied.