CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Panoven, Hoge Dijk en Boerhaaveweg bijlagen bij toelichting regels

Raadsvergadering 10 april 2025, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling bestemmingsplan Panoven, Hoge Dijk en Boerhaaveweg15.321 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bestemmingsplan

Panoven, Hoge Dijk en Boerhaaveweg IJsselstein

DATUM IMRO IDN

29-01-2025 NL.IMRO.0353.BPpanoveneo-Va01

PROJECT PROJECTLEIDER OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

44002029.20190659

AUTEUR STATUS

vastgesteld

Inhoudsopgave Bijlagen toelichting

5

Bijlage 1

Beeldkwaliteitsplan

7

Bijlage 2

Onderzoek wegverkeerslawaai

29

Bijlage 3

Quickscan Ecologie

61

Bijlage 4

Nader onderzoek ecologie

87

Bijlage 5

Memo stikstofberekening

113

Bijlage 6

Archeologisch onderzoek (2018)

129

Bijlage 7

Archeologisch onderzoek (2023)

185

Bijlage 8

Verkennend bodemonderzoek

219

Bijlage 9

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

367

Bijlage 10

Participatieverslag

387

3/388

4/388

Bijlagen toelichting

5/388

6/388

Bijlage 1

7/388

Beeldkwaliteitsplan

BEELDKWALITEITSPARAGRAAF -HOGE DIJK /PANOVEN GEMEENTE IJSSELSTEIN

FEBRUARI 2024

INHOUDSOPGAVE 1. Aanleiding en beschrijving 2. Relatie met welstand Beeldkwaliteitsplan woningen 3. Inrichtingstekening 3.1 Stedenbouwkundige uitgangspunten 3.2 Principetekeningen 4. Beeldkwaliteit 4.1 Beeldkarakteristiek 4.2 Beeldcriteria 4.3 Plaatsing, situering en oriëntatie 4.4 Massaopbouw en gevelkarakteristiek 4.5 Kleur- en materiaalgebruik en detaillering 4.6 Erfgrenzen en overgang privé/openbaar Beeldkwaliteitsplan bedrijfsgebouwen en buitenruimte 5. Inrichtingstekening 5.1 Stedenbouwkundige uitgangspunten bedrijfsgebouwen 5.2 Buitenruimte

1. Aanleiding en beschrijving Op het perceel aan de Hoge Dijk in IJsselstein staan nu verschillende bedrijfsloodsen en een tweetal (bedrijfs)woningen. De initiatiefnemers hebben het voornemen om één bedrijfsverzamelgebouw, één bedrijfsgebouw en nieuwe woningen te realiseren. Hiervoor worden een schuur en twee woningen gesloopt. De initiatiefnemers hebben in 2021 een principeverzoek ingediend. Het college van gemeente IJsselstein heeft op 7 december 2021 besloten onder een aantal voorwaarden in principe medewerking te verlenen voor ontwikkeling. De twee woningen die gerealiseerd worden aan de Hoge Dijk zijn twee-onder-een-kapwoningen die in dezelfde rooilijn komen als de bestaande situatie en de naastgelegen kavels. De woningen hebben een voorzijde die gericht is op de Hoge Dijk en een achterzijde die grenst aan het bedrijventerrein. De woningen hebben een maximale goothoogte van meter en een maximale bouwhoogte van 9 meter. De twee woningen bij Hoge Dijk 8 hebben een footprint van ca. 60 m2 en de twee woningen bij Hoge Dijk 50 hebben een footprint van ca. 50 m2. Het woonoppervlak van de vier woningen is ca. 70 75m2 per woning.

2. Relatie met welstand In dit beeldkwaliteitplan zijn, naast een algemene beknopte beschrijving van de ontwikkeling, concrete criteria opgenomen voor de nadere uitwerking. Deze criteria kunnen door de welstandscommissie worden gehanteerd bij de beoordeling van het bouwplan.

Huidige situatie Hoge Dijk

Eerste locatie nieuwe woning

Tweede locatie nieuwe woning

Doorzicht naar Ellen Keystraat vanuit tweede locatie nieuwe woning

Aanzicht vanuit westelijke kant Hoge dijk richting woningen

BEELDKWALITEITSPLAN WONINGEN

3. Inrichtingstekening De Hoge Dijk is een relatief smal profiel waarbij de kavels aan de zuidzijde verschillen ten opzichte van de kavels aan de noordzijde. Bebouwing aan de noordzijde staat op grotere kavels en hebben diepe voortuinen. De zuidzijde van de Hoge Dijk grenst met de achterkant aan het bedrijventerrein en zorgt voor een overgang van woonomgeving naar een bedrijventerrein. De percelen Hoge Dijk 8 en Hoge Dijk 50 worden opnieuw ontwikkeld. Deze woningen komen in dezelfde rooilijn als de huidige situatie en sluiten daarbij aan op de naast gelegen kavels aan de zuidzijde van Hoge Dijk. Het lint wordt hierdoor niet aangetast. De oriëntatie van de woningen is gericht op de openbare ruimte van de Hoge Dijk. Vanuit de Ellen Keystraat is er zicht op de 2-onder-1-kapwoning. Het is van belang dat er geen blinde gevel aan deze zijde wordt gerealiseerd. Beide percelen parkeren in het gebied naast de woningen en zijn ontsloten aan de Hoge Dijk. De relatie met het achterliggende bedrijventerrein is overigens beperkt. Beeldkwaliteitseisen voor de woningen zijn in dit hoofdstuk uitgewerkt.

3.1 Stedenbouwkundige uitgangspunten De stedenbouwkundige uitgangspunten voor dit plan zijn: • De woningen hebben een simpele/compacte hoofdvorm die past in de omgeving (eenduidige rechthoekige hoofdvorm met zadeldak). • Maximale bouwhoogte is 9 meter en de maximale goothoogte is 5 meter. • De woningen hebben een individueel karakter en sluiten aan op de omgeving. • De bebouwing ontneemt geen zichtlijnen in de omgeving. • De woningen zijn primair georiënteerd op de Hoge Dijk. • De voorgevels van de woningen zijn georiënteerd op de Ellen Keystraat. • De zij- en achterkanten van de tuin die grenzen aan het openbaar gebied van het bedrijventerrein worden vormgegeven met groenblijvende hagen. • Privétuinen mogen voor 50% verhard worden (eventueel wordt parkeren opgelost door middel van een karrespoor) Een vijftal van deze uitgangspunten wordt verder toegelicht met een principetekeningen binnen dit hoofdstuk.

Principetekening huidige situatie: Voorgevellijnen en entrees gericht op de Hoge dijk en de Ellen Keystraat

3.2 Principetekeningen

3.2 Principetekeningen

4. Beeldkwaliteit 4.1 Beeldkarakteristiek De gewenste beeldkarakteristiek is als volgt samen te vatten: een traditioneel-eigentijdse, passende dorpse woningbouw, aansluitend op een historisch woonlint. Het beeldkwaliteitkader bouwt voort op de bestaande situatie en context van de Hoge Dijk, waarbij de nieuwe woningen in dezelfde rooilijn worden geplaatst als in de huidige situatie en zoals de naastgelegen kavels. De woningen hebben een dorpse uitstraling, met een gevarieerd materiaal- en kleurgebruik, een zorgvuldige detaillering en een oriëntatie op de openbare ruimte. De achterzijde van de woningen vormt een overgang naar het bedrijventerrein, waarbij er geen blinde gevels worden gerealiseerd.

Referenteibeeld: Geen blinde zijgevels grenzend aan openbare randen

4.2 Beeldcriteria Sfeer Traditioneel-eigentijdse dorpse uitstraling door eenvoudige hoofdvormen met daaraan ondergeschikte details en een gevarieerd kleur- en materiaalgebruik. Criteria bebouwing Woningtypologie Twee-onder-een-kapwoningen die passen in het historische woonlint. • •

•

•

De ontwikkeling biedt ruimte aan twee grondgebonden woningen. De woningtypen zijn tweeaaneen, met één bouwlaag met kap. De woningen hebben een dorpse uitstraling, met een zorgvuldige detaillering en een oriëntatie op de openbare ruimte. De twee woningen bij Hoge Dijk 8 hebben een footprint van ca. 60 m2 en de twee woningen bij Hoge Dijk 50 hebben een footprint van ca. 50 m2. Het woonoppervlak van de vier woningen is ca. 70 - 75m2 per woning. De omvang van de percelen en de woningen sluit aan bij het individuele en dorpse karakter van de Hoge Dijk.

Eigentijdse dorpse uitstraling - metselwerk in aardetinten

4.3 Plaatsing, situering en oriëntatie De situering van de woningen op de kavels sluit aan bij het historische woonlint. De voorgevels van de woningen zijn gericht op de Hoge Dijk en definiëren daarmee de karakteristieke openbare ruimte. Verspringingen in de rooilijn zijn niet nodig, omdat de woningen al een gevarieerd beeld vormen en een verspringing in de omgeving nauwelijks voorkomt. • •

• •

De hoofdoriëntatie van de woningen is gericht op de Hoge Dijk. De woningen staan in duidelijke rooilijn, maar hebben een verschillend materiaal- en kleurgebruik om het individuele en dorpse karakter te versterken. De voorgevelrooilijn volgt de bestaande situatie. Parkeren is gesitueerd naast de bebouwing. De woningen zijn ontsloten via de Hoge Dijk. De woningen hebben geen blinde zijgevels grenzend aan de openbare ruimte. De woning aan de Ellen Keystraat heeft een dubbele oriëntatie (zijgevel behandelen als voorgevel). Aangebouwde garages zijn niet toegestaan.

Geen blinde gevels aan de Hoge Dijk

4.4 Massaopbouw en gevelkarakteristiek Eenvoudige vormen van hoofdbouwmassa’s en woningtypologieën worden gerealiseerd op de kavels aan de Hoge Dijk. Onderstaande criteria zien er op toe dat de beoogde beeldkwaliteit in het plangebied ook voor wat betreft de bouwmassa wordt bereikt. •

•

•

De woningen worden uitgevoerd in één bouwlaag met kap. De woningen hebben een eenvoudige en heldere hoofdvorm waarbij de kapvorm een zadeldak is. De woning aan de Ellen Keystraat speelt architectonisch optimaal in op de hoekligging door de zijgevel te behandelen als voorgevel. De woning heeft ramen en een voordeur aan de zijgevel, waardoor het zicht op de woning wordt verbeterd. Kleinschalige toevoegingen, zoals dakkapellen en schoorstenen, zijn ondergeschikt aan de hoofdvorm. Dakkapellen mogen niet over de gehele gevelbreedte worden gebouwd (vormen ondergeschikt onderdeel van het dakvlak).

4.5 Kleur- en materiaalgebruik en detailering Aansluitend bij het idee van traditioneel-dorps bouwen past de toepassing van gebakken metselstenen voor de gevels, waarbij het kleurgebruik kan variëren tussen de woningen. Als verbijzondering kan hout worden toegepast voor de woning aan de Ellen Keystraat. •

•

• •

• •

Basismateriaal voor de gevel is metselwerk en hout. Beperkte onderdelen in de gevel mogen uitgewerkt worden met natuurlijke materialen zoals leem en natuursteen. Gevels in verschillende aardetinten metselwerk (van oranje/rood tot rood/bruin tot bruin/mangaan), zodat de woningen een individueel en gevarieerd beeld vormen. Detaillering is zorgvuldig, eenvoudig en ingetogen, gebruik makende van een hoogwaardig (duurzaam) materiaalgebruik. Dakkapellen, erkers en andere aan- en uitbouwen zijn in stijl, detaillering, materialisatie en kleurgebruik afgestemd op de woning. Daarnaast doen zij geen afbreuk aan de heldere opbouw van de hoofdmassa. De kap wordt uitgevoerd in een donker grijze/antraciete kleur (keramische pannen, leipannen of leien). Detaillering in metselwerk zoals karakteristiek voor historische dorpen is gewenst (speklagen in afwijkende kleuren, hoekstenen, gekleurde traslagen, dak-/gevellijsten etc.)

4.6 Erfgrenzen en overgang privé/openbaar De erfgrenzen grenzend aan de openbare ruimte worden vormgegeven door hagen of een begroeid gaashekwerk, waarbij de voorkeur uitgaat naar een haag met inheemse soorten (bijvoorbeeld een combinatie van liguster, meidoorn, esdoorn en beuk). De erfgrenzen dragen bij aan de groene uitstraling van het woonlint en de overgang naar het bedrijventerrein. •

De zijdelingse en de achterzijde van de kavels, grenzend aan het bedrijventerrein, worden vormgegeven door een haag met een hoogte van maximaal 200 cm of een begroeid gaashekwerk, die de privacy van de bewoners waarborgt en de overgang naar het bedrijventerrein verzacht. • Schuttingen zijn niet toegestaan, omdat ze niet passen bij de dorpse sfeer en de groene inrichting. • De erfgrenzen bij de Hoge Dijk uitvoeren in baksteen om te verwijzen naar de bestaande stadsmuur. Aan de achterzijde van de woningen bij de Hoge Dijk 8 kan een combinatie komen van begroeid gaaswerk, haag en een schutting.

Conclusie Het beeldkwaliteitsplan beschrijft de gewenste ruimtelijke kwaliteit voor de ontwikkeling van twee woningen aan de Hoge Dijk in IJsselstein. Het beeldkwaliteitsplan geeft concrete criteria voor de vormgeving van de bebouwing en de inrichting van de openbare ruimte, die aansluiten bij de bestaande situatie en context, de visie, de ambities en de doelstellingen voor de ruimtelijke kwaliteit. Het beeldkwaliteitsplan is een verbindend element tussen landschap, architectuur en stedenbouw.

wordt verbeterd. • Het parkeren is in overeenstemming met de gemeente naast de woning geplaatst. • De erfgrenzen grenzend aan de openbare ruimte worden vormgegeven door hagen of een begroeid gaashekwerk, die de groene uitstraling van het woonlint en de overgang naar het bedrijventerrein verzachten.

De woningen zijn stedenbouwkundig inpasbaar in het woonstraatje grenzend aan een bedrijventerrein, omdat ze rekening houden met de volgende aspecten:

Het beeldkwaliteitsplan draagt bij aan de realisatie van een passende, kwalitatieve en duurzame woonomgeving, die aantrekkelijk is voor de bewoners en de omgeving.

•

De woningen komen in dezelfde rooilijn als de huidige situatie en de naastgelegen kavels, waardoor het historische woonlint aan de Hoge Dijk wordt versterkt. • De woningen hebben een traditioneel-eigentijdse, dorpse uitstraling, met een eenvoudige hoofdvorm, een zadeldak, een zorgvuldige detaillering en een oriëntatie op de openbare ruimte. • Gevels hebben een gevarieerd materiaal- en kleurgebruik in traditionele stijl, wat past bij het dorpse karakter. De kleur van de steen is een aardetint zoals rood, bruin, brons of mangaan. Dak kan uitgevoerd worden met antraciet gebakken pannen. • De woningen hebben geen blinde zijgevels grenzend aan de openbare ruimte. De woning aan de Ellen Keystraat heeft een dubbele oriëntatie (zijgevel behandelen als voorgevel), waardoor het zicht op de woning

BEELDKWALITEITSPLAN BEDRIJFSGEBOUWEN EN BUITENRUIMTE

5. Inrichtingstekening De twee bedrijfsgebouwen sluiten aan op de buitenruimte van het perceel aan de Hoge Dijk. Het westelijke gebouw is georiënteerd op de Panoven, het zuidelijke gebouw op de Boerhaveweg In dit hoofdstuk worden de beeldwaliteitseisen van de bedrijfsbebouwing en de buitenruimte toegelicht. De huidige bedrijfspanden blijven grotendeels in stand.

De beeldrichtlijnen voor de bebouwing zijn gebaseerd op de welstandscriteria. De uitstraling van de bebouwing dient extra aandacht te krijgen en aan te sluiten op de openbare ruimte.

5.1 Stedenbouwkundige uitgangspunten bedrijfsgebouwen De stedenbouwkundige uitgangspunten voor de bedrijfsgebouwen zijn: • De bedrijfsgebouwen hebben een simpele/compacte hoofdvorm die past in de omgeving; • Bedrijfsgebouwen sluit aan op het gevelbeeld en schaalgrootte van de bestaande kantoorbebouwing aan de Boerhaaveweg; • Maximale bouwhoogte is 7 meter en de maximale goothoogte is 3,5 meter. Dakkapellen zijn niet gewenst. • Groene daken bevorderen de afwatering; • De representatieve gevels van de bedrijfsgebouwen zijn georiënteerd op de buitenruimte en op de aangrenzende wegen Panoven en Boerhaaveweg; • De voorgevels en toegangen van de bedrijfsgebouwen zijn niet georiënteerd op de aangrenzende woonpercelen.

Materialen en kleuren

Sedum dak is goed voor afwatering

Groene inrichting bedrijfskavel

Naamsaanduiding

Zwart spijlenhekwerk

ERFSCHEIDING Erfscheidingen grenzend aan openbaar gebied bestaan uit een 1 meter hoge groenblijvende haag, eventueel gecombineerd met een 1 meter hoog hekwerk in metaalkleur of antraciet. RECLAME-UITINGEN / NAAMSAANDUIDING • Maximaal één reclame-uiting per erf; • Reclamezuilen niet hoger dan 2,25 m en een maximum breedte van 1 m; • Reclame-uiting /naamsaanduiding mag het woonen leefklimaat van de aangrenzende woningen niet aantasten. • Reclame-uiting als zelfstandig element vormgeven, waarbij de maatvoering, kleurgebruik en detailleringen zijn afgestemd op en harmoniëren met het hoofdgebouw; • Geen mechanisch bewegende delen; • Geen lichtcouranten of lichtreclame met veranderlijk of met tussenpozen verschijnend licht; • Geen daglichtreflecterende reclame; • Geen grote wit of gekleurd licht uitstralende vlakken. Alleen letters laten oplichten.

MATERIAAL EN KLEUR • Materialen zoals hout, baksteen, glas, metaal en beton worden gebruikt voor grotere gevelvlakken; • Gevels dienen een neutrale kleurstelling te hebben. Accentkleuren zijn toegestaan. Grijs- en bruintinten, aardetinten met eventueel fellere kleuraccenten. GROENE INRICHTING • Minimaal 15% van de kavel moet onverhard ingericht worden; • Groene hagen bestaan uit diverse soorten beplanting. Dit om de biodiversiteit te bevorderen.

De buitenruimte ligt centraal op het perceel. Door een groene uitstraling te creëren, ontstaat er een aantrekkelijk woon- en werkgebied.

5.2 Buitenruimte De uitgangspunten voor de buitenruimte zijn: • Parkeerplaatsen worden groen ingericht. Dit kan door middel van grasbetontegels; • Parkeerplaatsen worden groen ingepast door middel van een haag. Deze hagen bestaan uit meerdere soorten beplanting. Dit om de biodiversiteit te bevorderen; • Materiaal en kleurgebruik in de buitenruimte sluit aan op de omgeving; • Er wordt zorgvuldig omgegaan met de waterafvoer en waterberging op het gehele perceel. • Verlichting van zowel de openbare ruimte, open privéruimte en bedrijfsbebouwing mogen het woonen leefklimaat van de bestaande woningen niet aantasten.

Groen parkeren d.m.v. grasbetontegels

Parkeren groen inpassen

Waterberging dmv wadi

Gemengde haag

Bijlage 2

29/388

Onderzoek wegverkeerslawaai

PANOVEN, IJSSELSTEIN onderzoek wegverkeerslawaai 12 april 2022

1/14

DATUM KENMERK

12 april 2022 20190659_0023PD

PROJECT PROJECTLEIDER

bestemmingsplan Panoven, IJsselstein drs. W. Kraaijeveld

OPDRACHTGEVER Familie A.J. Spelt PROJECTNUMMER 44002029.20190659 AUTEUR STATUS

2/14

Petra Dijkgraaf Concept

INHOUD 1. 2. 3.

4.

5.

6.

Inleiding Plan Toetsingskader

5 6 7

3.1 3.2 3.3 3.4

7 8 8 8

Uitgangspunten en modellering

9

4.1 4.2

Rekenmethode en rekenmodel Wegen 4.2.1 Intensiteiten, voertuig- en etmaalverdeling 4.2.2 Snelheid en verharding

9 9 9 10

4.3 4.4

Modellering plan Modellering omgeving

10 10

Resultaten

11

5.1 5.2

11 11

Geluidbelasting per weg Cumulatie

Conclusie

Bijlage 1 Bijlage 2

3/14

Wegverkeerslawaai Gemeentelijk geluidbeleid Toetsingskader nieuwe woningen Cumulatie

Invoergegevens en rekenmodel Resultaten

12

4/14

1. INLEIDING Initiatiefnemer is voornemens om twee nieuwe bedrijfsverzamelgebouwen en vier nieuwe woningen te realiseren op het terrein tussen het Panoven, de Hoge Dijk en de Boerhaaveweg. Op het perceel staan reeds verschillende bedrijfsloodsen en enkele woningen. Voor de beoogde ontwikkeling wordt een schuur en twee woningen gesloopt. De vier nieuwe woningen zijn geluidgevoelige bestemmingen. Voor deze woningen is een akoestisch onderzoek noodzakelijk naar de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai omdat de woningen liggen binnen de wettelijke geluidzones (Wet geluidhinder) van de Baronieweg, de Boerhaaveweg en de Linnaeusweg. Ook wordt in het kader van een goede ruimtelijke ordening de geluidsituatie van de Hoge Dijk beschouwd. Het doel van het onderzoek is om na te gaan in hoeverre de nieuwe woningen kunnen worden gerealiseerd binnen de randvoorwaarden van de Wet geluidhinder. Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt een planologische procedure gevolgd. Dit onderzoek maakt een onderdeel uit van deze procedure. In figuur 1.1 is het plangebied en de omliggende wegen opgenomen.

Figuur 1.1 Plangebied met te onderzoeken wegen In dit rapport worden geluidbelastingen besproken van de verschillende geluidbronnen.

5/14

2. PLAN In de toekomstige situatie wordt beoogd om 4 nieuwe woningen en twee nieuwe bedrijfsverzamelgebouwen te realiseren. De bestaande schuur, het meest westelijk gelegen gebouw, wordt gesloopt en vervangen door een van de nieuwe bedrijfsverzamelgebouwen. Verder wordt een nieuw bedrijfsverzamelgebouw mogelijk op de braakliggende grond aan de Boerhaaveweg. De woningen worden gerealiseerd waar in de huidige situatie al twee woningen staan. De huidige woningen voldoen niet meer aan de normen van deze tijd. Hiervoor in de plaats komen twee 2-onder-1-kapwoningen terug. In figuur 2.1 is de toekomstige situatie met de nieuwe bedrijfsverzamelgebouwen in het oranje en de nieuwe woningen in het geel weergegeven.

Figuur 2.1 Toekomstige situatie

6/14

3. TOETSINGSKADER 3.1

Wegverkeerslawaai

Wettelijke geluidzones Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km/uur-wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van de geluidzone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de stedelijke- of buitenstedelijke ligging. De zone wordt gemeten vanuit de buitenste zijde van de weg. De breedte van een geluidzone van een weg is in tabel 3.1 weergegeven. Tabel 3.1 Schema zonebreedte aan weerszijden van de weg volgens artikel 74 Wgh Aantal rijstroken Breedte van de geluidzone (in meters) Buitenstedelijk gebied Stedelijk gebied 5 of meer 600 350 3 of 4 400 350 1 of 2 250 200 In artikel 1 van de Wgh zijn de definities opgenomen van stedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden: stedelijk gebied: het gebied binnen de bebouwde kom met uitzondering van het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg; buitenstedelijk gebied: het gebied buiten de bebouwde kom, alsmede het gebied binnen de bebouwde kom voor zover gelegen binnen de zone van een autoweg of autosnelweg. Dosismaat Lden De geluidhinder wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day-evening-night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. De berekende geluidwaarde in Lden vertegenwoordigt het gemiddelde geluidniveau over een etmaal.

Artikel 110g Wgh Voor toetsing aan de in de Wgh genoemde grenswaarden mag een aftrek worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het verkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen. Voor wegen met een representatief te achten snelheid lager dan 70 km/uur geldt een aftrek van 5 dB. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/u of hoger geldt de volgende aftrek: 4 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 Rmg 57 dB bedraagt; 3 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 Rmg 56 dB bedraagt; 2 dB voor andere waarden van de geluidbelasting. De toegestane aftrek conform artikel 3.4 uit het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012 is op alle genoemde geluidbelastingen toegepast en bedraagt 5 dB. Grenswaarden Wegen met geluidzone Voor de geluidbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarden. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk.

Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting aan de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximale ontheffingswaarde niet te boven gaan.

7/14

Wegen zonder geluidzone Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur of lager zijn op basis van de Wgh niet gezoneerd. Akoestisch onderzoek zou wettelijk gezien achterwege kunnen blijven. Op basis van jurisprudentie dient echter de geluidbelasting van elke relevante geluidbron in het kader van een goede ruimtelijke ordening inzichtelijk te worden gemaakt en te worden beoordeeld. Indien dit niet het geval is, dient te worden onderbouwd of maatregelen ter beheersing van de geluidbelasting aan de gevels noodzakelijk, mogelijk en/of doelmatig zijn. Ter beoordeling van de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting wordt, bij gebrek aan wettelijke grenswaarden, aangesloten bij de benaderingswijze die de Wgh hanteert voor gezoneerde wegen. Vanuit dat oogpunt worden de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde als referentiekader gehanteerd. De voorkeursgrenswaarde geldt hierbij als richtwaarde en de maximale ontheffingswaarde als maximaal aanvaardbare waarde.

3.2

Gemeentelijk geluidbeleid

3.3

Toetsingskader nieuwe woningen

De gemeente IJsselstein beschikt over geluidbeleid. Hierin is een toetsingskader opgenomen waaraan moet worde getoetst indien het laten stellen van hogere grenswaarden nodig is.

Gezoneerde wegen Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidzone van de Baronieweg, Boerhaaveweg en Linnaeusweg. De geluidbelasting op de nieuwe woningen moet aan de grenswaarden van de Wet geluidhinder worden getoetst. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van IJsselstein. Het betreft derhalve nieuwe woningen in stedelijk gebied met een, op grond van de artikel 83, lid 2 Wgh, maximale ontheffingswaarde Lden = 63. De voorkeursgrenswaarde bedraagt Lden = 48 dB. Indien het vaststellen van hogere waarden nodig is, wordt getoetst aan het gemeentelijk geluidbeleid. 30 km-wegen De Hoge Dijk loopt langs het plan en is een 30 km-weg en valt buiten het regime van de Wet geluidhinder. Teneinde na te gaan of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, is de geluidbelasting vanwege de Hoge Dijk onderzocht.

3.4

Cumulatie

Alvorens het bevoegd gezag overgaat tot het vaststellen van een hogere waarde, moet zij de effecten van de samenloop van verschillende geluidbronnen onderzoeken en beoordelen. Hiervoor wordt de gecumuleerde geluidbelasting berekend conform het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Er is geen beoordelingsmethode voorgeschreven. In tabel 3.2 is een algemeen geaccepteerde kwaliteitsindicatie van een geluidbelasting opgenomen, die in dit rapport wordt toegepast. Tabel 3.2 Kwaliteitsindicatie geluidbelasting (bron: RIVM) Lden [dB] <45 46-50 51-55 56-60 61-65 >65

8/14

Geluidkwaliteit zeer goed goed redelijk matig slecht zeer slecht

4. UITGANGSPUNTEN EN MODELLERING 4.1

Rekenmethode en rekenmodel

4.2

Wegen

Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd conform de Standaard Rekenmethode II uit het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG 2012). Het overdrachtsmodel is opgesteld in het programma Geomilieu versie 2021.1 van DGMR.

4.2.1 Intensiteiten, voertuig- en etmaalverdeling Verkeersintensiteiten De verkeersintensiteit is het aantal motorvoertuigen dat per uur (mvt/uur) passeert. Bij de bepaling van het aantal motorvoertuigen per uur is uitgegaan van de jaargemiddelde weekdagintensiteiten. Voertuigcategorieën De motorvoertuigen worden verdeeld in drie categorieën: lichte voertuigen (personenauto's, bestelbusjes); middelzware voertuigen (middelzware vrachtauto’s en bussen); zware voertuigen (zware vrachtauto's). Intensiteiten De gemeente heeft verkeersprognoses voor 2030 aangeleverd voor de Baronieweg en voor de Boerhaaveweg en aangegeven dat met een toename van 30% per jaar tussen 2015 en 2030 deze intensiteit opgehoogd moet worden naar 2032. Dit komt neer op een groeipercentage van 1,765% per jaar. Daarnaast zijn de intensiteiten omgerekend van werkdag naar weekdag met een factor 0,92. Voor de Hoge Dijk is een aanname gedaan aan de hand van de verkeersgeneratie van de aangelegen bebouwing en wel van 220 mvt/etmaal. Voor de Linnaeusweg zijn geen gegevens voorhanden, maar gezien de functie van deze weg wordt verwacht dat de intensiteit lager zal zijn dan op de Boerhaaveweg. Omdat er ook meer sprake is van afschermende bebouwing tussen deze weg en de nieuwe woningen wordt op voorhand verwacht dat voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.

Daarom is deze weg niet verder betrokken in het onderzoek. Verkeersgeneratie plan en afwikkeling De toename aan verkeersgeneratie door de ontwikkeling is bepaald op 73 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag ten opzichte van de huidige situatie. Dit verkeer wordt via de Panoven ontsloten op de Boerhaaveweg. Aangenomen wordt dat 90% hiervan zich oriënteert op de Baronieweg en 10% in de richting van de Linnaeusweg. Op de Baronieweg zal 80% van dit verkeer zich afwikkelen richting de N210 en 10% in westelijke richting. In de geluidberekening is de gehele verkeerstoename toegedeeld aan de te onderzoeken wegen. Het betreft daarmee een worst-case benadering. In onderstaande tabel zijn de gebruikte verkeersgegevens voor de geluidberekening samengevat. Tabel 4.1 Verkeersprognoses Wegvak

Baronieweg Boerhaaveweg Hoge Dijk

9/14

Intensiteit in mvt/etmaal 2030 (werkdag)

2030 (weekdag)

Plan 2032

2032 (weekdag, inclusief plan)

10.718 2.500 – 5.000

9.861 2.300 – 4.600

73 73

10.285 2.415 – 4.837

17

237 (250 afgerond)

De gemeente heeft de functies van de wegen aangeleverd. Voor de etmaal- en voertuigverdeling wordt aangesloten bij deze wegencategorisering. Rho adviseurs hanteert verdelingen die op basis van ervaring worden toepast op wegen met een vergelijkbare functie. 4.2.2 Snelheid en verharding De verkeerssnelheid is de representatief te achten gemiddelde snelheid van een categorie voertuigen. Dit is in het algemeen de wettelijk toegestane rijsnelheid. De wettelijke snelheid op de Baronieweg en Boerhaaveweg is 50 km/uur en op de Hoge Dijk 30 km/uur. De wegdekverharding dicht asfaltbeton (DAB) dat op alle wegen ligt, is ingevoerd als ‘W1 - Referentiewegdek’. Het volledige overzicht aan invoergegevens, inclusief voertuigverdeling, is opgenomen in bijlage 1.

4.3

Modellering plan

De verbeelding behorende bij het bestemmingsplan is uitgangspunt in de berekening. De bouwvlakken en de maximale bouwhoogten die hierop zijn aangeduid voor de woningen, zijn overgenomen in het rekenmodel. Op de grens van de bouwvlakken zijn op representatieve locaties toetspunten geplaatst, zie figuur 4.1, steeds op 1,5m boven de verdiepingsvloer.

Figuur 4.1 Bouwvlakken met toetspunten

4.4

Modellering omgeving

De standaard bodemfactor in het geluidmodel is zacht, bf = 1. Reflecterende bodemvlakken (zoals wegen) zijn ingevoerd met bodemgebieden met een bodemfactor van 0. Gebouwcontouren in de omgeving zijn geïmporteerd uit PDOK. De hoogten van de gebouwen zijn bepaald met behulp van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Er is geen sprake van een relevant hoogteverschil in het maaiveld. Er is daarom gerekend met een plat bodemmodel.

10/14

5. RESULTATEN 5.1

Geluidbelasting per weg

Ten gevolge van het wegverkeer wordt de voorkeursgrenswaarde/richtwaarde van 48 dB door geen enkele weg overschreden. In tabel 5.1 zijn de berekende geluidbelastingen samengevat. In bijlage 2 zijn de gedetailleerde resultaten per toetspunt en toetshoogte opgenomen. Het is niet noodzakelijk om voor deze wegen een hogere waarde aan te vragen en te toetsen aan het gemeentelijk geluidbeleid. Tabel 5.1 Hoogst berekende geluidbelasting per weg samengevat Geluidbron

Woningen west (toetspunten 1 t/m 3) Woningen oost (toetspunten 4 t/m 6

Baronieweg

38 dB

39 dB

Boerhaaveweg

44 dB

44 dB

Hoge Dijk

47 dB

44 dB

5.2

Cumulatie

Omdat het vaststellen van hogere waarden niet aan de orde is, is het beoordelen van de gecumuleerde geluidbelasting niet nodig. De geluidbelastingen zijn lager dan 48 dB waardoor er sprake is van een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat.

11/14

6. CONCLUSIE Initiatiefnemer is voornemens om de bestaande 2 vrijstaande woningen te vervangen door 4 twee-onder-één kap woningen. Daarnaast bestaat de beoogde ontwikkeling uit 2 bedrijfsverzamelgebouwen. Akoestisch onderzoek vanwege wegverkeerslawaai is uitgevoerd omdat de nieuwe woningen liggen binnen de wettelijke geluidzone van de Baronieweg, Boerhaaveweg en Linnaeusweg. Ook is in het kader van een goede ruimtelijke ordening de geluidsituatie de Hoge Dijk beschouwd. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidbelasting van de Baronieweg, Boerhaaveweg en Hoge Dijk (30 km/uur) voldoet aan de voorkeursgrenswaarde respectievelijk richtwaarde van 48 dB. De binnenwaarden dienen te voldoen aan het gestelde in het Bouwbesluit 2012. Er is sprake van een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.

12/14

BIJLAGEN

Bijlage 1 Invoergegevens en rekenmodel

IJsselstein - Etmaalintensiteiten 2030 - Totaalkaart

4 7,4 118

6 ,6 77 10

4161 ,18

1920,91

37

60

,12

5 177 2 0,8 73

38 7, 60

7194

2522

,09

3

,81 687

1541

,58 973

,65

10718

,2

,68

980,42

4354 ,19

11 99

0

5

2

26273

4 3 ,1 227

,48

4,39 246

21, 8

1

,98

0,3

0,5

03 64,

,81

2 69 408,94

,78

14

7168

172

1 193

3

6

8

71

57 7, 70

1 1,3 788

,8 4498

7,1 596

,7

2 2, 31 2 7, 13

,35 16 46

46 12

75

583

1

,67

9,5

11 4

38

5135,52

65 66

9 ,9 29 13

,35 779

28

61

,0

3

0

8

27 3,2

849, 84 57 ,68

0

,71 93 14

963,3

34 9, 28

23 42 ,2 4

0

,73

9 6,4 12

Legenda

31

22 6

,5 7

61

0, 42

4,6

5000 - 10000

35

,5

1

2500 - 5000

96

464

1000 - 2500

64

86

45 7, 92

500 - 1000

,28

0 - 500

10000 - 25000 25000 - 50000 Gemeentegrens

±

Kaart gemaakt: 4 oktober 2019 Esri Nederland, Community Maps Contributors

Panoven Model: Groep:

basismodel april 2022 versie van Gebied - Gebied wegen Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer

Groep Baronieweg Boerhaaveweg Boerhaaveweg Hoge Dijk Hoge Dijk

Naam Baronieweg Boerhaavew Boerhaavew Hoge Dijk Hoge Dijk

Omschr. Baronieweg Boerhaaveweg Boerhaaveweg Hoge Dijk Hoge Dijk

ISO_H 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Wegdek W1 W1 W1 W1 W1

Wegdek Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

V(LV(D)) 50 50 50 30 30

V(LV(A)) 50 50 50 30 30

V(LV(N)) 50 50 50 30 30

V(LV(P4)) ------

V(MV(D)) 50 50 50 30 30

V(MV(A)) 50 50 50 30 30

V(MV(N)) 50 50 50 30 30

V(MV(P4)) ------

V(ZV(D)) 50 50 50 30 30

12-4-2022 10:50:35

Panoven Model: Groep:

basismodel april 2022 versie van Gebied - Gebied wegen Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer

Groep Baronieweg Boerhaaveweg Boerhaaveweg Hoge Dijk Hoge Dijk

V(ZV(A)) 50 50 50 30 30

V(ZV(N)) 50 50 50 30 30

V(ZV(P4)) ------

Totaal aantal 10285,00 4837,00 4837,00 250,00 250,00

%Int(D) 6,70 6,54 6,54 6,54 6,54

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

%Int(A) 2,70 3,76 3,76 3,76 3,76

%Int(N) 1,10 0,81 0,81 0,81 0,81

%Int(P4) ------

%LV(D) 93,46 93,46 93,46 94,59 94,59

%LV(A) 93,46 93,46 93,46 94,59 94,59

%LV(N) 93,46 93,46 93,46 94,59 94,59

%LV(P4) ------

%MV(D) 5,08 5,08 5,08 4,76 4,76

%MV(A) 5,08 5,08 5,08 4,76 4,76

%MV(N) 5,08 5,08 5,08 4,76 4,76

%MV(P4) ------

%ZV(D) 1,46 1,46 1,46 0,65 0,65

12-4-2022 10:50:35

Panoven Model: Groep:

basismodel april 2022 versie van Gebied - Gebied wegen Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer

Groep Baronieweg Boerhaaveweg Boerhaaveweg Hoge Dijk Hoge Dijk

%ZV(A) 1,46 1,46 1,46 0,65 0,65

%ZV(N) 1,46 1,46 1,46 0,65 0,65

%ZV(P4) ------

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

12-4-2022 10:50:35

Panoven Model: Groep:

Naam 6 1 2 3 4 5

basismodel versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer Omschr.

Maaiveld 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

Hoogte A 1,50 1,50 1,50 1,50 1,50

Hoogte B 4,50 4,50 4,50 4,50 4,50

Hoogte C 7,50 7,50 7,50 7,50 7,50

Hoogte D ------

Hoogte E ------

Hoogte F ------

Gevel Ja Ja Ja Ja Ja

0,00

Relatief

1,50

4,50

7,50

--

--

--

Ja

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

15-3-2022 14:30:26

Bijlage 2 Resultaten

Panoven Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

Resultatentabel basismodel LAeq totaalresultaten voor toetspunten Baronieweg Ja

Naam Toetspunt 1_A 1_B 1_C 2_A 2_B

Hoogte 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50

Lden 30 31 32 32 33

2_C 3_A 3_B 3_C 4_A

7,50 1,50 4,50 7,50 1,50

35 36 37 38 36

4_B 4_C 5_A 5_B 5_C

4,50 7,50 1,50 4,50 7,50

37 39 36 36 38

6_A 6_B 6_C

1,50 4,50 7,50

34 35 36

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

15-3-2022 14:30:59

Panoven Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

Resultatentabel basismodel april 2022 LAeq totaalresultaten voor toetspunten Boerhaaveweg Ja

Naam Toetspunt 1_A 1_B 1_C 2_A 2_B

Hoogte 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50

Lden 19,59 22,12 24,27 33,94 35,69

2_C 3_A 3_B 3_C 4_A

7,50 1,50 4,50 7,50 1,50

36,81 40,97 42,61 43,62 41,38

4_B 4_C 5_A 5_B 5_C

4,50 7,50 1,50 4,50 7,50

43,25 43,94 34,72 36,33 37,33

6_A 6_B 6_C

1,50 4,50 7,50

22,52 24,77 26,39

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

12-4-2022 10:53:01

Panoven Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

Resultatentabel basismodel LAeq totaalresultaten voor toetspunten Hoge Dijk Ja

Naam Toetspunt 1_A 1_B 1_C 2_A 2_B

Hoogte 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50

Lden 47 46 44 39 39

2_C 3_A 3_B 3_C 4_A

7,50 1,50 4,50 7,50 1,50

38 8 11 14 29

4_B 4_C 5_A 5_B 5_C

4,50 7,50 1,50 4,50 7,50

30 31 36 36 36

6_A 6_B 6_C

1,50 4,50 7,50

44 43 42

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

15-3-2022 14:31:44

60/388

Bijlage 3

61/388

Quickscan Ecologie

QUICKSCAN PANOVEN IJSSELSTEIN Eindrapport

Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. Leimuiden, 8-4-2022

VERANTWOORDING

Opdrachtgever: Contactpersoon: Adres:

Tel: E-mail: Uitvoering: Adres:

Rho Adviseurs N. Weijland Adviseur Omgevingsrecht Weena 505 3013 AL Rotterdam (Delftse Poort) Verdieping 35-36 010-2018512 nathan.weijland@rho.nl

Tel: E-mail:

Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. Waaier 72 2451 VW Leimuiden 0172 576072 algemeen@eco-logisch.com

Projectleider:

ing. E. Vinke

Auteur: Kwaliteitscontrole:

A.J. Bik MSc. ing. C.J.M. Groeneveld

Projectcode: Status: Datum:

RANA2244 Definitief 8-4-2022

Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. werkt volgens de kwaliteitsnormen van het Netwerk Groene Bureaus. Dit netwerk werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte. De deskundigen werkende bij Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. voldoen hierdoor aan de volgens het Ministerie van Landbouw, Natu u r en Voedselkwaliteit gestelde eisen. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. is ISO 9001:2015 gecertificeerd.

Adviesbureau E.C.O Logisch B.V. is aangesloten op de Nationale Databank Flora en Fauna en heeft daarmee toegang tot de meest volledige natuurgegevens in Nederland.

2

SAMENVATTING

De initiatiefnemer is voornemens de realisatie van sloopwerkzaamheden en nieuwbouw uit te voeren aan het Panoven te IJsselstein. Deze ingreep wordt gezien als een ruimtelijke ontwikkeling. Onderzocht is of deze ontwikkeling in het projectgebied niet strijdig is met de Wet natuurbescherming. De bebouwing in het projectgebied kan dienen als nestlocaties voor de huismus en verblijfplaatsen van vleermuizen. Het struweel in het projectgebied kan dienen als verblijfplaats voor de steenm arter. Tevens ku n n e n de bomen met holtes verblijfplaatsen voor boombewonende vl eermuizen bieden. Binnen de invloedsfeer va n h e t projectgebied is tevens een potentieel jaarrond beschermd nest aanwezig. De werkzaamheden kunnen leiden tot de aantasting en vernieling van nestlocaties van de huism us en vaste ru sten verblijfplaatsen van de steenmarter en vleermuizen. Daarnaast kunnen individuen van de huismus, steenmarter en vleermuizen worden verstoord en gedood. Indien de bomen met holtes worden gekapt kunnen verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen worden vernield. Indien de boom met het potentie e l j a a rro n d beschermd nest wordt gekapt kan de nestlocatie verloren gaan. Tevens kunnen nesten van algemene broedvogels worden vernield en kunnen individuen van algemene broedvogels worden verstoord e n g e d o o d .

In het projectgebied kunnen mogelijk algemene, provinciaal vrijgestelde amfibieën en zoogdieren aanwezig zijn. Er worden geen directe negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden op Natura 2000-geb i ed e n e n h e t NNN verwacht. Er wordt geen significant effect op stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden ve rw a ch t. Een berekening middels de AERIUS Calculator kan hierover uitsluitsel bieden. Het is noodzakelijk aanvullend onderzoek naar de vaste rust- en verblijfplaatsen van de huismus, steenmarter e n vleermuizen uit te voeren alvorens men met de werkzaamheden kan beginnen. Het aanvullende onderzoek n a a r vleermuizen dient gericht te zijn op de gewone baardvleermuis gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis en de ruige dwergvleermuis. Indien de bomen met holtes worden gekapt is aanvullend onderzoek noodzakelijk naar vaste rust- en verblijf p l aa tse n va n boombewonende vleermuizen. Het onderzoek dient afgestemd te zijn op de te verwachten soorten de franjestaart, gewone baardvleermuis, rosse vleermuis en de watervleermuis. Indien de boom met het p o te n ti e e l jaarrond beschermd nest wordt gekapt is aanvullend onderzoek naar jaarrond beschermde nesten noodza ke li j k. Het onderzoek dient afgestemd te zijn op mogelijk gebruik van het nest door de boomvalk, buizerd, ransuil en sperwer.

Het is aan te bevelen het verwijderen van bomen en struweel buiten het broedseizoen van vogels (globaal maart augustus) uit te voeren. De vermelde periode is niet leidend, elk broedgeval is beschermd. Ook broedgevallen buiten deze periode mogen niet verstoord worden. Indien de werkzaamheden tijdens het broedseizoen plaats moeten vinden dient een aanvullende inspectie op broedvogels door een ecoloog te worden uitgevoerd om overtredingen te voorkomen. Het is aan te bevelen om nachtelijke verlichting zo veel mogelijk te beperken om verstoring van vl e e rm u i ze n e n daarmee overtreding van de verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming te voorkomen. In het ge va l d a t e r additionele nachtelijke verlichting wordt toegepast is het wenselijk gebruik te maken van een richtarmatuur zo d a t strooilicht naar de omgeving wordt voorkomen. De werkzaamheden dienen, richting te handhaven groen, in één richting te worden uitgevoerd waardoor aanwezige fauna voor de werkzaamheden uit kunnen vluchten. De bomen in het projectgebied vallen binnen de door de gemeenteraad vastgestelde bebouwde ko m . D e rh a l ve zijn de bepalingen ten aanzien van houtopstanden uit de Wet natuurbescherming niet van toepassing voor het eventueel kappen van bomen.

3

INHOUDSOPGAVE

1 Inleiding.............................................................................................................................................................. 5 1.1 Aanleiding en doel ........................................................................................................................................ 5 1.2 Natuurbeschermingswetgeving .................................................................................................................. 5 1.2.1 Gebiedsbescherming................................................................................................................................ 5 1.2.2 Soortbescherming ..................................................................................................................................... 6 1.2.3 Houtopstanden .......................................................................................................................................... 7 1.2.4 Ontheffing en gedragscode ..................................................................................................................... 7 1.3 Leeswijzer...................................................................................................................................................... 7 2 2.1 2.2

Projectgebied en ontwikkelingen................................................................................................................ 8 Projectgebied................................................................................................................................................. 8 Ontwikkelingen .............................................................................................................................................. 8

3 Soortbescherming......................................................................................................................................... 10 3.1 Bronnenonderzoek ..................................................................................................................................... 10 3.2 Habitatscan .................................................................................................................................................. 10 3.2.1 Vleermuizen ............................................................................................................................................. 10 3.2.2 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................................................. 11 3.2.3 Vogels....................................................................................................................................................... 12 3.2.4 Amfibieën.................................................................................................................................................. 12 3.2.5 Reptielen ..................................................................................................................................................

12 3.2.6 Vissen ....................................................................................................................................................... 12 3.2.7 Ongewervelden ....................................................................................................................................... 13 3.2.8 Vaatplanten .............................................................................................................................................. 13 3.2.9 Mogelijk aanwezige beschermde soorten en functies ...................................................................... 13 3.3 Effecten ........................................................................................................................................................ 13 3.3.1 Effecten ontwikkelingen ......................................................................................................................... 14 3.4 Aanbevelingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming .............................................................. 14 3.4.1 Aanvullende inventarisaties projectgebied ......................................................................................... 14 3.4.2 Mitigerende maatregelen .......................................................................................................................

15 3.4.3 Ontheffing Wet natuurbescherming ..................................................................................................... 15 4 4.1

Gebiedsbescherming ................................................................................................................................... 16 Effecten ........................................................................................................................................................ 16

5

Houtopstanden............................................................................................................................................... 17

6 6.1 6.2

Conclusies en aanbevelingen .................................................................................................................... 18 Conclusies ................................................................................................................................................... 18 Aanbevelingen............................................................................................................................................. 18

7

Literatuur ......................................................................................................................................................... 20

Bijlage 1: Kaart met boomholtes, verblijfplaatsen en nesten............................................................................. 21 Bijlage 2: Foto - impressie....................................................................................................................................... 22 Bijlage 3: Tabel mogelijk aanwezige soorten....................................................................................................... 23

4

1

INLEIDING

1.1

AANLEIDING EN DOEL De initiatiefnemer is voornemens de realisatie van sloopwerkzaamheden en nieuwbouw uit te voeren bij het Panoven te IJsselstein. Deze ingreep wordt gezien als een ruimtelijke ontwikkeling. De initiatiefnemer van een ruimtelijke ontwikkeling dient er zorg voor te dragen dat de Wet natuurbescherming niet wordt overtreden. Om deze reden is een toetsing van de geplande ontwikkeling aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Hiervoor dient te worden onderbouwd of er door de beoogde ontwikkeling geen beschermde soorten of natuurgebieden negatief worden beïnvloed. Indien overtreding niet zonder meer kan worden uitgesloten is mogelijk aanvullend onderzoek en/of een ontheffing noodzakelijk. In deze quickscan wordt geadvise e rd o ve r d e vervolgstappen. Er kunnen als gevolg van de geplande ontwikkeling kapwerkzaamheden plaatsvinden. Zodoende is toetsing aan de bepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van houtopstanden noodzakelijk.

1.2

NATUURBESCHERMINGSWETGEVING De Wet natuurbescherming beslaat soortbescherming, gebiedsbescherming en in specifieke gevallen de bescherming van houtopstanden. Daarnaast is gebiedsbescherming in Nederland geregeld via beleid uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Voor wat betreft de soortbescherming in de Wet natuurbescherm i n g zi j n er verschillende beschermingsregimes. Het gaat om soorten die op basis van Europese wetgeving beschermd zijn vanuit Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en soorten die nationaal als beschermde soort zijn aangewezen. Middels een provinciale verordening kunnen deze nationaal beschermde soorten worden vrijgesteld van de verbodsbepalingen uit de wet. De vrijgestelde soorten kunnen verschillen per provincie. 1.2.1

GEBIEDSBESCHERMING

Natura 2000-gebieden Het is conform artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habita ts van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Natuurnetwerk Nederland (NNN) De regels omtrent NNN-gebieden zijn door het Rijk en de provincies met elkaar afgesproken. De af sp ra ke n zi j n vastgelegd in het ‘Besluit algemene regels ruimtelijke ordening’ en zijn uitgewerkt in de provinciale verordeningen. Het ruimtelijke beleid voor het NNN is gericht op behoud en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van een gebied. In het NNN geldt daarom het ‘nee, tenzij’-regime. Of een ingreep mag worden uitgevoerd in het NNN, hangt naast de instandhouding van de omvang van het NNN, in eerste instantie af van d e mate van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied.

5

1.2.2

SOORTBESCHERMING

Zorgplicht De zorgplicht is opgenomen in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Artikel 1.11 Wnb (zorgplicht) 1. Eenieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden e n voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelij ke maatre ge l en tre f t o m die gevolgen te voorkomen, of; c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde. Europees beschermde soorten - Vogels De verbodsbepalingen voor wat betreft vogels zijn opgenomen in artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Artikel 3.1 Wnb. 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2.

Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te verniele n of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is o p de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Europees beschermde soorten - Overige soortgroepen De verbodsbepalingen voor wat betreft Europees beschermde soorten zijn opgen omen in artikel 3.5 va n d e We t natuurbescherming. Artikel 3.5 Wnb. 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bo nn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernie len of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5.

Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bi j l a g e I b i j het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Nationaal beschermde soorten De verbodsbepalingen voor wat betreft nationaal beschermde soorten zij n opgenomen in artikel 3.10 van d e We t natuurbescherming. Artikel 3.10 Wnb. 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de so o rt e n , genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of; c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 6

1.2.3

HOUTOPSTANDEN

Houtopstanden De bepalingen voor wat betreft houtopstanden zijn opgenomen in hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming. Hieronder zijn de meest relevante onderdelen uit dit hoofdstuk beschreven. De bepalingen in de Wet natuurbescherming kennen een aantal uitzonderingen. De belangrijkste uitzondering betreft dat de bepalingen geen betrekking hebben op houtopstanden binnen de bij besluit van de gemee n te ra ad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom. Voor het kappen van bomen die wel onder houtopstanden Wnb vallen geldt een meldplicht bij Gedeputeerde Staten en een herplan tplicht.

1.2.4

ONTHEFFING EN GEDRAGSCODE

Voor het overtreden van de verboden uit de bovengenoemde artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming kan een ontheffing worden aangevraagd. Een ontheffing wordt uitsluitend verleend, ind i e n i s voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: 1. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing. 2. Er is sprake van een in de wet genoemd belang voor de betreffende soort of soortgroep. 3. Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurli jke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Ook kan er mogelijk m iddels een door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit goedgekeurde gedragscode worden gewerkt. Dit is enkel mogelijk indien de h andelingen niet van wezenlijke invloed zi j n o p d e aanwezige beschermde soorten.

1.3

LEESWIJZER In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving van het projectgebied gegeven, met huidige ecologische waarden. In hoofdstuk 3 worden de resultaten van het bronnenonderzoek en de habitatscan weergegeven waarbij de effectanalyse ten aanzien van de onder de Wet natuurbescherming beschermde soorten is opgenomen. Hoofdstuk 4 geeft weer welke middels de Wet natuurbescherming beschermde gebieden in de omgeving va n d e projectgebieden voorkomen. Tevens zal hier worden aangegeven in welke mate de geplande ontwikkeling van invloed zal zijn op deze gebieden. In hoofdstuk 5 worden de effecten op de onder de Wet natuurbescherming beschermde houtopstanden beschreven waarbij de eventueel te nemen vervolgstappen zijn weergegeven.

7

2

PROJECTGEBIED EN ONTWIKKELINGEN

2.1

PROJECTGEBIED Het projectgebied is gelegen in de gemeente IJsselstein in kilometerhok: X: 132 (Rijksdriehoekscoördinaten). Afbeelding 1 geeft de globale ligging van het projectgebied weer.

/ Y: 447

Afbeelding 1: Ligging projectgebied

Het projectgebied bestaat uit laagbouw bestaande uit verschillende panden, in de vorm van bedrijfsgebouwen, woningen en enkele loodsen. Het projectgebied wordt omringd door een drietal straten, te weten Hoge Dijk, Panoven en Boerhaaveweg. In het projectgebied loopt een verharde weg en zijn een aantal parkeerplaatsen aanwezig. In zowel de zuidwestelijke als de westelijke hoek van het projectgebied zijn grasstroken en droogstaande greppels aanwezig. Het gebouw van Hoge Dijk 50 is een lage bungalow met houten gevelbetimmering. Direct grenzend aan het projectgebied en naast Hoge Dijk 50 zijn groenblijvende heggen aanwezig. Hoge Dijk 8 is een woning met bitumendakbedekking en gevels bekleed met kunststoffen beplating met baksteenmotief. Het pand direct ten noorden van Hoge Dijk 8 heeft een metalen dakbedekking en houten gevelbetimmering. Het ge b o u w va n H o g e Dijk 4-83 bestaat bakstenen gevels en heeft een metalen dakbedekking met op het hogergelegen g e d ee l te va n het pand zonnepanelen. Het bedrijfsgebouw van Boerhaaveweg 91-95 en Hoge Dijk 46-48 heeft een metalen dak en bakstenen gevels met grote raampartijen. De open stootvoegen van dit pand zijn voorzien van bijenbekjes. Het pand van Hoge D i j k 55-77 is voorzien van een metalen dakbedekking en een bakstenen gevel. De oostelijke gevel is voorzien van open stootvoegen.

Direct naast de westelijke gevel van Hoge Dijk 55-77 is groenblijvend struweel aanwezig. Het pand van Panoven 91 en 91a is opgetrokken uit bakstenen gevels en heeft een zadeldak met dakpannen. Het pand van Panoven 93 is een loods met bakstenen gevel en een asbest dak. Naast de zuidelijke gevel van Panoven 93 is een braamstruweel aanwezig. In het projectgebied zijn twee groenblijvende struiken en een heg aanwezig. In bijlage 1 is een sfeerimpressie van het projectgebied weergegeven.

2.2

ONTWIKKELINGEN In het projectgebied wordt een aantal gebouwen geamoveerd en wordt er op de locaties van de gesloopte gebouwen nieuwbouw gerealiseerd. Daarnaast wordt er in het projectgebied nieuwbouw gerealiseerd. Op 8

afbeelding 2 staat de geplande ontwikkeling in het projectgebied weergegeven, waarbij de met kruizen aangegeven gebouwen en het met de ster aangegeven gebouw blijven behouden. De gebouwen met groene vinken worden gesloopt. De nieuwe bebouwing is aangegeven met oranje vlakken.

Afbeelding 2: Geplande ontwikkeling in projectgebied (bron: Rho adviseurs).

9

3

SOORTBESCHERMING

3.1

BRONNENONDERZOEK Om een goede inschatting te kunnen maken welke beschermde soorten mogelijk gebruik maken van het projectgebied heeft een literatuurstudie plaatsgevonden. Hierbij zijn diverse bronnen met verspreidingsgege ve ns geraadpleegd. De geraadpleegde bronnen zijn onder andere: verspreidingsatlassen van de verschillende soortgroepen, eerder in de regio uitgevoerde onderzoeken, in de regio actieve werkgroepen en PGO’s, databanken met verspreidingsgegevens (waaronder de NDFF) en het aanwijzingsbesluit Natura 2000-gebi e de n . Daarnaast zijn alle beschermde natuurgebieden in de omgeving van het projectgebied in kaart gebra ch t. U i t h e t bronnenonderzoek volgt een lijst met beschermde soorten welke mogelijk in het projectgebied voor kunnen komen. De geraadpleegde bronnen zijn doorgaans op uurhokniveau, waardoor ook soorten welke bekend zijn u i t de wijdere omgeving van het projectgebied zijn inbegrepen. Deze soorten hoeven niet direct in het projectge b i e d te worden verwacht. In bijlage 2 wordt een overzicht gegeven van alle beschermde soorten die bekend zijn voor te komen in de omgeving van het projectgebied. Provinciale vrijstelling De ‘Verordening vrijstellingen soorten’ betreft een vrijstelling van het verbod op doden en verstoren bij beste n d i g beheer en gebruik en ruim telijke ingrepen.

Voor de provincie Utrecht zijn middels artikel 4.1 van het “Beleidskader Wet Natuurbescherming 2017” soorten vrijgesteld van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Dit is geen vrijbrief, de zorgplicht blijft van toepassing voor de vrijgestelde soorten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15214748/2